Bijlage 5: Bijlagen bij de toelichting
Tekst van het document
Fysieke aantasting van de burchten tijdens alle evenementen is uitgesloten, omdat de burchten met wezenlijke betekenis op geruime afstand van terreinen liggen die betreden worden. Tijdens grote evenementen gaan licht- en geluidsverstoring de hele nacht door, tot 5:00u ’s morgens. Uit het onderzoek uit 2021 is gebleken dat de op het terrein aanwezige dassen geen kraamburcht hebben in het recreatiegebied of in de rest van het plangebied. Burchten die een wezenlijke betekenis hebben voor dassen bevinden zich op de afgelegen delen van het terrein (oostzijde), op honderden meters van de drukte. Omdat tussen deze burchten en het evenemententerrein dichte beplanting aanwezig is en de beplanting niet betreden wordt, leiden de evenementen voor de dassen op die plek niet tot relevante verstoring. Dit wordt bevestigd door camerabeelden ten tijde van het evenement Down The Rabbithole 2022, waarbij verblijfplaatsen tijdens en na afloop van het evenement nog altijd in gebruik zijn. Omdat de dieren toegang hebben tot uitgestrekt foerageergebied aan de oostzijde van de A50 (via de faunapassage parallel aan de Nieuwe Wetering) blijven foerageermogelijkheden bestaan gedurende de evenementen. Camerabeelden uit 2022 bevestigen dat dassen (vóór en tijdens het evenement) gebruik maken van de faunapassage (Bijlage III).
Grote evenementen (categorie 4) vinden bovendien plaats aan het einde van de kwetsbare periode van de das. De kwetsbare periode (voortplantingsperiode) ligt globaal in de periode Effecten van evenementen op beschermde soorten en gebieden, recreatiegebied De Groene Heuvels te Ewijk
23
december – juni (waarbij rekening moet worden gehouden met jaarlijkse verschillen op basis van bijvoorbeeld weersomstandigheden). In de loop van juni / begin juli zijn de jongen zelfstandiger, mobieler en minder afhankelijk van zorg van de ouders. Monitoring van dassen wordt aanbevolen om wijzigingen in het terreingebruik en tijdstip van voortplanting tijdig te signaleren, effecten in te kunnen schatten en te voorkomen. Overtreding van verbodsbepalingen ten gevolge van de geplande evenementen is niet aan de orde indien de randvoorwaarden uit onderhavig onderzoek worden gehanteerd. Kleine marterachtigen Als gevolg van evenementen kunnen ook kleine marterachtigen verstoring ondervinden. De kleinere evenementen vinden overdag plaats (en eventueel een deel van de avond) en hebben geen effect op het foerageren en het gebruik van verblijfplaatsen, omdat in de nacht het terrein weer rustig is. Tijdens grote evenementen worden vrijwel alle grazige vegetaties binnen het plangebied betreden. Deze kunnen daardoor in de avond en nacht niet kunnen worden gebruikt als foerageergebied. De grootste verstoring door licht en geluid vindt plaats in de avond en nacht op het evenemententerrein, het blauw omlijnde deel van het plangebied.
Kleine marterachtigen zullen de schuilplekken in dit deel van het terrein gedurende de grote evenementen niet gebruiken en zich naar elders in hun territorium begeven. Bij verstoring van het evenemententerrein wordt slechts een beperkt deel van het leefgebied van kleine marterachtigen voor korte tijd onbruikbaar. Dit leidt niet tot wezenlijke verstoring. Van het definitief verlaten van schuil- of verblijfplaatsen zal geen sprake zijn. Deze soorten komen er immers voor terwijl het gebied al jaren voor evenementen wordt gebruikt. Van overtreding van verbodsbepalingen is geen sprake onder de veronderstelde afrastering van beplantingen (zie Hoofdstuk 2.2). Daarnaast zal sprake zijn van ecologische begeleiding door een deskundig ecoloog.
4.5
Vleermuizen Verblijfplaatsen Aan en rondom de gebouwen van paviljoen Het Buitenhuis vinden geen ingrepen of activiteiten plaats die leiden tot effecten op eventueel aanwezige verblijfplaatsen van vleermuizen. Omdat verlichting op en rondom het festivalterrein niet gericht wordt op beplantingen en bomen met holten, ondervinden vleermuizen geen knelpunten bij het uitvliegen. Daarnaast zal sprake zijn van ecologische begeleiding door een deskundig ecoloog. Deze geeft zowel bij opbouw als afbouw van het evenement, alsook gedurende het evenement, aanwijzingen voor de plaatsing van verlichting. Van overtreding van verbodsbepalingen is geen sprake. Foerageerfunctie Uit onderzoek (Janssen et al., 2017) blijkt dat verstoring door geluid afkomstig van muziekevenementen niet leidt tot verstoring van vleermuizen. De sonargeluiden die vleermuizen gebruiken, hebben andere frequenties dan geluid van muziek, waardoor verstoring van het foerageergedrag of sociaal gedrag van vleermuizen niet aan de orde is. Omdat het recreatiegebied met geschikte foerageerfunctie groot is, kunnen vleermuizen Effecten van evenementen op beschermde soorten en gebieden, recreatiegebied De Groene Heuvels te Ewijk
24
terreindelen gebruiken waar geen verlichting is. Vanwege de grote omvang van het gehele recreatiegebied en de beperkte tijdsduur van evenementen hebben vleermuizen te allen tijde voldoende foerageergebied en is overtreding van verbodsbepalingen niet aan de orde. Vliegroutes Verlichting kan het gebruik van vliegroutes beïnvloeden. Om te voorkomen dat vleermuizen belemmerd worden in het terreingebruik is het van belang het gebruik van verlichting langs bosranden te beperken. Indien de genoemde randvoorwaarden getroffen worden, dan wordt daarmee overtreding van de in de Wet natuurbescherming opgenomen verboden voorkomen.
4.6
Vogels (inclusief soorten met een jaarrond beschermd nest) De evenementen zijn voorzien in het broedseizoen. Betreding, verlichting en geluid nabij in gebruik zijnde nesten van vogels kan ertoe leiden dat oudervogels hun nest verlaten. Indien de oudervogels niet terugkeren op het nest is er sprake van wezenlijke verstoring; Om wezenlijke verstoring te voorkomen, dient voorafgaand aan evenementen duidelijk te zijn op welke locaties vogels broeden. Op locaties met nesten of potenties voor broedende vogels moeten vervolgens voorzorgsmaatregelen worden genomen om verstoring met wezenlijke invloed te voorkomen. Een voorbeeld daarvan is het afzetten van oevers en bosschages met linten of hekken. De nesten die hierin aanwezig (kunnen) zijn, worden daarmee beschermd tegen betreding. Het geheel aan onderzoek, advies over te treffen maatregelen om verstoring van vogels (en andere beschermde soorten) te voorkomen, heet ecologische begeleiding. Ecologische begeleiding bij evenementen op het terrein De Groene Heuvels omvat onder andere onderzoek naar aanwezige broedvogels, een omschrijving van benodigde preventieve maatregelen en begeleiding van de organisatie bij het treffen ervan.
Op de agrarische graslanden rondom de Groene Heuvels die tijdens grotere evenementen als parkeer- en kampeergebied fungeren, worden op voorhand geen effecten op broedende vogels verwacht, omdat deze er niet voorkomen. Uit voorzorg worden wel preventieve maatregelen voorgesteld om de graslanden vrij te houden van weidevogels (zie randvoorwaarden). Maatregelen om effecten op broedende roeken tegen te gaan zijn niet nodig; de roeken bevinden zich in de periferie van het evenement (aan de westzijde van het plangebied). De roeken hebben voldoende foerageermogelijkheden op de agrarische percelen en omringende terreinen die niet worden gebruikt om te kamperen en parkeren. Door het treffen van preventieve maatregelen wordt overtreding van verbodsbepalingen voorkomen.
Effecten van evenementen op beschermde soorten en gebieden, recreatiegebied De Groene Heuvels te Ewijk
25
5 Toetsing aan gebiedenbescherming 5.1
Ligging ten opzichte van Natura 2000-gebieden Het plangebied ligt ruim 2 km ten zuiden van delen van Natura 2000-gebied Rijntakken. Andere Natura 2000-gebieden liggen verder weg, op een afstand van minimaal 15 km. Natura 2000-gebied Rijntakken is aangewezen voor habitattypen, soorten en vogels die specifiek gebonden zijn aan rivieren, uiterwaarden, moerassige omstandigheden of open water. De instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied Rijntakken zijn opgenomen in Bijlage 1.
Figuur 5.1
5.2
Ligging van het plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden.
Betekenis van het plangebied voor soorten van Natura 2000-gebieden Het plangebied heeft geen (essentiële) functie heeft voor soorten of (niet-)broedvogels waarvoor Natura 2000-gebied Rijntakken of andere Natura 2000-gebieden voor zijn aangewezen. Dit hangt samen met de afstand tot Natura 2000-gebieden en de kenmerken van het plangebied (bos en parkachtig landschap). De agrarische graslanden hebben in de zomer geen functie als foerageergebied voor ganzen en bovendien zal het buiten de zomer om niet om dieren gaan met instandhoudingsdoelen in Natura 2000-gebied Rijntakken.
Effecten van evenementen op beschermde soorten en gebieden, recreatiegebied De Groene Heuvels te Ewijk
26
5.3
Effecten en beoordeling Wnb De effectenindicator (www.synbiosys.alterra.nl/bij12) is een hulpmiddel dat ontwikkeld is om overzicht te geven van gevoeligheden van Natura 2000-gebieden. Per activiteit kunnen gevoeligheden worden bepaald. Omdat er geen categorie “Muziekevenement” is, is gekozen voor “Landrecreatie”. De effectenindicator geeft bij deze categorie aan dat Natura 2000-gebied Rijntakken gevoelig is voor verstoring door mechanische effecten, optische verstoring, licht, geluid, verontreiniging en oppervlakteverlies (zie Bijlage 2). Licht en geluid van evenementen zullen niet verder dan 500 m buiten het plangebied op te merken zijn. Omdat effecten Natura 2000-gebieden niet bereiken en het plangebied geen functie heeft voor soorten van Natura 2000-gebieden, worden negatieve effecten op habitatsoorten, broedvogels en niet-broedvogels uitgesloten. Van oppervlakte verlies of mechanische verstoring ten gevolge van de geplande muziekevenementen is geen sprake. Deze bevinden zich ruim buiten het Natura 2000gebied. In het kader van de toetsing van verontreiniging is uitsluitend stikstofdepositie relevant. Evenementen leiden tot extra stikstofdepositie als gevolg van extra verkeersbewegingen en de inzet van mobiele werktuigen en generatoren.
Met behulp van AERIUS, een online rekenmethode, is hiervoor een berekening uitgevoerd om na te gaan wat de reikwijdte is van de depositie als gevolg van de evenementen op omliggende Natura 2000-gebieden. De bevindingen zijn opgenomen in Bijlage IV en V. Door middel van extern salderen wordt een netto toevoeging van stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden voorkomen. Van (significant) negatieve effecten ten gevolge van stikstof is geen sprake (zie Cardinaals, 2021).
Effecten van evenementen op beschermde soorten en gebieden, recreatiegebied De Groene Heuvels te Ewijk
27
6 Toetsing aan natuurbeleid 6.1
provinciaal
en
gemeentelijk
Toetsing aan provinciaal beleid Een aantal percelen van het recreatiegebied heeft een beheertypen toegewezen gekregen. Het GNN ligt op aan de noordwestelijke zijde tegen het plangebied aan en binnen de Beschermingszone Natte natuur. Percelen in het recreatiegebied De Groene Heuvels behoren dus niet tot het GNN of GO. Een aantal percelen heeft een beheertype toegekend gekregen, maar omdat ze buiten het als GNN begrensd gebied liggen, ook de percelen binnen Beschermingszone Natte Natuur), geldt het GNN-beleid niet als toetsingskader. In onderstaande figuur is de ligging van het plangebied weergegeven ten opzichte van de ligging van het NNN en de Beschermingszone natte landnatuur.
Figuur 6.1
Ligging plangebied ten opzichte van het NNN en de Beschermingszone natte landnatuur.
Omdat het plangebied volledig buiten het GNN ligt, zijn alleen mogelijk optredende externe effecten relevant. Hoewel het GNN geen externe werking kent, is een goede ruimtelijke ordening van functies wel relevant. Kernkwaliteiten die genoemd zijn in de Omgevingsverordening als eigenschap van Rivierduinengordel Overasselt - Bergharen worden niet aangetast door de te houden evenementen. Deze terreinen liggen op relatief grote afstand van de te houden evenementen. Van (extra) betreding van die terreinen tijdens evenementen zal geen sprake zijn. De percelen behouden hun huidige vorm, begroeiing en natuurbestemming. Effecten kunnen daarom worden uitgesloten.
Effecten van evenementen op beschermde soorten en gebieden, recreatiegebied De Groene Heuvels te Ewijk
28
6.2
Toetsing aan gemeentelijk natuurbeleid In het Bestemmingsplan Buitengebied van de gemeente Beuningen zijn enkele percelen binnen het plangebied aangeduid als Natuur – 1. Het bestemmingplan geeft de volgende aanduiding van de bestemming Natuur - 1: De gronden zijn bestemd voor: - behoud, beheer en herstel van de landschappelijke en natuurwaarden; - agrarisch gebruik gericht op natuurbeheer; - water en waterhuishoudkundige doeleinden; - extensief recreatief medegebruik; - doeleinden van openbaar nut; - bestaande dijkmagazijnen; Tevens is een nadere detaillering opgenomen (in 9.1.2) die bepaalt dat het beleid binnen deze bestemming gericht is op het behoud, beheer en herstel van de aanwezige bebossing en het open water.
Figuur 6.1
Kaart met aanduiding Natuur uit Bestemmingsplan Buitengebied. Het rood omlijnde gebied geeft aan waar percelen met de functie natuur – 1 worden gebruikt voor het evenement.
Het betreffende vlak betreft een weiland (intensief gebruikt agrarisch grasland). Het betreft een met engels raaigras begroeid grasland dat wordt bemest; er broeden geen weidevogels vanwege de ligging naast opgaande populieren. Andere minder algemeen voorkomende natuurwaarden komen evenmin voor.
Effecten van evenementen op beschermde soorten en gebieden, recreatiegebied De Groene Heuvels te Ewijk
29
Gedurende de evenementen wordt het perceel gebruikt om te parkeren en te kamperen. Ook is het terrein als productiegebied voorzien. Een productiegebied kenmerkt zich door het aanbrengen van functies ten behoeve van de evenementen in de periode voorafgaand aan de opbouw tot en met de afbouw. Het terrein wordt in de betreffende periode ontsloten met rijplaten en er vindt op- en overslag plaats. Noodgebouwen met kantoorfunctie en medewerkerscatering wordt aangebracht, maar ook lichtmasten, koelcontainers en generatoren. Dit gebruik is maximaal 8 weken per jaar voorzien op het betreffende Natuur -1 perceel. Omdat het gebruik tijdelijk is en niet tot schade leidt, vormt het geen belemmering voor het beschreven natuurtype. Bovendien wordt extensief recreatief medegebruik wordt genoemd in de Omgevingsverordening als toegestane gebruiksvorm.
Effecten van evenementen op beschermde soorten en gebieden, recreatiegebied De Groene Heuvels te Ewijk
30
7 Beoordeling en conclusies 7.1
Beoordeling Wet natuurbescherming - onderdeel soortenbescherming •
•
• •
7.2
Opzettelijke beschadiging of vernieling van verblijfplaatsen (zoals burchten) van dassen en kleine marterachtigen dient te worden voorkomen (zie randvoorwaarde hieronder). Het vernietigen of aantasten van verblijfplaatsen van deze soorten is een overtreding van de Wnb artikel 3.10 lid 1 b. Met monitoring van het gebiedsgebruik van dassen en de maatregelen uit de randvoorwaarden wordt overtreding van dit verbod voorkomen. Voor het vernietigen van (jaarrond beschermde) nesten die in gebruik zijn en het verstoren van in gebruik zijnde nesten van vogels zodanig dat broedsels mislukken is geen ontheffing mogelijk. Met monitoring en de maatregelen uit de randvoorwaarden wordt overtreding van dit verbod voorkomen. Het vernietigen en verstoren van in gebruik zijnde nesten wordt voorkomen door de randvoorwaarde op te volgen. Het vernietigen of aantasten van verblijfplaatsen van vleermuizen is een overtreding van de Wnb artikel 3.5 lid 1 en 4. Rust- of verblijfplaatsen gaan niet verloren als gevolg van het evenement omdat geen bomen worden gekapt. Verstoring van verblijfplaatsen door verlichting is te voorkomen door de randvoorwaarden op te volgen.
Beoordeling Wet natuurbescherming - onderdeel gebiedenbescherming Op grond van de omvang van de invloedssfeer en de grote afstand tot Natura 2000gebieden kunnen (significant) negatieve effecten van mechanische verstoring, habitatverlies, verstoring door licht, geluid of menselijke aanwezigheid en verontreiniging worden uitgesloten. Ten aanzien van stikstof worden effecten op stikstofgevoelige habitats van omliggende Natura 2000-gebieden uitgesloten.
7.3
Toetsing aan het provinciaal en gemeentelijk beleid Provinciaal beleid Het jaarlijks tijdelijk in gebruik nemen van (delen van) het plangebied voor evenementen leidt niet tot effecten op beheertypen van het GNN. Gemeentelijk beleid Het jaarlijks tijdelijk in gebruik nemen van (delen van) het plangebied voor evenementen leidt niet tot effecten op Natuur – 1 percelen omdat het gebruik tijdelijk is en recreatief medegebruik is toegestaan.
Effecten van evenementen op beschermde soorten en gebieden, recreatiegebied De Groene Heuvels te Ewijk
31
7.4
Conclusies Wnb - onderdeel soortenbescherming Door de randvoorwaarden op te volgen worden verbodsbepalingen ten aanzien van beschermde soorten als gevolg van het plaatsvinden van evenementen voorkomen. Wnb – onderdeel gebiedenbescherming (Significante) effecten op instandhoudingsdoelen, habitattypen, soorten en vogels van Natura 2000-gebieden als gevolg van evenementen worden uitgesloten. Toetsing aan het beleid voor het NNN Significante effecten op wezenlijke kenmerken waarden van het NNN als gevolg van de evenementen worden uitgesloten. Toetsing aan het bestemmingsplan Effecten op natuur treden niet op omdat het terrein weinig natuurwaarden heeft en het gebruik slechts tijdelijk is. Het bestemmingsplan staat recreatief medegebruik toe.
7.5
Randvoorwaarden (Wnb – onderdeel soortenbescherming) •
•
• •
• •
Monitor het gebruik van het plangebied door dassen door een ter zake kundige. Het doel hiervan is veranderingen in terreingebruik en burchtgebruik tijdig te signaleren. Neem indien nodig extra preventieve maatregelen om negatieve effecten op dassen te voorkomen. De kwetsbare periode van de das is de voortplantingsperiode; deze begint bij de zwangerschap in december en eindigt op het moment dat de jongen zelfstandig hun weg kunnen gaan (juni / juli). De genoemde perioden kunnen eerder of later beginnen of eindigen, afhankelijk van bijvoorbeeld weersomstandigheden. De ter zake kundige kan de exacte periode van voortplanting aangeven. Neem indien nodig extra preventieve maatregelen om negatieve effecten op dassen te voorkomen. Voer voorafgaand aan evenementen nader onderzoek uit naar aanwezigheid van (jaarrond beschermde) nesten. Voer voorafgaand aan evenementen nader onderzoek uit naar broedende vogels. Dit betreft een onderzoek naar opvallende / zichtbare nesten van (onder meer) soorten als zwarte kraai, houtduif, spechten, watervogels. Ten behoeve van aangetroffen nesten zullen maatregelen worden gegeven om verstoring te voorkomen. Voorkom verlichting van bosranden om vliegroutes van vleermuizen niet te storen. Verlicht bomen met holten niet om uitvliegende vleermuizen niet te verstoren.
Effecten van evenementen op beschermde soorten en gebieden, recreatiegebied De Groene Heuvels te Ewijk
32
Literatuur Bij12, 2017 Kennisdocument Das. Meles meles. Bij12, Utrecht. Bolt, N., 2019. Notitie aanvullend veldonderzoek naar de das in recreatiegebied Groene Heuvels te Ewijk. Crex ecologisch advies, Amsterdam. Bolt, N., 2019. Nader onderzoek naar aanwezigheid van de das op de locatie Down the Rabbit Hole te Bergharen. Crex ecologisch advies, Amsterdam. Bouwens, S. 2017. Handreiking kleine marters in relatie tot soortbescherming. Provincie NoordBrabant, 's Hertogenbosch. Hille Ris Lambers, I., Notitie quickscan beschermde soorten Down the Rabbit Hole te Ewijk. Notitie Bureau Waardenburg met kenmerk 19-1029/19.10290/IngHR. Bureau Waardenburg, Culemborg. Hille Ris Lambers, I., J.T.B. Cardinaals, 2021. Verslag dassenonderzoek 2021. Terreingebruik dassen in recreatiegebied De Groene Heuvels te Bergharen. Bureau Waardenburg, Culemborg. Janssen R, R. Delbroek & T. Molenaar, 2017. Vleermuizen op de Lonnekerberg mede in relatie tot het Airforce Festival. Monitoring en analyse van het gedrag van de passieve luisteraars gewone grootoorvleermuis, vale vleermuis en Bechsteins vleermuis. Bionet Natuuronderzoek, Stein. 2017 — 2. 53 pg incl. bijlagen. Krijgsveld, K.L., R.R. Smits & J. van der Winden, 2008. Verstoringsgevoeligheid van vogels. Update literatuurstudie naar de reacties van vogels op recreatie. Rapport 08-173. Bureau Waardenburg, Culemborg. Tauw, 2014.
Broedvogelonderzoek Down the Rabbit Hole. Kenmerk R001-1224443A1H-hve-V02NL. Tauw, 2015. Natuurtoets en monitoring broedvogels Down the Rabbit Hole 2015. Toetsing aan de Flora- en faunawet en de EHS. Kenmerk R001-1230030ERT-kmi-V01-NL Tauw, 2017. Natuurtoets Down the Rabbit Hole 2017. Toetsing aan de Wet natuurbescherming. R001- 1247756KES-ssc-V01-NL. Tauw, 2018. Broedvogelmonitoring Down The Rabbit Hole 2018. Kenmerk NO01-1263576ERTV01-nda-NL.
Effecten van evenementen op beschermde soorten en gebieden, recreatiegebied De Groene Heuvels te Ewijk
33
Bijlage I 7.6
Wettelijk kader
Inleiding Vanaf 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (kortweg: Wnb) in werking. Deze wet vervangt de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. Met de inwerkingtreding van de Wnb zijn de provincies het bevoegde gezag voor de ontheffingen vergunningverlening voor plannen en projecten en voor het vaststellen van vrijstellingsregelingen. Bij provincie overschrijdende projecten is dit de minister van EZ. Deze bijlage vat het wettelijk kader samen voor toetsing van ruimtelijke ingrepen en andere handelingen. In paragraaf 1.2 komen algemene bepalingen van de wet aan de orde. Gebiedsbescherming is in de wet beschreven in ‘Hoofdstuk 2 Natura 2000-gebieden’ en is hier samengevat in paragraaf 1.3. De bescherming van soorten is in de wet beschreven in ‘Hoofdstuk 3 Soorten’ en in deze bijlage samengevat in paragraaf 1.4. De bescherming van bomen en bos is in de wet beschreven in ‘Hoofdstuk 4 Houtopstanden, hout en houtproducten’ en is hier samengevat in paragraaf 1.5. Andere onderdelen van de Wnb zoals jacht, schadebestrijding, overlastbestrijding, faunabeheer en omgang met exoten maken geen deel uit van deze bijlage.
7.7
Algemene bepalingen Art 1.10 De Wet natuurbescherming is gericht op:
•
het beschermen en ontwikkelen van de natuur, mede vanwege de intrinsieke waarde, en het behouden en herstellen van de biologische diversiteit; • het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur ter vervulling van maatschappelijke functies, en • het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waardevolle landschappen, vanwege hun bijdrage aan de biologische diversiteit en hun cultuurhistorische betekenis, mede ter vervulling van maatschappelijke functies. Art 1.11 Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Deze zorgplicht houdt in elk geval in dat handelingen waarvan redelijkerwijs verwacht mag worden dat ze nadelige gevolgen kunnen hebben voor een Natura 2000gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten achterwege blijven, dan wel dat noodzakelijke maatregelen worden getroffen om negatieve gevolgen te voorkomen, of voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen ze beperkt of ongedaan worden gemaakt.
Art 1.12 Gedeputeerde staten van de provincies dragen zorg voor: • het nemen van de nodige maatregelen voor de bescherming, de instandhouding of het herstel van biotopen en leefgebieden in voldoende gevarieerdheid voor alle van nature in het wild levende vogelsoorten en planten en dieren en hun habitats van bijlagen II, IV en V bij de Habitatrichtlijn en habitattypen van bijlage I van de Habitatrichtlijn;
Effecten van evenementen op beschermde soorten en gebieden, recreatiegebied De Groene Heuvels te Ewijk
34
•
•
het behoud of het herstel van een gunstige staat van instandhouding van de met uitroeiing bedreigde of speciaal gevaar lopende van nature in het wild voorkomende dier- en plantensoorten; de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd Natuurnetwerk Nederland.
Gedeputeerde staten kunnen gebieden buiten het Natuurnetwerk Nederland aanwijzen die van provinciaal belang zijn vanwege hun natuurwaarden of landschappelijke waarden, met inachtneming van hun cultuurhistorische kenmerken. Deze gebieden worden aangeduid als ‘bijzondere provinciale natuurgebieden’ en ‘bijzondere provinciale landschappen’.
7.8
Natura 2000-gebieden De Wnb heeft tot doel het beschermen en in stand houden van Natura 2000-gebieden. Relevante wettelijke bepalingen De beoordeling van projecten en andere handelingen wordt geregeld in artikel 2.7 tot en met artikel 2.9. Aanwijzingsbesluiten geven de instandhoudingsdoelstellingen ten aanzien van de leefgebieden voor vogels van de Vogelrichtlijn, de natuurlijke habitats en de habitats van soorten van de Habitatrichtlijn. De instandhoudingsmaatregelen zijn voor elk gebied beschreven in het beheerplan. Tevens beschrijft het beheerplan welke handelingen en ontwikkelingen in het gebied en daarbuiten het bereiken van de instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen. Voor het uitvoeren van plannen of projecten kan GS de verplichting opleggen tot preventieve of herstelmaatregelen. Dit is niet van toepassing indien voor het plan of project een (omgevings)vergunning is verleend. Beoordeling van plannen en projecten Art. 2.7 Voor een plan dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, en dat afzonderlijk of in combinatie (in cumulatie) met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, is een passende beoordeling noodzakelijk.
Er is een vergunning nodig van GS voor projecten of andere handelingen die de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. De bevoegdheid ten aanzien van de vergunningverlening ligt bij GS van de provincie waarin het project wordt uitgevoerd. Er geldt een uitzondering op de vergunningprocedure op grond van de Wet natuurbescherming: als via een andere wettelijke bepaling een passende beoordeling verplicht is (bijvoorbeeld op grond van de Tracéwet of de Spoedwet wegverbreding) voor de besluitvorming.
Effecten van evenementen op beschermde soorten en gebieden, recreatiegebied De Groene Heuvels te Ewijk
35
Art. 2.9 Géén vergunning is nodig:
•
•
•
Als het project of de handeling is opgenomen in een Natura 2000-beheerplan of in een vastgesteld programma voor Natura 2000-gebieden (zoals de PAS). Voorwaarde is dat 1) ten aanzien van het plan of het programma een passende beoordeling van projecten is uitgevoerd waaruit de zekerheid is verkregen dat het project de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet zal aantasten, en 2) dat het bestuursorgaan dat het plan of programma heeft vastgesteld, tevens bevoegd gezag is voor vergunning¬verlening of dat dit bestuursorgaan heeft ingestemd heeft met het plan of programma. Als het project of de handeling al bestond of bekend was op de referentiedatum 31 maart 2010 of later als het gebied later is aangewezen (ook wel bekend als bestaand gebruik). Als het project of de handeling behoort tot door PS bij verordening aangewezen categorieën van gevallen.
Toelichting op begrippen Habitattoets De habitattoets is de verzamelnaam van toetsingen van effecten van plannen en projecten op de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied. In beginsel worden de effecten van plannen en projecten op Natura 2000-gebieden ‘passend beoordeeld’. Als er kans is op significant negatieve effecten en mitigerende maatregelen bij de beoordeling zijn betrokken wordt gesproken over een ‘passende beoordeling’. Om procedurele redenen kan er voor worden gekozen om een oriëntatiefase – soms ook wel ‘voortoets’ genoemd – te doorlopen. De inhoudelijke studie is in de oriëntatiefase in grote lijnen identiek aan een passen de beoordeling, echter mitigerende maatregelen zijn bij de oriëntatiefase niet bij de beoordeling betrokken. Als de conclusie is dat significante negatieve effecten niet op voorhand kunnen worden uitgesloten en maatregelen nodig zijn om significant negatieve effecten met zekerheid te voorkomen, zal alsnog een passende beoordeling nodig zijn.
Mitigerende maatregelen Mitigerende maatregelen zijn maatregelen ter voorkoming of beperking van het (mogelijke) effect van het project of andere handeling en deze maatregelen zijn onlosmakelijk verbonden zijn met een project / andere handelingen Cumulatieve effecten Voor de habitattoets geldt uitdrukkelijk dat voor elke activiteit onderzocht moet worden of er mogelijke significante effecten zijn als gevolg van de activiteit afzonderlijk en in combinatie met andere plannen en projecten. In het laatste geval moeten de gezamenlijke ofwel cumulatieve effecten beoordeeld worden in het licht van de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied. Het gaat daarbij om alle plannen en projecten die op bestuurlijk niveau zijn goedgekeurd en die nog niet (volledig) zijn gerealiseerd.
Effecten van evenementen op beschermde soorten en gebieden, recreatiegebied De Groene Heuvels te Ewijk
36
Significantie Van significante effecten kan sprake zijn als ten gevolge van het plan of project realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen wordt bemoeilijkt of onmogelijk wordt gemaakt. In de Leidraad bepaling Significantie is het begrip ‘significante gevolgen’ toegelicht.1 Externe werking Ook activiteiten buiten het Natura 2000-gebied kunnen vergunningplichtig zijn als die activiteiten negatieve effecten op het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen voor het gebied (kunnen) veroorzaken. Dit wordt de ‘externe werking’ van de bescherming genoemd. Voormalig Programma Aanpak Stikstof Op 1 juli 2015 is de Programma Aanpak Stikstof (PAS) in werking getreden. Het PAS is opgenomen in de Wet natuurbescherming. Op 29 mei 2019 heeft de Raad van State geoordeeld dat het PAS niet voldoet aan de Habitatrichtlijn. Dit betekent o.a. dat de in de PAS gehanteerde grenswaarden vervallen en voor elke bijdrage aan de depositie ‘hoe klein ook’ ecologische gronden moet worden onderbouwd wat de effecten zijn of dat deze verwaarloosbaar zijn of kunnen worden uitgesloten Het voormalige PAS programma beoogde met een gericht pakket van herstelmaatregelen enerzijds waarborgen te geven voor behoud en herstel van stikstofgevoelige habitats en leefgebieden van soorten en anderzijds ruimte te bieden voor nieuwe economische activiteiten.
Voor projecten die vermeld zijn op een lijst met prioritaire projecten was op voorhand ruimte gereserveerd. Voor nieuwe projecten (niet-prioritair) gold bij een toename van stikstofdepositie op een stikstof gevoelig habitat met thans al een overschrijding het volgende: •
Activiteiten met een stikstofdepositie vanaf 1 mol/ha/jaar zijn vergunningplichtig.
•
Activiteiten met een stikstofdepositie onder 0,05 mol/ha/jaar zijn niet vergunningplichtig.
•
Voor activiteiten met een stikstofdepositie tussen 0,05 mol/ha/jaar – 1 mol/ha/jaar moet voor het Natura 2000-gebied worden nagegaan wat de actuele geldende grenswaarde is. Bij 95% uitgegeven depositieruimte wordt de grenswaarde verlaagd naar 0,05 mol/ha/jaar; dan is dus een vergunning nodig bij een stikstofdepositie hoger dan
0,05 mol/ha/jaar (anders bij 1
mol/ha/jaar) De omvang van de stikstofdepositie als gevolg van een project moet worden vastgesteld aan de hand van het rekenmodel AERIUS Calculator.
7.9
Soorten Verbodsbepalingen De Wnb onderscheid bij de bescherming van soorten drie beschermingsregimes: Art. 3.1 Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn 1
Het is verboden opzettelijk in het wild levende vogels (VR artikel 1) te doden of te vangen.
2
Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld onder 1 te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.
1 Leidraad bepaling significantie. Nadere uitleg van het begrip ‘significante Natuurbeschermingswet. Publicatie Steunpunt Natura 2000, versie 27 mei 2010.
gevolgen’
Effecten van evenementen op beschermde soorten en gebieden, recreatiegebied De Groene Heuvels te Ewijk
uit
de
37
3
Het is verboden eieren van vogels als bedoeld onder 1 te rapen en deze onder zich te hebben.
4
Het is verboden vogels als bedoeld onder 1 opzettelijk te storen.
5
Het verbod, opzettelijk storen, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Het ministerie heeft een lijst gemaakt van soorten vogels die hun nest doorgaans het hele jaar door of telkens opnieuw gebruiken. Deze nesten zijn jaarrond beschermd 1 . Voor andere soorten geldt dat de nesten alleen beschermd zijn wanneer zij (in het broedseizoen) in gebruik zijn. Art. 3.5 Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn 1
Het is verboden in het wild levende dieren (HR bijlage IV, VvBern Bijlage II, VvBonn Bijlage I) opzettelijk te doden of te vangen.
2
Het is verboden dieren als bedoeld onder 1 opzettelijk te verstoren.
3
Het is verboden eieren van dieren als bedoeld onder 1 in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.
4
Het is verboden voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld onder 1 te beschadigen of te vernielen.
5
Het is verboden planten (HR bijlage IV, VvBern Bijlage I) in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Art. 3.10 Beschermingsregime andere soorten 1
Het is verboden in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage bij de Wet, onderdeel A, natuurbescherming opzettelijk te doden of te vangen.
2
Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld onder 1 opzettelijk te beschadigen of te vernielen.
3
Het is verboden vaatplanten genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij de Wet natuurbescherming, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Ontheffingen en vrijstellingen Gedeputeerde staten kunnen een ontheffing verlenen van verboden die gelden voor Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (Art 3.3), Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (Art 3.8) en Beschermingsregime andere soorten (Art 3.10 lid 2). Provinciale staten en de Minister kunnen bij verordening vrijstelling verlenen van deze verboden (Art 3.3, Art 3.8)
Een ontheffing of een vrijstelling wordt uitsluitend verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan: • er bestaat geen andere bevredigende oplossing, • er is voldaan aan een in Art 3.3 dan wel Art 3.8 genoemd belang, • er is geen sprake van een verslechtering van de (gunstige) staat van instandhouding van de desbetreffende soort.
1 Zie de Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingrepen, ministerie van LNV, augustus 2009.
Effecten van evenementen op beschermde soorten en gebieden, recreatiegebied De Groene Heuvels te Ewijk
38
Aan een ontheffing kunnen voorwaarden worden gesteld om schade te beperken of te compenseren zodat er geen afbreuk wordt gedaan aan de SvI. Art 3.3, Art 3.8 De verboden voor zijn niet van toepassing op handelingen ten behoeve van
instandhoudingsmaatregelen en handelingen in het kader van een Natura 2000beheerplan of een vastgesteld programma (zoals bijvoorbeeld de PAS). Art. 3.10 Voor soorten vallend onder ‘Beschermingsregime andere soorten’ kan de provincie
een vrijstelling verlenen voor handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden en bestendig beheer of onderhoud. Art. 3.31 De hierboven genoemde verboden onder de drie beschermingsregimes zijn niet
van toepassing op handelingen die zijn beschreven in en aantoonbaar worden uitgevoerd overeenkomstig een door Onze Minister goedgekeurde gedragscode en die plaatsvinden in het kader van bestendig beheer of onderhoud en ruimtelijke ontwikkeling en inrichting.
7.10
Houtopstanden Hoofdstuk 4, paragraaf 4.1 van de Wnb regelt de verbodsbepalingen ten aanzien van houtopstanden. De Wet natuurbescherming beschermt houtopstanden met een oppervlakte van minimaal 1000 m2 en rijbeplantingen die bestaan uit meer dan 20 bomen (art. 1.1). Art. 4.1 De bepalingen in § 4.1 hebben o.a. geen betrekking op houtopstanden binnen de
bebouwde kom, op erven of in tuinen, wegbeplantingen, beplanting langs rijkswegen, boomsingels en in het geval van het dunnen van een houtopstand. Art. 4.2 Het is verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen,
met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaande melding daarvan bij gedeputeerde staten. Art. 4.3 Als een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, met uitzondering van het
periodiek vellen van griend- of hakhout, geldt een plicht tot herbeplanten van dezelfde grond binnen drie jaar na het vellen. Art. 4.4 De bepalingen in § 4.1 zijn eveneens niet van toepassing als het vellen van
houtopstanden en herbeplanten wordt gerealiseerd overeenkomstig een door Onze Minister goedgekeurde gedragscode. In de artikelen van § 4.1 zijn meer uitzonderingen aangegeven.
Effecten van evenementen op beschermde soorten en gebieden, recreatiegebied De Groene Heuvels te Ewijk
39
Bijlage II Dassenonderzoek 2021
Effecten van evenementen op beschermde soorten en gebieden, recreatiegebied De Groene Heuvels te Ewijk
40
Verslag dassenonderzoek 2021 Terreingebruik dassen in recreatiegebied De Groene Heuvels te Ewijk
I. Hille Ris Lambers J.T.B. Cardinaals
Verslag dassenonderzoek 2021 Terreingebruik dassen in recreatiegebied De Groene Heuvels te Ewijk drs. ing. I. Hille Ris Lambers J.T.B. Cardinaals, MSc. Status uitgave: definitief Rapportnummer:
21-216
Projectnummer:
21-0472
Datum uitgave:
12 januari 2022
Projectleider:
drs. ing. I. Hille Ris Lambers
Naam en adres opdrachtgever:
Leisurelands Postbus 882 6800 AW Arnhem
Referentie opdrachtgever:
Mail dd. 24 juni 2021
Akkoord voor uitgave:
drs. F. van Vliet
Paraaf: Graag citeren als: Hille Ris Lambers, I., J.T.B. Cardinaals, 2022. Verslag dassenonderzoek 2021. Terreingebruik dassen in recreatiegebied De Groene Heuvels te Ewijk. Rapport 21-216. Bureau Waardenburg, Culemborg. Trefwoorden: dassen, Down the Rabbit Hole, recreatiegebied. Bureau Waardenburg bv is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Bureau Waardenburg bv. Opdrachtgever hierboven aangegeven vrijwaart Bureau Waardenburg bv voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. © Bureau Waardenburg bv / Leisurelands Dit rapport is vervaardigd op verzoek van opdrachtgever en is zijn eigendom. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. druk, fotokopie, digitale kopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven en Bureau Waardenburg bv, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Lid van de branchevereniging Netwerk Groene Bureaus. Het kwaliteitsmanagementsysteem van Bureau Waardenburg bv is gecertificeerd door EIK Certificering overeenkomstig ISO 9001:2015.
Bureau Waardenburg bv hanteert als algemene voorwaarden de DNR 2011, tenzij schriftelijk anders wordt overeengekomen.
Bureau Waardenburg, Varkensmarkt 9 4101 CK Culemborg, 0345 51 27 10, info@buwa.nl, www.buwa.nl
Verslag dassenonderzoek 2021
2
Voorwoord Leisurelands is voornemens in recreatiegebied de Groene Heuvels te Ewijk een permanent evenementengebied te realiseren. Hiervoor is een bestemmingsplanwijziging noodzakelijk. Ten behoeve van de bestemmingswijziging heeft Leisurelands Bureau Waardenburg opdracht gegeven de ecologische betekenis van het terrein voor dassen te onderzoeken. Onderhavige rapportage vormt het verslag van het onderzoek met cameravallen. Het veldwerk werd uitgevoerd door J.T.B. Cardinaals. De projectleiding en rapportage is uitgevoerd door I. Hille Ris Lambers. Inbreng van Leisurelands werd gedaan door M. van Lokven (via Mojo evenementen). Wij danken hem voor de begeleiding en prettige samenwerking. Disclaimer De studie betreft een beoordeling van de huidige aanwezigheid van dassen. Deze beoordeling is gebaseerd op veldonderzoek en deskundigenoordeel. Veldonderzoek is altijd een momentopname. Bureau Waardenburg waarborgt dat het onderzoek is uitgevoerd door deskundige onderzoekers volgens de gangbare standaardmethoden. Het bureau is niet aansprakelijk voor waarnemingen van soorten door derden en waarnemingen die na afronding van de studie bekend worden gemaakt.
Verslag dassenonderzoek 2021
3
Inhoud 1
2 3
4
Voorwoord
3
Inleiding
5
1.1
Aanleiding en doel
5
1.2
Verantwoording
5
Onderzoeksgebied
7
2.1
7
Beschrijving onderzoeksgebied
Onderzoeksmethode
8
3.1
Richtlijnen voor onderzoek
8
3.2
Aanpak onderzoek
8
3.3
Beschrijving burchten
10
Resultaten
14
4.1
Aangetroffen sporen en cameraregistraties
14
4.2
Interpretatie camerabeelden
16
Literatuur
Verslag dassenonderzoek 2021
19
4
1 Inleiding 1.1
Aanleiding en doel Aanleiding Leisurelands wil het houden van evenementen in recreatiegebied de Groene Heuvels planologisch borgen. Hierbij moet rekening gehouden worden met het huidige voorkomen van beschermde soorten planten en dieren binnen de invloedssfeer van het plan. Een voorwaarde voor goedkeuring van de wijziging van het bestemmingsplan is dat de uitvoering van de evenementen redelijkerwijs uitvoerbaar zijn wat betreft natuurwet- en regelgeving. Om een goed beeld te verkrijgen van de aanwezigheid van beschermde soorten heeft Bureau Waardenburg in 2020 een quick scan uitgevoerd en nader onderzoek naar vogels met een jaarrond beschermd nest. Ook met het voorkomen van dassen wil Leisurelands goed rekening houden. Hiervoor is meer inzicht in het voorkomen van dassen op het terrein nodig. In dit verslag worden de bevindingen vooralsnog niet gerelateerd aan de Wet natuurbescherming.
Doel Het doel van het onderzoek is het maken van een inschatting van het aantal dassen in (en in de directe omgeving van) het recreatiegebied en de functies en het belang van de verschillende burchten.
1.2
Verantwoording Veldonderzoek 2021 Het plangebied is in 2021 onderzocht op de aanwezigheid van dassen in de periode meiaugustus. Het onderzoek naar dassen is gebaseerd op Kennisdocument Das (Bij 12, 2017). Voor detailinformatie inzake de onderzoeksmethodiek wordt verwezen naar Hoofdstuk 3. Bronnenonderzoek Als basis voor het onderzoek zijn zowel eerdere verslagen gebruikt van dassenonderzoek (Bureau Crex, 2019) als eigen bevindingen. Medewerkers Het veldonderzoek is uitgevoerd door J.T.B. Cardinaals. Verslaglegging heeft plaatsgevonden door I. Hille Ris Lambers, projectleider bij Bureau Waardenburg. Deze onderzoekers zijn door opleiding, werkervaring en zelfstudie gekwalificeerd voor de door hun uitgevoerde werkzaamheden. Het project is uitgevoerd volgens het kwaliteitshandboek van Bureau Waardenburg. Het kwaliteitsmanagementsysteem van Bureau Waardenburg is door Certiked ISO gecertificeerd overeenkomstig BRL 9990:2001 / ISO 9001:2008.
Verslag dassenonderzoek 2021
5
De conclusie in dit rapport is gebaseerd op inventarisatiegegevens van 2021. De gegevens zijn houdbaar tot 2024. Indien de in dit rapport beschreven ingreep wijzigt dan wel wordt uitgevoerd na 2024 kan een actualisatie van het onderzoek nodig zijn.
Verslag dassenonderzoek 2021
6
2 Onderzoeksgebied 2.1
Beschrijving onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied betreft het activiteitengebied van de das in recreatiegebied De Groene Heuvels (figuur 1). Het recreatiegebied ligt rondom een voormalige zandwinplas. In het onderzoeksgebied komen verschillende terreintypen voor: grazige vegetaties, struweel, verharding, bos / opgaande beplanting en open water. Aan de zuidzijde (ten zuiden van de Laarsdijk) bevindt zich een vakantiepark genaamd ’t Broeckhuijs. Ten zuiden van dat vakantiepark ligt een brede wetering, genaamd Nieuwe Wetering. Ten zuidoosten van De Groene Heuvels ligt de A50. De Ficarystraat loopt van noordwest naar zuidoost bovenlangs het recreatiegebied. Aan de noordzijde van de Ficarystraat liggen enkele populierenpercelen parallel aan de A50. Aan vrijwel alle zijden van het recreatiegebied liggen verder agrarische percelen (graslanden en akkers).
Plangebied
Figuur 1.
Met de rode lijn is de begrenzing van het plangebied aangegeven.
Verslag dassenonderzoek 2021
7
3 Onderzoeksmethode 3.1
Richtlijnen voor onderzoek Het Kennisdocument Das (Bij12, 2017) geeft aan dat het gebruik van wildcamera’s de beste methodiek voor onderzoek biedt omdat met beperkte onderzoeksinspanning in het gebied (dus weinig verstoring) optimaal inzicht wordt verkregen over terreingebruik. Dassen zijn vooral in schemering en nacht actief zijn en camera’s kunnen nachtelijke bewegingen goed vastleggen. Cameravalonderzoek naar dassen kan jaarrond plaatsvinden. Het Kennisdocument geeft aan dat aantallen te plaatsen camera’s en locaties van de camera’s afhankelijk zijn van de te beantwoorden onderzoeksvraag.
3.2
Aanpak onderzoek Al eerder is onderzocht wat het activiteitengebied is van de dassen (Bolt, 2019). Het doel van onderhavig onderzoek is om een actueel beeld te schetsen van het gebruik van burchten. Bij de zes burchten die in 2020 in kaart zijn gebracht zijn daarom op 19 mei één of meerdere camera’s geplaatst, in totaal 12. De burchtlocaties waar de camera’s geplaatst zijn, zijn weergegeven in figuur 3.1. Tabel 3.1 geeft een overzicht van de onderzochte burchten en geplaatste camera’s. Bij grote burchten met meerdere pijpen zijn meerdere camera’s geplaatst. De camera’s zijn geplaatst bij recent belopen pijpen. Eén camera is geplaatst bij een wissel. In de volgende paragraaf zijn de burchten nader beschreven. Tabel 3.1
Overzicht van burchten en daarbij geplaatste camera’s
Locatie
Kenmerken
Camera’s
Burcht A
Grote dassenburcht direct bij de ingang van het recreatiegebied
1,2, 11
Burcht B
Kleine (dassen)burcht bij de ingang van het recreatiegebied (tegenover burcht A)
3
Burcht C
Kleine (dassen)burcht, ontdekt in 2021
10
Burcht D
Kleine (dassen)burcht, ontdekt in 2021
4, 12
Burcht E
Dassenburcht met meerdere pijpen
5
Burcht F
Grote dassenburcht, op rustige locatie
7, 8, 9
Verslag dassenonderzoek 2021
8
Figuur 3.1. Locaties en nummers van de geplaatste camera’s (groen). De letters verwijzen naar de onderzochte burchten. W verwijst naar de wissel waar een camera bij geplaatst is.
De camera’s zijn op 16 juni 2021 uitgelezen en teruggeplaatst. Op 18 augustus zijn de camera’s opnieuw uitgelezen en van het terrein verwijderd. Vier van de 12 camera’s bleken gestolen te zijn, waardoor bij deze camera’s data vanaf 16 juni ontbreken. In paragraaf 4.2 is beschreven welk effect dit heeft gehad op de representativiteit van het onderzoek. Bij het plaatsen, uitlezen en verwijderen van de camera’s zijn de burchten en directe omgeving daarvan onderzocht op aanwezigheid van sporen van das. Door camera’s te plaatsen bij alle bekende burchten en pijpen, is getracht een zo volledig mogelijk beeld te verkrijgen van de aanwezige dassen en de functies van de burchten. Ook is een camera geplaatst bij een wissel die goed belopen was op het moment van plaatsing van de camera. Bij burchten met meerdere pijpen is per pijp een camera geplaatst. Tussentijds zijn de camera’s gecontroleerd op het functioneren ervan.
Verslag dassenonderzoek 2021
9
Tabel 2. Overzicht van camera’s, locaties en plaatsingsdata. Camera-
Locatie
nummer
3.3
Startdatum
Einddatum opnamen
Bijzonderheden
opnamen
1
Burcht A
19 mei 2021
Tussen 16 juni en 18 augustus 2021
Camera gestolen na 16 juni 2021
2
Burcht A
19 mei 2021
Tussen 16 juni en 18 augustus 2021
Camera gestolen na 16 juni 2021
3
Burcht B
19 mei 2021
Tussen 16 juni en 18 augustus 2021
Camera gestolen na 16 juni 2021
4
Burcht D
19 mei 2021
18 augustus 2021
5
Burcht E
19 mei 2021
18 augustus 2021
6
Wissel W
19 mei 2021
18 augustus 2021
7
Burcht F
19 mei 2021
18 augustus 2021
8
Burcht F
19 mei 2021
18 augustus 2021
9
Burcht F
19 mei 2021
18 augustus 2021
10
Burcht C
19 mei 2021
18 augustus 2021
11
Burcht A
19 mei 2021
Tussen 16 juni en 18 augustus 2021
12
Burcht D
19 mei 2021
18 augustus 2021
Camera gestolen na 16 juni 2021
Beschrijving burchten In deze paragraaf worden de burchten beknopt beschreven. Burcht A Burcht A betreft een grote burcht (> 5 pijpen) op zeer korte afstand van de weg (ca. 5 meter, kaart 1), waar in voorgaande jaren veel graafactiviteit is waargenomen (Bolt, 2019). De burcht is in het verleden vrijwel zeker in gebruik geweest door das. Als onderdeel van het beheer is de vegetatie rondom de burcht in de winter van 2020/2021 sterk uitgedund, waardoor de dekking rondom de burcht is verdwenen.
Verslag dassenonderzoek 2021
10
Impressie van een burcht in het gebied.
Verslag dassenonderzoek 2021
11
Impressie van een burcht in het gebied.
Impressie van een burcht in het gebied.
Verslag dassenonderzoek 2021
12
Burcht B Burcht B bestaat uit een enkele pijp aan de overzijde van de ingang van het recreatiegebied. Burcht C Burcht C betreft een enkele pijp waar in 2020 recente dassengraafsporen zijn aangetroffen. Dit betreft een dassenburcht die in 2020 is gevestigd. Burcht D Burcht D is in het voorjaar van 2020 ontdekt. De burcht bevindt zich in een kleine bosschage direct grenzend aan een van de parkeerplaatsen in het evenementengebied. Dit betreft een dassenburcht die in 2020 is gevestigd. Burcht E Burcht E bevindt zich in het zuidoosten van het terrein, buiten het voorziene evenemententerrein. Burcht F Burcht F is een grote burcht (> 5 pijpen) die grenst aan het paintballterrein (buiten het plangebied) in het zuiden van het plangebied. Evenals burcht E en de wissel ligt deze burcht in een zeer rustig deel van het recreatiegebied. Eventuele verstoring bestaat uit paintballers in de directe omgeving van de burcht (overdag) en aanwezigheid van beheerders.
Verslag dassenonderzoek 2021
13
4 Resultaten In paragraaf 4.1 wordt een beschrijving gegeven van de gemaakte beeldopnames. Een interpretatie van deze camerabeelden volgt vervolgens in paragraaf 4.2.
4.1
Aangetroffen sporen en cameraregistraties Burcht A Tijdens de onderzoeksperiode zijn op camera’s 1, 2 en 11 (burcht A) tot 16 juni geen dassen waargenomen. Graafsporen, prenten, uitwerpselen of andere sporen van das die duidden op gebruik van de burcht ontbraken. De locatie bleek wel een kraamburcht van vos te zijn; er zijn minimaal twee welpen gezien. Burcht B Op camera 3 is één enkele waarneming van een passerende das gedaan. Sporen van dassen ontbraken. Tot 13 juni was de burcht bewoond door een konijn. Vervolgens is het konijn vermoedelijk opgegeten door een bunzing (de bunzing was met konijnenkop in beeld), waarna de bunzing zijn intrek nam in de burcht. Burcht C Op camera 10 zijn geen dassen gezien. Ook sporen ontbraken. Op de camerabeelden zijn wel spelende vossen in de ingang van de pijp waargenomen. Waarnemingen van dieren die de pijp in- of uit kwamen ontbreken. Burcht D Op camera’s 4,12 zijn regelmatig dassen waargenomen. Vooral in de periode na 19 juni werd veel graafactiviteit van das gezien. Hier zijn meerdere dieren (twee) tegelijk waargenomen. Na 15 juli kwamen er in korte tijd enkele honden op de burcht (circa 5), waarna bij deze burcht geen dassen meer zijn waargenomen. Wel werd sindsdien een bunzing waargenomen die zijn intrek leek te nemen in de burcht. Bij het uitlezen van de camera’s op 16 juni waren duidelijke recente graafsporen van dassen aanwezig.
Bij het ophalen van de camera’s ontbraken recente sporen. Burcht E Bij het plaatsen van de camera’s kon, door de dichte begroeiing, nog maar één pijp worden teruggevonden. Op camera 5 zijn vooral dassenwaarnemingen (maximaal twee dieren) gedaan, nadat burcht D door 5 honden is bezocht. Wissel Omdat enkel één pijp van burcht E kon worden teruggevonden, is ter plekke besloten om een extra camera bij een naburige wissel te hangen. Op de wissel bij camera 6 zijn geen dassen gezien. De wissel was enkel in gebruik door ree.
Verslag dassenonderzoek 2021
14
Burcht F Bij deze burcht zijn tijdens alle bezoeken recente graafsporen aangetroffen. Op de camera’s 7, 8 en 9 zijn volop dassen gezien (maximaal 2 per camera). Het grootste aantal waarnemingen van das is gedaan bij deze burcht.
B
Burcht: Figuur 3.
D
E
W
F
F
F
C
Waarnemingen van das per camera (nummers) en per burcht (letters).
Das op camerabeeld.
Verslag dassenonderzoek 2021
15
Das op camerabeeld.
4.2
Interpretatie camerabeelden Per burcht is nagegaan welke ecologische functie deze heeft voor de dassen. In onderhavig onderzoek is getracht onderscheid te maken tussen bijburcht (= hol met één of meerdere ontsluitende gangen; geen voortplantingsfunctie) en kraamburcht (= hol met één of meerdere ontsluitende gangen, voortplantingsfunctie in de periode december tot en met juni). De bevindingen vooralsnog niet gerelateerd aan de Wet natuurbescherming. Burcht A Voordat drie camera’s van deze locatie werden gestolen, is gebleken dat deze burcht in gebruik was als kraamburcht van vossen en waarschijnlijk een succesvolle voortplantingsfunctie heeft vervuld. Eerder onderzoek geeft aan dat de burcht naar alle waarschijnlijkheid in gebruik was door das als kraamburcht in 2018 (Tauw, 2018). Na de dunning van de vegetatie die in de winter van 2020/2021 heeft plaatsgevonden, zijn er geen dassen of dassensporen meer aangetroffen. Op grond van de kraamfunctie voor de vos, kan iedere betekenis van de burcht voor dassen in 2021 worden uitgesloten. Ontbrekende camerabeelden van deze burcht na de diefstal van de camera’s heeft dan ook niet geleid tot een verminderde representativiteit van het onderzoek.
Verslag dassenonderzoek 2021
16
Burcht B De pijp is in gebruik geweest door zowel konijn als bunzing. Op camerabeelden zijn geen dassen gezien; bij de burcht zijn geen sporen gezien. De burcht heeft (in de onderzoeksperiode) geen functie voor de das (gehad). Omdat de burcht uit slechts één kleine en smalle pijp bestaat, wordt iedere betekenis voor das uitgesloten. De diefstal van de camera die op deze burcht was gericht, heeft dan ook niet geleid tot verminderde representativiteit van het onderzoek. Burcht C Burcht C heeft geen functie voor das en vermoedelijk ook niet voor andere soorten. Dassen(sporen) zijn niet waargenomen. De burcht heeft (in de onderzoeksperiode) geen functie voor de das (gehad). Burcht D Burcht D is tijdens de onderzoeksperiode zeker in gebruik geweest door das. De burcht is, gezien de grote hoeveelheid graafsporen in het voorjaar van 2021 (sterk) uitgebreid, maar niet gebruikt als kraamburcht. Het is mogelijk dat dassen die oorspronkelijk in burcht A aanwezig waren ten gevolge van het verdwijnen van de dekking rondom de burcht op zoek zijn gegaan naar een nieuwe locatie en zich hier hebben gevestigd. De camerabeelden laten zien dat de dassen na verstoring (door honden) de burcht snel verlaten waarna het aantal waarnemingen bij burcht E toeneemt.
Dit indiceert dat de betreffende dassen flexibel zijn; ze kunnen beschikken over alternatieve locaties als één van de andere burchten niet beschikbaar is. Burcht E Burcht E is tijdens de onderzoeksperiode intensief gebruikt door das. Opvallend is, zoals hierboven genoemd, het hoge aantal waarnemingen rond de periode dat de dassen burcht D verlieten. Burcht F Burcht F is de grootste burcht met de meeste gebruikssporen en waarnemingen. Ondanks dat bij deze burcht geen jonge dieren zijn waargenomen, heeft burcht F de grootste potentie om in de toekomst (weer) een kraamfunctie te hebben. Tabel 2. Overzicht van resultaten per burcht. Locatie
Waargenomen soorten:
Ecologische functie 2021
Burcht A
vos
Kraamburcht vos. Geen functie voor de das.
Burcht B
konijn, bunzing
Verblijfplaats bunzing. Geen functie voor de das.
Burcht C
geen
Geen functie voor dassen.
Burcht D
dassen tot 15 juli
Verblijfplaats van maximaal 2 dassen; na 15 juli
Verstoord door loslopende
geen dassen meer
honden
Burcht E
dassen
Bijzonderheden
Verblijfplaats van maximaal 3 dassen, geen voortplanting
Verslag dassenonderzoek 2021
17
Burcht F
dassen
Verblijfplaats van maximaal 3 dassen, geen voortplanting
Wissel W
ree
Niet van betekenis voor das
Op geen van de camerabeelden zijn meer dan twee dassen tegelijk waargenomen. Door de beelden van de verschillende camera’s met elkaar te combineren is een aantalsschatting gemaakt. Hieruit is geconcludeerd dat het maximum aantal dieren dat zich in het gebied bevindt, waarschijnlijk twee bedraagt.
Verslag dassenonderzoek 2021
18
Literatuur Bolt, N., 2019. Notitie aanvullend veldonderzoek naar de das in recreatiegebied Groene Heuvels te Ewijk. Crex ecologisch advies, Amsterdam. Bolt, N., 2019. Nader onderzoek naar aanwezigheid van de das op de locatie Down the Rabbit Hole te Bergharen. Crex ecologisch advies, Amsterdam. Bij 12. Kennisdocument Das Meles meles. Kennisdocument | Versie 1.0 Juli 2017 Hille Ris Lambers, I., 2020. Quick scan Notitie quickscan beschermde soorten Down the Rabbit Hole te Ewijk. Notitie met kenmerk 19-1029/19.10290/IngHR. Bureau Waardenburg, Culemborg. NDFF, 2018(i). 500 meter rondom het plangebied gezocht naar beschermde natuurwaarden. www.ndff.nl RUD, 2019(i). Handreiking wezel, hermelijn en bunzing. www.rudnhn.nl
Verslag dassenonderzoek 2021
19
Bijlage III Onderzoek dassen en vogels 2022
Effecten van evenementen op beschermde soorten en gebieden, recreatiegebied De Groene Heuvels te Ewijk
41
Ecologisch onderzoek De Groene Heuvels 2022 Aanwezigheid en gebruik van beschermde functies ter voorbereiding en tijdens Down The Rabbit Hole 2022
J.T.B. Cardinaals A. Dreissen F. Derriks Y. Radstake
Ecologisch onderzoek De Groene Heuvels 2022 Aanwezigheid en gebruik van beschermde functies ter voorbereiding op Down The Rabbit Hole 2022 J.T.B. Cardinaals, A. Dreissen, F. Derriks, Y. Radstake Status uitgave: Definitief Rapportnummer:
22-118
Projectnummer:
22-0086
Datum uitgave:
14-09-2022
Projectleider:
J.T.B. Cardinaals
Tweede lezer:
I. Hille Ris Lambers
Opdrachtgever:
MOJO Evenementen M. van Lokven 2601 DC Delft
Referentie opdrachtgever:
Uw email d.d. 9 mei 2022
Akkoord voor uitgave:
drs. D. Emond
Paraaf:
dd. 15 september 2022
Graag citeren als: Cardinaals, J.T.B., A. Dreissen, F. Derriks, Y. Radstake., 2022. Ecologisch onderzoek De Groene Heuvels 2022. Rapport 22-118. Bureau Waardenburg, Culemborg. Trefwoorden: Das, jaarrond beschermde nesten, festival Bureau Waardenburg bv is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Bureau Waardenburg bv. Opdrachtgever hierboven aangegeven vrijwaart Bureau Waardenburg bv voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. © Bureau Waardenburg bv / MOJO Evenementen Dit rapport is vervaardigd op verzoek van opdrachtgever en is zijn eigendom. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. druk, fotokopie, digitale kopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven en Bureau Waardenburg bv, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Lid van de branchevereniging Netwerk Groene Bureaus. Het kwaliteitsmanagementsysteem van Bureau Waardenburg bv is gecertificeerd door EIK Certificering overeenkomstig ISO 9001:2015. Bureau Waardenburg bv hanteert als algemene voorwaarden de DNR 2011, tenzij schriftelijk anders wordt overeengekomen.
Bureau Waardenburg, Varkensmarkt 9 4101 CK Culemborg, 0345 51 27 10, info@buwa.nl, www.buwa.nl
Ecologisch onderzoek De Groene Heuvels 2022
2
Voorwoord MOJO Evenementen is voornemens om in recreatiegebied De Groene Heuvels het evenement Down the Rabbit Hole te organiseren. Om het evenement ecologisch te kunnen begeleiden zijn in het voorjaar van 2022 de functies van het recreatiegebied en omgeving voor beschermde soorten in kaart gebracht. Onderhavige rapportage vormt het verslag van veld- en cameraonderzoek. Het veldwerk is uitgevoerd door A. Dreissen, F. Derriks, J.T.B. Cardinaals, en Y. Radstake. De rapportage is opgesteld door J.T.B. Cardinaals. Inbreng van MOJO Evenementen is verzorgd door M. van Lokven. Wij danken hem voor de begeleiding en prettige samenwerking.