CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Kraanvogelstraat fase 1a_Toelichting

Raad openbaar Wijchen 30 november 2023, gemeente wijchenBij agendapunt: 128696 Beslisnota Bestemmingsplan Kraanvogelstraat fase 1a Wijchen15.619 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan - Toelichting -

Kraanvogelstraat fase 1a Gemeente Wijchen

BESTEMMINGSPLAN - Toelichting -

Kraanvogelstraat fase 1a Gemeente Wijchen

IDN-nummer:

NL.IMRO.0296.NRDKraanvogelfa1a-VGBP

Status:

vastgesteld

Datum:

30 november 2023

Locatie Nijmegen Wijchenseweg 102 6538 SX Nijmegen 024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl

Locatie Rosmalen Berlicumseweg 6D 5248 NT Rosmalen

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding

5

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

5 5 6 6 7

Aanleiding en doelstelling Plangebied Aanpak Geldend bestemmingsplan Leeswijzer

Hoofdstuk 2 Plangebied

9

2.1 2.2

Omgeving van het plangebied Huidige situatie

9 10

Hoofdstuk 3 Planvoornemen

11

3.1 3.2 3.3 3.4

Herontwikkeling Voorlopig ontwerp bouwplan Doelgroep Parkeervoorzieningen

11 11 12 12

3.5

Afwijking geldend bestemmingsplan

13

Hoofdstuk 4 Beleidskaders

15

4.1 4.2 4.3 4.4

15 16 18 19

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten

25

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12 5.13 5.14

25 26 28 30 31 31 31 34 35 39 41 42 42 48

Bedrijven- en milieuzonering Geluid Externe veiligheid Bodem Geur Luchtkwaliteit Natuur Verkeer en parkeren Archeologie Cultuurhistorie Molenbiotoop Leidingen Water MER beoordeling

bestemmingsplan Kraanvogelstraat fase 1a

3

Hoofdstuk 6 Juridische regeling

51

6.1 6.2

51 51

Algemene plansytematiek De bestemmingen

Hoofdstuk 7 Economische en maatschappelijke aanvaardbaarheid

53

7.1 7.2

53 53

Economische aanvaardbaarheid Maatschappelijke aanvaardbaarheid

Toelichting

4

bestemmingsplan Kraanvogelstraat fase 1a

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doelstelling

Aanleiding voor het opstellen van het voorliggend bestemmingsplan is het voornemen om een nieuw appartementengebouw en grondgebonden woningen te realiseren aan de Kraanvogelstraat in Wijchen. Hierbij worden de bestaande, verouderde bedrijfspanden gesloopt. Het appartementengebouw bestaat uit 21 appartementen in het segment middeldure huur of koop en 11 appartementen in de vrije sector. De grondgebonden woningen zijn verdeeld in 22 woningen in de categorie middeldure huur of koop en 10 grondgebonden woningen in de vrije sector. Deze zijn verdeeld in 25 muurwoningen en 7 hofwoningen. De ontwikkelingen maken onderdeel uit van het project Kraanvogel. Het gebied wordt getransformeerd in een aantrekkelijke woonbuurt met kleinschalige bedrijvigheid. Met de bouw van de appartementen en grondgebonden woningen wordt voorzien in een grote behoefte aan woningen in het segment "betaalbare koop". Door in de wijk een appartementengebouw te realiseren ontstaat een woonwijk met een gemengd aanbod. Om de voorgenomen ontwikkeling planologisch mogelijk te maken, is het voorliggend bestemmingsplan opgesteld.

1.2

Plangebied

Het plangebied ligt ten noorden van het centrum in het stedelijk gebied van Wijchen, tussen de Kruisbergseweg, de Hoefsestraat en de Kraanvogelstraat. Het plangebied omvat de kadastrale percelen Wijchen, sectie I, nummers 1862, 1863, 1815, 1233, 1485 en 1484.

bestemmingsplan Kraanvogelstraat fase 1a

5

Globale ligging plangebied (bron: kadviewer.map5.nl)

Globale begrenzing plangebied (bron: Slagboom&Peetersl)

1.3

Aanpak

De voorgenomen locatieontwikkeling wordt mogelijk gemaakt met een herziening van het bestemmingsplan. De voorliggende toelichting maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan 'Kraanvogelstraat fase 1a' en vormt de onderbouwing van het initiatief.

1.4

Geldend bestemmingsplan

De planologische situatie van het plangebied is vastgelegd in het bestemmingsplan 'Noord-Wijchen' (vastgesteld, 10 november 2011). In dit bestemmingsplan is het gehele plangebied bestemd als 'Gemengd'. Er zijn twee bouwvlakken opgenomen voor het plangebied, één voor het meest westelijke gedeelte van het plangebied en één voor de rest van het plangebied. Voor beide bouwvlakken geldt een maximaal bebouwingspercentage van 85% en een maximale goot- en nokhoogte van 7 en 10 meter. De Kraanvogelstraat aan de zuidrand van het plangebied heeft de bestemming 'Verkeer - Verkeer en verblijf' Naast deze enkelbestemming zijn de dubbelbestemmingen 'Molenbeschermingszone' en 'Archeologisch waardevol gebied' opgenomen. De dubbelbestemming 'Molenbeschermingszone' geldt slechts voor het zuidwestelijke gedeelte van het plangebied. Naast de bestemmingen binnen het bestemmingsplan 'Noord-Wijchen' is in het Parapluplan Cultuurhistorie Wijchen voor het gehele gebied de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorisch waardevol gebied' opgenomen.

6

bestemmingsplan Kraanvogelstraat fase 1a

Fragment verbeelding bestemmingsplan 'Noord-Wijchen'

1.5

Leeswijzer

Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en deze toelichting. De regels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan. De toelichting vormt de ruimtelijke onderbouwing van het initiatief en is als volgt opgebouwd: in Hoofdstuk 2 wordt de bestaande situatie in het plangebied beschreven; in Hoofdstuk 3 wordt het voorgenomen plan beschreven; in Hoofdstuk 4 volgt een beschrijving van het ruimtelijke beleidskader dat van toepassing is op het bestemmingsplan; in Hoofdstuk 5 komen de relevante milieu- en omgevingsaspecten aan bod; in Hoofdstuk 6 volgt de beschrijving van het juridische deel van het plan; in Hoofdstuk 7 komt de economische uitvoerbaarheid aan bod en worden tenslotte de resultaten uit overleg en inspraak besproken en behandeld.

bestemmingsplan Kraanvogelstraat fase 1a

7

8

bestemmingsplan Kraanvogelstraat fase 1a

Hoofdstuk 2 2.1

Plangebied

Omgeving van het plangebied

Het plangebied ligt ten noordoosten van het centrum van Wijchen en de spoorlijn Nijmegen - Den Bosch. De omgeving van het plangebied is in de jaren 1960-1980 ontwikkeld tot een bedrijventerrein met zeer diverse bedrijven. Zo zijn er een fietsenhandel, een Boerenbond, een kringloopwinkel en enkele installatiebedrijven gevestigd. De bedrijfspanden zijn opgericht tussen het jaar 1965 en 1990. In de directe omgeving van het plangebied laat het bebouwingsbeeld zich vooral kenmerken door bedrijfspanden met tussen de 1 en 3 bouwlagen. Ten noorden van het plangebied is Vogeltjeswijk gesitueerd. Dit is een woonwijk met diverse soorten woningen (zowel appartementen als grondgebonden woningen) die voornamelijk in de periode 1965-1970 zijn gebouwd. Ten westen van het plangebied is een relatief nieuwe woonwijk gesitueerd die is opgericht tussen 2005 en 2010. Dit woongebied bestaat zowel uit grondgebonden woningen als appartementen. De Kraanvogelstraat verbindt de Hoefsestraat met de Kruisbergseweg, De Hoefsestraat is een belangrijke verkeersader, die de Randweg Noord verbindt met de Ringlaan. De Hoefsestraat is één van de primaire noord-zuid verkeerswegen in de kern Wijchen. Via de Hoefsestraat kan men het station en het centrum van Wijchen bereiken.

Ligging van het plangebied binnen het stedelijk gebied van Wijchen (bron: Slagboom&Peeters)

bestemmingsplan Kraanvogelstraat fase 1a

9

2.2

Huidige situatie

In de huidige situatie zijn er binnen het plangebied vier verschillende bedrijfspanden gesitueerd. Deze panden hebben parkeerruimte aan de Kraanvogelstraat, maar ook achter en naast de bedrijfspanden. In de huidige situatie maken de panden een gedateerde en vervallen indruk. Alle bedrijfspanden bestaan uit één of twee bouwlagen.

Obliek van de planlocatie vanaf het zuiden (bron: Slagboom en Peeters)

10

bestemmingsplan Kraanvogelstraat fase 1a

Hoofdstuk 3 3.1

Planvoornemen

Herontwikkeling

Het planvoornemen bestaat uit de realisatie van een appartementengebouw en grondgebonden woningen. Het appartementengebouw wordt ingevuld met 32 appartementen in totaal. Van deze 32 appartementen worden er 21 gerealiseerd als "middeldure koop" of middeldure huur (max. 187 WWS punten) en 11 in de vrije sector. Het appartementengebouw wordt aan de westzijde van het plangebied gerealiseerd. Voor de realisatie van het gebouw wordt de bestaande bedrijfsbebouwing op de locatie gesloopt. Er worden 32 grondgebonden woningen gerealiseerd. Van deze 32 woningen worden er 22 gerealiseerd als middeldure huurwoningen (max 187 WWS punten) en/of middeldure koop en 10 in de vrije sector. De ontwikkeling van een appartementencomplex en grondgebonden woningen op de locatie Kraanvogelstraat sluit aan op de vrij recent gebouwde woonwijk ten westen van de planlocatie. Fase 1 Kraanvogel is opgeknipt in 2 fasen gezien het ontwikkeltempo te groot is tussen fase 1a (voorliggende fase) en 1b. Deze knip is gemaakt omdat anders de ontwikkeling van woningbouw te veel vertraging oploopt, terwijl er juist ook behoefte is aan woningbouw op korte termijn,met name in het betaalbare segment. Met deze fasering is de sociale component voorzien in de vervolg fase 1b. De doelgroep voor de woningen zijn starters/doorstromers, waarbij niet specifiek levensloopbestendig wordt gebouwd.

De woningen worden conform bouwbesluit eisen gerealiseerd, dat betekent geen of lage drempels. Deuren worden voldoende breed en de trap is geschikt voor het plaatsen van een traplift. Voor de appartementen is de doelgroep breed, maar zullen vermoedelijk vooral ouderen geïnteresseerd zijn. Deze appartementen hebben wel alle leefruimtes op één woonlaag.

3.2

Voorlopig ontwerp bouwplan

Er is voor deze locatie een bouwplan in ontwikkeling. In het voorlopig ontwerp-bouwplan bestaat de nieuwe wijk uit vijf verschillende blokken. Het appartementengebouw is georiënteerd op de Kraanvogelstraat, in het westen van het plangebied. Het overige gedeelte van het plangebied wordt gebruikt voor het realiseren van de grondgebonden woningen. Deze woningen worden in vier verschillende blokken gerealiseerd. Twee lange rijen van woningen begeleiden de Kraanvogelstraat. In het midden van de Kraanvogelstraat wordt er een toegangsweg aangelegd, die de twee achterliggende blokken met woningen ontsluit. Het appartementengebouw zal worden uitgerust met een half verdiepte parkeerlaag met daarboven vier woonlagen. Hierbij wordt de bovenste woonlaag aan de voorzijde terugliggend uitgevoerd. De bijbehorende verkavelingstekening is opgenomen alsBijlage 1 Verkavelingstekening bij de toelichting. Hieronder is een uitsnede van de de tekening te zien.

bestemmingsplan Kraanvogelstraat fase 1a

11

Uitsnede verkavelingstekening Kraanvogelstraat

3.3

Doelgroep

Conform het collegebesluit, waarin principemedewerking wordt verleend, richt het voornemen zich op de bouw van 21 appartementen en 22 grondgebonden woningen in de categorie "betaalbare koop" of middeldure huur. Ook worden er 11 appartementen en 10 grondgebonden woningen gerealiseerd in de vrije sector. De locatie is een logische plek voor realisatie van een appartementencomplex en grondgebonden woningen in de categorie "betaalbare koop" of middeldure huur, gezien de nabije ligging van de centrumvoorzieningen en het station van Wijchen op circa 5 minuten loopafstand.

3.4

Parkeervoorzieningen

Bij de woningen moeten voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd worden op eigen terrein. Op basis van de overeenkomst met de gemeente Wijchen geldt er voor het gebied een parkeernorm van 1 parkeerplaats per woning op eigen terrein. Voor dit project zijn er in totaal 64 parkeerplaatsen benodigd. Op basis van het verkavelingsplan, worden de parkeerplaatsen als volgt gerealiseerd: 20 parkeerplaatsen half verdiept onder het appartementencomplex; 12 parkeerplaatsen op het achterterrein van het appartementencomplex; 14 parkeerplaatsen achter de muurwoningen (west); 18 parkeerplaatsen achter de muurwoningen (oost); Dit betekent dat er in totaal 64 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Hiermee wordt voldaan aan de parkeernorm. Het parkeren voor de bewoners van het appartementencomplex vindt plaats in de half verdiepte parkeergarage onder het complex, een parkeerterrein aan de achterzijde van het complex en op eigen terrein aan de Kraanvogelstraat. Het parkeren voor de muurwoningen vindt plaats achter de woningen. Het parkeren voor de hofwoningen vindt plaats op de parkeerterreinen achter de muurwoningen. De voorzieningen voor bezoekersparkeren worden gerealiseerd in het openbaar gebied. Hiervoor geldt een eis van 0,3 plaatsen per woning. Aldus is ook daar voldoende ruimte voor in het openbaar gebied.

12

bestemmingsplan Kraanvogelstraat fase 1a

3.5

Afwijking geldend bestemmingsplan

De planlocatie is in het geldend bestemmingsplan bestemd met de bestemming 'Gemengd'. Het planvoornemen, het oprichten van een appartementencomplex met 32 appartementen en 32 grondgebonden woningen, is conform deze bestemming niet mogelijk. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken dient het huidige bestemmingsplan te worden herzien.

bestemmingsplan Kraanvogelstraat fase 1a

13

14

bestemmingsplan Kraanvogelstraat fase 1a

Hoofdstuk 4 4.1

Beleidskaders

Rijksbeleid

4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is door het Rijk opgesteld. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 wordt hierin de langetermijnvisie in beeld gebracht. Op nationale belangen wil het Rijk (net als nu) sturen en richting geven. Hiervoor worden vier prioriteiten onderscheiden: 1. Ruimte voor klimaat adaptatie. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel. 3. Sterke en gezonde steden en regio's. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om invulling te kunnen geven aan deze vier prioriteiten hanteert het rijk de volgende drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaat voor enkelvoudige functies. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. 3. Afwentelen wordt voorkomen. Verduurzaming is het meest urgent in de meest milieubelaste en kwetsbare gebieden, zoals nabij waardevolle natuurgebieden (bijv. met een grote culturele waarde) en grondwaterbeschermings-gebieden, bij gebieden waar de concentratie van bedrijven groot is of waar bedrijven dicht op bewoond gebied zijn gesitueerd. 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel bekend als de AMvB Ruimte, zijn 13 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen met het oog op een goede ruimtelijke ordening.

Het Barro is op 30 december 2011 deels in werking getreden en met enkele onderwerpen aangevuld per 1 oktober 2012. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Dit betreft onder meer het Nationale Natuurnetwerk (voorheen de Ecologische Hoofdstructuur) en Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Deze ontwikkeling is niet gelegen in of nabij een gebied waarin het Rijk een nationaal belang heeft aangewezen. Het Barro heeft daarom geen consequenties voor het planvoornemen. 4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening; ladder voor duurzame verstedelijking Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is per juli 2017 op onderdelen gewijzigd. In artikel 3.1.6 van het Bro is de 'motivering duurzame verstedelijking' opgenomen. Deze ladder stelt eisen aan de onderbouwing in bestemmingsplannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken. De motivering duurzame verstedelijking richt zich op substantiële veranderingen en bouwplannen, die qua aard en omvang zodanig zijn, dat voor mogelijke leegstand elders gevreesd zou kunnen worden. Het doel is om overbodige bouwplannen (kantoren, woningen) te voorkomen en hergebruik te stimuleren. Per 1 juli 2017 is een aantal wijzigingen op de eerdere ladder van kracht geworden.

Op basis van deze gewijzigde tekst geldt in het geval dat het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dat de toelichting een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling, de zogeheten Laddertoets. Voor woningbouwplannen geldt dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. De Laddertoets moet alleen worden uitgevoerd indien deze stedelijke ontwikkeling ook 'nieuw' is. Het planvoornemen betreft een nieuwe stedelijke ontwikkeling van 32

bestemmingsplan Kraanvogelstraat fase 1a

15

appartementen en 32 grondgebonden woningen. Netto vindt er een toename van 64 wooneenheden plaats binnen het plangebied. Hiermee is de planontwikkeling officieel Ladderplichtig volgens de ladder duurzame verstedelijking. Betreffende de Laddertoets gelden de volgende criteria voor het planvoornemen: Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? Vanuit de Woonagenda subregio Nijmegen e.o. 2020-2030 (per 1-7-2023 geldt de Woondeal 2.0.) en de Woonvisie Gemeente Wijchen 2025 wordt invulling gegeven aan de wens voor kleinschalige nieuwbouw in de kernen van de gemeente. Lokale behoefte is hierin leidend. Plannen moeten in aantallen én programmering aansluiten bij de behoefte. Het ruimtelijk verzorgingsgebied van het woningbouwproject is gering. Het project faciliteert voornamelijk voor inwoners uit het dorp Wijchen en de directe omgeving. In de gemeente Wijchen is sterke behoefte aan betaalbare huurappartementen en grondgebonden woningen voor middeninkomens. De nieuwbouw zal gerealiseerd worden naast een wijk waarin een trend van vergrijzing zichtbaar is. Deze trend en de vraag naar één- en tweepersoons woningen wordt ook benoemd in de Woonvisie Gemeente Wijchen. De gerealiseerde nieuwbouw maakt het mogelijk voor middeninkomens om in Wijchen te kunnen blijven wonen.

Gesteld kan worden dat het ruimtelijk verzorgingsgebied voornamelijk beperkt blijft tot de wijk waarin het planvoornemen mogelijk wordt gemaakt. Op basis van de Woonvisie Gemeente Wijchen 2025 kan er ook gesteld worden dat er behoefte is aan de voorgenomen ontwikkeling. Hiermee voldoet het planvoornemen aan de criteria van de Laddertoets en ligt het planvoornemen in lijn met het Bro.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Op 19 december 2018 hebben de Provinciale Staten de omgevingsvisie van de provincie Gelderland vastgesteld. De omgevingsvisie is op 1 maart 2019 in werking getreden. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is een structuurplan van de provincie Gelderland, met als doel een gaaf Gelderland te behouden en te ontwikkelen voor de toekomst. Daarbij staat een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. In de omgevingsvisie is een zevental ambities opgenomen. Deze omvatten, in grote lijnen, de volgende onderwerpen: Energietransitie: van fossiel naar duurzaam Klimaatadaptatie: omgaan met veranderend weer Circulaire economie: sluiten van kringlopen Biodiversiteit: werken met de natuur Bereikbaarheid: duurzaam verbonden Vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam

16

bestemmingsplan Kraanvogelstraat fase 1a

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland: Woon- en leefomgeving Op het gebied van Woon- en leefomgeving hanteert de Provincie Gelderland de volgende kernbegrippen: dynamisch, divers en duurzaam. Binnen het hoofdstuk Woon- en leefomgeving is opgenomen dat de Provincie streeft naar een duurzaam en divers woon- en leefklimaat dat weet te anticiperen op ontwikkelingen. Hieruit vloeit de ambitie voort binnen Gelderland een aanbod aan woningtypen en woonmilieus passend bij de diversiteit aan woningvraag te realiseren; voor ieder een passende, duurzame woning. Het appartementencomplex en de grondgebonden woningen worden gerealiseerd voor de doelgroep middeninkomens. Circa éénderde van de appartementen en woningen wordt gerealiseerd in de vrije sector. Het planvoornemen voorziet in een uitbreiding van het woningaanbod binnen stedelijk gebied. Het plangebied is verder niet gelegen binnen overige invloedsferen van de Omgevingsvisie. Gelet op vorenstaande is het planvoornemen in lijn met de woonvisie zoals vastgesteld in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. 4.2.2 Omgevingsverordening Gelderland De Omgevingsverordening Gelderland is vastgesteld door Provinciale Staten op 24 september 2014 en in werking getreden op 18 oktober 2014. De Omgevingsverordening is voor het laatst geactualiseerd in januari 2023. Voorliggende ontwikkeling zal moeten voldoen aan de regels in de Omgevingsverordening.

De Omgevingsverordening richt zich op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en bodem. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De voorliggende ontwikkeling ligt niet binnen een Nationaal Landschap, de Romeinse Limes, de Groene Ontwikkelingszone (GO), het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Hollandse Waterlinie. De locatie maakt ook geen deel uit van een ganzenfoerageergebied of beschermingsgebied natte landnatuur. Wonen Voor het plangebied zijn de sectorale bepaling met betrekking tot nieuwe woonlocaties (artikel 2.2.1.1) van belang. Nieuwe woonlocaties kunnen slechts worden toegestaan wanneer dit past in het vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde Kwalitatief Woonprogramma successievelijk de door Gedeputeerde Staten vastgestelde kwantitatieve opgave wonen voor de betreffende regio. Omdat op de planlocatie reeds woningen zijn voorzien, is deze ook reeds onderdeel van het KWP. Het

bestemmingsplan Kraanvogelstraat fase 1a

17

vastgestelde Kwalitatief Woonprogramma voor de regio waarin de planlocatie is gelegen betreft de Woonagenda subregio Nijmegen e.o. 2020-2030 (per 1-7-2023 geldt de Woondeal 2.0). In paragraaf 4.3.1 is toegelicht hoe het voornemen binnen deze woonagenda past. Gelet op het bovenstaande kan worden gesteld dat het ruimtelijk voornemen past binnen de provinciale kaders die worden gesteld in de Omgevingsverordening Gelderland.

4.3

Regionaal beleid

4.3.1 Woonagenda Subregio Nijmegen en Woondeal 2.0 In de Woondeal 2.0 hebben partijen het streven om 33.000 woningen van 2022 tot en met 2030 toe te voegen; dit betekent een ophoging van de realisatie van nu 3.300 woningen per jaar naar zo’n 3.700 woningen per jaar. Op dit moment is er voor de periode tot en met 2030 voldoende plancapaciteit van minimaal 48.000 woningen, waarvan 13.800 woningen harde plancapaciteit. Deze plancapaciteit ligt geleidelijk boven 130% van de geambieerde nieuwbouw van 33.000 woningen. Daarmee is er in theorie voldoende plancapaciteit en zijn er mogelijkheden om eventueel een grotere productie te realiseren ten behoeve van een toenemende woningbehoefte. Voor de gemeente Wijchen geldt de volgende opgave: Te realiserenwoningen bruto:

2.080

Netto plancapaciteit:

2.700

Woningen Sociale huur

540

Midden-huur

110

Betaalbare koop

460

Totaal:

1.110

Wijchen na 2027:

520

Elke gemeente heeft een eigen woonagenda of woonvisie vastgesteld of in afronding. In al deze visies is opgenomen welke lokale thema's er spelen en wat als kwaliteit wordt gezien. Veel thema's spelen binnen de gehele regio, maar het belang en de prioriteit die aan bepaalde thema's wordt gegeven kan per gemeente verschillen. Deze verschillen werken ook door in de woningbouwprogramma´s en de keuzes die daarin worden gemaakt. De gemeentelijke woonagenda's en –visies zijn vertaald in de subregionale woonagenda. De ambities van de Woonagenda Subregio Nijmegen en omstreken omvatten: Snel én verantwoord inspelen op woningbehoefte Diversiteit van het woonmilieu versterken Een duurzame en flexibele woningvoorraad Het planvoornemen voorziet voornamelijk in het realiseren van de eerste en derde ambitie van de Woonagenda Subregio Nijmegen. Door lokaal in te spelen op de woningbehoefte van de wijkbewoners wordt invulling gegeven aan de wens om voor de doelgroep van middeninkomens een woningaanbod te realiseren, dat zowel aansluit op de wensen van deze doelgroep qua locatie als betaalbaar is. Ook zorgt het planvoornemen voor een diverser woonmilieu in de wijk, die in de omgeving van het plangebied hoofdzakelijk bestaat uit appartementen en rijtjeswoningen. Hiermee past het plan binnen de ambities, die worden gesteld in de Woonagenda Subregio Nijmegen.

18

bestemmingsplan Kraanvogelstraat fase 1a

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1 Strategisch Kompas Wijchen 2035 De volgende Werkafspraken uit het Strategisch Kompas Wijchen 2035 is voor onderhavig plan het meest relevant: 2.1 Woningbouwopgave en versnelling Een gezonde woningmarkt met een woningtekort van 2% in 2030. Daarom zetten we conform de provinciaal bestuurlijke afspraak in op de bouw van minimaal 33.000 woningen tot en met 2030 . En richting 2040 zo'n 55.000 woningen. Circa 20.000 van deze woningen worden gerealiseerd in 3 grootschalige NOVEX-woningbouwlocaties: Nijmegen Stationsgebied, Nijmegen Kanaalzone en de Spoorzone Arnhem Oost en 17.000 woningen in de 17 andere focusgebieden. Ophoging van de woningproductie van 3.300 naar zo'n 3.700 woningen per jaar; onder andere door inzet op flexwoningen en ruimte voor alternatieve woonvormen. Beter benutten van de bestaande voorraad als (onderbelichte) kans voor het verminderen van de woningnood en het optimaal benutten van de gebouwde omgeving bij de groei van het aantal kleinere huishoudens, als kans voor het vergroten van leefkwaliteit in bestaande wijken, en voor het realiseren van de ambities van de verstedelijkingsstrategie 'meer landschap meer stad'. Doordat we vergrijzen en ontgroenen en individualiseren zijn er andere woningen en meer woningen nodig. Er is nu een tekort aan geschikte woningen om al deze huishoudens te kunnen huisvesten. Denk o.a.

aan meer starterswoningen voor jongeren, meer 1-persoonswoningen en meer levensloopbestendige woningen, meergeneratiewoningen, woonzorg-combinaties voor onder meer ouderen. Dit alles zowel in koop als huur. Flexibele woonvormen kunnen ook een uitkomst bieden. Denk aan tijdelijke woningen of woningen die aangepast kunnen worden, bijvoorbeeld van 2 kleine woningen 1 maken. Op dit moment zijn er, in vergelijking met gemiddeld in Nederland, weinig kleine woningen in de gemeente Wijchen aanwezig. Dit past bij de groeikern die Wijchen in een bepaalde periode is geweest. Maar dit betekent dat ons huidige aanbod niet goed aansluit bij de toekomstige ontwikkelingen naar meer éénpersoonshuishoudens. De opgave die er ligt heeft nadrukkelijk niet alleen betrekking op nieuwbouwwoningen maar ook op bestaande woningen en wijken. We hebben nu maar ook op de lange termijn een opgave als het gaat om het huisvesten van bijzondere doelgroepen zoals arbeidsmigranten, spoedzoekers (mensen waarvoor op zeer korte termijn huisvesting noodzakelijk is), vergunninghouders (statushouders) en kwetsbare groepen (uitstroom uit maatschappelijke opvang en jeugdhulp). Ons huidig woningaanbod is hiervoor niet passend en/of toereikend. En we moeten blijven aansluiten bij de (veranderende) vraag en dat in een moeilijke woningmarkt.

Het planvoornemen draagt bij aan het realiseren van verschillende ambities uit dit Strategisch Kompas Wijchen 2035. Zo wordt er met het planvoornemen bijgedragen aan de realisatie van een gedifferentieerd woningaanbod. Hiermee wordt ook de diversiteit van het woningmilieu vergroot. Het planvoornemen is hiermee in lijn. 4.4.2 Structuurvisie Wijchen Op 29 mei 2009 is de Structuurvisie Wijchen 2009 vastgesteld. In deze visie wordt een doorkijk gegeven naar de gewenste ontwikkeling van Wijchen. In deze structuurvisie worden de aspecten bodem en water, natuur, landschap, cultuurhistorie en archeologie, wonen, bedrijvigheid, landbouw, recreatie, verkeer en milieu behandeld. Deze structuurvisie geeft een overzicht van de verwachte ontwikkelingen binnen de gemeente Wijchen voor een periode van tien jaar.

bestemmingsplan Kraanvogelstraat fase 1a

19

De gemeente gaat uit van een compacte groei en het benutten van potenties van bestaand stedelijk gebied zonder daarbij de bestaande kwaliteit aan te tasten, in combinatie met een vitaal platteland en sterke kleine kernen. De planlocatie maakt deel uit van de zone 'transformatie wonen en werken'. Binnen deze gebieden is – zoals in de gebiedstypering is opgesloten – de mogelijkheid om tot herstructurering en woningbouw te komen. Daarbij is wonen een prima invulling om verpaupering te voorkomen en nieuwe dynamiek te geven aan het gebied.

Kaart Structuurvisie Wijchen Binnen de Structuurvisie Wijchen wordt er tevens gesproken over een structurele aanpak van het tekort aan huisvesting voor jongeren, starters en ouderen op korte termijn door deze groepen voorrang te geven in de verschillende woningbouwprogramma's. De centrumdorpse toevoeging van 64 wonigen op een verouderd bedrijventerrein past als ontwikkeling inde meerledige doelstellingen van de structuurvisie. Dit bestemmingsplan geeft een maatwerkinvulling binnen het gebied waar transformatie wordt voorgestaan. Aangesloten wordt bij de karakteristieken van het gebied en de randen. Het initiatief past daarmee binnen de Structuurvisie Wijchen, waarin de locatie ook is opgenomen als gebied met aanduiding 'transformatie wonen/werken'. 4.4.3 Visie- en ambitiedocument transformatie Kraanvogelstraat In mei 2020 heeft de gemeente Wijchen het visie- en ambitiedocument voor de transformatie van het gebied rondom de Kraanvogelstraat vastgesteld. De gemeente is voornemens het gebied te transformeren naar een levendige buurt met wonen, werken en verblijven. De opgave bestaat uit drie onderdelen: 1. 2. 3.

20

Functieverandering van bedrijven naar wonen; Passende kwaliteitsimpuls; Geleidelijke, gezamenlijke aanpak.

bestemmingsplan Kraanvogelstraat fase 1a

Kansen van de locatie als 'visitekaartje' van Wijchen aan het spoor De gemeente Wijchen heeft, op basis van de Woonvisie en overleg met de leefbaarheidsgroep, vastgesteld welke behoefte er bestaat. ten aanzien van woningtypen. Bovenstaande behoeften zijn vertaald naar een indicatief basisprogramma voor sociale huur- en zorgwoningen, middeldure woningen en hoger segment huur- en koopwoningen. (onder betaalbare woningen worden woningen volstaan die onder de betaalbaarheidsgrens (€ 355.000 (peildatum 2023) liggen). Daarnaast zijn gedeelde functies mogelijk, zoals: (maatschappelijke) voorzieningen (zoals zorg-, sport-, studie en werkruimten); passende commerciële voorzieningen en bedrijven (zoals terugkeerders); horeca. Voorliggend plan voorziet in het realiseren van verschillende woningtypen in verschillende prijsklassen. Hierdoor ontstaat er diversiteit in de aanwezige woonmilieus en zijn de woningen aantrekkelijk voor verschillende doelgroepen. Ook is het ontwerp compact vormgegeven en wordt er gestreefd naar een passende, maar moderne beeldkwaliteit. De grootste winst wordt behaald door het duurzaam transformeren van een vervallen bedrijventerrein naar een levendige woonwijk. Hiermee wordt aangesloten op de visie en ambitie zoals vastgelegd in het visie- en ambitiedocument.

4.4.4 Woonvisie Gemeente Wijchen 2025 De Woonvisie Gemeente Wijchen 2025 is opgesteld in februari 2017 als kader dat richting geeft aan ontwikkelingen die Wijchen raken op het gebied van woonmilieu. In deze visie wordt omschreven waar de gemeente moet bijsturen, afremmen of juist versnellen om haar doelen op het gebied van wonen te bereiken. Op het gebied van gemeentelijk woonmilieu zijn doelen geformuleerd voor een woningaanbod in balans. Zo wil de gemeente Wijchen voor starters, jonge gezinnen, (vitale) senioren en mensen met een zorgvraag meer mogelijkheden op de woningmarkt. Dit vraagt om speciale aandacht voor de woonwensen van deze groepen, maar ook om het aanpassen van het huidige aanbod op deze wensen. De gemeente vindt het belangrijk dat er aandacht is voor innovatie en vernieuwing in haar visie op wonen om in te spelen op de veranderende woningvraag in de komende jaren. Hierbij ziet de gemeente dat het aantal een- en tweepersoonshuishoudens de komende tijd toeneemt door trends zoals vergrijzing en de toename van alleenstaanden. Meer een- en tweepersoons huishoudens betekent een grotere vraag naar kleinere woningen, iets wat vooralsnog veel ontbreekt in de gemeente. De sloop van bedrijfspanden voor de realisatie van 32 appartementen en 32 grondgebonden woningen

bestemmingsplan Kraanvogelstraat fase 1a

21

voorziet in deze transitie naar een woonmilieu met woningen voor specifieke doelgroepen. Hiermee past het planvoornemen binnen de Woonvisie Gemeente Wijchen 2025. 4.4.5 Mobiliteitsvisie Druten Wijchen, duurzaam onderweg tussen Maas en Waal' en Parkeerbeleidsplan gemeente Wijchen 2016 De gemeentelijke Beleidsvisie is vastgesteld op 28 januari 2021 en schetst de hoofdlijnen van het verkeers- en vervoersbeleid voor een periode van tien jaar. Daarnaast wordt sinds 25 oktober 2016 het Parkeerbeleidsplan gemeente Wijchen gehanteerd. Het parkeerbeleidsplan is op 10 mei 2016 vastgesteld en aangevuld en opnieuw vastgesteld in 2020. Een belangrijk aandachtsveld is het parkeren. In de parkeerbehoefte wordt voorzien door een passend aanbod van parkeerruimte. Gezien de centrumligging van onderhavige locatie, de goede bereikbaarheid van voorzieningen en openbaar vervoer en de doelgroepen waarvoor gebouwd wordt, wordt er binnen het plangebied voorzien in 1 parkeerplaats per wooneenheid en dat er in openbaar gebied ruimte is voor bezoekersparkeren, passend in een dergelijk centrumgebied.. In paragraaf 5.8 Verkeer en parkeren wordt verder ingegaan op het bovenstaande. 4.4.6 Beleidsplan Natuur & Biodiversiteit Wijchen Biodiversiteit als integraal duurzaamheidsthema Biodiversiteit en natuur zijn onlosmakelijk verbonden aan duurzame gebiedsontwikkelingen.

Gelukkig heeft biodiversiteit veel koppelkansen met andere duurzaamheidsthema’s als klimaatadaptatie, gezonde leefomgeving, energietransitie en circulariteit. In ieder project en elke handeling zijn mogelijkheden om biodiversiteit (op termijn) te versterken. Hiervoor is het belangrijk biodiversiteit integraal op te nemen in plannen, projecten en besluitvorming. Biodiversiteit als integraal duurzaamheidsthema staat voor een natuurinclusieve aanpak. Natuurinclusief wil zeggen dat gezorgd wordt dat plannen, projecten en handelingen een bijdrage leveren aan de lokale biodiversiteit en natuurwaarden. Tegelijk draagt dit bij aan een gezonde, evenwichtige leefomgeving én voorkomt het vertraging in het proces en onverwachtse verrassingen vanuit de wet- en regelgeving. Huidige stand van zaken In de meeste gevallen wordt in voldoende mate rekening gehouden met de wet- en regelgeving. Bovenwettelijke maatregelen en kansen voor biodiversiteit worden echter niet opgenomen als criteria bij uitvragen vanuit de gemeente. Bij beheer en onderhoud wordt in specifieke gevallen rekening gehouden met natuurwaarden. De laatste jaren wordt biodiversiteit steeds meer meegenomen bij ontwikkelingen om een meerwaarde te creëren. Voorbeelden hiervan zijn natuurinclusief bouwen bij renovaties van huurwoningen en de komende herinrichting van het gebied tussen het kasteel en het Wijchens meer.

De gemeente Wijchen gaat stappen zetten om biodiversiteit als volwaardig duurzaamheidsthema te integreren in de organisatie. De gemeente gaat zich inzetten om natuurinclusief bouwen en handelen de norm te laten worden. Door het te stimuleren en zelf het goede voorbeeld te geven. Overal waar gebouwd, verbouwd, heringericht en vergroend wordt liggen kansen voor biodiversiteit. Alleen door biodiversiteit standaard aan de voorzijde van het proces mee te nemen, kunnen deze kansen herkend en verzilverd worden. Dit speerpunt vergt een integrale aanpak waarbij biodiversiteit als thema beter opgenomen wordt in de besluitvorming. Zowel bij gemeentelijke projecten, uitvragen, toetsing van projecten en inrichtingen als bij beheer en onderhoud. Hoe maken we dit plan of project ook natuurinclusief? We kunnen geen aansluiting vinden bij nabijgelegen ecologische structuren, vanwege de centrumdorpse

22

bestemmingsplan Kraanvogelstraat fase 1a

ligging. Wel zal er een meer duurzaam gescheiden watersysteem worden aangelegd, waardoor de nu bestaande afvoer van schoon water naar riool wordt beeindigd. Ook worden in het gebie groene buitenruimten voorzien die als vanzel;f zullen leiden tot meer biodiversiteit en klimaatbeheersing in algemene zin. Bij de bouwplannuitwerking in een volgende fase zal gekeken worden naar de mogelijkheden voor bijvoorbeeld nestgelegenheid voor vogels en insecten en andere duurzaamheidsmaatregelen.

bestemmingsplan Kraanvogelstraat fase 1a

23

24

bestemmingsplan Kraanvogelstraat fase 1a

Hoofdstuk 5 5.1

Milieu- en omgevingsaspecten

Bedrijven- en milieuzonering

Vanuit het aspect 'goede ruimtelijke ordening' dient er voldoende ruimtelijke scheiding te zijn tussen hinderveroorzakende (o.a. bedrijven) en hindergevoelige functies (waaronder woningen). Voorgaande moet op twee manieren getoetst worden. Enerzijds wordt er gekeken of het perceel zelf veroorzaker is van hinder en anderzijds wordt bekeken of het perceel kwetsbaar is voor hinder. Voor het toetsen van deze ruimtelijke scheiding is de VNG-publicatie 'Handreiking Bedrijven- en milieuzonering' leidend. In deze publicatie zijn voor verschillende soorten bedrijven richtafstanden opgenomen betreffende geluid, geur, gevaar en stof. Het plan bestaat uit de oprichting van een appartementencomplex van 32 appartementen en de realisatie van 32 grondgebonden woningen. Een woning is geen hinderveroorzakend object, maar wel aan te merken als gevoelig object. Daarom dient ter plekke van de te realiseren woning een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd te worden. Bovendien mag het planvoornemen niet leiden tot een belemmering in de bedrijfsvoering voor omliggende bedrijven. De VNG systematiek gaat uit van richtafstanden in een rustige woonwijk. Die luiden als volgt: - categorie 1 bedrijf: 10 meter; - categorie 2 bedrijf: 30 meter; - categorie 3.1 bedrijf: 50 meter.

Echter in een drukker gebied, zoals rond Kraanvogel, waar gemengd wonen, bedrijvigheid en drukkere infrastructuur voorkomen, kan ieder afstandsstap met 1 categorie worden verkleind, wat leidt tot de volgende richtafstanden: - categorie 1 bedrijf: 0 meter; - categorie 2 bedrijf: 10 meter; - categorie 3.1 bedrijf: 30 meter. De ontwikkelingen vinden plaats in het gemengde gebied Kraanvogel. De omgeving van het plangebied betreft nagenoeg uitsluitend bedrijven, die mogelijk een hinderveroorzakende functie betreffen. Nabij de planlocatie zijn de volgende bedrijven gelegen met bijbehorende richtafstanden bij ene gemengd gebied: Bedrijf Kraanvogelstraat 17 Kraanvogelstraat 20 Kraanvogelstraat 20 Kraanvogelstraat 18 Kraanvogelstraat 16 Kraanvogelstraat 14 Kraanvogelstraat 12 Kruisbergseweg 68 Kruisbergseweg 62 Kruisbergseweg 60 Kruisbergseweg 58

Smulders Fietsen Automotive Pauwels Tango Wijchen Aalbers Badkamers Mis-tat Doner Production BV Weusthof Automaterialen WellSpa Consultatiebureau Wijchen Wesso Elektro Wijchen BV Stichting Vraag en Aanbod Charo Reklame

Grootste afstand gemengd gebied 0 (geluid) 10 (geluid) 10 (geluid / geur) 0 (geluid) 10 (geluid / geur) 10 (geluid) 0 (geluid) 0 (geluid) 0 (geluid) 0 (geluid) 0 (geluid)

bestemmingsplan Kraanvogelstraat fase 1a

Afstand tot plangebied 8 25 15 15 21 14 12 25 5 5 5

25

Kruisbergseweg 56a Kruisbergseweg 54

Stichting Vraag en Aanbod 0 (geluid) Stichting Voedselbank 0 (geluid) Wijchen Kruisbergseweg 52 Jansen Rolluiken en Zonwering 0 (geluid) Kruisbergseweg 46 Boerenbond / Petsplace 0 (geluid) Kruisbergseweg 44A InstalCenter van der AA - CV en 0 (geluid) Sanitairshop Kruisbergseweg 42 Aalbers Speciaalzaak Verf 0 (geluid) Glas en Behang VOF Milieuzonering omliggende bedrijven

5 5 5 5 5 5

Uit het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het aspect bedrijven en milieuzonering geen belemmering vormt voor het planvoornemen omdat de werkelijke afstand tussen de bedrijven en de toekomstige woningen altijd groter is dan de richtafstanden. Daarnaast zullen de woningen daardoor niet de bedrijvigheid en de bestaande milieuruimte belemmeren.

5.2

Geluid

Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) te worden onderzocht of sprake is van geluidsoverlast, in het bijzonder in verband met verkeer, spoor of bedrijven. In de Wet geluidhinder is bepaald dat ten aanzien van zogenaamde 'geluidsgevoelige objecten' wettelijke eisen gelden ten aanzien van de maximale belasting. Het planvoornemen voorziet in het oprichten van 32 appartementen en 32 grondgebonden woningen. Dit zijn verblijfsobjecten die worden gekenmerkt als nieuwe geluidsgevoelige object. Het plangebied ligt niet binnen de richtafstand van bedrijven en tevens niet binnen de geluidzone van zoneplichtige wegen. Wel is in het kader van een goede ruimtelijke ordening de geluidbelasting ten gevolge van wegverkeer inzichtelijk gemaakt. Hiervoor is door NIPA milieutechniek B.V. een akoestisch onderzoek weg- en railverkeerslawaai uitgevoerd (rapportnr. N217513..001.002/LHO, d.d. 9 september 2021). De rapportage is toegevoegd als Bijlage 2 Akoestisch onderzoek bij de toelichting. In de onderzoeksrapportage wordt het volgende geconcludeerd: Doel van het onderzoek is aan de hand van een prognoseberekening de geluidbelasting in het plangebied van weg en railverkeer te bepalen. Omdat het gebied nog niet definitief is verkaveld is een contourberekening uitgevoerd.

Uit het onderzoek wegverkeerslawaai blijkt dat binnen de groene vlakken in onderstaande figuur wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde (inclusief correctie art. 110g van de Wgh) voor wegverkeerslawaai van 48 dB als gevolg van het wegverkeer op de Stationslaan In dit gebied kunnen woonfuncties zonder ontheffing worden gerealiseerd. In het gele vlak wordt voldaan aan de maximale ontheffingswaarde van 63 dB . In dit gebied kunnen uitsluitend woonfuncties worden gerealiseerd onder voorwaarde dat er een hogere waarde wordt vastgesteld. De 48 dB contour ligt op circa 65 meter ten opzichte van wegas van de Stationslaan.

26

bestemmingsplan Kraanvogelstraat fase 1a

Afbeelding: de geluidcontouren voor wegverkeerslawaai peiljaar 2031 voor de Stationslaan

Binnen de groene vlakken in onderstaande figuur wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde (inclusief 5 dB correctie art. 110g van de Wgh) voor wegverkeerslawaai van 48 dB als gevolg van het wegverkeer op de Hoefsetraat. In dit gebied kunnen woonfuncties zonder ontheffing worden gerealiseerd. In het gele vlak wordt voldaan aan de maximale ontheffingswaarde van 63 dB . In dit gebied kunnen uitsluitend woonfuncties worden gerealiseerd onder voorwaarde dat er een hogere waarde wordt vastgesteld.

Afbeelding: de geluidcontouren voor wegverkeerslawaai peiljaar 2031 voor de Hoefsestraat

bestemmingsplan Kraanvogelstraat fase 1a

27

De 48 dB contour ligt op circa 58 meter ten opzichte van wegas van de Hoefstraat. Binnen het groene vlak in onderstaande figuur wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde voor railverkeerslawaai van 55 dB. In dit gebied kunnen woonfuncties zonder ontheffing worden gerealiseerd. In het gele vlak wordt voldaan aan de maximale ontheffingswaarde van 68 dB. In dit gebied kunnen uitsluitend woonfuncties worden gerealiseerd onder voorwaarde dat er een hogere waarde wordt vastgesteld.

Afbeelding: maatgevende geluidcontouren voor railverkeerslawaai Het bevoegd gezag dient hogere waarden voor wegverkeers- en spoorweglawaai voor de nieuwe woonfuncties in het plangebied vast te stellen. Voor de geluidbelastingen en de motivatie wordt verwezen naar het voorgaande hoofdstuk. Er moet worden aangetoond dat er wordt voldaan aan de eisen uit het Bouwbesluit en dat het woon- en leefklimaat in de woningen is gewaarborgd. Conclusie: Uit het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het aspect geluid geen belemmering vormt voor het planvoornemen maar dat wel een hogere grenswaardeprocedure doorlopen dient te worden.

5.3

Externe veiligheid

Externe veiligheid heeft betrekking op locaties waar een ongeval met gevaarlijke stoffen kan plaatsvinden, waardoor personen die geen directe relatie hebben tot de risicovolle activiteit zouden kunnen komen te overlijden. Bij een ruimtelijke besluit voor het toelaten van (beperkt) kwetsbare objecten moet worden getoetst aan risiconormen en veiligheidsafstanden. Dit is met name relevant op korte afstand van risicobronnen. Indien een (beperkt) kwetsbaar object wordt toegelaten binnen het invloedsgebied van een belangrijke risicobron, moet ook het groepsrisico worden verantwoord. Bovendien is het van belang om af te wegen in hoeverre nieuwe risicobronnen binnen een plangebied worden toegestaan. Voor de beoordeling van een ruimtelijk plan moet voor externe veiligheid worden vastgesteld of het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van specifieke risicovolle inrichtingen, relevante transportroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen of relevante buisleidingen. Toetsingskaders zijn het "Besluit externe veiligheid inrichtingen" (Bevi), het "Besluit externe veiligheid transportroutes" (Bevt) en het "Besluit externe veiligheidbuisleidingen" (Bevb). Daarnaast zijn in het Vuurwerkbesluit en het Activiteitenbesluit milieubeheer veiligheidsafstanden genoemd die rond stationaire risicobronnen, niet zijnde een Bevi-inrichting, moeten worden aangehouden.

28

bestemmingsplan Kraanvogelstraat fase 1a

Het voornemen bestaat uit de sloop van de bedrijfsgebouwen om de bouw van 32 appartementen en 32 grondgebonden woningen mogelijk te maken. Daarmee worden per saldo 64 nieuwe kwetsbare objecten toegevoegd. In het kader van externe veiligheid moet worden beoordeeld of het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van specifieke risicovolle inrichtingen, relevante transportroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen of relevante buisleidingen. Middels een korte Quickscan is beoordeeld of de genoemde risicobronnen mogelijk een belemmering vormen voor de invulling van het plangebied. Uit deze Quickscan blijkt het volgende: Transport over het water: Het plangebied bevindt zich niet binnen een invloedsgebied van een waterweg waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Een verantwoordingsplicht is derhalve niet aan de orde. Transport over de weg: Het plangebied ligt niet binnen een plaatsgebonden risicocontour of PAG van wegen in de omgeving. Op basis van de afstand is het niet noodzakelijk de hoogte van het groepsrisico kwantitatief vast te stellen. Wel ligt het plangebied binnen het invloedsgebied van toxische stoffen van de A73. De risico’s als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen over de A73 (toxisch scenario) moeten worden meegenomen in een beperkte verantwoording van het groepsrisico.

Transport over het spoor: Het plangebied bevindt zich op circa 80 meter van de spoorlijn Den Bosch Diezeburg aansl. – Nijmegen. Het plangebied ligt binnen een risicocontour of PAG. Doordat het plangebied binnen een afstand van 200 meter ligt, vormt de hoogte van het groepsrisisco een aandachtspunt. Doordat het plangebied binnen het invloedsgebied van deze spoorlijn ligt, moeten de risico's als volg van het transport van gevaarlijke stoffen over het spoor (toxisch scenario) worden meegenomen in een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Buisleidingen: Het plangebied bevindt zich niet binnen een 1% letaliteitsafstand of invloedsgebied van een buisleiding waardoor transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Een verantwoordingsplicht is derhalve niet aan de orde. Inrichtingen: Het plangebied ligt niet binnen een veiligheidsafstand of invloedsgebied van een risicovolle inrichting in de omgeving van het plangebied. Een verantwoordingsplicht is derhalve niet aan de orde. Conclusie: Er is, vanwege de ligging in het invloedsgebied van de spoorlijn Nijmegen - Den Bosch een beperkte verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk om aan te tonen dat sprake is van een aanvaardbare situatie met betrekking tot externe veiligheid. Om deze reden is er een onderzoek naar de externe veiligheidsrisico's van het transport van gevaarlijke stoffen over het spoort uitgevoerd.

5.3.1 Onderzoek externe veiligheid De ontwikkeling ligt binnen het aandachtsgebied van het spoor. Op grond van het Bevt dient aandacht te zijn voor de verantwoording van het groepsrisico. Om een beeld te krijgen van de effecten van de betreffende spoorlijn (Route 64: Den Bosch Diezebrug aansl. - Nijmegen) is door Kragten een onderzoek naar de externe veiligheidsrisico's van het transport van gevaarlijke stoffen over het spoor uitgevoerd (rapportnr. 20210625-POU026-RAP-RBM 1.0, d.d. 25 juni 2021). Dit onderzoek is toegevoegd als Bijlage 3 Onderzoek Externe veiligheid bij de toelichting. In dit onderzoek zijn de veiligheidsrisico's van de spoorlijn geïnventariseerd om mogelijke randvoorwaarden op te stellen waarbinnen woonbestemmingen op deze locatie mogelijk zijn. Uitgangspunt voor dit onderzoek was dat binnen het plangebied alleen kwetsbare objecten (waaronder woningen) worden toegestaan. De realisering van zeer kwetsbare objecten is daarmee niet aan de orde. Uit het onderzoek blijk dat er voor de spoorlijn (route 64H) geen PR 10-6-Contour of PAG van toepassing is. Deze aspecten vormen hierdoor geen belemmering voor de planontwikkeling. Ook het gemeentelijk beleid legt

bestemmingsplan Kraanvogelstraat fase 1a

29

geen beperkingen op aan de realisatie van woningen binnen het plangebied. Naast het plaatsgebonden risico is de hoogte van het groepsrisico een aandachtspunt bij de planvorming. 5.3.2 Conclusie Met het bovenstaande kan worden gesteld dat het aspect externe veiligheid voldoende in beeld is gebracht om een zorgvuldig besluit te nemen. Overeenkomstig het gemeentelijk beleid zal de gemeente deze conclusies laten toetsen door Brandweer en Veiligheidsregio.

5.4

Bodem

Indien sprake is van een planologische functiewijziging, dient te worden bezien of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse geschikt is voor het voorgenomen gebruik. Voor de ontwikkelingen is door NIPA milieutechniek een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (Verkennend bodemonderzoek Kraanvogelstraat 7-15, 19 april 2023, rapportnummer N230088.004). De conclusies van dit onderzoek zijn hieronder overgenomen. Het volledige onderzoek is bij deze toelichting gevoegd als Bijlage 4 Verkennend bodemonderzoek. 5.4.1 Resultaten verkennend bodemonderzoek Uit de resultaten van het verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de percelen Kraanvogelstraat 9-15 te Wijchen, kadastraal bekend als gemeente Wijchen, sectie L, nummers 1233, 1484, 1485, 1815, 1862 en 1863, blijkt dat de bovengrond van Kraanvogelstraat 7-9 licht verhoogde gehaltes aan PCB, minerale olie en PAK bevat. De bovengrond van Kraanvogelstraat 11-15, de ondergrond en het grondwater blijken niet verontreinigd te zijn met de onderzochte parameters. Tegen de voorgenomen herontwikkeling van de locatie zijn, voor het aspect bodem, geen milieuhygiënische bezwaren aan te voeren. Eventueel vrijkomende grond mag op de locatie worden hergebruikt.

Indien grond van de locatie afgevoerd dient te worden, is de Regeling bodemkwaliteit van toepassing: Op basis van dit rapport is de grond binnen het gebied van dezelfde bodemkwaliteitskaart herbruikbaar; Vrijkomende grond die elders wordt hergebruikt, dient voorafgaand aan de toepassing als een partij gekeurd te worden conform het BRL SIKB 1000 VKB protocol 1001; Afvoer van de vrijkomende grond naar een erkende grondbank of verwerker is op basis van dit rapport eveneens mogelijk. Voor de afvoer van de grond naar elders zal een aanvullend onderzoek naar het voorkomen van PFAS noodzakelijk kunnen zijn. Op basis van de beoordeling van de bodemonderzoeken door de Omgevingsdienst is de volgende relevante toevoeging in deze toelichting opgeneomen. De bodem onder de bestaande bebouwing is nog niet onderzocht. Omdat dit reeds een eis is uit de bouwverordening, is het niet nodig om hiervoor een voorwaardelijke verplichting op te nemen in de planregels. Immers is er, als aangegeven, geen verdenking op een vervuiling, zeker niet een omvang van vervuiling die de planuitvoering zou kunnen belemmeren. In het kader van de bouwaanvraag en sloopaanvraag zal, na de sloop van de panden, tevens een bodemonderzoek worden aangeleverd waaruit blijkt dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de functie wonen.

30

bestemmingsplan Kraanvogelstraat fase 1a

5.5

Geur

De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) is op 1 januari 2007 in werking getreden. Met de Wet geurhinder en veehouderij geldt één toetsingskader voor vergunningplichtige veehouderij in de gehele gemeente. Voor niet vergunningverplichte veehouderijen en overige agrarische niet vergunningplichtige bedrijven is het Activiteitenbeluit het toetsingskader. De Wet geurhinder en veehouderij bevat normen en afstanden die bedrijven moeten aanhouden ten opzichte van geurgevoelige objecten. Daarnaast geeft de Wet geurhinder en veehouderij gemeenten de beleidsvrijheid om maatwerk te leveren dat is afgestemd op de ruimtelijke en milieuhygiënische feiten en omstandigheden in een concreet gebied en de gewenste (toekomstige) ruimtelijke inrichting. Het planvoornemen voorziet in het toevoegen van woningen, zijnde geurgevoelige objecten. Het plangebied is niet gelegen in de nabijheid van geuremissiebronnen, zo blijkt uit een quickscan o dit aspect. Een nadere toetsing is daarom niet nodig. Het aspect geur vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.6

Luchtkwaliteit

In hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer (hierna ook: Wm), zijn de belangrijkste bepalingen inzake de luchtkwaliteit opgenomen. Dit hoofdstuk staat ook wel bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. Het doel van titel 5.2 Wm is om de mens te beschermen tegen de negatieve gevolgen van luchtverontreiniging op hun gezondheid. In de wet- en regelgeving zijn de richtlijnen uit de Europese regelgeving opgenomen, waaraan voorgenomen ontwikkelingen dienen te voldoen. Wanneer een project aangeduid kan worden als 'Niet in betekenende mate bijdragen' aan de luchtverontreiniging (NIBM), vormen de luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid van een bestuursorgaan ex artikel 5.16 Wm. In het besluit NIBM wordt gesteld dat een project NIBM is wanneer een activiteit maximaal 3% van de jaargemiddelde grenswaarde bijdraagt aan de concentraties fijnstof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met een toename van maximaal 1,2 µg/m3 voor zowel PM10 als NO2. In de regeling NIBM is (onder andere) aangegeven dat een plan tot 1500 woningen bij één ontsluitingsweg niet in betekenende mate bijdraagt aan de toename van de concentratie fijnstof en stikstofdioxide in de lucht. Voorliggend project betreft een appartementencomplex met 32 appartementen en 32 grondgebonden woningen.

Hierdoor blijft het voornemen ruimschoots onder de grens van 1500 woningen bij 1 ontsluitingsweg, waardoor het planvoornemen aangemerkt kan worden als NIBM. Geconcludeerd wordt dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor voorgenomen ontwikkeling. Onderhavige planontwikkeling is aan te merken als NIBM. Uitgaande van de achtergrondconcentraties die gelden binnen de gemeente en het feit dat de ontwikkeling niet is gelegen bij knelpunten ten aanzien van de luchtkwaliteit, kan gesteld worden dat de luchtkwaliteit voldoet aan de normen die gesteld zijn in de Wmb. De Wmb staat derhalve de realisering van de woningen niet in de weg.

5.7

Natuur

Voor de planologische procedure dient te worden vastgelegd dat de voorgenomen ontwikkeling uitvoerbaar is binnen de geldende natuurwetgeving. In de wetgeving op het gebied van natuurbescherming wordt onderscheid gemaakt tussen beschermde gebieden en beschermde soorten.

bestemmingsplan Kraanvogelstraat fase 1a

31

5.7.1 Beschermde gebieden Er dient aannemelijk te worden gemaakt dat het plan geen negatieve effecten heeft op de instandhoudingsdoelstellingen van Europees beschermde Natura2000-gebieden en het provinciaal natuurnetwerk (Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone). De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen de grenzen, of in de directe nabijheid van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, Rijntakken, bevindt zich op circa 7.2 kilometer afstand ten noorden van de onderzoekslocatie.

Ligging plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebied

Als een (bouw)project significant negatieve effecten veroorzaakt op stikstofgevoelige habitattypen en soorten in een Natura2000-gebied als gevolg van stikstofemissie of andere effecten is een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming vereist (zie artikel 2.7 en 2.8 van de Wet natuurbescherming). Om de gevolgen van

32

bestemmingsplan Kraanvogelstraat fase 1a

het voornemen op omliggende Natura2000-gebieden inzichtelijk te maken, is er door DGMR Industrie, Verkeer en Milieu B.V. een notitie opgesteld en een AERIUS-berekening uitgevoerd. Deze notitie is bijgevoegd als Bijlage 5 Voortoets Wnb: stikstof bij deze toelichting. Uit dat onderzoek blijkt dat de aanlegfase geen depositiewaarden hoger dan 0,00 mol/ha/jr genereert op Natura 2000-gebieden. Het toekomstig gebruik genereert geen depositiewaarden in Natura 2000-gebieden hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Zowel de aanleg als het toekomstig gebruik resulteren in depositiewaarden kleiner dan 0,00 mol/ha/jr in alle Natura 2000-gebieden. Op basis van dit onderzoek zijn daarom significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege de activiteiten/ project/ plan op voorhand uit te sluiten. Zowel de aanleg als de toekomstige gebruiksfase vormen daarmee geen bedreiging voor het bereiken van de instandhoudingsdoelen voor Natura 2000-gebieden. Omdat het projectgebied binnen een straal van 25 kilometer op de grens met Duitsland ligt zijn er extra rekenpunten toegevoegd. Uit deze rekenpunten komen geen resultaten die niet voldoen aan de grenswaarde. Er is voor de voorgenomen ontwikkeling m.b.t. stikstofdepositie geen vergunning Wet natuurbescherming benodigd. 5.7.2 Beschermde soorten Door HSRO is een quickscan flora en fauna uitgevoerd (zie Bijlage 6 Onderzoek flora en fauna).

Hierin zijn de volgende conclusies opgenomen. Soortenbescherming Op basis van de uitgevoerde quickscan wordt geconcludeerd dat er geen vaste verblijf- en rustplaatsen van beschermde diersoorten binnen de planlocatie voorkomen. Met inachtneming van de algemene zorgplicht, is een ontheffing in het kader van het soortenbescherming van de Wet natuurbescherming niet nodig. Gebiedsbescherming De planlocatie heeft geen status als beschermd Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (‘Rijntakken') is aanwezig op 7,2 kilometer ten noorden van het plangebied. Gezien de aard van de ingreep doet het voornemen geen afbreuk aan de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied. Een onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming (Natura 2000-Voortoets) is niet nodig. Hiernaast maakt de planlocatie ook geen deel uit van het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone. Het dichtstbijzijnde GNN is aanwezig op circa 2,2 kilometer van de planlocatie. Het voornemen heeft door zijn aard en omvang geen negatieve invloed op de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden. Vanuit het provinciale natuurbeleid is er daarom geen bezwaar tegen de voorgenomen ingreep. Een nadere beoordeling is niet nodig.

Algemene aanbevelingen Bij het verder uitwerken van de ontwerpen voor de openbare inrichting, gebouwen en tuinen is het aan te bevelen om de principes van natuur-inclusief bouwen ter harte te nemen. Door plantkeuze en bijvoorbeeld kleine aanpassingen als vleermuispannen, vleermuiskasten bij westgevels, nestvoorzieningen voor onder andere huismussen, mezen en onder andere zwaluwen kan de ecologische waarde verhoogd worden. Geadviseerd wordt met de verlichting rekening te houden met soorten die gevoelig zijn voor licht (bijvoorbeeld vleermuizen). Dit kan door het licht zo veel mogelijk te richten en strooilicht zo veel mogelijk te beperken.

bestemmingsplan Kraanvogelstraat fase 1a

33

5.7.3 Conclusie De planlocatie en de directe omgeving heeft geen belangrijke functie voor verschillende beschermde diersoorten. Verstoring van de broedgevallen is niet toegestaan en wordt bovendien geen ontheffing voor verleend. Door buiten het broedseizoen te werken, kunnen negatieve effecten met zekerheid worden voorkomen. Het broedseizoen is een globale periode, ook broedgevallen buiten deze periode zijn beschermd. Andere beschermde natuurwaarden (soorten en/of gebieden) worden uitgesloten.

5.8

Verkeer en parkeren

5.8.1 Verkeer Voor een goede infrastructurele inpassing van het planvoornemen is een onderbouwing met betrekking tot de verkeersgeneratie uitgewerkt waarbij rekening is gehouden met het effect van het wegvallen van de bestaande functies en de nieuwe verkeersgeneratie als gevolg van het woningbouwplan. Gekozen is om de toegang (toerit) naar het parkeren bij het appartementencomplex en de grondgebonden woningen aan de Kraanvogelstraat te realiseren. Aan de hand van de CROW-kengetallen is voor de typen en aantallen woningen aan de hand van de digitale rekentool de volgende verkeersgeneratie bepaald: De Kraanvogelstraat ligt in een matig stedelijk schil/overloopgebied. De maximum verkeersgeneratie per woning is 7,3 mvt. Dit voor zowel de appartementen als grondgebonden woningen. Een totaal dus van 64x7,3=afgerond 470 mvt. Dit betekent dat er per etmaal voor een totaal van 32 appartementen en 32 grondgebonden woningen uitgegaan kan worden van 470 autobewegingen. Uitgaand van 235 aankomende en 235 vertrekkende auto's op een etmaal, is dat een gemiddelde (verdeeld over 12 uur op een dag) van nog geen 20 auto's per uur aankomend en vertrekkend.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=dc954eab-cfa9-4e80-b405-7cb8c2d61c3a