CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Graafseweg 540-542 Wijchen_vastgesteld_1_Toelichting.pdf

Raad openbaar Wijchen 24 november 2022, gemeente wijchenBij agendapunt: 47979 beslisnota Vaststellen bestemmingsplan 'Graafseweg 540 - 542 in Wijchen'.11.488 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De gemiddeld hoogste grondwaterstand vormt geen belemmering voor het plaatsen van infiltratie kratten en het infiltreren van het hemelwater in de bodem. In de Waterwet is geregeld dat iedere perceelseigenaar het eigen hemelwater moet Toelichting

39

verwerken. In het voorliggende plan is de initiatiefnemer eigenaar van het gehele perceel en is er geen voornemen om het eigendom van de percelen te splitsen. De infiltratievoorzieningen worden zowel in de tuin achter de appartermenten als in de tuin van de woning geplaatst. Gezondheid en veiligheid Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar een veilig watersysteem. Inrichting en beheer van het watersysteem op de planlocatie dient te zijn gericht op het voorkomen of beperken van risico's voor de volksgezondheid en veiligheid. Risico's van optrekkend vocht primair beperken door ter plaatse van bebouwing te voorzien in voldoende ontwateringsdiepte en drooglegging. Of, als dit niet mogelijk is, door het treffen van maatregelen (bv. kruipruimtevrij bouwen, waterdicht bouwen). Een permanente verandering (verlaging) van grondwaterstanden is daarbij niet toegestaan. Voorts in het plan rekening houden met eventuele gevolgen van bodemdaling als gevolg van grondwaterstandsdaling of –fluctuatie. Inrichting en beheer van oppervlaktewater in bebouwd gebied afstemmen op potentieel verdrinkingsgevaar (veilige oevers). Bij de ruimtelijke inrichting rekening houden met locaties waar waterkwaliteit een gezondheidsrisico kan vormen (zoals bij overstorten en stilstaand water).

Gevolgen van/voor het plan In het voorliggende plan is sprake van een functieverandering in bestaande gebouwen, er worden geen nieuwe funderingen aangelegd. In de huidige bebouwing is geen sprake van optrekkend vocht. De hoogste grondwaterstand reikt niet tot de fundering van het plan en er is geen kruipruimte aanwezig. Derhalve zal optrekkend vocht niet leiden tot gezondheidsrisico's. Overwegingen en conclusie Overwegingen Gezien terreinhoogte en grondwaterstanden wordt voldaan aan de ontwateringseisen. Hemelwater wordt op eigen terrein opgevangen en niet afgevoerd naar riolering en of het oppervlaktewatersysteem, waardoor de noodzaak voor compenserende waterberging komt te vervallen. In de achtertuin is voldoende ruimte voor het plaatsen van infiltratiekratten en inundatie te voorkomen. 40

Graafseweg 540-542 Wijchen

Conclusie Het plan heeft geen nadelige gevolgen voor de waterhuishouding en omgekeerd. Overleg met waterbeheerder Op grond van het Besluit Ruimtelijke Ordening moet in de toelichting van ruimtelijke plannen een waterparagraaf worden opgenomen. Hierin wordt beschreven hoe rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de taken en belangen van het waterschap. De watertoets voor dit plan heeft plaatsgevonden via de Digitale Watertoets (www.dewatertoets.nl). Beleid van Waterschap Rivierenland Met ingang van 27 november 2015 is het Waterbeheerprogramma 2016-2021 Koers houden, kansen benutten bepalend voor het waterbeleid. Dit plan gaat over het waterbeheer in het hele rivierengebied en het omvat alle watertaken van het waterschap: waterkeringen, waterkwantiteit, waterkwaliteit, wegen en waterketen. Daarnaast beschikt het Waterschap Rivierenland over een verordening: de Keur voor waterkeringen en wateren. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels. Waterberging Voor dit plan is de toename van het verhard oppervlak kleiner dan 500 m² in het stedelijk gebied of kleiner dan 1500 m² in het landelijk gebied.

Eventueel kan gebruik worden gemaakt van een eenmalige vrijstelling. Natuur Het plangebied ligt (deels) in een gebied met specifieke natuurdoelen of binnen uw plan liggen specifieke wateren met ecologische doelstellingen. Als algemeen criterium geldt in deze gebieden/wateren het stand-still-beginsel. Dit beginsel houdt in dat ontwikkelingen niet mogen leiden tot achteruitgang van de huidige situatie, tenzij de negatieve effecten (op bijvoorbeeld ecologie of waterkwantiteit) volledig worden gecompenseerd. Aanvragen om watervergunning op dit punt zullen met name op een zeker behoud van ecologische waarde worden getoetst. Het stand-still-beginsel geldt in de volgende gebieden: Toelichting

41

Natte landnatuur (EVZ, EHS, incl. TOP-lijstgebieden); HEN/SED-wateren (prov. Gld en Waterparels (prov.NB); Conclusie Het Waterschap adviseert positief over het plan, onder de voorwaarde dat er voldoende rekening wordt gehouden met bovengenoemde aandachtspunten (indien van toepassing). Het ruimtelijk plan hoeft in het kader van de watertoets niet meer toegestuurd te worden aan Waterschap Rivierenland (zie Bijlage 3 Watertoets). 4.9

Ecologie

In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de (mogelijke) natuurwaarden. Daartoe wordt onderscheid gemaakt in gebiedsbescherming en soortenbescherming. Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000- gebieden. Daarnaast is het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), in het kader van de gebiedsbescherming van belang. Op basis van de Wet ammoniak en veehouderij (Wav) zijn zeer kwetsbare gebieden aangewezen. Deze gebieden kunnen nadelige invloed ondervinden als de uitstoot van ammoniak op de gebieden toeneemt. Ter bescherming van deze gebieden is een zone van 250 meter rondom de gebieden aangewezen als buffer, om ontwikkelingen die schadelijk zijn voor deze gebieden te beperken. Soortenbescherming Sinds 1 januari 2017 regelt Wet natuurbescherming de bescherming van in het wild voorkomende inheemse planten en dieren: de soortenbescherming. De wet richt zich vooral op het in standhouden van populaties van soorten die bescherming behoeven. Bekeken moet worden of er beschermde soorten aanwezig zijn in of nabij het plangebied, in hoeverre het plan negatieve gevolgen kan hebben op die beschermde dier- en plantensoorten en of er compenserende of mitigerende maatregelen moeten worden genomen.

Onderzoek Gebiedsbescherming Het plangebied ligt op grote afstand van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000 behoren, en ligt buiten de Groene Ontwikkelingszone. 42

Graafseweg 540-542 Wijchen

Vanwege de ligging buiten beschermd (natuur)gebied en de lokale invloedsfeer van de voorgenomen activiteiten, hebben de voorgenomen activiteiten geen negatief effect op beschermd (natuur)gebied. Ook ligt het plangebied buiten de Groene Ontwikkelingszone, deze zone heeft geen externe werking verdere toetsing is derhalve niet noodzakelijk. De ontwikkeling op het plangebied betreft geen voornemen voor het uitbreiden van vee en heeft dus geen betrekking op WAV-gebieden. De afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden Uiterwaarden waal' is circa 8 kilometer.

Afbeelding 10: afstand projectlocatie tot Natura 2000 gebieden bedraagt circa 8 km Het voornemen betreft geen realisering van nieuwe bouwwerken of uitbreiding van vee. De bouwwerkzaamheden hebben betrekking op veranderingen die grotendeels plaats vinden binnen het bestaande pand. Gelet op de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied zijn er ten gevolge van de stikstofemissie in de bouw of gebruiksfase geen significant negatieve effecten op habitattypen van Natura 2000 gebieden te verwachten. Soortbescherming Het plangebied behoort vermoedelijk tot functioneel leefgebied van verschillende vogel-, amfibieën-, vleermuis- en grondgebonden zoogdiersoorten. Voorgenoemde soorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk bezetten sommige grondgebonden zoogdiersoorten er een rust- en voortplantingsplaatsen en bezetten verschillende amfibieënsoorten er een (winter)rustplaats. Vleermuizen bezetten geen rust- of verblijfplaats in het plangebied, maar benutten het plangebied vermoedelijk wel als foerageergebied. De betekenis van het plangebied als foerageergebied is zeer gering. Toelichting

43

Voor de grondgebonden zoogdier- (en amfibieënsoorten) die in het plangebied voorkomen geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen 'doden en verwonden' en het 'beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingslocaties' (of de soort is niet beschermd). De functie van het plangebied als foerageergebied voor vogels, amfibieën, grondgebonden zoogdieren is niet beschermd en de functie van het plangebied als foerageergebied voor vleermuizen wordt door uitvoering van de voorgenomen activiteiten niet aangetast. In het kader van de zorgplicht, wordt geadviseerd een ecologisch werkprotocol op te stellen, om te voorkomen dat een incidenteel aanwezige vleermuis gedood wordt. De zorgplicht is ten alle tijde van toepassing, dit betekent dat vlak voor de start nog een eenvoudige visuele controle nodig is of er alsnog ergens wordt genesteld door vogels of vleermuizen. Conclusie Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het Gelders Natuurnetwerk en Natura 2000. Omdat de bescherming van het Gelders Natuurnetwerk geen externe werking kent, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten, en de ligging op enige afstand van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, is het niet aannemelijk dat de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden.

Een berekening met behulp het computerprogramma Aerius wordt dan ook niet noodzakelijk geacht om de wettelijke consequenties vast te kunnen stellen. Het complete rapport is opgenomen als Bijlage 8 Quickscan Flora & Fauna.

44

Graafseweg 540-542 Wijchen

4.10

Cultuurhistorie en archelogie

4.10.1 Cultuurhistorie De Monumentenwet 1988 is op 1 juli 2016 overgegaan in de Erfgoedwet. De Erfgoedwet vormt samen met de Omgevingswet het wettelijke fundament voor de cultuurhistorie en archeologie in Nederland. In de Erfgoedwet is vastgelegd hoe met ons erfgoed wordt omgegaan, wie welke verantwoordelijkheden daarbij heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Het beschermingsniveau zoals die in de oude wetten en regelingen golden blijven gehandhaafd. Onderdelen van de huidige Monumentenwet die de fysieke leefomgeving betreffen worden over enige tijd overgeheveld naar de Omgevingswet. Voorbeelden daarvan zijn de verplichting om rekening te houden met archeologie bij het opstellen van bestemmingsplannen (straks omgevingsplannen). Parapluplan cultuurhistorie De gemeenten Beuningen, Druten, Heumen en Wijchen hebben besloten om gezamenlijk een beleidsnota cultuurhistorie op te stellen. Het parapluplan Cultuurhistorie heeft betrekking op die gebieden van de gemeente waar cultuurlandschappen met een hoge of zeer hoge waarde en vanuit cultuurhistorisch oogpunt waardevolle bebouwing is gelegen. Een onderdeel van de beleidsnota is de planologische borging van cultuurhistorische waarden binnen de genoemde gemeenten. Met dit parapluplan wordt daarin voorzien voor de gemeente Wijchen.

Monumenten In de omgeving van het plangebied liggen enkele cultuurhistorische monumenten: Korenmolen “Schoonoord” Valendrieseweg 301 A Alverna (RM) Gedenksteen watersnood 1926 Graafseweg ongenummerd, schuin t.o. de molen (GM). Onderzoek De locatie Graafseweg 540/542 is aangeduid als Cultuurhistorisch waardevol gebied. Ter bescherming van deze cultuurhistorische waarden geldt voor het uitvoeren van een aantal werken en werkzaamheden een vergunningplicht.

Toelichting

45

Afbeelding 11: uitsnede plankaart Parapluplan Cultuurhistorie Wijchen Het voorliggende plan bevat geen werkzaamheden die leiden tot een onevenredige aantasting van de cultuurhistorische waarden van de bedoelde gronden of nadelige invloed op bovengenoemde objecten. Derhalve is de vergunningplicht niet van toepassing voor uitvoering van het voorliggende plan. Conclusie Vanuit het oogpunt cultuurhistorie is het planvoornemen uitvoerbaar.

4.10.1.1

Archeologie

In archeologisch opzicht is Wijchen een zeer rijke gemeente. Met de vaststelling op 7 september 2000 van het Beleidskader Archeologie Wijchen heeft de gemeenteraad vastgesteld, dat met de archeologische waarden in de bodem op een weloverwogen manier zal worden omgegaan. Het gemeentelijk beleid is erop gericht de archeologische (en cultuurhistorische) waarden tijdig in te brengen in het ruimtelijk planproces. Er moet daarbij niet alleen rekening worden gehouden met vastgestelde archeologische waarden, maar ook met archeologische verwachtingswaarden. Het plangebied heeft een dubbelbestemming voor 'Archeologisch waardevol gebied' en geldt derhalve als archeologisch verwachtingsgebied. Archeologisch onderzoek is alleen noodzakelijk als de geplande bodemingreep dieper is dan 30 cm –mv én het oppervlak van deze ingreep groter is dan 30 m2 voor archeologische gebieden, dan wel 60 m2 voor archeologische verwachtingsgebieden. Kleinere bodemingrepen behoeven in principe geen archeologisch onderzoek. Daarnaast is geen archeologisch onderzoek noodzakelijk voor bodemingrepen in reeds bestaande bodemverstoringen in het bijzonder: - het graven van leidingsleuven in reeds bestaande leidingsleuven; - vervanging van rioleringen, voor zover de hiermee gepaard gaande vergravingen zich beperken tot de reeds geroerde grond; - vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt 46

Graafseweg 540-542 Wijchen

uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut, met uitzondering van nieuwe kelders; - uitbreiding van bestaande bebouwing tot maximaal 2,5 meter uit een bestaande fundering. Onderzoek In de voorliggende situatie is geen sprake van het oprichten van nieuwe gebouwen cq. bouwwerken groter dan 60 m2. Wel wordt verharde achtererf en een gedeelte van de bedrijfsgebouwen verwijderd. Deze gronden zijn bij bouwwerkzaamheden en aanleggen van de verharding reeds geroerd. Conclusie Op grond van de regels in het bestemmingsplan is voor de realisatie van de beoogde situatie het verrichten van archeologisch onderzoek niet noodzakelijk. 4.11

Molenbiotoop

Het plangebied is gelegen in de molenbiotoop van de aan de Valendrieseweg 301 te Alverna gevestigde beltmolen. De op de plankaart aangewezen gronden zijn primair bestemd voor de instandhouding van de belangen van de buiten het plangebied gelegen bestaande molen als werktuig en beeldbepalend element. Op de primair tot de 'Molenbeschermingszon' bestemde gronden mag binnen een afstand van 100 meter vanaf de molen geen nieuwe bebouwing worden opgericht met een grotere hoogte dan de hoogte van de Molenbelt.

Toelichting

47

Afbeelding 12: afstand tot de molen Voor nieuw op te richten bouwwerken binnen een afstand van 100 tot 400 meter van de molen geldt de navolgende maximale bouwhoogte : X/50+3. Waarbij X de afstand in meters vanaf het obstakel tot de wieken van de molen is (73m:50 + 3= 4,46). De maximale bouwhoogte wordt gerelateerd aan de hoogte van de bovenzijde van de molenbelt. Voor zover ter plaatse van een op te richten bouwwerk het maaiveld hoger respectievelijk lager is gelegen, dient het verschil tussen de maaiveldhoogte tot de bovenzijde van de molenbelt in de maximale hoogte te worden verdisconteerd. De hoogte van de belt bedraagt 2,8 meter (4,46 + 2,8= 7,26m). In principe mag zich binnen een afstand van 100 meter rondom de molen geen obstakel bevinden, hoger dan de bovenzijde van de molenbelt. In het voorliggende plan is sprake van het omvormen van een kantoorruimte naar appartement. Dit heeft geen invloed op de bouwhoogte. Tevens wordt de naastgelegen loods aangepast tot een zelfstandige woning. De bouwhoogte van de zelfstandige woning bedraagt 5,81 m. De molenbeschermingszone vormt derhalve geen belemmering voor de uitvoering van het plan. 4.12

Verkeer en parkeren

Verkeersbewegingen

48

Graafseweg 540-542 Wijchen

Het plangebied ligt aan de parallelweg Graafseweg te Alverna. De functieverandering wordt op het vigerende erf/bouwvlak gerealiseerd. De Graafseweg is de provinciale weg tussen Grave en Nijmegen. De beoogde functieverandering leidt niet tot extra verkeersbewegingen. Gelet op de verkeerscapaciteit van de Graafseweg zal het wegennet geen belemmering vormen voor de voorgestane ontwikkeling. Parkeren Aan de zijde van de Graafseweg worden een drietal parkeerplaatsen toegevoegd. Conclusie De ontwikkeling van het plangebied zorgt niet voor knelpunten ten aanzien van verkeer en parkeren.

Toelichting

49

Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid Bij de uitvoering van een voornemen kan in zijn algemeenheid onderscheid worden gemaakt tussen de economische en de maatschappelijke uitvoerbaarheid. Bij de eerste gaat het om de kosten en andere economische aspecten die met de verwezenlijking van het plan samenhangen. Bij het tweede gaat het erom hoe de verwezenlijking door de maatschappij (overheid en burgers samen) wordt gedragen. 5.1

Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een initiatief dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het voornemen. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is; het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is; het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. De realisatie van de uitbreiding inclusief de kosten die samenhangen met de procedures, komen voor rekening van aanvrager. De kosten voor het volgen van de procedure zullen via de gemeentelijke legesverordening aan de initiatiefnemers worden doorberekend. Voor de gemeente zijn er verder geen kosten verbonden met de uitvoering van dit plan. Hiermee kan worden afgezien van het vaststellen van een exploitatieplan.

De economische uitvoerbaarheid van dit initiatief wordt met het afsluiten anterieure overeenkomst aangetoond. Ten aanzien van het nog uit te voeren aanvullend inpandig bodemonderzoek bestaan er geen grote financiële risico's omdat aangenomen mag worden dat de bodem onder de betonvloer niet verontreinigd is. Op basis van deze gegevens kan worden geconcludeerd dat het plan economisch uitvoerbaar is.

50

Graafseweg 540-542 Wijchen

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het voorliggende plan kan middels een omgevingsvergunning voor het afwijken van de regels van het bestemmingsplan worden verleend. (conform artikel 2.12 , lid 1, onder a, sub 3 van de Wabo). De aanvraag wordt getoetst bij diensten van het Rijk en de provincie die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of partijen die belast zijn met de belangen welke in het plan in het geding zijn. De ontwerpbeschikking wordt gedurende 6 weken ter inzage gelegd op grond van ingediende inspraakreacties zal het ontwerp evt. worden aangepast. Daarnaast zijn buren op de hoogte gesteld van het voornemen van initiatiefnemer.

Toelichting

51

Jufferenwal 30, 8011 LE Zwolle Postbus 432 8000 AK Zwolle

t 08 8236 8236 e info@rombou.nl i www.rombou.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=578f8308-a8fd-462a-947a-dc42bc2809e1