Bijlage 2 Bestemmingsplan Balgoij-West_def
Tekst van het document
Op grond van het streefpeil van het oppervlaktewater van 5,20 m +NAP en het minimale aanlegpeil van de weg van 8,10 m +NAP wordt ruimschoots voldaan aan de droogleggingseisen. Het is dus niet nodig om maatregelen te treffen als Kruipruimtevrij- of waterdicht bouwen. Wat betreft de inrichting is er geen sprake van oppervlaktewater waarvan de diepte dusdanig is dat er sprake kan zijn van verdrinkingsgevaar.
vastgesteld gemeente Wijchen – bestemmingsplan Balgoij-West
25
4.1.5. Overwegingen en conclusie Samengevat wordt er voldaan aan de ontwaterings- en droogleggings-eisen. Ook wordt er voldaan aan de eisen voor hemelwaterberging en aan de landelijk afvoernorm. Tot slot wordt het afvalwater ingezameld en onder vrij verval afgevoerd naar de bestaande riolering van Balgoij. 4.1.6. Overleg met waterbeheerder ▪ Beleidsuitgangspunt: Afhankelijk van de aard en locatie moet het ruimtelijk plan voor advies en/of vooroverleg worden voorgelegd aan de waterbeheerder en het advies van de waterbeheerder zijn verwerkt in de waterparagraaf. Veelal zijn de waterbeheerders het waterschap, maar kunnen ook Rijkswaterstaat of de Provincie zijn. Voor wat betreft het waterschapsbelang geldt voor alle ruimtelijke plannen dat bij aanvang van het planproces een digitale watertoets moet worden ingevuld door de initiatiefnemer (www.digitalewatertoets.nl), waarna zo nodig een vooroverleg volgt. ▪ Gevolgen voor het plan: De watertoets is ingevuld en het planvoornemen is door de initiatiefnemer voorgelegd aan zowel het waterschap als de gemeente en dat hun adviezen zijn verwerkt in de waterparagraaf van dit bestemmingsplan en het waterhuishoudkundig plan dat als bijlage aan het bestemmingsplan is toegevoegd. ▪ Naar aanleiding van zienswijzen is er een geohydrologisch onderzoek uitgevoerd, deze is bijgevoegd als bijlage 9.
▪ Naar aanleiding van het STAB rapport is een aanvullende watermemo opgesteld. Deze is bijgevoegd als bijlage 16 en wordt nader toegelicht in hoofdstuk 6.
4.2.
Milieuaspecten
4.2.1. Bedrijven en milieuzonering In het kader van de Wet milieubeheer dient in nieuwe situaties rekening te worden gehouden met (wenselijke) afstanden tussen bepaalde milieubelastende functies en milieugevoelige functies. In de VNG-handreiking Bedrijven en Milieuzonering (2009) is een richtafstandenlijst opgenomen. In de lijst is voor allerlei soorten 'milieubelastende activiteiten' aangegeven welke richtafstanden vanwege geur, stof, geluid en gevaar bij voorkeur aangehouden moeten worden ten opzichte van 'milieugevoelige activiteiten'. De grootste van deze vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieucategorie. De richtafstanden gaan uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd, dan kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden). Benadrukt moet worden dat de richtafstanden zijn afgestemd op het omgevingstype rustige woonwijk (of een vergelijkbaar om-
vastgesteld gemeente Wijchen – bestemmingsplan Balgoij-West
26
gevingstype) en dat de richtafstanden bij een omgevingstype gemengd gebied (een gebied met een matige tot sterke functiemenging) met 1 stap kunnen worden verlaagd zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. Het waar nodig scheiden van milieubelastende activiteiten en milieugevoelige gebieden en functies bij nieuwe ontwikkelingen dient twee doelen: ▪ het reeds in het ruimtelijke spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; ▪ het tegelijk daarmee aan de bedrijven voldoende zekerheid bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Afbeelding 4: Omgevingstype Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2
Richtafstand tot omgevingstype rustige woonRichtafstand tot omgevingstype gemengd wijk en rustig buitengebied gebied 10 meter 0 meter 30 meter 10 meter 50 meter 30 meter 100 meter 50 meter 200 meter 100 meter 300 meter 200 meter 500 meter 300 meter 700 meter 500 meter
Het bestemmingsplan en de milieuregelgeving vormen elkaars complement. Voor zover met behulp van een zonering eventuele overlast voor de omgeving niet voldoende kan worden beperkt, kan de toepassing van milieuregelgeving uitkomst bieden. De omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door met name woonbestemmingen en er wordt met de voorgenomen ontwikkeling in feit een nieuwe woonwijk toegevoegd. Er wordt daarom uitgegaan van het gebiedstype 'rustige woonwijk'. Voor de milieuzonering als gevolg van bedrijvigheid in de directe omgeving van het plangebied, is een tweetal functie op een viertal locaties van belang, die hierna zijn toegelicht. Het betreft: ▪ agrarische bedrijven aan de Herreweg 3, Torenstraat 4 en Wegelaar 1; ▪ transportbedrijf aan Hoeveweg 7. Agrarische bedrijven aan de Herreweg 3, Torenstraat 4 en Wegelaar 1 In de omgeving van het plangebied liggen enkele veehouderijen. In het onderzoek geurhinder veehouderijen4 is onderzoek gedaan naar de ligging van de geur- en afstandscontouren en naar de overige geuraspecten voor de ruimtelijke ontwikkeling beschreven. Daaruit blijkt dat ter plaatse van het hoogst belaste punt op de rand van een bouwvlak binnen het plangebied: ▪ ruimschoots wordt voldaan aan de afstandseis van 100 meter; ▪ de voorgrondbelasting op zijn hoogst 3,5 OUE/m³ bedraagt;
4
De Roever, Onderzoek geurhinder en veehouderijen De Maasakkers Balgoij, 20220214.v02, Schijndel, 29 april 2024
vastgesteld gemeente Wijchen – bestemmingsplan Balgoij-West
27
▪ de achtergrondbelasting op zijn hoogst 4,0 OUE/m³ bedraagt. Omdat veehouderijen op grote afstand van het plangebied zijn gelegen (meer dan 100 meter) kan worden gesteld dat ten aanzien van afstanden sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De hoogst berekende voorgrondbelasting binnen het plangebied bedraagt 3,5 OUE/m³. Deze waarde voor de voorgrondbelasting komt overeen met een 'matig' woon- en leefklimaat. De geurnorm voor geurgevoelige objecten binnen het plangebied bedraagt 2,0 OU E/m³. Dat ter plaatse van enkele beoogde woningen niet wordt voldaan aan de geurnorm wil niet per definitie zeggen dat geen sprake is van een acceptabel woon- en verblijfsklimaat. Uit jurisprudentie (uitspraak ABRvS 200900801/1/R3 van 7 oktober 2009) blijkt dat als de individuele geurnorm wordt overschreden, dit niet met zich brengt dat geen sprake is van een aanvaardbaar woonen leefklimaat. Uit latere jurisprudentie blijkt wel dat hierbij ook de cumulatieve geurbelasting (achtergrondbelasting) moet worden betrokken. De achtergrondbelasting wordt gevormd door de geurbelasting van alle veehouderijen samen. De hoogst berekende achtergrondbelasting op een woning binnen het plangebied bedraagt 4,0 OUE/m³. Deze waarde voor de voorgrondbelasting komt overeen met een 'redelijk goed' woon- en leefklimaat.
Als vuistregel geldt dat de achtergrondbelasting maatgevend is als deze meer dan het dubbele bedraagt van de voorgrondbelasting. Dat is hier niet het geval: de voorgrondbelasting is daarom maatgevend. Het bevoegd gezag beoordeelt of het woon- en leefklimaat voor deze specifieke situatie aanvaardbaar is. Daarbij kan het bevoegd gezag betrekken dat: ▪ op 16 oktober 2014 het bestemmingsplan Hoeveweg 13 Balgoij is vastgesteld. Dat plangebied is dichterbij de veehouderij gelegen dan het plangebied in het uitgevoerde geuronderzoek. In het bestemmingsplan Hoeveweg 13 Balgoij is vastgesteld dat de geurnorm aan de noordkant van De Maasakkers binnen de bebouwde kom 5,6 OUE/m³ bedraagt. In dat bestemmingsplan is onderbouwd dat een geurbelasting van 5,6 OUE/m³ past bij de aard en het karakter van Balgoij; ▪ de achtergrondbelasting aanvaardbaar is; ▪ omdat sprake is van een overbelaste situatie het woon- en leefklimaat ten aanzien van de voorgrondbelasting niet kan verslechteren; ▪ de toekomstige bewoners de geursituatie kunnen meewegen in hun overweging zich ter plaatse te vestigen. De voorziene woningbouw is niet beperkend in de ontwikkelingsmogelijkheden van deze agrarische bedrijven. Andere dichterbij gelegen woningen zijn beperkend voor deze agrarische bedrijven. De voorgrondbelasting wordt in beperkte mate overschreden waardoor er sprake is van een matig woon –en leefklimaat.
Op grond van de achtergrondbelasting is sprake van een redelijk goed woon en leefklimaat. Omdat het dorp Balgoij zich kenmerkt als een landelijk dorp vindt gemeente Wijchen dat ook ten aanzien van geur sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
vastgesteld gemeente Wijchen – bestemmingsplan Balgoij-West
28
Transportbedrijf aan Hoeveweg 7 Voor een regulier transportbedrijf wordt in de VNG-uitgave een afstand van 50 meter geadviseerd. De afstand tussen Hoeveweg 7 en de geplande nieuwbouw is circa 40 meter en aan de geadviseerde richtafstand kan dus niet worden voldaan. In de huidige situatie bevinden zich echter al meerdere woningen vele malen dichter bij het perceel Hoeveweg 7. De gebruiksmogelijkheden van het transportbedrijf worden met de nieuwbouw dus in ieder geval niet (meer) beperkt. Verder is in het kader van het bestemmingsplan 'Hoeveweg 13 Balgoij' onderzocht in hoeverre de nieuwbouw die met dat bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt hinder ondervindt van het transportbedrijf. Uit het akoestisch onderzoek5 is gebleken dat, zoals het bouwvlak is gepositioneerd in het vastgestelde bestemmingsplan, kan worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarde en er dus sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Dit bouwvlak ligt op circa 5 meter van het transportbedrijf. Daarmee kan gesteld worden dan met een de afstand van 40 meter tussen het plangebied en het transportbedrijf zeker kan worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarde en er dus ook sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Afbeelding 5: Afstand tussen Hoeveweg 7 en plangebied
Spuitzone Ten zuidwesten van het plangebied bevindt zich een perceel waar het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen is toegestaan. Wanneer nabij een plangebied (<50 m van de perceelsgrens) een perceel aanwezig is waar het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen is toegestaan, kunnen deze gewasbeschermingsmiddelen overwaaien naar het plangebied. Dit kan invloed hebben op het woon- en leefklimaat in het plangebied. Daarnaast kan het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen nabijgelegen oppervlaktewater vervuilen. Het terrein ten zuidwesten van het plangebied is echter net als het plangebied in eigendom van dezelfde
5
Aelmans, Akoestisch onderzoek Hoeveweg 13 te Balgoij, M140051.001/JGO, Voerendaal, 19 februari 2014
vastgesteld gemeente Wijchen – bestemmingsplan Balgoij-West
29
grondeigenaar. Deze grondeigenaar gebruikte beide percelen in het verleden als boomgaard waarop het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen is toegestaan. In de toekomstige situatie wordt het plangebied ingevuld als woongebied en blijft het ten zuidwesten gelegen perceel als agrarisch in gebruik. Dit heeft echter gevolgen voor het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen. De grondeigenaar van de gronden kan na vaststelling van dit bestemmingsplan 50 meter rondom het woongebied geen gewasbeschermingsmiddelen meer toepassen. Grondeigenaar is zich bewust van deze beperking en het voornemen is om het terrein ten zuidwesten niet meer als boomgaard te gebruiken. Grondeigenaar heeft belang bij de ontwikkeling van het plangebied als woongebied en is deels initiatiefnemer. Dat de gebruiksmogelijkheden van de gronden ten zuidwesten van het plangebied wordt beperkt is een consequentie van het inrichten van het plangebied als woongebied en hier is grondeigenaar/mede initiatiefnemer zich van bewust. Op de verbeelding van dit bestemmingplan is een aanduiding opgenomen waarmee 50 meter rondom de woningen het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen wordt uitgesloten.
Conclusie Op basis van bovenstaand zal er een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de toekomstige bewoners van de te realiseren woningen zijn en worden de omliggende bedrijven door de komst van de woningen niet beperkt in hun uitbreidingsmogelijkheden. Daarnaast zijn woningen geen milieubelastende functies. Derhalve zijn ervan uit het oogpunt van milieuzonering geen belemmeringen voor de planontwikkeling. 4.2.2. Geluid In het kader van de Wet geluidhinder (Wgh) is bij de vaststelling of wijziging van een bestemmingsplan een akoestisch onderzoek vereist naar de geluidsbelasting op geluidsgevoelige bestemmingen vanwege industrielawaai, weg- en railverkeerslawaai. Industrielawaai en railverkeerslawaai zijn in dit geval niet aan de orde omdat het plangebied niet in de zonering van een industrieterrein ligt en een spoorweg niet in de nabijheid ligt. Op grond van de Wet geluidhinder is daarom alleen akoestisch onderzoek 6 naar het wegverkeerslawaai uitgevoerd. In het onderzoek is de cumulatieve geluidbelasting vanwege het wegverkeerslawaai op de beoogde woningen berekend. Hogere waarden Het plangebied ligt niet binnen een geluidzone van een weg. Het verlenen van een hogere waarde is niet van toepassing. Benodigde gevelwering (wegverkeerslawaai) De gecumuleerde geluidbelasting bedraagt ten hoogste 40 dB.
De vereiste karakteristieke geluidwering Ga;k bedraagt dan 20 dB (Standaardeis uit het bouwbesluit). Een nader onderzoek naar de geluidwering van de desbetreffende geveldelen is niet nodig.
6
De Roever, Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai de Maasakkers Balgoij, 20211930.v02, Schijndel, 10 mei 2023
vastgesteld gemeente Wijchen – bestemmingsplan Balgoij-West
30
Woon- en leefklimaat De milieukwaliteit wordt geclassificeerd als 'Zeer goed'. Het woon- en verblijfsklimaat ter plaatse van de woningen wordt als acceptabel aangemerkt. Er kan gesteld worden dat de cumulatieve geluidbelasting (wegverkeer) een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat niet in de weg staat. Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. 4.2.3. Bodem Op grond van artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in de toelichting van het bestemmingsplan aandacht besteed te worden aan de milieuhygiënische bodemkwaliteit. In artikel 2.4.1, lid 1 van de Bouwverordening is bovendien bepaald dat een omgevingsvergunningsplichtig bouwwerk niet mag worden gebouwd op een zodanig verontreinigd terrein, dat schade of gevaar is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers of het milieu. In artikel 2.1.5 leden 1 en 2 van de Bouwverordening is het voorschrift gegeven dat bij het indienen van een aanvraag om omgevingsvergunning een bodemonderzoeksrapport overlegd moet worden, dat bestaat uit de resultaten van een recent verkennend onderzoek. Derhalve is bodemonderzoek7 uitgevoerd. Uit het verrichte vooronderzoek zijn geen (voormalige) potentiële bronnen vastgesteld die bodemverontreiniging tot gevolg kunnen hebben. De locatie wordt als onverdacht beschouwd.
Op maaiveld worden plasticresten waargenomen, afkomstig van voormalige teelt. De invloed op de bodemkwaliteit wordt als verwaarloosbaar beschouwd. Vanuit de directe omgeving wordt geen beïnvloeding verwacht op de bodemkwaliteit. De bodem binnen de onderzoekslocatie wordt op voorhand niet als asbestverdacht beschouwd. Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn geen verontreinigingen aangetoond die aanleiding vormen voor het uitvoeren van nader of aanvullend bodemonderzoek. De resultaten van het onderzoek stemmen niet overeen met de gestelde hypotheses. De resultaten vormen echter geen aanleiding tot aanpassing van de onderzoeksstrategie. De locatie is onverdacht op aanwezigheid van asbest in bodem. De bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling van de locatie naar woningbouw. De eventueel bij werkzaamheden vrijkomende grond is op of buiten het onderzoeksterrein herbruikbaar. Indien vrijkomende grond van de locatie afgevoerd dient te worden, dient men rekening te houden met de regels van het vigerende Besluit Bodemkwaliteit. Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
7
Bodeminzicht, verkennend bodemonderzoek perceel B 710 te Balgoij, B2918, Uden, 3 februari 2022
vastgesteld gemeente Wijchen – bestemmingsplan Balgoij-West
31
4.2.4. Externe veiligheid Bij externe veiligheid gaat het onder meer om productie, opslag, transport en gebruik van gevaarlijke stoffen. Dergelijke activiteiten leggen beperkingen op aan de omgeving. Door voldoende afstand aan te houden tussen deze activiteiten en 'gevoelige objecten' wordt voldaan aan de wettelijke normen. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van 27 oktober 2004 en de hierin opgenomen Regeling externe veiligheid inrichtingen, geeft aan welke activiteiten/bedrijven risicocontouren kennen, waarmee rekening dient te worden gehouden bij het verlenen van vergunningen in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Het Bevi heeft tot doel de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld door activiteiten met gevaarlijke stoffen in bedrijven tot het aanvaarde maximum te beperken. Het gaat daarbij om het beperken van de kans op en effect van een ernstig ongeval vanwege activiteiten met gevaarlijke stoffen binnen inrichtingen. Op vergelijkbare wijze zijn de aanvaardbare risico's, verbonden aan transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor en het transport door buisleidingen, vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de daarbij behorende regelingen.
Het doel wordt in Bevi, Bevt en Bevb vertaald naar de begrippen plaatsgebonden risico en groepsrisico: ▪ Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als een kans per jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. ▪ Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. In Bevi, Bevt en Bevb zijn de risiconormen (plaatsgebonden risicoafstanden) wettelijk vastgelegd. Binnen deze afstanden mogen geen kwetsbare objecten worden opgericht. Beperkt kwetsbare objecten mogen alleen onder zwaarwegende motieven binnen deze risicoafstanden. Er is in Bevi, Bevt en Bevb geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Derhalve is de risicokaart geraadpleegd.
Hieruit blijkt dat het plangebied niet ligt binnen: ▪ het invloedsgebied van een Bevi-inrichting; ▪ de veiligheidsafstanden van andere stationaire risicobronnen; ▪ een toekomstig plasbrandaandachtsgebied en ▪ het invloedsgebied van een relevante buisleiding voor het transport van gevaarlijke stoffen.
vastgesteld gemeente Wijchen – bestemmingsplan Balgoij-West
32
Uit de regionale signaleringskaart externe veiligheid blijkt dat het aspect externe veiligheid wel relevant is vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Maas. Op het vervoer van gevaarlijke stoffen over het kanaal is de Wet basisnet van toepassing. Bij ruimtelijke ontwikkelingen binnen 200 meter van een transportroute van gevaarlijke stoffen, in dit geval de rivier, is op grond van het Besluit externe veiligheid transportroutes een verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk. Het plangebied ligt op grotere afstand van de Maas. Onderzoek externe veiligheid en/of een verantwoording van het groepsrisico is derhalve niet noodzakelijk. De bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid dienen echter wel te worden beschouwd. Hiervoor heeft de Brandweer Gelderland-Zuid een advies gegeven. Afbeelding 5: Fragment risicokaart.
Bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval Bij een gifwolk zal de brandweer bovenwinds (met de wind mee) moeten kunnen aanrijden. Eenmaal aangekomen zal vooral worden ingezet op de evacuatie van mensen die zich buitenshuis in het bron- en effectgebied bevinden. Daarnaast zal ook getracht worden om uitbreiding van de gifwolk te voorkomen door deze te verdunnen en gebruik te maken van waterschermen. Het is belangrijk dat de bereikbaarheid van hulpdiensten en de bluswatervoorzieningen op orde zijn. Mogelijkheden voor zelfredzaamheid Het handelingsperspectief bij een gifwolk voor aanwezigen binnen het bron- en effectgebied is binnenblijven (schuilen), naar de bovenste bouwlaag gaan, ramen en deuren sluiten en de ventilatie afschakelen. Beoordeling bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen Omdat het hier gaat om een bestemmingsplan is er nog geen invulling gegeven aan de bluswatervoorziening. Dis zal pas plaatsvinden in de verder uitwerking van de plannen bij de aanvraag
vastgesteld gemeente Wijchen – bestemmingsplan Balgoij-West
33
omgevingsvergunning. Op basis van de Handreiking Bluswater en Bereikbaarheid (2019), hoofdstuk 3.2.1, (woningen tot 20 meter hoogte) wordt geadviseerd voor dit type woningen een bluswatercapaciteit van 500 liter/minuut aan te leggen. De Brandweer Gelderland-Zuid adviseert een toereikende bluswatervoorziening te realiseren van ten minste 30 m³ per uur, die binnen 40 meter vanaf de brandweeringang (in dit geval alle woningtoegangsdeuren) aanwezig is. Een brandweeringang is nodig als er personen verblijven in een bouwwerk. De Brandwee Gelderland-Zuid heeft bereikbaarheid beoordeeld en is van mening dat de bereikbaarheid voldoende is. De uitgangspunten met betrekking tot bluswater en bereikbaarheid worden aan initiatiefnemer meegegeven om rekening mee te houden in de verdere planuitwerking. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. 4.2.5. Luchtkwaliteit Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit samen met de AMvB Niet in betekenende mate bijdragen (NIBM), de ministeriële regeling NIBM, de ministeriële regeling Projectsaldering en de ministeriële regeling Beoordeling luchtkwaliteit in werking getreden. Projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging, hoeven volgens de nieuwe wet niet meer afzonderlijk getoetst te worden aan de grenswaarden voor de buitenlucht.
Het Besluit NIBM omschrijft het begrip nader: een project dat minder dan 3% van de grenswaarden bijdraagt is NIBM. Dit komt overeen met 1,2 microgram/m³ voor fijn stof en NO 2. Voor woningbouw ligt de 3%-grens op 1.500 woningen. De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van 37 woningen en blijft daarmee ver onder de 1.500 waarmee het plan niet in betekenende mate bijdraagt tot verslechtering van de luchtkwaliteit. Zekerheidshalve is toch de NIBM-tool ingevuld om de luchtkwaliteit te berekenen daarbij zijn de verkeersintensiteiten overgenomen als opgenomen in bijlage 10.
vastgesteld gemeente Wijchen – bestemmingsplan Balgoij-West
34
Afbeelding 6: NIBM-tool.
Uit de NIBM-tool blijkt dat de bijdrage van het extra verkeer niet-in-betekenende-mate ie en er geen nader onderzoek nodig is. Op basis van artikel 5.16, lid 1 onder a van de Wet milieubeheer (Wm) kan gesteld worden dat de luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.3.
Ecologie De natuur in Nederland wordt beschermd vanuit twee invalshoeken: bescherming van gebieden en bescherming van soorten. Per 1 januari 2017 is de Flora- en faunawet samen met de Boswet en Natuurbeschermingswet vervangen door de Wet natuurbescherming (Wnb). Onder de Wet natuurbescherming vervallen de voormalige tabellen 1, 2 en 3 (Flora- en faunawet) waarin de beschermde soorten zijn opgenomen. Tevens zijn er circa 200 soorten niet langer beschermd en worden enkele bedreigde soorten toegevoegd. De soortenbescherming binnen de Wet natuurbescherming is opgedeeld in de volgende beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Voor alle beschermde soorten geldt een ontheffingsplicht. Het bevoegd gezag (de provincie) kunnen voor de soorten die zijn opgenomen in het 'beschermingsregime andere soorten' vrijstellingsbesluit nemen en hierin onderscheid maken tussen meer en minder strikt beschermde soorten.
vastgesteld gemeente Wijchen – bestemmingsplan Balgoij-West
35
Om te bepalen of wordt voldaan aan de Wet natuurbescherming is een quickscan 8 uitgevoerd. De conclusie van deze QuickScan is als volgt. Het realiseren van woongelegenheid ter plaatse van een akker, inclusief alle bijbehorende werkzaamheden leiden, behoudens algemene broedvogels en vrijgestelde soorten, aannemelijk niet tot aantasting van functionele leefomgevingen, vaste rust- en/of verblijflocaties, natuurgebieden of andere krachtens de Wet natuurbescherming beschermde zaken. ▪ ten aanzien van algemene grondgebonden zoogdieren is enkel de Algemene Zorgplicht van toepassing; ▪ de locatie heeft geen functie voor vleermuizen; ▪ ten aanzien van vogels met jaarrond beschermde nestlocaties en/of leefgebieden zijn geen verdere maatregelen of vervolgstappen benodigd; ▪ ten aanzien van algemene vogels kunnen broedsels en nesten verstoord worden gedurende het broedseizoen; ▪ voor amfibieën wordt de aanwezigheid van vrijgestelde soorten incidenteel verwacht, voor deze soorten dient de Algemene Zorgplicht in acht genomen te worden; ▪ voor vlinders, libellen, ongewervelde, reptielen en vissen met een beschermde status krachtens de Wet natuurbescherming is geen geschikt leefgebied aanwezig; ▪ standplaatsen en geschikte omstandigheden ten aanzien van beschermde vaatplanten zijn niet aangetroffen; ▪ er is geen sprake van effecten op houtopstanden onder bescherming van de Wet
natuurbescherming; ▪ gelet op de afstand tot beschermde gebieden en de aard van de werkzaamheden worden geen (negatieve) effecten verwacht op Natura 2000-gebieden, het Gelders Natuurnetwerk of overige provinciaal beschermde gebieden. Vanuit de omgeving kwam de melding over de mogelijke aanwezigheid van dassen binnen het plangebied, hetgeen niet bleek uit de eerder uitgevoerde quickscan. In het licht van de melding wordt derhalve de onderbouwing uit de quickscan niet meer actueel geacht, waardoor een aanvullende onderbouwing nodig is betreffende de aan- dan wel afwezigheid van dassen. In het kader van deze ontwikkeling heeft een aanvullende schouw plaatsgevonden en is een memo 9 opgesteld. Uit de memo blijkt dat er gesteld kan worden dat geen holen, sporen of andere aanwijzingen aanwezig zijn die duiden op het voorkomen van (verblijfplaatsen van) dassen binnen het plangebied of in de directe omgeving ervan. Tevens is het aangetroffen habitat op de locatie ongeschikt door het ontbreken van dekking en verstoringsarme condities. Derhalve kan het voorkomen van dassen binnen het plangebied worden uitgesloten.
8 9
Eceau, Ecologische quickscan aan de Maasakkers ong. te Balgoij, QUB-2QS211026, Heesch, 13 december 2021 Eceau, Memo aanwezigheid dassen aan de Maasakkers ong. te Balgoij, QUB-1ME230705, Heesch, 5 juli 2023
vastgesteld gemeente Wijchen – bestemmingsplan Balgoij-West
36
De planlocatie maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied, het Gelders Natuurnetwerk, de Groene Ontwikkelingszone of de Natte Landnatuur. Gelet op de aard van de werkzaamheden, de afstand tot de gebieden en de beoogde situatie is van externe werking op omliggende Natura 2000-gebieden geen sprake. Een Voortoets en/of 'nee, tenzij'-toets zijn niet noodzakelijk. De Wet stikstofreductie en natuurverbetering is per 1 juli 2021 in werking getreden. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een stikstofdepositieonderzoek10 voor de gebruiksfase en de aanlegfase uitgevoerd. Uit de berekeningen blijkt dat in zowel de aanlegfase als de gebruiksfase de stikstofdepositie op de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden niet hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar. Er is dus geen sprake van vergunningplicht op grond van de Wet natuurbescherming. Het aspect stikstofdepositie vormt dus geen belemmering voor het plan. Conclusie Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.4.
Verkeer en parkeren Sinds 11 april 2020 is het vigerende parkeerbeleidsplan Gemeente Wijchen van kracht. Hierin staat dat de gemeente Wijchen aansluit bij de door het CROW opgestelde landelijke parkeerkencijfers en uitgaat van de maximale parkeernorm en de kern Balgoij de stedelijkheidsgraad 'weinig stedelijk' heeft. De locatie van het plan Maasakkers ligt in de 'rest bebouwde kom'. Vandaar dat in deze notitie voor het berekenen van de theoretische verkeersgeneratie en parkeerbehoefte de maximale parkeerkencijfers in de rest van de bebouwde kom in een weinig stedelijk gebied uit CROW publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren zijn gehanteerd in de notitie verkeer en parkeren11. Voor wat betreft de verkeersgeneratie wordt in de notitie verkeer en parkeren geconcludeerd dat de verkeersintensiteiten per etmaal op de wegen in het plan Maasakkers en Den Bogerd ruim onder de maximale verkeersintensiteiten zoals opgenomen in de landelijke verkeersveiligheidsvisie Duurzaam Veilig. Van een onevenredig intensief gebruik van de nieuwe en bestaande wegen als gevolg van het plan Maasakkers is hierdoor geen sprake. Er zijn meerdere zienswijzen ingediend die betrekking hebben op de geplande ontsluiting op Den Bogerd in relatie tot verkeersveiligheid en spelende kinderen. Verzocht wordt om de ontsluiting af te sluiten voor regulier gemotoriseerd verkeer.
Naar aanleiding van deze zienswijzen is er in overleg tussen de gemeente en ontwikkelaar besloten de ontsluiting enkel in te richten voor calamiteiten. De blijft weg toegankelijk voor fietsers en voetganger, maar wordt afgesloten voor regulier gemotoriseerd verkeer. Hierbij wordt afgeweken van het ‘worst case’ advies zoals opgenomen in bijlage 10 'Notitie verkeer en parkeren'.
10 11
De Roever, Stikstofdepositieonderzoek de Maasakkers Balgoij, 20211931.v04, Schijndel, 26 mei 2023 Buitenruimte, Ruimtelijke onderbouwing verkeersgeneratie en parkeren plan Maasakkers, 2022QUB02, 3 oktober 2023, Veghel
vastgesteld gemeente Wijchen – bestemmingsplan Balgoij-West
37
Bij het berekenen van de parkeerbehoefte is onderscheid gemaakt tussen het benodigd aantal parkeerplaatsen voor bezoekers en bewoners. Het belangrijkste verschil tussen beide doelgroepen is de eis dat parkeerplaatsen voor bezoekers openbaar toegankelijk zijn. Onderstaand de tabel geeft de parkeerbehoefte op basis van het woningbouwprogramma weer. Afbeelding 7: Parkeerbehoefte. Woningtypen Vrijstaande woning (bewoners) Vrijstaande woning (bezoekers) Twee onder een kap (bewoners) Twee onder een kap (bezoekers) Tussen/hoekwoning (bewoners) Tussen/hoekwoning (bezoekers) Totale parkeernorm
eenheid woning woning woning woning woning woning
aantal 9 9 4 4 24 24
norm 2,4 0,3 2,3 0,3 2,1 0,3
normatief 21,6 2,7 9,2 1,2 50,4 7,2 92
In afbeelding 8 is te zien dat er 94 parkeerplaatsen worden gerealiseerd en er dus kan worden voldaan aan de parkeerbehoefte. Om te kunnen waarborgen dat wordt voorzien in het benodigd aantal parkeervoorzieningen is in de regels bepaald dat dient voorzien te worden in voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig het 'Parkeerbeleidsplan gemeente Wijchen', dat op 16 juni 2016 in werking is getreden, of de rechtsopvolger(s) daarvan. Afbeelding 8: Parkeren.
Conclusie
vastgesteld gemeente Wijchen – bestemmingsplan Balgoij-West
38
Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.5.
Archeologie en cultuurhistorie Het Verdrag van Malta regelt de omgang met het Europees archeologisch erfgoed. Nederland ondertekende dit verdrag van de Raad voor Europa in 1992. Aanleiding voor dit verdrag was dat het Europese archeologische erfgoed in toenemende mate bedreigd werd. Niet alleen door natuurlijke processen of ondeskundig gebruik van het bodemarchief, maar ook door ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. Deze wet vervangt de Monumentenwet waarin de uitgangspunten van het Verdrag van Malta binnen de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De wet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen: 'verstoorder' betaalt. In het kader hiervan dient een gemeente ruimtelijke planvorming te toetsen op archeologische waarden. Indien potentiële archeologische waarden worden verstoord, dient hier nader onderzoek naar te worden verricht. Het belangrijkste doel is de bescherming van archeologische waarden in de bodem (in situ) omdat de bodem doorgaans de beste garantie biedt voor een goede conservering. Vooronderzoek moet duidelijk maken welke archeologische waarden verwacht kunnen worden. Wie de bodem in wil, bijvoorbeeld om te bouwen, kan verplicht worden om een archeologisch vooronderzoek te (laten) uitvoeren.
De onderzoeksresultaten bepalen het verdere vervolg; een aanpassing van de bouwplannen of het opgraven van archeologische vondsten. Er wordt uitgegaan van het basisprincipe dat de 'verstoorder' betaalt voor het opgraven en het documenteren van de aangetroffen waarden als behoud in de bodem niet tot de mogelijkheden behoort. Het is verplicht om met nieuwe bestemmingsplannen rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Volgens het archeologiebeleid van de gemeente Wijchen uit 2008 valt het plangebied grotendeels binnen een terrein van middelmatige archeologische verwachting, waarbij archeologisch onderzoek verplicht is bij ingrepen met een oppervlakte groter dan 100 m². Enkel het meest zuidoostelijke deel van het plangebied behoort tot een terrein waar een lage archeologische verwachting van kracht is, waarbij archeologisch onderzoek verplicht is bij ingrepen met een oppervlakte groter dan 2.000 m². Volgens het recentere bestemmingsplan 'Buitengebied Wijchen' (vastgesteld op 31/01/2013) valt het plangebied onder 'Archeologie -waarde 3' en is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij bodemingrepen dieper dan 0,3 m -mv en die tevens een oppervlakte van meer dan 100 m² beslaan. Er heeft daarom archeologisch bureauonderzoek12 plaatsgevonden.
12
Buro de Brug, Archeologisch bureauonderzoek, Balgoij-west, Balgoij, gemeente Wijchen, 2468-6727, Spijkerboor, 6 september 2022
vastgesteld gemeente Wijchen – bestemmingsplan Balgoij-West
39
Uit de landschappelijke analyse is gebleken het plangebied zich bevindt in een oude rivierbocht van de Maas die actief is geweest tussen 500 tot 1450 n. Chr. Hierdoor is op de kronkelwaardrug theoretisch bewoning mogelijk sinds het begin van de Middeleeuwen. De rivier is in de Late Middeleeuwen inactief geworden. De stroomrug was gedurende de Middeleeuwen een hoger gelegen terrein in het landschap, waardoor deze plek een geschikte bewoningslocatie geweest kan zijn. Daarnaast is het gebied aantrekkelijk voor bewoning geweest vanwege de aanwezigheid van vruchtbare en zandige kleigronden. Hoewel de Middeleeuwse dorpskern van Balgoij 700 m ten noorden van het plangebied ligt, geldt voor de Vroege tot en met Late Middeleeuwen een middelhoge archeologische verwachting. Voor de Nieuwe Tijd geldt een lage verwachting aangezien op de historische kaarten geen bebouwing staat weergegeven. De bebouwing uit deze periode zal zich voornamelijk hebben geconcentreerd in de historische kernen van Balgoij, en het nabij de huidige Rooms-katholieke kerk gelegen Florenstein (waar in het verleden een adellijk huis heeft gestaan) en direct aan de historische wegen in de nabijheid van het plangebied. Het archeologische niveau wordt direct onder het maaiveld verwacht. Dit niveau wordt gevormd door de top van de oeverafzettingen, waarin een donkere cultuurlaag aanwezig kan zijn.
Deze laag is indicatief voor de aanwezigheid en diepteligging van de archeologische waarden en de mate van intactheid. Complextypen die verwacht worden zijn nederzettingsterreinen, grafvelden en sporen van landgebruik. In het rivierengebied worden nederzettingsterreinen gekenmerkt door een cultuurlaag of dichte vondstenstrooiing wegens de langdurigheid van de bewoning op een specifieke plek. Dit komt omdat de omgeving vochtig is, waardoor de keuze voor bewoning beperkt is. Dit betekent dat de bewoning vaak geconcentreerd bleef op een aantal vaste plekken in het landschap. Sporen van landgebruik (zoals ook grafvelden) zullen vooral te herkennen zijn aan grondsporen en verkleuringen in de bodem en minder door vondstmateriaal. De aanwezigheid van de hiervoor genoemde complextypen is afhankelijk van de mate van intactheid van de bodem. Deze is in delen van het plangebied mogelijk lokaal aangetast door ploegwerkzaamheden en in de noordoostelijke hoek van het plangebied mogelijk door bebouwing uit de Nieuwe Tijd. Deze bebouwing is te herkennen op de kaarten van Topotijdreis. In hoeverre daardoor eventueel aanwezige archeologische resten zijn verstoord is niet bekend. Het bureauonderzoek heeft aangetoond dat er verschillende archeologische verwachtingen binnen het plangebied gelden. Er is daarom een vervolgonderzoek uitgevoerd in de vorm van een verkennend booronderzoek13.
In het verkennend booronderzoek is de bodemopbouw in kaart gebracht en de archeologische verwachting uit het bureauonderzoek getoetst. Het onderzoek heeft uitgewezen dat het onderzoeksgebied is gelegen binnen de Balgoij-meander. De stratigrafie bestaat aan de basis uit beddingafzettingen op variërende diepte. In het zuiden van het plangebied is de restgeul van de Balgoij-meander gelegen, met daarnaast een tweede laagte in de kronkelwaard in het noorden van het plangebied. Een smalle hoogte scheidt de restgeul
13
VUhbs, Inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek voor het plangebied BalgoijWest, gemeente Wijchen, WCN-BW-2, Amsterdam, 18 november 2022
vastgesteld gemeente Wijchen – bestemmingsplan Balgoij-West
40
van de tweede laagte, en in het uiterste noorden is wederom een hoogte in de kronkelwaard. De beddingafzettingen zijn afgedekt onder geulafzettingen, met name in de laagten van het onderzoeksgebied. Aan de top van de stratigrafie komt een pakket oeverafzettingen voor, met een basis op 120-155 cm onder maaiveld (6.44-5.68 m NAP). De oeverafzettingen zijn homogeen bruin van kleur, waardoor sprake is van een ooivaaggrond. Er zijn in dit onderzoek slechts beperkte aanwijzingen voor verstoring van deze oeverafzettingen in de vorm van een bouwvoor van 30-40 cm. Op basis van de grotendeels intacte stratigrafie, met in het verleden goed ontwaterde oeverafzettingen, kan de middelhoge verwachting op het aantreffen van archeologische sporen en resten van bewoning, begraving en landgebruik uit de periode Vroege en Late Middeleeuwen worden behouden. Eventueel aanwezige archeologische sporen en resten kunnen voorkomen vanaf het maaiveld. Sporen zullen herkenbaar zijn vanaf de top van de nog intacte oeverafzettingen, grotendeels gelegen op 30-40 cm onder maaiveld. Eventueel aanwezige archeologische sporen en resten die dieper reiken dan de bouwvoor kunnen dus in situ goed bewaard zijn gebleven. Op basis van deze resultaten wordt allereerst geadviseerd om in het nieuwe bestemmingsplan de reeds bestaande dubbelbestemming met betrekking tot archeologie over te nemen.
Het voorgenomen bouwplan overschrijdt de vrijstellingsregels met betrekking tot archeologie, en zal een bedreiging vormen voor eventueel aanwezige archeologische sporen en resten. Vervolgonderzoek in het kader van dit bouwplan kan daarom als zinvol en noodzakelijk worden beschouwd. Met het oog op het mogelijke voorkomen van sporen en resten van bewoning, begraving en landgebruik is een proefsleuvenonderzoek hier de meest geschikte methode. Het bevoegd gezag, de gemeente Wijchen, heeft op basis van dit advies het besluit genomen dat er proefsleuvenonderzoek noodzakelijk is. Dit onderzoek zal echter pas plaatsvinden voorafgaand aan de werkzaamheden. Tot die tijd wordt de archeologische dubbelbestemming gehandhaafd en zijn de eventueel aanwezige archeologische waarden beschermd. Daarnaast heeft het plangebied in het bestemmingsplan 'Parapluplan Cultuurhistorie Wijchen' de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorisch waardevol gebied'. Daardoor zijn de gronden, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, beheer en versterking van de cultuurhistorische waarden. Daarbij is met name van belang de mate van visueel-ruimtelijke relatie met de (agrarische) percelen en het onderscheid daarin tussen de verschillende landschapstypen (open, half-open of gesloten) van belang.
Dit betekent dat een afweging gemaakt dient te worden waarom woningbouw ter plaatse inpasbaar is, zonder afbreuk te doen aan die cultuurhistorische waarden. De voorgenomen ontwikkeling is zorgvuldig ingepast, door qua stedenbouwkundige structuur aan te sluiten op de aangrenzende bebouwing in het oosten. Daarnaast is de bestaande landschapsstructuur als uitgangspunt voor de positionering aangehouden. De structuur van het bestaande landschap bestaat uit overwegend open agrarisch landschap gevormd door rechte lijnen van zandpaden, bomen en greppels. De verkaveling borduurt voort op dit landschap met kleinschalige structuur van boomkamers, laanbeplanting. Kavelgrenzen worden beplant met
vastgesteld gemeente Wijchen – bestemmingsplan Balgoij-West
41
hagen of houtwallen, en wegen begeleid door boomsingels. Daarmee blijven de cultuurhistorische waarden behouden. Conclusie Het aspect archeologie en cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.6.
Vormvrije mer-beoordeling Het Besluit ruimtelijke ordening stelt in artikel 3.1.1, onder f dat inzicht dient te worden gegeven in de uitvoerbaarheid van het plan. Bovendien dien het bestuursorgaan bij de voorbereiding van het besluit (tot vaststelling van het bestemmingsplan) de nodige kennis te vergaren omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen (artikel 3.2 Algemene Wet Bestuursrecht). Voorheen kon worden volstaan met de conclusie dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r.-(beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. De consequentie van de nieuwe regeling is dat in elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst aandacht moet worden besteed aan m.e.r. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die beneden de drempelwaarden vallen uit de D-lijst, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets, die dus een nieuw element is in de m.e.r.-regelgeving, wordt de term vormvrije m.e.r.beoordeling gehanteerd.
Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: ▪ belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; ▪ belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r. De realisatie van woningen betreft een activiteit die genoemd staat in onderdeel D van het Besluit-m.e.r: 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen' (categorie D12). Conform het Besluitm.e.r. is de activiteit m.e.r.-beoordelingsplichtig indien de activiteit betrekking heeft op de volgende gevallen: 1) een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2) een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3) een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Een 'stedelijk ontwikkelingsproject' is niet nauw gedefinieerd in het Besluit m.e.r. Er is daarom ruimte voor interpretatie en discussie met betrekking tot wanneer een plan wel of niet als een stedelijk ontwikkelingsproject beschouwd moet worden. Uit jurisprudentie blijkt dat niet elke ontwikkeling waar gebouwd wordt automatisch valt onder een 'stedelijke ontwikkeling' zoals bedoeld in het Besluit m.e.r.
Daarom hoeft de bouw van een woning niet altijd beschouwd te worden als een 'stedelijk ontwikkelingsproject' zoals bedoeld in het Besluit milieueffectrapportage (activiteit D.11.2).
vastgesteld gemeente Wijchen – bestemmingsplan Balgoij-West
42
De bouw van 37 woningen kan worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject, maar blijft ruim onder de drempelwaarde 2.000 woningen. Dit neemt niet weg dat in dit geval een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient plaats te vinden. Dit dient plaats te vinden aan de hand van drie criteria: ▪ kenmerken van het project; ▪ plaats van het project; ▪ kenmerken van het potentiële effect. In het kader van de voorliggende ontwikkeling zijn eerder in dit hoofdstuk diverse milieuaspecten zorgvuldig afgewogen. Per aspect is bepaald of de ontwikkeling gevolgen heeft voor de (milieu)aspecten bedrijven- en milieuzonering, geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid, bodemgeschiktheid, flora en fauna, water, archeologie, cultuurhistorie, verkeer en parkeren. Uit de afweging is gebleken dat de effecten niet van dien aard zijn dat een m.e.r.-beoordeling aan de orde is. Op grond van het voorgaande zijn belangrijke nadelige milieueffecten uitgesloten, waardoor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling of MER niet zinvol wordt geacht.
vastgesteld gemeente Wijchen – bestemmingsplan Balgoij-West
43
5.
Verklaring van de regels
5.1.
Algemeen De Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit op de ruimtelijke ordening zijn op 1 juli 2008 in werking getreden. Voor wat betreft de terminologie en de opbouw van dit plan is op de wet aangesloten. Als voorbeeld hiervan kan worden genoemd dat de voorschriften nu regels heten en dat vrijstellingen nu afwijkingen worden genoemd. Daarnaast zijn de algemene gebruiksbepalingen en de zogenaamde toverformule niet meer noodzakelijk, omdat in de wet is bepaald dat gronden niet in strijd met hun bestemming mogen worden gebruikt. Bij het opstellen van het bestemmingsplan is er voor gekozen de planologisch-juridische regeling in dit bestemmingsplan zoveel mogelijk aan te sluiten (met inachtneming van de Wro) bij op de structuur en inhoud van de vigerende woonbestemming uit de recente komplannen en het Parapluplan Cultuurhistorie Wijchen. Het onderhavig bestemmingsplan gaat uit van de meest recente versie van het rapport Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012-v1.3.1).
5.2.
Bestemmingsplan Het digitale bestemmingsplan Balgoij-West is de verzameling geometrisch bepaalde planobjecten dat is vervat in een GML-bestand met bijbehorende regels. Dit bestemmingsplan is via elektronische weg uitwisselbaar en raadpleegbaar. Het geeft de bestemming en de bebouwingsmogelijkheden van de gronden aan. Het digitale bestemmingsplan bestaat uit een GML-bestand met bijbehorende regels. De verbeelding omvat één kaartblad (genummerd 0296-01-P01). Het kaartblad geeft de bestemming van de gronden aan. Waar nodig zijn aanduidingen op de kaart opgenomen waarvan de betekenis in de regels wordt verklaard. Op de verbeelding is de woonbestemming toegevoegd en ter plaatse van de nieuwe en bestaande woningen een bouwvlak op de verbeelding aangegeven. Daarnaast zijn is de verkeersbestemming en groenbestemming opgenomen en is de bestemming agrarisch van de verbeelding verwijderd.
5.3.
Plansystematiek Het plangebied krijgt een gedetailleerde plansystematiek en heeft zodoende een rechtstreekse bouwtitel. In de regels zijn bouw- en gebruiksregels opgenomen die de bebouwings-, gebruiksen inrichtingsmogelijkheden van het plangebied inkaderen.
5.4.
Specifieke verklaring van dit bestemmingsplan Uitgangspunt is een globaal en flexibel bestemmingsplan, bestaande uit een beperkt aantal bestemmingen. De globaliteit en flexibiliteit kunnen gaandeweg de bestemmingsplanprocedure worden verfijnd, mocht daar op basis van nadere uitwerkingen aanleiding voor zijn. Het ontwerp bestemmingsplan richt zich op de volgende bestemmingen:
vastgesteld gemeente Wijchen – bestemmingsplan Balgoij-West
44
▪ Agrarisch: De bestaande bestemming 'Agrarisch met waarden - 1' rondom de nieuwbouw is voor een zone van 50 meter overgenomen uit het geldende bestemmingsplan. Dit is opgenomen om hier uit te kunnen sluiten dat hier gebruik gemaakt kan worden van chemische gewasbeschermings- en bestrijdingsmiddelen door middel van een algemene aanduidingsregel. ▪ Wonen: Een woonbestemmingsvlak met daarbinnen bouwvlakken waarin de nieuwe woningen gebouwd mogen worden, alsmede bijgebouwen bij de woningen. Per bouwvalk is aangegeven of er vrijstaande-, twee-aaneen- of aaneengebouwde woningen gerealiseerd mogen worden. De bouwregels sluiten zo veel als mogelijk aan bij de regels, de structuur en inhoud van de vigerende woonbestemming uit de recente komplannen. ▪ Verkeer: ontsluiting en parkeren ter plaatse van de nieuw te realiseren woonstraat zijn als zodanig bestemd. ▪ Groen: de groene plekken in het plangebied zijn als groen bestemd. Tevens is een regeling opgenomen voor aanleg en bescherming van waterretentievoorzieningen. ▪ Archeologische dubbelbestemming: conform de huidige dubbelbestemming, waarmee de verplichting tot onderzoek opgelegd wordt voorafgaand aan de bouw. ▪ Cultuurhistorische dubbelbestemming: conform de huidige dubbelbestemming voor het behoud, beheer en versterking van de cultuurhistorische waarden.
vastgesteld gemeente Wijchen – bestemmingsplan Balgoij-West
45
6.
Uitvoerbaarheid
6.1.
Financiële uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. Vóór de vaststelling van het onderhavige bestemmingsplan zal met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst worden gesloten waarin afspraken over het verhaal van plankosten (planschade) worden vastgelegd. Hierdoor zijn de plankosten anderszins verzekerd, waardoor in deze situatie van het vaststellen van een exploitatieplan kan worden afgezien.
6.2.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.2.1. Participatie Ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wordt de participatiewijzer van de gemeente Wijchen voor omwonende/belanghebbende en voor de initiatiefnemers vanaf 8 april 2022 gevolgd en geïmplementeerd. Na de bijeenkomst op 13 april 2022 (70 deelnemers) en 10 mei 2022 (66 deelnemers) worden de mondelinge en schriftelijke individuele vragen en antwoorden nader uitgewerkt, om na validatie en toestemming van de desbetreffende omwonende/belanghebbende te worden opgenomen in de verslaglegging op basis van het format gesprekverslag, dat de gemeente Wijchen daar voor heeft ontwikkeld. Per 1 juni 2022 zijn er 20 omwonende/belanghebbende die vragen hebben gesteld of opmerkingen hebben gemaakt met betrekking tot de voorgenomen ontwikkeling. Er heeft 1 persoonlijk individueel overleg plaatsgevonden met een omwonende en een 2e overleg wordt medio juni 2022 gepland met een andere omwonende. Voorafgaand aan de implementatie van de participatiewijzer hebben er op 15 januari 2022 9 informele en verkennende gesprekken plaatsgevonden en op 22 januari 2022 7 informele en verkennende gesprekken. Er is één verslag door initiatiefnemer opgesteld. De omwonenden en belanghebbenden van de voorgenomen ontwikkeling bepalen of hun vragen/opmerkingen en de antwoorden vanuit initiatiefnemer worden opgenomen in de openbare verslaglegging of dat deze informatie individueel is en blijft.
De participatiewijzer van de gemeente Wijchen voor omwonende/belanghebbende betreft een doorlopend proces, totdat de bouwontwikkeling is afgerond. Vanuit initiatiefnemer is de conclusie tot nu toe dat de participatiewijzer van de gemeente Wijchen een waardevol proces is om de betrokkenheid van de omwonende en belanghebbende op gestructureerde wijze vorm en inhoud mee te geven en recht te doen aan de vragen en opmerkingen die bij hen leven en spelen met betrekking tot de voorgenomen ontwikkeling. 6.2.2. Vooroverleg Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, lid 1 sub c Wro overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Op basis van het
vastgesteld gemeente Wijchen – bestemmingsplan Balgoij-West
46
eerste lid van dit artikel wordt overleg gevoerd met waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Voor wat kleinere plannen kan, in overleg, afgezien worden van dit overleg. De belangen van het Rijk zijn niet in het geding. Het plan is in het kader van het vooroverleg verzonden aan de Brandweer Gelderland-Zuid, aan de provincie Gelderland en het Waterschap Rivierenland. De Brandweer Gelderland-Zuid heeft op het plan gereageerd en concludeert het volgende: ▪ de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid dienen nog beschouwd te worden in de toelichting van het bestemmingsplan; ▪ de bereikbaarheid is voldoende, de bluswatervoorzieningen zijn onvoldoende. Het advies is om een bluswatervoorziening te realiseren conform dit advies. ▪ het advies is om gebouwen (indien mogelijk) te voorzien van afschakelbare ventilatie en naar aanwezigen te communiceren over de mogelijkheid van een gifwolk en het handelingsperspectief. Naar aanleiding van die conclusie is de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid beschouw in de toelichting van dit bestemmingsplan.
Het advies met betrekking tot de te realiseren bluswatervoorziening en het advies om gebouwen te voorzien van afschakelbare ventilatie wordt aan initiatiefnemer meegegeven om in de verdere planuitwerking rekening mee te houden. De provincie Gelderland heef gereageerd op het plan en de reactie was als volgt. In het voorontwerp spelen de provinciale belangen wonen en klimaatadaptatie een rol. Het belang wonen is goed geborgd. Wel attendeert de provincie er op dat de afspraken uit de Woondeal 2.0 niet benoemd zijn in relatie tot dit plan. De provincie vraagt dit op te nemen in de toelichting van het ontwerp. Verder bevat het plan maatregelen voor de berging en infiltratie van water. Hiermee voldoet het plan aan het provinciaal belang klimaatadaptatie. Naar aanleiding van de reactie van de provincie is de toelichting aangepast en zijn de afspraken uit de Woondeal 2.0 opgenomen en hoe hier mee wordt omgegaan. Het waterschap Rivierenland is betrokken geweest bij de totstandkoming van het waterhuishoudkundig plan, waarin alle voor het waterschap relevante aspecten in worden behandeld. Tevens heeft het waterschap geadviseerd over het aanvullende geohydrologisch onderzoek. Het waterschap heeft geen bezwaren geuit tegen het plan 6.2.3. Zienswijzen het ontwerpbestemmingsplan en de bijbehorende stukken hebben gedurende 6 weken ter inzage gelegen.
Gedurende de ter inzage termijn zijn er 9 zienswijzen ingediend. Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen is het bestemmingsplan beperkt gewijzigd. De zienswijzen beantwoording en wijzigingen worden toegelicht in bijlage 14.
vastgesteld gemeente Wijchen – bestemmingsplan Balgoij-West
47
6.2.4. Raad van State Naar aanleiding van de uitspraak van 16 april 2025 van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (202404720/3/R4) heeft de Stichting advisering Bestuursrechtspraak (StaB) een deskundigenrapport uitgebracht over het bestemmingsplan en de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding? Naar aanleiding van het deskundigenverslag van de StaB zijn nog een aantal wijzigingen in het bestemmingsplan doorgevoerd. Met het herstelplan is de planregeling wat betreft drie waterhuishoudingpunten in overeenstemming gebracht de plantoelichting. Kort gezegd wordt in het herstelplan geborgd dat er voldoende waterberging is en wordt geborgd dat kelders uitsluitend mogelijk zijn onder de drie boerderijwoningen in het plan. 1. Waterberging De bestaande greppel/sloot (135 m3) aan de noordzijde van het plangebied (ten zuiden van de weg De Maasakkers) dient als waterberging ter compensatie van de verharding als gevolg van (onder meer) de woningen aan De Maasakkers ten noorden van het plangebied. Deze greppel/sloot kan niet nog een keer voor de waterbergingsbehoefte van het bestemmingsplan worden gebruikt en rekening houdend met de al bestaande waterbergingsfunctie moet de waterbergingsomvang voor het bestemmingsplan Balgoij-West 793 m3 + 135 m3 = 928 m3 zijn.
Hierbij dient 50,3 m3 te worden opgeteld die specifiek ten behoeve van de afwatering van de Hoeveweg 15 is opgenomen in de voorwaardelijke verplichting ‘Waterberging Hoeveweg 15’. De totale waterberging komt neer op 978,3 m3. Om dit mogelijk te maken en ook te borgen dat aan deze waterbergingsopgave wordt voldaan, is het plan aangepast door toevoeging van een voorwaardelijke verplichting aan de planregels voor de voor het plan benodigde waterbergingsopgave. Omdat de bestaande greppel moet worden vergroot, moet het bestemmingsvlak voor de bestemming “Groen” enigszins voor worden vergroot (bestemmingsgrens 1,5 meter zuidwaarts) en het bestemmingsvlak voor de bestemming “Wonen” enigszins verkleind. Hiervoor is de plankaart gewijzigd. Dit is meer gedetailleerd beschreven in de memo “Controle opmerkingen STAB op waterhuishoudkundig rapport Balgoij-West en praktische Oplossingen” van 25 november 2025 van adviesbureau Boo adviseurs voor leefomgeving (bijlage 16). 2. Waterberging Hoeveweg 15 Uit het deskundigenbericht volgt dat het plan wateroverlast kan veroorzaken op het perceel van de woning aan de Hoeveweg 15. Evenals in de huidige situatie zal het hemelwater dat valt op noordelijk deel van dit perceel geborgen worden in de tertiaire watergang (toekomstige wadi) zoals genoemd onder punt 1.
Het hemelwater van het zuidelijk deel van het perceel stroomt af naar het achterliggende en lagergelegen maaiveld ten zuiden van het perceel. Om wateroverlast te voorkomen zullen de wijzigingen zoals beschreven onder punt 1 hiervoor (deels) zorgen. Daarnaast zal in de toekomstige situatie ook afvoer en berging van hemelwater nodig zijn in een te graven zakgreppel op de oostgrens van het perceel Hoeveweg 15 met het plangebied.
vastgesteld gemeente Wijchen – bestemmingsplan Balgoij-West
48
Deze zakgreppel (in het plangebied) zal in zuidelijke richting afwateren naar een in de huidige situatie al aanwezige een verlaagd deel (circa 7,5 m +NAP) in het plangebied. Door dit deel van het plangebied niet op te hogen zal hier berging van hemelwater plaats kunnen vinden. Op onderstaande afbeelding is dit gevisualiseerd.
Om dit mogelijk te maken en ook te borgen dat aan de waterbergingsopgave en het voorkomen van wateroverlast op het perceel van de woning aan de Hoeveweg 15, is aan de planregels een voorwaardelijke verplichting toegevoegd. Dit is meer gedetailleerd beschreven in de memo “Controle opmerkingen STAB op waterhuishoudkundig rapport Balgoij-West en praktische Oplossingen” van 25 november 2025 van adviesbureau Boo adviseurs voor leefomgeving (bijlage 16). 3. Kwel In de waterhuishoudkundige onderbouwing van het plan wordt ervan uitgegaan dat alleen bij de drie vrijstaande boerderijwoningen kelders zullen worden gerealiseerd en dat daarmee – afgestemd met het waterschap - sprake is van een “lokale (kleine) ingreep” waarvoor met een kwelberekening aan de hand van de formule van Mazure kan worden volstaan.
vastgesteld gemeente Wijchen – bestemmingsplan Balgoij-West
49
Het gaat om de drie boerderijwoningen binnen de rode cirkel in onderstaande afbeelding:
Om in het plan de ondergrondse bebouwing te beperken tot de drie boerderijwoningen is de planregeling aangepast (zie artikel 6.2.1, sub j, en artikel 10.1 van de planregels), zodat het plan op dit punt in overeenstemming is met het plan zoals de planwetgever het heeft beoogd vast te stellen
vastgesteld gemeente Wijchen – bestemmingsplan Balgoij-West
Bijlagen Bijlage 1 - Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 2 - Bodemonderzoek Bijlage 3 - QuickScan ecologie Bijlage 4 - Stikstofdepositieberekening Bijlage 5 - Archeologisch bureauonderzoek Bijlage 6 - Archeologisch booronderzoek Bijlage 7 - Onderzoek geurhinder en veehouderijen Bijlage 8 - Waterhuishoudkundig plan Bijlage 9 - Geohydrologisch onderzoek naar kwel Bijlage 10 - Notitie verkeer en parkeren Bijlage 11 - Memo aanwezigheid dassen Bijlage 12 - Akoestisch onderzoek Hoeveweg 13 te Balgoij Bijlage 13 - Beeldkwaliteitsplan Bijlage 14 - Stedenbouwkundig plan Bijlage 15 - Zienswijzennota Bijlage 16 - Aanvullende watermemo