CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4: Bijlagen bij de regels en motivering

Raad openbaar Wijchen 26 juni 2025, gemeente wijchenBij agendapunt: 110537 Beslisnota Vaststellen omgevingsplan Molenweg tussen 33a en 35 Bergharen31.912 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

4.1.2 Wet ruimtelijke ordening en Besluit ruimtelijke ordening In het vijfde lid van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat een toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving bevat van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden. Met deze beleidsnota willen de betrokken gemeenten ter uitvoering van deze bepaling van het Bro aan de voorkant duidelijkheid verschaffen over de wijze waarop cultuurhistorie als sectoraal belang bij de ruimtelijke ordening wordt / moet worden betrokken.

4.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening zijn regels opgenomen met betrekking tot nationale ruimtelijke belangen. De geformuleerde landelijke belangen ten aanzien van cultuurhistorie komen niet voor in de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten.

4.2 Provincie Gelderland 4.2.1 Omgevingsverordening Gelderland In de omgevingsverordening Gelderland zijn beschermende regels opgenomen voor erfgoed, waaronder waardevol landschap, voor zover dit raakt aan een provinciaal ruimtelijk belang. De regels met betrekking tot de bescherming van erfgoed zien op de Romeinse Limes en de Hollandse Waterlinie, daarnaast zijn beschermende regels opgenomen voor molenbiotopen, waardevol open gebied en het Nationaal landschap. Verder is in de omgevingsverordening een beschermende regeling opgenomen voor de gronden die binnen de Ecologische Hoofdstructuur zijn gelegen. Voor de molenbiotopen (zie onderstaande afbeelding) bepaalt de omgevingsverordening dat bestemmingsplannen voor gronden gelegen binnen een molenbiotoop enkel ontwikkelingen kun-

RAAP-rapport *nummer* / eindversie, februari 2017

[2 4 ]

Samen in verscheidenheid; beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten

nen mogelijk maken indien de toelichting bij het bestemmingsplan een motivering geeft waaruit blijkt dat de werking van de molen niet wordt beperkt door de ontwikkeling.

Figuur 4.1 Molenbiotopen zijn verankerd in de provinciale omgevingsverordening.

Binnen de gemeente Beuningen is een gebied gelegen dat door de omgevingsverordening wordt betiteld als waardevol open gebied (zie onderstaande afbeelding). Op de gronden binnen dit gebied is geen nieuwe bestemming mogelijk die de openheid van dit waardevolle open gebied aantast. In de omgevingsverordening worden een aantal uitzonderingen op deze algemene regel beschreven waaronder de uitbreiding van een agrarisch bedrijf binnen of aansluitend aan het bouwvlak.

RAAP-rapport *nummer* / eindversie, februari 2017

[2 5 ]

Samen in verscheidenheid; beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten

Figuur 4.2 In de gemeente Beuningen bevindt zich een waardevol open gebied.

De omgevingsverordening bevat beschermende bepalingen voor gronden behorend tot de Ecologische Hoofdstructuur. De omgevingsverordening maakt een onderscheid in gronden behorend tot de Groene Ontwikkelingszone en gronden behorend tot het Gelders Natuurnetwerk. In een bestemmingsplan voor gronden binnen het Gelders Natuurnetwerk worden geen nieuwe functies mogelijk gemaakt tenzij er geen reële alternatieven zijn en er sprake is van een groot algemeen belang. De negatieve effecten op de kernkwaliteiten van het gebied moeten dan wel beperkt blijven en eventueel worden gecompenseerd. In een bestemmingsplan voor gronden binnen de Groene Ontwikkelingszone worden geen nieuwe grootschalige ontwikkelingen mogelijk gemaakt tenzij er geen reële alternatieven zijn en er sprake is van een groot algemeen belang. De negatieve effecten op de kernkwaliteiten van het gebied moeten dan wel beperkt worden en eventueel worden gecompenseerd.

RAAP-rapport *nummer* / eindversie, februari 2017

[2 6 ]

Samen in verscheidenheid; beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten

Figuur 4.3 De Ecologische Hoofdstructuur in het Land van Maas en Waal.

Binnen de gemeente Heumen zijn enkele gebieden gelegen die door de omgevingsverordening worden aangewezen als Nationaal Landschap gelegen buiten het Groene Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO) en de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Een bestemmingsplan voor deze gronden (zie afbeelding hieronder) maakt alleen (nieuwe) bestemmingen mogelijk indien deze de kernkwaliteiten van een Nationaal Landschap niet aantasten. Deze kernkwaliteiten zijn vastgelegd in een bijlage bij de omgevingsverordening.

RAAP-rapport *nummer* / eindversie, februari 2017

[2 7 ]

Samen in verscheidenheid; beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten

Figuur 4.4 Nationaal Landschap rondom Malden.

Bovenstaande provinciale belangen zijn reeds in de bestaande bestemmingsplannen meegenomen en worden als gevolg van deze beleidsnota niet aanvullend geborgd.

4.3 Gemeenten De 4 gemeenten beschikken elk over een relatief recente erfgoedverordening (2010-2011), op basis waarvan het mogelijk is om gemeentelijke monumenten, zowel boven- als ondergronds, aan te wijzen en aan gewenste ingrepen een vergunningsplicht te koppelen. Tevens zijn hierin regels opgenomen ten aanzien van terreinen waar archeologische waarden worden verwacht. Beuningen kent daarnaast een separate restauratieregeling voor gemeentelijke monumenten. Wijchen kent als enige gemeente de mogelijkheid gemeentelijk beschermde stads- of dorpsge-

RAAP-rapport *nummer* / eindversie, februari 2017

[2 8 ]

Samen in verscheidenheid; beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten

zichten aan te wijzen. Objecten en terreinen die via de erfgoedverordening beschermd zijn, zijn niet op de cultuurhistorische beleidskaart opgenomen, omdat daarvoor reeds een regeling bestaat.

RAAP-rapport *nummer* / eindversie, februari 2017

[2 9 ]

Samen in verscheidenheid; beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten

5 Planologische borging en monumentenzorg 5.1 Inleiding: wat is ons vertrekpunt? 5.1.1 Inleiding De 4 gemeenten beschikken reeds over beleid waarin men keuzes maakt die te maken hebben met het aanwezige cultureel erfgoed. Doordat cultureel erfgoed zich echter op het raakvlak van heel veel disciplines bevindt, is de aandacht daarvoor ook gefragmenteerd, zoals blijkt uit bijlage 1. De gemeenten zien cultuurhistorie reeds als integraal onderdeel van de verschillende gemeentelijke beleidsvelden. In veel beleid gericht op landschap, zeker van de afgelopen 5 à 8 jaar, zijn cultuurhistorie of ‘gebiedseigen kenmerken’ belangrijke pijlers. In bestemmingsplannen zijn landschapswaarden al geborgd, al dan niet als uitvloeisel van een landschapsontwikkelingsplan, maar niet noodzakelijkerwijs vanuit het cultuurhistorisch belang. Ook in toeristisch-recreatief beleid worden het karakter van het landschap en de bijzondere waarden van de kernen als sterkte aangeduid. Expliciet cultuurhistorisch beleid echter gaat veelal niet verder dan archeologie en gebouwde monumentenzorg. Het meeste beleid is impliciet, en er bestaat planologisch weinig juridische grondslag om cultuurhistorie als afwegingskader mee te nemen bij toetsing van vergunningaanvragen.

5.1.2 Het vertrekpunt De gemeenten hechten vanuit de wettelijke verplichting aan een goede planologische borging van waardevol geachte cultuurhistorie in het bestemmingsplan en in toekomstige structuurvisies, en een verankering van cultuurhistorie als onderdeel van het gemeentelijk afwegingskader bij landschappelijke en stedenbouwkundige ingrepen waarin het bestemmingsplan niet voorziet. Vooruitlopend op de beleidsnota hebben de gemeenten tussen 2007 en 2013 inventarisaties op gemeentelijke schaal laten uitvoeren van het bovengrondse cultuurhistorisch erfgoed. Deze inventarisatie is aangevuld met een cultuurhistorische gebiedswaardering, voor Heumen en Wijchen een herziening van een bestaande gebiedswaardering. Op basis van deze bijgevoegde waardering is een beleidskaart, eveneens bijgevoegd, opgesteld. Deze kaart geeft weer voor welke gebieden en objecten planologische borging wordt voorzien, nu of bij nieuwe ontwikkelingen. Elke gemeente heeft een eigen afweging gemaakt welke waarderingsklasse men van voldoende belang achtte om cultuurhistorisch beleid op te voeren: Wijchen kiest overwegend voor de gebieden met een middelhoge en hoge waarde. Enige uitzondering is het vennengebied op Alverna. Dit heeft als enige gebied in de gemeente een "zeer hoge waarde" gekregen. Daarmee wordt

RAAP-rapport *nummer* / eindversie, februari 2017

[3 0 ]

Samen in verscheidenheid; beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten

namelijk uniform aangesloten bij de waardering die dit waardevolle grensoverschrijdende gebied in de gemeente Heumen heeft. Heumen, Beuningen en Druten kiezen voor gebieden met een 3

hoge en zeer hoge waarde. De gebieden die zijn afgevallen hebben gemeen dat de cultuurhistorische waarden hier in zo geringe mate aanwezig zijn en/of door sterke dynamiek in de laatste driekwart eeuw verloren zijn gegaan, dat andere belangen zwaarder worden geacht en bescherming op cultuurhistorische gronden niet noodzakelijk wordt geacht. Met de beleidskaart als onderlegger wordt in dit hoofdstuk beschreven op welke wijze bestaande geïnventariseerde waardevolle gebieden en gebouwde objecten worden beschermd indien er zich een ruimtelijke ontwikkeling

4

aandient (§ 5.2). Daarnaast geeft dit hoofdstuk een antwoord

op de vraag in hoeverre en op welke wijze er bij ruimtelijke ontwikkelingen, die ingevolge het geldende bestemmingsplan niet direct mogelijk zijn, rekening moet worden gehouden met cultuurhistorie (§ 5.3). Deze verschillende benaderingen moeten leiden tot werkbare processen voor gemeenten en burgers, waarin geen onredelijke regeldruk ontstaat en het beleid alleen op die gebieden wordt gericht, die er vanuit cultuurhistorisch perspectief toe doen. De uitgevoerde inventarisaties en waarderingen zullen een belangrijke rol gaan vervullen als toetsingsinstrument op hoofdlijnen voor de ambtelijke organisatie. Om die reden is ervoor gekozen om de geactualiseerde / nieuw vervaardigde waarderingskaarten (kaartbijlage 1) samen met deze beleidsnota en beleidskaart (kaartbijlage 2) vast te laten stellen door het college (Beunin5

6

7

gen ) en de gemeenteraad (Druten , Heumen , Wijchen). Nieuwe bestemmingsplannen die getoetst worden aan het cultuurhistorisch beleid worden door de gemeenteraden vastgesteld.

5.2 Vigerende bestemmingsplannen Een deel van de gebieden en objecten die als waardevol zijn gewaardeerd gaan beschermd worden door middel van een bestemmingsplan. In bijlage 2 bij deze nota is (globaal) per gemeente aangegeven op welke wijze deze bescherming vorm gaat krijgen. Door het vaststellen van een bestemmingsplan kan worden geborgd dat ruimtelijke ontwikkelingen, zoals sloop en verandering van gebouwen of uitvoering van werken (geen bouwwerken zijnde) en werkzaamheden, die gevolgen kunnen hebben voor de culturele waarde van objecten en gebieden niet plaats kunnen vinden zonder dat het college van burgemeester en wethouders hebben geoordeeld dat de ruimtelijke ontwikkeling die aan de orde is cultuurhistorische belangen

3

Dat W ijchen slechts één gebied van ‘zeer hoge waarde’ op het vlak van cultuurlandschappen kent is deels methodisch te verklaren, deels ook inhoudelijk te verklaren door de sterke mate van verstedelijking en ingrepen in het omliggende cultuurlandschap in het verleden.

4

Onder ruimtelijke ontwikkeling wordt in deze beleidsnota verstaan een ontwikkeling die bestaat uit een bouwactiviteit, een functiewijziging of een werkzaamheid (zoals het afgraven van gronden en het rooien van bomen).

5 6 7

Het college van B&W van de gemeente Beuningen heeft deze nota op 25 augustus 2015 vastgesteld. De gemeenteraad van de gemeente Druten heeft deze nota op 16 december 2015 vastgesteld. De gemeenteraad van de gemeente Heumen heeft deze nota op 26 mei 2016 vastgesteld.

RAAP-rapport *nummer* / eindversie, februari 2017

[3 1 ]

Samen in verscheidenheid; beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten

niet onevenredig schaadt. In Heumen zal worden nagegaan of er aanleiding is een dergelijk bestemmingsplan vast te stellen. Beuningen kiest ervoor om het cultuurhistorisch beleid te evalueren in aanloop naar de omgevingsvisie en het omgevingsplan en nu geen parapluplan te laten opstellen. Voor Wijchen kan worden opgemerkt dat voor uit cultuurhistorisch oogpunt waardevolle gebouwen een sloopvergunningplicht is opgenomen. Voor uit cultuurhistorisch oogpunt waardevolle gebieden is een vergunningplicht voor werken (geen bouwwerken zijnde) en werkzaamheden opgenomen. Op deze wijze is geborgd dat ruimtelijke ontwikkelingen die gevolgen kunnen hebben voor de cultuurhistorische waarde van objecten of gebieden niet plaats kunnen vinden zonder dat het college van burgemeester en wethouders hebben geoordeeld dat de ruimtelijke ontwikkeling de aan de orde zijnde cultuurhistorische belangen niet onevenredig schaadt.

5.3 Nieuwe ontwikkelingen Deze paragraaf heeft betrekking op de situatie dat een ruimtelijke ontwikkeling op grond van het geldende bestemmingsplan niet direct mogelijk is, maar dat er nadere besluitvorming noodzakelijk is. Het Besluit ruimtelijke ordening geeft aan wat er in het kader van een procedure voor een ruimtelijke ontwikkeling die niet in het geldende bestemmingsplan past onderzocht moet worden. Het vijfde lid onder a van dit artikel stelt dat de toelichting / onderbouwing van het besluit een beschrijving dient te bevatten van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden. Het beleid van de gemeenten is om dit ‘rekening houden met’ een rol te laten spelen als de ruimtelijke ontwikkeling in een gebied met hoge of zeer hoge (Beuningen, Heumen, Druten) of middelhoge, hoge of zeer hoge (Wijchen) cultuurhistorische 8

waarde wordt beoogd. De vraag die op dat moment centraal staat, is of de beoogde ruimtelijke ontwikkeling een onevenredige afbreuk doet aan de cultuurhistorische waarde van het betreffende gebied. In de volgende paragraaf is beschreven op welke wijze deze toetsing plaatsvindt. Indien een ruimtelijke ontwikkeling niet in een dergelijk gewaardeerd gebied is gelegen, kan volstaan worden met een verwijzing naar deze beleidsnota.

5.4 Toetsing en advisering In deze paragraaf wordt beschreven op welke manier het toetsingsproces, bij de vraag of er sprake is van een onevenredige afbreuk aan de cultuurhistorische waarde(n) zal verlopen. De vraag op welke manier het toetsingsproces doorlopen moet worden is mede afhankelijk van de keuze van de gemeente voor een parapluplan of niet (zie § 5.2), en derhalve of er sprake is van toetsing bij alleen ontwikkelingen die niet in het bestemmingsplan passen of ook ontwikkelingen die wel in het vigerende bestemmingsplan passen.

8

In W ijchen in gebieden met een middelhoge, hoge of zeer hoge waarde.

RAAP-rapport *nummer* / eindversie, februari 2017

[3 2 ]

Samen in verscheidenheid; beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten

Deze paragraaf is verder alleen van belang op het moment dat een ruimtelijke ontwikkeling voorgenomen wordt in een gebied met een hoge of zeer hoge (Beuningen, Druten en Heumen), middelhoge, hoge of zeer hoge (Wijchen) cultuurhistorische waarde. Uitgangspunt van deze beleidsnota is dat de aanvrager niet onredelijk extra wordt belast. Dat wil 9

zeggen dat we ons alleen richten op locaties die er cultuurhistorisch toe doen. Dit betekent dat de aanvrager geen nadere onderbouwing en/of onderzoek hoeft op te stellen en de aanvraag niet aan deskundige commissies wordt voorgelegd als de potentiele afbreuk aan de cultuurhistorische waarden in een gebied maar gering is. In hoeverre een ruimtelijke ontwikkeling afbreuk kan doen aan de cultuurhistorische waarden in een gebied is afhankelijk van: - De aard en omvang van de ruimtelijke ontwikkeling; - De cultuurhistorische waarden in een gebied. Om een onredelijke belasting van een aanvrager te voorkomen, wordt in het toetsingsproces gekozen voor een stapsgewijze beoordeling. In onderstaande beslistabel zijn deze stappen weergegeven.

9

Met onredelijk wordt gedoeld op de situatie dat nader cultuurhistorisch onderzoek vanwege de aard en omvang van de ruimtelijke ontwikkeling en/of de aard van de cultuurhistorische waarden in een gebied, geen toegevoegde waarde heeft. Is er sprake van een ruimtelijke ontwikkeling welke gevolgen kan hebben voor de cultuurhistorische waarden in een gebied, dan is ingevolge het beleid nader onderzoek nodig naar de mate waarin de waarden worden aangetast en de mogelijkheden om de ruimtelijke ontwikkeling zodanig aan te passen dat de waarden zoveel als mogelijk worden ontzien. Dit onderzoek is dan noodzakelijk om het bevoegd gezag in staat te stellen om te beoordelen in hoeverre in het ruimtelijke besluit in voldoende mate rekening is gehouden met de cultuurhistorische waarden van een gebied.

RAAP-rapport *nummer* / eindversie, februari 2017

[3 3 ]

Samen in verscheidenheid; beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten

Ruimtelijke ontwikkeling past binnen gel-

Ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen

dend bestemmingsplan.

geldend bestemmingsplan.

Vraag

Vraag

Is het opleggen van een nadere eis noodza-

Is in de aanvraag om of het verzoek voor een

kelijk?

ruimtelijke ontwikkeling voldoende inzichtelijk gemaakt dat er geen sprake is van een onevenredige aantasting van de cultuurhistorische waarde(n).

Stap 1.

Stap 1.

Ambtelijk wordt beoordeeld of de aard en

Ambtelijk wordt bekeken of in voldoende mate

omvang van de ruimtelijke ontwikkeling (aan-

is komen vast te staan dat er geen sprake is

vraag om vergunning) en de cultuurhistori-

van een onevenredige afbreuk van de cul-

sche waarden in het betrokken gebied, zoda-

tuurhistorische waarden in het gebied.

nig zijn dat een nadere eis noodzakelijk zou kunnen zijn. Stap 2. Stap 2.

Indien bij stap 1 wordt geoordeeld dat in vol-

Indien bij stap 1 wordt geoordeeld dat een

doende mate is komen vast te staan dat er

nadere eis niet noodzakelijk is, wordt de pro-

geen sprake is van een onevenredige afbreuk

cedure op de gangbare wijze voortgezet.

van de cultuurhistorische waarden in het gebied, wordt de procedure op de gangbare wijze voortgezet. Stap 3.

Stap 3.

Indien bij stap 1 wordt geoordeeld dat er

Indien bij stap 1 wordt geoordeeld dat er

sprake zou kunnen zijn van een onevenredige

sprake zou kunnen zijn van een onevenredige

afbreuk van de cultuurhistorische waarden,

afbreuk van de cultuurhistorische waarden,

wordt om een nadere onderbouwing van de

wordt de aanvraag voorgelegd aan een des-

aanvraag of het verzoek gevraagd. Deze

kundige / de monumenten- of erfgoedcom-

nadere onderbouwing heeft de vorm van een

missie. De deskundige / commissie brengt

cultuurhistorische analyse.

vervolgens advies uit over de noodzaak voor en de formulering van de nadere eis.

Stap 4. De cultuurhistorische analyse wordt voorgelegd aan een deskundige / de monumentenof erfgoedcommissie. Komt de deskundige / commissie tot het oordeel dat de ruimtelijke ontwikkeling afbreuk doet aan de cultuurhistorische waarden van het gebied, dan moet het bevoegd gezag in haar besluit bepalen of de

RAAP-rapport *nummer* / eindversie, februari 2017

[3 4 ]

Samen in verscheidenheid; beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten

afbreuk gelet op de overige aan de orde zijn10

de belangen , als onevenredig is te kwalificeren. De deskundige kan ook adviseren over op te nemen voorschriften / voorwaarden.

Indien een cultuurhistorische analyse aan de orde is, wordt de aanvrager gevraagd om zijn aanvraag aan te vullen met een rapport waarin onder meer de volgende elementen zijn opgenomen: •

Wat is het belang van de ruimtelijke ontwikkeling (bijvoorbeeld bedrijfseconomisch)?

•

In welk gebied is de ruimtelijke ontwikkeling gelegen?

•

Wat zijn de cultuurhistorische waarden in dit gebied?

•

Op welke wijze zijn deze cultuurhistorische waarden betrokken bij de aanvraag?

•

Kan de ruimtelijke ontwikkeling op een andere wijze worden uitgevoerd, zodat er minder afbreuk aan de cultuurhistorische waarden in het gebied wordt gedaan (zijn er minder belastende alternatieven)?

Zie voor een uitgebreidere toelichting op de inhoud van een cultuurhistorische analyse in bijlage 3. Op deze wijze kunnen ruimtelijke ontwikkelingen met een kleine potentiële afbreuk van de cultuurhistorische waarden in een gebied, eenvoudig (zonder extra onderzoeks- of bestuurlijke lasten) worden afgedaan en wordt de aanvrager in een dergelijke situatie niet onredelijk extra belast. Nader onderzoek in de vorm van een cultuurhistorische analyse of het opleggen van een nadere eis is pas aan de orde als ambtelijk wordt geoordeeld dat een onevenredige afbreuk aan de cultuurhistorische waarden in een gebied niet uit te sluiten is. Het beleid en de wijze van toetsing is in onderstaand schema samengevat.

Figuur 5.1 Stroomschema voor toetsing

5.5 Monumentenzorg 5.5.1 Belang en dynamiek De gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten voeren een actief monumentenbeleid. Daarmee hebben ze als doel de meest waardevolle bebouwing voor nu en in de toekomst te beschermen. Vanuit deze insteek beschikken deze gemeenten over erfgoedverordeningen en een eigen gemeentelijke monumentenlijst, die naast de rijksmonumentenlijst functioneert. De gemeentelijke monumentenlijst vormt een belangrijk instrument binnen de gemeentelijke erfgoedzorg. Het rijk heeft daarnaast taken met betrekking tot rijksmonumenten aan de gemeenten gedelegeerd, waaronder vergunningverlening. Ondanks de focus van de wet op het bestemmingsplan wordt het instrument ‘gemeentelijke monumentenlijst’ en de daaraan verbonden ver10

Bijvoorbeeld bedrijfseconomische belangen.

RAAP-rapport *nummer* / eindversie, februari 2017

[3 5 ]

Samen in verscheidenheid; beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten

ordening nadrukkelijk niet als vervanging ervan gezien, en de noodzaak van een monumentenstatus voor het behoud van specifieke waarden is ook regelmatig actueel. Daarbij is de regeldruk voor monumenteneigenaren sinds 1 januari 2012 sterk verminderd doordat bepaalde ingrepen niet meer vergunningplichtig zijn. De gemeenten hechten er dan ook aan het monumentenbeleid te laten voortbestaan.

Figuur 5.2 De Beiershof in Niftrik, een gemeentelijk monument.

Daarbij moet worden opgemerkt, dat de inhoud van de gemeentelijke monumentenlijst tot op zekere hoogte dynamisch is. Bouwwerken of objecten kunnen van de lijst worden afgevoerd wanneer zij hun monumentale waarde verloren hebben (bijvoorbeeld door brand). De 4 gemeenten willen er echter voor waken, dat verwijdering om opportunistische redenen plaatsvindt. Een bouwwerk dat eenmaal geplaatst is, kan alleen zijn status verliezen als ook daadwerkelijk de cultuurhistorische waarde (sterk) verminderd is of geheel verloren is gegaan. Opname van nieuwe bouwwerken op de gemeentelijke monumentenlijst behoort tot de mogelijkheden als kan worden aangetoond dat de waarde dermate hoog is, dat borging via het bestemmingsplan niet volstaat. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als ook het interieur in materialisering of interne ruimtelijke structuur bescherming behoeft. Ook kan door voortschrijdend inzicht de aanwijzing van gemeentelijke monumenten uit jongere perioden, zoals de wederopbouwperiode (1940-1965), van belang worden geacht. In enkele van de 4 gemeenten (o.a. Wijchen) is hiermee al een voortvarende start gemaakt. Door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) worden panden van

RAAP-rapport *nummer* / eindversie, februari 2017

[3 6 ]

Samen in verscheidenheid; beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten

vóór 1940 alleen als rijksmonument aangewezen als daar zeer bijzondere redenen voor aanwezig zijn.

5.5.2 Advisering Een adviserende rol over de bescherming van het gebouwd erfgoed is weggelegd voor de monumenten- of erfgoedcommissies van de verschillende gemeenten. Hun positie is vastgelegd in de respectieve erfgoedverordeningen (voor Wijchen o.a. ook in de Verordening op de Monumentencommissie). Gevraagde en ongevraagde advisering over aanwijzing of afvoering van een pand als gemeentelijk monument en advisering over aangevraagde omgevingsvergunningen blijft de primaire functie van deze commissie. Daarnaast is voor hen ook de nieuwe rol weggelegd om te adviseren over waardevol gebouwd erfgoed in het bestemmingsplan (zie § 5.2). In het kader van de borging van cultuurhistorie in bestemmingsplannen krijgen zij namelijk ook nieuwe taken toebedeeld. Naast de monumentencommissie kunnen ook externen worden ingeschakeld indien daar aanleiding toe bestaat. In Wijchen kan bovendien gedacht worden aan de – dit jaar nog aan te wijzen – Dorpsbouwmeester). In Beuningen zal de toetsing primair door de ambtenaar RO worden opgepakt.

5.5.3 Afstemming Om te komen tot werkbare processen dienen er duidelijke procesafspraken gemaakt te worden tussen frontofficemedewerkers, de ambtenaar cultuurhistorie, de medewerkers RO en de vergunningverleners WABO. Actiepunten - actieve monitoring van gemeentelijke monumentenlijst t.a.v. afvoeren (bij verlies monumentale waarden) en t.a.v. toevoegen (bij voortschrijdend inzicht t.a.v. bestaande of nieuwe categorieën); - inwinnen van intern of extern advies wanneer onvoldoende expertise aanwezig is t.a.v. beoordeling vergunningaanvragen; - afstemmen interne werkprocessen ten aanzien van de integratie van cultuurhistorie in het planologisch proces.

RAAP-rapport *nummer* / eindversie, februari 2017

[3 7 ]

Samen in verscheidenheid; beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten

6 Cultuurhistorische kansen 6.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden keuzes voor thema’s en erfgoedlijnen gepresenteerd die in de 4 gemeenten een centrale rol zullen vervullen. Ook worden maatschappelijke trends ten aanzien van erfgoed benoemd die van belang zijn bij de formulering van projectideeën. Tenslotte komt ook het werken met partners, externe communicatie en het verwerven van draagvlak voor monumentenbeleid aan de orde.

6.2: Op welke cultuurhistorie focussen we ons? 6.2.1 Kiezen Om verwatering van de containerbegrippen ‘erfgoed’ en ‘cultuurhistorie’ te voorkomen is een zekere focus nodig: gemeentelijke speerpunten. Op het vlak van erfgoed is die keuze niet willekeurig: een aantal thema’s vormt samen de rode draad in de geschiedenis en het erfgoed van het gebied tussen Maas en Waal. Zij representeren belangrijke episoden in de geschiedenis waar de gemeente zich nu mee kan identificeren en waarvan vaak sporen in het landschap aan te treffen zijn. De gemeenten Heumen, Wijchen, Beuningen en Druten willen binnen hun erfgoedbeleid speciale aandacht aan deze thema’s schenken. De vier gemeenten zullen zich niet exclusief aan deze thema’s verbinden, maar spreken wel gezamenlijk uit dat zij deze thema’s als belangrijke kern van hun geschiedenis en erfgoed beschouwen. Binnen de thema’s wordt cultuurhistorie integraal benaderd, al hangt het mede van het thema af om welk type erfgoed het gaat. Niet alle thema’s zullen in optima forma in elke gemeente terug te vinden zijn. De gemeenten hebben hun onderlinge verschillen, maar delen ook veel van hun geschiedenis. In die gedeelde geschiedenis met lokale accentverschillen schuilt de kracht, de diversiteit én de verbondenheid.

Opgemerkt dient nog te worden dat de meeste thema’s een tastbare, materiële kant en een zachte, immateriële kant hebben: de elementen versus de verhalen over deze elementen of verhalen over gebeurtenissen. De gemeenten hechten eraan dat beide kanten van het erfgoed naar voren komen.

6.2.2 Het grote kader: cultuurhistorische thema’s Het grote kader van het cultuurhistorisch erfgoed in de gemeenten Beuningen, Heumen, Druten en Wijchen kan worden gekoppeld aan de cultuurhistorie in de regio zoals we die in hoofdstuk 3 hebben beschreven en zoals deze op de cultuurhistorische waardenkaart en de archeologische waarden- en verwachtingskaart zijn benoemd. De 7 thema’s zijn relatief algemeen van aard. Om die reden willen we ze nader duiden door hier heel concrete erfgoedlijnen uit te destilleren. Wat zijn specifieke deelonderwerpen binnen de genoemde thema’s die in het beleid van de gemeenten Wijchen, Heumen, Druten en Beuningen een plek krijgen?

RAAP-rapport *nummer* / eindversie, februari 2017

[3 8 ]

Samen in verscheidenheid; beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten

Thema

Erfgoedlijn

Zichtbare prehistorie

- Wonen en begraven op de hogere gronden

Romeinen en Merovingers

- De context van Noviomagus: dicht bewoond gebied in de Romeinse tijd, achter de Limes - Verbinding: Romeinse wegen van Blerick naar Nijmegen, tussen Wijchen en Heumen, tussen Nijmegen en Druten - Merovingisch hartland

Karolingers, de kerstening en

- Abdijen als grootgrondbezitters

christelijke tradities

- Middeleeuwse kerken en kapellen - Protestanten vs. katholieken: de reformatie - Het Rijke Roomse Leven: kloosters, kerken en vrome burgers - De kerstening weerstaan? Volksgeloof in Maas en Waal

Kastelen en heerlijkheden

- Burchten en ridders: middeleeuwse kastelen - Wonen op ’t land: edelmanswoningen, havezates, buitenplaatsen en landgoederen - ‘Land van de heerlijkheden’

Cultuurlandschappen en de strijd tegen het water

11

- Maas en Waal in de Nederlandse delta - Wonen op de stroomrug - Veilig achter de dijken (of toch niet?) - Afwatering en ontginning van de kommen - Uiterwaarden en steenfabrieken - Het boerenland na de bedijking - Fruitteelt

Bezetting en strijd tegen de be-

- Deel van een militair-strategisch belangrijk rivierengebied: de

zetter

Tachtigjarige Oorlog - Maas en Waal tijdens de Tweede Wereldoorlog - Koude Oorlog

Bouwkunst van stad en land

12

- Kerken - Molens - Agrarisch erfgoed - Scholen

11 12

Vanwege de nauwe verbondenheid hebben we deze twee thema’s samengenomen. Vanwege het separate karakter binnen deze nota hebben we dit onderdeel – in afwijking van de opzet van hoofdstuk 3, aan de lijst met thema’s toegevoegd.

RAAP-rapport *nummer* / eindversie, februari 2017

[3 9 ]

Samen in verscheidenheid; beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten

Daarnaast zijn er erfgoedlijnen aan te wijzen die thema-overstijgend te noemen zijn. Zij passen in de meeste geval binnen ‘Communicatie en herkenbaarheid’, ‘Educatie en ontsluiting’, ‘Kennisontwikkeling t.b.v. beleidsvorming’ en ‘Visualisatie en verbeelding’.

6.3 Hoe benaderen we deze cultuurhistorie? 6.3.1 Inleiding De gemeenten zouden de kansen van het erfgoed en belangen van private partijen die zich voor erfgoed willen inzetten tekort doen als we alleen de planologische kant (in hoofdstuk 5) zouden belichten of de genoemde thema’s en erfgoedlijnen (in paragraaf 6.2) volledig aan het private domein zouden overlaten. Inspireren, ontwerpen en het versterken van de betrokkenheid van burgers, educatie, recreanten en toeristen, en bedrijven zijn minstens zo belangrijk om de aandacht ervoor en de economische voordelen ervan voor de lange termijn te verzekeren. Een gemeente is ervoor het algemene belang te dienen. Dat algemene belang kan in dit geval zijn om de voordelen van erfgoed op het gebied van woon- en werkklimaat, educatie en economie veilig te stellen of mee te werken aan beleefbaarheid van en aandacht voor cultuurhistorie.

13

Zowel de vele bestaande initiatieven (zie bijlage 6) als nieuwe initiatieven bieden veel mogelijkheden het erfgoed beter voor het daglicht te brengen. In deze paragraaf zullen we, gekoppeld aan maatschappelijke trends, aangeven welke richting de 4 gemeenten met hun erfgoed op willen. Deze richting wordt in bijlage 8 binnen de thema’s en erfgoedlijnen nader uitgewerkt in de vorm van concrete projectideeën. De vier gemeenten stellen zich bij de uitvoering van het cultuurhistorisch beleid hoofdzakelijk op als faciliterende en initiërende overheid. Zo mogelijk kan men ook de rol van uitvoerende overheid op zich nemen. Burgers worden door een actieve en heldere opstelling van de gemeente gemotiveerd om zelf zaken op te pakken. Bedrijven worden daarnaast gemotiveerd om op hun eigen manier een bijdrage te leveren. De gemeente kan zich bijvoorbeeld inzetten voor verdieping en verspreiding van kennis over erfgoed, met een koppeling naar erfgoededucatie. Dat geldt ook voor de inzet van deze kennis in het creëren van een erfgoedaanbod aan inwoners en toeristen/recreanten.

6.3.2 Hoe beleeft het publiek cultuurhistorie? Met alleen thema’s hebben we nog geen beeld hoe we dit erfgoed op een zinvolle wijze kunnen benaderen. Hoe zorgen we nu dat initiatieven die we binnen deze thema’s ontplooien of ondersteunen, ook aansluiten bij wat het publiek belangrijk vindt? Wanneer is een initiatief maatschappelijk relevant en de moeite waard om te ondersteunen? De relevante trends binnen de cultuurhistorie en monumentenzorg kunnen worden geduid vanuit een sociologische invalshoek.

13 14

14

Deze gedegen waarneming van wat er in wisselwerking tussen

Bovengrondse visualisatie van ondergronds erfgoed is hiervan een goed voorbeeld. Deze duiding is van de hand van de Nijmeegse hoogleraar ‘Geschiedenis van Gelderland’, Dolly Verhoeven. Zie voor de volledige tekst: http://nationaalmonumentencongres.nl/files/2013/12/Binnen-zonder-kloppen-NationaalMonumentencongres-2013.pdf

RAAP-rapport *nummer* / eindversie, februari 2017

[4 0 ]

Samen in verscheidenheid; beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten

publiek en erfgoed speelt vormt de basis voor de projectideeën op het gebied van erfgoedbeleving en –benutting die door Wijchen, Heumen, Druten en Beuningen worden geformuleerd.

15

De

verschillende trends worden aangeduid met 5 steekwoorden, namelijk intensivering, informalisering, individualisering, internationalisering en informatisering. In bijlage 7 zijn deze trends nader uitgewerkt. Deze trends zullen als leidraad worden gebruikt bij de ontplooiing of ondersteuning van projecten.

Figuur 6.1 Er zijn meerdere manieren om het publiek te betrekken bij erfgoed. Manifestaties, de digitale wereld en ervaringen uit het buitenland spelen een rol bij wensen en verwachtingen.

6.4 Initiatieven en partners De gemeenten Heumen, Beuningen, Druten en Wijchen zullen zelf enkele initiatieven op het vlak van de promotie / ontsluiting van erfgoed ontplooien. De financiële middelen en menskracht zijn op dit moment echter zo beperkt dat het niet mogelijk is om een strak afgebakend overzicht te maken van datgene wat zij als gemeenten in de komende jaren zouden willen realiseren. Die beperking geldt eveneens waar het gaat om de ondersteuning van particuliere initiatieven. In de komende jaren zal daarom per situatie bekeken worden of de gemeente aan de realisatie van projectideeën uit de maatschappij kan bijdragen en zo ja, op welke manier. In bijlage 8 is een

15

Ruimtelijke-inrichtingsprojecten kunnen los staan van deze trends.

RAAP-rapport *nummer* / eindversie, februari 2017

[4 1 ]

Samen in verscheidenheid; beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten

overzicht van mogelijke projectideeën opgenomen. Daarnaast zullen de gemeenten intern afstemmen hoe de koppeling met het toeristisch-recreatief beleid gelegd gaat worden.

6.5 Communicatie Profilering valt of staat met zichtbaarheid. De gemeenten streven er naar om met hun erfgoed zichtbaar te zijn in de lokale en regionale media. Hierbij nemen zij ook zelf het initiatief om ontplooide projecten aan het publiek bekend te maken via deze media. Naast incidentele berichten kan bijvoorbeeld ook gedacht worden aan artikelen- of persberichtenseries, bijvoorbeeld in relatie tot Open Monumentendag of andere te organiseren evenementen. Elke gemeente kan hierbij ook andere betrokkenen erop wijzen de publiciteit te zoeken. Waar mogelijk zullen sociale media via de gemeentelijke communicatieadviseurs worden ingezet om gericht berichten over ontwikkelingen op erfgoedgebied naar buiten te communiceren. Daarnaast hebben we in deze nota bij verschillende onderdelen aangegeven wat de relatie tussen gemeente en het brede of smallere publiek (zoals monumenteneigenaren) is en welke rol communicatie hierin speelt. Burgers worden ook aangemoedigd zelf bekendheid te geven aan (succesvolle) initiatieven, zoals via het online platform van de Participatiekaart.

6.6 Draagvlak voor monumentenbeleid Een geslaagd monumentenbeleid staat of valt met draagvlak onder de inwoners van de gemeenten in het algemeen en de eigenaren van de rijks- en gemeentelijke monumenten in het bijzonder. Dat draagvlak is op diverse manieren te verkrijgen.

6.6.1 Een soepel proces Allereerst zijn een zorgvuldige onderbouwing van de monumentale waarde en een snelle, maar zorgvuldige en deskundige afhandeling van vergunningaanvragen noodzakelijk. In de Wabo is de snelheid van het proces reeds gewaarborgd. Zorgvuldigheid kan worden bereikt door eigenaren met ontwikkelingsplannen vóór de indiening van de aanvraag te laten overleggen met de betrokken ambtenaar en/of de monumentencommissie. In dit vooroverleg kan worden verkend of er mogelijkheden voor de ontwikkeling bestaan en zo ja, welke ideeën wel en welke niet wenselijk zijn. Naast vooroverleg met de monumentencommissie kan ook gekozen worden voor indiening van een informele aanvraag Vooroverleg via het Omgevingsloket. Daar kan dan (zonder dat wettelijke termijnen gaan lopen) een brede advisering plaatsvinden, bijvoorbeeld voor cultuurhistorie, RO, bodem, archeologie, welstand etc. Vooraf adviseren in plaats van achteraf corrigeren vergroot het draagvlak voor monumentenzorg. Het ondersteunt de eigenaar en verhoogt de kans dat de ingreep vanuit cultuurhistorisch perspectief succesvol wordt en met vergunning kan worden uitgevoerd.

6.6.2 Open Monumentendag Hier zijn communicatie en voorlichting van groot belang. De gemeente heeft hierin overwegend een stimulerende en soms ook faciliterende rol. Open Monumentendag wordt elk jaar landelijk georganiseerd in het tweede weekend van september. Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten

RAAP-rapport *nummer* / eindversie, februari 2017

[4 2 ]

Samen in verscheidenheid; beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten

hechten grote waarde aan deze dag en werken mee aan de organisatie ervan door de organiserende commissie/organisatie te subsidiëren. Open Monumentendag is voor veel mensen (900.000 mensen landelijk op jaarbasis) de belangrijkste dag dat zij zich bezig houden met ons gebouwd erfgoed. De gemeenten hechten er dan ook aan hun huidige rol in de toekomst voort te zetten.

Figuur 6.2 Open Monumentendag speelt een belangrijke rol in de kennismaking en ervaring met lokaal erfgoed.

Actiepunten - faciliteren en indien mogelijk initiëren van ‘cultuurhistorische kansen’, waar mogelijk in relatie tot de beschreven thema’s en trends, en in samenwerking met het maatschappelijk middenveld; - actief communiceren via traditionele en nieuwe media over gemeentelijke cultuurhistorische activiteiten en burgers aanmoedigen hierover zelf ook te communiceren; - voor de burgers zorg dragen voor een snelle, zorgvuldige en deskundige afhandeling van vergunningaanvragen; - stimuleren van vooroverleg over plannen die invloed hebben op cultuurhistorische waarden; - blijven nemen van de stimulerende en faciliterende rol t.a.v. de organisatie van Open Monumentendag.

RAAP-rapport *nummer* / eindversie, februari 2017

[4 3 ]

Samen in verscheidenheid; beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten

7 Nawoord Deze beleidsnota werd opgesteld door Luuk Keunen (RAAP Archeologisch Adviesbureau) en Dènes Jansen (Buro Waalbrug). Zij bedanken de betrokken ambtenaren van de gemeenten Heumen (Ria Koeneman), Beuningen (Koen Antonise, Guido Woutersen, Harm Bekker, Nancy van de Zande en Karin Eppink), Druten (Louis Nieboer, Susanne Welbers, Ivo Verploegen en Mark Jansen) en Wijchen (Fred Coolen, Rob Ribbink, Paul Vereijken, Patricia van Wolferen en Lambert van Beusekom) voor hun constructieve inbreng tijdens de ontwikkeling van deze nota. Daarnaast werd belangrijke inhoudelijke ondersteuning gekregen van het Erfgoedplatform Gemeente Heumen, de monumentencommissie Wijchen, Historisch Besef Beuningen, het Gelders Genootschap en landschapshistoricus Ferdinand van Hemmen. Zonder hun bijdragen was de totstandkoming van deze nota in deze vorm niet mogelijk geweest. Deze beleidsnota cultuurhistorie kon worden opgesteld dankzij subsidie van de Stadsregio Arnhem-Nijmegen.

Colofon Opdrachtgever: Gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten Titel: Samen in verscheidenheid: beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten Status: definitief concept Datum: april 2015 Auteurs: ir. L.J. Keunen (RAAP) & mr. D. Jansen (Buro Waalbrug)

ISSN: 0925-6229

RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V.

Buro W aalbrug

Postbus 5069

Postbus 165

1380 GB W eesp

6640 AD Beuningen

RAAP-rapport *nummer* / eindversie, februari 2017

[4 4 ]

Samen in verscheidenheid; beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten

Bijlagen en kaartbijlagen Bijlage 1. Inventarisatie wetgeving en beleid. Bijlage 2. Beschrijving planologische borging per gemeente. Bijlage 3. Cultuurhistorische analyse. Bijlage 4. Toelichting op de waarderingskaarten. Bijlage 5. Overzicht van karakteristieke bebouwing in Wijchen, Heumen en Beuningen. Bijlage 6. Maatschappelijke initiatieven. Bijlage 7. Cultuurhistorische trends in de maatschappij. Bijlage 8. Projectideeën. Kaartbijlage 1. Waarderingskaarten Wijchen, Heumen, Beuningen en Druten. Kaartbijlage 2. Cultuurhistorische beleidskaart. Verantwoording afbeeldingen: Foto’s wethouders: respectieve gemeenten/Ger Loeffen/Niels Stam Fotocommunity.de, MH1961: 6.1 Gemeente Beuningen: 3.2 Layar.com: 6.1 Marketgarden70.nl: 6.1 Oud-Beuningen: 3.8 Open Monumentendag.nl: 6.2 Provincie Gelderland: 4.1, 4.2, 4.3, 4.4 RAAP: 1.1, 3.1, 3.3, 3,7 Wikimedia Commons: 3.4, 3.5, 3.6 WUR, Speciale collecties: 2.1

RAAP-rapport *nummer* / eindversie, februari 2017

[4 5 ]

Samen in verscheidenheid; beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten

Bijlage 1 – Inventarisatie wetgeving en beleid B1.1 Rijk B1.1.1 Modernisering Monumentenzorg (MoMo) Op 1 januari 2012 zijn de wetswijzigingen in werking getreden die het gevolg waren van de modernisering van de monumentenzorg, in het kort MoMo genoemd. Deze modernisering werd in 2009 aangekondigd in de vorm van een beleidsbrief. Het belangrijkste vertrekpunt daarin was dat de monumentenzorg voortaan in de eerste plaats gebieds- en ontwikkelingsgericht diende te zien, en niet langer in de eerste plaats object- en behoudsgericht. Om die wensen te kunnen operationaliseren werden drie beleidspijlers vormgegeven: - Pijler 1: Cultuurhistorische belangen meewegen in de ruimtelijke ordening. Van gemeenten werd verwacht

16

dat zij voortaan voorafgaand aan het vaststellen van een bestemmingsplan

een cultuurhistorische analyse zouden laten uitvoeren en daar vervolgens een afweging over te maken of, en zo ja hoe, deze waarden in het bestemmingsplan zouden worden opgenomen. - Pijler 2: Krachtiger en eenvoudiger regelgeving. Eigenaren van (gebouwde) monumenten kregen meer ruimte voor eigen afwegingen. - Pijler 3: Bevorderen van herbestemmingen. Door maatschappelijke veranderingen hebben steeds meer gebouwen, complexen, terreinen en landschappen behoefte aan een nieuwe functie. Het gebrek aan een functie is immers een bedreiging voor het voortbestaan van het object. Deze voornemens hebben ertoe geleid dat op 1 januari 2012 onder meer de Monumentenwet en het Besluit ruimtelijke ordening zijn gewijzigd. In het Bro is nu de afwegingsverplichting over cultuurhistorie in het kader van de ruimtelijke ordening verwerkt, in de Monumentenwet zijn vergunningvrije activiteiten met betrekking tot monumenten en in beschermde gezichten opgenomen.

B1.1.2 Monumentenwet 1988 De basis voor de landelijke monumentenzorg wordt gevormd door de Monumentenwet 1988, die in 2007 is gewijzigd in verband met de inwerkingtreding van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) en in 2012 andermaal in verband met de implementatie van de Modernisering Monumentenzorg. De wet bepaalt onder meer dat gemeenten een monumentencommissie moeten hebben om te kunnen adviseren over vergunningaanvragen. Wijchen en Druten hebben een eigen monumentencommissie (al dan niet met inbreng van het Gelders Genootschap), Beuningen en Heumen kennen een Commissie Ruimtelijke Kwaliteit die in zijn geheel vanuit het 16

De opdracht uit het Besluit ruimtelijke ordening (zoals dat per 1 januari 2012 komt te luiden) aan gemeenten om “rekening te houden” met cultuurhistorische waarden is een generieke bepaling. Deze opdracht is in algemene termen gesteld, maar is zeker geen vrijblijvende opdracht. Het is immers niet mogelijk om rekening te houden met cultuurhistorische waarden zonder te weten waarover men het eigenlijk heeft. Daarvoor zal altijd een degelijk cultuurhistorisch onderzoek nodig zijn. Op het moment dat die op tafel ligt, zal dat in de verdere besluitvorming een bepalende factor zijn die in alle openheid moet worden afgewogen (Brief van staatssecretaris H. Zijlstra aan de Eerste Kamer, 27 mei 2011).

RAAP-rapport *nummer* / eindversie, februari 2017

[4 6 ]

Samen in verscheidenheid; beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten

Gelders Genootschap wordt bemand. De taak om rekening te houden met aanwezige of te verwachten ondergrondse archeologische waarden komt ook voort uit de Monumentenwet.

B.1.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening zijn regels opgenomen met betrekking tot nationale ruimtelijke belangen. In dat kader zijn regels opgenomen die betrekking hebben op erfgoederen met een universele waarde. Hieronder wordt het volgende verstaan: Als erfgoed van uitzonderlijke universele waarde worden aangewezen: •

Nieuwe Hollandse Waterlinie;

•

Romeinse Limes;

•

Werelderfgoed De Beemster;

•

Werelderfgoed De Stelling van Amsterdam.

Deze erfgoederen komen niet voor in de gemeenten Beuningen, Druten, Heumen en Wijchen.

B1.2 Regionaal (w.o. provincie) B1.2.1 Cultuur- en erfgoedprogramma 2013-2016 De provincie Gelderland heeft haar ambities met betrekking tot cultureel erfgoed vastgelegd in het Cultuur- en erfgoedprogramma 2013-2016. Hierin zijn enkele zaken veranderd na het aflopen van het voorgaande Belvoir-beleid. De ontwikkelingsgerichtheid van MoMo is erin verankerd door cultuur te zien als bouwsteen voor ontwikkeling. Daarnaast wil men de provincie niet meer louter van een subsidiërende kant laten zien, maar als professioneel partner waarin ook ruimte moet zijn voor tegenprestaties. Door dit partnerschap uit te dragen hoopt men ook te bereiken dat de maatschappij meer bij cultuur en erfgoed betrokken wordt. De provincie ziet zichzelf als partner, regisseur, financier en makelaar/verbinder. Door een beperktere hoeveelheid middelen worden bovendien scherpere keuzes gemaakt. Bij cultureel erfgoed wordt gekozen voor het overdragen en beleefbaar maken van de historie en het zichtbaar maken door middel van zichtbare kunst en ontwerp. Om doelen te bereiken heeft de provincie het initiatief genomen om met gemeenten tot bestuurlijke afspraken te komen in de vorm van een cultuur- en erfgoedpact. Bij de initiatieven waarover afspraken worden gemaakt kiest de provincie voor een ondersteuning van de uitvoering, en minder van de coördinatie.

De provincie maakt middelen vrij voor het ondersteunen van cultuurfestivals (w.o. erfgoedfestivals), het bevorderen van innovatieve kennis en vakmanschap voor het behoud en ontwikkeling van erfgoed, het ondersteunen musea en daarmee verbonden partijen en activiteiten (inclusief het onderzoeken van de mogelijkheden voor een leerstoel ‘Erfgoed van Gelderland’), het bevorderen van herbestemming en het investeren in onderzoek naar en praktische werkzaamheden aan typische Gelderse, actuele thema’s (buitenplaatsen, cultuurhistorie van bos en natuur, militaire linies). Hierin komt het zogenaamde ‘provinciaal belang’ naar voren. De contourennota geeft een praktische uitwerking van het genoemde programma en benoemt de besteding van de structurele middelen.

RAAP-rapport *nummer* / eindversie, februari 2017

[4 7 ]

Samen in verscheidenheid; beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten

B1.2.2 Visie Waalweelde (2009) Het totale project Waalweelde wil, in haar eigen woorden, de Waal en haar omgeving mooier, veiliger, natuurlijker en economisch sterker (…) maken. Onder regie van de provincie Gelderland werken verschillende partijen samen. Cultuurhistorie is één van de zeven thema’s, naast Veiligheid, Natuur, Bedrijvigheid, Wonen, Recreatie en toerisme, Energie en Klimaat. Vanwege de geografische ligging zijn van de vier gemeenten hierbij alleen Druten en Beuningen betrokken. In deze gemeenten gaat het om een tiental geformuleerde projecten, vooral practisch gericht zoals de omvorming van bedrijventerreinen naar woningbouw, het graven van nevengeulen en de ontwikkeling van nieuwe natuur.

B1.2.3 Toeristische herpositionering Rijk van Nijmegen (2013) Deze visie is tot stand gekomen door een samenwerking van het Regionaal Bureau voor Toerisme Arnhem-Nijmegen, de gemeenten en het bedrijfsleven. Er is een toeristische visie ontwikkeld om het merk Rijk van Nijmegen beter op de kaart te zetten. Cultuur en cultuurhistorie vormen een belangrijke pijler onder de visie. Hier spelen het Romeins verleden, de Middeleeuwen en de Tweede Wereldoorlog als thema’s die meer zichtbaar en beleefbaar gemaakt zouden moeten worden.

B1.2.4 Deltaprogramma (2014) Om de veiligheid in onze delta te vergroten is in de afgelopen jaren het Deltaprogramma uitgewerkt. Het Deltraprogramma van 2014 is de vierde op rij. Voor onze regio zijn binnen het deelprogramma Rivieren de regio’s Waal en Bedijkte Maas van belang. Alhoewel dit uiteraard niet het hoofddoel is, heeft cultuurhistorie wel een nadrukkelijke plek in het programma. Cultuurhistorie wordt, net als natuurontwikkeling en recreatie, gezien als ‘meekoppelkans’ en net als leefbaarheid, landschap en natuur een ‘aandachtspunt’. Binnen ons gebied zijn retentiegebieden van Keent en Wijchen-Heumen en dijkverleggingen bij Heumen en Overasselt voorzien waar het om de Maas gaat.

B1.3 Gemeenten B1.3.1 Algemeen Gemeenten zijn de eerst aangewezen overheidslaag als het gaat om het beschermen van het brede erfgoed. Zij staat dicht bij de burger en is daarnaast voor een groot aantal typen ingrepen het bevoegd gezag. In bestemmingsplannen komt het thema cultuurhistorie als zodanig in veel gevallen maar heel beperkt terug. Zo vinden we in het Bestemmingsplan Buitengebied van Heumen (2009) een toelichting op de monumentale bebouwing (geregeld via Monumentenwet 1988 en monumentenverordening), de molens (met regels ten aanzien van bebouwing in de omgeving) en de bescherming van archeologische waarden. Veel vaker zijn cultuurhistorische kwaliteiten verweven met thema’s als waardevol landschap. Tekenend is de eerste zin van de paragraaf onder het kopje

RAAP-rapport *nummer* / eindversie, februari 2017

[4 8 ]

Samen in verscheidenheid; beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten

‘landschap’ in voornoemd bestemmingsplan, wanneer het Streekplan 2005 van de provincie Gelderland wordt aangehaald: Gelderland omvat een grote variatie aan landschappen met een rijke cultuurhistorie. Kennelijk wordt het cultuurhistorische aspect van alle andere aspecten in de landschappen het meest relevant geacht. In de doelstelling van het bestemmingsplan is dan ook opgenomen dat het bestemmingsplan een bescherming van waarden en belangen biedt, waartoe ook archeologische en cultuurhistorische waarden behoren.

B1.3.2 Beuningen Waterplan (2005) Het Waterplan van de gemeente Beuningen was vooral gericht op kwaliteit en veiligheid. Cultuurhistorie vormt geen expliciet onderdeel van het plan.

Landschapsontwikkelingsplan (2006) In december 2006 werd de landschapsvisie ‘Landschap in beweging’ voor de gemeenten Beuningen, Druten en Wijchen afgerond en vervolgens in 2007 door de drie gemeenteraden vastgesteld. De samenhang en identiteiten van het historisch cultuurlandschap, onderscheiden in meerdere landschapstypen, vormen hierin het raamwerk voor nieuwe ontwikkelingen. Afhankelijk van het landschapstype is het cultuurhistorisch karakter hier sterker of minder sterk in de visie richting de toekomst aanwezig. Zo is in de uiterwaarden van Waal en Maas meer ruimte voor natuur en rivierdynamiek geboden, terwijl op de Waaloeverwallen het kleinschalige historisch cultuurlandschap vertrekpunt is. Expliciet wordt uitgesproken dat aardkundige en archeologische waarden behouden en versterkt moeten worden en dat cultuurhistorische waarden behouden moeten blijven en als inspiratiebron gebruikt moeten worden, omdat zij bijdragen aan de identiteit van de landschapstypen. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen behoud (beschermde stads- en dorpsgezichten, gemeentelijke en rijksmonumenten, de omgeving van de monumenten) en versterking van ruimtelijke patronen zoals dijken, achterkaden, wielen, wagen- en verkavelingspatronen etc. door deze structuren op te nemen in ontwerpen. Daarbij kan worden teruggegrepen op meerdere referentieperioden.

Waar mogelijk wordt gestreefd naar educatief of recreatief gebruik van waardevolle objecten. De relatie tussen de hedendaagse landschappen, de historische achtergronden ervan en de mogelijkheden die dat voor de toekomst biedt komt in het plan duidelijk naar voren. In oktober 2007 is vervolgens het eerste uitvoeringsplan afgerond. Hierin zijn 4 thema’s met bijbehorende doelen geformuleerd, namelijk a) behouden en versterken landschap, b) economische dragers landschap, c) ecologisch netwerk en d) toegankelijkheid. Alle thema’s hebben een directe relatie met de cultuurhistorische waarden in het landschap, maar met thema a is de relatie met meest duidelijk. Om de doelen te kunnen bereiken is sturing nodig, mogelijk in volgorde van passiviteit naar activiteit: faciliteren, stimuleren en actief sturen. Om de gewenste doelen te kunnen bereiken is vol-

RAAP-rapport *nummer* / eindversie, februari 2017

[4 9 ]

Samen in verscheidenheid; beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten

gens de opstellers ook verankering in gemeentelijk beleid noodzakelijk. Het betreft het bestemmingsplan buitengebied, de welstandsnota, notitie recreatie en toerisme, monumenten, economisch beleidsplan, waterplan en het milieubeleidsprogramma. In het uitvoeringsplan zijn uiteindelijk 15 in 2007 lopende projecten benoemd en 15 projecten voor de periode 2008-2012. In 2013 is een nieuw uitvoeringsprogramma vastgesteld, dat een looptijd tot 2018 heeft. Hierin zijn projecten opgenomen met directe cultuurhistorische relevantie en met indirecte cultuurhistorische relevantie, zoals landschapsontwikkelingsprojecten. Hieronder een selectie: - Gebiedsuitvoeringsprogramma Maas en Waal (GUP) (indirect); - Landschappelijke inpassing (bedrijfs)bebouwing (indirect); - QR-codes op cultuurhistorisch waardevolle plaatsen (direct); - Cultuurhistorische landschapselementen, herstel, belevingbevordering en aanleg (direct); - Maasheggenherstel, deel van cultuurhistorische landschapselementen (direct); - Bevorderen herkenbaarheid historische waterlopen (direct); Elk jaar wordt het uitvoeringsplan van het landschapsontwikkelingsplan geëvalueerd. De concrete projecten komen hierin aan de orde. Erfgoedverordening en restauratiesubsidieregeling (2010) Op 6 januari 2011 trad de huidige erfgoedverordening van de gemeente Beuningen in werking.

In deze verordening zijn de mogelijkheden om gemeentelijke monumenten te kunnen aanwijzen vastgelegd, en is bepaald welke regels gelden met betrekking tot de instandhouding van gemeentelijke monumenten. Ook zijn hierin de regels vastgelegd met betrekking tot beschermde archeologische monumenten en gebieden met specifieke archeologische verwachtingswaarden. Tenslotte is hierin een subsidieregeling ten aanzien van gemeentelijke monumenten uitgewerkt. Structuurvisie (2012) Op 8 mei 2012 werd de structuurvisie ‘Groen en dynamisch’ vastgesteld door de gemeenteraad van Beuningen. Hierin zijn de hoofdlijnen van de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen voor de komende 10 tot 20 jaar vastgelegd. Hierin zijn structuurvisies voor deelgebieden uit de jaren ervoor gecombineerd met een nieuwe visie voor het overige gedeelte van het gemeentelijk grondgebied. Cultuurhistorie komt als onderwerp meerdere malen in de structuurvisie voor. Als hoofdopgave is geformuleerd om de cultuurhistorische waarden onder de structuur van het dorp Beuningen meer zichtbaar te maken. Daarnaast is uitgesproken dat de landschappelijke en cultuurhistorische waarden steeds het uitgangspunt zijn bij de ontwikkeling van Ewijk. Daar houdt de aandacht voor cultuurhistorie echter niet op.

Op een groot aantal andere pagina’s in de structuurvisie wordt impliciet naar cultuurhistorische waarden verwezen, bijvoorbeeld waar het gaat om de kwaliteitsverbetering van oude linten in Weurt door deze te herinrichten met aansluiting op de historische karakteristiek. De scheidslijn tussen ‘landschappelijke waarden’ en ‘cultuurhistorische waarden in het landschap’ is vaak erg dun. Bij de afronding van Ewijk is men van plan het landschap te gebruiken

RAAP-rapport *nummer* / eindversie, februari 2017

[5 0 ]

Samen in verscheidenheid; beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten

als onderlegger. Daarbij doelt men op het gebruiken als vertrekpunt van ‘landschapskenmerken, zowel in het veld herkenbare elementen als historische verwijzingen, archeologie en bodemtechnische bijzonderheden’. In het stedelijk gebied van Ewijk vormen de historische linten het vertrekpunt. Voor het uiterwaardengebied geldt dat ‘behoud, versterken van de leesbaarheid van het landschap en behoud van cultuurhistorische elementen’ één van de (deel)hoofdopgaven is. Op de oeverwallen vormen enkele bijzondere historische structurende elementen van het rivierengebied (paden over kwelkaden, voormalige loop dijk, landgoederen) de dragers. Wanneer we vervolgens weer opschalen zien we dat – ook al wordt het soms niet expliciet als historisch benoemd – in grote lijnen de historische landschapsstructuur van oeverwallen, uiterwaarden en kommen als waardevol wordt gezien, met in de bebouwde kommen een wat meer genuanceerde benadering op specifieke onderdelen of in specifieke (delen van) kommen. Met name ten noorden van de A50-N322 zijn ontwikkelingen voorzien met een groot ruimtebeslag, zoals de zandwinning Beuningse Plas en de zandwinningslocatie H1 bij Winssen. Groenbeleidsplan (2012) In het groenbeleidsplan van de gemeente Beuningen komt cultuurhistorie als één van de andere ‘functies’ voor die bij de visievorming betrokken is, naast spelen, water, archeologie en recreatie.

Dit komt onder meer terug in de historische linten als speciaal aandachtsgebied en in de bijzondere aandacht voor waardevolle of monumentale bomen. Deze linten worden door versterking met bomenrijen herkenbaarder. Hetzelfde geldt voor de historische dorpskernen. Hiermee wordt aangesloten bij één van de doelen van het LOP, namelijk het zichtbaar maken van historie. Bomenverordening (2012) Beuningen beschikt over een bomenverordening waarin regels met betrekking tot het bomenbestand in de gemeente zijn opgenomen. Leidend document hierin is de gemeentelijke Groene Kaart, waarop monumentale en waardevolle groenelementen zijn opgenomen. De verordening heeft betrekking op deze bomen en op alle andere bomen die in gemeentelijk bezit zijn. Coalitieakkoord (2014) Cultuurhistorie als zodanig komt in het coalitieakkoord van Beuningen niet voor. Impliciet is dat echter wel het geval, bijvoorbeeld in de paragraaf over recreatie en toerisme: wij hebben een gevarieerde en karakteristieke gemeente die gezien mag worden. Men is voornemens de promotie van Beuningen te versterken en Beuningen beter op de kaart te zetten. Welstandsnota Welstandsnota’s zijn doorgaans ingestoken vanuit een analyse van de bebouwingskarakteristiek zoals die zich historisch in een specifiek gebied heeft ontwikkeld. Daarmee gecombineerd of geconfronteerd worden eigentijdse wensen voor specifieke nieuwe functies.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=c5316163-c2ec-4424-bfb7-1f413f46adf5