Bijlage 2 - Nota Beantwoording zienswijzen RES 2.0
Tekst van het document
Gemeente
Indiener
Zienswijze
Gelderland algemeen
Inwoner
In ons land is groot tekort aan ruimte voor landbouw, woningbouw, natuur, infrastructuur en energie. Groene energie uit wind en zon vraagt heel veel ruimte ten koste Dank voor uw uiteenzetting. Energiebesparing is en blijft belangrijk in de energietransitie. De overheid stimuleert dat van natuur en milieu. Ook wordt door windmolens en zonneweides langdurig ruimte onttrokken aan ruimtelijke knelpunten voor de hoognodige woningbouw. Daarom volop, bijvoorbeeld via subsidies vanuit gemeenten voor het isoleren van woningen. is het nodig om uiterst behoedzaam om te gaan met de kostbare ruimte die nog over lijkt te zijn. Voorlopig is het beter om in te zetten op besparing aan energie dan om ruimte in het landschap voor langere tijd op te offeren aan de alsmaar groeiende vraag naar stroom door bijvoorbeeld datacenters.
Antwoord
Gelderland algemeen
Inwoner
Ook begint er steeds meer bekend te worden over de gezondheidsschade die door het geluid van windmolens bij omwonenden wordt aangebracht, ook bij hen die buiten de geldende contouren van de als aanvaardbaar geachte hinder woonachtig zijn. Deze schade wordt veroorzaakt door verstoring van nachtrust door het nachtelijk windmolenlawaai leidend tot stress, hoge bloeddruk, cardiologische klachten en concentratieverlies overdag. De grotere hinder ’s nachts komt niet alleen doordat andere geluidsbronnen ‘s nachts minder aanwezig zijn, maar ook doordat het ’s nachts op de hoogte van de windmolenwieken juist harder waait dan overdag en er daardoor meer geluid wordt geproduceerd. Moeten wij ter wille van de toenemende energievraag de gezondheid van onze bevolking op het spel zetten? Ik vind van niet.
Gelderland algemeen
Inwoner
Ik verzoek u om de alternatieven die kernenergie biedt serieus te onderzoeken. Kernenergie is veiliger dan groene energie. Alleen al in Nederland zijn er de laatste jaren Dank voor uw betoog. Op dit moment wordt door de provincie Gelderland onderzoek gedaan naar het nut en de monteurs van zonnepanelen overleden door val van het dak of door electrocutie. Hoeveel mensen zijn er wereldwijd overleden door radioactief kernafval? Op deze mogelijkheden van kernenergie in de vorm van kleine modulaire reactoren (SMR's) en welke locaties in Gelderland vraag heb ik tot op heden geen antwoord gekregen, eenvoudigweg omdat ze er niet zijn. Het zogenaamde afvalprobleem van kernenergie bestaat niet, het is een eventueel geschikt zijn voor het plaatsen van een SMR. Bij het onderzoek worden alle milieugevolgen meegenomen. fantoom in de hoofden van de tegenstanders van kernenergie zoals bij WISE en Greenpeace.
Gelderland algemeen
Inwoner
Met kernenergie kunnen we permanente schade door windmolens en zonneweides aan natuur en landschap voorkomen. Kernenergie biedt de mogelijkheid om heel Dank voor uw suggestie. Kernenergie is echter geen onderdeel van de regionale energiestrategieën (RES'en). De RESveel energie op te wekken op een heel klein oppervlak. Het in uw rapport genoemde tekort van 0,3 TWh kan gemakkelijk door één kleine SMR van het formaat zoals die doelen zijn immers vastgesteld voor het jaar 2030 en in de periode tot 2030 kunnen nieuwe kerncentrales simpelweg niet in Dodewaard heeft gestaan, worden geleverd. Daarmee kan in één klap het plaatsen van honderden windmolens worden voorkomen. In tegenstelling tot wat wel worden gerealiseerd. In de periode na 2030 kan kernenergie wellicht een bijdrage leveren aan de energietransitie. wordt beweerd door tegenstanders van kernenergie zijn er in het buitenland (bijvoorbeeld in het VK en in Zuid-Korea) wel degelijk SMR’s beschikbaar. Ik wil geen namen van bedrijven noemen, u kunt ze zelf vinden door even te googlen.
Beuningen
Gemeente Beuningen
Recent is de ontwerp-RES 2.0 Groene Metropoolregio ter inzage gegaan. Op dit moment is het mogelijk om hierop zienswijzen in te dienen. Het college van Beuningen maakt hier graag gebruik van. In deze brief leest u onze reactie op de ontwerp-RES 2.0.
Dank voor uw reactie op de Ontwerp RES 2.0.
Beuningen
Gemeente Beuningen
Lokaal eigendom Het college staat volledig achter het principe van de RES om lokaal eigendom te borgen bij zonne- en windprojecten. Tegelijk uiten we onze zorgen hierover. We zien dat de slagkracht en het uithoudingsvermogen van lokale coöperaties enorm onder druk staat. De aandacht die de RES 2.0 in navolging van de RES 1.0 geeft aan lokaal eigendom is goed maar niet voldoende om lokaal eigenaarschap goed van de grond te krijgen. We zien in de praktijk dat het door de lange procedures en gestegen kosten voor coöperaties moeilijk werken is. Het ontbreekt hen aan ondersteuning, zowel financieel als met kennis of capaciteit. Dat staat haaks op het doel van de RES 2.0 om te werken aan het energiesysteem van de toekomst. Daarin spelen namelijk energiegemeenschappen, en dus energiecoöperaties, een cruciale rol. Voor ons is dat daarom een duidelijk aandachtspunt voor het vervolg na de RES 2.0.
Dank voor uw uiteenzetting. We delen uw zorg, onderschrijven het belang van energiegemeenschappen en energiecoöperaties en nemen het graag mee in onze aanpak en uitwerking van energiegemeenschappen en energiecoöperaties op basis van hoofdstuk 2 'Energiesysteem' onder local-for-local.
Beuningen
Gemeente Beuningen
Project voorbeelden Dank voor deze oproep, we onderschrijven het belang van de principes van de Wereld van B in de RES 2.0. Dit heeft onze Om het toekomstige energiesysteem vorm te geven is anders denken noodzakelijk. Hiervoor is er regionaal een aantal keer gewerkt via de principes van de Wereld van aandacht bij de uitvoer van de RES 2.0 en de bijhorende projecten. B. Het hanteren van die principes biedt voor ons als regio meerwaarde. Bijvoorbeeld doordat gemeenten ruimtelijke projecten aandragen die aan de hand van die principes bekeken worden. Concrete projecten en voorbeelden zijn juist nodig om de inhoud van de RES tastbaar te maken en te leren van elkaar. De RES kan hierin een ondersteunende rol spelen door op projectniveau vraagstukken op te pakken van gemeenten.
Beuningen
Gemeente Beuningen
Tot slot Een heldere oproep, waar we graag gehoor aan geven. Bij de Rijksoverheid wordt er nagedacht over een nieuwe vormgeving van de Regionale Energiestrategie. De planning hiervan is onduidelijk. We hopen dat snel duidelijk is wat dit voor het proces en de inhoud van de RES betekent. We vragen u hier ons zo snel mogelijk over te informeren. Dit is voor het inwerken van de nieuwe colleges en raden van belang.
Beuningen
Gemeente Beuningen
Tot slot zijn we benieuwd naar de reacties die op de ontwerp-RES 2.0 zullen komen. Er ligt een uitgebreid product waar we als regio hard aan hebben gewerkt. We zien Hartelijk dank voor uw zienswijze. de zienswijzen als een verdere verbetering op het plan dat er al ligt.
Wijchen
Inwoner
Ik mis in het ontwerp RES 2.0 de bescherming van een gemeente zoals Wijchen en m.n. Niftrik en nog specifieker de omwonenden en in het bijzonder de direct omwonenden die de dupe dreigen te worden van stapeling van grote tot zeer omvangrijke projecten zoals het 'open' hoogspanningsstation, verbreding A50, verbreding spoor, windparken, waterstofhoofdleiding, verzwaring hoogspanningslijnen, verbreding uiterwaarden etc
Wijchen
Inwoner
In bijlage 2 van het ontwerp RES 2.0 wordt omschreven wat de Gemeente zelf daarover ingediend heeft. In uw ontwerp RES 2.0 komt maar liefst op 25 pagina's het woord 'samenwerking' voor op diverse niveaus, (ik heb niet geteld hoe vaak het woord zelf voorkomt), maar in de beantwoording van de vragen van de Gemeente Wijchen lees ik vooral dat er afgeschoven wordt naar de nationale overheid.
Wijchen
Inwoner
In uw reactie op mijn vraag, ingediend na het volgen van de digitale informatieavond, in hoeverre stapeling meegenomen wordt in de RES 2.0 heb ik onderstaand antwoord ontvangen: Het klopt dat er veel ruimtelijke opgaven samenkomen in het gebied aan de noordzijde van de Maas tussen Niftrik en Batenburg. Het stapelen van die opgaven wordt niet in de RES meegenomen, maar vindt plaats in de besluitvormingsprocessen van de gemeente Wijchen en de provincie Gelderland. Dit omdat de RES zich richt op thematisch/sectoraal beleid (enkel gericht op de regionale energievoorziening), terwijl gemeente en provincie integraal naar het gebied kijken en zo ook zaken als woningbouw, mobiliteit, landbouw, recreatie en andere functies meenemen in hun (ruimtelijke) afwegingen.
Wijchen
Inwoner
Hoeveel ruimte krijgt de Gemeente om hún ruimtelijke afwegingen mee te kunnen nemen als eenieder, of het nu uw ontwerp RES 2.0 is of de plannen van de nationale De Ontwerp RES 2.0 is mede opgesteld door de gemeente Wijchen zelf, in samenwerking met de 15 overige enprovinciale overheid, TenneT, Rijkswaterstaat, ProRail etc. etc., op zijn eigen niveau zijn eigen plan/ontwerp met eigen criteria opstelt, los van alle andere regiogemeenten, de provincie, netbeheerder Liander en de drie regionale waterschappen. Voor het Wijchense opgedrongen ontwikkelingen. Hoe verklaart u dan uw zeer regelmatig terugkerende bewoording van 'samenwerking op diverse niveaus' in uw ontwerp RES 2.0? grondgebied krijgt de gemeente ruimte om haar ruimtelijke afwegingen mee te nemen. Om dit te benadrukken heeft de gemeente Wijchen, net als de andere betrokken overheidsorganen deze Ontwerp RES 2.0 zelf gepubliceerd voor zienswijzen.
Dank voor uw betoog. De meest actuele stand van onderzoek naar de gezondheidseffecten van windturbines is hier te vinden: https://www.helpdeskwindopland.nl/themas/gezondheid/default.aspx. Voor elk windproject wordt een uitgebreid milieuonderzoek uitgevoerd, waarbij alle onderdelen, die raken aan milieu, hinder of gezondheid worden onderzocht. Dit onderzoek (MER) wordt gepubliceerd en u kunt hierop reageren.
Het klopt dat er veel ruimtelijke opgaven samenkomen in het gebied aan de noordzijde van de Maas tussen Niftrik en Batenburg. Het stapelen van die opgaven wordt niet in de RES meegenomen, maar vindt plaats in de besluitvormingsprocessen van de gemeente Wijchen, de provincie Gelderland en het Rijk. Dit omdat de RES zich richt op thematisch/sectoraal beleid (enkel gericht op de regionale energievoorziening), terwijl gemeente, provincie en Rijk integraal naar het gebied kijken en zo ook zaken als woningbouw, mobiliteit, landbouw, recreatie en andere functies meenemen in hun (ruimtelijke) afwegingen. Bij de besluitvorming rond deze ruimtelijke opgaven zal particiupatie en inspraak plaatsvinden. U lijkt specifiek te refereren aan punt 4 van de 6 ingebrachte wensen en bedenkingen op de RES 2024 door de gemeente Wijchen. Dit punt adresseert het hoogspanningstation dat TenneT wenst te ontwikkelen in het gebied tussen Niftrik en Batenburg. Het gaat hier om een vraag vanuit TenneT en het Ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG) aan de gemeente Wijchen en de provincie Gelderland. Vanuit de gemeente Wijchen is ook de RES organisatie gevraagd om mee te denken in dit traject en over deze aanvraag. Deze ondersteuning wordt vanuit de RES organisatie geleverd en georganiseerd.
Wat dat betreft gaat het hier júist om een samenwerking om de inpassing van het hoogspanningstation zo goed mogelijk vorm te geven voor de gemeente Wijchen, de provincie en de regio. Dit klopt helemaal.
Voor plannen van TenneT, Rijkswaterstaat, ProRail etc. (met andere woorden: plannen van de nationale of provinciale overheid) ligt dat anders. In dat geval is er vaak een provinciaal of nationaal belang in het spel, en is de provincie of het Rijk bevoegd gezag, waardoor een gemeente niet alle ruimte krijgt om haar ruimtelijke afwegingen mee te kunnen nemen. De inpassing van het TenneT hoogspanningsstation is zo'n plan met een nationaal belang, waarbij gemeentelijke en regionale (RES) belangen ondergeschikt zijn.
Wijziging
Wijchen
Inwoner
En welke ruimte biedt ú aan de Gemeente Wijchen aangaande de te leveren 'windturbines' los van al die andere opgedrongen ontwikkelingen die allemaal plaats moeten vinden in één en hetzelfde gebied.
Als gezegd is de gemeente Wijchen zelf partij in de RES-samenwerking. Ook hier is dus het antwoord: alle ruimte. Er is in dit geval geen sprake van een opgedrongen ontwikkeling.
Op pagina 4 verwoordt u zo mooi: En onderlinge samenwerking, omdat we weten dat het soms nodig is om in de ene gemeente een windmolen te plaatsen waardoor het in een buurgemeente mogelijk wordt om een woonwijk, innovatieve industrie of ziekenhuis te ontwikkelen.
De gemeente Wijchen heeft samen met de 15 overige gemeenten, de provincie, netbeheerder Liander en de drie regionale waterschappen in 2021 de RES 1.0 opgesteld en besloten om in 2030 binnen de regio 1,62 TWh duurzame elektriciteit op te wekken. De gemeente was vervolgens mede-opdrachtgever van het regionale milieueffectonderzoek en heeft op basis van dat onderzoek haar gemeentelijke Visie Zon & Wind vastgesteld op 2 juli 2024. Meer informatie kunt hier vinden: https://www.wijchen.nl/projecten-energie/visie-zon-en-wind. Er zijn situaties waarbij de provincie de gemeente kan overrulen, maar dat wordt zoveel mogelijk voorkomen door goed overleg. Zie hiervoor de informatie over de windladder op de pagina https://gelderland.nl/themas/duurzaamheid/energietransitie/energie-opwek
Wijchen
Inwoner
Ik merk niets van uw bewoording van 'onderlinge samenwerking' in o.a. onderstaande alinea's uit uw ontwerp RES 2.0. Op pagina 30 spreekt u over: In een van deze gebieden komt dus een windpark en op pagina 54 staat: Om het regionale duurzame opwekbod te halen hebben we alle inbreng van de gemeenten nodig. In de RES 2.0 wordt ook aangegeven wat nog van een aantal gemeenten wordt verwacht
De onderlinge samenwerking in de RES staat of valt met de duurzame elektriciteitsprojecten die in de 16 gemeenten worden vergund en ontwikkeld. De gemeente Wijchen neemt daarin - net als de andere gemeenten - haar verantwoordelijkheid.
Wijchen
Inwoner
Het onderwerp Gedragscode Acceptatie & participatie windenergie op land is waarschijnlijk (afhankelijk wat er onder bepaalde bewoordingen wordt verstaan) een belangrijk initiatief dat in het verleden óók toegepast had moeten worden bij álle aanvragen, wat helaas niet is gebeurd.
Het gaat hier inderdaad zoals u het omschrijft over vóór ieder project. Dat is overigens niet afhankelijk van de Gedragscode Acceptatie & participatie windenergie op land. Het is namelijk ook een eis vanuit de Omgevingswet om participatie van de omgeving in een zo vroeg mogelijk stadium vorm te geven.
In hoeverre wordt deze gedragscode alsnog meegenomen bij initiatieven die al opgestart zijn? Ik heb er echter nog wel vragen en opmerkingen over. -De kern van de gedragscode is dat de omgeving in een zo vroeg mogelijk stadium bij windprojecten wordt betrokken. Voor ieder project wordt in overleg met belanghebbenden en het bevoegd gezag een participatieplan opgesteld, waarmee afspraken over participatie door inwoners vast komen te liggen. Hierbij staat maatwerk centraal. -In een zo vroeg mogelijk stadium is een erg ruim begrip en op diverse manieren te interpreteren. -Voor ieder project, is dat ook daadwerkelijk vóór ieder project? Wijchen
Inwoner
Wie worden verstaan onder de belanghebbende? Ook de (direct) omwonenden, neem ik aan? En worden zij ook vooraf meegenomen om deel te nemen aan de opstelling van een participatieplan of wordt er alleen over hen gesproken en niet met hen? Mijn ervaring tot nu toe met het concept 'participatieplan' en ook met dit concept 'zienswijze' is dat vooral achteraf wordt besproken en bekeken wat er nog evt. wel of niet toegevoegd gaat worden geheel afhankelijk of het in jullie plan/ontwerp past. Mijn verwachting van participatie is dat ik mag deelnemen door betrokkenheid, interesse en vele uren inzet, en daarmee het recht heb om invloed uit te oefenen op beslissingen. Dit heb ik tot nu toe helaas nog niet mogen ervaren.
In de toelichting bij het Omgevingsbesluit is verwoord wat de regering onder participatie verstaat: “Het in een vroegtijdig stadium betrekken van belanghebbenden (burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere overheden) bij het proces van de besluitvorming over een project of activiteit” Voor initiatieven die al zijn opgestart of zelfs al vergund of gerealiseerd zijn, gold het beleid dat destijds van toepassing was. Waaronder het participatiebeleid. In het geval van een project of activiteit (zoals een windpark) zijn (direct) omwonenden altijd belanghebbenden. De vorm waarin participatie plaatsvindt is vrij en ligt bij de initiatiefnemer van een plan. Dat kan dus sterk verschillen per plan en ook per initiatiefnemer. Met de Gedragscode Acceptatie & participatie windenergie op land geven we initiatiefnemers nu een aantal randvoorwaarden mee. We begrijpen uw ervaring dat u graag 'aan de voorkant' meedenkt, in plaats van achteraf. In het geval van een concreet project zoals een windpark, zult u als omwonende ook veel meer 'aan de voorkant' worden betrokken. Bij algemeen regionaal beleid (zoals de RES) is het ondoenlijk om de meer dan 800.000 regio-inwoners aan de voorkant te betrekken.
De participatie voor de RES en het milieueffectonderzoek vindt daarom aan de voorkant plaats met regionaal georganiseerde belangenverenigingen zoals de GGD, Brandweer, Natuur & Milieu Gelderland en ook de NLVOW; de belangenvereniging voor omwonenden windturbines. Voor gemeentelijk beleid, zoals de Visie Zon & Wind Wijchen is de participatie aan de voorkant al lokaler georganiseerd door bijvoorbeeld dorpsverenigingen en -raden te betrekken.
Wijchen
Beuningen
Inwoner
Inwoner
We onderschrijven het belang van deze gedragscode en het gelijke speelveld dat hierdoor ontstaat voor alle initiatiefnemers en projectontwikkelaars. Ik lees hierin dat de aandacht vooral uitgaat naar de initiatiefnemers en projectontwikkelaars. Daarnaast gaat het over hún speelveld. Mag ik u erop wijzen dat het woord 'speelveld' slecht gekozen is. Voor de initiatiefnemers en projectontwikkelaars zal het misschien een spel zijn en ver weg van hun achtertuin maar voor mij als direct omwonende voelt het totaal niet aan als een 'spel' maar als bittere werkelijkheid waarmee wij al vele jaren geconfronteerd worden.
De term 'speelveld' passen we aan.
Al enige tijd volg ik de discussie rond het kommengebied in Beuningen met betrekking tot de invulling er van. Het is mij duidelijk dat alle mogelijke invullingen van het gebied, te weten:
Dank voor uw uiteenzetting
Wijzigen van de zin op pagina 31, laatste alinea naar: 'We onderschrijven het belang van deze gedragscode en de randvoorwaarden die daarmee gelden voor alle initiatiefnemers en projectontwikkelaars.'
Landbouw; Landschap en biodiversiteit; Mobiliteit; Energie; Recreatie en Natuur; Woningbouw; Economie; zeer belangrijk zijn. Ik wil benadrukken dat ik niet tégen genoemde doelen ben. Inmiddels wordt echter veel aandacht geschonken aan het voorkomen van hittestress, waaruit ik opmerk dat het belang van dit thema inmiddels opgewaardeerd dient te worden en minstens op gelijk niveau van de hiervoor genoemde doelen gewaardeerd dient te worden. Wat zijn woningen in tijden van hittestress zonder adequate oplossingen tegen dit fenomeen? Volgens wetenschappers is een boom of plantsoen in de straat niet voldoende, maar zullen robuuste groene eilanden of corridors gecreëerd moeten worden. Beuningen
Inwoner
We staan aan de vooravond, lees ik in diverse bronnen, dat we naar een andere soort van economie moeten. Onbeperkte groei lijkt niet mogelijk, gelet op ruimte, grondstoffen, medewerkers, vervuiling, etc. Het lijkt mij in dit stadium zinvol met betrekking tot dit onderwerp een pas op de plaats te maken. Mogelijk ontstaan in de komende decennia onder invloed van maatschappelijke ontwikkelingen en automatisering andere basis uitgangspunten en ontwikkelen we een totaal ander economisch model?
Onbeperkte groei lijkt op termijn inderdaad niet mogelijk. Voor onze energievoorziening speelt echter iets anders; daar gaat het om een vervangingsopgave waarbij fossiele bronnen worden uitgefaseerd. Zo sluiten in 2030 de laatste Nederlandse kolencentrales. In het kader van het Klimaatakkoord zijn in de 30 Nederlandse RES regio's door de betrokken gemeenten, provincie, netbeheerder en waterschappen afspraken gemaakt om meer duurzame elektriciteit op te wekken. Klimaatverandering maakt in dat opzicht geen pas op de plaats.
Beuningen
Inwoner
Zonnevelden zouden volgens mij niet op kostbare bodem geïnstalleerd moeten worden, maar op daken van de vele beschikbare fabriekshallen. Wellicht zou de overheid hier een rol in moeten spelen om dit (financieel en juridisch) mogelijk te maken?
Dit punt wordt vanuit de RES volledig ondersteund. Om die reden is in 2021 een zeer groot aandeel zon-op-dak opgenomen om bij te dragen aan de 1,62 TWh duurzame elektriciteitsopwek in 2030. In 2023 zijn tussen alle overheden afspraken gemaakt over de voorkeursvolgorde zon: er is een voorkeur voor daken, terreinen en objecten binnen bebouwd gebied, voor terreinen en objecten in landelijk gebied en bij uitzondering op landbouwgrond. In de praktijk blijft de realisatie van zon-op-dak projecten helaas achter. Om verschillende redenen, waaronder: - Dakconstructies van bedrijven die niet berekend en gebouwd zijn op veel zonnepanelen; - Problemen met de brandveiligheid op bedrijfsdaken, waardoor de installatie van zonnepanelen verzekeringstechnisch vaak niet mag; - Gebrek aan investeringsruimte, of andere financiële prioriteiten bij pandeigenaren: zij investeren bijvoorbeeld liever in hun bedrijfsprocessen dan in zonnepanelen op hun dak; - Netcongestie, waardoor de stroom op zonnige momenten de komende jaren niet meer geleverd kan worden aan het elektriciteitsnet; - Slechte financiële haalbaarheid: de investering in zonnepanelen wordt onder de huidige marktvoorwaarden niet meer terugverdiend binnen een afzienbare tijd.
Beuningen
Inwoner
Landbouw, Landschap en biodiversiteit, energie (windmolens), Recreatie en Natuur zouden, lijkt mij, goed samen kunnen gaan. Hiermee kan gewerkt worden aan biodiversiteit, vernatting, robuuste groene eilanden of corridors tegen hittestress, groene longen voor inwoners van Beuningen en Nijmegen West, recreatiemogelijkheden, wildcorridors, energie, etc.
Ook met extra financiële en juridische instrumenten nemen we als overheden veel van deze knelpunten helaas niet weg in dedit komende jaren. Ook punt wordt volledig ondersteund. Zo kennen we in de regio het Groen-Blauw Raamwerk: https://www.gmr.nl/projecten/groen-blauw-raamwerk/ Daarnaast loopt er tot mei 2026 een subsidieregeling om ecologie en landschap te versterken om en nabij energieprojecten binnen de regio: https://www.gmr.nl/res/kwaliteitsbudget/
Gelderland algemeen
Inwoner
Graag reageer ik op het ontwerp van de RES 2.0 Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen. De noodzaak van verduurzaming van de energievoorziening begrijp ik. Mijn Juist vanwege de zorgen over gezondheid, welzijn en leefomgeving die u uit, is in 2022-2023 een milieueffectonderzoek zorgen richten zich echter op de wijze waarop dit in de RES wordt vormgegeven en op de beperkte aandacht voor gezondheid, welzijn en leefomgeving van inwoners. (planMER) uitgevoerd met de gehele regio als onderzoeksgebied. Deze RES 2.0 en de zoekgebieden voor windenergie zijn daarmee gebaseerd op meer dan 1.000 pagina's aan milieueffectinformatie. Het thema leefomgeving was daarbij een van In het ontwerp blijft een fundamenteel dilemma onderbelicht: het realiseren van klimaatdoelen versus de bescherming van gezondheid en leefkwaliteit van de vier alternatieven in dit milieueffectonderzoek. Op die wijze zijn gezondheid, welzijn en leefomgeving juist zeer omwonenden. uitvoerig meegenomen in de totstandkoming van de RES 2.0. Dit milieueffectonderzoek is bijgevoegd als bijlage en alle informatie over het onderzoek is hier te vinden: https://www.gmr.nl/res/plan-mer-res-groene-metropoolregio-arnhemOverheden hebben niet alleen een verantwoordelijkheid voor het behalen van klimaatdoelen, maar ook een zorgplicht voor hun inwoners.
Die zorgplicht vraagt om nijmegen/ expliciete en volwaardige aandacht voor gezondheidseffecten, zowel vooraf als na eventuele realisatie. Opvallend is dat gezondheid en welzijn in het ontwerp RES 2.0 niet expliciet worden benoemd. Dit is zorgelijk, mede gezien onderzoeken – waaronder van het RIVM – waaruit blijkt dat windturbines kunnen leiden tot overlast en ervaren gezondheidsklachten. Ook ervaren klachten dienen serieus te worden meegewogen, ondanks dat biomedische causaliteit niet altijd is vastgesteld.
Gelderland algemeen
Inwoner
Daarnaast roept de RES vragen op over realisme en schaalniveau. In de RES wordt een grote verantwoordelijkheid bij de regio gelegd voor een wereldwijd probleem. Het is de vraag of een regionale aanpak met regionale doelen bijdraagt aan het oplossen van dit wereldwijde probleem, terwijl alternatieven op bovenregionaal of (inter)nationaal niveau effectiever zijn met minder impact op gezondheid. De RES lijkt bovendien beperkt open te staan voor voortschrijdend inzicht en alternatieve oplossingen, zoals windenergie op zee of IJsselmeer of de mogelijkheden tot het steeds schoner opwekken van kernenergie.
Een regionale aanpak met regionale doelen is een puzzelstuk in het wereldwijde probleem. Het lost daarmee zeker niet het gehele wereldprobleem op, maar draagt daar op regioniveau wel aan bij. Ook in onze regio hebben we immers een deel van die verantwoordelijkheid te nemen. De doelen van de RES lopen daarbij tot 2030. Voor die tijd zijn er binnen onze regio helaas geen alternatieve oplossingen zoals kernenergie beschikbaar. Wel wordt parallel aan de RES onderzoek gedaan naar kernenergie in Gelderland. Ook windenergie op zee is een parallel traject vanuit de landelijke overheid.
Gelderland algemeen
Inwoner
Zijn provincie en gemeenten bereid gezondheidseffecten als volwaardig onderdeel in de RES op te nemen, ook als dit tot aangepast beleid leidt?
Zoals gezegd vormt het milieueffectonderzoek, de planMER, de basis voor deze RES 2.0. Daarmee zijn ook gezondheidseffecten een volwaardig onderdeel van de RES.
Gelderland algemeen
Inwoner
Wordt erkend dat eerder aangewezen zoekgebieden vanwege gezondheidsrisico’s ongeschikt kunnen zijn voor windenergie?
Uit de planMER komt onder andere naar voren dat de eerder aangewezen zoekgebieden (in de RES 1.0) geschikt of geschikt te maken zijn voor de ontwikkeling van windenergie.
Gelderland algemeen
Inwoner
Hoe worden gezondheidseffecten, incl. de ervaren gezondheidseffecten, vooraf locatiespecifiek onderzocht en achteraf pro actief gemonitord en geëvalueerd?
Op het moment dat een initiatiefnemer een windproject wil ontwikkelen volgt aanvullend milieueffectonderzoek (een projectMER) en participatie op lokaal niveau. Het gaat daar om locatiespecifieke data, waarin opnieuw de gezondheidseffecten worden meegenomen. Daarbij heeft iedere initiatiefnemer zich te houden aan het geldende windbeleid. De vraag of achteraf wordt gemonitord hangt samen met de afspraken die de iniatiefnemer maakt met het bevoegd gezag (de gemeente of de provincie) en de omwonenden, bijvoorbeeld als uitkomst van het participatietraject. Op landelijk niveau liggen er al enkele jaren concept-windnormen die nog wachten op vaststelling door de landelijke overheid. Op het moment dat deze windnormen worden vastgesteld en in werking treden, wordt monitoring achteraf een verplichting voor initiatiefnemers van windprojecten. Monitoring en handhaving vindt ook nu al plaats door de Omgevingsdienst.
Gelderland algemeen
Inwoner
Welke set van maatregelen wordt vooraf met de omwonenden afgesproken voor het geval de gezondheidseffecten groter zijn dan vooraf ingeschat?
Dit is projectafhankelijk en kan onderdeel zijn van het participatieproces waarbij afspraken worden gemaakt tussen de initiatiefnemer van een windproject en de omgeving.
Gelderland algemeen
Inwoner
Hoe wordt het spanningsveld tussen klimaatdoelen en gezondheid transparant en zorgvuldig afgewogen en gecommuniceerd?
De vraag is of hier een spanningsveld bestaat. Iedere ruimtelijke ingreep heeft potentieel gevolgen voor de gezondheid van omwonenden. Om de omgeving te beschermen tegen gezondheidseffecten van ruimtelijke ingrepen kennen we in ons land een uitgebreide set aan normen, gebaseerd op milieu, natuur en gezondheid (RIVM) en een set aan wetgeving en afspraken. Dat is voor ruimtelijke ingrepen om klimaatdoelen te bereiken niet anders. Op het moment dat onderzoek ter voorbereiding van een ruimtelijke ingreep aangeeft dat deze ingreep een effect heeft dat boven een vastgestelde norm uitkomt (en daardoor de gezondheid van omwonenden en/of natuur en milieu schaadt), wordt geen vergunning afgegeven.
Gelderland algemeen
Inwoner
Zijn partijen bereid gezondheid en leefomgeving leidend te laten zijn en klimaatdoelen daarop aan te passen of anders in te vullen? Indien dat niet het geval is: hoe wordt dit specifieke besluit incl. afweging dan transparant en eerlijk gecommuniceerd met inwoners, in het bijzonder met degenen die de gevolgen zullen ondervinden?
Gezondheid en leefomgeving worden als gezegd beschermd via een uitgebreide set aan wetgeving en afspraken. In het geval dat het niet mogelijk blijkt om binnen die wetsbescherming de klimaatdoelen te bereiken, worden die doelen niet bereikt. Overigens heeft het niet behalen van klimaatdoelstellingen mogelijk aanzienlijk grotere negatieve gezondheidseffecten. In dat geval dient - op landelijk of Europees niveau - een discussie te worden gevoerd over de vraag welke gevolgen voor gezondheid en leefomgeving belangrijker zijn.
Gelderland algemeen
Inwoner
Welke concrete maatregelen volgen bij onaanvaardbare overlast?
In dat geval is het aan het bevoegd gezag (de overheid die de vergunning heeft afgegeven) om in te grijpen en te handhaven. Concrete maatregelen hangen daarbij af van het type en omvang van de onaanvaardbare overlast.
Gelderland algemeen
Inwoner
Is verwijdering of verplaatsing van windturbines een reële optie?
Zeker. In een enkel geval kan een rechter hiertoe beslissen.
Gelderland algemeen
Inwoner
Zijn er voldoende middelen gereserveerd om maatregelen te nemen om gezondheid te borgen?
We nemen hier aan dat u doelt op de ontwikkeling van een windproject. De verantwoordelijkheid voor het nemen van maatregelen om gezondheid te borgen ligt dan bij de initiatiefnemer van het windproject. Die partij dient daarvoor voldoende middelen te reserveren en met de omgeving een plan op te stellen via een participatietraject.
Zijn er voldoende middelen gereserveerd om gezondheidseffecten op te lossen indien deze zich voordoen? Ook als dit leidt tot compensatie voor verhuizingen of ingrijpende aanpassingen aan woning en tuin? Ik doel hier nadrukkelijk niet op het ‘afkopen’ van gezondheidseffecten. Gelderland algemeen
Inwoner
Wordt erkend dat, wanneer een groep inwoners onevenredig wordt belast voor een groot maatschappelijk doel, de maatschappij (via de betrokken partijen en overheden) ook collectief de lasten van maatregelen en compensatie moet dragen? Mogelijk wordt de stroom dan duurder, maar op die manier dragen we wel gezamenlijk de negatieve gevolgen van de energietransitie.
U lijkt hier te doelen op nadeelcompensatie of planschade. Ook daarvoor zijn in onze wetgeving afspraken opgenomen. Deze staan hier beschreven: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/ruimtelijke-ordening-engebiedsontwikkeling/vraag-en-antwoord/waar-kan-ik-schadevergoeding-aanvragen-na-planschade
Gelderland algemeen
Inwoner
Op welke wijze staan provincie en gemeenten open voor alternatieven om klimaatdoelen te realiseren?
Gemeenten en provincie staan hier volledig voor open. Zo waren er in de RES 1.0 ook drie initiatieven voor waterkrachtprojecten opgenomen. Deze projecten blijken echter alle drie op financieeltechnische gronden niet realiseerbaar voor de iniatiefnemers. De realiteit is dat er voor de RES doelen van 2030 geen alternatieven lijken te zijn; er heeft zich nog geen initiatiefnemer gemeld met een haalbaar alternatief plan. Parallel wordt door de betrokken overheden gekeken naar de periode na 2030. Daarvoor wordt bijvoorbeeld in Gelderland onderzoek gedaan naar de rol van kernenergie. Ook wordt breder gekeken dan elektriciteit, namelijk naar de mogelijkheden voor de toepassing van waterstof, geothermie, aquathermie en hoge temperatuur warmteopslag.
Gelderland algemeen
Inwoner
Hoe wordt over de grenzen van de regio heen gekeken en samengewerkt op bovenregionaal, nationaal of internationaal niveau?
Gelderland kent zes RES regio's. Tussen die regio's vindt bestuurlijke afstemming plaats. Op landelijk niveau gebeurt dit binnen het Nationaal Programma RES (NPRES). Internationaal hebben de RES regio's geen rol, maar vindt tussen de nationale overheden overleg plaats via de EU.
Gelderland algemeen
Inwoner
Zijn partijen bereid te accepteren dat regionale afspraken mogelijk niet haalbaar zijn en (deels) teruggelegd moeten worden bij landelijke of Europese overheden en dat Met de publicatie van de RES 2.0 geven alle samenwerkende partijen aan dat zij achter hun gezamenlijke klimaatdoel de regio op een realistische manier bijdraagt aan het wereldwijde doel? staan en samen verantwoordelijkheid nemen voor de realisatie van deze gezamenlijke afspraak. Met andere woorden: alle RES partners onderschrijven nu dat de RES 2.0 op een realistische manier bijdraagt aan het wereldwijde doel. Iets anders is nu niet aan de orde.
Gelderland algemeen
Inwoner
Ik vraag u met klem om de RES 2.0 niet alleen te benaderen als een technische of bestuurlijke exercitie, maar als een document dat diep ingrijpt in het dagelijks leven van mensen. Het is hierin niet alleen van belang dat het beleid past binnen de juridische kaders, maar vooral dat het beleid deugt en verantwoord is en rekening houdt met alle aspecten waaronder gezondheid, welzijn en leefomgeving.
We onderkennen dit volledig. Precies om die reden is gekozen voor dit uitvoerige en zorgvuldige traject, inclusief de uitvoering van het milieueffectonderzoek als basis voor de RES 2.0.
Overbetuwe
Malle Molens Betuwe
Namens de Malle Molens Midden Betuwe maak ik gebruik van de mogelijkheid zienswijzen in te brengen naar aanleiding van het er inzage gelegde Ontwerp RES 2.0. Wij zijn gevestigd in de gemeente Overbetuwe.
Dank voor het insturen van uw zienswijze.
Overbetuwe
Malle Molens Betuwe
Inleiding De Groene Metropool Regio waar Overbetuwe deel van uitmaakt heeft een ontwerp ter inzage gelegd van een Regionale Energiestrategie (RES 2.0). Eerder is gebleken dat de landelijke doelstelling voor groene energie opwek al is gehaald Het blijkt nu dat ook de doelstelling, die de regio aan de gemeenten voor 2030 had opgelegd, vrijwel gehaald is. Er is alleen nog een tekort aan zonnepanelen op bedrijfsgebouwen maar daaraan wordt gewerkt. De doelstelling van het klimaatbeleid is overigens dat de CO2-uitstoot wordt beperkt. Als dit landelijk is gehaald is een (tijdelijk) tekort op regionaal niveau niet meer van belang. CO2 houdt zich immers niet aan de grenzen van gemeenten of regio’s. Toch gaat de regionale strategie er van uit dat er veel meer moet gebeuren. Er wordt geen nieuw energiedoel gesteld maar er wordt gewoon besloten dat er veel meer windenergie nodig is, zonder alternatieven af te wegen. De helft van alle groene energie in de regio zou voortaan met windturbines moeten worden gewonnen.
In 2021 hebben de 16 regiogemeenten, de provincie en de drie waterschappen in hun RES 1.0 afgesproken om in 2030 1,62 TWh duurzame elektriciteit op te wekken. Ook was één van de afspraken destijds om te werken aan een betere windzonverhouding (idealiter van 50%-50% per onderstation). In deze RES 2.0 staat beschreven dat het gestelde doel nog niet is bereikt, daarvoor mist nog 0,30 TWh aan duurzame elektriciteitsopwek. Gezien de zeer scheve balans tussen zonne- en windenergie op het elektriciteitsnet en de netcongestie die daarmee gepaard gaat, is het vergroten van het deel windenergie in de afgelopen jaren urgenter geworden. Alternatieve duurzame elektriciteitsvormen zijn daarbij zeer welkom. De realiteit is echter dat geen enkele initiatiefnemer hiervoor een haalbaar plan heeft ingediend waarmee het RES doel in 2030 kan worden behaald.
Overbetuwe
Malle Molens Betuwe
Regionale energiestrategie werpt mist op en stelt gemeenten voor voldongen feiten. De Ontwerp RES 2.0 is voor burgers en gemeenteraadsleden heel onduidelijk is en werpt mist op over wat het beleid is. Toch is doel van het stuk om de gemeenten te binden aan de gemaakte afspraken (zelf-bindend voor betrokken overheden).
We vinden het jammer te lezen dat deze Ontwerp RES 2.0 voor u onduidelijk is. Er is veel zorg besteed om deze complexe materie zo eenvoudig als mogelijk weer te geven. De RES 2.0 is daarbij een product van de gemeenten zelf; de 16 gemeenten hebben dus zelf de inhoud van deze RES 2.0 bepaald en gepubliceerd voor zienswijzen.
Overbetuwe
Malle Molens Betuwe
De ontwerp RES 2.0 houdt in dat nu afgesproken wordt om de verhouding zonne-energie en windenergie op te hogen naar 50%/50% terwijl deze eerder 11%/89% was. Het verbeteren van de verhouding tussen zon en wind is een afspraak uit de RES 1.0. Een verhouding van 50%-50% per onderstation is daarbij (vanuit netperspectief) het ideaal, al zal dit in de praktijk op bijna geen enkel onderstation worden gehaald.
Overbetuwe
Malle Molens Betuwe
In het rapport worden verder de zoekgebieden, die eerder zonder onderbouwing waren aangegeven als “mogelijk voor windturbines te gebruiken”, nu als vaststaand gepresenteerd.
We gaan er vanuit dat u hier doelt op de RES 1.0 zoekgebieden voor windenergie. Die zijn al in 2021 vastgesteld bij de RES 1.0. Wel is het zo dat destijds een gedegen milieutechnische onderbouwing miste. Het had dus zo kunnen zijn dat het milieueffectonderzoek aanleiding gaf om één of meerdere van deze zoekgebieden te herzien. Het milieueffectonderzoek (de planMER in bijlage 1 van deze ontwerp-RES) geeft daar echter geen aanleiding toe. Het onderzoek brengt objectief alle mogelijke gebieden voor windenergie in beeld zonder daarin voorkeuren aan te geven. Dat is aan de gemeenten. De RES 1.0 zoekgebieden blijven daarmee ongewijzigd, op één kleine herziening na door de vaststelling van het 'Koersdocument actualisatie Omgevingsvisie' door de gemeenteraad van Overbetuwe op 8 april 2025.
Overbetuwe
Malle Molens Betuwe
Het milieueffectrapport, dat erbij wordt gevoegd, geeft niet aan wat de milieueffecten zijn voor de keuzen van de zoekgebieden en de aantallen windturbines waarvan wordt uitgegaan. Toch is eerder door de Commissie voor de milieueffectrapportages opgedragen te aan te geven wat de milieueffecten zijn als er gekozen wordt voor 50% windenergie.
Voor specifieke windprojecten wordt milieutechnisch vervolgonderzoek gedaan (een projectMER). Daarin kunnen meerdere alternatieven met aantallen windturbines per gebied worden onderzocht. De Commissie m.e.r. geeft advies op milieueffectonderzoeken, maar zij kan initiatiefnemers (en overheden) niets opdragen. We zijn daarbij onbekend met het advies van de Commissie m.e.r. waarnaar u verwijst. Wél heeft de commissie m.e.r. geadviseerd om de gevolgen voor natuur en landschap tot in meer detail te onderzoeken. Binnen een aantal gemeenten heeft dit al plaatsgevonden via een lokaal proces om tot gemeentelijk windbeleid te komen. Het is ook mogelijk in een projectMER.
Overbetuwe
Malle Molens Betuwe
Er wordt helemaal toegewerkt naar een redenering om het voor het 50/50 beleid gewenste aantal windturbines te kunnen halen. Er wordt niet gekozen voor een De realiteit is dat de alternatieven voor duurzame elektriciteitsopwek voor 2030 zeer beperkt zijn. Zo waren er in de RES variant waarbij de kwaliteit van de woonomgeving voor de burgers gewaarborgd wordt, omdat er dan te weinig windturbines ook alternatieven die op bescherming van 1.0 nog drie initiatieven voor waterkrachtprojecten opgenomen. Deze projecten blijken echter alle drie op financieelnatuur of landschap gericht zijn, zouden tot te weinig turbines leiden. Het stuk bevat eigenlijk geen keuze maar wekt de indruk dat het oude beleid in de vorige RES 1.0 technische gronden niet realiseerbaar voor de iniatiefnemers. dat volstrekt niet onderbouwd of afgewogen was, het enige alternatief lijkt te zijn. De realiteit is dat er voor de RES doelen van 2030, buiten zonne- en windenergie geen alternatieve duurzame elektriciteitsprojecten lijken te zijn. We staan evenwel open voor de initiatiefnemers en hun projecten/technieken die dit 2030 doel helpen behalen.
Overbetuwe
Malle Molens Betuwe
Verantwoorde afweging door gemeenten is niet meer mogelijk. De gemeenten wordt opgedragen binnen de gemaakte afspraken in de RES 2.0 af te wegen niet of, maar alleen waar binnen de zoekgebieden de windturbines mogen komen. Het probleem wordt doorgeschoven naar gemeente. Zij krijgen als het ware de taak de hete aardappel door de burgers te laten slikken. De burger krijgt pas inspraak als de gemeenten met de initiatiefnemers afspraken hebben gemaakt. Dit leidt tot handjeklap met de betrokken wethouder. Er worden door gemeenten vooraf geen programma’s van eisen opgesteld waarop de burgers inbreng hebben. En kritiek op de aangewezen zoekgebieden zal worden afgewezen “omdat het zo is afgesproken binnen de regio.”
Als gezegd is deze Ontwerp RES 2.0 het product van de gemeenten zelf; de 16 gemeenten hebben dus zelf de inhoud van deze RES 2.0 bepaald en gepubliceerd voor zienswijzen. Er wordt hen niets opgedragen. Iedere gemeente neemt zelf de verantwoordelijkheid om bij te dragen aan het gezamenlijk vastgestelde RES doel. Ook de wijze waarop een gemeente binnen haar gemeentegrenzen invulling geeft aan de ontwikkeling van windprojecten staat haar vrij.
Overbetuwe
Malle Molens Betuwe
Onjuiste geluidnormen en veronachtzamen infrageluidproblemen. Het stuk gaat uit van geluidnormen van vroeger, waardoor de afstand tussen woningen en windturbines zo beperkt mogelijk wordt gehouden. Er wordt niet gewacht op de komende landelijke normen die naar verwachting strenger zullen zijn. In die geluidsnorm van het activiteitenbesluit zit een ernstige fout ingebakken. Er wordt geen rekening gehouden met het karakter van het geluid van windturbines. Dat is geen constant geluid, maar een ritmisch geluid met wisselende frequenties en daardoor veel indringender. Verder wordt er geen rekening gehouden met infrageluid, geluid dat niet hoorbaar is maar wel een zeer nadelige invloed heeft op het menselijk lichaam (hoofdpijn, slaapstoornis). Recent onderzoek uit Zweden heeft aangetoond dat infra geluid kilometers verder draagt dan hoorbaar geluid. Toch wordt de effecten van infrageluid niet onderzocht en worden daarvoor alleen de achterhaalde norm voor hoorbaar geluid gehanteerd.
Het klopt dat in de tussentijd landelijke concept-windnormen zijn gepbuliceerd. De vaststelling van deze normen laat op zich wachten, maar op het moment dat ze inwerkingtreden gelden ze ook voor onze regio en de gemeente Overbetuwe. In die concept-normen is ook een extra toeslag van 5 decibel bovenop de geluidsnorm opgenomen voor tonaal geluid waar u naar verwijst. De meest actuele stand van onderzoek naar de gezondheidseffecten van windturbines is hier te vinden: https://www.helpdeskwindopland.nl/themas/gezondheid/default.aspx. Nieuw onderzoek dat goed onderbouwd en ge-peer-reviewed is, kan hieraan worden toegevoegd.
Overbetuwe
Malle Molens Betuwe
Veel te geringe afstand tussen windturbines en woningen. Hoewel in het milieueffectrapport een norm voor een verantwoorde leefomgeving van 700 meter wordt genoemd (zonder rekening te houden met infrageluid, zie hierboven) wordt gekozen voor het criterium dat geluid alleen niet toelaatbaar is als dit jaargemiddeld 47 dB(A) is. Het gevolg is dat gekozen wordt voor een geringe afstand tussen windturbines en woningen: de afstand tussen woningen en turbines behoeft dan maar 385 meter te zijn.
De 700 meter waarmee in het Leefomgevingsalternatief van het milieueffectrapport wordt gerekend geldt niet als criterium voor een 'verantwoorde leefomgeving'. Het gaat hier om een zeer grote afstand tot woningen, om te onderzoeken óf en welke gebieden er in dat geval nog overblijven binnen de regio. In de samenvattende kaarten wordt inderdaad gebruik gemaakt van een minimale afstand, juist om maximale afwegeingsruimte over te houden op projectniveau voor gemeenten, projectontwikkelaars en ook omwonenden. Op dit projectniveau moet immers aanvullend onderzoek worden gedaan via o.a. een projectMER en op basis van een participatieplan. Ieder project is daarbij gehouden aan de geldende wetgeving, waaronder de regel dat een windturbine op minimaal 2x de tiphoogte van een woning moet worden geplaatst (zodra de provinciale Omgevingsverordening van kracht is).
Uit een vergelijking met wat in andere landen in Europa als afstand wordt gehanteerd, blijkt dat Nederland samen met Nedersaksen de minste bescherming aan bewoners bieden. Andere landen zoals Polen, Beieren en het Verenigd Koninkrijk eisen een afstand van meer dan 1000 meter
Overbetuwe
Malle Molens Betuwe
Pas op de plaats nodig totdat duidelijk is waar het netwerk extra energie van de zonnevelden en windturbines kan verwerken. In het RES 2.0 is aangegeven dat het de bedoeling was om duidelijkheid te scheppen over de toekomstige inrichting van het energiesysteem, waarbij nieuwe invoer van elektriciteit zonder congestieproblemen op een efficiënte manier naar de gebruikers wordt geleid. De regio heeft daarover geen afspraken kunnen maken met de energiebeheerders. Daarom is de planning van toekomstige uitbreidingen van de zonnepanelen en windturbinevelden op los zand gebaseerd. De keuze voor de verhouding tussen zon en wind en de aanwijzing van zoekgebieden zijn daardoor voorbarig. Bezint eer ge begint.
Het tegendeel is waar. Er is constante afstemming met zowel de regionaal netbeheerder Liander, als met de landelijk netbeheerder TenneT. Zij hebben bij de uitbreidingsopgave van hun netwerken immers continue antwoord nodig op de vraag waar extra opwek (en afname) van elektriciteit wordt gepland. Daarbij sluiten de laatste Nederlandse kolencentrales in 2030 hun deuren, gaat de elektrificatie van onze woningen en auto's onverminderd voort en doet ook klimaatverandering geen pas op de plaats.
Overbetuwe
Malle Molens Betuwe
Lokaal eigendom als doekje voor het bloeden Er zijn veel verschillende manieren om invulling te geven aan 'lokaal eigendom'. Ook dit kan op projectniveau worden De RES 2.0 gaat er van uit dat het nadeel voor omwonenden meer dragelijk wordt als er de windturbineprojecten voor 50 % lokaal eigendom zijn, waarbij gedacht besproken tijdens het participatietraject. Zo hoeft het niet te gaan om aandeelhoudersconstructies, maar kan de invulling wordt aan energie coöperaties. De praktijk is dat de leden van energie coöperaties vrijwel nooit in de directe omgeving van de energieopwekking wonen. Lokaal bijvoorbeeld ook plaatsvinden via een gebiedsfonds. eigendom leidt er dus toe dat het profijt van de energieopwekking grotendeels terecht komt bij lieden die ver weg wonen en geen hinder ervaren van de windturbines. Een schijnoplossing dus.
Overbetuwe
Malle Molens Betuwe
Conclusie We vinden het jammer dat u tot deze conclusies komt en beogen met deze RES 2.0 in feite het tegenovergestelde. De concept regionale energiestrategie RES 2.0 is een verhullend stuk dat alleen gericht is op het realiseren van meer windturbines en daarbij volledig voorbijgaat aan de Evenwel danken we u hartelijk voor uw zienswijze. belangen van de omwonenden. Dit beleid neemt de ruimte voor een verantwoorde afweging op gemeentelijk niveau weg en biedt de mogelijkheid om de bezwaren en beroep van omwonenden te kunnen afwijzen. Dank voor de gelegenheid om onze zienswijze aan u te presenteren. We hebben ons commentaar op hoofdlijnen hierboven gegeven. We zijn graag bereid een en ander mondeling toe te lichten en meer op de details in te gaan.
Berg en Dal
Werkgroep Milieubeheer Berg en Dal
Middels deze brief wil de Werkgroep Milieubeheer Berg en Dal graag een zienswijze indienen betreffende de ontwerp RES 2.0 Groene Metropoolregio ArnhemNijmegen.
Hartelijk dank voor uw zienswijze.
Berg en Dal
Werkgroep Milieubeheer Berg en Dal
De Werkgroep Milieubeheer Berg en Dal kan zich in grote lijnen goed vinden in de ‘Ontwerp RES 2.0 Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen’. Ze ondersteunt het idee om vanwege de enorme problemen met betrekking tot netcongestie de suggestie voor gemeenten om in te zetten op isolatie, netbewust bouwen, netbewuste installaties en netondersteunende opslag te stimuleren met als leidend principe “local for local”. Ook het inzetten op een diverse energiemix is daar een belangrijk onderdeel van. Ook ondersteunen wij het idee om het stimuleren van betrokkenheid van het gebied bij de energietransitie, onder andere via participatie en de mogelijkheid tot lokaal eigendom van opwek en opslag.
Dank voor uw ondersteunende woorden.
Berg en Dal
Werkgroep Milieubeheer Berg en Dal
Er wordt in de RES 2.0 uitgebreid stilgestaan bij allerlei aspecten van de energietransitie, maar één onderwerp wordt niet besproken: het dogma van de economische In uw zienswijze wijst op de relatie tussen economische groei, consumentisme en een toenemende energievraag. Daar groei. Ons hele bestel is gebaseerd op economische groei, maar die groei zorgt ervoor dat het energiegebruik ook groeit en ongelimiteerd blijft groeien. Bij een ligt inderdaad een duidelijke relatie. De RES 2.0 richt zich echter op de regionale uitvoering van de landelijke economische groei van 3% betekent dat een verdubbeling per 24 jaar. Hadden we 50 jaar geleden, toen de klimaatproblematiek al bekend was, maatregelen genomen klimaatdoelen en heeft als scope het in beeld brengen van duurzame energieopwek, warmtetransitie en bijbehorende en nagedacht over hoe te leven zonder economische groei, dan was de RES misschien helemaal niet nodig geweest. Nu zitten we met de gebakken peren, waarbij het infrastructuur. Het economisch groeimodel en consumptiepatronen vallen buiten het mandaat van de RES en worden op dogma van de economische groei, dus ook van de daaraan gekoppelde groei van het energiegebruik, nog steeds niet ter discussie staat en er nauwelijks over nagedacht andere bestuurlijke niveaus en in ander beleid afgewogen. wordt. Dat betekent dat we blijven dweilen met de kraan open.
Ook de RES besteedt geen aandacht aan dit heikele onderwerp. Dat we hier met een mondiaal probleem van doen hebben, te groot voor onze regio, neemt niet weg dat ook de inwoners van de RES-regio een rol spelen in dit marktwerkende dogma. Eigenlijk is de In het vervolg op de RES 2.0 zal de RES organisatie wel de ontwikkeling van de energievraag en de afstemming tussen motor van de economische groei consumentisme. Door minder te kopen en duurzamere producten te promoten en aan te schaffen draait de consument zelf aan de vraag en aanbod van energie in beeld brengen, inclusief mogelijke knelpunten. Hiermee wordt binnen de scope van de knoppen. Daarom is het van belang dit onderwerp te benoemen. RES invulling gegeven aan de samenhang tussen energiegebruik en maatschappelijke ontwikkelingen.
Berg en Dal
Werkgroep Milieubeheer Berg en Dal
Een ander heikel onderwerp, waar de RES 2.0 omheen zeilt omdat het ook een mondiaal probleem is, is of er planetair wel genoeg grondstoffen beschikbaar zijn om economisch maar door te blijven groeien en om de energietransitie te bewerkstelligen. Zijn er wel genoeg grondstoffen voor al die zonnepanelen, windturbines, batterijen, energieleidingen, etc.? Bovendien komen veel kritieke mineralen uit gebieden met arbeidsuitbuiting, kinderarbeid (kobaltwinning in Congo) en zwakke milieuregulering. Mijnbouw veroorzaakt ontbossing, watervervuiling, bodemuitputting en biodiversiteitsverlies. Daarnaast ontstaan nieuwe afhankelijkheden van bijvoorbeeld China wat geopolitieke risico’s schept. Regionaal kunnen we net als bij de economische groei hier niets aan doen, maar dat betekent niet dat dit probleem niet benoemd en besproken mag worden. Netcongestie stond 20 jaar geleden ook niet op het politieke netvlies, behalve bij energiebedrijven. Nu speelt het een hoofdrol.
Berg en Dal
Werkgroep Milieubeheer Berg en Dal
Dat betekent dat er een stip aan de horizon gezet moet worden; dat we moeten kijken waar we heen willen als maatschappij. Als duurzaamheid en milieuvriendelijkheid daarin leidend zijn, moet je geen ontwikkelingen bevorderen die in dat opzicht ongewenst zijn. Een voorbeeld is het gebruik van mestvergisters. Mestvergisters in de landbouw zijn bijvoorbeeld niet duurzaam. Behalve het ingrediënt mest moet voor de bacteriën die het gas produceren ook suikers toegevoegd worden, waarvoor in de praktijk mais verbouwd wordt. De mestvergisters moeten bovendien verwarmd worden (vaak met fossiel aardgas). Daarnaast is het mestprobleem een mondiaal probleem. Voor het verbouwen van krachtvoer (o.a. soja) wordt elders op grote schaal bos gekapt. Het wordt op een nietmilieuvriendelijke manier verbouwd en zorgt dat voor voedselproductie noodzakelijke meststoffen in die productielanden aan de bodem onttrokken worden, terwijl ze hier een groot mest-, water- en stikstofprobleem veroorzaken. Voor iedere hectare melkveegrasland is er 1,7 hectare elders in de wereld nodig om krachtvoer te verbouwen voor onze zuivel- en vleesproductie. Bovendien lost de mestvergister het mineralenprobleem niet op en haalt alleen de energie eruit. Het is dus van belang dat er een stip op de horizon komt, er dus gekeken wordt waar we heen moeten en of die energiedrager wel in dat beeld past.
Dat gebeurt in de RES 2.0 overigens wel bij het onderwerp warmtenetten, waar gesteld wordt dat belangrijke leveranciers van warmtenetwarmte, de afvalverwerkers, in de toekomst mogelijk minder afval te verbranden hebben omdat we moeten gaan recyclen.
Berg en Dal
Werkgroep Milieubeheer Berg en Dal
De WMG zet ook vraagtekens bij het grootschalige gebruik van windenergie. De windturbines worden steeds groter en daardoor niet alleen steeds Dank voor uw uiteenzetting. landschapontsierender, maar ook luidruchtiger, omdat de vleugeltippen van de wieken steeds hogere snelheden bereiken. Hierdoor neemt de kwaliteit van de leefomgeving sterk af. De RES 2.0 houdt hier overigens ook rekening mee door plaatsen met grote landschappelijke en natuurwaarden te ontzien. Daarnaast worden de windreuzen dodelijker voor vleermuizen en vogels. Bossen zijn voor ons taboe voor windturbines. Deze ecosystemen hebben hun eigen lokale energiehuishouding op orde. Er zijn betere alternatieven te bedenken: hoewel bij windturbines op zee ook vraagtekens zijn, lijkt het erop dat ze het zeeleven onder water kunnen bevorderen doordat ze een aanhechtingsplaats vormen en de visserij in windmolenparken verboden is. Bovendien waait het op zee harder, waardoor een windturbine meer energie levert dan op land. We zien echter dat het animo door marktpartijen daar sterk afneemt vanwege het economische verdienmodel, juist vanwege de prijsfluctuatie als gevolg van de opmars van duurzame energie.
U vraagt aandacht voor de beschikbaarheid van grondstoffen, de milieueffecten en sociale omstandigheden rond de winning van kritieke materialen die nodig zijn voor de energietransitie. Dit zijn reële en breed erkende aandachtspunten binnen het nationale en internationale energiedebat. De RES 2.0 richt zich echter op de regionale vertaling van vastgestelde klimaatdoelen en op de ruimtelijke en energetische inpassing van duurzame energieopwek en warmtetransitie. Vraagstukken rond mondiale grondstofbeschikbaarheid, internationale ketens, arbeidsomstandigheden en geopolitieke afhankelijkheden vallen buiten de invloedssfeer en het mandaat van de RES. Dit neemt niet weg dat deze onderwerpen op regionaal en gemeentelijk niveau en in Europees verband worden Inderdaad zijn duurzaamheid en milieuvriendelijkheid leidend en vermijden we in het kader van de RES 2.0 energiebronnen die daar niet aan voldoen. Daar stelt ook de rijksoverheid strenge eisen aan. Overigens bestaan er ook zogenaamde mono-mestvergisters, waar alleen mest wordt ingevoed, en waar het digestaat wordt opgewerkt tot bruikbare meststoffen. Het doel is dan niet grootschalig zoveel mogelijk gas te produceren, maar het lokaal en kleinschalig verwerken van beschikbare dierlijke mest. Het vrijkomende gas kan dan lokaal worden ingezet.
De Werkgroep Milieubeheer Berg en Dal is sterk voorstander van het ‘local to local’ principe op een netbewuste en grondstoffenbewuste wijze. Daarbij wil zij enkele ideeën ter uitwerking aandragen, die niet als zodanig genoemd zijn, maar misschien als voorbeeld in het rapport kunnen komen.
Berg en Dal
Werkgroep Milieubeheer Berg en Dal
Basaltaccu’s Basaltaccu’s zijn goed geïsoleerde bouwwerken of schuurtjes vol met basalt, een algemene grondstof die veel warmte kan vasthouden. Ze zijn aangesloten op zonnepanelen van de wijk of het gebouw waar ze staan. In de zomer wordt de energie die niet direct gebruikt wordt niet het elektriciteitsnet op gestuurd, maar in de basaltaccu gebruikt om de stenen op te warmen. Die kunnen na verloop van tijd 350°C worden. Daarmee kunnen in de winter eenvoudig de goed geïsoleerde woning of de wijk verwarmd worden, zonder dat dat stroom kost. Deze manier van energieopslag is technisch eenvoudig, kost nauwelijks zeldzame grondstoffen en gaat netcongestie tegen.
Inderdaad is warmteopslag voor de warmtetransitie essentieel en zijn basaltaccu's daarvoor technisch interessant. Het is aan eindgebruikers om die technologie op te pakken. Vanuit de RES regio richten we ons op kennisdeling om te zorgen dat gemeenten op de hoogte zijn van dergelijke innovatieve ontwikkelingen.
Berg en Dal
Werkgroep Milieubeheer Berg en Dal
Knotwilgen (en snoeihout) Bedankt voor uw signaal. Over de inzet van biomassa als energiedrager bestaan verschillende meningen. Het is daarom Knotwilgen of andere knotbomen kunnen lokaal een bijdrage leveren aan de energietransitie. Knotwilgen worden eenmaal per 3 à 4 jaar geknot. Voordeel van het aan de betreffende gemeente om hierin een keuze te maken. Het streven moet ons inziens zijn om biomassa op een zo gebruik van knotwilgen zijn: makkelijk oogstbaar doordat ze in bermen van wegen staan. De grond van die bermen is eigendom van gemeenten of provincies, waardoor hoogwaardig mogelijke wijze toe te passen. grondkosten geen rol spelen. Na knotten leven de bomen gewoon door en de stammen worden steeds dikker, waardoor ze naast dat ze brandstof leveren toch steeds netto CO₂ uit de atmosfeer blijven vastleggen (anders dan hele bomen die uit Canada geïmporteerd worden). Knotwilgen zijn goed voor de biodiversiteit en ook de bermvegetatie blijft intact. Ook snoeihout dat jaarlijks veelvuldig vrijkomt bij groenbeheer kan hiervoor gebruikt worden.
Berg en Dal
Werkgroep Milieubeheer Berg en Dal
Biochar Bedankt voor uw signaal. Biochar is ons bekend. Ook in de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen heeft in het Biochar, ook wel houtskool genoemd, ontstaat door verbranding zonder zuurstof (pyrolyse). Niet alleen hout is een grondstof voor dit proces, maar ook alle andere verleden een dergelijke installatie gestaan. Dit bedrijf heeft het door hoge kosten en beperkte afzetmarkt echter niet organische stoffen, dus ook organisch afval of bermmaaisel. Het voordeel van pyrolyse is dat de koolstof die daarbij ontstaat altijd in die vorm aanwezig blijft, tenzij het gered. verbrand wordt. Bij compostering komt de vastgelegde CO₂ uiteindelijk weer vrij. Wanneer biochar in akkers ondergeploegd wordt, heeft dat een gunstige invloed op de bodemvruchtbaarheid doordat het mineralen adsorbeert die daardoor moeilijker uitspoelen, maar wel bruikbaar voor het gewas blijven. Zo wordt uitspoeling van stikstof naar het grondwater beperkt, neemt de grondwatervervuiling af en daarmee ook het oppervlaktewater. Tevens blijft de koolstof in de bodem altijd koolstof en betekent dit dat CO₂ opgeslagen wordt op een eenvoudige en goedkope manier. Er worden in Duitsland installaties gebouwd (Pyreg) die de lokale afvalverbrander economisch zou kunnen gebruiken om bermmaaisel, snoeihout, GFT (in theorie ook zuiveringsslib) om te zetten in biochar.
Tijdens het proces komt ook warmte vrij die als energie kan worden gebruikt.
Berg en Dal