CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage - Samenwerkingsafspraken Wijchen 2025-2029

Raad openbaar Wijchen 27 februari 2025, gemeente wijchenBij agendapunt: 251098 Informatienota Samenwerkingsafspraken sociale huur Wijchen 2025 tot en met 202911.859 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Op individueel woningniveau mag de huur 0,5 procentpunt hoger stijgen dan de maximale huursomstijging. • Het aantal woningen met een huurprijs tot € 550 euro (prijspeil 2020) in de totale corporatievoorraad neemt tot en met 2025 niet af. • Corporaties en gemeenten intensiveren hun schuldhulpverlenings- en signaleringsbeleid. • Isolatiemaatregelen die corporaties nemen worden voor huurders gratis. Dit krijgt vorm doordat corporaties vanaf 1 januari 2023 afzien van toepassing van de vergoedingentabel. • Huurders met een laag inkomen in woningen met een E, F of G-label profiteren in 2024 van gerichte huurverlaging en op enig moment tot 2028 ook van gratis isolatie. Huurders met een hoger inkomen in een woning met een E, F of G-label profiteren op enig moment tot 2028 hoe dan ook van gratis isolatie.

•

•

•

Doorstroming van middeninkomens uit de sociale huursector hangt af van de beschikbaarheid van betaalbare middenhuur- en sociale koopwoningen. Corporaties spelen een rol in het beschikbaar stellen van sociale koopwoningen via hun verkoopbeleid, door woningen met voorrang aan (zittende) huurders te verkopen. Corporaties zeggen toe om met voorrang een deel van hun (nieuwe) middenhuurwoningen toe te wijzen aan doorstromers uit de sociale huursector. Corporaties zetten meer doorstroom- en seniorenmakelaars in om (oudere) huurders te begeleiden naar beter bij hen passende woningen, waaronder koopwoningen, zorgwoningen en geclusterde woonvormen. Corporaties kunnen, conform de bestaande regeling, een inkomensafhankelijke hogere huurverhoging (IAH) doorvoeren. orporaties, gemeenten en huurders leggen het gebruik van de inkomensafhankelijke hogere huurverhoging in lijn met bovenstaande concreet vast in de lokale prestatieafspraken.

Kwaliteit en duurzaamheid • In 2050 is er geen CO2-uitstoot meer in de gebouwde omgeving. Alle woningen moeten op termijn van het aardgas af en op een andere bron overstappen voor verwarming en warm water. Bij verduurzaming wordt ook de kwaliteit en het comfort van de woning verbeterd. • Het is essentieel dat alle partijen op de woningmarkt meedoen aan de energietransitie. Naast corporaties moeten dus ook VvE’s, eigenaar-bewoners, particuliere verhuurders en beleggers in actie komen. • Tot en met 2030 worden 1,5 miljoen bestaande woningen via de wijkgerichte aanpak verduurzaamd. Corporaties zijn verantwoordelijk voor hun deel hiervan. De wijkgerichte aanpak vindt plaats onder regie van gemeenten en steunt in belangrijke mate op de transitievisie Warmte. • Corporaties staan voor de opgave om uiterlijk in 2030 450.000 bestaande woningen aardgasvrij te maken. • De ambitie van het kabinet is dat er in 2030 in totaal 1 miljoen huurwoningen toekomstklaar geïsoleerd zijn, waarvan 675.000 corporatiewoningen. De Standaard voor woningisolatie geldt als referentie voor toekomstklaar. • Uiterlijk in 2028 zijn alle E, F en G-labels uit de corporatiesector verdwenen (uitgezonderd monumenten en te slopen woningen). •

Corporaties hebben zich eraan gecommitteerd om in alle woningen met label D of beter waar de cv-ketel moet worden vervangen, de cv-ketel in principe te vervangen door een duurzamer alternatief.

23

•

•

•

•

De corporaties doen een redelijk voorstel aan huurders voordat zij een verduurzamingsproces mogen starten. In de praktijk wordt een voorstel redelijk geacht als 70% van de huurders hiermee heeft ingestemd. Als vertegenwoordiger van de huurders zet de Woonbond zich ervoor in om voorlichting te geven over het nut en de noodzaak van verduurzaming, en geeft zij steun aan goede verduurzamingsvoorstellen. Gemeenten investeren in duurzaamheid en/of levensloopgeschiktheid in het openbaar gebied rond de woningen van de corporaties indien corporaties in haar groot-onderhoudprojecten investeert in duurzaamheid (o.a. klimaatadaptatie en afval). Corporaties committeren zich eraan dat er vanaf 2026 geen woningen meer zijn met een slechte staat van onderhoud (categorie 5 of 6), tenzij er voor deze woningen concrete sloopplannen zijn.

Leefbaarheid • De aangepaste Woningwet van 1 januari 2022 biedt corporaties de ruimte om, samen met anderen, een op buurten en wijken gerichte gebiedsgerichte aanpak mogelijk te maken. Het verbeteren van de leefbaarheid vraagt van corporaties naast investeringen in het verbeteren van de woningkwaliteit, ook investeringen in wijk- en sociaal beheer in de wijk. Er moet geïnvesteerd worden in het realiseren van buurtkamers, waar corporaties, gemeenten en zorg-, welzijns- en veiligheidspartijen samen met bewoners lokaal verankerd zijn. Daarnaast moet er geïnvesteerd worden in activiteiten die bijdragen aan de sociale samenhang en ontmoeting in de wijk tussen bewoners. • Corporaties hebben bij de uitvoering van hun taken in het sociale domein in voorkomende gevallen een noodzaak om bijzondere persoonsgegevens te kunnen delen en te verwerken om hun huurders zo goed mogelijk te kunnen ondersteunen en woonoverlast te voorkomen. De Woningwet biedt hiertoe op dit moment onvoldoende grondslag. Het Rijk komt met aangepaste wetgeving. • De herstructurering van corporatiebezit kan niet los worden gezien van de benodigde vernieuwing van de particuliere voorraad. Voor herstructurering is het belangrijk dat onder regie van de gemeente synergie wordt gerealiseerd bij het zoveel mogelijk gezamenlijk en gelijktijdig aanpakken van de corporatievoorraad en de particuliere voorraad in wijken.

Daarbij heeft ieder een eigenstandige rol. Corporaties zijn bovenal verantwoordelijk voor de corporatievoorraad. Het is aan gemeenten om hier samen met corporaties en andere betrokken partijen op te

sturen door gezamenlijk afspraken te maken over de kwaliteit van woningen, aantallen en locaties van te herstructureren woningen. Wonen en zorg, aandachtsgroepen • Specifieke aandacht is nodig voor de ondersteuning van de woonbehoeften van ouderen. Samenwerking nodig tussen alle partners, inzet van corporaties is belangrijk. Gemeenten hebben hier nadrukkelijk een taak in het kader van zorg en begeleiding. Een onderdeel van woonzorgvisies is de leefomgeving en voldoende aanbod van voorzieningen. • Corporaties zorgen ervoor dat er tot en met 2030 versneld 50.000 eenheden worden gerealiseerd in geclusterde woonvormen in de bestaande bouw dan wel de nieuwbouw, speciaal voor ouderen uit de doelgroep van woningcorporaties. Deze zijn voorzien van in ieder geval een gezamenlijke ontmoetingsruimte, waarbij de gemeente bijdraagt aan het faciliteren van ontmoeten en de organisatie van welzijn. • Corporaties investeren tot en met 2030 jaarlijks € 40 miljoen in het levensloopbestendig maken van bestaande woningen om het mogelijk te maken dat mensen langer zelfstandig kunnen blijven wonen. Daarnaast zetten corporaties zich onverminderd in voor de bouw van en transformatie naar nultredenwoningen. • Partijen komen een landelijk kader overeen om de doorstroming van ouderen te stimuleren.

Hierbij valt onder andere te denken aan huurgewenning, een verhuismakelaar, bewustwordingscampagnes, voorrangsregelingen en een verhuiskostenvergoeding. • De leefbaarheid in wijken en buurten wordt negatief beïnvloed wanneer er een te hoge concentratie is van huishoudens in een kwetsbare positie. Om dit te voorkomen, is het nodig dat alle gemeenten hun ‘fair share’ leveren in het huisvesten van aandachtsgroepen zoals dak- en thuisloze mensen, mensen die uitstromen uit een intramurale (zorg)instelling of detentie, statushouders en mensen met sociale of medische urgentie. • Alle gemeenten gaan verordeningen opstellen waarmee zij met voorrang dak- en thuisloze mensen, mensen die uitstromen uit een intramurale (zorg)instelling of detentie en mensen met sociale of medische urgentie gaan huisvesten.

24

Bijlage 4| Begrippen en definities Bereikbaarheid De mate waarin de EU-doelgroep in aanmerking komt voor een sociale huurwoning. Voorbeeld: het verlagen van huurprijzen onder liberalisatiegrens maakt desbetreffende woningen bereikbaar voor de EU-doelgroep. Beschikbaarheid De mate waarin sociale huurwoningen voorradig zijn voor de EU-doelgroep. Voorbeeld: het verlagen van de huurprijzen onder de liberalisatiegrens maakt desbetreffende woningen bereikbaar voor de EU-doelgroep, maar pas beschikbaar na mutatie. Betaalbare woningvoorraad De betaalbare woningvoorraad betreft alle huurwoningen met een subsidiabele huur tot de tweede aftoppingsgrens (aftoppingsgrens voor drie of meer personen). De aftoppingsgrens voor één- en tweepersoonshuishoudens (eerste aftoppingsgrens) is € 650,43 en € 697,07 voor huishoudens die uit drie of meer personen bestaan (tweede aftoppingsgrens), prijspeil 2024. Het gedeelte van de huur dat boven de aftoppingsgrens uitkomt, wordt bij meerpersoonshuishoudens niet meegenomen voor het vaststellen van de hoogte van de huurtoeslag. Ouderenhuishoudens, alleenstaanden en gehandicapten krijgen van het huurdeel boven de aftoppingsgrens 40% vergoed. Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang (BW/MO) Beschermd wonen is bedoeld voor mensen die niet (meer) zelfstandig kunnen wonen vanwege langdurige psychiatrische en/of verslavingsproblemen.

Bewoners ontvangen persoonlijke verzorging, ondersteunende begeleiding en verblijf. Patiënten wonen beschut/beschermd, bijvoorbeeld in geclusterd- of groepswonen, dichtbij of in het ‘moederhuis’, kleinschalige beschermde woonvormen, dependances. Maatschappelijke opvang is het tijdelijk onderdak en begeleiding bieden aan personen, die door een of meer problemen, al dan niet gedwongen, niet meer thuis kunnen wonen en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving (onder andere dag- en nachtopvang dak- en thuislozen). DAEB/niet-DAEB Diensten van algemeen economisch belang of Niet-Diensten van algemeen economisch belang zoals beschreven in Woningwet.

Doorstroming/doorstromer Een doorstromer is een woningzoekende die zelfstandige woonruimte vrij achterlaat of iemand die (wanneer dit aantoonbaar is) na een echtscheiding of na het verbreken van een andere samenlevingsvorm op zoek is naar zelfstandige woonruimte. Energie-Index/Energielabel Het energielabel laat de energieprestatie van een woning zien en welke energiebesparende maatregelen mogelijk zijn. Het (definitief) energielabel is per 1 januari 2015 verplicht bij de verkoop of verhuur en oplevering van woningen. De labelklasse loopt van A (weinig besparingsmogelijkheden) naar G (nog veel besparingsmogelijkheden). Per 1 januari 2015 moeten woningcorporaties de Energie-Index hanteren (verplichting in verband met het woningwaarderingsstelsel (WWS). Per 01 januari 2021 zijn de bepalingsmethoden voor het oude energielabel, de energieindex en de EPC vervangen door één nieuwe bepalingsmethode, de NTA 8800. Deze methode voldoet aan de Europese richtlijn Energieprestatie Gebouwen (EPBD). Energielasten De energierekening van huishoudens bestaande uit zowel variabele kosten, die afhankelijk zijn van het energieverbruik, als vaste kosten, zoals netbeheer en vastrecht. EU-doelgroep Eenpersoonshuishoudens met een inkomen tot € 47.699 en meerpersoonshuishoudens met een inkomen tot € 52.671 (prijspeil 2024).

Europese afspraken (staatssteun) Met artikel 48 van de Woningwet en artikel 16 van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (Btiv 2015) geeft de rijksoverheid invulling aan het besluit van de Europese Commissie (EC) van 15 december 2009. In dit besluit zijn de voorwaarden vastgelegd waaronder toegelaten instellingen in aanmerking kunnen komen voor staatssteun(compensatie). Huurbeleid/Streefhuurbeleid De woningcorporatie heeft een aantal knoppen om aan te draaien, als zij invloed wil uitoefenen op de huurprijsstelling: de jaarlijkse huuraanpassingen per 1 juli, huurharmonisatie bij mutatie, het vaststellen van aanvangshuren bij nieuwbouw en het vaststellen van huurverhogingen bij renovatie. Dit leggen de corporaties vast in het huurbeleid. De meeste corporaties hanteren een streefhuur als grondslag voor huurprijswijzigingen.

25

Huurlasten Het betreft hier de rekenhuur ofwel subsidiabele huur. Deze bestaat uit de kale huurprijs waarbij de subsidiabele servicekosten zijn opgeteld. Dit zijn servicekosten die in de berekening van de huurtoeslag meegeteld mogen worden. Inkomensafhankelijke huurverhoging Corporaties hebben op basis van de wet Doorstroming sociale huurwoningen 2015 de mogelijkheid een extra huurverhoging toe te passen voor de hoogste inkomensgroep (inkomen boven € 52.753 voor eenpersoonshuishouden) of € 61.046 voor meerpersoonshuishouden), prijspeil 2024). Inkomenskaart Overzicht van inkomensondersteunende voorzieningen voor mensen met (mogelijk) financiële problemen. Jongeren Personen met een leeftijd onder de 23 jaar. Levensloopgeschikt Definitie levensloopgeschikte grondgebonden woning Een woning die geschikt is voor bewoning in alle levensfasen. De woning is rollator toeen doorgankelijk voor mensen met een lichamelijke beperking. Alle primaire leefruimten (woonkamer, keuken, slaapkamer, badkamer, toilet) bevinden zich op de begane grond. De leefruimten zijn zowel inpandig als vanuit het aansluitende terrein zo veel mogelijk drempelloos toegankelijk. Definitie levensloopgeschikt appartement Een woning die geschikt is voor bewoning in alle levensfasen. De woning is rollator toeen doorgankelijk voor mensen met een lichamelijke beperking.

Alle primaire leefruimten (woonkamer, keuken, slaapkamer, badkamer, toilet) bevinden zich op dezelfde verdieping. De leefruimten zijn zowel inpandig als vanuit het aansluitende terrein zo veel mogelijk drempelloos toegankelijk. Daarnaast zijn woongebouwen voorzien van automatische deuropeners op de deuren naar verkeersruimten. Er is voldoende bereikbare stallingsruimte voor zowel fietsen met een hulpmotor als scootmobiels.

Zie bijlage 5 voor de richtlijnen waaraan (bestaande) levensloopgeschikte en rolstoelgeschikte woonruimten minimaal vanuit de Huisvestingverordening en aanvullende afspraken aan moeten voldoen. Passendheidstoets Op grond van artikel 46, lid 2 van de Woningwet en het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (Btiv 2015) moeten woningcorporaties aan ten minste 95% van de huishoudens met een inkomen tot de passendtoewijzengrens woningen verhuren met een huurprijs tot en met de bijbehorende aftoppingsgrens. Vanaf 2022 is het mogelijk om de marge van 5% te compenseren met het volgende jaar. Huurprijsgrenzen passend toewijzen De inkomensgrenzen geven aan tot welke inkomen de passendheidstoets van toepassing is. Voor het inkomensbegrip wordt aangesloten bij de fiscale begrippen. Uitgangspunt is het verzamelinkomen in het berekeningsjaar op basis van de Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001), of wanneer bij betrokkene geen inkomstenbelasting wordt geheven, het belastbare loon volgens de Wet op de loonbelasting 1964.

Inkomensgrenzen met bijbehorende huurprijsgrens (2024): Eenpersoons onder de AOW-gerechtigde leeftijd € 27.725 Meerpersoons onder de AOW-gerechtigde leeftijd € 37.625 Eenpersoons boven de AOW-gerechtigde leeftijd € 27.225 Meerpersoons boven de AOW-gerechtigde leeftijd € 36.675 Middeldure huurwoning Woning met een huurprijs tussen de liberalisatiegrens en maximaal € 1.157,95. De maximale huurgrens is gekoppeld aan 144 t/m 186 punten conform het landelijk woningwaarderingssysteem. Sociale voorraad Het aantal woningen (zelfstandig en onzelfstandig) met een actuele subsidiabele huurprijs beneden de liberalisatiegrens of maximale huurgrens (€ 879,66 prijspeil 2024). Tot de kernvoorraad behoren ook woningen die vanwege de inkomensafhankelijke huurverhoging een huur kennen boven de liberalisatiegrens, mits deze woningen bij mutatie weer een sociale huur hebben.

26

Scheefwonen - scheefwoners Er is sprake van goedkoop scheefwonen de bewoner te veel verdient om in een sociale huurwoning te mogen wonen. Er is sprake van duur scheefwonen wanneer een huishouden met een inkomen onder de inkomensgrens waarop de passendheidstoets van toepassing is, woont in een huurwoning met een huurprijs boven de toepasselijke aftoppingsgrens. Woningtoewijzing Eén van de criteria overeengekomen met de EC is dat vanaf januari 2022 tenminste 92,5% van de vrijkomende sociale huurwoningen worden toegewezen aan eenpersoonshuishoudens met een inkomen van maximaal € 47.699 of door een meerpersoonshuishouden met een inkomen van maximaal € 52.671 (prijspeil 2024). Tenzij in de afspraken anders is overeengekomen.

27

Bijlage 5| Richtlijnen levensloopgeschikte en rolstoelgeschikte woonruimten (Gebaseerd op ARTIKEL 8 VAN DE HUISVESTINGSVERORDENING GEMEENTE WIJCHEN 2024) In rood de maatregelen die versoepeld zijn sinds 2019. Rollatorgeschikte woonruimten 1. Goed bereikbare entree a. De entree van de woonruimte dient goed bereikbaar te zijn, dat wil zeggen dat een bewoner/ bezoeker die gebruik maakt van loophulpmiddelen de woning goed moet kunnen gebruiken. b. De toegangsroute naar een woning dient verhard en voldoende stroef te zijn c. Breedte van de toegangsroute dient groter dan 900 mm te zijn. d. Hoogteverschil dient kleiner dan 250 mm te zijn, te overbruggen met helling niet steiler dan 1:12. e. De toegangsroute naar een woongebouw dient verhard en voldoende stroef te zijn. f. Breedte van de toegangsroute groter dan 1200 mm. g. Hoogteverschil tussen 250 en 500 mm, te overbruggen met een helling niet steiler dan 1:12. h. Hoogteverschil vanaf openbare weg mag niet meer zijn dan 500 mm. i. Bij appartementen dient een lift aanwezig te zijn voor woonruimten die niet op de begane grond liggen. j. Aan de buitenzijde van de voordeur dient een vrije ruimte van minimaal 1200 x 1200 mm te zijn, op waterpas niveau. Minimaal 1,10 bij 1,10 m is ook goed. Aan de binnenzijde minimaal 1200 m breed en 1500 mm diep met ruimte voor een garderobe. 2. Indeling.

Alle primaire ruimten (woonkamer, keuken, toilet, hoofdslaapkamer en badkamer) dienen op één bouwlaag te liggen. Als er verblijfsruimten op meer dan één bouwlaag liggen, zijn ze onderling verbonden door een veilige trap. Als de primaire ruimten (woonkamer, keuken, toilet, hoofdslaapkamer en badkamer) op meer dan één bouwlaag liggen, moet tevens de mogelijkheid aanwezig zijn om een traplift aan te brengen. 3. Drempels en draaicirkels a. In de woonruimte zijn lage (max. 20 mm) of geen drempels. Dat geldt ook voor de toegangsdeuren tot de woonruimte of het woongebouw (in het geval van appartementen e.d.).

b.

4.

5.

Als dat laatste niet mogelijk is, dienen hogere drempels door een hellingbaan te worden overbrugd. Er mogen geen schegplaten/hellingbanen in de woning aanwezig zijn. Behalve achter/voor de voordeur. c. De afmetingen van de keuken, hoofdslaapkamer en badkamer dienen zodanig te zijn dat een draaicirkel van 1200 mm mogelijk is. d. In het geval van een afzonderlijk toilet dient de toegangsdeur bij voorkeur haaks op de lengterichting van de toiletpot te staan. De vertrekken a. Voor alle vertrekken geldt dat alle deurposten minimaal 750 mm breed zijn. b. Een woonruimte van minimaal 19 m2 en een breedte van minimaal 3,30 m, ruimte voor zitten en eten, voldoende vrij uitzicht. c. Een privé buitenruimte (balkon, terras) van minimaal 2000 x 1200 mm, met de bereikbaarheid conform punt 1c. Drempel naar buitenruimte wordt niet als eis gezien. Deze hoeft dus niet te voldoen aan reguliere eisen voor drempels. d. Een open of gesloten keuken met een aanrechtlengte van bij voorkeur 2400 mm en een vrije ruimte achter het aanrecht van minimaal 1200 mm diep. e. Een hoofdslaapruimte van minimaal 10 m2, een breedte van minimaal 2700 mm, een vrije bewegingsruimte aan minimaal één lange zijde van een tweepersoonsbed en naar een garderobe kast van minimaal 800 mm. f. Een badruimte met een bij voorkeur drempelloze douche, wastafel en toilet, en antislipvloer. g.

Wanneer sprake is van drie of meer slaapkamers een apart tweede toilet van minimaal 1100 mm x 850 mm. Indien sprake is van een woongebouw (zoals bij appartementen) dienen de volgende voorzieningen te worden getroffen: a. De aanwezigheid van een intercom/videofoon. b. Een goede verlichting in de hal, trappenhuizen, bergingen, enz. c. Een goed voor rollatorgebruikers bereikbare entree. d. Een goed voor rollatorgebruikers bereikbare berging. e. Bij de entree van het woongebouw een vrije ruimte aan de buitenzijde van minimaal 1500 mm x 1500 mm, op waterpas niveau.

28

f.

6.

In de entreehal een vrije ruimte van 1500 x 1500 mm excl. een vaste zitplaats voor 2 personen. g. Een lift met een binnenbreedte van minimaal 900 mm breed en 1300 mm diep, met schuifdeur of automatische deur. h. Verkeersruimten (gangen, galerijen e.d.) van minimaal 1200 mm breed. 1100 mm is ook goed. i. Licht of elektrisch bedienbare deuren van minimaal 800 mm breed en drempelloos dan wel met een lage drempel. j. Een stalling en oplaadpunt voor een scootmobiel. Oplaadpunt kan ook bijvoorbeeld in de berging zijn. Hoeft niet gerealiseerd te worden voor elke woning. In de woonruimte dient voldoende comfort (binnenklimaat) te zijn. Indien sprake is van een woongebouw dient dit gebouw voldoende veiligheid (sociale veiligheid, valveiligheid) binnen en buiten de woonruimte te bieden.

e.

9.

Een badruimte met extra ruimte in voor de grotere draaicirkel van een rolstoel en extra parkeerruimte naast closet en douchezitje. Doorgankelijkheid woongebouw (zoals bij appartementen): a. Alle deuropeningen dienen minimaal 850 mm breed en drempelloos te zijn. Indien dit niet anders kan, dient een drempel maximaal 20 mm hoog te zijn. b. Verkeersruimten (gangen, galerijen e.d.) van minimaal 1500 mm breed. Bij voorkeur licht of elektrisch bedienbare deuren van minimaal 850 mm breed en drempelloos. c. Een goed voor rolstoelgebruikers bereikbare berging met een bergingsgang van minimaal 1100 mm breed.

Corporaties kunnen overeenkomstig certificaat A (rollatorgeschikt) van het Handboek WoonKeur Bestaande Bouw aanvullende eisen stellen. Rolstoelgeschikte woonruimten Naast de hierboven voorschriften voor levensloopgeschikte woningen gelden voor rolstoelgeschikte woonruimten de volgende aanvullende voorschriften: 7. Goed bereikbare entree: a. De bezoekbaarheid van de woning dient goed te zijn, dat wil zeggen dat een bewoner/bezoeker die gebruik maakt van een rolstoel de woning goed moet kunnen gebruiken. b. Aan de buitenzijde van de voordeur dient een vrije ruimte van minimaal 1500 mm x 1500 mm te zijn, op waterpas niveau. Aan de binnenzijde eveneens minimaal 1500 mm x 1500 mm diep met ruimte voor een garderobe. 8. De vertrekken: a. Een privé buitenruimte (balkon, terras) van minimaal 2000 mm x 1500 m. b. Een hoofdslaapruimte van minimaal 12 m2, een breedte van minimaal 3000 mm, een vrije bewegingsruimte aan minimaal één lange zijde van een tweepersoonsbed en naar een garderobekast van minimaal 900 mm; c. De afmetingen van de keuken, hoofdslaapkamer en badkamer dienen zodanig te zijn dat een draaicirkel van 1500 mm mogelijk is. d. Het aanrecht dient onderrijdbaar te zijn voor iemand in een rolstoel.

29

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=49a35c57-ae92-45da-a0cd-1054e657af6d