Bijlage 5 rapport STAB
Tekst van het document
Ten aanzien van de gevolgen van de maximale invulling van het plan voor de kwel en de kwelpatronen is de kritiek van Landslide dat de gegevens in het onderzoek onvoldoende betrouwbaar en/of locatiespecifiek zijn, dat onvoldoende rekenschap gegeven is van bijzonderheden in de ondergrond (waaronder breuklijnen) en dat er onvoldoende inzicht in de relatie tussen het Maaspeil en de grondwaterstanden in het plangebied terecht. Conclusie STAB stelt vast dat in het geohydrologisch onderzoek onvoldoende rekening is gehouden met de maximale invulling van het plan wat betreft de mogelijkheid om in tenminste 40% van het te ontwikkelen stedelijk gebied ondergrondse bouwwerken aan te brengen tot een diepte van 5 m. De gevolgen van de maximale invulling van het plan op de kwelstromen is daarom meer omvattend en complex is dan in het geohydrologisch onderzoek als uitgangspunt is genomen. Dit betekent dat de kwalitatieve beoordeling van de gevolgen voor de kwelflux op grond van een berekening met de formuie van Mazure en aan de hand van geëxtrapoleerde gegevens niet volstaat in het licht van de Richtlijn toetsing kwel en wegzijging. De kritiek van Landslide is terecht in die zin dat de gegevens die gebruikt zijn in de kwelstudie onvoldoende betrouwbaar en/of locatiespecifiek zijn, dat onvoldoende rekenschap gegeven is van bijzonderheden in de ondergrond en dat er onvoldoende inzicht
STAB-42069 l 18ju1i2025137
.
is in de reiatie tussen het Maaspeil en de grondwaterstanden in het plangebied om de effecten van de maximale invulling van het plan te kunnen toetsen.
4.3=
Vuilwaterriolering
4.3.1
Standpunten partijen
Appellanten 5.1.2e
en 5.1.2e
vrezen dat de realisatie van 37 woningen op de
onderhavige locatie problemen veroorzaakt voor de opslag van hemelwater en de verwerking van afvalwater in de riolering van Balgoij. Appellanten betwisten dat al in een vroegtijdig stadium van de planvorming is gekeken naar de belasting van het rioolstelsel en dat het bestemmingsplan zorgt voor een relatief beperkte toename in de belasting van het bestaande rioolstelsel. Appellanten hebben in hun zienswijze aangegeven dat op de overstortlocatie in de kern van Balgoij de norm van maximaal drie keer perjaar overstorten nu al wordt overschreden. Verweerder stelt in het verweerschrift dat het vuilwaterriool in het plangebied onder vrij verval zal afvoeren naar de bestaande riolering in De Maasakker en Den Bogerd. Het aan te leggen riool zal hoger moeten liggen dan NAP +6,9 m om onder vrij verval te lozen op de bestaande riolering. Bij uitvoering van het plan zal daaraan worden voldaan. Verder geeft verweerder aan dat het hemelwater uit het plangebied niet op het riool zal worden geloosd. Dat bij de overstortlocatie midden in het dorp geregeld stank wordt ervaren en de wettelijke norm van maximaal drie keer per jaar wordt overschreden staat los van het in geding zijnde plan, omdat de invloed van de in het plan voorziene 37 woningen verwaarloosbaar is op de omvang en het aantal overstorten van het gehele rioolstelsel in Balgoij.
Ten slotte merkt verweerder op dat met het waterschap is afgestemd dat een bergingstekort in het rioolsysteem wordt gecompenseerd door het overpompen van overtollig hemelwater naar de kern Wijchen. 4.3.2
Bevindingen STAB
ln de plantoelichting is beschreven dat in het voorliggende plan het hemelwater vanaf het verhard oppervlak over de weg wordt afgevoerd naar de groene bergingen/wadis en dus niet wordt aangesloten op de riolering. Het afvalwater van het plangebied wordt ingezameld met een vuilwaterriool en onder vrij verval afgevoerd naar de bestaande riolering in De Maasakker en Den Bogerd. Dit bestaande rioleringsstelsei in De Maasakker en Den Bogerd is een gemengd stelsel onder vrij verval (zie waterhuishoudingsplan, hoofdstuk 5) Dat betekent dat in de bestaande
STAB-42069 18 juli 2025 38
a
wijken naast het afvalwater ook het hemelwater dat in die wijken valt via het rioleringssysteem wordt afgevoerd. De berging in het bestaande rioolstelsel van Balgoij bedraagt 6,4 mm (zie paragraaf 5.4.2. van het waterhuishoudingplan). Hiermee wordt niet voldaan aan de basisinspanning, en daarom wordt overtollig hemelwater overgepompt met een pompovercapaciteit van 3 mm/uur naar het stelsel in Wijchen. Uit de neerslagstatistieken blijkt dat voor een neerslagduur van 1 uur die zich gemiddeld twee keer perjaar (T=O,5) voordoet de neerslaghoeveeiheid 13 mm bedraagt (zie afbeelding 14). (aJcnnd p hk irivn=
Ntrh1hiii
liÅrI,l nin u) rninuun ol ces mci ,i djrn gccsyn fleirn T
10
v rirr-sL
filknd )ivtia1ingrijke ii=
14Jr is ik 9S tiinaj T - &) )&
brtrauwtciarh&dsr-angc
T(%42i)J19 30
60=
4=
Min=
Uur=
24=
4
e
Uuf=
Uuf=
Dagen
Oagen
25
30
50
6$
12=
Jear
Min
Men
05
5
10
12
17
20
37
69
91
10
17-35
Z-27
30- 3 3
S1-S-6
50-66
U96
111-122
30 3S
37-43
62-71
72-83
99-115
123-142
25
2023
50
23-27
36-42
-52
71.13
11-95
201- 127
132-154
10)
lb-32
42-51
53-64
82- 100
90-110
17-142
139-169
2 50
31.40
31-64
66-$4
91.116
103.132
127.163
34 7- 218
500
35- 45
62-62
78- 106
203- 140
213-354
335113
153-208
1000
40-57
TI102
93-133
317-167
124-178
142-203
157-226
APoeelding 14: Combínaties van mm, duren en herholirigstijden van de neerslagstatistiek. Roodomlijnd de hoeveelheid neefs!og (mm) die zich gemiddeld twee keerperjaar gedurende een uur voordoet(bron: Een actueel beeld van de kans op extreme neerslag, STOWA 2019).
STAB constateert dat de totale bergingscapaciteit van 9,4 mm in de bestaande riolering van De Maasakker en De Bogerd onvoldoende is om de hemelwaterafvoer van deze neerslagsituatie zonder overstorting op het oppervlaktewater te verwerken. Dat betekent dat de gemiddelde overstortfrequentie van de bestaande riolering meer dan 2 keer perjaar bedraagt. ln paragraaf5.3 van hetwaterhuishoudingsplan is de piekafvoervan devuilwaterlast uit het plangebied berekend op 925 l/uur. Deze bijdrage van de vuilwaterlast op een rioleringsstelsel is in het algemeen klein ten opzichte van de bijdrage van hemelwater. STAB laat dit zien aan de hand van het volgende rekenvoorbeeld:
STAB-42069 18 juli 2025 39
De neerslagafvoer van het verhard oppervlak in het plangebied die zich bij een bui van 13 mm/uur gemiddeld twee keer perjaar voordoet, bedraagt: 11.939(m2)x 13(mm)= 155m3/uur 155 m3/uur = 155.000 l/uur De bijdrage van de vuilwaterlast van 925 l/uur op de totale waterlast van 155.925 l/uur bedraagt dan minder dan 0,6 %. Deze verhouding geldt ook voor de bestaande woonwijken. Daarmee is, anders dan appellanten veronderstellen, de bijdrage van de vuilwaterlast aan de overstortingen in de kern Balgoij miniem ten opzichte van de bijdrage van de hemelwaterafvoer, en is de hoeveelheid afvalwater uit het plangebied niet beperkend voor het functioneren van het bestaande rioieringssysteem. De realisatie van 37 woningen zal volgens STAB dan ook niet resulteren in meer overstortingen.
STAB-42069 18 juli 2025 40
u• 5=
Gevolgen van het plan voor appellanten
ln hoofdstuk 4 van dit verslag heeft STAB voor het plan als geheel geconcludeerd dat de hoeveeiheid waterberging die met de aanleg van drie wadi-systemen in het plangebied gereaiiseerd wordt, niet volstaat om aan de waterbergingsopgave die uit de toename van de verharding volgt te voldoen. Tevens heeft STAB geconstateerd dat in het kwelonderzoek de effecten van de maximale invulling van het plan onvoldoende zijn onderzocht om de gevolgen voor de omgeving inzichtelijk te maken. ln de volgende paragrafen gaat STAB in op de gevolgen van het plan voor de afzonderlijke appellanten. Daarbij zal worden gerefereerd aan de bevindingen van STAB in de eerdere hoofdstukken in ditverslag.
5.1=
Gevolgen voor 5.1.2e
Appellanten 5.1.2e
wonen op het adres 5.1.2e
en 5.1.2e te Balgoij. Zij vrezen wateroverlast
5.1.2e 5.1.2e
op hun perceel als gevolg van het voorliggende plan. Door de ophoging van het plangebied zal de afwatering van perceel worden belemmerd. Feitelijke situatie Appellanten zijn eigenaar van het perceel 724, dat met de zuidoostelijke zijde grenst aan het plangebied Balgoij-West (zie afbeelding 15). Het perceel heeft een oppervlakte van 1.842 m. Op het perceel staat een woonhuis dat dateert uit 1 937 en een bijgebouw. De rest van het perceel is ingericht als tuin.
Afbeelding 15: Ligging perceel appellanten Van Erp ten opzichte van hetplangebied (bron: Regels op de kaart, bewerking ¡n QGis).
STAB-42069 118ju1i2025141
.
.a • ln de bestaande situatie ligt het perceel van appellanten hoger dan het plangebied. Het perceelsgedeelte waarop het woonhuis staat ligt hoger dan NAP + 8,1 m. De hoogteligging van de omiiggende tuin varieert van ongeveer NAP + 8,0 m dicht bij de woning, tot NAP + 7,7 m in de zuidoostelijke hoek. Het naastliggend agrarische perceel ligt Iager dan het perceel van appellanten. De hoogte grenzend aan het perceel van appellanten bedraagt ongeveer NAP +7,6 m. De afwatering van het perceel verioopt gezien de hoogteligging zuidoosteiijk naar het aanliggende lager gelegen agrarisch perceel, en oostelijk via het agrarisch perceel naar de tertiaire watergang ten zuiden van de Maasakkers. Bevindingen STAB ln het voorliggende plan worden de grond in het plangebied opgehoogd tot tenminste NAP +8,1 m. Uit het stedenbouwkundig plan leidt STAB af dat de bouwpercelen die grenzen aan de gronden van appellanten hoger komen te liggen dan NAP +8,25 m. Dit betekent dat op de perceelgrens de aanliggende gronden ongeveer 65 cm worden opgehoogd en het aangrenzende bouwperceel hoger komt te liggen dan het perceel van appellanten. Voor appellanten betekent dit enerzijds dat de afwatering van hun gronden in zuidoostelijke richting belemmerd wordt en neerslag op de lagere gedeelten van hun perceel stagneert (zie afbeelding 16).
Anderzijds zullen de hoger gelegen gedeelten van de aangrenzende bouwpercelen in het plangebied oppervlakkig kunnen afstromen in de richting van het perceel van appellanten, omdat in het plan op de perceelsgrens geen sloot is voorzien. Ook dit geeft bij hevige neerslag een extra waterbezwaar op het perceel van appellanten.
STAB-42069 18 juli 2025 42
••
Hcogte99ir.g M . NAP
V.k,. • 744 746
7 47 7 49 757.51 782 754 7 55 - 7 56 751 759 78J.62 769 7.64 785-767 168 769 - 77 7.77 77.4 U 775 177 • 778-78 4 187-782 783 785 786 78? 7 68 . 79 799 193 7 94 - 7 95 796- 768 799 8 801 - 803 80.4 808 N 806 8.08 • 830 811 812-81 • • 814 816 817 818 • 819-521 •
• • • • • • • •
742=
-=
Afbeelding 16: Hoogteligging perceel appellanten 5.1.2e . Binnen de zwarte contouren de perceefsgedeelten waar water stagneert als de avatering van hetperceel belemmerd wordt door de ophoging von hetplangebied (oranje) (bron:AHN, Regefs op de koart, bewerking in ArcGlS Pro).
Verder merkt STAB op dat in paragraaf4.1 van dit verslag is geconstateerd dat het plan onvoldoende bergingscapaciteit mogelijk maakt in de noordelijke waterberging (langs de Maasakkers) ter voorkoming van wateroverlast. Dit heeft tot gevoig dat met het voorliggende plan ook voor het gebied dat in de bestaande situatie ter voorkoming van wateroverlast is aangewezen op de bergingscapaciteit van de tertiaire watergang, niet meer wordt voldaan aan de wateroverlastnorm in de situatie T=100. Omdat het perceel van appellanten direct bovenstrooms van deze watergang ligt, is het aannemelijk dat de kans op wateroverlast vanuit het oppervlaktewater met het voorliggende plan toeneemt.
5.2=
Gevolgen voor MoI- 5.1.2e
Appellanten 5.1.2e wonen op het adres 5.1.2e
te Balgoij. Zij stellen dat zij in de huidige
situatie wateroverlast ondervinden vanafde Maasakkers, omdat deze weg bij hevige neerslag het water onvoldoende kwijt kan op de tertiaire watergang ten zuiden van de Maasakkers. Appellanten vrezen dat als gevolg van het voorliggende plan deze wateroverlast zal verergeren.
STAB-42069 18 juli 2025 l 43
Feitelijke situatie Appellanten zijn eigenaar van het perceei 7O8, dat ten noorden van de Maasakkers ligt. Het perceel grenst niet aan het plangebied Balgoij-West (zie afbeelding 17). Het perceel heeft een oppervlakte van 571 m2. Op het perceel staat een woonhuis dat dateert uit 1985.
Afbeelding 17: Ligging perceel appellanten Mo/ ten opzichte van het plangebied (bron: Regels op de kaart, bewerking in QGis).
De gemiddelde hoogte van het perceel bedraagt ongeveer NAP +8,0 m, met het laagste punt op NAP +7,8 m. Het wegpeil van de Maasakkers ligt op ongeveer NAP +8,1 m. De bouwperceien aan de Maasakkers liggen op een hoogte van ongeveer NAP +8,4 m. Daarmee ligt het perceel van appellanten lager dan de omliggende gronden (zie afbeelding 19). Het perceel van appellanten watert in noordelijke richting afen heeft hydrologisch gezien voor de eigen afwatering geen relatie met het plangebied. Wel ondervinden appellanten in de bestaande situatie wateroverlast vanaf de hoger gelegen bouwpercelen aan de Maasakkers, omdat de naastliggende percelen onvoldoende afwateren naar de weg en de tertiaire watergang. Appellanten hebben maatregelen getroffen om het water van deze naastliggende percelen te weren (zie afbeelding 1 8). Voor zover deze maatregelen niet volstaan voeren ze het overtollig wateraf in noordelijke richting naar de Hoeveweg.
STAB-42069 l 18ju112025 144
Afbeelding 18: Waterwerende voorziening op naastiiggend en bovenstrooms gelegen perceelMaasakkers 3 (bron: STAB).
Bevindingen STAB ln paragraaf4.1 van ditverslag heeftSTABgeconstateerd dat het plan onvoldoende bergingscapaciteit mogelijk maakt Voor gronden buiten het plangebied die in de bestaande situatie afwateren via deze tertiaire watergang betekent dit een verminderde bergingscapaciteit en met de ophoging van het plangebied een grotere kans op wateroverlast vanuit het oppervlaktewatersysteem, omdat de tertiare watergang zal overstromen. Voor het perceel van appellanten heeft dit een terugslageffect, in de zin dat de afwatering van de weg op de tertiaire watergang verslechtert, dat daarmee het aangrenzende bouwperceel aan de Maasakkers het water niet kwijt kan via de weg en aldus het lager gelegen perceel van appellanten meer wateroverlast zal ondervinden (zie afbeelding 1 9).
STAB-42069 18 juli 2025 l 45
-
•••
V.IM. • •
u 72b 47 7.29
• •
..ì r=
• •
75À
5
:b 19, 1,.9 :,,: 88 ,9 7 172 7) .?A .= 1 17 -1 179 72 97 792 9.9= 7 19.6= 19.7 93 ?9 9= 7.9
• • • • • • •
794 795 7Q=
7Q9
990
807 973
a •
•
O9 971 212 91
•
914 $l
• •
817 $E •1 917 82? 977 82 829.
•
•
Afbeelding 19: Hoogteligging perceelappellanten Mol te opzichte van naastliggende gronden. Metpijl aangegeven het terugs!ageffect bij onvo!doende berging in de tertiaire watergang (bron: ArcGlS Pro, bewerking STAB).
5.3=
Gevolgen voor 5.1.2e
Appellanten 5.1.2e 5.1.2e
en 5.1.2e
en 5.1.2e
wonen respectievelijk op het adres 5.1.2e
en
te Balgoij. Appellanten vrezen wateroverlast als gevolg van de ophoging
van het maaiveld in het plangebied en de kwelverandering als gevolg van het voorliggende pian. Feitelijke situatie Appellant 5.1.2e
is eigenaar van het perceel 216, dat direct ten oosten van het
plangebied ligt. Het perceel grenst aan het plangebied Balgoij-West (zie afbeelding 20). Het perceel heeft een oppervlakte van 2.080 m2. Op het perceel staat een woonhuis en een bijgebouw. Beide gebouwen dateren uit 1982. Appellante 5.1.2e
is eigenaar van perceel 223 dat ten zuidoosten van het plangebied ligt
en grenst aan het perceel van 5.1.2e
. Het perceel heeft een oppervlakte van 8.880 m2.
Op het perceel staat een woonhuis en een bijgebouw.
STAB-42069 l 18 juli 2025 46
i
ren
nhuis
en 5.1.2e ten opzichte Afbeelding 20: Ligging percelen van appellanten 5.1.2e van hetplangebied. perceien appellanten zijn roodomlijnd. (bron: QGis, werking STAB).
De percelen van appellanten grenzen aan het gedeelte van het plangebied waar woningbouw is voorzien. Op de perceelsgrens ligt een B-watergang. Net als het plangebied, wateren de percelen van appellanten af op deze B-watergang. Deze B-watergang heeft een bodemhoogte van NAP +6,80 m. Dit betekent dat deze sloot in het algemeen bij een streefpeil van NAP +5,30 droog staat (zie afbeelding 21). Door de hoogteligging zal deze watergang enkel in het geval van hevige neerslag ofeen hoge rivierstand meedoen in de berging en afwatering van het gebied.
STAB-42069 l l8juli 2025
*
••
i
Afbee!ding 2 1: B-watergang ter hoogte van perceel 5.1.2e
(bron: STAB).
De gemiddelde maaiveldhoogte van de percelen van appellanten bedraagt ongeveer NAP + 7,9 m. Daarmee ligt het een stuk hoger dan het naastliggende gedeelte van het plangebied op gemiddeld NAP +7,1 m (zie afbeelding 22). -=
9_.=
-
o, • • 1Z • .,. , • . 7o • 504 • , os ,I • ? 11= ?7 • ,fl • , fl ,,t • ,fl ;3 14 • , 7,, •
,,,
-:
,4, .,s - 117
• •
,, ,,s ,. 1;. .7 r ,., ,l 7fl ,,. ., .os
•
000 033
.
1 • 1 ,= • &,a 1,? • *,3 127
\ Afbee!ding 22: Hoogteligging perce!en van oppe!!anten Van Horen en Wi!!ems ten opzichte van het naburig perceel en p!angebied in de bestaande situatie (bron: ArcGlS Pro, bewerking STAB).
STAB-42069 l l8juli 2025 48
Bevindingen STAB StAB stelt vast dat op grond van figuur 6.2.1 in het waterhuishoudingsplan het maaiveld grenzend aan de percelen van appellanten met meer dan 1 meter wordt opgehoogd tot ongeveer NAP +8,5 m. Vanwege de aanwezigheid van de tussenliggende B-watergang en omdat de neerslag in het plangebied in eerste instantie tijdelijk in wadis geborgen wordten de afvoer uit het plangebied niet toeneemt, leidt dit niet tot een directe afstroming van het plangebied naar de gronden van appellanten. Wel zorgt het hogere maaiveld ervoor dat in natte perioden meerwater in de onverzadigde zone en in de wadis kan worden geborgen. Dit resulteert mogelijk in natte perioden in een hogere freatische grondwaterstand in het plangebied dan in de omliggende gronden. Het uitstralingseffect hiervan en de mogelijke gevolgen voor de gronden van appellanten is niet onderzocht. Uit de kwelkaart in de klimaatatlas van het waterschap Rivierenland blijkt dat het plangebied waar de woningbouw is voorzien en de naastliggende gronden van appellanten kwelgevoelig is (zie afbeelding 5). Daarom kunnen maatregelen die ingrijpen op de kwelstroming, zoals het aanbrengen van ondergrondse bouwwerken tot een diepte van 5 m, nadelige gevolgen hebben voor de hoeveelheid kwel en de grondwaterstand in de percelen van appellanten 5.1.2e
en 5.1.2e , in die zin dat vaker sprake zal zijn varì
wateroverlast.18 Zoals in pa ragraaf 4.2.7 beschreven geeft het geohydrologisch onderzoek onvoldoende inzicht in de mogelijke effecten van het voorliggende plan voor de kwelsituatie in en nabij het plangebied.Vooral ook omdatgeen locatiespecifieke gegevens voorhanden zijn en het inzicht in de relatie tussen het Maaspeil en de grondwaterstanden irì en nabij het plangebied onvoldoende is om de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding voor de omgeving, waaronder de percelen van appellanten te kunnen kwantificeren.
Landslide heeft op het perceel van appellante 5.1.2e twee peilbuizen geslagen om meer inzicht te krijgen in de relatie tussen de stijghoogte van het diepe grondwater, het ondiepe grondwater het rivierpeil. Deze peilbuizen worden sinds 24ju1i 2024 bemeten. De eerste meetresultaten zijn opgenomen in bijlage STAB-9c.
STAB-42069 I 18juli2O2549
Legenda toegepaste uitzonderingsgrondslagen In dit document zijn gegevens geanonimiseerd op grond van: Wet
Artikel
Omschrijving
Pagina's
Wet open overheid
Art. 5.1 lid 2 sub e
De eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer
1, 2, 3, 5, 6, 7, 8, 10, 11, 31, 35, 36, 41, 44, 46, 49, 50, 51, 52