Bijlage 1: Toelichting en regels bestemmingsplan ‘Graafseweg ong. en Boskant 104, Wijchen’.
Tekst van het document
Zo wordt rekening gehouden met de eventuele uitbreidingsmogelijkheden van het bedrijf of de gevoelige functie. Ter hoogte van het plangebied is sprake van een gemengd gebied. Beide locaties zijn langs de Graafseweg gelegen, dit is een drukke provinciale weg. De woonvorm valt onder categorie 2 en de minimale afstand die moet worden aangehouden is 10 m in gemengd gebied. Hieraan wordt voldaan omdat de afstand meer is dan 75 m. De woonvorm vormt dus geen belemmering. Voor het aspect geurhinder van agrarische bedrijven wordt verwezen naar subparagraaf 4.5.2. Deelgebied Boskant 104 In dit deelgebied wordt de geldende woonbestemming ter plaatse deels herzien naar agrarisch zonder bouwmogelijkheden. In de toekomstige situatie is daarmee geen sprake van een nieuwe gevoelige functie die nader beschouwd hoeft te worden in het kader van milieuzonering.
4.6.3
Conclusie
Het aspect 'milieuzonering' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
bestemmingsplan "Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen" (vastgesteld)
29
bestemmingsplan Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen
4.7
Externe veiligheid
4.7.1
Regelgeving
Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen als vuurwerk, lpg en munitie over weg, water en spoor en door buisleidingen. Het beleid rondom externe veiligheid is vastgelegd in circulaires, regelingen, AMvB's en wetten. In Nederland worden twee maten gehanteerd voor externe veiligheidsrisico's, namelijk het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Bij het plaatsgebonden risico (PR) gaat het om de kans per jaar dat een denkbeeldig persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen als deze persoon zich onafgebroken en onbeschermd in de nabijheid van een risicovolle inrichting of transportas bevindt. Het plaatsgebonden risico wordt weergegeven als een contour rondom de risicovolle inrichting of de transportas. Het groepsrisico (GR) is de cumulatieve kans dat een (werkelijk) aanwezige groep van 10, 100 of 1.000 personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico moet verantwoord worden voor het gebied waarbinnen zich de gevolgen van een incident met gevaarlijke stoffen voordoen. Dit is de zogenaamde 1 %-letaliteitsgrens; de afstand vanaf een risicobedrijf waarop nog slechts 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving overlijdt bij een ongeval op het risicobedrijf (invloedsgebied).
Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein, bijvoorbeeld rondom chemische fabrieken, LPG-tankstations en spoorwegemplacementen waar goederentreinen met gevaarlijke stoffen rangeren. Het besluit is op 27 oktober 2004 in werking getreden. Op 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) in werking getreden. Daarin wordt geregeld hoe een gemeente moet omgaan met risico's langs relevante buisleidingen. De hogedruk gasleidingen van Gasunie zijn het meest relevant. Op 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transport (Bevt) in werking getreden. Het Bevt verhoogt de veiligheid van mensen die wonen of werken in de buurt van rijksinfrastructuur (auto-, spoor- en vaarwegen) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd.
4.7.2
Onderzoek
Deelgebied Graafseweg (ong.) Op navolgende uitsnede van de provinciale risicokaart is te zien dat in de directe omgeving van dit deelgebied geen risicovolle inrichtingen, transportroutes van gevaarlijke stoffen en/of buisleidingen aanwezig zijn:
30
bestemmingsplan "Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen" (vastgesteld)
bestemmingsplan Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen
Uitsnede provinciale risicokaart met globale aanduiding plangebied (blauwe omkadering) Deelgebied Boskant 104 In dit deelgebied wordt de geldende woonbestemming ter plaatse deels herzien naar agrarisch zonder bouwmogelijkheden. In de toekomstige situatie is daarmee geen sprake van een gevoelige functie die nader beschouwd hoeft te worden in het kader van externe veiligheid. Overigens blijkt uit raadpleging van de provinciale risicokaart dat ook in de directe omgeving van dit deelgebied geen risicovolle inrichtingen, transportroutes van gevaarlijke stoffen en/of buisleidingen aanwezig zijn.
4.7.3
Conclusie
Het aspect 'externe veiligheid' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. Het bestemmingsplan wordt voor advies voorgelegd aan de Veiligheidsregio Gelderland Zuid (VGZ).
4.8
Waterhuishouding
Wettelijk kader Op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de watertoets verplicht bij o.a. bestemmingsplannen, inpassingsplannen, projectbesluiten en omgevingsvergunningen afwijking bestemmingsplan. Voor overige plannen, zoals een structuurvisie, moet een watertoets worden uitgevoerd op basis van het Nationaal bestuursakkoord water. Het Bro regelt de verplichte waterparagraaf in de plantoelichting (artikel 3.1.6 Bro) en het vooroverleg met de waterbeheerder (artikel 3.1.1 Bro).
bestemmingsplan "Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen" (vastgesteld)
31
bestemmingsplan Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen
Watertoets De watertoets is bedoeld om ruimtelijke plannen en besluiten meer waterbestendig te maken, doordat waterbelangen vroegtijdig en expliciet worden meegewogen. In een ruimtelijk plan moet voldoende rekening zijn gehouden met water en watervoorzieningen. Het beoogde ruimtegebruik mag immers geen negatieve gevolgen hebben voor de waterhuishoudkundige situatie en vice versa. Dit moet zijn onderzocht en onderbouwd in de waterparagraaf van bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing. Overigens betreft de watertoets niet alleen het belang van de waterbeheerder, maar ook het gemeentelijk waterbelang. Waterparagraaf De waterparagraaf beschrijft de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het ruimtelijk plan voor de waterhuishouding. Indien aan de orde is tevens het advies van het waterschap (of resultaat van de digitale watertoets) in de waterparagraaf verwerkt. Onderdelen van de waterparagraaf zijn: beschrijving beleidsuitgangspunten, waterhuiswaterhuishoudkundige situatie (oude en nieuwe situatie), motivering van meest geschikte oplossingen en ruimtelijke consequenties daarvan. Huidig watersysteem Deelgebied Graafseweg (ong.) Geomorfologie Het deelgebied aan de Graafseweg (ong.) is in de bestaande situatie geheel onverhard en in gebruik als agrarisch akkerland. Het deelgebied bevindt zich niet in een grondwaterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied.
Uit het verkennend bodemonderzoek (zie bijlage 1 blijkt dat de deklaag (0 1,0 m -mv) uit zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en weinig grof zand bestaat. Het onderliggende goed doorlatende eerste watervoerende pakket is circa 7,0 m dik en bestaat hoofdzakelijk uit midden en grof zand van de Formatie van Kreftenheye. De grondwaterstand bevindt zich op circa 1,5 m -mv. Oppervlakte- en afvalwatersysteem In het deelgebied zelf is momenteel geen oppervlaktewater aanwezig. Wel bevindt er zich ten noordwesten van het deelgebied, direct langs de N324, een C-watergang en aan de noordoostzijde (net buiten het deelgebied) een A-watergang. Het perceel ligt op minder dan 40 m afstand uit de mechanisch rioolstelsel (drukriolering). Op dit stelsel moet het afvalwater worden aangesloten via een particuliere pompinstallatie. In het kader van de omgevingsvergunningaanvraag voor bouwen wordt dit nader uitgewerkt. Ecosysteem Het deelgebied ligt niet in het Natuurnetwerk Nederland (Gelders Natuurnetwerk) en ook niet in een beschermingszone voor natte natuur. Deelgebied Boskant 104 Geomorfologie In het deelgebied Boskant 104 zijn enkele verouderde opstallen aanwezig. In totaal is er circa 450 m2 aan bebouwing aanwezig. Het deelgebied bevindt zich niet in een grondwaterwingebied of grondwater- beschermingsgebied.
Oppervlakte- en afvalwatersysteem In het deelgebied is momenteel geen oppervlaktewater aanwezig. In de huidige situatie is het deelgebied voor afvalwater aangesloten op de riolering (mechanisch rioolstelsel, drukriolering) onder de Boskant. Ecosysteem Het deelgebied ligt niet in het Natuurnetwerk Nederland (Gelders Natuurnetwerk) en ook niet in een beschermingszone voor natte natuur. Gemeentelijk waterbeleid en waterbeheer Waterbeleid In de Strategische waternota van de gemeente Wijchen zijn de thema's en uitgangspunten voor duurzaam waterbeheer omschreven. Deze zijn ook onder punt 3 samengevat. In het kader van de watertoets moet een vertaalslag worden gemaakt naar de concrete plansituatie.
32
bestemmingsplan "Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen" (vastgesteld)
bestemmingsplan Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen
Tevens beschikt de gemeente over een Gemeentelijk rioleringsplan GRP, waarin de gemeente invulling geeft aan haar zorgplicht voor rioolwater, hemelwater en grondwater. Het gemeentelijk waterbeleid is vooral gericht op het voorkomen, beperken of tot een aanvaardbaar risico terugbrengen van wateroverlast en schade aan milieu en volksgezondheid. Zorgplichten De gemeente heeft een zorgplicht voor de inzameling en transport van stedelijk afvalwater dat binnen de gemeente vrijkomt (zie Wet milieubeheer artikel 10.33). Hemelwater moet door perceeleigenaren op eigen terrein worden verwerkt, tenzij dit redelijkerwijs niet kan worden gevergd en ook niet op het oppervlaktewater kan worden geloosd. Is dat laatste het geval, dan treedt de gemeentelijke zorgplicht voor inzameling en verwerking van overtollig hemelwater in werking (Waterwet artikel 3.5). Wat betreft grondwater heeft de gemeente een zorgplicht bij het treffen van maatregelen in openbaar gebied om structurele gevolgen van grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming te voorkomen danwel beperken, tenzij dit niet doelmatig is of een verantwoordelijkheid van provincie of waterschap (Waterwet artikel 3.6). Waterschap De gemeente Wijchen valt binnen het beheersgebied van Waterschap Rivierenland.
Het Waterschap geeft in het kader van de Waterwet een vergunning af voor lozing van afvalwater op oppervlaktewater (Waterwet artikel 6.2) en in het kader van de Keur een ontheffing voor ingrepen in/nabij watergangen en waterkeringen. Daarnaast verzorgt de waterbeheerder het onderhoud van A-watergangen. Wateroverlast en volksgezondheid Beleidsuitgangspunten Inrichting en beheer van het waterhuishoudkundig systeem op de locatie moet zijn gericht op het voorkomen van wateroverlast voor wegen en bebouwing en voorkomen van schade aan volksgezondheid door bijvoorbeeld vochtige kruipruimten, stilstaand water en onveilige oevers. Gevolgen voor het plan Beide deelgebieden Bij de bouw van de nieuwe woning in het deelgebied aan de Graafseweg zal rekening gehouden worden met de ontwaterings- en droogleggingseisen. Het vloerpeil van de woning moet volgens de droogleggingseisen van het waterschap minimaal 1,3 m boven het oppervlaktewaterpeil liggen en minimaal 1,0 m boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand. Hier zal bij het bepalen van het vloerpeil voor de nieuwe woning (in het kader van de omgevingsvergunningaanvraag voor bouwen) rekening mee gehouden worden. In het geval van ondergronds bouwen of onderkeldering zal in de bouwplannen rekening worden gehouden met eventuele grondwateroverlast.
Tevens moeten consequenties van ondergronds bouwen voor het grondwaterregime in de directe omgeving nader worden bekeken. Het ontwerp van de woning zal overigens pas definitief gemaakt worden na het vaststellen van het bestemmingsplan. In het deelgebied Boskant 104 is in de toekomstige situatie geen sprake van het aanleggen van extra bebouwing en terreinverharding. Het beleidsuitgangspunt is daarmee niet specifiek van toepassing op dit deelgebied.
bestemmingsplan "Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen" (vastgesteld)
33
bestemmingsplan Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen
Afkoppeling en waterberging Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar het vasthouden van gebiedseigen water door benutting van de natuurlijke bergingscapaciteit van bodem en oppervlaktewater. Transport van schoon hemelwater via de riolering moet worden vermeden. Hemelwater wordt zoveel mogelijk afgekoppeld van het rioleringsstelsel met de voorkeursvolgorde: 1. Benutting, 2. Bodeminfiltratie, 3. Vertraagde afvoer naar en berging in oppervlaktewater, 4. Afvoeren via rioolstelsel. Uitgangspunt bij nieuwbouw is aanleg van gescheiden hemelwater- en droogweerafvoer (HWA- en DWA-afvoer). Hemelwater moet in beginsel op eigen perceel worden verwerkt. Wanneer hemelwaterberging niet op eigen perceel kan plaatsvinden en direct of indirect op het oppervlaktewater wordt geloosd, dan is het plan compensatieplichtig op grond van het waterschapsbeleid. De compensatieplicht houdt in dat de toename van verharding in het ruimtelijk plan moet worden gecompenseerd door aanleg van extra waterberging. Dit met een eenmalige uitzondering van 500 m² (stedelijk gebied) en 1.500 m² (landelijk gebied) voor particulieren en kleine bedrijven. In alle gevallen moet het adequaat functioneren van de infiltratie- of bergingsvoorziening voor hemelwater zijn gewaarborgd.
Gevolgen voor het plan Deelgebied Graafseweg (ong.) Ten behoeve van de toename van het verhard oppervlak moet watercompensatie gevonden worden binnen het plan. In navolgende tabel is de toekomstige oppervlakte aan verharding voor het deelgebied Graafseweg (ong.) afgezet tegen het bestaande verharde oppervlak. Bestaande situatie Toekomstige situatie
Verschil
Onverhard
900 m²
300 m²
- 600 m2
Dakoppervlak
-
260 m2
+ 260 m2
Terreinverharding
-
340 m²
+ 340 m2
900 m2
900 m2
Totaal
Uit de tabel blijk dat de verharding in de toekomstige situatie toeneemt met 600 m 2. Hiervan mag 1.500 m² afgetrokken worden vanwege a) de ligging in het landelijk gebied en b) omdat de initiatiefnemer nog niet eerder gebruik heeft gemaakt van de vrijstellingsmogelijkheid die het waterschap biedt. In totaal resteert daarmee niet langer een bergingsopgave. Dit neemt echter niet weg dat ook de verplichting geldt dat het hemelwater volledig op eigen terrein wordt verwerkt (Waterwet artikel 3.5) en niet naar een buurperceel mag worden afgevoerd (Burgerlijk wetboek artikel 5.38 en 5.39). De waterberging van het hemelwater van het dakoppervlak van de nieuwe bebouwing en de nieuwe terreinverharding zal op eigen terrein plaatsvinden in de vorm van een poel die is meegenomen in de landschappelijke inpassing (zie bijlage 7). Deelgebied Boskant 104 Voor het deelgebied Boskant 104 is sprake van een afname aan verharding met circa 20 m2, zoals blijkt uit navolgende tabel. Watercompensatie is derhalve niet benodigd. Bestaande situatie
Toekomstige situatie
Verschil
Onverhard
970 m²
990 m²
+ 20 m2
Dakoppervlak
450 m²
430 m²
- 20 m2
Terreinverharding
380 m²
380 m²
-
Totaal
1.800 m2
1.800 m2
34
bestemmingsplan "Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen" (vastgesteld)
bestemmingsplan Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen
Waterkwaliteit Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar een goede waterkwaliteit, die voldoet aan gestelde eisen. Van belang is dat zo min mogelijk vervuilende stoffen worden toegevoegd aan grond- en oppervlaktewatersysteem. Alleen schoon hemelwater wordt direct afgevoerd naar bodem of oppervlaktewater. Verontreiniging van hemelwater afkomstig van daken wordt primair voorkomen door toepassing van niet-uitlogende materialen, zoals omschreven in de Dubo-bepalingen, maar ook door beperking van de toepassing van lood, koper, zink en zacht pvc. Verontreinigd hemelwater afkomstig van daken en andere verharde oppervlakken wordt alleen afgevoerd via een zuiverende voorziening, zoals een bodempassage. Afvalwater wordt op doelmatige wijze afgevoerd via de riolering. Gevolgen voor het plan Beide deelgebieden In het deelgebied Graafseweg (ong.) moet nog uitgekristalliseerd worden wat de meest doelmatige oplossing is. De precieze aansluiting van de riolering in beide deelgebieden zal sowieso in een later stadium (in het kader van de omgevingsvergunning voor bouwen) in overleg met de gemeente Wijchen worden uitgedetailleerd. Het toepassen van niet-uitloogbare bouwmaterialen voorkomt dat het hemelwater wordt vervuild. In verband hiermee worden eisen gesteld aan de bij de daken, goten en leidingen te gebruiken materialen.
Er mogen geen (sterk) uitloogbare materialen zoals koper, lood, zink, teerhoudende dakbedekking of geïmpregneerde beschoeiingen gebruikt worden op delen die het hemelwater in contact komen, zoals de dakbedekking, goten en pijpen of er moet voorkomen worden dat deze materialen kunnen uitlogen (bijvoorbeeld door het coaten van loodslabben). Afkoppeling van hemelwater zorgt ervoor dat het aantal riooloverstorten laag is. Ook dit komt de waterkwaliteit (in de omgeving) ten goede. In het deelgebied Boskant 104 is in de toekomstige situatie geen sprake van het aanleggen van extra bebouwing en terreinverharding. Het beleidsuitgangspunt is daarmee niet specifiek van toepassing op dit deelgebied. Natte natuurwaarden Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar behoud van natuurwaarden en biodiversiteit. Natuurlijke grondwaterstanden worden behouden; de (natte) natuurwaarden sluiten hierop aan. Het bouwplan en het toekomstige beheer van het plangebied geven geen verstoring van de vereiste (grond)waterkwaliteit en -kwantiteit. Bij aanleg van open water moet worden gestreefd naar aanleg van natuurvriendelijke (en veilige) oevers. Het beheer mag geen verstoring geven van waterkwaliteit en biodiversiteit. Gevolgen voor het plan Beide deelgebieden Het plangebied bevindt zich niet in een beschermingszone voor natte natuur.
In het deelgebied aan de Graafseweg wordt in het kader van de landschappelijke inpassing een poel aangelegd met natuurvriendelijke oevers. Het beleidsuitgangspunt is verder niet van toepassing op het plangebied. Drinkwaterbesparing Beleidsuitgangspunten Drinkwaterverspilling moet worden voorkomen. Gebruik van hoogwaardig drinkwater moet zoveel mogelijk worden beperkt tot hoogwaardige toepassingen. Zo mogelijk wordt hemelwater gebruikt voor laagwaardige toepassingen. Gevolgen voor het plan Beide deelgebieden Dit punt wordt nader uitgewerkt in het kader van de omgevingsvergunning voor bouwen.
bestemmingsplan "Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen" (vastgesteld)
35
bestemmingsplan Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen
Beleving van water Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar versterking van de belevingswaarde van water. Cultuurhistorisch waardevolle watergebonden elementen zijn herkenbaar in het landschap aanwezig. Water en watergebonden elementen worden zo mogelijk gevisualiseerd. Gevolgen voor het plan Beide deelgebieden Er bevindt zich geen oppervlaktewater in beide deelgebieden. Het beleidsuitgangspunt is verder niet van toepassing op het plangebied. Wel wordt in het deelgebied aan de Graafseweg in het kader van de landschappelijke inpassing een strook met een bloemenmengsel en daarnaast een houtsingel aangelegd naast de A-watergang net buiten het deelgebied. Overweging & conclusie Overwegingen Deelgebied Graafseweg (ong.) In dit deelgebied vindt een verruiming van het verharde oppervlak plaats. Het is daarom noodzakelijk om compenserende waterberging te realiseren. Deze wordt gerealiseerd in de vorm van een poel, zoals aangegeven in de landschappelijke inpassing (zie bijlage 7). Deelgebied Boskant 104 In het deelgebied Boskant 104 is in de toekomstige situatie geen sprake van het aanleggen van extra bebouwing en terreinverharding. Het zuidelijk deel van dit deelgebied wordt weer in agrarisch gebruik genomen. Overleg met waterbeheerder Voor het deelgebied aan de Graafseweg is een digitale watertoets doorlopen (zie bijlage 4).
Voor het deelgebied aan de Boskant heeft dit geen toegevoegde waarde, aangezien er geen sprake is van het aanleggen van extra bebouwing en terreinverharding in dit deelgebied. In het kader van het wettelijk vooroverleg zal het voorliggende bestemmingsplan aan waterschap Rivierenland voorgelegd worden.
4.9
Ecologie
4.9.1
Regelgeving
In 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Deze wet vervangt drie oude wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming: Natura 2000), de Flora- en faunawet (soortenbescherming) en de Boswet (kapvergunningen). Soortenbescherming Voor ruimtelijke ingrepen die resulteren in overtreding van één of meer artikelen van de Wnb moet ontheffing worden aangevraagd. Voor een aantal soorten geldt daarenboven het beschermingsregime van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Voor werkzaamheden die uit een bestemmingsplan voortvloeien moet voor de start van die werkzaamheden ontheffing worden aangevraagd indien beschermde soorten voorkomen. Bij de vaststelling van het plan moet duidelijk zijn of en in hoeverre een ontheffing kan worden verkregen. Voor alle in de wet genoemde diersoorten (inclusief vogels) geldt dat het verboden is individuen van deze soorten (opzettelijk) te doden of te vangen. Bovendien is het verboden nesten (en eieren) en (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen dan wel weg te nemen. Voor de in de wet genoemde plantensoorten geldt dat het verboden is exemplaren in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In de Wnb worden drie beschermingsregimes onderscheiden voor beschermde soorten.
Voor de eerste twee regimes gelden aanvullende verbodsbepalingen.
36
bestemmingsplan "Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen" (vastgesteld)
bestemmingsplan Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen
1. Het beschermingsregime Vogelrichtlijn (Vrl), dat van toepassing is op van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vrl. Met betrekking tot deze vogelsoorten geldt dat het - aanvullend aan de bovengenoemde verbodsbepalingen - verboden is vogels opzettelijk te storen, behalve als de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Ruimtelijke inrichting of ontwikkeling en dwingende redenen van groot openbaar belang zijn geen reden om ontheffing te verlenen. Ontheffing is uitsluitend toegestaan op basis van de ontheffingsgronden die in de Vrl zijn genoemd. Overigens is het, indien geen ontheffing nodig is, volgens de huidige interpretatie van de wet wel verplicht rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Voor sommige vogelsoorten met vaste verblijfplaatsen geldt dat deze vaste verblijfplaatsen en het essentiële leefgebied jaarrond beschermd zijn. 2. Het beschermingsregime Habitatrichtlijn (Hrl), dat van toepassing is op soorten van bijlage IV bij de Hrl, bijlage I en II bij het Verdrag van Bern en bijlage I bij het Verdrag van Bonn. Met betrekking tot deze soorten is het - aanvullend aan de bovengenoemde verbodsbepalingen verboden dieren opzettelijk te verstoren. Ontheffing wordt voor ruimtelijke inrichting of ontwikkeling alleen verleend indien: a.
er geen andere bevredigende oplossing is, en b. geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort, en c. sprake is van één van de volgende (bij ruimtelijke ontwikkeling relevante) belangen: de bescherming van wilde flora en fauna of natuurlijke habitats, of de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. 3. Het beschermingsregime Andere Soorten, dat van toepassing is op soorten van de bijlage behorende bij artikel 3.10 van de Wnb. Ontheffing is alleen mogelijk indien: a. er geen andere bevredigende oplossing is, en b. indien geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort. Er is echter geen ontheffing nodig indien gewerkt wordt volgens een geldige gedragscode die van toepassing is op de betreffende soort(en). Vaak is daarnaast ecologische begeleiding en een ecologisch werkprotocol nodig bij de uitvoering van werkzaamheden. De provincies kunnen voor het beschermingsregime Andere Soorten een algemene vrijstelling verlenen voor onder meer ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. In Wijchen is de provincie Gelderland het bevoegd gezag voor de Wnb.
Indien nesten, (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van soorten niet (kunnen) worden ontzien, is ontheffing noodzakelijk. Ontheffing is niet benodigd indien de functionaliteit van de nesten, (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen gegarandeerd wordt (het beschadigen en vernielen wordt voorkomen door maatregelen of er zijn voldoende alternatieven). Ten slotte is altijd de algemene zorgplicht van toepassing, die inhoudt dat een ieder voldoende zorg in acht neemt voor alle inheemse dieren en planten en hun directe leefomgeving (artikel 1.11 van de Wnb). Concreet betekent dit dat bij ruimtelijke ontwikkeling gezorgd moet worden dat dieren niet gedood worden en dat planten verplant worden. Ook moet gelet worden op bijvoorbeeld de voortplantingsperiode van amfibieën en de zoogperiode van zoogdieren. Gebiedsbescherming De Wnb ziet op de bescherming van Natura 2000-gebieden (Vrl- en Hrl-gebieden). Voor ieder Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld voor één of meerdere soorten en/of habitats. Voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de Natura 2000-gebieden en tevens voor ontwikkelingen daarbuiten die van invloed kunnen zijn (door 'externe werking') op die beschermde natuurgebieden, gelden (strenge) restricties. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur geldt een vergunningplicht.
Middels een 'habitattoets' moet worden onderzocht of een activiteit (significante) negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000gebieden veroorzaakt. De uitkomsten van de habitattoets moeten worden beoordeeld door het bevoegd gezag. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden (de voormalige Ecologische Hoofdstructuur / EHS). Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het doel van het NNN is de instandhouding en ontwikkeling van natuurgebieden om daarmee een groot aantal soorten en ecosystemen te laten voortbestaan. Sinds 2014 zijn de provincies het eerste
bestemmingsplan "Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen" (vastgesteld)
37
bestemmingsplan Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen
verantwoordelijke bevoegde gezag voor het NNN (daarvoor was dat de rijksoverheid). De provincies hebben in een verordening regelgeving vastgelegd ten aanzien van het NNN. Wet Stikstofreductie en Natuurverbetering Op 1 juli 2021 is de wet Stikstofreductie en Natuurverbetering (Wsn) in werking getreden. Onderdeel van deze wet is de vrijstelling voor bouw-, sloop- en eenmalige aanlegactiviteiten, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen, in het kort de bouwvrijstelling. Er is een knip gemaakt tussen de bouw en het gebruik van een bouwwerk. De milieubelasting tijdens de bouw is tijdelijk, terwijl het gebruik een permanent karakter heeft. Vanwege de vrijstelling is het niet langer nodig een activiteit met tijdelijke emissies te toetsen op stikstof. Dit betekent dat voor het aspect stikstof alleen nog de depositie in de gebruiksfase een rol speelt. De vrijstelling geldt expliciet alleen voor stikstof en niet voor andere negatieve effecten die tijdens de bouwfase als gevolg van geluid, licht en trillingen op Natura 2000-gebieden kunnen optreden.
4.9.2
Onderzoek
In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een quickscan naar de aanwezige flora en fauna uitgevoerd. De resultaten zijn hieronder beknopt weergegeven, de volledige rapportage is als bijlage 5 bij de toelichting opgenomen. Op verzoek van de gemeente is voor de das ook nader bepaald, wat de feitelijke functie van het perceel is en wat de effecten van het bouwplan en de geplande natuur- en landschappelijke inrichting op het dassenleefgebied zijn. Deze additionele notitie is als bijlage 6 bij de toelichting gevoegd. Soortenbescherming Beide deelgebieden Beide deelgebieden hebben geen essentiële betekenis voor beschermde soorten. De gebieden zijn mogelijk geschikt leefgebied voor algemene zoogdieren, foeragerende vleermuizen, amfibieën, insecten en broedvogels die niet beschermd zijn (behoudens de Algemene zorgplicht) onder de Wet natuurbescherming. Ten aanzien van rugstreeppad dienen maatregelen genomen te worden om kolonisatie te voorkomen tijdens de bouw van de vrijstaande woning. In de additionele notitie is de volgende conclusie getrokken wat betreft de das: 'Door de realisatie van de vrijstaande woning zal geen sprake zijn van het wegnemen van essentiële migratieroutes en foerageergebied die van belang zijn voor de instandhouding van een vaste voortplantings- of rustplaats van de soort op populatieniveau.
De beoogde ontwikkeling leidt daarom niet tot het overtreden van de verbodsbepaling. Daarbij zal in de toekomst het perceel er juist aantrekkelijker op worden. Het beperkte gedeelte grasland dat weggenomen zal worden, zal ruimschoots gecompenseerd worden door de realisatie van het beplantingsplan. Hierdoor zullen de dassenburchten in de directe omgeving hun functionaliteit niet verliezen, maar zal het aannemelijk juist bijdragen een positieve trend op lokaal niveau.' In beide deelgebieden zijn geen houtopstanden aanwezig waarvoor bij kap een meldingsplicht geldt in het kader van de Wet natuurbescherming. Te treffen maatregelen Tijdens de werkzaamheden moet voorzichtig worden gehandeld met alle voorkomende flora en fauna (Algemene zorgplicht). Wanneer ondanks zorgvuldig handelen, onderzoek en advies schade lijkt te ontstaan voor beschermde flora en fauna, moet direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige. Er wordt gelegenheid gegeven aan dieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden. Beide deelgebieden tijdens de werkzaamheden en in de nieuwe situatie bij voorkeur niet verlichten en in de periode april - oktober de werkzaamheden tussen zonsopgang en zonsondergang uitvoeren (buiten schemerperiodes).
Mocht verlichting noodzakelijk zijn hierbij een vleermuisvriendelijke verlichtingswijze toepassen (amberkleurig licht, lichtbundel nederwaarts richten, toepassen geconvergeerde lichtbundel).
38
bestemmingsplan "Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen" (vastgesteld)
bestemmingsplan Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen
Voor de rugstreeppad moet het terrein aan de Graafseweg ong. te Wijchen gedurende de ontwikkeling ongeschikt gehouden worden (bijv. aanbrengen puinbed, voorkomen ontstaan puinhopen, egaliseren terrein e.d.) en/of ontoegankelijk gemaakt te worden voor de soort gedurende de bouwwerkzaamheden. Dit kan bijvoorbeeld door het plaatsen van schermen van stevig plastic of worteldoek van 50 centimeter hoog en minimaal 10 centimeter ingegraven in de grond. De voorzieningen die getroffen zijn om het gebied ontoegankelijk te maken moeten zodanig geplaatst en beheerd worden dat ze hun functie ten allen tijden kunnen vervullen. De werkzaamheden opstarten/uitvoeren buiten het broedseizoen van vogels (medio maart t/m medio juli). Als de werkzaamheden in het broedseizoen worden uitgevoerd moet voor de aanvang door een ter zake deskundig gecontroleerd worden of er broedvogels aanwezig zijn. E.e.a. op aanwijzing van deskundige. Als dit niet mogelijk is moeten de potentiële nestlocaties buiten het broedseizoen ongeschikt gemaakt worden.
Gebiedsbescherming Beide deelgebieden Geen van beide deelgebieden maakt onderdeel uit van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde gebied dat onder de bescherming van de Wet natuurbescherming valt is het Natura 2000-gebied 'Rijntakken', ruim 9,0 km ten noorden van beide deelgebieden. Gezien de aard en omvang van de werkzaamheden, het effectbereik en de afstand, worden er geen significant nadelige effecten op de aangewezen habitattypen en doelsoorten van dit Natura 2000-gebied verwacht als gevolg van verstoring door geluid, licht, trillingen en dergelijke. Voor deze storingsfactoren is daarom geen verdere toetsing aan de natuurwetgeving nodig. Op basis van de Handreiking woningbouw en AERIUS van de Rijksoverheid kan aanvullend bepaald worden dat zowel het aanleggen als het gebruiken van maximaal 50 gasloze woningen, op 7 km of meer van een Natura 2000-gebied niet leidt tot een stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol/ha/j. Er hoeft daarom geen nader onderzoek plaats te vinden. Los hiervan kan per 1 juli 2021 voor de aanlegfase gebruik gemaakt worden van de bouwvrijstelling. Bovendien betreft het wat betreft de gebruiksfase de verplaatsing van een al bestaande bouwtitel voor een vrijstaande woning van het deelgebied 'Boskant 104' naar het deelgebied 'Graafseweg ong.'. Er wordt geen extra woning mogelijk gemaakt met onderhavig bestemmingsplan.
Beide deelgebieden zijn wel gelegen in een Groene ontwikkelingszone, die deel uitmaakt van het Gelders natuurnetwerk. Blom Ecologie geeft aan dat met een ‘Nee-tenzij toets’ aangetoond zal moeten worden of de ontwikkeling niet in strijd is met het provinciale beleid. De beoogde nieuwe vrijstaande woning in het deelgebied aan de Graafseweg kan echter aangemerkt worden als een kleinschalige ontwikkeling. Daarom is in een eerder stadium al een natuurontwikkelingsplan inclusief landschappelijke inpassing opgesteld (zie bijlage 7). Daarmee wordt voldaan aan artikel 2.52 uit de Omgevingsverordening van de provincie Gelderland waarin is aangegeven dat de kernkwaliteiten van het betreffende gebied, in hun onderlinge samenhang bezien, per saldo substantieel worden versterkt. De landschappelijke inpassing is bovendien als zodanig planologisch verankerd in de regels van onderhavig bestemmingsplan.
4.9.3
Conclusie
Het aspect 'ecologie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
4.10
Archeologie en cultuurhistorie
4.10.1 Regelgeving Erfgoedwet De Erfgoedwet bundelt de bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Bovendien zijn aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Het beschermingsniveau zoals deze in de oude wetten en regelingen golden, blijft gehandhaafd. Het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed was geregeld in zes verschillende wetten en een regeling. Waarin roerend, onroerend en archeologisch erfgoed allemaal hun eigen specifieke definities, procedures en beschermingsmaatregelen hadden.
bestemmingsplan "Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen" (vastgesteld)
39
bestemmingsplan Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen
In de Erfgoedwet is vastgelegd hoe met ons erfgoed wordt omgegaan, wie welke verantwoordelijkheden daarbij heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Overbodige regels zijn geschrapt en de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het cultureel erfgoed ligt waar mogelijk bij het erfgoedveld zelf. Onderdelen van de Monumentenwet die de fysieke leefomgeving betreffen, worden overgeheveld naar de Omgevingswet die in 2021 van kracht wordt. Voor deze onderdelen is een overgangsregeling in de Erfgoedwet opgenomen. Het gaat daarbij om de volgende zaken: Vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten. Verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Bescherming van stads- en dorpsgezichten. Archeologische beleidsadvieskaart gemeente Wijchen Deelgebied Graafseweg (ong.) Volgens de archeologische beleidsadvieskaart van de gemeente Wijchen ligt het deelgebied Graafseweg (ong.) in een gebied met een middelhoge tot hoge archeologische verwachtingswaarde. Voor gronden met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde geldt dat voor bodemingrepen groter dan 1.000 m2 of die dieper reiken dan 0,3 m archeologisch onderzoek uitgevoerd moet worden. Voor gronden met een hoge archeologische verwachtingswaarde geldt een vrijstellingsgrens van 120 m2.
Deelgebied Boskant 104 Volgens de archeologische beleidsadvieskaart van de gemeente Wijchen ligt het perceel Boskant 104 in een gebied met een hoge archeologische verwachtingswaarde. Voor gronden met een hoge archeologische verwachtingswaarde geldt dat voor bodemingrepen groter dan 120 m2 of die dieper reiken dan 0,3 m archeologisch onderzoek uitgevoerd moet worden. Naast een hoge archeologische verwachtingswaarde is het perceel tevens gelegen binnen de aandachtszone van het aangrenzende AMK-terrein. Binnen deze zone is archeologisch onderzoek verplicht voor bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 30 m2.
4.10.2 Onderzoek Archeologie Deelgebied Graafseweg (ong.) In dit deelgebied is aan de zuidwestzijde sprake van een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten. Met de positionering van het bouwvlak van de nieuwe woning is rekening gehouden met de ligging ten opzichte van deze archeologische waarden. Er zijn geen bouwmogelijkheden binnen de archeologische dubbelbestemming. Een nader archeologisch onderzoek is daarom niet noodzakelijk. Deelgebied Boskant 104 Het verhard oppervlak in dit deelgebied zal licht afnemen en het zuidelijk deel van het perceel wordt weer in agrarisch gebruik genomen. Er wordt geen nieuwe bodem geroerd, zodat een nader archeologisch onderzoek niet noodzakelijk is. Cultuurhistorie Beide deelgebieden Op basis van de kaart 'Historisch landschap, historische stedenbouw en archeologie' van de provincie Gelderland zijn er geen cultuurhistorische waardevolle objecten of structuren in of nabij beide deelgebieden aanwezig.
4.10.3 Doorvertaling bestemmingsplan Archeologie De bestaande archeologische dubbelbestemmingen worden overgenomen in dit bestemmingsplan. Er vinden geen nieuwe bodemroerende activiteiten plaats binnen deze dubbelbestemmingen, zodat het aspect 'archeologie' geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
40
bestemmingsplan "Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen" (vastgesteld)
bestemmingsplan Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen
Cultuurhistorie Het aspect 'cultuurhistorie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
4.11
Leidingen
Naast de hiervoor beschreven milieuaspecten kunnen er nog andere belemmeringen in of nabij het plangebied aanwezig zijn die van invloed kunnen zijn op de planvorming. Het gaat bijvoorbeeld om de aanwezigheid van straalpaden, planologisch relevante kabels en leidingen (zoals waterleidingen of rioleringsleidingen), beschermingszones en dergelijke. Deelgebied Graafseweg (ong.) In het deelgebied zijn geen planologisch relevante kabels en leidingen of andere beschermenswaardige objecten gelegen. Daarom bestaan er geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan. Deelgebied Boskant 104 In het deelgebied zijn geen planologisch relevante kabels en leidingen of andere beschermenswaardige objecten gelegen. Daarom bestaan er geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan.
4.12
Verkeer en parkeren
4.12.1 Verkeer Om inzicht te bieden in de mate van verkeerstoename als gevolg van de ontwikkeling, die met dit bestemmingsplan wordt gefaciliteerd, moet de verkeersaantrekkende werking worden bepaald. Daarvoor is gebruik gemaakt van de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren'. Voor het berekenen van de verkeersgeneratie wordt uitgegaan van een gemiddelde weekdag. Deelgebied Graafseweg (ong.) Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in dit deelgebied in de bouw van één vrijstaande woning. Op basis van de CROW-publicatie geldt voor de vrijstaande woningen een maximale verkeersgeneratie van 8,6 motorvoertuigbewegingen op een gemiddelde weekdag, uitgaande van een ligging in 'matig stedelijk gebied', in het buitengebied. Gelet op het voorgaande leidt de beoogde ontwikkeling aan de Graafseweg (ong.) tot 8,6, afgerond 9 motorvoertuigbewegingen op een gemiddelde weekdag. De woning aan de Graafseweg (ong.) wordt via een bestaande inrit (en het in het verlengde daarvan gelegen toegangspad) direct ontsloten op de bestaande rotonde in de Graafseweg bij de uitbreidingswijk Huurlingsedam. De provincie heeft er email aangegeven geen bezwaar te zien in het gebruik van de bestaande inrit voor het ontsluiten van de vrijstaande woning.
Omdat het om een relatief beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen gaat en de voorgenoemde wegen voldoende capaciteit hebben om deze toename op te vangen, leidt de beoogde ontwikkeling niet tot een onacceptabele verkeerstoename. Deelgebied Boskant 104 Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in dit deelgebied niet in een ontwikkeling die leidt tot extra motorvoertuigbewegingen. Door aan de noordzijde beide bestemmingsvlakken samen te voegen (dit ter voorkoming van het ontstaan van een extra bouwrecht) en aan de zuidzijde de geldende woonbestemming ter plaatse te herzien naar agrarisch zonder bouwmogelijkheden, wordt voorkomen dat er extra voertuigbewegingen ontstaan. Het aspect 'verkeer' vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
bestemmingsplan "Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen" (vastgesteld)
41
bestemmingsplan Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen
4.12.2 Parkeren Ter waarborging van voldoende parkeervoorzieningen hanteert de gemeente Wijchen de maximale parkeernormen uit CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren'. Dit is bepaald in het 'Parkeerbeleidsplan gemeente Wijchen', dat op 16 juni 2016 in werking is getreden en in 2020 op onderdelen is aangepast. Beide deelgebieden In artikel 9.3 van de regels is een regeling ten aanzien van parkeren opgenomen. Daarin is bepaald dat bij het bouwen en het wijzigen van het bestaande gebruik moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid, waarbij de parkeernormen in CROW-publicatie 381 als uitgangspunt dienen. Voor vrijstaande woningen geldt een maximale parkeernorm van 2,8 parkeerplaatsen per woning. Eén en ander is weergegeven in navolgende tabel: Type woning
Parkeernorm
Vrijstaande woning
2,8 parkeerplaatsen per woning
Tabel: parkeernormen Parkeren moet geheel op eigen terrein opgelost worden. Dat betekent dat op het woonperceel voorzien wordt in tenminste drie parkeerplaatsen. Gelet op de ruime kavelmaat mag worden aangenomen dat er voldoende ruimte is om de benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein aan te leggen. Het aspect 'parkeren' vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.13
Duurzaamheid
Het klimaat verandert; de neerslaghoeveelheid (en intensiteit) neemt toe, waardoor er meer kans is op wateroverlast. Daarnaast stijgt de gemiddelde temperatuur en neemt de kans op hittegolven toe, wat in de zomer kan leiden tot hittestress. In Nederland zijn de gevolgen van klimaatverandering waarschijnlijk te beheersen. Hoe groot de problemen straks worden, hangt af van de maatregelen die we nemen. Aan de ene kant moeten we de uitstoot van broeikasgassen verminderen zodat de opwarming beperkt blijft (deze aanpak wordt ‘mitigatie’ genoemd, dat betekent ‘vermindering’). Aan de andere kant is het verstandig dat we ons aanpassen aan een ander klimaat (dit type maatregelen wordt ‘adaptatie’ genoemd). Beide type maatregelen zijn nodig. Doorwerking plangebied De gemeente Wijchen wenst haar woningvoorraad te verduurzamen. Met de voorliggende ontwikkeling wordt hier nadrukkelijk op ingespeeld. Uitgangspunt is de bouw van een energieneutrale en (aard)gasloze woning in het deelgebied 'Graafseweg ong.', waarmee een bijdrage wordt geleverd aan de ambitie van de gemeente om energieneutraal te worden. De zonnepanelen op de woning wekken voldoende energie op om het energiegebruik van de installaties in de woning over een jaar gezien te compenseren. Het aantal benodigde PV panelen om de woning energieneutraal te maken hangt af van de energievraag.
De energievraag wordt zo laag mogelijk gehouden door onder andere het toepassen van goede isolatie, kierdichting en energiezuinige installaties. De benodigde stroom wordt op een duurzame manier opgewekt op het eigen dak, waardoor de woning bijdraagt aan een CO2 neutrale toekomst. Er worden geen fossiele energiebronnen zoals aardgas gebruikt. Voor het verwarmen en koelen van de woning wordt gebruik van een alternatieve koel- en verwarmingsmethode (bijvoorbeeld een warmtepomp). Mede afhankelijk van het door de toekomstige bewoners gekozen systeem wordt de beste vorm van ventileren bepaald, om een gezond en stabiel binnenklimaat te realiseren. Een energieneutrale woning is dankzij deze bouwtechnische en installatietechnische maatregelen een prettige en gezonde woning om in te leven. Duurzaamheid is meer dan alleen het energievraagstuk. Ook de wijze van bouwen en de inrichting van de percelen zijn hierbij van belang. Gedacht moet worden aan bijvoorbeeld de toepassing van duurzame materialen en zelfvoorzienend in de opvang / het hergebruik van regenwater. Ook de landschappelijke inpassing (zie bijlage 7) rondom het deelgebied Graafseweg ong. draagt bij een meer duurzame en klimaatadaptieve inrichting van deze locatie.
42
bestemmingsplan "Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen" (vastgesteld)
bestemmingsplan Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planbeschrijving
Algemeen
Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding vormen het juridisch bindende deel, terwijl de toelichting geen juridische binding heeft, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. In deze paragraaf worden de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd moeten worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, de Wabo en andere (recente) bestemmingsplannen van de gemeente Wijchen. Voor het bouwen is verder het Besluit omgevingsrecht (Bor) van belang. In het Bor zijn onder andere regels voor vergunningvrije bouwwerken opgenomen.
5.2
Inleidende regels
Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden.
5.3
Bestemmingsregels
5.3.1
Opbouw bestemmingen
Bestemmingsomschrijving Bevat de omschrijving van de doeleinden die met de bestemming aan de grond worden toegekend. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies zoals bedrijven, wonen, centrum etc. De aard van de toegelaten inrichtingen van gronden (bouwwerken en werken, geen bouwwerken zijnde) vloeit dan voort uit de toegelaten functies. Bouwregels In de bouwregels worden voor alle hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de van toepassing zijnde bouwregels gesteld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding. Afwijken van de bouwregels In deze bepaling zijn afwijkingsbevoegdheden toegekend aan het bevoegd gezag ten aanzien van bepaalde bouwregels. Specifieke gebruiksregels In dit onderdeel kan worden aangegeven welke vormen van gebruik men in ieder geval strijdig acht met de bestemming. Het is niet de bedoeling alle mogelijke strijdig gebruiksvormen te noemen, maar alleen die, waarvan het niet op voorhand duidelijk is dat deze in strijd zijn met de bestemming. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling op de doeleindenomschrijving.
bestemmingsplan "Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen" (vastgesteld)
43
bestemmingsplan Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen
Afwijken van de gebruiksregels In deze bepaling zijn afwijkingsbevoegdheden toegekend aan het bevoegd gezag ten aanzien van bepaalde gebruiksregels.
5.3.2
Bestemmingen
In deze paragraaf zijn de feitelijk in het plan voorkomende bestemmingen beschreven. Per bestemming is kort toegelicht welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bouwregels er gelden. Agrarisch met waarden - 2 Deze gronden zijn bestemd voor het behoud, herstel en ontwikkeling van de landschappelijke en de ecologische waarden met bijbehorende tuin- en erfbeplanting, wegbeplanting, landschapselementen, bosschages en water. Omdat ter plaatse niet is voorzien in een bouwvlak, zijn er geen mogelijkheden om bebouwing op te richten. Wonen - 1 De bestemming 'Wonen - 1' heeft een globaal karakter. Dat betekent dat deze bestemming veel flexibiliteit bevat. Dit is wenselijk, omdat er nog geen concreet bouwplan voor de nieuwe woning is. Zo is bijvoorbeeld de exacte situering en vorm van de nieuwe woning nog niet bepaald. Wel wordt de woning sowieso achter de voorgevelrooilijn van de naastgelegen woning Graafseweg 304A gerealiseerd. Voor de bestaande woning aan de Boskant 104 is voorzien in een herbouw regeling en de maximum inhoud is vastgelegd in de regels. De gronden met bestemming 'Wonen - 1' zijn bestemd voor wonen en de uitoefening van een beroep aan huis. Voor de bebouwingsmogelijkheden binnen deze bestemming wordt een onderscheid gemaakt in het hoofdgebouw van de woning, bijgebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde.
Hoofdgebouwen: Binnen de bestemming mag één woning worden gerealiseerd met een maximum inhoud van 800 m³. Bebouwing mag uitsluitend binnen het aangegeven bouwvlak worden gerealiseerd. Bijgebouwen: vrijstaande of aangebouwde bijgebouwen mogen - met uitzondering van erkers uitsluitend binnen het bouwvlak worden gerealiseerd. De maximum oppervlakte aan bijgebouwen bedraagt 120 m2. Onder de bestemming valt op grond van jurisprudentie ook het aan huis verbonden beroep. De maat van het beroepsgedeelte is ten hoogste 40 % van de totale vloeroppervlakte van het hoofdgebouw, met een maximum van 80 m². (Niet verkeersaantrekkende) aan huis verbonden beroepen zijn vrij, voor zover de woonfunctie volledig gehandhaafd blijft en de woning als zodanig herkenbaar blijft. Er mogen geen nadelige effecten optreden voor het woonmilieu en de parkeerbalans in de omgeving. Ook voor een bedrijf aan huis geldt een maximum vloeroppervlakte van 80 m 2. Waarde - Archeologie 1 en 2 De dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 1' en 'Waarde - Archeologie 2' zijn opgenomen ter bescherming van mogelijk in de bodem aanwezige archeologische waarden. Voor bodemingrepen met een diepte van meer dan 0,3 m beneden maaiveld in gebieden die vallen binnen deze dubbelbestemming wordt ongeacht de omvang nader archeologisch onderzoek verplicht gesteld.
Voor bodemingrepen in archeologische rijksmonumenten moet tevens een vergunning te worden aangevraagd bij de betrokken minister. Voor bodemingrepen met een diepte van meer dan 0,3 m beneden maaiveld in gebieden die vallen binnen deze dubbelbestemming (hoge archeologische verwachtingswaarde) wordt bij een omvang van meer dan 120 m² nader archeologisch onderzoek verplicht gesteld. Waarde - Cultuurhistorisch waardevol gebied De cultuurlandschappen met een middelhoge, hoge en zeer hoge waarde worden beschermd via een nadere eisenregeling en een vergunningplicht voor bepaalde werkzaamheden. De nadere eisenregeling behelst een bevoegdheid voor burgemeester en wethouders om in het kader van een aanvraag voor een vergunning voor het bouwen van een bouwwerk een nadere eis te stellen in verband met de situering, de oppervlakte en hoogte van een gebouw. Deze nadere eis ziet met name op de situatie dat de aanvraag om vergunning betrekking heeft op een gebouw binnen een oud bebouwingslint, een ensemble of een gebouw langs een (historische) doorgaande weg die als
44
bestemmingsplan "Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen" (vastgesteld)
bestemmingsplan Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen
cultuurhistorisch waardevol zijn aangeduid. De werkzaamheden die niet zonder vergunning mogen worden uitgevoerd betreffen: het aanbrengen van (half-)verhardingen; het rooien of vellen van houtgewas; afgraven, vergraven, ophogen en egaliseren van de bodem; graven of dempen van sloten; verwijderen van perceelsrandbeplanting; aanleggen van wegen of paden; wijzigen van perceels- of kavelgrenzen; het aanbrengen van hoogopgaande beplanting anders dan het herplanten van gerooide / gevelde houtopstanden; het verwijderen van wegen of paden. De vergunning voor het uitvoeren van deze werkzaamheden wordt verleend indien (uit de aanvraag om vergunning) in voldoende mate is gebleken dat de cultuurhistorische waarden van een gebied waarbinnen de werkzaamheden plaatsvinden, niet op een onevenredige wijze worden aangetast.
5.4
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel Deze regel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels Deze bepaling bevat algemene regels omtrent ondergeschikte bouwdelen, bestaande afstanden en maten en parkeren. Algemene gebruiksregels Deze bepaling bevat de vormen van gebruik, die in ieder geval strijdig zijn met de regels van het bestemmingsplan.
5.5
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet. Slotregel Dit artikel geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.
bestemmingsplan "Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen" (vastgesteld)
45
bestemmingsplan Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
6.1
Economische uitvoerbaarheid
6.1.1
Exploitatieverplichting
Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan moet op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting van een bestemmingsplan minimaal inzicht worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens bestaat op grond van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten kunnen worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander moet worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten met iedere grondeigenaar. Als er met een grondeigenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, moet een exploitatieplan worden opgesteld welke tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld.
6.1.2
Conclusie
Omdat de gemeente de nog te ontwikkelen gronden niet in eigendom heeft, is een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer gesloten. Daarmee zijn de kosten voor de planontwikkeling anderszins verzekerd en is het opstellen van een exploitatieplan niet aan de orde. Gezien het voorgaande wordt het plan financieel uitvoerbaar geacht.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.2.1
Vooroverleg
Conform ex artikel 3.1.1. van het Bro moeten burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de Rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het kader van het vooroverleg is het voorliggende bestemmingsplan toegezonden aan diverse overlegpartijen. Er zijn geen reacties ontvangen. Wel heeft de provincie Gelderland begin 2020 aangegeven akkoord te gaan met het natuurontwikkelingsplan inclusief landschappelijke inpassing, dat is uitgewerkt voor het deelgebied 'Graafseweg ong.'
6.2.2
Ontwerpfase
Het ontwerpbestemmingsplan wordt gedurende zes weken ter inzage gelegd. Binnen deze termijn wordt een ieder in de gelegenheid gesteld schriftelijk en/of mondeling een zienswijze op het plan in te dienen. Het ontwerpbestemmingsplan heeft op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening met ingang van donderdag 6 mei 2021 tot en met woensdag 16 juni 2021 (gedurende 6 weken) ter inzage gelegen. Gedurende de periode van terinzagelegging zijn drie zienswijzen ingediend. Hiervan was één zienswijze pro forma, en is twee weken de tijd heeft gegeven om de zienswijze aan te vullen. De zienswijzen zijn ontvangen binnen de gestelde termijn en daarom ontvankelijk. De zienswijzen zijn samengevat in een zienswijzennota en van een gemeentelijke reactie voorzien. De belangrijkste wijziging is dat het deelgebied 'boskant 104 is uitgebreid met het bestaande woonperceel, om alle voorwaarden en afspraken tussen de eigenaar van dat perceel, de initiatiefnemer en de gemeente planologisch goed te kunnen vastleggen. De nota is als bijlage 8 bij de toelichting gevoegd.
46
bestemmingsplan "Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen" (vastgesteld)
bestemmingsplan Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen
6.2.3
Vaststellingsfase
Na de termijn van terinzagelegging moet de gemeenteraad beslissen omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan. Tegen het besluit tot vaststelling staat, voor belanghebbenden, direct beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Direct na de beroepstermijn treedt, indien tijdens de beroepstermijn geen verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, het plan in werking waarna tot planrealisatie kan worden overgegaan.
bestemmingsplan "Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen" (vastgesteld)
47
bestemmingsplan Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen
48
bestemmingsplan "Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen" (vastgesteld)
bestemmingsplan Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen
Bijlagen bij toelichting
bestemmingsplan "Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen" (vastgesteld)
49
bestemmingsplan Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen
Bijlage 1
50
Verkennend bodemonderzoek
bestemmingsplan "Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen" (vastgesteld)
bestemmingsplan Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen
Bijlage 2
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
bestemmingsplan "Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen" (vastgesteld)
51
bestemmingsplan Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen
Bijlage 3
52
Geuronderzoek
bestemmingsplan "Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen" (vastgesteld)
bestemmingsplan Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen
Bijlage 4
Digitale watertoets - deelgebied Graafseweg ong.
bestemmingsplan "Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen" (vastgesteld)
53
bestemmingsplan Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen
Bijlage 5
54
Quickscan Wet natuurbescherming
bestemmingsplan "Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen" (vastgesteld)
bestemmingsplan Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen
Bijlage 6
Notitie additionele onderbouwing Das
bestemmingsplan "Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen" (vastgesteld)
55
bestemmingsplan Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen