CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1: Toelichting bestemmingsplan Kamperen en Parkeren Groene Heuvels

Raad openbaar Wijchen 26 juni 2025, gemeente wijchenBij agendapunt: 149201 Beslisnota Vaststellen bestemmingsplan Kamperen en Parkeren Groene Heuvels11.237 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TOELICHTING “PARAPLUPLAN KAMPEREN EN PARKEREN DE GROENE HEUVELS, BERGHAREN”

IMRO-codering Versie Datum

: : :

NL.IMRO.0296.BGBgroeneheuvels-VG01 Vastgesteld 26 maart 2025

Inhoudsopgave 1.

2.

3.

4.

5.

6.

Inleiding .......................................................................................................................................................... 1

1.1

Aanleiding........................................................................................................................................................... 1

1.2

Plangebied ......................................................................................................................................................... 1

1.3

Geldend bestemmingsplan ........................................................................................................................... 2

1.4

Leeswijzer .......................................................................................................................................................... 3

Planvoornemen ............................................................................................................................................ 4

2.1

Bestaande situatie ........................................................................................................................................... 4

2.2

Toekomstige situatie ...................................................................................................................................... 4

Beleidskader ................................................................................................................................................. 6

3.1

Rijksbeleid ......................................................................................................................................................... 6

3.2

Provinciaal beleid ............................................................................................................................................ 6

3.3

Gemeentelijk beleid ........................................................................................................................................ 7

Omgevingskader ......................................................................................................................................... 9

4.1

Bodem ................................................................................................................................................................ 9

4.2

Waterparagraaf ................................................................................................................................................ 9

4.3

Ecologie ........................................................................................................................................................... 14

4.4

Bedrijven en milieuzonering ....................................................................................................................... 16

4.5

Geluid ............................................................................................................................................................... 18

4.6

Verkeer en parkeren .................................................................................................................................... 18

4.7

Luchtkwaliteit .................................................................................................................................................. 18

4.8

Externe veiligheid ......................................................................................................................................... 20

4.9

Archeologie en cultuurhistorie .................................................................................................................. 23

4.10

Beoordeling milieueffectrapportage (m.e.r.) .......................................................................................... 25

4.11

Kabels en leidingen ..................................................................................................................................... 25

Juridische regeling ................................................................................................................................... 26

5.1

Algemeen ....................................................................................................................................................... 26

5.2

Opbouw van de regels................................................................................................................................ 26

5.3

Verbeelding ....................................................................................................................................................27

Uitvoerbaarheid ........................................................................................................................................ 28

6.1

Economische uitvoerbaarheid .................................................................................................................. 28

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid........................................................................................................... 28

Bijlagen bij deze toelichting 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13.

Lijst met kadastrale percelen. Evenementen op De Groene Heuvels. Notitie waterhuishouding van de Groene Heuvels (Sweco, rapport 51011065, 11 mei 2023) Toets Wet natuurbescherming (Bureau Waardenburg, rapport 21-271, 24 maart 2022). Besluit verlenen Wnb vergunning (Provincie Gelderland, zaak 2021-002840, 6 oktober 2022). Akoestisch geluidsonderzoek (Peutz, rapport E 1079-10-RA-002, 22 december 2021). Mobiliteitsanalyse (Arcadis, rapport 30082635, 29 maart 2022). Luchtkwaliteitsonderzoek (Peutz, rapport EA 1079-2-RA-002, 13 april 2022). Externe veiligheidsrapportage (AVIV, rapport 214603, 23 februari 2022). Verantwoording groepsrisico’s (AVIV, rapport 214603, 16 december 2021). Eisen Bbgbop (Advies Brandweer Gelderland-Zuid). Omgevingsdialoog De Groene Heuvels (Leisurelands en Ruimtemeesters, 11 maart 2022). Enquêteresultaten (Leisurelands, 7 november 2022).

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding

Op De Groene Heuvels worden sinds jaar en dag met regelmaat evenementen georganiseerd. De huidige bestemmingsplannen kennen echter geen adequate regeling voor evenementen. Als gevolg vragen evenementenorganisatoren voor individuele evenementen niet alleen een evenementenvergunning aan op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), maar ook een omgevingsvergunning om af te wijken van het bestemmingsplan. Deze werkwijze is omslachtig, en zowel financieel als tijd technisch kostbaar. Daarom is er behoefte aan een toekomstbestendige regeling voor evenementen en is ook het bestemmingsplan “Parapluplan Evenementen De Groene Heuvels, Ewijk” opgesteld. Dat bestemmingsplan vormt de planologische basis voor het organiseren van zowel grote als kleine evenementen op De Groene Heuvels in Beuningen. Bij een groter evenement, zoals bij Down The Rabbit Hole of een vergelijkbaar evenement, vindt ook kamperen plaats en zijn parkeerplaatsen benodigd. Aangezien deze activiteiten plaatsvinden op een aantal weilanden op het grondgebied van de gemeente Wijchen, is in samenhang met het bestemmingsplan “Parapluplan Evenementen De Groene Heuvels, Ewijk” ook onderhavig bestemmingsplan “Parapluplan Kamperen en Parkeren De Groene Heuvels, Bergharen” opgesteld.

1.2

Plangebied

Het plangebied betreft een aantal agrarische percelen gelegen ten westen van het recreatiegebied De Groene Heuvels in het buitengebied van de gemeente Wijchen. Een lijst met daarin alle kadastrale percelen is opgenomen in bijlage 1 van deze toelichting. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 27 hectare. Afbeelding 1: Ligging van het plangebied in de omgeving (plangebied blauw omcirkeld).

W aa

l

Winssen Ewijk Beuningen

Bergharen

Hernen

Nijmegen

Maas Wijchen

1

Afbeelding 2: Plangebied (blauw omlijnd).

1.3

Geldend bestemmingsplan

Ter plaatse van het plangebied vigeert het bestemmingsplan “Buitengebied Wijchen” (31-01-2013) en “Buitengebied Herziening 2014” (16-10-2014). Het plangebied is bovendien gelegen in het parapluplan “Cultuurhistorie Wijchen” (03-05-2017). Op grond van de geldende bestemmingsplannen is het gebied bestemd als “Agrarisch” en “Water”, dubbel bestemd als “Waarde - Cultuurhistorisch waardevol gebied”, “Waarde - Archeologie 1”, “Waarde - Archeologie 2” en “Waarde - Waardevolle boom” en aangeduid als “Milieuzone - hydrologische beschermingszone” en “Vrijwaringszone - molenbiotoop 1”. Afbeelding 3: Bestemmingsplan “Buitengebied” (plangebied blauw omlijnd).

2

Voorliggend plan beoogt kamperen en parkeren mogelijk te maken ten behoeve van een groter evenement dat georganiseerd wordt op De Groene Heuvels. Deze activiteiten zijn echter niet toegestaan op grond van de vigerende bestemmingsplannen. Om een passend juridisch-planologisch kader te bieden is onderhavig parapluplan opgesteld.

1.4

Leeswijzer

Het eerste hoofdstuk “Inleiding” geeft kort weer waarom een bestemmingsplanprocedure is opgestart en op welk gebied deze procedure betrekking heeft. In het tweede hoofdstuk “Planvoornemen” wordt de bestaande situatie beschreven en het planvoornemen nader toegelicht. In het derde hoofdstuk “Beleidskader” worden relevante beleidsdocumenten behandeld. In het vierde hoofdstuk “Omgevingskader” worden eventuele (milieu)belemmeringen in kaart gebracht en wordt beargumenteerd hoe er sprake blijft van een goede ruimtelijke ordening. In het vijfde hoofdstuk “Juridische regeling” wordt de opbouw van het parapluplan beschouwd en in het zesde hoofdstuk “Uitvoerbaarheid” wordt zowel de maatschappelijke als de economische uitvoerbaarheid van het plan besproken.

3

2.

Planvoornemen

2.1

Bestaande situatie

Op dit moment hebben de gronden in het plangebied uitsluitend een agrarische en/of landschappelijke functie. Het plangebied bestaat dan ook nagenoeg volledig uit weilandgrond. Afbeelding 4: Luchtfoto

2.2

Toekomstige situatie

In de toekomstige situatie worden op structurele basis evenementen georganiseerd op De Groene Heuvels. Deze evenementen worden georganiseerd op grondgebied van de gemeente Beuningen. Voor de hoeveelheid evenementen en de kenmerken van deze evenementen kan bijlage 2 bij deze toelichting worden geraadpleegd. In deze bijlage wordt de evenementencategorisering beschreven, zoals deze in het bestemmingsplan “Parapluplan Evenementen De Groene Heuvels, Ewijk” wordt gehanteerd. Met voorliggend bestemmingsplan wordt beoogd om incidenteel en uitsluitend ten behoeve (en ten tijde) van eenn zogeheten “categorie 4 evenement” (zie wederom bijlage 2), gronden te gebruiken als kampeer- en/of parkeerterrein. De overige en reeds geldende bepalingen in het plangebied blijven daarbij ongewijzigd. Een categorie 4 evenement is een relatief groot evenement waarbij versterkt muziekgeluid ten gehore wordt gebracht en waarbij kamperen plaatsvind. Een voorbeeld van een dergelijk evenement is Down The Rabbit Hole. Ten aanzien van een categorie 4 evenement gelden op De Groene Heuvels, onder andere, de volgende bepalingen: • • •

Er zijn maximaal 60.000 bezoekers tegelijk aanwezig bij een evenement, waarbij ook gekampeerd kan worden; Per kalenderjaar mogen er maximaal 2 categorie 4 evenementen worden georganiseerd; Een evenement mag maximaal 4 aaneengesloten dagen achter elkaar worden georganiseerd. Aankomst- en vertrekdagen (zonder versterkt muziekgeluid) en opbouw- en afbouwdagen vallen hier niet onder.

4

Met voorliggend bestemmingsplan wordt het mogelijk gemaakt om ten behoeve van een categorie 4 evenement de gronden in het plangebied voor maximaal 6 etmalen per kalenderjaar in te zetten als kampeer- en/of parkeerterrein. Het op- en afbouwen valt niet onder dit aantal etmalen, de aankomst- en vertrekdag van bezoekers wel. Aankomst en vertrekdagen zijn gedefinieerd als een periode van maximaal 24 uur voorafgaand of na afloop van een evenement, waarbij bezoekers van een evenement aankomen op het terrein of vertrekken (zonder versterkt muziekgeluid). Het gebruiken van de gronden als kampeerterrein houdt concreet in dat er ruimte wordt geboden voor het plaatsen van tenten (voor overnachting), pre-pitched accommodaties van de evenementen organisatie, campers, caravans, vouwwagens en voor eventuele badhuizen en/of andere service- en veiligheidsvoorzieningen, met de daarbij behorende rijplaten banen. Het gebruiken van de gronden als parkeerterrein houdt in dat er rijplaten banen worden aangelegd om de parkeerplaatsen te bereiken. Het gaat hierbij om maximaal 1.000 parkeerplaatsen. Afbeelding 5: Sfeerbeeld kampeerterrein (foto deels Beuningen, deels Wijchen).

In voorliggend parapluplan zijn geen bouwregels opgenomen. De tijdelijke bouwwerken en/of objecten die ten tijde van een evenement worden opgericht, worden niet beschouwd als een bouwwerk. Een bouwwerk is op basis van vaste jurisprudentie gedefinieerd als “elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren.” Aangezien de tijdelijke bouwwerken en/of objecten behorend bij een evenement zeer incidenteel aanwezig zijn, zijn de constructies niet bedoeld om voor langere tijd ter plaatse te functioneren.

5

3.

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie In de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De Nationale Omgevingsvisie biedt perspectief op de grote en complexe opgaven (zoals klimaatverandering, de energietransitie en woningbouw) waar Nederland voor staat. De visie is in het bijzonder gericht op ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen en keuzes in samenhang gemaakt moeten worden tussen die nationale belangen. In totaal benoemt de visie 21 nationale belangen, zoals het bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland of het beperken van klimaatverandering. Nationale belangen zijn voor onderhavig initiatief niet aan de orde.

3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking De ladder voor duurzame verstedelijk is per 1 oktober 2012 opgenomen als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 2). Het doel van de ladder is om ongewenste leegstand te voorkomen en duurzaam ruimtegebruik te stimuleren. Om die reden stelt de ladder een beschrijving van de behoefte aan het ruimtegebruik als eis wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Zo wordt gewaarborgd dat er een zorgvuldige afweging heeft plaatsgevonden. Aangezien het planvoornemen niet voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling conform de definitie uit artikel 1.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening, hoeft de ladder niet te worden toegepast.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland De omgevingsvisie Gaaf Gelderland is in 2018 door de provincie Gelderland vastgesteld. In deze visie heeft de provincie haar plannen, gewenste toekomstbeelden en ambities tot en met 2050 vastgelegd. Hieruit blijkt dat de provincie inzet op een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit willen zij bereiken door bij de uitoefening van hun taken de focus te leggen op duurzaamheid, verbondenheid en een krachtige economie. Om hier richting aan te geven heeft de provincie ambities geformuleerd op het terrein van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, economisch vestigingsklimaat en het woon- en leefklimaat. In de omgevingsvisie benoemt de provincie vermaarde culturele voorzieningen, festivals en evenementen als unieke kwaliteit van Gelderland die gekoesterd moet worden. Aansprekende evenementen dragen volgens de provincie bij aan het algehele woon- en leefklimaat en aan het economische vestigingsklimaat. Zo blijft Gelderland aantrekkelijk voor mensen én bedrijven. De omgevingsvisie gaat gepaard met verbeeldingen voor sectorale beleidsthema’s. De provincie heeft ruimtelijk-, water-, milieu-, natuur en landschaps- en verkeers- en vervoersbeleid geformuleerd.

Uit deze verbeeldingen blijkt dat er (op ruimtelijk beleid ten aanzien van zonneparken en windenergie na) geen relevant provinciaal beleid van toepassing is op het plangebied. Daarbij maakt het plangebied geen onderdeel uit van het Gelders Natuurnetwerk (GNN), de Groene Ontwikkelingszone (GO) of een stiltegebied. Het dichtstbijzijnde stiltegebied ligt op ruim 13 kilometer afstand. In de omgevingsvisie zijn dan ook geen beleidsuitgangspunten aangetroffen die het plan en dit parapluplan in de weg staan.

3.2.2 Omgevingsverordening De belangrijkste beleidsdoelen uit de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland zijn in de omgevingsverordening met regels verankerd. Ter plaatse van het plangebied gelden diverse bepalingen die de nieuwvestiging, hervestiging en uitbreiding van glastuinbouwbedrijven verbieden. Daarnaast is een gedeelte van het plangebied aangewezen als intrekgebied en als beschermingszone voor natte landnatuur. Hiervoor geldt dat bestemmingsplannen de winning van fossiele energie niet mogelijk mogen maken (intrekgebied), net als functies die significant nadelige effecten kunnen hebben op de instandhouding van de natte landnatuur. Dergelijke functies worden met voorliggend bestemmingsplan niet mogelijk gemaakt. 6

Verder is een gedeelte van het plangebied aangewezen als molenbiotoop. Ter plaatse van de beschermingszone van de molen is enkel het gebruik als kampeer- of parkeerterrein toegestaan. Daarbij geldt dat voor beide functies op basis van de planregels standaard een aan te houden afstand van minimaal 50 meter (in geval van kamperen) of 30 meter (in geval van parkeren) van toepassing is tot aan een woonperceel. Op basis van het bovenstaande worden in de beschermingszone geen (hoge) tijdelijke bouwwerken voorzien. Het functioneren van de molen wordt niet beperkt. Afbeelding 6: Beschermingszone molenbiotoop.

De omgevingsverordening vormt in conclusie geen belemmering vormen voor het planvoornemen.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Strategische Visie Wijchen 2025 In maart 2007 is de Strategische Visie Wijchen 2025 vastgesteld. Dit is een langetermijn visie waarmee de gemeente Wijchen vorm en inhoud geeft aan de verdere ontwikkeling van Wijchen tot en met 2025. In de visie worden vier thema’s als leidend beschouwd: 1.

Bedrijvig Wijchen: Alle kansen voor een economisch gezonde gemeente waar het goed werken is, worden benut. Dit geldt onder andere voor bestaande bedrijventerreinen en nieuwe (binnenstedelijke) locaties, maar ook voor de agrarische en recreatieve sector. 2. Sociaal Sterk: Er wordt gericht op een evenwichtige bevolkingssamenstelling en een hierop afgestemd en divers woningaanbod, met aandacht voor specifieke doelgroepen. Bijzondere aandacht gaat uit naar een aantrekkelijke leefomgeving en naar de ontwikkeling van voorzieningen, waaronder sociaal-maatschappelijke voorzieningen en culturele functies. 3. Duurzaam Groen: Het rijke verleden, de diversiteit aan landschappen, natuur- en cultuurwaarden moeten gewaarborgd worden voor de toekomst. 4. Wijchense Identiteit: Een hechte en betrokken samenleving, niet alleen naar elkaar, maar ook naar de waardevolle (groene) omgeving en cultuurhistorie. Een belangrijke ambitie in de strategische visie (in het kader van een Bedrijvig Wijchen) is de ambitie om het buitengebied vitaal te houden. Dit is ook terug te zien in de diverse kaartbeelden die horen bij de strategische visie. In het landschap rond Bergharen wordt derhalve door de gemeente een verbreding van de landbouw gestimuleerd. Dat wil zeggen dat agrariërs aangespoord worden om de landbouwtak te combineren met andere economische activiteiten.

De gemeente geeft in de strategische visie aan dat zij voor een duurzame versterking van de landschapsdiversiteit zoeken naar nieuwe “economische dragers”. Daarbij geven zij aan dat die dragers kunnen zijn: recreatie, water, zorg, landgoederen en buitenplaatsen. Aangezien onderhavig planvoornemen grondeigenaren in staat stelt om economisch gewin te behalen uit een activiteit anders dan de landbouw, sluit het planvoornemen goed aan bij deze ambitie.

7

3.3.2 Structuurvisie Wijchen De Structuurvisie Wijchen is op 9 juli 2009 vastgesteld. In de structuurvisie vindt een doorvertaling plaats van de strategische opgaven zoals deze zijn geformuleerd in de Strategische Visie Wijchen 2025. Hierbij zijn zowel het bestaande beleid als de reeds aanwezige (gebieds)kwaliteiten als uitgangspunt genomen. In de structuurvisie zijn vervolgens per omgevingsaspect diverse ambities geformuleerd. Met name het aspect landbouw is van belang in het kader van het planvoornemen. Ten aanzien van het aspect landbouw hanteert de structuurvisie hetzelfde uitgangspunt als de strategische visie, te weten: de landbouw rond de stedelijke kernen wordt in de gelegenheid gesteld zich de komende jaren te verbreden met andere economische functies. Hierbij haalt de gemeente zelf het voorbeeld van recreatieve activiteiten aan. Een belangrijke voorwaarde is dat deze verbreding geen afbreuk doet aan de woonkwaliteit in de woonkernen. Het gebruiken van de gronden als kampeer- (zijnde een recreatieve activiteit) en/of parkeerterrein ten behoeve van evenementen past binnen dit gestelde kader. De eigenaren van de grond worden in staat gesteld om economisch gewin te behalen uit een activiteit anders de landbouw, zonder dat er afbreuk wordt gedaan aan de woonkwaliteit in de woonkernen.

Gelet op de tijdelijkheid van het planvoornemen blijft het kamperen en parkeren ondergeschikt aan de agrarische bedrijfsvoering. Daarmee sluit het planvoornemen aan bij de structuurvisie.

8

4.

Omgevingskader

4.1

Bodem

Bij een ruimtelijke ontwikkeling is het van belang dat er een afweging heeft plaatsvonden ten aanzien van de bodemkwaliteit in relatie tot de beoogde bestemming. Met het oog op een goede ruimtelijke ordening geldt als uitgangspunt dat de bodemkwaliteit geen onaanvaardbaar risico mag opleveren voor de gebruikers van die bodem en dat verontreiniging (door gebruik of grondverzet) moet worden voorkomen. Voor vervuilde bodems geldt dat deze functiegericht en kostenefficiënt gesaneerd moeten worden. Met dit parapluplan wordt het toegestane gebruik binnen het plangebied verruimd. In het plangebied wordt het mogelijk om de gronden óók te gebruiken als kampeer- en/of parkeerterrein ten behoeve van een (groter) evenement dat op De Groene Heuvels wordt georganiseerd. Aangezien voor het kampeeren parkeerterrein enkel tijdelijke (en eenvoudig op te bouwen en af te breken) objecten worden geplaatst, zoals tenten en tijdelijke sanitaire voorzieningen, kan worden uitgesloten dat het planvoornemen leidt tot een verontreiniging van de bodem. De bodem wordt namelijk niet geroerd of bewerkt. Daarnaast kan worden aangenomen dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de gevoelige functie die in het plangebied mogelijk wordt gemaakt (kamperen). Het nieuwe gebruik wijkt namelijk nauwelijks af van het bestaande gebruik.

De agrarische gronden worden al sinds 2014 met enige regelmaat ingezet als kampeerterrein. Dit laatstgenoemde blijft ook het voornemen: het kamperen wordt slechts zeer incidenteel mogelijk gemaakt. Tot slot zijn er in het plangebied geen verdachte activiteiten of voormalige verontreinigen bekend die een nader onderzoek vereisen. Derhalve vormt het aspect bodem geen belemmering voor het planvoornemen.

4.2

Waterparagraaf

Op basis van de wet op de ruimtelijke ordening (Wro) en Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de watertoets verplicht bij o.a. bestemmingsplannen, inpassingsplannen, projectbesluiten en omgevingsvergunningen afwijking bestemmingsplan. Voor overige plannen, zoals een structuurvisie, dient een watertoets te worden uitgevoerd op basis van het Nationaal Bestuursakkoord Water. Het Bro regelt de verplichte waterparagraaf in de plantoelichting (art 3.1.6 Bro) en het vooroverleg met de waterbeheerder (art 3.1.1 Bro). De watertoets is bedoeld om ruimtelijke plannen en besluiten meer waterbestendig te maken, doordat waterbelangen van gemeente, waterschap en eventueel andere waterbeheerders vroegtijdig en expliciet worden meegewogen. In het ruimtelijk plan moet voldoende rekening zijn gehouden met de waterhuishouding en -voorzieningen. De waterparagraaf beschrijft de wijze waarop rekening is gehouden met de eventuele gevolgen van het ruimtelijk plan voor de waterhuishouding en vice versa. Onderdeel hiervan is een beschrijving van beleidsuitgangspunten en regelgeving, waterhuishoudkundige situatie en –opgaven, meest geschikte oplossingen (motiveren) en de ruimtelijke consequenties daarvan. In de waterparagraaf is tevens het advies van de waterbeheerder verwerkt.

4.2.1 Beschrijving bestaand watersysteem Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente Wijchen. Het plangebied bestaat uit grote onverharde lappen grond welke doorgaans worden gebruikt voor agrarische en/of landschappelijke doeleinden. Een beschouwing van de Legger van het Waterschap geeft weer dat in het plangebied diverse A-, B- en C-wateren zijn gelegen.

9

4.2.2 Waterbeleid en waterbeheer Het gemeentelijk waterbeleid is gericht op het voorkomen, beperken of tot een aanvaardbaar risico terugbrengen van wateroverlast en schade aan milieu en volksgezondheid. In de Strategische waternota Wijchen zijn thema’s en uitgangspunten voor duurzaam waterbeheer omschreven. Het Gemeentelijk rioleringsplan beschrijft de gemeentelijke zorgplicht voor rioolwater, hemelwater en grondwater. In het kader van de watertoets wordt een vertaalslag gemaakt naar de concrete plansituatie.

Zorgplicht afvalwater Een perceeleigenaar moet het huishoudelijk afvalwater of het bedrijfsafvalwater op de openbare riolering lozen (Besluit lozing afvalwater huishoudens art. 7 en 10 en Activiteitenbesluit art. 2.1 en 2.2). Als dit niet mogelijk (doelmatig) is, zorgt de perceeleigenaar voor een zo milieuvriendelijk mogelijke manier van verwerking of verwijdering van het afvalwater. De gemeente heeft voor zover doelmatig een zorgplicht voor de inzameling en transport van stedelijk afvalwater dat binnen de gemeente vrijkomt (zie Wm art 10.33).

Zorgplicht hemelwater Een perceeleigenaar is zelf verantwoordelijk voor het verwerken van het hemelwater op het eigen terrein of voor het eventueel lozen van hemelwater op oppervlaktewater. Als dit niet mogelijk is zorgt de gemeente voor het inzamelen, transporteren en verwerken van het hemelwater, mits doelmatig (Waterwet art. 3.5).

Zorgplicht grondwater Een perceeleigenaar is zelf verantwoordelijk voor het treffen van maatregelen op eigen terrein om structurele nadelige gevolgen van grondwater voor de aan de grond gegeven bestemming te voorkomen of beperken. Als dit niet mogelijk is treft de gemeente maatregelen in openbaar gebied, voor zover doelmatig en geen verantwoordelijkheid van provincie of waterschap (Waterwet art 3.6).

Zorgplicht oppervlaktewater (waterschap) De gemeente valt binnen het beheersgebied van Waterschap Rivierenland. Voor lozing op oppervlaktewater (A-, B- en C-water) heeft de perceeleigenaar een vergunning van het waterschap nodig (Waterwet art. 6.2). Een perceeleigenaar (of aanliggende perceeleigenaar) is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van oppervlaktewater (B- en C-water volgens de legger van het waterschap) dat op eigen terrein ligt. Het waterschap draagt zorg voor het onderhoud van A-watergangen. Voor ingrepen of activiteiten in of nabij watergangen danwel in of nabij een waterkering heeft een perceeleigenaar een Keurontheffing van het waterschap nodig.

4.2.3 Beleidsuitgangspunten en consequenties voor het ruimtelijk plan Deze paragraaf beschrijft en motiveert de wijze waarop op de planlocatie rekening is gehouden met het watersysteem, gelet op de waterhuishoudkundige situatie, beleid en regelgeving. Leefomgeving en ruimtegebruik

Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar integrale inpassing van het watersysteem in de leefomgeving en afstemming op de gebruiksfuncties in het gebied. De ruimtelijke ontwikkeling mag geen nadelige gevolgen hebben voor de waterhuishouding en vice versa. De waterhuishoudkundige situatie moet in overeenstemming zijn met het beoogde grondgebruik. Water is mede-ordenend bij de ruimtelijke ontwikkeling (juiste functie op de juiste plaats), waarbij tevens rekening is gehouden met de ruimteclaim van waterhuishoudkundige voorzieningen. Wateropgaven zijn gekoppeld aan andere gebiedsopgaven, zoals voor openbaar groen, welzijn, volkshuisvesting, verkeer/vervoer en energie.

Gevolgen van/voor het plan Met voorliggend bestemmingsplan mogen gronden tijdelijk en incidenteel in gebruik worden genomen als kampeer- en of parkeerterrein. De huidige agrarische bestemming blijft onverminderd van kracht,

10

maar ten behoeve van één categorie 4 evenement kunnen de gronden gedurende één aangesloten periode per kalenderjaar in gebruik worden genomen als kampeer- en/of parkeerterrein. Kwaliteit en beleving

Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar schoon water en waterbodems die voldoen aan gestelde kwaliteitseisen en het behoud van (natte) natuurwaarden en biodiversiteit. Verontreiniging van grond- en oppervlakte-water wordt voorkomen en de waterkwaliteit zo mogelijk verbeterd. Schoon hemelwater mag rechtstreeks in bodem of op oppervlaktewater worden geloosd. Verontreiniging van hemelwater voorkomen, o.a. door toepassing van niet-uitlogende materialen (Dubobepalingen) en door beperking van toepassing van lood, koper, zink en zacht pvc. Verontreinigd hemelwater alleen lozen via een zuiverende voorziening. De kwaliteit van oppervlaktewater zo mogelijk verbeteren door aanleg van natuurvriendelijke oevers en verbetering van de doorstroming. Het beheer mag geen verstoring geven van waterkwaliteit en biodiversiteit. Ecologisch natte zones of natte natuurwaarden behouden of verder ontwikkelen door bijbehorende waterhuishoudkundige omstandigheden te beschermen of herstellen. De gemeente streeft naar versterking van de belevingswaarde van water en daarmee het waterbewustzijn. Hierbij zijn water, waterhuishoudkundige elementen en cultuurhistorische structuren en landschapselementen herkenbaar verweven in de ruimtelijke inrichting en beleefbaar gemaakt. Waterstromen zichbaar (bovengronds) afvoeren.

Gevolgen van/voor het plan In het plangebied zijn geen (beschermingszones van) waterkeringen en overige staatkundige elementen aanwezig. Bovendien is het plangebied niet gelegen in het Gelders natuurnetwerk. Een klein gedeelte van het plangebied is aangewezen als intrekgebied en als beschermingszone voor natte landnatuur. Hiervoor geldt dat bestemmingsplannen de winning van fossiele energie niet mogelijk mogen maken (intrekgebied), net als functies die significant nadelige effecten kunnen hebben op de instandhouding van de natte landnatuur. Met voorliggend bestemmingsplan blijft het beschermingsregime vanuit de huidige agrarische bestemming en de aanduiding “milieuzone - hydrologische beschermingszone” (voor een klein gedeelte van het plangebied) onverminderd van kracht. Verder regelt voorliggend bestemmingsplan enkel dat de gronden ten behoeve van één categorie 4 evenement gedurende één aangesloten periode per kalenderjaar in gebruik genomen mogen worden als kampeer- en/of parkeerterrein. Klimaatadaptatie

Beleidsuitgangspunten De gemeent streeft naar een klimaatbestendige en waterrobuuste leefomgeving, anticiperend op hevigere perioden met hitte, neerslag en droogte. Bij ruimtelijke ontwikkelingen worden schadelijke effecten van klimaatverandering (wateroverlast en verdroging) voor het grondgebruik en vice versa beperkt of teruggebracht tot een acceptabel niveau. Waterhuishoudkundige voorzieningen zijn energiezuinig en duurzaam. Komen tot een klimaatadaptieve ruimtelijke inrichting, o.a. voor wat betreft bebouwing, wegen, groen en water. Voorkomen dat water bij hevige neerslag in de bebouwing terecht komt of afstroomt buiten het plangebied. De hoeveelheid verhard oppervlak tot een minimum beperken. Zorgdragen voor voldoende waterberging, tegen hemelwateroverlast en ter buffering van water in droge tijden (zie ook waterberging). Groenstructuren klimaatrobuust aanleggen voor wat betreft areaal, type beplanting en waterbergend vermogen. Grondwateronttrekking (verdroging) beperken door hoogwaardige toepassing van drinkwater en het treffen van waterbesparende voorzieningen. Zo mogelijk hemelwater gebruiken voor laagwaardige toepassingen. Verder bij de ruimtelijke ontwikkeling rekening houden met de droogtegevoeligheid van de locatie en mogelijke bodemdaling die daardoor kan ontstaan. 11

Gevolgen van/voor het plan De planlocatie betreft geen locatie die gevoelig is voor klimaatverandering. Waterberging

Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar het vasthouden van gebiedseigen water door benutting van de natuurlijke bergingscapaciteit van bodem en oppervlaktewater. Natuurlijke grondwater- en oppervlaktewaterstanden worden beschermd of hersteld. Hemelwater afkomstig van verharde oppervlakken zoveel mogelijk afkoppelen van de riolering met de voorkeursvolgorde: 1) Benutting, 2) Bodeminfiltratie binnen het gebied, 3) Berging binnen het gebied, 4) Vertraagde afvoer naar oppervlaktewater buiten het plangebied en 5) Afvoer naar riool. Compenseren van het verlies aan waterberging, indien hemelwater direct of indirect wordt geloosd op oppervlaktewater. De compensatieplicht (Keur waterschap) houdt in dat de toename van verharding in het ruimtelijk plan moet worden gecompenseerd door aanleg van extra waterberging. Dit met een eenmalige uitzondering van 500 m2 (stedelijk gebied) en 1500 m2 (landelijk gebied) voor particulieren en kleine bedrijven. De compensatieplicht geldt niet in individuele gevallen als op een afstand van 100 meter of meer van het oppervlaktewater wordt geinfiltreerd (beleidsregels Keur artikel 5.16 toetsingscriterium 2). Infiltratie- en bergingsvoorzieningen, zoals bodempassages en open water, moeten voldoende capaciteit hebben om het hemelwater te kunnen verwerken. En zodanig ruimtelijk ingepast (ruimtebeslag, ligging) dat adequaat functioneren is gewaarborgd.

Gevolgen van/voor het plan Het kamperen en/of parkeren tijdens een evenement heeft een tijdelijk en incidenteel karakter. Als gevolg zullen de bouwwerken en objecten die op dat moment worden opgericht (welke overigens per evenement verschillen) nooit permanent aanwezig zijn en tijdig weer worden afgebroken. In het plangebied kan in de voorbereiding, tijdens en bij de afbouw van een evenement wel tijdelijk sprake zijn van een toename aan verhard oppervlak. Een tijdelijke toename aan verhard oppervlak kan effect hebben op de waterhuishoudkundige situatie van een gebied, bijvoorbeeld doordat neerslag als gevolg van dit verhard oppervlak versneld tot afvoer komt. In bijlage 3 bij deze toelichting is daarom een notitie opgenomen waarin het effect van de tijdelijke toename aan verhard oppervlak als gevolg van een evenement op de waterhuishouding van het gehele gebied De Groene Heuvels is onderzocht (Sweco, rapport 51011065, 11 mei 2023). Dat wil zeggen dat ook rekening is gehouden met de activiteiten die plaatsvinden op het grondgebied van de gemeente Beuningen. Uit de notitie blijkt dat de verwachte impact van het planvoornemen op het watersysteem minimaal en aanvaardbaar is. Het beleid van het Waterschap Rivierenland schrijft voor dat het verboden is om zonder watervergunning neerslag door nieuw verhard oppervlak versneld tot afvoer te laten komen (artikel 3.4 Keur).

Hiervoor geldt een vrijstelling als het totaal aan nieuw verhard oppervlak (in landelijk gebied) niet meer bedraagt dan 1.500 m2 (WT 5, artikel 1, Algemene regels). Nieuw verhard oppervlak is in de Beleidsregels van het Waterschap gedefinieerd als:

“Alle oppervlakken die voor nieuwbouw, wegen, etc. verhard worden. Hierdoor kan het hemelwater ter plaatse niet langer in de (voorheen onverharde) grond infiltreren en treedt er een versnelde afvoer van het water op.” Uit de hierboven opgenomen definitie van nieuw verhard oppervlak blijkt niet of de definitie aansluit bij de bouwwerken en/of objecten die ten tijde van een evenement op een kampeer- en/of parkeerterrein worden opgericht. Denk hierbij aan houten vloerdelen, tentstructuren en rijplaten. In het beleid van het waterschap is ook geen bijzondere regeling opgenomen ten aanzien van evenementen.

12

Aangezien uit de notitie van Sweco blijkt dat de verwachte impact op het watersysteem aanvaardbaar is en het beleid van het Waterschap niet in het bijzonder rekening houdt met (een toename aan verharding als gevolg van) evenementen, moet nader bezien worden of compensatie vereist is. Hiervoor wordt, voor het gehele gebied, bij het Waterschap een watervergunning aangevraagd. Gezondheid en veiligheid

Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar een veilig watersysteem. Inrichting en beheer van het watersysteem op de planlocatie dient te zijn gericht op het voorkomen of beperken van risico’s voor de volksgezondheid en veiligheid. Risico’s van optrekkend vocht primair beperken door ter plaatse van bebouwing te voorzien in voldoende ontwateringsdiepte en drooglegging. Of, als dit niet mogelijk is, door het treffen van maatregelen (bv. kruipruimtevrij bouwen, waterdicht bouwen). Een permanente verandering (verlaging) van grondwaterstanden is daarbij niet toegestaan. Voorts in het plan rekening houden met eventuele risico’s van bodemdaling als gevolg van grondwaterstandsdaling (verdroging) of –fluctuatie (zie ook Klimaatverandering). Inrichting en beheer van oppervlaktewater in bebouwd gebied afstemmen op potentieel verdrinkingsgevaar (veilige oevers). Bij de ruimtelijke inrichting rekening houden met locaties waar waterkwaliteit een gezondheidsrisico kan vormen (zoals bij overstorten en stilstaand water).

Gevolgen van/voor het plan Er wordt geen permanente bebouwing voorzien. Het gebruik als kampeer- en/of parkeerterrein is tijdelijk en incidenteel. Afvalwater van evenementen moet gescheiden worden aangeleverd. Vooralsnog zijn hiertoe twee mogelijkheden: gebruik maken van de op het terrein aanwezige buffervat of gebruik maken van tankwagens om het afvalwater rechtstreeks te bezorgen aan de RWZI in Weurt. Het voornemen bestaat om het afvalwatertransport te verbeteren en bedrijfszekerder te maken. Daarom wordt op dit moment een haalbaarheidsstudie uitgevoerd en een (schets)ontwerp opgesteld. Het plan is om het afvalwater van het recreatiegebied via een persleiding naar de kern Beuningen (gemeente Beuningen) te transporteren. Via de kern Beuningen stroom het afvalwater vervolgens richting de RWZI Nijmegen. Het voornemen bestaat om op het recreatiegebied een netwerk van persleidingen aan te leggen. Hierop zal één vast rioolgemaal worden aangesloten. Om flexibiliteit in de organisatie van de evenementen te houden kunnen op het netwerk tijdelijke rioolgemalen aangesloten worden. Het reeds aanwezige buffervat (silo 800 m3) wordt hierbij als back-up voorziening in het stelsel opgenomen.

4.2.4 Overwegingen en conclusie Met voorliggend bestemmingsplan mogen gronden tijdelijk en incidenteel in gebruik worden genomen als kampeer- en of parkeerterrein. De huidige agrarische bestemming blijft onverminderd van kracht, maar ten behoeve van één categorie 4 evenement kunnen de gronden gedurende één aangesloten periode per kalenderjaar in gebruik worden genomen als kampeer- en/of parkeerterrein. In de conclusies zoals deze hierboven in paragraaf 4.2.3 zijn opgenomen, blijkt dat de gevolgen voor het plangebied minimaal en aanvaardbaar zijn. Het plan heeft geen nadelige gevolgen voor de waterhuishouding. Dit geldt ook omgekeerd.

13

4.3

Ecologie

4.3.1 Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming ziet toe op het beschermen van de leefgebieden van in het wild levende vogelsoorten en inheemse plant- en (overige) diersoorten. De belangrijkste leefgebieden in Nederland zijn het Natuurnetwerk Nederland en de Natura 2000-gebieden. Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland worden aangewezen in de provinciale verordening. In de provincie Gelderland heet dit het Gelders Natuurnetwerk. Het uitgangspunt is dat in het Gelders natuurnetwerk geen nieuwe initiatieven plaatsvinden, behalve ontwikkelingen van groot algemeen of provinciaal belang of waarvoor geen alternatieven bestaan. Afbeelding 7 geeft weer dat het plangebied niet is gelegen in het Gelders Natuurnetwerk. Derhalve geldt het Gelders Natuurnetwerk beleid niet als toetsingskader. Afbeelding 7: Uitsnede provinciale omgevingsverordening (plangebied blauw omlijnd).

Omdat het plangebied volledig buiten het Gelders Natuurnetwerk ligt, zijn alleen mogelijk optredende externe effecten relevant. Hoewel het Gelders Natuurnetwerk geen externe werking kent, is een goede ruimtelijke ordening van functies wel relevant. Kernkwaliteiten die genoemd worden in de Omgevingsverordening als eigenschap van “Rivierduinengordel Overasselt – Bergharen” worden niet aangetast door de te houden evenementen. Deze terreinen liggen namelijk op relatief grote afstand van de te houden evenementen. Van (extra) betreding van die terreinen tijdens evenementen zal geen sprake zijn. De percelen behouden hun huidige vorm, begroeiing en natuurbestemming. Effecten kunnen daarom worden uitgesloten. De Natura 2000-gebieden zijn op Rijksniveau aangewezen. Voor deze gebieden geldt dat het verboden is om zonder vergunning van Gedeputeerde Staten een project te realiseren dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Om die reden heeft Bureau Waardenburg een toets aan de Wet natuurbescherming (Bureau Waardenburg, rapport 21-271, 14 september 2022) uitgevoerd. In deze toets is rekening gehouden met zowel de activiteiten die plaatsvinden op grondgebied van de gemeente Wijchen als Beuningen.

De toets is als bijlage 4 bij deze toelichting te raadplegen. Bureau Waardenburg concludeert dat op grond van de omvang van de invloedssfeer en de grote afstand tot Natura 2000-gebieden (significant) negatieve effecten van mechanische verstoring, habitatverlies, verstoring door licht, geluid of menselijke aanwezigheid en verontreiniging kunnen worden uitgesloten. In het kader van de toetsing van verontreiniging is uitsluitend stikstofdepositie relevant. Door middel van 14

extern salderen wordt een netto toevoeging van stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden voorkomen. Van (significant) negatieve effecten ten gevolge van stikstof is geen sprake. Hiervoor is separaat een Wnb-vergunning verleend door de provincie Gelderland (zaaknummer 2021-002840, 6 oktober 2022). Deze Wnb-vergunning is opgenomen als bijlage 5 bij deze toelichting. Afbeelding 8: Uitsnede Natura 2000 (plangebied blauw omcirkeld).

4.3.2 Soortenbescherming De Wet natuurbescherming bevat ook een algemene zorgplicht voor alle in het wild levende dier- en plantensoorten in Nederland (art. 1.11 lid 1) en in het bijzonder voor de inheemse dier- en plantsoorten die vallen onder het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn (§3.1), Habitatrichtlijn (§3.2) en andere soorten (§3.3). Er geldt een verbod voor initiatieven die deze soorten significant (kunnen) schaden. Om die reden heeft een toets aan de Wet natuurbescherming (Bureau Waardenburg, rapport 21-271, 14 september 2022) plaatsgevonden. Hierin is onderzocht of er op of nabij De Groene Heuvels plant- en diersoorten aanwezig of te verwachten zijn die volgens de Wet natuurbescherming een beschermde status hebben en nadelig beïnvloed kunnen worden door het planvoornemen. In het plangebied komen beschermde soorten voor (of kunnen er voorkomen). Ten aanzien van soortenbescherming volgen uit de Toets aan de Wet natuurbescherming de volgende conclusies: •

Opzettelijke beschadiging of vernieling van verblijfplaatsen (zoals burchten) van dassen en kleine marterachtigen dient te worden voorkomen (zie randvoorwaarde hieronder). Het vernietigen of aantasten van verblijfplaatsen van deze soorten is een overtreding van de Wnb artikel 3.10 lid 1 b. Met monitoring van het gebiedsgebruik van dassen en de maatregelen uit de randvoorwaarden wordt overtreding van dit verbod voorkomen.

•

Voor het vernietigen van (jaarrond beschermde) nesten die in gebruik zijn en het verstoren van in gebruik zijnde nesten van vogels zodanig dat broedsels mislukken is geen ontheffing mogelijk. Met monitoring en de maatregelen uit de randvoorwaarden wordt overtreding van dit verbod voorkomen. Het vernietigen en verstoren van in gebruik zijnde nesten wordt voorkomen door de randvoorwaarde op te volgen

•

Het vernietigen of aantasten van verblijfplaatsen van vleermuizen is een overtreding van de Wnb artikel 3.5 lid 1 en 4. Rust- of verblijfplaatsen gaan niet verloren als gevolg van het evenement, omdat geen bomen worden gekapt. Verstoring van verblijfplaatsen door verlichting is te voorkomen door de randvoorwaarden op te volgen.

15

Randvoorwaarden •

Monitor het gebruik van het plangebied door dassen door een ter zake kundige. Het doel hiervan is veranderingen in terreingebruik en burchtgebruik tijdig te signaleren. Neem indien nodig extra preventieve maatregelen om negatieve effecten op dassen te voorkomen.

•

De kwetsbare periode van de das is de voortplantingsperiode; deze begint bij de zwangerschap in december en eindigt op het moment dat de jongen zelfstandig hun weg kunnen gaan (juni / juli). De genoemde perioden kunnen eerder of later beginnen of eindigen, afhankelijk van bijvoorbeeld weersomstandigheden. De ter zake kundige kan de exacte periode van voortplanting aangeven. Neem indien nodig extra preventieve maatregelen om negatieve effecten op dassen te voorkomen.

•

Voer voorafgaand aan evenementen nader onderzoek uit naar aanwezigheid van (jaarrond beschermde) nesten.

•

Voer voorafgaand aan evenementen nader onderzoek uit naar broedende vogels. Dit betreft een onderzoek naar opvallende / zichtbare nesten van (onder meer) soorten als zwarte kraai, houtduif, spechten, watervogels. Ten behoeve van aangetroffen nesten zullen maatregelen worden gegeven om verstoring te voorkomen.

•

Voorkom verlichting van bosranden om vliegroutes van vleermuizen niet te storen.

•

Verlicht bomen met holten niet om uitvliegende vleermuizen niet te verstoren.

4.3.3 Conclusie Wnb - onderdeel soortenbescherming Door de randvoorwaarden op te volgen worden verbodsbepalingen ten aanzien van beschermde soorten als gevolg van het plaatsvinden van evenementen voorkomen.

Wnb - onderdeel gebiedsbescherming (Significante) effecten op instandhoudingsdoelen, habitattypen, soorten en vogels van Natura 2000-gebieden als gevolg van evenementen worden uitgesloten.

Toetsing aan het beleid voor het NNN Significante effecten op wezenlijke kenmerken waarden van het NNN als gevolg van de evenementen worden uitgesloten.

4.4

Bedrijven en milieuzonering

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het belangrijk dat voorzienbare hinder als gevolg van milieubelastende activiteiten zoveel mogelijk wordt voorkomen bij milieugevoelige bestemmingen (zoals woningen) door het aanbrengen van een ruimtelijke scheiding. Dit geldt ook andersom: een nieuwe milieugevoelige bestemming dient op voldoende afstand van een bestaande milieubelastende bestemmingen te worden gepositioneerd om te voorkomen dat het bedrijf wordt belemmerd in gebruiks- en/of uitbreidingsmogelijkheden. Voor het inpassen van milieubelastende en -gevoelige bestemmingen in de fysieke leefomgeving heeft de VNG de handreiking Bedrijven en milieuzonering 2009 ontwikkeld. In de handreiking zijn bedrijven en bedrijfsactiviteiten ingedeeld in typen bedrijvigheid met bijbehorende milieucategorieën. Voor ieder type bedrijvigheid is vervolgens op grond van een viertal milieuaspecten (geur, stof, geluid en gevaar) een aan te houden richtafstand geadviseerd, variërend tussen de 10 en 1.500 meter. Deze richtafstanden zijn in tabel 1 weergegeven. De milieubelasting dient vervolgens te worden afgezet tegen de belasting waarvan in de omgeving al sprake is. Hiervoor wordt onderscheid gemaakt tussen een rustig buitengebied en een gemengd gebied.

De gedachte daarbij is dat gebieden met gemengde functies hogere achtergrondwaarden voor wat betreft de vier hinderaspecten kennen, waardoor milieubelasting van een specifiek bedrijf meer op zal gaan in de omgeving en minder snel als hinder wordt ervaren. Indien sprake is van een gemengd gebied mag de richtafstand met één stap worden verlaagd. De toepassing van deze handreiking wordt op basis van bestendige jurisprudentie algemeen geaccepteerd. 16

Tabel 1: Richtafstanden milieuzonering behorend bij de VNG-handreiking.

Milieucategorie

Richtafstanden rustig buitengebied

Richtafstanden gemengd gebied

1

10 meter

0 meter

2

30 meter

10 meter

3.1

50 meter

30 meter

3.2

100 meter

50 meter

4.1

200 meter

100 meter

4.2

300 meter

200 meter

5.1

500 meter

300 meter

5.2

700 meter

500 meter

5.3

1.000 meter

700 meter

6

1.500 meter

1.000 meter

Gemotiveerd toepassen Het is niet altijd duidelijk welke milieucategorie van toepassing is voor een bepaalde bedrijvigheid. Ook kan de werkelijke situatie verschillen van de “gemiddelde milieubelasting” door bijvoorbeeld specifieke bedrijfsprocessen en/of hinderbeperkende maatregelen. Derhalve kan - indien gedegen gemotiveerd afgeweken worden van de richtafstanden.

Wijze van meten De richtafstand geldt in eerste instantie vanaf de grens van het perceel waarop een milieubelastende bestemming aanwezig is tot de grens van het perceel waarop een milieugevoelige bestemming volgens het bestemmingsplan mogelijk is. Wanneer deze afstand niet toereikend is, worden de maximale bouwmogelijkheden beschouwd.

Type gebied Voor de beschouwing wordt ervan uitgegaan dat het plangebied een “rustig buitengebied” betreft. Dit wil zeggen dat in het plangebied weinig sprake is van functiemenging. Derhalve mag de richtafstand niet met één trede worden verlaagd.

Beschouwing Met dit parapluplan wordt het mogelijk gemaakt om ten tijde van een evenement uit categorie 4 een tijdelijk kampeer- en parkeerterrein op te richten voor maximaal 6 aaneengesloten etmalen per kalenderjaar. Hoewel deze terreinen slechts voor een zeer korte periode per kalenderjaar worden opgericht in het plangebied, worden ze als milieubelastende activiteiten beschouwd. Voor de beschouwing is voor dergelijke terreinen op grond van de richtafstandenlijst die hoort bij de Handreiking van de VNG aangesloten bij de activiteiten “Kampeerterreinen, vakantiecentra, e.d. (met keuken)” en “autoparkeerterreinen, autogarages”. Dit resulteert in aan te houden richtafstanden van respectievelijk 50 en 30 meter op grond van het hinderaspect geluid. Aangezien voorliggend bestemmingsplan het mogelijk maakt om in het gehele plangebied te kamperen en te parkeren, is voor de beschouwing worst-case aangesloten bij een aan te houden richtafstand van 50 meter. Aan de oost- en noordzijde van het plangebied kan niet worden voldaan aan deze afstand. Om eventuele hinder ter plaatse van omliggende woningen als gevolg van het gebruiken van delen van het plangebied als tijdelijk kampeer- en/of parkeerterrein te voorkomen is in de planregels opgenomen dat te allen tijde een afstand van 30 en 50 meter wordt gewaarborgd tussen de woonpercelen en het tijdelijke kampeer- of parkeerterrein.

Een tijdelijk kampeerterrein wordt tot slot niet beschouwd als een milieugevoelige bestemming. Een bezoeker verblijft hier enkel incidenteel en voor een zeer korte periode. Een beschouwing van nabijgelegen milieubelastende activiteiten is daarom niet aan orde. Gelet op het bovenstaande vormt het aspect bedrijven en milieuzonering geen belemmering voor het planvoornemen.

17

4.5

Geluid

Zoals eerder aangegeven worden de gronden planologisch geschikt gemaakt voor een tijdelijk kampeerterrein, ten behoeve van de evenementen die op het grondgebied van de gemeente Beuningen worden georganiseerd. In het kader van een goede ruimtelijke ordening heeft er een akoestisch geluidonderzoek plaatsgevonden voor het totale planvoornemen. Dat wil zeggen, inclusief de activiteiten die plaatsvinden op het grondgebied van de gemeente Beuningen. Dit onderzoek is uitgevoerd door Peutz (rapport E 1079-10-RA-002, 22 december 2021) en raadpleegbaar als bijlage 6 bij deze toelichting. In het onderzoek wordt geconcludeerd dat ter plaatse van de gevels van geluidsgevoelige bestemmingen in de omgeving onduldbare hinder wordt voorkomen en dat er sprake blijft van een goede ruimtelijke ordening. Voor het tijdelijke kampeerterrein dat planologisch mogelijk wordt gemaakt met onderhavig parapluplan geldt dat altijd wordt voldaan aan de richtafstand van 50 meter zoals genoemd in de Handreiking Bedrijven en milieuzonering van de VNG. Hiermee is mede gezien het feit dat deze activiteiten slechts enkele dagen per jaar zullen voorkomen op dit punt zeker sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat. Specifiek voor de onderhavige situatie (en afwijkend van een reguliere camping) is het gebruik van aggregaten voor de elektriciteitsvoorziening, denk aan badhuizen en dergelijke.

Derhalve is dit aspect beschouwd in het akoestisch geluidonderzoek. Peutz concludeert dat voor zover samenvallend met het muziekprogramma dat behoort bij categorie 4 evenementen de geluidemissie van aggregaten verwaarloosbaar is. Buiten het muziekprogramma is deze geluidemissie mogelijk wel relevant. Een groot deel van de aggregaten zal ook voor en na het eigenlijke evenement in bedrijf zijn. Uit het onderzoek volgt dat de geluidbelasting van de aggregaten bij woningen in de omgeving tot 35 dB(A) in de nacht bedraagt en daarmee tot 45 dB(A)-etmaalwaarde. Dit zijn geluidniveaus die passen bij een kwalificatie rustige woonwijk zoals ook gehanteerd in de Handreiking Bedrijven en milieuzonering van de VNG en daarmee zeer wel acceptabel.

4.6

Verkeer en parkeren

Het organiseren van evenementen heeft invloed op de lokale verkeerssituatie. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat de lokale verkeerssituatie niet overbelast raakt. Dat wil zeggen dat de bestaande infrastructuur de extra vervoersbewegingen moet kunnen afwikkelen en dat de druk op de parkeervoorzieningen niet te groot wordt. Of de lokale verkeerssituatie overbelast raakt is afhankelijk van het extra verkeer dat wordt gegenereerd als gevolg van de evenementen. Derhalve is voor het totale planvoornemen een mobiliteitsanalyse (Arcadis, rapport 30082635, 29 maart 2022) uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage 7 bij deze toelichting bijgevoegd. In de mobiliteitsanalyse concludeert Arcadis dat De Groene Heuvels gedurende de evenementen goed bereikbaar is voor bezoekers zonder dat dit grote knelpunten oplevert op het wegennet. Wel is het daarvoor noodzakelijk dat actief wordt gezorgd voor een goede spreiding van verkeer over de tijd, routes en modaliteiten. Dit kan door programmering, maar ook door goede informatievoorziening en verkeersmaatregelen.

4.7

Luchtkwaliteit

Hoofdstuk 5 (titel 5.2) van de Wet Milieubeheer (Wm) stelt de belangrijkste regels omtrent luchtkwaliteit in Nederland. In bijlage 2 van de Wet milieubeheer zijn grenswaarden opgenomen voor onder andere de concentraties stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10 en PM2,5), benzeen (C6H6), zwaveldioxide (SO2), koolmonoxide (CO) en lood in de buitenlucht. Bij ruimtelijke plannen en projecten zijn vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide en fijn stof van belang. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat een ruimtelijke ontwikkeling er niet voor zorgt dat mensen langdurig in een gebied met een schadelijke luchtkwaliteit verblijven. Tabel 2 geeft de relevante grenswaarden weer. Daarnaast is het belangrijk dat de gevolgen van een ruimtelijke ontwikkeling op de luchtkwaliteit inzichtelijk worden gemaakt.

18

19

Tabel 2: Grenswaarden conform de Wet milieubeheer.

Stof

Type norm

Stikstofdioxide

Jaargemiddelde

40 µg/m3

-

Uurgemiddelde

200 µg/m3

Maximaal 18 keer

Jaargemiddelde

40 µg/m3

-

Daggemiddelde

50 µg/m3

Maximaal 35 keer

Jaargemiddelde

25 µg/m3

-

Zwevende deeltjes (PM10)

Zwevende deeltjes (PM2,5)

Grenswaarden

Overschrijding per jaar

Via de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (GCN en GDN) zijn de concentraties PM10, PM2,5 en NO2 ter plaatse van het plangebied voor de jaren 2020 en 2025 afgelezen. Vanwege het mogelijke effect van de COVID maatregelen is er geen betrouwbare raming beschikbaar voor de periode 2021 tot en met 2024. Derhalve heeft het RIVM een kaart berekend voor het jaar 2025, waarin de geraamde emissies zijn geïnterpoleerd. Deze kaart is een bovenschatting van de te verwachten emissies voor dat jaar en daarmee bruikbaar voor ruimtelijke besluitvorming. Uit de kaarten blijkt dat de jaargemiddelde grenswaarden voor PM10 (15,61 µg/m3), PM2,5 (8,87 µg/m3) en NO2 (15,79 µg/m3) niet worden overschreden in 2020. Ditzelfde geldt voor de grenswaarden van PM10 (15,61 µg/m3), PM2,5 (9,13 µg/m3) en NO2 (13,42 µg/m3) in 2025. Daarmee wordt voldaan aan het blootstellingscriterium en kan worden aangenomen dat de toekomstige gebruikers van de planlocatie niet (overmatig) worden blootgesteld aan een schadelijke luchtkwaliteit. Daarnaast is het van belang dat de beoogde ontwikkeling niet significant negatief bijdraagt aan het verslechteren van de luchtkwaliteit. Derhalve is door Peutz een luchtkwaliteitsonderzoek (rapport 1079-2RA-003, 8 augustus 2022) uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage 8 bij deze toelichting bijgevoegd.

Doel van het luchtkwaliteitsonderzoek is het in kaart brengen van de gevolgen van de beoogde activiteiten op de optredende emmissieconcentraties NO2, PM10 en PM2,5 in de directe omgeving van De Groene Heuvels. In het onderzoek is rekening gehouden met de activiteiten die plaats gaan vinden op zowel het grondgebied van de gemeente Wijchen als Beuningen. Uit de resultaten van het onderzoek volgt dat: • •

In de plansituatie geen sprake is van overschrijding van grenswaarden voor de stoffen NO2, PM10 en PM2,5; Aangezien de toename van de concentraties van voornoemde stoffen minder bedraagt dan 3% van de grenswaarden sprake is van een “niet in betekende mate bijdragen” (NIBM) van het plan.

Hiermee kan worden geconcludeerd dat voor het aspect luchtkwaliteit geldt dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

4.8

Externe veiligheid

Het externe veiligheidsbeleid van Nederland richt zich op het beheersen en voorkomen van risico’s voor de omgeving als gevolg van risicovolle bedrijfsactiviteiten en als gevolg van risicovol transport over de weg, het water, het spoor en door buisleidingen. Twee begrippen staan in het externe veiligheidsbeleid centraal. Dit zijn het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Met het PR wordt de aan te houden afstand geëvalueerd tussen de activiteit en kwetsbare functies in de omgeving. Of een functie kwetsbaar of beperkt kwetsbaar is, is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid Inrichtingen (Bevi). Voorbeelden van kwetsbare objecten zijn woningen, scholen, ziekenhuizen en grote kantoorgebouwen. Beperkt kwetsbare objecten zijn onder andere verspreid liggende woningen, sporthallen en bedrijfsgebouwen. Met het GR wordt geëvalueerd of als gevolg van een ongeval een groot aantal slachtoffers kan vallen, doordat een grote groep personen blootgesteld wordt.

20

Afbeelding 9: Risicobronnen aanwezig in en nabij het plangebied.

Op afbeelding 9 is weergegeven dat nabij het totale plangebied binnen 200 meter van de A50 ligt waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd en dat de locatie wordt doorsneden door een hogedruk aardgasleiding en gedeeltelijk binnen het invloedsgebied van een tweede aardgasleiding ligt. Om die reden is inzicht in de externe veiligheidsrisico’s nodig en heeft AVIV een externe veiligheidsrapportage (rapport 214603, 23 februari 2022) opgesteld. Deze rapportage is raadpleegbaar als bijlage 9 bij deze toelichting.

4.8.1 Conclusie externe veiligheidsrisico’s Rijksweg A50

Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor het plangebied.

Groepsrisico Het groepsrisico is in zowel de huidige als toekomstige situatie kleiner dan 10% van de oriëntatiewaarde. Daarom kan de verdere verantwoording van het groepsrisico achterwege blijven. Wel dient het bestuur van de veiligheidsregio in de gelegenheid te worden gesteld om advies uit te brengen. In de toelichting bij het besluit dient in elk geval in te worden gegaan op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien een ramp zich voordoet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=7b38c74c-834b-453a-a3c5-84dd631ccd36