BP CPO de Steenuil Bergharen
Tekst van het document
CPO de Steenuil Bergharen
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Geldend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer
6 6 6 8 10
Hoofdstuk 2 Beschrijving plangebied 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige situatie
11 11 13
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Nationaal beleid 3.2 Provinciaal en regionaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid 3.4 Conclusie
17 17 19 21 23
Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Verkeer en parkeren 4.2 Bodem 4.3 Geluid 4.4 Milieuzonering 4.5 Molenbiotoop 4.6 Luchtkwaliteit 4.7 Geur 4.8 Externe veiligheid 4.9 Waterhuishouding 4.10 Ecologie 4.11 Archeologie en cultuurhistorie 4.12 Leidingen 4.13 Duurzaamheid 4.14 Vormvrije m.e.r.-beoordeling
24 24 25 26 27 29 30 31 32 34 41 45 49 49 50
Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1 Algemeen 5.2 Inleidende regels 5.3 Bestemmingsregels 5.4 Algemene regels 5.5 Overgangs- en slotregels
51 51 51 51 53 53
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
54 54 54
Bijlagen toelichting
56
Bijlage 1
Beeldkwaliteitplan
57
Bijlage 2
Verkennend bodemonderzoek
58
Bijlage 3
Beoordeling bodemonderzoek
59
Bijlage 4
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
60
Bijlage 5
Infiltratieonderzoek
61
Bijlage 6
Digitale watertoets
62
2
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen
Bijlage 7
Quickscan natuurtoets en effectbeoordeling steenuil
63
Bijlage 8
Aanvullend huismussenonderzoek
64
Bijlage 9
Stikstofdepositieonderzoek
65
Bijlage 10
Archeologisch proefsleuvenonderzoek
66
Bijlage 11
Selectiebesluit archeologie
67
Bijlage 12
Zienswijzenota
68
Regels
70
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
71 71 75
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8
Bestemmingsregels Groen Natuur Verkeer Wonen Waarde - Archeologie 1 Waarde - Cultuurhistorisch waardevol gebied
76 76 77 80 81 84 86
Hoofdstuk 3 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels
88 88 88 88 89 92
Hoofdstuk 4 Artikel 14 Artikel 15
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
93 93 93
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
3
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen
4
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen
Toelichting
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
5
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De aanleiding voor het opstellen van onderhavig bestemmingsplan is de wens om 20 nieuwe woningen te realiseren aan de oostelijke rand van Bergharen tussen de Molenweg en de Wijksestraat. Op dit gebied langs de Wijksestraat berust momenteel een agrarische bestemming, maar de gemeente Wijchen heeft samen met Vereniging de Steenuil op 16 juni 2021 een intentieovereenkomst getekend met als doel 20 woningen in eigen beheer te kunnen bouwen. Vereniging de Steenuil is ontstaan als Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO). CPO is een vorm van sociale projectontwikkeling waarbij de toekomstige bewoners van het gebied gezamenlijk opdrachtgever zijn voor hun eigen nieuwbouwproject. Het plangebied is nu nog in bezit van de gemeente, met de intentie deze grond later in het ontwikkelingstraject te verkopen aan Vereniging de Steenuil. Dit in aansluiting op het eerdere CPO-project de Rivierduin, direct ten noorden van het plangebied, dat op 15 april 2022 is opgeleverd. Om de bouw van de woningen mogelijk te maken, moet een nieuw bestemmingsplan worden opgesteld. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de planologische borging van dit initiatief.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied is gelegen aan de oostgrens van Bergharen tussen CPO de Rivierduin en de Wijksestraat en staat kadastraal bekend als gemeente Wijchen, sectie H, nr. 1271 en nr. 795, met een oppervlakte van circa 9.300 m². Het plangebied wordt globaal gezien begrensd door: Noordzijde: Het foeragegebied voor de steenuilen van CPO de Rivierduin; Oostzijde: de zijdelingse woonperceelsgrens van Wijksestraat 29 en agrarische percelen; Zuidzijde: de achtertuinen van de woningen aan de Wijksestraat 27 en 27A; Westzijde: de achtertuinen van de woningen aan de Dorsvlegel. Tevens moet de Dorsvlegel vanaf de westzijde doorgetrokken worden tot in het plangebied.
Globale ligging plangebied (rode stip, bron: maps.google.nl)
6
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen
Globale begrenzing plangebied (rode omkadering) Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
7
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen
1.3
Geldend bestemmingsplan
Voor het grootste deel van de gronden in het plangebied gelden zowel het bestemmingsplan 'Buitengebied Wijchen', zoals de gemeenteraad dat heeft vastgesteld op 31 januari 2013, alsmede het bestemmingsplan 'Buitengebied, herziening 2014', zoals de gemeenteraad dat heeft vastgesteld op 16 oktober 2014. Op grond van deze bestemmingsplannen heeft het plangebied de bestemming ‘Agrarisch met waarden -1’ en de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 1 en 2’. Daarnaast is het plangebied voorzien van de gebiedsaanduidingen 'milieuzone - hydrologische beschermingszone' en 'vrijwaringszone - molenbiotoop 1'. Aanvullend geldt voor het grootste deel van de gronden de dubbelbestemming 'Waarde – Cultuurhistorisch waardevol gebied' uit het bestemmingsplan 'Parapluplan Cultuurhistorie Wijchen', om de eventueel aanwezige cultuurhistorische waarden te behouden, te beheren en te versterken.
Uitsnede geldend(e) bestemmingsplan(nen) met globale aanduiding plangebied (rode omkadering) Voor de gronden onder de westelijke toegangsweg geldt het bestemmingsplan 'Kern Bergharen 2008', zoals de gemeenteraad dat heeft vastgesteld op 10 november 2011. Binnen de ter plaatse geldende bestemming 'Groen' zijn geen wegen toegestaan. Alleen paden en in- en uitritten. Daarom moeten deze gronden meegenomen worden binnen het plangebied om de benodigde ontsluitingsweg mogelijk te maken. Het plangebied is daarnaast voorzien van de dubbelbestemming 'Archeologisch waardevol gebied'.
8
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen
De beoogde ontwikkeling voorziet in de bouw van 20 woningen. Op grond van de bestemming 'Agrarisch met waarden - 1' (zonder bouwvlak) mag niet worden gebouwd in het plangebied. Ook het gebruik van de gronden voor woondoeleinden is op grond van de agrarische bestemming niet toegestaan. Tenslotte kan ook de ontsluitingsweg niet aangelegd worden, omdat wegen niet zijn toegestaan binnen de bestemming 'Groen'. Om de beoogde ontwikkeling te realiseren moet een nieuw bestemmingsplan worden vastgesteld.
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
9
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen
1.4
Leeswijzer
Het bestemmingsplan bestaat uit meerdere onderdelen: een verbeelding waarop de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven en regels waarin de bepalingen voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. De toelichting kan globaal opgedeeld worden in vier delen. Inleiding en beschrijving plangebied In hoofdstuk 1 zijn de aanleidingen en het kader voor de planherziening beschreven. Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie van het plangebied. Verantwoording Hoofdstukken 3 en 4 geven de achtergronden, toelichting en motivatie op de gemaakte keuzen weer die uiteindelijk hebben geleid tot de uitgewerkte planopzet. In dit planonderdeel worden onder meer het (beleids)kader en de milieuaspecten uiteengezet. Juridische planbeschrijving In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet beschreven. Doel is een nadere onderbouwing te geven wat met het plan wordt beoogd en hoe de instrumenten regels en verbeelding hierbij worden gehanteerd.
Uitvoerbaarheid Het laatste deel (hoofdstuk 6) gaat in op de financieel-economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.
10
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen
Hoofdstuk 2 2.1
Beschrijving plangebied
Bestaande situatie
Het plangebied is gelegen aan de oostgrens van de kern Bergharen, even ten zuiden van CPO de Rivierduin, dat op 15 april 2022 is opgeleverd. De oostelijke rand van het dorp wordt gekenmerkt door de natuurlijke overgang van het open rivierlandschap naar het beboste rivierduin, met daarop de molen 'De Verrekijker' en de nabij liggende Kapelberg als belangrijk cultureel erfgoed. Beide locaties zijn ontsloten door de Molenweg, die de hoger gelegen rivierduin doorkruist en in noordoostelijke richting de doorgang vormt naar het nabij gelegen dorp Winssen. Ook de ten zuiden van het plangebied gelegen Wijksestraat, komt uit op de Molenweg. Het plangebied wordt aan de westzijde ingesloten door de woningen aan de oostzijde van de Dorsvlegel, een foeragegebied voor de steenuilen (ten zuiden van CPO de Rivierduin) aan de noordzijde en door agrarische grond aan oostzijde. Aan de oost- en zuidzijde van het plangebied bevinden zich drie woonpercelen (nr. 29 (oost) en nr. 27 en 27A (zuid). Aan de zuidwestzijde is het bedrijfsperceel van een voormalige (kleinschalige) plantenkwekerij gelegen. Momenteel wordt het perceel, dat in eigendom is van de gemeente, gebruikt als grasland. Daarnaast hadden enkele bewoners van de Dorsvlegel het westelijke deel van de gronden tijdelijk in gebruik (huurovereenkomst) als onderdeel van hun tuin.
Per 1 januari 2023 zijn de huurovereenkomsten opgezegd en zijn de gronden kaal opgeleverd (alle bomen, struiken, hekwerken en kleine gebouwen zijn verwijderd).
Huidige situatie plangebied, bezien in westelijke richting
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
11
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen
Entree plangebied vanaf de Dorsvlegel gezien in oostelijke richting
12
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen
2.2
Toekomstige situatie
Stedenbouwkundige opzet Op navolgende afbeelding wordt de stedenbouwkundig planopzet gepresenteerd met de bijbehorende inrichting van de openbare ruimte. Hierin is te zien hoe de openbare inrichting er uit gaat zien en waar ruimte is voor groen en wadi’s. Daarnaast wordt er verder ingegaan op het foeragegebied voor de steenuilen aan de noordelijke rand van het plangebied.
Stedenbouwkundige schets plangebied In het plangebied worden er 14 rijwoningen, 2 twee-onder-éénkapwoningen en 4 levensloopbestendige woningen gerealiseerd; in totaal 20 woningen. Om aan te sluiten bij de bestaande bebouwingsstructuur, worden de woningen zoveel mogelijk in dezelfde lijn gerealiseerd als de bebouwing in de Rivierduin. De woningen komen hierdoor haaks op de bebouwing in de kern te staan, waardoor de Steenuil woningen zich onderscheiden van de dorpskern en (in combinatie met de landschappelijke inpassing) een overgang vormen naar het buitengebied. Beeldkwaliteit Er is een beeldkwaliteitplan opgesteld voor het plangebied. De rapportage van dit plan is als bijlage 1 bij de toelichting gevoegd. Het gehele plangebied wordt ingericht als een zelfstandige entiteit, waarbinnen diversiteit wordt gerealiseerd door materiaalgebruik, detaillering en woningtypologie. De locatie kan gelezen worden als één buurt en hierbinnen wordt verschil gemaakt tussen de verschillende gebouwvolumes. Diversiteit in woningen wordt gekoppeld aan de positie ten opzichte van elkaar en in relatie tot de omgeving. Zo bevindt zich nabij de entree van de buurt een hoofdgebouw dat geflankeerd wordt door een 2-tal eenvoudigere bouwvolumes waarin zich de starterswoningen bevinden.
Waar de buurt overgaat in de royale en groene tuinen van de woningen aan de Wijksestraat, wordt de bebouwing lager en ondergeschikter in kleur en materiaalgebruik (Bron: Croonenarchitecten, d.d. 22 november 2022):
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
13
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen
14
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen
Het gehele plangebied wordt ontsloten in westelijke richting via de Dorsvlegel, een straat aan de oostkant van de kern Bergharen. Om te voorzien in de parkeerbehoefte, worden er 47 parkeerplaatsen aangelegd. In subparagraaf 4.1.2 van deze toelichting wordt dit aspect nader beschreven.
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
15
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen
Landschappelijke inpassing De openbare ruimte van deze nieuwe woningbouwontwikkeling zal een gelijkvloerse erfinrichting krijgen. Zo kan de hoeveelheid verharding zo minimaal mogelijk worden gehouden en blijft er meer ruimte over voor groen. Daarnaast krijgen parkeervakken deels een groene halfverharding, dit kan door bijvoorbeeld grasbetontegels toe te passen. Op het kruispunt waar de vier wegen samenkomen, komt een klein plein met zitelementen, waar ruimte is voor sociale activiteiten en ontmoetingen. In de bestrating (bijvoorbeeld een patroon) kan een verwijzing naar de steenuil gemaakt worden.
Aan de oost- en noordkant van het plangebied wordt een foeragegebied aangebracht, ten behoeve van de steenuil die in de omgeving verblijft. Aan de oostkant van het plangebied, grenzend aan het erf van de Wijksestraat 29, wordt een dichte houtsingel en een takkenril aangebracht. De houtsingel zal circa 4 m breed worden en bestaat uit een dicht struweel met enkele boomvormers. Daar waar de houtsingel opgesloten ligt tussen privéterreinen, zullen de nieuwe bewoners zorgen voor het onderhoud. De toe te passen beplanting bestaat uit gebiedseigen soorten, waaronder ook groenblijvende soorten. Voorbeelden voor het struweel: Liguster, Hulst, Meidoorn, Sleedoorn, Vlier, Gelderse Roos, Kardinaalsmuts. Voorbeelden voor de bomen: Zoete kers, Lijsterbes De takkenril bestaat uit opgestapeld snoeihout met een breedte van 1 à 2 m. Door middel van houten paaltjes worden deze takken op hun plaats gehouden. Aan de noordkant van het plangebied is op het aangrenzende perceel al een compensatiegebied ingericht voor de steenuil. Langs de rand, tussen het plangebied en dit compensatiegebied, zal ook een takkenril en houtsingel aangebracht worden. Dit project zorgt dus voor een uitbreiding van het foeragegebied en extra voedselaanbod voor de steenuilen. In het plangebied zijn diverse groenzones met een wadi ingericht.
Hemelwater van verhard openbaar gebied wordt in de wadi’s verwerkt (geborgd en geïnfiltreerd). Het hemelwater van verhard particulier terrein wordt op het eigen particuliere terrein verwerkt (geborgd en geïnfiltreerd). Hemelwater kan snel een wadi bereiken. De wadi’s krijgen een flauw talud, waardoor het talud onderdeel wordt van de groene ruimte en niet ervaren wordt als een technische bak met harde randen. De wadi’s worden ingezaaid met bloem- en kruidenrijk grasland van inheemse, gebiedseigen soorten. Op twee plekken wordt de wadi doorsneden door de oprit van een aantal woningen. Door middel van een buis of goot onder de oprit staan de verschillende delen van de wadi met elkaar in verbinding.
16
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Nationaal beleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de opvolger van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), waarin het Rijk een lange termijn visie geeft op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt keuzes te maken. Bij de afweging van keuzes wordt bij voorkeur gekozen voor slimme combinaties van functies, wordt uitgegaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden en worden beslissingen niet uitgesteld of doorgeschoven. De nationale belangen en opgaven waarop het Rijk wil sturen en richting wil geven, komen samen in de volgende vier prioriteiten: Ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie; De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden; Steden en regio's sterker en leefbaarder maken; Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. Planspecifiek De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met de prioriteiten uit de NOVI. De NOVI vormt geen belemmering voor dit plan.
3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) borgt een aantal van de nationale ruimtelijke belangen die deel uitmaken van het geldende nationale ruimtelijke beleid, zoals beschreven in de SVIR. In het Barro, ook wel bekend als de AMvB Ruimte, zijn 14 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in provinciaal beleid en gemeentelijke bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro voor de opgenomen onderwerpen regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden. Daarnaast kan zij aan de gemeente opdragen in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. Planspecifiek In het Barro worden geen specifieke uitspraken gedaan met betrekking tot het voorliggende plangebied.
3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
De in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geïntroduceerde 'ladder voor duurzame verstedelijking' is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet in de toelichting een onderbouwing opgenomen worden van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De ladder wordt in artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.'
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
17
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen In het kader van de duurzame ladder wordt ten aanzien van de definitie van bestaand stedelijk gebied de definitie uit het Bro gehanteerd: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.' Volgens de nota van toelichting bij het Bro moet worden bekeken of door het benutten van leegstaande verstedelijkingsruimte in bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien in de behoefte. Zoals ook volgt uit onder andere de uitspraak met het nummer 201303578/1/R4 kunnen, naar het oordeel van de Raad van State, planologische mogelijkheden waarvan nog geen gebruik is gemaakt, als leegstaande verstedelijkingsruimte worden aangemerkt. Een dergelijke locatie wordt gezien als onderdeel van het bestaand stedelijk gebied. Planspecifiek Op basis van jurisprudentie is bij een toevoeging van 11 woningen geen sprake van een stedelijke ontwikkeling (ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921). Voorliggend initiatief voorziet in de realisatie van 20 woningen. De laddertoets dient daarom te worden uitgevoerd.
Betreffende de Laddertoets dienen de volgende vragen beantwoord te worden voor het planvoornemen: Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? Waarom kan de woningbouwontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied ontwikkeld worden? Het ruimtelijk verzorgingsgebied van het woningbouwproject is gering. Het project faciliteert voornamelijk inwoners uit het dorp Bergharen en de directe omgeving. Vanuit de Woonagenda Subregio Nijmegen en de Woonvisie Gemeente Wijchen 2025 wordt invulling gegeven aan de wens voor kleinschalige nieuwbouw in de kleine kernen van de gemeente. De lokale behoefte is hierin leidend. De gemeente Wijchen wil (in combinatie met omliggende gemeenten) voldoende ruimte faciliteren voor kleinschalige particuliere initiatieven zoals collectief particulier opdrachtgeverschap (CPO). De behoefte aan de woningen in dit CPO-project bestaat uit de directe vraag van haar leden. Ook staat er nog een aantal geïnteresseerden op een wachtlijst. Het grootste deel van de woningen wordt afgenomen door starters die actief deelnemen in dit CPO-project. Samen met de doorstromers vormen zij een gemêleerde groep met een voor ieder passend woningtype. Het woningbouwproject ligt niet binnen bestaand stedelijk gebied, maar grenst hier wel met drie zijden (noord, zuid en west) aan.
Zelfs aan de oostzijde wordt het plangebied voor het grootste gedeelte van het buitengebied afgeschermd door de bestaande burgerwoning aan de Wijksestraat 29. Aangezien een intensieve zoektocht van de gemeente voor het (inmiddels in uitvoering zijnde) plan CPO de Rivierduin met 12 woningen al geen geschikte locatie binnen het bestaand stedelijk gebied opleverde, is er ook voor CPO de Steenuil (met 20 woningen en daarmee een groter ruimtebeslag) geen geschikte locatie binnen bestaand stedelijk gebied beschikbaar. De Rivierduin, ten noorden van het plangebied, is 15 april 2022 opgeleverd. Bij de aanleg van de woningen aan de Dorsvlegel werd al rekening gehouden met toekomstige woningbouw en zijn er aan de oostzijde openingen richting het buitengebied vrij gelaten. Bovendien bestendigde de gemeente Wijchen binnen het bestemmingsplan 'Kern Bergharen 2008' uitbreiding van woningbouw in oostelijke richting. Doordat het plangebied vrijwel helemaal is ingesloten door bestaande woningen en zorgvuldig landschappelijk is ingepast, blijft de visuele (verstorende) invloed van de woningbouwontwikkeling beperkt. De ladder voor duurzame verstedelijking vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
3.1.4
Conclusie
In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding.
18
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen
3.2
Provinciaal en regionaal beleid
3.2.1
Algemeen
Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten van Gelderland de 'Omgevingsvisie Gaaf Gelderland' vastgesteld. De bijbehorende geactualiseerde 'Omgevingsverordening Gelderland (december 2021)' hebben Provinciale Staten op 15 december 2021 vastgesteld. In de Omgevingsvisie staan de hoofdlijnen van het beleid en in de Omgevingsverordening de regels en afspraken om de opgaven uit de Omgevingsvisie te realiseren. De Omgevingsvisie en -verordening zijn dynamische instrumenten. Doordat wetten veranderen of door de komst van nieuwe initiatieven, kijkt de provincie twee keer per jaar of de plannen moeten worden aangepast.
3.2.2
Omgevingsvisie
De komende decennia komt er veel op Gelderland af: het energievraagstuk, klimaatverandering, uitputting van grondstoffen, kwetsbare biodiversiteit, digitalisering, internationalisering. Deze zaken vragen stevige antwoorden en oplossingen als investering in de toekomst. Met de schaarse ruimte en de vele uiteenlopende belangen en inzichten gaat dit niet vanzelf. De provincie zet in de Omgevingsvisie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Gezond en veilig; dat is een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Dat is ook voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En dat is ook aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid. Schoon en welvarend; dat is een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen. Maar dat is ook het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen, alsmede het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie.
Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang, zoals goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen en een mooie natuur. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende stedelijke en landelijke woonkwaliteiten. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied het vertrekpunt. De provincie geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen en het concentreren van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, kan er aan de randen van steden of dorpen uitgebreid worden. De dynamiek op de woningmarkt is groot. Mensen worden ouder, wonen steeds langer alleen en zelfstandig, worden steeds meer energiebewust en zijn mobieler dan vroeger, waardoor ze ook meer en makkelijker verhuizen. Het grootste deel van de woningen die in 2050 in Gelderland nodig zijn, staat er al. Maar deze woningen zijn niet klaar voor de toekomst en moeten aangepast of vervangen worden. Voor de provincie staat een goede balans tussen de vraag en aanbod van woningen in verschillende prijscategorieën voorop, ook voor specifieke doelgroepen.
De meeste woningen zijn verre van energieneutraal en klimaatbestendig. De provincie stimuleert innovaties op dit terrein, zoals het aardgasloos maken van bestaande woningen en het verduurzamen van woonwijken. Daarnaast is de provincie met haar partners in gesprek over hoe het vraagstuk van klimaatadaptatie en wonen slimmer aangepakt kan worden. Voldoende groene ruimte, koele plekken, opvang van water in het licht van de klimaatverandering is immers van belang, zeker met het oog op de gezondheid van de Gelderlanders. Planspecifiek Het CPO-project in Bergharen draagt bij aan de ambitie van de Provincie Gelderland te voldoen aan de diversiteit van woningvraag. CPO als projectontwikkeling heeft als doel het initiatief van woningbouw en alle bijkomende zaken bij de particulier neer te leggen, waarbij de gemeente enkel een faciliterende rol heeft. Bovendien betreft het plan rijwoningen, twee-onder-één-kapwoningen en levensloopbestendige woningen die conform de landelijke vereiste BENG-normen, gasloos worden
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
19
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen gerealiseerd. De noordelijke rand van het plangebied wordt ingericht als groene zone, waarbij sprake is van een versterking van de biodiversiteit. Bovendien wordt het plan klimaatadaptief door de toename aan verhard oppervlak te compenseren met waterinfiltratievoorzieningen (zie daarvoor paragraaf 4.9 Waterhuishouding). In paragraaf 4.13 van deze toelichting is beschreven welke duurzaamheidsmaatregelen in het voorliggende plangebied worden toegepast. Kortheidshalve wordt hiernaar verwezen. Het voornemen past binnen de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland.
3.2.3
Omgevingsverordening
De Omgevingsverordening vormt de juridische doorwerking in regels van het beleid uit de Omgevingsvisie. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Planspecifiek Ten aanzien van nieuwe woningen is in artikel 2.2 opgenomen dat een bestemmingsplan uitsluitend nieuwe woningen mogelijk maakt als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. Op basis van de regionale woonagenda 2020 - 2030 mogen er in de gemeente Wijchen 1.430 woningen worden gebouwd in de periode tot en met 2030, waarvan 70 % in de eerste vijf jaar moeten worden gerealiseerd (versnelling). Het overgrote deel van de plancapaciteit bestaat uit zachte plannen, waarvan een deel uiteindelijk niet gerealiseerd zal worden.
In de regionale woonagenda is daarom aangegeven dat het wenselijk is om 130 % aan plancapaciteit te realiseren; voor in totaal circa 1.850 woningen tot 2030. Voorliggend initiatief voorziet in de realisatie van 20 extra woningen binnen dit aantal van 1.850 woningen tot 2030 en past daarmee binnen het provinciale beleidskader. Tevens is in de lokale uitvoeringsagenda aangegeven dat de vorming van CPO's (Collectief Particulier Opdrachtgeverschap) wordt gestimuleerd, om vraaggericht in de kleine kernen van Wijchen te kunnen werken. De voorliggende ontwikkeling ligt niet binnen een Nationaal Landschap, de Romeinse Limes, de Groene Ontwikkelingszone (GO), het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Hollandse Waterlinie. De locatie maakt ook geen deel uit van een ganzenfoerageergebied of beschermingsgebied natte landnatuur. Wel is het plangebied, ter bescherming van de kwaliteit van het grondwater voor de winning drinkwater, gelegen in een intrekgebied. De omgevingsverordening schrijft voor in § 3.2.6 dat een intrekgebied geen bestemming mag krijgen die de winning van fossiele energie mogelijk maakt. Hiervan is geen sprake. Volgens kaart 7 'Erfgoed' valt het plangebied ook deels binnen de aanduiding 'Molenbiotoop'.
In artikel 2.64 is aangegeven dat een bestemmingsplan voor gronden binnen een molenbiotoop geen nieuwe bebouwing of beplanting mogelijk maakt als daardoor de windvang van een molen wordt beperkt. De molenbiotoop betreft een gebied rondom een historische of monumentale molen met een straal van 400 m gerekend vanaf het middelpunt van de molen. In paragraaf 4.5 van de toelichting is beschreven dat de molen geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling. Gelet op het bovenstaande kan worden gesteld dat het ruimtelijk voornemen past binnen de provinciale kaders die worden gesteld in de Omgevingsverordening Gelderland.
3.2.4
Conclusie
In het plangebied zijn geen provinciale belangen in het geding.
20
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Structuurvisie Wijchen
De gemeente Wijchen heeft één structuurvisie voor de hele gemeente opgesteld, welke de gemeenteraad op 29 mei 2009 heeft vastgesteld. De structuurvisie geeft een overzicht van de verwachte ontwikkelingen binnen de gemeente Wijchen. De gemeente gaat uit van een compacte groei en het benutten van de potenties van bestaand stedelijk gebied zonder daarbij de bestaande kwaliteit aan te tasten, in combinatie met een vitaal platteland en sterke kleine kernen. Het buitengebied is in principe niet de plek om (grote hoeveelheden) nieuwe woningen toe te voegen. Wel wordt verduidelijkt dat rond de kleine kernen in het buitengebied op beperkte schaal woon- en werkmilieus in of aan het landschap kunnen worden toegevoegd, waarbij zorgvuldig omgegaan moet worden met de bestaande waardes en kwaliteiten. Nieuwe woningen mogen de (agrarische) bedrijfsontwikkeling niet hinderen. Zodoende wordt terughoudend omgegaan met woningbouw in open grootschalige agrarische productiegebieden. In het kleinschalige rivierduinenlandschap en aansluitend aan de dorpsrandgebieden zijn meer mogelijkheden voor woningbouw of andere niet-agrarische functies zoals kleinschalige werkfuncties en recreatie. Navolgende afbeelding toont de plankaart van de structuurvisie:
Uitsnede Structuurvisie Wijchen (plangebied rode omkadering)
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
21
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen Planspecifiek Het plangebied wordt binnen de structuurvisie aangeduid als 'gemengde functies buitengebied/ verbreden landbouw'. Door aan de oostzijde te bouwen aansluitend op de bestaande bebouwing wordt de bestaande dorpsstructuur en de verwevenheid met het omringende landschap zo min mogelijk verstoord. Voor het dorp Bergharen is binnen de structuurvisie voor het overige geen enkele locatie aangeduid als 'Woningbouwontwikkeling'. Wel is het behouden van de leefbaarheid in Bergharen één van de speerpunten in de structuurvisie. Met de ontwikkeling van CPO de Steenuil zal de leefbaarheid in Bergharen worden versterkt. Ook worden met voorliggende ontwikkeling de bestaande waarden en kwaliteiten van het gebied gekoesterd, door een groene rand met takkenril en houtsingel aan te brengen rondom de locatie waar de woningen voorzien zijn en ten noorden daarvan het al eerder aangelegde groene foeragegebied voor de steenuilen verder te vergroten. Binnen de structuurvisie Wijchen is verder opgenomen dat het beleidsmatig wenselijk is om als gemeente te voorzien in kleinschalige woningbouwprogramma's rondom de kleine kernen in het buitengebied. Door als gemeente grond beschikbaar te stellen voor CPO de Steenuil wordt invulling aan dit beleid. Het planvoornemen past hiermee binnen de kaders van de Structuurvisie Wijchen.
3.3.2
Woonvisie Wijchen 2025
Om de woningvoorraad duurzaam en gevarieerd te houden wil de gemeente Wijchen flexibel om kunnen gaan met nieuwe initiatieven. In de beoordeling van nieuwe aanvragen voor woningen zal de gemeente onder meer beoordelen of het initiatief meerwaarde heeft voor de leefbaarheid. Belangrijke relevante aandachtspunten daarbij zijn o.a.: De (lokale) behoefte is leidend. Plannen moeten kwantitatief en kwalitatief aansluiten bij de behoefte. Nieuwbouw moet bijdragen aan de identiteit van een wijk of dorp. Daarbij gaat het zowel om de ruimtelijke als de sociale kwaliteit. Vervanging en verbetering van bestaande bebouwing, gaat vóór uitbreiding. Waar mogelijk tenminste energieneutraal en gasloos en zo duurzaam mogelijk. Een passende kwaliteit van wonen bieden, o.a. aan mensen met een zorgvraag. De gemeente Wijchen heeft de ambitie uitgesproken om de 'mismatch' tussen vraag en aanbod weg te nemen. In de woonvisie 'Thuis in Wijchen' wordt de wens uitgesproken om alle woningen zo goed mogelijk aan te laten sluiten bij de kwalitatieve eisen en wensen van bewoners. Het gaat daarbij niet alleen om de huidige bewoners van een woning, maar zeker ook de toekomstige bewoners. De gemeente Wijchen streeft naar een duurzame en meer flexibele woningvoorraad, zodat geanticipeerd kan worden op huidige en toekomstige behoeften en woonwensen. Mensen met een zorgvraag blijven langer thuis wonen.
Dit leidt tot een toenemende behoefte aan een meer divers woningaanbod, met woonvormen die nu niet of onvoldoende beschikbaar zijn in Wijchen. Woonvormen waar bijvoorbeeld verschillende generaties onder één dak wonen of waar men dicht bij (zorg)voorzieningen woont. Woningen waarbij de eindgebruiker een centrale rol bij de ontwikkeling van de woning speelt en daarom een huis naar eigen wensen kan indelen. Tot slot vindt de gemeente het belangrijk dat er aandacht is voor innovatie en vernieuwing, bijvoorbeeld door voldoende ruimte te bieden voor CPO en andere nieuwe woonvormen. Hierbij legt de gemeente het initiatief bij de starters, jonge gezinnen en vitale ouderen uit de dorpen zelf. Zij ondersteunt initiatiefnemers met haar verbindende rol om partijen samen te kunnen brengen met kennis van bouwmogelijkheden.
22
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen
Planspecifiek De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van 4 nieuwe levensloopbestendige woningen, 2 twee-onder-éénkapwoningen en 14 rijwoningen die aansluiten bij de lokale behoefte op de woningmarkt. De behoefte aan de woningen in dit CPO-project bestaat uit de directe vraag van haar leden. Het grootste deel van de woningen wordt afgenomen door starters die actief deelnemen in dit CPO-project. Zie verder ook subparagraaf 3.1.3. Daarnaast worden de beoogde woningen, aansluitend op de gemeentelijke duurzaamheidsambities, duurzaam en energiezuinig gerealiseerd. In paragraaf 4.13 van deze toelichting is beschreven welke duurzaamheidsmaatregelen in het voorliggende plangebied worden toegepast. Kortheidshalve wordt hiernaar verwezen.
3.3.3
Conclusie
In het plangebied zijn geen gemeentelijke belangen in het geding.
3.4
Conclusie
De beoogde ontwikkeling is passend binnen het beleid van de verschillende overheden.
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
23
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen
Hoofdstuk 4
Milieu- en omgevingsaspecten
4.1
Verkeer en parkeren
4.1.1
Verkeer
Om inzicht te bieden in de mate van verkeerstoename als gevolg van de ontwikkeling die met dit bestemmingsplan wordt gefaciliteerd, is de verkeersaantrekkende werking bepaald. Daarvoor is gebruik gemaakt van de CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren'. Voor het berekenen van de voertuiggeneratie wordt uitgegaan van een gemiddelde weekdag. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de bouw van 14 rijwoningen, 2 twee-onder-één kapwoningen (2 woningen onder 1 kap) en 4 levensloopbestendige woningen. Aangezien er voor een levensloopbestendige woning geen richtlijnen zijn opgesteld in de CROW-publicatie, worden voor de 4 levensloopbestendige woningen in onderstaande berekening worstcase de richtlijnen van een twee-onder-één kapwoning gehanteerd. Er wordt uitgegaan van een ligging in 'weinig stedelijk' gebied, in 'de rest bebouwde kom'. Op basis van de CROW-publicatie geldt voor een tussen/hoekwoning een maximale verkeersgeneratie van 7,8 motorvoertuigbewegingen, op een gemiddelde weekdag. Gelet op het voorgaande leidt de beoogde ontwikkeling tot maximaal 7,8 x 14 = 109,2 motorvoertuigbewegingen op een gemiddelde weekdag. Op basis van de CROW-publicatie geldt voor een twee-onder-één kapwoning een maximale verkeersgeneratie van 8,2 motorvoertuigbewegingen, op een gemiddelde weekdag.
Gelet op het voorgaande leidt de beoogde ontwikkeling tot maximaal 8,2 x 6 = 49,2 motorvoertuigbewegingen op een gemiddelde weekdag. In totaal leidt voorliggend plan tot een toename van (109,2 + 49,2 =) 158,4 motorvoertuigbewegingen per etmaal op een gemiddelde weekdag. Het plangebied wordt ontsloten via de bestaande straat Dorsvlegel. Aangezien het a) om een relatief beperkte toename van het aantal voertuigbewegingen gaat (gemiddeld circa 6,5 motorvoertuigen per uur) en b) de Dorsvlegel voldoende capaciteit heeft om deze toename op te vangen, leidt de beoogde ontwikkeling niet tot een onacceptabele verkeerssituatie. Het aspect 'verkeer' vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.
4.1.2
Parkeren
Ter waarborging van voldoende parkeervoorzieningen hanteert de gemeente Wijchen de maximale parkeernormen uit CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren'. Dit is bepaald in het 'Parkeerbeleidsplan gemeente Wijchen', dat de gemeenteraad op 3 maart 2020 heeft vastgesteld. In lid 11.1 van de regels van onderhavig bestemmingsplan is een regeling ten aanzien van parkeren opgenomen. Daarin is bepaald dat bij het bouwen en het wijzigen van het bestaande gebruik moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid, waarbij de parkeernormen in CROW-publicatie 381 als uitgangspunt dienen. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de bouw van 14 tussen/hoekwoningen, 2 twee-onder-één kapwoningen (2 woningen onder 1 kap) en 4 levensloopbestendige woningen. Aangezien er voor een levensloopbestendige woning geen richtlijnen zijn opgesteld in de CROW-publicatie, worden voor de 4 levensloopbestendige woningen in onderstaande berekening worst-case de richtlijnen van een twee-onder-éénkapwoning gehanteerd. Er wordt uitgegaan van een ligging in 'weinig stedelijk' gebied, in 'de rest bebouwde kom'. Voor de tussen/hoekwoningen geldt een maximale parkeernorm van 2,4 parkeerplaatsen per woning. Gelet op het voorgaande leidt de beoogde ontwikkeling tot een behoefte van 2,4 x 14 = 33,6 parkeerplaatsen.
24
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen
Voor de twee-onder-één kapwoningen geldt een maximale parkeernorm van 2,6 parkeerplaatsen per woning. Gelet op het voorgaande leidt de beoogde ontwikkeling tot een behoefte van 2,6 x 6 = 15,6 parkeerplaatsen. In totaal geldt er dus een parkeerbehoefte van (33,6 + 15,6)= 49,2 parkeerplaatsen. Op navolgende afbeelding is de locatie van de parkeerplaatsen weergegeven:
Locatie parkeerplaatsen In het plan zijn 39,0 haakse parkeerplaatsen in de vorm van groene parkeerkoffers langs de straat aanwezig. De andere parkeerplaatsen zijn op de opritten aanwezig, waar ruimte is voor 2 parkeerplaatsen per oprit. Aangezien twee parkeerplaatsen achter elkaar op een oprit worden gerekend als 1,3 parkeerplaats, komt dit voor het plangebied neer op 8 opritten met parkeergelegenheid voor 8 x 1,3 = 10,4 auto's. In totaal worden er op basis van de berekeningsaantallen dus (39,0 + 10,4=) 49,4 parkeerplaatsen gerealiseerd. Hiermee wordt voldaan aan de parkeerbehoefte van 49,2 parkeerplaatsen. Het aspect 'parkeren' vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.2
Bodem
4.2.1
Regelgeving
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet in verband met de uitvoerbaarheid van een project rekening worden gehouden met de bodemgesteldheid. Bij functiewijzigingen moet worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat, indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig moet worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). De Wet bodembescherming heeft betrekking op landbodems; waterbodems vallen onder de Waterwet. Op grond van de Woningwet en de Bouwverordening moet voor elke individuele bouwlocatie aangetoond worden dat de bodem geschikt is voor de beoogde bebouwing, alvorens een omgevingsvergunning kan worden verleend.
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
25
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen Bij het opstellen van een bestemmingsplan is de vraag of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het uitgangspunt hierbij is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Dit is het zogenaamde stand still-beginsel. Het vaststellen van de bodemkwaliteit wordt bij het opstellen/herzien van een bestemmingsplan alleen van belang geacht voor de locaties waar ontwikkelingen gepland zijn (zoals functiewijzigingen, bouwen, graven/ophogen). Bij nieuwe ontwikkelingen moet bekeken worden of de bodemkwaliteit een belemmering op kan leveren voor de realisering hiervan. Bijna altijd is het mogelijk om bodem geschikt te maken voor het gewenste gebruik. Het is echter mogelijk dat een plan financieel onuitvoerbaar wordt, bijvoorbeeld omdat de kosten van de sanering te hoog zijn. Bij een wijziging van de bestemming of van de functie wordt een bodemonderzoek alleen noodzakelijk geacht, indien deze wijziging tevens een meer gevoelige vorm van bodemgebruik inhoudt.
4.2.2
Doorvertaling bestemmingsplan
Vanwege de wijziging van de functie 'agrarisch' naar de milieugevoeligere functie 'wonen' is een verkennend bodemonderzoek inclusief onderzoek naar PFAS uitgevoerd in het plangebied. Het onderzoek is als bijlage 2 bij de toelichting gevoegd. Conclusies onderzoek Op basis van het uitgevoerde onderzoek blijkt het volgende: De bovengrond van het centrale terreindeel is licht verontreinigd met lood. In de bovengrond van het overige terrein zijn geen verontreinigende stoffen zijn aangetoond; In de bovengrond zijn PFAS aangetoond, maar de gehalten liggen onder de landelijke achtergrondwaarden; In de ondergrond zijn geen verontreinigende stoffen zijn aangetoond; Het grondwater is licht verontreinigd met nikkel, zink, koper en/of cadmium. Er zijn geen verontreinigingen aangetoond in gehalten/concentraties boven de tussenwaarde; het uitvoeren van een nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. De aangetoonde milieuhygiënische bodemkwaliteit levert geen belemmeringen op voor de voorgenomen bouwactiviteiten. De Omgevingsdienst heeft het bodemonderzoek beoordeeld (zie bijlage 3) en geeft aan dat het bodemonderzoek een representatief beeld geeft van de kwaliteit van de bodem binnen het plangebied. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt geconcludeerd dat het plangebied geschikt is voor het beoogde gebruik.
Het aspect 'bodem' vormt geen belemmering voor uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
4.3
Geluid
4.3.1
Regelgeving
Wegverkeer Op basis van artikel 76 van de Wet geluidhinder (hierna: Wgh) moeten bij de vaststelling van een bestemmingsplan, wijzigingsplan of uitwerkingsplan als bedoeld in artikel 3.6 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) de waarden als bedoeld in artikel 82 t/m 85 van de Wgh in acht worden genomen, indien dat plan gelegen is in een zone rondom een weg als bedoeld in artikel 74 lid 1 Wgh en (het betreffende onderdeel van) dat plan mogelijkheden biedt voor: de realisatie van woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en van geluidsgevoelige terreinen (functies zoals genoemd in artikel 1 Wgh en art 1.2 Bgh - het Besluit geluidhinder zoals gewijzigd op 4 april 2012); de aanleg van een nieuwe weg en/ of een reconstructie van een bestaande weg; functiewijzigingen van een niet-geluidsgevoelige functie in een geluidsgevoelige functie (bijvoorbeeld via afwijkings- of wijzigingsbevoegdheid).
26
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen
De onderzoekszone voor wegen zoals bedoeld in artikel 74 lid 1 Wgh is afhankelijk van de hoeveelheid rijbanen. Artikel 74 lid 2 Wgh regelt dat, indien de bovengenoemde ontwikkelingen zijn gelegen binnen een als 'woonerf' aangeduid gebied of in een zone nabij wegen waarvoor een maximum snelheidsregime van 30 km/u geldt, de betreffende waarden niet in acht hoeven te worden genomen. Uit een akoestisch onderzoek moet blijken of, indien sprake is van een van de bovengenoemde ontwikkelingen binnen een zone als bedoeld in artikel 74 lid 1 Wgh, deze binnen de waarden valt zoals deze voor diverse typen ontwikkelingen is vastgelegd in de Wgh. De grenswaarde voor de toelaatbare etmaalwaarde van de equivalente geluidbelasting van wegen binnen zones langs wegen is voor woningen 48 dB. In bijzondere gevallen is een hogere waarde mogelijk. Burgemeester en Wethouders zijn binnen de grenzen van de gemeente en onder voorwaarden bevoegd tot het vaststellen van een hogere waarde voor de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting. Railverkeer Langs landelijke spoorwegen liggen referentiepunten, waarvoor is vastgelegd hoeveel geluid de spoorlijn mag produceren, zogenaamde geluidsproductieplafonds (GPP’s). De hoogte van de geluidsproductieplafonds is vastgelegd in het geluidsregister.
De grootte van de zone van een spoorweg is afhankelijk van het geluidsproductieplafond en is vastgelegd in artikel 1.4a uit het Besluit geluidhinder (Bgh). De zone van een spoorweg ligt aan beide zijden van de spoorweg en wordt gemeten van de buitenste spoorstaaf. De wettelijke zone van een spoorweg is afhankelijk van de toegestane geluidsbelasting op het referentiepunt uit het geluidregister.
4.3.2
Doorvertaling bestemmingsplan
Vanwege de ligging van het plangebied binnen de geluidzone van de Wijksestraat (200 m), is er een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. De rapportage van dit onderzoek is als bijlage 4 bij de toelichting gevoegd. Conclusies onderzoek Hogere waarden De berekende geluidbelasting voor de gezoneerde Wijksestraat bedraagt maximaal 41 dB. Een hogere waarde is hiermee niet nodig. Benodigde gevelwering (Bouwbesluit) De gecumuleerde geluidbelasting bedraagt ten hoogste 44 dB. De vereiste karakteristieke geluidwering Ga;k bedraagt dan maximaal 20 dB. Een dergelijke gevelwering wordt bij nieuwbouw in bijna alle gevallen behaald. Een nader onderzoek naar de geluidwering van de gevels wordt niet noodzakelijk geacht. Woon- en leefklimaat De milieukwaliteit van het plangebied wordt geclassificeerd als ‘zeer goed’. Het woon- en verblijfsklimaat ter plaatse van de woning kan daarmee als acceptabel worden aangemerkt. Op basis van de rapportage van het onderzoek (subparagrafen 3.3.1 en 3.3.2) kan gesteld worden dat de cumulatieve geluidbelasting (wegverkeer) een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat niet in de weg staat. Het aspect 'geluid' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
4.4
Milieuzonering
4.4.1
Regelgeving
Wanneer ruimtelijke ontwikkelingen in de directe omgeving van inrichtingen en/of bedrijven worden gerealiseerd, zal een milieukundig onderzoek uit moeten wijzen in hoeverre er sprake is van mogelijke beperkingen ten gevolge van de aanwezige inrichtingen en of bedrijven. Maar ook andersom moet aandacht worden besteed aan de rechten van de aanwezige inrichtingen en/of bedrijven. Het is immers niet de bedoeling dat nieuwe ontwikkelingen de huidige bedrijfsvoering in de directe omgeving zullen beperken.
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
27
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen Voor het vaststellen van de genoemde minimale richtafstanden tussen inrichtingen en milieugevoelige functies worden in de regel de lijsten zoals deze zijn opgenomen in de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' gebruikt. Daarbij wordt o.a. gekeken naar de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar en zo nodig naar het risico op bodem- of luchtverontreiniging. Bedrijven zijn in de VNG-handreiking ingedeeld in categorieën met bijbehorende gewenste richtafstanden tot milieugevoelige functies. De categorieën geven de zwaarte van bedrijvigheid en mogelijke milieuhinder weer. De richtafstanden kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandstap worden verlaagd indien sprake is van omgevingstype gemengd gebied.
Tabel: richtafstanden VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' Voorgaande tabel geeft een overzicht van de richtafstanden voor verschillende bedrijfscategorieën ten opzichte van een woonwijk en gemengd gebied. Indien de richtafstand niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect in beginsel achterwege blijven: inpassing is dan mogelijk. Indien er sprake is van een kortere afstand dan de richtafstand, is aanvullend onderzoek noodzakelijk.
4.4.2
Doorvertaling bestemmingsplan
Het plan bestaat uit de oprichting van negentien woningen. Een woning is geen hinderveroorzakend object, maar wel aan te merken als gevoelig object. Daarom dient ter plekke van de te realiseren woning een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd te worden. Bovendien mag het planvoornemen niet leiden tot een belemmering in de bedrijfsvoering voor omliggende bedrijven. Adres
Bedrijf
Afstand tot plangebied VNG-richtafstand
Molenweg 54
Taxibedrijf
130 m
30 m
Molenweg 41
Machinehandel
230 m
100 m
Wijksestraat 25
(Voormalige) plantenkwekerij
0m
30 m
In de directe omgeving van het plangebied is een bedrijfsbestemming voor een (kleinschalige) plantenkwekerij aanwezig, zodat voor dat perceel niet wordt voldaan aan de VNG-richtafstand van 30 m. Tot enige jaren geleden was aan de Wijksestraat 25 de kleinschalige plantenkwekerij 'De Keltenhof' gevestigd met (binnen de richtafstand van 30 m) aan de zijde van het plangebied enkele showtuinen. De bedrijfsgebouwen liggen met een afstand van circa 31 m tot de uiterste zuidwestelijke punt van het plangebied, echter wel buiten deze richtafstand van 30 m. Inmiddels is de plantenkwekerij definitief gestopt en daarmee is er daarmee op dit moment geen sprake meer van een bedrijf in werking op deze locatie. Gezien de beperkte oppervlakte van het bedrijfsperceel, is het ook niet de verwachting dat er snel weer een nieuw bedrijf gevestigd zal worden. Dit betekent dat sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwe woningen. Los hiervan zijn andere, bestaande woningen (Dorsvlegel 6 en Wijksestraat 27 en 27A) vanuit het oogpunt van milieuzonering maatgevend voor dit bedrijf(sperceel). De nieuw te bouwen woningen zorgen daarmee niet voor extra belemmeringen voor een eventuele bedrijfsvoering en daarmee worden de belangen van dit bedrijf(sperceel) niet geschaad. Het aspect 'milieuzonering' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
28
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen
4.5
Molenbiotoop
4.5.1
Regelgeving
Even ten noordoosten van het plangebied is 'Molen de Verrekijker’ gelegen, een bakstenen beltkorenmolen uit 1904, In de Omgevingsverordening Gelderland is opgenomen dat in bestemmingsplannen die betrekking hebben op gronden gelegen binnen een molenbiotoop geen nieuwe bebouwing danwel beplanting is toegestaan, tenzij in de toelichting bij het bestemmingsplan wordt aangetoond dat het functioneren van de molen door middel van windvang niet wordt beperkt. Hierbij is het begrip 'molenbiotoop' gedefinieerd als 'de omgeving van een molen gelegen binnen een straal van 400 m, gerekend vanaf het middelpunt van de molen'. De provincie Gelderland heeft in 2009 een onderzoek laten uitvoeren naar biotopen van molens in Gelderland, de “Molenbiotoopinventarisatie Gelderland 2009”, waarin ook de biotoop is onderzocht en hieruit blijkt dat de molenbiotoop op dit moment als 'matig' is aan te merken. De bouwregels met betrekking tot de maximaal toegestane bouwhoogte van bouwwerken zijn afgestemd op de algemeen gangbare molenbiotoopformule (www.molenbiotoop.nl), De molenbiotoopformule luidt als volgt: H(x) = X/n + c * z waarin: H(x) = maximale toelaatbare hoogte van een obstakel op afstand x (in meters).
De toelaatbare hoogte wordt gemeten vanaf het waterpasniveau van de begane grond of het maaiveld van de molen; X = afstand van een obstakel tot de molen (in meters) n = een constante, afhankelijk van de ruwheid van de omgeving en de maximaal toelaatbare windreductie. Hiervoor worden de volgende waarden gebruikt: 140 voor open, 75 voor ruw en 50 voor gesloten gebied. c = een constante, afhankelijk van de maximaal toelaatbare windreductie, gewoonlijk met de waarde 0,2, zijnde de constante behorend bij een algemeen aanvaardbaar geachte windsnelheidsreductie tot 95 %; z = askophoogte (helft van lengte gevlucht) Binnen een afstand van 100 m vanaf het middelpunt van de molen mogen er zich geen obstakels bevinden met een bouwhoogte die hoger is dan het onderste punt van de verticaal staande wiek. De maximum bouwhoogte wordt gerelateerd aan de begane grond van de molen. Voor zover ter plaatse van een op te richten bouwwerk het maaiveld hoger respectievelijk lager is gelegen, dient de afstand van het maaiveld tot het onderste punt van de verticaal staande wiek in de maximale hoogte te worden verdisconteerd.
4.5.2
Doorvertaling bestemmingsplan
Voor de molenbiotoop is in het bestemmingsplan ' de functieaanduiding 'vrijwaringszone molenbiotoop 1' opgenomen. Voor het gebied binnen een afstand van 100 tot 400 m van de molen geldt voor de maximale bouwhoogte de volgende formule: maximale bouwhoogte = X / 50 + 2,5 Voor de molenbiotoopformule hanteren we de volgende waarden: n: 50 X: de afstand van de beoogde woningen tot de molen is 325 m c: constante = 0,2; z: 12,55 De formule om de maximum bouwhoogte van de beoogde woning te bereken luidt daarmee als volgt: H(x) = 325/50 + 0,2 * 12,55 H(x)= 9,0 m
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
29
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen De hoogte van de beoogde woning mag volgens de formule maximaal 9 m bedragen. Het maaiveld ter hoogte van het plangebied is op basis van de AHN 8,2 tot 8,5 m +N.A.P. Het maaiveld ter plaatse van de molen is 14,15 +NAP. Dit betekent dat het maaiveld ter hoogte van de toekomstige woning minimaal 14,15 - 8,5 = 5,65 m lager is dan daar waar de molen zich bevindt. Bovendien staat de molen nog op een stelling met een hoogte van 5,0 m. Per saldo bedraagt de maximum bouwhoogte ter plaatse van de nieuwe woning daarmee 9.0 + 5,65 + 5,0 = afgerond op 19,65 m. Omdat de bouwhoogte van de beoogde woningen maximaal 10 m bedraagt, wordt er geen afbreuk gedaan aan de molenbiotoop van 'de Verrekijker'. De maximum bouwhoogte voldoet aan de eisen die worden gesteld in het kader van de vrijwaringszone en de molenbiotoop van De Verrekijker wordt niet aangetast. Het behoud, beheer en herstel van de cultuurhistorische waarden van de molen zijn daarmee voldoende geborgd. De molenbiotoop vormt daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
4.6
Luchtkwaliteit
4.6.1
Regelgeving
In het kader van een planologische procedure moet worden aangetoond dat voldaan wordt aan de wettelijke normen voor wat betreft luchtkwaliteit. Hierbij moet het effect op de luchtkwaliteit in de omgeving als gevolg van een nieuwe ontwikkeling, als ook de toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' in beeld worden gebracht. De Wet luchtkwaliteit van 15 november 2007 - inmiddels opgenomen in hoofdstuk 5, onder titel 5.2 van de Wet milieubeheer (hierna: Wm) - gaat in op luchtkwaliteitseisen. In Bijlage 2 van de Wm zijn wettelijke grenswaarden vastgelegd van onder andere de stoffen stikstofdioxide (NO 2), fijn stof (PM10), benzeen (C6H6), zwaveldioxide (SO2), lood (Pb) en koolmonoxide (CO). Projecten moeten worden beoordeeld op basis van de voormalige Wet luchtkwaliteit c.q. artikel 5.16 van de Wet milieubeheer. Luchtkwaliteitseisen vormen geen belemmering voor vergunningverlening als: er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt; een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging; een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat op 1 augustus 2009 in werking is getreden.
In artikel 2 van het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' is opgenomen dat een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de zogenaamde '3% grens' niet wordt overschreden. Na vaststelling van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) op 1 augustus 2009 is deze grens gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 µg/m3 voor zowel PM10 als NO2. In artikel 4 van het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) en de bijlagen van de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' is voor bepaalde categorieën projecten met getalsmatige grenzen vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden.
30
CPO de Steenuil Bergharen (definitief)
bestemmingsplan CPO de Steenuil Bergharen
4.6.2
Doorvertaling bestemmingsplan
In de regeling NIBM is aangegeven dat een woningbouwlocatie met maximaal 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg is aan te merken als een ontwikkeling die niet in betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Voorliggend initiatief maakt de realisatie van maximaal 20 woningen mogelijk en valt dus binnen de NIBM-regeling. Daarom is onderzoek op grond van de Wet luchtkwaliteit niet noodzakelijk. Deze uitkomst wordt bevestigd door het invullen van de NIBM-tool (versie 23 april 2022) op basis van de eerder berekende toename van het aantal voertuigbewegingen per etmaal (zie subparagraaf 4.1.1):
Goede ruimtelijke ordening (NSL-monitoringstool) In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de jaargemiddelde concentraties NO 2, PM10 en PM2,5 bepaald ter hoogte van het plangebied. Met de NSL-monitoringstool en de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten (GCN en GDN) zijn de jaargemiddelde concentraties NO 2, PM10 en PM2,5 voor het plangebied bepaald. Daaruit blijkt dat de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 respectievelijk circa 11,5 µg/m3, 16,1 µg/m3 en 9,5 µg/m3 bedragen in 2021. Daarmee worden de jaargemiddelde grenswaarden van 40 µg/m3 (voor NO2 en PM10) en 25 µg/m3 (voor PM2,5) niet overschreden. Daarnaast is de trend dat in de toekomst de emissies en de achtergrondconcentraties van deze stoffen zullen dalen, waardoor geen overschrijdingen van de grenswaarden zijn te verwachten. Het aspect 'luchtkwaliteit' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.