Bijlage 1: Toelichting bestemmingsplan Ploegweg 3 Wijchen
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN ‘Ploegweg 3 Wijchen’
TOELICHTING 7 APRIL 2023 STATUS: VASTGESTELD
Gemeente Wijchen Bestemmingsplan ‘Ploegweg 3 Wijchen’
Gegevens adviesbureau Naam
: Pittiger in planologie
Adres
: Verwestraat 32
Postcode
: 5491 BZ
Plaats
: Sint Oedenrode
Telefoon
: 06-19743337
Internet
: www.pittiger.com
Bestemmingsplan ‘Ploegweg 3 Wijchen’ – 7 april 2023
2
Inhoudsopgave 1.
Inleiding........................................................................................................................................... 5 1.1
Aanleiding .............................................................................................................................. 5
1.2 Plangebied ..................................................................................................................................... 5 1.3 Vigerend bestemmingsplan.......................................................................................................... 7 2.
Planbeschrijving ............................................................................................................................ 10 2.1 Toekomstige situatie ................................................................................................................... 10 2.2 Stedenbouw en beeldkwaliteit ................................................................................................... 11 2.3 Landschap ................................................................................................................................... 12 2.5 Verkeer en parkeren ................................................................................................................... 12
3.
Beleidskader .................................................................................................................................. 14 3.1 Rijksbeleid ................................................................................................................................... 14 3.2 Provinciaal beleid ........................................................................................................................ 15 3.3 Gemeentelijk beleid .................................................................................................................... 17
4. Mileuhygienische aspecten ………………………………………………………………………………………………………….23 4.1 Algemeen .................................................................................................................................... 23 4.2 Akoestiek ..................................................................................................................................... 23 4.3 Archeologie en cultuurhistorie .................................................................................................... 24 4.4 Bedrijven en milieuzonering ....................................................................................................... 28 4.5 Bodem ......................................................................................................................................... 29 4.6 Externe Veiligheid ....................................................................................................................... 30 4.7 Natuur ......................................................................................................................................... 34 4.8 Kabels en leidingen ..................................................................................................................... 36 4.9 Luchtkwaliteit ..............................................................................................................................
36 4.10 Water ........................................................................................................................................ 38 4.11
Geur ..................................................................................................................................... 44
4.12
Milieueffectrapportage (M.e.r.)........................................................................................... 46
4.13
Volksgezondheid . ............................................................................................................... 47
4.14 Straling ..................................................................................................................................... 48 5. Toelichting, verbeelding en regels .................................................................................................... 50 5.1 Algemeen .................................................................................................................................... 50 5.2 Toelichting op de regels .............................................................................................................. 50 6. Uitvoeringsaspecten ......................................................................................................................... 52 6.1 Economische haalbaarheid ......................................................................................................... 52
Bestemmingsplan ‘Ploegweg 3 Wijchen’ – 7 april 2023
3
6.2 Overleg en maatschappelijke haalbaarheid ................................................................................ 52 7.
Bijlagen .......................................................................................................................................... 54
Bestemmingsplan ‘Ploegweg 3 Wijchen’ – 7 april 2023
4
1. Inleiding 1.1 Aanleiding In het laatste kwartaal van 2020 heeft het college van B&W het principeverzoek van de initiatiefnemer voor het realiseren van twee vrijstaande woningen aan Ploegweg 3 in Wijchen beoordeeld. Op 1 december is per brief aan de initiatiefnemer medegedeeld dat het college van B&W in principe medewerking wil verlenen aan het verzoek. De initiatiefnemer is gevraagd om binnen 6 maanden na verzending van het principebesluit een conceptontwerpbestemmingsplan in te dienen dat de gemeente vervolgens kan toetsen en in procedure kan brengen en een omgevingsdialoog te voeren. Naar aanleiding van de omgevingsdialoog zijn de plannen aangepast en is het verzoek niet meer om twee maar één woning in het plangebied te ontwikkelen. Onderhavig bestemmingsplan is daarvoor opgesteld. 1.2 Plangebied Het plangebied is gelegen aan Ploegweg 3 in Wijchen en is circa 3.520 m2 groot. Het perceel is kadastraal bekend gemeente Wijchen, sectie K, nummer 208. Het plangebied is deels in gebruik als opslagterrein voor bouwmaterialen en deels als weide. De luchtfoto hieronder geeft de locatie van het plangebied (blauw gearceerd) weer.
Wijchen
Bestemmingsplan ‘Ploegweg 3 Wijchen’ – 7 april 2023
5
De afbeelding hieronder geeft de kadastrale situatie weer. Zie het rode pijltje voor de locatie van het plangebied.
De afbeelding hieronder geeft de huidige situatie ter plaatse weer.
Bestemmingsplan ‘Ploegweg 3 Wijchen’ – 7 april 2023
6
Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door het perceel behorende bij Ploegweg 1 en behorende bij Woeziksestraat 456 (beide woningen met tuin), aan de oostzijde door Ploegweg 5 (woning met tuin) en aan de zuid -en westzijde door de Ploegweg. 1.3 Vigerend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied vigeert het bestemmingsplan ‘Woeziksestraat e.o.’. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad van Wijchen d.d. 25 maart 2004. De huidige bestemmingen in het gehele plangebied zijn ‘Agrarisch gebied’ en ‘Archeologisch attentiegebied (dubbelbestemming). Gronden met die bestemming op onderhavige locatie zijn bestemd voor: •
agrarisch grondgebruik;
Bestemmingsplan ‘Ploegweg 3 Wijchen’ – 7 april 2023
7
• •
ander grondgebruik dan ten behoeve van de agrarische functie, namelijk: tuin, openbare groenvoorziening, erfbeplanting, volkstuinen en natuurvriendelijke oevers; extensief recreatief medegebruik zoals voor speelvelden, schutterij-activiteiten, hondentrainingen en dergelijke.
Uitsluitend zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming ‘Agrarisch gebied’ toegestaan. De maximale bouwhoogte is 2 meter, wat niet geldt voor speelvoorzieningen en schutbomen. In het plangebied is verder sprake van de dubbelbestemming ‘Archeologisch attentiegebied’. Deze gronden zijn behalve voor de aldaar voorkomende andere bestemming(en) bestemd voor het behoud van waardevolle archeologische informatie in de bodem. Bij het ophogen van het maaiveld met meer dan 50 centimeter of het verlagen/ roeren dieper dan 30 centimeter is archeologisch onderzoek benodigd. Hieronder is een uitsnede van de verbeelding ter hoogte van het plangebied met de legenda van het vigerende bestemmingsplan weergegeven.
Verder is ter plaatse van het plangebied nog het paraplubestemmingsplan ‘Cultuurhistorie Wijchen’ van kracht dat op 3 mei 2017 door de gemeenteraad van Wijchen is vastgesteld. Conform dit bestemmingsplan geldt op de locatie de dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorisch waardevol gebied’. Met dit bestemmingsplan en de opgenomen dubbelbestemming is een vergunningsplicht van kracht geworden voor bepaalde werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. Hieronder is een uitsnede van www.ruimtelijkeplannen.nl opgenomen ter hoogte van het plangebied. Het rode pijltje geeft de ligging van het plangebied aan.
Bestemmingsplan ‘Ploegweg 3 Wijchen’ – 7 april 2023
8
Het initiatief past niet in het vigerende bestemmingsplan. Om het planvoornemen mogelijk te maken (de realisatie van één vrijstaande woning) is een herziening van het bestemmingsplan nodig of een ander ruimtelijk besluit dat het planvoornemen mogelijk maakt. Gekozen is voor een bestemmingsplanherziening, dit bestemmingsplan is daarvoor opgesteld. 1.4 Leeswijzer Dit bestemmingsplan bevat 6 hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk zal in hoofdstuk 2 de toekomstige situatie meer gedetailleerd uiteengezet worden. In de hoofdstukken 3 en 4 komen het beleid en de randvoorwaarden die in acht moeten worden genomen aan bod. Hoofdstuk 5 gaat in op de systematiek van het bestemmingsplan, hoofdstuk 6 bevat de uitvoeringsaspecten (haalbaarheid).
Bestemmingsplan ‘Ploegweg 3 Wijchen’ – 7 april 2023
9
2. Planbeschrijving 2.1 Toekomstige situatie Ter plaatse van het plangebied dat op dit moment bestaat uit een opslagterrein voor bouwmaterialen en een weide is het de bedoeling één vrijstaande woning te realiseren. De woning is levensloopbestendig (volledig programma op de begane grond) en duurzaam (EPC 0). Het plangebied ligt in het buitengebied van de kern Wijchen. In het buitengebied wordt terughoudend omgegaan met het toevoegen van nieuwe woningen. Sprake moet zijn van een kwaliteitsverbetering in het totale buitengebied van Wijchen. In ruil voor de oprichting van de nieuwe woning wordt het ter plaatse vergunde opslagterrein voor bouwmaterialen gesaneerd. Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 3.520 m2. Het brede en relatief ondiepe perceel is met de lange zijde noordelijk gericht. Het idee is om in het midden van het perceel een nieuwe woning te realiseren en de omliggende grond te gebruiken voor bij de woning behorende doeleinden (tuin etc.). Het perceel wordt met die reden in zijn geheel voor woondoeleinden bestemd en krijg één bouwvlak waar een hoofdgebouw (woning) kan worden opgericht. De afbeelding hieronder illustreert deze invulling van het plangebied.
Het gaat hier om de ontwikkeling van één duurzame vrijstaande woning die in massa en architectuur passend zijn in de omgeving.
Bestemmingsplan ‘Ploegweg 3 Wijchen’ – 7 april 2023
10
2.2 Stedenbouw en beeldkwaliteit De in het plangebied op te richten woning is vrijstaand, zoals over het algemeen aan de orde is aan de Ploegweg en Woeziksestraat. De woning is gericht op de Ploegweg. De erfontsluiting is aan de zuidzijde van het erf. Het gaat om een éénlaagse bouwwerk met kloeke kap. Het kan hier zowel gaan om een langs- als een kopgevel. De uitstraling is landelijk traditioneel/ landelijk modern/ landelijk eigentijds met gebruik van natuurljke materialen. Qua maatvoering van de massa en goot- en bouwhoogte wordt aangesloten bij hetgeen in de omgeving is toegelaten. Hieronder zijn enkele referentiebeelden opgenomen voor de beoogde situatie in het plangebied.
De erfinrichting van het nieuwe woonvlak moet passend zijn bij het landelijke karakter van het gebied. Uitgangspunt zijn natuurlijke materialen en een omheining van gebiedseigen planten. Een eventuele poort wordt in een passende landelijke uitstraling uitgevoerd in hout en/of smeedijzer.
Bestemmingsplan ‘Ploegweg 3 Wijchen’ – 7 april 2023
11
2.3 Landschap Door Vink Tuin en Landschap is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld voor de ontwikkeling. Het landschappelijk inpassingsplan is bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 1). Hieronder is een afbeelding van het schetsontwerp opgenomen.
Voor de analyse die heeft geleid tot bovenstaand schetsontwerp wordt verwezen naar het landschappelijk inpassingsplan zoals opgenomen als bijlage bij deze toelichting (bijlage 1). 2.5 Verkeer en parkeren Verkeer Het plangebied ligt in het buitengebied van Wijchen, aan de Ploegweg. De Ploegweg is een smalle weg welke slechts is bedoeld voor bestemmingsverkeer, waar een snelheidsregime geldt van maximaal 50 km/ uur. De weg nodigt niet uit om hard te rijden, maar juist stapvoets. De weg is van voldoende breedte om het perceel waaruit het plangebied bestaat goed op- en af te kunnen rijden. Het toevoegen van één woning leidt tot geringe extra verkeersgeneratie. Het gaat in de nieuwe situatie (conform CROW) om een toename van 8,6 (afgerond 9) verkeersbewegingen per dag. Problemen zijn – ook al gaat het hier om een smalle weg met lage verkeersintensiteit - door deze geringe toename niet te verwachten. Om de nieuwe woning in het plangebied conform de inrichtingsschets goed te kunnen ontsluiten is het nodig een nieuwe inrit aan te leggen/ een uitwegmelding aan te vragen. Uitgangspunt hierbij is dat een uitweg maximaal 4 meter breed is. Voorafgaand aan de aanleg is een vooropname van de weg aan de orde, zodat eventuele bouwschade later kan worden vastgesteld.
Parkeren Op basis van het gemeentelijke parkeerbeleid (Parkeerbeleidsplan gemeente Wijchen) en de daarbij behorende parkeernormen geldt voor onderhavige ontwikkeling (koopwoning,
Bestemmingsplan ‘Ploegweg 3 Wijchen’ – 7 april 2023
12
vrijstaand, niet stedelijk (buitengebied)) dat 2,8 parkeerplaatsen voor auto’s gerealiseerd moeten worden. Dit is passend op eigen terrein. Per auto/ parkeerplaats is 2,5 x 5 meter beschikbaar. Voldaan wordt aan het gemeentelijke parkeerbeleid
Bestemmingsplan ‘Ploegweg 3 Wijchen’ – 7 april 2023
13
3. Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Tweede Kamer heeft op 11 september 2020 de Nationale Omgevingsvisie en bijbehorende Uitvoeringsagenda vastgesteld. Met dit vernieuwde beleid wordt richting gegeven aan een duurzaam perspectief voor de fysieke leefomgeving met een perspectief tot 2050. De fysieke leefomgeving valt onder de verdeelde verantwoordelijkheid van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk. De situatie kan zich voordoen dat belangen het lokale, regionale en provinciale niveau overstijgen en er nationale politiekbestuurlijke aandacht nodig is. Nationale belangen zijn in veel gevallen gericht op een specifiek vakgebied of een specifieke bedrijfstak. De opgaven die voortkomen uit nationale belangen worden onderverdeeld in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio’s 4. Toekomstbestendig ontwikkelen van het landelijk gebied In deze prioriteiten worden complexe, dringende en omvangrijke opgaven gebundeld, die verbonden zijn aan grote transacties. Om voortgang te boeken die bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving zijn politieke en maatschappelijke keuzes nodig. Een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving staat bij het afwegen van verschillende belangen centraal.
Hierbij wordt een balans gezocht tussen bescherming en ontwikkeling. Bij het afwegen van belangen worden daarom door de NOVI drie afwegingsprincipes gebruikt. 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies. Met de NOVI wordt gezocht naar combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Conclusie Het initiatief heeft door de omvang en aard ervan geen betrekking op de geformuleerde nationale belangen. Het initiatief ziet op de toevoeging van één vrijstaande woning in het buitengebied en betreft de transformatie van een opslagterrein (bedrijfsmatig) naar een woonfunctie, zoals in de straat en omgeving het algehele beeld is. Derhalve raakt onderhavig initiatief geen nationale belangen, c.q. is niet is strijd met nationale belangen.
Bestemmingsplan ‘Ploegweg 3 Wijchen’ – 7 april 2023
14
3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking Plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken moeten worden getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking, de laddertoets. De laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Daarnaast volgt uit jurisprudentie dat wanneer het om een functiewijziging gaat, moet worden beoordeeld of er sprake is van een naar aard en omvang zodanige functiewijziging, dat desalniettemin gesproken kan worden van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarbij moet ook het ruimtebeslag betrokken worden. Vervolgens moet de behoefte aan de ontwikkeling worden gemotiveerd. In artikel 1.1.1 onder i van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd.
Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voor woningbouwlocaties geldt o.b.v. jurisprudentie dat vanaf 12 woningen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In onderhavige situatie gaat het om de toevoeging van één nieuwe woning, dit betekent dat het initiatief geen stedelijke ontwikkeling is zoals is bedoeld in het Bro. Om die reden hoeft de behoefte en invulling ervan – in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking niet nader gemotiveerd te worden. Met dit bestemmingsplan wordt voldaan aan de ladder voor duurzame verstedelijking. 3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Provinciale staten hebben op 19 december 2018 de nieuwe Omgevingsvisie vastgesteld. De Omgevingsvisie gaat over ‘Gaaf Gelderland’. ‘Gaaf’ is een woord met twee betekenissen. ‘Gaaf’ betekent ‘mooi’ en gaat over wat – historisch en landschappelijk gezien - heel en mooi en ongeschonden is. Het beschermen waard! Maar ‘Gaaf’ verwijst ook naar dat wat ‘cool’ en nieuw en vernieuwend is; aantrekkelijk voor nieuwe generaties. Het ontwikkelen waard! Beide kanten zijn van toepassing op Gelderland en onlosmakelijk verbonden met de Gelderlanders. Beide aspecten zijn dan ook opgenomen in de Gelderse Omgevingsvisie.
Er wordt in benoemd wat voor Gelderlanders van waarde is en wat ze willen beschermen. En: ze geven richting aan wat ze willen en ook moeten veranderen en ontwikkelen. Zo kunnen ze met overtuiging en in vertrouwen de provincie doorgeven aan volgende generaties. Een Gelderland van en voor ons allemaal en voor de kinderen van de toekomst is het idee.
Bestemmingsplan ‘Ploegweg 3 Wijchen’ – 7 april 2023
15
Om Gelderland in de toekomst ‘gaaf’ te kunnen houden, dan moet daar nu wat voor gedaan worden. Er is sprake van grensoverschrijdende ontwikkelingen die ook Gelderland raken. Het energievraagstuk, klimaatverandering, uitputting van grondstoffen, kwetsbare biodiversiteit, verdere verstedelijking in combinatie met krimp, toenemende mobiliteit op de weg en in de lucht, digitalisering, internationalisering. Uitdagingen die om antwoorden vragen. Om met deze thema’s aan de slag te kunnen gaan heeft Gelderland haar inwoners, bedrijven, organisaties, en overheden nodig. Om samen stappen te zetten, is een gezamenlijke horizon nodig: een gedeeld vergezicht, een gedeelde ambitie dat dient als leidraad om te handelen. In de Omgevingsvisie ‘Gaaf Gelderland’ wordt dit vergezicht beschreven: het beeld op de toekomst. Dit beeld is het resultaat van vele vruchtbare gesprekken die Gelderland heeft gehad met partners: inwoners, ondernemers, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en overheden. Een vergezicht dat het accent legt op wat men samen belangrijk vindt. Een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland staat daarbij centraal. Dat is het streven. Dat is waar men aan wil werken. Dit doet zij door bij de uitoefening van haar taken de focus te leggen op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland.
Met behulp van zeven ambities – op het terrein van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, economisch vestigingsklimaat en op het woon- en leefklimaat – geeft Gelderland hier richting aan. Samen met de vier spelregels: doen, laten, zelf en samen vormt dit het kader waarbinnen wordt gewerkt en afwegingen worden gemaakt. Om de ambities uit de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland te kunnen realiseren worden deze uitgewerkt in een omgevingsverordening. De nieuwe omgevingsverordening is nog niet af. Daarom hebben Provinciale Staten een geconsolideerde omgevingsverordening vastgesteld, die ze aanpassen tot het moment dat de nieuwe omgevingsverordening wordt vastgesteld. Hierin staan de nu geldende regels voor de inrichting van de Gelderse leefomgeving. Aan die regels moet onderhavig plan voldoen. In de volgende paragraaf wordt aan daaraan getoetst. 3.2.2 Omgevingsverordening Gelderland De Omgevingsverordening is een van de instrumenten om de ambities uit de Omgevingsvisie te realiseren. Om samen een Gaaf Gelderland te bereiken, legt de provincie bij het uitvoeren van haar taken de focus op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland.
Ze geeft hier richting aan door gezamenlijk zeven samenhangende ambities na te streven op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid; economisch vestigingsklimaat en woon- en leefklimaat. In de verordening heeft ze alleen regels opgenomen als dit nodig is om de provinciale ambities waar te maken of wettelijke plichten na te komen. Net als de Omgevingsvisie richt de Omgevingsverordening zich op de inrichting en kwaliteit van de Gelderse leefomgeving. Ze heeft daarom bijna alle regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, natuur, water, verkeer en bodem in deze verordening opgenomen. Alleen de Waterverordeningen (per waterschap) en de Gelderse Vaarwegverordening 2009 zijn (nog) niet in de Omgevingsverordening opgenomen. De Omgevingsverordening heeft daarom de status van:
Bestemmingsplan ‘Ploegweg 3 Wijchen’ – 7 april 2023
16
• • • • •
Ruimtelijke verordening in de zin van artikel 4.1 Wet ruimtelijke ordening: Milieuverordening in de zin van artikel 1.2 Wet Milieubeheer: Natuurverordening in de zin van de Wet Natuurbescherming; Waterverordening in de zin van de Waterwet; Verkeersverordening in de zin van artikel 57 van de Wegenwet en artikel 2 A van de Wegenverkeerswet.
De wetten waarop de omgevingsverordening is gebaseerd worden opgenomen in de Omgevingswet, die op 1 januari 2022 in werking treedt. Door de provinciale verordeningen die gebaseerd zijn op deze wetten al vast op te nemen in één provinciale Omgevingsverordening, anticipeert de provincie op de situatie onder de Omgevingswet. De Omgevingsverordening bestaat uit kaarten en regels die digitaal voor iedereen zijn ontsloten. Dit maakt het mogelijk dat iedereen voor elke locatie in Nederland kan zien welke mogelijkheden er zijn en welke beperkingen voor een locatie gelden. Iedereen weet daardoor welke regels op een bepaalde locatie gelden en waar zij aan toe is. In de Omgevingsverordening zijn voor de op onderhavige locatie gewenste ontwikkeling regels gesteld. Het gaat om de regels in hoofdstuk 2 Ruimte, afdeling 2.1 Woonlocaties en recreatiewoningen, artikel 2.1 (regionale woonagenda) en 2.2 (instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda) die van toepassing zijn. In deze regels wordt gesteld dat gemeentebesturen per regio een regionale woonagenda op moeten stellen. Nieuwe ontwikkelingen moeten daarbinnen passen. Als (nog) geen regionale woonagenda is vastgesteld kunnen ontwikkelingen toch doorgang vinden als ze aan de volgende criteria voldoen: a. er wordt voldaan aan de eisen van de ladder voor duurzame verstedelijking; b.
de ontwikkeling past binnen het meest recente provinciale beleid; c. er heeft aantoonbaar regionale afstemming plaatsgevonden over deze ontwikkeling, en; d. Gedeputeerde Staten stemmen in met de ontwikkeling. De regio waarvan de gemeente Wijchen onderdeel is heeft een regionale woonagenda vastgesteld: woonagenda subregio Nijmegen e.o. 2020-2030 vastgesteld. De gemeente Wijchen heeft deze uitgewerkt in haar eigen ‘Lokale uitvoeringsagenda Wonen 2020-2030’. Onderhavige ontwikkeling is passend daarin. Omdat de gemeentelijke woonagenda voldoet aan de regionale woonagenda is het plan ook daarin passend. Er is geen sprake van strijdigheden met de Omgevingsverordening Gelderland. 3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1. Strategische visie Wijchen 2025 De Strategische Visie Wijchen, die in 2007 is vastgesteld, is voor de gemeente een instrument waarmee vorm en inhoud wordt gegeven aan de verdere ontwikkeling van Wijchen in de komende jaren. De belangrijkste ambities voor 2025 zijn: Bestemmingsplan ‘Ploegweg 3 Wijchen’ – 7 april 2023
17
• • • • • •
verantwoorde en geleidelijke groei van de Wijchense bevolking met behoud van het eigen karakter van Wijchen; gedifferentieerd woningaanbod voor alle lagen in de bevolking: met specifieke aandacht voor starters en ouderen; verhogen kwaliteit en diversiteit woonmilieus; verhogen leefbaarheid: aantrekkelijke, groene en veilige woonomgeving; een compleet voorzieningenaanbod: op winkel- en sociaalmaatschappelijk gebied voor alle Wijchenaren; behoud en verbetering leefbaarheid kleine kernen.
Dit bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van één vrijstaande woning in het buitengebied van Wijchen mogelijk. Het voornemen verbetert de leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit. Het voornemen past hiermee binnen de Strategische Visie Wijchen 2025. 3.3.2 Structuurvisie Wijchen Op 2 juni 2009 heeft de gemeenteraad van Wijchen de structuurvisie vastgesteld. De structuurvisie is op grond van de Wet ruimtelijke ordening opgesteld en bevat het beleid dat de gemeente voor haar grondgebied eerder al had vastgesteld. De eerder in de strategische visie voor de gemeente opgenomen acht strategische opgaven vormen dan ook de rode draad van de structuurvisie. Verder is in de structuurvisie ook rekening gehouden met het eerder vastgestelde sectorale beleid. Onderdeel van de structuurvisie is één integrale kaart. Die kaart is hieronder weergegeven.
Bestemmingsplan ‘Ploegweg 3 Wijchen’ – 7 april 2023
18
Verder is in de structuurvisie voor ieder separaat thema het beleid beschreven en op kaart aangegeven. Hieronder is de kaart behorende bij het thema ‘Wonen’, omdat onderhavig initiatief daarover gaat, weergegeven.
De gemeente geeft in haar structuurvisie in het algemeen aan dat ze nieuwe woningen vooral voorziet in de kern Wijchen. Het gaat dan om de bouwopgave waaraan de gemeente invulling geeft. Verder geeft de gemeente aan dat ze terughoudend om wil gaan met nieuwe woningen in het groen (buitengebied). Dit kan alleen op de plekken die als zodanig zijn aangegeven op de kaart (lintbebouwing) en indien sprake is van een passende compensatie. Voor wat betreft onderhavig initiatief geldt dat het is gelegen in het buitengebied (lintbebouwing). Om hier de realisatie van een nieuwe woning mogelijk te maken is compensatie aan de orde. In ruil voor de nieuwe woning in het plangebied wordt een vergund opslagterrein voor bouwmaterialen gesaneerd. De toevoeging van een woning op deze plek is met die reden dan ook passend in het beleid en daarmee voorstelbaar. Doordat de nieuw te bouwen woning levensloopbestendige wordt gerealiseerd wordt eveneens invulling gegeven aan de kwalitatieve woonbehoefte zoals geformuleerd in de Structuurvisie Wijchen. Onderhavige ontwikkeling is passend in de Structuurvisie Wijchen. 3.3.3. Woonvisie ‘Thuis in Wijchen’ De woonvisie ‘Thuis in Wijchen’ is in 2017 vastgesteld als kader dat richting geeft aan ontwikkelingen die Wijchen raken op het gebied van woonmilieu.
In deze visie wordt omschreven waar de gemeente moet bijsturen, afremmen of juist versnellen om haar doelen op het gebied van wonen te bereiken. Op het gebied van gemeentelijk woonmilieu zijn doelen geformuleerd voor een woningaanbod in balans. Zo wil de gemeente Wijchen voor starters, jonge gezinnen, (vitale) Bestemmingsplan ‘Ploegweg 3 Wijchen’ – 7 april 2023
19
senioren en mensen met een zorgvraag meer mogelijkheden op de woningmarkt. Dit vraagt om speciale aandacht voor de woonwensen van deze groepen, maar ook om het aanpassen van het huidige aanbod op deze wensen. De gemeente vindt het belangrijk dat er aandacht is voor innovatie en vernieuwing, bijvoorbeeld door voldoende ruimte te bieden voor CPO en andere nieuwe woonvormen. Hierbij legt de gemeente het initiatief bij de starters, jonge gezinnen en vitale ouderen uit de dorpen zelf. Zij ondersteunt initiatiefnemers met haar verbindende rol om partijen samen te kunnen brengen met kennis van bouwmogelijkheden. Onderhavig initiatief past in de woonvisie ‘Thuis in Wijchen’, omdat het een particulier initiatief betreft waarmee een levensloopbestendige woning wordt ontwikkeld. 3.3.4 Woonagenda subregio Nijmegen e.o. 2020 – 2030 en lokale uitvoeringsagenda Wonen 2020 – 2030 In de woonagenda Subregio Nijmegen en omstreken is door de gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Nijmegen en Wijchen afgesproken gemeentelijke woningbouwprogramma's in lijn te brengen met de bevolking en woningbehoefteprognose (kwantitatief). De actuele woningbouwopgave voor Wijchen tot 2030 is 1.430 nieuwe woningen op te leveren. Regionaal is afgesproken dat dit getal richtinggevend is.
Om het huidige woningtekort adequaat aan te pakken moet de gemeente versneld woningen toevoegen aan de voorraad. In de periode 2020 tot 2025 betekent dat 1.070 woningen erbij in Wijchen. In de subregio Nijmegen e.o. is afgesproken dat gemeenten ruim inzetten op nieuwe plannen. Dit is om planuitval en planuitstel op te kunnen vangen. Maar ook om snel te kunnen anticiperen op veranderende omstandigheden in de markt. De afspraak is om tot 130% van de opgave aan plancapaciteit te reserveren. Voor Wijchen betekent dit dat de gemeente plannen maakt voor ruim 1.850 woningen voor de periode tot 2030. Elke gemeente heeft een eigen woonagenda of woonvisie vastgesteld of in afronding. In al deze visies is opgenomen welke lokale thema's er spelen en wat als kwaliteit wordt gezien. Veel thema's spelen binnen de gehele regio, maar het belang en de prioriteit die aan bepaalde thema's wordt gegeven kan per gemeente verschillen. Deze verschillen werken ook door in de woningbouwprogramma´s en de keuzes die daarin worden gemaakt. De gemeentelijke woonagenda's en –visies zijn vertaald in de subregionale woonagenda (kwalitatief). De ambities van de Woonagenda Subregio Nijmegen en omstreken omvatten: • • •
Snel én verantwoord inspelen op woningbehoefte Diversiteit van het woonmilieu versterken Een duurzame en flexibele woningvoorraad
Bestemmingsplan ‘Ploegweg 3 Wijchen’ – 7 april 2023
20
Onderhavige ontwikkeling is zowel kwantitatief als kwalitatief passend in de Woonagenda subregio Nijmegen e.o. 2020 – 2030 en de lokale uitvoeringsagenda Wonen 2020 – 2030. Kwantitatief gezien geldt dan 10% van de opgave wordt ingevuld door kleinschalige particuliere initaitieven (KPI’s) zoals onderhavige. Onderhavige ontwikkeling is begroot als onderdeel van deze 10%. Verder is het van belang dat de een duurzame en flexibele woningvoorraad wordt ontwikkeld. Onderhavige ontwikkeling realiseert één woning die levensloopbestendig (volledige programma op de begane grond) en duurzaam (EPC 0) is. 3.3.5 Nota Ruimtelijke Kwaliteit Bij de ontwikkeling van onderhavig plan wordt rekening gehouden met de Nota Ruimtelijke Kwaliteit. Er zijn voor de ontwikkeling geen nadere beeldkwaliteitsvereisten uitgewerkt. 3.3.6 Groenstructuurplan Wijchen 2008-2017 – (Be)leefbaar groen voor de toekomst In 2008 is het groenstructuurplan vastgesteld. In dit beleidsplan zijn de ambities uitgesproken voor: - het versterken van een gezond evenwicht tussen groen en rood, waarbij het behoud van het landelijke karakter van Wijchen uitgangspunt is; - het hebben van groene wijken en kernen met een prettig maar vooral ook veilige, hele en functionele woon- en leefsfeer; - voor burgers inzichtelijk maken welke gemeentelijke gronden tegen welke voorwaarden uitgegeven kunnen worden.
Deze ambities zijn doorvertaald in een aantal doelstellingen, waaronder het vastleggen van de belangrijkste groenstructuren tot op kavelniveau en het formuleren van visies op het groen in de wijken voor de komende 10 jaar. De groenstructuur bestaat uit de landschappelijke, stedenbouwkundige, ecologische en bomenstructuur. Wat betreft de landschappelijke structuur ligt het plangebied in het rivierduin gebied wat begint ten zuiden van de Woeziksestraat, ten noorden van de Woeziksestraat wordt het landschap bepaald door rivierklei. De Ploegweg is een ondergeschikte landelijke weg. Langs deze weg is geen sprake van laanbeplanting, incidenteel zijn bomen langs de weg aanwezig. De Ploegweg maakt geen onderdeel uit van de hoofdgroenstructuur van de gemeente Wijchen. Wel ligt ten noordwesten van het gebied een primaire hoofdgroenstructuur langs de Muldersweg richting Bijsterhuizen. De ontwikkeling is hierop niet van invloed. De afbeelding hieronder betreft een uitsnede van de hoofdgroenstructuur 2018. Hierop is bovenstaande zichtbaar.
Bestemmingsplan ‘Ploegweg 3 Wijchen’ – 7 april 2023
21
Bestemmingsplan ‘Ploegweg 3 Wijchen’ – 7 april 2023
22
4. Milieuhygiënische aspecten 4.1 Algemeen Bij ruimtelijke ingrepen is het van belang dat sprake is van een verantwoord woon- en leefklimaat. Om die reden moet in een bestemmingsplan aannemelijk worden gemaakt dat aan de milieuwetgeving kan worden voldaan. Het milieubeleid bestaat uit diverse wet- en regelgeving, waarvan een deel ruimtelijk relevant is. Deze milieunormen hebben een indirecte (zonering) en directe (sectorale wetgeving die opgenomen wordt in het bestemmingsplan, zoals de Wet Geluidshinder, Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen) werking. In dit hoofdstuk wordt hier nader op ingegaan. 4.2 Akoestiek Beleidskader De Wet geluidhinder geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan, indien het plan een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. De Wet geluidhinder bevat geluidsnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidsniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai. Indien een nieuwe geluidsbron mogelijk wordt gemaakt dient volgens de Wet geluidhinder in beeld gebracht te worden of en welke gevolgen dit heeft voor eventuele naastgelegen geluidsgevoelige objecten. Consequenties Het plan bevat één nieuw geluidgevoelig object.
Wegverkeerslawaai Omdat het plangebied is gelegen in de geluidzone van twee wegen (Ploegweg en Woeziksestraat) is door Nipa Milieutechniek een akoestisch onderzoek1 naar wegverkeerslawaai uitgevoerd. Het onderzoek is bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 2). De conclusies van het onderzoek zijn als volgt. “De nieuwe woningen zijn geprojecteerd in de wettelijke geluidzone (= akoestisch aandachtsgebied) van de Ploegweg en de Woeziksestraat. Wet geluidhinder De geluidbelasting ter plaatse van de maatgevende gevels van de nieuwe woonbestemmingen vanwege het verkeer op de Ploegweg inclusief de correctie ex art. 110g van de Wet geluidhinder, bedraagt ten hoogste 47 dB. Bij deze locatie wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde 48 dB.
1
In het onderzoek zijn twee woningen aan het wegverkeerslawaai getoetst, omdat ten tijde van de uitvoering van het onderzoek nog sprake was van de ontwikkeling van twee woningen. De ontwikkeling van twee woningen is niet meer aan de orde, het onderzoek is hierop echter – omdat het de resultaten voor de wel nog te ontwikkelen woning niet verandert - niet aangepast.
Bestemmingsplan ‘Ploegweg 3 Wijchen’ – 7 april 2023
23
Bouwbesluit en Woon- en leefklimaat Met de berekende geluidbelastingen van alle wegen van ten hoogste 52 dB is het woon- en leefklimaat in de woningen zonder nader onderzoek naar de geluidwering van de gevel gewaarborgd. In het kader van de aanvraag bouwvergunning is geen toets van de vereiste karakteristieke geluidwering noodzakelijk.” Wegverkeerslawaai vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. Industrielawaai In de omgeving van het planbied is één bedrijf gelegen, verder is slechts sprake van woningen. Op het aspect industrielawaai dat samenhangt met het in de nabijheid gelegen bedrijf is ingegaan in de paragraaf ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van deze toelichting. Hieruit blijken geen belemmeringen. Voor de motivatie hiervan wordt verwezen naar paragraaf 4.4 Bedrijven en Milieuzonering. Woningen zijn niet milieubelastend en vormen voor wat betreft geluidshinder geen belemmering voor de ontwikkeling of andersom de ontwikkeling vormt geen belemmering voor de omliggende woningen. Industrielawaai vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. Rail- en luchtverkeerlawaai Er is geen onderzoek naar rail- en luchtverkeerslawaai uitgevoerd, omdat de ontwikkeling niet is gelegen in de geluidszone van een spoorweg of aanvliegroute van een vliegveld. Onderzoek hiernaar is derhalve niet nodig.
Rail- en luchtverkeerslawaai vormen geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. Geluid vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. 4.3 Archeologie en cultuurhistorie 4.3.1 Archeologie Beleidskader Als wettelijk toetsingskader In Europees verband is het 'Verdrag van Malta' tot stand gekomen. Uitgangspunt van dit verdrag is het archeologisch erfgoed zo veel mogelijk in situ te behouden. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Op 1 september 2007 is de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) in werking getreden. Deze wet is de Nederlandse uitwerking van het Verdrag van Malta uit 1992. In de Wamz is vastgelegd dat Rijk, provincies en gemeenten in ruimtelijke plannen rekening
Bestemmingsplan ‘Ploegweg 3 Wijchen’ – 7 april 2023
24
houden met het aspect 'archeologie'. De wet beoogt het archeologische erfgoed in hoofdzaak in situ te beschermen. Archeologische beleidskaart Wijchen Gemeenten zijn met de inwerkingtreding van de Wamz in grote mate verantwoordelijk voor hun eigen bodemarchief. De gemeente Wijchen heeft in 2009 een archeologische beleidskaart vastgesteld. Deze kaart vormt de onderlegger voor het Wijchens archeologiebeleid en is het gemeentelijk toetsingsinstrument voor archeologie bij ruimtelijke ontwikkelingen, bouwplannen en andere bodemverstoringen. Consequenties Op de archeologische beleidskaart Wijchen is het plangebied aangewezen als een gebied met een hoge archeologische verwachting. Zie de uitsnede van de beleidskaart hieronder.
Dit betekent dat archeologisch onderzoek verplicht is bij een ingreep groter dan 60 m2. Aangezien in het planvoornemen voorziet in een ontwikkeling groter dan 60 m2 is archeologisch onderzoek nodig. Door KSP Archeologie is met die reden een bureau- en
Bestemmingsplan ‘Ploegweg 3 Wijchen’ – 7 april 2023
25
booronderzoek2 uitgevoerd. Het onderzoek is bijgevoegd als bijlage 8 bij deze toelichting en kent de navolgende samenvatting. “Het doel van het archeologische bureauonderzoek was het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Op basis van de landschappelijke ligging binnen een zone met rivierduin/dekzandwelvingen en de archeologische onderzoeksmeldingen uit de omgeving is aan het plangebied een middelhoge verwachting toegekend voor vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum en een hoge verwachting voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw). Aan het plangebied is een lage verwachting toegekend voor bewoningsresten uit de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot in de Nieuwe tijd door het ontbreken van bebouwing in en nabij het plangebied op historische kaartmateriaal. Vervolgens is deze verwachting getoetst door middel van een inventariserend veldonderzoek, verkennende en karterende fase. Uit het booronderzoek is gebleken dat de bodem in de top van het rivierduinzand veelal minimaal ondiep geroerd is. Lokaal is de verwachte B-horizont waargenomen tussen de bouwvoor en het rivierduinzand. Op basis van de bodemopbouw worden geen intacte vuursteenvindplaatsen verwacht, jongere nederzettingsresten zijn niet uitgesloten.
Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen die een aanwijzing geven voor een archeologische vindplaats in het plangebied. De archeologisch verwachting voor alle perioden kan daarom bijgesteld worden naar een lage archeologische verwachting. Op grond van de aangetroffen bodemverstoringen en/of het ontbreken van archeologische indicatoren in het plangebied en daarmee lage archeologische verwachting adviseert KSP Archeologie geen archeologisch vervolgonderzoek. Indien toch bij graafwerkzaamheden archeologische waarden worden aangetroffen, dienen deze conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10, bij de minister gemeld te worden. In de praktijk kan de vinder terecht bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (T 033 – 4217 456 of info@cultureelerfgoed.nl) zodat de vondst geregistreerd wordt in het centraal archeologische informatiesysteem. Daarnaast wordt het advies gegeven om de vondst ook bij de gemeente te melden.” Aan de hand van de resultaten van het archeologische bureau- en booronderzoek heeft de gemeente Wijchen op 28 juni 2021 een selectiebesluit genomen (bijlage 10 bij deze toelichting): “Het selectieadvies van het onderzoeksbureau wordt overgenomen. Gezien de resultaten is er geen vervolgonderzoek nodig. Het plangebied kan wat betreft het aspect archeologie worden vrijgegeven voor verdere ontwikkeling.
Als er onverwachts toch archeologische sporen of resten worden gevonden tijdens de werkzaamheden voor de bouw, dan is het een wettelijke verplichting om deze te melden. Dat staat in artikel 5.10 van de Erfgoedwet. Dit kan worden gemeld bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en bij de gemeente Wijchen.”
2
In het onderzoek is nog gerefereerd aan het eerdere plan om twee woningen in plaats van één woning in het plangebied te ontwikkelen. Dit is niet aangepast, omdat de resultaten van het onderzoek voor het voorliggende verzoek (ontwikkeling van het totale plangebied voor één woning) niet anders zijn dan voor het eerdere verzoek (de ontwikkeling van het totale plangebied voor twee woningen).
Bestemmingsplan ‘Ploegweg 3 Wijchen’ – 7 april 2023
26
Uit bovenstaande blijkt dat archeologie geen belemmering vormt voor de ontwikkeling. Een dubbelbestemming ter bescherming van eventuele archeologische waarden is niet nodig en met die reden in dit bestemmingsplan ook niet aan de orde. 4.3.2 Cultuurhistorie Beleidskader Volgens de Erfgoedwet, die per 1 juli 2016 van kracht is geworden, dient bij nieuwe ontwikkelingen rekening te worden gehouden met het aanwezige cultureel erfgoed. Samen met de nieuwe Omgevingswet (of het overgangsrecht totdat deze in werking is getreden) maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Consequenties Op basis van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) heeft de gemeente Wijchen besloten om samen met de gemeenten Beuningen, Druten en Heumen een beleidsnota cultuurhistorie op te stellen. Deze beleidsnota is de planologische borging van cultuurhistorische waarden binnen de Gemeente Wijchen in de vorm van het 'Parapluplan Cultuurhistorie Wijchen'. Dit parapluplan voegt een dubbelbestemming toe aan het vigerend bestemmingsplan: 'Waarde - Cultuurhistorisch waardevol gebied'. Het zijn gebieden met een interessante cultuurhistorische en ruimtelijke kwaliteit in de samenhang tussen bebouwing, openbare ruimte en beplanting, en/of enige relatie met de historische en landschappelijke hoofdstructuren.
Bestemmingsplan ‘Ploegweg 3 Wijchen’ – 7 april 2023
27
Op de cultuurhistorische waardenkaart zijn de verschillende wegen rond het plangebied, waaronder de Ploegweg beschreven als wegen, ontstaan voor 1832. Ook is een pad aangeduid van voor 1832 dat over het plangebied liep, maar niet meer aanwezig is. Ter hoogte van dit voormalige pad is in de plannen geen bebouwing gesitueerd. Door de ontwikkeling worden geen specifieke cultuurhistorische waarden aangetast, mits de uitstraling en het karakter van de bebouwing zodanig wordt ontwikkeld dat het past in het agrarische landschap waarbinnen het wordt gerealiseerd. Op basis van deze voorwaarde kan worden gesteld dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt voor het planvoornemen. 4.4 Bedrijven en milieuzonering Beleidskader Voor de milieuzonering van bedrijven in ruimtelijke plannen geldt in het algemeen geen wettelijk kader. Wel is het in het kader van een goede ruimtelijke ordening van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies, zoals woningen: • ter plaatse van de woning(en) een goed woon- en leefklimaat wordt gegarandeerd; • rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Consequenties Het betreft hier de ontwikkeling van één nieuwe woning zijnde een gevoelige bestemming. Nabijgelegen is één bedrijf, een rietdekkersbedrijf aan Ploegweg 6.
Een rietdekkersbedrijf is in de VNG Brochure Bedrijven en Milieuzonering niet specifiek benoemd. Het bedrijf kan vergeleken worden met een aannemersbedrijf met werkplaats met een b.o. < 1000 m2. Dergelijke bedrijven vallen onder sbi-code 41, 42, 43 en hebben een richtafstand van 0 meter Bestemmingsplan ‘Ploegweg 3 Wijchen’ – 7 april 2023
28
voor geur, 10 meter voor stof, 30 meter voor geluid en 10 meter voor gevaar. De maximale in acht te nemen afstand tussen het bedrijf en daar dichtstbijgelegen gevel van een gevoelige functie is daarmee 30 meter. Het bouwvlak van de nieuwe woning ligt op 30 meter vanaf de plek waar volgens het vigerende bestemmingsplan en de feitelijke situatie bedrijfsbebouwing voor het rietdekkersbedrijf kan worden opgericht. De maximale in acht te nemen richtafstand wordt gehaald. Verder zijn omliggend slechts diverse woningen gelegen. Aangezien dit ook gevoelige objecten zijn vormen deze geen belemmering voor het woon- en leefklimaat van onderhavige ontwikkeling. Op basis van voorgaande kan gesteld worden dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat en dat door de ontwikkeling geen bedrijven worden gehinderd in hun bedrijfsvoering. Nader onderzoek kan achterwege blijven. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling of andersom de ontwikkeling vormt geen belemmering voor bedrijvigheid. 4.5 Bodem Beleidskader Vastgelegd is dat in bestemmingsplannen moet worden beschreven wat de bodemkwaliteit van het betreffende gebied is. Voor het betrekken van bodeminformatie bij het opstellen van bestemmingsplannen zijn enkele vragen relevant: 1. is er bodemverontreiniging die de functiedoelen kan frustreren; 2.
zijn er gezondheids- of ecologische risico's en gebruiksbeperkingen voor de beoogde functies; 3. wat zijn de mogelijkheden om er tijdig iets aan te doen in termen van resultaten, kosten en kostendragers. Consequenties Door Nipa Milieutechniek is om de bodemkwaliteit in het plangebied in beeld te brengen een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd. De rapportage van het onderzoek is bijgevoegd bij dit bestemmingsplan (bijlage 3). De conclusies en aanbevelingen van het onderzoek zijn als volgt. “Uit de resultaten van het verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd op een perceel aan de Ploegweg Wijchen, kadastraal bekend als gemeente Wijchen, sectie K, nummer 208, blijkt dat de bodem plaatselijk sterk verontreinigd is met asbest. In de vaste bodem zijn geen verhoogde gehaltes aan zware metalen, PAK, PCB of minerale olie aangetoond. Het grondwater bevat licht verhoogde gehaltes aan cadmium en zink. Op basis van deze resultaten kan de hypothese – verdacht met betrekking tot de aanwezigheid van een heterogeen verdeelde verontreiniging met asbest, met een specifieke verdenking ter plaatse van de voormalige drupzone van het schuurtje op het oostelijk Bestemmingsplan ‘Ploegweg 3 Wijchen’ – 7 april 2023
29
terreindeel en niet verdacht met betrekking tot de aanwezigheid van bodemverontreiniging in principe worden aanvaard. Het gehalte aan asbest vormt aanleiding voor het uitvoeren van een nader asbestonderzoek teneinde de omvang van de verontreiniging nader in kaart te brengen. Opgemerkt wordt dat wij slechts een adviserende taak hebben en dat het bevoegd gezag de noodzaak tot de uitvoering van nader of aanvullend onderzoek vaststelt.” Op basis van de conclusies van het verkennend bodemonderzoek is een nader asbestonderzoek uitgevoerd. De rapportage van dit onderzoek is bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 9) en kent de navolgende conclusie: “Uit de resultaten van het nader asbestonderzoek uitgevoerd op het ongenummerde perceel aan de Ploegweg te Wijchen, kadastraal bekend als gemeente Wijchen, sectie K, nummer 208, blijkt dat de bodem niet geheel asbest vrij is, maar dat er geen sprake is van een verontreiniging van meer dan 100 mg/kg d.s. Er is derhalve geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging en daarmee is er geen saneringsplicht.
In het kader van de herontwikkeling van het perceel kan het mogelijk wenselijk zijn om de asbesthoudende grond te verwijderen, er is echter geen sprake van een verplichting.” Conclusie Gezien de resultaten uit het verkennend bodem- en asbestonderzoek en het nadere asbestonderzoek vormt bodem geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. 4.6 Externe Veiligheid Beleidskader Externe veiligheid heeft betrekking op de risico's die mensen lopen als gevolg van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven, transportroutes (wegen, spoorwegen en waterwegen) en buisleidingen. Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn, zijn de aanvaardbare risico's vastgelegd in diverse besluiten. De belangrijkste zijn: - Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); - Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb); - Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: Het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt. Risiconormering In het beoordelingskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico:
Bestemmingsplan ‘Ploegweg 3 Wijchen’ – 7 april 2023
30
Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico geeft de kans op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6 contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6 contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang (10 personen of meer). Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Dit houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Verantwoordingsplicht groepsrisico Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag (veelal de gemeente).
Door de verantwoordingsplicht worden gemeenten gedwongen het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moetenkomen. Ook bestaat er een adviesplicht voor de regionale brandweer. In de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico zijn de onderdelen van de verantwoording nader uitgewerkt en toegelicht. Wanneer verantwoorden? Bron Inrichtingen (Bevi) Buisleidingen (Bevb) Spoor-, rijks- en waterwegen (Bevt)
Wanneer groepsrisicoverantwoording? Altijd wanneer binnen invloedsgebied ruimtelijk besluit wordt genomen. Wanneer sprake is van toename van het groepsrisico of overschrijding van de oriëntatiewaarde. Wanneer sprake is van toename van het groepsrisico of overschrijding van de oriëntatiewaarde.
Door het uitwerken van de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor het ‘restrisico’ dat overblijft nadat de benodigde veiligheidsverhogende maatregelen genomen zijn. Beleidsvisie externe veiligheid De gemeente Wijchen beschikt over een beleidsvisie externe veiligheid. Hierin wordt invulling gegeven aan de gemeentelijke omgang met externe veiligheid.
Bestemmingsplan ‘Ploegweg 3 Wijchen’ – 7 april 2023
31
Overige wet- en regelgeving Tot slot moet in het kader van een 'goede ruimtelijke ordening' (art. 3.1 Wro) ook getoetst aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit bijvoorbeeld het Activiteitenbesluit, effectafstanden uit de 'Circulaire effectafstanden LPG-tankstations', enz.. Consequenties Bevi, bevb, bevt Op basis van het Bevi (artikel 1) betreft de ontwikkeling één kwetsbaar object. Met behulp van de nationale risicokaart3 is gekeken, welke risicobronnen in de nabijheid van het plangebied zijn gelegen. Hieronder is een uitsnede van de risicokaart ter hoogte van de ontwikkeling en haar omgeving weergegeven.
Uit de risicokaart blijkt dat het nieuwe kwetsbare object niet is gelegen binnen een plaatsgebonden risicocontour (PR10-6/jaar). Nabij het plangebied, circa 95 meter westelijk langs de Distelweg ligt een ondergrondse buisleiding van de Gasunie. Deze heeft geen plaatsgebonden risicocontour groter dan 5 meter aan weerszijden van de buis. Zichtbaar is dat andere risicobronnen eerst op grotere afstand van het plangebied aanwezig zijn. Het meest nabijgelegen is het spoor op circa 550 meter afstand en het benzinestation aan de Schoenaker op circa 650 meter afstand, beiden hemelsbreed. Het nieuwe kwestbare object is wel gelegen binnen het invloedsgebied van risicobronnen, in dit geval spoorlijn Den Bosch – Nijmegen en provinciale/ gemeentelijke wegen. Conform de
3
www.risicokaart.nl, professionele versie.
Bestemmingsplan ‘Ploegweg 3 Wijchen’ – 7 april 2023
32
beleidsvisie Externe Veiligheid van de gemeente Wijchen geldt voor ontwikkelingen tussen 200 en 1500 meter van spoor- en provinciale-/ gemeentelijke wegen voor alle objecten een standaardverantwoording. Deze is als volgt. “Verantwoording groepsrisico bij standaard verantwoording Het plangebied en de daarbinnen geprojecteerde ontwikkeling bevindt zich op grote afstand van de risicobron. Om deze reden wordt conform de Beleidsvisie externe veiligheid een standaardverantwoording toegepast. Ontwikkeling groepsrisico Vanwege de grote afstand tot de risicobron zal een toename van personendichtheden niet significant doorwerken in de rekenkundige hoogte van het groepsrisico. De beschouwing van het groepsrisico en de verantwoording daarvan is om deze reden volledig kwalitatief uitgevoerd. Mogelijkheden tot beperking van het groepsrisico De mogelijkheid tot beperking van het groepsrisico door het beïnvloeden van de personendichtheid is op deze grote afstand tot de risicobron geen item. Zoals gesteld heeft op deze afstand een toe- of afname van personendichtheid geen invloed op het groepsrisico. Daarnaast is de kans te overlijden als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen is in deze gebieden vele malen kleiner dan 1/1.000.000. Veiligheidsmaatregelen aan de bron zijn daarom niet realistisch.
De bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval Ook het bestrijdbaarheid vraagstuk speelt op deze afstand van de risicobron niet. Bestrijding vindt plaats bij de bron. Mogelijkheden tot zelfredzaamheid In geval van een calamiteit moeten personen kunnen schuilen. De mate waarin deze bouwwerken afsluitbaar zijn tegen de indringing van toxisch gas en de tijdsduur dat deze bouwwerken worden blootgesteld zijn hierbij parameters. Nieuwe bouwwerken zijn goed geïsoleerd, waardoor ze een goede bescherming bieden tegen het binnendringen van het toxisch gas. Belangrijk is wel dat luchtbehandelingsinstallaties met één druk op de knop uit te schakelen zijn. Dit is echter niet af te dwingen in deze ruimtelijke procedure. Daarnaast dient in geval van een calamiteit tijdig gewaarschuwd te worden. Dit gebeurt door het in werking stellen van NL-Alert en het Waarschuwing en Alarmering Systeem (WAS) als onderdeel van de algemene Rampenbestrijding. Het plangebied valt binnen de dekking van de sirenepalen. Deze verantwoording dient gelezen te worden in combinatie met de Beleidsvisie externe veiligheid Wijchen en de daarin gemaakte keuzes.” Beleidsvisie externe veiligheid Toetsing van het plan aan de voorwaarden uit de beleidsvisie externe veiligheid van de gemeente geeft geen belemmeringen voor het voorgenomen plan.
Overige wet- en regelgeving Het dichtstbij gelegen LPG-tankstation ligt op 650 meter van het plangebied. Derhalve is de
Bestemmingsplan ‘Ploegweg 3 Wijchen’ – 7 april 2023
33
circulaire LPG-tankstations niet van toepassing op dit plan. Daarnaast zijn er geen veiligheidsafstanden uit het Activiteitenbesluit van toepassing op het onderhavige plan. Conclusie Het aspect externe veiligheid levert geen belemmeringen op voor het plan. 4.7 Natuur Beleidskader De Wet natuurbescherming is op 1 januari 2017 in werking getreden en vervangt sindsdien de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet, en de Boswet. De wet bevat regels voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten en de belangrijkste natuurgebieden in Nederland. Daarnaast bevat de wet onder meer bepalingen over de jacht en over houtopstanden. Soortbescherming De Wet natuurbescherming bevat een algemene zorgplicht voor alle in het wild levende dieren en planten. Daarnaast voorziet de wet in strikte verboden die gelden voor aangewezen beschermde inheemse diersoorten, waaronder alle van nature in Nederland voorkomende soorten vogels. Dus zowel vogels in de tuin als op de Veluwe zijn beschermd. De wet werkt volgens het 'nee-tenzij' principe ten aanzien van beschermde inheemse soorten: schadelijke handelingen zijn verboden, tenzij er een uitzondering voor is gemaakt. Het is niet toegestaan om vogels te doden, vangen, verwonden, verstoren, bezitten, verhandelen, de nesten en eieren te verstoren of te vernietigen.