Bijlage 1: Toelichting bestemmingsplan Kamperen en Parkeren Groene Heuvels
Tekst van het document
Plasbrandaandachtsgebied Het plangebied ligt deels in het plasbrandaandachtsgebied. Er worden echter geen bouwwerken opgericht en daarmee vormt het PAG geen belemmering voor de planontwikkeling. Hogedruk aardgasleidingen
Plaatsgebonden risico De berekeningen hebben niet geleid tot een PR 10-6 contour. Het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voor het plan.
Groepsrisico •
N-575-60-deel 3: In de huidige situatie is geen sprake van een groepsrisico. In de toekomstige situatie is het groepsrisico kleiner dan de oriëntatiewaarde maar groter dan 10% van de oriëntatiewaarde. Dit betekent dat een volledige verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk is.
21
•
A-555: Het groepsrisico neemt niet toe door de planontwikkeling en is kleiner dan de oriëntatiewaarde. Dit betekent dat kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico.
Belemmeringenstrook De belemmeringenstrook van buisleiding N-575-60-deel 3 ligt in het plangebied. Bij de uiteindelijke planindeling moet hier rekening mee worden gehouden zodat de belemmeringenstrook vrij blijft van bebouwing.
4.8.2 Verantwoording groepsrisico’s Op basis van de externe veiligheidsrisico’s zijn de groepsrisico’s van de drie risicobronnen beschouwd (AVIV, rapport 214603, 16 december 2021) in het licht van het beoogde planvoornemen. Voor de diverse verantwoordingen wordt verwezen naar de rapportage die is bijgevoegd als bijlage 10 bij deze toelichting. AVIV concludeert dat het groepsrisico aanvaardbaar is, In overweging nemende dat: • • • •
de vaststelling van het plan leidt tot een geringe toename van de hoogte van het groepsrisico van de A50; de vaststelling van het plangebied tot een toename van het groepsrisico van buisleiding N-575-60deel 3 leidt, maar onder de oriëntatiewaarde blijft; de vaststelling van het plangebied niet leidt tot een verandering van de hoogte van het groepsrisico van buisleiding A-555; de vaststelling van het plan de interventiemogelijkheden van de hulpdiensten en de zelfredzaamheid van de aanwezigen niet negatief beïnvloedt;
Daarmee vormt het aspect externe veiligheid geen belemmering voor het planvoornemen.
4.8.3 Advies Brandweer Gelderland-Zuid In het kader van het vooroverleg (zie ook paragraaf 6.2) is het concept ontwerpbestemmingsplan naar de Brandweer Gelderland Zuid gestuurd. Zij hebben van deze gelegenheid gebruik gemaakt om advies te geven. Hieronder volgen de belangrijkste adviezen. Het groepsrisico van de leiding A-555 verandert niet door de voorgenomen ontwikkelingen. Er dient wel verder ingegaan te worden op de aspecten zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid.
Bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval Bij een fakkelbrand van een buisleiding zal voornamelijk worden ingezet op evacuatie van het omliggende gebied, het blussen van secundaire branden en afscherming van de omgeving totdat de leidingexploitant het betreffende leidingdeel kan inblokken.
Mogelijkheden voor zelfredzaamheid Aangezien plangebied binnen het invloedsgebied een kampeer-/parkeerfunctie heeft is het handelingsperspectief om te vluchten van de bron af. Bij indeling van deze gebieden kan rekening worden gehouden met de mogelijkheid om haaks van de bron af te kunnen vluchten. Wij adviseren om voor de evenementenorganisatoren die gebruik gaan maken van deze locatie hun veiligheids-/ontruimingsplannen hierop af te stemmen. Centrale voorzieningen kunnen verder van de bron af worden geplaatst en mogelijk kan het gebied van de 1%-letaalzone dienen als parkeerplaats. Verder zijn er eisen opgenomen ten aanzien van de bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen.
Bereikbaarheid • •
Een niet-openbare plaats heeft een toereikende bluswatervoorziening van ten minste 30 m3/uur; De uitvoering en positie van bluswatervoorzieningen wordt afgestemd met de brandweer;
22
• • •
• •
Bluswatervoorzieningen worden ten alle tijde vrijgehouden van obstakels en zijn bereikbaar voor de brandweer; De aanwezigheid van een bluswatervoorziening wordt duidelijk gemaakt door middel van een aanwijsbord; Bluswatervoorzieningen worden voorzien van een opstelplaats die voldoet aan de volgende afmetingen: o Een lengte van ten minste 10 meter; o Een breedte van ten minste 4,5 meter; o Een vrije hoogte van 4,2 meter boven de kruin van de weg; o Geschikt voor voertuigen met een massa van ten minste 29 ton. De maximale afstand tussen een opstelplaats en een bluswatervoorziening is afhankelijk van de uitvoering van een bluswatervoorziening en moet worden afgestemd met de brandweer; Voor een bluswatervoorziening kan maatwerk noodzakelijk zijn wat beoordeeld wordt in de aanvraag evenementenvergunning.
Bluswatervoorziening • •
• •
Tussen de openbare weg en ten minste een toegang van een bouwsel ligt een verbindingsweg die geschikt is voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten; Een verbindingsweg voldoet aan de volgende afmetingen: o Een breedte van ten minste 4,5 meter; o Een verharding over een breedte van ten minste 3,25 meter geschikt voor voertuigen met een massa van ten minste 29 ton; o Een vrije hoogte boven de kruin van de weg van ten minste 4,2 meter. Hekwerken en andere toepassingen die een verbindingsweg afsluiten kunnen gemakkelijk worden geopend door de brandweer; De maximale inzetdiepte voor de brandweer op een evenemententerrein is 90 meter. Binnen deze afstand moeten alle objecten te bereiken zijn vanaf de opstelplaats voor een blusvoertuig. Zie bijlage 1 voor een voorbeeld.
Conclusie • Het groepsrisico verandert niet door de voorgenomen ontwikkelingen. Een standaardverantwoording volstaat; • Ten aanzien van de bereikbaarheid en bluswatervoorziening zijn eisen opgenomen; • De eisen die van toepassing zijn op basis van het Bbgbop (Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen) zijn apart verstuurd. Deze eisen, veelal van toepassing op de evenementenvergunning, zijn opgenomen als bijlage 11 bij deze toelichting.
4.9
Archeologie en cultuurhistorie
Delen van het plangebied hebben in het bestemmingsplan “Buitengebied Wijchen” de dubbelbestemming “Waarde - Archeologie 1” en “Waarde - Archeologie 2” toegewezen gekregen. Daarmee zijn de gronden, behalve voor de daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van waardevolle archeologische informatie in de bodem.
23
Afbeelding 10: Dubbelbestemming archeologie bestemmingsplan “Buitengebied Wijchen” (plangebied blauw omlijnd).
Waarde - Archeologie 1
Waarde - Archeologie 2
Deze dubbelbestemming houdt concreet in dat een archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd voor het oprichten van een bouwwerk (waarde - archeologie 1) of voor het oprichten van een bouwwerk groter dan 120 m2 (waarde - archeologie 2) of wanneer er grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dan wel wateren worden gegraven, gedempt of verdiept. Aangezien het planvoornemen niet het realiseren van permanente bouwwerken met fundering behelst en er ten behoeve van het planvoornemen ook geen werken en/of werkzaamheden worden uitgevoerd waarbij de bodem wordt verstoord, is een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk. Deze dubbelbestemmingen blijven tot slot van kracht, waarmee de archeologische waarden in de bodem beschermd blijven. Het aspect archeologie vormt in conclusie geen belemmering voor het planvoornemen. Ter plaatse van het plangebied geldt tevens het “Parapluplan Cultuurhistorie Wijchen”, waardoor het plangebied ook de dubbelbestemming “Waarde - Cultuurhistorisch waardevol gebied” kent. Deze bestemming ziet op het behoud, beheer en versterken van de cultuurhistorische waarden. De bepalingen in deze bestemming geven weer dat de cultuurhistorische waarden van deze gebieden bestaan uit: • • • • • • •
de mate van visueel-ruimtelijke relatie met de (agrarische) percelen en het onderscheid daarin tussen de verschillende landschapstypen (open, half-open of gesloten); de overwegend agrarische oorsprong van de bebouwing in de linten; de maat en schaal van de bebouwing; de variatie van rooilijnen en bouwmassa's langs de linten; de compactheid van de bebouwingsensembles op de afzonderlijke percelen; hoofdgebouwen die gericht zijn op de bebouwingslinten; een herkenbaar onderscheid in situering en massa tussen hoofd- en bijgebouwen.
24
Het planvoornemen heeft geen invloed op bovenstaande waarden. Er wordt immers geen permanente bebouwing voorzien die het bestaande (cultuurhistorische) landschap aantast. Het parapluplan vormt daarom geen belemmering voor het behoud van de aanwezige cultuurhistorische waarden leidt. Om de cultuurhistorische waarden ter plaatse te borgen blijft de dubbelbestemming gehandhaafd.
4.10 Beoordeling milieueffectrapportage (m.e.r.) De procedure van een milieueffectrapportage is volgens de Wet milieubeheer verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van (private) partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. Welke activiteiten dat betreft is aangegeven in het Besluit m.e.r. en de daarbij behorende bijlage. In de bijlage is onderscheid gemaakt tussen: •
een C-lijst met m.e.r.-plichtige activiteiten en daarbij behorende drempelwaarden;
•
een D-lijst met m.e.r.-beoordeling plichtige activiteiten en de daarbij behorende drempelwaarden.
Het doel van de m.e.r.-procedure is het milieubelang volwaardig mee te laten wegen bij de vaststelling van plannen en besluiten. Onderhavig planvoornemen behelst het organiseren van diverse evenementen. Deze activiteit komt niet voor in zowel de C- als de D-lijst. Een m.e.r-plicht of een m.e.r.-beoordeling is derhalve niet aan de orde.
4.11 Kabels en leidingen In het plangebied zijn geen kabels en/of leidingen aanwezig.
25
5.
Juridische regeling
5.1
Algemeen
Het bestemmingsplan, in de vorm van een parapluplan, bestaat uit regels en een verbeelding, vergezeld van een toelichting. De regels en de verbeelding vormen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Bij het raadplegen van het bestemmingsplan moet eerst naar de verbeelding worden gekeken. Vervolgens zijn in de planregels de bepalingen opgenomen. Hoewel de toelichting niet behoort tot het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan, kan deze worden geraadpleegd om beter te begrijpen waarom bepaalde regels (al dan niet) zijn opgenomen in het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan is opgezet volgens de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012). Met dit parapluplan wordt door middel van het opnemen van een gebiedsaanduiding op de verbeelding de functie als tijdelijk kampeer- en parkeerterrein toegevoegd aan het plangebied. De overige regels uit de onderliggende bestemmingsplannen blijven verder onverminderd van toepassing. Voor de goede orde wordt opgemerkt dat, om een evenement daadwerkelijk te kunnen houden, naast de ruimtelijke aspecten ook de regels op grond van de openbare orde dienen te worden afgewogen. Dit laatste blijft plaats vinden in het kader van de procedure voor een evenementenvergunning op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening.
5.2
Opbouw van de regels
De hoofdstukindeling van de planregels behorende bij dit bestemmingsplan is als volgt: • Hoofdstuk 1: Inleidende regels • Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels • Hoofdstuk 3: Algemene regels • Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels
5.2.1 Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat alle bepalingen die nodig zijn om de overige planregels goed te kunnen hanteren. Begrippen (artikel 1) In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de planregels worden gehanteerd. Alleen de begrippen die in aanvulling op het dagelijks spraakgebruik nadere toelichting behoeven zijn opgenomen. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis.
5.2.2 Bestemmingsregels In dit bestemmingsplan zijn geen bestemmingen opgenomen, omdat de bestemmingen in de onderliggende bestemmingsplannen onverminderd van toepassing blijven. Derhalve is de relatie met onderliggende plannen in dit hoofdstuk beschreven. Relatie met onderliggende plannen (artikel 2) In dit artikel worden de onderliggende bestemmingsplannen benoemd en wordt vermeld dat voorliggend parapluplan in aanvulling op, en voor zover nodig, in afwijking op de regels van de genoemde bestemmingsplannen geldt.
5.2.3 Algemene regels Anti-dubbeltelregel (artikel 3) In dit artikel is de in het Besluit ruimtelijke ordening voorgeschreven anti-dubbeltelregel opgenomen.
26
Algemene aanduidingsregels (artikel 4) Dit artikel bevat de gebiedsaanduiding die geldt voor het plangebied, met daarin de ruimtelijk relevante uitgangspunten voor het gebruiken van de gronden als tijdelijk kampeer- en parkeerterrein. Het gaat hierbij om de volgende gebiedsaanduiding:
•
Overige zone - kamperen en kamperen;
Overige regels (artikel 5) Dit artikel bevat overige regels voor het waarborgen van voldoende parkeergelegenheid en een voorwaardelijke verplichting ten aanzien van het extern salderen voor de aanleg, bouw en gebruik ten behoeve van de activiteiten die met dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt.
5.2.4 Overgangs- en slotregels Overgangsrecht (artikel 6) Dit artikel bevat twee standaardbepalingen uit het Besluit ruimtelijke ordening. Artikel 6.1 heeft betrekking op bouwwerken en artikel 6.2 op gebruik. Met het overgangsrecht wordt gewaarborgd dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan bestaande bouwwerken en bestaand gebruik, welke met dit bestemmingsplan in strijd zijn, mag worden voortgezet. Slotregel (artikel 7) Tenslotte wordt in de regels vastgelegd op welk moment het bestemmingsplan is vastgesteld en welke naam het plan heeft.
5.3
Verbeelding
Navolgende afbeelding geeft de verbeelding van het parapluplan weer. Afbeelding 12: Verbeelding parapluplan.
27
6.
Uitvoerbaarheid
6.1
Economische uitvoerbaarheid
In de Wet ruimtelijke ordening is in afdeling 6.4 de regelgeving rondom grondexploitatie opgenomen. De Wet ruimtelijke ordening maakt het vaststellen van een exploitatieplan verplicht voor een aantal bouwactiviteiten die planologisch mogelijk worden gemaakt in een bestemmingsplan, een wijziging van een bestemmingsplan en een afwijkingsbesluit (artikel 6.12). In artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening staat omschreven om welke bouwactiviteiten dit gaat. Dit gaat onder meer over: •
de bouw van een of meer woningen;
•
de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen;
•
de uitbreiding van een hoofdgebouw met ten minste 1.000 m² of met een of meer woningen;
•
de verbouwing van een of meer aangesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd;
•
de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies tenminste 1.500 m² bedraagt;
•
de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1000 m².
Onderhavig parapluplan ziet toe op een planologische regeling voor het structureel kunnen blijven organiseren van evenementen op de locatie De Groene Heuvels. Voor deze ontwikkeling is met de initiatiefnemers een anterieure overeenkomst gesloten ten behoeve van het kostenverhaal en eventuele planschade. Het kostenverhaal is daarmee verzekerd en een exploitatieplan is daarmee niet noodzakelijk.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Omgevingsdialoog In het kader van de twee bestemmingsplanprocedures is een omgevingsdialoog georganiseerd. De omgevingsdialoog is georganiseerd op 16 februari en een ieder kon hieraan deelnemen. Uiteindelijk hebben 40 personen deelgenomen. De resultaten van de omgevingsdialoog zijn reeds verwerkt in dit bestemmingsplan. Voor meer informatie over de omgevingsdialoog en de aanpassingen die zijn gemaakt naar aanleiding ervan, kan bijlage 11 behorend bij deze toelichting worden geraadpleegd.
Leefbaarheidsgroepen Naar aanleiding van de georganiseerde omgevingsdialoog hebben de voorzitters van de leefbaarheidsgroepen Bergharen, Hernen en Leur op 9 april 2022 een brief gezonden aan de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Beuningen en Wijchen. Hierin hebben zij op constructieve wijze hun zorgen geuit over het proces en de inhoud van de voorgenomen plannen en hebben zij verzocht om een gesprek. Ook is in de brief aangegeven dat onder de bewoners van Bergharen, Hernen en Leur een enquête verspreid zou worden. Op 20 juni 2022 zijn de burgemeester en verantwoordelijk wethouder van de gemeente Beuningen, initiatiefnemer Leisurelands en MOJO als organisator van Down The Rabbit Hole met de voorzitters van de leefbaarheidsgroepen in gesprek gegaan. Tijdens dit gesprek zijn de zorgen en het verdere proces besproken. De zorgen van de leefbaarheidsgroepen gaan hoofdzakelijk over geluid en bereikbaarheid. Daarnaast hebben de voorzitters van de leefbaarheidsgroepen, samen met de verantwoordelijke wethouders van de gemeente Wijchen, een locatiebezoek gebracht aan het evenemententerrein van Down The Rabbit Hole op 1 juli 2022. Op 4 oktober 2022 hebben de voorzitters van de leefbaarheidsgroepen een presentatie gegeven aan Leisurelands en MOJO.
Aanleiding hiervoor was de bekendmaking van de enquêteresultaten van de enquête die eerder in het jaar was verspreid onder de bewoners. De enquêteresultaten en de reactie 28
van Leisurelands hierop zijn te raadplegen als bijlage 12 bij deze toelichting. De reactie van Leisurelands op de enquêteresultaten is op 7 november 2022 met de leefbaarheidsgroepen gedeeld. Op 14 juni hebben de Gemeenten Wijchen en Beuningen en Leisurelands een convenant ondertekend. Hierin zijn aanvullend op de regels en kaders die zijn opgenomen in dit parapluplan afspraken gemaakt ten behoeve van een zorgvuldige organisatie, uitvoering en evaluatie van de evenementen en bijbehorend kamperen en parkeren. Er zijn in dit verband, mede gebaseerd op geuite zorgen van de omgeving, afspraken gemaakt over een beheersbare en geleidelijke groei in combinatie met evaluaties van de evenementen en in relatie daarmee de momenten waarop een eerste en een tweede categorie 4 evenement planologisch geborgd (kunnen) worden. Ook zijn er afspraken gemaakt over investeringen in groen, duurzaamheid, biodiversiteit, extra faciliteiten op het recreatiegebied Groene heuvels ten behoeve van de dagrecreatie en recreatieve wandel en fietsroutes in de omgeving. Ook de toezeggingen die gedurende de omgevingsdialoog zijn gedaan aan de omgeving zijn opgenomen in dit convenant. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om toezeggingen over communicatie en een jaarlijkse evaluatie met de omgeving.
De afspraak over het terugbrengen van het aantal evenementen in aantal en omvang ten opzichte van het oorspronkelijke plan zijn verwerkt in het “Parapluplan Evenementen De Groene Heuvels, Ewijk” voor het grondgebied van de gemeente Beuningen.
Natuurorganisaties Ook zijn de natuurorganisaties Stichting Das & Boom, Natuur en Milieu Gelderland en IVN Maas en Waal betrokken geweest bij het traject. De natuurorganisaties hebben op 17 februari 2022 uitleg gekregen over de voorgenomen plannen en hebben op 6 april 2022 samen met Leisurelands een locatiebezoek gebracht aan het plangebied. De natuurorganisaties hebben zorgen geuit over het leefklimaat van de das, de biodiversiteit en mogelijke effecten op flora en fauna. Ten aanzien van deze onderwerpen zijn diverse ecologische onderzoeken uitgevoerd. De natuurorganisaties hebben op 4 november 2022 de uitgevoerde ecologische onderzoeken ontvangen en zijn uitgenodigd om mee te denken aan een natuurverbeterplan, met als doel om de natuur en de biodiversiteit op en in de directie omgeving van het plangebied te kunnen verbeteren
Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan burgemeester en wethouders overleggen met het bestuur van de bij het plan betrokken waterschap. Waar nodig plegen zij tevens overleg met besturen van andere gemeenten, met de provincie en met eventuele andere diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Diverse vooroverlegpartners zijn daarom in de gelegenheid gebracht om op het concept ontwerpbestemmingsplan te reageren.
Zienswijzen Conform artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening wordt het ontwerpbestemmingsplan zes weken ter inzage gelegd. Gedurende de termijn van terinzagelegging kunnen belanghebbenden over het bestemmingsplan hun zienswijze naar voren brengen. Dit ontwerpbestemmingsplan heeft van 21 december tot en met 31 januari 2024 ter inzage gelegen. Tegen het ontwerpbestemmingsplan zijn geen zienswijzen ingediend.
29
Bijlage 1 Lijst met kadastrale percelen De bijlage is separaat bijgevoegd.
30
Bijlage 2 Evenementen op De Groene Heuvels De bijlage is separaat bijgevoegd.
31
Bijlage 3 Notitie waterhuishouding De Groene Heuvels De bijlage is separaat bijgevoegd.
32
Bijlage 4 Toets Wet natuurbescherming De bijlage is separaat bijgevoegd.
33
Bijlage 5 Besluit verlenen Wnb vergunning De bijlage is separaat bijgevoegd. In de bijlage is mogelijk rekening gehouden met een hoger aantal evenementen. Dit betreft een worst-case benadering, omdat het daadwerkelijke aantal is afgenomen.
34
Bijlage 6 Akoestisch geluidonderzoek De bijlage is separaat bijgevoegd.
35
Bijlage 7 Mobiliteitsanalyse De bijlage is separaat bijgevoegd.
36
Bijlage 8 Luchtkwaliteitsonderzoek De bijlage is separaat bijgevoegd. In de bijlage is mogelijk rekening gehouden met een hoger aantal evenementen. Dit betreft een worst-case benadering, omdat het daadwerkelijke aantal is afgenomen.
37
Bijlage 9 Externe veiligheidsrapportage De bijlage is separaat bijgevoegd. In de bijlage is mogelijk rekening gehouden met een hoger aantal evenementen. Dit betreft een worst-case benadering, omdat het daadwerkelijke aantal is afgenomen.
38
Bijlage 10 Verantwoording groepsrisico’s De bijlage is separaat bijgevoegd.
39
Bijlage 11 Eisen Bbgbop (Advies Brandweer Gelderland-Zuid) De bijlage is separaat bijgevoegd.
40
Bijlage 12 Omgevingsdialoog De Groene Heuvels De bijlage is separaat bijgevoegd.
41
Bijlage 13 Enquêteresultaten De bijlage is separaat bijgevoegd.
42