Bijlage 11 Diverse (water)bodemonderzoeken, Verhoeven Milieutechniek B.V., 8 juli 2021.pdf
Tekst van het document
Op het maaiveld ter plaatse van het erf van locatie Sengers is zintuiglijk geen asbestverdacht (plaat)materiaal (fractie > 20 mm) op het maaiveld waargenomen Ten behoeve van de onderzoeksopzet en de zintuiglijke waarnemingen zijn in totaal 58 proefgaten geplaatst verspreid over vier deellocaties (AB212 t/m AB223, AB225 en AB226, AB294 t/m AB299, AB2100 t/m AB2111, B2113B, AB2116 t/m AB2121, B401 t/m B419) gegraven van 1 m x 1 m tot circa 0,1 m-mv en/of 0,3 m x 0,3 m tot circa 0,5 m-mv gegraven. Voor de inspectie van de ondergrond zijn diverse proefgaten doorgezet middels een Edelmanboor met een diameter van 12 cm tot in de ongeroerde ondergrond. Om een verontreiniging met asbest vast te stellen is per proefgat de grove fractie (> 20 mm) van het vrijgekomen materiaal geïnspecteerd op asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm) en puinrestanten. Hierbij zijn zintuiglijk geen asbestverdacht (plaat)materiaal in de fractie > 20 mm aangetroffen. De veldwerkformulieren van de verkennende onderzoeken naar asbest zijn opgenomen in bijlage 7. In diverse (voormalige) (puin)dammen ter plaatse van “het Eiland” zijn bodemvreemde bijmengingen (sporen baksteen) waargenomen. Derhalve is hier één indicatief grondmonster samengesteld voor analyse op asbest.
Er zijn op “het Eiland” zintuiglijk (fractie > 20 mm) geen asbestverdachte (plaat)materialen waargenomen op het maaiveld en in de opgegraven en opgeboorde grond. In het veld zijn in totaal 26 (indicatieve) grond-/puinmonsters samengesteld ten behoeve van het analytisch onderzoek naar asbest in de fijne fractie (< 20 mm). Een overzicht van de samengestelde mengmonsters en de zintuiglijke waarnemingen met bijbehorende analyses is per locatie in tabel 8.7 van hoofdstuk 8 weergegeven. Verkennende waterbodemonderzoeken Ten behoeve van de waterbodemonderzoeken zijn er 30 grepen (G01 t/m G30), evenredig verdeeld over de watergangen, van de waterbodem genomen. Enkel in de watergang ter plaatse van “het Eiland” is slib aangetroffen. Aangezien er tussen “de Lanen” en het dassencompensatiegebied geen slib is aangetroffen, zijn de grepen doorgezet tot circa 0,5 m-mv in de vaste waterbodem en bemonsterd. De situatieschetsen met de geplaatste boringen, peilbuizen, proefgaten en grepen is opgenomen als bijlagen 2a t/m 2d.
Diverse (water)bodemonderzoeken, Huurlingsedam fase 3 te Wijchen Rapportnr.: B21.8184 versie: 01 datum: 8 juli 2021
20
7.
WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE 7.1.
Grond/grondwater
De verontreinigingssituatie van de bodem kan worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes in grond en/of grondwater aan de streef-, achtergrond- en interventiewaarden. De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit [7]. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [8] en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. De streefwaarden geven voor het grondwater het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingsbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor het grondwater aan. De achtergrondwaarden geven voor de grond het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor de grond aan. De interventiewaarden geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Om van een geval van ernstige bodemverontreiniging te spreken dient voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 bodemvolume voor grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarde.
De achtergrond- en interventiewaarden voor de vaste bodem zijn gerelateerd aan het lutum- en/of het organische stofgehalte van de bodem. Om de verkregen analyseresultaten te kunnen toetsen aan de achtergrond- en interventiewaarden worden de meetwaarden, met behulp van de analytisch vastgestelde gehalten aan lutum en/of organische stofgehalte, teruggerekend naar gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD). Indien de lutum en/of organische stofgehalten niet analytisch zijn vastgesteld, zijn ze aan de hand van de zintuiglijke waarnemingen, in combinatie met de overige analyseresultaten, ingeschat. Aan de hand van bovenstaande waarden wordt een index berekend. De index wordt voor grond berekend met de formule: (GSSD - achtergrondwaarde) / (interventiewaarde achtergrondwaarde). Voor grondwater wordt de achtergrondwaarde in de formule vervangen door de streefwaarde. Indien de index groter is dan 1 wordt de interventiewaarde overschreden. Uit de toetsing van de GSSD aan de streef-, achtergrond-, en interventiewaarden kan het volgende worden afgeleid: Bij een overschrijding van de streef- en/of achtergrondwaarde is het vermoeden van bodemverontreiniging bevestigd. Bij een berekende index groter dan 0,5 bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
Middels de uitvoering van de aanvullende analyses, mogelijk gevolgd door een nader bodemonderzoek, dient de omvang van de verontreiniging(en) te worden bepaald. Afhankelijk van de resultaten wordt het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging bevestigd dan wel verworpen. In het eerste geval dient overgegaan te worden tot de uitvoering van een saneringsonderzoek, gevolgd door een sanering. Momenteel wordt gewerkt aan het toevoegen van toetsingswaarden voor PFAS aan de Regeling bodemkwaliteit tot die tijd moet het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie (geactualiseerd d.d. 2 juli 2020, inclusief aanpassing d.d. 1 juli 2020), worden gehanteerd.
Diverse (water)bodemonderzoeken, Huurlingsedam fase 3 te Wijchen Rapportnr.: B21.8184 versie: 01 datum: 8 juli 2021
21 In het tijdelijk handelingskader hergebruik is vastgesteld dat voor de functieklasse “landbouw/ natuur” (achtergrondwaarde) voor PFOA een toepassingsnorm van 1,9 μg/kg d.s. wordt gehanteerd en voor alle overige PFAS stoffen een toepassingsnorm van 1,4 μg/kg d.s. Voor de functieklassen “wonen” en “industrie” geldt een toepassingsnorm van 7 μg/kg d.s. voor PFOA en 3 μg/kg d.s. voor de overige PFAS stoffen en GenX. Aanvullend wordt opgemerkt dat deze gehalten door gebiedsspecifiek beleid zowel strenger als minder streng kunnen zijn. Het is nu nog niet mogelijk om interventiewaarden voor PFAS te bepalen. Daarom heeft het RIVM (d.d. 5 maart 2020) voorlopige waarden afgeleid: de Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (INEV). Met de INEV’s kunnen gemeenten en provincies bepalen waar de bodem ernstig verontreinigd is en of meer onderzoek nodig is. Als de concentraties onder de INEV’s blijven, zijn er doorgaans geen onaanvaardbare risico’s voor mens of milieu. 7.2.
Asbest
De interventiewaarde voor asbest in de grond is vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en maximale samenstellingswaarde voor asbest in puin is opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit en bedraagt in beide gevallen 100 mg/kg d.s. gewogen asbestconcentratie (serpentijnconcentratie vermeerderd met tienmaal de amfiboolconcentratie). De aangetroffen concentraties voor asbestverdachte grond- en/of puinmonsters en aan asbestverdachte plaatmaterialen worden teruggerekend naar het in het veld geïnspecteerde volume en vervolgens getoetst aan de interventiewaarde bodemsanering. Indien tijdens de analyse van asbest in fijne fractie (< 20 mm) blijkt dat er in een monster niethechtgebonden asbest is aangetroffen en dat er losse vezels zijn aangetroffen in de fractie < 500 µm, wordt in de NEN 5898 geadviseerd een onderzoek naar het aantal respirabele vezels uit te voeren middels een Stereo Electro Microscoop (SEM) analyse. Als tijdens het onderzoek naar asbest in de grond een gewogen asbestgehalte van meer dan 1.000 mg/kg d.s. (hechtgebonden) en/of meer dan 100 mg/kg d.s. (niet-hechtgebonden) wordt aangetoond, moet op basis van de risicobeoordeling in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [6] eveneens een onderzoek naar de respirabele vezels worden uitgevoerd.
Indien de gewogen asbestconcentratie groter is dan de halve interventiewaarde/maximale samenstellingswaarde, bestaat het vermoeden van een geval van ernstige (bodem)verontreiniging. Het uitvoeren van een nader onderzoek naar asbest is dan verplicht. De hoogst berekende waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging met asbest indien de berekende concentratie binnen een ruimtelijke eenheid hoger is dan de interventiewaarde/maximale samenstellingswaarde. Het vaststellen van de gemiddelde gewogen asbestconcentratie dient te worden uitgevoerd conform de NEN 5707/NEN5897. Als respirabele vezels in de toplaag (contactzone, of diepte graafwerkzaamheden) worden aangetoond en het gewogen gehalte van 10 mg/kg d.s. wordt overschreden is reeds sprake van “onaanvaardbare risico’s buiten”. Opgemerkt wordt dat het volumecriterium voor een bodemverontreiniging met asbest niet van toepassing is bij het vaststellen van de ernst.
Diverse (water)bodemonderzoeken, Huurlingsedam fase 3 te Wijchen Rapportnr.: B21.8184 versie: 01 datum: 8 juli 2021
22
7.3.
Waterbodem
De verontreinigingssituatie en/of toepassingsmogelijkheden van baggerspecie kan worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes aan de betreffende normwaarden. De normwaarden zijn gerelateerd aan het lutum- en/of het organische stofgehalte van de baggerspecie. Om de verkregen analyseresultaten te kunnen toetsen aan de normwaarden worden de meetwaarden, met behulp van de analytisch vastgestelde gehalten aan lutum en/of organische stofgehalte, teruggerekend naar de waarden voor standaard bodem. Indien deze niet analytisch zijn vastgesteld, zijn ze aan de hand van de zintuiglijke waarnemingen, in combinatie met de overige analyseresultaten, ingeschat. Afhankelijk van de toepassing van de baggerspecie, nadat deze uit de watergang is verwijderd, moet deze op een andere wijze worden getoetst. In voorliggende rapportage zullen de volgende toepassingsmogelijkheden worden besproken: - Toepassen van de baggerspecie op de bodem (T.1); - Toepassen van de baggerspecie in een zoet oppervlaktewaterlichaam (T.3); - Verspreiden van de baggerspecie over het aangrenzend perceel (T.5). De tussen haakjes weergegeven T.1, T.3 en T.5 hebben betrekking op de opgegeven naamgeving bij de Bodem Toets en Validatieservice (BoToVa). Bij het beoordelen van de kwaliteit van de baggerspecie zal gebruik worden gemaakt van BoToVa.
Tevens wordt per toepasmogelijkheid aanvullend getoetst aan het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie. Toepassen van baggerspecie op de bodem (T.1) Voor het toepassen van baggerspecie op de bodem volgens het generieke beleid worden de meetwaarden getoetst aan de achtergrondwaarde, de waarde voor wonen en de waarde voor industrie zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit. Daarnaast zal worden bepaald of de interventiewaarde niet wordt overschreden zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013. Aangezien de baggerspecie gaat worden toegepast op de bodem, worden de resultaten getoetst als grond. Afhankelijk van de aangetroffen concentraties van de onderzochte parameters wordt de partij baggerspecie ingedeeld als grond met de kwaliteit zoals deze in de tabel 7.1 is weergegeven.
Tabel 7.1: Interpretatie resultaten conform het Besluit bodemkwaliteit (generiek beleid) Concentratieniveau1 Kwaliteit onderzochte partij Kleiner dan de achtergrondwaarde (AW-waarde); kleiner dan 2 maal de AWAchtergrondwaarde waarde en kleiner dan de waarde voor wonen (WO-waarde)2; 3 Groter dan de AW-waarde en kleiner dan de WO-waarde Wonen Groter dan de WO-waarde en kleiner dan de waarde voor industrie (IND-waarde) Industrie Groter dan de IND-waarde en/of interventiewaarde Niet toepasbaar Toelichting bij tabel 7.1: 1 De normen (AW, WO en IND) voor barium zijn ingetrokken. Gebleken is dat de interventiewaarde voor barium lager is dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Indien sprake is van verhoogde barium gehalten t.o.v. de natuurlijke achtergrond gehalte als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte voor barium worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium van 625 mg/kg d.s.
(standaard bodem) 2 Indeling in de kwaliteitsklasse achtergrondwaarde bij kleiner dan 2 maal de AW-waarde en kleiner dan de WO-waarde geldt voor maximaal het volgende aantal stoffen: - Bij analyse van 2 stoffen, maximaal 1 verhoogd; - Bij analyse van 7 stoffen, maximaal 2 verhoogd; - Bij analyse van 16 stoffen, maximaal 3 verhoogd; - Bij analyse van 27 stoffen, maximaal 4 verhoogd; - Bij analyse van 37 stoffen, maximaal 5 verhoogd 3 Bij nikkel hoeft bij de uitzonderingsregel slechts te worden voldaan aan kleiner dan 2 maal de achtergrondwaarde (AW-waarde) en vindt geen toetsing plaats aan de maximale waarde voor wonen (WO-waarde)
Diverse (water)bodemonderzoeken, Huurlingsedam fase 3 te Wijchen Rapportnr.: B21.8184 versie: 01 datum: 8 juli 2021
23 In het tijdelijk handelingskader hergebruik is vastgesteld dat voor de functieklasse “landbouw/natuur” (achtergrondwaarde) voor PFOA een toepassingsnorm van 1,9 μg/kg d.s. wordt gehanteerd en voor alle overige PFAS stoffen een toepassingsnorm van 1,4 μg/kg d.s. Voor de functieklassen “wonen” en “industrie” geldt een toepassingsnorm van 7 μg/kg d.s. voor PFOA en 3 μg/kg d.s. voor de overige PFAS stoffen en GenX. Aanvullend wordt opgemerkt dat deze gehalten door gebiedsspecifiek beleid zowel strenger als minder streng kunnen zijn. Het toepassen van baggerspecie op de bodem moet worden gemeld via het landelijke meldpunt bodemkwaliteit. Toepassen van de baggerspecie in een oppervlaktewaterlichaam (T.3) Voor het toepassen van baggerspecie in een oppervlaktewaterlichaam volgens het generieke beleid worden de meetwaarden getoetst aan de achtergrondwaarde, de maximale waarde kwaliteitsklasse A en de maximale waarde kwaliteitsklasse B zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit. Daarnaast zal worden bepaald of de interventiewaarde niet wordt overschreden zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013. Aangezien de baggerspecie gaat worden toegepast onder water, worden de resultaten getoetst als baggerspecie.
Afhankelijk van de aangetroffen concentraties van de onderzochte parameters wordt de partij baggerspecie ingedeeld als baggerspecie met de kwaliteit zoals deze in tabel 7.2 is weergegeven. Tabel 7.2: Interpretatie resultaten conform het Besluit bodemkwaliteit (generiek beleid) Concentratieniveau 1 Kwaliteit onderzochte partij Kleiner dan de achtergrondwaarde (AW-waarde); kleiner dan 2 maal de AWAchtergrondwaarde waarde en kleiner dan de maximale kwaliteitsklasse A2; 3 Groter dan de AW-waarde en kleiner dan de maximale kwaliteitsklasse A Klasse A Groter dan de maximale kwaliteitsklasse A en kleiner dan de maximale Klasse B kwaliteitsklasse B Groter dan de maximale kwaliteitsklasse B en/of interventiewaarde Niet toepasbaar Toelichting bij tabel 7.2: 1 De normen (AW, kwaliteitsklasse A en B) voor barium zijn ingetrokken. Gebleken is dat de interventiewaarde voor barium lager is dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Indien sprake is van verhoogde barium gehalten t.o.v. de natuurlijke achtergrond gehalte als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte voor barium worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium van 625 mg/kg d.s.
(standaard bodem) 2 Indeling in de kwaliteitsklasse achtergrondwaarde bij kleiner dan 2 maal de achtergrondwaarde (AW-waarde) en kleiner dan de waarde voor wonen (WO-waarde) geldt voor maximaal het volgende aantal stoffen: - Bij analyse van 2 stoffen, maximaal 1 verhoogd - Bij analyse van 7 stoffen, maximaal 2 verhoogd - Bij analyse van 16 stoffen, maximaal 3 verhoogd - Bij analyse van 27 stoffen, maximaal 4 verhoogd - Bij analyse van 37 stoffen, maximaal 5 verhoogd 3 Bij nikkel hoeft bij de uitzonderingsregel slechts te worden voldaan aan kleiner dan 2 maal de achtergrondwaarde (AW-waarde) en vindt geen toetsing plaats aan de maximale waarde voor wonen (WO-waarde)
In het tijdelijk handelingskader hergebruik is vastgesteld dat bij toepassen van baggerspecie in een ander oppervlaktewaterlichaam in ophogingen in waterbouwkundige constructies, uitgezonderd in bepaalde diepe plassen (voor exacte omschrijving zie het handelingskader), voor PFOS een toepassingsnorm van 1,1 μg/kg d.s. wordt gehanteerd en voor alle overige PFAS stoffen een toepassingsnorm van 0,8 μg/kg d.s. Het toepassen van baggerspecie in een oppervlaktewaterlichaam moet worden gemeld via het landelijke meldpunt bodemkwaliteit.
Diverse (water)bodemonderzoeken, Huurlingsedam fase 3 te Wijchen Rapportnr.: B21.8184 versie: 01 datum: 8 juli 2021
24 Verspreiden van de baggerspecie over het aangrenzend perceel (T.5) Voor het verspreiden van baggerspecie over het aan de watergang grenzend perceel, met het oog op het herstellen of verbeteren van de aan de watergang grenzende percelen, worden de meetwaarden getoetst aan de maximale waarden voor verspreiden van baggerspecie over het aangrenzend perceel zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit. Naast deze individuele maximale waarden wordt er voor een aantal metalen en voor een aantal organische stoffen een msPAF toets (meer stoffen Potentieel Aangetaste Fractie van lagere organismen) uitgevoerd. De msPAF toets is een methode om ecologische risico’s te bepalen, waarbij rekening wordt gehouden met de milieueffecten van meerdere stoffen tegelijk (combinatie toxicologie). De msPAF waarde wordt berekend waarbij de resultaten als percentage worden weergegeven. De maximale percentages waaraan moet worden voldaan zijn weergegeven in de Regeling bodemkwaliteit. Daarnaast mogen de individuele stoffen waarmee de msPAF toets wordt uitgevoerd de interventiewaarde zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 niet overschrijden.
Voor parameters die niet in de msPAF toetst worden meegenomen en waar geen maximale waarden voor verspreiden van baggerspecie over het aangrenzend perceel zijn vastgesteld, moeten worden getoetst aan de achtergrondwaarde uit de Regeling bodemkwaliteit. In het tijdelijk handelingskader hergebruik is de toepassingsnorm voor verspreiding op aangrenzend perceel vastgesteld op 7 μg/kg d.s. voor PFOA en 3 μg/kg d.s. voor de overige PFAS stoffen en GenX. Afhankelijk van de aangetroffen concentraties van de onderzochte parameters wordt de partij baggerspecie ingedeeld als baggerspecie die wel of niet verspreidbaar is over het aangrenzend perceel. Indien de partij verspreidbaar is over het aangrenzend perceel hoeft er niet te worden getoetst aan de kwaliteit van de ontvangende bodem. Daarnaast is het verspreiden niet meldingsplichtig.
Diverse (water)bodemonderzoeken, Huurlingsedam fase 3 te Wijchen Rapportnr.: B21.8184 versie: 01 datum: 8 juli 2021
25
8.
RESULTATEN 8.1.
Zintuiglijke waarnemingen
De bodem ter plaatse van “het Eiland” bestaat vanaf het maaiveld tot de maximaal geboorde diepte van circa 3,0 m-mv over het algemeen uit matig tot uiterst siltige of zwak zandige klei, waarvan tot maximaal 1,5 m-mv zwak humeus. Lokaal is ter plaatse van een voormalige watergang en diverse (voormalige) (puin)dammen vanaf het maaiveld tot maximaal 1,7 m-mv matig fijn tot matig grof, zwak tot matig siltig zand aangetroffen waarvan tot maximaal 1,0 m-mv zwak humeus. Ter plaatse van “de Lanen”, het dassencompensatie gebied en locatie Sengers bestaat de bodem vanaf het maaiveld/onderzijde verharding tot de maximaal geboorde diepte van 4,0 m-mv afwisselend uit matig fijn, kleiig of zwak tot matig siltig zand of uit matig tot sterk siltige of zwak tot sterk zandige klei. De watergangen op de onderzoekslocaties zijn watervoerend. In de waterbodem ter plaatse van “het Eiland” is een laag slib van circa 10 cm aangetroffen. In de waterbodem van de watergang tussen “de Lanen” en het dassencompensatie gebied is geen slib waargenomen. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn zintuiglijk diverse bijmengingen met bodemvreemde materialen aangetroffen. Een volledig overzicht van de zintuiglijk waargenomen bijzonderheden per deellocatie is weergegeven in tabel 8.1. Tabel 8.1: Zintuiglijke waarnemingen per boring / proefgat Boring
Proefgat
“Het Eiland” B106 Ja B107 Ja B103C Ja B127 Ja “De Lanen” AB294 Ja AB295 Ja AB296 Ja AB297 Ja AB298 Ja AB299 Ja AB2100 Ja AB2101 Ja AB2102 Ja PB2103 Ja AB2104 Ja AB2105 Ja AB2106 Ja B2107 Ja AB2108 Ja B2109 Ja AB2110 Ja AB2111 Ja B2113A Nee
Diepte boring (m -mv)
Traject (m -mv)
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
1,00 1,00 2,00 1,00
0,00 - 0,70 0,00 - 0,50 0,00 - 0,30 0,20 - 0,50
Zand Zand Zand Zand
sporen baksteenhoudend sporen baksteenhoudend sporen baksteenhoudend sporen baksteenhoudend
0,50 0,50 0,50 0,50 0,50 0,50 0,50 0,50 0,50 4,00 0,50 0,50 0,50 2,00 0,50 2,00 0,50 0,50 2,00
0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50
Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand
sporen baksteenhoudend sporen baksteenhoudend brokken puin, brokken baksteen brokken puin, brokken baksteen brokken puin, brokken baksteen brokken puin, brokken baksteen brokken puin, brokken baksteen brokken puin, brokken baksteen brokken puin, brokken baksteen brokken puin, brokken baksteen brokken puin, brokken baksteen brokken puin, brokken baksteen brokken puin, brokken baksteen brokken puin, brokken baksteen sporen baksteenhoudend sporen baksteenhoudend sporen baksteenhoudend sporen baksteenhoudend uiterst puinhoudend, sterk baksteenhoudend, brokken beton uiterst puinhoudend, sterk baksteenhoudend, brokken beton uiterst puinhoudend, sterk baksteenhoudend, brokken beton sporen baksteenhoudend
B2113B
Ja
2,00
0,00 - 0,50
+
B2113C
Nee
2,00
0,00 - 0,50
+
0,50 - 1,40
Zand
Diverse (water)bodemonderzoeken, Huurlingsedam fase 3 te Wijchen Rapportnr.: B21.8184 versie: 01 datum: 8 juli 2021
26 Vervolg tabel 8.1: Zintuiglijke waarnemingen per boring / proefgat Boring
Diepte boring (m -mv)
Traject (m -mv)
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
Locatie Sengers Erf B401 Ja
1,00
B402
Ja
2,00
B403
Ja
1,00
B404
Ja
1,00
B406 B407
Ja Ja
1,00 1,00
B408 B409
Ja Ja
1,00 1,00
B410 PB411
Ja Ja
1,00 3,50
B412
Ja
1,00
0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 0,00 - 0,50 0,00 - 0,30 0,65 - 1,00 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 0,50 - 1,00 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 0,06 - 0,50 0,50 - 1,00 0,06 - 0,50 0,50 - 1,00 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00
Zand Zand Zand Zand Zand Klei Zand Zand Zand Zand Klei Zand Zand Zand Klei Zand Zand Zand Klei Klei Klei Zand Zand Klei Klei Zand Klei
brokken baksteen sporen baksteenhoudend brokken baksteen sporen baksteenhoudend brokken baksteen sporen baksteenhoudend brokken baksteen, sporen puinhoudend sporen baksteenhoudend sterk puinhoudend sterk baksteenhoudend, matig puinhoudend sporen baksteenhoudend sporen puinhoudend brokken baksteen sporen baksteenhoudend, sporen baksteenhoudend matig baksteenhoudend, sporen puinhoudend sporen baksteenhoudend sporen baksteenhoudend sporen baksteenhoudend sporen baksteenhoudend sporen baksteenhoudend sporen steenhoudend sporen steenhoudend sporen baksteenhoudend sporen baksteenhoudend uiterst puinhoudend sporen baksteenhoudend
B413
Proefgat
Ja 1,00 Ja B414 Ja 1,00 B415 Ja 1,00 B416 Ja 2,00 Ja B417 Ja 1,00 B418 Ja 1,00 Toelichting bij de tabel: + Betreft geen bodem (> 50 % bodemvreemd materiaal); Sporen/brokken < 1 %; Matig > 5 %, < 10 %; Sterk > 10 %, < 20 %; Uiterst > 20 %, < 50 %; Volledig ≥ 50 %.
Verder zijn tijdens de visuele inspectie van het maaiveld en de opgeboorde grondlagen / bodemvreemde lagen geen overige waarnemingen gedaan die duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. De volledige boorprofiel beschrijvingen zijn opgenomen als bijlage 3. 8.2.
Laboratoriumwerkzaamheden en analyseresultaten
De analyses zijn uitgevoerd door het geaccrediteerde laboratorium van SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam (grond, grondwater, asbest en waterbodem). De achtergrondwaarden voor grond en maximale samenstellingswaarde voor asbest in puin zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond en asbest in grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. De waterbodem wordt getoetst aan de T.1, T.3 en T.5 volgens de Bodem Toets en Validatieservice (BoToVa). De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. Een volledig overzicht van de toetsings- en analyseresultaten voor de grond en het grondwater is opgenomen als bijlage 5 en de indicatieve toetsing van de grondresultaten aan het Besluit bodemkwaliteit als bijlage 6. Een volledig overzicht van de toetsings- en analyseresultaten voor de waterbodem is opgenomen als bijlage 8. In tabel 8.2 op de volgende pagina is een overzicht opgenomen van de opmerkingen die aan de analysecertificaten zijn toegevoegd.
Diverse (water)bodemonderzoeken, Huurlingsedam fase 3 te Wijchen Rapportnr.: B21.8184 versie: 01 datum: 8 juli 2021
27 Tabel 8.2: Opmerkingen analysecertificaten Certificaatnummer Grond 13470271
Asbest 13480458
Monster
Parameter
Opmerking
Toelichting
MM206
Benzo(ghi) peryleen
Er zijn componenten aanwezig die een storende invloed hebben op de meting. Om die reden is de onzekerheid in het resultaat vergroot.
Aangezien de som parameter voor PCB de achtergrondwaarde niet overschrijdt, wordt niet verwacht dat de eindconclusie van dit onderzoek hierdoor wordt beïnvloed.
MMASB417
Asbest in puin
Na droging resteert minder dan de in NEN 5898 (hoofdstuk 5) aangegeven minimale monsterhoeveelheid. In het laboratorium is meer dan de in NEN 5898 voorgeschreven hoeveelheid van de zeeffracties 0,5-1 mm en 1-2 mm onderzocht om te bewerkstellen dat de vereiste bepalingsgrens van 2 mg/kg d.s. wordt gehaald.
Er is minder dan 25 kg droge stof aan monstermateriaal aangeleverd (22,2 kg), waardoor de analyseresultaten mogelijk minder representatief zijn. Aangezien in het puinmonster geen noemenswaardig gehalte voor asbest (< 0,72 mg/kg d.s.) is aangetoond, wordt niet verwacht dat de eindconclusie van dit onderzoek hierdoor wordt beïnvloed.
Toelichting bij de tabel: PCB Polychloor bifenylen.
Grond Op basis van de onderzoeksopzet, de zintuiglijke waarnemingen tijdens de veldwerkzaamheden en de bekende gegevens, zijn diverse grond(meng)monsters samengesteld, geselecteerd en geanalyseerd. Aangezien ter plaatse van diverse voormalige watergangen en wegen zintuiglijk geen bijzonderheden zijn aangetroffen zijn de grondmonsters uit deze boringen opgenomen in de grondmengmonsters van het overig terrein, met vergelijkbare waarnemingen. Op basis van de tussentijdse resultaten is één mengmonster uitgesplitst en zijn de separate deelmonsters op lood geanalyseerd. De grond(meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten zijn in tabel 8.3 weergegeven. Tabel 8.3: Overzicht grond(meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten (Meng-) Omschrijving monster Algemene kwaliteit “Het Eiland” MM101 Bovengrond, klei Zintuiglijk: -
MM102
Bovengrond, zand Zintuiglijk: Sporen baksteen
MM103
Bovengrond, klei Zintuiglijk: -
MM104
Ondergrond, zand Zintuiglijk: -
Boringen (traject in m -mv)
Analysepakket
Resultaten > AW < I >I
BBK
B102 (0,00 - 0,50) B104 (0,00 - 0,50) B108 (0,00 - 0,50) B109 (0,00 - 0,50) B112 (0,00 - 0,50) B113 (0,00 - 0,50) B115 (0,00 - 0,50) PB111B (0,00 - 0,50) B103C (0,00 - 0,30) B106 (0,00 - 0,50) B107 (0,00 - 0,50) B127 (0,20 - 0,50) B118 (0,00 - 0,50) B119B (0,00 - 0,50) B121 (0,00 - 0,50) B123 (0,00 - 0,50) B124 (0,00 - 0,50) B125 (0,00 - 0,50) B130 (0,00 - 0,25) PB128 (0,00 - 0,50) B103C (0,30 - 0,80) B103C (0,80 - 1,30) B103C (1,30 - 1,70) B107 (0,50 - 0,70) B130 (1,50 - 2,00) PB128 (1,70 - 2,00)
NEN
Zn
-
AT
NEN
-
-
AT
NEN
Co, Ni, Zn
-
IND
NEN
Co
-
AT
Diverse (water)bodemonderzoeken, Huurlingsedam fase 3 te Wijchen Rapportnr.: B21.8184 versie: 01 datum: 8 juli 2021
28 Vervolg tabel 8.3: Overzicht grond(meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten (Meng-) Omschrijving monster “Het Eiland” MM105 Ondergrond, klei Zintuiglijk: -
MM106
“De Lanen” MM201
Ondergrond, klei Zintuiglijk: -
Bovengrond, zand Zintuiglijk: -
MM202
Bovengrond, zand Zintuiglijk: -
MM203
Bovengrond, zand Zintuiglijk: -
MM204
Bovengrond, klei Zintuiglijk: -
MM205
Bovengrond, zand Zintuiglijk: -
MM206
Bovengrond, zand Zintuiglijk: -
MM207
Bovengrond, zand Zintuiglijk: brokken puin en baksteen Bovengrond, zand Zintuiglijk: brokken baksteen Bovengrond, klei Zintuiglijk: -
M208 MM209
Boringen (traject in m -mv)
Analysepakket
Resultaten > AW < I >I
BBK
B103C (1,70 - 2,00) B106 (0,70 - 1,00) B107 (0,70 - 1,00) PB105 (1,00 - 1,50) PB105 (1,50 - 2,00) PB111B (0,50 - 1,00) PB111B (1,00 - 1,30) PB116 (0,50 - 1,00) B118 (0,50 - 0,80) B119B (1,00 - 1,20) B119B (1,20 - 1,60) B130 (0,50 - 1,00) PB122 (0,50 - 1,00) PB122 (1,50 - 2,00) PB128 (1,00 - 1,30) PB128 (1,30 - 1,70)
NEN
Co, Ni, Zn
-
IND
NEN
Co, Ni, Zn
-
IND
B201 (0,00 - 0,50) B204 (0,00 - 0,50) B206 (0,00 - 0,50) B210 (0,00 - 0,50) B218 (0,00 - 0,50) B222 (0,00 - 0,50) B227B (0,00 - 0,50) PB203 (0,00 - 0,50) B229 (0,00 - 0,50) B230 (0,00 - 0,50) B232 (0,00 - 0,50) B233 (0,00 - 0,50) B237 (0,00 - 0,50) B238 (0,00 - 0,50) B241 (0,00 - 0,50) PB235B (0,00 - 0,50) B244B (0,00 - 0,50) B246 (0,00 - 0,50) B262 (0,00 - 0,50) B266 (0,00 - 0,50) PB243 (0,00 - 0,50) PB247 (0,00 - 0,50) PB252 (0,00 - 0,50) PB259 (0,00 - 0,50) B249 (0,00 - 0,50) B251 (0,00 - 0,40) B253 (0,00 - 0,50) B255B (0,00 - 0,50) B256 (0,00 - 0,50) B258B (0,00 - 0,50) B261 (0,00 - 0,50) B263B (0,00 - 0,30) B2114 (0,00 - 0,50) B268B (0,00 - 0,50) B276 (0,00 - 0,50) B278 (0,00 - 0,50) B291 (0,00 - 0,50) B293B (0,00 - 0,50) PB2112 (0,00 - 0,50) PB286 (0,00 - 0,50) B269 (0,00 - 0,50) B273 (0,00 - 0,50) B279 (0,00 - 0,50) B281 (0,00 - 0,50) B283 (0,00 - 0,50) B289 (0,00 - 0,50) PB271B (0,00 - 0,50) PB288 (0,00 - 0,50) B2107 (0,00 - 0,50) PB2103 (0,00 - 0,50) B2109 (0,00 - 0,50)
NEN
-
-
AT
NEN
-
-
AT
NEN
-
-
AT
NEN
Co
-
AT
NEN
-
-
AT
NEN
Co, Pb, Ni, Zn
-
WO
NEN
-
-
AT
NEN
-
-
AT
B216 (0,00 - 0,50) B292 (0,00 - 0,50)
NEN
-
-
AT
Diverse (water)bodemonderzoeken, Huurlingsedam fase 3 te Wijchen Rapportnr.: B21.8184 versie: 01 datum: 8 juli 2021
29 Vervolg tabel 8.3: Overzicht grond(meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten (Meng-) monster “De Lanen” MM210
Omschrijving
Boringen (traject in m -mv)
Analysepakket
Resultaten > AW < I >I
BBK
Ondergrond, zand Zintuiglijk: -
NEN
Co, Ni
-
AT
MM211
Ondergrond, klei Zintuiglijk: -
NEN
-
-
AT
MM212
Ondergrond, zand Zintuiglijk: -
NEN
-
-
AT
MM213
Ondergrond, klei Zintuiglijk: -
NEN
-
-
AT
MM214
Ondergrond, zand Zintuiglijk: -
NEN
-
-
AT
MM215
Ondergrond, zand Zintuiglijk: -
NEN
-
-
AT
MM216
Ondergrond, klei Zintuiglijk: -
NEN
-
-
AT
MM217
Ondergrond, zand Zintuiglijk: -
NEN
-
-
AT
MM218
Ondergrond, zand Zintuiglijk: - (laag onder laag met bodemvreemde bijmengingen)
B207B (0,50 - 1,00) B216 (1,50 - 2,00) B218 (0,50 - 1,00) B227B (1,00 - 1,50) B227B (1,50 - 2,00) PB203 (1,00 - 1,50) PB205B (1,00 - 1,50) PB224B (1,00 - 1,50) B216 (0,50 - 1,00) B216 (1,00 - 1,50) B227B (0,50 - 1,00) B230 (0,50 - 1,00) B244B (1,00 - 1,50) B244B (1,50 - 2,00) B246 (0,50 - 1,00) PB228 (0,50 - 1,00) PB235B (1,00 - 1,50) PB239 (0,50 - 1,00) PB239 (1,00 - 1,50) PB243 (0,50 - 1,00) B244B (0,50 - 1,00) B258B (0,50 - 0,80) B258B (1,60 - 2,00) B263B (0,30 - 0,70) PB252 (0,50 - 1,00) B255B (0,50 - 1,00) B258B (0,80 - 1,20) B258B (1,20 - 1,60) B263B (0,70 - 1,20) PB247 (0,50 - 1,00) PB252 (1,00 - 1,50) PB252 (1,50 - 2,00) PB259 (1,00 - 1,50) B268B (0,50 - 1,00) B268B (1,00 - 1,50) PB271B (0,50 - 1,00) PB271B (1,00 - 1,50) PB275 (1,50 - 2,00) PB282 (1,00 - 1,50) PB286 (0,50 - 1,00) PB288 (1,50 - 2,00) B2113B (1,20 - 1,60) B2113B (1,60 - 2,00) B293B (0,50 - 1,00) B2107 (1,60 - 2,00) B2109 (1,00 - 1,50) B2113B (1,00 - 1,20) B293B (1,00 - 1,50) B293B (1,50 - 2,00) PB2103 (1,00 - 1,50) PB2112 (0,50 - 1,00) PB2112 (1,00 - 1,50) B2107 (0,50 - 0,80) B2109 (0,50 - 1,00) B2113B (0,50 - 1,00) PB2103 (0,50 - 1,00)
NEN
-
-
AT
B303 (0,00 - 0,50) B304 (0,00 - 0,50) B310B (0,00 - 0,50) B312 (0,00 - 0,50) B314 (0,00 - 0,50) B315 (0,00 - 0,50) B317 (0,00 - 0,50) PB301 (0,00 - 0,50) B314 (0,50 - 1,00) PB301 (0,50 - 1,00)
NEN
-
-
AT
NEN
-
-
AT
Dassencompensatiegebied MM301 Bovengrond, zand Zintuiglijk: -
MM302
Ondergrond, klei Zintuiglijk: -
Diverse (water)bodemonderzoeken, Huurlingsedam fase 3 te Wijchen Rapportnr.: B21.8184 versie: 01 datum: 8 juli 2021
30 Vervolg tabel 8.3: Overzicht grond(meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten (Meng-) Omschrijving monster Dassencompensatiegebied MM303 Ondergrond, zand Zintuiglijk: -
MM304
Bovengrond, zand Zintuiglijk: -
MM305
Bovengrond, zand Zintuiglijk: -
MM306
Bovengrond, zand Zintuiglijk: -
MM307
Bovengrond, zand Zintuiglijk: -
MM308
Ondergrond, zand Zintuiglijk: -
MM309
Ondergrond, zand Zintuiglijk: -
Locatie Sengers Erf MM401 Bovengrond, zand Zintuiglijk: brokken / sporen baksteen MM4021
MM403
MM404
Bovengrond, zand Zintuiglijk: brokken tot matig baksteenhoudend, sporen puin Bovengrond, zand Zintuiglijk: sterk tot uiterst baksteenhoudend Bovengrond, klei Zintuiglijk: sporen baksteen
Boringen (traject in m -mv)
Analysepakket
Resultaten > AW < I >I
BBK
B310B (0,50 - 1,00) B310B (1,00 - 1,50) B314 (1,00 - 1,50) B314 (1,50 - 2,00) PB301 (1,00 - 1,50) PB301 (1,50 - 2,00) PB311 (0,50 - 1,00) PB311 (1,00 - 1,50) B305 (0,00 - 0,50) B306 (0,00 - 0,50) B308 (0,00 - 0,50) B309 (0,00 - 0,50) B318B (0,00 - 0,50) B319 (0,00 - 0,50) PB304 (0,00 - 0,50) PB307 (0,00 - 0,50) B320 (0,00 - 0,50) B322 (0,00 - 0,50) B323 (0,00 - 0,50) B324 (0,00 - 0,50) B325B (0,00 - 0,50) B326 (0,00 - 0,50) PB321 (0,00 - 0,50) B327 (0,00 - 0,50) B328 (0,00 - 0,50) B330 (0,00 - 0,50) B331 (0,00 - 0,50) B332 (0,00 - 0,50) PB329 (0,00 - 0,50) PB333 (0,00 - 0,50) B334 (0,00 - 0,50) B335 (0,00 - 0,50) B336 (0,00 - 0,50) B337B (0,00 - 0,50) B339 (0,00 - 0,50) B340 (0,00 - 0,50) PB338 (0,00 - 0,50) B309 (0,50 - 1,00) B318B (0,50 - 1,00) B318B (1,00 - 1,50) B325B (0,50 - 1,00) B325B (1,00 - 1,50) PB304 (1,00 - 1,50) PB307 (1,50 - 2,00) PB321 (1,00 - 1,50) B332 (0,50 - 1,00) B337B (0,50 - 1,00) B337B (1,00 - 1,50) PB329 (0,50 - 1,00) PB329 (1,00 - 1,50) PB333 (1,00 - 1,50) PB333 (1,50 - 2,00) PB338 (1,00 - 1,50)
NEN
-
-
AT
NEN
Pb
-
AT
NEN
Pb
-
AT
NEN
Pb
-
AT
NEN
-
-
AT
NEN
PAK
-
AT
NEN
-
-
AT
B401 (0,00 - 0,50) B403 (0,00 - 0,50) B409 (0,00 - 0,50) B412 (0,06 - 0,50) B404 (0,00 - 0,50) PB411 (0,00 - 0,50)
NEN
Zn
-
AT
NEN
Pb*, Zn, PAK
-
IND
B406 (0,00 - 0,50) B417 (0,00 - 0,50)
NEN
-
-
AT
B413 (0,06 - 0,50) B416 (0,00 - 0,50)
NEN
-
-
AT
Diverse (water)bodemonderzoeken, Huurlingsedam fase 3 te Wijchen Rapportnr.: B21.8184 versie: 01 datum: 8 juli 2021
31 Vervolg tabel 8.3: Overzicht grond(meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten (Meng-) monster Erf MM405
Omschrijving
Boringen (traject in m -mv)
Analysepakket
Resultaten > AW < I >I
BBK
Ondergrond, zand Zintuiglijk: -
NEN
-
-
AT
MM406
Ondergrond, klei Zintuiglijk: -
B402 (1,00 - 1,50) B402 (1,50 - 2,00) B405-B (1,00 - 1,50) B405-B (1,50 - 2,00) B406 (0,50 - 1,00) B408 (0,50 - 1,00) B414 (0,50 - 1,00) PB411 (1,00 - 1,50) B415 (0,50 - 1,00) B416 (1,00 - 1,50) B416 (1,50 - 1,80) B417 (0,50 - 1,00) B419 (0,50 - 1,00)
NEN
-
-
AT
B404 (0,00 - 0,50)
Pb
Pb
-
NVT
PB411 (0,00 - 0,50)
Pb
-
-
NVT
B501B (0,00 - 0,50) B503 (0,00 - 0,50) B504 (0,00 - 0,50) B505 (0,00 - 0,50) B507 (0,00 - 0,50) B508 (0,00 - 0,50) B517B (0,00 - 0,50) B518 (0,00 - 0,50) B509 (0,00 - 0,50) B510 (0,00 - 0,50) B512 (0,00 - 0,50) B513 (0,00 - 0,50) B516 (0,00 - 0,50) B519 (0,00 - 0,50) B520 (0,00 - 0,50) PB514 (0,00 - 0,50) B501B (0,50 - 1,00) B501B (1,00 - 1,50) B512 (0,50 - 1,00) B517B (0,50 - 1,00) B517B (1,00 - 1,50) B519 (1,00 - 1,50) PB506B (1,00 - 1,50) PB514 (1,50 - 2,00) B519 (0,50 - 1,00) PB514 (0,50 - 1,00)
NEN
-
-
AT
NEN
-
-
AT
NEN
-
-
AT
NEN
-
-
AT
B216 (0,00 - 0,30) B227B (0,50 - 0,80) B204 (0,00 - 0,30) PB205B (0,00 - 0,30) B232 (0,00 - 0,30) B233 (0,00 - 0,30) B234 (0,00 - 0,30) B253 (0,00 - 0,30) B254 (0,00 - 0,30) B258B (0,00 - 0,30) B255B (0,00 - 0,30) B256 (0,00 - 0,30) B257 (0,00 - 0,30)
OCB
-
-
AT
OCB
-
-
AT
OCB
-
-
AT
OCB
-
-
AT
OCB
-
-
AT
B313 (0,00 - 0,30) B502 (0,00 - 0,30) B504 (0,00 - 0,30) PB2112 (0,00 - 0,30) B410 (0,00 - 0,30) B414 (0,00 - 0,30) B418 (0,06 - 0,30) B419 (0,06 - 0,30)
OCB
-
-
AT
OCB
-
-
AT
Uitsplitsing mengmonster MM402 B404-1 Bovengrond, klei Zintuiglijk: brokken baksteen, sporen puin PB411-1 Bovengrond, klei Zintuiglijk: matig baksteenhoudend, sporen puin Agrarisch perceel MM501 Bovengrond, zand Zintuiglijk: -
MM502
Bovengrond, zand Zintuiglijk: -
MM503
Ondergrond, zand Zintuiglijk: -
MM504
Ondergrond, klei Zintuiglijk: Teeltlaagonderzoek “De Lanen” MMOCB201 Teeltlaag, klei Zintuiglijk: MMOCB202 Teeltlaag, zand Zintuiglijk: MMOCB203 Teeltlaag, zand Zintuiglijk: MMOCB204 Teeltlaag, klei Zintuiglijk: MMOCB205 Teeltlaag, klei Zintuiglijk: “De Lanen”, dassencompensatiegebied en locatie Sengers MMOCB01 Teeltlaag, zand Zintuiglijk: -
MMOCB02
Teeltlaag, zand Zintuiglijk: -
Diverse (water)bodemonderzoeken, Huurlingsedam fase 3 te Wijchen Rapportnr.: B21.8184 versie: 01 datum: 8 juli 2021
32 Vervolg tabel 8.3: Overzicht grond(meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten (Meng-) Omschrijving monster “De Lanen”, dassencompensatiegebied en locatie Sengers MMOCB03 Teeltlaag, zand Zintuiglijk: -
Boringen (traject in m -mv)
Analysepakket
Resultaten > AW < I >I
BBK
B303 (0,00 - 0,30) B310B (0,00 - 0,30) B312 (0,00 - 0,30) PB311 (0,00 - 0,30)
OCB
-
AT
-
Toelichting bij de tabel: NEN De zware metalen barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni] en zink [Zn], polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK, 10 VROM), Polychloor bifenylen (PCB) en minerale olie (MO), inclusief lutum en organische stof (humus); Pb Lood, inclusief lutum en organische stof (humus); OCB Organochloorbestrijdingsmiddelen, inclusief organische stof (humus); * De gestandaardiseerde indexwaarde van 0,5 voor nader onderzoek wordt overschreden; 1 Mengmonster is uitgesplitst en de deelmonsters zijn separaat geanalyseerd. AW Achtergrondwaarde; I Interventiewaarde; BBK Besluit Bodemkwaliteit; AT Altijd toepasbaar; WO Klasse wonen; IND Industrie; NVT Niet van toepassing; Niets aangetroffen / waargenomen.
Aanvullend zijn op basis van de onderzoeksopzet mengmonsters samengesteld ten behoeve van analyse op PFAS. De mengmonsters met bijbehorende analyse en resultaten zijn in tabel 8.4. Tabel 8.4: Overzicht mengmonsters met bijbehorende analyses en resultaten (PFAS) Mengmonster “Het Eiland” MMPFAS101
Omschrijving
Boring (traject in m –mv)
Grond, zand Zintuiglijk: sporen baksteen
B103C (0,00 - 0,30) B106 (0,50 - 0,70) B107 (0,00 - 0,50) B127 (0,50 - 1,00) MMPFAS102 Bovengrond, klei B104 (0,00 - 0,50) Zintuiglijk: B112 (0,00 - 0,50) B115 (0,00 - 0,50) B117 (0,00 - 0,50) MMPFAS103 Bovengrond, klei B118 (0,00 - 0,50) Zintuiglijk: B121 (0,00 - 0,50) B125 (0,00 - 0,50) B130 (0,00 - 0,25) MMPFAS104 Ondergrond, klei B107 (0,70 - 1,00) B119B (0,50 - 1,00) Zintuiglijk: B111B (0,50 - 1,00) B128 (0,50 - 1,00) “De Lanen”, dassencompensatiegebied en locatie Sengers MMPFAS01 Bovengrond, zand B222 (0,00 - 0,50) Zintuiglijk: B230 (0,00 - 0,50) B236 (0,00 - 0,50) PB203 (0,00 - 0,50) MMPFAS02 Bovengrond, klei B249 (0,00 - 0,50) Zintuiglijk: B255B (0,00 - 0,50) B256 (0,00 - 0,50) B258B (0,00 - 0,50) MMPFAS03 Bovengrond, klei B251 (0,00 - 0,40) Zintuiglijk: B253 (0,00 - 0,50) B261 (0,00 - 0,50) B263B (0,00 - 0,30) MMPFAS04 Bovengrond, zand B274 (0,00 - 0,50) Zintuiglijk: B277 (0,00 - 0,50) B291 (0,00 - 0,50) PB282 (0,00 - 0,50) MMPFAS05 Bovengrond, zand B2107 (0,00 - 0,50) Zintuiglijk: (brokken baksteen en/of B402 (0,00 - 0,50) sporen / brokken puin) B404 (0,00 - 0,50) B418 (0,06 - 0,50) MMPFAS06 Bovengrond, klei B292 (0,00 - 0,50) Zintuiglijk: (sporen baksteen) B413 (0,06 - 0,50) B416 (0,00 - 0,50) Diverse (water)bodemonderzoeken, Huurlingsedam fase 3 te Wijchen Rapportnr.: B21.8184 versie: 01 datum: 8 juli 2021
Analysepakket
Resultaten landbouw/natuur Wonen/industrie (> AW) (> I)
PFAS
-
-
PFAS
-
-
PFAS
-
-
PFAS
-
-
PFAS
-
-
PFAS
-
-
PFAS
-
-
PFAS
-
-
PFAS
-
-
PFAS
-
-
33 Vervolg tabel 8.4: Overzicht mengmonsters met bijbehorende analyses en resultaten (PFAS) Mengmonster
Omschrijving
Boring (traject in m –mv)
Analysepakket
Resultaten landbouw/natuur Wonen/industrie (> AW) (> I)
“De Lanen”, dassencompensatiegebied en locatie Sengers MMPFAS07 Bovengrond, zand B324 (0,00 - 0,50) PFAS Zintuiglijk: B332 (0,00 - 0,50) B336 (0,00 - 0,50) PB321 (0,00 - 0,50) MMPFAS08 Bovengrond, klei B309 (0,00 - 0,50) PFAS Zintuiglijk: B312 (0,00 - 0,50) B318B (0,00 - 0,50) B516 (0,00 - 0,50) MMPFAS09 Ondergrond, zand PB203 (0,50 - 1,00) PFAS Zintuiglijk: PB224B (0,50 - 1,00) PB235B (0,50 - 1,00) PB239 (0,50 - 1,00) MMPFAS10 Ondergrond, klei B216 (0,50 - 1,00) PFAS B227B (0,50 - 1,00) Zintuiglijk: B230 (0,50 - 1,00) MMPFAS11 Ondergrond, klei B244B (0,50 - 1,00) PFAS Zintuiglijk: B258B (0,50 - 0,80) B263B (0,30 - 0,70) PB252 (0,50 - 1,00) MMPFAS12 Ondergrond, zand B268B (0,50 - 1,00) PFAS Zintuiglijk: B325B (0,50 - 1,00) B337B (0,50 - 1,00) PB247 (0,50 - 1,00) MMPFAS13 Ondergrond, zand B2113B (0,50 - 1,00) PFAS Zintuiglijk: B310B (0,50 - 1,00) B517B (0,50 - 1,00) PB307 (0,50 - 1,00) MMPFAS14 Ondergrond, klei B293B (0,50 - 1,00) PFAS Zintuiglijk: B314 (0,50 - 1,00) PB301 (0,50 - 1,00) PB514 (0,50 - 1,00) MMPFAS15 Ondergrond, klei B410 (0,50 - 1,00) PFAS Zintuiglijk: (sporen baksteen) B412 (0,50 - 1,00) B417 (0,50 - 1,00) B419 (0,50 - 1,00) Toelichting bij de tabel: PFAS Perfluorverbindingen (30 verbindingen met o.a. Perfluoroctaansulfonzuur en Perfluoroctaanzuur); Niets aangetroffen / waargenomen.
Grondwater De grondwatermonsters met bijbehorende analyses- en toetsingsresultaten zijn in tabel 8.5 weergegeven. Tabel 8.5: Peilbuizen met bijbehorende analyses- en toetsingsresultaten grondwater Peilbuis
Filterdiepte (m-mv) “Het Eiland” PB105 2,00 - 3,00 PB111B 2,00 - 3,00 PB116 2,20 - 3,20 PB122 2,00 - 3,00 PB128 1,90 - 2,90 “De Lanen” PB203 2,00 - 3,00 PB205B 2,00 - 3,00 PB224B 2,00 - 3,00 PB228 2,00 - 3,00 PB235B 2,00 - 3,00 PB239 2,00 - 3,00 PB243 2,00 - 3,00 PB247 2,00 - 3,00 PB252 2,00 - 3,00 PB259 2,00 - 3,00 PB271B 2,00 - 3,00 PB275 2,00 - 3,00 PB282 2,00 - 3,00 PB286 2,00 - 3,00
GWS (m-mv)
pH
EC (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
Analysepakket
>S<I
1,48 1,43 1,65 1,67 1,42 1,46 1,45 1,47 1,44 1,51 1,48 1,68 2,01 1,43 1,46 1,39 1,45 1,52 1,48
6,6 6,8 6,7 6,8 6,7
382 728 894 728 367
8,02 8,16 7,51 9,52 4,68
NEN NEN NEN NEN NEN
Ba Ba Ba Ba Ba
-
7,2 7,3 7,6 7,5 7,6 7,7 8,1 7,5 7,7 7,6 7,8 7,4 7,9 7,3
723 658 843 628 735 742 226 321 561 622 350 946 743 216
8,92 9,55 12,9 8,76 7,67 9,36 15,12 11,57 7,64 7,56 9,52 13,9 5,94 6,46
NEN NEN NEN NEN NEN NEN NEN NEN NEN NEN NEN NEN NEN NEN
Co, Zn Co, Zn Co, Zn Co, Zn Co, Zn Co, Zn Ba, Ni Ba, Cd, Ni* Co*, Zn, Benzeen Co, Zn Co, Zn Co, Zn Co, Zn Co, Zn
Ni Ni Ni Ni Ni Ni Ni Ni Ni Ni Ni Ni
Diverse (water)bodemonderzoeken, Huurlingsedam fase 3 te Wijchen Rapportnr.: B21.8184 versie: 01 datum: 8 juli 2021
Resultaten >I
34 Tabel 8.5: Peilbuizen met bijbehorende analyses- en toetsingsresultaten grondwater Peilbuis
Filterdiepte (m-mv)
GWS (m-mv)
“De Lanen” PB288 2,00 - 3,00 1,42 PB2103 3,00 - 4,00 2,83 PB2112 2,00 - 3,00 1,48 Dassencompensatiegebied PB301 2,00 - 3,00 1,84 PB304 2,00 - 3,00 1,14 PB307 2,00 - 3,00 1,51 PB311 PB321
2,00 - 3,00 2,00 - 3,00
1,58 1,79
pH
EC (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
Analysepakket
>S<I
Resultaten >I
7,7 8,5 7,5
832 420 953
9,25 19,58 7,88
NEN NEN NEN
Co, Zn Co, Zn
Ni Ni
8,4 7,6 7,7
840 263 584
24,6 31,75 1,74
NEN NEN NEN
-
7,4 8,1
413 689
8,71 33,21
NEN NEN
Ba, Zn, Naftaleen Ba, Cd, Ni Ba, Cd, Co, Ni, Zn Ba Ba, Cd, Cu, Ni, Zn Ba, Cd, Ni, Zn Ba, Cu, Ni Ba, Ni
-
PB329 2,00 - 3,00 0,28 8,3 902 10,5 NEN PB333 2,00 - 3,00 0,45 8,4 395 30,23 NEN PB338 2,00 - 3,00 1,14 8,1 720 29,38 NEN Locatie Sengers Erf PB411 2,50 - 3,50 2,57 8,8 514 6,8 NEN Agrarisch perceel PB506B 2,00 - 3,00 1,43 8,3 592 10,12 NEN Ba PB514 2,00 - 3,00 1,43 7,6 671 8,62 NEN Co, Zn Ni Toelichting bij de tabel: NEN Zware metalen (Barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni], zink [Zn]), Vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen), vluchtige chloorkoolwaterstoffen (VOCl) en minerale olie (MO); S Streefwaarde; I Interventiewaarde; * De gestandaardiseerde indexwaarde van 0,5 voor nader onderzoek wordt overschreden; Niets aangetoond.
De gemeten waarden voor de zuurgraad (pH) en de geleidbaarheid (EC) zijn niet afwijkend van een natuurlijke situatie. In de genomen grondwatermonsters uit peilbuizen PB224B, PB243, PB247, PB275, PB2103, PB301, PB304, PB321, PB329, PB333, PB338 en PB506B is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (< 10 NTU). De peilbuizen hebben voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Daarnaast zijn de peilbuizen zorgvuldig en met een voldoende laag debiet (≤ 0,1 l/min) afgepompt zodat de grondwaterstand in de peilbuis minder dan 50 cm (niet belucht) is gedaald. Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak heeft (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Asbest Op het maaiveld zijn zintuiglijk (fractie > 20 mm) diverse asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen. Hiervan zijn twee representatieve monsters samengesteld. Eén monster van het asbest op het maaiveld ter plaatse van de boringen PB286 en B287 en één monster ter plaatse van de proefgaten AB2116 tot en met AB2121. De asbestverdachte (plaat)materialen zijn in het veld dubbel verpakt, gecodeerd en aangeboden aan het laboratorium voor analyse op de aanwezigheid van asbest conform de NEN5896:2003 (asbest in plaatmateriaal).
Om een verontreiniging met asbest vast te stellen is van de grond de grove fractie (> 20 mm) van het vrijgekomen materiaal zintuiglijk geïnspecteerd op asbestverdachte (plaat)materialen en puinrestanten. Hierbij zijn geen asbest verdachte (plaat)materialen waargenomen. In tabel 8.6 op de volgende pagina zijn de aangetroffen asbestverdachte (plaat)materialen op het maaiveld weergegeven en de hoeveelheid in gram.
Diverse (water)bodemonderzoeken, Huurlingsedam fase 3 te Wijchen Rapportnr.: B21.8184 versie: 01 datum: 8 juli 2021
35 Tabel 8.6: Asbestverdacht (plaat)materiaal en percentage asbest conform analysecertificaat Boringen/ proefgaten
Monstercode
Massa (gram)
Materiaal
Hechtgebonden
Type*
PB286, B287
Schatting gewichtspercentage (%) 10-15
Gemiddeld gewichtspercentage (%) 12,5
PLM-MV185 Plaat Ja Chrysotiel PB286/B287 AB2116 t/m PLM-MV25,45 Plaat Ja Chrysotiel 10-15 12,5 AB2122 AB2116t/mAB2122 Toelichting bij de tabel: * Chrysotiel (witte asbest) is een serpentijnasbest. Bij serpentijnasbest zijn de vezels gekruld. Crocidoliet (blauwe asbest) en amosiet (bruine) zijn een amfiboolasbest asbest. Bij amfiboolasbest zijn de vezels staafvormig en daardoor gevaarlijker. Daarom wordt de amfiboolconcentratie met een factor 10 verhoogd.
Op basis van de onderzoeksopzet en de zintuiglijke waarnemingen in het veld zijn 26 (indicatieve) grond-/puinmonsters samengesteld van de drie deellocaties met een (indicatief) onderzoek naar asbest. In totaal zijn (indicatieve) grond-/puinmonsters aangeboden aan het lab voor analyse op asbest conform NEN5898:2015 (asbest in grond in de fractie < 20 mm). In verband met de tussentijdse resultaten van locatie “de Lanen” zijn aanvullend twee SEM analyses uitgevoerd in verband met de aangetoond respirabele vezels. Daarnaast is een aanvullende analyse op asbest in grond ingezet, reeds voor de verticale afperking. De samenstelling van de grondmonsters met zintuiglijke waarnemingen en de bijbehorende analyses zijn in tabel 8.7 weergegeven. Tabel 8.7: Samenstelling grondmonsters asbest Monstercode “Het Eiland” MMASB101# “De Lanen” MMASB201 MMASB202 MMASB203 MMASB204 MMASB205 MMASB206 MMASB207 MMASB208
Proefgaten
Zintuiglijke waarnemingen
Traject (m -mv)
B103C, B106, B107, B127
Sporen baksteen ((puin)dammen)
0,00 - 0,50 Grond Asbest in grond (> 10 kg)1
AB296, AB2105 t/m B2107 AB297, AB298, PB2103, AB2104 AB299, AB2100 t/m AB2102 AB295, AB2108 t/m AB2111 B212 t/m B215 B217 t/m B221 B222, B223, B225, B226 B2116 t/m B2119, B2121
Brokken puin / baksteen Brokken puin / baksteen
0,00 - 0,50 Grond Asbest in grond (> 10 kg)1 0,00 - 0,50 Grond Asbest in grond (> 10 kg)1
Brokken puin / baksteen
0,00 - 0,50 Grond Asbest in grond (> 10 kg)1
Sporen baksteen
0,00 - 0,50 Grond Niet geanalyseerd
- (Asbesthoudend plaatmateriaal op maaiveld)
0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50
Sterk puinhoudend Sporen steenhoudend
0,00 - 0,50 Grond Asbest in grond (> 10 kg)1 0,00 - 0,10 Grond Asbest in grond (> 10 kg)1 + SEM-analyse respirabele vezels 0,00 - 0,10 Grond Asbest in grond (> 10 kg)1 0,00 - 0,50 Grond Asbest in grond (> 10 kg)1 0,10 - 0,50 Grond Asbest in grond (> 10 kg)1 0,00 - 0,10 Grond Niet geanalyseerd 0,00 - 0,50 Grond Niet geanalyseerd 0,00 - 0,10 Grond Asbest in grond (> 10 kg)1 0,10 - 0,50 Grond Niet geanalyseerd 0,06 - 0,50 Grond Niet geanalyseerd 0,00 - 0,50 Grond Asbest in grond (> 10 kg)1 0,00 - 0,30 Grond Asbest in grond (> 10 kg)1
“Locatie Sengers” Erf MMASB401 B406 MMASB402 B414 (druppelzone)
MMASB403 MMASB404 MMASB405 MMASB406 MMASB407 MMASB408 MMASB409 MMASB410 MMASB411 MMASB412
B415 (druppelzone) B417 B414, B415 B408 (druppelzone) B403, B408 B413 (druppelzone) B413 B418, B419 B401, B402, B409 B407
MMASB413 MMASB414
B405B, B410 PB411 (druppelzone)
MMASB415
PB411
MMASB416 MMASB417
B416 (druppelzone) B2113B
Sporen steenhoudend Uiterst puinhoudend Sporen steenhoudend Sporen puin Brokken baksteen / sporen puin Sporen baksteen Sporen baksteen Brokken baksteen Sterk baksteenhoudend, matig puinhoudend Matig baksteenhoudend, sporen puin Matig baksteenhoudend, sporen puin Sporen baksteen uiterst puinhoudend, sterk baksteenhoudend, brokken beton
Diverse (water)bodemonderzoeken, Huurlingsedam fase 3 te Wijchen Rapportnr.: B21.8184 versie: 01 datum: 8 juli 2021
Soort
Grond Grond Grond Grond
Analysepakket
Asbest in grond (> 10 kg)1 Asbest in grond (> 10 kg)1 Asbest in grond (> 10 kg)1 Asbest in grond (> 10 kg)1
0,00 - 0,50 Grond Niet geanalyseerd 0,00 - 0,10 Grond Asbest in grond (> 10 kg)1 + SEM-analyse respirabele vezels 0,10 - 0,50 Grond Niet geanalyseerd 0,00 - 0,10 Grond Asbest in grond (> 10 kg)1 0,00 - 0,50 Puin Asbest in puin (> 25 kg)1
36 Toelichting bij tabel 8.7: 4 Asbestanalyse conform NEN5898:2015: asbest in grond of puin < 20 mm; # Betreft een indicatief monster; SEM Stereo Electro Microscoop; Niets waargenomen.
De resultaten van de geanalyseerde grond-/puinmonsters en de gewogen hoeveelheid asbest (< 20 mm, conform analysecertificaten) is weergegeven in tabel 8.8 op de volgende pagina. Tabel 8.8: Overzicht onderzochte grond-/puinmonsters en gewogen hoeveelheid asbest < 20 mm conform analysecertificaat Monstercode
Soort
“Het Eiland” MMASB101# “De Lanen” MMASB201 MMASB202 Plaat MMASB203 MMASB205 MMASB206 MMASB207 MMASB208 Locatie Sengers Erf MMASB401 Pakking MMASB402 Grond met bundels Vezels MMASB403
Hechtgebonden
Type*
Gemeten < 20 mm (mg/kg d.s.)
Totaal gewogen < 20 mm (mg/kg d.s.)
-
-
<2
<2
Ja -
Chrysotiel -
<2 42,05 <2 <2 <2 <2 <2
<2 42,05 <2 <2 <2 <2 <2
Nee Nee
Chrysotiel Chrysotiel Chrysotiel Anthophylliet Chrysotiel Chrysotiel Chrysotiel Amosiet Crocidoliet Chrysotiel
0,7 4.245 61 33 4,2 0,1
0,7 4.339
Verweerde plaat Nee 4,3 Bundels chrysotiel Nee MMASB404 <2 MMASB405 <2 <2 MMASB408 <2 <2 MMASB411 <2 <2 MMASB412 <2 <2 MMASB414 Bundels chrysotiel Nee 3,4 9,5 Bundels amosiet Nee 1,5 Vezels 4,7 MMASB416 <2 <2 MMASB417 Isolatie Nee 0,7 0,7 Toelichting bij de tabel: * Chrysotiel (witte asbest) is een serpentijnasbest. Bij serpentijnasbest zijn de vezels gekruld. Crocidoliet (blauwe asbest) en amosiet (bruine asbest) zijn een amfiboolasbest. Bij amfiboolasbest zijn de vezels staafvormig en daardoor gevaarlijker. Daarom wordt de amfiboolconcentratie met een factor 10 verhoogd; # Betreft een indicatief monster; 1 Waarvan een gehalte van 95 mg/kg d.s. aan respirabele vezels is aangetoond (< 0,5 mm); 2 Waarvan een gehalte van 4,7 mg/kg d.s. aan respirabele vezels is aangetoond (< 0,5 mm); Niets aangetoond.
Waterbodem In totaal zijn van de waterbodems 30 grepen genomen evenredig verdeeld over de drie bestaande watergangen. Van het slib op locatie “het Eiland” is één mengmonster samengesteld (WB101) en geanalyseerd op een C2 waterbodempakket en daarnaast is er één mengmonster samengesteld (WBP101) en geanalyseerd op PFAS. Voor de watergang wordt binnen de onderzoekslocatie (420 m) uitgegaan van circa 150 m3 slib. De dwarsdoorsneden van de watergang zijn als bijlage 2e toegevoegd. De mengmonsters van de watergang tussen “de Lanen” en het dassencompensatiegebied betreffen vaste waterbodems, aangezien hier geen slib is aangetroffen. Er zijn twee mengmonsters samengesteld (WB201 en WB202) en geanalyseerd op een C2 waterbodempakket en daarnaast zijn er twee mengmonsters samengesteld (WBP201 en WBP202) en geanalyseerd op PFAS. In tabel 8.9 op de volgende pagina is een overzicht weergegeven van de analyseresultaten.
Diverse (water)bodemonderzoeken, Huurlingsedam fase 3 te Wijchen Rapportnr.: B21.8184 versie: 01 datum: 8 juli 2021
37 Tabel 8.9: Samenstelling en analyseresultaten waterbodem Monstercode
Monstersamenstelling
Traject (m-wb)
Type
Analysepakket
Toepassen op de bodem (T1)
Toetsingsresultaten Toepassen in zoet oppervlaktewater (T3)
Verspreiden aangrenzend perceel (T5)
“Het Eiland” WB101 G101 t/m G110 0,50-0,60 slib C2 Altijd Altijd toepasbaar Verspreidbaar toepasbaar WBP101 PFAS “De Lanen” WB201 G201 t/m G210 0,50-1,00 grond C2 Altijd Altijd toepasbaar Verspreidbaar toepasbaar WBP201 PFAS WB202 G211 t/m G220 0,50-1,00 grond C2 Altijd Altijd toepasbaar Verspreidbaar toepasbaar WBP202 PFAS Toelichting bij de tabel: C2 Standaard waterbodempakket (C2): De zware metalen Arseen [As], barium [Ba], cadmium [Cd], chroom [Cr], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni] en zink [Zn], polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK, 10 VROM), Polychloorbifenylen (PCB), minerale olie (MO) en organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) inclusief lutum en organische stof (humus); PFAS Perfluorverbindingen (30 verbindingen met o.a. Perfluoroctaansulfonzuur en Perfluoroctaanzuur); m-wb Meters minus bovenkant waterbodem.
8.3.
Interpretatie analyseresultaten
“Het Eiland” Grond Algemene kwaliteit In mengmonster MM101 van de zintuiglijk schone bovengrond (klei) is maximaal een licht verhoogd gehalte voor zink aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarde. De overige onderzochte parameters zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Met indicatieve toetsing aan de BBK is het mengmonster altijd toepasbaar. In mengmonster MM102 van de bovengrond met sporen baksteen (zand) zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Met indicatieve toetsing aan de BBK is het mengmonster altijd toepasbaar. In mengmonster MM103 van de zintuiglijk schone bovengrond (klei) en in de mengmonsters MM105 en MM106 van de zintuiglijk schone ondergrond (klei) zijn maximaal licht verhoogde gehalten voor kobalt, nikkel en zink aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. De overige onderzocht parameters zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Met indicatieve toetsing aan de BBK hebben de mengmonsters de klasse industrie. In mengmonster MM104 van de zintuiglijk schone ondergrond (zand) is maximaal een licht verhoogd gehalte voor kobalt aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarde.
De overige onderzochte parameters zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Met indicatieve toetsing aan de BBK is het mengmonster altijd toepasbaar. PFAS In de mengmonsters MMPFAS101 t/m MMPFAS104 van de verdachte grondlaag (zand/klei; 0,01,0 m-mv) zijn voor PFAS geen gehalten boven de toepassingsnorm voor de functieklasse “landbouw/natuur” aangetoond. De verdachte grondlagen voldoen derhalve op basis van de PFAS-parameters aan de functieklasse “landbouw/natuur” (achtergrondwaarde), uit het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS houdende grond, buiten grondwaterbeschermingsgebieden en op de landbodem.
Diverse (water)bodemonderzoeken, Huurlingsedam fase 3 te Wijchen Rapportnr.: B21.8184 versie: 01 datum: 8 juli 2021
38 Grondwater In de grondwatermonsters uit de peilbuizen PB105, PB111B, PB116, PB122 en PB128 zijn licht verhoogde gehalten voor barium aangetoond ten opzichte van de betreffende streefwaarde. Voor de overige onderzochte parameters zijn geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de betreffende streefwaarden. Asbest Met de veldwerkzaamheden ten behoeve van de verkennende / indicatieve (bodem)onderzoeken zijn op zowel het maaiveld als in de opgeboorde / opgegraven grond zintuiglijk (fractie > 20 mm) geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen. In het indicatief onderzochte grondmonster (MMASB101) ter plaatse van de (voormalige) (puin)dammen en een voormalige watergang is analytisch geen asbest aangetoond (< 2 mg/kg d.s.). Waterbodem Uit de toetsing van de analyseresultaten van waterbodemmonster WB101 kan worden geconcludeerd dat het slib uit de watergang rondom “het Eiland” (G101 t/m G110) is geclassificeerd als klasse ‘altijd toepasbaar’ voor toepassing op de landbodem (T1) en ‘altijd toepasbaar’ in zoet oppervlaktewater (T3). Daarnaast is het slib als ‘verspreidbaar’ geclassificeerd voor verspreiding op het aangrenzende perceel (T5).
Op basis van de toetsing van waterbodemmonster WBP101 aan het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie valt de waterbodem voor de toetsingen T1, T3 en T5 voor PFAS onder de functieklasse ‘landbouw/natuur’, mits toegepast buiten grondwaterbeschermingsgebieden. Voor de watergang wordt binnen de onderzoekslocatie (420 m) uitgegaan van circa 150 m3 slib. “De Lanen” Grond Algemene kwaliteit In de mengmonsters MM201, MM202, MM203, MM205 en MM209 van de zintuiglijk schone bovengrond (zand/klei), in de (meng)monsters MM207 en M208 van de bovengrond met brokken baksteen en/of puin (zand) en in de mengmonsters MM211, MM212, MM213, MM214, MM215, MM216, MM217 en MM218 van de zintuiglijk schone ondergrond (zand/klei) zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Met indicatieve toetsing aan de BBK zijn de (meng)monsters altijd toepasbaar. In mengmonster MM204 van de zintuiglijk schone bovengrond (klei) is maximaal een licht verhoogd gehalte voor kobalt aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarde. De overige onderzochte parameters zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Met indicatieve toetsing aan de BBK is het mengmonster altijd toepasbaar.
In mengmonster MM206 van de zintuiglijk schone bovengrond (zand) zijn maximaal licht verhoogde gehalten voor kobalt, lood, nikkel en zink aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. De overige onderzocht parameters zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Met indicatieve toetsing aan de BBK heeft het mengmonster de klasse wonen. In mengmonster MM210 van de zintuiglijk schone ondergrond (zand) zijn maximaal licht verhoogde gehalten voor kobalt en nikkel aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. De overige onderzochte parameters zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Met indicatieve toetsing aan de BBK is het mengmonster altijd toepasbaar. Diverse (water)bodemonderzoeken, Huurlingsedam fase 3 te Wijchen Rapportnr.: B21.8184 versie: 01 datum: 8 juli 2021
39 Teeltlaagonderzoek In de mengmonsters MMOCB201, MMOCB204 en MMOCB205 van de zintuiglijk schone teeltlaag (klei) en in de mengmonsters MMOCB202 en MMOCB203 van de zintuiglijk schone teeltlaag (zand) zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte OCB-parameters aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Met indicatieve toetsing aan de BBK zijn de mengmonsters altijd toepasbaar. Grondwater In de grondwatermonsters uit de peilbuizen PB203, PB205B, PB224B, PB228, PB235B, PB239, PB259, PB271B, PB275, PB282, PB286, PB288, PB2112 is een sterk verhoogd gehalte voor nikkel aangetoond. Daarnaast zijn er licht verhoogde gehalten voor kobalt en zink aangetoond ten opzichte van de betreffende streefwaarden. Voor de overige onderzochte parameters zijn geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de betreffende streefwaarden. In het grondwatermonster uit peilbuis PB243 zijn licht verhoogde gehalten voor barium en nikkel aangetoond ten opzichte van de betreffende streefwaarden. Voor de overige onderzochte parameters zijn geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de betreffende streefwaarden. In het grondwatermonster uit peilbuis PB247 zijn licht verhoogde gehalten voor barium, cadmium en nikkel aangetoond ten opzichte van de betreffende streefwaarden, waarbij het gehalte voor nikkel de indexwaarde van 0,5 overschrijdt.