Bijlage 25 Zienswijzennota anoniem
Tekst van het document
Enkel met een zorgindicatie kan een appartement worden bewoond. Voor een verpleeghuis geldt een richtafstand van 30 meter tot wonen. Dit geldt ook voor het parkeerterrein ten behoeve van de zorglocatie, want dit maakt onderdeel uit van de functie. De richtafstand geldt vanaf de rand van het bestemmingsvlak Maatschappelijk. Op grond van de nota Geluidbeleid van de gemeente Wijchen, kan een afstandsstap terug worden gemaakt tot een afstand van 10 meter omdat reeds sprak is van een gemengd gebied (maatschappelijk en wonen). Rond de maatschappelijke bestemming zijn de omliggende woonbestemmingen altijd op meer dan 10 meter afstand gelegen. h. Verwezen wordt naar de beantwoording in sub ‘d’ van deze zienswijze, waarin aan de hand van de juiste cijfers en normeringen de parkeerinvulling is toegelicht. i. In het bestemmingsplan is een maximale bouwhoogte bepaald, waardoor vast staat dat de nieuwbouw niet hoger mag worden dan de 3 bouwlagen (maximaal 10 meter hoog) die het plan toestaat. Met de bijlagen 14 bij de toelichting (Bezonningsstudie) zijn de schaduweffecten in beeld gebracht. Afgestemd op de bestaande en toekomstige situatie is daarbij een vergelijk gemaakt. Bomen hebben een groter effect op de bezonning want deze zijn hoger dan de nieuwbouw en staan dichterbij omliggende woningen.
Een mogelijk effect op daken speelt alleen bij zeer lage zonnestanden, dus op voorhand alleen in oost- en westrichting, tijdelijk en kortstondig, als er al een effect is. Dat geldt daarmee eveneens voor het aantal uren direct zonlicht in de woning en de bredere leefomgeving.
j.
Het nadeel voor omwonenden moet, afgezet tegen het belang van het plan, in redelijkheid en naar rato worden meegewogen. De gemeente heeft dit gedaan en acht het belang van indiener voldoende geborgd en meegewogen in de planopzet zoals die is opgenomen in het ontwerp bestemmingsplan en ziet hierin geen aanleiding tot planaanpassing. De gemeente wijst erop dat het plangebied zich in een verstedelijkte omgeving bevindt en in de huidige situatie ook al vergelijkbare planologische mogelijkheden biedt. k. Dit alternatieve planvoorstel zoals dat eerder door de buurt gepresenteerd is, is voor wat betreft de doelgroepinvulling en exploitatie niet haalbaar gebleken, zo is ook in het participatieproces afgewogen en toegelicht. Zie hiervoor ook de bijlagen 15 t.m 19 van de toelichting van het bestemmingsplan. Er is daarom geen aanleiding om dit alternatieve voorstel opnieuw in overweging te nemen. Conclusie reactie gemeente: Het voorstel is om het ontwerp bestemmingsplan op grond van deze ingediende zienswijze gewijzigd vast te stellen. De zienswijze wordt gedeeltelijk gegrond verklaard. De situering en vorm van het gebouw wordt aangepast zodat het gebouw beter in haar omgeving wordt ingepast. Ook wordt er een dynamische parkeernorm in de regels toegevoegd als extra borg van het realiseren van voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein.
Zienswijze 36, Veenhof, 6604 AW Wijchen Zienswijze 37, Veenhof, 6604 AW Wijchen a. Indiener maakt bezwaar tegen de bouw van drie bouwlagen, met gevolgen voor het groene karakter en het uitzicht. b. Indiener constateert dat er niets met de plannen van de buurt is gedaan en voelt zich niet gehoord en vooral niet serieus genomen. Reactie gemeente a. De woonzorgfunctie is op deze locatie in de wijk naar aard en omvang passend. De omvang is gebaseerd op wat ruimtelijk en functioneel op de locatie kan. Het te behouden bomenkader en stratenpatroon is uitgangspunt voor de locatieontwikkeling en de mogelijke omvang van het gebouw. Daarbinnen wordt een passende bouwmassa bestemd, kleiner dan het huidige omgevingsplan toestaat en bestaande uit 3 bouwlagen, wat passend is in deze omgeving qua bouwhoogte. Het planvoornemen is besproken met de Dorpsbouwmeester dd 27 augustus 2021, Daarin is het volgende geconstateerd: Dit is een woonvorm voor intensieve 24-uurs (verpleeghuis-)zorg. In voorliggend plan krijgt het gebouw een U-vormige footprint waarbij de plattegrond symmetrisch is opgebouwd met entree en stijgpunt in het midden van de noordvleugel. Door deze vorm ontstaat een veilige beschutte tuin voor de bewoners. De entree bevindt zich daarmee op dezelfde plek als de huidige school. De appartementen zijn georiënteerd op zowel de randen van het kavel (straten, park) als op de hof.
De schoollocatie ligt in het hart van de wijk en leent zich voor een afwijkende alzijdige gebouwvorm. Het gebouw ligt op een vanzelfsprekende manier op de kavel tussen de beeldbepalende bomen die de straten aan de noord- en oostzijde begeleiden en de bomen aan de westzijde die een natuurlijk grens vormen met het park. Deze bomen zijn van een tweede orde qua grootte (tussen de 10 en 15 meter hoogte) waardoor de nieuwbouw met 3 bouwlagen hier ruim onder blijven. De dorpsbouwmeester is akkoord met deze stedenbouwkundige opzet.
De omvang is daarnaast gebaseerd op de zorgformule die bestaat uit samenhangende eenheden waarop de zorgverlening is gebaseerd. Hierin kan niet zondermeer een verlaging worden aangebracht. Nu daaruit vanuit het omgevingsbelang ook geen overwegende aanleiding voor bestaat, wordt het toegestane functieprogramma ook
niet aangepast. Naar aanleiding van o.a. deze zienswijze is de vorm en situering van het gebouw aangepast. De gemeente heeft de bezwaren voorgelegd aan de Dorpsbouwmeester en besloten om met initiatiefnemers in overleg te gaan over een alternatieve gebouwvorm en situering. Daarbij is onderzocht hoe binnen het redelijke de vrije ruimte en afstand tot de aanliggende straten zo ruim mogelijk kan worden gemaakt, uiteraard met behoud van de parkeernorm bij het zorgprogramma dat is bestemd. Na enkele afstemmingsmomenten en modellenafweging is tot een optimale aanpassing gekomen, waarbij de straatgerichte gevels aan de noord- en oostzijde verder van de weg af komen te liggen. Het gebouw wordt meer compact, schuift op in westelijke richting, richting het daar gelegen fietspad, waar nog voldoende afstand tot wordt gehouden. Ook blijft het eerder besproken bomenbestand behouden, zoals als uitgangspunt voor het ontwerp bestemmingsplan ook al het geval was. Door de aangepaste situering is ook het terreininrichtingsplan aangepast en bijgevoegd als bijlage 1 bij de toelichting van het bestemmingsplan. Daarin is ook weer de actuele parkeernorm en de wateropgave bij het nieuwe plan verwerkt. Daarmee wordt een passende bouwmassa bestemd, met kleinere footprint dan het huidige omgevingsplan toestaat en bestaande uit 3 bouwlagen, wat passend is in deze omgeving qua bouwhoogte.
Het nieuw bestemmingsplan bevat maatwerk en maakt een kleinere footprint mogelijk dan het bestaande bestemmingsplan, waarbij rekening is gehouden met behoud van aan straatbomen. Overeenkomstig de aan de omgeving getoonde presentatie op 28-2-2023 worden 9 bomen gekapt, waarbij sprake is van herplant op de locatie. Bij de door de gemeente uitgesproken principemedewerking aan het initiatief is als voorwaarde gesteld dat er geen bomen mogen worden gekapt. Omdat dit praktisch gezien niet haalbaar is en ook, zonder nuance, onnodige restricties oplegt aan de ontwikkeling, is in de beslisnota bij ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan het volgende geschreven: 1.3 Er wordt niet voldaan aan één van de randvoorwaarden uit het principebesluit. Een van de randvoorwaarden uit het principebesluit was dat plan moet voorzien in het in stand houden van de bomen op de locatie Veenhof. Dit is echter een randvoorwaarde die praktisch gezien niet uitvoerbaar is. Het initiatief voorziet in het behoud van de meeste bomen op de planlocatie. Echter enkele bomen die staan op het voormalige schoolplein kunnen niet behouden blijven. Vanwege de footprint van het nieuwe gebouw kan niet worden voorkomen dat deze bomen moeten worden gekapt. Conform de geldende afspraken worden voor elke gekapte boom in de openbare ruimte, twee nieuwe bomen terug geplant.
Aldus worden bomen op het binnenterrein, die van beperkte landschappelijke en ruimtelijke waarde zijn, gekapt in ruil voor een goede herontwikkeling, inclusief aanplant van nieuwe bomen en blijven alle straatbomen die van relatief veel hogere waarde zijn, behouden. De toepassing van een plat dak is een keuze die vooral de stedenbouwkundige opzet betreft en in mindere mate de architectuur. De Dorpsbouwmeester heeft over deze geadviseerd en constateert dat dit, in samenhang met het te behouden laanbomenkader, een goede invulling van de locatie betreft en een goede basis is voor de verdere architectonische uitwerking van de bouwplannen. E.e.a. is ook zo bevestigd in het verlag dat indiener bij zijn zienswijze heeft gevoegd. De weergave dat initiatiefnemers alleen groen rond het gebouw gaan toepassen als het budget dat toelaat is een foutieve weergave van de feiten. Initiatiefnemers passen groen toe – meer dan in de bestaande situatie aanwezig is – waarbij uiteraard een werkbudget van toepassing is dat niet oneindig is, maar binnen dat budget is een groenontwerp gemaakt overeenkomstig de aan de omgeving getoonde presentatie op 28-2-2023. Het uitgewerkte ontwerp is als bijlage bij de toelichting gevoegd. b.
Dit alternatieve planvoorstel zoals dat eerder door de buurt gepresenteerd is, is voor wat betreft de doelgroepinvulling en exploitatie niet haalbaar gebleken, zo is ook in het participatieproces afgewogen en toegelicht. Er is daarom geen aanleiding om dit voorstel opnieuw in overweging te nemen. De communicatie en participatie zoals die is gevoerd, is uitvoerig beschreven in de bestemmingsplantoelichting, zie toelichting, paragraaf 7.2 op blz 51 en verder en
daarnaast ook de bijlagen 12 t/m 16 bij de toelichting. Tevens heeft in het voorjaar van 2022 een inloop geweest, waarop het planvoornemen voor het eerst gepresenteerd is. Daar is geen verslag van gemaakt. Het ontbreken hiervan doet echter niet af aan de conclusie van de gemeente dat door initiatiefnemers voldoende uitvoerig het participatietraject is doorlopen. Het is de gemeente ook bekend dat er nog altijd de nodige weerstand tegen de plannen bestaat vanuit omwonenden, maar dat betekent niet dat de communicatie en participatie niet goed doorlopen zou zijn. Conclusie reactie gemeente: Het voorstel is om het ontwerp bestemmingsplan op grond van deze ingediende zienswijze gewijzigd vast te stellen. De zienswijze wordt gedeeltelijk gegrond verklaard. De situering en vorm van het gebouw wordt aangepast zodat het gebouw beter in haar omgeving wordt ingepast.
Zienswijze 38, Veenhof, 6604 AW Wijchen Zienswijze 39, Veenhof, 6604 AW Wijchen a. Volgens indiener is er sprake van verstening: de hoogte van het nieuwe pand en de hoeveelheid bestrating die dit met zich meebrengt volstaat niet met de groene verdeling van de huidige wijk. b. Indiener constateert dat er bomen worden gekapt en op dezelfde plek geen nieuw 'groen' terug komt. Indiener verzoekt meer groen toe te voegen, dit maakt het uitzicht vriendelijk en doet recht aan de privacy. c. Indiener vreest door een toename van zowel vracht als personeelsverkeer een afname van verkeersveiligheid en kindvriendelijkheid. d. Indiener geeft aan dat in de huidige situatie er reeds sprake is van een tekort aan parkeerplaatsen, waardoor de verwachting is dat er – in tegenstelling tot hetgeen in het plan wordt aangegeven - geen sprake zal zijn van voldoende parkeergelegenheid. e. Indiener heeft geen bezwaar tegen een nieuw zorgcomplex maar verzoekt de raad rekening te houden met de belangen van de omwonende en opgroeiende kinderen. Reactie gemeente a. De woonzorgfunctie is op deze locatie in de wijk naar aard en omvang passend. De omvang is gebaseerd op wat ruimtelijk en functioneel op de locatie kan. Het te behouden bomenkader en stratenpatroon is uitgangspunt voor de locatieontwikkeling en de mogelijke omvang van het gebouw.
Daarbinnen wordt een passende bouwmassa bestemd, kleiner dan het huidige omgevingsplan toestaat en bestaande uit 3 bouwlagen, wat passend is in deze omgeving qua bouwhoogte. Het planvoornemen is besproken met de Dorpsbouwmeester dd 27 augustus 2021, Daarin is het volgende geconstateerd: Dit is een woonvorm voor intensieve 24-uurs (verpleeghuis-)zorg. In voorliggend plan krijgt het gebouw een U-vormige footprint waarbij de plattegrond symmetrisch is opgebouwd met entree en stijgpunt in het midden van de noordvleugel. Door deze vorm ontstaat een veilige beschutte tuin voor de bewoners. De entree bevindt zich daarmee op dezelfde plek als de huidige school. De appartementen zijn georiënteerd op zowel de randen van het kavel (straten, park) als op de hof. De schoollocatie ligt in het hart van de wijk en leent zich voor een afwijkende alzijdige gebouwvorm. Het gebouw ligt op een vanzelfsprekende manier op de kavel tussen de beeldbepalende bomen die de straten aan de noord- en oostzijde begeleiden en de bomen aan de westzijde die een natuurlijk grens vormen met het park. Deze bomen zijn van een tweede orde qua grootte (tussen de 10 en 15 meter hoogte) waardoor de nieuwbouw met 3 bouwlagen hier ruim onder blijven. De dorpsbouwmeester is akkoord met deze
stedenbouwkundige opzet. De omvang is daarnaast gebaseerd op de zorgformule die bestaat uit samenhangende eenheden waarop de zorgverlening is gebaseerd. Hierin kan niet zondermeer een verlaging worden aangebracht. Nu daaruit vanuit het omgevingsbelang ook geen overwegende aanleiding voor bestaat, wordt het toegestane functieprogramma ook niet aangepast. Naar aanleiding van o.a. deze zienswijze is de vorm en situering van het gebouw aangepast. De gemeente heeft de bezwaren voorgelegd aan de Dorpsbouwmeester en besloten om met initiatiefnemers in overleg te gaan over een alternatieve gebouwvorm en situering. Daarbij is onderzocht hoe binnen het redelijke de vrije ruimte en afstand tot de aanliggende straten zo ruim mogelijk kan worden gemaakt, uiteraard met behoud van de parkeernorm bij het zorgprogramma dat is bestemd. Na enkele afstemmingsmomenten en modellenafweging is tot een optimale aanpassing gekomen, waarbij de straatgerichte gevels aan de noord- en oostzijde verder van de weg af komen te liggen. Het gebouw wordt meer compact, schuift op in westelijke richting, richting het daar gelegen fietspad, waar nog voldoende afstand tot wordt gehouden. Ook blijft het eerder besproken bomenbestand behouden, zoals als uitgangspunt voor het ontwerp bestemmingsplan ook al het geval was.
Door de aangepaste situering is ook het terreininrichtingsplan aangepast en bijgevoegd als bijlage 1 bij de toelichting van het bestemmingsplan. Daarin is ook weer de actuele parkeernorm en de wateropgave bij het nieuwe plan verwerkt. Daarmee wordt een passende bouwmassa bestemd, met kleinere footprint dan het huidige omgevingsplan toestaat en bestaande uit 3 bouwlagen, wat passend is in deze omgeving qua bouwhoogte. Het nieuw bestemmingsplan bevat maatwerk en maakt een kleinere footprint mogelijk dan het bestaande bestemmingsplan, waarbij rekening is gehouden met behoud van aan straatbomen. Overeenkomstig de aan de omgeving getoonde presentatie op 28-2-2023 worden 9 bomen gekapt, waarbij sprake is van herplant op de locatie. Bij de door de gemeente uitgesproken principemedewerking aan het initiatief is als voorwaarde gesteld dat er geen bomen mogen worden gekapt. Omdat dit praktisch gezien niet haalbaar is en ook, zonder nuance, onnodige restricties oplegt aan de ontwikkeling, is in de beslisnota bij ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan het volgende geschreven: 1.3 Er wordt niet voldaan aan één van de randvoorwaarden uit het principebesluit. Een van de randvoorwaarden uit het principebesluit was dat plan moet voorzien in het in stand houden van de bomen op de locatie Veenhof. Dit is echter een randvoorwaarde die praktisch gezien niet uitvoerbaar is.
Het initiatief voorziet in het behoud van de meeste bomen op de planlocatie. Echter enkele bomen die staan op het voormalige schoolplein kunnen niet behouden blijven. Vanwege de footprint van het nieuwe gebouw kan niet worden voorkomen dat deze bomen moeten worden gekapt. Conform de geldende afspraken worden voor elke gekapte boom in de openbare ruimte, twee nieuwe bomen terug geplant.
Aldus worden bomen op het binnenterrein, die van beperkte landschappelijke en ruimtelijke waarde zijn, gekapt in ruil voor een goede herontwikkeling, inclusief aanplant van nieuwe bomen en blijven alle straatbomen die van relatief veel hogere waarde zijn, behouden. De toepassing van een plat dak is een keuze die vooral de stedenbouwkundige opzet betreft en in mindere mate de architectuur. De Dorpsbouwmeester heeft over deze geadviseerd en constateert dat dit, in samenhang met het te behouden laanbomenkader, een goede invulling van de locatie betreft en een goede basis is voor de verdere architectonische uitwerking van de bouwplannen. E.e.a. is ook zo bevestigd in het verlag dat indiener bij zijn zienswijze heeft gevoegd. De weergave dat initiatiefnemers alleen groen rond het gebouw gaan toepassen als het budget dat toelaat is een foutieve weergave van de feiten. Initiatiefnemers passen groen toe – meer dan in de bestaande situatie aanwezig is – waarbij uiteraard een werkbudget van toepassing is dat niet oneindig is, maar binnen dat budget is een groenontwerp gemaakt overeenkomstig de aan de omgeving getoonde presentatie op 28-2-2023. Het uitgewerkte ontwerp is als bijlage bij de toelichting gevoegd.
a. Als aangegeven bij vorig antwoord onder sub ‘a’, wordt er per saldo meer groen toegevoegd binnen de planlocatie dan dat er nu aanwezig is. De privacy van omwonenden blijft gewaarborgd op een niveau zoals je dat in een woonwijk als deze mag verwachten. Door het nieuwe gebouw alzijdig te oriënteren en het gebouw alleen maar gericht kan zijn naar voorgevels van omwonenden, zal geen directe inkijk in achtertuinen of woonvertrekken, anders dan vanaf de openbare weg, ontstaan. De tussenliggende carré van bomen leidt tot verdergaande zichtbeperking. De hoogte van de nieuwbouw zoals die mogelijk wordt gemaakt kan beperkt toenemen (maximaal 10 meter), maar dat heeft dan uitsluitend effect op de hoogte in de derde bouwlaag, ten opzichte van de bouwhoogte van 8 meter die reeds is toegestaan in de wijk. De gemeente is van oordeel dat de nu toegestane derde bouwlaag niet tot onaanvaardbaar andere aanzichten of uitzichten zal leiden voor omwonenden, die in een wijk wonen met vergelijkbare bouwhoogten, waar bovendien rond de planlocatie reeds forse en hogere bomen aanwezig zijn die (aan)zichtbepalend zijn als het gaat om uitzicht. Het verkeer zal door de ontwikkeling toenemen met ongeveer 130 ritten per dag. Het verkeer verdeelt zich over de Veenhof 17e straat en Woeziksestraat naar de Schoenaker en over de Veenhof 25e straat richting de Schoenaker en Randweg Noord.
Een kleiner deel van het verkeer wordt verwacht via de Woeziksestraat en de Holenbergseweg. Op deze straten leidt dat niet tot onveilige situaties. Er zijn geen verkeerstelcijfers beschikbaar van de straten in de directe omgeving, maar het is niet aannemelijk dat dit verkeer op de Veenhof een verdubbeling van het verkeer betekent. b. Het benodigde aantal parkeerplaatsen is bepaald conform de regels van het Parkeerbeleidsplan gemeente Wijchen. Bij toepassing van deze normen wordt geen parkeeroverlast verwacht. Omdat het bestemmingsplan niet regelt welk aantal wooneenheden er exact komt, wordt bij de technische omgevingsvergunning (activiteit bouwen) nader beoordeeld en getoetst op relevante inrichtingsaspecten, waaronder het ter realiseren aantal parkeerplaatsen volgens de normen van de gemeente en passend bij het dan te vergunnen bouwplan. Om e.e.a. nog beter te borgen, wordt bij de vaststelling van het bestemmingsplan een dynamische parkeernorm toegevoegd, zoals de gemeente die standaard in plannen opneemt die na de vaststelling van het meest actuele parkeerbeleid in zomer 2024 worden vastgesteld. In de toelichting is onderbouwd dat in er in ieder geval voldoende ruimte is om het benodigde aantal parkeerplaatsen (30) voor het maximum toegestane aantal appartementen van 54 in zijn geheel op het terrein van het zorgcentrum te realiseren.
Dit betekent dat er geen parkeerplaatsen in de openbare ruimte nodig zijn. c. Het nadeel voor omwonenden moet, afgezet tegen het belang van het plan, in redelijkheid en naar rato worden meegewogen. De gemeente heeft dit gedaan en acht het belang van indiener voldoende geborgd en meegewogen in de planopzet zoals die is opgenomen in het ontwerp bestemmingsplan en ziet hierin geen aanleiding tot planaanpassing. De gemeente wijst erop dat het plangebied zich in een verstedelijkte omgeving bevindt en in de huidige situatie ook al vergelijkbare planologische mogelijkheden biedt. Conclusie reactie gemeente: Het voorstel is om het ontwerp bestemmingsplan op grond van deze ingediende zienswijze gewijzigd vast te stellen. De zienswijze wordt gedeeltelijk gegrond verklaard. De situering en vorm van het gebouw wordt aangepast zodat het gebouw beter in haar omgeving wordt ingepast. Ook wordt er een dynamische parkeernorm in de regels toegevoegd als extra borg van het realiseren van voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein.
Zienswijze 40, Veenhof, 6604 DV Wijchen a. Indiener constateert dat de buurt niet/ te laat betrokken is bij de planvorming en dat er niets met opmerkingen uit de buurt wordt gedaan. b. De ontwikkeling is qua omvang en parkeerbehoefte te groot voor de locatie. En het is niet juist dat gesteld wordt dat het straatbeeld niet veranderd. c. Indiener vraagt zich af waarom niet eerst een visie voor heel Woezik is opgesteld. d. In de toelichting staat dat de ontwikkeling een goede bijdrage levert aan de huisvesting voor mensen met een zorgvraag. Dit is onjuist, met de verplaatsing vanuit de Weegbree neemt het aantal woningen af. De verplaatsing van de woonzorglocatie van de Weegbree naar de Veenhof heeft zelfs een negatieve effect op de woonvisie. e. De parkeerbehoefte kan niet op eigen terrein worden opgelost. Dit betekent een afname van het aantal parkeerplaatsen in de wijk, en een afname van groen. Voor het haaksparkeren is onvoldoende ruimte. En het gebruik door het personeel van de fiets is niet afdwingbaar. Voor het aantal parkeerplaatsen moet gewoon de wettelijke norm worden gehanteerd en de parkeerplaatsen moeten op eigen terrein worden aangelegd. f. Indiener bestrijdt dat de geoormerkte parkeerplaatsen geen openbare parkeerplaatsen zijn. g. Parkeren van bezoekers zal zeker ook s’ avonds en in het weekend plaatsvinden. h. Door de toelevering komt vrachtverkeer in de wijk.
Het gebruik van uitsluitend busjes is niet realistisch. Onduidelijk is waar de laad en los activiteiten zullen plaatsvinden. Er is nergens op eigen terrein een opstelruimte voor het afval i. Het principebesluit bevatte de voorwaarde dat de bomen behouden moesten worden. Maar dat geldt dus niet voor de bomen op het terrein. Dit betekent een afname van groen, omdat ook de te handhaven bomen door de verstening onder druk komen te staan. j. De gehanteerde ontwerpbui T=5+10% is gezien de klimaatverandering niet realistisch meer. k. Aangegeven wordt dat de rijbaan verdiept moet worden aangelegd. De vraag is over welke rijbaan dit gaat en wat dat betekent voor de bereikbaarheid van het pand. l. Indiener geeft aan dat niet is onderzocht of bronbemaling nodig is en wat de effecten daarvan zijn voor de omgeving. m. De financiële haalbaarheid is onvoldoende onderbouwd, n. Indiener verwacht ernstige geluidsoverlast, zeker daar de vele verkeersbewegingen. Reactie gemeente a. De communicatie en participatie zoals die is gevoerd, is uitvoerig beschreven in de bestemmingsplantoelichting, zie toelichting, paragraaf 7.2 en daarnaast ook de bijlagen 12 t/m 16 bij de toelichting. Tevens heeft in het voorjaar van 2022 een inloop geweest, waarop het planvoornemen voor het eerst gepresenteerd is. Daar is geen verslag van gemaakt.
Het ontbreken hiervan doet echter niet af aan de conclusie van de gemeente dat door initiatiefnemers voldoende uitvoerig het participatietraject is doorlopen. Het is de gemeente ook bekend dat er nog altijd de nodige weerstand tegen de plannen bestaat vanuit omwonenden, maar dat betekent niet dat de communicatie en participatie niet goed doorlopen zou zijn. De door de indiener aangereikte stukken en de verwijzing naar stukken die hij niet bij de zienswijze heeft gevoegd, is voor de gemeente geen aanleiding om deze stukken alsnog aan alle bezwaarmakers toe te doen komen en ook geen aanleiding om daarover een nieuwe zienswijzeprocedure te starten. Alle stukken betreffen achtergronddocumenten die betrekking hebben op het participatieproces en op de inhoudelijke planbeoordeling, bijvoorbeeld door de dorpsbouwmeester. Voor zover passages daaruit relevant zijn voor het bestemmingsplan, zijn die meegenomen in het ontwerpplan. Eenieder heeft voldoende mogelijkheid gehad om op dat ontwerp bestemmingsplan een zienswijze in te brengen. De genoemde achtergronddocumenten maken dit ontwerpplan ook niet anders.
b.
c.
d.
e.
Niet langer aan de orde is of de locatie ook geschikt zou zijn voor zelfstandige bewoning. Het door de buurt gepresenteerde plan was naar aard en omvang niet passend in de taakstelling die Talis op deze locatie met een zorgverlener kan en gaat invullen. Voor zover achterliggende onderzoeken relevant zijn voor het bestemmingsplan, zijn deze ook allemaal bijgevoegd als bijlagen bij de toelichting van het bestemmingsplan en is indiener in de gelegenheid geweest hier zijn zienswijze op in te dienen. Het is niet te doen gebruikelijk en ook niet vereist dat initiatiefnemer al die onderzoeken al eerder communiceert met indiener. Naar aanleiding van o.a. deze zienswijze is de vorm en situering van het gebouw aangepast. De gemeente heeft de bezwaren voorgelegd aan de Dorpsbouwmeester en besloten om met initiatiefnemers in overleg te gaan over een alternatieve gebouwvorm en situering. Daarbij is onderzocht hoe binnen het redelijke de vrije ruimte en afstand tot de aanliggende straten zo ruim mogelijk kan worden gemaakt, uiteraard met behoud van de parkeernorm bij het zorgprogramma dat is bestemd. Na enkele afstemmingsmomenten en modellenafweging is tot een optimale aanpassing gekomen, waarbij de straatgerichte gevels aan de noord- en oostzijde verder van de weg af komen te liggen.
Het gebouw wordt meer compact, schuift op in westelijke richting, richting het daar gelegen fietspad, waar nog voldoende afstand tot wordt gehouden. Ook blijft het eerder besproken bomenbestand behouden, zoals als uitgangspunt voor het ontwerp bestemmingsplan ook al het geval was. Door de aangepaste situering is ook het terreininrichtingsplan aangepast en bijgevoegd als bijlage 1 bij de toelichting van het bestemmingsplan. Daarin is ook weer de actuele parkeernorm en de wateropgave bij het nieuwe plan verwerkt. Daarmee wordt een passende bouwmassa bestemd, met kleinere footprint dan het huidige omgevingsplan toestaat en bestaande uit 3 bouwlagen, wat passend is in deze omgeving qua bouwhoogte. De gemeente heeft visies en beleidsdocumenten, zowel gemeentebreed als sectoraal, waarin het perspectief voor deze locatie in de omgeving voldoende is vastgelegd. Een uitwerking van een visie voor Woezik i.r.t. dit initiatief en deze locatie is niet nodig voor een goede afweging van voorliggend plan. Enkelvoudige perceelsinvullingen als deze kunnen op zichzelf prima getoetst, beoordeeld en ingevuld worden, zonder dat daar een visie op wijkniveau voor benodigd is. De Veenhof is een gedeeltelijke vervanging van de Weegbree. Daarnaast is er nog een aanvullende behoefte voor intramurale zorg (zelfde doelgroep).
Uit de Woonzorgvisie Wijchen (pagina 12) blijkt een mismatch in vraag en aanbod van intramurale zorg. Cijfers over Wijchen laten zien dat het aanbod van wonen en zorg nu onvoldoende aansluit op de huidige en toekomstige vraag van inwoners met een zorg en ondersteuningsvraag. Dit geldt niet alleen voor de opgave voor zelfstandig thuis wonen en beschut wonen. Ook is het aanbod voor intramurale huisvesting voor ouderen onvoldoende. Daarbij ligt er ook een grote vervangingsopgave. De gemeente acht daarmee de behoefte, c.q. noodzaak voldoende aangetoond. Op de locatie Veenhof komen er 54 onzelfstandige zorgwoningen bij, op de locatie Weegbree verdwijnen zorgplekken. Op locatie Weegbree worden 55 nieuwe woningen gerealiseerd (39 sociale huurwoningen, 16 grondgebonden woningen in de vrije sector). Op locatie Veenhof verdwijnen geen woningen. Per saldo is dit voor wonen dus een positieve ontwikkeling. Het benodigde aantal parkeerplaatsen is bepaald conform de regels van het Parkeerbeleidsplan gemeente Wijchen. Bij toepassing van deze normen wordt geen parkeeroverlast verwacht.
Omdat het bestemmingsplan niet regelt welk aantal wooneenheden er exact komt, wordt bij de technische omgevingsvergunning (activiteit bouwen) nader beoordeeld en getoetst op relevante inrichtingsaspecten, waaronder het ter realiseren aantal parkeerplaatsen volgens de normen van de gemeente en passend bij het dan te vergunnen bouwplan. Om e.e.a. nog beter te borgen, wordt bij de vaststelling van het bestemmingsplan een dynamische parkeernorm toegevoegd, zoals de gemeente die standaard in plannen opneemt die na de vaststelling van het meest actuele parkeerbeleid in zomer 2024 worden
vastgesteld. In de toelichting is onderbouwd dat in er in ieder geval voldoende ruimte is om het benodigde aantal parkeerplaatsen (30) voor het maximum toegestane aantal appartementen van 54 in zijn geheel op het terrein van het zorgcentrum te realiseren. Dit betekent dat er geen parkeerplaatsen in de openbare ruimte nodig zijn. f. De betreffende parkeerplaatsen zijn voorzien van een verkeersbord waarop is aangegeven dat de plaatsen voor de buitenschoolse opvang zijn aangewezen. Ondanks dat deze plaatsen ook door omwonenden en bezoek worden gebruikt en de buitenschoolse opvang niet meer op deze locatie is gevestigd, is dit feitelijk niet toegestaan. Hoe dan ook is het wel gerechtvaardigd dat deze parkeerplaatsen worden meegenomen in de parkeerbalans voor de nieuwe functie, daar de plaatsen al aan de locatie toegewezen zijn. g. Parkeren voor bezoekers van het zorgcentrum zal inderdaad in de avonduren en weekenden plaatsvinden. In de avond- en weekenduren is er echter minder personeel aanwezig (piek is overdag en door de week). De piekmomenten van de parkeerbehoefte bij de woonzorgvoorziening liggen overdag en niet in de avonden en weekenden. Daarnaast zijn de parkeerplaatsen op eigen terrein ook voldoende voor bezoekers van het zorgcentrum. Dit bezoekersparkeren is opgenomen in de parkeernorm. Knelpunten voor bezoekersparkeren worden daarom niet verwacht. h.
De exacte situering en vormgeving van de laad en losplaats als ook van de afvalvoorzieningen zal worden beoordeeld en getoetst bij de aanvraag technische omgevingsvergunning. Daarin zal worden vastgelegd hoe de ontsluiting etc. er meer gedetailleerd uit zullen zien. Op basis van de door initiatiefnemers uitgewerkte plannen voor het complex en het functioneren daarvan, is het niet zo dat de in het verkeers- en ontsluitingsplan voorgestelde vervoer door leveranciers niet mogelijk zou zijn. Leveringen vinden plaats met bestelauto’s en niet met vrachtauto’s. Zie hiervoor het de notitie verkeersaspecten (bijlage 3 bij de toelichting van het bestemmingsplan). Incidenteel kan wellicht een levering per vrachtauto plaatsvinden. Dit is echter mogelijk op deze locatie, vrachtverkeer is niet verbonden in de wijk en kan ook in huidige situatie plaatsvinden. i. Het nieuw bestemmingsplan bevat maatwerk en maakt een kleinere footprint mogelijk dan het bestaande bestemmingsplan, waarbij rekening is gehouden met behoud van aan straatbomen. Overeenkomstig de aan de omgeving getoonde presentatie op 28-2-2023 worden 9 bomen gekapt, waarbij sprake is van herplant op de locatie. Bij de door de gemeente uitgesproken principemedewerking aan het initiatief is als voorwaarde gesteld dat er geen bomen mogen worden gekapt.
Omdat dit praktisch gezien niet haalbaar is en ook, zonder nuance, onnodige restricties oplegt aan de ontwikkeling, is in de beslisnota bij ter inzage legging van het ontwerp-bestemmingsplan het volgende geschreven: 1.3 Er wordt niet voldaan aan één van de randvoorwaarden uit het principebesluit. Een van de randvoorwaarden uit het principebesluit was dat plan moet voorzien in het in stand houden van de bomen op de locatie Veenhof. Dit is echter een randvoorwaarde die praktisch gezien niet uitvoerbaar is. Het initiatief voorziet in het behoud van de meeste bomen op de planlocatie. Echter enkele bomen die staan op het voormalige schoolplein kunnen niet behouden blijven. Vanwege de footprint van het nieuwe gebouw kan niet worden voorkomen dat deze bomen moeten worden gekapt. Conform de geldende afspraken worden voor elke gekapte boom in de openbare ruimte, twee nieuwe bomen terug geplant.
Aldus worden bomen op het binnenterrein, die van beperkte landschappelijke en ruimtelijke waarde zijn, gekapt in ruil voor een goede herontwikkeling, inclusief aanplant van nieuwe bomen en blijven alle straatbomen die van relatief veel hogere waarde zijn, behouden. De toepassing van een plat dak is een keuze die vooral de stedenbouwkundige opzet betreft en in mindere mate de architectuur. De Dorpsbouwmeester heeft over deze geadviseerd en constateert dat dit, in samenhang met het te behouden laanbomenkader, een goede invulling van de locatie betreft en een goede basis is voor de verdere architectonische uitwerking van de bouwplannen. E.e.a. is ook zo bevestigd in het verlag dat indiener bij zijn zienswijze heeft gevoegd.
De weergave dat initiatiefnemers alleen groen rond het gebouw gaan toepassen als het budget dat toelaat is een foutieve weergave van de feiten. Initiatiefnemers passen groen toe – meer dan in de bestaande situatie aanwezig is – waarbij uiteraard een werkbudget van toepassing is dat niet oneindig is, maar binnen dat budget is een groenontwerp gemaakt overeenkomstig de aan de omgeving getoonde presentatie op 28-2-2023. Het uitgewerkte ontwerp is als bijlage bij de toelichting gevoegd. j. Hemelwater dat binnen het plangebied valt tijdens een bui >T=5+10% hoeft volgens de uitgangspunten van de gemeente niet geborgen en verwerkt te worden. Bij een dergelijke situatie mag water op het maaiveld komen te staan, waarbij het niet de bebouwing in mag stromen. Daarnaast is het een vereiste van de gemeente dat dit water niet tot afstroming mag komen naar het omliggende gebied waar het voor overlast kan zorgen. Daarom worden de rijbaan op eigen terrein en parkeerplaatsen verdiept uitgevoerd (ca. -0,20 m) ten opzichte van het maaiveld binnen het plangebied en de looppaden. Tijdens hevige regenval kan het exces aan hemelwater zich hier verzamelen en blijft het binnen het plangebied waarbij overlast in de omgeving voorkomen wordt. k. De rijbaan (en parkeren) in het plangebied worden verdiept aangelegd.
Het is gebruikelijk dat de vloerhoogte van een gebouw boven rijbaanhoogte wordt gerealiseerd. Deze wordt aangelegd rekening houdend met bereikbaarheidseisen van de doelgroep. l. Het al dan niet toepassen van bronbemaling zal worden beoordeeld bij de aanvraag technische omgevingsvergunning voor de bouw. Dit is voor het bestemmingsplan niet relevant. Bouwplannen zijn over het algemeen regulier uitvoerbaar op de gronden binnen de Veenhof. Indien bronbemaling nodig zal zijn, moet dit terugkomen in een watervergunning. Hierbij zullen ook de omgevingsaspecten meegenomen worden. m. De financiële haalbaarheid is voor het bestemmingsplan voldoende inzichtelijk gemaakt door de initiatiefnemende partijen, die beschikken over voldoende budgetten voor de nieuwbouw in de aanlegfase van accommodaties en zorgbudgetten voor de beheerfase. Er is sprake van een particuliere ontwikkeling. Ontwikkelingskosten worden gedragen door deze partij. Er wordt een anterieure overeenkomst gesloten. Hiermee is het kostenverhaal door de gemeente verzekerd. Ook verhaal van eventuele planschadekosten is hiermee gedekt. n. Het verkeer zal door de ontwikkeling toenemen met ongeveer 130 ritten per dag. Het verkeer verdeelt zich over de Veenhof 17e straat en Woeziksestraat naar de Schoenaker en over de Veenhof 25e straat richting de Schoenaker en Randweg Noord.
Een kleiner deel van het verkeer wordt verwacht via de Woeziksestraat en de Holenbergseweg. Op deze straten leidt dat niet tot onveilige situaties. Er zijn geen verkeerstelcijfers beschikbaar van de straten in de directe omgeving, maar het is niet aannemelijk dat dit verkeer op de Veenhof een verdubbeling van het verkeer betekent. Conclusie reactie gemeente: Het voorstel is om het ontwerp bestemmingsplan op grond van deze ingediende zienswijze gewijzigd vast te stellen. De zienswijze wordt gedeeltelijk gegrond verklaard. De situering en vorm van het gebouw wordt aangepast zodat het gebouw beter in haar omgeving wordt ingepast. Ook wordt er een dynamische parkeernorm in de regels toegevoegd als extra borg van het realiseren van voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein.
Zienswijze 41, Veenhof, 6604 AW Wijchen a. Indieners vrezen voor eenzelfde parkeeroverlast, die zij ervoeren toen de locatie nog als school werd gebruikt. b. Het voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein zou een voorwaarden moeten zijn voor de haalbaarheid van het plan. Reactie gemeente a. In het onderzoek verkeer en parkeren is over parkeren het volgende opgenomen. We nemen de 8 lokalen in het gebouw als uitgangspunt. Die bieden ruimte aan ongeveer 185 leerlingen, we houden rekening met 10 medewerkers. Op basis van algemene kencijfers en de rekenmethode voor het autogebruik uit CROW-publicatie 272 (Verkeersgeneratie voorzieningen) zijn voor het halen en brengen van de leerlingen en het parkeren van de medewerkers in totaal ongeveer 22 parkeerplaatsen nodig, 10 voor de medewerkers en 13 tijdens het halen en brengen. Tijdens schooluren was een deel van de auto’s van de omwonenden in gebruik, een deel van de parkeerplaatsen is leeg. Daardoor kon het parkeren rond de school deels uitwisselen met het bewonersparkeren. Het zou dus zo kunnen zijn dat er destijds, als gevolg van de school, die bijna het dubbele aan verkeersbewegingen genereerde in verhouding tot de nu voorgestane functie, er parkeeroverlast werd ervaren. Temeer omdat de parkeermomenten veel meer geconcentreerd waren in pieken op enkele momenten op de dag (halen en brengen).
Omdat de school echter nu niet meer wordt gebruikt, is het parkeereffect van destijds ook niet relevant in deze casus, waarvoor nu de gemeentelijke parkeernorm zal gelden, (zie hierna onder sub ‘b’. b. Het benodigde aantal parkeerplaatsen is bepaald conform de regels van het Parkeerbeleidsplan gemeente Wijchen. Bij toepassing van deze normen wordt geen parkeeroverlast verwacht. Omdat het bestemmingsplan niet regelt welk aantal wooneenheden er exact komt, wordt bij de technische omgevingsvergunning (activiteit bouwen) nader beoordeeld en getoetst op relevante inrichtingsaspecten, waaronder het ter realiseren aantal parkeerplaatsen volgens de normen van de gemeente en passend bij het dan te vergunnen bouwplan. Om e.e.a. nog beter te borgen, wordt bij de vaststelling van het bestemmingsplan een dynamische parkeernorm toegevoegd, zoals de gemeente die standaard in plannen opneemt die na de vaststelling van het meest actuele parkeerbeleid in zomer 2024 worden vastgesteld. In de toelichting is onderbouwd dat in er in ieder geval voldoende ruimte is om het benodigde aantal parkeerplaatsen (30) voor het maximum toegestane aantal appartementen van 54 in zijn geheel op het terrein van het zorgcentrum te realiseren. Dit betekent dat er geen parkeerplaatsen in de openbare ruimte nodig zijn.
Conclusie reactie gemeente: Het voorstel is om het ontwerp bestemmingsplan op grond van deze ingediende zienswijze gewijzigd vast te stellen. Er wordt een dynamische parkeernorm in de regels toegevoegd als extra borg van het realiseren van voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein
Zienswijze 42. Leefbaarheidsgroep Woezik
Pro forma ingediend op 30-1-2024: inhoudelijke aanvulling ontvangen op 10 februari 2024. a. Kleinschaligheid en leefbaarheid: in al zijn aspecten voor jong en oud, stellen wij de kleinschaligheid en daardoor betere samenhang met de omgeving en omwonenden, boven het voorliggende plan dat naar onze mening te groots is opgezet voor deze plek en omgeving. b. Burgerparticipatie: Wij als leefbaarheidsgroep zijn bij een participatiebijeenkomst aanwezig geweest, en hebben duidelijk gemaakt dat deze vorm van participatie geen essentiële wijzigingen in het plan accepteert. Hierdoor is het een farce, en dit hebben wij ook aan het College en Raad gemeld bij brief van 4-6-2023. c. Invulling ruimtelijke omgeving: Het voorgestelde gebouw wordt vanuit de omgeving zichtbaar als een massaal blok beton van minimaal 50 meter breed bij 35 meter diep, en minimaal 12 meter hoog in een omgeving van laagbouw, met overwegend gezinswoningen met 2,5 bouwlagen, schuin dak. Wij zijn van mening dat een gebouw met 2 bouwlagen met schuine afwerking hier het maximaal haalbare is. d. Geluidsoverlast: De geluidsbelasting vanuit de omgeving op het plan zal minimaal zijn. Echter de geluidsbelasting vanuit het plan op de omgeving door het dagelijkse extra (normaal en zwaar) verkeer is juist wel sterk afwijkend en belastend.
Ook de luchtbehandelingsapparatuur (dag en nacht) en lift-systemen, frequent voorrijdende ziekenauto’s is hier niet onderzocht. Wij zijn van mening dat de wijziging van het bestemmingsplan door de veranderende functie (wel binnen de bestemming Maatschappelijk, maar andere geluidsbronnen) juist wel nader onderzoek noodzakelijk maakt. e. Verkeersoverlast: Het aantrekkende verkeer is niet correct ingeschat. Bij de berekening door Goudappel is onvoldoende rekenschap gehouden met het technische verkeer, het verzorgende verkeer, het verhuisverkeer, en het bezoekverkeer. Er zijn bijvoorbeeld geen exacte tellingen verricht bij de huidige Weegbree. Enkel zijn er door de opdrachtgever zelf geschatte bewegingen aangemeld. Dit is onvoldoende om een juiste verwachting van de verkeersbewegingen te maken. De vermelding dat een verkeersafname te salderen is vanuit de lang-geleden toegestane bewegingen tijdens de school haal- en brengbewegingen is een onjuiste vermelding, omdat in de huidige tijd op die locatie geen school zo ingericht zou mogen worden, juist vanwege de verkeersbewegingen. f. Parkeren: Volgens ons geven al deze bewegingen en bezoeken samen een overbelasting van de aanwezige parkeermogelijkheden. In de onderbouwing is geen onderzoek gedaan bij de huidige Weegbree, of een vergelijkbare zorgvoorziening, hoe de parkeerbehoefte is opgebouwd. g.
Ook de andere zorgorganisatie Dichterbij, die begeleid wonen verzorgt in het naastgelegen gebouw (voormalig schoolgebouw), is niet akkoord met het plaatsen van 20 parkeerplekken voor hun deur. Deze geplande parkeerruimte wordt nu dagelijks gebruikt door de cliënten en bewoners van Dichterbij. Dit plan zal voor gevaarlijke situaties gaan zorgen, daardoor past dit hier niet. h. Leefbaarheid: Wij als Stichting Leefbaarheidsgroep Woezik zijn voor het samenbrengen, -werken en samenleven met verschillende inwoners, en diversiteit van mensen. Het huidige plan heeft in zijn voorgestelde vorm een negatief effect op de leefbaarheid van de huidige bewoners, aanwonenden aan de verkeersroutes er naartoe, en daarmee voor de leefbaarheid in Woezik als geheel. i. Ook de privacy van omwonenden wordt onvoldoende gewaarborgd doordat er een hoger gebouw met rechtstreekse inkijk in hun woningen gepland is. De eerder genoemde verkeersbelasting en parkeerbehoefte zullen de leefbaarheid aantasten. j. Wij zien dit plan zoals voorgesteld niet geschikt op deze locatie en willen, net als omwonenden, in overleg met de gemeente een betere invulling realiseren. En verzoeken u daarom om dit ontwerpbestemmingsplan niet in behandeling te nemen.
Reactie gemeente a. De omvang is gebaseerd op de zorgformule die bestaat uit samenhangende eenheden waarop de zorgverlening is gebaseerd. Hierin kan niet zondermeer een verlaging worden aangebracht. Nu daaruit vanuit het omgevingsbelang ook geen overwegende aanleiding voor bestaat, wordt het toegestane functieprogramma ook niet aangepast. De gemeente onderkend daarbij, zoals indieners ook aangeven, dat de bewonersgroep naar binnen ofwel intern gerichte zorg zal genieten, waarbij de patiënten vooral intern verzorgd worden en enkel onder begeleiding in de wijk zullen bewegen. Dit zal inderdaad niet de door de stichting beoogde interactie en uitwisseling met de omgeving bevorderen. Maar dit kan ook niet als een overwegend bezwaar worden erkend, gezien het feit dat de locatie voorziet in het invullen van een grote behoefte aan nieuwe intramurale zorgvoorzieningen in de gemeente Wijchen. b. De communicatie en participatie zoals die is gevoerd, is uitvoerig beschreven in de bestemmingsplantoelichting, zie toelichting, paragraaf 7.2 op blz 51 en verder en daarnaast ook de bijlagen 15 t/m 19 bij de toelichting van het bestemmingsplan. Tevens heeft in het voorjaar van 2022 een inloop geweest, waarop het planvoornemen voor het eerst gepresenteerd is. Daar is geen verslag van gemaakt.
Het ontbreken hiervan doet echter niet af aan de conclusie van de gemeente dat door initiatiefnemers voldoende uitvoerig het participatietraject is doorlopen. Het is de gemeente ook bekend dat er nog altijd de nodige weerstand tegen de plannen bestaat vanuit omwonenden, maar dat betekent niet dat de communicatie en participatie niet goed doorlopen zou zijn. c. Naar aanleiding van o.a. deze zienswijze is de vorm en situering van het gebouw aangepast. De gemeente heeft de bezwaren voorgelegd aan de Dorpsbouwmeester en besloten om met initiatiefnemers in overleg te gaan over een alternatieve gebouwvorm en situering. Daarbij is onderzocht hoe binnen het redelijke de vrije ruimte en afstand tot de aanliggende straten zo ruim mogelijk kan worden gemaakt, uiteraard met behoud van de parkeernorm bij het zorgprogramma dat is bestemd. Na enkele afstemmingsmomenten en modellenafweging is tot een optimale aanpassing gekomen, waarbij de straatgerichte gevels aan de noord- en oostzijde verder van de weg af komen te liggen. Het gebouw wordt meer compact, schuift op in westelijke richting, richting het daar gelegen fietspad, waar nog voldoende afstand tot wordt gehouden. Ook blijft het eerder besproken bomenbestand behouden, zoals als uitgangspunt voor het ontwerp bestemmingsplan ook al het geval was.
Door de aangepaste situering is ook het terreininrichtingsplan aangepast en bijgevoegd als bijlage 1 bij de toelichting van het bestemmingsplan. Daarin is ook weer de actuele parkeernorm en de wateropgave bij het nieuwe plan verwerkt. Daarmee wordt een passende bouwmassa bestemd, met kleinere footprint dan het huidige omgevingsplan toestaat en bestaande uit 3 bouwlagen, wat passend is in deze omgeving qua bouwhoogte. Zie in aanvulling hierop hetgeen bij sub ‘a is aangegeven. d. Het verkeer zal door de ontwikkeling toenemen met ongeveer 130 ritten per dag. Het verkeer verdeelt zich over de Veenhof 17e straat en Woeziksestraat naar de Schoenaker en over de Veenhof 25e straat richting de Schoenaker en Randweg Noord. Een kleiner deel van het verkeer wordt verwacht via de Woeziksestraat en de Holenbergseweg. Op deze straten leidt dat niet tot onveilige situaties. Er zijn geen verkeerstelcijfers beschikbaar van de straten in de directe omgeving, maar op voorhand staat vast dat de toename van enkele tientallen verkeersbewegingen per rijrichting per etmaal niet tot geluidoverlast zullen leiden. De luchtbehandelingsapparatuur (dag en nacht) en lift-systemen zijn niet onderzocht. Dat is ook niet aan de orde bij een bestemmingsplan voor aan functiewijziging als deze, omdat deze aspecten regulier inpasbaar zijn in een woonomgeving en daarvoor bouwtechnische geluidvoorschriften gelden.
Dit zal daarom getoetst worden bij een aanvraag om (technische) omgevingsvergunning.
e. Goudappel heeft voldoende rekening gehouden met het technische verkeer, het verzorgende verkeer, het verhuisverkeer, en het bezoekverkeer, wat binnen de toegepaste systematiek onderdeel uitmaakt van de gemiddelde verkeersaantrekkende werking. Goudappel geeft hierover aan: “Voor de verkeersgeneratie heeft het CROW voor bijna alle soorten woningen en zorginstellingen kencijfers, maar dat geldt niet voor de woonvorm zoals die wordt gerealiseerd in de Veenhof. Daarom beredeneren we de verkeersgeneratie op basis van de informatie over het aantal medewerkers, zorgbezoek, leveranties en bezoek.”. Er zijn geen exacte tellingen verricht bij de huidige Weegbree omdat iedere locatie naar aard, ligging en omgevingsfactoren divers is en niet tot een meer representatieve inschatting van de verkeerseffecten zal leiden. Niet de door de opdrachtgever zelf geschatte bewegingen zijn aangemeld maar de deskundigenbeoordeling van Goudappel is hiervoor de basis. Dit is voldoende om een juiste verwachting van de verkeersbewegingen te maken. De rapportage van Goudappel is heel duidelijk opgesteld en baseert zich niet op een saldering, maar op de conclusie dat de netto verkeerstoename als gevolg van de functie aanvaardbaar is en niet zal leiden tot verkeersproblemen. f. Voor parkeren geldt eenzelfde situatie als voor verkeer.
Er zijn geen exacte parkeertellingen verricht bij de huidige Weegbree omdat iedere locatie naar aard, ligging en omgevingsfactoren divers is en niet tot een meer representatieve inschatting van de parkeerbehoefte zal leiden. Niet de door de opdrachtgever zelf geschatte behoeften zijn gehanteerd in de studie maar de deskundigenbeoordeling van Goudappel en de gemeentelijke beleidsnormen zijn hiervoor de basis. g. De andere zorgorganisatie Dichterbij is, evenals alle omwonenden in de gelegenheid gesteld om in het participatieproces deel te nemen en desgewenst een zienswijze in te dienen tegen het plan. Dit laatste is niet gedaan, dus heeft de gemeente ook geen aanleiding te veronderstellen dat de stellingname van indiener juist is of dat er op dit punt een vermeend knelpunt zou ontstaan. De gemeente hanteert op deze locatie net als elders haar standaard parkeerbeleid. De parkeerplaatsen zijn niet gepland op het perceel van Dichterbij en dat nu ook al gebruikt wordt door Dichterbij. De parkeerplaatsen komen op een deel van het perceel wat nu is ingericht als speelplein en waar een kleine berging staat. Tussen het perceel van Dichterbij en de nieuwe parkeerplaatsen aan de zuidkant van het plan komt daarnaast een fysieke afscheiding door een haag en bomen. h. Het nadeel voor omwonenden moet, afgezet tegen het belang van het plan, in redelijkheid en naar rato worden meegewogen.
De gemeente heeft dit gedaan en acht het belang van indiener voldoende geborgd en meegewogen in de planopzet zoals die is opgenomen in het ontwerp bestemmingsplan en ziet hierin geen aanleiding tot planaanpassing. De gemeente wijst erop dat het plangebied zich in een verstedelijkte omgeving bevindt en in de huidige situatie ook al vergelijkbare planologische mogelijkheden biedt. i. De privacy van omwonenden blijft gewaarborgd op een niveau zoals je dat in een woonwijk als deze mag verwachten. Door het nieuwe gebouw alzijdig te oriënteren en het gebouw alleen maar gericht kan zijn naar voorgevels van omwonenden, zal geen directe inkijk in achtertuinen of woonvertrekken, anders dan vanaf de openbare weg, ontstaan. De tussenliggende carré van bomen leidt tot verdergaande zichtbeperking. De hoogte van de nieuwbouw zoals die mogelijk wordt gemaakt kan beperkt toenemen (tot maximaal 10 meter), maar dat heeft dan uitsluitend effect op de hoogte in de derde bouwlaag, ten opzichte van de bouwhoogte van 8 meter die reeds is toegestaan in de wijk. De gemeente is van oordeel dat de nu toegestane derde bouwlaag niet tot onaanvaardbaar andere aanzichten of uitzichten zal leiden voor omwonenden, die in een wijk wonen met vergelijkbare bouwhoogten, waar bovendien rond de planlocatie reeds forse en hogere bomen aanwezig zijn die (aan)zichtbepalend zijn als het gaat om uitzicht. j.
Zie beantwoording bij sub. ‘h’.
Conclusie reactie gemeente: Het voorstel is om het ontwerp bestemmingsplan op grond van deze ingediende zienswijze gewijzigd vast te stellen. De zienswijze wordt gedeeltelijk gegrond verklaard. De situering en vorm van het gebouw wordt aangepast zodat het gebouw beter in haar omgeving wordt ingepast. Ook wordt er een dynamische parkeernorm in de regels toegevoegd als extra borg van het realiseren van voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein. Zienswijze 43, Veenhof, 6604 AZ Wijchen Zienswijze 44, Veenhof, 6604 AZ Wijchen
a. Indiener vreest een verslechtering van de leefomgeving door een verslechtering van de luchtkwaliteit, de toename van de verkeersdrukte en verkeersonveiligheid in de wijk. b. De aan- en afvoerroutes zijn niet afgestemd op een toename van het autoverkeer. c. De te verwachte toename is alleen toegespitst op personeel, toeleveranciers en diensten De toename t.g.v. bezoekers van de bewoners in het complex zijn hierin niet meegenomen. Dit leidt tot verkeersonveilige situaties. De raad dient een gedegen onderzoek te laten uitvoeren m.b.t. de toename van verkeersbewegingen en naar de gevolgen voor de luchtkwaliteit. d. Er zijn nu al onvoldoende parkeerfaciliteiten, door parkeerplaatsen in de wijk toe te delen aan het project zal dit verslechteren.
Reactie gemeente a. Paragraaf 5.6 van de toelichting bij het bestemmingsplan geeft het volgende aan: Onderhavige planontwikkeling is aan te merken als NIBM (Niet In Betekenende Mate). Uitgaande van de achtergrondconcentraties die gelden binnen de gemeente en het feit dat de ontwikkeling niet is gelegen bij knelpunten ten aanzien van de luchtkwaliteit, kan gesteld worden dat de luchtkwaliteit voldoet aan de normen die gesteld zijn in de Wet milieubeheer. Aanvullend kan nog worden gesteld dat het huidige gebouw gasgestookt wordt verwarmd en meer verkeer aantrok dan de nieuwe functie, die gasloos wordt gerealiseerd. Per saldo zal de fijnstofuitstoot hierdoor verbeteren. Dit geldt ook voor de stikstofuitstoot. Op basis van de stikstofnormen is een berekening gemaakt van de stikstofuitstoot, die als passend is beoordeeld (zie bijlage 7 bij de toelichting van het bestemmingsplan). De luchtkwaliteit zal aldus niet verslechteren. b. Het verkeer zal door de ontwikkeling toenemen met ongeveer 130 ritten per dag. Het verkeer verdeelt zich over de Veenhof 17e straat en Woeziksestraat naar de Schoenaker en over de Veenhof 25e straat richting de Schoenaker en Randweg Noord. Een kleiner deel van het verkeer wordt verwacht via de Woeziksestraat en de Holenbergseweg. Op al deze straten leidt dat niet tot onveilige situaties.
Er zijn geen verkeerstelcijfers beschikbaar van de straten in de directe omgeving, maar op voorhand staat vast dat de toename van enkele tientallen verkeersbewegingen per rijrichting per etmaal niet tot geluidoverlast zullen leiden. c. Goudappel heeft voldoende rekening gehouden met het technische verkeer, het verzorgende verkeer, het verhuisverkeer, en het bezoekverkeer, wat binnen de toegepaste systematiek onderdeel uitmaakt van de gemiddelde verkeersaantrekkende werking. Goudappel geeft hierover aan: “Voor de verkeersgeneratie heeft het CROW voor bijna alle soorten woningen en zorginstellingen kencijfers, maar dat geldt niet voor de woonvorm zoals die wordt
d.
gerealiseerd in de Veenhof. Daarom beredeneren we de verkeersgeneratie op basis van de informatie over het aantal medewerkers, zorgbezoek, leveranties en bezoek.”. Los daarvan zijn in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer (hierna ook: Wm), de belangrijkste bepalingen inzake de luchtkwaliteit opgenomen. Dit hoofdstuk staat ook wel bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. Het doel van titel 5.2 Wm is om de mens te beschermen tegen de negatieve gevolgen van luchtverontreiniging op hun gezondheid. In de wet- en regelgeving zijn de richtlijnen uit de Europese regelgeving opgenomen, waaraan voorgenomen ontwikkelingen dienen te voldoen. Wanneer een project aangeduid kan worden als 'Niet in betekenende mate bijdragen' aan de luchtverontreiniging (NIBM), vormen de luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid van een bestuursorgaan ex artikel 5.16 Wm. In het besluit NIBM wordt gesteld dat een project NIBM is wanneer een activiteit maximaal 3% van de jaargemiddelde grenswaarde bijdraagt aan de concentraties fijnstof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met een toename van maximaal 1,2 μg/m3 voor zowel PM10 als NO2. In de regeling NIBM is (onder andere) aangegeven dat een plan tot 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg niet in betekenende mate bijdraagt aan de toename van de concentratie fijnstof en stikstofdioxide in de lucht.
Voorliggend project betreft 54 woonzorgeenheden. Hierdoor blijft het voornemen ruimschoots onder de grens van 1.500 woningen bij 1 ontsluitingsweg, waardoor het planvoornemen aangemerkt kan worden als NIBM. Geconcludeerd wordt dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor voorgenomen ontwikkeling. Het benodigde aantal parkeerplaatsen is bepaald conform de regels van het Parkeerbeleidsplan gemeente Wijchen. Bij toepassing van deze normen wordt geen parkeeroverlast verwacht. Omdat het bestemmingsplan niet regelt welk aantal wooneenheden er exact komt, wordt bij de technische omgevingsvergunning (activiteit bouwen) nader beoordeeld en getoetst op relevante inrichtingsaspecten, waaronder het ter realiseren aantal parkeerplaatsen volgens de normen van de gemeente en passend bij het dan te vergunnen bouwplan. Om e.e.a. nog beter te borgen, wordt bij de vaststelling van het bestemmingsplan een dynamische parkeernorm toegevoegd, zoals de gemeente die standaard in plannen opneemt die na de vaststelling van het meest actuele parkeerbeleid in zomer 2024 worden vastgesteld. In de toelichting is onderbouwd dat in er in ieder geval voldoende ruimte is om het benodigde aantal parkeerplaatsen (30) voor het maximum toegestane aantal appartementen van 54 in zijn geheel op het terrein van het zorgcentrum te realiseren.
Dit betekent dat er geen parkeerplaatsen in de openbare ruimte nodig zijn.
Conclusie reactie gemeente: Het voorstel is om het ontwerp bestemmingsplan op grond van deze ingediende zienswijze gewijzigd vast te stellen. De zienswijze wordt gedeeltelijk gegrond verklaard. De situering en vorm van het gebouw wordt aangepast zodat het gebouw beter in haar omgeving wordt ingepast. Ook wordt er een dynamische parkeernorm in de regels toegevoegd als extra borg van het realiseren van voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein.
IV. WIJZIGINGEN Naar aanleiding van de zienswijzenprocedure en de daar opvolgende overleggen en afstemming met de dorpsbouwmeester (gemachtigde van de Commissie Omgevingskwaliteit gemeente Wijchen) over de vormgeving en situering van het gebouw in relatie tot de zienswijzen, is het stedenbouwkundige plan en het bouwplan aangepast en is tenslotte ook het terreinplan verder geoptimaliseerd en aangepast aan de besproken optimalisaties. Daarbij is het aandeel groen vergroot, het gebouw meer compact gemaakt, qua architectuur beter ingepast en is de footprint van het gebouw verkleind en de afstand tot belendende straten vergroot. Deze aanpassingen zijn in deze toelichting verwerkt en visueel gemaakt in Bijlage 1 Terreininrichtingsplan en Bijlage 2 Bouwplan, schetsontwerp bij deze toelichting. Over deze aangepaste plannen heeft de Commissie Ruimtelijke kwaliteit van de gemeente Wijchen een positief advies afgegeven, dat aan deze toelichting is bijgevoegd als Bijlage 21 Advies GG maart 2025. Deze aanpassingen en ook andere aanpassingen zijn nader toegelicht en gemotiveerd in relatie tot de ingediende zienswijzen. De zienswijzenbeantwoording wordt opgenomen als bijlage 22 bij de toelichting van het bestemmingsplan.
Naar aanleiding van de zienswijzenbeantwoording en de optimalisatie van het stedenbouwkundige plan, het terreininrichtingsplan en het bouwplan wordt het ontwerp bestemmingsplan gewijzigd vastgesteld, waarbij de juridische wijziging is doorgevoerd door aanpassing van de verbeelding (het bouwvlak is van de woningen af verschoven en meer compact gemaakt) en aanpassing van de regels en toelichting aan de hand van de in de zienswijzennota benoemde aanpassingen. CONCLUSIE: Vanwege de ingediende zienswijze, wordt voorgesteld om het ontwerp bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen.