CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Graafseweg 540-542 Wijchen_vastgesteld_1_Toelichting.pdf

Raad openbaar Wijchen 24 november 2022, gemeente wijchenBij agendapunt: 47979 beslisnota Vaststellen bestemmingsplan 'Graafseweg 540 - 542 in Wijchen'.11.488 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan "Graafseweg 540-542 Wijchen"

Bezoekadres Postadres

Rombou : Jufferenwal 30, 8011 LE Zwolle : Postbus 432, 8000 AK Zwolle

Datum

: 24 november 2022

Status Projectleider Telefoon E-mail

: vastgesteld : G.J. Festen / E.W. Lamberts : 08 8236 8236 : info@rombou.nl

Inhoudsopgave Toelichting

Hoofdstuk 1

Inleiding

5

1.1

Aanleiding

5

1.2

Ligging plangebied

5

1.3

Vigerend bestemmingsplan

6

1.4

Leeswijzer

7

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

8

2.1

Huidige situatie

8

2.2

Toekomstige situatie

8

Hoofdstuk 3

Beleidskaders

12

3.1

Rijksbeleid

12

3.2

Provinciaal beleid

14

3.3

Gemeentelijk beleid

16

Hoofdstuk 4

Milieu- en omgevingsaspecten

20

4.1

Inleiding

20

4.2

Bedrijven en milieuzonering

20

4.3

Geur

22

4.4

Bodemkwaliteit

23

4.5

Geluid

24

4.6

Luchtkwaliteit

28

4.7

Externe veiligheid

30

4.8

Water

32

4.9

Ecologie

42 3

4.10

Cultuurhistorie en archelogie

45

4.11

Molenbiotoop

47

4.12

Verkeer en parkeren

48

Hoofdstuk 5

Uitvoerbaarheid

50

5.1

Economische uitvoerbaarheid

50

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

51

Bijlagen

Bijlage 1

Gevelbeelden

Bijlage 2

Plattegrond woning

Bijlage 3

Watertoets

Bijlage 4

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 5

Akoestisch onderzoek

Bijlage 6

Aanvullend akoestisch onderzoek

Bijlage 7

Gewenste terrein indeling

Bijlage 8

Quickscan Flora & Fauna

4

Graafseweg 540-542 Wijchen

Toelichting Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1

Aanleiding

Aan de Graafseweg 540/542 is het schildersbedrijf Van Lubeek gevestigd. De (bedrijfs-)woning ligt boven de kantoorruimte met daarnaast een loods en aangebouwde bedrijfsgebouwen. De locatie is volledig in eigendom van de initiatiefnemer. Voor het voortzetten van het familiebedrijf is geen opvolger aanwezig. Vandaar dat de initiatiefnemer medio 2018 de gemeente Wijchen heeft benaderd voor functieverandering naar een kleinschalig wooninitiatief. Naar aanleiding van het ingediende verzoek heeft de gemeente Wijchen middels een schrijven van 30 oktober 2019 aangegeven dat het uitgewerkte initiatief voldoet op de kwaliteitsaspecten: ruimtelijke ordening, aansluiting bij de woonvisie en duurzaamheid & innovatie. Daarnaast heeft de gemeente aangegeven dat men in principe medewerking wil verlenen aan het voorliggende verzoek. 1.2

Ligging plangebied

Het plangebied is gelegen aan de Graafseweg 540/542 binnen de bebouwde kom van de gemeente Wijchen. Het is gelegen aan de parallelweg van de Graafseweg aan de rand van Alverna. Aan de achterzijde van het projectgebied grenst een onverhard bospad.

Toelichting

5

Afbeelding 1: ligging plangebied Graafseweg 540/542 te Alverna De locatie is zowel via de voor-, als achterzijde bereikbaar. De locatie ligt niet op een plek die geschikt is voor zwaar en druk verkeer. De ruimte aan de voorzijde wordt gedeeld met voetgangers en fietsers, terwijl het zandpad aan de achterzijde geen intensief gebruik verdraagt. Gelet op de ligging van de locatie, aan de rand van de bebouwde kom en tegen de bossen, is een woonfunctie de meest duurzame oplossing. 1.3

Vigerend bestemmingsplan

1.3.1

Kern Alverna 2008

De gronden aan de Graafseweg 540/542 te Alverna maken onderdeel uit van het bestemmingsplan Kern Alverna 2008, van de gemeente Wijchen, door de gemeenteraad vastgesteld op 18 december 2008. De aangeduide gronden zijn bestemd als 'Bedrijf' met als dubbelbestemming 'Archeologisch waardevol gebied' en 'Molenbiotoop'.

Afbeelding 2: uitsnede plankaart met aanduiding locatie Graafseweg 540/542 te Alverna (blauw) Daarnaast is voor deze locatie de aanduiding 'schilderbedrijf' (BSB) opgenomen. Het bebouwingspercentage van deze locatie mag maximaal 80 % bedragen met een goot-, en gebouwhoogte van respectievelijk 3 en 8 meter.

6

Graafseweg 540-542 Wijchen

1.3.2

Parapluplan Cultuurhistorie Wijchen

De gronden aan de Graafseweg 540/542 te Alverna maken onderdeel uit van het bestemmingsplan Parapluplan Cultuurhistorie Wijchen, vastgesteld op 3 mei 2017. De voor Waarde - Cultuurhistorisch waardevol gebied aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, beheer en versterking van de cultuurhistorische waarden. 1.4

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een weergave van de huidige en de toekomstige situatie weergegeven. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het relevante beleid van het Rijk, de provincie en de gemeente beschreven. In hoofdstuk 4 passeren alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het plan.

Toelichting

7

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1

Huidige situatie

Initiatiefnemer heeft het bedrijf in familieverband overgenomen. Voorheen bestonden de activiteiten uit verkoop vanuit de eigen winkel, glas zetten en schilderwerk. In de loop der jaren heeft de ondernemer het bedrijf gespecialiseerd richting schilderwerk voor kleinschalige projecten en particulieren. Werkzaamheden vinden in hoofdzaak plaats op locatie. De vestigingslocatie wordt gebruikt voor het uitvoeren en voorbehandelen van werken, opslag van goederen en materialen zoals verf-benodigdheden, hoogwerker, rolsteigers ed. De laatste jaren wordt er nog uitsluitend personeel ingehuurd voor specifieke schilderprojecten. Projecten waarvoor dit niet noodzakelijk is worden door de initiatiefnemer zelfstandig uitgevoerd.

Afbeelding 3: locatie Graafseweg 540/542. Locatie met loods en ingangen voor het kantoor en bedrijfswoning (boven). 2.2

Toekomstige situatie

Initiatiefnemer wil de bedrijfsgebouwen van het huidige schildersbedrijf omvormen naar 'wonen'. De bovenwoning blijft behouden, het kantoor onder de (boven)woning wordt omgevormd tot een benedenwoning. De naastgelegen loods wordt omgevormd tot een volwaardige zelfstandige woning.

8

Graafseweg 540-542 Wijchen

Afbeelding 4: vooraanzicht vigerende bedrijfspand 540/542 Perceel Het perceel heeft een oppervlak van (16*36=) 576 m2. De voorgevel bestaat uit een tweetal panden met een breedte van 5 en 11 meter. Bovenwoning De (bedrijfs)woning is reeds aanwezig en blijft beschikbaar als (boven)appartement. Het woonoppervlak bedraagt circa 60 m2. Het appartement beschikt over een eigen dakterras. Benedenwoning Het huidige kantoor heeft een vloeroppervlak van circa 85 m2. In het kantoor zijn de benodigde voorzieningen zoals keuken, verwarming en sanitair aanwezig. Deze ruimte kan met kleine aanpassingen worden omgevormd tot een volwaardig appartement. Aan de achterzijde van de benedenwoning wordt een tuin gerealiseerd.

Toelichting

9

Afbeelding 5: beoogde situatie met twee appartementen en een zelfstandige woning. Entree Zowel de benedenwoning en het huidige kantoor hebben een separate entree. Aanpassen van de entree is derhalve niet noodzakelijk. Vrijstaande woning Ter hoogte van de huidige bedrijfsloods wordt de nieuwe woning gerealiseerd. Het oppervlak van de loods bedraagt circa (10*10=) 100 m2. Initiatiefnemer is voornemens om de kap met circa 1,5 meter te verhogen. Hierdoor ontstaat een bruikbare bovenverdieping. Buitenruimte De buitenruimte aan de voorzijde van het pand wordt ingericht voor parkeren. De buitenruimte aan de achterzijde is voorzien van een betonvloer. Dit vanwege een eerdere vergunning voor een niet gerealiseerde loods. De betonvloer wordt verwijderd. De buitenzijde aan de achterzijde wordt ingericht als tuin. Gezamenlijk berging Achter op het terrein staat een schuurtje van circa 8 bij 10 meter. Dit gebouw is van een goede bouwkundige kwaliteit. Initiatiefnemer wil deze schuur in het plan een nieuwe functie geven. Vanwege de ligging aan de achterzijde van de locatie en de aansluiting op beide tuinen kan deze schuur/berging worden opgesplitst voor gezamenlijk gebruik. Daarnaast is er aan de achterzijde een ontsluiting via het bospad. Bijkomend voordeel is dat het dak van deze berging kan worden benut voor het 10

Graafseweg 540-542 Wijchen

plaatsen van zonnepanelen. Inrichting perceel De locatie 540/542 is nagenoeg volledig bebouwd of verhard. Een gedeelte van de (bedrijfs)bebouwing is verouderd en van matige kwaliteit. Dit gedeelte zal worden geamoveerd. De buitenruimte aan de achterzijde wordt ingericht als tuin. Op de erfafscheidingen worden hagen geplaatst. Hiervoor worden inheemse soorten gebruikt zoals liguster of beuk. In de onderstaande afbeelding is een schematische voorstelling van de toekomstige inrichting weergegeven.

Afbeelding 6: plattegrond beoogde toekomstige situatie De gevelbeelden en de plattegrond van de woningen zijn als Bijlage 1 en Bijlage 2 aan deze toelichting toegevoegd.

Toelichting

11

Hoofdstuk 3 Beleidskaders Dit hoofdstuk behandelt het beleid dat betrekking heeft op het voorliggende bestemmingsplan. Achtereenvolgens wordt ingegaan op het Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid, voor zover dat is gerelateerd aan het plangebied en het voorliggende initiatief. 3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR): Besluit algemene regels

ruimtelijke ordening De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op Rijksniveau en vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het een aantal ruimtelijke doelen en uitspraken in onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van Rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de SVIR heeft het Rijk drie Rijksdoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk economische structuur van Nederland. Het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat. Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voor de drie Rijksdoelen worden er 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd. Hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken.

Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Toets Het voornemen is in lijn met de structuurvisie en kan vanuit dit aspect uitvoerbaar worden geacht. 12

Graafseweg 540-542 Wijchen

3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

In de SVIR is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. De Ladder voor duurzame verstedelijking moet worden gevolgd om planologisch nieuwe “stedelijke ontwikkelingen” mogelijk te maken binnen bestaand stedelijk gebied. Nieuwe planologische bouwmogelijkheden van enige omvang kwalificeren als zodanig en zijn 'Ladderplichtig'. Ontwikkelingen mogen alleen plaatsvinden als er sprake is van duurzame verstedelijking. Om dit te kunnen beoordelen wordt er getoetst of er behoefte is aan de ontwikkeling. De initiatiefnemer moet dit kunnen aantonen. Deze behoefte dient voor plannen met meer dan 11 nieuwe woningen getoetst te worden aan de hand van een onderzoeksgebied, een tijdshorizon van 10 jaar en een marktonderzoek. Toets Het voornemen vind plaats binnen stedelijk gebied. Echter hoeft de ladder voor duurzame verstedelijking pas toegepast te worden bij een minimum van 10 woningen. Het gaat hier om het toevoegen van drie woningen aan het stedelijk gebied, waarbij een woning een bestaande (bedrijfs) woning betreft. Toetsing aan de ladder is daarom niet aan de orde. Het voornemen kan vanuit dit aspect uitvoerbaar worden geacht. 3.1.3

Besluit algemene regels en ruimtelijke ordening

De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is gedeeltelijk vertaald in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Toets Het voornemen is in lijn met het Barro. Vanuit dit aspect kan het voornemen uitvoerbaar worden geacht.

Toelichting

13

3.1.4

Conclusie Rijksbeleid

De toets aan de structuurvisie, de ladder en het besluit laat zien dat het initiatief in overeenstemming is met het relevante Rijksbeleid. 3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie en omgevingsverordening Gelderland

Het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving is opgenomen in de Omgevingsvisie Gelderland. Dit beleid werkt via de Omgevingsverordening Gelderland door in de gemeentelijke bestemmingsplannen. Recent zijn de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening integraal geactualiseerd en geformuleerd in de geest van de toekomstige Omgevingswet. Deze wijziging is op 1 maart 2019 in werking getreden. 3.2.2

Omgevingsvisie

De provincie kiest er in deze Omgevingsvisie voor om vanuit twee hoofddoelen bij te dragen aan gemeenschappelijke maatschappelijke opgaven. Deze zijn: een duurzame economische structuur; het borgen van de kwaliteit en veiligheid van onze leefomgeving. Ruimte in kleinere kernen en vrijgekomen bebouwing in het landelijk gebied kan worden benut voor wonen en nieuwe economische dragers en als versterking van de vitaliteit van het landelijk gebied. Bij de nadere invulling van de uitgangspunten wordt ruimte gelaten voor lokale of regionale initiatieven door gemeenten of regionale samenwerkingsverbanden. Bouwprogramma's voor nieuwe woningen zijn daarbij in regionaal verband afgestemd. Waar mogelijk kan lokaal maatwerk worden geleverd. De strategie van de provincie om de doelen van 'duurzame economische structuurversterking' en 'een gezonde en veilige leefomgeving' te bereiken wordt gevoedt door het besef dat stad en land elkaar nodig hebben. De provincie gaat voor: sterke steden, van belang voor toekomstige aantrekkingskracht, waar kennis zich samenbalt en waar veel jongeren naar toe trekken, waar ook nu al de meeste mensen wonen en werken; een vitaal platteland, waar mensen inspelen op grote veranderingen, waar 14

Graafseweg 540-542 Wijchen

inwoners zich actief inzetten voor hun gezamenlijke toekomst, een platteland met een eigen economische kracht en een grote natuurlijke en landschappelijke waarde, waar kwaliteit en vitaliteit samen op gaan. Als leidend principe hanteert de provincie de Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik. Dit houdt in dat in bestemmingsplannen die voorzien in een stedelijke ontwikkeling moet worden aangegeven hoe hiermee wordt omgegaan. 3.2.3

Omgevingsverordening

De Omgevingsverordening vormt de juridische uitwerking van het beleid uit de Omgevingsvisie. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en bodem. 3.2.4

Conclusie

Het voorliggende plan heeft betrekking op het realiseren van twee nieuwe wooneenheden binnen de bestaande bedrijfsbebouwing en het herbestemmen van de huidige bedrijfswoning naar een woning. De voorliggende situatie heeft in hoofdzaak betrekking op het een verandering van het gebruik van de bestaande gebouwen en is van beperkte omvang. Zowel de omgevingsvisie en de omgevingsverordening vormen geen belemmering voor de uitvoering van het voorliggende plan.

Toelichting

15

3.2.5

Water

In de omgevingsverordening Gelderland is een paragraaf opgenomen specifiek over water, de waterverordening. Het doel van deze waterverordening is het waterbeheer te ondersteunen. In artikel 3.5.2 wordt hierbij de verantwoordelijkheid van de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders aangestipt. Zij dragen zorg voor een doelmatige verwerking van het ingezamelde hemelwater. Onder het verwerken van hemelwater kunnen in ieder geval de volgende maatregelen worden begrepen: de berging, het transport, de nuttige toepassing, het, al dan niet na zuivering, terugbrengen op of in de bodem of in het oppervlaktewater van ingezameld hemelwater en het afvoeren naar een zuiveringstechnisch werk''. De locatie is gelegen in het werkgebied van het Waterschap Rivierenland. In het plan wordt een gedeelte van de bebouwing verwijderd waardoor er meer tuin ontstaat. Het hemelwater wordt afgekoppeld en opgevangen in infiltratie kratten een en ander is nader uitgewerkt in de waterparagraaf 4.8. Conclusie In het voorliggende plan is er geen sprake van een toename van het verhard oppervlak of het realiseren van extra oppervlaktewater. Door het amoveren van bedrijfsgebouwen en het omzetten van verharding naar tuin is er sprake van een afname van het verhard oppervlak. Derhalve vormen de regels van het waterschap geen belemmering voor de uitvoering van het voorliggende project.

Hemelwaterafvoer wordt niet aangesloten op het riool maar opgevangen met infiltratiekratten in de achtertuin. De digitale watertoets is bijgevoegd als Bijlage 3. 3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Bestemmingsplan

Het bestemmingsplan "Kern Alverna" is een zogenaamd beheersplan. Dat wil zeggen dat het is gericht op het behouden en beheren van de bestaande ruimtelijke situatie. Nieuwe ontwikkelingen worden niet mogelijk gemaakt. Kleinschalige ontwikkelingen binnen de bestaande functies zijn mogelijk voor zover zij passen binnen de geformuleerde beleidslijnen. Het nieuwe bestemmingsplan Alverna is grotendeels conserverend van opzet.

16

Graafseweg 540-542 Wijchen

Het plan voorziet niet in nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen die een wijziging in de bestaande structuur kunnen aanbrengen. Indien en voor zover zich binnen de planperiode van het bestemmingsplan "Alverna" (circa 10 jaar) alsnog nieuwe ontwikkelingen aandienen, zal op dat moment bezien moeten worden of daarvoor een afzonderlijke herziening van het bestemmingsplan kan worden gemaakt. Bedrijven horen in beginsel niet thuis in een overwegende woonomgeving. In een dorp komt bedrijvigheid echter van oudsher voor en leidt ook niet tot onaanvaardbare (milieu)hinder of overlast. Om die reden worden bestaande bedrijven in het plangebied gerespecteerd en zijn zij in het bestemmingsplan van een passende bestemming voorzien. De ontwikkelingsmogelijkheden voor de aanwezige bedrijven zijn echter beperkt. Voorts geldt dat verandering van bedrijfstype of vestiging van een nieuw, andersoortig bedrijf slechts mogelijk is voor zover het nieuwe bedrijf of bedrijfstype behoort tot ten hoogste categorie 1 volgens de VNG-uitgave "Bedrijven en milieuzonering" uit 2007. Detailhandel is uitgesloten behoudens waar dit inherent is aan de bedrijfsvoering. Kleinschalig wooninitiatief De locatie is gelegen in een gemengd functie gebied wonen/werken. Op grond van de regels van het plan is er slechts sprake van geringe ontwikkelingsmogelijkheden.

Vandaar het voorliggende plan ziet op een functieverandering naar wonen. Vanwege de strijdigheid met het plan is bestemmingswijziging noodzakelijk. Het voorliggende initiatief is door de gemeente getoetst aan het beleid van kleinschalige bouwinitiatieven. Op grond van het voornemen van de initiatiefnemer heeft de gemeente Wijchen op 30 oktober 2019 aangegeven dat men bereid planologische medewerking te verlenen aan het voorliggende initiatief. Middels de bovengenoemde brief is aangegeven dat het plan voldoende kwaliteit heeft op grond van de aspecten: ruimtelijke kwaliteit, aansluiting bij de woonvisie en duurzaamheid & innovatie. 3.3.2

Structuurvisie Wijchen

De structuurvisie Wijchen, die door de gemeenteraad op 9 juli 2009 is vastgesteld, betreft een doorvertaling van de strategische opgaven die zijn geformuleerd in de strategische visie Wijchen 2025. Uitgegaan wordt van een compacte groei en het benutten van de potenties van Toelichting

17

bestaand stedelijk gebied zonder daarbij de bestaande kwaliteit aan te tasten, in combinatie met een vitaal platteland en sterke kleine kernen. De gemeente wil de komende 10 jaar onder meer werken aan: herstel hydrologie kwelgebieden in Oost Wijchen; ontwikkeling en versterking van de EVZ Heumen – Horssen; aanleg van landschapselementen en (erf)beplantingen, die passen bij het gebied; versterking van cultuurhistorische landschapselementen en patronen; nieuwe woningen in het buitengebied alleen in geval van functieverandering of landgoederen in het kader van de Natuurschoonwet; kleinschalige bedrijvigheid in het kader van verbreding van de landbouw in het buitengebied; ruimte voor versterking en ontwikkeling agrarische sector; behoud en versterking bestaande recreatieterreinen; extensieve recreatie in het landelijk gebied door een goede en aantrekkelijke ontsluiting; behoud en versterking van een goede woon- en leefomgeving. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dienen de uitgangspunten uit de structuurvisie in acht genomen te worden. Met voorliggend plan wordt hieraan voldaan. 3.3.3

Landschapsontwikkelingsplan Beuningen, Druten, Wijchen

De gemeenten Beuningen, Druten en Wijchen hebben gezamenlijk een landschapsontwikkelingsplan op laten stellen. Het plan geeft inzicht in de ontwikkelingsmogelijkheden en keuzen in het landschap voor de komende 10 jaar. Daarnaast zijn een aantal projecten benoemd voor de komende 10 tot 15 jaar. Het LOP vormt een vervolg op en herziening van de bestaande landschapsbeleidsplannen. Het LOP geeft vanuit landschappelijk oogpunt aan welke functies in de deelgebieden gewenst zijn. Voor nieuwe ontwikkelingen en functieveranderingen geeft het LOP de landschappelijke randvoorwaarden aan. Het vormt een beleidskader om de bestaande waarden te behouden en daarnaast dient het plan als toetsingskader voor ontwikkelingen in het landschap. Voor het landschapstype Rivierduinen staat centraal dat de hoogteverschillen en de 18

Graafseweg 540-542 Wijchen

historische waarden van het gebied behouden dienen te blijven. Dit betekent dat nieuwe ontwikkelingen aansluiten op de bestaande patronen en deze waar nodig met het toevoegen van landschapselementen versterken. Cultuurhistorie dient als inspiratiebron voor de nieuwe ontwikkelingen. Voor nieuwe ontwikkelingen op de rivierduinen geldt dat deze bestaande natuur- en landschapswaarden niet moeten verstoren. Individuele of stedelijke uitbreidingen kunnen alleen bijdragen aan de versterking van de identiteit, indien de duinen in hun reliëf of bebossing niet duidelijk herkenbaar zijn. Onderhavig plan geeft invulling aan deze doelstelling door de extra wooneenheden in een bestaand pand te realiseren. Ook de sloop van overtollige bebouwing draagt bij aan deze doelstelling.

Toelichting

19

Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de relevante milieu- en omgevingsaspecten. Per paragraaf wordt ingegaan op het geldende beleid voor de verschillende aspecten en op de wijze waarop dit van invloed is op het voorliggende plan. Ten aanzien van ecologie en geluid is informatie uit deskundige onderzoeken gebruikt. 4.2

Bedrijven en milieuzonering

Ten behoeven van een passende afstand rond bedrijven, opslagen en installaties, ten opzichte van gevoelige functies is door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) het systeem 'Bedrijven en milieuzonering' (2012) ontwikkeld. In de vorm van een bedrijvenlijst, zijn de bedrijven en instellingen zijn gecategoriseerd op hun milieueffecten. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype rustige woonwijk. Een rustige woonwijk is ingericht volgens het principe van de functiescheiding: afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor; langs de randen is weinig verstoring door verkeer. Vergelijkbaar met de rustige woonwijk zijn rustig buitengebied, stiltegebied en natuurgebied. Daarvoor gelden dan ook dezelfde richtafstanden. Een ander omgevingstype is het gemengd gebied. Een gemengd gebied is een gebied met een variatie aan functies; direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren tot het omgevingstype gemengd gebied. Het gemengd gebied kent door de aanwezige variatie aan functies en situering al een hogere milieubelasting.

Dit kan aanleiding zijn om gemotiveerd voor één of meer milieuaspecten een kleinere afstand aan te houden dan wordt geadviseerd voor een rustige woonwijk.

20

Graafseweg 540-542 Wijchen

Tabel 1: uitsnede brochure bedrijven en milieuzonering, richtafstanden. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Onderzoek Het plangebied kan worden getypeerd als omgevingstype gemengd gebied. Er zijn voornamelijk woon-, en bedrijfsbestemmingen aanwezig in het gebied. Er is een bedrijf gevestigd direct naast het plangebied van initiatiefnemer. Het gaat om Graafseweg 532/530 te Alverna. Het naastgelegen bedrijf heeft op grond van het bestemmingsplan de aanduiding garagebedrijf. Om een goed woon- en leefklimaat te garanderen dient binnen het omgevingstype gemengd gebied een afstand van 30 meter in acht genomen te worden tussen de nieuwe woonbestemming en het garagebedrijf. Op grond van het omgevingstype 'gemengd gebied' kan deze met een functieklasse worden verlaagd naar 10 meter. Gezien de aard van de omgeving, een menging van wonen en bedrijvigheid en de ligging nabij een drukke weg, is de typering ‘gemengd gebied’ in de voorliggende situatie passend. Er wordt niet voldaan aan de richtafstand tussen de woningen binnen het plangebied en het garagebedrijf. De VNG-brochure beschrijft de werkwijze die dan gevolgd moet worden.

Deze werkwijze is gevolgd en juist daarom is ook akoestisch onderzoek uitgevoerd. Zie hiervoor de resultaten van het uitgevoerde geluidsonderzoek paragraaf 4.5. Op grond van het akoetisch onderzoek is geconcludeerd dat het garagebedrijf niet in Toelichting

21

zijn bedrijfsvoering wordt beperkt. Het initiatief betreft niet een uitbreiding van een milieubelastende functie maar het realiseren van woningen. Deze wijziging resulteert niet in een grotere milieubelasting voor gevoelige objecten in de omgeving van het plangebied. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering staat de uitvoering van het plan niet in de weg. 4.3

Geur

Bij het voorbereiden en opstellen van een ruimtelijk plan dienen voor wat betreft geurhinder van veehouderijen de volgende vragen te worden beantwoord. is ter plaatsen een goed woon- en verblijfklimaat gegarandeerd? wordt niet iemand onevenredig in zijn belangen geschaad? Wet geurhinder en veehouderij De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt vanaf 1 januari 2007 het toetsingskader bij vergunningverlening voor inrichtingen, als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. Daarnaast is de wet van belang in verband met de zogenoemde 'omgekeerde werking' in het kader van de ruimtelijke ordening. De Wgv kent een aantal standaardnormen. Daarnaast hebben gemeenten de mogelijkheid gekregen om binnen een wettelijk bepaalde bandbreedte van deze standaardnormen af te wijken. Op deze wijze kan de gemeente een geurhinderbeleid vaststellen, dat is afgestemd op de plaatselijke situatie. Onderzoek Voor het plangebied en omgeving is geen gemeentelijke verordening vastgesteld. In het plan wordt de minimumafstand van 50 meter tov geurgevoelige objecten in acht genomen. Dichtstbijzijnde veehouderijen waarvoor bij ministeriele regeling een geuremissiefactor is vastgesteld liggen op grote afstand (Heumenseweg circa 1500 m) van het plangebied. Conclusie In de voorliggende planologische situatie is er geen sprake van een nieuwe geurgevoelig objecten.

In en nabij het plangebied bevindt zich geen belemmerende agrarische bedrijvigheid. Derhalve vormt de Wgh geen belemmering voor het woon22

Graafseweg 540-542 Wijchen

en leefklimaat in het voorliggende plan. 4.4

Bodemkwaliteit

Volgens artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan onderzoek te worden verricht naar de bodemgesteldheid in het plangebied. De provincie hanteert de richtlijn dat bij de beoordeling van ruimtelijke plannen ten minste het eerste deel van het verkennend bodemonderzoek, het historisch onderzoek, moet worden verricht. Indien uit het historisch onderzoek wordt geconcludeerd dat op de betreffende locatie sprake is geweest van activiteiten met een verhoogd risico op verontreiniging, dan dient het volledig verkennend bodemonderzoek te worden verricht. Het voorliggende plan betreft een functieverandering van bedrijven naar wonen. Bij nieuwe ontwikkelingen dient onderzocht te worden of de bodemkwaliteit een belemmering op kan leveren voor de realisatie hiervan. Bij een wijziging van de bestemming of van de functie wordt een bodemonderzoek alleen noodzakelijk geacht wanneer deze wijziging tevens een gevoeligere bodemgebruiksvorm inhoudt (bijvoorbeeld van bedrijvigheid naar wonen). Onderzoek Vanwege de beoogde functieverandering van schildersbedrijf naar wonen en de aanwezigheid van een naastgelegen garagebedrijf is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het bodemonderzoek is uitgevoerd ter plaatse van het buitenterrein.

Inpandig onderzoek is niet uitgevoerd omdat in de schilderwerkplaats een vloeistofdichte vloer aanwezig is. Volgens de geldende richtlijnen is het boren van gaten door dergelijke vloeren geen verplichting. Het ligt immers niet in de lijn der verwachting dat de bodem onder een vloeistofdichte vloer verontreinigd is geraakt als gevolg van de activiteiten. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen zal een aanvullend bodemonderzoek worden overlegd waarbij de grond ter plaatse van de schilderwerkplaats ook is onderzocht. Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd conform NEN 5740 op de locatie Graafseweg 540-543 te Wijchen. Zie Bijlage 4 van de toelichting. Doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de locatie en nagaan of er mogelijke Toelichting

23

gebruiksbeperkingen bestaan in relatie tot het beoogde gebruik. Uit de resultaten kan het volgende geconcludeerd worden: de bodem op de locatie bevat zintuiglijk geen afwijkende waarnemingen; de bovengrond is plaatselijk licht verontreinigd met kobalt, nikkel, lood; in de ondergrond zijn geen verhoogde concentraties aangetroffen; het grondwater is licht verontreinigd met barium en xylenen; de hypothese verdacht dient aangenomen te worden, echter de onderzoeksinspanning hoeft niet aangepast te worden. Conclusie Uit het onderzoek blijkt dat het terrein op basis van de milieu hygiënische kwaliteit geschikt voor het beoogde gebruik. In het kader van de omgevingsvergunning voor het bouwen zal aanvullend inpandig bodemonderzoek worden uitgevoerd. 4.5

Geluid

De mate waarin het geluid onder andere het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). In het bestemmingsplan moet volgens de Wgh worden aangetoond dat gevoelige functies, zoals woningen, een aanvaardbare geluidsbelasting hebben als gevolg van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen. Indien nieuwe geluidgevoelige functies binnen de geluidszone van (spoor)wegen en/of industrieterreinen worden toegestaan, stelt de Wgh de verplichting akoestisch onderzoek te verrichten naar de geluidsbelasting. Gevoelige objecten Woningen worden door de Wet geluidhinder aangemerkt als gevoelige objecten. De begrippen woning, woning in aanbouw en geprojecteerde woning zoals bedoelt in de Wgh worden beschreven in artikel 1 van de Wgh. Het begrip woning is als volgt: gebouw dat voor bewoning gebruikt wordt of daartoe bestemd is. Indien op het tijdstip van de vaststelling van een bestemmingsplan een weg reeds aanwezig of in aanleg is, gelden de bepalingen ten aanzien van voorkeursgrenswaarden niet met betrekking tot de daarbij in het plan of in de zone van de betreffende weg opgenomen woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen, die op dat tijdstip reeds aanwezig of in aanbouw zijn.

Langs alle wegen - met uitzondering van 30 km/h-wegen en woonerven – bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidszones waarbinnen de geluidshinder vanwege de weg getoetst moet worden. De breedte van de 24

Graafseweg 540-542 Wijchen

geluidszone is afhankelijk van het aantal rijstroken en van binnen- of buitenstedelijke ligging. Voor wegen met één of twee rijstroken binnen de bebouwde kom is de geluidzone 200 meter breed. Voor dergelijke wegen buiten de bebouwde kom is de breedte van de geluidszone 250 meter. Onderzoek Bij het onderhavige plan, waarbij er sprake is van nieuwe woonbestemmingen, gelden de volgende grenswaarden:

De gemeente Wijchen heeft de 'Beleidsregel vaststellen Hogere Waarden' vastgesteld (verder: HGW-beleid). Hierin is het gemeentelijk beleid ten aanzien van het vaststellen van grenswaarden hoger dan de voorkeursgrenswaarde opgenomen. Voor zover relevant wordt daar bij de bespreking van de berekeningsresultaten nader op ingegaan. Voor de beoordeling van het geluid van het garagebedrijf beoordeeld of: bestaande woonbestemmingen beperkend zij geluidsbelasting in relatie tot het geluidsvoorschriften geluidsniveau aanvaardbaar is. In paragraaf 3.1 van het akoestisch onderzoek van Sain milieuadvies (projectnummer 2018-3154-0, d.d. 22 mei 2019), welke als Bijlage 5 aan de toelichting van het bestemmingsplan is toegevoegd, is in paragraaf 3.1 een uitgebreide toelichting gegeven van de beoordelingsmethodiek van het aspect geluid. Wanneer niet aan de richtafstanden uit de brochure wordt voldaan, dan wordt voor een gemengd gebied als normstelling aanbevolen: 50 dB(A) etmaalwaarde 1 voor het LAr,LT; 70 dB(A) etmaalwaarde voor het LAmax (piekgeluiden); 50 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking (indirecte hinder). 1

De etmaalwaarde is de hoogste waarde van (1) de berekende waarde voor de

dagperiode, (2) de berekende waarde voor de avondperiode +5 dB, (3) de berekende waarde voor de nachtperiode +10 dB. Wordt ook niet aan de aanbevolen waarde voldaan, dan is inpassing mogelijk als Toelichting

25

maximaal aan de volgende normstelling wordt voldaan. Het bevoegd gezag dient echter te motiveren dat deze geluidsbelasting in de concrete situatie acceptabel is: 55 dB(A) etmaalwaarde voor het LAr,LT; 70 dB(A) etmaalwaarde voor het LAmax (piekgeluiden), exclusief piekgeluiden door aan- en afrijdende verkeer; 65 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking (indirecte hinder). Bij een nog hogere geluidbelasting zal inpassing doorgaans niet mogelijk zijn. Indien het bevoegd gezag niettemin tot inpassing wil overgaan, dient het dit grondig te onderzoeken, te onderbouwen en te motiveren. Conclusie Verkeerslawaai: Voor elk van de woningen geldt dat de geluidsbelasting ten gevolge van alle wegen afzonderlijk en gecumuleerd aanvaardbaar is. Voor de twee nieuwe woningen (voormalig kantoor en loods) moet hogere waarden op grond van de wet geluidhinder worden vastgesteld. Er wordt voldaan aan het gemeentelijke hogere waarden beleid. Bedrijfslawaai: Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat dat de gemiddelde geluidsbelasting ten gevolge van het naastgelegen garagebedrijf op de woningen aanvaardbaar is. Er wordt voldaan aan het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau ( LAr,LT) van 50 dB(A). Ten aanzien van de maximale geluidniveau is er een kans dat deze ten gevolge het naastgelegen garagebedrijf wordt overschreden ter plaatse van de te verbouwen loods (op verdiepingshoogte).

In tabel 3.3 van het akoestisch onderzoek valt af te lezen dat deze overschrijding alleen plaats kan vinden in de dagperiode. Het maximale geluidsniveau wordt met name veroorzaakt door de rijbewegingen van de vrachtwagen en het dichtslaan van portieren. Piekgeluiden ten gevolge van de vrachtwagen (laad- en losactiviteiten en de bijbehorende rijbewegingen) in de dagperiode zijn op grond van het Activiteitenbesluit uitgezonderd van beoordeling. Hiermee rekening houdend wordt in de dagperiode op alle toetspunten voldaan aan de normstelling uit het Activiteitenbesluit. Uit diverse studies blijkt dat piekgeluiden van voertuigbewegingen in de dagperiode niet als erg hinderlijk worden ervaren. Mede daarom stelt het Activiteitenbesluit dat piekgeluiden ten gevolge van laad- en losactiviteiten en de bijbehorende 26

Graafseweg 540-542 Wijchen

rijbewegingen in de dagperiode niet getoetst hoeven te worden. Gezien de berekende geluidsbelasting, de geringe frequentie waarin de piekgeluiden zullen optreden en het feit dat piekgeluiden ten gevolge van verkeer op de openbare weg zeker tot vergelijkbare niveaus zullen leiden, staan de piekgeluiden in dit geval een goed woon- en leefklimaat niet in de weg. Omdat de kans op overschrijding van de etmaalwaarde (LAmax) alleen plaats vindt in de dagperiode en piekgeluiden dan zijn uitgezonderd van beoordeling aan het Activiteitenbesluit kan worden geconcludeerd dat het garagebedrijf niet in zijn bedrijfsvoering wordt beperkt. Aanvullende maatregelen In het akoestisch onderzoek uit 2019 (zie Bijlage 5) zijn een aantal mogelijke maatregelen benoemd, waaronder het verhogen van de bestaande stenen muur/schutting tot tenminste 3,25 meter. In de situatie met de verhoging van de muur/schutting bedraagt het maximale geluidsniveau 58 dB(A) in de dagperiode en 65 dB(A) in de avondperiode. Daarmee is er geen overschrijding van de normstelling. In bijlagen van het bijgevoegde akoestisch rapport is het scherm (schansmuur) aangegeven. Op de verbeelding is een specifieke bouwaanduiding opgenomen ter plaatse van het te realiseren scherm. In de regels (artikel 3.4.3) is geborgd dat het scherm ook daadwerkelijk gerealiseerd en in stand gehouden.

Verder is op de verbeelding door de 'specifieke bouwaanduiding - dove gevel' opgenomen. In de regels is bepaald dat de gevel van de bovenverdieping van de woning, aan de zuidzijde, ter plaatse van deze bouwaanduiding doof moet zijn. Door het nemen van de beschreven maatregelen wordt gewaarborgd dat de geen te hoge piekniveau's zullen optreden. Woon,- en leefklimaat In het bijgevoegde akoestisch onderzoek wordt geconcludeerd dat ongeacht of dergelijke aanpassingen worden gedaan, er ter plaatse van de nieuwe woonbestemmingen sprake is van een aanvaardbaar woon,- en leefklimaat. Aanvullend akoestisch onderzoek Het aanvullend onderzoek is uitgevoerd om vast te stellen dat de gevels van de woningen voldoende geluid tegenhouden. Dit onderzoek is als Bijlage 6 aan deze toelichting toegevoegd. De vereiste geluidwering van de gevel is afhankelijk van de hoogte van de Toelichting

27

geluidsbelasting op de gevel. In dit geval gaat het om woningen die een geluidsbelasting ondervinden van wegverkeerslawaai. De minimaal vereiste karakteristieke geluidwering van de gevel (GA,k) volgt uit het Bouwbesluit 2012 en bedraagt voor een verblijfsgebied: de afgegeven hogere waarde minus 33 dB; minimaal 20 dB. Ingeval van een afgegeven hogere grenswaarde geldt voor een afzonderlijke verblijfsruimte een 2 dB lagere waarde. Er gelden ook eisen ten aanzien van de spuiventilatie. Bij het bepalen van de geluidwering van de gevel mag worden uitgegaan van een gevel met gesloten ramen. Daarom hoeft in de berekeningen geen rekening gehouden te worden met de spuivoorziening. Alle nieuwe verblijfsruimten waaraan een hogere eis gesteld wordt dan de minimumeis van 20 dB zijn onderzocht. Dit houdt in dat de ruimten aan de achterzijde van de woningen niet in het onderzoek zijn betrokken. De berekenende waarden zijn weergegeven in hoofdstuk 4 “berekeningen en resultaten” van het onderzoeksrapport. Conclusie De nieuw te realiseren woning ter plaatse van de loods en her te bestemmen beneden en bovenwoning ondervinden een geluidsbelasting van maximaal 62 dB. Bij toepassing van de in hoofdstuk 5 “materialen en voorzieningen” genoemde materialen, met inbegrip van de maatregelen, voldoet de karakteristieke geluidwering van de gevel aan de eisen van het Bouwbesluit 2012. 4.6

Luchtkwaliteit

De milieukwaliteitseisen omtrent luchtkwaliteit zijn verankerd in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer. Nieuwe ontwikkelingen mogen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarde die voor een aantal verontreinigende stoffen in de wet is gesteld. Als aannemelijk is dat aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormt luchtkwaliteit geen belemmering om een projectplan vast te stellen. Deze voorwaarden zijn: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een 28

Graafseweg 540-542 Wijchen

grenswaarde; het project leidt - al dan niet per saldo - niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; het project draagt 'niet in betekenende mate' bij aan de luchtverontreiniging; het project past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit of binnen een regionaal programma van maatregelen. Projecten die 'niet in betekenende mate bijdragen' (NIBM) aan de luchtverontreiniging, hoeven niet meer afzonderlijk getoetst te worden aan de grenswaarden voor de buitenlucht. Het Besluit NIBM omschrijft het begrip nader: een project dat minder dan 3% van de grenswaarden bijdraagt is NIBM. Dit komt overeen met 1,2 microgram per m3 (µg/m3 ) voor fijn stof en stikstofoxiden (NO2). Voor dergelijke projecten behoeft geen luchtkwaliteitsonderzoek te worden uitgevoerd. In het Besluit en de Regeling "Niet in betekenende mate" is exact vastgelegd welke type projecten 'niet in betekenende mate' bijdragen aan de luchtverontreiniging. Het gaat onder andere om: woningbouwlocaties met niet meer dan 1.500 nieuwe woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 nieuwe woningen bij twee ontsluitingswegen; kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m2 bij één ontsluitingsweg en 200.000 m2 bij twee ontsluitingswegen.

In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient, los van het toetsingskader uit de Wet milieubeheer, te worden afgewogen of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat uit het oogpunt van luchtkwaliteit. Onderzoek In het projectgebied worden twee nieuwe woningen gerealiseerd. Dit betekent dat het onderhavige plan ruim past binnen de kaders van het besluit 'niet in de betekende mate'. Geconcludeerd kan worden dat onderhavige plan niet in betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Nader onderzoek naar de luchtkwaliteit kan derhalve achterwege blijven. Naast de effecten van het onderhavige plan op de luchtkwaliteit, moet worden bezien of er voor de te realiseren woningen voldaan kan worden aan een 'goed woon- en leefklimaat' ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit. Om te bepalen of de plaatselijke luchtkwaliteit voldoet aan de normen voor een 'goed woon- en leefklimaat' zijn verschillende bronnen onderzocht (RIVM, NSL en Atlas Toelichting

29

Leefomgeving). Indien uit de monitoring blijkt dat de doelstellingen van het NSL niet worden gehaald, kunnen extra maatregelen worden getroffen. Op basis van de verscheidene bronnen blijkt dat de achtergrondconcentraties fijn stof PM10 & PM 2,5 en stikstofdioxide NO2 ter plaatse van het projectgebied ver onder de wettelijke norm zit. In 2019 bedraagt de achtergrondbelasting respectievelijk 17 µg/m³, 10 µg/m³ en 17 µg/m³. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de wettelijke norm van 40 µg/m³ voor PM10 en NO2 en 25 µg/m³ voor PM2,5. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmeringen voor het voornemen. De luchtkwaliteit van de nieuwe woningen voldoet aan de wettelijke eisen, derhalve kan worden aangenomen dat een goed woon en leefklimaat is gewaarborgd. 4.7

Externe veiligheid

Externe veiligheid beschrijft risico's met een externe werking, die ontstaan door het transport van, de opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transport (weg, spoor, water en buisleiding) in relatie tot de (bebouwde) omgeving. Binnen het beoordelingskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans om te overlijden op een bepaalde plaats ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Het PR is op de kaart van het gebied weer te geven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6/jaar PR-contour (die als wettelijk grenswaarde fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten komen. Groepsrisico Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting. Het GR is weer te gegeven in de fN-curve: een grafiek waar de kans (f) is afgezet tegen het aantal slachtoffers (N). Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit.

De 1% letaliteitgrens vormt doorgaans de grens van het invloedsgebied (tenzij anders 30

Graafseweg 540-542 Wijchen

bepaald). Dit is de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Hoe moet worden omgegaan met risico's voor mensen in de omgeving van risicobronnen is in verschillende wet- en regelgeving opgenomen. Besluit en Regeling externe veiligheid inrichtingen Besluit en Regeling externe veiligheid buisleidingen Besluit en Regeling externe veiligheid Transportroutes Besluit risico's zware ongevallen Vuurwerkbesluit Circulaire ontplofbare stoffen voor civiel gebruik Besluit ruimte Activiteitenbesluit Onderzoek In de directe omgeving van het plangebied liggen geen risicobronnen voor de externe veiligheid. Hierbij is gekeken naar inrichtingen, transport via weg, water en spoor en transport via buisleidingen. Zie onderstaande afbeelding voor de externe risico's.

Afbeelding 7: Risicokaart met aanduiding ligging plangebied Conclusie Het aspect 'externe veiligheid' levert geen belemmeringen op voor de uitvoering van het plan.

Toelichting

31

4.8

Water

4.8.1

Waterhuishouding

Wettelijk kader Op basis van de wet op de ruimtelijke ordening (Wro) en Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de watertoets verplicht bij o.a. bestemmingsplannen, inpassingsplannen, projectbesluiten en omgevingsvergunningen afwijking bestemmingsplan. Voor overige plannen, zoals een structuurvisie, dient een watertoets te worden uitgevoerd op basis van het Nationaal Bestuursakkoord Water. Het Bro regelt de verplichte waterparagraaf in de plantoelichting (art 3.1.6 Bro) en het vooroverleg met de waterbeheerder (art 3.1.1 Bro). Watertoets De watertoets is bedoeld om ruimtelijke plannen en besluiten meer waterbestendig te maken, doordat waterbelangen van gemeente, waterschap en eventueel andere waterbeheerders vroegtijdig en expliciet worden meegewogen. In het ruimtelijk plan moet voldoende rekening zijn gehouden met de waterhuishouding en -voorzieningen. Waterparagraaf De waterparagraaf beschrijft de wijze waarop rekening is gehouden met de eventuele gevolgen van het ruimtelijk plan voor de waterhuishouding en vice versa. Onderdeel hiervan is een beschrijving van beleidsuitgangspunten en regelgeving, waterhuishoudkundige situatie en –opgaven, meest geschikte oplossingen (motiveren) en de ruimtelijke consequenties daarvan. Indien aan de orde is tevens het advies van het waterschap in de waterparagraaf verwerkt. 4.8.2

Beschrijving watersysteem

Geomorfologie en geohydrologie De locatie is gelegen in het stedelijk gebied grenzend aan de kern Alverna. De ligging van het plangebied is weergeven in de onderstaande afbeelding.

32

Graafseweg 540-542 Wijchen

Afbeelding 8: uitsnede peilgebieden, met aanduiding plangebied Het maaiveld ter hoogte van de planlocatie bevindt zich op 900 tot 1.000 cm boven NAP. Dit is te herleiden aan de kleurstelling in de onderstaande uitsnede van de hoogtekaart van het Peilbesluit Bloemers & Citters. Het plangebied ligt in het peilgebied (Citters CIT008) en is niet peilbeheerst. Oftewel in het peilgebied ligt géén oppervlaktewater waarmee de grondwaterstanden gereguleerd kunnen worden. Volgens de GIS-viewer ligt het peil van de parallelweg op 9,73m+NAP. Op grond van peilbuisgegevens van het Dino-loket TNO ligt de gemiddelde grondwaterstand op 6,30 m+NAP en de gemiddeld hoogste grondwaterstand op 7,2m+NAP. Hiermee wordt voldaan aan de ontwateringseisen voor de beoogde woonbestemming. Oppervlakte- en afvalwatersysteem Binnen of in de directe omgeving van het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Het plan heeft geen invloed op het oppervlaktewater in de directe omgeving van het plangebied. In de huidige situatie zijn de woning en de bedrijfsruimte aangesloten op het openbaar riool. In de nieuwe situatie wordt de woningen conform de voorschriften uit het bouwbesluit afzonderlijk aangesloten op het openbaar riool. Het huishoudelijk afvalwater wordt op het riool geloosd. Het hemelwater wordt gescheiden en in de achtertuin opgevangen in een infiltratiekratten.

Ecosysteem Het plangebied is gelegen in het stedelijk gebied en maakt geen onderdeel uit van het Gelders natuurnetwerk of de Groene ontwikkelingszone en ligt niet binnen een Toelichting

33

beschermd natuurgebied of natte natuur. De functiewijziging van 'bedrijf' naar 'wonen' heeft geen negatieve invloed op de natuurdoelstellingen van de provincie Gelderland.

Afbeelding 9: uitsnede kaart omgevingsvisie gaaf Gelderland 4.8.3

Gemeentelijk waterbeleid en waterbeheer

Waterbeleid Het gemeentelijk waterbeleid is met name gericht op het voorkomen, beperken of tot een aanvaardbaar risico terugbrengen van wateroverlast en schade aan milieu en volksgezondheid. In de Strategische waternota Wijchen zijn de thema's en uitgangspunten voor duurzaam waterbeheer omschreven (zie ook punt 3). Het Gemeentelijk rioleringsplan beschrijft de gemeentelijke zorgplicht voor rioolwater, hemelwater en grondwater. In het kader van de watertoets wordt een vertaalslag gemaakt naar de concrete plansituatie. Zorgplicht afvalwater en hemelwater De gemeente heeft voor zover doelmatig een zorgplicht voor de inzameling en transport van stedelijk afvalwater dat binnen de gemeente vrijkomt (zie Wmb art 10.33). Perceeleigenaren dienen hemelwater in eerste instantie op eigen terrein te verwerken of op oppervlaktewater te lozen. Als dit redelijkerwijs niet mogelijk is draagt de gemeente zorg voor de doelmatige inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater (Waterwet art 3.5). Zorgplicht grondwater

34

Graafseweg 540-542 Wijchen

In eerste instantie zijn perceeleigenaren zelfverantwoordelijk voor het treffen van maatregelen op eigen terrein om structurele nadelige gevolgen van grondwater voor de aan de grond gegeven bestemming te voorkomen of beperken. De gemeente heeft een zorgplicht bij het treffen van maatregelen in openbaar gebied, voor zover doelmatig en geen verantwoordelijkheid van provincie of waterschap (Waterwet art 3.6). Waterschap De gemeente valt binnen het beheersgebied van Waterschap Rivierenland. Het Waterschap geeft in het kader van de Waterwet een vergunning af voor lozing op oppervlaktewater (Waterwet art 6.2) en in het kader van de Keur een ontheffing voor ingrepen/ activiteiten in/nabij watergangen en waterkeringen. Daarnaast verzorgt het waterschap het onderhoud van A-watergangen en draagt zorg voor het zuiveren van afvalwater (Waterwet art. 6.4). 4.8.4

Beleidsuitgangspunten en consequenties voor het ruimtelijke plan

Deze paragraaf beschrijft op welke wijze op de planlocatie rekening is gehouden met het watersysteem, gelet op de waterhuishoudkundige situatie, beleid en regelgeving. Als onderdeel hiervan een motivering van getroffen maatregelen om negatieve effecten op/van het watersysteem tot een minimum te beperken, inclusief de ruimtelijke consequenties daarvan. Leefomgeving algemeen Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar integrale inpassing van het watersysteem in de leefomgeving en afstemming op de gebruiksfuncties in het gebied. De ruimtelijke ontwikkeling mag in beginsel geen nadelige gevolgen hebben voor de waterhuishouding en vice versa. De waterhuishoudkundige situatie moet in overeenstemming zijn met het beoogde grondgebruik. Water is mede-ordenend bij de ruimtelijke ontwikkeling (juiste functie op de juiste plaats), waarbij tevens rekening wordt gehouden met de ruimteclaim van waterhuishoudkundige voorzieningen. Wateropgaven worden gekoppeld aan andere gebiedsopgaven, zoals voor openbaar groen, riolering, welzijn en energiewinning (zie ook Klimaatverandering). Gevolgen van/voor het plan Toelichting

35

Ten opzichte van de bestaande sitautie is er sprake van een afname van het bebouwd/verhardoppervlak (146m2). Daarmee wordt de kans op wateroverlast kleiner. Kwaliteit en beleving Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar schoon water en waterbodems die voldoen aan gestelde eisen en het behoud van (natte) natuurwaarden en biodiversiteit. Verontreiniging van grond- en oppervlaktewater dient te worden voorkomen en de waterkwaliteit zo mogelijk verbeterd. Natuurlijke grondwater- en oppervlaktewaterstanden worden beschermd of hersteld. Schoon hemelwater mag rechtstreeks in bodem of op oppervlaktewater worden geloosd. Verontreiniging van hemelwater voorkomen, o.a. door toepassing van niet-uitlogende materialen (Dubo-bepalingen) en door beperking van toepassing van lood, koper, zink en zacht pvc. Verontreinigd hemelwater mag alleen worden geloosd via een zuiverende voorziening. De kwaliteit van oppervlaktewater zo mogelijk verbeteren door aanleg van natuurvriendelijke oevers en verbetering van de doorstroming. Het beheer mag geen verstoring geven van waterkwaliteit en biodiversiteit. Ecologisch natte zones of natte natuurwaarden behouden of verder ontwikkelen door bijbehorende waterhuishoudkundige omstandigheden te beschermen of herstellen. De gemeente streeft naar versterking van de belevingswaarde van water en daarmee het waterbewustzijn.

Hierbij worden water, waterhuishoudkundige elementen en cultuurhistorische structuren en landschapselementen herkenbaar verweven in de ruimtelijke inrichting en beleefbaar gemaakt. Waterstromen zichbaar (bovengronds) afvoeren. Gevolgen van/voor het plan Het perceel aan de achterzijde van de bedrijfsloods is in de bestaande situatie voorzien van een betonvloer. De betonvloer wordt verwijderd en omgevormd naar tuin waardoor het regenwater beter kan worden opgevangen als in de huidige situatie. Bij de realisatie van de wooneenheden worden voor de afvoer van water niet uitlogende materialen gebruikt. Voor de afvoer van hemelwater worden 'harde' pvc-buizen gebruikt. De hemelwaterafvoer wordt losgekoppeld van het openbaar riool en via infiltratie 36

Graafseweg 540-542 Wijchen

kratten langzaam afgegeven aan de bodem. De grove zandbodem is uitermate geschikt voor het infiltreren van het hemelwater. De uitvoering van het voorliggende plan vormt geen belemmering omliggende natuurwaarden. Klimaatverandering Beleidsuitgangspunten De gemeent streeft naar een klimaatbestendige en waterrobuuste leefomgeving. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dienen schadelijke effecten van klimaatverandering (wateroverlast en verdroging) voor het grondgebruik en vice versa te worden beperkt of teruggebracht tot een acceptabel niveau. Waterhuishoudkundige voorzieningen zijn energiezuinig en duurzaam. Komen tot een klimaatadaptieve ruimtelijke inrichting, o.a. voor wat betreft bebouwing, wegen, groen en water. Voorkomen dat water bij hevige neerslag in de bebouwing terecht komt of afstroomt buiten het plangebied. De hoeveelheid verhard oppervlak tot een minimum beperken. Groenstructuren klimaatrobuust aanleggen voor wat betreft areaal, type beplanting en waterbergend vermogen. Grondwateronttrekking beperken door hoogwaardige toepassing van drinkwater en het treffen van waterbesparende voorzieningen. Gevolgen van/voor het plan Overtollig verhard oppervlak wordt geamoveerd waardoor er sprake is van een afname van het verhard oppervlak. In de tuinen worden infiltratie voorzieningen geplaatst, zodat bij hevige neerslag voldoende hemelwater kan worden opgevangen.

Door de infiltratie wordt voorkomen dat voorkomen dat bij hevige neerslag regenwater afstroomt buiten het plangebied. Het bestaande peil van de woning en de omliggende gronden blijft ongewijzigd, hierdoor is geen extra afstroom naar andere percelen te verwachten. Het huidige hoogteverschil tussen het maaiveld en peil van de woning voorkomt dat water in de woningen terecht komt. In de beoogde situatie is er geen spake van grondwateronttrekking. Schoon hemelwater wordt geïnfiltreerd in de bodem. In de woning worden waterbesparende sanitaire voorzieningen geïnstalleerd. Waterberging Beleidsuitgangspunten Toelichting

37

De gemeente streeft naar het vasthouden van gebiedseigen water door benutting van de natuurlijke bergingscapaciteit van bodem en oppervlaktewater. Hemelwater afkomstig van verharde oppervlakken dient zoveel mogelijk te worden afgekoppeld van de riolering met de voorkeursvolgorde: 1) Benutting, 2) Bodeminfiltratie binnen het gebied, 3) Berging binnen het gebied, 4) Vertraagde afvoer naar oppervlaktewater buiten het plangebied en 5) Afvoer naar riool. Wanneer hemelwater direct of indirect wordt geloosd op oppervlaktewater, moet dit volgens de Keur (Waterschap Rivierenland) worden gecompenseerd. De compensatieplicht houdt in dat de toename van verharding in het ruimtelijk plan moet worden gecompenseerd door aanleg van extra waterberging. Met een eenmalige uitzondering van 500 m2 (stedelijk gebied) en 1500 m2 (landelijk gebied) voor particulieren en kleine bedrijven. Infiltratie- en bergingsvoorzieningen, zoals bodempassages en open water, moeten voldoende capaciteit hebben om het hemelwater te kunnen verwerken. En zodanig ruimtelijk ingepast (ruimtebeslag, ligging) dat adequaat functioneren is gewaarborgd. De percelen Graafseweg 540/540a en 542 zijn volledig verhard. Het gaat hierbij om 640 m² verhard oppervlak oppervlak waarvan 160 m² terreinverharding en 480 m² dakoppervlak. In de onderstaande tabel is het verhard oppervlak van het voorliggende plan weergegeven.

Tabel 2: huidig verhard oppervlak In de onderstaande tabel is het verhard oppervlak in de gewenste sitautie weergegeven.

38

Graafseweg 540-542 Wijchen

Tabel 3: oppervlak verdeling gewenste situatie De gewenste terreinindeling is weergegeven in Bijlage 7 van de toelichting. De terrassen zijn niet mee genomen op de tekening, maar om een volledig beeld te schetsen zijn de wel meegenomen in de bovenstaande tabel. Gevolgen van/voor het plan In de directe omgeving van het plangebied is geen oppervlaktewater beschikbaar waarop kan worden aangesloten. Gelet op de afstand tussen het grondwaterpeil en het maaiveld vormt het waterpeil geen belemmering voor het plaatsen van infiltratiekratten. Het hemelwater afkomstig van de daken en terras wordt met een hemelwaterafvoer riool naar de infiltratiekoffers in de achtertuin geleid. In de gewenste situatie bedraagt het totale dakoppervlak bedraagt 281 m2. En het verhard terrein oppervlak bedraagt 162 m². Het totaal verhard oppervlak bedraagt 443 m². Uitgaande van een maatgevende regenbui Ts 10 bedraagt de benodigde waterbergingscapaciteit 40 mm/m2 dakoppervlak. De benodigde bergingingscapaciteit bedraagt (443m2*0,04m=) 17,72 m3. Middels infiltratiekratten kan water worden geborgen in een laagdikte van 40 cm op 20 cm onder het maaiveld. In de achtertuin is voldoende ruitme beschikbaar voor het het plaatsen voor het plaatsen van (17,72m2:0,4m1=) 44 m2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=578f8308-a8fd-462a-947a-dc42bc2809e1