CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 11 Diverse (water)bodemonderzoeken, Verhoeven Milieutechniek B.V., 8 juli 2021.pdf

Raad openbaar Wijchen 24 november 2022, gemeente wijchenBij agendapunt: 83052 Beslisnota Bestemmingsplan Huurlingsedam fase 430.021 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

RAPPORT:

Diverse (water)bodemonderzoeken Huurlingsedam fase 3 te Wijchen

PROJECTNUMMER: B21.8184 Versie: 01

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V. Van Voordenpark 16 5301 KP Zaltbommel TEL: 0418-572060 www.verhoevenmilieu.nl info@verhoevenmilieu.nl

RAPPORT: Diverse (water)bodemonderzoeken, Huurlingsedam fase 3 te Wijchen

PROJECTNUMMER: B21.8184 Versie 01

OPDRACHTGEVER: VOF Huurlingsedam

DATUM: 8 juli 2021

Auteur:

Autorisatie:

J.P.G. Boerakker Junior projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.

Ing. H.M.W. van der Donk Senior Projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.

B21.8184/R8184-01/JB Alle informatie in deze rapportage mag niet worden verveelvoudigd, gekopieerd, gepubliceerd, opgeslagen, aangepast of gebruikt in welke vorm dan ook, online of offline, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.

2 0.

SAMENVATTING VOF Huurlingsedam heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek, een verkennend onderzoek naar asbest en een verkennend waterbodemonderzoek voor de Huurlingsedam fase 3 te Wijchen Voorafgaand aan de diverse (water)bodemonderzoeken is reeds een historisch onderzoek uitgevoerd conform de NEN 5725:2017 en de NEN 5717:2017 met kenmerk B20.7997/HO01/JB, d.d. 11 december 2020. De aanleiding tot de onderzoeken wordt gevormd door de voorgenomen herontwikkeling (woningbouw). De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de NEN 5740/A1:2016, de NEN 5707:2015/C2:2017, de NEN 5897:2015/C2:2017 en de NEN 5720:2017. De (water)bodemonderzoeken hebben tot doel de milieuhygiënische kwaliteit van de (water)bodem op de onderzoekslocaties vast te leggen (inclusief OCB, PFAS en asbest) en vast te stellen of bezwaren bestaan tegen de voorgenomen herontwikkeling (woningbouw). Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2022, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek.

Conclusies historisch onderzoek Uit de beschikbare historische informatie en het locatiebezoek kunnen samenvattend de volgende zaken worden aangegeven: • Nabij en op de locaties zijn diverse bodemonderzoeken uitgevoerd; • Op locatie “het Eiland” zijn met de voorgaande onderzoeken maximaal licht verhoogde gehalten voor nikkel en kobalt in de bovengrond aangetoond en maximaal een matig verhoogd gehalte voor nikkel (van nature verhoogd) in het grondwater en diverse licht verhoogde gehalten. Daarnaast zijn naar verwachting vier voormalige watergangen aanwezig, waarvan één voormalige watergang reeds voldoende is onderzocht met de voorgaande onderzoeken. Tevens zijn er vier (puin)dammen aanwezig (geweest); • Ter plaatse van locatie “de Lanen” zijn voormalige boomgaarden en voormalige bebouwing (met asbestverdachte) dakbedekking aanwezig geweest. Met de diverse onderzoeken op en nabij de onderzoekslocatie zijn diverse licht tot matig verhoogde gehalten aangetoond voor de onderzochte parameters en sterke verontreinigingen met asbest aangetoond. Enkel één van de asbestverontreinigingen is relevant voor onderhavige locatie, aangezien deze mogelijk overschrijdend is naar onderhavige onderzoekslocatie. Tevens zijn ten zuidwesten van de locatie diverse onder- en bovengrondse tanks aanwezig geweest.

Er zijn naar verwachting zeven voormalige watergangen en twee voormalige wegen op de locatie aanwezig. Twee van de voormalige watergangen en één voormalige weg lopen door in het dassen compensatiegebied en één voormalige weg en één voormalige watergang lopen door op locatie Sengers. Daarnaast zijn op een deel van het zuidwesten van de locatie boomgaarden aanwezig geweest, zijn op de locatie twee puin(dammen) aanwezig (geweest) en tussen locatie “de Lanen” en het dassen compensatiegebied zijn nog eens twee (puin)dammen aanwezig (geweest). • Op het dassen compensatiegebied is een onderzoek uitgevoerd op minerale olie en/of vluchtige aromaten in de bovengrond en het grondwater. Deze parameters zijn niet verhoogd aangetoond. Er zijn negen voormalige watergangen en twee voormalige wegen aanwezig. Twee van de voormalige watergangen en één voormalige weg lopen door in locatie Sengers en twee voormalige watergang en één voormalige weg lopen door in locatie “de Lanen”. Daarnaast zijn op een deel van de locatie boomgaarden aanwezig geweest en tussen locatie “de Lanen” en het dassen compensatiegebied zijn twee (puin)dammen aanwezig (geweest).

Diverse (water)bodemonderzoeken, Huurlingsedam fase 3 te Wijchen Rapportnr.: B21.8184 versie: 01 datum: 8 juli 2021

3 • De bebouwing (met asbestverdachte dakbedekking zonder goede afwatering) op locatie Sengers is nog steeds aanwezig. Met het voorgaande onderzoek op de locatie zijn voor de onderzochte parameters maximaal licht verhoogde gehalten in de bovengrond en het grondwater aangetoond. Voor asbest zijn tevens geen noemenswaardige (maximaal 2,5 mg/kg d.s.) gehalten aangetoond. Er zijn vijf voormalige watergangen en twee voormalige wegen aanwezig. Twee van de voormalige watergangen en één voormalige weg lopen tevens door in het dassen compensatiegebied en één voormalige weg en één voormalige watergang lopen tevens door in locatie “de Lanen”. Op de locatie zijn bovengrondse tanks en een bestrijdingsmiddelopslag aanwezig geweest, waarvan de eindsituatie van de bovengrondse tanks reeds in voldoende mate is vastgelegd. Daarnaast zijn boomgaarden aanwezig geweest die zijn onderzocht conform de toenmalige NEN (2015), waarbij de bovengrond is bemonsterd van 0,0-0,5 m-mv. Conform de huidige NEN dient enkel de teeltlaag (0,0-0,3 m-mv) te worden bemonsterd en geanalyseerd; • In totaal zijn er op de locaties derhalve naar verwachting twintig voormalige watergangen en vier voormalige wegen op de onderzoekslocaties aanwezig en daarnaast zijn er naar verwachting acht (puin)dammen aanwezig (geweest); • Ter plaatse van de onderzoekslocaties zijn diverse watergangen aanwezig.

Uit een toetsing van 10 oktober 2016 blijkt dat de waterbodem van de watergang op het noordwestelijke deel van “de Lanen” en van het dassencompensatiegebied niet toepasbaar is op de landbodem en nooit toepasbaar is in oppervlaktewater en op aangrenzende percelen op basis van koper. In 2017 is deze watergang herbemonsterd en zijn delen van de watergang separaat geanalyseerd. Uit de toetsing van 30 juni 2017 blijkt dat de waterbodem maximaal klasse industrie heeft voor toepassing op de landbodem, klasse B voor toepassing in oppervlaktewater en verspreidbaar is op aangrenzende percelen. Daarnaast is in 2017 tevens de waterbodem van de watergang ten zuiden van “het Eiland” bemonsterd en getoetst. Hieruit blijkt dat de waterbodem altijd toepasbaar is op landbodem is op, maximaal klasse A heeft voor toepassing in oppervlaktewater en verspreidbaar is op aangrenzende percelen. Zowel in 2016 als in 2017 zijn voor de OCB parameters geen gehalten boven de achtergrondwaarden aangetoond; • Aangezien naar verwachting grond van de locaties afgevoerd wordt in verband met de voorgenomen herontwikkelingen, dient rekening gehouden te worden met een aanvullend onderzoek van de verdachte grondlaag op PFAS.

Op basis van het historisch onderzoek dient op alle locaties een verkennend onderzoek conform de NEN 5740 te worden uitgevoerd, waarbij de verdachte grondlaag aanvullend geanalyseerd wordt op PFAS en/of de teeltlaag ter plaatse van de voormalige boomgaarden wordt onderzocht op OCB. Daarnaast vormen de voormalige watergangen, voormalige wegen en/of de (voormalige) (puin)dammen aandachtspunten, evenals de voormalige bestrijdingsmiddelenkast ter plaatse van locatie Sengers. Met het historisch onderzoek en tijdens het locatiebezoek en de veldwerkzaamheden is de ligging van de voormalige bestrijdingsmiddelenkast echter niet waargenomen. Tevens dienen er verkennende onderzoeken naar asbest te worden uitgevoerd conform de NEN 5707 en/of conform de NEN 5897 ter plaatse van de voormalige bebouwing op locatie “de Lanen” en ter plaatse van de bebouwing (met asbestverdachte dakbedekking zonder goede afwatering) en verhardingen (erf) op locatie Sengers. Daarnaast dienen er onderzoeken naar asbest te worden uitgevoerd ter plaatse van de (puin)dammen, waarin puin aanwezig is. Daarnaast dienen de watergangen waar civieltechnische werkzaamheden plaatsvinden (dempen, verleggen en/of verbreden) te worden onderzocht conform de NEN 5720, waarbij de waterbodem aanvullend geanalyseerd wordt op PFAS.

Met de situering van de boringen, peilbuizen, grepen en proefgaten wordt rekening gehouden met de reeds bekende informatie.

Diverse (water)bodemonderzoeken, Huurlingsedam fase 3 te Wijchen Rapportnr.: B21.8184 versie: 01 datum: 8 juli 2021

4 CONCLUSIES EN AANBEVELING Verkennend bodemonderzoek “Het Eiland” Algemene kwaliteit Voor de locatie “het Eiland” is voor de algemene kwaliteit de hypothese gesteld van een onverdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Op basis van de resultaten wordt de gestelde onverdachte hypothese aangenomen, aangezien in zowel de boven-, ondergrond als het grondwater maximaal licht verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters zijn aangetoond. Daarnaast zijn zowel zintuiglijk als analytisch geen waarnemingen gedaan die duiden op de aanwezigheid van ernstige verontreinigingen als gevolg van de voormalige watergangen en de (voormalige) (puin)dammen. De aangetoonde verhoogde gehalten betreffen overschrijdingen van de betreffende achtergronden streefwaarden. Aangezien de meetwaarden de indexwaarden van 0,5 en de interventiewaarden niet overschrijden, zijn geen vervolgstappen noodzakelijk in het kader van de Wbb. BBK Bij indicatieve toetsing van de geanalyseerde mengmonsters aan het Besluit bodemkwaliteit blijkt dat de mengmonsters maximaal de classificatie “industrie” hebben. PFAS Op basis van de resultaten van het PFAS-onderzoek voldoet de onderzochte grond (zand/klei, 0,01,0 m-mv) aan de functieklasse “landbouw/natuur” (achtergrondwaarde) uit het tijdelijk handelingskader.

Zodoende bestaan voor wat betreft PFAS geen bezwaren voor toepassing elders, behoudens grondwaterbeschermingsgebieden. Daarnaast kunnen gebiedsspecifiek zowel strengere als minder strenge eisen gelden. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat bij ontgraven, afvoeren en toepassen elders de regels van de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit van toepassing zijn en mogelijk aanvullende keuringen worden verlangd. “De Lanen” Algemene kwaliteit Voor de locatie “de Lanen” is voor de algemene kwaliteit de hypothese gesteld van een onverdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Op basis van de resultaten dient de gestelde onverdachte hypothese formeel gezien te worden verworpen, aangezien in het grondwater licht (indexwaarde > 0,5) tot sterk verhoogde gehalten voor nikkel zijn aangetoond. Echter zijn de sterk verhoogde gehalten voor nikkel naar alle waarschijnlijkheid toe te schrijven aan van nature aanwezig verhoogde concentraties. Hiervoor wordt verwezen naar het RIVM-rapport ‘Achtergrondconcentraties van 17 sporenmetalen in het grondwater van Nederland’ [9]. In zowel de boven- als ondergrond zijn namelijk maximaal licht verhoogde gehalten voor nikkel aangetoond en er zijn geen puntbronnen of overige activiteiten bekend welke de grondwaterverontreiniging met nikkel kunnen verklaren.

Voor de overige onderzochte parameters in het grondwater en de boven- en ondergrond zijn maximaal licht (indexwaarde < 0,5) verhoogde gehalten aangetoond. Zowel zintuiglijk als analytisch zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op de aanwezigheid van ernstige verontreinigingen als gevolg van de voormalige wegen, voormalige bebouwing en voormalige watergangen. Diverse (water)bodemonderzoeken, Huurlingsedam fase 3 te Wijchen Rapportnr.: B21.8184 versie: 01 datum: 8 juli 2021

5 Teeltlaag Plaatselijk is de teeltlaag verdacht op het voorkomen van OCB. Op basis van de resultaten wordt de gestelde verdachte hypothese verworpen, aangezien in de teeltlaag geen verhoogde gehalten voor de OCB-parameters zijn aangetoond. BBK Bij indicatieve toetsing van de geanalyseerde mengmonsters aan het Besluit bodemkwaliteit blijkt dat de mengmonsters maximaal de classificatie “wonen” hebben. Dassencompensatiegebied Algemene kwaliteit Voor het dassencompensatiegebied is voor de algemene kwaliteit de hypothese gesteld van een onverdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Op basis van de resultaten wordt de gestelde onverdachte hypothese aangenomen, aangezien in zowel de boven-, ondergrond als het grondwater maximaal licht verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters zijn aangetoond. Daarnaast zijn zowel zintuiglijk als analytisch geen waarnemingen gedaan die duiden op de aanwezigheid van ernstige verontreinigingen als gevolg van de voormalige watergangen, voormalige wegen en de (voormalige) (puin)dammen. De aangetoonde verhoogde gehalten betreffen overschrijdingen van de betreffende achtergronden streefwaarden. Aangezien de meetwaarden de indexwaarden van 0,5 en de interventiewaarden niet overschrijden, zijn geen vervolgstappen noodzakelijk in het kader van de Wbb.

BBK Bij indicatieve toetsing van de geanalyseerde mengmonsters aan het Besluit bodemkwaliteit blijkt dat alle mengmonsters de classificatie “altijd toepasbaar” hebben. Locatie Sengers: Erf Algemene kwaliteit Voor het erf van locatie Sengers is voor de algemene kwaliteit de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Op basis van de resultaten wordt de gestelde verdachte hypothese verworpen, aangezien in zowel de boven- als ondergrond, na uitsplitsing, maximaal licht verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters zijn aangetoond. In het grondwater zijn voor de onderzochte parameters geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de betreffende streefwaarden. Daarnaast zijn zowel zintuiglijk als analytisch geen waarnemingen gedaan die duiden op de aanwezigheid van ernstige verontreinigingen als gevolg van de voormalige watergangen en de voormalige weg. De aangetoonde verhoogde gehalten betreffen overschrijdingen van de betreffende achtergrondwaarden. Aangezien de meetwaarden de indexwaarden van 0,5 en de interventiewaarden niet overschrijden, zijn geen vervolgstappen noodzakelijk in het kader van de Wbb.

BBK Bij indicatieve toetsing van de geanalyseerde mengmonsters aan het Besluit bodemkwaliteit blijkt dat de mengmonsters maximaal de classificatie “industrie” hebben, rekening houdend met de resultaten van het asbestonderzoek (ernstige grondverontreiniging voor asbest bij de druppelzone). Diverse (water)bodemonderzoeken, Huurlingsedam fase 3 te Wijchen Rapportnr.: B21.8184 versie: 01 datum: 8 juli 2021

6 Locatie Sengers: Agrarisch perceel Algemene kwaliteit Voor het agrarisch perceel van locatie Sengers is voor de algemene kwaliteit de hypothese gesteld van een onverdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Op basis van de resultaten dient de gestelde onverdachte hypothese formeel gezien te worden verworpen, aangezien in het grondwater een sterk verhoogd gehalte voor nikkel is aangetoond. Echter is het sterk verhoogd gehalte voor nikkel, net als bij locatie “de Lanen”, naar alle waarschijnlijkheid toe te schrijven aan van nature aanwezig verhoogde concentraties. Hiervoor wordt verwezen naar het RIVM-rapport ‘Achtergrondconcentraties van 17 sporenmetalen in het grondwater van Nederland’. In zowel de boven- als ondergrond zijn namelijk geen verhoogde gehalten voor nikkel aangetoond en er zijn geen puntbronnen of overige activiteiten bekend welke de grondwaterverontreiniging met nikkel kunnen verklaren. Voor de overige onderzochte parameters in het grondwater zijn maximaal licht (indexwaarde < 0,5) verhoogde gehalten aangetoond. In de boven- en ondergrond zijn voor de onderzochte parameters geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Zowel zintuiglijk als analytisch zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op de aanwezigheid van ernstige verontreinigingen als gevolg van de voormalige watergangen.

Teeltlaag Plaatselijk is de teeltlaag verdacht op het voorkomen van OCB. Op basis van de resultaten wordt de gestelde verdachte hypothese verworpen, aangezien in de teeltlaag geen verhoogde gehalten voor OCB-parameters zijn aangetoond. BBK Bij indicatieve toetsing van de geanalyseerde mengmonsters aan het Besluit bodemkwaliteit blijkt dat alle mengmonsters de classificatie “altijd toepasbaar” hebben. “De Lanen”, dassencompensatiegebied en locatie Sengers Teeltlaag Plaatselijk is de teeltlaag verdacht op het voorkomen van OCB. Op basis van de resultaten wordt de gestelde verdachte hypothese verworpen, aangezien in de teeltlaag geen verhoogde gehalten voor de OCB-parameters zijn aangetoond. PFAS Op basis van de resultaten van het PFAS-onderzoek voldoet de onderzochte grond (zand/klei, 0,01,0 m-mv) aan de functieklasse “landbouw/natuur” (achtergrondwaarde) uit het tijdelijk handelingskader. Zodoende bestaan voor wat betreft PFAS geen bezwaren voor toepassing elders, behoudens grondwaterbeschermingsgebieden. Daarnaast kunnen gebiedsspecifiek zowel strengere als minder strenge eisen gelden. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat bij ontgraven, afvoeren en toepassen elders de regels van de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit van toepassing zijn en mogelijk aanvullende keuringen worden verlangd.

Verkennend onderzoek naar asbest “Het Eiland” In verband met de zintuiglijk waargenomen sporen baksteen ter plaatse van de (voormalige) (puin)dammen en ter plaatse van één van de voormalige watergangen is er een indicatief onderzoek naar asbest uitgevoerd. Hierbij is zowel zintuiglijk (fractie > 20 mm) als analytisch (fractie < 20 mm) geen asbest aangetroffen. Derhalve is ons inziens bevestigd dat een onderzoek naar asbest ter plaatse van “het Eiland” niet noodzakelijk is.

Diverse (water)bodemonderzoeken, Huurlingsedam fase 3 te Wijchen Rapportnr.: B21.8184 versie: 01 datum: 8 juli 2021

7 “De Lanen” Voor het verkennend onderzoek naar asbest is plaatselijk de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een verontreiniging met asbest. Op basis van de onderzoeksresultaten dient de gestelde hypothese te worden aangenomen, aangezien plaatselijk (twee spots (< 1.000 m2) zintuiglijk (fractie > 20 mm) asbest is aangetroffen op het maaiveld. Uit de representatieve samengestelde monster betreft het voor beide spots hechtgebonden plaat (chrysotiel). In de opgegraven en opgeboorde grond is zintuiglijk geen asbest waargenomen. Ter plaatse van één van de spots, waar asbest op het maaiveld is aangetroffen, was het niet mogelijk om een verkennend onderzoek naar asbest uit te voeren in verband met de aanwezige aardappel heuvels. Analytisch (fractie < 20 mm) is enkel in grondmonster MMASB202 asbest aangetoond. Het gehalte van 42,05 mg/kg d.s. blijft echter beneden de interventiewaarde alsmede de norm van 50 mg/kg d.s. voor een nader onderzoek. In de overige onderzochte grondmonsters (MMASB201, MMASB203 t/m MMASB208) is analytisch geen asbest aangetoond. Verhoeven Milieutechniek B.V. besteedt veel zorg aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden, doch bestaat de mogelijkheid dat niet alle asbestverdachte plaatmaterialen zijn waargenomen.

Het blijft derhalve mogelijk dat bij aantreffen van asbesthoudend plaatmateriaal de interventiewaarde in de praktijk toch wordt overschreden. Locatie Sengers: Erf Voor wat betreft asbest ter plaatse van het erf van Locatie Sengers is de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de gestelde hypothese aangenomen, aangezien analytisch (fractie < 20 mm) asbest is aangetoond op de onderzoekslocatie. Zintuiglijk (fractie > 20 mm) is zowel op het maaivels als in de opgeboorde en opgegraven grond geen asbest waargenomen. Ter plaatse van de druppelzone van de asbestverdachte dakbedekking zonder dakgoot, waar mogelijk asbestvezels op het maaiveld terecht is gekomen, is in de sporen steenhoudende contactlaag (0,0-0,1 m-mv) uit proefgat B414 (grondmonster MMASB402) in de fractie < 20 mm circa 4.339 mg/kg d.s. niet-hechtgebonden asbest aangetoond. Het gehalte overschrijdt ruimschoots de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. Uit de aanvullende SEM-analyse is gebleken dat er sprake is van circa 95 mg/kg d.s. aan respirabele vezels (fractie < 0,5 mm), waarmee het criterium voor spoedeisendheid van 10 mg/kg d.s. wordt overschreden (Milieuhygiënisch saneringscriterium Bodem, Protocol Asbest uit de Circulaire Bodemsanering 2013) en sprake is van “onaanvaardbare risico’s buiten”.

In het grondmonster van de onderliggende grondlaag (MMASB404; 0,1-0,5 m-mv) is analytisch geen asbest aangetoond. In de onderzochte grondmonsters MMASB401, MMASB403 en MMASB414 zijn analytisch zeer geringe gehalten (maximaal 9,5 mg/kg d.s.) voor asbest aangetoond, welke ruim beneden de interventiewaarden van 100 mg/kg d.s. alsmede onder de norm van 50 mg/kg d.s. voor nader onderzoek blijft. Daarbij is in grondmonster MMASB414 van de matig baksteenhoudende contactlaag (0,0-0,1 m-mv) met sporen baksteen uit proefgat PB411 circa 4,7 mg/kg d.s. aan respirabele vezels aangetoond. Het gehalte blijft beneden het criterium van 10 mg/kg d.s. voor spoedeisendheid. In het onderzochte puinmonster MMASB417 is analytisch een zeer geringe gehalten van circa 0,7 mg/kg d.s. voor asbest aangetoond, welke ruim beneden de maximale samentellingswaarde van 100 mg/kg d.s. alsmede onder de norm van 50 mg/kg d.s. voor nader onderzoek blijft. In de overige onderzochte grondmonsters (MMSB405 t/m MMASB412) is analytisch geen asbest aangetoond. Diverse (water)bodemonderzoeken, Huurlingsedam fase 3 te Wijchen Rapportnr.: B21.8184 versie: 01 datum: 8 juli 2021

8 Conclusies verkennend waterbodemonderzoek “Het Eiland” Als hypothese is uitgegaan van een verspreidbare waterbodem. Op basis van de resultaten van het waterbodemonderzoek blijkt dat in de watervoerende watergang slib aanwezig is. Voor de watergang wordt binnen de onderzoekslocatie (420 m) uitgegaan van circa 150 m3 slib. Op basis van resultaten kan de hypothese worden aangenomen, aangezien het slib ter plaatse van de grepen G101 t/m G110 voor T1 is geclassificeerd als ‘altijd toepasbaar’, voor T3 als ‘altijd toepasbaar’ en voor T5 als ‘verspreidbaar’. Op basis van de aangetroffen gehalten voor de PFAS parameters in monster MMWBP101 voldoet de vaste waterbodem aan de functieklasse “landbouw/natuur” (achtergrondwaarde) uit het tijdelijk handelingskader. Zodoende bestaan voor de vaste waterbodem voor wat betreft PFAS geen bezwaren voor toepassing elders, behoudens in grondwaterbeschermingsgebieden. “De Lanen” Als hypothese is uitgegaan van een verspreidbare waterbodem. Op basis van de resultaten van het waterbodemonderzoek blijkt dat in de watervoerende watergang geen slib aanwezig is. Op basis van resultaten kan de hypothese worden aangenomen, aangezien het slib ter plaatse van de grepen G201 t/m G220 voor T1 is geclassificeerd als ‘altijd toepasbaar’, voor T3 als ‘altijd toepasbaar’ en voor T5 als ‘verspreidbaar’.

Op basis van de aangetroffen gehalten voor de PFAS parameters in de monsters MMWBP201 en MMWBP202 voldoet de vaste waterbodem aan de functieklasse “landbouw/natuur” (achtergrondwaarde) uit het tijdelijk handelingskader. Zodoende bestaan voor de vaste waterbodem voor wat betreft PFAS geen bezwaren voor toepassing elders, behoudens in grondwaterbeschermingsgebieden. Algehele conclusie en aanbevelingen Met de uitgevoerde onderzoeken is, ons inziens, de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ten behoeve van de voorgenomen herontwikkeling (woningbouw) voor de Huurlingsedam fase 3 te Wijchen, vooralsnog, in onvoldoende mate onderzocht voor locatie “de Lanen” en locatie Sengers. Vooralsnog bestaan er derhalve bezwaren tegen de voorgenomen herontwikkeling (woningbouw) in verband met de aangetroffen asbesthoudende plaatmaterialen (fractie > 20 mm) op het maaiveld op locatie “de Lanen” en de ernstige asbestverontreiniging in de contactlaag ter plaatse van de druppelzone op het erf van locatie Sengers. Daarnaast zijn er sterk verhoogde gehalten voor nikkel aangetoond in het grondwater op locatie “de Lanen” en het agrarisch perceel van Locatie Sengers.

Voorafgaand aan de voorgenomen herontwikkeling (woningbouw) dient er een verkennend onderzoek naar asbest te worden uitgevoerd, conform de NEN 5707, ter plaatse van het aangetroffen asbesthoudende plaatmateriaal (na)bij de boringen PB286 en B287. Hiermee dient te worden onderzocht of het asbesthoudende plaatmateriaal op het maaiveld een ernstige bodemverontreiniging heeft veroorzaakt. Daarnaast dienen ter plaatse van de twee spots (< 1.000 m2), waar asbesthoudend materiaal op het maaiveld is aangetroffen, de asbesthoudende (plaat)materialen conform de richtlijnen door een daartoe gecertificeerde onderaannemer te worden verwijderd middels handpicking. Op het erf van locatie Sengers is in de contactlaag ter plaatse van de druppelzone van de asbestverdachte dakbedekking ter plaatse van proefgat B414 een ernstige bodemverontreiniging met asbest(vezels) aanwezig. Uit de aanvullende SEM-analyse blijkt dat er sprake is van “onaanvaardbare risico’s, buiten” (respirabele vezels > 10 mg/kg d.s.). Het criterium voor spoedeisendheid wordt overschreden en op basis daarvan dienen spoedig saneringsmaatregelen te worden genomen. Met spoedig wordt bedoeld binnen 4 jaar na het afgeven van een beschikking ernst en spoedeisendheid. Diverse (water)bodemonderzoeken, Huurlingsedam fase 3 te Wijchen Rapportnr.: B21.8184 versie: 01 datum: 8 juli 2021

9 Voorafgaand aan de sanering dient formeel gezien, de omvang van de asbestverontreiniging in beeld te worden gebracht middels het uitvoeren van een nader onderzoek conform de NEN 5707. Aangezien de aangetroffen asbestverontreiniging echter een duidelijke puntbron heeft (asbesthoudende dakbedekking met afwatering op het maaiveld) en naar verwachting beperkt van omvang is (verticaal reeds afgeperkt), wordt een nader onderzoek, ons inziens, niet zinvol geacht. Voorgesteld wordt om de met asbest verontreinigde contactlaag van de betreffende druppellijn direct te saneren. Hierbij dienen na afloop controlemonsters geanalyseerd te worden op asbest. De sanerende maatregelen dienen plaats te vinden conform de beoordelingsrichtlijnen SIKB 6000 “Milieukundige begeleiding van (water)bodemsanering en nazorg” en SIKB 7000 “Uitvoering van (water)bodemsaneringen en ingrepen in de waterbodem”. Aanbevolen wordt om eerst voorliggende rapportage te laten beoordelen door het bevoegd gezag om na te gaan of afgezien kan worden van een nader onderzoek naar asbest en er direct gesaneerd mag worden. Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft enkel een adviserende rol. Het bevoegd gezag dient uiteindelijk een definitieve uitspraak te doen over de te nemen vervolgstappen.

Uit de resultaten van onderhavig onderzoek kan worden geconcludeerd dat ter plaatse van locatie “de Lanen” en het agrarisch perceel van locatie Sengers in het grondwater heterogeen verhoogde gehalten voor nikkel aanwezig zijn. In landbouwgebieden is vaker sprake van fluctuerende en heterogeen voorkomende gehalten voor diverse zware metalen in het grondwater en is bekend dat sanerende maatregelen niet zinvol zijn. Aanbevolen wordt om eerst voorliggende rapportage te laten beoordelen door het bevoegd gezag om na te gaan of een herbemonstering en/of nader onderzoek naar het grondwater noodzakelijk is. Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft enkel een adviserende rol. Het bevoegd gezag dient uiteindelijk een definitieve uitspraak te doen over de te nemen vervolgstappen. Voor wat betreft de locatie “het Eiland”, het dassencompensatiegebied en de overige onderzochte grond, grondwater, asbest in grond/puin en de waterbodem, is de milieuhygiënische kwaliteit wel in voldoende mate onderzocht. Wel dient rekening te worden gehouden met de aangetoonde gehalten voor de NEN-parameters (indicatieve BBK klasse industrie), aangezien mogelijk aanvullende werkzaamheden gewenst (afvoeren) zijn, doordat de voorgenomen herontwikkeling woningbouw betreft. Geadviseerd wordt om hierover tijdig in overleg te gaan met de gemeente / Omgevingsdienst / Provincie.

Bij de eventuele afvoer van de grond dient rekening gehouden te worden met zowel de resultaten van de NEN- OCB- als de PFAS-parameters. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat bij ontgraven, afvoeren en toepassen elders de regels van de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit van toepassing zijn en mogelijk aanvullende keuringen worden verlangd. Daarnaast kunnen gebiedsspecifiek zowel strengere als minder strenge eisen gelden.

Diverse (water)bodemonderzoeken, Huurlingsedam fase 3 te Wijchen Rapportnr.: B21.8184 versie: 01 datum: 8 juli 2021

10 INHOUDSOPGAVE 0.

SAMENVATTING ....................................................................................................................................... 2

1.

INLEIDING ................................................................................................................................................ 11

2.

DOELSTELLINGEN VAN DE ONDERZOEKEN ................................................................................ 11

3.

LOCATIEGEGEVENS EN VERVOLGTRAJECT ............................................................................... 11 3.1. ALGEMENE GEGEVENS.............................................................................................................................. 11 3.2. REEDS UITGEVOERD HISTORISCH ONDERZOEK EN LOCATIEBEZOEK (NEN 5725 EN 5717)................... 12

4.

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE......................................................................................... 14 4.1. BODEMOPBOUW ........................................................................................................................................ 14 4.2. GEOHYDROLOGIE ..................................................................................................................................... 14

5.

HYPOTHESE ............................................................................................................................................. 14

6.

OPZET VAN HET ONDERZOEK .......................................................................................................... 15 6.1. ONDERZOEKSSTRATEGIEËN DIVERSE ONDERZOEKEN ............................................................................ 15 6.2. VELDWERKZAAMHEDEN ........................................................................................................................... 17

7.

WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE ........................................................................ 20 7.1. GROND/GRONDWATER .............................................................................................................................. 20 7.2. ASBEST ...................................................................................................................................................... 21 7.3. WATERBODEM .......................................................................................................................................... 22

8.

RESULTATEN ........................................................................................................................................... 25 8.1. ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN ............................................................................................................... 25 8.2. LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN EN ANALYSERESULTATEN .............................................................. 26 8.3. INTERPRETATIE ANALYSERESULTATEN ................................................................................................... 37

9.

CONCLUSIES EN AANBEVELING ....................................................................................................... 43 9.1. VERKENNEND BODEMONDERZOEK........................................................................................................... 43 9.2. VERKENNEND ONDERZOEK NAAR ASBEST................................................................................................ 46 9.3. CONCLUSIES VERKENNEND WATERBODEMONDERZOEK ......................................................................... 47 9.4. ALGEHELE CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN ........................................................................................... 47

10. REFERENTIES .......................................................................................................................................... 50

BIJLAGEN

1. 2a-d. 2e. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.

Situering in de regio Situatieschetsen met geplaatste boringen, peilbuizen, proefgaten en grepen Dwarsdoorsneden watergang Boorprofiel beschrijvingen Analysecertificaten grond, grondwater, asbest en waterbodem Streef-, achtergrond- en interventiewaarden grond en grondwater Indicatieve toetsingstabellen Besluit bodemkwaliteit Veldwerkformulieren onderzoek naar asbest Toetsingstabellen waterbodem Rapportage historisch onderzoek (exclusief bijlagen)

Diverse (water)bodemonderzoeken, Huurlingsedam fase 3 te Wijchen Rapportnr.: B21.8184 versie: 01 datum: 8 juli 2021

11

1.

INLEIDING VOF Huurlingsedam heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek, een verkennend onderzoek naar asbest en een verkennend waterbodemonderzoek voor de Huurlingsedam fase 3 te Wijchen Voorafgaand aan de diverse (water)bodemonderzoeken is reeds een historisch onderzoek uitgevoerd conform de NEN 5725:2017 [1] en de NEN 5717:2017 [2] met kenmerk B20.7997/HO-01/JB, d.d. 11 december 2020. De aanleiding tot de onderzoeken wordt gevormd door de voorgenomen herontwikkeling (woningbouw). De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de NEN 5740/A1:2016 [3], de NEN 5707:2015/C2:2017 [4], de NEN 5897:2015/C2:2017 [5] en de NEN 5720:2017 [6]. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2022, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Namens Verhoeven Milieutechniek B.V. zijn de werkzaamheden gecoördineerd door de heren H.M.W. van der Donk en J.P.G. Boerakker.

2.

DOELSTELLINGEN VAN DE ONDERZOEKEN De (water)bodemonderzoeken hebben tot doel de milieuhygiënische kwaliteit van de (water)bodem op de onderzoekslocaties vast te leggen (inclusief OCB, PFAS en asbest) en vast te stellen of bezwaren bestaan tegen de voorgenomen herontwikkeling (woningbouw).

3.

LOCATIEGEGEVENS EN VERVOLGTRAJECT 3.1.

Algemene gegevens

De onderzoekslocaties zijn gelegen aan de Huurlingsedam en de Zuiderdreef te Wijchen en staan kadastraal bekend als de gemeente Wijchen. Voor “het Eiland” (fase 3) betreft het sectie P, nummers 68 en 220 en sectie F, nummers 2834 (ged.), 2835 en heeft een oppervlakte van circa 3,2 ha. Voor “de Lanen” (fase 3) betreft het sectie P, nummers 2391, 2528, 2607, 2703, 2530, 2392, 2605, 2696 (ged.) en 1192 (ged.) en heeft een oppervlakte van circa 16,3 ha. Het dassencompensatie gebied (fase 3) betreft het sectie P, nummer 2696 (ged.) en heeft een oppervlakte van circa 7,1 ha. Locatie Sengers betreft sectie P, nummers 54, 57 en 1192 (ged.) en heeft een oppervlakte van circa 1,65 ha. waarvan het erf circa 6.500 m2 betreft. Het totale onderzoeksgebied aan de Huurlingsedam te Wijchen heeft een oppervlakte van circa 28,3 ha. De locatie is momenteel grotendeels braakliggend/in gebruik als landbouwgrond. Enkel de percelen P54, P57 en P1192 zijn (deels) bebouwd en verhard. Ter plaatse van “het Eiland” en tussen “de Lanen” en het dassencompensatie gebied is daarnaast sprake van watergangen. Voor de situering van het perceel in de regio wordt verwezen naar bijlage 1.

Diverse (water)bodemonderzoeken, Huurlingsedam fase 3 te Wijchen Rapportnr.: B21.8184 versie: 01 datum: 8 juli 2021

12

3.2.

Reeds uitgevoerd historisch onderzoek en locatiebezoek (NEN 5725 en 5717)

Algemeen Voorafgaand aan de diverse (water)bodemonderzoeken is reeds een historisch vooronderzoek uitgevoerd conform de NEN 5725 en de NEN 5717 (Verhoeven Milieutechniek B.V., kenmerk B20.7997/HO-01/JB, d.d. 11 december 2020). Hieronder staan de conclusies van het historisch onderzoek vermeld. Voor de volledigheid is de rapportage van het historisch onderzoek (exclusief bijlagen) opgenomen in bijlage 9. Conclusies historisch onderzoek Uit de beschikbare historische informatie en het locatiebezoek kunnen samenvattend de volgende zaken worden aangegeven: • Nabij en op de locaties zijn diverse bodemonderzoeken uitgevoerd; • Op locatie “het Eiland” zijn met de voorgaande onderzoeken maximaal licht verhoogde gehalten voor nikkel en kobalt in de bovengrond aangetoond en maximaal een matig verhoogd gehalte voor nikkel (van nature verhoogd) in het grondwater en diverse licht verhoogde gehalten. Daarnaast zijn naar verwachting vier voormalige watergangen aanwezig, waarvan één voormalige watergang reeds voldoende is onderzocht met de voorgaande onderzoeken. Tevens zijn er vier (puin)dammen aanwezig (geweest); • Ter plaatse van locatie “de Lanen” zijn voormalige boomgaarden en voormalige bebouwing (met asbestverdachte) dakbedekking aanwezig geweest.

Met de diverse onderzoeken op en nabij de onderzoekslocatie zijn diverse licht tot matig verhoogde gehalten aangetoond voor de onderzochte parameters en sterke verontreinigingen met asbest aangetoond. Enkel één van de asbestverontreinigingen is relevant voor onderhavige locatie, aangezien deze mogelijk overschrijdend is naar onderhavige onderzoekslocatie. Tevens zijn ten zuidwesten van de locatie diverse onder- en bovengrondse tanks aanwezig geweest. Er zijn naar verwachting zeven voormalige watergangen en twee voormalige wegen op de locatie aanwezig. Twee van de voormalige watergangen en één voormalige weg lopen door in het dassen compensatiegebied en één voormalige weg en één voormalige watergang lopen door op locatie Sengers. Daarnaast zijn op een deel van het zuidwesten van de locatie boomgaarden aanwezig geweest, zijn op de locatie twee puin(dammen) aanwezig (geweest) en tussen locatie “de Lanen” en het dassen compensatiegebied zijn nog eens twee (puin)dammen aanwezig (geweest). • Op het dassen compensatiegebied is een onderzoek uitgevoerd op minerale olie en/of vluchtige aromaten in de bovengrond en het grondwater. Deze parameters zijn niet verhoogd aangetoond. Er zijn negen voormalige watergangen en twee voormalige wegen aanwezig.

Twee van de voormalige watergangen en één voormalige weg lopen door in locatie Sengers en twee voormalige watergang en één voormalige weg lopen door in locatie “de Lanen”. Daarnaast zijn op een deel van de locatie boomgaarden aanwezig geweest en tussen locatie “de Lanen” en het dassen compensatiegebied zijn twee (puin)dammen aanwezig (geweest). • De bebouwing (met asbestverdachte dakbedekking zonder goede afwatering) op locatie Sengers is nog steeds aanwezig. Met het voorgaande onderzoek op de locatie zijn voor de onderzochte parameters maximaal licht verhoogde gehalten in de bovengrond en het grondwater aangetoond. Voor asbest zijn tevens geen noemenswaardige (maximaal 2,5 mg/kg d.s.) gehalten aangetoond. Er zijn vijf voormalige watergangen en twee voormalige wegen aanwezig. Twee van de voormalige watergangen en één voormalige weg lopen tevens door in het dassen compensatiegebied en één voormalige weg en één voormalige watergang lopen tevens door in locatie “de Lanen”. Op de locatie zijn bovengrondse tanks en een bestrijdingsmiddelopslag aanwezig geweest, waarvan de eindsituatie van de bovengrondse tanks reeds in voldoende mate is vastgelegd. Daarnaast zijn boomgaarden aanwezig geweest die zijn onderzocht conform de toenmalige NEN (2015), waarbij de bovengrond is bemonsterd van 0,0-0,5 m-mv.

Conform de huidige NEN dient enkel de teeltlaag (0,0-0,3 m-mv) te worden bemonsterd en geanalyseerd;

Diverse (water)bodemonderzoeken, Huurlingsedam fase 3 te Wijchen Rapportnr.: B21.8184 versie: 01 datum: 8 juli 2021

13 • In totaal zijn er op de locaties derhalve naar verwachting twintig voormalige watergangen en vier voormalige wegen op de onderzoekslocaties aanwezig en daarnaast zijn er naar verwachting acht (puin)dammen aanwezig (geweest); • Ter plaatse van de onderzoekslocaties zijn diverse watergangen aanwezig. Uit een toetsing van 10 oktober 2016 blijkt dat de waterbodem van de watergang op het noordwestelijke deel van “de Lanen” en van het dassencompensatiegebied niet toepasbaar is op de landbodem en nooit toepasbaar is in oppervlaktewater en op aangrenzende percelen op basis van koper. In 2017 is deze watergang herbemonsterd en zijn delen van de watergang separaat geanalyseerd. Uit de toetsing van 30 juni 2017 blijkt dat de waterbodem maximaal klasse industrie heeft voor toepassing op de landbodem, klasse B voor toepassing in oppervlaktewater en verspreidbaar is op aangrenzende percelen. Daarnaast is in 2017 tevens de waterbodem van de watergang ten zuiden van “het Eiland” bemonsterd en getoetst. Hieruit blijkt dat de waterbodem altijd toepasbaar is op landbodem is op, maximaal klasse A heeft voor toepassing in oppervlaktewater en verspreidbaar is op aangrenzende percelen.

Zowel in 2016 als in 2017 zijn voor de OCB parameters geen gehalten boven de achtergrondwaarden aangetoond; • Aangezien naar verwachting grond van de locaties afgevoerd wordt in verband met de voorgenomen herontwikkelingen, dient rekening gehouden te worden met een aanvullend onderzoek van de verdachte grondlaag op PFAS. Op basis van het historisch onderzoek dient op alle locaties een verkennend onderzoek conform de NEN 5740 te worden uitgevoerd, waarbij de verdachte grondlaag aanvullend geanalyseerd wordt op PFAS en/of de teeltlaag ter plaatse van de voormalige boomgaarden wordt onderzocht op OCB. Daarnaast vormen de voormalige watergangen, voormalige wegen en/of de (voormalige) (puin)dammen aandachtspunten, evenals de voormalige bestrijdingsmiddelenkast ter plaatse van locatie Sengers. Met het historisch onderzoek en tijdens het locatiebezoek en de veldwerkzaamheden is de ligging van de voormalige bestrijdingsmiddelenkast echter niet waargenomen. Tevens dienen er verkennende onderzoeken naar asbest te worden uitgevoerd conform de NEN 5707 en/of conform de NEN 5897 ter plaatse van de voormalige bebouwing op locatie “de Lanen” en ter plaatse van de bebouwing (met asbestverdachte dakbedekking zonder goede afwatering) en verhardingen (erf) op locatie Sengers.

Daarnaast dienen er onderzoeken naar asbest te worden uitgevoerd ter plaatse van de (puin)dammen, waarin puin aanwezig is. Daarnaast dienen de watergangen waar civieltechnische werkzaamheden plaatsvinden (dempen, verleggen en/of verbreden) te worden onderzocht conform de NEN 5720, waarbij de waterbodem aanvullend geanalyseerd wordt op PFAS. Met de situering van de boringen, peilbuizen, grepen en proefgaten wordt rekening gehouden met de reeds bekende informatie.

Diverse (water)bodemonderzoeken, Huurlingsedam fase 3 te Wijchen Rapportnr.: B21.8184 versie: 01 datum: 8 juli 2021

14

4.

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE Bij de bepaling van de regionale bodemopbouw en geohydrologie zijn de gegevens van de websites www.dinoloket.nl en www.grondwatertools.nl gebruikt. 4.1.

Bodemopbouw

Op de onderzoekslocatie is een circa 0,5 meter dikke deklaag aanwezig die is opgebouwd uit Holocene afzettingen. Dit is een complexe eenheid bestaande uit een afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en een weinig grof zand. Het onderliggende eerste watervoerend pakket is circa 8,5 meter dik en bestaat uit midden tot grof zand van de Formatie van Kreftenheye. Hieronder bevindt zich een circa 2,5 meter dikke scheidende laag die is opgebouwd uit kleiig zand, fijn zand, klei en midden zand van de Formatie van Kreftenheye. Hieronder bevindt zich het tweede watervoerend pakket tot circa 27,5 m-mv. 4.2.

Geohydrologie

De stromingsrichting van het ondiepe grondwater is naar verwachting globaal noordwestelijk gericht, in de richting van de Waal. De stromingsrichting van het ondiepe grondwater kan worden beïnvloed door lokale factoren, zoals het drainagepatroon, oppervlaktewater, de ligging van rioleringen en de aanwezigheid van zandlichamen (voor kabels, leidingen en funderingen). De locatie is voor zover bekend niet gesitueerd binnen een grondwaterbeschermingsgebied.

5.

HYPOTHESE Op basis van de beschikbare informatie is voor de algemene bodemkwaliteit van de locatie “het Eiland”, “de Lanen” en voor het dassencompensatie gebied de hypothese gesteld van een onverdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Voor de algemene bodemkwaliteit van de locatie Sengers is voor het erf de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodem- en asbestverontreiniging. Voor het agrarisch terrein wordt uitgegaan van een onverdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodem- en asbestverontreiniging. De gebieden met voormalige bebouwing en nabij de asbestverontreiniging voor locatie “de Lanen” zijn tevens verdacht op het voorkomen van een asbestverontreiniging. De overige locaties zijn onverdacht op het voorkomen van een asbestverontreiniging. Daarnaast vormt het mogelijk voorkomen van PFAS in de verdachte grondlaag van alle locaties en het voorkomen van OCB in de teeltlaag ter plaatse van de voormalige boomgaarden aandachtspunten. Tevens vormen de voormalige watergangen, voormalige wegen en/of de (voormalige) (puin)dammen aandachtspunten. Voor de waterbodem wordt momenteel uitgegaan van verspreidbare baggerspecie, waarbij het mogelijk voorkomen van PFAS een aandachtspunt betreft.

Diverse (water)bodemonderzoeken, Huurlingsedam fase 3 te Wijchen Rapportnr.: B21.8184 versie: 01 datum: 8 juli 2021

15

6.

OPZET VAN HET ONDERZOEK 6.1.

Onderzoeksstrategieën diverse onderzoeken

Verkennende bodemonderzoeken Locatie “het Eiland” Voor de onderzoeksopzet naar de algemene bodemkwaliteit wordt de NEN 5740 gehanteerd, waarbij wordt uitgegaan van de onderzoeksstrategie “grootschalige onverdachte niet-lijnvormige locatie” (ONV-GR-NL) voor een locatie van maximaal 4 ha. Locatie “de Lanen” Voor de onderzoeksopzet naar de algemene bodemkwaliteit wordt de NEN 5740 gehanteerd, waarbij wordt uitgegaan van de onderzoeksstrategie “grootschalige onverdachte niet-lijnvormige locatie” (ONV-GR-NL) voor een locatie van maximaal 16,3 ha. Dassencompensatiegebied Voor de onderzoeksopzet naar de algemene bodemkwaliteit wordt de NEN 5740 gehanteerd, waarbij wordt uitgegaan van de onderzoeksstrategie “grootschalige onverdachte niet-lijnvormige locatie” (ONV-GR-NL) voor een locatie van maximaal 7,1 ha. Locatie Sengers Voor de onderzoeksopzet naar de algemene bodemkwaliteit wordt de NEN 5740 gehanteerd, waarbij voor het erf wordt uitgegaan van de onderzoeksstrategie “diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreiniging” (VED-HE-NL) voor een locatie van maximaal 6.500 m2. Voor de ondergrond wordt uitgegaan van een onverdachte niet lijnvormige locatie (ONV-NL; < 7.000 m2). Aangezien op het erf diverse verhardingen aanwezig zijn, worden alle boringen doorgeboord tot minimaal 1,0 m-mv.

Voor de onderzoeksopzet naar de algemene bodemkwaliteit van het overige agrarische terrein wordt de NEN 5740:2009/A1:2016 gehanteerd, waarbij wordt uitgegaan van de onderzoeksstrategie “grootschalige onverdachte niet-lijnvormige locatie” (ONV-GR-NL) voor een locatie van maximaal 1 ha. Voormalige watergangen en wegen alle locaties Aanvullend worden 23 dwarsraaien van ieder 3 boringen tot 2,0 m-mv per raai verricht ter plaatse van de vermoedelijke ligging van de voormalige watergangen en wegen. Teeltlaagonderzoek locatie “de Lanen” Aanvullend zal een teeltlaagonderzoek worden uitgevoerd ter plaatse van de voormalige boomgaarden conform de onderzoeksstrategie voor een diffuse niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreiniging (VED-HO-NL) voor twee locaties van maximaal 1 ha en 1,5 ha. De (oorspronkelijke) teeltlaag wordt separaat bemonsterd en geanalyseerd op OCB. Teeltlaagonderzoek locatie “de Lanen”, dassencompensatiegebied en locatie Sengers Aanvullend zal een teeltlaagonderzoek worden uitgevoerd ter plaatse van de voormalige boomgaard conform de onderzoeksstrategie voor een diffuse niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreiniging (VED-HO-NL, < 2 ha). De (oorspronkelijke) teeltlaag wordt separaat bemonsterd en geanalyseerd op OCB.

Onderzoek naar PFAS onderzoek locatie “het Eiland” De meest verdachte grondlagen worden aanvullend onderzocht op PFAS conform de onderzoeksstrategie zoals beschreven in de NEN5740 voor een diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een homogeen verdeelde verontreinigde stof (VED-HO-NL, < 3,2 ha). Diverse (water)bodemonderzoeken, Huurlingsedam fase 3 te Wijchen Rapportnr.: B21.8184 versie: 01 datum: 8 juli 2021

16 Onderzoek naar PFAS locatie “de Lanen”, dassencompensatiegebied en locatie Sengers De meest verdachte grondlagen worden aanvullend onderzocht op PFAS conform de onderzoeksstrategie zoals beschreven in de NEN5740 voor een diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een homogeen verdeelde verontreinigde stof (VED-HO-NL, < 25,6 ha). Verkennend onderzoek naar asbest Locatie “de Lanen” Voor de verkennende onderzoeken naar asbest ter plaatse van locatie “de Lanen” wordt de strategie voor een diffuus belaste verdachte locatie met een heterogeen verdeelde verontreiniging gehanteerd volgens de NEN 5707 voor een locatie van < 3.000 m2 en van < 7.000 m2. Ten behoeve van het onderzoek naar asbest voor de locatie van < 3.000 m2 worden 13 proefgaten gegraven met een omvang van 0,3 m x 0,3 m tot minimaal 0,5 m-mv, waarvan minimaal 2 proefgaten dieper wordt doorgeboord tot in de onverdachte/ongeroerde ondergrond. Ten behoeve van het onderzoek naar asbest voor de locatie van < 7.000 m2 worden 18 proefgaten gegraven met een omvang van 0,3 m x 0,3 m tot minimaal 0,5 m-mv, waarvan minimaal 3 proefgaten dieper wordt doorgeboord tot in de onverdachte/ongeroerde ondergrond. Zintuiglijk kan tot 20 mm worden beoordeeld of asbestverdachte materialen aanwezig zijn. Voor de fractie < 20 mm dient dit middels een analyse te worden geverifieerd.

Minimaal 3 mengmonsters per locatie van de meeste verdachte grondlagen worden geanalyseerd op een kwalitatieve/kwantitatieve analyse op asbest conform NEN5898:2015: asbest in grond (< 20 mm). Locatie Sengers Voor het verkennend onderzoek naar asbest ter plaatse van locatie Sengers wordt de strategie voor een diffuus belaste verdachte locatie met een heterogeen verdeelde verontreiniging gehanteerd volgens de NEN 5707 en de NEN 5897 voor halfverhardingslagen voor een locatie van < 7.000 m2. Ten behoeve van het onderzoek naar asbest voor de locatie van < 7.000 m2 worden 18 proefgaten gegraven met een omvang van 0,3 m x 0,3 m tot minimaal 0,5 m-mv, waarvan minimaal 3 proefgaten dieper wordt doorgeboord tot in de onverdachte/ongeroerde ondergrond. Ter plaats van de gootlijn, waar de dakgoot ontbreekt en de contactlaag door ‘asbestregen’ mogelijk verontreinigd is geraakt met asbestvezels, zal het proefgat in de contactlaag (bovenste 10 cm) een omvang van 1,0 x 1,0 m hebben en vervolgens tot 0,5 m-mv een omvang hebben van 0,3 m x 0,3 m. Zintuiglijk kan tot 20 mm worden beoordeeld of asbestverdachte materialen aanwezig zijn. Voor de fractie < 20 mm dient dit middels een analyse te worden geverifieerd.

Minimaal 3 mengmonsters van de meeste verdachte grond- en/of puinlaag worden geanalyseerd op een kwalitatieve/kwantitatieve analyse op asbest conform NEN5898:2015: asbest in grond of puin (< 20 mm). Aanvullend zijn 5 mengmonsters opgenomen voor onderzoek naar de contactlaag bij de diverse bebouwing met asbesthoudende dakbedekking met slechte afwatering. Waterbodemonderzoeken De verkennende waterbodemonderzoeken naar de drie watergangen (“het Eiland en tussen “de Lanen en het dassencompensatiegebied), waar civieltechnische werkzaamheden plaats gaan vinden worden uitgevoerd conform de onderzoeksstrategie beschreven in de NEN5720/A1:2014, onderzoeksstrategie voor een overig water, lintvormig, normale onderzoeksinspanning (OLN). Aanvullend worden de waterbodemmonsters geanalyseerd op OCB en PFAS.

Diverse (water)bodemonderzoeken, Huurlingsedam fase 3 te Wijchen Rapportnr.: B21.8184 versie: 01 datum: 8 juli 2021

17 6.2.

Veldwerkzaamheden

Algemeen / certificering Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificatienr: EC-SIK-20250 geldig tot 20-06-2022, afgegeven door Normec Certification) en onderaannemer Bodem Expert B.V. (certificatienr: K97733/03, afgegeven door Kiwa Nederland B.V.) zijn gecertificeerd conform BRL SIKB 2000. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat conform de geldende NEN/NPR-normen, conform BRL SIKB 2000 (versie 6), protocol 2001, het plaatsen van handboringen en peilbuizen (versie 6), protocol 2003: veldwerk bij milieuhygiënisch waterbodemonderzoek (versie 6), protocol 2002: het nemen van grondwatermonsters (versie 6) en protocol 2018: locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem (versie 6). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd met behulp van een schop, Edelmanboor en zuigerboor. Tijdens de veldwerkzaamheden is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op het voorkomen van puin en/of asbest (fractie > 20 mm). In tabel 6.1 zijn de uitvoeringsdata, gehanteerde protocollen en gecertificeerde medewerkers weergegeven. Tabel 6.1: Uitvoeringsdata en gehanteerde onderzoeksprotocollen Data 19 t/m 21 en 27 mei 2021

Bedrijf Bodem Expert B.V.

Gecertificeerde medewerker M. Scholten

20, 21 en 25 t/m 28 mei 2021

Verhoeven Milieutechniek B.V.

3 en 4 juni 2021

Verhoeven Milieutechniek B.V.

De heer M.A.H. van Baal en/of De heer J.B. Koppelman De heer M.A.H. van Baal

2, 3, 4 en 11 juni 2021

Verhoeven Milieutechniek B.V.

De heer M.A.H. van Baal en/of De heer J.B. Koppelman

Protocol BRL SIKB 2001 (v. 6) 2018 (v. 6) 2001 (v. 6) 2018 (v. 6) 2003 (v. 6) 2018 (v. 6) 2002 (v. 6)

De volledige puinlagen op de onderzoekslocatie betreffen geen bodem en zijn derhalve niet conform protocol 2018 onderzocht. Verhoeven Milieutechniek B.V. en Bodem Expert B.V. hebben op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Verkennende bodemonderzoeken Ten behoeve van de verkennende bodemonderzoeken zijn in totaal 243 boringen (B101 t/m B130, B201 t/m B293A-C, PB2103, B2107, B2109, PB2112, B2113A-C, B2114, B2115, B301 t/m B340, B401 t/m B419 en B501 t/m B520) geplaatst. De 100 nummers zijn gesitueerd op deellocatie “het Eiland”, de 200/2000 nummers op deellocatie “de Lanen”, de 300 nummers op het dassencompensatiegebied en de 400 en 500 nummers op locatie Sengers, waarbij de 400 nummers op het erf zijn gesitueerd en de 500 nummers op het agrarisch perceel. De boringen PB105, PB111B, PB116, PB122, PB128, PB203, PB205B, PB224B, PB228, PB235B, PB239, PB243, PB252, PB259, PB271B, PB275, PB282, PB286, PB288, PB2103, PB2112, PB301, PB304, PB307, PB311, PB321, PB329, PB333, PB338, PB411, PB506B en PB514 zijn dieper doorgezet en afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van de grondwateronderzoeken op de deellocaties. In tabel 6.2 zijn de uitgevoerde werkzaamheden weergegeven. Tabel 6.2: Uitgevoerde veldwerkzaamheden Boringen tot circa 0,5 m-mv “Het eiland” B101, B102, B108 t/m B110, B112 t/m B115, B117, B120, B121, B123 t/m B126, B129

Boringen/peilbuizen Boringen tot circa 1,0 m-mv Boringen tot circa 2,0 m-mv

B106, B107, B127

B103A-C, B111A, B111C, B1118, B119A-C, B130

Diverse (water)bodemonderzoeken, Huurlingsedam fase 3 te Wijchen Rapportnr.: B21.8184 versie: 01 datum: 8 juli 2021

Peilbuis (filterstelling mmv) PB105 (2,00-3,00) PB111B (2,00-3,00) PB116 (2,20-3,20) PB122 (2,00-3,00) PB128 (1,90-2,90)

18 Vervolg tabel 6.2: Uitgevoerde veldwerkzaamheden Boringen/peilbuizen Boringen tot circa 0,5 m-mv “De Lanen” B201, B202, B204, B206, B208 t/m B211, B222, B229, B231 t/m B234, B236 t/m B238, B240 t/m B242, B245, B248 t/m B251, B253, B254, B256, B257, B260 t/m B262, B264 t/m B267, B269, B270, B272, B274, B276 t/m B281, B283 t/m B285, B287, B289, B290, B292, B2114, B2115

Dassencompensatiegebied B302 t/m B306, B308, B312, B313, B315 t/m B317, B319, B320, B322 t/m B324, B326 t/m B328, B330, B331, B334 t/m B336, B339, B340

Locatie Sengers Erf -

Agrarisch perceel B502 t/m B505, B507 t/m B511, B513, B515 t/m B518, B520

Boringen tot circa 1,0 m-mv

Boringen tot circa 2,0 m-mv

Peilbuis (filterstelling mmv)

B230, B246

B205A, B205C, B207A-C, B216 t/m B218, B224A, B224C, B227A-C, B235A, B235C, B244A-C, B255A-C, B258A-C, B263A-C, B268A-C, B271A, B271C, B291, B293A-C, B2107, B2109, B2113A-C

PB203 (2,00-3,00) PB205B (2,00-3,00) PB224B (2,00-3,00) PB228 (2,00-3,00) PB235B (2,00-3,00) PB239 (2,00-3,00) PB243 (2,00-3,00) PB247 (2,00-3,00) PB252 (2,00-3,00) PB259 (2,00-3,00) PB271B (2,00-3,00) PB275 (2,00-3,00) PB282 (2,00-3,00) PB286 (2,00-3,00) PB288 (2,00-3,00) PB2103 (2,00-3,00) PB2112 (2,00-3,00)

B309, B332

B310A-C, B314, B318A-C, B325A-C, B337A-C

PB301 (2,00-3,00) PB304 (2,00-3,00) PB307 (2,00-3,00) PB311 (2,00-3,00) PB321 (2,00-3,00) PB329 (2,00-3,00) PB333 (2,00-3,00) PB338 (2,00-3,00)

B401, B403, B404, B406 t/m B410, B412 t/m B415, B417 t/m B419

B402, B405A-C, B416

PB411 (2,50-3,50)

-

B501A-C, B506A, B506C, B512, B519

PB506B (2,00-3,00) PB514 (2,00-3,00)

De raaiboringen B103A-C, (P)B111A-C, B119A-C, (P)B205A-C, B207A-C, (P)B224A-C, B227A-C, (P)B235A-C, B244A-C, B255A-C, B258A-C, B263A-C, B268A-C, (P)B271A-C, B293A-C, B2113A-C, B310A-C, B318A-C, B325A-C, B337A-C, B405A-C, B501A-C en (P)B506A-C zijn ter plaatse van de voormalige watergangen of voormalige wegen gesitueerd. De boringen B106, B107, B127, B130, PB203, B222, B230, B246, PB247, B309 en B332 zijn ter plaatse van de (voormalige) (puin)dammen of voormalige bebouwing gesitueerd. Per abuis is in het dassencompensatiegebied een boring B304 én een peilbuis PB304 genoemd. Grondwater Het grondwater uit de peilbuizen PB105, PB111B, PB116, PB122, PB128, PB203, PB205B, PB224B, PB228, PB235B, PB239, PB243, PB252, PB259, PB271B, PB275, PB282, PB286, PB288, PB2103, PB2112, PB301, PB304, PB307, PB311, PB321, PB329, PB333, PB338, PB411, PB506B en PB514 is, na een standtijd van minimaal één week en twee keer afpompen, op 2, 3 en 4 juni 2021 bemonsterd. De bemonstering heeft plaatsgevonden volgens de techniek van lage- troebelheidsbemonstering, waarbij de grondwaterstand (GWS), zuurgraad (pH), geleidbaarheid (EC) en troebelheid (NTU) van het grondwater in het veld zijn bepaald. Aangezien de peilbuizen PB2112 en PB514 bij de grondwaterbemonstering niet meer aanwezig waren, zijn de betreffende peilbuizen op 4 juni 2021 herplaatst.

Het grondwater uit de peilbuizen PB2112 en PB514 is, na een standtijd van minimaal één week en twee keer afpompen, op 11 juni 2021 bemonsterd. De bemonstering heeft plaatsgevonden volgens de techniek van lagetroebelheidsbemonstering, waarbij de grondwaterstand (GWS), zuurgraad (pH), geleidbaarheid (EC) en troebelheid (NTU) van het grondwater in het veld zijn bepaald.

Diverse (water)bodemonderzoeken, Huurlingsedam fase 3 te Wijchen Rapportnr.: B21.8184 versie: 01 datum: 8 juli 2021

19 Verkennende onderzoeken naar asbest Ten behoeve van de verkennende onderzoeken naar asbest op de deellocaties “de Lanen” en het erf van locatie Sengers zijn allereerst locatie- en maaiveldinspecties uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat het maaiveld ter plaatse van “de Lanen” volledig onbedekt is. Derhalve heeft er een efficiënte maaiveldinspectie ( > 25 % zichtbaar) plaats kunnen vinden. Op het maaiveld ter plaatse van “de Lanen” is in twee gebieden zintuiglijk asbestverdacht (plaat)materiaal (fractie > 20 mm) op het maaiveld waargenomen, waarvan twee representatieve monsters zijn samengesteld voor het lab. Het betreffen twee gebieden van maximaal 1.000 m2, waarbij voor één gebied meteen een onderzoek naar asbest is uitgevoerd. Ter plaatse van het andere gebied was een verkennend onderzoek naar asbest niet mogelijk in verband met de aanwezige aardappel heuvels, maar wordt enkel het aangetroffen asbestverdachte (plaat)materiaal (fractie > 20 mm) geanalyseerd. Het maaiveld ter plaatse van het erf van locatie Sengers is deels bedekt met vegetatie en verhardingen (totaal 50%) en deel met opgeslagen goederen (10 %) . Ondanks de belemmeringen heeft er een efficiënte maaiveldinspectie plaats kunnen vinden (> 25 % zichtbaar).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=53edd8f3-5760-4f19-a7a7-104d7833615e