Bijlage 2: Toelichting bestemmingsplan ‘Hoeveweg 18 Balgoij’
Tekst van het document
1
B E S T E M M I N G S PL A N Hoeveweg 18 Balgoij
Identificatiecode: NL.IMRO.0296.BGYHoeveweg 18-VG01 Status: vastgesteld Datum: 29 februari 2024
bestemmingsplan Hoeveweg 18 Balgoij - toelichting
2
Projectnummer: 57 - 021
Van Kempen RO Peelkant 33 5845 EG Sint Anthonis T 06 183 363 42 E info@vankempenro.nl I www.vankempenro.nl
bestemmingsplan Hoeveweg 18 Balgoij - toelichting
3
INHOUD 1
Inleiding ........................................................................................................... 5 1.1 Algemeen ..................................................................................................... 5 1.2 Aanleiding en doel ....................................................................................... 5 1.3 Plangebied ................................................................................................... 6 1.4 Geldende bestemmingsplannen .................................................................. 6 1.5 Leeswijzer .................................................................................................... 7 2 Huidige situatie ................................................................................................ 8 2.1 Ruimtelijke structuur ................................................................................... 8 2.2 Functionele structuur................................................................................. 10 3 Planbeschrijving ............................................................................................. 11 3.1 Ontwikkeling .............................................................................................. 11 3.2 Ruimtelijke structuur .................................................................................
12 3.3 Functionele structuur................................................................................. 13 3.4 Duurzaam en innovatief ............................................................................. 13 3.5 Landschappelijke inpassing ........................................................................ 14 4 Beleidskader .................................................................................................. 15 4.1 Rijksbeleid .................................................................................................. 15 4.1.1 Nationale Omgevingsvisie ................................................................... 15 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening .................................... 16 4.1.3 Conclusie............................................................................................. 16 4.2 Provinciaal beleid ....................................................................................... 16 4.2.1 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland ........................................................ 16 4.2.2 Omgevingsverordening Gelderland .................................................... 17 4.2.3 Conclusie............................................................................................. 18 4.3 Ladder voor duurzame verstedelijking.......................................................
18 4.4 Gemeentelijk beleid ................................................................................... 19 4.4.1 Structuurvisie Wijchen........................................................................ 19 4.4.2 Woonvisie 2025 - "Thuis in Wijchen" ................................................. 20 4.4.3 Dorpsontwikkelingsplan Balgoij, “Un durpke an de Moas” ................ 21 4.4.4 Welstand............................................................................................. 21 4.4.5 Conclusie............................................................................................. 21 5 Uitvoeringsaspecten ...................................................................................... 22 5.1 Milieuaspecten........................................................................................... 22 5.1.1 Geluid ................................................................................................. 22 5.1.2 5.1.3 5.1.4 5.1.5
Luchtkwaliteit ..................................................................................... 24 Bodemkwaliteit ................................................................................... 25 Geur .................................................................................................... 27 Externe veiligheid ............................................................................... 28
bestemmingsplan Hoeveweg 18 Balgoij - toelichting
4
5.1.6 Bedrijven en milieuzonering ............................................................... 30 5.1.7 Volksgezondheid ................................................................................. 32 5.1.8 Spuitzone gewasbescherming ............................................................ 34 5.1.9 Hoogspanningslijnen .......................................................................... 36 5.1.10 Mer(beoordelings)plicht ..................................................................... 36 5.1.11 Conclusie............................................................................................. 37 5.2 Fysieke aspecten ........................................................................................ 37 5.2.1 Water .................................................................................................. 37 5.2.2 Flora en fauna ..................................................................................... 38 5.2.3 Cultuurhistorisch erfgoed ................................................................... 42 5.2.4 Verkeer en parkeren ........................................................................... 44 5.2.5 Conclusie............................................................................................. 44 5.3 Economische aspecten ..............................................................................
45 5.3.1 Kostenverhaal ..................................................................................... 45 5.3.2 Planschade .......................................................................................... 45 5.3.3 Conclusie............................................................................................. 45 5.4 Handhaafbaarheid ..................................................................................... 46 5.4.1 Regeling conform bestemmingsplan Balgoij....................................... 46 5.4.2 Conclusie............................................................................................. 46 6 Juridische verantwoording ............................................................................. 47 6.1 Algemeen ................................................................................................... 47 6.2 Toelichting op de verbeelding .................................................................... 47 6.3 Toelichting op de regels ............................................................................. 47 7 Procedure ...................................................................................................... 48 7.1 Vooroverleg ...............................................................................................
48 7.2 De te volgen procedure ............................................................................. 48 7.3 Zienswijzen ................................................................................................. 48 Bijlagen 1 Landschappelijke inpassing 2 Bodem- en asbestdruppelzone-onderzoek 3 Bodemadvies ruimtelijke ordening (ODRN) 4 Waterparagraaf 5 Digitaal wateradvies 6 Quickscan flora en fauna 7 Akoestisch onderzoek industrielawaai 8 Spuitzone onderzoek
bestemmingsplan Hoeveweg 18 Balgoij - toelichting
5
1
INLEIDING
1.1
Algemeen
Op het perceel Hoeveweg 18 in Balgoij bevindt zich momenteel een in slechte staat van onderhoud verkerende burgerwoning. Bij de woning zijn bijgebouwen aanwezig in de vorm van een garage en een schuur, beiden vrijstaand. De staat van onderhoud van de garage is eveneens slecht. De schuur verkeert in goede staat. Het perceel kent een frontbreedte van circa 31 m en kent verder een langgerekte vorm, waardoor het perceel ver doorloopt in het achterliggende buitengebied.
1.2
Aanleiding en doel
De initiatiefnemers willen de huidige woning opsplitsen in twee woningen en daarbij een mantelzorgwoning realiseren. Gelet op de slechte staat van de huidige woning, wordt deze gesloopt en vervangen door twee halfvrijstaande woningen. De vormgeving van deze nieuwe woningen wordt afgestemd op de huidige vormgeving van de woning. De in goede staat verkerende schuur wordt gehandhaafd als bijgebouw bij de linker woning (gezien vanaf de weg). Bij de rechter woning wordt een nieuw vrijstaand bijgebouw gebouwd, dat in eerste instantie dienst zal doen als mantelzorgwoning. In de mantelzorgwoning zullen de ouders, die nu nog in de verouderde woning wonen, hun intrek nemen. In de beide woningen zullen twee zonen gaan wonen. Zij zullen gezamenlijk de mantelzorg voor hun ouders op zich nemen. Om bij alle woningen voldoende privacy te krijgen, wordt de mantelzorgwoning op enige afstand achter de rechter woning geplaatst. Uitbreiding van het bestaande woonperceel is hiervoor noodzakelijk. Per saldo ontstaan door het planvoornemen twee extra woningen. De mantelzorgwoning betreft echter een tijdelijke woning. Na het wegvallen van de noodzaak tot mantelzorg zal deze woning als bijgebouw bij de rechter woning blijven bestaan en is uiteindelijk slechts sprake van één extra woning. Bestaande woning Hoeveweg 18, achterzijde
bestemmingsplan Hoeveweg 18 Balgoij - toelichting
6
Om de vergroting van he woonperceel met de woonbestemming mogelijk te maken en binnen die bestemming twee woningen te kunnen realiseren is een bestemmingswijziging noodzakelijk. De huidige woonbestemming maakt het realiseren van een extra woning niet mogelijk. De achterliggende agrarische bestemming staat uitbreiding van het woonperceel niet toe. De bestemmingswijziging voorziet in vergroting van het vlak van de woonbestemming en het toestaan van de bouw van twee woningen daarbinnen. In voorliggende plantoelichting wordt onderbouwd dat het planvoornemen ter plaatse aanvaardbaar en uitvoerbaar is. 1.3
Plangebied
Het plangebied betreft het voorste, aan de weg gelegen deel van het perceel met de bestaande woning Hoeveweg 18. De diepte van het plangebied is bedraagt circa 95 m (gemiddeld gezien, gelet op de schuin weglopende voorzijde van het perceel). De toekomstige woonpercelen sluiten daarmee qua diepte aan op de aangrenzende woonpercelen. Het plangebied wordt aan de zuidoostzijde begrensd door de Hoeveweg. Aan de zuidwestzijde wordt het plangebied begrensd door twee naastgelegen woonpercelen. Aan de noordwest- en noordoostzijde grenst het plangebied aan onbebouwde, in het buitengebied doorlopende agrarische gronden. Het plangebied betreft het perceel kadastraal bekend gemeente Balgoy, sectie B, nummer 146 (gedeeltelijk). 1.4
Geldende bestemmingsplannen
Voor het plangebied gelden de bestemmingsplannen: ✓ “Balgoij”, vastgesteld op 10 november 2011 ✓ “Buitengebied Wijchen”, vastgesteld op 31 januari 2013 ✓ “Buitengebied herziening 2014”, vastgesteld op 16 oktober 2014
Luchtfoto plangebied (bron: Google Maps)
bestemmingsplan Hoeveweg 18 Balgoij - toelichting
7
Op basis van deze bestemmingsplannen gelden voor het plangebied: ✓ de bestemmingen ‘Wonen’ en ‘Agrarisch met waarden – 1’ ✓ de dubbelbestemmingen ‘Archeologisch waardevol gebied’ en ‘Waarde – Archeologie 3’ ✓ een bouwvlak binnen de bestemming ‘Wonen’ ✓ de aanduiding ‘vrijstaande woningen laag’ Op basis van de aanduiding ‘vrijstaande woningen laag’ binnen de bestemming ‘Wonen’ en de bepaling in de regels dat het bestaande aantal woningen per bouwperceel niet mag worden vergroot, is de voorgenomen woningsplitsing niet toegestaan. Daarnaast staat de bestemming ‘Agrarisch met waarden – 1’ de uitbreiding van het woonperceel niet toe. 1.5
Leeswijzer
In deze toelichting worden achtereenvolgens kort de huidige situatie (hoofdstuk 2 Huidige situatie) en de beoogde situatie beschreven (hoofdstuk 3 Planbeschrijving). Op de inpassing van het planvoornemen binnen de beleidskaders van rijk, provincie en gemeente wordt in gegaan in hoofdstuk 4 Beleidskader. De effecten van het planvoornemen voor diverse milieuaspecten, fysieke aspecten en economische aspecten en handhaving worden in hoofdstuk 5 Uitvoeringsaspecten nader beschreven. In dit hoofdstuk wordt de uitvoerbaarheid van het planvoornemen aangetoond. In hoofdstuk 6 wordt de juridische regeling kort toegelicht. Hoofdstuk 7 beschrijft de procedure die het bestemmingsplan doorloopt.
Uitsnede geldend bestemmingsplan Balgoij (bron: Ruimtelijkeplannen.nl)
bestemmingsplan Hoeveweg 18 Balgoij - toelichting
8
2
HUIDIGE SITUATIE
2.1
Ruimtelijke structuur
De oorspronkelijke kern, nu de oude kern, van Balgoij is gesitueerd rond het kruispunt van Torenstraat en Houtsestraat. Op topografische kaarten uit het midden van de 19e eeuw is hier reeds een verdichting van de bebouwing met daarbij een kerk te zien. De eerste voorlopers van deze kerk dateren al uit de 11e eeuw. Van de nieuwe kern is enkel de verspreide lintbebouwing aan de Veldsestraat te zien, die later de rand van de nieuwe kern gaat vormen. In 1914 wordt een nieuwe kerk in gebruik genomen, de Sint Johannes de Doperkerk. De oude kerk werd afgebroken op de toren na. De nieuwe kerk was meer westwaarts gesitueerd, in de richting van Keent, omdat Balgoij en Keent in die tijd nog één gemeente en parochie waren. Rond de nieuwe kerk verdicht de lintbebouwing langs de bestaande wegenstructuur zich geleidelijk, waaronder ook aan de Hoeveweg. Aan de zuidzijde van de Hoeveweg heeft dit geresulteerd in een nagenoeg aaneengesloten lint van bebouwing. Aan de noordzijde zijn nog de nodige doorzichten op het achterliggende open buitengebied bewaard gebleven. Pas in de laatste decennia van de 20e eeuw en de eerste decennia van de 21e eeuw vindt complex-gewijze uitbreiding van de bebouwing plaats achter de eerder ontstane lintbebouwing. De eerste bebouwing van het plangebied dateert uit de eerste helft van de vorige eeuw (1909).
Lange tijd blijft de bebouwing beperkt tot een enkel gebouw direct aan de weg. Later worden naast en achter dit gebouw ook enkel bijgebouwen toegevoegd. De meest recent toegevoegde schuur dateert uit het begin van de 20e eeuw. Binnen het plangebied staat de bebouwing parallel aan de weg. Het onderliggende perceel is echter schuin op de weg gelegen (onder een hoek van circa 45°). De achterzijde van de woning is daardoor meer op het naastgelegen agrarische perceel georiënteerd, dan op het eigen achterliggende perceel. Dit geldt ook voor de aanwezige bijgebouwen. Hoeveweg in oostelijke richting met links de woning Hoeveweg 18
bestemmingsplan Hoeveweg 18 Balgoij - toelichting
9
Uitsneden topografische kaarten (bron: topotijdreis)
1850
1925
1975
2020
bestemmingsplan Hoeveweg 18 Balgoij - toelichting
10
De woning bestaat uit 1 bouwlaag afgedekt met een mansardedak (gebroken kap). Het gebouw is gedateerd en vertoont inmiddels de nodige bouwkundige gebreken (enkelsteens muren, geen isolatie). Bij de aanbouw aan de achterzijde is het dak ingestort. De woning is door de jaren heen vaak verbouwd en daarbij veranderd. Van de originele ramen, deuren en verdere detaillering van de woning is weinig of niets bewaard gebleven. De recent gerealiseerde schuur beschikt wel over een goede bouwkundige kwaliteit. De schuur doet dienst als bergplaats en hobbyruimte. De schuur is deels onderkelderd, waarbij de toegang tot de kelder aan de buitenzijde van de schuur is te vinden.
2.2
Functionele structuur
In de directe omgeving van het plangebied zijn voornamelijk burgerwoningen gelegen. Een uitzondering hierop vormen het aangrenzende agrarische bedrijf Hoeveweg 16 en enkele niet-agrarische bedrijven aan Hoeveweg 3, 7a (tegenover het plangebied) en 14. De kern Balgoij bestaat verder ook overwegend uit burgerwoningen, met de daarop afgestemde maatschappelijke, sport- en horecavoorzieningen, alsmede nog enkele niet-agrarische bedrijven meer. Het plangebied zelf heeft nu een woonfunctie voor een enkele vrijstaande woning. De achterliggende gronden zijn in agrarisch gebruik als weiland. Het naastgelegen agrarisch perceel is in gebruik voor fruitteelt. Hier vindt stellingenteelt plaats. Deze gronden maken deel uit van het agrarische bouwperceel Hoeveweg 14. De ontsluiting van het plangebied vindt in de huidige situatie plaats via een inrit vanaf de Hoeveweg. Op eigen terrein is meer dan voldoende ruimte aanwezig om te parkeren.
Recent gebouwde schuur achter Hoeveweg 18
bestemmingsplan Hoeveweg 18 Balgoij - toelichting
11
3
PLANBESCHRIJVING
3.1
Ontwikkeling
De voorgestane ontwikkeling is tweeledig. Enerzijds betreft deze het splitsen van de bestaande woning in 2 woningen. Anderzijds betreft deze het slopen van de bestaande bebouwing van de woning en het oprichten van nieuwe bebouwing voor de na splitsing ontstane twee halfvrijstaande woningen met een gewijzigde positie op het onderliggende woonperceel. Daarnaast is bij één van de woningen de realisering van een mantelvoorziening in een achterliggend vrijstaand bijbehorend bouwwerk voorzien. Bij de voorgestane splitsing wordt het bestaande perceel in de lengterichting gesplitst. Daarbij ontstaan 2 woonpercelen met een perceelsbreedte van circa 14 m. Aan de zuidwestzijde resteert dan nog een strook van circa 3 m breed, die fungeert als toegang tot het achterliggende resterende agrarische perceel. Mocht de noodzaak tot deze toegang in de toekomst vervallen, dan wordt de strook toegevoegd aan het aangrenzende woonperceel. De grens tussen de beide nieuwe woonpercelen loopt niet geheel recht. Ter plaatse van de te handhaven schuur van recenter datum wordt de perceelsgrens om deze schuur heen gelegd (afstand tot schuur circa 1,5 m). Deze schuur gaat als bijbehorend bouwwerk bij de woning op het zuidwestelijk woonperceel fungeren. De bestaande, in slechte staat verkerende woning wordt gesloopt.
Daarvoor in de plaats wordt een groter bouwvolume opgericht, waarin twee halfvrijstaande woningen worden ondergebracht. Het bouwvolume wordt verdraaid ten opzichte van de bestaande woning. Het bouwvolume gaat de hoofdrichting van de onderliggende woonpercelen volgen. Het achteruitzicht van de beide woningen wordt daarmee gericht op het bijbehorende bouwperceel. Dit komt de oriëntatie en privacy van de woningen ten goede. Aan de noordzijde van de Hoeveweg is op meerdere plaatsen al sprake van bebouwing, die niet parallel aan de weg is gelegen, maar de richting van de onderliggende percelen volgt. Het planvoornemen sluit hierbij aan.
Splitsing perceel en situering toekomstige bouwvolumes op Hoeveweg 18
bestemmingsplan Hoeveweg 18 Balgoij - toelichting
12
3.2
Ruimtelijke structuur
De bestaande ruimtelijke structuur ondergaat door het planvoornemen een beperkte wijziging. Nu nog is sprake van een parallel aan de weg gelegen woning. Het planvoornemen voorziet in een bouwvolume dat de richting van de onderliggende woonpercelen volgt en daardoor wijkt van de weg. Gemiddeld is de bebouwing op vergelijkbare afstand tot de weg gelegen. De minimum afstand van het nieuwe bouwvolume tot de naar de weg gekeerde perceelsgrens bedraagt 4 m. Het nieuwe bouwvolume wordt net als de huidige woning uitgevoerd in 1 bouwlaag en afgedekt met een mansardedak. Het nieuwe bouwvolume sluit daarmee op vergelijkbare wijze aan op de omliggende bebouwing als de bestaande woning. Bij de noordoostelijk woning wordt in de achtertuin, achter de woning een bijbehorend bouwwerk met een oppervlak van circa 100 m² gebouwd. Dit bouwwerk zal ingericht worden als mantelzorgwoning. Bij de zuidwestelijke woning gaat de bestaande schuur, met een oppervlak van circa 90 m², fungeren als bijbehorend bouwwerk. Daarmee worden de maximale oppervlakken voor bijbehorende bouwwerken, zoals deze heden ten dage van toepassing zijn in de kern Balgoij, overschreden. De regels voorzien in een gezamenlijke oppervlakte van aan- en/of uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen van maximaal 110 m² per bouwperceel en een gezamenlijke oppervlakte van vrijstaande bijgebouwen van maximaal 50 m².
De omvang van de onderliggende bouwpercelen, circa 1.380 m en circa 1.260 m² (exclusief strook met ontsluitingsweg naar achterliggende agrarisch perceel met oppervlak van circa 240 m²) en de daaruit af te leiden achtererfgebieden en bebouwingsgebieden, staan de aanwezigheid van genoemde bijbehorende bouwwerken vergunningvrij toe (maximaal 150 m² per woning). De nieuw te bouwen bouwvolume krijgt een met de huidige woning vergelijkbare uitstraling en is daarmee passend in de lintbebouwing aan de Hoeveweg. Met het planvoornemen neemt de hoeveelheid bebouwing en verharding beperkt toe. Daarnaast is een extra inrit vanaf de Hoeveweg noodzakelijk. Bij de woningen is op eigen terrein voldoende ruimte beschikbaar om te voorzien in de parkeerbehoefte.
Situering toekomstige bebouwing t.o.v. bestaande bebouwing en ligging parkeerplaatsen Hoeveweg 18
bestemmingsplan Hoeveweg 18 Balgoij - toelichting
13
3.3
Functionele structuur
Door het planvoornemen blijft ter plaatse de woonfunctie van kracht. Echter wordt deze niet langer ingevuld door een enkele vrijstaande woning, maar door twee halfvrijstaande woningen en tijdelijk een mantelzorgwoning. De beide halfvrijstaande woningen zullen bewoond worden door (het huishouden van) twee broers. Zij nemen samen de mantelzorg voor hun ouders op zich. De ouders nemen daartoe hun intrek in de mantelzorgwoning. De om de woningen liggende gronden mogen gebruikt worden als tuin en erf. Op dit erf worden per woning 3 parkeerplaatsen gerealiseerd, om te voldoen aan de gemeentelijke parkeernorm voor halfvrijstaande woningen in Balgoij (‘rest bebouwde kom’ in ‘weinig stedelijk gebied’) van 2,7/afgerond 3 parkeerplaatsen per woning. Aan de westzijde van het plangebied resteert een pad naar het achterliggende agrarische perceel. Hiervan zal slechts sporadisch gebruik gemaakt worden. In verband met de bereikbaarheid van het agrarische perceel moet het pad vooralsnog wel in stand gehouden worden. Mocht het agrarische perceel in de toekomst worden samengevoegd met andere agrarische percelen en het pad voor de ontsluiting niet meer nodig zijn, dan kan de betreffende strook grond aan het woonperceel van de westelijke woning worden toegevoegd.
3.4
Duurzaam en innovatief
De nieuw te bouwen woningen zullen qua bouw en ook qua gebruik duurzaam worden uitgevoerd: ✓ met ingang van 1 januari 2020 moeten alle nieuwe woningen bijna energie neutrale gebouwen (BENG) zijn, zo ook de beide te realiseren halfvrijstaande woningen; ✓ het bouwbesluit stelt meerdere eisen aan de energiezuinigheid van nieuwe woningen. De belangrijkste daarvan is de energie prestatie coëfficiënt (EPC). Bij het ontwerp van de woningen zal nadrukkelijk worden gekeken naar de mogelijkheden om warmte terug te winnen en te werken met een warmtewisselsysteem. Dit systeem kan door middel van zonnepanelen worden voorzien van energie; ✓ gevels, daken, beglazing en vloeren moeten gaan voldoen aan thermische isolatie-eisen (Rc). In combinatie met een goed ventilatiesysteem moet dit uiteindelijk gaan zorgen voor de juiste balans in luchtkwaliteit, wooncomfort en energieprestatie van de woningen en leiden tot lagere energiekosten.
bestemmingsplan Hoeveweg 18 Balgoij - toelichting
14
3.5
Landschappelijke inpassing
In de bestaande situatie is de woning Hoeveweg 18 al van een goede landschappelijke inpassing voorzien. Op het perceel zijn diverse bomen aanwezig. Grotendeels betreft dit fruitbomen, als appel, noot, peer, pruim, perzik en kers, maar ook gaat het om een enkele wilg en spar. In het kader van het planvoornemen kan de bestaande landschappelijke inpassing voor het grootste deel intact blijven. Enkel aan de straatzijde, waar de bestaande woning wordt vervangen door twee nieuwe halfvrijstaande woningen, is beperkte aanpassing noodzakelijk. Hier verdwijnen een wilg en een spar, daarvoor in de plaats worden nieuwe (beuken-)hagen geplaatst. De beide bestaande notenbomen aan de straatzijde blijven wel behouden. De notenbomen in de voortuin zijn karakteristiek voor de plek en essentieel voor de groene uitstraling. De nieuwe hagen bakenen de woonpercelen af richting de openbare weg. Doordat het merendeel van de bomen behouden blijft, kan het karakter van ‘wonen tussen het groen’ gehandhaafd blijven. In de landschappelijke inpassing zijn ook de 3 parkeerplaatsen per woning opgenomen. Deze kunnen worden gerealiseerd binnen de hagenstructuur om de beide nieuwe woningen. Een overzicht van de bestaande en toekomstige landschappelijke inpassing is als bijlage bij de toelichting beschikbaar.
Toekomstige landschappelijke inpassing
bestemmingsplan Hoeveweg 18 Balgoij - toelichting
15
4
BELEIDSKADER
4.1
Rijksbeleid
4.1.1 Nationale Omgevingsvisie Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk richting aan de grote opgaven die de inrichting van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van ongeveer 1 miljoen nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen, zoals: ✓ bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving ✓ waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving ✓ zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte Met het oog op het planvoornemen zijn de volgende keuzes van belang: ✓ Duurzame energie inpassen met oog voor omgevingskwaliteit: de komende jaren krijgt iedereen te maken met de overstap naar duurzame energie.
Om de schaarse ruimte goed te benutten, wordt ervoor gekozen zonnepanelen in eerste instantie op daken en aan gevels te plaatsen en pas daarna in landelijk gebied ✓ Ruimte voor overgang naar een circulaire economie: de economie verandert en staat voor een overgang naar een circulaire en CO2-neutrale energievoorziening. Hergebruiken van grondstoffen en materialen en benutten van duurzame energiebronnen wordt steeds belangrijker. De inrichting van de leefomgeving moet een aantrekkelijk vestigingsklimaat zoveel mogelijk bevorderen. Een aantrekkelijke leef- en woonomgeving voor de werknemers geeft Nederland een goede positie in de internationale concurrentie ✓ Woningbouw in een stedelijk netwerk van gezonde en groene steden: er wordt zoveel mogelijk gebouwd binnen bestaand stedelijk gebied, zodat open ruimtes en groen tussen steden behouden blijft. De nieuwe woningen moeten betaalbaar en goed bereikbaar zijn. Bewoners moeten tevens een prettige, gezonde en veilige leefomgeving ervaren ✓ Landgebruik meer in balans met natuurlijke systemen: het landschap van Nederland is deel van de identiteit.
Om te kunnen blijven genieten van het mooie landschap moet behoud van de kwaliteit van het landschap sterker meewegen in de keuzes die worden gemaakt Planvoornemen in relatie tot omgevingsvisie Het planvoornemen voorziet in de bouw van 2 woningen op de plaats waar nu nog 1 woning is gelegen, bij gelijkblijvend ruimtebeslag. Daarbij wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van duurzame materialen en duurzame energiebronnen. Op de daken van de woningen worden zonnepanelen geplaats. Het planvoornemen volgt daarmee de NOVI.
bestemmingsplan Hoeveweg 18 Balgoij - toelichting
16
4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden. Inmiddels zijn meerdere wijzigingen van het Barro in werking getreden, waarvan de laatste in 2020. In het Barro zijn de nationale belangen, die juridische borging vereisen, opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in bestemmingsplannen. In totaal gaat het om dertien nationale belangen, waarvan er echter geen enkele concreet betrekking heeft op het plangebied. Planvoornemen in relatie tot besluit Door het ontbreken van nationale belangen binnen het plangebied, legt het Barro geen beperkingen op aan het planvoornemen. 4.1.3 Conclusie Het planvoornemen past binnen het Rijksbeleid, zoals vastgelegd in de NOVI en het Barro.
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Op 19 december 2018 is de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. In deze Omgevingsvisie zet de provincie in op een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. De focus ligt op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. De Omgevingsvisie bevat thematische visieschetsen. Deze schetsen zijn niet bedoeld als geografische plankaart of ontwikkelkaart; ze bieden geen volledig en limitatief beeld. De schetsen zijn wel een grove schets van in het oog springende bestaande en nieuwe initiatieven, kansen, mogelijkheden en ontwikkelingen die de provincie op dit moment ziet vanuit het perspectief van de Omgevingsvisie. De visieschetsen zijn gericht op energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en woon- en leefomgeving. Concrete aanwijzingen voor de locatie Hoeveweg 18 in Balgoij beperken zich in de Omgevingsvisie tot de aanduidingen van ‘windenergie aandachtsgebied’ en op de omliggende gronden van ‘grote zonneparken mogelijk’. Deze komen voort uit de visieschets voor het gesprek over Energietransitie. Deze visieschets duidt de gebieden waar opwekking van zonne-energie en windenergie (onder voorwaarden) momenteel mogelijk is. Planvoornemen in relatie tot omgevingsvisie Bij het planvoornemen zijn duurzaam materiaal- en energiegebruik belangrijke uitgangspunten.
Het gebruik van duurzame bouwmaterialen en energieopwekking door zonnepanelen zijn onderdeel van de planvorming. Daarmee wordt op bescheiden schaal bijgedragen aan de nagestreefde energietransitie en circulaire economie. De beide woningen uit het planvoornemen beschikken over een goede woonen leefomgeving.
bestemmingsplan Hoeveweg 18 Balgoij - toelichting
17
4.2.2 Omgevingsverordening Gelderland De Omgevingsverordening is een van de instrumenten om de ambities uit Omgevingsvisie te realiseren. In de verordening zijn alleen regels opgenomen als dit nodig is om de provinciale ambities waar te maken of wettelijke plichten na te komen. Net als de Omgevingsvisie richt de Omgevingsverordening zich op de inrichting en kwaliteit van de Gelderse leefomgeving. In de Omgevingsverordening zijn onder meer instructies voor woonlocaties opgenomen. Instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda 1. Een bestemmingsplan maakt nieuwe woningen alleen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. 2. Als een ontwikkeling niet past binnen de vigerende regionale woonagenda, kan een bestemmingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda nieuwe woningen toch mogelijk maken onder de volgende voorwaarden: a. er wordt voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking; b. de ontwikkeling past binnen het meest recente provinciale beleid; c. er heeft aantoonbaar regionale afstemming plaatsgevonden over deze ontwikkeling, en d. Gedeputeerde Staten stemmen in met deze ontwikkeling. Voor de gemeente Wijchen is de “Woonagenda Subregio Nijmegen en omstreken 2020-2030” richtinggevend.
Op basis van deze woonagenda bestaat de woningbouwopgave voor de gemeente Wijchen kwantitatief uit de bouw van circa 1.430 woningen in de periode 2020 tot 2030. De afspraak is om tot 130% van de opgave aan plancapaciteit te reserveren. Voor Wijchen betekent dit het maken van plannen voor ruim 1.850 woningen voor de periode tot 2030. Kwalitatief moeten woningbouwplannen zoveel mogelijk bijdragen aan de volgende uitgangspunten: 1. inspelen op de kwalitatieve woningbehoefte (sociale woningbouw goedkoop, middeldure huur, levensloopbestendig, woningen voor kleine huishoudens) 2. transformatie-en herstructureringsopgaven van overtollig of verouderd vastgoed 3. inbreiding gaat voor uitbreiding 4. innovatieve en flexibele woonvormen en woonmilieus 5. versterking ruimtelijk-maatschappelijke kwaliteit (behoud van cultureel erfgoed, versterking van het openbaar groen of natuur en landschap in de bebouwde kom, bijzondere architectonische kwaliteit)
bestemmingsplan Hoeveweg 18 Balgoij - toelichting
18
Met de realisering van per saldo 1 extra woning draagt het planvoornemen op bescheiden schaal bij aan de kwantitatieve woningbouwopgave van Wijchen. Daarnaast wordt ook invulling gegeven aan de kwalitatieve woningbehoefte. De woningen worden levensloopbestendig uitgevoerd en ingezet voor mantelzorg. Met de woningen uit het planvoornemen wordt in een bestaande woningbehoefte voorzien. De toekomstige bewoners van de woningen zijn voorafgaand aan de bouw daarvan al bekend. De woningen worden verder duurzaam en innovatief gebouwd. Zo krijgen de woningen een duurzame installatie, wordt voorzien in duurzame energie (zonnepanelen) en hoge isolatiewaarden. Door de landschappelijke inpassing met afschermende beplanting worden tot slot ook natuur en landschap ter plaatse versterkt. De woningbouw past derhalve binnen de regionale woonagenda, waarmee ook voldaan wordt aan de instructieregel uit de Omgevingsverordening. 4.2.3 Conclusie Het planvoornemen past binnen het provinciaal beleid, zoals vastgelegd in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en de Omgevingsverordening Gelderland.
4.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
Vanuit Rijk en provincie wordt een zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte bevorderd. Hiervoor is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd en als procesvereiste opgenomen in artikel 3.6.1 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. In casu is sprake van de bouw van 1 extra woning op een bestaand woonperceel. Gelet op jurisprudentie rond de ladder voor duurzame verstedelijking is dan geen sprake van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Eerder zijn woningbouwprojecten met acht en tien woningen niet als een nieuwe stedelijke ontwikkeling gekwalificeerd. Daarnaast is ook geen sprake van het in gebruik nemen van een nieuwe onbebouwde locatie buiten bestaand stedelijk gebied. De ladder hoeft in dit geval niet doorlopen te worden.
bestemmingsplan Hoeveweg 18 Balgoij - toelichting
19
4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1 Structuurvisie Wijchen De uit 2009 daterende Structuurvisie Wijchen geeft een overzicht van de verwachte ontwikkelingen binnen de gemeente Wijchen. De gemeente gaat uit van een compacte groei en het benutten van de potenties van bestaand stedelijk gebied zonder daarbij de bestaande kwaliteit aan te tasten, in combinatie met een vitaal platteland en sterke kleine kernen. De gemeente Wijchen wil de bestaande, goede kwaliteit van de woon- en leefomgeving ook in de toekomst behouden. Dit gebeurt door: ✓ Behoud en versterking van de woon- en leefomgeving, onder meer door afstemming tussen ruimtelijke ordening en milieu. Behoud van deze hoge kwaliteit is van essentieel belang ✓ Dorp- en wijkontwikkelingsplannen. Voor de kleine kernen worden dorpontwikkelingsplannen opgesteld. Hiermee wordt aan het dorp zelf de gelegenheid geboden om een integraal beleidskader te scheppen voor het in stand houden en verder vormgeven van de leefbaarheid van de kernen. Met betrekking tot ‘wonen’ worden de volgende accenten gelegd: ✓ Een structurele aanpak van het tekort aan huisvesting voor jongeren, starters en ouderen op korte termijn door deze groepen voorrang te geven in de verschillende woningbouwprogramma’s ✓ Nieuwe woningen in het buitengebied alleen in geval van functieverandering of landgoederen in het kader van de Natuurschoonwet.
Het buitengebied is in principe niet de plek om (grote hoeveelheden) nieuwe woningen toe te voegen. Enkel indien er sprake is van een ruimtelijke kwaliteitsverbetering als gevolg van functieverandering van voormalige (agrarische) bedrijfsgebouwen of landgoedontwikkeling overeenkomstig de Natuurschoonwet bestaan er mogelijkheden voor woningbouw in het buitengebied. Die woningbouw dient dan wel aan te sluiten bij het landschap en de structuur van het buitengebied. Aansluitend aan de dorpsrandgebieden zijn meer mogelijkheden voor woningbouw of andere niet-agrarische functies zoals kleinschalige werkfuncties en recreatie Planvoornemen in relatie tot structuurvisie Het planvoornemen richt zich op woningen in een mantelzorgconstructie. Door deze mantelzorgconstructie wordt aan ouderen de mogelijkheid geboden in de bekende woonomgeving te blijven wonen. Het planvoornemen draagt bij aan een ruimtelijke kwaliteitsverbetering doordat de bouw gepaard gaat met de sloop van een verouderde woning, die niet meer aan de eisen van deze tijd voldoet. Daarmee past het planvoornemen binnen de Structuurvisie.
bestemmingsplan Hoeveweg 18 Balgoij - toelichting
20
4.4.2 Woonvisie 2025 - "Thuis in Wijchen" De Woonvisie 2025 "Thuis in Wijchen", vastgesteld door de gemeenteraad op 8 juni 2017, is het richtinggevend kader voor het gemeentelijk woonbeleid tot 2015. Dit richtinggevend kader is gestoeld op twee principes: ✓ Versterk het thuisgevoel! ✓ Kijk verder dan de trends van nu! De focus ligt daarbij op de doelgroep van jongeren (tot 23 jaar), sociale huur, middeninkomens, vitale senioren en mensen met een zorgvraag. Daaruit volgt een focus op de realisatie van meer kleine en goedkope woningen voor één-en tweepersoonshuishoudens. Dit betreft zowel koop-als huurwoningen en deze kunnen flexibel van aard zijn. De norm om 10% van het contingent te reserveren voor kleinschalige woningbouwinitiatieven blijft behouden en wordt aangescherpt tot maximaal 4 woningen. In de woonvisie zijn de volgende kwalitatieve uitgangspunten bij toevoegingen of veranderingen aan de voorraad opgenomen: ✓ de (lokale) behoefte is leidend. Plannen moeten in aantallen én programmering aansluiten bij de behoefte ✓ nieuwbouw moet bijdragen aan de identiteit van een wijk of dorp. Daarbij gaat het om zowel de ruimtelijke kwaliteit als de sociale kwaliteit ✓ vervanging en verbetering van bestaande bebouwing, gaat vóór uitbreiding ✓ kleinschalige en gefaseerde woningbouw heeft de voorkeur.
Dat vergroot de kansen om in te kunnen spelen op veranderingen in de vraag en innovatie en duurzaamheid op de woningmarkt te bevorderen ✓ type woningen en woonvormen die er nu nog niet of onvoldoende zijn binnen de gemeente Wijchen hebben de voorkeur ✓ waar mogelijk energieneutraal en gasloos ✓ nieuwbouw is alleen mogelijk wanneer dat de bestaande situatie in de wijk of het dorp verbeterd ✓ flexibele woonconcepten zijn mogelijk om in te spelen op de verwachtingen op lange termijn Planvoornemen in relatie tot woonvisie Het planvoornemen valt binnen het contingent voor kleinschalige woningbouwinitiatieven. Het betreft een woningbouwlocatie voor 2 woningen. Op deze locatie wordt de bestaande woning gesloopt en vervangen door 2 woningen. Voor de woningen zijn de toekomstige bewoners al concreet bekend. De woningen voorzien in een lokale behoefte. Het planvoornemen voorziet in vervanging van bestaande bebouwing, kleinschalige woningbouw en duurzame en innovatieve woningen. De bestaande situatie verbetert doordat de verouderde bestaande woning verdwijnt.
bestemmingsplan Hoeveweg 18 Balgoij - toelichting
21
4.4.3 Dorpsontwikkelingsplan Balgoij, “Un durpke an de Moas” De leefbaarheid van de kleine kernen is sinds jaren een belangrijk thema. Dit heeft geleid tot het ontwikkelen van dorpsontwikkelingsplannen (DOP). Het DOP Balgoij is in 2011 opgesteld. De DOP voor de kernen in de gemeente Wijchen omvatten een integraal beleidskader voor het in stand houden en verder vormgeven van de leefbaarheid van de kernen, gebruikmakend van creatieve burgerparticipatie. De in het DOP opgenomen visie op ‘wonen’ richt zich met name op het behouden van een leefbare woonomgeving met voldoende inwoners om de belangrijkste voorzieningen in stand te houden. Behoud van kleinschaligheid van het dorpskarakter en van het dorpsaangezicht. Daar bij zijn de zichtlijnen vanaf de dijk naar het dorp en vanaf de dorpswegen naar buiten toe belangrijk. Een toename van de woonmogelijkheden wordt onder meer gezien via de lijn ’toestaan van splitsing van bestaande woningen en niet alleen slechts voor mantelzorg’. Bij het binnen de kernen bouwen van woningen gaat de voorkeur uit naar lintbebouwing boven kernbebouwing. Planvoornemen in relatie tot DOP De woningsplitsing conform het planvoornemen past binnen het DOP. Daarbij betreft het een ontwikkeling binnen de lintbebouwing aan de Hoeveweg. Door het planvoornemen kunnen op het bestaande woonperceel voorlopig 3 en op termijn 2 huishoudens gehuisvest worden.
Dit draagt bij aan het instandhouden van een leefbare woonomgeving, zonder dat daarbij het kleinschalige dorpskarakter wordt aangetast. 4.4.4 Welstand Het plangebied is gelegen binnen een gebied waar extra criteria gelden voor welstand. Bij het uitwerken van de bouwplannen zal hiermee rekening worden gehouden. In het vergunningentraject zullen de uitgewerkte bouwplannen worden getoetst aan genoemde criteria. 4.4.5 Conclusie Het planvoornemen past binnen het gemeentelijk beleid, zoals vastgelegd in de Structuurvisie, Woonvisie en DOP.
bestemmingsplan Hoeveweg 18 Balgoij - toelichting
22
5
UITVOERINGSASPECTEN
5.1
Milieuaspecten
5.1.1 Geluid Wet geluidhinder Ten aanzien van geluid zijn de regels uit de Wet geluidhinder (Wgh) van toepassing. De Wgh voorziet in onderzoekszones en bevat tevens geluidsnormen en richtlijnen met betrekking tot de toelaatbare geluidsniveaus van geluidsbronnen. Indien een ruimtelijke ontwikkeling een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron dient volgens de Wgh een akoestisch onderzoek plaats te vinden. Wegverkeerslawaai In de Wgh is bepaald welke wegen zoneplichtig zijn en welke omvang de zone van de betreffende weg heeft. Indien nieuwe woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen binnen een dergelijke zone worden gerealiseerd, dient een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd waaruit blijkt dat aan de hoogst toelaatbare geluidsbelasting op de gevel, als opgenomen in de Wgh c.q. het Besluit geluidhinder, kan worden voldaan. Indien een nieuwe woning of andere geluidsgevoelige functie niet is gelegen binnen de zone van een zoneplichtige weg, moet in het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), toch aangetoond worden dat sprake is van een qua geluid goed woonen leefklimaat. Het planvoornemen voorziet in de bouw van twee woningen aan de Hoeveweg. Omdat de Hoeveweg ter plaatse een maximum snelheid kent van 30 km/uur en daardoor niet zoneplichtig is, is onderzoek in het kader van de Wgh niet aan de orde.
Wel moet aangetoond worden dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat, in relatie tot de functie van de Hoeveweg. De Hoeveweg fungeert enkel als lokale ontsluitingsweg voor het noordelijke deel van de kern Balgoij en een klein gedeelte aansluitend buitengebied. Van een doorgaande verkeersfunctie is geen sprake. Gelet op de beperkte omvang van de kern Balgoij en het beperkte aantal functies in het buitengebied dat ontsluit op de Hoeveweg, is ook de lokale ontsluitingsfunctie beperkt. Dit zal zijn weerslag hebben op de etmaalintensiteiten en het aandeel daarbinnen van middelzwaar en zwaar verkeer; deze etmaalintensiteiten en genoemd aandeel zullen zeer beperkt zijn. De beperkte intensiteiten, de maximum snelheid van 30 km/uur en het ontbreken van doorgaand verkeer rechtvaardigen de verwachting dat ter plaatse van het plangebied aan de Hoeveweg sprake zal zijn van een qua geluid goed woon- en leefklimaat.
bestemmingsplan Hoeveweg 18 Balgoij - toelichting
23
Industrielawaai Het aan de overzijde van de Hoeveweg liggende transportbedrijf betreft eveneens een geluidsbron. Akoestisch onderzoek moet uitwijzen of bij de beide nieuwe woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en of het bedrijf in zijn bedrijfsvoering wordt belemmerd door de extra woning. Derhalve is een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd. De bevindingen van dit “Akoestisch onderzoek industrielawaai Hoeveweg 18 te Balgoij” (G&O consult, 2021) luiden als volgt: ✓ Ter hoogte van de gevels van de beoogde woning wordt voldaan aan het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van 50 dB(A) etmaalwaarde. Het maximaal geluidsniveau wordt ter hoogte van de beoogde woning wel overschreden. Ter hoogte van de woningen aan de Hoeveweg 7 en 9 wordt het maximaal geluidsniveau tevens ook overschreden. ✓ De indirecte hinder voldoet in de toekomstige situatie aan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A). ✓ De geluidbelasting ter hoogte van de buitenruimten van de beoogde woning ligt beneden de 50 dB. Hieruit blijkt dat de milieukwaliteit ter hoogte van de beoogde woning als goed kan worden ervaren. ✓ De overschrijdingen van het maximaal geluidsniveau worden veroorzaakt door de piekgeluiden als gevolg van de vrachtwagen die de inrichting op- en af rijd. Redelijkerwijs kunnen maatregelen aan de vrachtwagen niet worden verlangd door de initiatiefnemer.
Een andere maatregel is het plaatsen van een geluidsscherm ter hoogte van de perceelgrens tussen de beoogde woning en de inrichting aan de Hoeveweg 7a. Echter betreft deze ruimte de voortuin van de beoogde woning en de openbare weg. De toetspunten in de avond- en nachtperiode zijn daarnaast gelegen op 5,0 m + mv. Een geluidscherm om de geluidbelasting ter hoogte van de gevels te laten dalen dient derhalve een hoogte van minimaal 5 meter te hebben. Dergelijke schermen stuiten op bezwaren van landschappelijke aard. ✓ Het berekende maximale geluidsniveau ter hoogte van de beoogde woning bedraagt 77 dB in de dag-, avond- en nachtperiode. Opgemerkt dient te worden dat dezelfde waardes zijn berekend ter hoogte van de bestaande woning aan de Hoeveweg 9. Dit houd in dat de overschrijdingen in de huidige situatie ook al voorkomen op een andere woning. Derhalve wordt de inrichting in de beoogde situatie niet verder beperkt in zijn bedrijfsactiviteiten dan in de huidige situatie. ✓ Volgens het Activiteitenbesluit (waar de betrokken inrichting onder valt) dient bij omliggende woningen een maximaal binnenniveau van 55 dB(A) in de dagperiode, 50 dB(A) in de avondperiode en 45 dB(A) in de nachtperiode gewaarborgd te worden. In het Bouwbesluit staat vermeld dat de karakteristieke geluidwering van geveldelen (GA;k) voor bestaande woningen ten minste 20 dB bedraagt.
Met de standaard gevelwering van 20 dB bedraagt het maximale binnenniveau van de beoogde woning 57 dB in de dag-, avond- en nachtperiode, waardoor niet aan het maximaal binnenniveau wordt voldaan. Bij de (her)bouw van de beoogde woning dient derhalve rekening gehouden te worden met een gevelwering waarmee een binnenniveau van 55 dB(A), 50 dB(A) en 45 dB(A) in de dag-, avond- en nachtperiode gewaarborgd kan worden. ✓ Uit de resultaten blijkt eveneens dat de beoogde woning twee geluidluwe gevels heeft waardoor sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voorgesteld wordt om in de regels van het bestemmingsplan de minimum gevelwering op te nemen om te kunnen voldoen aan het binnenniveau uit Artikel 2.17 lid 1 van het Activiteitenbesluit.
bestemmingsplan Hoeveweg 18 Balgoij - toelichting
24
✓ Met de (her)bouw van de beoogde woning worden de bedrijfsactiviteiten van de inrichting aan de Hoeveweg 7a niet verder gehinderd dan in de huidige situatie. Voorgesteld wordt om in de regels van het bestemmingsplan de minimum gevelwering op te nemen om een aanvaardbaar binnenniveau te waarborgen. ✓ Ten aanzien van de beoogde woning en de buitenruimten bedraagt de geluidsbelasting voor de huidige en toekomstige situatie minder dan 50 dB(A): er is derhalve sprake van een goed woon- en leefklimaat. Conform het voorstel is in de regels een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Deze bepaalt dat de geluidwering van de te herbouwen woning moet voldoen aan het binnenniveau uit artikel 2.17 lid 1 van het Activiteitenbesluit. Het akoestisch onderzoek industrielawaai is als bijlage bij de toelichting beschikbaar. 5.1.2 Luchtkwaliteit Wet luchtkwaliteit, Wet milieubeheer In de Wet luchtkwaliteit is bepaald dat de hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer (Wm). Hoofdstuk 5 van de Wm maakt onderscheid tussen projecten die 'Niet in betekenende mate' (NIBM) en 'In betekenende mate' (IBM) bijdragen aan de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen. In de regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen opgenomen die NIBM zijn.
Deze NIBM-projecten kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Als een project ervoor zorgt dat de concentratie fijn stof of CO2 met meer dan 3% van de grenswaarde verhoogt, draagt het project in betekenende mate bij aan luchtvervuiling en dient er een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd te worden. Bron luchtverontreiniging In het geval een planvoornemen strekt tot het realiseren of wijzigen van bronnen van luchtverontreiniging, die leiden tot een toename van de hoeveelheid luchtverontreiniging, dient onderzoek naar de exacte gevolgen voor de luchtkwaliteit uitgevoerd te worden. Echter als planvoornemen ervoor zorgt dat de concentratie fijn stof of CO2 met minder dan 3% van de grenswaarde wordt verhoogd, draagt het project niet in betekenende mate bij aan luchtvervuiling en hoeft er geen luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd te worden. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen opgenomen, die per definitie niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Daartoe behoren woningbouwlocaties, indien een dergelijke locatie, in geval van één ontsluitingsweg, netto niet meer dan 500 nieuwe woningen omvat, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 1000 woningen omvat.
bestemmingsplan Hoeveweg 18 Balgoij - toelichting
25
In het planvoornemen is sprake van de realisering van één extra woning. Gelet op het gestelde in de Regeling NIBM zal het planvoornemen zeker niet in betekende mate bijdragen aan luchtvervuiling. Een onderzoek naar de gevolgen voor de luchtkwaliteit kan achterwege blijven. Luchtkwaliteit omgeving Voor de kwaliteit van de buitenlucht bestaan verschillende soorten normen. Voor een aantal stoffen in de lucht gelden luchtkwaliteitsnormen op leefniveau (de buitenlucht). Veel van de wettelijke normen komen direct uit Europese richtlijnen. Ze zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer (titel 5.2 en bijlage 2). De normen zijn gesteld ter bescherming van de gezondheid van de mens. Het ontstaan van nieuwe knelpunten moet worden voorkomen. De geldende luchtkwaliteit nabij het plangebied kan globaal afgeleid worden uit beschikbare informatie aan de hand van: ✓ de grenswaarde voor het jaargemiddelde van de fijnstofconcentratie van 40 μg/m3; ✓ de grenswaarde voor het jaargemiddelde van de concentratie van stikstofdioxide van 40 μg NO2/m3). Uit de gegevens van de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten is navolgende informatie af te leiden: ✓ de jaargemiddelde fijnstofconcentratie in 2020 (gegevens 2020) ligt onder de 18 μg/m3 (ca. 15,7).
Deze blijft daarmee onder de norm van 40 μg/m3; ✓ de jaargemiddelde concentratie van stikstofdioxide in 2020 (gegevens 2020) ligt tussen de 10 en 15 μg NO2/m3 (ca. 11,4). Deze blijft daarmee onder de norm van 40 μg/m3. Daarmee kan gesteld worden dat ter plaatse sprake is van een voldoende tot goede luchtkwaliteit.
5.1.3 Bodemkwaliteit Besluit ruimtelijke ordening Op basis van artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening zijn gemeenten verplicht om in de onderbouwing van een nieuwe ontwikkeling een paragraaf over de bodemkwaliteit op te nemen. In deze paragraaf dient gemotiveerd te worden of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van de bodem. Uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening is dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming en de daarin toegestane gebruiksvormen. Bodemkwaliteit ter plaatse van de woningen Voorafgaand aan het vaststellen van het bestemmingsplan moet het duidelijk zijn dat de bodem geschikt is voor de voorgenomen bestemming en dat het plan geen financiële risico’s heeft met betrekking tot de haalbaarheid en uitvoerbaarheid. Het planvoornemen voorziet binnen de geldende woonbestemming in de vervanging van de bestaande vrijstaande woning door twee halfvrijstaande woningen. De bestaande woning met bijbehorende bouwwerken wordt daarbij grotendeels gesloopt. Alleen een recent gerealiseerde schuur blijft behouden. Verkennend bodemonderzoek is noodzakelijk om aan te tonen dat de betreffende gronden na de sloop van de bestaande bebouwing geschikt is voor de bouw van de beoogde twee woningen.
bestemmingsplan Hoeveweg 18 Balgoij - toelichting
26
Derhalve is een verkennend bodem- en asbestdruppelzone-onderzoek verricht aan de Hoeveweg 18 te Balgoij. Uit dit “Verkennend bodem- en asbestonderzoek Hoeveweg 18 te Balgoij” (Montferland Milieu, 2021) kan het volgende worden geconcludeerd: ✓ Tijdens het veldwerk is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging. Hierbij zijn geen indicaties waargenomen die hierop duiden. ✓ In het grondwater is geen van de onderzochte stoffen aangetroffen in een concentratie boven de achtergrondwaarde of de detectiegrens van de desbetreffende stof. ✓ In geen van de geanalyseerde parameters in zowel grond als grondwater is de waarde voor nader onderzoek (tussenwaarde) en/of de interventiewaarde overschreden. ✓ Uit de onderzoeksresultaten kan geconcludeerd worden dat er op de locatie geen ernstige bodem- of grondwaterverontreinigingen aanwezig zijn. De vastgestelde waarden overschrijden enkel de achtergrondwaarde, wat duidt op enkel lichte (natuurlijke) verontreiniging. ✓ De tevoren gestelde hypothese ‘De gehele onderzoekslocatie kan op basis van het vooronderzoek als niet-verdacht worden beschouwd’ dient te worden verworpen. ✓ Het verkennend asbestonderzoek (druppelzone) zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. In de grove fractie van de bodem is geen asbest aangetroffen.
In het mengmonster van de fijne fractie is een gehalte van <0,5 mg/kg d.s. aangetoond. Het mengmonster bevindt zich onder het criterium voor nader onderzoek (50 mg/kg d.s.) en een nader onderzoek is derhalve niet noodzakelijk. ✓ De tevoren gestelde hypothese “verdacht” op basis van het vooronderzoek voor de onverharde afwateringszones wordt verworpen. ✓ De kwaliteit van zowel de grond (MM04 en MM05) is getoetst aan het ‘Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie’ (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, kenmerk: IENW/BSK2020/126356, d.d. 2 juli 2020) landbodem generiek: De kwaliteit van de bovengrond voldoet aan de eisen voor klasse ‘achtergrondwaarde’ en is vrij toepasbaar. Op basis van het onderzoek kan worden geconcludeerd dat er circa 750 m³ licht verontreinigde grond (klasse NT>Industrie) is met Organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB). Geadviseerd wordt om de licht verontreinigde grond met OCB van de locatie te verwijderen en vervolgens middels uitkeuring aan te tonen dat de resterende grond aan bodemkwaliteit ‘Wonen’ voldoet. Het uitgevoerde bodemonderzoek is beoordeeld door de Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN). Op basis van de ingediende gegevens wordt geconcludeerd dat de locatie geschikt is voor het beoogde gebruik.
De verontreiniging met OCB vormt geen belemmering voor het beoogde gebruik van de locatie, maar er zijn wel aanvullende voorwaarden van toepassing: ✓ Bij grondwerkzaamheden mag de met OCB verontreinigde grond niet vermengd worden met de andere grond. ✓ Als grond wordt afgegraven, moeten bodemlagen van verschillende kwaliteit gescheiden van elkaar worden ontgraven, opgeslagen en afgevoerd.
bestemmingsplan Hoeveweg 18 Balgoij - toelichting
27
Het indienen van een saneringsplan is hiervoor niet vereist. Ten behoeve van de bestemmingswijziging zijn geen aanvullende acties noodzakelijk. Het bodem- en asbestdruppelzone-onderzoek en het Advies van de ODRN zijn als bijlagen bij deze toelichting beschikbaar. 5.1.4 Geur Wet geurhinder en veehouderij Het geurbeleid voor bedrijven in de agrarische sector is bepaald in de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) en de bijbehorende Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv). In deze wet worden normen gesteld voor de geurbelasting die een veehouderij (het dierenverblijf, niet de opslag van bijproducten e.d.) mag veroorzaken op een geurgevoelig object. Deze belasting wordt berekend en getoetst aan de hand van een verspreidingsmodel (V-stacks model). Dit geldt echter alleen voor dieren waarvoor geuremissiefactoren zijn opgenomen in de Rgv. Voor dieren zonder emissiefactor gelden minimaal aan te houden afstanden. Aangetoond dient te worden of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plekke van het plangebied. Daarnaast dient gekeken te worden of de nieuwe woonbestemming beperkingen in de bedrijfsvoering en/of ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen veehouderijen geeft. Aangepaste geurnorm In 2013 wees geuronderzoek uit, dat op locatie Hoeveweg 13 (schuin tegenover het plangebied) een odeur van 5,6 aanwezig was, terwijl de norm in de bebouwde kom destijds 2,0 was.
Binnen de verstedelijkingscontour voldeed toen in Balgoij overigens geen enkele locatie aan de geldende norm. Uit toentertijd gehouden inspraak bleek voldoende draagvlak voor het accepteren van 5,6 odeur op de locatie Hoeveweg. Een geurbelasting van 5,6 Ou/m3 werd als passend bij de aard en het karakter van Balgoij gezien. Huidige en toekomstige bewoners nemen dit gegeven bewust mee in hun afweging om al dan niet in Balgoij te wonen. Ondanks dat de locatie Hoeveweg binnen de verstedelijkingscontour lag en van extensief in intensief gebruik veranderde, waarbij echter het aantal gehinderden slechts beperkt toenam, was het op basis van voorgaande te verantwoorden af te wijken van de vigerende norm van 2,0. De gemeenteraad heeft daarop in 2013 besloten de geurnorm ter plaatse aan te passen tot 5,6 odeur. Door het toestaan van een hogere geurbelasting werd bovendien voorkomen dat de omliggende agrarische bedrijven in hun bedrijfsvoering worden beperkt. Aangezien het aantal gehinderden in Balgoij slechts zeer beperkt toeneemt door de bouw van één extra woning en destijds al geoordeeld is dat een geurnorm van 5,6 ter plaatse aanvaardbaar is, wordt er op vergelijkbare wijze vanuit gegaan dat ook voor de locatie Hoeveweg 18 een geurnorm van 5,6 odeur aanvaardbaar is. Van geurhinder voor de te bouwen nieuwe woningen is daarmee geen sprake.
bestemmingsplan Hoeveweg 18 Balgoij - toelichting
28
5.1.5 Externe veiligheid Besluit externe veiligheid inrichtingen/buisleidingen/transportroutes en Regeling Basisnet Externe veiligheid betreft de beheersing van de risico's en richt zich op het gebruik, de opslag, de productie en het transport van gevaarlijke stoffen. De normen voor externe veiligheid worden uitgedrukt in plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico (GR). Om de risico's bij een mogelijke calamiteit te beperken dient er bij nieuwbouw een fysieke afstand te worden gehouden tussen (beperkt) kwetsbare objecten en risicobronnen. Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een risicobron bevindt, overlijdt door een ongeval met de risicobron. Het PR is daarmee de risicomaat om het beschermingsniveau voor de individuele burger uit te drukken. Het toetsingscriterium is in veel gevallen een PR van 10-6. PR wordt inzichtelijk gemaakt door vaste contouren rondom een risicobron. Het groepsrisico (GR) geeft aan wat de kans is op een ongeval met 10 of meer dodelijke slachtoffers in de omgeving van de beschouwde risicobron. Voor het GR geldt geen harde norm, maar een oriëntatiewaarde. De effecten van de ontwikkeling worden in een curve weergegeven en vergeleken met de curve van de oriëntatiewaarde.