Kraanvogelstraat fase 1a_Bijlage 8 Archeologisch bureauonderzoek
Tekst van het document
30 van 35
Project : Kraanvogelstraat 9-15 te Wijchen. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek Projectnummer: S230009
3. In hoeverre worden eventueel aanwezige of verwachte archeologische resten bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het gebied? De geplande ontwikkelingen bedreigen de mogelijk aanwezige archeologische resten gezien het feit dat de archeologische sporen al redelijk snel beneden het maaiveld worden verwacht. De sloop van het bestaande gebouw, en de aanleg van de nieuwe woningen zal tot diep in het archeologische niveau reiken. De hoge archeologische verwachting uit het bureauonderzoek voor zowel vuursteenvindplaatsen uit het laat-paleolithicum en mesolithicum als voor nederzettingssporen uit het neolithicum tot en met de nieuwe tijd kan op grond van de resultaten van het veldonderzoek worden bevestigd.
Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden. Versie 2023-01
31 van 35
Project : Kraanvogelstraat 9-15 te Wijchen. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek Projectnummer: S230009
4.3
Aanbevelingen Op grond van de resultaten van het onderzoek wordt voor de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied nader archeologisch onderzoek geadviseerd. Dit geldt echter alleen voor de onbebouwde delen (circa 450 m2) van het extra onderzochte deelgebied in het onderhavige onderzoek dat kadastraal bekend staat als perceel 1863, sectie I, kadastrale gemeente Wijchen. De overige percelen ten oosten zijn reeds onderzocht en dat deel is op basis van dat onderzoek vrijgegeven45. Dit onderzoek is in een bijlage bijgevoegd.
Afbeelding 14: Advieskaart.
Op basis van de resultaten van het booronderzoek is mogelijk een archeologische vindplaats in het plangebied aanwezig. Wanneer de geplande graafwerkzaamheden dieper reiken dan 40 cm beneden maaiveld kunnen eventueel aanwezig archeologische resten verloren gaan en is vervolgonderzoek noodzakelijk. Ter plaatse van de huidige bebouwing is dit niveau waarschijnlijk al verstoord en zijn eventueel aanwezige archeologische resten verdwenen, op uitzondering van de paleosol. Wat de locatie van het voorgebouw betreft kan deze vrijgegeven worden. De bodem is hier vanwege de kelder tot 2,5m -Mv verstoord. Wat de rest van het gebouw betreft, kan dit deel van het plangebied vrij worden gegeven mits de geplande ingrepen niet dieper reiken dan 0,90 cm -Mv, de diepte van de huidige verstoringen van de fundamenten. Hierbij moet rekening gehouden worden met een bufferzone van 0,20 cm. Feitelijk mogen de verstoringen dus niet dieper reiken dan 0,70 cm -Mv. Wat de rest van het plangebied betreft, is onderzoek noodzakelijk mits de verstoringen dieper dan 40 cm -Mv reiken. Wij adviseren een vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek (IVO-P), in de vorm van een archeologische begeleiding, om vast te stellen of in het plangebied archeologische resten aanwezig zijn en zo ja, welke waardering hieraan gegeven kan worden. Voor dit proefsleuvenonderzoek, in de vorm van een
45 Kremer 2013
Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden. Versie 2023-01
32 van 35
Project : Kraanvogelstraat 9-15 te Wijchen. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek Projectnummer: S230009
archeologische begeleiding is een Programma van Eisen (PvE) noodzakelijk dat is goedgekeurd door de bevoegde overheid. In dit PvE wordt de werkwijze en de randvoorwaarden van het proefsleuvenonderzoek vastgelegd. Bovenstaande vormt een selectieadvies. De resultaten van dit onderzoek dienen vooraleerst te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Wijchen). Deze neemt een definitief selectiebesluit aangaande de vrijgave van het plangebied voor verdere ontwikkeling zoals omschreven in de vergunningsaanvraag. Er is getracht een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethoden. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Synthegra wil de opdrachtgever er daarom op wijzen dat, indien tijdens de werkzaamheden een (mogelijke) archeologische vondst wordt gedaan dan geldt de wettelijke meldingsplicht, zoals omschreven in artikel 5.10 van de Erfgoedwet bij de minister. Uit praktisch oogpunt kan een dergelijke toevalsvondst bij de gemeente worden gemeld.
Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden. Versie 2023-01
33 van 35
Project : Kraanvogelstraat 9-15 te Wijchen. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek Projectnummer: S230009
Bronnen Literatuur Autin, W., J., 2008: Stratigraphic analysis and paleoenvironmental implications of the Wijchen Member in the lower Rhine-Meuse Valley of the Netherlands. In The Netherlands Journal of Geosciences, vol. 87(4), pp 291307. Bakker, H. de en J. Schelling, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland, de hogere niveaus. Staring Centrum, Wageningen. Berendsen, H.J.A., 2004: De vorming van het land. Van Gorcum, Assen. Berendsen, H.J.A., 2005: Landschappelijk Nederland. Van Gorcum, Assen. Berkel, G. van, en K. Samplonius, 2006: Nederlandse plaatsnamen. Herkomst en Historie. Prisma, Utrecht. Heirbaut, E., N., A., Hendriks, J., Hermsen, I., 2010: Onder een deken van zand, Archeologische onderzoek op de Meshallen en de Kraanvogel te Wijchen. Gemeeente Nijmegen, Bureau Archeologie en Monumenten. Kremer, H., en Leuvering J., H., F., 2013: Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek, Kraanvogelstraat 15 te Wijchen. Synthegra-rapport S130077. Magnée-Nentjes, A., M., 2006: Waarnemingen in de rioolsleuf in de Helmkruidstraat te Wijchen. Archeologische Berichten Nijmegen, Briefrapport 2. Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhoff en T.E. Wong, 2003: De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen/Houten Nederlands Normalisatie-instituut, 1989: NEN 5104 Geotechniek - Classificatie van onverharde grondmonsters.
Nederlands Normalisatie-instituut, Delft. Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, 2012: Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: proefsleuvenonderzoek (IVO-P). SIKB, Gouda. Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, 2018: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1. SIKB, Gouda. Van der Meij, L., Voeten, D., F., A., E., de Winter, J., Dyselinck, T., A., F., 2010: Wijchen, Hoefsestraat 16 en Zesweg 7. Inventariserend Veldonderzoek door middel van boringen en proefsleuven. BAAC-rapport A-10.0022. Van Kampen, J., 2012: 10.000 jaar Wonen en Werken in Wijchen. Sporen van nederzettingen en werkplaatsen vanaf het Midden Mesolithicum tot en met de Late Middeleeuwen. Amsterdam, Zuid-Nederlandse Archeologische Notities, n* 283. Verbeek, C., 2014: Wijchen, Hoefsestraat 16 (fase 1 en 2). Plangebied Tuin van Woezik. BAAC-rapport A-10.0465. Verboom-Jansen, M., 2011: Een archeologisch bureau-onderzoek en inventariserend veldonderzoek door middel van boringen aan de Kraanvogelstraat 7 te Wijchen (Gld). ARC-rapport 2011-64. Verhoeven, D., Gubbels, M., en Melenhorst, M., 2022: Verhaal van Gelderland: Deel I, Gelderland voor het Gelderland werd (tot het jaar 1025). Amsterdam, Boom Uitgevers.
Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden. Versie 2023-01
34 van 35
Project : Kraanvogelstraat 9-15 te Wijchen. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek Projectnummer: S230009
Internet (geraadpleegd Maart 2023) http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl https://zoeken.cultureelerfgoed.nl/ www.ahn.nl www.bodemloket.nl www.dinoloket.nl http://www.gelderland.nl/kaartenencijfers http://www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/ topotijdreis.nl gahetna.nl pdok.nl
Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden. Versie 2023-01
35 van 35
Bijlagen:
Bijlage 1:
Overzicht van relevante geologische en archeologische tijdvakken
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken
Ouderdom in jaren
Chronostratigrafie
MIS
Holoceen
1
11.755 12.745 13.675 14.025
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
15.700
Late Dryas (koud) Allerød (warm) Vroege Dryas (koud) Bølling (warm)
Lithostratigrafie Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)
2
LaatPleniglaciaal 29.000
50.000
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
MiddenPleniglaciaal VroegPleniglaciaal
3
Formatie van Kreftenheye
Formatie van Boxtel
4
75.000
VroegWeichselien (VroegGlaciaal) 115.000 130.000
370.000 410.000
5a 5c 5d
Eemien (warme periode)
5e
Saalien (ijstijd)
6
Holsteinien (warme periode)
Formatie van Beegden
5b
Eem Formatie Formatie van Drente Formatie van Urk
Elsterien (ijstijd) 475.000
Cromerien (warme periode) 850.000
Pre-Cromerien 2.600.000
Formatie van Sterksel
Formatie van Peelo
Cal. jaren v/n Chr. 1950
14
C jaren
Chronostratigrafie
Pollen zones
0
Vb2
1500
Subatlanticum koeler vochtiger
450 0 12
Vb1 Va
Vegetatie Loofbos eik en hazelaar overheersen haagbeuk veel cultuurplanten rogge, boekweit, korenbloem
Archeologische perioden Nieuwe tijd Middeleeuwen Romeinse tijd IJzertijd
800 815
2650
IVb Subboreaal koeler droger
2000
3755
IVa
5000
4900
5300
7020
8240
III
Boreaal warmer
II
Preboreaal warmer
I
8000
9000
8800 11.755
Atlanticum warm vochtig
10.150
12.745
10.800
13.675
11.800
14.025
12.000
15.700
13.000
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
Late Dryas
LW III
Allerød
LW II
Vroege Dryas LW I Bølling
35.000
Loofbos eik en hazelaar overheersen beuk>1% invloed landbouw (granen)
Bronstijd
Neolithicum
Loofbos eik, els en hazelaar overheersen in zuiden speelt linde een grote rol den overheerst hazelaar, eik, iep, linde, es eerst berk en later den overheersend
Mesolithicum
parklandschap dennen- en berkenbossen open parklandschap open vegetatie met kruiden en berkenbomen
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
perioden met een poolwoestijn en perioden met een toendra
VroegWeichselien (VroegGlaciaal)
perioden met bos en perioden met een subarctisch open landschap
Laat-Paleolithicum
75.000
115.000 130.000
Eemien (warme periode)
Midden-Paleolithicum loofbos
Saalien (ijstijd) 300.000
Vroeg-Paleolithicum Chronostratigrafie voor Noordwest-Europa volgens Zagwijn (1974), Vandenberghe (1985) en De Mulder et al. (2003). Lithostratigrafie volgens De Mulder et al. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot et al. (1994). Atmosferische data volgens Stuiver et al. (1998). Zuurstofisotoop calibratie (OxCal) versie 3.9 Bronk Ramsey (2003), toegepast op het Laat-Weichselien en het Holoceen. Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2000). Pollenzones volgens P. Vos & P. Kiden (2005).
Bijlage 2:
Boorprofielen
Boring: S230009_1 Kop algemeen: Projectcode: S230009, Boornummer: 1, Beschrijver(s): MS, Datum: 28-02-2023, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 200 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 178790.063, Y-coördinaat in meters: 424990.002, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 8.169, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Gelderland, Gemeente: Wijchen, Opdrachtgever: Klok wonen BV, Uitvoerder: Synthegra B.V. 0 / 8.17 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 10, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-grijs-rood Lithologie: Grondsoort: niet benoemd, Bijmengsel: niet benoemd Bodem: Bodemkundige interpretatie: puinlaag Laag opmerking: Opmerking: klinker 10 / 8.07 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 10, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 50, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-oranje Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel grind: matig grindig, Mediaanklasse: matig grof, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkloos Bodem: Bodemkundige interpretatie: opgebrachte grond 50 / 7.67 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 50, Ondergrens laag in cm: 90, Boortype en diameter:
Edelman-7 cm, Kleur: licht-oranje Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel grind: zwak grindig, Mediaanklasse: matig fijn, Afronding: afgerond, Kalkgehalte: kalkloos Bodem: Bodemkundige interpretatie: verstoord Laag opmerking: Opmerking: groe kiezels aanwezig (>30mm) 90 / 7.27 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 90, Ondergrens laag in cm: 120, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-grijs-oranje Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel grind: zwak grindig, Mediaanklasse: matig fijn, Afronding: afgerond, Kalkgehalte: kalkloos Bodem: Bodemkundige interpretatie: verstoord 120 / 6.97 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 120, Ondergrens laag in cm: 150, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-grijs-oranje Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel grind: zwak grindig, Mediaanklasse: matig fijn, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkloos Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, Bodemkundige interpretatie: verstoord 150 / 6.67 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 150, Ondergrens laag in cm: 170, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs-oranje Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: sterk siltig, Bijmengsel grind: matig grindig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Plantenresten: resten (onbepaald)-weinig (1-10%), Kalkgehalte: kalkloos, Lithogenese:
fluviatiel, Lithostratigrafie: Fv Beegden, Lv Wijchen Bodem: Bodemhorizont: afgedekt/begraven A-horizont, Ijzer/mangaan: enkele Fe-vlekken 170 / 6.47 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 170, Ondergrens laag in cm: 200, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: matig zandig, Bijmengsel humus: matig humeus, Plantenresten: resten (onbepaald)-weinig (1-10%), Kalkgehalte: kalkloos, Lithogenese: fluviatiel, Lithostratigrafie: Fv Beegden, Lv Wijchen Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, Ijzer/mangaan: veel Fe- en Mn-vlekken Archeologie: Houtskool: fragmenten Einde boring 200 / 6.17
Boring: S230009_2 Kop algemeen: Projectcode: S230009, Boornummer: 2, Beschrijver(s): MS, Datum: 28-02-2023, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 200 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 424997.553, Y-coördinaat in meters: 178789.717, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 8.237, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Gelderland, Gemeente: Wijchen, Opdrachtgever: Klok wonen BV, Uitvoerder: Synthegra B.V. 0 / 8.24 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 10, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: niet benoemd, Bijmengsel: niet benoemd Bodem: Bodemkundige interpretatie: verstoord Laag opmerking: Opmerking: klinker 10 / 8.14 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 10, Ondergrens laag in cm: 30, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-oranje-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel grind: matig grindig, Mediaanklasse: matig grof, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkloos Bodem: Bodemkundige interpretatie: opgebrachte grond 30 / 7.94 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 30, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 40, Boortype en
diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig grof, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkloos, Lithogenese: rivierduinafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Boxtel, LPv Delwijnen Bodem: Bodemkundige interpretatie: bouwvoor 40 / 7.84 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 40, Ondergrens laag in cm: 60, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin-oranje Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: sterk siltig, Bijmengsel grind: zwak grindig, Bijmengsel humus: sterk humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkloos, Lithogenese: rivierduinafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Boxtel, LPv Delwijnen Bodem: Bodemhorizont: verploegd tot in C-horizont 60 / 7.64 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 60, Ondergrens laag in cm: 160, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: oranje-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Afronding: afgerond, Lithogenese: rivierduinafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Boxtel, LPv Delwijnen Bodem: Bodemhorizont: C-horizont 160 / 6.64 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 160, Ondergrens laag in cm: 180, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs-oranje Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: sterk siltig, Bijmengsel grind: zwak grindig, Bijmengsel
humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig grof, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkloos, Lithogenese: fluviatiel, Lithostratigrafie: Fv Beegden, Lv Wijchen Bodem: Bodemhorizont: afgedekt/begraven A-horizont 180 / 6.44 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 180, Ondergrens laag in cm: 200, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs-oranje Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: matig zandig, Bijmengsel humus: matig humeus, Consistentie: stevig, Lithogenese: fluviatiel, Lithostratigrafie: Fv Beegden, Lv Wijchen Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, Ijzer/mangaan: veel Fe- en Mn-vlekken Einde boring 200 / 6.24
1 bron: S230009.geojson - 06-03-2023 12:29:47
Boring: S230009_3 Kop algemeen: Projectcode: S230009, Boornummer: 3, Beschrijver(s): MS, Datum: 28-02-2023, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 200 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 425012.305, Y-coördinaat in meters: 178789.338, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 8.228, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Gelderland, Gemeente: Wijchen, Opdrachtgever: Klok wonen BV, Uitvoerder: Synthegra B.V. 0 / 8.23 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 10, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: niet benoemd, Bijmengsel: niet benoemd Laag opmerking: Opmerking: klinker 10 / 8.13 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 10, Ondergrens laag in cm: 40, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkloos Bodem: Bodemkundige interpretatie: opgebrachte grond 40 / 7.83 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 40, Ondergrens laag in cm: 60, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: sterk siltig, Bijmengsel humus: sterk humeus, Mediaanklasse: matig fijn,
Afronding: afgerond, Kalkgehalte: kalkloos, Lithogenese: rivierduinafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Boxtel, LPv Delwijnen Bodem: Bodemhorizont: verploegd tot in C-horizont 60 / 7.63 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 60, Ondergrens laag in cm: 150, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: oranje-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Afronding: afgerond, Kalkgehalte: kalkloos, Lithogenese: rivierduinafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Boxtel, LPv Delwijnen Bodem: Bodemhorizont: C-horizont 150 / 6.73 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 150, Ondergrens laag in cm: 160, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: sterk siltig, Bijmengsel grind: zwak grindig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig grof, Afronding: matig afgerond, Lithogenese: fluviatiel, Lithostratigrafie: Fv Beegden, Lv Wijchen Bodem: Bodemhorizont: afgedekt/begraven A-horizont, Ijzer/mangaan: veel Fe-vlekken 160 / 6.63 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 160, Ondergrens laag in cm: 200, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: D Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: matig zandig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Plantenresten: resten (onbepaald)-veel (>10%), Lithogenese: fluviatiel, Lithostratigrafie: Fv Beegden, Lv Wijchen Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, Ijzer/mangaan:
Fe-concreties Einde boring 200 / 6.23
2 bron: S230009.geojson - 06-03-2023 12:29:47
Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek Kraanvogelstraat 15 te Wijchen gemeente Wijchen
Opdrachtgever
Status:
CONCEPT
Paraaf
Datum
klokOntwikkeling bv Postbus 40018
Projectleider
6504 AA Nijmegen
drs. H. Kremer (KNA archeoloog)
Projectnummer
Autorisatie
Synthegra Rapport S130077
drs. J.S. Krist (senior KNA archeoloog)
Synthegra bv, Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden Telefoon +31 (0)88 81 81 981, Internet: www.synthegra.nl
15-10-2013
Project:
Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek,
Kraanvogelstraat 15 te Wijchen Projectnummer: S130077
COLOFON Opdrachtgever
: KlokOntwikkeling B.V.
Project
: Kraanvogelstraat 15 te Wijchen
Projectnummer
: S130077
Titel
: Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek,
Datum
: 15-10-2013
Projectleider
: drs. H. Kremer (prospector, KNA archeoloog)
Auteurs
: drs. H. Kremer (prospector, KNA archeoloog), drs. J.H.F. Leuvering (fysisch geograaf / prospector)
Autorisatie
: drs. J.S. Krist (senior KNA archeoloog)
Druk
: Synthegra bv, Leusden
ISSN
: 1874-9771
Kraanvogelstraat 15 te Wijchen
Synthegra bv Synthegra bv, Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden Telefoon +31 (0)88 81 81 981, Internet: www.synthegra.nl © Synthegra bv, 2013
© Synthegra bv, Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
2 van 27
Project:
Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek,
Kraanvogelstraat 15 te Wijchen Projectnummer: S130077
INHOUD ADMINISTRATIEVE GEGEVENS
4
SAMENVATTING
5
1 1.1 1.2 1.3 1.4
INLEIDING Onderzoekskader Onderzoeksdoel en vraagstellingen Ligging en huidige situatie plangebied Toekomstige situatie plangebied
7 7 7 9 9
2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
BUREAUONDERZOEK Methode Landschapsgenese Archeologische waarden in en rondom het plangebied Historische ontwikkeling Gespecificeerde archeologische verwachting
10 10 10 14 17 19
3 3.1 3.2 3.3 3.4
INVENTARISEREND VELDONDERZOEK Methode Beschrijving en interpretatie van de boorgegevens Archeologische indicatoren Archeologische interpretatie
21 21 21 22 22
4 4.1 4.2 4.3
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Inleiding Conclusies / beantwoording onderzoeksvragen Aanbevelingen
23 23 23 25
LITERATUUR EN KAARTEN
26
Bijlagen: Bijlage 1: Overzicht van de relevante geologische en archeologische tijdvakken Bijlage 2: Combinatiekaart IKAW, AMK en ARCHIS waarnemingen Bijlage 3: Boorpuntenkaart Bijlage 4: Boorprofielen
© Synthegra bv, Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
3 van 27
Project:
Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek,
Kraanvogelstraat 15 te Wijchen Projectnummer: S130077
Administratieve gegevens Toponiem
: Kraanvogelstraat 15
Plaats
: Wijchen
Gemeente
: Wijchen
Provincie
: Gelderland
Projectnummer
: S130077
Bevoegde overheid
: Gemeente Wijchen
Opdrachtgever
: Klok Ontwikkeling B.V.
Uitvoerende instantie
: Synthegra bv
Datum uitvoering veldwerk
: 20-09-2013
Uitvoerders veldwerk
: drs. H. Kremer (prospector, KNA archeoloog)
Onderzoeksmelding (ARCHIS)
: 58.253
Datum onderzoeksmelding
: 09-09-2013
Onderzoeksnummer (ARCHIS)
: nog te bepalen
Kaartblad
: 45F
Periode
: laat-paleolithicum tot en met nieuwe tijd
Oppervlakte
: Circa 4.000 m
Grondgebruik
: bebouwd en bestraat
Geologie
: Formatie van Boxtel, het Laagpakket van Delwijnen
2
Geomorfologie
: rivierduin
Bodem
: vorstvaaggrond
Depot
: Documentatie en vondsten zullen worden aangeleverd aan het Provinciaal Depot van Gelderland, te Nijmegen
De onderzoekslocatie wordt omsloten door de volgende vier coördinaten: NW
178804.42
425034.24
ZW
178808.86
424990.65
NO
178906.67
425036.05
ZO
178909.81
425000.93
© Synthegra bv, Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
4 van 27
Project:
Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek,
Kraanvogelstraat 15 te Wijchen Projectnummer: S130077
Samenvatting Inleiding Synthegra heeft in opdracht van KlokOntwikkeling B.V. een archeologisch bureauonderzoek in combinatie met een karterend booronderzoek uitgevoerd op een terrein aan de Kraanvogelstraat 15 in Wijchen. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen ontwikkeling van een supermarkt met daarboven stadsappartementen.
Specifieke archeologische verwachting bureauonderzoek De specifieke archeologische verwachting uit het bureauonderzoek wordt weergegeven in onderstaande tabel. Periode
Verwachting
Verwachte kenmerken vindplaats
Diepteligging sporen
laat-
hoog
Bewoningssporen, tijdelijke
In de top van de laag van
paleolithicum –
kampementen: vuursteen artefacten,
Wijchen Onder het
mesolithicum
haardkuilen
plaggendek (vanaf 30-50 cm beneden maaiveld) in de Apb-, E- en B-horizont van de podzolgrond en onder het eventueel aanwezige stuifzand (dikte is niet bekend)
neolithicum –
hoog
Nederzetting: cultuurlaag, fragmenten
Onder het plaggendek
vroege
aardewerk, natuursteen,
(vanaf 30-50 cm beneden
middeleeuwen
gebruiksvoorwerpen
maaiveld) tot diep in de Chorizont
late
laag
middeleeuwen –
Vanaf maaiveld tot diep in de C-horizont
nieuwe tijd Tabel 2.1: Archeologische verwachting per periode.
Archeologische interpretatie veldonderzoek De natuurlijke vorstvaaggrond is in 4 van de 5 boringen nog intact aanwezig. Ter plaatse van boring 2 is verstoring van de ondergrond vastgesteld tot 118 cm beneden maaiveld. Naar verwachting is de oorspronkelijke bodem ook ter plaatse van de bebouwing verstoord tot in de C-horizont van het rivierduinzand, dat nergens dieper dan 65 cm beneden maaiveld is aangetroffen. Vuursteenvindplaatsen bestaan voornamelijk uit strooiing van fragmenten vuursteen en ondiepe grondsporen, zoals haardkuilen, en bevinden zich in de bovengrond van de oorspronkelijke bodem. Aangezien de bodem in het grootste deel van het plangebied is verstoord door de aanwezige bebouwing, zijn eventueel aanwezige vuursteenvindplaatsen verloren gegaan. De hoge verwachting voor vuursteenvindplaatsen kan daarom naar laag worden bijgesteld. Nederzettingsresten uit het neolithicum tot en met de nieuwe tijd bestaan niet alleen uit fragmenten aardewerk, maar ook uit diepere sporen zoals paalgaten en afvalkuilen. Deze sporen kunnen tot in de C-
© Synthegra bv, Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
5 van 27
Project:
Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek,
Kraanvogelstraat 15 te Wijchen Projectnummer: S130077
horizont reiken en zijn mogelijk nog intact. Tijdens het booronderzoek zijn echter geen archeologische resten of indicatoren aangetroffen, die wijzen op de aanwezigheid een vindplaats uit deze periode. Daarom kan de verwachting om archeologische waarden uit de perioden neolithicum tot en met de nieuwe tijd aan te treffen voor het plangebied naar laag worden bijgesteld.
Aanbeveling Op grond van de resultaten van het onderzoek wordt voor het plangebied geen vervolgonderzoek geadviseerd.
© Synthegra bv, Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
6 van 27
Project:
Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek,
Kraanvogelstraat 15 te Wijchen Projectnummer: S130077
1
Inleiding
1.1
Onderzoekskader Synthegra heeft in opdracht van KlokOntwikkeling B.V. een archeologisch bureauonderzoek in combinatie met een karterend booronderzoek uitgevoerd op een terrein aan de Kraanvogelstraat 15 in Wijchen (afbeelding 1.1). De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen ontwikkeling van een supermarkt met daarboven stadsappartementen. De diepte van de toekomstige bodemverstoring is op dit moment onbekend, maar uitgaande van de aanleg van bouwputten voor de bebouwing zal de bodem waarschijnlijk tot in het archeologische niveau worden verstoord, dat in dit gebied vanaf 30 cm beneden maaiveld verwacht kan worden. Door de graafwerkzaamheden die zullen gaan plaatsvinden, kunnen eventueel aanwezige archeologische waarden verloren gaan. Daarom is op basis van het Verdrag van Malta, waaruit de Wet op de Archeologische Monumentenzorg uit 2007 is voortgevloeid, voorafgaand aan de graafwerkzaamheden archeologisch onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 1
2
versie 3.2 en de Leidraad Inventariserend Veldonderzoek. Het veldwerk is uitgevoerd op 20 september 2013. De bevoegde overheid, de gemeente Wijchen, heeft een specifiek archeologisch beleid vastgesteld en 3
beschikt over een Archeologische Verwachtings- of Beleidsadvieskaart. Volgens het vigerende beleid dient voor het plangebied een bureauonderzoek opgesteld te worden en/of een inventariserend veldonderzoek te worden uitgevoerd in de vroegste fase van de planvorming. De bevoegde overheid, de gemeente Wijchen, zal de resultaten van het onderzoek toetsen en een selectiebesluit nemen.
1.2
Onderzoeksdoel en vraagstellingen Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting aan de hand van bestaande bronnen over bekende of verwachte landschappelijke, historische en archeologische waarden. Het doel van het karterend booronderzoek is het toetsen van het opgestelde verwachtingsmodel door de intactheid van de bodemopbouw vast te stellen en de eventueel aanwezige archeologische resten en/of vindplaatsen te inventariseren. De volgende onderzoeksvragen zullen worden beantwoord:
•
Wat is de opbouw van de ondergrond en is het bodemprofiel intact?
•
Zijn in het plangebied archeologische vindplaatsen aanwezig?
1
SIKB 2010.
2
SIKB 2006.
3
Goossens 2008
© Synthegra bv, Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
7 van 27
Project:
Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek,
Kraanvogelstraat 15 te Wijchen Projectnummer: S130077
•
Wat is te zeggen over de horizontale en verticale verspreiding van de archeologische waarden?
•
Wat is de vermoedelijke aard en datering van de archeologische resten?
•
In hoeverre worden eventueel aanwezige archeologische resten bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het gebied?
© Synthegra bv, Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
8 van 27
Project:
Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek,
Kraanvogelstraat 15 te Wijchen Projectnummer: S130077
1.3
Ligging en huidige situatie plangebied 2
Het plangebied is circa 4.000 m groot en ligt aan de Kraanvogelstraat 15 in Wijchen (afbeelding 1.1). Het terrein wordt in het zuiden begrensd door de Kraanvogelstraat en aan de overige zijden door bebouwing. Het plangebied was ten tijde van de uitvoer van het veldonderzoek grotendeels bebouwd met een bedrijfspand. Rondom het pand was verharding met stelconplaten en klinkers aanwezig. De hoogte van het maaiveld ligt 4
op circa 15,4 m +NAP (Normaal Amsterdams Peil).
Afbeelding 1.1: Het plangebied op de Topografische Kaart van Nederland 1:25.000 aangegeven met het rode kader.
1.4
Toekomstige situatie plangebied De bestaande bebouwing in het plangebied zal gesloopt worden. Er zal nieuwbouw van een supermarkt met daarboven stadsappartementen plaatsvinden.
4
Hoogteligging van het plangebied op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) in m NAP geraadpleegd op www.ahn.nl
© Synthegra bv, Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
9 van 27
Project:
Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek,
Kraanvogelstraat 15 te Wijchen Projectnummer: S130077
2
Bureauonderzoek
2.1
Methode Tijdens het bureauonderzoek is met behulp van bestaande bronnen een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel voor het plangebied opgesteld. Dit is gedaan door het raadplegen van voor de archeologie relevante (schriftelijke) bronnen. Voor het bureauonderzoek zijn met name gegevens over bekende archeologische vindplaatsen in en rond het plangebied verzameld. Dit is aangevuld met historisch en fysischgeografisch onderzoek, waarbij informatie over vroeger grondgebruik is verkregen door de analyse van historische kaarten en tevens gegevens over de geologie, geomorfologie en bodem zijn bestudeerd.
2.2
Landschapsgenese Voor het bepalen of, waar en uit welke periode archeologische resten kunnen worden verwacht, zijn de volgende bronnen met betrekking tot de landschapsgenese geraadpleegd:
•
Geologische Kaart, schaal 1:600.000
•
Geomorfologische Kaart, schaal 1:50.000
•
Bodemkaart, schaal 1:50.000
•
Relevante achtergrondliteratuur
Voor de geologische beschrijving is gebruik gemaakt van de Lithostratigrafische Indeling van de Ondiepe 5
Ondergrond. Zie voor een overzicht van de geologische en archeologische perioden bijlage 1. Geologie en geomorfologie Het plangebied ligt in de bebouwde kom van Wijchen. Wijchen ligt in het rivierengebied tussen de Waal in het noorden en de Maas in het zuiden. Dit gebied is langdurig beïnvloed door sedimentatie van de rivier de Rijn, die dikke pakketten grind, zand en klei heeft afgezet. In de ondergrond bevinden zich oude rivierafzettingen van de Rijn die behoren tot de Formatie van Kreftenheye en tijdens het Weichselien zijn gevormd (circa 115.000 – 11.755 jaar geleden). De rivieren hadden in deze ijstijd voornamelijk een vlechtend patroon, gekenmerkt door meerdere geulen en een onregelmatige afvoer. In deze periode heeft de Rijn in een brede vlakte een dik pakket zand en grind afgezet 6
(Formatie van Kreftenheye).
Vanaf het Laat-Glaciaal (circa 15.000 – 11.755 jaar geleden) tot in het Vroeg-Holoceen (circa 11.755 jaar geleden) begonnen de rivieren te meanderen. Op deze zanden en grinden werd een pakket compacte, zandige klei afgezet, de Laag van Wijchen. Deze Laag van Wijchen wordt gevormd door klei die tijdens overstromingen in de riviervlakte werd afgezet en waar vervolgens zand inwaaide. In het rivierengebied komen lokaal rivierduinen voor. De rivierduinen stammen uit de Jonge Dryas (circa 12.745 – 11.755 jaar geleden). In deze periode is het tijdelijk heel koud en droog geworden en hebben de rivieren deels weer een
5
De Mulder et al. 2003 en via www.dinoloket.nl: Dinoloket, Standaarden, Lithostratigrafische Nomenclator van de Ondiepe
6
Berendsen, 2004.
Ondergrond.
© Synthegra bv, Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
10 van 27
Project:
Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek,
Kraanvogelstraat 15 te Wijchen Projectnummer: S130077
vlechtend patroon, zodat een groot deel van de overstromingsvlakte een groot deel van het jaar droog en onbegroeid is. Op deze manier is weer zand beschikbaar dat door de wind is weggeblazen en elders is opgewaaid. Het rivierduinzand bestaat uit matig gesorteerd, matig grof zand en wordt tot het Laagpakket van Delwijnen van de Formatie van Boxtel gerekend. Verder van de rivier af is fijner zand afgezet, het zogenaamde dekzand. Dit (vaak lemige) zand is kalkloos, fijnkorrelig (150 – 210 µm), goed afgerond, goed 7
gesorteerd en arm aan grind en wordt tot het Laagpakket van Wierden van de Formatie van Boxtel gerekend.
Op de geomorfologische kaart is het plangebied niet gekarteerd omdat het in de bebouwde kom van Wijchen ligt. Op deze kaart is wel te zien dat zich ten noorden van het plangebied lage rivierduinen bevinden en een golvende dekzandvlakte (afbeelding 2.1, respectievelijk code 4K20 en 3L5). Volgens het Actueel 8
Hoogtebestand van Nederland (AHN, afbeelding 2.2) ligt het plangebied relatief hoog weergeven met oranjegele kleuren. De oranje-gele structuur komt qua vorm overeen met de rivierduin van de geomorfologische kaart. De onderzoekslocatie ligt naar verwachting op een laag rivierduin.
LEGENDA 4K20
laag rivierduin, ten dele begraven (donk)
3L5
golvende dekzandvlakte
Afbeelding 2.1: Ligging van het plangebied op de Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000, aangegeven met het rode kader (Bron: Archis2).
7
Berendsen 2004, 190.
8
www.ahn.nl
© Synthegra bv, Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
11 van 27
Project:
Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek,
Kraanvogelstraat 15 te Wijchen Projectnummer: S130077
Afbeelding 2.2: Ligging van het plangebied op het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN), aangegeven met het rode kader (Bron: www.ahn.nl). Bodem Op de bodemkaart is het plangebied niet gekarteerd omdat het in de bebouwde kom van Wijchen ligt. Maar op grond van de omringende kaarteenheden komt waarschijnlijk een vorstvaaggrond of loopodzolgrond in grof zand in het plangebied voor (afbeelding 2.3, respectievelijk code Zb30 en cY30). Vorstvaaggronden zijn zandgronden met een ‘vage’ humushoudende bouwvoor (Ap-horizont), door de voortdurende omwerking als gevolg van een hoge biologische activiteit. Onder de bovengrond is een min of meer homogene verbruiningsslaag aanwezig. Door de voortdurende omwerking behoort deze bodem tot de vaaggronden. Dit is dus niet het gevolg van een beperkte periode van bodemvorming.
De loopodzolbodems worden afgedekt door een humushoudend eerddek (30 – 50 cm dik) dat ontstaan is door ophoging met plaggenmest. De B-horizont van de loopodzolbodems is geelbruin met een geleidelijk verloop naar een gele C-horizont
© Synthegra bv, Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
12 van 27
Project:
Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek,
Kraanvogelstraat 15 te Wijchen Projectnummer: S130077
LEGENDA Zb30
vorstvaaggronden in grof zand
cY30
loopodzolgronden in grof zand
Afbeelding 2.3: Ligging van het plangebied op de Bodemkaart van Nederland 1:50.000, aangegeven met het rode kader (Bron: Archis).
Op
de
bodemkaart
staan
de
gemiddelde
grondwaterstanden
aangegeven
met
zogenaamde
grondwatertrappen. Het plangebied wordt gekenmerkt door een diepe grondwaterstand (grondwatertrap VI). Dit betekent dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand tussen de 40-80 cm beneden maaiveld en de gemiddeld laagste grondwaterstand dieper dan 120 cm beneden maaiveld wordt aangetroffen.
© Synthegra bv, Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
13 van 27
Project:
Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek,
Kraanvogelstraat 15 te Wijchen Projectnummer: S130077
2.3
Archeologische waarden in en rondom het plangebied In deze paragraaf wordt gekeken of binnen en rond het plangebied archeologische en/of ondergrondse bouwhistorische waarden bekend zijn. Hiervoor zijn de volgende bronnen binnen de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geraadpleegd:
•
Centraal Archeologisch Archief (CAA)
•
Centraal Monumenten Archief (CMA)
•
Archeologisch Informatie Systeem (ARCHIS II)
Daarnaast zijn de volgende bronnen geraadpleegd:
•
Archeologische Verwachtingskaart van de gemeente Wijchen
•
gegevens van amateur archeologen
Volgens de IKAW (Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden) van de RCE geldt voor het plangebied een onbekende archeologische verwachting. Het plangebied is niet gekarteerd omdat het in de bebouwde kom van Wijchen ligt (bijlage 2). Op de Archeologische Verwachtingskaart van de gemeente Wijchen heeft het plangebied een hoge archeologische waarde. Vanwege het gedetailleerde schaalniveau en het beleid van de gemeente wordt deze kaart als leidend beschouwd.
Afbeelding 2.4: Ligging van het plangebied op de Archeologische Verwachtingskaart van de gemeente Wijchen, aangegeven met het rode kader (Bron: Raap rapport 1828, kaartbijlage 2). © Synthegra bv, Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
14 van 27
Project:
Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek,
Kraanvogelstraat 15 te Wijchen Projectnummer: S130077
Uit de archieven en ARCHIS II van de RCE blijkt dat binnen het plangebied geen archeologische monumenten, waarnemingen en onderzoeksmeldingen aanwezig zijn (bijlage 2). Uit de directe omgeving (binnen een straal van 200 m) zijn geen monumenten bekend. De waarnemingen en onderzoeksmeldingen uit de directe omgeving zullen hieronder worden besproken. Wwaarnemingen en onderzoeksmeldingen binnen een straal van 200 m van het plangebied: Onderzoeksmelding 46.324 betreft een booronderzoek uitgevoerd op het westelijk gelegen aanpalende terrein 9
aan de Kraanvogelstraat. Hieronder volgt een samenvatting van het onderzoek.
De onderzoekslocatie ligt op een rivierduin dat in het Laat-Glaciaal is ontstaan. Hierop worden vorstvaaggronden of loopodzolgronden verwacht. Door de ligging op het rivierduin heeft de onderzoekslocatie een hoge trefkans op archeologische resten en/of sporen uit de periode laat-paleolithicum – nieuwe tijd. In de omgeving van de onderzoekslocatie zijn resten vanaf het paleolithicum bekend; de meeste vondsten in de omgeving hebben echter betrekking op resten uit de periode ijzertijd – Romeinse tijd. De onderzoekslocatie was in 1832 en 1900 onbebouwd en in gebruik als bouwland. Ter plaatse van de huidige, onderkelderde bebouwing zijn de archeologische niveaus waarschijnlijk al verdwenen. Op de onderzoekslocatie waren oorspronkelijk holtpodzolgronden aanwezig. Deze zijn in de helft van de boringen tot in de C-horizont afgetopt. In boring 6 is de top van de B-horizont van de holtpodzolgrond verdwenen. Er blijven dus maar twee boringen over waarin het archeologische niveau nog intact is (boringen 2 en 3). Er zijn meerdere archeologische niveaus aangetroffen. Aan de basis van de A-horizont en de top van de C-horizont is een fragment Romeins aardewerk aangetroffen. Dit fragment kan echter ook van elders aangevoerd zijn. Concluderend kan worden gesteld dat de bodem op de onderzoekslocatie grotendeels afgetopt is.
Daarom kan in het grootste gedeelte van de onderzoekslocatie de archeologische trefkans worden bijgesteld naar laag. Slechts in twee boringen is het archeologische niveau nog intact. Hier vinden echter geen bodemverstorende werkzaamheden plaats. Bij een archeologische opgraving bij de terreinen direct ten zuiden, zuidwesten en westen van de onderzoekslocatie, zijn bewoningsresten uit een periode vanaf het midden-neolithicum – vroege ijzertijd vastgesteld. Daarna zijn de terreinen in verschillende perioden gebruikt voor landbouwdoeleinden, waarvan de vele verspreide vondsten van aardewerk uit de Romeinse tijd, de vroege en late middeleeuwen en de nieuwe tijd getuigen (waarnemingsnrs. 424.969, 48.528 en 424.971). Bij het zuidoostelijke terreindeel (onderzoeksmelding 6518) is de opgraving beperkt gebleven tot de noordoostelijke hoek van het terrein. De rest van het terrein was geheel verstoord. Bij een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd ten oosten van het plangebied (onderzoeksmelding 39.525) zijn delen van een grafveld aangetroffen. Het betreft begravingen in de vorm van crematies. Er is aardewerk, bouwmateriaal, vuursteen, metaal, slak en verbrand menselijk bot aangetroffen. Het aardewerk dateert waarschijnlijk is de midden-ijzertijd, maar een datering in de late-bronstijd, vroege ijzertijd of late ijzertijd is niet uit te sluiten.
9
Verboom-Jansen 2011.
© Synthegra bv, Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
15 van 27
Project:
Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek,
Kraanvogelstraat 15 te Wijchen Projectnummer: S130077
De lokale afdeling van de AWN (afdeling 16 Nijmegen e.o.) is via email benaderd en heeft op de vraag of bij hen nog informatie uit het plangebied bekend is (die niet bij de RCE gemeld) nog niet geantwoord.
© Synthegra bv, Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
16 van 27
Project:
Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek,
Kraanvogelstraat 15 te Wijchen Projectnummer: S130077
2.4
Historische ontwikkeling Voor de historische ontwikkeling is historisch kaartmateriaal en relevante achtergrondliteratuur geraadpleegd, dat in onderstaande paragraaf is weergegeven. e
De naam Wijchen komt vanaf de 12 eeuw voor in de schriftelijke bronnen. De naam verwijst mogelijk naar 10
een Wih, ofwel een geweide, heilige plaats.
Ook andere toponymische verklaringen zoals Wijk-hen
(afkomstig van vic of vicus) en hene, dat ‘omheining’ betekent, kunnen niet uitgesloten worden.
Tot aan de Tweede Wereldoorlog is Wijchen een marktdorp, ontstaan uit een kleiner en ouder esdorp. Het oude centrum is ontstaan op een rivierduin van de Maas, die in die periode direct ten zuiden van het dorp 11
stroomde.
De oude loop van de rivier is nog deels herkenbaar in de ligging van het huidige Wijchense Meer
en de topografische indeling van wegen en percelen. Het gebied rond de dorpskern werd benut voor landbouw en bosbouw, de gebieden die verder van de dorpskern verwijderd lagen bestonden uit heide en werden voornamelijk extensief benut. Op de kaart uit 1830-1855 (afbeelding 2.5) is te zien dat het plangebied buiten de dorpskern van Wijchen ligt. Het plangebied is niet bebouwd en evenmin verkaveld. Het betreft een perceel woeste grond. Op de kaart uit circa 1900 (afbeelding 2.6) is het plangebied nog niet bebouwd. Het plangebied ligt nu aan een pad.
Afbeelding 2.5: Ligging van het plangebied op de kaart uit circa 1830-1855, aangegeven met het rode kader (Bron: Wolters Noordhoff Atlasproducties 1990, Oost-Nederland).
10
Van Berkel en Samplonius 2006, 499.
11
Stenvert e.a. 2000, 332.
© Synthegra bv, Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
17 van 27
Project:
Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek,
Kraanvogelstraat 15 te Wijchen Projectnummer: S130077
Afbeelding 2.6: Ligging van het plangebied op de kaart uit 1900, aangegeven met het rode kader (Bron: Archis2).
Bodemverstoring Binnen het plangebied zijn geen bodemverontreinigingen, saneringen of ondergrondse olietanks, benzinepompinstallaties en dergelijke bekend waardoor archeologische resten mogelijk verloren zijn 12
gegaan. e
De 20 eeuwse bebouwing die in het plangebied aanwezig is heeft tot plaatselijke verstoring van de bodem geleid.
12
www.bodemloket.nl
© Synthegra bv, Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
18 van 27
Project:
Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek,
Kraanvogelstraat 15 te Wijchen Projectnummer: S130077
2.5
Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van bovenstaand bureauonderzoek is voor het plangebied een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld, waarvan de essentie is weergegeven in tabel 2.1. Op de gemeentelijke verwachtingskaart heeft het plangebied een hoge archeologische waarde. Het plangebied ligt naar verwachting op een rivierduin. Gezien de ouderdom van de te verwachte afzettingen kunnen in het plangebied vindplaatsen aanwezig zijn vanaf het laat-paleolithicum tot en met de nieuwe tijd. Jager-verzamelaars uit het laat-paleolithicum tot en met mesolithicum kozen als woon- en verblijfplaats vaak voor de hoger liggende terreingedeelten in het landschap, bij voorkeur in de buurt van open water. Nabij deze waterrijke plekken was er een grote biodiversiteit, waardoor de jacht en het verzamelen van plantaardig voedsel betrekkelijk gemakkelijker was. Het plangebied ligt in op een rivierduin. Het plangebied was een gunstige verblijfplaats in deze periode gezien de hoge ligging en de onmiddellijke nabijheid van water. Op grond van bovenstaande gegevens geldt voor het plangebied een hoge archeologische verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het laat-paleolithicum en het mesolithicum. Vuursteenvindplaatsen worden gekenmerkt door een oppervlakkige vuursteenspreiding en ondiepe haardkuilen.
Deze vuursteenartefacten kunnen worden verwacht in het rivierduinzand. Vanaf het neolithicum ontstaan in onze streken de eerste landbouwculturen die gekenmerkt worden door sedentaire nederzettingen. In de beginperiode combineert men akkerbouw met het jagen en verzamelen, maar geleidelijk stapt men over naar akkerbouw en veeteelt. De nederzettingen worden gekenmerkt door permanente woningen die vaak diep in de grond gefundeerd waren. Waterputten werden gegraven voor de watervoorziening terwijl in en nabij de nederzetting afvalkuilen werden gegraven om afval te begraven. Deze sporen kunnen diep in de bodem reiken. In de periode vanaf het neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen heeft men nog steeds een voorkeur voor hoger en droger gelegen gebieden. Voor de permanente huizen uit deze periode geldt dat de hoge landduinen ten zuiden van het plangebied een gunstiger vestigingsplaats waren dan de lager gelegen lage landduinen. Bovendien zijn ten zuiden westen en zuidwesten van het plangebied zijn bewoningsresten uit de periode vanaf het midden-neolithicum – vroege ijzertijd vastgesteld(paragraaf 2.3). Daarom wordt aan het plangebied een hoge verwachting toegekend voor nederzettingsresten vanaf het neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen. In de late middeleeuwen vindt bedijking van de rivieren plaats.
De bewoning concentreert zich in deze periode steeds meer in dorpen en bewoningsclusters. Het plangebied ligt in deze periode buiten de bewoningskern en bestaat naar verwachting uit heide. Op basis van het bestudeerde historische kaartmateriaal wordt in het plangebied geen bebouwing vanaf de late middeleeuwen en nieuwe tijd aanwezig verwacht. De verwachting voor nederzettingsresten uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd wordt daarom op laag gesteld. Momenteel is het plangebied bebouwd geweest. Deze bebouwing heeft mogelijk voor bodemverstoring gezorgd. Eventuele archeologische resten zijn ter plaatse van deze bebouwing naar verwachting minder goed geconserveerd of geheel verloren gegaan.
© Synthegra bv, Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
19 van 27
Project:
Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek,
Kraanvogelstraat 15 te Wijchen Projectnummer: S130077
Periode
Verwachting
Verwachte kenmerken vindplaats
Diepteligging sporen
laat-
hoog
Bewoningssporen, tijdelijke
In de top van de laag van
paleolithicum –
kampementen: vuursteen artefacten,
Wijchen Onder het
mesolithicum
haardkuilen
plaggendek (vanaf 30-50 cm beneden maaiveld) in de Apb-, E- en B-horizont van de podzolgrond en onder het eventueel aanwezige stuifzand (dikte is niet bekend)
neolithicum –
hoog
Nederzetting: cultuurlaag, fragmenten
Onder het plaggendek
vroege
aardewerk, natuursteen,
(vanaf 30-50 cm beneden
middeleeuwen
gebruiksvoorwerpen
maaiveld) tot diep in de Chorizont
late
laag
middeleeuwen –
Vanaf maaiveld tot diep in de C-horizont
nieuwe tijd Tabel 2.1: Archeologische verwachting per periode.
© Synthegra bv, Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
20 van 27
Project:
Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek,
Kraanvogelstraat 15 te Wijchen Projectnummer: S130077
3
Inventariserend Veldonderzoek
3.1
Methode Op basis van het gespecificeerde verwachtingsmodel uit het bureauonderzoek is aan de hand van de 13
Leidraad Inventariserend Veldonderzoek
een karterend booronderzoek met een boordichtheid van ten
minste 10 boringen per hectare uitgevoerd. Hiermee is het onderzoek verkennend voor vuursteenvindplaatsen uit de steentijd en karterend voor nederzettingsresten uit de latere perioden. Aangezien het plangebied circa 4.000 m
2
groot is, zijn in totaal 5 boringen gezet. Vanwege de terreinomstandigheden (bebouwing,
verhardingen, begroeiing etc.) zijn de boringen zo gelijkmatig mogelijk over het plangebied verdeeld. De exacte boorlocaties zijn ingemeten met een meetlint. Er is geboord met een Edelmanboor met een diameter van 15 cm. De boringen zijn uitgevoerd tot in het Laagpakket van Wijchen of tot maximaal 2 m beneden maaiveld. Het opgeboorde sediment is gezeefd over een zeef met een maaswijdte van 3 mm en geïnspecteerd op de aanwezigheid van archeologische 14
indicatoren. De boringen zijn lithologisch beschreven conform de NEN 5104
15
en bodemkundig
geïnterpreteerd.
3.2
Beschrijving en interpretatie van de boorgegevens De locaties van de boringen staan in bijlage 3 en de boorprofielen in bijlage 4. Binnen het terrein zijn geen hoogteverschillen waargenomen. Het terrein is dus relatief vlak, met uitzondering van de locatie van boorpunt 1 die in een verhoging is geplaatst ten behoeve van een bloembak. Aan de basis van de boringen 2 tot en met 5 is matig fijn tot matig grof, zwak tot sterk siltig zand aangetroffen. Dit zand is geïnterpreteerd als een beddingafzetting van een pleistocene loop van de Rijn. Het wordt gerekend tot de Formatie van Kreftenheye. Op dit zand is een laag sterk zandige, matig roesthoudende, stevige klei aangetroffen. Deze klei wordt geïnterpreteerd als een overstromingsdek van de Rijn uit het Laat Glaciaal en/of het Vroeg Holoceen en wordt gerekend tot het Laagpakket van Wijchen, dat onderdeel uitmaakt van de Formatie van Kreftenheye. De dikte van het Laagpakket van Wijchen varieert binnen het plangebied van 30 tot 50 cm. Op deze kleilaag is een pakket matig grof, zwak siltig zand aangetroffen, dat enkele zeer kleine grindjes bevat. Dit zandpakket is geïnterpreteerd als rivierduinzand en wordt gerekend tot het Laagpakket van Delwijnen, dat onderdeel uitmaakt van de Formatie van Boxtel. In boring 2, 4 en 5 is aan de top van het rivierduinzand een 25 tot 45 cm dikke laag matig tot sterk humeus, matig grof zand aangetroffen.
Deze laag is geïnterpreteerd als de oorspronkelijke A-horizont, die bij de bouw van het bedrijfspand is bedekt met bouwzand ten behoeve van de aanwezige verharding (Apb-horizont). Het hoge humusgehalte wijst erop dat de grond is bemest in de tijd dat het gebied een agrarische functie had, zoals op het historisch kaartmateriaal is te zien. De bodem ter plaatse van deze boringen is te classificeren als een vorstvaaggrond, waarop een dun esdek aanwezig is. In boring 3 is deze Apb-horizont niet aangetroffen. Hier is de bodem verstoord tot een diepte van 118 cm beneden maaiveld.
13
SIKB, 2006.
14
Nederlands Normalisatie-instituut, 1989.
15
De Bakker en Schelling, 1989.
© Synthegra bv, Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
21 van 27
Project:
Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek,
Kraanvogelstraat 15 te Wijchen Projectnummer: S130077
Boring 1 wijkt af van de hierboven beschreven boringen. Deze boring is geplaatst in een bloembak. De toplaag bestaat uit een pakket matig grof, bruin zand met een dikte van circa 50 cm. Dit pakket is opgebracht ten behoeve van de functie als bloembak. Daaronder bevindt zich een laag eveneens matig grof, lichtbruin zand. Deze laag is geïnterpreteerd als de oorspronkelijke A-horizont die zich heeft gevormd in het rivierduinzand. Het rivierduinzand wordt in deze boring aangetroffen tot het einde van de boring op een diepte van 2 meter beneden maaiveld.
3.3
Archeologische indicatoren Bij de controle van het opgeboorde bodemmateriaal zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats.
3.4
Archeologische interpretatie De natuurlijke vorstvaaggrond is in 4 van de 5 boringen nog intact aanwezig. Ter plaatse van boring 2 is verstoring van de ondergrond vastgesteld tot 118 cm beneden maaiveld. Naar verwachting is de oorspronkelijke bodem ook ter plaatse van de bebouwing verstoord tot in de C-horizont van het rivierduinzand, dat nergens dieper dan 65 cm beneden maaiveld is aangetroffen. Vuursteenvindplaatsen bestaan voornamelijk uit strooiing van fragmenten vuursteen en ondiepe grondsporen, zoals haardkuilen, en bevinden zich in de bovengrond van de oorspronkelijke bodem. Aangezien de bodem in het grootste deel van het plangebied is verstoord door de aanwezige bebouwing, zijn eventueel aanwezige vuursteenvindplaatsen verloren gegaan. De hoge verwachting voor vuursteenvindplaatsen kan daarom naar laag worden bijgesteld. Nederzettingsresten uit het neolithicum tot en met de nieuwe tijd bestaan niet alleen uit fragmenten aardewerk, maar ook uit diepere sporen zoals paalgaten en afvalkuilen. Deze sporen kunnen tot in de Chorizont reiken en zijn mogelijk nog intact. Tijdens het booronderzoek zijn echter geen archeologische resten of indicatoren aangetroffen, die wijzen op de aanwezigheid een vindplaats uit deze periode.
Daarom kan de verwachting om archeologische waarden uit de perioden neolithicum tot en met de nieuwe tijd aan te treffen voor het plangebied naar laag worden bijgesteld.
© Synthegra bv, Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
22 van 27
Project:
Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek,
Kraanvogelstraat 15 te Wijchen Projectnummer: S130077
4
Conclusies en aanbevelingen
4.1
Inleiding Het doel van het archeologisch bureauonderzoek was het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Voor het plangebied gold op basis van het bureauonderzoek een hoge verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het laat-paleolithicum en mesolithicum en nederzettingsresten uit het neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen. Voor de late middeleeuwen en de nieuwe tijd gold een middelhoge verwachting. Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen van deze verwachting.
4.2
Conclusies / beantwoording onderzoeksvragen
•
Wat is de opbouw van de ondergrond en is het bodemprofiel intact? De ondergrond van het plangebied bestaat uit afzettingen van de Pleistocene Rijn, waarbinnen twee eenheden zijn te onderscheiden. Aan de basis liggen beddingafzettingen (matig fijn tot matig grof zand) die tot de Formatie van Kreftenheye worden gerekend. De beddingafzettingen zijn bedekt met een overstromingsdek dat uit stevige, sterk zandige klei bestaat. Deze klei wordt tot het Laagpakket van Wijchen gerekend, dat onderdeel uitmaakt van de Formatie van Kreftenheye. Op het Laagpakket van Wijchen is een pakket rivierduinzand aangetroffen (Laagpakket van Delwijnen van de Formatie van Boxtel). In het rivierduinzand heeft zicht een vorstvaaggrond ontwikkeld, waarop een dun esdek aanwezig is. In het grootste deel van het plangebied is deze oorspronkelijke bodem verstoord door graafwerkzaamheden ten behoeve van de bouw van het aanwezige bedrijfspand, en de aanleg van kabels en leidingen. .
•
Zijn in het plangebied archeologische vindplaatsen aanwezig? In geen van de boringen zijn indicatoren aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. De kans dat binnen het plangebied een archeologische vindplaats aanwezig is, wordt daarom klein geacht. Op grond van de beantwoording van de bovenstaande vraag zijn de twee onderstaande onderzoeksvragen niet meer van toepassing.
•
Wat is te zeggen over de horizontale en verticale verspreiding van de archeologische waarden?
•
Wat is de vermoedelijke aard en datering van de archeologische resten?
•
In hoeverre worden eventueel aanwezige archeologische resten bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het gebied? De verwachting is dat binnen het plangebied geen archeologische resten in situ aanwezig zijn, waardoor ook geen archeologische resten worden bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het gebied.
© Synthegra bv, Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
23 van 27
Project:
Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek,
Kraanvogelstraat 15 te Wijchen Projectnummer: S130077
De hoge archeologische verwachting uit het bureauonderzoek voor zowel vuursteenvindplaatsen uit het laatpaleolithicum en mesolithicum als voor nederzettingssporen uit het neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen kan op grond van de resultaten van het veldonderzoek naar laag worden bijgesteld. De middelhoge verwachting voor archeologische resten uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd kan op grond van de resultaten van het veldonderzoek naar laag worden bijgesteld.
© Synthegra bv, Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
24 van 27
Project:
Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek,
Kraanvogelstraat 15 te Wijchen Projectnummer: S130077
4.3
Aanbevelingen Op grond van de resultaten van het onderzoek wordt voor het plangebied geen vervolgonderzoek geadviseerd. Bovenstaand advies vormt een zogenaamd selectieadvies. Met nadruk willen wij de opdrachtgever erop wijzen dat dit selectieadvies nog niet betekent dat al bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek zullen namelijk eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Wijchen), die vervolgens een selectiebesluit neemt. Er is geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethoden. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Synthegra wil de opdrachtgever er daarom op wijzen dat, mochten tijdens de geplande werkzaamheden archeologische waarden worden aangetroffen, conform artikel 53 van de Monumentenwet uit 1988 (herzien in 2007) een meldingsplicht geldt bij de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of bij de hem vertegenwoordigende bevoegde overheid, de gemeente Wijchen.
© Synthegra bv, Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
25 van 27
Project:
Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek,
Kraanvogelstraat 15 te Wijchen Projectnummer: S130077