Bijlage 1: Toelichting bestemmingsplan Kasteellaan 130 Wijchen
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN KASTEELLAAN 130, WIJCHEN TOELICHTING Projectcode: P03250 Versie: 10 IMRO-code: NL.IMRO.0296.OOSTKasteellaan130-VG01
0
TOELICHTING 1 maart 2023
1
Colofon Titel:
BESTEMMINGSPLAN KASTEELLAAN 130, WIJCHEN
Projectcode Versie: Auteur:
TOELICHTING P03250 10 Ing. T. Linger
Opdrachtgever:
RB3 Planontwikkeling b.v. Koningstraat 32a 6511 LB Nijmegen
Opdrachtnemer:
Telefoon: Email: Website:
Buro Borgland b.v. Oudewal 27 1749 CA Warmenhuizen 0226 373200 info@buroborgland.nl www.buroborgland.nl
Contactpersoon: Telefoon: Email:
Tiffany Linger 06 82 95 87 65 Tiffany.linger@buroborgland.nl
2
Inhoudsopgave 1
INLEIDING ................................................................................................................................................. 5 1.1 1.2 1.3 1.4
2
HUIDIGE SITUATIE ................................................................................................................................... 8 2.1 2.2 2.3 2.4
3
INLEIDING ............................................................................................................................................ 21 BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING ........................................................................................................... 21 BODEM EN ASBEST .............................................................................................................................. 22 LUCHTKWALITEIT ................................................................................................................................. 22 GEURHINDER VEEHOUDERIJEN ............................................................................................................. 23 WEGVERKEERSLAWAAI ........................................................................................................................ 24 WATER ............................................................................................................................................... 24 ECOLOGIE ........................................................................................................................................... 29 ARCHEOLOGIE EN CULTUURHISTORIE....................................................................................................
32 EXTERNE VEILIGHEID ........................................................................................................................... 33 VERKEER EN PARKEREN....................................................................................................................... 36 MILIEUEFFECTRAPPORTAGE ................................................................................................................. 36 CONCLUSIE MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN ...................................................................................... 37
JURIDISCHE VORMGEVING .................................................................................................................. 38 6.1 6.2
7
INLEIDING ............................................................................................................................................ 14 RIJKSBELEID ....................................................................................................................................... 14 PROVINCIAAL BELEID ........................................................................................................................... 16 GEMEENTELIJK BELEID ......................................................................................................................... 17 CONCLUSIE RELEVANT RUIMTELIJK BELEID ............................................................................................ 20
MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN ................................................................................................... 21 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12 5.13
6
INLEIDING ............................................................................................................................................ 11 BEBOUWING ........................................................................................................................................ 11 DUURZAAMHEID................................................................................................................................... 12 VERKEER EN PARKEREN....................................................................................................................... 12 LANDSCHAPPELIJKE INPASSING ............................................................................................................ 12
RELEVANT RUIMTELIJK BELEID ......................................................................................................... 14 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
5
INLEIDING .............................................................................................................................................. 8 HISTORISCHE ONTWIKKELING ................................................................................................................. 8 HET PLANGEBIED ................................................................................................................................... 8 STRIJDIGHEID GELDEND BESTEMMINGSPLAN ......................................................................................... 10
TOEKOMSTIGE SITUATIE ..................................................................................................................... 11 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
4
AANLEIDING EN DOEL ............................................................................................................................. 5 LIGGING, BESCHRIJVING EN BEGRENZING PLANGEBIED ............................................................................. 5 GELDENDE RUIMTELIJKE PLANNEN .......................................................................................................... 6 LEESWIJZER .......................................................................................................................................... 7
ALGEMEEN .......................................................................................................................................... 38 OPZET VAN DE REGELS ........................................................................................................................ 38
UITVOERBAARHEID............................................................................................................................... 40 7.1 7.2 7.3
INLEIDING ............................................................................................................................................ 40 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID ................................................................................................ 40 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID........................................................................................................ 41
3
Bijlagen Bijlage 1: Landschappelijk inpassingsplan Bijlage 2: Verkennend bodemonderzoek, PJ Milieu BV, 7 april 2022 Bijlage 3: Bodem advies MDRO Bijlage 4: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, Econsultancy, 20 mei 2022 Bijlage 5: Digitale Watertoets, Buro Borgland, 14 februari 2022 Bijlage 6: Ecologisch onderzoek (Quickscan Flora en fauna), Gras Advies, 25 januari 2022 Bijlage 7: Archeologisch onderzoek, Greenhouse advies, 22 februari 2022 Bijlage 8: Selectiebesluit archeologie
4
1 Inleiding 1.1
Aanleiding en doel
De locatie Kasteellaan 130 te Wijchen bestaat in de huidige situatie uit een vrijstaande woning met een ruime tuin. Initiatiefnemer is voornemens om naast deze woning, in de ruimte tuin van deze kavel, één nieuwe woning te realiseren. Dit kleinschalig wooninitiatief bestaat derhalve uit het toevoegen van één extra woning, waardoor in totaliteit beoogd wordt binnen het plangebied twee woningen juridisch-planologisch toe te staan. De nieuwe woning betreft een levensloopbestendige seniorenwoning. Het planvoornemen past niet binnen het geldende bestemmingsplan ‘Oost-Wijchen 2008, omdat binnen de woonbestemming slechts één woning wordt toegestaan. Voor de ontwikkeling van onderhavig plan dient dan ook het geldende bestemmingsplan partieel herzien te worden. De gemeente Wijchen heeft via een principebesluit aangegeven medewerking te willen verlenen aan het plan, omdat het goed aansluit bij de uitgangspunten van de gemeente op het gebied van ruimtelijke kwaliteit, de woningbouwopgave, klimaatadaptatie en duurzaamheid. Er zal een procedure tot herziening van het geldende bestemmingsplan op grond van artikel 3.1 juncto artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening worden uitgevoerd. In voorliggende toelichting wordt het initiatief getoetst aan de geldende wetgeving en de bepalingen van een goede ruimtelijke ordening.
1.2
Ligging, beschrijving en begrenzing plangebied
Het plangebied betreft de percelen kadastraal bekend als gemeente Wijchen, sectie H, nummers 5047, 5347, 5345, 5433 en heeft in totaal een oppervlakte van ca. 1400 m², zie ook afbeelding 1 en 2. De locatie bevindt zich ten oosten van de kern Wijchen en wordt ontsloten via de Kasteellaan. Aan zowel de west-, zuid,- als oostzijde grenst de locatie aan lintbebouwing.
Afbeelding 1: Luchtfoto ligging plangebied ten opzichte van kern Wijchen (plangebied rood omlijnd)
5
Afbeelding 2: Begrenzing plangebied (plangebied rood omlijnd)
1.3
Geldende ruimtelijke plannen
Bestemmingsplan ‘Oost-Wijchen’ Ter plaatse van het plangebied is het bestemmingsplan ‘Oost-Wijchen’ van kracht. Dit bestemmingsplan is op 26 juni 2008 vastgesteld. Conform dit bestemmingsplan heeft het plangebied de enkelbestemming ‘Wonen’ en de dubbelbestemming ‘Archeologisch waardevol gebied’. Tevens gelden op deze gronden de gebiedsaanduiding ‘Vrijstaande woningen hoog’ en rust ter plaatse van de bestaande woning en het bijgebouw op nummer 130 een bouwvlak. Onderhavig bestemmingsplan dient ter vervanging van het nu geldende bestemmingsplan. Onderstaande afbeelding geeft een uitsnede van de bestemmingsplankaart weer.
Afbeelding 3: Uitsnede bestemmingsplankaart 'Oost Wijchen 2008' (plangebied rood omlijnd)
6
Bestemmingsplan ‘Parapluplan Cultuurhistorie Wijchen’ Op de ter plaatse aangewezen gronden is tevens het bestemmingsplan 'Parapluplan Cultuurhistorie Wijchen' van kracht. Dit bestemmingsplan heeft tot doel om de voorkomende cultuurhistorische waarden ter plaatse in stand te houden. Het bestemmingsplan kenmerkt de bestaande bebouwing op het perceel niet als ‘cultuurhistorisch waardevol’. In lijn met de regels van het betreffende plan wordt het plangebied aangeduid met een hoge cultuurhistorische verwachtingswaarde. Met name de naastgelegen protestantse Begraafplaats en omliggende bomen, gesticht in 1850, wordt benoemd als ‘cultuurhistorisch waardevol’. Tevens wordt de Kasteellaan hoog gewaardeerd als een cultuurhistorisch waardevol lint. Kenmerkend hierbij is de afwisseling in open, gesloten, bebouwde en onbebouwde delen, dichte en open groene ruimtes. De nieuw te bouwen woning ligt op een afstand van ruim 15 meter van de begraafplaats en zal de aanwezige cultuurhistorische kwaliteiten niet verstoren. Tevens blijven de waardevolle bomen rondom de begraafplaats gehandhaafd. Echter, het planvoornemen wordt langs het historische lint van de Kasteellaan gerealiseerd. Dit zorgt voor een verstening van de groene waardevolle plek naast de historische begraafplaats.
Om het groene aanzicht langs de Kasteellaan te waarborgen zal ter hoogte van de nieuw te bouwen woning een haag met een hoogte van 1,5 meter geplaatst worden. Ook zal gebruik worden gemaakt van beplanting en boomsoorten zoals de Rhododendron. Hiermee blijven de cultuurhistorische waarden ter plaatse gewaarborgd.
1.4
Leeswijzer
Na dit inleidende hoofdstuk geeft hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie van het plangebied. Hoofdstuk 3 bevat een toelichting op het toekomstige plan. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de relevante beleidskaders van het Rijk, de provincie en de gemeente. Hoofdstuk 5 bevat de relevante milieu- en omgevingsaspecten. In hoofdstuk 6 wordt de juridische opzet van dit bestemmingsplan beschreven. Tot slot komen de economische en maatschappelijke haalbaarheid van onderhavig plan in hoofdstuk 7 aan bod.
7
2 Huidige situatie 2.1
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt aan de hand van de historische ontwikkeling, de stedenbouwkundige structuur en de omliggende bebouwing de huidige situatie beschreven.
2.2
Historische ontwikkeling
De topografische kaart van circa 1900 laat zien dat het overgrote deel van Wijchen nog onbebouwd was in die tijd. Alleen de Kasteellaan en de Oosterweg waren straatwegen waarlangs bebouwing van betekenis aanwezig was. Voor het overige bevond zich incidentele bebouwing langs verschillende routes die vanuit de kern naar de hoger gelegen rivierduin liepen. Dit hoger gelegen gebied droeg al de benaming Valendries. De “Wijchensche Meer” vormde in die tijd een nog strengere begrenzing dan nu omdat de enige verbinding met de overkant bestond uit een voetveer. Het spoor als begrenzing aan de noordzijde was nog niet lang geleden gerealiseerd en vormde al een eerste doorsnijding van het oude wegenpatroon. Binnen Oost-Wijchen is het occupatiepatroon van rond 1900 nog slechts ten dele te herkennen. De begrenzingen van het spoor en het Wijchens Meer zijn onveranderd. Ook het landelijk gebied met de hoger gelegen zandduin aan de oostzijde is nog goed herkenbaar. De sportvelden rond de Leemweg sluiten hieraan op het landelijk gebied. Door de functie en het landelijke karakter is dit gebied een duidelijk te onderscheiden gebiedsdeel binnen het plangebied. De historische lintbebouwing langs de Kasteellaan markeert de loop van deze historisch belangrijke route. De Oosterweg is als route nog duidelijk herkenbaar. Alleen nabij het centrum van Wijchen is enige historische bebouwing aanwezig.
De Kasteellaan en Oosterweg begrenzen als historische routes eveneens de buurten binnen het plangebied: Uilenboom aan de noordzijde van de Kasteellaan, Valendries gelegen tussen de Oosterweg en de Kasteellaan. Onderstaande afbeeldingen geven een beeld weer van de historische ontwikkeling in de jaren 1900, 1970 en 2020 van Oost-Wijchen.
Afbeelding 4: Historische ontwikkeling Oost-Wijchen
2.3
Het plangebied
Het plangebied is gelegen in de kern Wijchen. De locatie is onderdeel van het woonperceel van de bewoners op nummer 130 en dient in de bestaande situatie als tuin. Tevens is ruimte beschikbaar voor parkeren op eigen terrein en wordt het perceel ontsloten via zowel de Grootvenseweg als de Kasteellaan. In de tuin staan een aantal opstallen. Ten behoeve van onderhavige ontwikkeling worden deze opstallen gesloopt. Aan de westzijde grenst het plangebied aan een historische begraafplaats ‘Kasteellaan’ en indirect aan meerdere kleinschalige detailhandelszaken en lintbebouwing. Ten noorden grenst het gebied direct aan de Kasteellaan. Ter hoogte van het plangebied heeft de Kasteellaan een 30 km/u regime. Ten oosten grenst het perceel aan de Grootvenseweg. Navolgende foto’s verbeelden de bestaande situatie van het plangebied en de directe omgeving.
8
Afbeelding 5: Luchtfoto plattegrond bestaande situatie (plangebied rood omlijnd)
Afbeelding 6: Sfeerimpressie wegprofiel (Links = vanaf de Kasteellaan richting de Meidoornstraat, rechts = vanaf de Kasteellaan richting de Nieuweweg)
9
2.4
Strijdigheid geldend bestemmingsplan
De voorgenomen ontwikkeling is op de volgende punten strijdig met het geldende bestemmingsplan 'Oost Wijchen 2008': Binnen het plangebied ligt de enkelbestemming ‘Wonen’. Binnen de voor ‘Wonen’ bestemde gronden geldt dat het bestaande aantal woningen per bouwperceel niet mag worden overschreden en dat het hoofdgebouw uitsluitend binnen het bouwvlak gebouwd moet worden. Voorliggend plan maakt de bouw van één extra woning buiten het bouwvlak op een bouwperceel binnen de woonbestemming mogelijk. Derhalve is de ontwikkeling van het voorgenomen plan niet direct passend binnen de regels van het geldende bestemmingsplan. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het mogelijk maken van het voorgenomen plan.
10
3 Toekomstige situatie 3.1
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt de voorgenomen ontwikkeling beschreven en wordt invulling gegeven aan een goede landschappelijke inpassing.
3.2
Bebouwing
De initiatiefnemer is voornemens om binnen het plangebied één levensloopbestendige seniorenwoning met een groen en dorps karakter te bouwen. De woning zal op het perceel gelegen tussen de Kasteellaan 130 en de begraafplaats, gebouwd worden. De bestaande woning met (onderkelderde) garage aan de Kasteellaan 130 blijft gehandhaafd. Vanuit stedenbouwkundig oogpunt is het realiseren van de woning op deze plek passend, gezien de woning zal zorgen voor een opvulling van het bebouwingslint langs de Kasteellaan. De ontwikkeling is hiermee een logische afronding van het bestaande bebouwingslint op deze locatie. Gezien de nieuwbouw een levensloopbestendige seniorenwoning betreft, worden alle basisvoorzieningen (slaap-, bad-, en woonkamer/ keuken) gelijkvloers gebouwd. De doorgangen van de woning zullen voldoende breed worden uit gevoerd, zodat de woning rolstoelgeschikt en levensloopbestendig is en blijft. De nieuw te bouwen seniorenwoning wordt achter de rooilijn van het naastgelegen monument ‘Begraafplaats Kasteellaan’ en bestaande woning aan de Kasteellaan 130 gepositioneerd. Onderstaande afbeelding verbeeldt het verkavelingsplan.
Afbeelding 7: Verkavelingsplan
Architectuur Het karakter van de buurt is sterk bepalend voor de verkaveling en de bouweisen voor de nieuwbouwwoning. Opvallend en passend in de omgeving zijn gebouwen die in de jaren 30-stijl gebouwd zijn/worden, in de stroming van het traditionalisme ofwel ‘de Delfste School’ genoemd. De nieuw te bouwen woning zal qua architectuur dan ook aansluiten op deze bouwstijl, zodat er sprake is van eenvoud en een goede harmonie tussen massa, ruimte en lichtinval. De nieuwbouwwoning zal uit maximaal 1,5 bouwlaag bestaan en zal een maximale goot- en bouwhoogte hebben van 3,5 meter en respectievelijk 8 meter.
11
3.3
Duurzaamheid
De seniorenwoning zal met inachtneming van het Bouwbesluit 2021, conform de gestelde BENG-eisen, geheel energieneutraal gebouwd worden. Er is enkel sprake van een elektriciteitsmeter en de energiebehoefte zal opgewekt worden door zonnepanelen i.c.m. een warmtepomp. Daarnaast zal gebruik worden gemaakt van duurzame materialen (zoals FSC houtsoorten en CO2 neutraal beton) en het hergebruik van hemelwater. Voor het hergebruiken van hemelwater geldt een besparing van 50% van het totale watergebruik op jaarbasis, uitgaande van het watergebruik van soortgelijke woningen. De positieve gevolgen van voornoemde eisen zijn dat de woningen beter geïsoleerd en beter luchtdicht gebouwd worden. Hierdoor wordt het realiseren van een gezond binnenklimaat meer afhankelijk van de voorzieningen voor de luchtverversing in de woningen. In de woning wordt een groene wand geplaatst die op een natuurlijke manier voor luchtverversing zorgt. Daarnaast wordt met voorliggend bouwplan aandacht geschonken aan natuur inclusief bouwen. Door rekening te houden met detaillering in de woning wordt ruimte gegeven aan de aanwezige fora en fauna. Deze detailleringen luiden als volgt: • • •
In de fundering en/of de eerst metsellagen worden openingen gemaakt zodat egels kunnen schuilen onder de plinten van kasten/ werkbanken of andere voorzieningen; Er wordt een nestelwand gemaakt voor kleine zangvogels zoals de mus, koolmees en pimpelmees; Een hole dakrand die geldt als zomerverblijf voor vleermuizen aan de westzijde.
Overige duurzaamheidsmaatregelen die toegepast worden zijn: • •
• •
Er wordt zo weinig mogelijk bestrating/ verhard oppervlak toegepast. De bestrating wordt infiltrerend toegepast. Dit om het hemelwater te infiltreren in de bodem en het rioleringssysteem niet onnodig te belasten; Hemelwater wordt op eigen grond geïnfiltreerd in combinatie met het opvangen door middel van waterzakken in de kruipruimte. Naast beregening kan dit water mogelijk ook ingezet worden ten behoeve van een grijs watersysteem; De bestaande bomen zijn integraal onderdeel van het plan. Deze bomen zorgen voor voldoende schaduw in de warmere perioden. Hierdoor wordt hittestress tegengegaan; Eventuele platte daken worden ingericht als groene daken (voorzien van groen uit de omgeving).
Bij de vergunningsaanvraag voor het bouwen zal de inpasbaarheid van de genoemde duurzame technieken concreet zijn uitgewerkt.
3.4
Verkeer en parkeren
Het plan genereert een minimale toename van het aantal verkeersbewegingen per etmaal en wordt direct ontsloten via de Grootvenseweg. Voorliggend plan genereert 8,6 voertuigbewegingen per etmaal. Dergelijke wegen kunnen een maximale verkeersintensiteit van 2500 voertuigen per etmaal afwikkelen. Hiermee kan geconcludeerd worden dat het plan geen negatieve werking heeft op de verkeersafwikkeling ter plaatse. Het parkeren vindt op eigen perceel, ten oosten van het plangebied, plaats. In het verkavelingsplan is dan ook een ‘parkeerzone’ opgenomen. Binnen deze zone kunnen 3 parkeerplaatsen gerealiseerd worden. Vanaf de parkeerzone wordt een looppad gerealiseerd. Dit looppad verbindt de parkeerzone met de nieuw te bouwen seniorenwoning. Voor een nadere beschrijving van het aspect ‘verkeer en parkeren’ zie paragraaf 5.11.
3.5
Landschappelijke inpassing
Het plangebied, bezien vanaf de Kasteellaan, heeft in de huidige situatie een verwilderde maar groene uitstraling. De huidige opstallen bestaan uit de woning Kasteellaan 130 met (onderkelderde) garage. De huidige erfafscheiding tussen de Kasteellaan en het perceel wordt gevormd door diverse soorten beplanting waarin gaten vallen, gecombineerd met een hoog hekwerk.
12
De afscheiding met de Kasteellaan zal in de nieuwe situatie gevormd worden door een beukenhaag. De beuk biedt een goede inpassing in het straatbeeld van de Kasteellaan. Daarbij is het perceel behorend bij de Kasteellaan al deels (ten oosten) omsloten door een lage beukenhaag. Ook zorgen de beuken langs de Kasteellaan en de bestaande bomen op het perceel voor veel schaduw, beuken zijn daar tegen bestand. Zowel de haagbeuk, de gewone beuk als de rode beuk is passend. De hagen maken het bestaande hekwerk overbodig, het hek zal verwijderd worden. De tekening laat zien dat de hagen deels boven en deels onder ooghoogte zijn. De hoge hagen zorgen voor privacy in de tuinen. De lagere hagen zorgen voor een visuele connectie tussen de woningen op het perceel en de Kasteellaan en voorkomt dat het perceel volledig afgesloten is van de Kasteellaan. In het plan is gestreefd naar behoud van bestaande bomen. De situering van de nieuwe woning is secundair aan de locatie van de bestaande bomen in het plangebied. De woning komt precies tussen de bomen die gelegen zijn op de begraafplaats (de zomereiken) en de bomen in het midden van de tuin. De bomen op het naastgelegen kerkhof staan vermeld op de waardevolle bomen lijst van de gemeente onder de code 62.18. Deze bomen vormen geen belemmering voor het plan en blijven uiteraard behouden.
Ook de bestaande bomen aan de Grootvenseweg blijven behouden. Naast het behoud van bestaande bomen worden ook nieuwe bomen toegevoegd. De nieuw te planten bomen zijn inheems met een hoogte tot 12 meter. Ook fruitbomen zoals de Appel, de pruim, de peer en de (sier)kers zijn geschikt. Het ingetekende heestervak in het uiterste westen van het plangebied zal het statige karakter van de Kasteellaan versterken. Rododendrons zijn hier geschikt voor. Daarnaast is ook de standplaats geschikt voor Rododendrons. De beide vakken centraal gelegen heesterbeplanting bevat een sortiment gebaseerd op de landschappelijke locatie van het plangebied. Het plangebied is gelegen op een oorspronkelijke rivierduin. Geschikte soorten zijn: Meidoorn (Crataegus), hazelaar (corylus), rode kornoelje (cornus) veldesdoorn (Acer campestre), hondsroos (Rosa canina), vuilboom (Frangula alnus), Gelderse roos (Viburnum opulus) en de hulst (Ilex aquifolium). Deze soorten kunnen eventueel aangevuld worden met enkele andere inheemse soorten zoals cultivars van bovengenoemde soorten. De nieuw te bouwen woning wordt ontsloten aan de Grootvenseweg. Ter hoogte van de Grootvenseweg is ruimte om drie auto’s te parkeren in overeenstemming met de parkeernorm van 2,6, afgerond 3. De situering van de parkeerplekken zorgt voor een minimale toename van verharding en houdt rekening met de bestaande bomen langs de Grootvenseweg.
Een aanduiding ‘eigen terrein’ verduidelijkt dat het gaat om een privéparkeerplaats. De hagen, de te behouden bomen, de vaste planten en de nieuwe bomen zorgen voor een verzorgde indruk vanaf de Grootvenseweg. Onderstaande afbeelding geeft een situatietekening van het landschappelijk inpassingsplan weer. Het volledige landschappelijk inpassingsplan is als bijlage 1 toegevoegd.
Afbeelding 8: Situatietekening landschappelijke inpassing
13
4 Relevant ruimtelijk beleid 4.1
Inleiding
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het relevante ruimtelijke beleid. Naast de belangrijkste algemene beleidskaders worden de specifieke voor het plangebied geldende beleidskaders beschreven.
4.2
Rijksbeleid
4.2.1
Nationale Omgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De belangrijkste speerpunten uit de NOVI zijn: -
Een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden;
-
De verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsen;
-
De overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied;
-
De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland. Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden;
-
Het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies;
-
Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen.
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) Het Rijksbeleid in de op 13 maart 2012 vastgestelde Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is, behalve enkele onderdelen van bijlage 6: 'Essentiële onderdelen Nota Mobiliteit, geheel opgegaan in de NOVI. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling aan de Kasteellaan 130 in Wijchen raakt geen belangen uit de Nationale Omgevingsvisie en is derhalve niet in strijd met de NOVI. 4.2.2
Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening
Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Dit besluit stelt eisen aan een bestemmingsplan daar waar het gaat om gebieden van nationaal belang:
14
• • • • • • • • • • • • •
Rijksvaarwegen; Project Mainportontwikkeling Rotterdam; Kustfundament; Grote rivieren; Waddenzee en waddengebied; Defensie; Hoofdwegen en hoofdspoorwegen; Elektriciteitsvoorziening; Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; Ecologische hoofdstructuur; Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde.
Conclusie Onderhavig initiatief heeft geen invloed op de bovenstaande belangen. Het Barro stelt dan ook geen extra eisen aan onderliggend bestemmingsplan. 4.2.3 Ladder duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Deze worden in artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven: -
De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling;
-
Als blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied.
Toets op voorgenomen ontwikkeling Voorliggend bestemmingsplan maakt de realisering van 1 nieuwbouwwoning mogelijk. Voorliggend plan wordt niet gezien als een stedelijke ontwikkeling omdat de meest recente jurisprudentie beschrijft dat een nieuwbouwplan gezien wordt als stedelijke ontwikkeling wanneer er sprake is van de bouw van meer dan 11 woningen. Bestaand stedelijk gebied De ladder schrijft voor dat bekeken moet worden of in de behoefte kan worden voorzien binnen bestaand stedelijk gebied (BSG). In artikel 1.1.1 onder h van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip 'bestaand stedelijk gebied' vastgelegd. Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. In de Nota van Toelichting wordt opgemerkt dat de kwalificatie bestaand stedelijk gebied afhangt van de omstandigheden van het geval, de specifieke ligging, de feitelijke situatie, het bestemmingsplan en de aard van de omgeving. Het plangebied ligt aan de oostzijde van de kern Wijchen binnen een bestaande woonwijk langs de Kasteellaan. Het plan maakt zodoende onderdeel uit van het bestaand stedelijk samenstel van bebouwing.
Er kan worden geconcludeerd dat het plan binnen bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Woningbehoefte De gemeente Wijchen moet voorzien in de groeiende woningbehoefte en veranderende woonwensen. Met de Woonvisie ‘Thuis in Wijchen’ heeft de raad een woningbouwprogramma vastgesteld: doel is om 800 woningen te realiseren in de periode 2016 – 2025 (zie ook paragraaf 4.4.3).
15
Om het toenemende aantal huishoudens te voorzien van een woning is voldoende woningbouwcapaciteit nodig en daarbinnen met name harde plannen. Dit zijn plannen waarvoor de benodigde ruimtelijke ordeningsprocedures doorlopen zijn. In lijn met de Woonagenda subregio Arnhem en Nijmegen E.O. 2020-2030 gaat het daarbij om plannen in diverse woonmilieus om aan de verscheidenheid van woonwensen tegemoet te kunnen komen. Voorliggend plan draagt bij aan het realiseren van een levensloopbestendige seniorenwoning, binnen bestaand stedelijk gebied maar in een dorps en groen woonmilieu. De actuele woningbouwopgave voor Wijchen tot 2030 betreft het opleveren van 1.430 nieuwe woningen. Om het huidige woningtekort adequaat aan te pakken worden 1.070 woningen gerealiseerd in de periode 2020 tot 2025. Voorliggend plan met ruimte voor een woning draagt daaraan bij. Het plan kan na het doorlopen van de benodigde RO-procedures, bijdragen aan het realiseren van de gemeentelijke woningbouwopgave en meerwaarde bieden voor de doelgroep ‘ouderen’ in Wijchen. Conclusie Het voorliggende plan voldoet, gelet op het bovenstaande, aan de vereisten van de Ladder voor duurzame verstedelijking.
4.3
Provinciaal beleid
4.3.1
Omgevingsvisie ‘Gaaf Gelderland’
Op 19 december 2018 hebben de Provinciale Staten de Omgevingsvisie ‘Gaaf Gelderland’ vastgesteld. Met de Omgevingsvisie formuleert de provincie haar ambitie over hoe zij de Gelderse leefomgeving er in 2050 uit wil laten zien. Daarbij stelt zij tussendoelen voor 2030, maar legt nu nog niet vast hoe zij die doelen wil bereiken. De provincie wil daarmee ruimte bieden voor inbreng vanuit partijen en disciplines. Om hiermee aan de slag te gaan is volgens de provincie een verdere uitwerking van de ambities nodig in de vorm van programma's. Met de visie geeft de provincie aan wat zij belangrijk vindt voor de verbetering van de Gelderse leefomgeving. Hierbij is het hoofddoel: een schoon, gezond, veilig en welvarend Gelderland te ontwikkelen. Daarbij legt zij de focus op de volgende zeven ambities voor de middellange en lange termijn: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Energietransitie Klimaatadaptatie Circulaire economie Biodiversiteit Bereikbaarheid Vestigingsklimaat Woon- en leefomgeving
Toets op voorgenomen ontwikkeling Onderhavig plan betreft de bouw van een levensloopbestendige seniorenwoning. Deze relatief kleinschalige ontwikkeling draagt op de volgende wijze bij aan de provinciale ambities: 1.
Energietransitie/ klimaatadaptatie/circulaire economie/ biodiversiteit De provincie Gelderland wil in 2050 geheel energieneutraal zijn. Om deze ambitie te kunnen verwezenlijken wordt onder andere aandacht geschonken aan het duurzaam inrichten van nieuwbouwwoningen. De energietransitie houdt enerzijds in het verminderen van het energieverbruik en anderzijds de verduurzaming van de energie. De nieuwbouwwoning zal minstens aan de in het Bouwbesluit opgenomen energieprestatie-eisen moeten voldoen. Een uitwerking van de toe te passen duurzaamheidsmaatregelen zijn beschreven in paragraaf 3.3 Een nadere uitwerking hiervan zal plaatsvinden bij de aanvraag omgevingsvergunning. 2. Vestigingsklimaat/ bereikbaarheid Onderdeel van een concurrerende en duurzame economie is het voorzien in een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Door een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de woning wordt een bijdrage geleverd aan de leefom-
16
geving en daarmee aan het vestigingsklimaat van Wijchen. Wat betreft de ambitie ‘bereikbaarheid’ kan geconcludeerd worden dat de nieuwbouwwoning goed bereikbaar is door de ligging aan de Kasteellaan. Deze weg verbindt Wijchen Oost met de overige delen van Wijchen. 3. Woon- en leefomgeving De provincie beschrijft o.a. in te willen zetten op het behoud van de open landschappen in Gelderland. Hierbij is bouwen binnen bestaand stedelijk gebied het vertrekpunt. Daarnaast is het de ambitie om nieuwe woningen dan wel woonwijken te verduurzamen (aardgasloos en circulair bouwen) en het vraag- en aanbod op de woningmarkt beter op elkaar aan te laten sluiten. Voorliggend plan voorziet in een uitbreiding binnen het bestaand stedelijk gebied van Wijchen. De nieuwbouwwoning is geheel passend bij de lokale vraag in woningbehoefte (zie paragraaf 4.2.3) en wordt geheel duurzaam gebouwd. Zo worden er zonnepanelen op het dak geplaatst, wordt er gebruik gemaakt van duurzame bouwmaterialen en wordt hergebruik van hemelwater toegepast. Conclusie Het plan geeft tot zover een optimale invulling aan de opgaven van de Gelderse Omgevingsvisie. 4.3.2
Interim Omgevingsverordening Gelderland (geconsolideerd)
Op 31 maart 2021 is de Interim Omgevingsverordening Gelderland (hierna te noemen IOV Gelderland) in werking getreden. De Omgevingsverordening Gelderland is één van de uitvoeringsinstrumenten voor de provincie om haar ruimtelijke doelen te realiseren. Met de vaststelling van de IOV Gelderland is de tot dan toe geldende Interim Omgevingsverordening Gelderland (geconsolideerd op 19 november 2018) komen te vervallen. Toets op voorgenomen ontwikkeling Conform artikel 2.2 van de IOV Gelderland kan een bestemmingsplan nieuwe woningen ter plaatse mogelijk maken onder voorwaarden dat een nieuwe ontwikkeling past binnen een door de Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. Onderhavig plan voorziet in de bouw van één levensloopbestendige seniorenwoning binnen het bestaand stedelijk gebied van Wijchen. Het plan draagt bij aan zowel de toenemende vraag in woningbehoefte als aan de regionale ambitie om plannen in diverse woonmilieus toe te voegen binnen de regio Arnhem- Nijmegen. Hiermee is het plan passend binnen de gestelde voorwaarden conform de regionale ‘Woonagenda subregio Arnhem en Nijmegen E.O. 20202030’. Uit enerzijds de motivering onder ‘Laddertoets’ in paragraaf 4.2.3 en de beschrijving in paragraaf 4.4.4 ‘Woonbeleid’, en anderzijds de motivering op het bouwplan in hoofdstuk 3, blijkt dat met het plan wordt voldaan aan bovenstaande voorwaarden.
Conclusie Gelet op het bovenstaande, kan geconcludeerd worden dat voorliggend initiatief voldoet aan de regels opgesteld in de Interim Omgevingsverordening Gelderland.
4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1
Strategische Visie Wijchen 2025
De Strategische Visie Wijchen, die in 2007 is vastgesteld, is voor de gemeente een instrument waarmee vorm en inhoud wordt gegeven aan de verdere ontwikkeling van Wijchen in de komende jaren. De belangrijkste ambities voor 2025 zijn: -
Verantwoorde en geleidelijke groei van de Wijchense bevolking met behoud van het eigen karakter van Wijchen;
-
Gedifferentieerd woningaanbod voor alle lagen in de bevolking: met specifieke aandacht voor starters en ouderen;
17
-
Verhogen kwaliteit en diversiteit woonmilieus;
-
Verhogen leefbaarheid: aantrekkelijke, groene en veilige woonomgeving;
-
Een compleet voorzieningenaanbod: op winkel- en sociaalmaatschappelijk gebied voor alle Wijchenaren;
-
Behoud en verbetering leefbaarheid kleine kernen.
Toets op voorgenomen ontwikkeling Dit bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van één seniorenwoning met een groen en dorps karakter in de kern van Wijchen mogelijk. Het voornemen creëert meer woongelegenheid voor ouderen, verbetert de ruimtelijke kwaliteit door het bebouwingslint aan de Kasteellaan te verdichten en heeft door de zorgvuldige landschappelijke inpassing een positieve invloed op de leefbaarheid van het gebied. Conclusie Het plan past in de Strategische Visie Wijchen 2025. 4.4.2
Structuurvisie Wijchen 2009
Op 29 mei 2009 is de Structuurvisie Wijchen vastgesteld. In deze visie wordt een doorkijk gegeven naar de gewenste ontwikkeling van Wijchen. In deze structuurvisie worden de aspecten bodem en water, natuur, landschap, cultuurhistorie en archeologie, wonen, bedrijvigheid, landbouw, recreatie, verkeer en milieu behandeld. Deze structuurvisie geeft een overzicht van de verwachte ontwikkelingen binnen de gemeente Wijchen voor een periode van tien jaar. De gemeente gaat uit van een compacte groei en het benutten van potenties van bestaand stedelijk gebied zonder daarbij de bestaande kwaliteit aan te tasten, in combinatie met een vitaal platteland en sterke kleine kernen. Het plangebied maakt deel uit van de zone 'bestaand stedelijk gebied'. De visie beschrijft nieuwe woningbouwplannen zoveel mogelijk binnen bestaand stedelijk gebeid gerealiseerd te willen hebben. Toets op voorgenomen ontwikkeling Binnen de Structuurvisie Wijchen wordt er gesproken over een structurele aanpak van het tekort aan huisvesting voor jongeren, starters en ouderen op korte termijn door deze groepen voorrang te geven in de verschillende woningbouwprogramma's. Onderhavig plan voorziet in het creëren van meer woongelegenheid voor ouderen en voldoet hiermee aan de gestelde woonambitie, opgenomen in de structuurvisie Wijchen 2009.
Tevens wordt met voorliggend plan een nieuwbouwwoning binnen het bestaand stedelijk gebied van de kern Wijchen gebouwd. De woning wordt landschappelijk ingepast binnen de omgeving waardoor de bestaande ruimtelijke kwaliteiten van de locatie zo min mogelijk worden aangetast. Aangesloten wordt bij de karakteristieken van het gebied en de randen. Onderstaande afbeelding geeft een uitsnede van de structuurvisiekaart weer.
18
Afbeelding 9: Uitsnede structuurvisiekaart Wijchen 2009 (plangebied indicatief rood omkaderd)
Conclusie Het voorliggend plan sluit vrijwel naadloos aan op de Structuurvisie Wijchen 2009.
4.4.3
Woonvisie 2025
De woonvisie ‘Thuis in Wijchen 2025’ is opgesteld in februari 2017 als kader dat richting geeft aan ontwikkelingen die Wijchen raken op het gebied van woonmilieu. In deze visie wordt omschreven waar de gemeente moet bijsturen, afremmen of juist versnellen om haar doelen op het gebied van wonen te bereiken. De woonvisie is gericht op twee belangrijke speerpunten welke verder uitgewerkt zijn in verschillende opgaven: 1.
2.
Versterk het thuisgevoel en a. Wijken en dorpen met identiteit b. Bestaande woningvoorraad Kijk verder dan de trends van nu a. Passende kwaliteit van wonen voor iedereen b. Bewust wonen c. Flexibel en samen
Op het gebied van gemeentelijk woonmilieu zijn doelen geformuleerd voor een woningaanbod in balans. Zo wil de gemeente Wijchen voor starters, jonge gezinnen, (vitale) senioren en mensen met een zorgvraag meer mogelijkheden op de woningmarkt. Dit vraagt om speciale aandacht voor de woonwensen van deze groepen, maar ook om het aanpassen van het huidige aanbod op deze wensen. Daarnaast heeft de gemeente de ambitie om ruimte te geven aan verbetering van de kwaliteit van de bestaande woningen. Zodat de woningen (nog) beter aansluiten op de behoeften van 2025. Dat kan bijvoorbeeld gaan om verbeteringen van de duurzaamheid van woningen of verbetering van de leefbaarheid van een wijk. Deze kwaliteitsslag wil de gemeente maken door meer mogelijkheden te geven aan herstructurering, innovatie en spontane, (kleinschalige) initiatieven. Dit wordt ook wel organische (gebieds)ontwikkeling genoemd. Toets op voorgenomen ontwikkeling Voorliggend plan biedt ruimte om de komende jaren één seniorenwoning toe te voegen in Wijchen. De ontwikkeling betreft een kleinschalig initiatief. Met dergelijke initiatieven wordt de kans vergroot om in te spelen op veranderingen in de vraag en de innovatie en duurzaamheid op de woningmarkt te bevorderen.
19
De ontwikkeling draagt bij aan de ambitie om in met name een groen en dorps woonmilieu woningen toe te voegen, passend bij de wijk of (in dit geval) het dorp. Gezien de woonvisie beschrijft dat de vergrijzing in Wijchen momenteel harder stijgt dan het Nederlandse gemiddelde en dat van de regio, dient er een juiste invulling gegeven te worden aan het passend blijven wonen in Wijchen voor ouderen. Voorliggend plan legt de focus op de huisvesting van (vitale) senioren. Hiermee wordt bijgedragen aan het creëren van een aantrekkelijk en passend woningaanbod binnen de gemeente. Tevens biedt de nieuwbouwwoning een hoogwaardige ruimtelijke invulling aan het plangebied. Ook wordt er rekening gehouden met de gestelde eisen in het kader van ‘duurzaamheid’. Zie paragraaf 3.3 voor een uitgebreide toelichting hierop.
Conclusie Geconcludeerd wordt dat het plan past binnen de gestelde kaders van de gemeentelijke Woonvisie.
4.4.4
Mobiliteitsplan Druten Wijchen, Mobiliteitsvisie Druten Wijchen en Parkeerbeleidsplan gemeente Wijchen 2020 Het mobiliteitsplan, parkeerbeleidsplan en de mobiliteitsvisie schetsen de hoofdlijnen van het verkeers- en vervoersbeleid voor een periode van tien jaar. Het mobiliteitsplan is vastgesteld op 21 mei 2021. De mobiliteitsvisie is op 28 januari 2021 vastgesteld. Het parkeerbeleidsplan is op 3 maart 2020 vastgesteld. Een belangrijk aandachtsveld is het parkeren. In de parkeerbehoefte wordt voorzien door een passend aanbod van parkeerruimte. Het huidige parkeerbeleid kent de volgende pijlers: -
In principe dient elk gebied, voorziening, complex, bedrijf of instelling in de parkeerbehoefte op eigen perceel te voorzien. Daarbij is het belasten van omliggende gebieden met parkeerdruk door een plaatselijk tekort ongewenst.
-
Gestreefd wordt om in de toekomst geparkeerde auto's zoveel mogelijk aan de openbare ruimte en aan het zicht te onttrekken. Parkeerterreinen met gestald blik, maar ook straten overvol met auto's zijn ongewenst.
-
Het parkeerbeleid is restrictief in die gebieden waar de ruimte schaars is, de aanwezigheid van de auto ongewenst is en waar alternatieven beschikbaar zijn.
Per activiteit en gebied worden parkeernormen gehanteerd. Deze parkeernormen kwantificeren de benodigde parkeercapaciteit uitgedrukt in aantal parkeerplaatsen. Met dat aantal parkeerplaatsen kan een gebied of complex in de eigen parkeerbehoefte voorzien. Wijchen sluit aan bij de door het CROW (Nationaal kenniscentrum verkeer, vervoer en infrastructuur) opgestelde landelijke parkeernormen. In paragraaf 5.11 wordt verder ingegaan op het bovenstaande. De nieuwe situatie past binnen de Gemeentelijke Verkeers- en Vervoerplannen.
4.5
Conclusie relevant ruimtelijk beleid
Er kan geconcludeerd worden dat het plan past binnen de relevante ruimtelijke beleidskaders.
20
5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1
Inleiding
Dit hoofdstuk geeft weer hoe milieuaspecten een rol hebben gespeeld bij het opstellen van het voorliggende bestemmingsplan.
5.2
Bedrijven en milieuzonering
Inleiding Milieuzonering zorgt voor voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals woningen. Bij de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzonering om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te garanderen naast de zorg dat er voor bedrijven voldoende ruimte voorhanden is om de bedrijfsactiviteiten duurzaam en binnen aanvaardbare voorwaarden (normen) uit te kunnen voeren. Richtlijn Bij het beoordelen van (binnen het plangebied of elders gelegen) de bedrijven welke invloed hebben op het plangebied, is gebruik gemaakt de VNG-brochure “Bedrijven en Milieuzonering”. De VNG brochure is een richtlijn, vormt geen wettelijk kader maar heeft als gevolg van jurisprudentie de status van pseudo-wetgeving gekregen. Deze richtlijn biedt kaders om milieuzonering goed in ruimtelijke plannen af te wegen. In de VNG-uitgave staan minimale richtafstanden voor geur, stof, geluid en gevaar die gebaseerd zijn op een “gemiddeld” modern bedrijf. Deze richtafstanden gelden vanaf de perceelgrens van het bedrijf waar de bedrijfsactiviteiten plaats kunnen vinden (of de opslagvoorziening of installatie) tot aan de gevel van woningen in een ‘rustige woonwijk’.
Indien het bedrijf afwijkt door grootte, technische voorzieningen, afschermingen et cetera is het mogelijk om gemotiveerd af te wijken van de (indicatieve) afstanden. De grootste van de vier VNG-richtafstanden (voor geur, stof, geluid of gevaar) is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieu-categorie. De milieucategorie van een bedrijf kan variëren van 1 (een licht bedrijf, met een hinderafstand van 10 meter) tot 6 (een zeer zwaar bedrijf, met een hinderafstand van 1500 meter). Toets op voorgenomen ontwikkeling De locatie ligt in een gebied dat zich kenmerkt door de woonfunctie. Daarnaast komen er voorzieningen voor die aan de woonfunctie gekoppeld zijn. Het gaat hierbij om een klein wijkvoorzieningencluster met een kapsalon, een lokale goudsmid etc. De grootste richtafstand voor deze functies bedraagt 10 m. Het plangebied ligt op minimaal 30 m afstand van deze functies. De afstand tussen de hindergevoelige functies en de hinde veroorzakende functies is daarmee voldoende groot. Het plangebied grenst ten westen direct aan een begraafplaats. De grootste richtafstand van een begraafplaats tot aan een woning bedraagt 10 meter. De begraafplaats ligt op een afstand van circa 15 meter van de nieuwbouwwoning. Hiermee wordt voldaan aan de gestelde richtafstand. Verder grenst het plangebied ten oosten indirect aan het bedrijventerrein ‘Wijchen Oost’.
Op dit terrein zijn bedrijven in de milieu categorieën 1,2 en 3 toegestaan. Voor de afstand van een woning tot bedrijven in de genoemde milieu categorieën geldt een minimale richtafstand van 100 meter. Het plangebied bevindt zich op ca. 140 meter afstand van het bedrijventerrein. Deze afstand ligt ruim buiten de VNG-geldende richtlijnenafstand. Gelet op het bovenstaande, is te concluderen dat het plangebied buiten de geldende VNG-richtlijnenafstanden valt van alle genoemde bedrijven. Aangezien de nieuwe woning zich buiten de VNG-afstanden bevinden, wordt hinder als gevolg van de aanwezige/bestemde bedrijvigheid niet verwacht. Daarbij zullen de belangen van de bestemde/aanwezige bedrijven door de komst van nieuwe gevoelige objecten niet worden geschaad. Conclusie Het aspect ‘bedrijven en milieuzonering’ vormt geen planologische belemmering voor het plan.
21
5.3
Bodem en asbest
Wettelijk kader Bij plannen en ontwikkelingen, het daarvoor opstellen van bestemmingsplannen of het wijzigen daarvan is altijd de hoofdvraag of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en hoe deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit als gevolg van aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Bovendien mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door grondverzet (bijvoorbeeld graafwerkzaamheden). Derhalve dient de bodemkwaliteit binnen het plangebied bekend te zijn. Hiermee kan worden beoordeeld of de aanwezige bodemkwaliteit wel of niet geschikt is voor de toekomstige bestemming. Onderzoeksresultaten Op de locatie aan de Kasteellaan 130 te Wijchen is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het volledige onderzoek is als bijlage 2 aan dit document toegevoegd. Bij de uitvoering van het veldwerk zijn geen bijzonderheden (waaronder olie-indicaties) of bijmengingen aangetroffen, die kunnen duiden op aanwezigheid van bodemverontreiniging. Op het maaiveld en in het omhoog gebrachte materiaal zijn ook geen asbestverdachte materialen aangetroffen.
Bodemadvies ODRN Op verzoek van gemeente Wijchen heeft de ODRN een beoordeling uitgevoerd voor de milieu hygiënische kwaliteit van de bodem voor de planlocatie op Kasteellaan 130 te Wijchen (kadastraal gemeente Wijchen, sectie H perceelnr. 5347). Het advies is als bijlage 3 aan de toelichting van dit bestemmingsplan toegevoegd. Het bodemonderzoek geeft een representatief beeld van de kwaliteit van de bodem binnen de planlocatie. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt geconcludeerd dat de locatie geschikt is voor het beoogde gebruik. Conclusie Concluderend kan worden gesteld dat er vanuit het aspect ‘bodem’ geen belemmeringen bestaan voor de verdere ontwikkeling van het plan.
5.4
Luchtkwaliteit
Wettelijk kader Het doel van de Wet luchtkwaliteit (opgenomen in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer) is het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van luchtverontreiniging. De grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, zwevende deeltjes (PM10; PM2,5 fijn stof), lood, koolmonoxide en benzeen geven het kwaliteitsniveau van de buitenlucht aan dat op een gegeven tijdstip moet zijn bereikt en daar waar het juiste kwaliteitsniveau al aanwezig is, zoveel mogelijk in stand moet worden gehouden. De grenswaarden voor luchtkwaliteit kunnen beperkend zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen en plannen. Uitgangspunt is dat een ruimtelijk plan (een project) niet leidt tot overschrijding van luchtkwaliteitsnormen. Als er wel sprake is van een overschrijding, dan mag een project de luchtkwaliteit niet in betekenende mate verslechteren. Kleine projecten en ruimtelijke plannen, waarvan duidelijk is dat deze niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit, hoeven niet getoetst te worden aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Dit is geregeld in het “Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM)”. De grens NIBM voor de stoffen PM10 (fijnstof) en NO2 ligt vanaf 1 augustus 2009 op 1,2 μg/m3.
Om de bijdrage aan de luchtkwaliteit bij een kleiner ruimtelijk plan of verkeersplan vast te kunnen stellen, is door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu een speciale rekentool ontwikkeld, genaamd de NIBM-tool. Met het invoeren van het extra aantal voertuigbewegingen en aandeel vrachtverkeer, bepaalt de NIBMtool – uitgaande van worst-case omstandigheden – de bijdrage aan luchtkwaliteit en daarmee of een plan wel of niet NIBM is. Één van de categorieën waarvoor niet hoeft worden aangetoond dat ze in betekende mate bijdragen, betreft de bouw van meer da 1500 woningen en waarbij is uitgegaan van een verkeersgeneratie van tenminste 7500 motorvoertuigbewegingen per etmaal.
22
Toets op voorgenomen ontwikkeling Het voorgenomen plan voorziet in de bouw van één extra woning. De verkeersaantrekkende werking van het woningbouwplan ligt daardoor ruim beneden de 7500 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Het plan is daarmee aan te merken als ‘Niet in betekende matie (NIBM)’. Vanuit de wetgeving bestaat dan ook geen bezwaar tegen onderhavig plan. Om de luchtkwaliteit te meten wordt gebruik gemaakt van de NSL-monitoringstool. Hierbij is het dichtstbijzijnde rekenpunt gelegen aan de ‘Oosterweg’ en wordt aangegeven dat de optredende concentraties voor NO2, PM10 en PM2,5 lager liggen dan de daarvoor geldende grenswaarden. Derhalve hoeft voor het planvoornemen geen onderzoek inzake luchtkwaliteit te worden uitgevoerd. Conclusie Het aspect ‘Luchtkwaliteit’ vormt geen belemmering voor het plan.
5.5
Geurhinder veehouderijen
Veehouderijen veroorzaken in het algemeen geur vanwege de dierenverblijven en agrarische bedrijfsstoffen, zoals opslag van mest in mestbassins. Gezien de typering van het plangebied, landelijk gebied, is geur hier een relevant aspect. Geur kan in de leefomgeving in meer of minder mate hinder veroorzaken en kan om die reden ook gezondheidsrisico's met zich meebrengen. De geuremissie verspreidt zich via de lucht en op de woon- en leefomgeving wordt een geurbelasting veroorzaakt. Er dient een acceptabel woon- en leefklimaat aanwezig te zijn, maar tevens dienen omliggende bedrijven (veehouderijen) niet in hun bedrijfsontwikkeling(en) worden belemmerd. Geurbelasting kan op twee manieren worden uitgedrukt. Voor de geurbelasting van landbouwhuisdieren waarvoor geen zogenaamde geuremissiefactor is aangewezen, zijn er vaste afstanden vastgesteld. Onder geurbelasting als gevolg van intensieve veehouderij waar landbouwhuisdieren worden gehuisvest met een geuremissiefactor verstaan we de hoeveelheid geur, uitgedrukt in odourunits per kubieke meter lucht, die op een geurgevoelig object, zoals een woning 'terecht' komt. Deze hoeveelheid kan in situaties worden berekend met het wettelijk vastgestelde luchtmodel Vstacks. De afstand tussen geuremitterende bedrijven en geurgevoelige bestemmingen is daarbij van grote invloed.
De geurbelasting op een gebied is relevant voor een beoordeling van het woon- en leefklimaat en dient beschouwd te worden om bijvoorbeeld woningbouw te realiseren. Geur van veehouderijen heeft dus gevolgen voor het woon- en leefklimaat van mensen en voor het gebruik van de ruimte. Wettelijk kader De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) is op 1 januari 2007 in werking getreden. Met de Wet geurhinder en veehouderij geldt één toetsingskader voor vergunningplichtige veehouderij in de gehele gemeente. Voor niet vergunningverplichte veehouderijen en overige agrarische niet vergunningplichtige bedrijven is het Activiteitenbeluit het toetsingskader. De Wet geurhinder en veehouderij bevat normen en afstanden die bedrijven moeten aanhouden ten opzichte van geurgevoelige objecten. Daarnaast geeft de Wet geurhinder en veehouderij gemeenten de beleidsvrijheid om maatwerk te leveren dat is afgestemd op de ruimtelijke en milieuhygiënische feiten en omstandigheden in een concreet gebied en de gewenste (toekomstige) ruimtelijke inrichting. Toets op voorgenomen ontwikkeling Het planvoornemen voorziet in het toevoegen van een woning, zijnde een geurgevoelig object. Het plangebied is niet gelegen in de nabijheid van geuremissiebronnen. Een nadere toetsing is daarom niet nodig. Conclusie Het aspect geur vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
23
5.6
Wegverkeerslawaai
Wettelijk kader Langs alle wegen bevinden zich conform de Wet geluidhinder (Wgh) geluidszones, met uitzondering van wegen op woonerven en 30 km/uur-wegen. Binnen de geluidszone van een weg dient de geluidsbelasting op de gevel van geluidsgevoelige bestemmingen (zoals woningen) aan wettelijke normen te voldoen. De breedte van een geluids-onderzoeks-zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de ligging van de weg (binnen- of buitenstedelijk). De beoogde ontwikkeling ligt binnen de zone van de Stationslaan en de Nieuweweg. Voor de geluidsbelasting op de gevels van nieuwe geluidsgevoelige functies binnen de wettelijke geluidszone van deze weg geldt een ten hoogste toelaatbare geluidbelasting van 48 dB. Onderzoeksresultaten Om de gevelbelasting op de nieuwe woningen inzichtelijk te maken heeft E. consultancy op 20 mei 2022 een onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Het gehele onderzoeksrapport is als bijlage 4 toegevoegd aan deze toelichting. T.a.v. de gezoneerde wegen (de Stationslaan en de Nieuweweg) wordt voldaan aan de voorkeurswaarden zoals genoemd in de Wgh. Er vindt geen overschrijding van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting plaats. Met inachtneming van voorgaande is dan ook geen procedure hogere grenswaarde benodigd. De geluidsbelasting afkomstig van de niet gezoneerde Kasteellaan bedraagt meer dan 48 dB.
Het treffen van bron- en overdrachtsmaatregelen om dit op te heffen is echter niet doelmatig om de volgende redenen: -
Het beperken van de rijsnelheid of de verkeersintensiteiten van de Kasteellaan zijn vanuit verkeerskundig oogpunt geen reële maatregelen;
-
Het vervangen van het wegdek voor een stillere type betreft vanwege financieel oogpunt een onevenredig grote investering t.o.v. het kleinschalige initiatief wat hiermee mogelijk gemaakt wordt. Tevens stuit dit ook op beheersmatige bezwaren;
-
Het plaatsen van een geluidsscherm is een mogelijkheid maar is gezien de ligging en benodigde hoogte een onwenselijk stedenbouwkundig element in de directe omgeving. Ook betreft deze overdrachtsmaatregel een onevenredige investering t.o.v. het kleinschalige initiatief wat hiermee mogelijk wordt gemaakt.
Er is toch sprake van een goed woon- en leefklimaat omdat uit de toetsing van de samenloop van verschillende geluidsbronnen (cumulatie) blijkt dat de milieukwaliteit geclassificeerd kan worden tussen ‘goed’ en ‘redelijk’. Een goed woon- en leefklimaat kan hierdoor in de toekomst gewaarborgd worden. Desalniettemin is in het kader van een goede ruimtelijke ordening getoetst aan het hogere waarde beleid van de gemeente Wijchen, met name de aanvullende eis dat elke woning moet beschikken over een geluidluwe gevel en buitenruimte. De seniorenwoning beschikt over een geluidluwe gevel en buitenruimte, waarmee kan worden geconcludeerd dat wordt voldaan het aan hogere waarde beleid van de gemeente. Daarnaast kan, zoals genoemd, de milieukwaliteit worden geclassificeerd als ‘goed’ tot ‘redelijk’. Dit alles zal leiden tot een goed woon- en leefklimaat. Vanwege dat de gecumuleerde geluidbelasting 54 dB (zonder aftrek) vanwege het wegverkeer op de Kasteellaan bedraagt en om te garanderen dat wordt voldaan aan het binnenniveau van 33 dB is hiertoe een voorwaardelijke verplichting in de regels van het bestemmingsplan vastgelegd.
5.7
Water
Beleid Waterschap Rivierenland De gemeente valt binnen het beheersgebied van Waterschap Rivierenland. Het Waterschap geeft in het kader van de Waterwet een vergunning af voor lozing op oppervlaktewater (Waterwet art 6.2) en in het kader van de Keur een ontheffing voor ingrepen/ activiteiten in/nabij watergangen en waterkeringen. Daarnaast verzorgt het waterschap het onderhoud van watergangen en draagt zorg voor het zuiveren van afvalwater (Waterwet art. 3.4). Waterbeheerprogramma 2022-2027 ‘Versterken, verbinden en vergroenen’ Met ingang van 22 december 2021 is het Waterbeheerprogramma 2022-2027 bepalend voor het waterbeleid. Met dit programma blijft het Waterschap Rivierenland op koers om het rivierengebied veilig te houden tegen overstromingen, om voldoende en schoon water te hebben en om afvalwater effectief te zuiveren. De speerpunten hierin zijn: