CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4_Bijlagen bij de motivering

Raad openbaar Wijchen 27 november 2025, gemeente wijchenBij agendapunt: 127005 Beslisnota Vaststellen omgevingsplan Achterloseweg 41 Leur19.432 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Figuur 1___________________ Kadastrale situatie Bron: Buro Ariëns

Geuronderzoek Achterloseweg 41 te Wijchen

4

HOOFDSTUK

2.1

2

INFORMATIE EN TOETSINGSKADER

INFORMATIEBRONNEN Bij het opstellen van dit advies is gebruik gemaakt van gegevens verstrekt door de opdrachtgever en de via Kernregistratie dierverblijven (hierna te benoemen KRD) Gelderland/Twente op 21 april 2023 verkregen gegevens over de omliggende bedrijven in een straal van 2 kilometer van de Achterloseweg 41 te Wijchen.

2.2

TOETSINGSKADER Voor de geurbeoordeling van agrarische bedrijven in het kader van de Wet geurhinder en veehouderij geldt een specifiek toetsingsregime. Dit toetsingsregime dient andersom ook te worden toegepast bij de RO-beoordeling van mogelijke nieuwe projectlocaties volgens het principe van de omgekeerde werking. Wettelijk kader Vanaf 1 januari 2007 vormt de Wet geurhinder en veehouderij (hierna: Wgv) het toetsingskader als het gaat om geurhinder afkomstig van dierenverblijven van veehouderijen. De geuremissie is afhankelijk van het aantal en soort dieren dat binnen de inrichting aanwezig is. In de aan de Wgv gekoppelde Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) is per diercategorie een geuremissiefactor vastgesteld, uitgedrukt in Europese odour units per tijdseenheid per dier (ouE/s/dier). De totale geuremissie van een veehouderij is de som van alle geuremissies van de verschillende diercategorieën die binnen de inrichting aanwezig zijn. Voor diercategorieën waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld, gelden minimaal aan te houden afstanden. Daarnaast zijn minimale afstanden opgenomen vanaf een veehouderij tot een geurgevoelig object behorende bij een (voormalige) veehouderij en vanaf de buitenzijde van een dierenverblijf tot de buitenzijde van een geurgevoelig object. De gemeente Wijchen is niet gelegen in een concentratiegebied, zoals geregeld in de Meststoffenwet.

Dit betekent dat de geurnormen voor de geurgevoelige objecten in het buitengebied, waar de woning is gelegen, ingevolge artikel 3, lid 1d van de Wgv 8,0 odour units per kubieke meter lucht (ouE/m3) bedragen. Gemeentelijke verordening In de Wgv is in artikel 6.1 opgenomen dat gemeenten buiten een concentratiegebied bij gemeentelijke verordening binnen een bandbreedte van 0,1 tot 8,0 ouE/m3 lucht binnen de bebouwde kom en 2,0 tot 20,0 ouE/m3 lucht buiten de bebouwde kom kunnen afwijken van de wettelijke standaardnorm. Ter voorbe-

Geuronderzoek Achterloseweg 41 te Wijchen

5

reiding van een dergelijke verordening kunnen gemeenten een aanhoudingsbesluit nemen om vergunningaanvragen aan te houden tot de verordening in werking treedt. Dit tot maximaal een jaar na het in werking treden van het aanhoudingsbesluit. De gemeente Wijchen heeft geen gemeentelijk geurbeleid, derhalve wordt getoetst aan de normen uit de Wgv. Beoordeling ruimtelijke ordeningsplannen In de Handreiking bij Wet geurhinder en veehouderij, Aanvulling: Paragraaf 3.4, Beoordeling ruimtelijke ordeningsplannen staat het volgende beschreven: De Wgv schrijft voor op welke wijze een bevoegd gezag de geurhinder vanwege dierenverblijven moet beoordelen indien een veehouderij een milieuvergunning aanvraagt. Indirect heeft de Wgv ook consequenties voor de totstandkoming van geurgevoelige objecten en dus voor de ruimtelijke ordening, dit wordt wel de ‘omgekeerde werking’ genoemd. De reden hiervoor is duidelijk: een geurnorm is bedoeld om mensen te beschermen tegen overmatige geurhinder, omgekeerd moet een bevoegd gezag dan ook niet toestaan dat mensen zichzelf blootstellen aan die overmatige hinder. De ruimtelijke plannen waarvoor de omgekeerde werking moet worden beoordeeld, zijn met name bestemmingsplannen waarin locaties voor woningbouw, zoals een woonwijk of een ruimte-voor-ruimte-woning, of recreatie en toerisme worden vastgelegd.

In gevallen dat een bouwplan niet past binnen het bestemmingsplan, bijvoorbeeld bij vergroting van een bouwblok of bij woningsplitsing, kan vrijstelling van het bestemmingsplan worden gevraagd. Bij besluitvorming over deze vrijstelling moet opnieuw de milieutoets op de omgekeerde werking worden uitgevoerd, er wordt immers opnieuw bestemd. Als het bouwblok al bestemd is, behoeft het bestemmingsplan geen aanpassing en is ook geen toets op de omgekeerde werking nodig of mogelijk1. Bij besluitvorming omtrent (wijziging van) een bestemmingsplan moet worden bepaald of sprake is van een goede ruimtelijke ordening en of het plan niet in strijd is met het recht. Ten behoeve van een zorgvuldige besluitvorming moet worden nagegaan of een partij onevenredig in haar belangen wordt geschaad; de rechtspositie van de betrokkenen moet worden gehandhaafd. Dat is tevens van belang voor eventuele planschade. Er zijn in ieder geval twee relevante partijen: de veehouderij en de toekomstige bewoner of andere ondernemer (bijvoorbeeld recreatie en toerisme). De veehouderij heeft twee belangen: voortzetting van de bestaande bedrijfsactiviteiten en indien hij concrete uitbreidingsplannen heeft (bijvoorbeeld een reeds vergunde uitbreiding), deze ook te realiseren. De toekomstige bewoner heeft belang bij een goed woon- en leefklimaat.

Voor wat betreft geurhinder van veehouderijen betekent dit dat de volgende aspecten in ogenschouw moeten worden genomen: • Is ter plaatse een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd? (belang geurgevoelig object); • Wordt niet iemand onevenredig in zijn belangen geschaad? (belangen veehouderij en derden). Volgens bestaande jurisprudentie (Oss: ABRvS 200705538/2, d.d. 4-10-2007 en Oisterwijk: ABRvS 200700646/1, d.d. 22-08-2007) geldt dat bouwen binnen stankcirkels niet toelaatbaar is. Bij de oude geurregelgeving moesten geplande geurgevoelige objecten daarom de minimumafstanden tot veehouderijen in acht

1 Wanneer een locatie eenmaal bestemd is voor woningbouw en hiervoor een aanvraag om een bouwvergunning binnenkomt, dan is de milieutoets op de omgekeerde werking niet meer nodig en ook niet mogelijk, deze heeft immers plaatsgevonden bij het aanwijzen van de bestemming. De bouwvergunning moet verleend worden indien die in overeenstemming is met het geldende bestemmingsplan.

Geuronderzoek Achterloseweg 41 te Wijchen

6

houden. Als deze lijn wordt doorgetrokken naar de Wgv, is het niet toelaatbaar om geurgevoelige objecten te bouwen binnen de geurcontouren van de geldende norm. Als binnen de contour van de norm al geurgevoelige objecten liggen, wordt de veehouderij niet in alle gevallen in zijn belangen geschaad door nieuwbouw binnen de contour. Als de veehouderij niet in zijn belangen wordt geschaad en tevens een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd, is het toelaatbaar om binnen de contour van de geldende norm geurgevoelige objecten te bouwen (Laarbeek: ABRvS 200900801/1, d.d. 7-10-2009 en Weert: ABRvS 200908940/1, d.d. 28-07-2010).

2.3

GEGEVENS VAN DE BEREKENDE AGRARISCHE BEDRIJVEN Om inzichtelijk te maken hoe de geurcontouren zijn gelegen, is informatie benodigd van de relevante omliggende bedrijven binnen 2 km. rondom de Achterloseweg 41. Via KRD Gelderland/Twente is op 21 april 2023 de actuele (default) gegevens uit de vigerende milieuvergunningen verkregen, welke zijn weergegeven in bijlage 1. Voor de veehouderij aan de Achterloseweg 33 is de actuele vergunning opgevraagd bij de gemeente Wijchen. Hierin staan geen emissiepunten genoemd derhalve zijn de emissie punten uit de KRD gebruikt.

Geuronderzoek Achterloseweg 41 te Wijchen

7

HOOFDSTUK

3

BEREKENINGSSYSTEMATIEK

Voor de berekeningen in dit rapport is gebruik gemaakt van het rekenmodel VStacks gebied, versie 2020 van 5 oktober 2020. Dit rekenmodel berekent de geurbelasting op geurgevoelige objecten, welke enkel voor de intensieve veehouderij wordt uitgedrukt in aantallen Europese odourunits per volume-eenheid lucht (ouE/m3). Voor de extensieve veehouderij gelden vaste afstanden. Voor het bepalen van de te gebruiken ruwheid bij de achtergrondberekening is, zoals in § 3.5 van de Gebruikershandleiding V-Stacks gebied wordt voorgeschreven, een bufferzone van ten minste 2 kilometer om de locatie Achterloseweg 41 te Wijchen genomen. Door V-Stacks gebied is de Berekende ruwheid op 0,40 bepaald. Voor de veehouderij aan de Achterloseweg 33 te Wijchen is, op basis van vergunde geuremissies, met het verspreidingsmodel V-Stacks vergunning een berekening gemaakt van de voorgrondbelasting op de toetspunten van de woning aan de Achterloseweg 41 te Wijchen. De gebruikte invoergegevens en resultaten hiervan zijn weergegeven in bijlage 2. Met het verspreidingsmodel V-Stacks gebied is berekend wat de achtergrondbelasting op de toetspunten van de woning aan de Achterloseweg 41 te Wijchen is van het vergunde veebestand op 21 april 2023.

Hiervoor zijn 8 veebedrijven binnen een straal van 2 kilometer om de locatie Achterloseweg 41 ingevoerd met de (default-) waarden afkomstig uit de KRD van Gelderland/Twente. Voor de complete lijst met bedrijven wordt verwezen naar bijlage 1. De invoergegevens en resultaten zijn weergegeven in bijlage 3. Naast de berekende geurbelasting op de woning aan de Achterloseweg 41 te Wijchen, zijn de output bestanden van V-Stacks gebied gebruikt om de geurcontouren in beeld te brengen. Vervolgens zijn alle berekende gridpunten in een GIS-omgeving geïnterpoleerd naar een grid. Op basis van dit grid zijn vervolgens door een GIS-toepassing de geurcontouren verkregen, welke zijn weergegeven in bijlage 3.

Geuronderzoek Achterloseweg 41 te Wijchen

8

HOOFDSTUK

4

4.1

RESULTATEN EN BEOORDELING

GEURHINDER EN WOON- EN LEEFKLIMAAT De gemeente Wijchen heeft niet in een gemeentelijke geurverordening vastgelegd wat op basis van geurhinderpercentages ten aanzien van de achtergrondbelasting een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is. De handreiking bij de Wet geurhinder en veehouderij geeft in bijlage 6 in tabel A en tabel B de relatie tussen geurbelasting en de geurhinder.

Figuur 2__________________ Tabel A bijlage 6 Wgv

Geuronderzoek Achterloseweg 41 te Wijchen

9

Figuur 3__________________ Tabel B bijlage 6 Wgv

De gemeente Wijchen heeft niet in een gemeentelijke geurverordening vastgelegd wat op basis van geurhinderpercentages ten aanzien van de achtergrondbelasting een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is. De handreiking bij de Wet geurhinder en veehouderij geeft in bijlage 7 een vijftal methoden hoe dit bepaald zou kunnen worden. Nu dit echter niet door de gemeente is vastgesteld is vooralsnog uitgegaan van de milieukwaliteitscriteria van het RIVM, zoals in navolgende tabel 1 is opgenomen. Tabel 1__________________ Milieukwaliteitscriteria RIVM

4.2

Mogelijke kans op geurhinder (%)

Beoordeling leefklimaat

<5

zeer goed

5 – 10

goed

10 – 15

redelijk goed

15 – 20

matig

20 – 25

tamelijk slecht

25 – 30

slecht

30 - 35

zeer slecht

35 - 40

extreem slecht

GEURHINDER EN VOORGRONDBELASTING De gemeente heeft de planlocatie, niet aangewezen als gebied waarvoor een andere maximale waarde voor geurbelasting op geurgevoelige objecten van een veehouderij geldt, zijnde 8,0 ouE/m3. Om te bepalen wat de voorgrondbelasting op de woning is, is met het verspreidingsmodel V-Stacks vergunning vanuit de rand van het bouwvak (worstcase) van de veehouderij aan de Achterloseweg 33 berekend wat de voorgrondbelasting van het vergunde veebestand vanuit de veehouderij is.

Geuronderzoek Achterloseweg 41 te Wijchen

10

De resultaten hiervan zijn weergegeven in navolgende tabel 2. Voor de daadwerkelijke outputbestanden wordt verwezen naar bijlage 2. Tabel 2__________________ Voorgrondbelasting op de toetspunten van de woning

nr

Omschrijving

Norm

V-Stacks Vergunning (ouE/m3) vanuit rand bouwblok Achterloseweg 33

1

T01

8,0

4,1

2

T02

8,0

4,2

3

T03

8,0

4,3

4

T04

8,0

4,2

Toetspunt

Op de woning aan de Achterloseweg 41 te Wijchen wordt, met een voorgrondbelasting die maximaal 4,3 ouE/m3 is, ruimschoots voldaan aan de norm van 8,0 ouE/m3. Vanuit figuur 3 blijkt dat met een voorgrond belasting van ten hoogste 4,3 ouE/m3 in een niet concentratiegebied er door 20% van de omwonende geurhinder wordt ervaren. Daarmee mag geconcludeerd worden dat hiermee een matig woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd (tabel 1).

4.3

GEURHINDER EN ACHTERGRONDBELASTING Vanuit figuur 2 blijkt dat met een achtergrond belasting van ten hoogste 4,6 ouE/m3 in een niet concentratiegebied er door 12% van de omwonende geurhinder wordt ervaren. Daarmee mag geconcludeerd worden dat hiermee een redelijk goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd (tabel 1).

Tabel 3__________________ Toetspunt Berekende achtergrondbelasting vanuit 38 veehouderijen binnen een straal van 2 kilometer.

4.4

nr

Omschrijving

Norm

V-Stacks Gebied (ouE/m3) van 35 veehouderijen

1

T01

8,0

4,3

2

T02

8,0

4,4

3

T03

8,0

4,6

4

T04

8,0

4,5

VASTE AFSTANDEN Ten aanzien van omliggende veehouderijen dient ook rekening te worden gehouden met de vaste afstand van 50 meter tot geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom zoals genoemd in artikel 4 van de Wgv. De meest nabij gelegen veehouderij betreft de veehouderij aan de Achterloseweg 33 welk gelegen is op een afstand van 121 meter ten opzichte van de woning. Hieruit kan worden geconcludeerd dat ook ten aanzien van de aan te houden vaste afstanden een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Hieruit kan voorts worden geconcludeerd dat de veehouderijen in de omgeving door de beoogde nieuwe woning en bestemmingswijziging niet (verder) in hun belangen worden geschaad. In artikel 5 van de Wgv zijn minimale afstanden opgenomen vanaf de buitenzijde van een dierenverblijf tot de buitenzijde van een geurgevoelig object. Buiten de bebouwde kom dient deze afstand tenminste 25 meter te bedragen. Gezien het voornoemde wordt hier ruimschoots aan voldaan.

Geuronderzoek Achterloseweg 41 te Wijchen

11

4.5

BELANGENAFWEGING De in de omgeving van de Achterloseweg 41 te Wijchen gelegen veehouderijen hebben twee belangen: voortzetting van de bestaande bedrijfsactiviteiten en indien er concrete uitbreidingsplannen zijn (bijvoorbeeld een reeds vergunde uitbreiding), deze ook te kunnen realiseren. De veehouderijen in de omgeving kunnen hun bestaande bedrijfsactiviteiten (vergunde situatie) voortzetten. Op basis hiervan worden deze niet in hun belangen geschaad. Tevens is voor locatie Achterloseweg 33 te Wijchen op 20 oktober 2023 een melding in het kader van het Activiteitenbesluit milieubeheer ingediend. De vleeskalverhouderij wordt beëindigt en er wordt een omschakeling naar een paardenhouderij gemeld. Hiermee is de Achterloseweg 33 geen intensief veehouderij bedrijf binnen de Wgv meer en gelden er enkel vaste afstanden tot (nieuw te realiseren) geurgevoelige objecten waaraan de locatie ruimschoots voldoet.

Geuronderzoek Achterloseweg 41 te Wijchen

12

HOOFDSTUK

5

CONCLUSIE

Aan de hand van de berekende geurcontouren en geurbelasting op de woning aan de Achterloseweg 41 zijn de volgende belangenafwegingen gemaakt: • Is ter plaatse een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd? (belang geurgevoelig object); • Wordt niet iemand onevenredig in zijn belangen geschaad? (belangen veehouderij en derden). Uit de beoordeling kunnen de volgende deelconclusies worden getrokken: 1. Op de woning aan de Achterloseweg 41 te Wijchen wordt, met een voorgrondbelasting die maximaal 4,3 ouE/m3 , overal voldaan aan de norm van 8,0 ouE/m3; 2. Op basis van de berekende voorgrondbelasting vanuit Achterloseweg 33 op de toetspunten van de woning aan de Achterloseweg 41 te Wijchen kan een ‘matig’ woon- en leefklimaat worden gegarandeerd; 3. Op basis van de berekende achtergrondbelasting vanuit 8 veehouderijen binnen een straal van 2 kilometer (maximaal 4,6 ouE/m3) op de toetspunten van de woning aan de Achterloseweg 41 te Wijchen kan een ‘redelijk goed’ woon- en leefklimaat worden gegarandeerd; 4. Aan de vaste afstanden vanuit de meest dichtbij gelegen veehouderij tot aan de locatie Achterloseweg 41 te Wijchen en aan de gevel-gevel afstand wordt voldaan. Gelet op bovenstaande kan worden geconcludeerd dat in de omgeving van de Achterloseweg 41 te Wijchen niemand onevenredig in zijn belangen geschaad wordt en een matig woon- en leefklimaat gewaarborgd kan worden.

Geuronderzoek Achterloseweg 41 te Wijchen

13

Bijlage 1 Lijst bedrijven

BronID 1 6 34 37 39 43 49 60

X_COORD-stal Y_COORD-stal EP-hoogte GemGebhoogt EP-diameterEP-uittree EVergund Gemeente Adres PostcodeHuisNr IPPC 177442 425818 6 6 0,5 4 17800 Wijchen Achterloseweg 6604KC 33 6604KC 33 NeeWijchen 176489 426088 6 6 0,5 4 747,6 Wijchen van Balverenlaan 6615AH 6 6615AH 6 Nee Leur 178135 425983 6 6 0,5 4 3942,3 Wijchen Wezelsebergweg 6604AD 2121 6604AD Nee Wijchen 175992 427218 6 6 0,5 4 1068 Wijchen Broekstraat6616AC 32 6616AC 32 Nee Hernen 176996 426811 6 6 0,5 4 156 Wijchen Broekstraat6615AD 39 6615AD 39 Nee Leur 176680 427285 6 6 0,5 4 1002 Wijchen Broekstraat6616AB 37 A 6616AB 37 NeeHernen 179299 425839 6 6 0,5 4 4328,26 Wijchen Gagelvenseweg 6604BE 4 6604BE 4 NeeWijchen 177874 427816 6 6 0,5 4 1780 Wijchen Hoogvonderweg 6604KH 2 6604KH 2 Nee Wijchen

Bijlage 2 Voorgrond berekening V-Stacks vergunning

Gegenereerd op: 19-02-2024

berekend met : V-Stacks Vergunning 2020 Release juli 2020

(c) DNV GL

Page 1

Naam van de berekening: 5810go0123v2 Gemaakt op: 2024-02-19

8:18:32

Rekentijd: 0:00:29 Naam van het bedrijf: 5810go0123v2 voorgrond Achterloseweg 41, Wijchen Berekende ruwheid: 0,543 m

Brongegevens: Volgnr. BronID 1

1 Achterloseweg 33

X-coord. 177 442

Y-coord. 425 818

EP Hoogte 6,0

EP Diam. 0,5

Geur gevoelige locaties: Volgnr. BronID

X-coord.

Y-coord.

Geurnorm

Geurbelasting

2

T01

177 375

425 982

8,0

4,1

3

T02

177 385

425 984

8,0

4,2

4

T03

177 379

425 976

8,0

4,3

5

T04

177 368

425 972

8,0

4,2

EP Uittr. snelh. E-Aanvraag 4,00

17 800

Geb. Hoogte 6,0

Bijlage 3 Achtergrond berekeningen V-Stacks gebied

Gegenereerd op: 4-24-2023 met V-Stacks-Gebied Versie V-2020.1

Naam van de berekening: 5810go0123 Gemaakt op: 4-24-2023 16:02:01 Rekentijd : 0:18:40 Naam van het gebied: 5810go0123 Berekende ruwheid: 0,40 m Meteo station: Nvt Rekenuren: 20 Bronbestand: X:\Klanten\5810_Ariëns\Go0123Achterloseweg41teWijchen\Vstacks\input\Bronnen.dat Receptorbestand: X:\Klanten\5810_Ariëns\Go0123Achterloseweg41teWijchen\Vstacks\input\GGO.dat Resultaten weggeschreven in: X:\Klanten\5810_Ariëns\Go0123Achterloseweg41teWijchen\Vstacks\output Rasterpunt linksonder x: 175375 m Rasterpunt linksonder y: 423982 m Gebied lengte (x): 4000 m , Aantal gridpunten: 51 Gebied breedte (y): 4000 m , Aantal gridpunten: 51

Gegenereerd op: 4-24-2023 met V-Stacks-Gebied Versie V-2020.1

042413415970_OutRepGeurBelasting Cumulatieve geurbelasting op receptorpunten, zoals berekend RecepID X-coor Y-coor Geurnorm Geurbelasting [OU/m3] 1 177375 425982 8.00 4.29 2 177385 425984 8.00 4.44 3 177379 425976 8.00 4.56 4 177368 425972 8.00 4.45

Pagina 1

Schaal 1:2.000 0 510 20 30 40 50 Meter

Legenda Toetspunten Contouren 8 od Luchtfoto

Schaal 1:1.000 03,57 14 21 28 35 Meter

Legenda Toetspunten Contouren 8 od Luchtfoto

WATERPARAGRAAF WONINGSPLITSING ACHTERLOSEWEG 41 LEUR WATERHUISHOUDING Wettelijk kader Nederland is een waterrijk land. Bouwen in die gebieden kan niet zomaar. Bij de vaststelling van het omgevingsplan moet de gemeente voor het waterbelang de opvattingen van de waterbeheerder betrekken. Dit volgt uit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.3 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Weging van het waterbelang De weging van het waterbelang (voorheen: watertoets) geldt bij het vaststellen van het omgevingsplan. Dit volgt uit artikel 5.37 van het Bkl. De gemeente moet de opvattingen van de waterbeheerder betrekken bij het omgevingsplan. Dit geldt in het algemeen voor alle waterbelangen. Er gelden geen regels voor hoe de gemeente de waterbeheerder hierbij betrekt. De gemeente is vrij om hier zelf invulling aan te geven. Waterparagraaf De waterparagraaf beschrijft de wijze waarop rekening is gehouden met de eventuele gevolgen van het ruimtelijk plan voor de waterhuishouding en vice versa. Onderdeel hiervan is een beschrijving van beleidsuitgangspunten en regelgeving, waterhuishoudkundige situatie en –opgaven, meest geschikte oplossingen (motiveren) en de ruimtelijke consequenties daarvan. Indien aan de orde is tevens het advies van het waterschap in de waterparagraaf verwerkt. 1.

Beschrijving watersysteem Geomorfologie en geohydrologie Het plangebied is gelegen in het buitengebied ten noordwesten van de kern Wijchen. Het maaiveld binnen het plangebied ligt op een hoogte van 7,4 tot 7,6 m +NAP (bron: AHN Viewer). Geomorgologisch is het plangebied gelegen op een ‘dekzandwelving’, een welving (heuvel, rug) ontstaan door eolische processen (door erosie of afzetting van materiaal door de wind). De welving betreft een vrij vlak, laag gelegen reliëf met een lokaal maximaal hoogteverschil van 1,5 – 5 m. De bodem van het plangebied bestaat uit ‘vorstvaaggronden’ met grof zand. Vorstvaaggronden betreffen gronden die weinig tekenen van bodemvorming vertonen. De gronden kennen een schrale bovengrond, met daaronder een zwak ontwikkelde bruin gekleurde horizont. Deze omvat een minerale laag waarin de eigenschappen van het moedermateriaal nauwelijks of vaag zijn te herkennen. De gemiddeld kleinste grondwaterspiegeldiepte ligt tussen de 80 en 100 cm. De gemiddeld grootste grondwaterspiegeldiepte ligt tussen de 170 en 190 cm (bron: BROloket). Oppervlakte- en afvalwatersysteem Binnen het plangebied zijn geen A/B/C-watergangen gelegen. Dit is ook niet het geval in de directe omgeving van het plangebied. Wel is op circa 90 m ten zuidwesten van het plangebied een A-watergang gelegen. Het plangebied is gelegen naast het openbaar riool onder de Achterloseweg.

Voor de afvoer van het afvalwater wordt gebruik gemaakt van de afvoerleiding van de bestaande woning Achterloseweg 41 naar de pompput van de openbare drukriolering, in de voortuin van Achterloseweg 41A. Ecosysteem Het plangebied is niet gelegen in het Gelders natuurnetwerk of in de Groene ontwikkelingszone. Binnen het plangebied bevindt zich geen te beschermen natte landnatuur met bijzondere waarde.

2 2. Gemeentelijk waterbeleid en waterbeheer Waterbeleid Het gemeentelijk waterbeleid is met name gericht op het voorkomen, beperken of tot een aanvaardbaar risico terugbrengen van wateroverlast en schade aan milieu en volksgezondheid. In de Strategische waternota Wijchen zijn de thema’s en uitgangspunten voor duurzaam waterbeheer omschreven (zie ook punt 3). Het Gemeentelijk rioleringsplan beschrijft de gemeentelijke zorgplicht voor rioolwater, hemelwater en grondwater. In het kader van de watertoets wordt een vertaalslag gemaakt naar de concrete plansituatie. Zorgplicht afvalwater en hemelwater De gemeente heeft voor zover doelmatig een zorgplicht voor de inzameling en transport van stedelijk afvalwater dat binnen de gemeente vrijkomt. Perceeleigenaren dienen hemelwater in eerste instantie op eigen terrein te verwerken of op oppervlaktewater te lozen. Als dit redelijkerwijs niet mogelijk is draagt de gemeente zorg voor de doelmatige inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater. Zorgplicht grondwater In eerste instantie zijn perceeleigenaren zelf verantwoordelijk voor het treffen van maatregelen op eigen terrein om structurele nadelige gevolgen van grondwater voor de aan de grond gegeven bestemming te voorkomen of beperken.

De gemeente heeft een zorgplicht bij het treffen van maatregelen in openbaar gebied, voor zover doelmatig en geen verantwoordelijkheid van provincie of waterschap. Waterschap De gemeente valt binnen het beheersgebied van Waterschap Rivierenland. Het Waterschap geeft in het kader van de Waterwet een vergunning af voor lozing op oppervlaktewater en in het kader van de Keur een ontheffing voor ingrepen/ activiteiten in/nabij watergangen en waterkeringen. Daarnaast verzorgt het waterschap het onderhoud van Awatergangen en draagt zorg voor het zuiveren van afvalwater. 3. Beleidsuitgangspunten en consequenties voor het ruimtelijk plan Deze paragraaf beschrijft op welke wijze op de planlocatie rekening is gehouden met het watersysteem, gelet op de waterhuishoudkundige situatie, beleid en regelgeving. Onderdeel hiervan is een motivering van getroffen maatregelen om negatieve effecten op/van het watersysteem tot een minimum te beperken, inclusief de ruimtelijke consequenties daarvan. 3.1 Leefomgeving algemeen Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar integrale inpassing van het watersysteem in de leefomgeving en afstemming op de gebruiksfuncties in het gebied. De ruimtelijke ontwikkeling mag in beginsel geen nadelige gevolgen hebben voor de waterhuishouding en vice versa. De waterhuishoudkundige situatie moet in overeenstemming zijn met het beoogde grondgebruik.

Water is mede-ordenend bij de ruimtelijke ontwikkeling (juiste functie op de juiste plaats), waarbij tevens rekening wordt gehouden met de ruimteclaim van waterhuishoudkundige voorzieningen. Wateropgaven worden gekoppeld aan andere gebiedsopgaven, zoals voor openbaar groen, riolering, welzijn en energiewinning (zie ook Klimaatverandering). Gevolgen van/voor het plan Het planvoornemen voorziet niet een toename van de hoeveelheid bebouwing en slechts in een zeer beperkte toename van de hoeveelheid verharding (circa 60 m²). Maatregelen voor de opvang en berging van hemelwater kunnen daardoor ook beperkt blijven. Het extra verhard oppervlak is zo minimaal dat afgewaterd kan worden naar de omliggende tuin. Hier kan het water geborgen en geïnfiltreerd worden. Aangezien de bovengrond bestaat uit grof zand, kan het water snel in de bodem trekken en zal dit niet afstromen naar de omgeving.

3 3.2 Kwaliteit en beleving Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar schoon water en waterbodems die voldoen aan gestelde eisen en het behoud van (natte) natuurwaarden en biodiversiteit. Verontreiniging van grond- en oppervlaktewater dient te worden voorkomen en de waterkwaliteit zo mogelijk verbeterd. Natuurlijke grondwater- en oppervlaktewaterstanden worden beschermd of hersteld. Schoon hemelwater mag rechtstreeks in bodem of op oppervlaktewater worden geloosd. Verontreiniging van hemelwater voorkomen, o.a. door toepassing van niet-uitlogende materialen (Dubo-bepalingen) en door beperking van toepassing van lood, koper, zink en zacht pvc. Verontreinigd hemelwater mag alleen worden geloosd via een zuiverende voorziening. De kwaliteit van oppervlaktewater zo mogelijk verbeteren door aanleg van natuurvriendelijke oevers en verbetering van de doorstroming. Het beheer mag geen verstoring geven van waterkwaliteit en biodiversiteit. Ecologisch natte zones of natte natuurwaarden behouden of verder ontwikkelen door bijbehorende waterhuishoudkundige omstandigheden te beschermen of herstellen. De gemeente streeft naar versterking van de belevingswaarde van water en daarmee het waterbewustzijn. Hierbij worden water, waterhuishoudkundige elementen en cultuurhistorische structuren en landschapselementen herkenbaar verweven in de ruimtelijke inrichting en beleefbaar gemaakt.

Waterstromen zichbaar (bovengronds) afvoeren. Gevolgen van/voor het plan Het schoon hemelwater afkomstig van de verharde opervlakten bij de woningen blijft op de bestaande wijze afgevoerd worden. Verontreiniging van het schone hemelwater wordt voorkomen door de toepassing van niet-uitlogende materialen bij de noodzakelijke aanpassingen van de bebouwing en door beperking van de toepassing van lood, koper, zink en zacht pvc. Door de beperkte omvang van het planvoornemen is het niet zinvol om waterstromen zichtbaar en beleefbaar te maken. 3.3 Klimaatverandering Beleidsuitgangspunten De gemeent streeft naar een klimaatbestendige en waterrobuuste leefomgeving. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dienen schadelijke effecten van klimaatverandering (wateroverlast en verdroging) voor het grondgebruik en vice versa te worden beperkt of teruggebracht tot een acceptabel niveau. Waterhuishoudkundige voorzieningen zijn energiezuinig en duurzaam. Komen tot een klimaatadaptieve ruimtelijke inrichting, o.a. voor wat betreft bebouwing, wegen, groen en water. Voorkomen dat water bij hevige neerslag in de bebouwing terecht komt of afstroomt buiten het projectgebied. De hoeveelheid verhard oppervlak tot een minimum beperken. Groenstructuren klimaatrobuust aanleggen voor wat betreft areaal, type beplanting en waterbergend vermogen.

Grondwateronttrekking beperken door hoogwaardige toepassing van drinkwater en het treffen van waterbesparende voorzieningen. Zo mogelijk hemelwater gebruiken voor laagwaardige toepassingen. Gevolgen van/voor het plan Het plangebied is niet uitzonderlijk gevoelig voor klimaatverandering. De groene aankleding van het plangebied blijft behouden en wordt op onderdelen versterkt. In combinatie met het gegeven dat de bebouwde en verharde situatie nauwelijks verandert, wordt het plangebied daardoor niet gevoeliger voor klimaatverandering.

4 3.4 Waterberging Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar het vasthouden van gebiedseigen water door benutting van de natuurlijke bergingscapaciteit van bodem en oppervlaktewater. Hemelwater afkomstig van verharde oppervlakken dient zoveel mogelijk te worden afgekoppeld van de riolering met de voorkeursvolgorde: 1) Benutting, 2) Bodeminfiltratie binnen het gebied, 3) Berging binnen het gebied, 4) Vertraagde afvoer naar oppervlaktewater buiten het projectgebied en 5) Afvoer naar riool. Wanneer hemelwater direct of indirect wordt geloosd op oppervlaktewater, moet dit volgens de Keur (Waterschap Rivierenland) worden gecompenseerd. De compensatieplicht houdt in dat de toename van verharding in het ruimtelijk plan moet worden gecompenseerd door aanleg van extra waterberging. Het waterschap hanteert hierbij een eenmalige uitzondering van 500 m2 (stedelijk gebied) en 1500 m2 (landelijk gebied) voor particulieren en kleine bedrijven. De gemeente kent in tegenstelling tot het waterschap, geen vrijstelling onder de grens van 1.500 m2 en eist bergingscompensatie bij elke nieuwe verharding. Infiltratie- en bergingsvoorzieningen, zoals bodempassages en open water, moeten voldoende capaciteit hebben om het hemelwater te kunnen verwerken. En zodanig ruimtelijk ingepast (ruimtebeslag, ligging) dat adequaat functioneren is gewaarborgd.

Omdat op minder dan 100 m van oppervlaktewater het hemelwater op/in de bodem wordt gebracht, schrijft het waterschap voor dat een berging gerealiseerd moet worden van 664 m3/ha verhard oppervlak (beleidsregels Keur art. 5.16). Gevolgen van/voor het plan Per saldo heeft het planvoornemen een zeer beperkte toename van de hoeveelheid verharding binnen het plangebied tot gevolg (circa 60 m²). De hydrologische situatie binnen het plangebied zal daardoor ook slechts beperkt verslechteren. Om te voldoen aan de eis tot bergingscompensatie van de gemeente, moet bij een extra oppervlak van 60 m² en uitgaande van een bergingscapaciteit van 664 m3/ha, een berging van 4 m3 worden aangelegd. De omliggende tuin biedt voldoende ruimte en mogelijkheden om 4 m3 aan water te bergen en infiltreren. 3.5 Gezondheid en veiligheid Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar een veilig watersysteem. Inrichting en beheer van het watersysteem op de projectlocatie dient te zijn gericht op het voorkomen of beperken van risico’s voor de volksgezondheid en veiligheid. Risico’s van optrekkend vocht primair beperken door ter plaatse van bebouwing te voorzien in voldoende ontwateringsdiepte en drooglegging. Of, als dit niet mogelijk is, door het treffen van maatregelen (bv. kruipruimtevrij bouwen, waterdicht bouwen). Een permanente verandering (verlaging) van grondwaterstanden is daarbij niet toegestaan.

Voorts in het plan rekening houden met eventuele gevolgen van bodemdaling als gevolg van grondwaterstandsdaling of –fluctuatie. Inrichting en beheer van oppervlaktewater in bebouwd gebied afstemmen op potentieel verdrinkingsgevaar (veilige oevers). Bij de ruimtelijke inrichting rekening houden met locaties waar waterkwaliteit een gezondheidsrisico kan vormen (zoals bij overstorten en stilstaand water). Gevolgen van/voor het plan De bebouwde situatie verandert door het planvoornemen niet. In de huidige situatie worden geen problemen met betrekking tot gezondheid en veiligheid ervaren. Doordat het peil van de woningen niet wijzigt, zal dit ook in de nieuwe situatie het geval zijn.

5 3.6 Afvalwater Volgens het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) moet iedere nieuwbouwwoning afzonderlijk op de openbare riolering zijn aangesloten. In het kader van het planvoornemen wordt de extra woning aangesloten op het bestaande riool onder de Achterloseweg. Aangezien er slechts 1 woning bij komt, wordt verwacht dat de toename minimaal zal zijn en geen overlast zal veroorzaken. Voor de aansluiting wordt gebruik gemaakt van de bestaande afvoerleiding van de bestaande woning Achterloseweg 41 naar de pompput van de openbare drukriolering, in de voortuin van Achterloseweg 41A. Een deel van deze afvoerleiding ligt op het buurperceel Achterloseweg 41A. Hiervoor is in het verleden waarschijnlijk een zakelijk recht gevestigd. Nu er een splitsing van het pand en dus ook het eigendom plaatsvindt, zal het zakelijk recht worden uitgebreid. Enerzijds tussen de eigenaren van de te splitsen woning Achterloseweg 41 (gezamenlijke afvoerleiding op eigen terrein) en anderzijds tussen de nieuwe eigenaar van de afgesplitste woning Achterloseweg 41 en de eigenaar van Achterloseweg 41A (gezamenlijke afvoerleiding op het perceel Achterloseweg 41A). 4.

Overwegingen en conclusie Overwegingen Gezien hetplanvoornemen geen wijzigingen in de bebouwde situatie en nauwelijks in de verharde situatie met zich meebrengt (geen noodzaak voor compenserende waterberging) en ook de terreininrichting nauwelijks wijzigingen ondergaat, blijft ook de bestaande waterhuishoudkundige situatie behouden. Conclusie Het plan heeft geen nadelige gevolgen voor de waterhuishouding en omgekeerd. Het wateraspect vormt geen belemmering voor de realisatie van het planvoornemen. De minimale hoeveelheid extra verhard oppervlak zal niet zorgen voor afstroming van water van het perceel. 5. Overleg met waterbeheerder Afhankelijk van de aard en locatie moet het ruimtelijk plan voor advies en/of vooroverleg worden voorgelegd aan de waterbeheerder. Veelal is de waterbeheerder het waterschap, maar kan ook Rijkswaterstaat of de Provincie zijn. Het advies of resultaat van het vooroverleg dient te worden verwerkt in de waterparagraaf. Voor wat betreft het waterschapsbelang geldt voor alle ruimtelijke plannen dat bij aanvang van het planproces een digitale watertoets moet worden ingevuld door de initiatiefnemer (www.digitalewatertoets.nl). Het hieruit voortvloeiende advies moet, in geval van een relevant waterschapsbelang, worden uitgewerkt in de waterparagraaf. Het planvoornemen is op 31 mei 2023 aangemeld via de digitale watertoets.

Daarbij is gebleken dat slechts geringe waterschapsbelangen in het geding zijn. De relevante zaken uit de digitale watertoets zijn in de voorliggende waterparagraaf verwerkt. Als relevant zijn beoordeeld zaken met betrekking tot klimaatadaptatie (klimaatbestendige inrichting leefomgeving) en waterkwaliteit (geen uitlogende materialen). Wateradvies Gering Waterschapsbelang Op grond van het Besluit Ruimtelijke Ordening moet in de toelichting van ruimtelijke plannen een waterparagraaf worden opgenomen. Hierin wordt beschreven hoe rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de taken en belangen van het waterschap. Uit de ingevoerde gegevens volgt dat er sprake is van een ruimtelijk plan dat een geringe invloed heeft op de taken en belangen van het waterschap. In deze fase van de planvorming (bestemmingsplan) kan volgens het waterschap worden volstaan met dit automatisch gegeneerd wateradvies.

Digitale Watertoets

Digitale watertoets De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toetsen of u de belangen van het Waterschap raakt. Indien dit het geval is krijgt u tekst en uitleg over het vervolg proces.

Op basis van de check is onderstaande nodig 1. Korte procedure

Op basis van onderstaande locatie

31-05-2023 15:52

1

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets

Vragen en antwoorden uit de check Gaat het plan uitsluitend over functiewijziging van bestaande bebouwing zonder fysieke aanpassing van bebouwing en ruimte?

nee

Is het totale plangebied groter dan 3500 m² ?

nee

Gaat het plan over activiteiten die kunnen leiden tot verontreiniging van het oppervlaktewater? (Bij twijfel: vink 'ja' aan)

nee

a_watergangen

nee

a_watergangen_zone

nee

b_watergangen_met_zonering

nee

c_watergang

nee

buitenbeschermingszone_waterkering

nee

kern_en_beschermingszone_waterkering

nee

persleidingen

nee

rioolgemaal

nee

rioolwaterzuivering

nee

Boringsvrije_zone_GLD

nee

Grondwaterbescherming_GLD

nee

Koude_Wateropslagvrije_zone

nee

Waterwingebieden_GLD

nee

Wegen

nee

31-05-2023 15:52

2

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets

Details 1. Korte procedure Wat moet ik doen? Beleid van Waterschap Rivierenland Met ingang van 27 november 2015 is het Waterbeheerprogramma 2016-2021 “Koers houden, kansen benutten” bepalend voor het waterbeleid. Dit plan gaat over het waterbeheer in het hele rivierengebied en het omvat alle watertaken van het waterschap: waterkeringen, waterkwantiteit, waterkwaliteit, wegen en waterketen. Daarnaast beschikt het Waterschap Rivierenland over een verordening: de Keur voor waterkeringen en wateren. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels.

Klimaatadaptatie Water en ruimtelijke ordening zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, zeker in ons veranderende klimaat. Extreme buien worden steeds vaker afgewisseld met perioden van droogte. We blijven ernaar streven om voldoende water van voldoende kwaliteit beschikbaar te hebben. Het waterschap heeft samen met de gemeenten de taak om te zorgen voor een klimaatbestendige inrichting van onze leefomgeving. Dit kunnen we niet alleen. U kunt een bijdrage leveren door uw plan zo klimaatbestendig mogelijk in te richten. Denk bijvoorbeeld aan groene daken of natuurvriendelijke oevers. De kwaliteit van de leefomgeving of de biodiversiteit kan zo worden vergroot. Op de website (https:// bouwadaptief.nl/) kunt u zich laten inspireren door klimaatadaptatieve projecten en vindt u een overzicht van mogelijke maatregelen.

Verhard oppervlak Indien u verharding aanbrengt, dient u mogelijk watercompensatie aan te leggen. Voor meer informatie verwijzen we u naar onze website https://www.waterschaprivierenland.nl/waterberging.

Waterkwaliteit Hieronder volgt een aantal algemene aandachtspunten die gelden voor verschillende ruimtelijke ontwikkelingen: • Gebruik geen uitlogende materialen zoals zink of koper. Zo komen deze materialen niet in de sloot terecht. Gebruikt u wel uitlogende materialen, dan mag het dakwater niet rechtstreeks op de sloten worden geloosd. • Bladeren van bladverliezende bomen langs het water komen vaak in het water terecht. Dit kan de waterkwaliteit negatief beïnvloeden. U kunt de hoeveelheid bladafval in de watergang beperken door rekening te houden met de plaatsing van bomen. • Neem de ecologische waarde mee in het ontwerp van een watergang, wadi, etc. Door aandacht te hebben voor de ecologische waarde, vergroot u deze zonder al te veel moeite. "

31-05-2023 15:52

3

https://dewatertoets.nl

13-4-2023

QuickScan flora en fauna Achterloseweg 41, Leur

R.J.L. Bijvelds (Rik) ECOLOOG BNL ADVIES Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Verkennend onderzoek naar de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen van beschermde flora en fauna, op de locatie: Achterloseweg 41, Leur

BNL advies Telefoonstraat 2 5428 GJ Venhorst T: 06 18 90 46 06 E: info@bnladvies.nl W: www.bnladvies.nl

Projectlocatie:

Achterloseweg 41 6615 AG Leur

Status: Versie: Datum: Auteur:

definitief 23062.QFF 12-01-2023 Ing. R.J.L. Bijvelds (Rik)

© copyright BNL advies 2023 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. BNL advies kan door opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Pagina

Opgesteld door:

1

Colofon:

Inhoud Colofon: ...................................................................................................1 1.

Inleiding .............................................................................................4

2.

Toelichting onderzoekskader .....................................................................5 2.1 Wet natuurbescherming .........................................................................5 2.1.1 Bescherming van gebieden .................................................................5 2.1.2 Bescherming van soorten ...................................................................5 2.1.3 Bescherming van houtopstanden ..........................................................5 2.2 Verordening ruimte ..............................................................................5 Omschrijving plangebied ..........................................................................7 3.1

Algemeen.......................................................................................7

3.2

Voorgenomen ontwikkeling ..................................................................7

3.2.1

Te verbouwen woning ...................................................................8

3.2.2

Directe omgeving en beplantingen ....................................................8

3.3

Onderzoeksresultaten beschermde soorten .................................................. 10 4.1

Algemeen..................................................................................... 10

4.2

Soorten vogelrichtlijn ...................................................................... 10

4.2.1 Vogels met jaarrond beschermde nesten .............................................. 10 4.2.2 Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) ....................... 11 4.2.3 Algemene broedvogels ................................................................... 11 4.2.4 Werken binnen het broedseizoen ....................................................... 11 4.3

Soorten Habitatrichtlijn .................................................................... 12

4.3.1 Vleermuizen ................................................................................ 12 4.3.2 Overige Habitatrichtlijn soorten ........................................................ 12 4.4

Nationaal beschermde soorten............................................................ 12

4.4.1

Marterachtigen ......................................................................... 12

4.4.2

Amfibieën en reptielen ............................................................... 13

4.4.3

Libellen ................................................................................. 13

4.4.4

Dagvlinders ............................................................................. 13

4.4.5

Vaatplanten ............................................................................ 13

4.4.6

Effectbeoordeling en toetsing ....................................................... 13

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

2

4.

Vooronderzoek ................................................................................9

Pagina

3.

5.

Conclusies en aanbevelingen ................................................................... 14 5.1 Soorten Vogelrichtlijn ......................................................................... 14 5.1.1 Vogels met jaarrond beschermde nesten .............................................. 14 5.1.2 Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) ....................... 14 5.1.3 Algemene broedvogels .................................................................... 14 5.2 Soorten Habitatrichtlijn ....................................................................... 15 5.2.1 Vleermuizen ................................................................................ 15 5.2.2 Overige habitatrichtlijnsoorten ......................................................... 15 5.2.3 Nationaal beschermde soorten .......................................................... 15 5.3 Aanbevelingen/ natuur-inclusief bouwen ................................................... 15

3

Conclusie .......................................................................................... 16

Pagina

6.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

1. Inleiding Aanleiding. Op verzoek van de initiatiefnemer, is op woensdag 5 april 2023, een quickscan flora en fauna uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming. De ecologische quickscan bestaat uit een veldonderzoek op locatie en bijbehorende verslaglegging. Doel. Doel van deze quickscan is het verkrijgen van informatie over de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en dan voornamelijk de aanwezigheid van tijdelijke of vaste rust- en verblijfplaatsen. Deze informatie is nodig ten behoeve van de voorgenomen ontwikkelingen op de locatie: Achterloseweg 41 te Leur. De werkzaamheden betreffen een splitsing van de bestaande woning en kavel, waarbij intern in de woning een muur geplaatst wordt. Aan daken en gevels worden verder geen werkzaamheden uitgevoerd. Op- en nabij de te ontwikkelen kavel, te verbouwen woning en aangrenzende bebouwingen en beplantingen kunnen beschermde soorten flora en fauna voorkomen welke negatieve effecten kunnen ondervinden van de geplande ontwikkelingen. Door middel van een oriënterend bronnen- en veldonderzoek zal worden onderzocht of de voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot een overtreding van verbodsbepalingen voor (potentieel) aanwezige soorten flora en fauna.

Pagina

4

De quickscan richt zich op het verkrijgen van een geïnformeerd beeld van de mogelijke consequenties vanuit de natuurwetgeving en –beleid. Op basis daarvan worden uitspraken gedaan over de (mogelijke) effecten van de voorgenomen ontwikkeling en de eventueel noodzakelijke vervolgstappen.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

2. Toelichting onderzoekskader 2.1 Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht. Deze nieuwe wet is een vervanging en samenbundeling van drie voorgaande wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Tevens heeft er een decentralisatie van het bevoegd gezag plaatsgevonden: per 1 januari 2017 zijn de provincies verantwoordelijk voor de vergunningen en ontheffingen. De Wnb is op te delen in grofweg drie delen:

2.1.1 Bescherming van gebieden De Wnb richt zich met de bescherming van natuurgebieden uitsluitend op Natura 2000gebieden. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura 2000-gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. Invloeden (ook van buitenaf) mogen deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen.

2.1.2 Bescherming van soorten De Wnb onderscheidt drie verschillende beschermingsregimes, met elk hun eigen verbodsbepalingen (zie tabel 1). De eerste twee categorieën zijn gebaseerd op de door de Europese Unie opgestelde Vogelrichtlijn (uit 1979) en de Habitatrichtlijn (uit 1992). Het derde beschermingsregime betreft soorten die niet op Europees niveau beschermd zijn, maar wel op landelijk niveau: de Nationaal beschermde soorten (in de wet aangeduid als “andere soorten”). Als bevoegd gezag heeft iedere afzonderlijke provincie (een aantal) algemene soorten uit deze derde categorie vrijgesteld van ontheffingsplicht. Wel geldt altijd voor alle soorten de algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat men bij werkzaamheden met mogelijk negatief effect op planten en dieren, maatregelen dient te nemen (binnen wat redelijkerwijs van men verwacht kan worden) om onnodige schade aan planten of dieren te voorkomen.

2.1.3 Bescherming van houtopstanden De bescherming van houtopstanden betreft voornamelijk een voortzetting van de Boswet en richt zich op de instandhouding van het bosareaal. Bij houtopstanden groter dan 10 are of 20 rijen bomen en gelegen buiten de bebouwde kom geldt een meldplicht, herplantplicht en mogelijke oplegging van een kapverbod.

2.2 Verordening ruimte

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Pagina

Naast het Gelders Natuurnetwerk, kan de provincie planologische bescherming aan gebieden toekennen door hen aan te wijzen als “bijzondere provinciale natuurgebieden” of “bijzondere provinciale landschappen”. Hierbij is bijvoorbeeld te denken aan de bescherming van belangrijke weidevogelgebieden. Iedere provincie kan een eigen invulling geven aan bijvoorbeeld compensatie. Het beschermingsregime van overige op provinciaal niveau beschermde gebieden kan sterk verschillen tussen provincies.

5

In de Verordening ruimte is het Natuurnetwerk Nederland (NNN) vastgelegd. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een netwerk van groene gebieden, voorheen bekend als de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). In Gelderland het ‘Gelders Natuurnetwerk’ genaamd. De gebieden worden beschermd via het planologisch kader. Dit alles is verankerd in de bestemmingsplannen waarin de regels uit de provinciale Verordening ruimte zijn verwerkt. Het ruimtelijke beleid van het Gelders Natuurnetwerk kent het “nee, tenzij” principe en is gericht op ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke waarden en kenmerken’.

Pagina

6

Tabel 1. Soortenbescherming en verbodsbepalingen.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

3. Omschrijving plangebied 3.1 Algemeen Het plangebied ligt ten westen van het centrum van Wijchen, in de gemeente Wijchen, liggende in de provincie Gelderland (zie afbeelding 1).

Afbeelding 1: De projectlocatie ten westen van het centrum van Wijchen, is globaal weergegeven binnen de rode cirkel. Bron: Kadviewer, datum: 13-04-2023

3.2 Voorgenomen ontwikkeling

Pagina

7

De werkzaamheden betreffen een splitsing van de bestaande woning en kavel (zie afbeelding 2), waarbij intern in de woning een muur geplaatst wordt. Aan daken en gevels worden verder geen werkzaamheden uitgevoerd. Op- en nabij de te ontwikkelen kavel, te splitsen woning en aangrenzende bebouwingen en beplantingen kunnen beschermde soorten flora en fauna voorkomen welke negatieve effecten kunnen ondervinden van de geplande ontwikkelingen.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=25b7f349-e229-4bc6-8549-36dbbdef1e8e