CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1: Toelichting en regels bestemmingsplan ‘Graafseweg ong. en Boskant 104, Wijchen’.

Raad openbaar Wijchen 26 april 2022, gemeente wijchenBij agendapunt: 56188 beslisnota Vaststellen bestemmingsplan 'Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen'.27.491 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Toelichting en regels

bestemmingsplan

Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen

vastgesteld

bestemmingsplan Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Geldend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer

6 6 6 7 9

Hoofdstuk 2 Beschrijving plangebied 2.1 Bestaande situatie 2.2 Planbeschrijving

11 11 14

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Nationaal beleid 3.2 Provinciaal en regionaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid 3.4 Conclusie

18 18 19 21 22

Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.2 Bodem 4.3 Geluid 4.4 Luchtkwaliteit 4.5 Geur 4.6 Milieuzonering 4.7 Externe veiligheid 4.8 Waterhuishouding 4.9 Ecologie 4.10 Archeologie en cultuurhistorie 4.11 Leidingen 4.12 Verkeer en parkeren 4.13 Duurzaamheid

23 23 23 24 26 27 28 30 31 36 39 41 41 42

Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1 Algemeen 5.2 Inleidende regels 5.3 Bestemmingsregels 5.4 Algemene regels 5.5 Overgangs- en slotregels

43 43 43 43 45 45

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

46 46 46

Bijlagen bij toelichting

49

Bijlage 1

Verkennend bodemonderzoek

50

Bijlage 2

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

51

Bijlage 3

Geuronderzoek

52

Bijlage 4

Digitale watertoets - deelgebied Graafseweg ong.

53

Bijlage 5

Quickscan Wet natuurbescherming

54

Bijlage 6

Notitie additionele onderbouwing Das

55

Bijlage 7

Natuurontwikkelingsplan inclusief landschappelijke inpassing

56

Bijlage 8

Zienswijzennota

57

2

bestemmingsplan "Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen" (vastgesteld)

bestemmingsplan Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen

Regels

59

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

60 60 66

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7

Bestemmingsregels Agrarisch met waarden - 2 Wonen - 1 Waarde - Archeologie 1 Waarde - Archeologie 2 Waarde - Cultuurhistorisch waardevol gebied

67 67 72 77 79 81

Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels

83 83 83 83

Hoofdstuk 4 Artikel 11 Artikel 12

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

84 84 84

Bijlagen bij regels

86

Bijlage 1

Landschappelijke inpassing

87

Bijlage 2

Te slopen bebouwing

88

bestemmingsplan "Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen" (vastgesteld)

3

bestemmingsplan Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen

4

bestemmingsplan "Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen" (vastgesteld)

bestemmingsplan Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen

Toelichting

bestemmingsplan "Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen" (vastgesteld)

5

bestemmingsplan Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De initiatiefnemer heeft de wens om een nieuwe vrijstaande burgerwoning te realiseren aan de oostzijde van de Graafseweg (ong.) in Wijchen (direct ten noorden van nr. 304 - 304A). Om deze nieuwe burgerwoning mogelijk te maken levert de initiatiefnemer elders in het buitengebied van Wijchen aan de Boskant 104 in Wijchen een bouwmogelijkheid voor een (nog ongebouwde) burgerwoning in. In 2019 heeft het college besloten om hieraan in principe medewerking te verlenen, onder de voorwaarde dat de provincie in zou stemmen met een landschappelijk inpassingsplan voor de nieuwe woning in het deelgebied aan de Graafseweg. Daarop heeft de initiatiefnemer een natuurontwikkelingsplan inclusief landschappelijke inpassing laten opstellen en heeft de provincie begin 2020 aangegeven hier mee akkoord te zijn. Omdat de beoogde ontwikkeling van een burgerwoning aan de Graafseweg (ong.) niet mogelijk is op grond van het geldende bestemmingsplan, moet een nieuwe juridisch-planologisch kader opgesteld worden. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin. Het deelgebied aan de Boskant 104 maakt tevens onderdeel uit van dit bestemmingsplan, met als doel om de oorspronkelijke agrarische functie grotendeels weer terug te brengen op die locatie.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied omvat twee deelgebieden in Wijchen; een agrarische perceel aan de Graafseweg (ong.) en de twee bestaande, voor wonen bestemde kadastrale percelen aan de Boskant 104. Deelgebied Graafseweg (ong.) Dit deelgebied is gelegen aan de oostzijde van Wijchen gelegen, ten oosten van de Graafseweg (N324) en ten noorden van de bestaande burgerwoning op nr. 304A. Aan de westzijde is nog net de uitbreidingswijk Huurlingsedam in Wijchen zichtbaar. Het deelgebied staat kadastraal bekend gemeente Wijchen, sectie Q, nr. 427 (deels). Deelgebied Boskant 104 Dit deelgebied is gelegen iets ten oosten van het andere deelgebied en ligt in een meer landelijke omgeving. Het deelgebied staat kadastraal bekend gemeente Wijchen, sectie Q, nr's 9 en 359 (deels). Navolgende afbeelding toont globaal de ligging van beide deelgebieden in de omgeving. Voor de exacte begrenzing van de deelgebieden wordt verwezen naar de verbeelding.

6

bestemmingsplan "Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen" (vastgesteld)

bestemmingsplan Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen

Globale ligging en begrenzing deelgebied Graafseweg (ong.) aan de westzijde en deelgebied Boskant aan de oostzijde (rode omkadering)

1.3

Geldend bestemmingsplan

Deelgebied Graafseweg (ong.) Voor dit deelgebied gelden momenteel het bestemmingsplan 'Buitengebied Wijchen', door de gemeenteraad vastgesteld op 18 december 2012, en het bestemmingsplan 'Buitengebied herziening 2014', zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 16 oktober 2014. Ter plaatse van het deelgebied geldt de bestemming 'Agrarisch met waarden - 2' zonder bouwvlak. Verder is het deelgebied voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2'. Tevens geldt aan de noordwestzijde op een smalle strook het bestemmingsplan 'Parapluplan Cultuurhistorie Wijchen', door de gemeenteraad vastgesteld op 3 mei 2017. Ter plaatse is het deelgebied voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorisch waardevol gebied'.

bestemmingsplan "Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen" (vastgesteld)

7

bestemmingsplan Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen

Uitsnede geldende bestemmingsplannen met globale aanduiding deelgebied (rode omkadering) De beoogde ontwikkeling voorziet in de bouw van één vrijstaande woning aan de zuidzijde van het perceel. Op grond van de huidige bestemming 'Agrarisch met waarden - 2' (zonder bouwvlak) mag niet gebouwd worden. Ook het gebruik van de gronden voor woondoeleinden is op grond van de huidige bestemming niet toegestaan. Om de beoogde ontwikkeling te realiseren is het dan ook noodzakelijk een nieuw bestemmingsplan vast te stellen. Deelgebied Boskant 104 Voor het deelgebied Boskant 104 gelden momenteel het bestemmingsplan 'Buitengebied Wijchen', door de gemeenteraad vastgesteld op 18 december 2012, en het bestemmingsplan 'Buitengebied herziening 2014', zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 16 oktober 2014. Ter plaatse van het deelgebied geldt de bestemming 'Wonen - 1'. Het deelgebied is voorzien van twee bestemmingsvlakken, waarbinnen (per bestemmingsvlak) één woning is toegestaan. Verder is het deelgebied grotendeels voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1' en aan de uiterste zuidoostzijde van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2'.

8

bestemmingsplan "Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen" (vastgesteld)

bestemmingsplan Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen

Uitsnede geldende bestemmingsplannen met globale aanduiding deelgebied (rode omkadering) De geldende woonbestemming moet hier voor het zuidelijke deel komen te vervallen en die gronden krijgen weer een agrarische bestemming in aansluiting op de omliggende agrarische gronden. Ook moet er een herbegrenzing plaatsvinden van de twee (delen van) bestemmingsvlakken 'Wonen - 1' aan de noordzijde, zodat één nieuw bestemmingsvlak ontstaat. Dit om te voorkomen dat er alsnog een tweede woning in het deelgebied kan worden opgericht.

1.4

Leeswijzer

Het bestemmingsplan bestaat uit meerdere onderdelen: een verbeelding waarop de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven en regels waarin de bepalingen voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. De toelichting kan globaal opgedeeld worden in vier delen. Inleiding en beschrijving plangebied In hoofdstuk 1 zijn de aanleidingen en het kader voor de planherziening beschreven. Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie van het plangebied. Verantwoording Hoofdstukken 3 en 4 geven de achtergronden, toelichting en motivatie op de gemaakte keuzen weer die uiteindelijk hebben geleid tot de uitgewerkte planopzet. In dit planonderdeel worden onder meer het (beleids)kader en de milieuaspecten uiteengezet. Juridische planbeschrijving In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet beschreven. Doel is een nadere onderbouwing te geven wat met het plan wordt beoogd en hoe de instrumenten regels en verbeelding hierbij worden gehanteerd.

bestemmingsplan "Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen" (vastgesteld)

9

bestemmingsplan Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen

Uitvoerbaarheid Het laatste deel (hoofdstuk 6) gaat in op de financieel-economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.

10

bestemmingsplan "Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen" (vastgesteld)

bestemmingsplan Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen

Hoofdstuk 2

Beschrijving plangebied

2.1

Bestaande situatie

2.1.1

Deelgebied Graafseweg (ong.)

Het perceel in dit deelgebied is nu onbebouwd. Met het bouwen van de nieuwbouwwijk Huurlingsedam is ter hoogte van het perceel een rotonde aangelegd, waarop via een bestaande inrit de toegang tot het deelgebied is gewaarborgd. Ten zuiden van het perceel bevinden zich een woonperceel en de woningen waar cliënten van Waalzorg zijn gehuisvest. Voor het overige wordt de omgeving gekenmerkt door openheid. Verspreid in het gebied komen kleine bossen of bosstroken voor, zoals ook te zien op navolgende afbeelding.

Zicht op het deelgebied vanaf de rotonde op de Graafseweg

Zicht op het deelgebied vanaf de Graafseweg

bestemmingsplan "Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen" (vastgesteld)

11

bestemmingsplan Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen

2.1.2

Deelgebied Boskant 104

Op het perceel Boskant 104 - dat een oppervlakte heeft van circa 1.800 m2 - bevindt zich aan de oostzijde momenteel een burgerwoning met bijgebouw bestaande uit één bouwlaag met kap. Ten westen daarvan bevindt zich een verouderde opstal in de vorm van een bijgebouw bestaande uit één bouwlaag met flauw lessenaarsdak. Het hele voorterrein is voorzien van terreinverharding en omheind door een laag hekwerk. Aan de achterzijde is sprake van een tuininrichting met een hoog kwaliteitsbeeld, speeltoestellen, een plantenkas en moestuin. Ter plaatse is ook nog een bouwrecht aanwezig op basis waarvan één vrijstaande woning mag worden opgericht.

Zicht op de westzijde van het deelgebied vanaf de Boskant

Zicht op de oostzijde van het deelgebied vanaf de Boskant

12

bestemmingsplan "Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen" (vastgesteld)

bestemmingsplan Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen

Zicht op het deelgebied vanaf de achterzijde

bestemmingsplan "Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen" (vastgesteld)

13

bestemmingsplan Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen

2.2

Planbeschrijving

Deelgebied Graafseweg (ong.) De beoogde ontwikkeling voorziet in de bouw van één vrijstaande woning aan de Graafseweg (ong.) in Wijchen op een kavel van circa 900 m². De nieuwe woning is achter de voorgevelrooilijn van de bestaande woning aan de Graafseweg 304A gelegen, om voldoende afstand tot de Graafseweg aan te houden. De nieuwe woning wordt direct ontsloten via een bestaand pad dat op de rotonde van de Graafseweg (N324) uitkomt. Voor een beter beeld van de positie van het woonperceel is navolgende uitsnede van de verbeelding opgenomen:

Natuurontwikkelingsplan inclusief landschappelijke inpassing Het deelgebied ligt binnen een gebied dat door de provincie is aangewezen als Groene Ontwikkelingszone. Op grond van de provinciale Omgevingsverordening zijn kleinschalige ontwikkelingen (zoals woningbouw) alleen toegestaan als dit gepaard gaat met een substantiële versterking van de kernkwaliteiten van dit gebied. Dit is nader uitgewerkt in een natuurontwikkelingsplan. De provincie ziet mogelijkheden om door middel van het aanleggen van houtwallen/ heggen of het aanleggen van een kikkerpoel te komen tot een versterking van de ecologische verbindingszone voor soorten als de das en de kamsalamander.

14

bestemmingsplan "Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen" (vastgesteld)

bestemmingsplan Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen

Op navolgende afbeelding is de uitwerking van de landschappelijke inpassing uit het natuurontwikkelingsplan te zien:

1. Houtsingel noordoostzijde In de visie voor de Graafseweg staat dat de weg benadrukt dient te worden door middel van lijnbeplanting van eiken. Het plangebied grenst aan de Graafseweg. Om aan te sluiten bij de bestaande eiken langs de weg wordt er een houtsingel met zomereik aangeplant. De zomereiken worden ruim uit elkaar geplant (25 tot 30 m) om de overgang van oeverwal (kleinschalig landschap) naar komgebied (open landschap) te benadrukken. De houtwal grenst aan de dassentunnel. Hierdoor is dit element een belangrijke verbinding voor de das naar andere (bestaande) elementen in het landschap. De houtsingel bevat vrucht- en besdragende soorten, wat als voedselvoorziening voor de das dient. Daarnaast profiteren ook vogels hiervan. De houtsingel verbergt vanaf de Graafseweg het zicht op de silo's ter hoogte van Graafseweg nr. 374. 2. Struweel Aansluitend aan de houtsingel wordt een struweel aangeplant. Dit struweel wordt dicht bij de poel geplant, zodat de kamsalamander hier zijn kleinschalige habitat kan vinden. De soorten zijn geselecteerd op voedselvoorzieningsmogelijkheid voor de das. Daarnaast trekt het (rottende) voedsel en de bloei van de struiken insecten aan, die in het dieet van de kamsalamander voorkomen. 3. Vogel- en zoogdierenbosje In de zuidwestelijke hoek van het perceel wordt een vogel- en zoogdierenbosje gerealiseerd.

Op dit moment staat er een lijnbeplanting van coniferen tegen de kavelgrens van huis nr. 304a aan. Coniferen horen niet thuis in het Gelderse landschap en voegen weinig toe aan de biodiversiteit. De coniferen worden gerooid en er wordt een vogel- en zoogdierenbosje aangeplant. Dit bosje creëert habitat voor vogels, insecten en zoogdieren, waaronder de das. De soorten zijn geselecteerd op het dieet van de das. 4. Vogel- en zoogdierenbosje In het midden van het perceel staat heden een lijnbeplanting van cultivar bomen. Dit is een resterend element van de vroegere boomkwekerij. De voorkeur gaat uit om het element als stapsteen naar de boomgaard te behouden. Daarbij is het ook een stukje geschiedenis van de kavel. Het element, wat nu uit een scherpe lijn bestaat, wordt landschappelijk ingepast door in een organische vorm met struikgewas omheen te planten.

bestemmingsplan "Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen" (vastgesteld)

15

bestemmingsplan Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen

5. Knip- en scheerheg Om het erf te benadrukken wordt langs het oprit en het woonhuis een knip- en scheerheg geplant. De soort veldesdoorn wordt voor haar historische waarde in het gebied toegepast. 6. Hoogstamboombaard De hoogstamboomgaard levert dankzij valfruit een belangrijke voedselbron op voor de das. Ook vogels en insecten profiteren van het fruit en de bloei. De boomgaard is in combinatie met de parallel lopende knip- en scheerheg is cultuurhistorisch en landschappelijk waardevol. Boomgaarden werden vroeger in de buurt van het voorhuis geplant zodat de boerin hier zicht op had. De bloesem in de lente zorgt voor beleving. De bomen zijn wijds uit elkaar gezet om een doorkijk effect te creëren. 7. Houtsingel zuidwestzijde Om zichtlijnen naar het kommengebied open te houden wordt er haaks op de Graafseweg een houtsingel gerealiseerd. Deze houtsingel dient daarnaast als erfafscheiding. De houtsingel bevat besvruchtdragende soorten, wat als voedselvoorziening voor de das dient. Daarnaast profiteren ook vogels hiervan. De bestaande coniferen dienen vooraf te worden verwijderd omdat deze niet in het landschap passen. 8. Bloemenmengsel Het meerjarig bloemenmengsel komt in het verlengde van het struweel en zorgt voor een verbinding naar het vogelbosje. Het bloemenmengsel blijft laag in lengte. Hierdoor belemmert het element niet de zichtlijnen naar het landschap. 9.

Poel Om biotoop voor de kamsalamander te ontwikkelen en een drinkwatervoorziening voor de das te realiseren wordt er een niet-grondwaterafhankelijke poel met een leemlaag of vijverfolie gegraven. Deze poel moet voor de kamsalamander visvrij zijn. Het is belangrijk dat de noordoever zo flauw mogelijk is, omdat de zon voornamelijk op deze zijde schijnt. Voor een nadere uitwerking van de landschappelijke inpassing (onder andere het beheer van het kruidenrijk grasland (nr. 10 op voorgaande afbeelding) wordt verwezen naar bijlage 7, waarin ook de bijbehorende analyse en de ecologische en/of cultuurhistorische waarde is opgenomen. De maatregelen uit dit plan zijn met een voorwaardelijke verplichting in de regels vastgelegd (zie subparagraaf 4.4.2 van de regels). Beeldkwaliteit In aanvulling op het natuurontwikkelingsplan is een beknopte beeldkwaliteitsparagraaf met beeldkwaliteitseisen opgesteld voor de bebouwing in het plangebied:  De landelijke sfeer en de landschappelijke inpassing domineren het beeld vanaf de Graafseweg.

De architectuur van de woning voegt zich in dit beeld;  De bebouwing wordt geclusterd waardoor een onderlinge relatie ontstaat tussen hoofd- en bijgebouwen rond een erfruimte (één ensemble);  De bijgebouwen zijn qua plaatsing en schaal ondergeschikt aan het hoofdgebouw;  Het hoofdgebouw presenteert zich met name naar de west- en zuidzijde;  Uitgangspunt is een traditioneel architectuurbeeld, eventueel gecombineerd met eigentijdse elementen;  Het hoofdgebouw heeft een eenvoudige, traditionele vorm waarbij verschillende dakvormen mogelijk zijn, zoals een zadeldak (met of zonder wolfseinden) of een schilddak;  Het hoofdgebouw bedraagt maximaal 2 bouwlagen waarbij de tweede bouwlaag zich (hoofdzakelijk) bevindt onder de kap;  De dakvorm is daarbij een bepalend onderdeel van de uitstraling van de woning. De voorkeur gaat uit naar de toepassing van keramische, donkergrijze dakpannen. Hierbij dient terughoudend omgegaan worden met 'toevoegingen' aan de dakvorm: beperkt doorbreken van de gootlijn en voorkomen van te grote dakkapellen;  Er wordt in basis gebruik gemaakt van met natuurlijke materialen in traditionele kleuren.

Gekozen wordt voor een ingetogen kleur- en materiaalgebruik: een eenvoudige basis met eventuele accenten op onderdelen;  Onderhoudsvriendelijke materialen zijn mogelijk, mits deze de uitstraling hebben van natuurlijke materialen;  Naast de beeldkwaliteit met betrekking tot de woning en de opgestelde landschappelijke inpassing, dient bij de verdere uitwerking van het bouwplan ook aandacht te zijn voor de inrichting van het perceel. Rekening houdend met de ligging van het perceel grenzend aan het buitengebied.

16

bestemmingsplan "Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen" (vastgesteld)

bestemmingsplan Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen

Deelgebied Boskant 104 Om de nieuwe burgerwoning in het deelgebied aan de Graafseweg mogelijk te maken wordt elders in het buitengebied, in het deelgebied aan de Boskant 104, één bouwmogelijkheid voor een burgerwoning ingeleverd. De oorspronkelijke agrarische functie aan de achterzijde van het deelgebied komt weer terug, waarbij de nog aanwezige bebouwing (een kleine kas) op dat deel van het perceel wordt verwijderd. Deze sloop is met een voorwaardelijke verplichting in de regels vastgelegd. Aan de noordzijde wordt een deel van het zuidelijke bestemmingsvlak 'Wonen - 1' samengevoegd met het noordelijke bestemmingsvlak 'Wone'n - 1'. Dit om te voorkomen dat hier, naast de bestaande burgerwoning op nr. 104, nog een burgerwoning kan worden opgericht.

bestemmingsplan "Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen" (vastgesteld)

17

bestemmingsplan Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Nationaal beleid

3.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en Barro

Het Rijk heeft haar ruimtelijk beleid vastgelegd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). De leidende gedachte van het rijksbeleid is ruimte maken voor groei en beweging, waarbij het Rijk zich vooral concentreert op decentralisatie. De verantwoordelijkheid wordt verplaatst van Rijksniveau naar provinciaal en gemeentelijk niveau. Planspecifiek beide deelgebieden In het SVIR en Barro worden geen specifieke uitspraken gedaan met betrekking tot het voorliggende plangebied.

3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

De in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geïntroduceerde 'ladder voor duurzame verstedelijking' is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet in de toelichting een onderbouwing opgenomen worden van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De ladder wordt in artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.' In het kader van de duurzame ladder wordt ten aanzien van de definitie van bestaand stedelijk gebied de definitie uit het Bro gehanteerd: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.' Volgens de nota van toelichting bij het Bro moet worden bekeken of door het benutten van leegstaande verstedelijkingsruimte in bestaand stedelijk

gebied kan worden voorzien in de behoefte. Zoals ook volgt uit onder andere de uitspraak met het nummer 201303578/1/R4 kunnen, naar het oordeel van de Raad van State, planologische mogelijkheden waarvan nog geen gebruik is gemaakt, als leegstaande verstedelijkingsruimte worden aangemerkt. Een dergelijke locatie wordt gezien als onderdeel van het bestaand stedelijk gebied. Planspecifiek beide deelgebieden Met het voorliggende bestemmingsplan wordt de bouw van één nieuwe woning mogelijk gemaakt in het deelgebied aan de Graafseweg ong. In het deelgebied aan de Boskant 104 is echter al een bestaande planologische mogelijkheid aanwezig om één woning te bouwen. Deze woning is alleen nooit gerealiseerd. Die bouwmogelijkheid aan de Boskant wordt verplaatst naar de Graafseweg ong. In planologische zin wordt er dan ook geen extra woning mogelijk gemaakt, maar betreft het slechts het verplaatsen van een bestaande bouwmogelijkheid. Er is daarmee geen sprake van een stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in het Bro.

3.1.3

Conclusie

In het SVIR en Barro worden dan ook geen specifieke uitspraken gedaan met betrekking tot het voorliggende plangebied. Er wordt voldaan aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.

18

bestemmingsplan "Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen" (vastgesteld)

bestemmingsplan Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen

3.2

Provinciaal en regionaal beleid

3.2.1

Algemeen

Op 19 december 2018 heeft het college van Gedeputeerde Staten de 'Omgevingsvisie Gaaf Gelderland' vastgesteld. De bijbehorende geactualiseerde 'Omgevingsverordening Gelderland (maart 2021)' heeft het college van Gedeputeerde Staten op 31 maart 2021 vastgesteld. In de Omgevingsvisie staan de hoofdlijnen van het beleid en in de Omgevingsverordening de regels en afspraken om de opgaven uit de Omgevingsvisie te realiseren. De Omgevingsvisie en –verordening zijn dynamische instrumenten. Doordat wetten veranderen of door de komst van nieuwe initiatieven, kijkt de provincie 2 keer per jaar of de plannen moeten worden aangepast.

3.2.2

Omgevingsvisie

De komende decennia komt er veel op Gelderland af: het energievraagstuk, klimaatverandering, uitputting van grondstoffen, kwetsbare biodiversiteit, digitalisering, internationalisering. Deze zaken vragen stevige antwoorden en oplossingen als investering in de toekomst. Met de schaarse ruimte en de vele uiteenlopende belangen en inzichten gaat dit niet vanzelf. De provincie zet in de Omgevingsvisie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal.  Gezond en veilig; dat is een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Dat is ook voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En dat is ook aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid.  Schoon en welvarend; dat is een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen. Maar dat is ook het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen, alsmede het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie.

Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang, zoals goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen en een mooie natuur. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende stedelijke en landelijke woonkwaliteiten. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied het vertrekpunt. De provincie geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen en het concentreren van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, kan er aan de randen van steden of dorpen uitgebreid worden. De dynamiek op de woningmarkt is groot. Mensen worden ouder, wonen steeds langer alleen en zelfstandig, worden steeds meer energiebewust en zijn mobieler dan vroeger, waardoor ze ook meer en makkelijker verhuizen. Het grootste deel van de woningen die in 2050 in Gelderland nodig zijn, staat er al. Maar deze woningen zijn niet klaar voor de toekomst en moeten aangepast of vervangen worden. Voor de provincie staat een goede balans tussen de vraag en aanbod van woningen in verschillende prijscategorieën voorop, ook voor specifieke doelgroepen.

De meeste woningen zijn verre van energieneutraal en klimaatbestendig. De provincie stimuleert innovaties op dit terrein, zoals het aardgasloos maken van bestaande woningen en het verduurzamen van woonwijken. Daarnaast is de provincie met haar partners in gesprek over hoe het vraagstuk van klimaatadaptatie en wonen slimmer aangepakt kan worden. Voldoende groene ruimte, koele plekken, opvang van water in het licht van de klimaatverandering is immers van belang, zeker met het oog op de gezondheid van de Gelderlanders. Planspecifiek beide deelgebieden De provincie wil graag verder kijken. Bij de aanleg, inrichting, veiligheid en leefbaarheid van de gebouwde omgeving – steden, dorpen, bedrijventerreinen – neemt de provincie de gevolgen van het veranderende klimaat mee en maken zij afspraken over hoe met de risico’s om te gaan. De provincie wenst daarom bij de aanleg, inrichting, veiligheid en leefbaarheid van de gebouwde omgeving – steden, dorpen, bedrijventerreinen – de gevolgen van het veranderende klimaat mee te wegen en

bestemmingsplan "Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen" (vastgesteld)

19

bestemmingsplan Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen

afspraken te maken over hoe met deze risico’s wordt omgegaan. In paragraaf 4.13 van deze toelichting is beschreven welke klimaatadapatieve maatregelen in het voorliggende plangebied, meer specifiek het deelgebied 'Graafseweg ong.' worden toegepast. Kortheidshalve wordt hiernaar verwezen.

3.2.3

Omgevingsverordening

De Omgevingsverordening vormt de juridische doorwerking in regels van het beleid uit de Omgevingsvisie. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Ten aanzien van 'Wonen' is in artikel 2.2 opgenomen dat een bestemmingsplan alleen nieuwe woningen mogelijk maakt als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. Op 13 maart 2018 hebben Gedeputeerde Staten de 'Woonagenda Subregio Nijmegen en omstreken 2017 - 2027' vastgesteld. In deze subregio - waar Wijchen onder valt - mogen in de periode tot 2027 circa 16.400 woningen gebouwd worden. Van gemeenten wordt gevraagd de productie in de eerstkomende 5-jaarsperiode - nu de druk groot en de markt gunstig is - te versnellen.

In de gemeente Wijchen mogen 1.100 woningen worden gebouwd in de periode tot en met 2027, waarvan 70 % in de eerste vijf jaar zou moeten worden gerealiseerd (versnelling). In de provinciale 'Woningmarktmonitor' is voor de gemeente Wijchen een netto (harde) plancapaciteit van 466 woningen opgenomen, waardoor er nog ruimte is voor het toevoegen van nieuwe woningen. De totale plancapaciteit (harde én zachte plannen) overstijgt de vraag. Echter mag worden aangenomen dat een deel van deze zachte plancapaciteit nooit gerealiseerd wordt. In de Subregionale woonagenda Nijmegen e.o. is overigens ook afgesproken dat inbreiding voor uitbreiding gaat. Planspecifiek beide deelgebieden Met het voorliggende bestemmingsplan wordt de bouw van één nieuwe woning mogelijk gemaakt in het deelgebied aan de Graafseweg ong. In het deelgebied aan de Boskant 104 is echter al een bestaande planologische mogelijkheid aanwezig om één woning te bouwen. Deze woning is alleen nooit gerealiseerd. Die bouwmogelijkheid aan de Boskant wordt verplaatst naar de Graafseweg. In planologische zin wordt er dan ook geen extra woning mogelijk gemaakt, maar wordt een bestaande bouwmogelijkheid verplaatst. Beide deelgebieden liggen binnen een gebied dat door de provincie is aangewezen als Groene Ontwikkelingszone.

Op grond van artikel 2.52 van de Omgevingsverordening zijn kleinschalige ontwikkelingen (zoals de bouw van één vrijstaande woning) alleen toegestaan als dit gepaard gaat met een substantiële versterking van de kernkwaliteiten van dit gebied. De gemeente heeft hierover voorafgaand aan het opstellen van dit bestemmingsplan met de provincie overlegd. De provincie ziet mogelijkheden om via het aanleggen van houtwallen/ heggen en/of het aanleggen van een kikkerpoel te komen tot een versterking van de ecologische verbindingszone voor soorten als de das en de kamsalamander. Dit is voor het deelgebied 'Graafseweg ong.' nader uitgewerkt in een natuurontwikkelingsplan inclusief landschappelijke inpassing (zie bijlage 7 en de andere uitleg in paragraaf2.2). Begin 2020 heeft de provincie aangegeven akkoord te gaan met dit plan. De maatregelen uit dit plan zijn met een voorwaardelijke verplichting in de regels vastgelegd (zie subparagraaf 4.4.2 van de regels). Overigens neemt de belasting van de Groene Ontwikkelingszone per saldo niet toe met de beoogde ontwikkeling (ook niet qua donkerte en licht) omdat het nieuwe bestemmingsvlak 'Wonen - 1' in het deelgebied aan de Graafseweg ong. met circa 900 m² even groot is als het deel van het bestemmingsvlak 'Wonen - 1' dat in het deelgebied aan de Boskant 104 komt te vervallen en waar de agrarische bestemming wordt teruggebracht.

20

bestemmingsplan "Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen" (vastgesteld)

bestemmingsplan Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen

3.2.4

Conclusie

Het bestemmingsplan is passend binnen de Omgevingsvisie en -verordening van de provincie.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Structuurvisie Wijchen

De gemeente Wijchen heeft een structuurvisie opgesteld in het kader van de nieuwe Wro. De structuurvisie is grotendeels gebaseerd op de - in 2007 vastgestelde - strategische visie. De Structuurvisie Wijchen is op 9 juli 2009 vastgesteld. De structuurvisie geeft een overzicht van de verwachte ontwikkelingen binnen de gemeente Wijchen voor de komende tien jaar. De gemeente gaat uit van een compacte groei en het benutten van de potenties van bestaand stedelijk gebied zonder daarbij de bestaande kwaliteit aan te tasten, in combinatie met een vitaal platteland en sterke kleine kernen. Het buitengebied is in principe niet de plek om (grote hoeveelheden) nieuwe woningen toe te voegen. Enkel indien er sprake is van een ruimtelijke kwaliteitsverbetering als gevolg van functieverandering van voormalige (agrarische) bedrijfsgebouwen of landgoedontwikkeling overeenkomstig de Natuurschoonwet bestaan er mogelijkheden voor woningbouw in het buitengebied. Die woningbouw moet dan wel aansluiten bij het landschap en de structuur van het buitengebied. Nieuwe woningen mogen de (agrarische) bedrijfsontwikkeling niet hinderen. Derhalve wordt terughoudend omgegaan met woningbouw in open grootschalige agrarische productiegebieden.

In het kleinschalige rivierduinenlandschap en aansluitend aan de dorpsrandgebieden zijn meer mogelijkheden voor woningbouw of andere niet-agrarische functies zoals kleinschalige werkfuncties en recreatie. Behoud en versterking van een goed woon- en leefomgeving Tot slot streeft de gemeente naar een meer vroegtijdige afstemming tussen de ruimtelijke planvorming en knelpunten die samenhangen met de verschillende milieufactoren zoals geluidhinder, luchtkwaliteit, geurhinder en risico's die samenhangen met de externe veiligheid. Daarom is in het vervolg van dit bestemmingsplan per milieuaspect beoordeeld of sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Daaruit blijkt dat er geen belemmeringen zijn die de beoogde ontwikkeling in de weg staan. Planspecifiek Beide deelgebieden Beide deelgebieden zijn op de structuurvisie kaart gesitueerd binnen het (groene) vlak “Behoud en ontwikkeling landschap en natuur”. Per saldo treedt er geen verslechtering op voor dit deel van het buitengebied nabij de dorpsrand van Wijchen, omdat de bestaande bouwmogelijkheid voor een burgerwoning in het deelgebied 'Boskant 104' komt te vervallen en 1-op-1 wordt verplaatst naar het deelgebied 'Graafseweg ong.'.

Daarnaast is in een natuurontwikkelingsplan met landschappelijke inpassing (zie bijlage 7) voor het deelgebied 'Graafseweg ong.' nader uitgewerkt hoe de beoogde ontwikkeling zo goed mogelijk aan kan sluiten bij het landschap en de structuur van het gebied.

3.3.2

Woonvisie 'Thuis in Wijchen'

De gemeente Wijchen heeft in haar woningbouwprogrammering ruimte gereserveerd voor kleinschalige initiatieven. Hieronder verstaan zij initiatieven met maximaal vier woningen. Om de woningvoorraad duurzaam en gevarieerd te houden wil de gemeente flexibel om kunnen gaan met nieuwe initiatieven. In de beoordeling van nieuwe aanvragen voor woningen zal de gemeente onder meer beoordelen of het initiatief meerwaarde heeft voor de leefbaarheid. Belangrijke relevante aandachtspunten daarbij zijn o.a.:  De (lokale) behoefte is leidend. Plannen moeten kwantitatief en kwalitatief aansluiten bij de behoefte.

bestemmingsplan "Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen" (vastgesteld)

21

bestemmingsplan Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen

Nieuwbouw moet bijdragen aan de identiteit van een wijk of dorp. Daarbij gaat het zowel om de ruimtelijke als de sociale kwaliteit.  Vervanging en verbetering van bestaande bebouwing, gaat vóór uitbreiding.  Waar mogelijk tenminste energieneutraal en gasloos. De gemeente Wijchen heeft de ambitie uitgesproken om de 'mismatch' tussen vraag en aanbod weg te nemen. In de woonvisie 'Thuis in Wijchen' wordt de wens uitgesproken om alle woningen zo goed mogelijk aan te laten sluiten bij de kwalitatieve eisen en wensen van bewoners. Het gaat daarbij niet alleen om de huidige bewoners van een woning, maar zeker ook de toekomstige bewoners. De gemeente Wijchen streeft naar een duurzame en meer flexibele woningvoorraad, zodat geanticipeerd kan worden op huidige en toekomstige behoeften en woonwensen. Planspecifiek beide deelgebieden Er wordt met onderhavig bestemmingsplan geen extra woning mogelijk gemaakt, maar het betreft het verplaatsen van een bestaande bouwmogelijkheid van het deelgebied 'Boskant 104' naar het deelgebied 'Graafseweg ong.'. Er hoeft daarom niet getoetst te worden aan de woonvisie. Wel speelt het plan in op een concrete lokale behoefte en wordt de nieuwe woning gasloos en energieneutraal (zie verder paragraaf 4.13 Duurzaamheid).

3.3.3

Conclusie

De voorliggende ontwikkeling is passend binnen het gemeentelijke beleid.

3.4

Conclusie

De beoogde ontwikkeling is passend binnen het beleid van de verschillende overheden.

22

bestemmingsplan "Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen" (vastgesteld)

bestemmingsplan Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen

Hoofdstuk 4 4.1

Milieu- en omgevingsaspecten

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Het voorkomen van aantasting van het milieu is van groot maatschappelijk belang. Het is daarom zaak om het milieubelang volwaardig in de besluitvorming te betrekken. Om hier in de praktijk vorm aan te geven is het instrument milieueffectrapportage of te wel m.e.r. ontwikkeld. De m.e.r.beoordeling is een instrument met als hoofddoel het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. Planspecifiek beide deelgebieden Met het voorliggende bestemmingsplan wordt de bouw van één nieuwe woning mogelijk gemaakt in het deelgebied aan de Graafseweg ong. In het deelgebied aan de Boskant 104 is echter al een bestaande planologische mogelijkheid aanwezig om één woning te bouwen. Deze woning is alleen nooit gerealiseerd. Die bouwmogelijkheid aan de Boskant wordt verplaatst naar de Graafseweg ong. In planologische zin wordt er dan ook geen extra woning mogelijk gemaakt, maar wordt een bestaande bouwmogelijkheid verplaatst. Dit neemt niet weg dat in dit geval een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet plaatsvinden aan de hand van drie criteria:  Kenmerken van het project;  Plaats van het project;  Kenmerken van het potentiële effect. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling worden in dit hoofdstuk diverse milieuaspecten zorgvuldig afgewogen.

Per aspect is bepaald of de ontwikkeling gevolgen heeft voor de (milieu)aspecten bedrijven- en milieuzonering, geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid, bodemgeschiktheid, flora en fauna, water, archeologie en cultuurhistorie. Uit de afweging is gebleken dat er geen negatieve milieueffecten zijn te verwachten, waardoor het uitvoeren van een m.e.r.beoordeling of MER niet zinvol wordt geacht.

4.2

Bodem

4.2.1

Regelgeving

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet in verband met de uitvoerbaarheid van een project rekening worden gehouden met de bodemgesteldheid. Bij functiewijzigingen moet worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat, indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig moet worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). De Wet bodembescherming heeft betrekking op landbodems; waterbodems vallen onder de Waterwet. Op grond van de Woningwet en de Bouwverordening moet voor elke individuele bouwlocatie aangetoond worden dat de bodem geschikt is voor de beoogde bebouwing, alvorens een omgevingsvergunning kan worden verleend. Bij het opstellen van een bestemmingsplan is de vraag of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het uitgangspunt hierbij is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Dit is het zogenaamde stand still-beginsel.

Het vaststellen van de bodemkwaliteit wordt bij het opstellen/herzien van een bestemmingsplan alleen van belang geacht voor de locaties waar ontwikkelingen gepland zijn (zoals functiewijzigingen, bouwen, graven/ophogen). Bij nieuwe ontwikkelingen moet bekeken worden of de bodemkwaliteit een belemmering op kan leveren voor de realisering hiervan. Bijna altijd is het mogelijk om bodem geschikt te maken voor het gewenste gebruik. Het is echter mogelijk dat een plan financieel onuitvoerbaar wordt, bijvoorbeeld omdat de kosten van de sanering te hoog zijn. Bij een wijziging van de bestemming of van de functie wordt een bodemonderzoek alleen noodzakelijk geacht, indien deze wijziging tevens een meer gevoelige vorm van bodemgebruik inhoudt.

bestemmingsplan "Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen" (vastgesteld)

23

bestemmingsplan Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen

4.2.2

Onderzoek

Deelgebied Graafseweg (ong.) In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een historisch bodemonderzoek uitgevoerd. Op basis van dit historisch onderzoek wordt geadviseerd om een verkennend bodemonderzoek uit te laten voeren. Dit onderzoek is als bijlage 1 bij de toelichting gevoegd. Voor de algemene kwaliteit van de onderzoekslocatie is de hypothese gesteld van een onverdachte locatie. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de gestelde hypothese aangenomen. In de bovengrond en in het grondwater zijn maximaal licht verhoogde gehalten voor enkele zware metalen aangetoond. In de ondergrond zijn voor de onderzochte parameters geen verhoogde gehalten aangetoond. De aangetoonde verhoogde gehalten betreffen overschrijdingen van de betreffende achtergronden/of streefwaarden. Aangezien de (gestandaardiseerde) meetwaarden de indexwaarde van 0,5 niet overschrijden, zijn verder geen vervolgstappen noodzakelijk in het kader van de Wbb. Teeltlaagonderzoek In de teeltlaag zijn geen verhoogde gehalten voor de OCB parameters aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. PFAS Op basis van de aangetroffen gehalten voor de PFAS parameters in het onderzochte grondmengmonster MMPFAS01 van de bovengrond (0,0 - 0,5 m -mv, klei) voldoet de grond aan de functieklasse “landbouw/natuur” (achtergrondwaarde) uit het tijdelijk handelingskader.

Zodoende bestaan voor wat betreft PFAS geen bezwaren voor toepassing elders, behoudens grondwaterbeschermingsgebieden. Algehele conclusie en aanbevelingen Middels de uitgevoerde onderzoeken is, volgens het onderzoeksburo, de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ten behoeve van de voorgenomen herontwikkeling en bijbehorende bestemmingsherziening in voldoende mate vastgelegd. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt bestaan er geen bezwaren tegen de voorgenomen herontwikkeling en bestemmingswijziging. Deelgebied Boskant 104 In dit deelgebied hoeft geen bodemonderzoek plaats te vinden omdat de geldende bestemming ter plaatse deels wordt herzien van de meer gevoelige functie wonen naar de minder gevoelige functie agrarisch.

4.2.3

Conclusie

Het aspect 'bodem' vormt geen belemmering voor uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.3

Geluid

4.3.1

Regelgeving

Wegverkeer Op basis van artikel 76 van de Wet geluidhinder (hierna: Wgh) moeten bij de vaststelling van een bestemmingsplan, wijzigingsplan of uitwerkingsplan als bedoeld in artikel 3.6 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) de waarden als bedoeld in artikel 82 t/m 85 van de Wgh in acht worden genomen, indien dat plan gelegen is in een zone rondom een weg als bedoeld in artikel 74 lid 1 Wgh en (het betreffende onderdeel van) dat plan mogelijkheden biedt voor:  de realisatie van woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en van geluidsgevoelige terreinen (functies zoals genoemd in artikel 1 Wgh en art 1.2 Bgh - het Besluit geluidhinder zoals gewijzigd op 4 april 2012);  de aanleg van een nieuwe weg en/ of een reconstructie van een bestaande weg;  functiewijzigingen van een niet-geluidsgevoelige functie in een geluidsgevoelige functie (bijvoorbeeld via afwijkings- of wijzigingsbevoegdheid).

24

bestemmingsplan "Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen" (vastgesteld)

bestemmingsplan Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen

De onderzoekszone voor wegen zoals bedoeld in artikel 74 lid 1 Wgh is afhankelijk van de hoeveelheid rijbanen. Artikel 74 lid 2 Wgh regelt dat, indien de bovengenoemde ontwikkelingen zijn gelegen binnen een als 'woonerf' aangeduid gebied of in een zone nabij wegen waarvoor een maximum snelheidsregime van 30 km/u geldt, de betreffende waarden niet in acht hoeven te worden genomen. Uit een akoestisch onderzoek moet blijken of, indien sprake is van een van de bovengenoemde ontwikkelingen binnen een zone als bedoeld in artikel 74 lid 1 Wgh, deze binnen de waarden valt zoals deze voor diverse typen ontwikkelingen is vastgelegd in de Wgh. De grenswaarde voor de toelaatbare etmaalwaarde van de equivalente geluidbelasting van wegen binnen zones langs wegen is voor woningen 48 dB. In bijzondere gevallen is een hogere waarde mogelijk. Burgemeester en Wethouders zijn binnen de grenzen van de gemeente en onder voorwaarden bevoegd tot het vaststellen van een hogere waarde voor de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting. Railverkeer Langs landelijke spoorwegen liggen referentiepunten, waarvoor is vastgelegd hoeveel geluid de spoorlijn mag produceren, zogenaamde geluidsproductieplafonds (GPP’s). De hoogte van de geluidsproductieplafonds is vastgelegd in het geluidsregister.

De grootte van de zone van een spoorweg is afhankelijk van het geluidsproductieplafond en is vastgelegd in artikel 1.4a uit het Besluit geluidhinder (Bgh). De zone van een spoorweg ligt aan beide zijden van de spoorweg en wordt gemeten van de buitenste spoorstaaf. De wettelijke zone van een spoorweg is afhankelijk van de toegestane geluidsbelasting op het referentiepunt uit het geluidregister.

4.3.2

Onderzoek

Deelgebied Graafseweg (ong.) Er hoeft geen akoestisch onderzoek naar railverkeerslawaai plaats te vinden omdat het deelgebied niet is gelegen binnen de geluidszone van een spoorlijn. Wel is er een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd vanwege de ligging binnen de onderzoekszone van de Graafseweg (N324) en de Huurlingsedam. Dit onderzoek is als bijlage 2 bij de toelichting gevoegd. Hogere waarden Een hogere waarde is nodig voor de voorgevel van de gewenste woning door de geluidbelasting van maximaal 52 dB vanwege de Graafseweg (N324). Maatregelen zijn niet mogelijk/ doelmatig. Er wordt voldaan aan de eisen uit het geluidbeleid. Het verlenen van de benodigde hogere waarden is mogelijk. Bouwbesluit en woon- en leefklimaat Benodigde gevelwering (wegverkeerslawaai) De gecumuleerde geluidbelasting bedraagt ten hoogste 54 dB ter plaatse van de beoogde woning. De vereiste karakteristieke geluidwering Ga;k bedraagt dan maximaal 54 - 33 = 21 dB. Een dergelijke gevelwering wordt in het kader van nieuwbouw vrijwel altijd standaard behaald. Een nader onderzoek naar de geluidwering van de desbetreffende gevel wordt niet noodzakelijk geacht. Bij de overige gevels (zij- en achter gevel(s)) is de vereiste karakteristieke geluidwering G a;k lager (op gelijke wijze te bepalen). Woon- en leefklimaat De milieukwaliteit wordt geclassificeerd als ‘zeer goed’ tot ‘redelijk’.

De cumulatieve geluidbelasting (wegverkeer) staat een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat niet in de weg. Deelgebied Boskant 104 In dit deelgebied hoeft geen akoestisch onderzoek plaats te vinden omdat de geldende woonbestemming ter plaatse deels wordt herzien naar agrarisch zonder bouwmogelijkheden.

4.3.3

Conclusie

Het aspect 'geluid' vormt na het verlenen van hogere waarden geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

bestemmingsplan "Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen" (vastgesteld)

25

bestemmingsplan Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen

4.4

Luchtkwaliteit

4.4.1

Regelgeving

In het kader van een planologische procedure moet worden aangetoond dat voldaan wordt aan de wettelijke normen voor wat betreft luchtkwaliteit. Hierbij moet het effect op de luchtkwaliteit in de omgeving als gevolg van een nieuwe ontwikkeling, als ook de toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' in beeld worden gebracht. De Wet luchtkwaliteit van 15 november 2007 - inmiddels opgenomen in hoofdstuk 5, onder titel 5.2 van de Wet milieubeheer (hierna: Wm) - gaat in op luchtkwaliteitseisen. In Bijlage 2 van de Wm zijn wettelijke grenswaarden vastgelegd van onder andere de stoffen stikstofdioxide (NO 2), fijn stof (PM10), benzeen (C6H6), zwaveldioxide (SO2), lood (Pb) en koolmonoxide (CO). Projecten moeten worden beoordeeld op basis van de voormalige Wet luchtkwaliteit c.q. artikel 5.16 van de Wet milieubeheer. Luchtkwaliteitseisen vormen geen belemmering voor vergunningverlening als:  er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde;  een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt;  een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging;  een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat op 1 augustus 2009 in werking is getreden.

In artikel 2 van het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' is opgenomen dat een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de zogenaamde '3% grens' niet wordt overschreden. Na vaststelling van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) op 1 augustus 2009 is deze grens gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2. In artikel 4 van het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) en de bijlagen van de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' is voor bepaalde categorieën projecten met getalsmatige grenzen vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden.

4.4.2

Onderzoek

Beide deelgebieden De bestaande planologische mogelijkheid om een burgerwoning te realiseren in het deelgebied aan de Boskant 104 wordt verplaatst naar het deelgebied Graafseweg ong. Per saldo is daarmee geen sprake van een verslechtering van de luchtkwaliteit. Goede ruimtelijke ordening (NSL-monitoringstool) In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de jaargemiddelde concentraties NO 2, PM10 en PM2,5 bepaald ter hoogte van het deelgebied aan de Graafseweg (ong.). Met de NSL-monitoringstool en de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten (GCN en GDN) zijn de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 langs de Graafseweg (N324) bepaald. Daaruit blijkt dat de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 respectievelijk circa 15,0 µg/m3, 17,5 µg/m3 en 11,0 µg/m3 bedragen in 2020. Daarmee worden de jaargemiddelde grenswaarden van 40 µg/m 3 (voor NO2 en PM10) en 25 µg/m3 (voor PM2,5) niet overschreden. Daarnaast is de trend dat in de toekomst de emissies en de achtergrondconcentraties van deze stoffen zullen dalen, waardoor geen overschrijdingen van de grenswaarden zijn te verwachten.

4.4.3

Conclusie

Geconcludeerd kan worden dat het aspect 'luchtkwaliteit' geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling.

26

bestemmingsplan "Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen" (vastgesteld)

bestemmingsplan Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen

4.5

Geur

4.5.1

Regelgeving

Wet geurhinder en veehouderij De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) bevat het beoordelingskader voor geurhinder van veehouderijen die vergunningsplichtig zijn op basis van de Wet milieubeheer (Wm). Het beoordelingskader is als volgt:  voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld (in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv)) geldt een maximale geurbelasting) op een geurgevoelig object;  voor andere diercategorieën geldt een minimale afstand van de dierenverblijven ten opzichte van geurgevoelige objecten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen concentratiegebieden (conform Reconstructiewet) en nietconcentratiegebieden en tussen situaties binnen de bebouwde kom en buiten de bebouwde kom. De wet beschrijft in artikel 3 de maximale norm voor geurbelasting van een veehouderij ten opzichte van een gevoelig object in vier situaties, zie onderstaande tabel.

Binnen bebouwde kom

Buiten bebouwde kom

Concentratiegebied

Niet-concentratiegebied

diercategorieën Rgv

maximaal 3 ouE/m³

maximaal 2 ouE/m³

andere diercategorieën

minimaal 100 m t.o.v. geurgevoelig object

minimaal 100 m t.o.v. geurgevoelig object

diercategorieën Rgv

maximaal 14 ouE/m³

maximaal 8 ouE/m³

andere diercategorieën

minimaal 50 m t.o.v. geurgevoelig object

minimaal 50 m t.o.v. geurgevoelig object

Geurnormen Wgv De Wgv biedt gemeenten de mogelijkheid om afwijkende geurnormen vast te stellen voor (delen van) het grondgebied. Op deze wijze kan de gemeente een geurhinderbeleid vaststellen dat is afgestemd op de plaatselijke situatie. De gemeente Wijchen heeft geen gemeentelijke geurverordening vastgesteld. De normen voor de geurbelasting op basis van de Wet geurhinder en veehouderij zijn daarom van toepassing. Regeling geurhinder en veehouderij In de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) is de wijze vastgelegd waarop:  de geurbelasting wordt bepaald;  de afstand tussen veehouderij en geurgevoelig object) wordt gemeten. Activiteitenbesluit Per 1 januari 2013 zijn agrarische activiteiten onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit gebracht. In het Activiteitenbesluit zijn voor alle agrarische activiteiten, waaronder akkerbouwbedrijven en veehouderijen, eisen opgenomen. Voor de veehouderijen is aangesloten bij de systematiek uit de Wgv, dat wil zeggen dat in bepaalde gevallen een maximaal toegestane geurbelastingen geldt (diercategorieën waarvoor een geuremissiefactor is vastgesteld, bijvoorbeeld varkens en pluimvee) en in andere gevallen vaste afstandseisen gelden (diercategorieën waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld, waaronder melkrundvee).

4.5.2

Doorvertaling bestemmingsplan

Deelgebied Graafseweg (ong.) Voor de nieuwe woning in het deelgebied is een geuronderzoek uitgevoerd vanwege de ligging in de nabijheid van de veehouderij aan de Graafseweg 372 in Wijchen. Het onderzoek is als bijlage 3 bij de toelichting gevoegd. Afstanden Voor dieren waarvoor in de Rgv geen geuremissiefactoren zijn vastgesteld moet een afstand van 50 m tussen het emissiepunt van een dierenverblijf en de gevel van een geurgevoelig object binnen het plangebied in acht worden genomen.

bestemmingsplan "Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen" (vastgesteld)

27

bestemmingsplan Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen

Het bouwvlak van de beoogde woning ligt buiten de afstandscontour van 50 m rondom de bouwvlakken van veehouderijen, en meer specifiek de veehouderij aan de Graafseweg 372. Ten aanzien van afstanden is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en de belangen van de veehouderijen worden niet geschaad. Voorgrondbelasting Gelet op de totale geuremissie en de afstand tot het plangebied is de veehouderij aan Graafseweg 372 maatgevend voor de voorgrondbelasting. Overige veehouderijen liggen verder weg en hebben een kleinere geuremissie. Voor vleesvee en schapen zijn in de Rgv geuremissiefactoren vastgesteld. Op basis van de omgekeerde werking van de Wgv (rand van het bouwvlak, zo dicht mogelijk bij het plangebied) is een geurberekening uitgevoerd. De te realiseren woning (waarvoor een geurnorm van 8 OUE/m³ geldt) ligt buiten de worst-case geurcontour van 8 OUE/m³. De geurbelasting bedraagt op zijn hoogst 6,6 OU E/m³ ter plaatse van het bouwvlak van de beoogde woning. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en de veehouderij wordt door de te realiseren woning niet in haar belangen geschaad. Achtergrondbelasting De achtergrondbelasting wordt gevormd door de geurbelasting van alle veehouderijen samen.

De geuremissie is afkomstig van dieren waarvoor in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) een omrekeningsfactor is vastgesteld, zoals varkens, vleesvee, pluimvee, schapen en geiten. Bij een onderzoek naar de achtergrondbelasting worden alle veehouderijen binnen een straal van twee kilometer van het plangebied betrokken. Op basis van I-GO Veehouderijen van de Informatievoorziening Gezamenlijke Omgevingsdiensten zijn de relevante veehouderijen geselecteerd en zijn de totale geuremissie en de overige (algemene) parameters voor de geurberekeningen bepaald. De geurbelasting bedraagt op zijn hoogst 1,4 OUE/m³ ter plaatse van het bouwvlak van de beoogde woning (deze waarde is lager dan de voorgrondbelasting omdat nu niet wordt uitgegaan van de rand van het bouwvlak en omdat de ruwheidslengte groter is vanwege het grotere rekengebied). De geurbelasting van 1,4 OUE/m³ komt overeen met een ‘zeer goed’ woon- en leefklimaat. Deelgebied Boskant 104 In dit deelgebied hoeft geen geuronderzoek plaats te vinden omdat de geldende woonbestemming ter plaatse deels wordt herzien naar agrarisch zonder bouwmogelijkheden. Er kunnen ter plaatse geen geurgevoelige functies meer worden gerealiseerd. Het aspect 'geur' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.6

Milieuzonering

4.6.1

Regelgeving

Wanneer ruimtelijke ontwikkelingen in de directe omgeving van inrichtingen en/of bedrijven worden gerealiseerd, zal een milieukundig onderzoek uit moeten wijzen in hoeverre er sprake is van mogelijke beperkingen ten gevolge van de aanwezige inrichtingen en of bedrijven. Maar ook andersom moet aandacht worden besteed aan de rechten van de aanwezige inrichtingen en/of bedrijven. Het is immers niet de bedoeling dat nieuwe ontwikkelingen de huidige bedrijfsvoering in de directe omgeving zullen beperken. Voor het vaststellen van de genoemde minimale richtafstanden tussen inrichtingen en milieugevoelige functies worden in de regel de lijsten zoals deze zijn opgenomen in de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' gebruikt. Daarbij wordt o.a. gekeken naar de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar en zo nodig naar het risico op bodem- of luchtverontreiniging. Bedrijven zijn in de VNGhandreiking ingedeeld in categorieën met bijbehorende gewenste richtafstanden tot milieugevoelige functies. De categorieën geven de zwaarte van bedrijvigheid en mogelijke milieuhinder weer. De richtafstanden kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandstap worden verlaagd indien sprake is van omgevingstype gemengd gebied.

28

bestemmingsplan "Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen" (vastgesteld)

bestemmingsplan Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen

Tabel: richtafstanden VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' Voorgaande tabel geeft een overzicht van de richtafstanden voor verschillende bedrijfscategorieën ten opzichte van een woonwijk en gemengd gebied. Indien de richtafstand niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect in beginsel achterwege blijven: inpassing is dan mogelijk. Indien er sprake is van een kortere afstand dan de richtafstand, is aanvullend onderzoek noodzakelijk.

4.6.2

Onderzoek en conclusie

Deelgebied Graafseweg (ong.) In de directe omgeving van het deelgebied zijn geen niet-agrarische bedrijven of inrichtingen aanwezig die een belemmering vormen voor de beoogde vrijstaande woning. Op het adres Graafseweg 296 t/m 302 is een woonvorm aanwezig met zorgwoningen en dagbesteding. Zorg in de vorm van beschermd wonen met begeleiding aan mensen met een lichte en matige verstandelijke beperking. De afstand van het bouwvlak waar deze woningen aanwezig zijn tot het bouwvlak van de nieuwe woning bedraagt meer dan 75 m. Daartussen is ook een woning van derden gelegen. De richtafstanden van de VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering' gelden tot het gebiedstype 'rustige woonwijk'. In bepaalde gevallen kan gemotiveerd worden dat er geen sprake is van een 'rustige woonwijk', maar een 'gemengd gebied'. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een lint in een dorpskern waar meerdere functies naast elkaar zitten. Of bij een gebied dat langs een drukke ontsluitingsweg ligt. Bij een 'gemengd gebied' kunnen de richtafstanden met één afstandsstap verkleind worden. Bij het toepassen van zonering moet rekening gehouden worden met de planologische rechten. Dit betekent dat gemeten wordt vanaf de grens van de bestemming van het bedrijf en de bestemmingsgrens van de nieuwe gevoelige functie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=2716f00c-c372-4071-8c3e-47076a5c42eb