Bijlage_OAB gemeente Wijchen 2023-2026
Tekst van het document
Kansengelijkheid voor jonge kinderen Onderwijsachterstandenbeleid gemeente Wijchen 2023-2026
1
Inhoudsopgave 1
Inleiding......................................................................................................................................... 3
2
Huidige stand van zaken en kaders ................................................................................................ 4
3
Visie op OAB .................................................................................................................................. 8
4
Beleid start OAB via ve: Doelgroepdefinitie en toeleiding ........................................................... 10
5
Gemeentelijk beleid ve vanaf 2023 .............................................................................................. 12
6
Overdracht en doorgaande lijn VVE ............................................................................................. 19
7
Opbrengsten VVE in beeld: Resultaatafspraken ........................................................................... 22
8
OAB in het onderwijs ................................................................................................................... 24
9
Financiën ..................................................................................................................................... 26
10
Samenwerking en structuur OAB ................................................................................................. 28
Bijlage 1
Indicering- en toeleidingschema ve in Wijchen ......................................................... 30
2
1
Inleiding
OnderwijsAchterstandenBeleid (kortweg OAB) heeft landelijk een cyclus van vier jaar. Dit betekent dat het Rijk in perioden van vier jaar beleid formuleert, beschikbare middelen verdeelt over gemeenten en schoolbesturen en na afloop van de vier jaar het niet ingezette financiële deel terugvraagt van gemeenten. De afgelopen OAB-periode was van 2019 tot en met 2022. Vanaf 1 januari 2023 gaat de nieuwe beleidsperiode van vier jaar in. Het Rijk heeft aangekondigd dat er geen grote inhoudelijke of financiële veranderingen gaan plaatsvinden. De gemeente Wijchen heeft in het verleden een OAB-plan opgesteld voor 2018-2021. De gemeente Wijchen heeft dit plan eind 2021/begin 2022 met de OAB-partners in de Lokaal Educatieve Agenda (LEA) geëvalueerd en vastgesteld welke onderdelen goed verlopen en welke onderdelen verbeteringen behoeven. Dit is de grondslag geweest voor deze nieuwe OAB-beleidsnotitie. In dit stuk staan onze visie, doelen en beleidsuitgangspunten voor OAB voor de komende vier jaar. We hebben dit stuk in nauwe samenwerking met onze OAB-partners opgesteld, zodat er groot draagvlak is om dit samen goed ten uitvoer te brengen. Onderzoeksbureau Oberon heeft ons hierbij ondersteund.
3
2
Huidige stand van zaken en kaders
2.1 Wat is OAB? De gemeente ontvangt vanuit het Rijk een specifieke uitkering om onderwijsachterstanden te bestrijden. Hierbij zijn enkele wettelijke taken geformuleerd, zie Wet Primair Onderwijs (WPO) artikel 158 t/m 160. De Onderwijsinspectie ziet toe of gemeenten en OAB-partners de wettelijke taken voldoende uitvoeren. OAB valt uiteen in de volgende onderdelen: 1. Peuteropvang is in Wijchen kortdurende educatieve opvang gericht op taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling voor kinderen van 2 tot 4 jaar. Kortdurend houdt in: 4 uur per dag op twee weekdagen, totaal dus 8 uur in de week voor een peuter, gedurende 40 weken. Peuteropvang is gericht op ontwikkelingsstimulering en voorbereiding op de basisschool. Peuteropvang draagt bij aan de (taal)ontwikkeling van de peuters. Dit wordt bereikt door het bieden van gevarieerde en aansprekende (educatieve) activiteiten die afgestemd zijn op de leeftijd en het ontwikkelingsstadium van de peuters. Peuteropvang speelt een belangrijke rol in de sluitende en eenduidige aanpak van de begeleiding van kinderen in de leeftijd van 0 tot 6 jaar binnen het Jeugdbeleid van de gemeente Wijchen. 2. Voorschoolse Educatie (ve) is stimulering van de brede ontwikkeling met focus op taalontwikkeling van peuters (2,5- 4 jaar) en valt onder de verantwoordelijkheid van gemeenten.
Peuters en kleuters met een taal (en ontwikkelings) achterstand noemen we doelgroepkinderen voor de voor- en vroegschoolse educatie (VVE). VVE-peuters gaan meer dagdelen naar de peuteropvang dan niet VVEpeuters. Als een organisatie ervoor kiest om een kinderopvanglocatie aan te merken als een velocatie, moet er gewerkt worden met een verrijkt (VVE)-programma en worden er hogere eisen gesteld aan de pedagogisch medewerkers die voor de groep staan. Gemeenten moeten zorgen voor een kwalitatief goed aanbod ve dat ook goed verspreid is binnen de gemeente. 3. Toeleiding en bereik ve gaat over het ondersteunen van ouders van geïndiceerde jonge kinderen om naar een ve-locatie toe te gaan. De gemeente is ervoor verantwoordelijk dat in afstemming met oab-partners de juiste peuters aangewezen worden voor een verrijkt aanbod (doelgroepdefinitie). Vervolgens dient de gemeente ervoor te zorgen dat de ouders van deze peuters gestimuleerd en toegeleid worden naar een ve-locatie. In de praktijk wordt er meestal voor gekozen dat het consultatiebureau jonge kinderen vlak voor hun tweede verjaardag indiceert op (risico op) (taal)achterstand. Na deze indicering informeert het consultatiebureau ouders over de aanwezige ve-locaties.
In sommige gemeenten wordt de toeleiding naar ve uitgebreid met aanvullende toeleidingsactiviteiten, bijvoorbeeld door het aanstellen van een VVE-coördinator, wervingsactiviteiten via welzijnsactiviteiten of extra informatie in bibliotheken. Tabel 1 geeft inzicht in het bereik van peuters in Wijchen in 2016, 2019 en eind 2022. Hieruit blijkt dat deelname aan peuteropvang dalend is en kinderopvang licht stijgend (landelijke trend, conjunctuurgevoelig).
4
Tabel 1: bereik peuters (2 en 3 jarigen) in Wijchen 2016, 2019 en 2022 1-1-2016 Aantal In%
1-1-2019 Aantal In%
1-11-2022 Aantal In%
Aantal peuters
776
100%
748
100%
682
100%
In peuteropvang
327
42%
244
33%
172
25%
In kinderdagopvang Non-bereik*
354
46%
350
47%
339
50%
95
12%
154
20%
171
25%
* kinderen gaan naar gastouderopvang, opvang buiten gemeente Wijchen, informele opvang, of blijven thuis.
4. Vroegschoolse Educatie is stimulering van de brede ontwikkeling met focus op taalontwikkeling bij kleuters (4-6 jaar) en valt onder de verantwoordelijkheid van het basisonderwijs. Het onderwijs mag vroegschoolse educatie naar eigen inzicht inrichten. De Onderwijsinspectie controleert of VVEkleuters een rijk taalaanbod krijgen. De enige verantwoordelijkheid die gemeente en schoolbesturen samen hebben ten aanzien van vroegschoolse educatie is het maken en monitoren van de opbrengsten van vroegschoolse educatie (zogenaamde resultaatafspraken). 5. Doorgaande lijn VVE is de manier waarop een logische, inhoudelijke leerlijn voor jonge kinderen tussen 2,5 en 6 jaar wordt georganiseerd door ve-locaties en basisscholen. Ook een goede overdracht van kindgegevens hoort hierbij. De gemeente is wettelijk verantwoordelijk voor de doorgaande lijn. Hierover maakt ze afspraken met in ieder geval de voorschoolse aanbieders en bij voorkeur ook met de basisscholen. 6. Taalstimulering in het basisonderwijs is inhoudelijk de verantwoordelijkheid van scholen. De overheid heeft hierbij bepaald dat gemeenten vanuit hun geoormerkte OAB-middelen financieel mogen bijdragen onder bepaalde voorwaarden. Taalstimulering geldt als voorwaarde voor kinderen met een taalachterstand in de Nederlandse taal. Bovendien dient de activiteit uitgevoerd te worden in een schoolse setting in of buiten schooltijd.
Veel voorkomende en mede door de gemeente gefinancierde taalactiviteiten zijn verlengde schooldagen, zomerscholen en schakelklassen. 7. Afspraken over integratie, segregatie, toelatingsprocedure basisonderwijs en verdeling onderwijsachterstandsleerlingen zijn onderwerpen waarover minimaal jaarlijks overlegd moet worden tussen gemeente en schoolbestuurders en waarover men met elkaar afspraken moet maken. 2.2 Ve-locaties in Wijchen Op 1 januari 2022 telt de gemeente Wijchen 682 peuters (2 en 3 jaar). Dat zijn ongeveer 512 peuters in de leeftijdsperiode 2,5 tot 4 jaar (75%). Het betreft volgens het CBS ongeveer 465 peuters zonder een VVE-indicatie en ongeveer 50 peuters met een VVE-indicatie (9,7% van het totaal aantal
5
peuters)1. De gemeente Wijchen werkt voor het verzorgen van voorschoolse educatie samen met één lokale ve-aanbieder, De Eerste Stap. De gemeente heeft De Eerste Stap aangewezen als uitvoerder van de (ve)-peuteropvang, hetgeen wordt beschouwd als een dienst van algemeen economisch belang (DAEB besluit). Hierdoor kan de gemeente achteraf de werkelijke kosten van de aanbieder vergoeden. De Eerste Stap biedt 9 locaties peuteropvang aan. Hiervan zijn er 7 in de kern Wijchen die tevens ve locatie zijn. De peuteropvanglocaties in Alverna en Bergharen zijn geen velocatie. 2.3 Basisonderwijs in Wijchen In de gemeente is één schoolbestuur gehuisvest, Kans & Kleur, met 14 basisscholen. Volgens de landelijke definitie van het CBS loopt ongeveer 10% van de in Wijchen schoolgaande leerlingen (300 van de 3.035, waarvan 275 in de kern Wijchen) een risico op een onderwijsachterstand2. Deze leerlingen zijn geconcentreerd op vier van de 14 basisscholen in de gemeente. Dit zijn de Paulusschool en de Buizerd, beiden gelegen in de Wijchen-Noord, de Antoniusschool in Alverna en het Zuiderpad in Wijchen-Zuid. Dit zijn de vier scholen waar de achterstandsscore3 relatief hoog is. Het schoolbestuur ontvangt jaarlijks bijna € 200.000 aan niet-geoormerkte OAB-middelen voor de 14 scholen in de gemeente Wijchen.
Als er 300 kinderen van groep 1 t/m 8 een risico lopen op onderwijsachterstanden, zijn dit voor de kleuterperiode groep 1 en 2 naar schatting 75 kleuters met een risico op achterstand in Wijchen. In figuur 1 is weergegeven waar de concentratie risicokinderen tussen 2,5-12 jaar zich bevindt in de gemeente Wijchen volgens het CBS. Op deze afbeelding is de concentratie in de Wijchen-Noord duidelijk zichtbaar. Figuur 1: concentratie risicokinderen op onderwijsachterstanden (CBS, 2021)
Hoe paarser een gebied, des te meer kinderen wonen met een risico op onderwijsachterstanden. De gele vlakken hebben geen betekenis. 1 https://dashboards.cbs.nl/v4/onderwijsachterstanden/ 2 Op basis van bestaande landelijke databronnen zijn risico’s op onderwijsachterstanden door het CBS ingeschat. Ze gebruiken anno 2022
de volgende data hiervoor: wat is opleiding van de ouders, wat is herkomstland van de ouders, hoe lang wonen de ouders in Nederland en zitten ouders in de schuldsanering. 3 Dit is de score op basis waarvan het ministerie van OCW middelen uitkeert aan scholen en gemeenten en die een vertaling is van de risico’s op onderwijsachterstanden onder de leerlingen van de school.
6
2.4 Huidige en nieuwe landelijke kaders VVE Er bestaan een aantal landelijke ontwikkelingen waar de gemeente Wijchen rekening mee moet houden in de vormgeving van het OAB vanaf 2023: 1. OAB kader Rijk 2023-2026 Vanaf 1 januari 2023 is een nieuwe OAB-periode gestart die loopt tot en met 2026. Het huidige kabinet heeft geen grote wijziging voorgesteld ten opzichte van de OAB-periode 2019-2022. Men heeft aangekondigd te streven naar een hoger bereik van voorschoolse educatie en dat ouders beter betrokken worden bij VVE. Deze voornemens worden momenteel verder uitgewerkt door het Ministerie van OCW en zullen naar verwachting in 2023 naar buiten komen. Indien nodig passen we deze beleidsnotitie hierop aan. Het zullen naar verwachting minimale wijzigingen zijn. 2. Thema-onderzoek Onderwijsinspectie wettelijke taken OAB Medio december 2022 verscheen het rapport van de Onderwijsinspectie naar een apart gehouden onderzoek in welke mate gemeenten invulling geven aan de wettelijk verplichte bestuurlijke overlegthema’s, zoals beschreven in WPO artikel 160 en 1614. Het onderzoek laat zien dat er bestuurlijk behoorlijk verschillend gesproken wordt over de wettelijke overlegthema’s in Nederland. De Onderwijsinspectie roept het kabinet op dit wetsartikel te herzien. Het is nu verder afwachten hoe het kabinet hierop gaat reageren. 3.
Afschaffen inkomensafhankelijke ouderbijdrage kinderopvang Als nasleep van de kinderopvangtoeslagaffaire heeft het huidige kabinet aangekondigd dat vanaf circa 2025 het stelsel flink op de schop gaat. Vanaf 2025 is de verwachting dat alle ouders met recht op kinderopvangtoeslag een minimale ouderbijdrage gaan betalen voor kinderopvang van 4% van het dan geldende maximaal fiscaal tarief, dat dan tegen de € 10 per uur zal zijn. De overige kosten tot het fiscaal maximum worden door het Rijk gefinancierd. Ouders blijven het gedeelte van de uurprijs dat boven het fiscaal tarief uitkomt zelf betalen, naast de hierboven genoemde 4% van het fiscaal tarief. Gemeenten bieden nu vaak een soortgelijk aanbod aan voor ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag en zullen zich rond 2024 ook moeten oriënteren of, en hoe zij dit aanbod in stand houden. Het is op dit moment niet duidelijk of gemeenten gecompenseerd gaan worden door het Rijk om ook voor niet werkende ouders een lagere ouderbijdrage te financieren. Door de stelselwijziging wordt kinderopvang toegankelijker voor werkende ouders, waardoor de verwachting is dat er een toename naar de vraag gaat komen. Gegeven de huidige krapte in personeel in de kinderopvang en ve geeft dit grote zorgen bij huidige aanbieders van kinderopvang/ve. Het risico bestaat op een segregatie van peuters van werkende en niet werkende ouders.
De OAB-partners gaan met elkaar in 2024 deze nieuwe ontwikkelingen goed volgen en de benodigde actie ondernemen om ve goed toegankelijk te houden. In het kader van kansengelijkheid is dit namelijk van groot belang.
4
https://wetten.overheid.nl/BWBR0003420/2022-08-01#HoofdstukI
7
3 Visie op OAB We starten met het benoemen vanuit welk vertrekpunt wij OAB opstellen en met elkaar gaan uitvoeren. Onderstaande visie geldt als een meerjarenuitgangspunt van waaruit de partners samenwerken. De partners zetten zich gezamenlijk hiervoor in en delen de verantwoordelijkheid om deze visie te verwezenlijken. De gezamenlijke gedeelde visie luidt: In de gemeente Wijchen vinden wij het belangrijk dat alle kinderen zich kunnen ontwikkelen, passend bij hun vermogen. Het vergroten van de kansen voor kinderen met (taal)achterstanden maakt hier een belangrijk onderdeel van uit. We leggen voor het bestrijden van onderwijsachterstanden de focus op jonge kinderen (2-6 jaar). Jonge kinderen met (taal)achterstand krijgen onder andere aan de hand van VVE-programma’s extra ondersteuning die hen helpt bij het inlopen van hun (taal)achterstand. De gemeente Wijchen zet met het OAB dus in op het voorkomen en bestrijden van (taal)achterstanden, vooral bij jonge kinderen van 2-6 jaar. Uit onderzoek blijkt dat investeren op jonge leeftijd loont (Cattan et al., 2014)5. Voorschoolse educatie levert een belangrijke bijdrage aan een goede start voor kinderen in de maatschappij. Kinderen die vanaf jonge leeftijd gestimuleerd worden in hun ontwikkeling zijn kansrijker in hun latere schoolloopbaan en op de arbeidsmarkt.
Vooral kinderen met een (taal)achterstand profiteren van extra stimulering op jonge leeftijd zodat zij een deel van hun achterstand kunnen inlopen voordat zij beginnen op de basisschool. Daarom vinden wij ve ook een belangrijke voorziening in ons jeugd(zorg)beleid. Daarom blijven we investeren in peuteropvang om het te behouden als een laagdrempelige voorziening, vooral voor ouders van kinderen met een (taal)achterstand. Investeren in de voorschoolse periode verdient zich later terug, ook in de keten van het onderwijs- en jeugdbeleid. Hiermee kiezen we dus voor preventief beleid. OAB maakt onderdeel uit van een integraal beleid voor het jonge kind. Immers professionals komen door peuteropvang en VVE in aanraking met jonge kinderen en hun ouders. Hierdoor zijn er tal van mogelijkheden om andere beleidsmatige speerpunten te koppelen zoals jeugdzorg, ontwikkeling van integrale kindcentra (IKC’s), armoedebestrijding of aanpak van laaggeletterdheid (integrale gezinsaanpak). Voor VVE betekent dit dat voor ieder doelgroepkind gekeken dient te worden op welk gebied er een achterstand is of dat er ook andere problematieken spelen bij het kind/in het gezin. Professionals die deze kinderen en hun ouders regelmatig zien, hebben een belangrijke signalerende taak en om ouders te helpen om op een zo laagdrempelig mogelijke manier hulp te zoeken.
5
Presentatie van dr. Paul Leseman (https://www.enschede.nl/sites/default/files/Paul%20Leseman%20%20keynote%20Enschede%2014%20februari%202318.pdf) en een artikel van Cattan, Crawford en Dearden (https://www.ifs.org.uk/uploads/publications/comms/R99.pdf)
8
Daarnaast is goede overdracht en communicatie tussen voorschoolse en vroegschoolse partners essentieel om vanaf 4 jaar het best passende onderwijsaanbod voor kinderen te bieden. Samenwerking en afstemming tussen kinderopvang en onderwijs is hierdoor enorm belangrijk. Verder vinden de partners het van groot belang om ouders te ondersteunen bij de (taal)ontwikkeling van hun kind. Voor OAB vraagt dit om aandacht voor ouderbetrokkenheid en educatief partnerschap met ouders.
9
4
Beleid start OAB via ve: Doelgroepdefinitie en toeleiding
In onze visie hebben we aangegeven vroeg te willen starten met het bestrijden van onderwijsachterstanden. Dit is ook de opdracht die wij vanuit het Rijk hebben meegekregen: OAB start met het verzorgen van een verrijkt aanbod voorschoolse educatie (ve) aan peuters. Dit hoofdstuk beschrijft wat we gezamenlijk doen om ervoor te zorgen dat de juiste peuters bij een velocatie komen. Dit bestaat uit drie onderdelen: 1. Bepalen welke jonge kinderen in aanmerking komen voor ve: de doelgroepdefinitie VVE; 2. Bepalen wie de indicatiestelling verzorgt; 3. De toeleiding naar ve: welke inzet wordt door wie gedaan om ouders te overtuigen om hun VVEkind naar een ve-locatie toe te laten gaan. 4.1 Doelgroepdefinitie VVE In 2021 werd bij de evaluatie van het OAB 2018-2021 geadviseerd door de LEA een aangepaste omschrijving te maken voor de doelgroepdefinitie VVE in de gemeente Wijchen. In dit beleidsstuk nemen we de in 2021 voorgestelde aanpassing van de doelgroepdefinitie VVE in Wijchen over vanaf 2023. Doelgroepkinderen zijn kinderen: - die thuis voornamelijk worden aangesproken in een ander taal dan Nederlands of; - die tijdens het Van Wiechen-ontwikkelingsonderzoek op het consultatiebureau onvoldoende scoren op communicatie. De doelgroepindicering blijft van kracht tot en met het einde van de kleuterperiode (eind groep 2). Daarna vervalt deze automatisch. 4.2
Indicatiestelling
In de gemeente Wijchen is en blijft de GGD de instantie die de indicatie voor VVE afgeeft. De GGD ziet nagenoeg alle kinderen tussen 0-2 jaar en tijdens de consultatie van 24 maanden wordt voor de bepaling van de VVE-doelgroep goed onderzocht wat de ontwikkeling is van het kind op het gebied van taal, sociaal-emotioneel en motorisch. Op basis van dit consultatiebezoek wordt bepaald of een kind een VVE-indicatie krijgt op basis van één van twee criteria. De GGD legt de indicatie vast zodat de gemeente zicht heeft op de omvang van de doelgroep. Een VVE indicatie kan niet geweigerd worden. Wel hebben ouders de mogelijkheid om een keuze te maken over wat zij met de indicatiestelling doen. Er bestaat immers geen plicht voor peuters om naar de voorschoolse educatie te gaan. De GGD houdt bij waarom ouders geen gebruik wensen te maken van voorschoolse educatie. Hierdoor heeft de gemeente inzicht op het non bereik, op basis waarvan in het beleid geanticipeerd kan worden (in de toeleiding en/of het aanbod). Kinderen kunnen een taalachterstand hebben vanwege een blootstellingsachterstand en/of spraaktaalprobleem in gradatie oplopend tot een taalontwikkelingsstoornis (TOS). Alle kinderen met een taalachterstand krijgen, ongeacht de reden, altijd een ve-aanbod omdat we menen dat een verrijkend taalaanbod op jonge leeftijd een meerwaarde heeft.
Wij raden ve- aanbieders en ouders aan om bij een (mogelijk) spraaktaalprobleem advies te vragen aan een logopedist. Deze beoordeelt
10
de mogelijke herkomst en ernst van het spraaktaalprobleem en kan adviseren of een logopedische behandeling wenselijk is. Zij geeft dit door aan de ve-aanbieder. Op deze manier kan een goed passend ve-aanbod, eventueel met logopedie voor het kind worden aangeboden. Bij een taalontwikkelingsstoornis wordt de logopedische behandeling vergoed door de zorgverzekeraar. Als kinderdagopvang- of (ve) peuteropvangmedewerkers na entree van een kind twijfelen of de juiste keuze is gemaakt door de GGD, kunnen ze ouders vragen om een extra consult aan te vragen bij de GGD. De GGD controleert dan of het kind alsnog een VVE-indicatie kan krijgen of dat een bestaande VVE-indicatie tenietgedaan wordt. Dit noemen we een second opinion-mogelijkheid. Ook bestaat er de mogelijkheid dat er rechtstreeks (met toestemming van de ouders) door de opvanglocatie contact gezocht wordt met het consultatiebureau om te bespreken of het kind alsnog een VVE indicatie kan krijgen. 4.3 Toeleiding en bereik De GGD is de organisatie die de toeleiding naar ve verzorgt. Ze hebben immers in beeld welke kinderen een VVE-indicatie hebben en kunnen in gesprek gaan met hun ouders om hen te wijzen op de voordelen van opvang bij een ve-locatie, en waar zij dan terecht kunnen in hun buurt. Na toestemming van de ouders wordt de indicatie door de GGD naar ve-aanbieder gestuurd.
Op die manier hebben de ve-locaties zicht op welke kinderen er op korte termijn met een VVE-indicatie instromen. Ook kunnen zij de GGD signaleren als de inschrijving van het kind niet plaatsvindt. Na plaatsing neemt de ve-aanbieder contact op met de jeugdverpleegkundige om te melden dat er is gestart met VVE. De GGD is hiermee ook de organisatie die zicht heeft op het bereik van VVE en zij rapporteren hierover vanaf 2023 per kalenderjaar aan de gemeente. Eind 2022 constateren we dat deze werkwijze in de basis een logische is, maar in Wijchen niet afdoende. Vanuit het onderwijs bestaat de indruk dat er te veel kinderen zijn die kortgeleden 4 jaar zijn geworden en een zwakke taalontwikkeling hebben en zonder een ve-aanbod het basisonderwijs instromen. Dit non-bereik willen we in afstemming met de VVE-werkgroep verder onderzoeken, zowel in kwantitatieve zin als in kwalitatieve zin. De uitkomsten van het onderzoek benutten we om in goede onderlinge afstemming eventuele verdere toeleidingsactiviteiten en/of taalstimuleringsactiviteiten op te zetten. Hierbij benutten we goede voorbeelden elders in het land. We gaan streven naar een bereik van rond de 90% van alle geïndiceerde peuters (momenteel rond de 75%). Verder continueren we de rol van de bibliotheek bij de toeleiding. In het Consultatiebureau is de bibliotheek aanwezig met de BoekStartcoach.
De bibliotheekmedewerker gaat met jonge ouders in gesprek over het belang van voorlezen, de taalontwikkeling van hun jonge kind en de meerwaarde van ve. Deze gesprekken vinden op een laagdrempelige en niet-opdringerige manier plaats. Ouders die geen BoekStartbon hebben ontvangen of die de bon niet meer hebben, krijgen die op het consultatiebureaurond de leeftijd van negen maanden van hun kind opnieuw. Rond tweejarige leeftijd krijgen de ouders een bon voor het Leesbeestboek als zij hun kind niet inschrijven bij een peuterspeelzaal of kinderdagverblijf. Met deze bon kunnen de ouders meteen ook hun kind gratis als lid van de bibliotheek inschrijven. De BoekStartcoach is ook in de bibliotheek werkzaam en tijdens een speciaal wekelijks Boekstartuurtje aanwezig. Op die manier kan de introductie van de bibliotheek en al haar activiteiten op een warme manier gebeuren.
11
In de bijlage staat het indicering- en toeleidingsschema voor ve in Wijchen weergegeven.
5
Gemeentelijk beleid ve vanaf 2023
Dit hoofdstuk beschrijft het gemeentelijk beleid rond voorschoolse educatie. Het bevat de volgende onderdelen: Ve-aanbod; Keuze VVE-programma; Kwaliteitseisen VVE; Invulling 960 uur; Inzet pedagogisch beleidsmedewerker (pbm’er); Ouderbetrokkenheid; Zorg aan VVE-kinderen; Overige taalstimulerende activiteiten. Veel van wat hieronder beschreven staat, is hetgeen we al doen in Wijchen. In feite bundelen wij hier hoe de uitvoering is en leggen soms wat accentverschillen t.o.v. de vorige beleidsperiode. 5.1 Ve-aanbod Peuteropvang wordt momenteel op 9 locaties aangeboden in Wijchen, Alverna en Bergharen door De Eerste Stap. Op 7 van deze 9 locaties wordt ook ve aangeboden (dit zijn geregistreerde ve locaties in het landelijk register kinderopvang). Deze 7 locaties bevinden zich in de kern Wijchen. In de andere kernen is ve niet haalbaar omdat er te weinig peuters zijn voor voldoende uren aanbod peuteropvang en worden ouders dus gevraagd hun kind naar Wijchen te brengen. Indien uit nonbereik blijkt dat deze drempel voor ouders te hoog is, gaan we hier beleid op formuleren. We streven naar behoud van het fijnmazig netwerk van peuteropvang in de kernen. Hier houden we voor de toekomst het huidige aantal graag in stand. We hanteren een ondergrens van 4 peuters op een peuteropvanglocatie (normale groep is 16 peuters met 2 pm’ers).
Om pedagogische reden vinden we minder niet verantwoord. Als er te weinig peuters zijn aangemeld, zal de peuteropvang sluiten. Dit gebeurt altijd in overleg met de gemeente. We willen in ieder geval altijd minstens vijf ve-locaties in onze gemeente hebben, zodat ouders hun kind thuisnabij naar een ve-locatie kunnen brengen. Dit geldt in ieder geval voor (de) locatie(s) waar volgens de CBS-gegevens de doelgroep in hogere mate aanwezig is. Naast ve in peuteropvangsetting, is het door de gemeente mogelijk gemaakt dat ve in kinderdagopvangsetting wordt aangeboden. Daar is de afgelopen beleidsperiode door aanbieders van kinderdagopvang niet voor gekozen. Anno 2022 vindt oriëntatie plaats of dit in de nabije toekomst alsnog opgezet gaat worden vanaf 2023, mede omdat duidelijk is geworden dat steeds meer ouders, dus ook VVE-ouders, kiezen voor kinderdagopvang. Waar nodig gaat de gemeente hierop in gesprek met aanbieders kinderdagopvang om hun argumenten te horen waarom er niet gekozen wordt voor ve. De Eerste Stap heeft op alle locaties kinderdagopvang het VVE-programma Startblokken en spant zich in om aan de overige landelijke, specifieke ve-eisen (zie 5.3) te gaan voldoen om als volwaardige
12
ve-locatie te kunnen worden aangemerkt, zoals rond het taalniveau van pedagogisch medewerkers (pm’ers). Gegeven het huidige personeelstekort is dit niet eenvoudig te realiseren. 5.2 Keuze VVE-programma Het gemeentelijk beleid ten aanzien van de VVE-programma’s in Wijchen is dat de ve-aanbieder zelf mag kiezen welk VVE-programma zij gebruikt. De gemeente gaat er hierbij wel vanuit dat men een programma kiest dat opgenomen staat in de databank van het NJi met effectieve interventies, erkend als zijnde een integraal VVE-programma6 of dat men onderbouwt waarom hiervan wordt afgeweken. Ieder VVE-programma dient minimaal vier domeinen van de ontwikkeling van een jong kind te bevatten: taal, ontluikend rekenen, motorisch en sociaal emotioneel. In de VVE--programma’s zijn dus elementen ingebouwd om kinderen een passend aanbod te doen. Deze verantwoordelijkheid ligt primair bij de VVE-aanbieder. Als de VVE-aanbieder merkt dat het lastig is een passend aanbod voor een specifieke groep kinderen aan te bieden, signaleert zij dit in de VVE-werkgroep. 5.3 Kwaliteitseisen Het gemeentelijk beleid is dat de landelijke kwaliteitseisen minimaal gevolgd dienen te worden en dat, waar dit past, er enkele extra eisen worden gesteld. De landelijke kwaliteitseisen voor VVE staan overzichtelijk weergegeven in het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie7.
Voor de volledigheid worden de belangrijkste eisen hieronder weergegeven, zodat de bestaande en nieuwe VVE-aanbieders weten waaraan zij moeten voldoen als ze ve willen aanbieden. Opleidingsplan In dit Besluit staat in artikel 4 lid 4: ‘De houder van een kindercentrum waar voorschoolse educatie wordt aangeboden, stelt jaarlijks voor elke locatie voorschoolse educatie een opleidingsplan vast dat in elk geval tot uitdrukking brengt op welke wijze de kennis en vaardigheden van de beroepskracht voorschoolse educatie met betrekking tot de kennis en vaardigheden, genoemd in het tweede lid, onder a tot en met e, worden onderhouden. De houder geeft op concrete en toetsbare wijze uitvoering aan het opleidingsplan, evalueert het plan jaarlijks en stelt het plan aan de hand van de evaluatie zo nodig bij.’ Pedagogisch beleidsplan In het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie staat in artikel 4a het volgende: 1 ‘De houder beschrijft in het pedagogisch beleidsplan, bedoeld in artikel 3 van het Besluit kwaliteit kinderopvang, op zo concreet en toetsbaar mogelijke wijze: a. de voor het kindercentrum kenmerkende visie op de voorschoolse educatie en de wijze waarop deze visie is te herkennen in het aanbod van activiteiten; b.
de wijze waarop de ontwikkeling van het jonge kind wordt gestimuleerd, in het bijzonder op de gebieden taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling;
6 www.nji.nl/nl/Databank/Databank-Effectieve-Jeugdinterventies/Erkende-interventies?thema=VVE 7 https://wetten.overheid.nl/BWBR0027961/2022-01-01
13
c. de wijze waarop de ontwikkeling van peuters wordt gevolgd en de wijze waarop het aanbod van voorschoolse educatie hierop wordt afgestemd; d. de wijze waarop de ouders worden betrokken bij het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen; e. het inrichten van een passende ruimte waarin voorschoolse educatie wordt verzorgd en het beschikbaar stellen van passend materiaal voor voorschoolse educatie; en f. de wijze waarop wordt vormgegeven aan de inhoudelijke aansluiting tussen voor- en vroegschoolse educatie en aan een zorgvuldige overgang van het kind van voor- naar vroegschoolse educatie. 2 De houder geeft uitvoering aan het pedagogisch beleidsplan wat de onderwerpen van het eerste lid betreft, evalueert de uitvoering jaarlijks, en stelt het plan zo nodig aan de hand hiervan bij.’ Opleidingseisen pm’ers in een ve-groep In het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie staat op hoofdlijnen in artikel 4 het volgende:
Lid 1: minimaal MBO-3 niveau Lid 2: certificaat afgerond VVE-keuzedeel Lid 3a: 3F taalniveau
NB: er zijn geen harde eisen ten aanzien van nascholing in de wet. Echter moeten aanbieders van VVE-programma’s waarborgen dat eens in de drie jaar de pm’er een bijscholing volgt in het gekozen VVE-programma om als erkende VVE-interventie opgenomen te zijn/blijven. Daarmee wordt dit onderdeel door aanbieders van VVE-programma als verplicht onderdeel aangeboden. De gemeente Wijchen vindt bijscholing van medewerkers belangrijk. Dit is echter primair de verantwoordelijkheid van de ve-aanbieder, waarbij de gemeente indien nodig de opleiding kan faciliteren. Overige landelijke kwaliteitseisen We noemen hieronder kort een aantal andere landelijke kwaliteitseisen die al langer gelden, zodat helder is dat hieraan ook voldaan moet worden: De verhouding tussen het aantal beroepskrachten voorschoolse educatie en het feitelijk aantal aanwezige kinderen in een groep waaraan voorschoolse educatie wordt aangeboden bedraagt ten minste één beroepskracht voorschoolse educatie per acht kinderen (artikel 3); Een groep kinderen waaraan voorschoolse educatie wordt aangeboden bestaat uit ten hoogste 16 feitelijk aanwezige kinderen (artikel 3); Voor de voorschoolse educatie wordt een programma gebruikt waarin op gestructureerde en samenhangende wijze de ontwikkeling wordt gestimuleerd op het gebied van taal, rekenen, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling (artikel 5); Voorschoolse
educatie vindt plaats in een kindercentrum (artikel 6). Aanvullende input voor hoge kwaliteit ve In Wijchen is er een VVE locatie waar in 2022 en 2023 de pedagogisch medewerkers worden geschoold volgens de methode TOP-VVE (zie www.top-VVE.nl) waarbij extra aandacht is voor hoge educatieve kwaliteit van pm’ers. De leerpunten van deze TOP-VVE locatie zijn goed om te delen met andere ve-locaties en de basisscholen. Dit gaan we als gemeente faciliteren. Immers is de wijze waarop pm’ers de taalontwikkeling van kinderen stimuleren de belangrijkste factor voor ve. De
14
Eerste Stap heeft hier momenteel veel oog voor en de gemeente ondersteunt hen hierbij waar mogelijk en nodig, zodat er ook in de toekomst een hoogwaardig ve-aanbod is.
Toezicht op kwaliteit In dit beleidsstuk en later in de beleidsregel subsidieverstrekkingen worden de subsidievoorwaarden voor houders van een ve-locatie kenbaar gemaakt. Het is van belang ook te monitoren of alle houders van een ve-locatie de gevraagde kwaliteit ook leveren. De GGD houdt hier toezicht op en signaleert aan de gemeente op welke onderdelen organisaties achterblijven ten aanzien van de landelijke en lokale eisen. Ook de Onderwijsinspectie ziet toe op de kwaliteit van ve. Op deze wijze achten wij dat er voldoende toezicht is op de kwaliteit. In de VVE-werkgroep kan de gemeente bewustwording van de VVE-kwaliteit stimuleren door zelfevaluaties te laten uitvoeren over de kwaliteitseisen van de GGD en Onderwijsinspectie. In grotere gemeenten wordt dit toezicht soms uitgebreid door bijvoorbeeld onderlinge visitaties of externe audits. Voor de gemeente Wijchen achten wij dit niet nodig. Als de VVE-aanbieder belangstelling heeft om het toezicht uit te breiden, kunnen zij dit via de VVE-werkgroep kenbaar maken. 5.4 Invulling 960 uur aanbod Sinds 1 augustus 2020 gelden er eisen over het aantal uren die ouders van VVE-peuters voorschoolse educatie aangeboden moeten krijgen. Dit is minimaal 960 uur in 1,5 jaar tijd (van 2,5 tot 4 jaar). In de gemeente Wijchen zijn in 2020 op hoofdlijnen afspraken gemaakt over hoe dit in de gemeente wordt ingevuld.
Gezamenlijk zijn de volgende beleidsuitgangspunten opgesteld: 1. Ve-aanbod start vanaf 2 jaar Hoe eerder begonnen wordt met taalinterventies, hoe beter. Daarom hebben we instroom op de peuteropvang mogelijk gemaakt vanaf 2 jaar. Voor de volledigheid: voor het verplichte aanbod van 960 uur tellen alle gemaakte uren in de leeftijd 2-2,5 jaar niet mee. Voorschoolse educatie aan 2-2,5 jarigen wordt vergoed uit de GOAB-middelen. 2. Ve-aanbod vanaf 2,5 jaar vrij in te delen Vanaf 2,5 tot 4 jaar dient er een aanbod te zijn van 960 uur vanaf 1 augustus 2020. Dit komt gemiddeld neer op een aanbod van 16 uur per week wanneer er 40 weken per jaar wordt aangeboden. De gemeente wil de ve-aanbieder vrijlaten om daarin de gewenste vorm te kiezen, met de kanttekening dat het in de basis gaat om peuteropvang met dagdelen van maximaal 4 uur. De gemeente stelt middelen beschikbaar om het ve-aanbod te subsidiëren met een minimum van 960 uur en een maximum van 975 uur op basis van 1,5 jaar. Het maximum van 975 uur is gekozen zodat ook de variant met 5 dagdelen van 3 uur en 15 minuten mogelijk is. Het ve-aanbod in de peuteropvang bestaat dus uit vier of vijf dagdelen. Voor het ve-aanbod in de kinderdagopvang geldt dat kinderen minstens drie keer per week komen, omdat hierbij door het Rijk is bepaald dat maximaal 6 uren per dag mogen meetellen.
15
3. Verhouding ve-uren met en zonder ouderbijdrage 50%-50% De verhouding van het aanbod voor ve-uren met ouderbijdrage en ve-uren zonder ouderbijdrage wordt vastgesteld op 50%-50%. Bij een aanbod van 16 uur per week komt dat daarmee neer op 8 veuren waar ouders een inkomensafhankelijke bijdrage voor betalen, en 8 ve-uren waarvan ouders geen ouderbijdrage betalen. Dit wordt dus losgekoppeld van dagdelen, die kunnen variëren tussen 3 en 4 uur. We kiezen ervoor om 50% van de ve-uren gratis beschikbaar te stellen om de financiële toegankelijkheid van ve te verhogen. In grote gemeenten wordt voor mensen tot 110% of 120% van het wettelijk sociaal minimum die geen recht op kinderopvangtoeslag hebben, de ouderbijdrage soms kwijtgescholden in het kader van het gemeentelijk armoedebeleid. In Wijchen zijn we niet voornemens dit vanuit OAB te doen. Wel kunnen ouders een beroep doen op de aanwezige gemeentelijke kindregeling voor vergoeding van onkosten. Waar nodig kan de bibliotheek hierbij de ouders ondersteunen bij de aanvraag. Bij de toepassing van de inkomensafhankelijke ouderbijdrage wordt er tot de stelselwijziging voor de ouderbijdrage peuteropvang gebruik gemaakt van een tabel die gebaseerd is op de VNG-adviestabel waarbij er tevens géén onderscheid is in uurtarief met 40 weken kinderdagopvang.
Dit om een volledige harmonisatie van ouderbijdrage te hebben tussen ouders met en zonder recht op kinderopvangtoeslag en plaatsing in kinderdagopvang en peuteropvang. Na invoering van de stelselwijziging zal de gemeente opnieuw beoordelen wat dit voor gevolg heeft voor de ouders waarvoor de gemeente een verantwoordelijkheid heeft. 4. Bij ‘no-show’ wordt op termijn het contract aangepast De gemeente dient te voldoen aan de aanbodverplichting ve van 960 uur in 1,5 jaar tijd. Het kan echter voorkomen dat ve-peuters een contract hebben voor deze 960-975 uur, maar in werkelijkheid structureel een lager aantal uur per week/maand afnemen. Met de ve-aanbieder spreken wij af dat zij in principe bekostigd worden voor 960-975 ve-uren. Wanneer echter blijkt dat er wekelijks structureel minder uren afgenomen worden, zal de aanbieder hierover in gesprek gaan met de ouders om het belang van het bezoeken van alle dagdelen te benadrukken. Bij structurele afwezigheid worden die uren niet meer bekostigd door de gemeente. Dit gebeurt op basis van vertrouwen. De aanbieder dient hiervoor het initiatief te nemen om het contract met de VVE-ouder te verlagen van 4 of 5 naar 2 dagdelen per week. De ve-aanbieder meldt de verlaging aan de GGD, zodat die zicht houdt welke peuters een volledig aanbod afnemen en welke niet. Ook wordt dit geregistreerd in het kindvolgsysteem.
De ve-aanbieder kan (bij bijvoorbeeld gedeeltelijke no-show) echter niet eenzijdig het contract met ouders opzeggen. We gaan verkennen met elkaar of we gaan werken met een soort oudercontract ve, waarin hun rechten, maar ook hun plichten zijn opgenomen. Elders in het land wordt dit al succesvol toegepast. 5.5 Inzet pedagogisch beleidsmedewerker (pbm ‘er) Vanaf 2022 is het verplicht een extra aantal uren pbm’er op iedere ve-groep te hebben. De normering voor de inzet is 10 uren per jaar per ingeschreven VVE-doelgroeppeuter op 1 januari. Sinds 1 januari 2019 is vanwege wet IKK de inzet van een hbo’er op iedere groep in de kinderopvang/peuteropvang verplicht gesteld, los van het gegeven of dit een ve-groep is of niet. De kwalificatie-eis van de extra aan te stellen pbm’er in de ve-groep per 2022 is gelijk aan de hbo’er in het kader van IKK. Vanuit het Rijk zijn er drie mogelijke manieren voor inzet van de pbm’er in de vegroepen: Als coach voor de pm’ers van de ve-groep;
16
Als beleidsmedewerker om ve goed te organiseren in de organisatie/locatie; Als tweede pm’er op een groep.
In de praktijk worden de eerste twee taken het meest gekozen in Nederland8. Veel gemeenten laten de keuze aan ve-aanbieders. In Wijchen is daar ook voor gekozen en dat wordt in stand gehouden voor de periode 2023-2026. De ve-aanbieder krijgt bij haar subsidieaanvraag het verzoek toe te lichten welke taken de pbm’er in de ve-groepen krijgt, zodat de gemeente enig zicht houdt op de keuzes die hierbij gemaakt worden. 5.6 Ouderbetrokkenheid ve Ouderbetrokkenheid bij de ve is erg belangrijk. Immers dragen actieve ouders die meedoen met de activiteiten van het VVE-programma enorm bij aan de (taal)ontwikkeling van hun kind. In paragraaf 5.2 is aangegeven dat het een wettelijk taak is dat in het pedagogisch beleidsplan omschreven wordt hoe organisaties ouders betrekken. Het gemeentelijk standpunt luidt mede daarom dat er geen gemeentelijk beleid komt over de wijze waarop de ve-aanbieder ouderbetrokkenheid invult. De gemeente verwacht dat de ve-aanbieder dit naar eigen inzicht invult. Als vanuit de GGD-controles sterke signalen komen dat ve-aanbieders dit onderdeel onvoldoende oppakken, kan de gemeente het initiatief nemen om binnen de VVE-werkgroep dit onderwerp te agenderen en waar nodig meer de regie te nemen om dit onderdeel steviger te verankeren binnen ve. Er zijn ouders die slecht Nederlands beheersen, voornamelijk omdat ze van origine niet van Nederlandse afkomst zijn.
Ouderbetrokkenheid bij ve voor deze ouders is complex omdat de wil er vaak wel is om betrokken te zijn, maar de mogelijkheden daartoe beperkt zijn. De gemeente staat open om breed gedragen succesvolle interventies, zoals de verteltassen aan kinderen en taalzwakke ouders, met het veld te verkennen voor mogelijke invoering. Hetzelfde geldt voor een mogelijke combinatie met volwasseneneducatie en ve. Via ve komen we in contact met deze ouders en waar mogelijk grijpen we de kansen aan deze ouders te wijzen op de mogelijkheden binnen Wijchen om iets te doen aan de laaggeletterdheid via een integrale gezinsaanpak. Zo kunnen we een dubbelslag slaan: betere taal voor het jonge kind en diens ouders. Op deze wijze kunnen we binnen het gezin de laaggeletterdheid die vaak generaties speelt trachten te doorbreken. De gemeente faciliteert vanuit oab bijscholing van professionals op het gebied van het herkennen van laaggeletterdheid en over het bespreekbaar maken van deze laaggeletterdheid bij ouders. Dit verhoogt namelijk op termijn de ouderbetrokkenheid in ve. In de periode 2023-2026 gaan we de term ‘ouderbetrokkenheid’ in de ve doorvertalen naar ‘bijdrage aan educatieve activiteiten’. Dit betekent dat we ouders meer en meer gaan ondersteunen in hun betrokkenheid bij en bijdrage aan de ontwikkeling van peuters en kleuters zoals we die in de (voor)school stimuleren.
Essentieel hierbij is begrijpelijke taal. Het is belangrijk om de communicatie voor ouders op B1-niveau te houden. De gemeente gaat de professionalisering van medewerkers van het consultatiebureau, de kinder- en peuteropvang en het onderwijs op het gebied van helder en eenvoudig communiceren met ouders vanuit oab faciliteren.
8 https://goab.eu/media/p42l2bng/sardes_oberon_monitor_implementatie_en_besteding_goab_2019-2023_meting_3_06-04-2022.pdf
17
5.7 Zorg aan VVE-kinderen Sinds 2015 valt jeugdzorg onder de verantwoordelijkheid van gemeenten. Dit geldt dus ook voor zorg die geboden moet worden aan ve-kinderen. Er is een mogelijk grijs gebied op het moment dat zorgondersteuning taalbevorderende elementen bevat. Immers zou ondersteuning van bijvoorbeeld een logopedist kunnen worden geïnterpreteerd als het wegwerken van mogelijke onderwijsachterstanden, dus ligt er dan de vraag voor of dit onder OAB valt of niet. Het Besluit basiskwaliteit voorschoolse educatie geeft echter voldoende richtlijnen om hierover duidelijkheid te verschaffen. Ve moet worden aangeboden in een kindercentrum. Daarmee is logopedische ondersteuning dus geen onderdeel van het gemeentelijk OAB, m.u.v. screening in het kader van indicatiestelling/juiste aanbod voor VVE. Dit laat onverlet dat de ve-aanbieder te maken krijgt met zorgvraagstukken rond VVE-kinderen die vragen om maatwerkoplossingen. In die zin heeft ve óók een rol als toegankelijk voorportaal voor de jeugdzorg. Door ve is er de mogelijkheid dat zorgorganisaties laagdrempelig in contact kunnen komen met kwetsbare gezinnen. De pm’er/mentor van het kind speelt een belangrijke rol als vertrouwenspersoon van de ouder richting zorgaanbieders. We ondersteunen de mentoren waar nodig om deze schakelfunctie te kunnen uitvoeren (voldoende tijd en voldoende kennis).
Via het Komeet-overleg kunnen waar nodig VVE-kinderen besproken worden, als ouders hiervoor toestemming geven. Bij voorkeur zijn ouders ook aanwezig bij dit gesprek. Dit biedt andere organisaties de mogelijkheid om signalen van (voor)scholen op te pikken en in de setting van de (voor)school in contact te komen met deze gezinnen. In onze visie hebben wij de meerwaarde van de contacten van de VVE-professionals met andere professionals genoemd. Met name in het zorgdomein is deze van groot belang: signalen die ve-professionals krijgen over een kind of het gezin waarin gezond opgroeien in het gedrang is, zijn van groot belang. Deze dienen waar mogelijk gedeeld te worden met andere zorgprofessionals, in overeenstemming met de meldcode.
18
6 Overdracht en doorgaande lijn VVE In dit hoofdstuk bespreken wij het beleid om te zorgen dat hetgeen voorschools gedaan is, een goed vervolg krijgt in de groepen 1 en 2 van het basisonderwijs. Hierbij zijn twee onderdelen van belang: een goede en tijdige overdracht van hoe het VVE-kind ervoor staat vlak voor de overgang naar het basisonderwijs; een inhoudelijke doorgaande lijn ve en vroegschoolse educatie: een inhoudelijke logisch vervolg van het aanbod aan kleuters ten opzichte van hetgeen zij in de peuterperiode hebben aangeboden gekregen. 6.1 Overdracht VVE-kinderen Er is in het verleden een duidelijk beleid opgesteld over de overdracht van VVE-kinderen en dit beleid willen we de komende jaren continueren. Er vindt altijd een ‘warme’ overdracht plaats van de gegevens over het VVE-kind, oftewel de voor- en basisschool bespreken face to face met elkaar hoe het kind ervoor staat. Dit gesprek vindt plaats als het kind ongeveer 3 jaar en 9 maanden oud is. Alle ve-locaties en basisscholen zijn op de hoogte van dit uitgangspunt. In deze notitie willen we benadrukken dat een goede warme overdracht waarbij ieder in zijn/haar professionaliteit wordt gewaardeerd van groot belang is voor een goede start in het basisonderwijs. Zeker sinds de invoering van Passend onderwijs is het voor het onderwijs van groot belang te weten welke ondersteuningsbehoefte het kind heeft.
Informatie vanuit de voorschool is enorm belangrijk om deze afweging goed te kunnen maken. Het is daarom in ieders belang dat er altijd een goede, warme overdracht plaatsvindt van VVE-kinderen. Afspraak is dat deze overdracht zoveel mogelijk in een gesprek samen met de ouders plaatsvindt. Voor de volledigheid melden we dat de warme overdracht rond 3 jaar en 9 maanden niet het enige moment is dat de ontwikkeling van peuters besproken wordt. Voor VVE-kinderen waar zorgen zijn over hun ontwikkeling, is de afspraak dat al eerder dan de overdracht er een overleg plaatsvindt tussen GGD, voorschool en basisschool (Komeet-overleg). De voorschool neemt het initiatief voor dit overleg. In dit overleg, waarbij ouders aanwezig zijn, wordt de ontwikkeling van het kind besproken, wat bijdraagt aan een passend aanbod voor dit kind in zowel voorschool als toekomstige basisschool. 6.2 Doorgaande lijn VVE De gemeente heeft wettelijk de taak goede afspraken met partners te maken over de doorgaande lijn VVE (WPO artikel 160 lid 1. a3). Sinds 2006 zijn schoolbesturen/scholen in de lead voor de vroegschoolse educatie. Dit beleid moet worden vormgegeven door het primair onderwijs, bij voorkeur wel in goede afstemming met de gemeente en de ve-aanbieder.
Beleidsmatig spreekt de gemeente uit dat een sterke doorgaande lijn binnen VVE wenselijk is en dat de gemeente in goed overleg hierin wel blijven faciliteren en aanjagen. Alle zeven ve-locaties zijn gevestigd binnen een school met wie zij veel overleg/samenwerking hebben over de instroom, voorschoolse- (2-4 jaar) en buitenschoolse (4-12 jaar) opvang. Bij deze ‘koppels’ is er met regelmaat ook afstemming over de inhoud en daarom ook sprake van een doorgaande lijn. Met het opzetten van ve in kinderdagopvangsetting in Wijchen kan er ve-aanbod ontstaan dat niet in hetzelfde pand is gehuisvest als de basisschool. Hierdoor wordt de doorgaande lijn kwetsbaar. De gemeente vindt het
19
in zo’n geval logisch dat de voorschool het initiatief neemt om het gesprek over de doorgaande lijn/afstemming van verschillende programma’s aan te gaan, omdat zij vanuit hun visie het eerste deel van de begeleiding van kinderen op zich genomen hebben. Indien nodig schuift de gemeente aan bij dit gesprek om het belang van de doorgaande lijn te benadrukken. Op uitvoerend niveau is het belangrijk dat pm’ers, pbm’ers, ib’ers en leerkrachten groep 1 en 2 uitwisseling met elkaar hebben. Dit gebeurt nu via 2-jaarlijkse scholingsmiddagen waarin overlegd wordt over de doorgaande lijn. Deze middagen continueren we, en we gaan de bibliotheek hierbij meer betrekken. De gemeente blijft in het kader van een goede overdracht en doorgaande lijn VVE graag dit soort initiatieven ondersteunen en waar nodig faciliteren. 6.3 Taaloffensief jonge kind Parallel aan ve voert de bibliotheek het programma VoorleesExpress en VoorleesExpress+ uit. Bij VoorleesExpress leest een vrijwilliger 20 weken lang 1 keer per week voor in een gezin met taalachterstand of een gezin zonder voorleesroutine. Het gezin wordt aangemeld door toeleiders zoals het Consultatiebureau, de BoekStartcoach of de Peuteropvang, maar ook door het Sociaal Wijkteam of Vluchtelingenwerk. In VoorleesExpress+ wordt niet alleen aandacht besteed aan de taalontwikkeling van het kind, maar is er ook aandacht voor de taalvraag van de ouder.
Dit gebeurt met het programma Voor Jou en Je Kind van Stichting Lezen en Schrijven. In gesprekken met ouders kan de voorlezer informatie geven over andere trajecten die de ouder kan volgen om aan zijn of haar taalvaardigheid te werken. De eerste doorverwijzing is naar het Taalhuis dat in de bibliotheek gevestigd is. In de Peutermaand (februari) wordt in alle locaties van De Eerste Stap een vertelkastvoorstelling rond het Prentenboek van het Jaar gegeven vanuit de bibliotheek. Aanvullend wordt op de velocaties ook informatie over (voor)lezen aan de ouders gegeven. Leesbeest is de mascotte van de bibliotheek voor de activiteiten voor jonge kinderen. Leesbeest staat voor (voor)leesplezier. In de speciale bakfiets gaan medewerkers van de bibliotheek langs de locaties van de kinder- en peuteropvang om verhalen te vertellen en met ouders in gesprek te gaan. Deze activiteit worden ook op andere openbare plekken in de gemeente gedaan, zoals de Markt, speeltuin de Blije Dries en de Hernense Stratenmarkt. Op deze manier worden ook mensen bereikt, die niet in de bibliotheek komen of die hun kinderen niet op de opvang hebben. Een doel van deze activiteit is om met ouders in gesprek te raken over de taalopvoeding van hun kinderen, maar ook over hun eigen taalvragen.
BoekStartuurtje: iedere woensdagochtend kunnen ouders met hun peuter in de bibliotheek luisteren naar voorleesverhalen en versjes. Er worden spelletjes gedaan en ouders kunnen andere ouders ontmoeten en met hen praten over de (taal)opvoeding van hun kinderen. Alle kinderdagopvang- en peuteropvanglocaties van De Eerste Stap hebben een Voorleescoördinator. De Voorleescoördinatoren komen tweemaal per jaar in de bibliotheek om te praten over de voortgang van het Voorleesplan en voor inspiratie voor het komende thema. In die bijeenkomsten wordt altijd gewerkt met de 5 didactische impulsen van Startblokken.
20
We gaan samen met onze OAB-partners kijken of, en welke uitbreidingen van taalstimulering bij jonge kinderen de komende jaren wenselijk is. Hierbij zijn diverse opties genoemd die we gaan verkennen: Voorleesactiviteiten vooraf laten gaan door informatie aan ouders over lezen en voorlezen; Uitbouw VoorleesExpress naar DoorleesExpress; Activiteiten voor leerlingen die moeite hebben met taal, zoals samenleesgroepen, hulp bij boekbesprekingen, hulp bij spreekbeurten en dergelijke (in het kader van de nieuwe regeling school & omgeving). Er is een Actieplan Leesoffensief, waar al veel acties in genoemd worden. Deze worden op uitvoerend niveau zo veel mogelijk gekoppeld aan OAB. Het Actieplan heeft twee lijnen: 1. Investeren in scholing van professionals, doorgaande leeslijnen en kennisdeling. 2. Creëren van een rijke leesomgeving thuis, in de kinderopvang en op school. De afspraken van het Leesoffensief zijn vastgelegd in een ondertekend convenant door de deelnemers van het Leesoffensief. Voorbeelden van gemaakte afspraken zijn: Voorschoolse voorzieningen stellen per locatie minimaal één voorleescoördinator aan; Iedere basisschool in Wijchen stelt per 200 leerlingen een leescoördinator aan; Om de doorgaande lijn tussen de verschillende niveaus goed te laten verlopen wordt in een werkgroep een doorgaande lijn vastgesteld en uitgewerkt.
In de werkgroep zitten een aantal personen uit de kinderopvang, basisonderwijs, voortgezet onderwijs en bibliotheek. De werkgroep rapporteert aan de LEA; Scholen hebben een rijke collectie van minimaal 5 boeken per leerling. Dit wordt gerealiseerd via bibliotheek op school.
21
7 Opbrengsten VVE in beeld: Resultaatafspraken De gemeente en het schoolbestuur zijn wettelijk verplicht om met elkaar afspraken te maken over wat vroegschoolse educatie oplevert voor kinderen (WPO artikel 160 lid 1b). Dit worden de resultaatafspraken VVE genoemd. In de vorige beleidsperiode zijn er dergelijke resultaatafspraken geformuleerd en er zijn in de afgelopen periode twee metingen uitgevoerd om de opbrengsten op kindniveau in beeld te krijgen. Scholen en de gemeente maken gezamenlijk afspraken over wat de resultaten van VVE zouden moeten zijn. Het delen van ervaringen en expertise tussen de betrokken instanties staan hierbij centraal. Het doel van deze dialoog is om gezamenlijk een goed beeld te krijgen over hoe de (voor)school ervoor staat en welke mogelijke verklaringen hiervoor te geven zijn, maar vooral om met elkaar te bepalen welke consequenties dit zou moeten hebben voor uitvoering of beleid. Deze dialoog kan op verschillende niveaus gevoerd worden: op schoolbestuurlijk-/organisatieniveau, tussen voorschool en school, en tenslotte tussen gemeente en OAB-partners. De dialoog wordt bestuurlijk gevoerd in de LEA. Resultaatafspraken VVE Wijchen In de gemeente Wijchen streven we ernaar om ieder kind dat bij aanvang een (taal)achterstand heeft een extra groei in ontwikkeling te laten doormaken.
We realiseren dat tal van factoren invloed hebben op de taalontwikkeling van jonge kinderen en dat we via VVE niet in staat zijn deze ontwikkeling altijd de gewenste impuls te geven. Toch gaan we deze taalontwikkeling volgen en de uitkomsten ervan bespreken, zodat we hiermee zicht krijgen op hoe e.e.a. zich ontwikkelt en wat we hierbij van elkaar kunnen leren. We passen daarom vanaf 2023 onze resultaatafspraken aan, zodat deze ontwikkeling nog meer in beeld gebracht wordt en gerelateerd wordt aan de uitgangspositie van het kind. We kiezen hierbij voor resultaatafspraken die door veel andere gemeenten eveneens zijn gemaakt. Resultaatafspraak voorschoolse educatie Bij 85% van de peuters met een VVE-indicatie die met een (taal) achterstand van 6 maanden of meer instromen op de voorschool is deze achterstand op het domein taal bij uitstroom uit de voorschool afgenomen met minimaal twee maanden. Leidraad hierbij is het gehanteerde volgsysteem. Resultaatafspraak vroegschoolse educatie - In schooljaar 2022-2023 stelt Kans en Kleur de norm op in termen van de toetsresultaten die door 85% procent van de leerlingen met een VVE-indicatie eind groep 3 minimaal wordt gehaald. Deze norm wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de aan de LEA. - Vanaf schooljaar 2023-2024 verantwoordt Kans en Kleur de resultaten van haar vroegschools aanbod aan de hand van deze nieuwe norm.
Monitoren De scholen van Kans & Kleur volgen de taalontwikkeling van kleuters met valide ontwikkelingslijnen en tussendoelen. Kans & Kleur monitort vanaf de nieuwe beleidsperiode de resultaten van de
22
vroegschoolse educatie aan de hand van de resultaten van leerlingen met een VVE-indicatie op de leestoetsen uit het leerlingvolgsysteem op het afnamemoment eind groep 3. Het is goed om de gewenste resultaten van VVE met elkaar vastgesteld te hebben. Het Rijk verwacht dat deze vervolgens ook met regelmaat in beeld gebracht wordt. Er zijn twee metingen gehouden met de vorige resultaatafspraken. In de huidige beleidsperiode spreken we af dat we tweemaal de resultaatafspraken VVE op kindniveau verzamelen en uiteraard geanonimiseerd in beeld brengen. Dit vindt plaats in het najaar van 2023 over schooljaar 2022/2023 en ook in het najaar van 2025 over schooljaar 2024/2025. De gemeente gaat samen met de voorschoollocaties en de scholen uitwerken op welke wijze de gegevens bijgehouden en geïnventariseerd worden. Voor het relatief eenvoudig meten van de opbrengsten van VVE is een uniform kindvolgsysteem voor de ve-locaties en alle scholen in Wijchen nodig.
23
8 OAB in het onderwijs Dit hoofdstuk beschrijft wat er gebeurt in het onderwijs wat betreft het bestrijden van onderwijsachterstanden. Zoals in paragraaf 2.1 is gemeld is het onderwijs hiervoor verantwoordelijk. We beschrijven hier enkel de stand van zaken die het gemeentelijk beleid raakt. 8.1 Vroegschoolse educatie Vroegschoolse educatie is bij veel scholen in Nederland enigszins weggezakt. Dat geldt ook voor de scholen in Wijchen. Daardoor is er ook nog te beperkt aandacht en zicht op de ontwikkeling van jonge kinderen, terwijl dit wel belangrijk is. Het schoolbestuur Kans & Kleur heeft aangekondigd hier de komende jaren hogere prioriteit aan te willen geven. Hierbij is een goede overdracht en communicatie tussen voorschoolse en vroegschoolse partners van groot belang om vanaf 4 jaar het best passende onderwijsaanbod voor kinderen te bieden. Samenwerking en afstemming tussen peuter- en kinderopvang en onderwijs is hierdoor essentieel. Verder vinden de partners het van groot belang om ouders te ondersteunen bij de (taal)ontwikkeling van hun kind. Voor het VVE-beleid vraagt dit om aandacht voor ouderbetrokkenheid en educatief partnerschap met ouders. De taalstimulering in de kleutergroepen in Wijchen kan (en moet) omhoog.
Er wordt inzet gedaan om het inzicht en de vaardigheden van leerkrachten te versterken die nodig zijn om de kansen om de taalontwikkeling van kleuters te verrijken te benutten. Vooral het creëren van een taalrijke omgeving staat hierbij centraal. Waar mogelijk en nodig ondersteunt de gemeente hen graag hierbij. De bibliotheek en de basisscholen gaan in goede afstemming leesbevordering voor kleuters goed integreren in het lesaanbod. Er wordt op scholen vaak al invulling gegeven aan onderwijsondersteunende activiteiten, maar dit kan verbeterd worden. We gaan met elkaar invulling geven aan ‘onderwijsondersteunend gedrag’, oftewel dat leerkrachten in de kleutergroepen actief gaan handelen naar ouders toe en zich goed kunnen inleven welke communicatie met ouders het beste is. De communicatie van de leerkrachten moet de insteek hebben dat het een langdurige, gelijkwaardige en laagdrempelige relatie wordt. 8.2 OAB groep 3 t/m 8 In Wijchen worden vanuit de gemeente geen OAB-middelen ingezet voor de groepen 3 t/m 8 om taalstimulerende activiteiten mogelijk te maken. Dit geldt voor veel kleine en middelgrote gemeenten. Er is met elkaar een verkenning geweest of een taalverrijkende zomerschool een meerwaarde zou hebben in Wijchen, maar de oab-partners zien hier vooralsnog te weinig meerwaarde in.
Ouders zijn ofwel op vakantie, of geven er voorkeur aan dat kinderen tijdens de vakantieperiode een zomeraanbod gericht op vermaak aangeboden krijgen. Net als in de VVE voert de bibliotheek voor basisschoolkinderen het programma VoorleesExpress en VoorleesExpress+ uit (zie pagina 20).
24
8.3 Wettelijke overlegpunten In het kader van het onderwijsachterstandenbeleid heeft het Rijk opgelegd dat gemeenten en schoolbesturen over een aantal punten afspraken maken en deze jaarlijks tegen het licht houden. Dit zijn: bevorderen integratie, tegengaan segregatie, toelatingsprocedures in het basisonderwijs en de verdeling van onderwijsachterstandsleerlingen over de scholen (zie WPO artikel 161). We bevorderen de integratie en bestrijden de segregatie in de ve door bewust te kiezen voor gemengde groepen ve van ‘reguliere’ peuters en doelgroeppeuters in de peuteropvang, en een gespreid (ve) peuteropvang-aanbod binnen de gemeente overeind te houden. Hierdoor zitten kinderen met (een risico op) een (taal)achterstand samen in een ve-groep met kinderen die dit risico niet lopen en komen ze dus veelvuldig met elkaar in aanraking. Het bevorderen van integratie en bestrijden van segregatie in het basisonderwijs is een taak van het basisonderwijs zelf. Waar mogelijk spreiden zij kinderen met een zorgbehoefte of onderwijsachterstanden over verschillende groepen van hetzelfde leerjaar, zodat er zoveel mogelijk menging plaatsvindt met kinderen zonder deze problematiek. We hebben in Wijchen identieke toelatings- en inschrijvingsprocedures die voor alle basisscholen gelden.