BP Toelichting
Tekst van het document
Het gaat hier om waarden waarop beleid zich zou moeten richten (inspanningsplicht) om schadelijke gevolgen voor de volksgezondheid en/of het milieu te vermijden, te voorkomen of te verminderen. De geadviseerde streefwaarde stelt een jaargemiddelde van 20 µg/m3 . In Nederland werken de Rijksoverheid, provincies en lokale overheden samen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Zij doen dat binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het NSL heeft twee belangrijke doelen: De luchtkwaliteit verbeteren voor de volksgezondheid: mensen leven langer en zijn minder ziek als zij schonere lucht inademen. Ruimte bieden aan maatschappelijk gewenste ruimtelijke ontwikkelingen zoals woningbouw en nieuwe wegen. Om de verbetering van de luchtkwaliteit in kaart te brengen is de NSL Monitoringstool ontwikkeld. De NSL Monitoringstool bestaat uit een landelijk netwerk van rekenpunten. Langs de A73 liggen een aantal
bestemmingsplan Wellness & Hotel Thermen Berendonck
29
rekenpunten. Om te beoordelen of sprake is van een goed woon- en leefklimaat, zijn de twee dichtstbijzijnde rekenpunten beschouwd (zie onderstaande afbeelding). De maximale jaargemiddelde-concentraties en het maximum aantal overschrijdingsdagen voor PM1 0 en PM2,5 worden niet overschreden. Daarnaast blijft de jaargemiddeldeconcentratie onder de WHO-advieswaarde voor fijnstof. Ook voor NO2 wordt de grenswaarde voor de jaargemiddeldeconcentratie (40 µg/m3 ) niet overschreden (max. 22,0 µg/m3 ).
NSL Monitoringstool (geraadpleegd, 21 april 2021) Uit de gegevens van de NSL Monitoringstool kan worden geconcludeerd dat de luchtkwaliteit ter plekke geschikt is voor de beoogde functie. 5.6.3 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit en de luchtkwaliteit ter plaatse voldoet voor het realiseren van een hotelaccommodatie. Daarmee vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmering voor het voorliggend plan.
5.7
Natuur
Voor de planologische procedure dient te worden vastgelegd dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen de geldende natuurwetgeving. De Wet natuurbescherming maakt onderscheid tussen beschermde gebieden en beschermde soorten. Om in beeld te brengen of de ontwikkeling in strijd is met natuurwetgeving en hoe eventuele strijdigheid met de wet voorkomen kan worden, zijn hieronder de beschermde gebieden en beschermde soorten beschouwd. 5.7.1 Beschermde gebieden Er dient aannemelijk te worden gemaakt dat het plan geen negatieve effecten heeft op de instandhoudingsdoelstellingen van Europees beschermde Natura2000-gebieden en het Gelders Natuurnetwerk (GNN).
30
bestemmingsplan Wellness & Hotel Thermen Berendonck
Natura2000: De bescherming van Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming, die de implementatie vormt van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. De Natura 2000-gebieden vormen samen een Europees netwerk van natuurgebieden. Als ontwikkelingen (mogelijk) leiden tot aantasting van natuurwaarden binnen een Natura 2000-gebied, is een vergunning vereist op grond van de Wet natuurbescherming (zie artikel 2.7 en 2.8 van de Wet natuurbescherming). Op ruim 6,5 kilometer afstand vanaf de projectlocatie ligt het Natura 2000-gebied 'Rijntakken'. Het Natura2000-gebied 'Sint Jansberg' ligt op ruim 11,3 km afstand.
Ligging planlocatie ten opzichte van Natura2000-gebieden Negatieve effecten voor licht, geluid en trillingen ten gevolge de ontwikkeling, zijn gezien de ruime afstand, op deze Natura 2000-gebieden uit te sluiten. Voor het aspect stikstof dient dit nader inzichtelijk gemaakt te worden of sprake is van significante effecten. Als een (bouw)project significant negatieve effecten veroorzaakt op stikstofgevoelige habitattypen en soorten in een Natura2000-gebied als gevolg van stikstofemissie of andere effecten is een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming vereist. Om uit te sluiten dat sprake is van negatieve effecten is een stikstofonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is toegevoegd als Bijlage 8 bij deze toelichting. Uit de AERIUS-berekening blijkt dat het voornemen niet leidt tot een overschrijding van de drempelwaarde van 0,00 mol/ha op stikstofgevoelige habitats. Het planvoornemen leidt daarmee niet tot een significante toename van stikstofdepositie op omliggende Natura2000-gebieden. Negatieve effecten ten gevolge van stikstof op de instandhoudingsdoelen van Natura2000-gebieden op basis van het onderzoek met zekerheid worden uitgesloten. Daarmee kan tevens met zekerheid worden gesteld dat het bestemmingsplan 'Wellness &
bestemmingsplan Wellness & Hotel Thermen Berendonck
31
Hotel Thermen Berendonck' niet leidt tot negatieve gevolgen voor omliggende Natura2000-gebieden. Gelders Natuurnetwerk (GNN) en Groene Ontwikkelingszone (GO): Het plangebied ligt niet in of direct grenzend aan het GNN en GO (zie onderstaande afbeelding). De voorgenomen plannen leiden niet tot significant negatieve effecten op de kernkwaliteiten van het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone (GO).
Ligging van het plangebied ten opzichte van het GNN en GO 5.7.2 Beschermde soorten Om in beeld te brengen of de ontwikkeling in strijd is met natuurwetgeving en hoe eventuele strijdigheid met de wet voorkomen kan worden, is door Bureau Waardenburg een onderzoek natuurwaarden uitgevoerd (rapportnr. 20-1100, 25 februari 2021). Hieronder zijn de conclusies van dit rapport weergegeven. Het rapport is tevens bijgevoegd als Bijlage 9 bij deze toelichting. Op grond van het onderzoek wordt het volgende geconcludeerd: Het kappen van bomen en rooien van struweel in het broedseizoen kan er toe leiden dat nesten van vogelsoorten die in gebruik zijn beschadigd raken of verlaten worden door de oudervogels als gevolg van verstoring. Dit is een overtreding van de Wnb en moet voorkomen worden (hiervoor verleent de provincie geen ontheffing). Om verstoring en vernietiging van vogelnesten die in gebruik zijn te voorkomen moet het rooien van beplanting en (voorbereidende) (bouw)werkzaamheden buiten het broedseizoen uitgevoerd worden. Voor het broedseizoen wordt in het kader van de Wnb geen standaard periode gehanteerd. De lengte en de aanvang van het broedseizoen verschilt per soort. Globaal moet voor het broedseizoen rekening gehouden worden met de periode half maart tot half augustus. In het plangebied staat een boom met een kraaiennest. Effecten van kapwerkzaamheden in het voorjaar
32
bestemmingsplan Wellness & Hotel Thermen Berendonck
van 2021 op soorten met een jaarrond beschermd nest zijn uitgesloten. Voor deze soorten heeft het plangebied momenteel namelijk geen betekenis. Als kapwerkzaamheden plaatsvinden na het voorjaar van 2021 en dan specifiek kap van de boom met kraaiennest wordt geadviseerd om gebruik van de boom als nestplaats in het broedseizoen van 2021 te onderzoeken. Om uitsluitsel te kunnen geven of het plangebied leefgebied is van kleine marterachtigen is nader onderzoek nodig. Dit onderzoek dient gedurende zes weken in de periode maart tot en met augustus plaats te vinden. Het onderzoek geeft uitsluitsel of voor kleine marterachtigen ontheffing moet worden aangevraagd. Het is aannemelijk dat de ontheffing voor kleine marterachtigen indien nodig verleend zal worden, dat wil zeggen dat er aan de voorwaarden voor ontheffing verlening voldaan kan worden. Voor andere beschermde soorten heeft het plangebied geen betekenis, geldt een vrijstelling en/of zijn effecten uitgesloten en is dus geen ontheffing nodig. 5.7.3 Natuurinclusief bouwen In 2020 heeft de gemeenteraad van Wijchen het Beleidsplan Natuur en Biodiversiteit vastgesteld. De gemeenteraad geeft daarmee aan dat zorg voor natuur en biodiversiteit een van de afwegingskaders zijn bij het toestaan van ontwikkelingen. Het doel van dit beleidsplan is om inzicht en handvatten te geven aan het duurzaamheidsthema natuur en biodiversiteit.
Het planvoornemen zal op een natuurinclusieve wijze worden gerealiseerd. Daarbij worden in overleg met de eigenaar van de recreatieplas o.a. de volgende onderdelen gerealiseerd: Voor elke boom die wordt gekapt op plaats te maken voor het hotel, worden op het recreatieterrein twee nieuwe bomen aangeplant; Er wordt een insectenhotel geplaatst op het recreatieterrein De Berendonck; Er worden huiszwaluwnesten van houtbeton aan het pand aangebracht; Er wordt een natuurlijke bloemenweide ingezaaid om de biodiversiteit op De Berendonck te stimuleren; Er worden verspreid over het recreatiegebied 200 vogelhuisjes aangebracht; Verdere natuurinclusieve maatregelen worden uitgewerkt, nadat nader onderzoek en nader overleg heeft plaatsgevonden. 5.7.4 Conclusie Het plan zal niet leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming, mits rekening wordt gehouden met de bovenstaande aanbevelingen. Met inachtneming van de door de ecoloog opgestelde conclusies en aanbevelingen, kan worden gesteld dat sprake is van een uitvoerbaar planvoornemen. Het vervolgonderzoek naar leefgebied van kleine marterachtigen wordt ingepland en uitgevoerd.
Gelet op de conclusie van de ecoloog dat het aannemelijk is dat een ontheffing verleend zal worden, indien sprake is van een leefgebied van kleine marterachtigen, maakt dat kan worden gesteld dat met redelijkheid kan worden aangenomen dat sprake is van een uitvoerbaar planvoornemen. Vóór vaststelling van het bestemmingsplan zal het vervolgonderzoek worden toegevoegd aan het ontwerpbestemmingsplan, waarmee wordt aangetoond dat met de uitvoering van het planvoornemen geen sprake is van overtreding van de Wet natuurbescherming. Uit het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het voornemen uitvoerbaar is binnen de kaders van de Wet natuurbescherming.
5.8
Archeologie
Als wettelijk toetsingskader In Europees verband is het 'Verdrag van Malta' tot stand gekomen. Uitgangspunt van dit verdrag is het archeologisch erfgoed zo veel mogelijk in situ te behouden. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Op 1 september 2007 is de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) in werking getreden. Deze wet
bestemmingsplan Wellness & Hotel Thermen Berendonck
33
is de Nederlandse uitwerking van het Verdrag van Malta uit 1992. In de Wamz is vastgelegd dat Rijk, provincies en gemeenten in ruimtelijke plannen rekening houden met het aspect 'archeologie'. De wet beoogt het archeologische erfgoed in hoofdzaak in situ te beschermen. Gemeenten zijn met de inwerkingtreding van de Wamz in grote mate verantwoordelijk voor hun eigen bodemarchief. De gemeente Wijchen heeft in 2009 een archeologische beleidskaart vastgesteld. Deze kaart vormt de onderlegger voor het Wijchens archeologiebeleid en is het gemeentelijk toetsingsinstrument voor archeologie bij ruimtelijke ontwikkelingen, bouwplannen en andere bodemverstoringen.
Uitsnede archeologische beleidskaart gemeente Wijchen (RAAP-rapport 1828, kaartbijlage 2, blad 2) Binnen het plangebied zijn gedeelten aangewezen als gebied met hoge, middelmatige en lage archeologische verwachting. De recreatieplas betreft een grootschalige afgraving en is op de kaart aangewezen als verstoring. De archeologische beleidskaart is doorvertaald in het bestemmingsplan. Om de bescherming op gemeentelijk niveau te borgen heeft de gemeente in het geldend bestemmingsplan 'Buitengebied Wijchen' verschillende dubbelbestemmingen opgenomen. De gronden binnen het bestemmingsplan 'Thermen Berendonck' zijn in 2012, na het uitvoeren van een archeologisch onderzoek, vrijgegeven. In het voorliggend bestemmingsplan zijn werkzaamheden voorzien ter plekke van gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3'. Het betreft de aanleg van de hotelaccommodatie en het graven van een verbindingstunnel tussen de hotelaccommodatie en het thermencomplex. De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' voorziet in een regeling waarbij archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij een ingreep groter dan 1.000 m2 . Aangezien in het planvoornemen voorziet in een ontwikkeling groter dan 1.000 m2 is archeologisch onderzoek noodzakelijk. Bureau voor Archeologie heeft een archeologisch bureauonderzoek en een verkennend inventariserend veldonderzoek uitgevoerd (rapportnr. 999, d.d.
26 februari 2021). Het rapport is toegevoegd als Bijlage 10 bij deze toelichting. Bureau voor Archeologie adviseert het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Daartoe is de archeologische dubbelbestemming niet overgenomen op de verbeelding. Op basis van het uitgevoerde archeologisch onderzoek kan worden geconcludeerd dat het aspect archeologie
34
bestemmingsplan Wellness & Hotel Thermen Berendonck
geen belemmering vormt voor het planvoornemen.
5.9
Cultuurhistorie
In een bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten, rekening is gehouden. Ook de facetten historische bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. Om cultuurhistorische waarden in de gemeente te borgen hanteert de gemeente Wijchen het paraplubestemmingplan 'Parapluplan Cultuurhistorie Wijchen' (vastgesteld op 3 mei 2017). In het plangebied liggen geen beschermde objecten of structuren. Het recreatiegebied Berendonck is aangelegd rondom een zandwinning. De kavelstructuren hebben geen cultuurhistorische waarde. In het parapluplan is dan ook geen dubbelbestemming opgenomen. Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
5.10
Verkeer en parkeren
Het wellnesscentrum zelf wordt met het voorliggend plan niet vergroot of geïntensiveerd, waardoor ten aanzien van de aspecten verkeer en parkeren geen wezenlijke wijzigingen ontstaan. De maximale capaciteit van Thermen Berendonck is, conform de in het bestemmingsplan 'Thermen Berendonck' reeds beoogde situatie, 1.000 gasten per dag. Op basis van het aantal lockers, de capaciteit in de wellness en de omvang van de horecavoorzieningen is dit het maximale bezoekersaantal. Er worden daarom niet meer bezoekers toegelaten. 5.10.1 Verkeer Het nieuwe 'thermenhotel' wordt in beginsel bezocht door de gasten van de thermen. Voor elke bezoeker die een overnachting boekt in combinatie met een bezoek aan de thermen, wordt capaciteit gereserveerd binnen de bestaande maximale bezoekerscapaciteit van de thermen. Het voorliggend plan bestaat niet uit het vergroten van de maximale bezoekerscapaciteit van de thermen. Het hotel leidt daarmee niet tot extra bezoekers in de thermen, waardoor de hotelovernachtingen ook niet leiden tot een grotere verkeersgeneratie. Bezoekers van het bestaande wellnesscentrum worden in de nieuwe situatie overnachtingen aangeboden, waardoor sprake is van een afname aan verkeersbewegingen. Immers, de bezoekers hoeven aan het einde van de dag de locatie niet te verlaten, maar overnachten op het terrein. In het hotel worden maximaal 110 kamers gerealiseerd.
Deze kamers leiden voor het grootste gedeelte voor een afname van verkeersbewegingen. Wanneer hotelovernachtingen worden geboekt zonder combinatie met een bezoek aan de thermen (zogenoemde externe overnachtingen), leidt dit wel tot extra verkeersgeneratie. Het gaat om gasten die een overnachting combineren met een bezoek aan de nabijgelegen golfbaan (naar verwachting ca. 600 overnachtingen op jaarbasis) of overige externe overnachtingen (naar verwachting ca. 1.400 overnachtingen op jaarbasis). Uit het marktonderzoek kan worden geconcludeerd dat de verwachte toename aan de parkeerbehoefte het gevolg is van ca. 2000 externe overnachtingen op een totaal aantal van ca. 35.500 overnachtingen. Het gaat daarmee om 5,6 % van het totaal aantal overnachtingen. Er kan worden gesteld dat de afname van verkeersbewegingen van hotelgasten (94,4% van de hotelgasten) groter is dan de toename van verkeersbewegingen afkomstig van externe bezoeken (5,6% van de hotelgasten). In het hotel komen twee restaurants. Eén van de restaurants richt zich op het ontbijt, lunch en diner van de hotelgasten en leidt daarmee niet tot een extra verkeersgeneratie. Het andere restaurant met een hoog culinair niveau wordt ingericht voor maximaal 40 personen (40 couverts), die naar verwachting voor 30% zullen worden geboekt door externe gasten. De externe gasten zullen daarmee maximaal 12 couverts in
bestemmingsplan Wellness & Hotel Thermen Berendonck
35
gebruik nemen. Deze bezetting leidt naar schatting tot: 12 personen / 2 personen per auto = 6 extra auto's, en daarmee tot 12 extra verkeersbewegingen. De extra verkeersbewegingen die het voorliggend plan met zich meebrengt (externe hotelovernachtingen en externe restaurantbezoeken), zijn lager dan de afname aan verkeersbewegingen die wordt gerealiseerd door overnachtingen aan te bieden. Er kan met redelijkheid worden gesteld dat sprake is van een planvoornemen waarbij geen sprake is van extra verkeersbewegingen. Het voornemen tot de ontwikkeling van een nieuwe hotelaccommodatie heeft geen effect op de verkeersafwikkeling en de verkeersveiligheid in de directe omgeving van het plangebied. 5.10.2 Parkeren De parkeerbehoefte bij het wellnesscentrum wordt gebaseerd op het marktonderzoek (zie Bijlage 1 bij de toelichting) en de maximale capaciteit van het thermencomplex. De maximale capaciteit van de thermen is 1.000 gasten per dag. Er worden niet meer gasten toegelaten in het complex, omdat dit het maximale aantal bezoekers is voor de hoeveelheid voorzieningen (horeca, aantal lockers, capaciteit van de thermen). Het maximum aantal gasten is niet tegelijkertijd aanwezig op het complex. Op een dag waarop de maximale capaciteit wordt ontvangen, checken gemiddeld circa 650 gasten 's ochtends in en checken gemiddeld circa 350 gasten 's middags na 15.00 uur in.
Van de gasten die 's ochtends inchecken, blijven gemiddeld 350 gasten tot na 15.00 uur. Dat betekent dat er maximaal 700 gasten tegelijkertijd aanwezig zijn (namelijk in de periode na 15.00 uur). Er moeten dus voldoende parkeerplaatsen aanwezig zijn voor 700 gasten. Op basis van het Parkeerbeleidsplan van de gemeente Wijchen moet gebruik worden gemaakt van de CROW-normen. Voor een wellnesscomplex met de omvang van Thermen Berendonck is sprake van dermate grote (fout)marges, dat het hanteren van aannames op basis van CROW-normen minder aansluit bij de feitelijke situatie, dan het hanteren van ervaring uit de praktijk. Uit ervaring van Thermen Berendonck blijkt dat gemiddeld 1,8 bezoekers in één auto zitten. De parkeerbehoefte voor gasten die gebruik maken van de thermen bedraagt daarom 700 / 1,8 = 389 parkeerplaatsen. Het nieuwe 'thermenhotel' wordt in beginsel bezocht door de gasten van de thermen. Voor elke bezoeker die een overnachting boekt in combinatie met een bezoek aan de thermen, wordt capaciteit gereserveerd binnen de bestaande maximale bezoekerscapaciteit van de thermen. Het voorliggend plan bestaat niet uit het vergroten van de maximale bezoekerscapaciteit van de thermen. Het hotel leidt daarmee niet tot extra bezoekers in de thermen, waardoor de hotelovernachtingen ook niet leiden tot een grotere parkeerbehoefte.
Wanneer hotelovernachtingen worden geboekt zonder combinatie met een bezoek aan de thermen (zogenoemde externe overnachtingen), leidt dit wel tot extra parkeerbehoefte. Het gaat om gasten die een overnachting combineren met een bezoek aan de nabijgelegen golfbaan (naar verwachting ca. 600 overnachtingen op jaarbasis) of overige externe overnachtingen (naar verwachting ca. 1.400 overnachtingen op jaarbasis). Uit het marktonderzoek kan worden geconcludeerd dat de verwachte toename aan de parkeerbehoefte het gevolg is van ca. 2000 externe overnachtingen op een totaal aantal van ca. 35.500 overnachtingen. Het gaat daarmee om 5,6 % van het totaal aantal overnachtingen. De parkeerbehoefte van de externe overnachtingen kan worden bepaald op basis van de CROW-norm. Voor een vijfsterrenhotel geldt dat sprake is van een parkeerbehoefte van 13,4 parkeerplaatsen per 10 kamers (maximale CROW-norm, conform gemeentelijk beleid). Het nieuwe hotel bestaat uit 110 kamers, waarvan naar verwachting ca. 5,6% wordt ingezet voor externe overnachtingen. De parkeerbehoefte die voortvloeit uit de externe overnachtingen kan daarom op basis van de norm worden bepaald op 13,4 / 10 * 110 * 5,6% = 8,25 parkeerplaatsen. Het aantal externe hotelovernachtingen leidt tot een extra parkeerbehoefte van 9 parkeerplaatsen.
Daarnaast zijn parkeerplaatsen nodig voor het personeel van de thermen (40 plaatsen) en het hotel (20 plaatsen). Gezien de kamercapaciteit van het hotel is het aantal parkeerplaatsen voor medewerkers ruim
36
bestemmingsplan Wellness & Hotel Thermen Berendonck
ingeschat. De totale parkeerbehoefte voor het personeel bedraagt daarmee 60 parkeerplaatsen. In het hotel komen twee restaurants. Eén van de restaurants richt zich op het ontbijt, lunch en diner van de hotelgasten en leidt daarmee niet tot een extra parkeerbehoefte. Het andere restaurant met een hoog culinair niveau wordt ingericht voor maximaal 40 personen (40 couverts), die naar verwachting voor 30% zullen worden geboekt door externe gasten. De externe gasten zullen daarmee maximaal 12 couverts in gebruik nemen. Voor 12 externe gasten is een parkeerbehoefte van 6 parkeerplaatsen voldoende. In totaal is sprake van een parkeerbehoefte van 389 + 9 + 60 + 6 = 464 parkeerplaatsen. In de nieuwe situatie is sprake van een parkeerterrein dat bestaat uit 595 parkeerplaatsen. Daarmee wordt ruimschoots voorzien in de parkeerbehoefte van het volledige complex en is sprake van een overcapaciteit van circa 28%. Uit de bovenstaande sluitende parkeerbalans kan eveneens worden geconcludeerd dat het verwijderen van een gedeelte van de parkeerplaats ten behoeve van het nieuwe hotelgebouw geen belemmering is voor het plan. 5.10.3 Conclusie Uit het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het aspect verkeer en parkeren geen belemmering voor het planvoornemen.
5.11
Leidingen
Door het plangebied lopen geen boven- en/of ondergrondse leidingen. Er is op dat gebied derhalve geen sprake van bijbehorende (planologische) beschermingszones en/of belangen van derden op dit punt. Het aspect leidingen vormt geen belemmering voor het plan.
5.12
Waterhuishouding
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet in de toelichting van ruimtelijke plannen een waterparagraaf worden opgenomen. Hierin wordt beschreven hoe rekening is gehouden met de gevolgen van het ruimtelijk plan voor de waterhuishouding. De waterparagraaf geeft een beschrijving van de beleidsuitgangspunten, waterhuishoudkundige situatie en wateropgaven in het plangebied, (motivatie van) meest geschikte oplossingen en ruimtelijke consequenties daarvan. 5.12.1 Beleid Europese Kaderrichtlijn Water (2000): Met ingang van december 2000 is de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) van kracht. In de Kaderrichtlijn worden kwaliteitseisen gesteld gericht op het beschermen en verbeteren van de aquatische ecosystemen (verplichtingen per stroomgebied). Deze richtlijn stelt als norm dat oppervlaktewater binnen 15 jaar na inwerkingtreding moeten voldoen aan een ‘goede ecologische toestand’ (GET). Voor kunstmatige wateren, zoals de meeste stadswateren, geldt dat de oppervlaktewateren minimaal moeten voldoen aan een ‘goede ecologisch potentieel’(GEP). Inmiddels zijn de GEP-normen per stroomgebied uitgewerkt. Waterwet: Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden. Kort samengevat regelt de Waterwet het beheer van oppervlaktewater en grondwater. De Waterwet biedt instrumenten om het waterbeheer op een doeltreffende en doelmatige manier op te pakken.
Ook vervangt de Waterwet een groot aantal wetten op het gebied van water. Hieruit is op rijksniveau een Nationaal Waterplan ontwikkeld. Dit plan bevat de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de daartoe behorende aspecten van het nationale ruimtelijke beleid. De provincie Gelderland heeft een Regionaal Waterplan opgesteld. De bedoeling is dat op basis van deze structuurvisies plannen van de Waterwet doorwerken in de ruimtelijke ordening en ervoor zorgen dat de
bestemmingsplan Wellness & Hotel Thermen Berendonck
37
waterbelangen op een goede manier worden geborgd. De op 1 januari 2008 ingevoerde Wet gemeentelijke watertaken is opgenomen in de Waterwet. Door deze wetgeving kunnen gemeenten een verbrede zorgplicht op zich nemen. Deze wetgeving maakt het mogelijk om rioolheffing te heffen voor zuiveringstechnisch werk dat door de gemeente (of waterschap/derde) wordt beheerd op grond van de Gemeentewet. Nationaal Waterplan 2016-2021: Het nationaal waterbeleid voor de komende jaren is in 2015 vastgesteld door het kabinet in het Nationaal Waterplan 2016-2021. Het Rijk streeft naar een duurzaam en klimaatbestendig waterbeheer en heeft de ambitie om de komende decennia te investeren in bescherming tegen overstromingen en in de zoetwatervoorziening. Voor een duurzaam en klimaatbestendig watersysteem is het van belang bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening te houden met waterhuishoudkundige eisen op korte termijn. Waterbeheerprogramma 2016-2021 ‘Koers houden, kansen benutten’: Met ingang van 27 november 2015 is het Waterbeheerprogramma 2016-2021 bepalend voor het waterbeleid. Met dit programma blijft het Waterschap Rivierenland op koers om het rivierengebied veilig te houden tegen overstromingen, om voldoende en schoon water te hebben en om afvalwater effectief te zuiveren. De speerpunten hierin zijn: Een veilig rivierengebied. Verbeteren en versterken dijken en boezemkades.
Met daarnaast oog voor oplossingen door een aangepast ruimtelijke inrichting en door risicobeheersing (bijv. evacuatie); Anticiperen op klimaatveranderingen. Een robuust en ecologisch gezond watersysteem dat voldoende water van goede kwaliteit biedt aan landbouw, natuur, stedelijke gebieden en recreatie; Het duurzaam en doelmatig zuiveren van afvalwater door o.a. centralisatie van zuiveringen en van slibverwerkingen. Gemeentelijk waterbeleid en waterbeheer: In de Strategische waternota van de gemeente Wijchen zijn de thema’s en uitgangspunten voor duurzaam waterbeheer omschreven. Deze zijn ook onder de alinea met beleidsuitgangspunten samengevat. In het kader van de watertoets moet een vertaalslag worden gemaakt naar de concrete plansituatie. Tevens beschikt de gemeente over een Gemeentelijk rioleringsplan GRP, waarin de gemeente invulling geeft aan haar zorgplicht voor afvalwater, hemelwater en grondwater. Het gemeentelijk waterbeleid is met name gericht op het voorkomen, beperken of tot een aanvaardbaar risico terugbrengen van wateroverlast en schade aan milieu en volksgezondheid. Op grond van de Waterwet (artikel 3.5 en 3.6) heeft de gemeente een zorgplicht voor inzameling en verwerking van overtollig hemel- en grondwater. Perceeleigenaren dienen hemelwater op eigen perceel te verwerken.
Indien dit redelijkerwijs niet kan worden verlangd treedt de gemeentelijke zorgplicht in werking. Daarnaast heeft de gemeente een zorgplicht bij het treffen van maatregelen in openbaar gebied om structureel de gevolgen van grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming te voorkomen c.q. te beperken, tenzij dit niet doelmatig is of de verantwoordelijkheid van de provincie of het waterschap. 5.12.2 Beschrijvingvan het watersysteem in de directe omgeving Geomorfologie en grondwatersysteem: Het plangebied is gesitueerd aan de rand van de recreatieplas Berendonck, die als zandafgraving invloed heeft op de bodem- en waterhuishoudkundige situatie in het gebied. Het maaiveld ter plaatse varieert in hoogte en ligt tussen 7,8 en 8,1 meter +N.A.P. (op basis van actueel hoogtebestand Nederland). De grondwaterstand varieert van 7,0 meter tot 7,3 meter +NAP. De bodem op de planlocatie kan worden geclassificeerd als poldervaaggrond in zwak zandige en uiterst siltige oude rivierklei (KRn2). Oppervlaktewatersysteem: Het plangebied maakt deel uit van het peilgebied Bloemers, peilvak BLM022 met een winterpeil van 6,30 m +NAP en een zomerpeil van 6,60 m +NAP. Aan de westzijde van het plangebied ligt de recreatieplas De Berendonck. De plas is een zandafgraving en is niet weergegeven op de legger van het
38
bestemmingsplan Wellness & Hotel Thermen Berendonck
Waterschap Riviereland. Aan beide zijden van de A73 ligt op enige afstand van het plangebied een A-watergang. Op de navolgende afbeelding is een uitsnede weergegeven van de legger van het waterschap.
Uitsnede legger wateren Waterschap Rivierenland met ligging plangebied 5.12.3 Beschrijvinghuidige en toekomstige situatie Het volledige perceel is momenteel bestemd voor recreatie, waarbinnen oppervlakteverhardingen kunnen worden aangebracht ten behoeve van recreatieve voorzieningen. Er is onder andere sprake van een grote parkeerplaats met verhardingen. Het plan leidt tot fysieke ingrepen voor zover het de realisatie van de nieuwe hotelaccommodatie betreft. Voor het overige plangedeelte worden geen fysieke ingrepen voorzien. De nieuwe accommodatie wordt gedeeltelijk opgericht ter plekke van de bestaande parkeervoorzieningen. Daarvoor worden 70 parkeerplaatsen opgeheven. Een gedeelte van de accommodatie wordt voorzien ter plekke van een bestaande groenvoorziening. 5.12.4 Gevolgen van het plan voor de waterhuishouding Grondwater: De grondwaterstand varieert van 7,0 m tot 7,3 m +NAP. Er is sprake van voldoende ontwatering voor de realisatie van een nieuwe hotelaccommodatie. Oppervlaktewater: Het planvoornemen heeft geen effecten op oppervlaktewater. Er liggen geen leggerwateren binnen het plangebied. Daarnaast heeft het plangebied geen effect op het oppervlaktewater buiten het plangebied. Hemelwater: Uitgangspunt bij nieuwbouw is aanleg van een gescheiden hemelwaterafvoer (HWA-afvoer) en droogweerafvoer (DWA-afvoer).
Hemelwater wordt binnen het recreatieterrein (aan de overzijde van de rotonde) verwerkt in een infiltratievoorziening. Aangezien sprake is van een toename van verhard oppervlak
bestemmingsplan Wellness & Hotel Thermen Berendonck
39
dient de infiltratievoorziening te worden vergroot. In Bijlage 11 is de noodzakelijke waterberging en de dimensionering van de infiltratievoorziening weergegeven. De bestaande watervergunning voor het thermencomplex wordt gewijzigd. Hiervoor is reeds overleg gevoerd met het Waterschap Rivierenland. Vuilwater: De planlocatie ligt buiten het stedelijk gebied. De nieuwe hotelaccommodatie wordt aangesloten op de bestaande rioolaansluiting van het thermencomplex, waarmee vuil water gescheiden wordt afgevoerd. 5.12.5 Digitale watertoets Voor het voorliggend plan is een watertoets uitgevoerd. De watertoets is bedoeld om ruimtelijke plannen meer waterbestendig te maken, waarbij wateraspecten vroegtijdig en expliciet worden meegenomen in ruimtelijke plannen en bij locatiekeuzen. De watertoets voor dit plan heeft plaatsgevonden via de Digitale Watertoets (www.dewatertoets.nl). De rapportage is als Bijlage 12 opgenomen bij deze ruimtelijke onderbouwing. Uit de watertoets blijkt dat geen sprake is van bijzondere waterschapsbelangen vanuit de legger. Wel dient onder andere rekening gehouden te worden met mogelijke toename aan oppervlakteverharding. In paragraaf 5.12.4 onder 'hemelwater' is aangegeven op welke wijze wordt omgegaan met oppervlakteverhardingen.
5.12.6 Conclusie Realisatie van het voorliggend plan leidt niet tot negatieve effecten op de aspecten met betrekking tot de waterhuishouding. Het waterschap is reeds betrokken in het voortraject en de uitwerking van de hemelwatervoorziening. In het kader van het vooroverleg is het voorontwerpbestemmingsplan voorgelegd aan het Waterschap Rivierenland. Het waterschapsbelang is voldoende geborgd. Het aspect water vormt derhalve geen belemmering voor het voorgenomen initiatief.
5.13
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
De milieueffectrapportage is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Milieueffectrapportage (m.e.r.) is wettelijk verankerd in hoofdstuk 7 Wet milieubeheer (Wm). Naast de Wet milieubeheer is het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) belangrijk om te kunnen bepalen of bij de voorbereiding van een plan of een besluit de m.e.r.-procedure moet worden doorlopen. Op 21 februari 2011 heeft de wetgever het Besluit milieueffectrapportage en het Besluit omgevingsrecht gewijzigd. Een m.e.r.-procedure is noodzakelijk als een besluit wordt genomen over een activiteit waarbij belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. De vraag of door voorgenomen activiteiten belangrijke nadelige milieugevolgen veroorzaakt kunnen worden staat dan ook centraal bij het beoordelen of een m.e.r. moet worden uitgevoerd. De Europese Unie heeft in de richtlijn m.e.r. reeds aangegeven bij welke activiteiten er zeer waarschijnlijk sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen. Deze activiteiten zijn door de Nederlandse regering overgenomen en verwerkt in onderdeel C van het Besluit m.e.r. Voor deze activiteiten geldt direct een m.e.r.-plicht. Ook zijn in het Besluit m.e.r. activiteiten aangewezen waarvoor het niet zeker is of er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden.
Deze zijn beschreven in onderdeel D van het Besluit m.e.r. Om te bepalen of er bij deze activiteiten uit onderdeel D sprake kan zijn van belangrijke nadelige milieugevolgen dient hiervoor per geval een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden. De belangrijkste wijziging is onder andere: het meer in overeenstemming brengen van het Besluit m.e.r. met de Europese richtlijn m.e.r. Hierbij hebben onder andere de zogenaamde drempelwaarde voor activiteiten een indicatief karakter gekregen. Met deze wijziging is bepaald dat voor activiteiten die op de bij het besluit m.e.r. behorende C- en D lijst zijn opgenomen, áltijd aandacht aan m.e.r. geschonken dient te worden. Hierbij dient te worden bepaald of een m.e.r. of m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is.
40
bestemmingsplan Wellness & Hotel Thermen Berendonck
Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de Dlijst die beneden de drempelwaarden vallen een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets, die dus een nieuw element is in de m.e.r.regelgeving, wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. of m.e.r.-beoordeling noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r. De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de Europese-richtlijn milieueffectbeoordeling. In deze bijlage staan drie hoofdcriteria centraal: de kenmerken van het project; de plaats van het project; de kenmerken van de potentiële effecten. De activiteit die mogelijk wordt gemaakt, valt onder onderdeel D.10 van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage.
Onderdeel D.10 betreft de aanleg, wijziging of uitbreiding van (c) vakantiedorpen en hotelcomplexen buiten stedelijke zones met bijbehorende voorzieningen, in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 250.000 bezoekers of meer per jaar; een oppervlakte van 25 ha of meer; 100 ligplaatsen of meer (jachthavens) of een oppervlakte van 10 hectare of meer in een gevoelig gebied. In het kader van de voorbereiding is geconstateerd dat het plan niet binnen een kwetsbaar of waardevol gebied ligt. In Hoofdstuk 3 van deze toelichting zijn de kenmerken van het project beschreven. Daaruit is gebleken dat de drempelwaarden uit de D-lijst van het Besluit m.e.r. niet wordt overschreden. Verder zijn in de voorgaande paragrafen van Hoofdstuk 5 de verschillende milieuaspecten behandeld. Een m.e.r.-beoordeling voor dit project is daarom niet noodzakelijk. Op basis van Hoofdstuk 5 en de bovenstaande vormvrije m.e.r.-beoordeling kan worden geconcludeerd dat het milieubelang en de effecten van het voornemen in voldoende mate zijn afgewogen en dat geen nadelige effecten zijn te verwachten. Er is geen nadere beoordeling noodzakelijk. Het aspect m.e.r.-beoordeling vormt geen belemmering voor het voornemen.
bestemmingsplan Wellness & Hotel Thermen Berendonck
41
42
bestemmingsplan Wellness & Hotel Thermen Berendonck
Hoofdstuk 6 6.1
Juridische toelichting
Algemeen
De Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (hierna SVBP 2012) maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld. Dit geldt met name voor de wijze waarop het bestemmingsplan is gestructureerd en technisch is opgebouwd. Het bestemmingsplan buitengebied van de gemeente is volgens deze standaard opgezet. Om niet alleen de structuur van het bestemmingsplan buitengebied te volgen maar ook zo veel als mogelijk de inhoudelijke opzet, is ervoor gekozen om voorliggend bestemmingsplan waar mogelijk te baseren op de regels uit het plan buitengebied.
6.2
Bestemmingsregels
Recreatie - Wellness: Voor het plangebied is de bestemming 'Recreatie - Wellness' toegekend. Deze bestemming is gebaseerd op de regeling uit het bestemmingsplan 'Thermen Berendonck'. Bouwmogelijkheden voor het bestaande thermencomplex en omliggende gronden zijn ongewijzigd overgenomen. Voor de nieuwe hotelaccommodatie is de aanduiding 'hotel' opgenomen. De maatvoering van de nieuwe bebouwing is aangeduid op de verbeelding. Daarnaast is een specifieke bouwaanduiding opgenomen voor het aanleggen van een tunnel tussen de hotelaccommodatie en het thermencomplex. Overige bepalingen: Alle overige bepalingen zijn van algemene strekking en zijn overeenkomstig het bestemmingsplan buitengebied en het bestemmingsplan 'Thermen Berendonck', behoudens daar waar deze naar aanleiding van de verplichte toepassing van SVBP 2012 een andere formulering vereisen.
bestemmingsplan Wellness & Hotel Thermen Berendonck
43
44
bestemmingsplan Wellness & Hotel Thermen Berendonck
Hoofdstuk 7
Economische uitvoerbaarheid
De ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt betreft een particulier initiatief waarbij alle kosten voor rekening komen van de initiatiefnemer. Voor de gemeente zijn aan de ontwikkeling van dit plan geen kosten verbonden. De gemeente Wijchen heeft met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst afgesloten, waarin wordt vastgelegd dat de verantwoordelijkheid voor gemaakte kosten betreffende eventuele planschade bij de initiatiefnemer ligt. De exploitatie is op deze manier anderszins verzekerd. Het opstellen van een exploitatieplan is daarom niet nodig. Het plan is economisch uitvoerbaar en heeft verder geen consequenties voor de gemeentelijke kas.
bestemmingsplan Wellness & Hotel Thermen Berendonck
45
46
bestemmingsplan Wellness & Hotel Thermen Berendonck
Hoofdstuk 8 8.1
Overleg, inspraak en procedure
Planvoorbereiding
In de totstandkoming van het plan heeft initiatiefnemer met verschillende belanghebbende partijen overleg gevoerd. De gemeenteraad van de gemeente Wijchen is geïnformeerd over de plannen in een raadsoverleg op 17 december 2020. De plannen zijn op 27 november 2020 en 26 maart 2021 besproken met diverse natuurorganisaties en -werkgroepen, waaronder: IVN-werkgroep (Instituut voor Natuureducatie en Duurzaamheid); Vereniging Natuur & Milieu Wijchen; Vogelwerkgroep Nijmegen; Leisurelands Wijchen (eigenaar recreatieplas De Berendonck). Deze belangenorganisaties hebben een positieve grondhouding tegenover de ontwikkeling van de nieuwe hotelaccommodatie. In overleg met natuurorganisaties is overeengekomen om de hotelaccommodatie op natuurinclusieve wijze te bouwen. Er worden onder andere vogelhuisjes opgehangen rondom de recreatieplas en bomen die gekapt moeten worden, zullen in tweevoud worden herplant. Verdere natuurinclusieve maatregelen worden uitgewerkt, nadat nader onderzoek en nader overleg heeft plaatsgevonden (zie ook paragraaf 5.7.3 Natuurinclusief bouwen)
Het overleg de natuurorganisaties heeft er voorts toe geleid dat het hotel circa 5 m oostwaarts is verschoven, ten behoeve van het behoud van een grote eik aan de zuidwestzijde van het plangebied. Deze verschuiving heeft tot gevolg dat de tunnel iets langer wordt en dat het aantal kamers in de nieuwe opzet teruggebracht wordt naar 102. Het plan laat - onderbouwd - maximaal 110 kamers toe. Dat aantal van 110 blijft het maximaal aantal toegestane kamers.
8.2
Vooroverleg
In artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is opgenomen dat de gemeente bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan overleg moet plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en rijk die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. In het kader van het vooroverleg is het plan besproken met volgende partijen: Provincie Gelderland: De provincie heeft op 5 juli 2021 een vooroverlegreactie toegezonden. De provincie geeft aan dat het plan niet raakt aan een provinciaal belang. Waterschap Rivierenland: Er is op 30 september 2021 overleg gevoerd met het waterschap. De bestaande watervergunning voor de infiltratievoorziening wordt aangepast. Het waterschapsbelang is hiermee voldoende geborgd.
8.3
Ontwerpbestemmingsplan
Het ontwerp-bestemmingsplan heeft op grond van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht in het kader van de zienswijzen, vanaf 12 januari 2022 gedurende zes weken voor een ieder ter visie gelegd. Er zijn 3 zienswijzen ingediend. De zienswijzen hebben geleid tot het op onderdelen aanpassen van het bestemmingsplan. De samenvatting van de zienswijzen en de gemeentelijke reactie zijn opgenomen in de zienswijzenota. De zienswijzennota is als bijlage toegevoegd aan deze toelichting.
bestemmingsplan Wellness & Hotel Thermen Berendonck
47