CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Kraanvogelstraat fase 1a_Toelichting

Raad openbaar Wijchen 30 november 2023, gemeente wijchenBij agendapunt: 128696 Beslisnota Bestemmingsplan Kraanvogelstraat fase 1a Wijchen15.619 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Om vast te stellen of de huidige infrastructuur de toename in verkeersbewegingen kan accommoderen, is ook berekend wat de verkeersgeneratie is van de aanwezige bedrijfspanden (er van uitgaande dat die conform bestemming een gemiddelde gebruiksgraad kennen), die gesloopt gaan worden voor de ontwikkeling. Voor deze berekening zijn de kengetallen van het CROW gehanteerd. Hieronder is de tabel opgenomen: Adres Kraanvogelstraat 7-7A Kraanvogelstraat 9

Type bedrijf CROW bedrijf arbeidsint./ bezoekersext. (ind., lab., werkpl.) bedrijf arbeidsint./ bezoekersext. (ind., lab., werkpl.) Kraanvogelstraat 11, bedrijf arbeidsint./ bezoekersext. (ind., lab., 13 en 15 werkpl.)

Bvo 654

Verkeersgeneratie 65,4

785

78,5

2750

275

Totaal:

418,9

Tabel: verkeersgeneratie te slopen bedrijven Zoals blijkt uit bovenstaande tabel, is de totale verkeersgeneratie voor de bedrijven in het plangebied circa 420 verkeersbewegingen. Uitgaand van 210 aankomende en 210 vertrekkende auto's op een etmaal, is dat een gemiddelde (verdeeld over 12 uur op een dag) van 17,5 auto's per uur aankomend en vertrekkend. Dit is bijna evenveel als de ca. 50 extra verkeersbewegingen per etmaal, ofwel 2,5 meer per uur aankomend/vertrekkend, die de nieuwe woningen en appartementen tot gevolg zullen hebben. Er kan hiermee geconcludeerd worden dat de woningen niet voorzien in een sterk toenemende verkeersdruk in de omgeving. Bij de uitwerking van de civieltechnische inrichtingsplannen voor de openbare ruimte, zal nader afgestemd worden met de gemeente of er nog verkeersmaatregelen wenselijk zijn daar waar het plangebied aansluit op de omliggende wegen.

34

bestemmingsplan Kraanvogelstraat fase 1a

5.8.2 Parkeren Om de parkeerbehoefte voor het project te kunnen bepalen is gebruik gemaakt van de normen voor parken zoals gehanteerd in de CROW-publicatie 381: 'Toekomstbestendig parkeren: van parkeerkencijfers naar parkeernormen'. Hierin is aangesloten bij de parkeernormen voor de categorie 'schil centrum' in een 'matig stedelijk gebied'. Gezien de doelgroep en aard van de woningen, wordt aangesloten bij de cijfers voor huur, appartement, midden/goedkoop (inclusief sociale huur). De normstelling van het CROW geeft 0,8 – 1,6 pp per appartement. Voor het plangebied is tussen gemeente en initiatiefnemers de afspraak gemaakt om een parkeernorm van 1 parkeerplaats per woning te hanteren. De gehanteerde parkeernormering betreft 1 parkeerplaats per wooneenheid op eigen terrein en 0,3 parkeerplaats per wooneenheid voor bezoekers in openbaar gebied. Op basis van het verkavelingsplan, worden de parkeerplaatsen op eigen terrein als volgt gerealiseerd: 20 parkeerplaatsen half verdiept onder het appartementencomplex; 12 parkeerplaatsen op het achterterrein van het appartementencomplex; 14 parkeerplaatsen achter de muurwoningen (west); 18 parkeerplaatsen achter de muurwoningen (oost); Voor 32 appartementen en 32 grondgebonden woningen is daardoor sprake van een benodigde parkeervoorziening van 64 parkeerplaatsen.

In openbaar gebied aan de Kraanvogelstraat wordt de norm van 0,3 parkeerplaats per wooneenheid voorzien. 5.8.3

Conclusie

Uit het bovenstaande kan worden concluderend dat het aspect verkeer en parkeren geen belemmering oplevert voor het planvoornemen.

5.9

Archeologie

Als wettelijk toetsingskader In Europees verband is het 'Verdrag van Malta' tot stand gekomen. Uitgangspunt van dit verdrag is het archeologisch erfgoed zo veel mogelijk in situ te behouden. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Op 1 september 2007 is de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) in werking getreden. Deze wet is de Nederlandse uitwerking van het Verdrag van Malta uit 1992. In de Wamz is vastgelegd dat Rijk, provincies en gemeenten in ruimtelijke plannen rekening houden met het aspect 'archeologie'. De wet beoogt het archeologische erfgoed in hoofdzaak in situ te beschermen. 5.9.1 Archeologische beleidskaart Wijchen Gemeenten zijn met de inwerkingtreding van de Wamz in grote mate verantwoordelijk voor hun eigen bodemarchief. De gemeente Wijchen heeft in 2009 een archeologische beleidskaart vastgesteld. Deze kaart vormt de onderlegger voor het Wijchens archeologiebeleid en is het gemeentelijk toetsingsinstrument voor archeologie bij ruimtelijke ontwikkelingen, bouwplannen en andere bodemverstoringen. Op de archeologische beleidskaart (RAAP-rapport 1828, kaartbijlage 2; 2009) is aangegeven op welke gronden archeologische resten zijn te verwachten.

Op de onderstaande afbeelding is een uitsnede weergegeven van de archeologische beleidskaart.

bestemmingsplan Kraanvogelstraat fase 1a

35

Uitsnede archeologische beleidskaart Wijchen Op deze kaart is het plangebied aangemerkt als een gebied met een hoge archeologische verwachting. Ook bevindt zich het plangebied op korte afstand van een archeologische vindplaatsen ten zuidwesten en ten oosten van het plangebied. In gebieden met een hoge archeologische verwachting is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij ingrepen met een oppervlak groter dan 60 m2 . In verband met deze archeologische verwachting zijn in het geldend bestemmingsplan eerder de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorisch waardevol gebied' opgenomen. Het planvoornemen betreft een ingreep groter dan de drempelwaarde voor archeologisch onderzoek. Nadere archeologische toetsing is daarom noodzakelijk. 5.9.2 Verkennend archeologischonderzoek westelijk plandeel Om de archeologische verwachting in het plangebied nader in beeld te brengen is door ARC (Archeological Research & Consultancy)-rapporten een bureau- en inventariserend veldonderzoek door middel van boringen uitgevoerd op het westelijke deel van de locatie, bijgevoegd als Bijlage 7 Archeologisch bureauonderzoek 2011 bij de toelichting (rapportnr. 2011-64, ARC bv Onderzoeksmeldingsnummer 1574-6887 (ISSN), d.d. 11 mei 2011). Uitgangspunt van het onderzoek was dat de onderzoekslocatie op een rivierduin ligt, welke in het Laat-Glaciaal is ontstaan.

Hierop worden vorstvaaggronden of loopzolgronden verwacht. Door de ligging op het rivierduin heeft de onderzoekslocatie een hoge trefkans op archeologische resten en/ of sporen uit de periode Laat-Paleolithicum - Nieuwe Tijd. In de omgeving van de onderzoekslocatie zijn resten vanaf het Paleolithicum bekend. De meeste vonden in de omgeving hebben echter betrekking op resten uit de periode Ijzertijd - Romeinse Tijd. De onderzoekslocatie was in 1832 en 1900 onbebouwd en in gebruik als bouwland. De huidige bebouwing is tussen 1977 en 1984 gerealiseerd. Ter plaatse van de huidige onderkelderde bebouwing zijn de archeologische niveaus waarschijnlijk al verdwenen. Op de onderzoekslocatie waren oorspronkelijk holtpodzolgronden aanwezig. Deze zijn in de helft van de boringen tot in de C-horizont afgetopt. In boring 5 is de top van de B-horizont verdwijnen. Van de verrichte boringen zijn er maar twee boringen over waarin het archeologische niveau nog intact is

36

bestemmingsplan Kraanvogelstraat fase 1a

(boringen 2 en 3). Er zijn geen meerdere archeologische niveaus aangetroffen. Aan de basis van de A-horizont en de top van de C-horizont is een fragment Romeins aardewerk aangetroffen. Dit fragment kan echter ook van elders aangevoerd zijn. Conclusie Concluderend kan worden gesteld dat de bodem op de onderzoekslocatie grotendeels afgetopt is. Daarom kan in het grootste gedeelte van de onderzoekslocatie de archeologische trefkans worden bijgesteld naar laag. Slechts in twee boringen is het archeologische niveau nog intact. Ter plaatste van de boringen vinden echter geen bodemverstorende werkzaamheden plaats. Aanbeveling Op basis van het archeologische bureau- en inventariserend booronderzoek is er géén aanvullend archeologisch onderzoek noodzakelijk. Gezien het geringe deel van de onderzoekslocatie dat nog intact is en de geplande locatie van de nieuwbouw, wordt geadviseerd om de onderzoekslocatie vrij te geven. De meldingsplicht conform art. 53 van de Monumentenwet uit 1988 blijft echter wel van kracht. Mochten bij graafwerkzaamheden op de onderzoekslocatie alsnog archeologische resten en/ of sporten worden aangetroffen dient dit direct te worden gemeld aan de bevoegde overheid, de gemeente Wijchen. Het is aan de bevoegde overheid om op basis van dit advies een selectiebesluit te nemen.

5.9.3 Bureau-, verkennend- en karterend booronderzoek oostelijk plandeel In juni 2023 door Synthegra Archeologie een bureau- en inventariserend veldonderzoek in combinatie met een karterend booronderzoek uitgevoerd. De rapportage van het onderzoek in bijgevoegd als Bijlage 8 Archeologisch bureauonderzoek 2023 bij de toelichting (rapportnr. P230009, Synthegra B.V. Onderzoeksmeldingsnummer 1874-9771 (ISSN), d.d. 26 juni 2023). Op grond van de resultaten van het onderzoek wordt voor de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied nader archeologisch onderzoek geadviseerd. Dit geldt echter alleen voor de onbebouwde delen (circa 450 m2) van het extra onderzochte deelgebied in het onderhavige onderzoek dat kadastraal bekend staat als perceel 1863, sectie I, kadastrale gemeente Wijchen. De overige percelen ten oosten zijn reeds onderzocht en dat deel is op basis van eerder dat onderzoek vrijgegeven.

bestemmingsplan Kraanvogelstraat fase 1a

37

Uitsnede van de advieskaart voor de onderzoekslocatie met in rood de locatie vervolgonderzoek

Conclusie Op basis van de resultaten van het booronderzoek is mogelijk een archeologische vindplaats in het plangebied aanwezig. Wanneer de geplande graafwerkzaamheden dieper reiken dan 40 cm beneden maaiveld kunnen eventueel aanwezig archeologische resten verloren gaan en is vervolgonderzoek noodzakelijk. Ter plaatse van de huidige bebouwing is dit niveau waarschijnlijk al verstoord en zijn eventueel aanwezige archeologische resten verdwenen, op uitzondering van de paleosol.

Aanbeveling Geadviseerd wordt een vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek (IVO-P), in de vorm van een archeologische begeleiding, om vast te stellen of in het plangebied archeologische resten aanwezig zijn en zo ja, welke waardering hieraan gegeven kan worden. Voor dit proefsleuvenonderzoek, in de vorm van een archeologische begeleiding is een Programma van Eisen (PvE) noodzakelijk dat is goedgekeurd door de bevoegde overheid. In dit PvE wordt de werkwijze en de randvoorwaarden van het proefsleuvenonderzoek vastgelegd. Bovenstaande vormt een selectieadvies. De resultaten van dit onderzoek dienen vooraleerst te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Wijchen). Deze neemt een definitief selectiebesluit aangaande de vrijgave van het plangebied voor verdere ontwikkeling zoals omschreven in de vergunningsaanvraag. Aldus is vooralsnog voor het deel van het plangebied waar vervolgonderzoek wordt geadviseerd, een dubbelbestemming archeologie gehandhaafd.

38

bestemmingsplan Kraanvogelstraat fase 1a

Selectie-advies onderzoeksbureau Op basis van de resultaten van het booronderzoek is mogelijk een archeologische vindplaats in het plangebied aanwezig. Het archeologisch bureau adviseert een vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek (IVO-P), in de vorm van een archeologische begeleiding, om vast te stellen of in het plangebied archeologische resten aanwezig zijn en zo ja, welke waardering hieraan gegeven kan worden. Wanneer de geplande graafwerkzaamheden dieper reiken dan 40 cm beneden maaiveld kunnen eventueel aanwezig archeologische resten verloren gaan en is vervolgonderzoek noodzakelijk. Dit geldt ook voor het achterste deel van het huidige gebouw, wanneer daar dieper dan 70 cm gegraven wordt voor de nieuwbouw. Ter plaatse van het voorste gebouw van de huidige bebouwing is het mogelijke archeologisch niveau waarschijnlijk al verstoord en zijn eventueel aanwezige archeologische resten verdwenen. Selectiebesluit gemeente Wijchen (bevoegd gezag, ) Voor het plangebied Kraanvogelstraat 9-15 is vervolgonderzoek nodig in de vorm van proefsleuvenonderzoek. Op diverse dieptes kan namelijk nog sprake zijn van potentiële archeologische niveaus. Zie daartoe ook het selectiebesluit als opgenomen in Bijlage 9 Selectiebesluit archeologie. Daar waar dat relevant is, is in het bestemmingsplan dan ook een dubbelbestemming archeologie opgenomen.

5.10

Cultuurhistorie

Op basis van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) heeft de gemeente Wijchen besloten om samen met de gemeenten Beuningen, Druten en Heumen een beleidsnota cultuurhistorie op te stellen. Deze beleidsnota is de planologische borging van cultuurhistorische waarden binnen de Gemeente Wijchen in de vorm van het 'Parapluplan Cultuurhistorie Wijchen'. Dit parapluplan voegt een dubbelbestemming toe aan het vigerend bestemmingsplan: 'Waarde Cultuurhistorisch waardevol gebied'. Op de cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Wijchen is het plangebied aangeduid met een middelhoge cultuurhistorische waarde. In een gebied van middelhoge stedenbouwkundige waarde is dat verband in potentie aanwezig of nog herkenbaar maar aangetast. Het zijn gebieden met een gemiddelde cultuurhistorische en ruimtelijke kwaliteit in de samenhang tussen bebouwing, openbare ruimte en beplanting, en/of enige relatie met de historische en landschappelijke hoofdstructuren.

bestemmingsplan Kraanvogelstraat fase 1a

39

Uitsnede kaart cultuurlandschappelijke waardering (Parapluplan Cultuurhistorie Wijchen)

Omgeving van het plangebied in de loop van de jaren (linksboven 1880, rechtsboven 1940, linksonder 1980, rechtsonder 2020, bron: TopoTijdreis) De locatie van het plangebied heeft lang onderdeel uitgemaakt van het agrarische gebied ten noorden van het

40

bestemmingsplan Kraanvogelstraat fase 1a

centrum van de kern Wijchen. De topografische kaart van 1880 en 1940 laat zien dat het plangebied lang onbebouwd is geweest. Voor de Tweede Wereldoorlog is de spoorlijn Den Bosch - Nijmegen aangelegd. In de loop van de tijd is rond de jaren '60 de wijk Vogeltjeswijk ontwikkeld, ten noorden van de planlocatie. Ook is het aanwezige bedrijventerrein rond deze periode aangelegd. Hiermee heeft de omgeving van het plangebied in de afgelopen decennia een gedaantewisseling ondergaan en is de onbebouwde landelijke structuur ingeruild voor wijkontwikkeling, voornamelijk bestaand uit een variatie van grondgebonden woningen, appartementen en bedrijvigheid. Met het planvoornemen worden de bedrijfspanden gesloopt op locatie, ten behoeve van de realisatie van een appartementencomplex en grondgebonden woningen. Hiermee wordt meer aangesloten op de woningvoorraad ten noorden en ten westen van het plangebied. De structuur van de huidige wijk wordt hiermee niet aangetast en het voornemen wordt zorgvuldig ingepast in het wijkbeeld zonder historische waarden aan te tasten. Hiermee kan worden geconcludeerd dat het aspect cultuurhistorie geen belemmeringen oplevert voor het planvoornemen.

5.11

Molenbiotoop

Het plangebied ligt binnen de molenbiotoop van de Wijchense Molen. De Wijchense Molen is gebouwd in 1799 in opdracht van de kasteelheer van het Kasteel van Wijchen. De molen is vandaag de dag nog steeds in werking als korenmolen voor het malen van graan. De molenbiotoop is planologisch vastgelegd in het geldend bestemmingsplan 'Noord-Wijchen' door middel van de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone – molenbiotoop'. Ter plaatse van deze vrijwaringszone geldt, aanvullend op de voor de gronden aangegeven bestemmingen, nadere regels voor het beschermen van de functie van de molen als werktuig en van de waarde als landschapsbepalend element. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient rekening gehouden te worden met de biotoop van de molen.

De Wijchense Molen Binnen het plangebied ligt alleen een gedeelte van de locatie van het appartementencomplex binnen de molenbiotoop. De bouwhoogte zal maximaal van 15 meter bedragen. De afstand tussen het plangebied en de voet van de molen bedraagt 360 m. De berekening van de bouwhoogte die kan worden toegestaan is als volgt:

bestemmingsplan Kraanvogelstraat fase 1a

41

De toelaatbare bouwhoogte op de planlocatie is dan: 10.43 + 6.40 = 16.83 meter. De windvang van De Oude Molen in Wijchen wordt niet beperkt door de bouw van het appartementencomplex met een maximale bouwhoogte van 16,5 meter en past daarmee binnen het provinciaal belang voor de molenbiotoop. Het plan past binnen ons provinciaal belang voor de molenbiotoop.

5.12

Leidingen

Door het plangebied lopen geen boven- en/of ondergrondse leidingen die een planologische bescherming genieten (zie paragraaf 5.3). Er is dus op dat gebied geen sprake van (planologische) beschermingszones en/of belangen van derden. Het aspect leidingen vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.13

Water

Op basis van de wet op de ruimtelijke ordening (Wro) en Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de watertoets verplicht bij o.a. bestemmingsplannen, inpassingsplannen, projectbesluiten en omgevingsvergunningen afwijking bestemmingsplan. Voor overige plannen, zoals een structuurvisie, dient een watertoets te worden uitgevoerd op basis van het Nationaal Bestuursakkoord Water. Het Bro regelt de verplichte waterparagraaf in de plantoelichting (art 3.1.6 Bro) en het vooroverleg met de waterbeheerder (art 3.1.1 Bro). 5.13.1 Watertoets De watertoets is bedoeld om ruimtelijke plannen en besluiten meer waterbestendig te maken, doordat waterbelangen van gemeente, waterschap en eventueel andere waterbeheerders vroegtijdig en expliciet worden meegewogen. In het ruimtelijk plan moet voldoende rekening zijn gehouden met de waterhuishouding en -voorzieningen. Voor dit bestemmingsplan is een digitale watertoets uitgevoerd, die bijgevoegd is als Bijlage 10 Digitale watertoets verzoekformulier en Bijlage 11 Digitale watertoets resultaatformulier bij deze toelichting. Uit deze toets blijkt dat er een normale procedure gevolgd dient te worden. De gemeente doet dit in het regulier overleg met het waterschap. Gedurende de zienswijzenprocedure wordt een waterhuishoudkundig plan opgesteld.

Daarin zal nader onderzocht en gemotiveerd worden hoe de schone en vuile waterstromen worden ingericht en welke maatregelen daartoe worden genomen. In overleg met de gemeente is vastgesteld dat het waterhuishoudkundig plan en de doorvertaling daarvan in het bestemmingsplan en de anterieure overeenkomst tussen gemeente en initiatiefnemers definitief zullen zijn bij de vaststelling van het bestemmingsplan. 5.13.2 Waterparagraaf De waterparagraaf beschrijft de wijze waarop rekening is gehouden met de eventuele gevolgen van het ruimtelijk plan voor de waterhuishouding en vice versa. Onderdeel hiervan is een beschrijving van beleidsuitgangspunten en regelgeving, waterhuishoudkundige situatie en –opgaven, meest geschikte oplossingen (motiveren) en de ruimtelijke consequenties daarvan. In de waterparagraaf is tevens het advies van de waterbeheerder verwerkt.

42

bestemmingsplan Kraanvogelstraat fase 1a

5.13.3 Beschrijvingwatersysteem Het plangebied is gelegen ten noorden van het centrum van de kern Wijchen. Het maaiveld varieert qua hoogte, maar ligt tussen 8,0 en 8,4 m +NAP. De bodem bestaat uit kleiige afzettingen behorende tot de Betuweformatie. Onder deze deklaag bevindt zich het eerste watervoerende pakket met een dikte van circa 20 meter. De basis van het watervoerende pakket is gelegen op 29 meter –NAP. Dit watervoerend pakket behoort tot de Formatie van Kedichem en bestaat voornamelijk uit matig en grof zand, plaatselijk met kleilagen. Onder het watervoerende pakket bevindt zich een scheidende laag met een dikte van 7 meter, behorende tot de Formatie van Tegelen, welke voornamelijk bestaat uit klei en zandige kleiafzettingen. Onder deze scheidende laag bevindt zich het tweede watervoerende pakket (bron: Bijlage 4 Verkennend bodemonderzoek). Het plangebied ligt in het peilvlak CIT008. De gemiddeld hoogste grondwaterstand GHG is 7,3 m +NAP. De gemiddeld laagste grondwaterstand GLG is circa 7,0 m +NAP (bron: bodemonderzoek Bijlage 4 Verkennend bodemonderzoek). In of nabij het plangebied zijn geen A-, B- of C-watergangen gelegen. Hemelwater wordt in de huidige situatie afgevoerd naar het bestaande gemengde rioolsysteem, evenals het afvalwater.

5.13.4 Waterbeleid en waterbeheer Gemeentelijk waterbeleid Het gemeentelijk waterbeleid is gericht op het voorkomen, beperken of tot een aanvaardbaar risico terugbrengen van wateroverlast en schade aan milieu en volksgezondheid. In de Strategische waternota Wijchen zijn thema's en uitgangspunten voor duurzaam waterbeheer omschreven. Het Gemeentelijk rioleringsplan beschrijft de gemeentelijke zorgplicht voor rioolwater, hemelwater en grondwater. In het kader van de watertoets wordt een vertaalslag gemaakt naar de concrete plansituatie. Zorgplicht afvalwater Een perceeleigenaar moet het huishoudelijk afvalwater of het bedrijfsafvalwater op de openbare riolering lozen (Besluit lozing afvalwater huishoudens art. 7 en 10 en Activiteitenbesluit art. 2.1 en 2.2). Als dit niet mogelijk (doelmatig) is, zorgt de perceeleigenaar voor een zo milieuvriendelijk mogelijke manier van verwerking of verwijdering van het afvalwater. De gemeente heeft voor zover doelmatig een zorgplicht voor de inzameling en transport van stedelijk afvalwater dat binnen de gemeente vrijkomt (zie Wm art 10.33). Zorgplicht hemelwater Een perceeleigenaar is zelf verantwoordelijk voor het verwerken van het hemelwater op het eigen terrein of voor het eventueel lozen van hemelwater op oppervlaktewater.

Als dit niet mogelijk is zorgt de gemeente voor het inzamelen, transporteren en verwerken van het hemelwater, mits doelmatig (Waterwet art. 3.5). Zorgplicht grondwater Een perceeleigenaren is zelf verantwoordelijk voor het treffen van maatregelen op eigen terrein om structurele nadelige gevolgen van grondwater voor de aan de grond gegeven bestemming te voorkomen of beperken. Als dit niet mogelijk is treft de gemeente maatregelen in openbaar gebied, voor zover doelmatig en geen verantwoordelijkheid van provincie of waterschap (Waterwet art 3.6). Zorgplicht oppervlaktewater (waterschap) De gemeente valt binnen het beheersgebied van Waterschap Rivierenland. Voor lozing op oppervlaktewater (A-, B- en C-water) heeft de perceeleigenaar een vergunning van het waterschap nodig (Waterwet art. 6.2). Een perceeleigenaar (of aanliggende perceeleigenaar) is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van oppervlaktewater (B- en C-water volgens de legger van het waterschap) dat op eigen terrein ligt. Het waterschap draagt zorg voor het onderhoud van A-watergangen. Voor ingrepen of activiteiten in of nabij watergangen danwel in of nabij een waterkering heeft een perceeleigenaar een Keur-ontheffing van het

bestemmingsplan Kraanvogelstraat fase 1a

43

waterschap nodig. 5.13.5 Leefomgeving en ruimtegebruik Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar integrale inpassing van het watersysteem in de leefomgeving en afstemming op de gebruiksfuncties in het gebied. De ruimtelijke ontwikkeling mag geen nadelige gevolgen hebben voor de waterhuishouding en vice versa. De waterhuishoudkundige situatie moet in overeenstemming zijn met het beoogde grondgebruik. Water is mede-ordenend bij de ruimtelijke ontwikkeling (juiste functie op de juiste plaats), waarbij tevens rekening is gehouden met de ruimteclaim van waterhuishoudkundige voorzieningen. Wateropgaven zijn gekoppeld aan andere gebiedsopgaven, zoals voor openbaar groen, welzijn, volkshuisvesting, verkeer/vervoer en energie. Gevolgen van/voor het plan In het plan worden aanpassingen gemaakt aan het bestaande watersysteem. Het nu nog volledig verharde en op riool aangesloten gebied wordt ontkoppeld bij de nieuwbouwfase. Een deel van het hemelwater zal daarbij infiltreren (waar mogelijk) en het resterende deel zal gescheiden worden aangeboden voor aansluiting op een (gescheiden) rioolstelsel. Uitgangspunt is dat het hemelwater op eigen terrein wordt verwerkt. Mocht blijken dat niet de gehele opgave op eigen terrein verwerkt kan worden dan wordt onderbouwd aangegeven op welke wijze het restant wordt verwerkt (openbare ruimte).

Dit wordt in samenhang ontworpen met de [parkeergarage, waarvan de verdiepte ligging moet aansluiten bij de hemelwatervoorzieningen, zonder dat overlast ontstaat. De ruimtelijke ontwikkeling heeft geen nadelige gevolgen voor de waterhuishouding en de waterhuishouding heeft geen nadelige gevolgen voor de ruimtelijke ontwikkeling. 5.13.6 Kwaliteit en beleving Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar schoon water en waterbodems die voldoen aan gestelde kwaliteitseisen en het behoud van (natte) natuurwaarden en biodiversiteit. Verontreiniging van grond- en oppervlaktewater wordt voorkomen en de waterkwaliteit zo mogelijk verbeterd. Schoon hemelwater mag rechtstreeks in bodem of op oppervlaktewater worden geloosd. Verontreiniging van hemelwater voorkomen, o.a. door toepassing van niet-uitlogende materialen (Dubo-bepalingen) en door beperking van toepassing van lood, koper, zink en zacht pvc. Verontreinigd hemelwater alleen lozen via een zuiverende voorziening. De kwaliteit van oppervlaktewater moet zo mogelijk verbeterd worden door de aanleg van natuurvriendelijke oevers en een verbetering van de doorstroming. Het beheer mag geen verstoring geven van waterkwaliteit en biodiversiteit. Ecologisch natte zones of natte natuurwaarden moeten behouden worden of verder ontwikkeld worden door bijbehorende waterhuishoudkundige omstandigheden te beschermen of herstellen.

De gemeente streeft naar versterking van de belevingswaarde van water en daarmee het waterbewustzijn. Hierbij zijn water, waterhuishoudkundige elementen en cultuurhistorische structuren en landschapselementen herkenbaar verweven in de ruimtelijke inrichting en beleefbaar gemaakt. Waterstromen zichtbaar (bovengronds) afvoeren. Gevolgen van/voor het plan Verontreiniging van hemelwater afkomstig van het dak wordt primair voorkomen door toepassing van niet-uitlogende materialen, zoals omschreven in de Dubo-bepalingen, maar ook door beperking van de toepassing van lood, koper, zink en zacht pvc. Hierdoor wordt vervuiling van oppervlaktewater voorkomen.

44

bestemmingsplan Kraanvogelstraat fase 1a

Voor de afvoer van afval- en hemelwater wordt gebruik gemaakt van de bestaande aansluitingen op het openbare rioolsysteem. Of de bestaande aansluiting daarvoor geschikt is wordt nader bepaald Er worden geen waterpartijen aangelegd of aangepast. Voor het afvalwater wordt gebruik gemaakt van de bestaande aansluitingen op de openbare riolering. Voor het hemelwater wordt een tussenkomst van infiltratiekratten onder parkeerplaatsen voorzien met zo nodig een aansluiitng naar het riool (gescheiden aangeboden zodat eventueel op termijn aansluiting op een gescheiden hemelwaterriool mogelijk is). Als uit de nadere onderbouwing blijkt dat een gedeelte van het hemelwater niet op eigen terrein verwerkt kan worden, dan mag dit gedeelte lozen op de openbare voorziening. Het hemelwater moet dan op maaiveldniveau aangeboden worden. Daartoe wordt een waterhoushoudingsplan uitgewerkt, waarin wordt onderzocht welke maximale maatregelen mogelijk zijn in eigen gebied (combinatie van grasdaken, onverhard terrein en infitratievoorzieningen onder o.a. parkeerplaatsen. 5.13.7 Klimaatadaptatie Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar een klimaatbestendige en waterrobuuste leefomgeving, anticiperend op hevigere perioden met hitte, neerslag en droogte.

Bij ruimtelijke ontwikkelingen worden schadelijke effecten van klimaatverandering (wateroverlast en verdroging) voor het grondgebruik en vice versa beperkt of teruggebracht tot een acceptabel niveau. Waterhuishoudkundige voorzieningen zijn energiezuinig en duurzaam. Er moet gekomen worden tot een klimaatadaptieve ruimtelijke inrichting, o.a. voor wat betreft bebouwing, wegen, groen en water. Ook is het uitgangspunt dat water bij hevige neerslag in de bebouwing terecht komt of afstroomt buiten het plangebied. De hoeveelheid verhard oppervlak tot een minimum beperken. Zorgdragen voor voldoende waterberging, tegen hemelwateroverlast en ter buffering van water in droge tijden (zie ook waterberging). Groenstructuren klimaatrobuust aanleggen voor wat betreft areaal, type beplanting en waterbergend vermogen. Grondwateronttrekking (verdroging) beperken door hoogwaardige toepassing van drinkwater en het treffen van waterbesparende voorzieningen. Zo mogelijk hemelwater gebruiken voor laagwaardige toepassingen. Verder bij de ruimtelijke ontwikkeling rekening houden met de droogtegevoeligheid van de locatie en mogelijke bodemdaling die daardoor kan ontstaan. Gevolgen van/voor het plan In onderstaande paragraaf is het aspect waterberging verder toegelicht. Er vindt geen grondwateronttrekking plaats.

Bij extreme buien, die vaker kunnen ontstaan door klimaatverandering, is er voldoende afwatering naar het eerder genoemde gemengde rioolstelsel en de infiltratiekratten, die nader toegelicht wordt in 5.13.8. De openbare riolering van Wijchen is niet ontworpen op klimaatbuien. Dit betekent dat de eventuele afvoer van overtollig hemelwater van het particuliere terrein naar de openbare riolering nooit groter kan zijn dan de bui waarop de openbare riolering is ontworpen. Met andere woorden bij een klimaatbui blijft een deel van de neerslag op het particulierterrein. Doordat woningen boven straatpeil worden aangelegd en in de omgeving ook de bebouwing boven straatpeil is aangelegd, zal bij een extreme bui allereerst de straat vollopen. bij toepassing van een parkeerkelder zal een drempel worden voorzien, zodat ook die niet volloopt. 5.13.8 Waterberging Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar het vasthouden van gebiedseigen water door benutting van de natuurlijke bergingscapaciteit van bodem en oppervlaktewater. Natuurlijke grondwater- en oppervlaktewaterstanden worden beschermd of hersteld.

bestemmingsplan Kraanvogelstraat fase 1a

45

Hemelwater afkomstig van verharde oppervlakken zoveel mogelijk afkoppelen van de riolering met de voorkeursvolgorde: 1) Benutting, 2) Bodeminfiltratie binnen het gebied, 3) Berging binnen het gebied, 4) Vertraagde afvoer naar oppervlaktewater buiten het plangebied en 5) Afvoer naar riool. Compenseren van het verlies aan waterberging, indien hemelwater direct of indirect wordt geloosd op oppervlaktewater. De compensatieplicht (Keur waterschap) houdt in dat de toename van verharding in het ruimtelijk plan moet worden gecompenseerd door aanleg van extra waterberging. Dit met een eenmalige uitzondering van 500 m2 (stedelijk gebied) en 1500 m2 (landelijk gebied) voor particulieren en kleine bedrijven. De compensatieplicht geldt niet in individuele gevallen als op een afstand van 100 m of meer van het oppervlaktewater wordt geïnfiltreerd (beleidsregels Keur artikel 5.16 toetsingscriterium 2). Infiltratie- en bergingsvoorzieningen, zoals bodempassages en open water, moeten voldoende capaciteit hebben om het hemelwater te kunnen verwerken. En zodanig ruimtelijk ingepast (ruimtebeslag, ligging) dat adequaat functioneren is gewaarborgd. Gevolgen van/voor het plan Op basis van het Verkennend Bodemonderzoek dat op de locatie is uitgevoerd in april 2023 door NIPA blijkt dat er voldoende infiltratiemogelijkheden zijn binnen de locatie.

Er zal in het plangebied een afname zijn van oppervlakten bebouwing en verharding, zoals aangegeven in onderstaande tabel.

Huidige situatie oppervlak terrein Bebouwing

(m2) 7026 3753

Verharding 3273 Totaal huidig: 14052 Indicatieve afname verhard opervlak

Nieuwe situatie oppervlak terrein totaal Bebouwing

(m2) 7026 2497

Verharding*excl. tuinen Totaal toekomstig:

1887 11410

De waterberging voor het afstromende hemelwater met infiltratiemogelijkheid wordt gerealiseerd in het plangebied. Zodoende worden hemelwater en vuilwater gescheiden afgevoerd. Omdat per saldo de oppervlakte bebouwing en verharding in het plangebied zal afnemen en er in plaats van een geheel gesloten aansluiting op het gemengde stelsel met tussenkomst van infiltratiekoffers een aansluiting wordt gecreëerd met een gescheiden stelsel voor hemelwater, zal de natuurlijke waterhuishouding ter plaatse worden hersteld. Als eerder aangegeven wordt door initiatiefnemers een waterhuishoudkundig plan uitgewerkt voor de locatie waarin wordt onderzocht hoe een zo groot als mogelijke infiltratievcapaciteit binnen de planlocatie gerealiseerd kan worden. Gezien de centrumligging en te realiseren bouwtaakstelling, zal evenwel er wellicht onvoldoende fysieke ruimte zijn om de bergings- en infiltratieopgave geheel op eigen terrein in te vullen. Zodra inzage bestaat over de mogelijkheden en oplossingen, zal het college van b&w beoordelen of er in deze situatie gemotiveerd afgeweken kan worden van het beleidsuitgangspunt om al het hemelwater op eigen terrein te verwerken. Het watersysteem zal in de nieuwe situatie hoe dan ook meer robuust en flexibel zijn, omdat nu nog al het water versneld naar een gemengd rioolstelsel wordt afgevoerd.

Daar voor in de plaats zal bij het nieuwe plan een zo groot mogelijk deel op eigen gronden geïnfiltreerd worden en alleen dat deel, waarvoor geen fysieke ruimte is voor infiltratie, gescheiden worden aangeboden en aangesloten op een (hemelwater-)afvoer. 5.13.9 Gezondheid en veiligheid Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar een veilig watersysteem. Inrichting en beheer van het watersysteem op de planlocatie dient te zijn gericht op het voorkomen of beperken van risico's voor de volksgezondheid en veiligheid.

46

bestemmingsplan Kraanvogelstraat fase 1a

Risico's van optrekkend vocht primair beperken door ter plaatse van bebouwing te voorzien in voldoende ontwateringsdiepte en drooglegging. Of, als dit niet mogelijk is, door het treffen van maatregelen (bv. kruipruimtevrij bouwen, waterdicht bouwen). Een permanente verandering (verlaging) van grondwaterstanden is daarbij niet toegestaan. Voorts in het plan rekening houden met eventuele risico's van bodemdaling als gevolg van grondwaterstandsdaling (verdroging) of –fluctuatie (zie ook Klimaatverandering). Inrichting en beheer van oppervlaktewater in bebouwd gebied afstemmen op potentieel verdrinkingsgevaar (veilige oevers). Bij de ruimtelijke inrichting rekening houden met locaties waar waterkwaliteit een gezondheidsrisico kan vormen (zoals bij overstorten en stilstaand water). Gevolgen van/voor het plan Met het voornemen wordt er een appartementencomplex en grondgebonden woningen gerealiseerd. Het bouwpeil van alle gebouwen binnen het plangebied is gelegen op het maaiveld, behalve het appartementencomplex. Deze krijgt een halfverdiepte parkeerkelder. Het maaiveld is ten opzichte van de omgeving licht opgehoogd en is gelegen op ca. 8 m + N.A.P. Gelet op wat gesteld is in 5.13.3, kan hiermee voldaan worden aan de eisen voor ontwatering. 5.13.10 Conclusie Het aspect waterhuishouding levert geen belemmeringen op voor de uitvoerbaarheid van het voornemen.

Met het planvoornemen worden geen ruimtelijke ingrepen gedaan die een negatief effect hebben op de waterhuishouding. Infiltratiemogelijkheden zullen toenemen in vergelijking met de bestaande situatie. Nasder wordt onderzocht welke mogelijkheden daarvoor zijn, zowel technisch als qua fysiek geschikte ruimte. 5.13.11 Overleg met de waterbeheerder Formeel overleg met de Waterschap Rivierenland in het kader van de watertoets is volgens de nieuwe beleidslijn van het Waterschap verplicht indien toename verharding > 500 m2 (stedelijk gebied) en >1500 m2 (landelijk gebied). Hierop volgt een wateradvies van de waterbeheerder. Het advies van de waterbeheerder dient in de waterparagraaf te worden opgenomen. In overige gevallen kan het ruimtelijke plan (i.c. waterparagraaf) ter kennisneming worden toegezonden aan het waterschap. Er is een digitale watertoets uitgevoerd. Uitkomst van deze watertoets is dat het Waterschap Rivierenland een normale watertoetsprocedure zal afronden middels regulier overleg met de initiatiefnemer.

Op 19 juni 2023 heeft een ambtelijk overleg plaatsgevonden met de gemeente Wijchen, waarin de volgende aanpak is afgesproken: - Initiatiefnemers werken een waterhuishoudkundig plan uit voor het plangebied dat door de gemeente goedgekeurd dient te worden, alvorens vergunningen activiteit bouwen verleend kunnen worden; - op basis van eerste verkenningen lijkt het mogelijk om de onbebouwde ruimte en de bijgebouwen (uit te voeren met grasdaken) geheel af te koppelen en met infiltratieonder parkeerplaatsen te laten infiltreren; - inzage zal worden gegeven in bestaande en toekomstige bebouwde en verharde oppervlakten en de bestaande en toekomstige aansluitingen van DWA, specifiek ook de aanleghoogte van de parkeergarage en gevolgen voor de grondwaterstroming; - Mogelijk zal het dakwater van woongebouwen niet kunnen infiltreren, wegens te weinig fysieke ruimte in het plangebied. Dit water zou in dat geval op een andere wijze afgevoerd dienen te worden. Meest waarschijnlijk is dat dit dan gescheiden wordt aangeboden om tijdelijk aan te sluiten op het gemengde riool, zodat bij toekomstige aanpassingen van het stelsel het hemelwater ook kan aansluiten op een hemelwatervoorzeining. Daartoe worden op voorhand mogelijkheden gecreëerd om het hemelwater oppervlakkig af te voeren.

- pas na goedkeuring van het waterhuishoudkundige plan door de gemeente en waterschap, zal op basis van dit bestemmingsplan een bouwaanvraag vergund kunnen worden. E.e.a. wordt vastgelegd in een anterieure

bestemmingsplan Kraanvogelstraat fase 1a

47

overeenkomst. Eventuele verplichtingen voor initiatiefnemers worden aldus anterieur geborgd bij vaststelling van het bestemmingsplan.

5.14

MER beoordeling

Algemeen Op 21 februari 2011 heeft de wetgever het Besluit milieueffectrapportage en het Besluit omgevingsrecht gewijzigd. De belangrijkste wijziging is onder andere: het meer in overeenstemming brengen van het Besluit m.e.r. met de Europese richtlijn m.e.r. Hierbij hebben onder andere de zogenaamde drempelwaarde voor activiteiten een indicatief karakter gekregen. Met deze wijziging is bepaald dat voor activiteiten die op de bij het besluit m.e.r. behorende C- en D lijst zijn opgenomen, áltijd aandacht aan m.e.r. geschonken dient te worden. Hierbij dient te worden bepaald of een m.e.r. of m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. In algemene zin komt het erop neer dat voor activiteiten die behoren tot de C-lijst een m.e.r.-plicht volgt en voor activiteiten op die op de D-lijst zijn vermeld volgt óf een m.e.r.-beoordelingsplicht óf een motivering dat een m.e.r.(beoordeling) niet noodzakelijk is. Hierbij is de bij de activiteit behorende drempelwaarde onder andere van belang. Om te bepalen of een activiteit m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig is, conform het aangepaste Besluit m.e.r., is het type plan en het soort ontwikkeling van het plan van belang, zoals opgenomen in de Structuurvisie Ruimte (SVIR). De activiteit die door dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, behoren niet tot de C-lijst, waardoor er geen directe m.e.r.-plicht is.

De voorgenomen ontwikkeling, behoort echter wel tot de D-lijst, namelijk onder nummer 11.2 ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van een winkelcentra of parkeerterrein’. Met het planvoornemen wordt de woningbouw van 64 woningen mogelijk gemaakt. Gezien de kenmerken van dit plan, betreft dit geen 'stedelijk ontwikkelingsproject' in het kader van het Besluit milieueffectrapportage, omdat: het plangebied in de stedelijk gebied van Wijchen ligt en het niet bouwen van woningen in het buitengebied betreft; het plangebied al bestemd is met de bestemmingen voor stedelijk gebied; het plangebied momenteel al bouwvlakken en bouwmogelijkheden heeft. Er is geen sprake van een ‘stedelijke ontwikkeling’ en daarom is het opstellen van een vormvrije m.e.r.-beoordeling niet noodzakelijk. De drempelwaarde voor een m.e.r.-beoordeling is opgenomen in lijst D van het besluit m.e.r. Voor projecten groter dan 100 hectare en meer dan 2000 woningen dient altijd een m.e.r.- beoordeling plaats te vinden. De omvang van de woningbouw is zodanig beperkt dat er geen sprake is van overschrijding van de drempelwaarden is. Dit betekent dat er een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd kan (maar niet hoeft te) worden. In bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectenbeoordeling is een aantal beoordelingscriteria opgenomen.

Planbeoordeling (conform bijlage III EEG-richtlijn) Kenmerken van het project De realisatie van de woningen en de gebiedstransformatie van een bestaand bedrijventerrein is een project van beperkte omvang. Er is in onderhavig plan sprake van een kleine gebiedsontwikkeling met woningbouw. Er is geen sprake van gebruik van natuurlijke grondstoffen, productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder of risico op ongevallen. Plaats van het project De gronden zijn gelegen binnen de bebouwde kom van Wijchen, aan de Kraanvogel in het centrumgebied. De

48

bestemmingsplan Kraanvogelstraat fase 1a

gronden zijn al bebouwd en verhard.

Kenmerken van het potentiële effect Gezien de aard van de ontwikkeling zijn er geen negatieve effecten te verwachten. Relatieve rijkdom aan kwaliteit en het regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen van het gebied is niet aan de orde. Realisatie van het plan heeft geen relevante / significante effecten op bodem, waterhuishouding, verkeersaantrekkende werking luchtkwaliteit, bedrijfshinder en externe veiligheid. Dit geldt ook voor het aspect flora en fauna. Dit blijkt uit de vorenstaande verantwoording die in dit bestemmingsplan is vervat. Het plangebied ligt op voldoende afstand van Natura 2000 (Uiterwaarden Waal) en het Gelders NatuurNetwerk en zal geen relevante / significante invloed op deze gebieden hebben, zo blijkt uit de stikstioftoets. De resultaten uit de milieuonderzoeken leveren geen belemmering op voor de beoogde woningbouw.

bestemmingsplan Kraanvogelstraat fase 1a

49

50

bestemmingsplan Kraanvogelstraat fase 1a

Hoofdstuk 6 6.1

Juridische regeling

Algemene plansytematiek

Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en regels tezamen vormen het juridisch bindende deel van het plan. De toelichting bevat een motivatie en verantwoording van de keuzes die gemaakt zijn. Het plan voldoet aan de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). Hiermee is het plan digitaal uitwisselbaar conform de laatste standaarden.

6.2

De bestemmingen

Het voorliggend bestemmingsplan bevat een nieuwe juridische regeling. De reden voor de bestemmingsplanherziening was is het realiseren van een appartementencomplex en grondgebonden woningen. Binnen het plangebied komt enkel de bestemming 'Wonen (W)' voor. Op de verbeelding zijn bij deze bestemming de aanduidingen 'specifieke bouwaanduiding - gestapeld' en 'specifieke bouwaanduiding aaneengebouwd' aangebracht. Deze aanduidingen bepalen op welke locaties de typen woningen gerealiseerd kunnen worden. Ook zijn er aanduidingen opgenomen voor de maximale bouw- en goothoogte en het maximaal aantal toegestane wooneenheden. Met een bouwvlak is de situering van de woningen vastgelegd. Ook de bijgebouwenregeling is hierop afgestemd; zowel hoofd- als bijgebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gesitueerd. Daarnaast is binnen de bestemming Wonen ook aanleg van paden, groen, parkeervoorzieningen en waterbergende voorzieningen mogelijk gemaakt. Op een deel van het plangebied ligt de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie 2". Binnen deze dubbelbestemming gelden er regels voor bouwactiviteiten en het uitvoeren van werken en werkzaamheden. Verder ligt er op de zuidwestelijke hoek de gebiedsaanduiding "vrijwaringszone - molenbiotoop". Binnen deze zone gelden regels ten aanzien van de maximale bouwhoogte, zodat de molen voldoende wind kan vangen om functioneel te zijn.

bestemmingsplan Kraanvogelstraat fase 1a

51

52

bestemmingsplan Kraanvogelstraat fase 1a

Hoofdstuk 7 Economische en maatschappelijke aanvaardbaarheid 7.1

Economische aanvaardbaarheid

De economische uitvoerbaarheid komt geheel voor het risico van de initiatiefnemers, het plan kan voldoende haalbaar worden geacht. De plan- en procedurekosten voor dit bestemmingsplan worden door de initiatiefnemers voldaan. Tussen de gemeente Wijchen en de initiatiefnemer wordt een realisatieovereenkomst gesloten, voorafgaand aan de bestemmingsplanprocedure.

7.2

Maatschappelijke aanvaardbaarheid

Vooroverleg Het concept ontwerp bestemmingsplan zal is voorgelegd aan de vaste overlegpartners. Daaruit volgt een reactie van de provincie die als volgt luidt: In het voorontwerp spelen de provinciale belangen wonen, klimaatadaptatie en molenbiotoop een rol. Het belang klimaatadaptatie is goed geborgd in de planvorming. Over de borging van de belangen wonen en molenbiotoop in het bestemmingsplan hebben wij enkele opmerkingen. Daarom brengen wij hierover een advies uit. Het plan geeft veel aandacht aan betaalbare woningen. Dit is conform afspraken in de Woondeal. De Woondeal (2.0) afspraken zijn echter niet genoemd in het bestemmingsplan. Het advies is bij woningbouwplannen de afspraken uit de Woondeal 2.0 te benoemen in relatie tot de planvorming. Naar aanleiding van dit advies is de paragraaf gemeentelijk beleid hiermee aangevuld. Het appartementencomplex binnen de molenbiotoop heeft een maximale bouwhoogte van 15 meter. volgens de molenbiotoopberekening in de toelichting van het bestemmingsplan mag de bouwhoogte op de planlocatie niet meer bedragen dan 19.55 meter.We constateren dat de waarden in de molenbiotoopberekening onjuist zijn. Berekening is als volgt:

De toelaatbare bouwhoogte op de planlocatie is dan: 10.43 + 6.40 = 16.83 meter. De windvang van De Oude Molen in Wijchen wordt niet beperkt door de bouw van het appartementencomplex met een maximale bouwhoogte van 15 meter en past daarmee binnen het provinciaal belang voor de molenbiotoop. Het plan past binnen ons provinciaal belang voor de molenbiotoop. Advies is om de molenbiotoopberekening in de plantoelichting te corrigeren. Naar aanleiding van dit advies is de paragraaf molenbiotoop hierop aangepast. Omgevingsdialoog Op 24 mei 2023 heeft er een inloopavond plaatsgevonden in zaal Verploegen. Van 16:30 t/m 20:30 konden omwonenden, woningzoekenden, naastgelegen ondernemers en andere geïnteresseerden informatie opdoen

bestemmingsplan Kraanvogelstraat fase 1a

53

over de nieuwbouwplannen op de Kraanvogelstraat in Wijchen. De behoefte aan woningen in Wijchen is groot en dit bleek ook uit de opkomst van deze informatieavond. Tijdens de informatieavond zijn de eerste schetsen getoond van in totaal 64 woningen: 32 appartementen en 32 grondgebonden woningen. De woningen zullen worden ontwikkeld door ontwikkelaars Adrie Spanjaards Bouw en Ontwikkeling (appartementen) en Van de Klok (grondgebonden woningen). In totaal zijn er 138 geïnteresseerden aanwezig geweest verdeeld over de vijf tijdssloten. De Kraanvogelstraat heeft een grote invloed op de omgeving, niet alleen is dit voor een groot aantal mensen de entree naar hun woonwijk. Het gebied is daarom een doorn in het oog van veel omwonenden en zien ze dit gedeelte ook als een deel van de eigen wijk. De Kraanvogelstraat zal een positief impuls aan de wijk geven. Dit gecombineerd met de interesse vanuit lokale inwoners van Wijchen die al een tijd op zoek zijn naar een nieuwbouwwoning is de algehele tendens van de avond erg positief geweest. Specifiek benoemde aandachtspunten zoals voldoende parkeergelegenheid worden meegenomen bij de verdere planuitwerking en ook bij de aanpassing van de Kraanvogelstraat die t.z.t. nog zal moeten plaatsvinden.

Aandacht voor duurzaamheid Zoals de ontwikkelaars Van de Klok en Adrie Spanjaards aangaven tijdens het informatiemoment, is er bij de plannen voor De Kraanvogel veel aandacht voor duurzaamheid, groen, natuurinclusiviteit en klimaatadaptatie. Zo worden de platte daken voor een deel voorzien van mos of sedum, krijgen de woningen een warmtepomp en komen er in de gevels nestelgelegenheden voor vogels en vleermuizen. Zienswijzen Er zijn tegen het plan binnen de daarvoor geldende periode geen zienswijzen ingediend. Vaststelling Het plan is juridisch ongewijzigd vastgesteld. Ambtshalve is er nog een tekstaanpassing doorgevoerd in de toelichting, paragraaf 5.13.11, waarin de afspraken zoals die gemaakt zijn omtrent het waterhuishoudkundig plan zijn beschreven.

54

bestemmingsplan Kraanvogelstraat fase 1a

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=dc954eab-cfa9-4e80-b405-7cb8c2d61c3a