BP CPO de Steenuil Bergharen
Tekst van het document
Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r. 4.14.2 Doorvertaling bestemmingsplan In bijlage D van het Besluit m.e.r. is een groot aantal activiteiten genoemd waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Eén van de genoemde activiteiten betreft 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen' (activiteit D11.2). Deze activiteit is m.e.r.-beoordelingsplichtig indien deze betrekking heeft op een oppervlakte van 100 ha of meer of een aangesloten gebied van 2.000 woningen of meer omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Aangezien het aantal woningen in de toekomstige situatie met maximaal 20 wooneenheden toeneemt, is er geen m.e.r.-beoordeling conform het Besluit m.e.r. noodzakelijk. Gelet hierop, wordt geconcludeerd dat de drempelwaarden niet worden overschreden, waardoor in onderhavig plan kan worden volstaan met het uitvoeren van een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling'.
De in dit hoofdstuk beschreven onderzoeksresultaten voldoen niet alleen aan de onderzoeksverplichting van het Besluit ruimtelijke ordening, maar kunnen ook worden opgevat als de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Daarbij wordt geconcludeerd dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten.
50
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planbeschrijving
Algemeen
Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding vormen het juridisch bindende deel, terwijl de toelichting geen juridische binding heeft, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. In deze paragraaf worden de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd moeten worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, de Wabo en andere (recente) bestemmingsplannen van de gemeente Wijchen. Voor het bouwen is verder het Besluit omgevingsrecht (Bor) van belang. In het Bor zijn onder andere regels voor vergunningvrije bouwwerken opgenomen.
5.2
Inleidende regels
Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden.
5.3
Bestemmingsregels
5.3.1
Opbouw bestemmingen
Bestemmingsomschrijving Bevat de omschrijving van de doeleinden die met de bestemming aan de grond worden toegekend. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies zoals bedrijven, wonen, centrum etc. De aard van de toegelaten inrichtingen van gronden (bouwwerken en werken, geen bouwwerken zijnde) vloeit dan voort uit de toegelaten functies. Bouwregels In de bouwregels worden voor alle hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de van toepassing zijnde bouwregels gesteld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding. Afwijken van de bouwregels In deze bepaling zijn afwijkingsbevoegdheden toegekend aan het bevoegd gezag ten aanzien van bepaalde bouwregels. Specifieke gebruiksregels In dit onderdeel kan worden aangegeven welke vormen van gebruik men in ieder geval strijdig acht met de bestemming. Het is niet de bedoeling alle mogelijke strijdig gebruiksvormen te noemen, maar alleen die, waarvan het niet op voorhand duidelijk is dat deze in strijd zijn met de bestemming. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling op de doeleindenomschrijving.
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
51
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen Afwijken van de gebruiksregels In deze bepaling zijn afwijkingsbevoegdheden toegekend aan het bevoegd gezag ten aanzien van bepaalde gebruiksregels.
5.3.2
Bestemmingen
In deze paragraaf zijn de feitelijk in het plan voorkomende bestemmingen beschreven. Per bestemming is kort toegelicht welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bouwregels er gelden. Artikel 3 Groen Deze gronden zijn bestemd voor het behoud, herstel en ontwikkeling van de verschillende karakteristieke landschapstypen, de aardkundige, cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden, met bijbehorende tuin- en erfbeplanting, wegbeplanting, landschapselementen, bosschages en water. Omdat ter plaatse niet is voorzien in een bouwvlak, zijn er geen mogelijkheden om bebouwing op te richten. Artikel 4 Natuur Ter plaatsen van het Steenuilcompensatiegebied en aan de oostzijde van het plangebied is deze bestemming opgenomen. Artikel 5 Verkeer Voor de verkeersontsluiting, de parkeerplaatsen en groenvoorzieningen is deze bestemming opgenomen. De bestemmingsomschrijving als ook de bouwregels komen overeen met andere, overeenkomstige, binnen de gemeente Wijchen recentelijk vastgestelde bestemmingsplannen. Artikel 6 Wonen Voor de nieuw op te richten woningen is de bestemming 'Wonen' opgenomen. Deze gronden zijn bestemd voor wonen en de uitoefening van een beroep aan huis. De hoofdgebouwen kunnen worden opgericht binnen een bouwvlak.
Binnen het bouwvlak is door middel van bouwaanduidingen aangegeven dat de bouwvorm voor de hoofdgebouwen twee-aaneen (gesloten), aaneengebouwd of een levensloopbestendige woning moet zijn. De maatvoeringseisen zijn, voor wat betreft de toegestaan bouw- en goothoogte van het hoofdgebouw, weergegeven op de verbeelding. Voor de overige maatvoering gelden de bouwregels in deze bestemming. Artikel 7 Waarde - Archeologie 1 Deze dubbelbestemming is opgenomen ter bescherming van mogelijk in de bodem aanwezige archeologische waarden. Voor bodemingrepen met een diepte van meer dan 6,6 m +NAP in gebieden die vallen binnen deze dubbelbestemmingen wordt ongeacht de omvang nader archeologisch onderzoek verplicht gesteld. Voor bodemingrepen in archeologische rijksmonumenten moet tevens een vergunning te worden aangevraagd bij de betrokken minister. Artikel 8 Waarde - Cultuurhistorisch waardevol gebied De cultuurlandschappen met een middelhoge, hoge en zeer hoge waarde worden beschermd via een nadere eisenregeling en een vergunningplicht voor bepaalde werkzaamheden. De dubbelbestemming is niet overgenomen ter plaatse van de bestemmingen Verkeer en Wonen.
De nadere eisenregeling behelst een bevoegdheid voor burgemeester en wethouders om in het kader van een aanvraag voor een vergunning voor het bouwen van een bouwwerk een nadere eis te stellen in verband met de situering, de oppervlakte en hoogte van een gebouw. Deze nadere eis ziet met name op de situatie dat de aanvraag om vergunning betrekking heeft op een gebouw binnen een oud bebouwingslint, een ensemble of een gebouw langs een (historische) doorgaande weg die als cultuurhistorisch waardevol zijn aangeduid.
52
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen
De werkzaamheden die niet zonder vergunning mogen worden uitgevoerd betreffen: het aanbrengen van (half-)verhardingen; het rooien of vellen van houtgewas; afgraven, vergraven, ophogen en egaliseren van de bodem; graven of dempen van sloten; verwijderen van perceelsrandbeplanting; aanleggen van wegen of paden; wijzigen van perceels- of kavelgrenzen; het aanbrengen van hoogopgaande beplanting anders dan het herplanten van gerooide / gevelde houtopstanden; het verwijderen van wegen of paden. De vergunning voor het uitvoeren van deze werkzaamheden wordt verleend indien (uit de aanvraag om vergunning) in voldoende mate is gebleken dat de cultuurhistorische waarden van een gebied waarbinnen de werkzaamheden plaatsvinden, niet op een onevenredige wijze worden aangetast.
5.4
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel Deze regel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels Deze bepaling bevat algemene regels omtrent ondergeschikte bouwdelen, bestaande afstanden en maten en parkeren. Algemene gebruiksregels Deze bepaling bevat de vormen van gebruik, die in ieder geval strijdig zijn met de regels van het bestemmingsplan. Algemene aanduidingsregels Ter bescherming van de natte natuurwaarden is een hydrologische beschermingszone noodzakelijk die als zodanig op de verbeelding is opgenomen met de nadere aanduiding ‘milieuzone – hydrologische beschermingszone’. Ingrepen of initiatieven in deze zones moeten worden afgestemd op de beoogde natuurontwikkeling en/of mogen deze in de toekomst in ieder geval niet belemmeren. In de directe nabijheid van het plangebied bevindt daarnaast zich een molen, waarvan de windvang met de aanduiding ‘vrijwaringszone - molenbiotoop’ wordt beschermd. Algemene afwijkingsregels Via deze regels kan het bevoegd gezag door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van de regels van het bestemmingsplan.
5.5
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet. Slotregel Dit artikel geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
53
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
6.1
Economische uitvoerbaarheid
6.1.1
Exploitatieverplichting
Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan moet op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting van een bestemmingsplan minimaal inzicht worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens bestaat op grond van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten kunnen worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander moet worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten met iedere grondeigenaar. Als er met een grondeigenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, moet een exploitatieplan worden opgesteld welke tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. Het voorliggende bestemmingsplan is opgesteld ten behoeve van de collectieve particuliere ontwikkeling van het plangebied. De vereniging De Steenuil is de economische drager van het project. Er zijn voor de gemeente geen uitvoeringskosten waarvoor een specifiek onderzoek naar economische aspecten moet worden uitgevoerd. De grondverkoop aan de leden van vereniging De Steenuil leidt uiteindelijk tot een positief resultaat voor de gemeentelijke kas.
De economische uitvoerbaarheid is hiermee voldoende gewaarborgd.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.2.1
Dialogen
Vóór de start van het project van CPO de Steenuil zijn de initiatiefnemers bij omwonenden langs gegaan om hen te informeren over de plannen voor de bouw van met name starterswoningen. Samen met de leefbaarheidsgroep Bergharen is er in november 2020 over gecommuniceerd via een sociaal medium. De eerste opzet en schetsen zijn gedeeld met de individuele omwonenden door initiatiefnemers met de afspraak hen bij verdere ontwikkelingen bij te praten. Op 30 november 2020 is een eerste plenaire bijeenkomst in het dorpshuis over de plannen gehouden. Met name gericht op belangstellenden voor het project. De gemeente was hier samen met de leefbaarheidsgroep ook bij. In de periode juli/oktober 2021 is er regelmatig contact geweest tussen de spreekbuis van de omwonenden en de initiatiefnemers over de voortgang van het project. In november 2021 werden de eerste plannen duidelijker en zijn initiatiefnemers bij de omwonenden geweest om deze met hen te delen. Op 24 februari 2022 is er een plenaire bijeenkomst gehouden in het dorpshuis om het project met omwonenden te delen en ze mee te nemen in het lopende proces. Gemeente en adviseurs waren hierbij aanwezig voor vragen en toelichting. Er waren geen opmerkingen vanuit belanghebbenden die leidden tot aanpassing van de plannen. In november 2022 zijn omwonenden individueel bijgepraat over de procesplanning.
Ook tijdens en na de bestemmingsplan procedure wordt contact verder onderhouden. 6.2.2
Overleg
In het kader van het wettelijk vooroverleg is het bestemmingsplan toegezonden aan de Provincie en het Waterschap. Een vooraankondiging is woensdag 22 juni 2022 gepubliceerd. Met ingang van donderdag 23 maart 2023 tot en met woensdag 3 mei 2023 heeft het ontwerpbestemmingsplan samen met het ontwerp Beeld Kwaliteitsplan zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze termijn is één zienswijze bij de gemeente Wijchen ingediend. De zienswijze is in de zienswijzenota van een gemeentelijke reactie voorzien. De zienswijzenota is als bijlage 12 bij de toelichting gevoegd.
54
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
55
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen
Bijlagen toelichting
56
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen
Bijlage 1
Beeldkwaliteitplan
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
57
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen
Bijlage 2
58
Verkennend bodemonderzoek
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen
Bijlage 3
Beoordeling bodemonderzoek
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
59
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen
Bijlage 4
60
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen
Bijlage 5
Infiltratieonderzoek
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
61
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen
Bijlage 6
62
Digitale watertoets
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen
Bijlage 7
Quickscan natuurtoets en effectbeoordeling steenuil
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
63
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen
Bijlage 8
64
Aanvullend huismussenonderzoek
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen
Bijlage 9
Stikstofdepositieonderzoek
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
65
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen
Bijlage 10
66
Archeologisch proefsleuvenonderzoek
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen
Bijlage 11
Selectiebesluit archeologie
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
67
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen
Bijlage 12
68
Zienswijzenota
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
69
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen
Regels
70
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan
het bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen met identificatienummer NL.IMRO.0296.BHRCPOdeSteenuil-VG01 van de gemeente Wijchen; 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5
aan huis verbonden bedrijfsactiviteit
het al dan niet bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke/kunstzinnige - geheel of overwegend door middel van handwerk uit te oefenen - bedrijvigheid, waarvan de omvang en uitstraling zodanig zijn dat de activiteit in een woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend; 1.6
aan huis verbonden beroep
een beroep, waarvan de activiteiten niet publiekgericht zijn, en dat op kleine schaal in een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende beroepsuitoefening een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie ter plaatse; 1.7
aan- of uitbouw
een aan een hoofdgebouw gebouwde ruimte, die deel uitmaakt van het hoofdgebouw, maar daaraan ruimtelijk (door zijn constructie of afmetingen) ondergeschikt is - maximaal bestaande uit één bouwlaag al dan niet met kap - met dien verstande dat een aanbouw een zelfstandige ruimte is, toegankelijk vanuit het hoofdgebouw en een uitbouw een uitbreiding van een reeds bestaande ruimte van het hoofdgebouw is; 1.8
afhankelijke woonruimte
een bijgebouw bij een woning, dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met die woning en waar een gedeelte van de huishouding, zoals gehuisvest in die woning, uit een oogpunt van mantelzorg is ondergebracht; 1.9
archeologische waarden
waarden van een terrein in verband met de zich mogelijk daarin bevindende oudheidkundige zaken die van belang zijn vanwege hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap en/of hun cultuurhistorische waarde; 1.10
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.11
bebouwingspercentage
een in de regels of op de kaart aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van een terrein (bouwperceel, bestemmingsvlak etc.) aangeeft, dat maximaal mag worden bebouwd;
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
71
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen 1.12
bedrijfsactiviteiten
handelingen en werkzaamheden die plaatsvinden in het kader van de uitoefening van een bedrijf; 1.13
bestaand
t.a.v. bebouwing: bebouwing, zoals legaal aanwezig op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpplan, dan wel die mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning; t.a.v. gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals aanwezig op het tijdstip dat het plan rechtskracht heeft verkregen; t.a.v. werken of werkzaamheden: zoals legaal aanwezig op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpplan, dan wel toegestaan krachtens omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 onder b van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 1.14 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.15
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.16
bevoegd gezag
het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning; 1.17
bijgebouw
een vrijstaand of aan het hoofdgebouw aangebouwd gebouw, dat hetzij functioneel hetzij door zijn situering of afmeting ondergeschikt is aan het op hetzelfde perceel gelegen hoofdgebouw, zoals een garage, berging of hobbyruimte; 1.18
bos
elk terrein waarop al dan niet bedrijfsmatig activiteiten worden uitgevoerd gericht op de duurzame instandhouding en ontwikkeling van bestaande en nieuwe bossen ten behoeve van (een of meerdere van de functies) natuur, houtproductie, landschap, milieu (waaronder begrepen waterhuishouding) en extensieve recreatie; 1.19
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen en/of het vergroten van een bouwwerk; 1.20
bouwgrens
de grens van een bouwvlak; 1.21
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.22
bouwperceelgrens
een grens van een bouwperceel; 1.23
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.24
bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;
72
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen 1.25
bouwwijze
de wijze van bouwen van een woning, waarbij: a. onder aaneengebouwd wordt verstaan een woning, die deel uitmaakt van een blok van meer dan twee woningen en/of andere functies, waarvan het hoofdgebouw aan het op het aangrenzende bouwperceel gelegen hoofdgebouw is gebouwd; b. onder twee-aaneen wordt verstaan een woning, waarvan het hoofdgebouw deel uitmaakt van een blok van maximaal twee direct aaneengebouwde hoofdgebouwen (twee-onder-een-kap); c. onder vrijstaand wordt verstaan een woning, waarvan het hoofdgebouw niet aan een op een aangrenzend bouwperceel gelegen gebouw is aangebouwd. 1.26 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan degene die deze goederen kopen voor eigen gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.27
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.28
hoofdgebouw
een gebouw, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende en toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.29
houtopstand
zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend; 1.30
huishouden
persoon of groep personen die een gemeenschappelijke huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan; kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen; 1.31
kap
een dakafdekking bestaande uit een constructie van hellende dakvlakken; 1.32
kleine windturbine
windturbine bedoeld voor het leveren van stroom aan de/het ter plaatse aanwezige woning/bedrijf, waarbij reststroom aan het net doorgezet kan worden. De windturbine heeft een ashoogte van niet meer dan 15,0 m en een tiphoogte van niet meer dan 20,0 m; 1.33
levensloopbestendige woning
een woning welke geschikt is voor bewoning in alle levensfasen, dus welke ook rollatortoegankelijk is voor mensen met een lichamelijke beperking, waarbij alle primaire leefruimten (woonkamer, keuken, slaapkamer en badkamer met toilet) zich op de begane grond bevinden en waarbij deze leefruimten zowel inpandig als vanuit het aansluitende terrein drempelvrij toegankelijk zijn. 1.34
omgevingsvergunning
vergunning voor activiteiten als genoemd in artikel 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 1.35
ondergeschikte bouwdelen
ondergeschikte delen aan een gebouw zoals, trappen, bordessen, funderingen, kelderingangen, overstekende daken, goten, luifels, balkons, balkonhekken, schoorstenen, liftopbouwen en andere ondergeschikte (dak)opbouwen. Bij onduidelijkheden of interpretatieverschillen is de uitleg van de NEN 2580 (oppervlakten en inhouden van gebouwen, termen, definities en bepalingsmethoden) bepalend;
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
73
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen 1.36
overkapping/ carport
een overdekte ruimte van lichte constructie die; a. geen eigen deuren heeft en waarvan de begrenzing wordt gevormd door maximaal één eigen wand, wanden van gebouwen en/of ondersteuningen van het dak of; b. wordt uitgevoerd als een vrijstaande dakconstructie zonder wanden; 1.37 permanente bewoning bewoning van een bouwwerk waarbij sprake is van gebruik van het object als hoofdverblijf zoals bedoeld in de wet GBA en/of er geen sprake is van een hoofdverblijf elders; 1.38
peil
a. voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang aan een weg grenst: de kruin van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein; 1.39 seksinrichting een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof hij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in elk geval verstaan: seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, parenclub en (raam) prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.40
voorgevel
de meest gezichtsbepalende gevel van een hoofdgebouw, doorgaans gekeerd naar de weg of het openbaar gebied; 1.41
voorgevelrooilijn
de denkbeeldige lijn, evenwijdig aan de as van de weg waaraan gebouwd wordt, op een afstand van de weg die: gelijk is aan de in de regels voorgeschreven afstand van gebouwen uit de as van de weg op het betreffende bouwperceel; gelijk is aan de afstand van bestaande gebouwen tot de as van de weg op het betreffende bouwperceel, indien die afstand kleiner is dan de in de regels voorgeschreven afstand; 1.42 vrijstaand bijgebouw een bijgebouw, dat fysiek geheel los staat van enig ander gebouw, dan wel slechts met een ander gebouw verbonden is door een bouwwerk geen gebouw zijnde, zoals een overkapping of pergola; 1.43
waterhuishoudkundige doeleinden
doeleinden die het waterhuishoudingsbelang dienen, zoals watergangen, waterstaatkundige kunstwerken, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang e.d.; 1.44
woning/ wooneenheid
een complex van fysiek aan elkaar verbonden ruimten, in een (gedeelte van een) gebouw, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één huishouden. 1.45
wonen
het verblijven van één huishouden in een woning; 1.46
woningsplitsing
Bij woningsplitsing is sprake wanneer een tweede zelfstandige woning, die permanent wordt bewoond door één afzonderlijk huishouden, wordt gecreëerd binnen een reeds bestaande woning.
74
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
de afstand van een gebouw tot de perceelsgrens
de afstand van een gebouw tot de perceelsgrens wordt bepaald door het buitenwerks meten van de kortste afstand van een gevel van het gebouw tot de perceelsgrens; 2.2
de bebouwd(e) oppervlak(te) van een bouwperceel
de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken tezamen; 2.3
de dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.4
de goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
2.5
de inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.6
de bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.7
de oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.8
de hoogte van een windturbine
vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine; 2.9
het peil voor bouwwerken, waarvan de hoofdtoegang van het perceel onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang van het perceel; in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld.
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
75
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels
Groen
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor a. plantsoenen, groenstroken en overige aanplanten; b. tuinen; c. water(lopen) d. paden en in- en uitritten; e. speelvoorzieningen; f. nutsvoorzieningen; g. beeldende kunstwerken; h. waterhuishoudkundige voorzieningen; een en ander met bijbehorende voorzieningen en bouwwerken.
3.1
Bouwregels
3.1.1
Algemeen
Op de gronden binnen deze bestemming zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan, die ten dienste staan van deze bestemming.
3.1.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet meer mag bedragen dan 4 m.
76
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen
Artikel 4
Natuur
4.1
Bestemmingsomschrijving
4.1.1
Algemeen
De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. behoud, beheer, herstel en ontwikkeling van de cultuurhistorisch, aardkundige, natuur en landschappelijke waarden; b. behoud, herstel en ontwikkeling van de bestaande biotopen; c. het als zodanig instandhouden van de niet-beboste gedeelten; d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; e. nutsvoorzieningen; f. een en ander met bijbehorende voorzieningen zoals zoals groenvoorzieningen, wildbegeleidende en wildbeschermingsvoorzieningen, wandel- en/of fietspaden en onverharde wegen en overeenkomstig de in sublid 4.1.2 opgenomen nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving. 4.1.2
Nadere detaillering van de bestemming
In het onderstaande is een nadere detaillering opgenomen van het bepaalde in sublid 4.1.1: a. Bescherming van waarden Binnen deze bestemming is het beleid primair gericht op het beschermen van de landschappelijke en ecologische waarden van het waardevolle landschap, bestaande uit kleinschalige rivierduinen met afwisseling van bos, vennen, houtwallen en open essen, microrelief en plaatselijke grillige lokale wegen alsmede grote hoogteverschillen bij de rivierduin bij Bergharen. b. Aardkundige waarden Gestreefd wordt naar behoud en bescherming van aardkundige waarden. Dit houdt in dat de aan het gebied toegekende waarden, gekenmerkt door het aanwezig zijn van bijzondere aardkundige verschijnselen zoals dalglooiingen, steilranden en bodemovergangen, dienen te worden beschermd. 4.2
Bouwregels
4.2.1
Algemeen
Uitsluitend mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van deze bestemming worden gebouwd.
4.2.2
(Maatvoering) bebouwing
Voor het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt het volgende: a. uitsluitend mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden opgericht met een maximum bouwhoogte van 2,0 m, met dien verstande dat het oprichten van sleufsilo's niet is toegestaan; b. ten behoeve van het extensief recreatief medegebruik is voorts uitsluitend het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan zoals banken, picknicktafels e.d. met een maximum hoogte van 2,0 m; c. paardenbakken zijn niet toegestaan. 4.2.3
Gebouwen
Binnen deze bestemming zijn geen gebouwen toegestaan.
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
77
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen
4.3
Specifieke gebruiksregels
4.3.1
Strijdig gebruik
In aanvulling op het bepaalde van artikel 2.1 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt onder gebruik strijdig met de bestemming in ieder geval begrepen het gebruiken en/of laten gebruiken van gronden en/of opstallen voor: a. het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik; b. lawaaisporten. 4.4
Afwijken van de gebruiksregels
Het bevoegd gezag kan in afwijking van 4.1.1 een omgevingsvergunning verlenen teneinde gebruik als tuin- en erfinrichting, toe te staan, indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. het gebruik als tuin- en erfinrichting is alleen toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - tuin'; b. een ter zake deskundige ecoloog heeft aangetoond dat ter plaatse van de betreffende gronden geen sprake is van aantasting van de vaste rust- en verblijfplaats van de steenuil. 4.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.5.1
Vergunningplicht
Het is verboden op de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de in het schema onder sublid 4.5.4 opgenomen omgevingsvergunningplichtige werken en werkzaamheden uit te (doen) voeren.
4.5.2
Uitzonderingen vergunningplicht
Het onder sublid 4.5.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden: a. waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan een aanleg- of omgevingsvergunning is verleend; b. welke ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan in uitvoering waren; c. welke betreffen het normale onderhoud en/of landschapsbeheer. 4.5.3
Toetsing aan aanwezige waarden
De in sublid 4.5.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien na een belangenafweging blijkt dat er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de aanwezige waarden als opgenomen in sublid 4.1.2. Ten behoeve van de belangenafweging zijn in het schema onder sublid 4.5.4 de toetsingscriteria weergegeven.
78
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen
4.5.4
Schema omgevingsvergunningen
In onderstaand schema zijn de omgevingsvergunningplichtige werken en werkzaamheden opgenomen en is per werk/werkzaamheid aangegeven wat de criteria voor verlening van de omgevingsvergunning is. Voor alle onderstaande werken en werkzaamheden geldt dat het werk of de werkzaamheid noodzakelijk dient te zijn in het kader van het gebruik conform de bestemming: Omgevingsvergunningplichtige werken/ werkzaamheden
criteria voor verlening van de omgevingsvergunning
- het wijzigen van de perceelsindeling zoals die - de activiteiten vinden plaats in het kader van of door sloten, greppels en beplantingselementen is dragen bij aan, landschap- en/of aangegeven; natuurontwikkeling; - het graven en dempen van waterpartijen en watergangen. - het graven, ophogen en egaliseren van de bodem
- de werkzaamheden mogen niet leiden tot een onevenredige aantasting van het reliëf; - de activiteiten vinden plaats in het kader van of dragen bij aan, landschap- en/of natuurontwikkeling;
- het aanleggen van drainage ongeacht de diepte - de werkzaamheden mogen niet leiden tot een tenzij het gaat om vervanging van een reeds onomkeerbare aantasting van de bestaande drainage waterhuishoudkundige situatie en in het bijzonder de waterbergende capaciteit van de gronden; - het aanbrengen van oppervlakteverhardingen en - de verhardingen mogen geen onevenredige half verhardingen aantasting betekenen van de aanwezige natuurwaarden; - de werkzaamheden mogen niet leiden tot een onomkeerbare aantasting van de aardkundige waarden; - het aanbrengen van ondergrondse leidingen
- er mag geen blijvende aantasting plaatsvinden van de aanwezige natuurwaarden - de werkzaamheden mogen niet leiden tot een onomkeerbare aantasting van de aardkundige waarden;
- het verwijderen van houtopstanden
- deze werkzaamheden dienen plaats te vinden in het kader van bos- of natuurbeheer, waterbeheer en/of waterstaatkundige doeleinden.
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
79
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen
Artikel 5
Verkeer
5.1
Bestemmingsomschrijving
5.1.1
Algemeen
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor a. wegen, voet- en fietspaden; b. plantsoenen, groenstroken en overige aanplanten; c. parkeervoorzieningen d. nutsvoorzieningen e. speelvoorzieningen; f. kunstwerken; g. waterhuishoudkundige voorzieningen; h. één en ander met bijbehorende voorzieningen zoals informatieborden en straatmeubilair. 5.2
Bouwregels
5.2.1
Algemeen
Op de gronden binnen deze bestemming zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan, die ten dienste staan van deze bestemming.
5.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt dat: a. de bouwhoogte van bouwwerken ten behoeve van verlichting niet meer mag bedragen dan 8 m; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet meer mag bedragen dan 4 m.
80
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen
Artikel 6
Wonen
6.1
Bestemmingsomschrijving
6.1.1
Algemeen
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, al dan niet in combinatie met een aan huis verbonden beroep; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen – levensloopbestendige woning' zijn uitsluitend levensloopbestendige woningen toegestaan; met de daarbij behorende: c. tuinen en erven; d. parkeervoorzieningen; e. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen 6.2
Bouwregels
Voor het bouwen op de in lid 6.1.1 bedoelde gronden gelden de volgende bouwregels:
6.2.1
Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. als hoofdgebouw mogen uitsluitend woningen worden gebouwd; b. hoofdgebouwen moeten binnen een bouwvlak worden gebouwd; c. ter plaatse van de bouwaanduiding 'twee-aaneen' zijn woningen in de bouwwijze 'twee-aaneen' toegestaan; d. ter plaatse van de bouwaanduiding 'aaneengebouwd' zijn woningen in de bouwwijze 'aaneengebouwd' toegestaan; e. voor zover de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is opgenomen, mag het aantal woningen niet meer bedragen dan ter plaatse van de voorgenoemde aanduiding is weergegeven; f. de bouw- en goothoogte van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' is weergegeven; g. de bouwhoogte van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' is weergegeven; h. bij hoofdgebouwen in de bouwwijze 'twee-aaneen', bedraagt de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens aan één zijde minimaal 2 m; i. hoofdgebouwen dienen met een kap te worden afgedekt. 6.2.2
Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen vóór de voorgevel
Voor ondergeschikte aan- en/of uitbouwen vóór de voorgevelrooilijn geldt dat deze uitsluitend aan de voorgevel van het hoofdgebouw of een naar het openbaar gebied gekeerde zijgevel van het hoofdgebouw mogen worden gebouwd, met dien verstande dat: a. de horizontale diepte maximaal 1,5 m bedraagt; b. de breedte maximaal 60 % van de breedte van de voorgevel van de hoofdmassa bedraagt; c. de bouwhoogte maximaal de hoogte van de eerste bouwlaag van de hoofdmassa vermeerderd met 0,5 m en met een maximum van 4 m bedraagt; d. de gezamenlijke oppervlakte maximaal 8 m² bedraagt; e. de afstand tot het openbaar gebied minimaal 2 m bedraagt.
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
81
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen
6.2.3
Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen achter de voorgevel
Voor het bouwen van aan- en/of uitbouwen en bijgebouwen achter de voorgevelrooilijn gelden de volgende bepalingen: a. aan- en/of uitbouwen en bijgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak en ter plaatse van de bouwaanduiding 'bijgebouwen' worden gebouwd, waarbij aan- en/of uitbouwen en bijgebouwen op minimaal 2,5 m achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw dienen te worden gebouwd; b. de gezamenlijke oppervlakte van aan- en/of uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen mag per bouwperceel maximaal 110 m² bedragen; c. de gezamenlijke oppervlakte van vrijstaande bijgebouwen maximaal 50 m² bedraagt; d. het bebouwingspercentage maximaal 50% bedraagt; e. de bouwhoogte maximaal 4,5 m bedraagt; f. de goothoogte maximaal bedraagt: 1. de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,5 m en met een maximum van 4 m; 2. uitsluitend voor vrijstaande bijgebouwen 3 m. 6.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag ten hoogste 2,0 m bedragen, met dien verstande, dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan ten hoogste 1,0 m mag bedragen; b. de bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal: 1. 8 m voor vlaggenmasten; 2. 3 m voor andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde. c. voor carports en overkappingen geldt dat: 1.
deze 1 m voor of ten minste 0,5 m achter de voorgevel worden gebouwd; 2. de hoogte niet meer dan 3 m mag bedragen; 3. de oppervlakte niet meer dan 30 m2 mag bedragen. 6.2.5
Zwembaden
In afwijking van het bepaalde in sublid 6.2.4 geldt voor zwembaden, niet zijnde een gebouw, dat: a. zwembaden mogen uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen'; b. de maximum bouwhoogte 1,0 m bedraagt; c. de minimum afstand tot de grens van het bouwperceel bedraagt 2,0 m; d. de gezamenlijke maximum oppervlakte bedraagt 50 m²; e. de gezamenlijke oppervlakte aan bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' mag niet meer bedragen dan 50% van de oppervlakte van de bij de woning behorend zij- en achtererf.
82
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen
6.3
Specifieke gebruiksregels
6.3.1
Aan huis verbonden beroep
Binnen de bestemming is het gebruik van een deel van de woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen ten behoeve van een aan huis verbonden beroep toegestaan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. het (mede) ten behoeve van een aan huis verbonden beroep in gebruik te nemen vloeroppervlak maximaal 40% van de vloeroppervlakte van de woning en/of de bijgebouwen mag bedragen met een maximum van 50 m²; b. degene die de activiteiten in de woning en/of de bijgebouwen uitoefent, dient tevens de bewoner van de woning te zijn; c. de activiteit mag niet leiden tot gebruik van extra parkeerruimte binnen het openbaar gebied; d. er mag geen detailhandel of groothandel plaatsvinden; hieronder worden niet begrepen handelsactiviteiten via het internet; e. vanaf de openbare weg zijn zichtbare excessieve reclame-uitingen niet toegestaan; f. het gebruik mag niet leiden tot belemmering in het functioneren van het watersysteem en de waterketen; g. De verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie. 6.3.2
Strijdig gebruik
In aanvulling op het bepaalde van artikel 2.1 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt onder gebruik strijdig met de bestemming in ieder geval begrepen, het gebruiken en/of het laten gebruiken van gronden en/of opstallen voor: a. vrijstaande bijgebouwen als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte; b. een aan huis verbonden bedrijfsactiviteit. 6.3.3
Voorwaardelijke verplichting waterberging
Het bebouwen van de gronden met deze bestemming is slechts toegestaan als is voorzien in de aanleg van voldoende waterberging conform de ten tijde van de vergunningverlening geldende Beleidsregels Keur Waterschap Rivierenland.
6.4
Afwijken van de gebruiksregels
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.3.1 voor de uitoefening van een aan huis gebonden (bedrijfs)activiteit, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. het ten behoeve van de aan huis gebonden (bedrijfs)activiteit in gebruik te nemen vloeroppervlak bedraagt maximaal 40% van de vloeroppervlakte van de woning en/of de bijgebouwen met een maximum van 50 m²; b. degene die de activiteiten in de woning en/of de bijgebouwen uitoefent, dient tevens de bewoner van de woning te zijn; c. de noodzakelijke parkeervoorzieningen dienen op eigen terrein te worden gesitueerd; d. het bedrijf dient qua aard, milieubelasting en uitstraling te passen in een woonomgeving; e. er mag geen detailhandel of groothandel plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit en wel in verband met de aan huis verbonden activiteit alsmede handelsactiviteiten via het internet; f. vanaf de openbare weg zichtbare excessieve reclame-uitingen zijn niet toegestaan; g. de bedrijfsactiviteit mag niet leiden tot afvoer van bedrijfsafvalwater naar de openbare (druk)riolering; h. De verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie.
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
83
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen
Artikel 7 7.1
Waarde - Archeologie 1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor behoud en bescherming van waardevolle verwachte archeologische informatie in de bodem. Het gaat hierbij om AMK terreinen, archeologische vindplaatsen en oude woongronden, inclusief een zone van 50 m rondom deze gebieden.
7.2
Bouwregels
Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden de volgende regels: a. Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor bouwen voor het oprichten van een bouwwerk, dient de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarden van de gronden, waarop de aanvraag betrekking heeft, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. b. In afwijking van het gestelde onder a hoeft de aanvrager van een omgevingsvergunning voor bouwen geen rapport als bedoeld onder a te overleggen, indien: 1. de aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen betrekking heeft op het vervangen van bestaande bebouwing (waaronder bestaande ondergrondse kelders), waarbij de oppervlakte aan bebouwing niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut; 2. de aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen betrekking heeft op het uitbreiden van bestaande bebouwing tot maximaal 2,5 m uit de bestaande fundering; 3. de aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen betrekking heeft op het bouwen in de bodem tot een diepte van 6,6 m +NAP; 4. naar oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. c.
Indien uit het onder a genoemde rapport of uit de beschikbare informatie als bedoeld in b onder 4, blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het oprichten van het vergunde bouwwerk zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning voor bouwen: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij die voorschriften te stellen kwalificaties; 4. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden een verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan. 7.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.3.1
Omgevingsvergunningsplicht
Onverminderd het in de Erfgoedwet bepaalde is het verboden op of in de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren: a. grondwerkzaamheden, zoals afgraven, egaliseren, frezen, scheuren van grasland, diepploegen, aanbrengen van oppervlakteverhardingen, aanleg van drainage, verwijderen van funderingen en aanleg of rooien van bos, boomgaard, boom- of fruitteelt of diepwortelende beplanting. b. graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; c. aanleggen van leidingen.
84
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen
7.3.2
Uitzonderingen
Het in sublid 7.3.1 opgenomen verbod geldt niet: a. In het kader van archeologisch onderzoek en archeologische opgravingen, mits deze worden verricht door een ter zake deskundige als bedoeld in de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie; b. voor werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen, drainage, kabels, leidingen en beplantingen voor zover deze werkzaamheden zich beperken tot reeds geroerde gronden; c. voor werken en werkzaamheden in het kader van het normale agrarische gebruik, waaronder de aanleg van teeltondersteunende voorzieningen; d. voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft tot een diepte van 6,6 m +NAP; e. voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft binnen een afstand van maximaal 2,5 m uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk; f. voor werken en werkzaamheden die op het moment van het van kracht worden van het plan legaal in uitvoering zijn of legaal kunnen worden uitgevoerd krachtens een voor dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning; g. ingeval op grond van de Erfgoedwet een vergunning is vereist. 7.3.3 Verlening a.
de in sublid 7.3.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend voor zover de archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast, hetgeen moet blijken uit een rapport dat de aanvrager bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning dient te overleggen. In het rapport moeten de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. Een rapport is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld; b. indien het rapport of andere beschikbare informatie daartoe aanleiding geeft, dient op advies van een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het bevoegd te stellen kwalificaties zo nodig archeologisch vervolgonderzoek plaats te vinden. 7.3.4
Voorwaarden
Overeenkomstig het in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht bepaalde kan het bevoegd gezag de omgevingsvergunning onder beperkingen verlenen en kunnen zij voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden, waaronder de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden.
7.4
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, om de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 1' geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken gronden geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is.
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
85
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen
Artikel 8
Waarde - Cultuurhistorisch waardevol gebied
8.1
Bestemmingsomschrijving
8.1.1
Algemeen
De voor 'Waarde - Cultuurhistorisch waardevol gebied' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, beheer en versterking van de cultuurhistorische waarden.
8.1.2
Nadere detaillering van de bestemming
De cultuurhistorisch waardevolle gebieden als bedoeld in sublid 8.1.1 betreffen de gebieden die zijn opgenomen in de Cultuurhistorische waarderingskaart, zoals deze zijn opgenomen in de bijlage bij het bestemmingsplan Parapluplan 'Cultuurhistorie', en zijn aangeduid als cultuurlandschappelijke waardering zeer hoog, hoog en middelhoog. De waardering van deze gebieden is gebaseerd op de beleidsnota 'Samen in verscheidenheid' en in het bestemmingsplan Parapluplan 'Cultuurhistorie' nader beschreven. a Oude bebouwingslinten en historische wegen en waterlopen Onder de gebieden zoals genoemd in sublid 8.1.2 bevinden zich ook de oude bebouwingslinten en de belangrijkste (historische) doorgaande wegen en waterlopen. De cultuurhistorische waarden van deze gebieden bestaan uit: de mate van visueel-ruimtelijke relatie met de (agrarische) percelen en het onderscheid daarin tussen de verschillende landschapstypen (open, half-open of gesloten); de overwegend agrarische oorsprong van de bebouwing in de linten; de maat en schaal van de bebouwing; de variatie van rooilijnen en bouwmassa's langs de linten; de compactheid van de bebouwingsensembles op de afzonderlijke percelen; hoofdgebouwen die gericht zijn op de bebouwingslinten; een herkenbaar onderscheid in situering en massa tussen hoofd- en bijgebouwen. 8.2
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen gelet op het bepaalde in lid 8.1 nadere eisen stellen ten aanzien van de situering, de oppervlakte en de (goot)hoogte van bebouwing.
8.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.3.1
Omgevingsvergunningplicht
Het is verboden binnen deze bestemming zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden) de in het schema in sublid 8.3.4 opgenomen omgevingsvergunningplichtige werken en werkzaamheden uit te (doen) voeren.
8.3.2
Uitzonderingen omgevingsvergunningplicht
Het in sublid 8.3.1 vervatte verbod geldt niet voor werken of werkzaamheden: a. waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan reeds een aanlegvergunning of omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden is verleend; b. welke ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan in uitvoering waren; c. welke betreffen het normale onderhoud en/of plaatsvinden in het kader van het normale beheer en gebruik van de gronden; d. die plaatsvinden ter plaatse van een 'bouwvlak' of ter plaatse van een andere bestemming dan Agrarisch of Agrarisch met waarden - 1, 2 en 3.
86
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen 8.3.3
Verlening
De in sublid 8.3.1 genoemde omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien en voor zover voldaan wordt aan de criteria gesteld in sublid 8.3.4.
8.3.4
Schema omgevingsvergunningplichtige werken en werkzaamheden
Omgevingsvergunningplichtige werken/ werkzaamheden
Criteria voor verlening van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden
- het aanbrengen van (half-)verhardingen; de werkzaamheden mogen geen onevenredige - het rooien of vellen van houtgewas; aantasting tot gevolg hebben van de - het afgraven, vergraven, ophogen en egaliseren cultuurhistorische waarden van de in lid 8.1 van de bodem; bedoelde gronden. - het graven of dempen van sloten; - het verwijderen van perceelsrandbeplanting; - het aanleggen van wegen of paden; - het wijzigen van perceels- of kavelgrenzen; - het aanbrengen van hoogopgaande beplanting anders dan het herplanten van gerooide / gevelde houtopstanden; - het verwijderen van wegen of paden.
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
87
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen
Hoofdstuk 3 Artikel 9
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 10 10.1
Algemene bouwregels
Ondergronds bouwen
Voor het bouwen van ondergrondse gebouwen gelden de volgende regels: a. alleen ondergronds mag worden gebouwd waar bovengrondse bebouwing aanwezig is, b. in afwijking van het voorgaande mag, waar geen bovengrondse bebouwing aanwezig is, maximaal 25 m² ondergronds worden gebouwd in aansluiting op de onder a. bedoelde ondergrondse bebouwing; c. de verticale diepte maximaal 5 m mag bedragen.
Artikel 11 11.1
Algemene gebruiksregels
Parkeren
a. Het plangebied dient geheel in eigen parkeerbehoefte te voorzien. b. Bij het bouwen en het wijzigen van het bestaande gebruik zoals toegestaan op grond van de bestemmingen genoemd in hoofdstuk 2, dient voorzien te worden in voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig het 'Parkeerbeleidsplan gemeente Wijchen', dat op maart 2020 in werking is getreden, of de rechtsopvolger(s) daarvan. c. Ter plaatse van de bestemming 'Wonen' dient per bouwperceel: 1. bij de woningtypen 'twee-aaneen' en 'levensloopbestendig' minimaal 1,3 opstelplaatsen voor een motorvoertuig te worden gerealiseerd en in stand te worden gehouden. Een lange oprit (minimaal 10 m lengte) telt hierbij als 1,3 opstelplaatsen. De opstelplaatsen dienen bij het hoofdgebouw te worden gesitueerd, direct bereikbaar vanaf de openbare weg; 2. bij hoekwoningen van het woningtype 'aaneengebouwd', indien deze voorzien zijn van een garage, minimaal 1,3 opstelplaatsen voor een motorvoertuig te worden gerealiseerd en in stand te worden gehouden. Een lange oprit (minimaal 10 m lengte) telt hierbij als 1,3 opstelplaatsen. De opstelplaatsen dienen bij het hoofdgebouw te worden gesitueerd, direct bereikbaar vanaf de openbare weg. d. Van het bepaalde onder b en c kan worden afgeweken, indien kan worden aangetoond dat op andere wijze is voorzien in voldoende parkeergelegenheid.
88
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen
Artikel 12 12.1
Algemene aanduidingsregels
milieuzone - hydrologische beschermingszone:
Ter plaatse van de aanduiding "milieuzone-hydrologische beschermingszone" geldt ter bescherming van de waterhuishoudkundige situatie en de voorkomende natuurwaarden, het volgende:
12.1.1 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a Omgevingsvergunningplichtige werken en werkzaamheden Het is verboden om zonder een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende de volgende andere werken of werkzaamheden uit te voeren: 1. verzetten van grond van meer dan 100 m3 of op een diepte van meer dan 60 cm onder maaiveld een en ander voor zover geen vergunning vereist is in het kader van de Ontgrondingenwet; 2. de aanleg van drainage ongeacht de diepte tenzij het gaat om vervanging van een reeds bestaande drainage; 3. het verlagen van de waterstand anders dan door middel van het graven van sloten of het toepassen van drainagemiddelen, met uitzondering van grondwateronttrekkingen; 4. het aanbrengen van niet-omkeerbare verhardingen en/of verharde oppervlakten van meer dan 100 m2 anders dan een bouwwerk. b Uitzonderingen vergunningplicht Het in a vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van de volgende werken en werkzaamheden: 1. zover de daar genoemde werken en werkzaamheden worden uitgevoerd binnen een bouwvlak; 2. werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud, met uitzondering van permanente teeltondersteunende voorzieningen; 3. werken en werkzaamheden, waarmee is of mag worden begonnen op moment van in werking treden van het bestemmingsplan.
c Verlening De in a genoemde omgevingsvergunning wordt alleen verleend indien door die werken en/of werkzaamheden of door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen de waterhuishoudkundige situatie niet onevenredig wordt of kan worden aangetast.
d Advies waterstaatgezag Alvorens te beslissen over een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in a hoort het bevoegd gezag het ter plaatse bevoegde waterstaatsgezag.
12.2
vrijwaringszone - molenbiotoop 1
Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop 1' geldt ten behoeve van het behoud, beheer en herstel van de cultuurhistorische waarden van de molen, het volgende:
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
89
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen
12.2.1 Bouwen a Algemeen Onverminderd het bepaalde in deze regels met betrekking tot het bouwen bepaalde: 1. mogen binnen een afstand van 100 m van de molen geen nieuwe bouwwerken, met een bouwhoogte die hoger is dan het onderste punt van de verticaal staande wiek worden opgericht; 2. geldt ten aanzien van de bouwhoogte van nieuw op te richten bouwwerken binnen een afstand van 100 tot 400 m van de molen, de volgende bepaling: maximale bouwhoogte = X / 50 + 2,5 in welke formule voorstelt: X: de afstand in meters vanaf het obstakel tot de wieken van de molen; 3. de maximale bouwhoogte zoals bedoeld in dit artikel wordt gerelateerd aan de begane grond van de molen. Voor zover ter plaatse van een op te richten bouwwerk het maaiveld hoger respectievelijk lager is gelegen, dient de afstand van het maaiveld tot het onderste punt van de verticaal staande wiek in de maximale hoogte te worden verdisconteerd. 4. Indien en voor zover binnen een perceel gebouwen aanwezig zijn die hoger zijn dan de hierboven onder 12.2.1 onder a 2 voorgeschreven hoogte en de maatvoering binnen de onderliggende bestemming deze bestaande hoogte mogelijk maakt, mag in afwijking van het bepaalde in 12.2.1 onder a 2 de bestaande hoogte als maximum voor de overige gebouwen op het perceel, worden aangemerkt.