CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Programmabegroting 2025

Raad openbaar Wijchen 7 november 2024, gemeente wijchenBij agendapunt: Programmabegroting 2025 Wijchen37.535 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Taakveld 7.2 Riolering: Directe kosten, inclusief (omslag)rente excl. BTW Taakveld 7.2 Riolering: Directe inkomsten excl. BTW Taakveld 0.10 Mutaties reserves: Afdekking vanuit reserves Netto kosten taakveld(en) Toe te rekenen kosten: Taakveld 2.1 Verkeer en Vervoer: 1/3 deel kosten van schoonhouden wegen Taakveld 6.3 Inkomensregelingen: Kwijtschelding rioolheffing Taakveld 0.4 Overhead: Op basis van toegerekende fte’s Toe te rekenen BTW op de directe kosten en opbrengsten

Begroot 2025 3.852 -13 0 3.839

75 40 158 564

Totale kosten

4.676

Opbrengst heffingen

4.676

Dekkingspercentage

100%

Pagina | 75| Programmabegroting 2025

Paragraaf 2 Lokale heffingen

•

Hondenbelasting De opbrengsten uit het heffen van hondenbelasting worden als een algemeen dekkingsmiddel gezien en mogen dus vrijelijk worden besteed. In de gemeente Wijchen worden, net als in veel alle gemeenten, deze belastingopbrengsten ingezet ter voorkoming van hondenoverlast en strookt de heffing met het principe “de vervuiler betaald”. De hondenbelasting in Wijchen is kostendekkend. Met name door de prijsindex van 2025 (+2,3%), de hogere kosten voor diensten van derden, kosten Munitax en meer doorberekende overhead, hebben geresulteerd in een stijging van de tarieven met 3,4%. In onderstaande tabel zijn de tarieven voor 2024 en 2025 weergegeven. Tabel 12: ontwikkeling van de tarieven hondenbelasting

Aantal honden Eerste hond Tweede en volgende hond Kennel

2024 € 88,80 € 163,20 € 383,50

2025 € 91,80 € 168,75 € 396,50

Hoewel de hoogte van de hondenbelasting in Wijchen niet wettelijk is beperkt door de gemaakte kosten, kiest Wijchen wel voor deze systematiek. Voor de bepaling van de hoogte van de hondenbelasting is de toerekening in tabel 13 toegelicht. De kosten die ten grondslag liggen aan de heffing zijn als volgt opgebouwd: Tabel 13: Grondslag tariefstelling x € 1000:

Begroot 2025 Taakveld 5.7 Openbaar groen en recreatie: Directe kosten Hup, inclusief (omslag)rente excl. BTW Taakveld 0.64 Belastingen overig: Directe kosten, inclusief (omslag)rente excl. BTW Taakveld 0.10 Mutaties reserves: Afdekking vanuit reserves Netto kosten taakveld(en)

0 308

Toe te rekenen kosten: Taakveld 0.4 Overhead: Overhead inclusief (omslag-)rente Toe te rekenen BTW op de kosten Totale kosten

69 23 401

Opbrengst heffingen

401

Dekkingspercentage

219 89

100%

Toeristenbelasting De toeristenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel. Heffing van de toeristenbelasting geschiedt op basis van aangifte. Conform de vastgestelde beslisnota in oktober 2021 en de besluitvorming over de tarieven door de gemeenteraad bij de begroting 2024, zijn de tarieven met ingang van 2024 extra verhoogd naar respectievelijk € 2,00 per overnachting en € 1,00 per overnachting op een vaste standplaats. Daarnaast is met ingang van 2024 een tarief van € 2,00 per overnachting op festival ingevoerd. Tarieven eens in de vijf jaar verhogen. Vanuit praktisch oogpunt en om te voorkomen dat de toeristenbelasting maar met een paar centen per jaar verhoogd gaat worden, stellen we voor om de tarieven ééns in de vijf jaar en dan voor het eerst weer met ingang van 2029 te verhogen. Dit op basis van de prijs index van het bruto binnenlands product over de alsdan verstreken jaren.

Pagina | 76| Programmabegroting 2025

Paragraaf 2 Lokale heffingen

Tabel 14: ontwikkeling van de tarieven toeristenbelasting

Tarief per overnachting Tarief per overnachting op vaste standplaats Tarief per overnachting op een festival

•

2024 afgerond € 2,00

2025 afgerond € 2,00

€ 1,00

€ 1,00

€ 2,00

€ 2,00

Reclamebelasting De reclamebelasting is een algemeen dekkingsmiddel. Een gebruiker van een pand binnen een door de Gemeenteraad vastgesteld gebied is deze belasting verschuldigd als hij een reclame-uiting op zijn pand voert. We heffen reclamebelasting voor een drietal zones. Dit zijn: Wijchen Centrum, Bedrijventerrein Wijchen-Oost en Bedrijventerrein Bijsterhuizen. Het tarief voor Wijchen Centrum is een percentage van de WOZ-waarde van het pand. Voor de overige zones is ook de WOZ-waarde van het pand als grondslag gekozen, maar zijn de tarieven gestaffeld. Tabel 15: ontwikkeling tarieven reclamebelasting Wijchen Centrum

Minimum bedrag per WOZ-object Drempelbedrag WOZ-waarde Tarief per € 1.000 WOZ-waarde boven drempelbedrag Maximumbedrag per WOZ-object

2024

2025*

€ 336,00 € 136.000 € 2,47 € 978,00

€ 336,00 € 136.000 € 2,47 € 978,00

Tabel 16: ontwikkeling tarieven Bedrijventerrein Bijsterhuizen

WOZ-waarde van: € 0,00 € 115.001 € 287.001 € 573.001 € 1.146.001 € 2.293.001 € 3.438.001 € 4.585.001 € 5.729.001 Meer dan € 11.462.000

Tot € 115.000 € 287.000 € 573.000 € 1.146.000 € 2.293.000 € 3.438.000 € 4.585.000 € 5.729.000 € 11.462.000 --------

2024

2025*

€ 105 € 210 € 335 € 755 € 1.045 € 1.255 € 1.675 € 2.090 € 2.925 € 3.345

€ 105 € 215 € 345 € 770 € 1.070 € 1.280 € 1.710 € 2.140 € 2.995 € 3.420

2024

2025*

€ 135 € 190 € 275 € 435 € 600 € 765 € 985 € 1.310 € 1.640 € 2.035

€ 135 € 190 € 275 € 435 € 600 € 765 € 985 € 1.310 € 1.640 € 2.035

Tabel 17: ontwikkeling tarieven bedrijventerrein Wijchen-Oost

WOZ-waarde van: € 0,00 € 110.001 € 220.001 € 328.001 € 547.001 € 821.001 € 1.093.001 € 1.640.001 € 2.188.001 Meer dan € 3.281.000

Tot € 110.000 € 220.000 € 328.000 € 547.000 € 821.000 € 1.093.000 € 1.640.000 € 2.188.000 € 3.281.000 --------

* Nog te bepalen in overleg met de betreffende stichtingen

Pagina | 77| Programmabegroting 2025

Paragraaf 2 Lokale heffingen

•

Marktgelden De tarieven zijn verhoogd met een prijsindex van 2,3%, Dit is hetzelfde percentage als die we in de kostenontwikkeling hebben opgenomen. Daarbij is rekening gehouden met de mate van kostendekkendheid van de marktgelden. Tabel 18: marktgelden

Marktgelden Vaste standplaatsen per strekkende meter per kwartaal Vermeerdering luifel bij standplaats Vermeerdering auto/cabine Vermeerdering per marktdag voor promotiedoeleinden Dag- en standwerkersplaatsen per marktdag Elektriciteit per marktdag per aansluiting dag- en standwerkersplaats

2024 € 23,95 € 2,40 € 10,85 € 4,15 € 13,85 € 4,15

2025 € 24,50 € 2,45 € 11,10 € 4,25 € 14,15 € 4,25

•

Precariobelasting De precariobelasting wordt geheven van degene die, al dan niet met vergunning of na een melding, het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft of diens opvolger, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn. De tarieven verhogen we met een prijsindex van 2,3%. Dit is hetzelfde percentage als die we in de kostenontwikkeling hebben opgenomen.

•

Bedrijven Investerings-Zone (BIZ) Met ingang van 2021 heft de gemeente een belasting van een selectie van de gebruikers en/of eigenaren van de niet-woningen gelegen in de BI-zone (bijdrageplichtigen). De opbrengst gaat naar de Vereniging van Pandeigenaren Wijchen Centrum en is bestemd om deze vereniging meer financiële slagkracht te geven om te investeren in een aantrekkelijk centrum voor Wijchen. De verordening die ten grondslag ligt aan de heffing geldt voor 5 jaar en loopt vanaf 1 januari 2021 tot en met 31 december 2025. Het tarief ligt ook voor 5 jaar vast en bedraagt 0,19% van de WOZ waarde, met een minimum van € 270 en een maximum van € 540.

•

Leges In onderstaande tabel geven we per hoofdstuk van de legestabel de begrote kosten en opbrengsten weer. Hieruit blijkt dat er per titel geen overdekking bestaat op de leges. De personeelskosten maken onderdeel uit van de directe kosten en zijn op basis van ureninzet toegerekend aan de verschillende hoofdstukken. In het overzicht zijn naast de directe kosten op de verschillende onderdelen, de overheadkosten toegerekend op basis van een vaste opslag per fte. We streven naar 100% kostendekkend, maar zijn hierin beperkt door de gemaximeerde legestarieven vanuit het Rijk. Zie in de volgende tabel de mate van kostendekkendheid.

Tabel 19: Legestabel 2025

Onderwerp legesverordening

Directe kosten

Loon kosten

Kosten Overhead Opbrengst dekkendheid

Hoofdstuk 1 - Algemene dienstverlening Paragraaf 1.1 - Burgerlijke stand

3.567

41.680

36.082

59.569

73%

Paragraaf 1.2 - Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart

260.251

159.845

138.374

501.539

90%

Paragraaf 1.3 - Rijbewijzen

25.453

101.525

68.780

177.096

90%

Pagina | 78| Programmabegroting 2025

Paragraaf 2 Lokale heffingen

Onderwerp legesverordening Paragraaf 1.4 - Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens

Directe kosten

Loon kosten

Kosten Overhead Opbrengst dekkendheid

Paragraaf 1.5 - Bestuursstukken Paragraaf 1.6 - Vastgoedinformatie Paragraaf 1.7 - Overige publiekszaken

8.846

2.147

1.858

7.274

57%

3.440

2.978

4.713

73%

20.460

48.608

42.446

86.143

77%

318.576

357.245

290.518

836.334

87%

23.569

17.480

31.563

77%

963.674

859.642

1.391.558

74%

963

714

767

46%

Paragraaf 2.7 - Aanlegactiviteiten

5.363

3.977

5.917

63%

Paragraaf 2.8 - Overige activiteiten Paragraaf 2.9 Maatwerkvoorschriften bij bouwactiviteiten

2.794

2.072

3.602

74%

8.284

6.144

53.423

96 %

890.029 1.486.830

75%

Paragraaf 1.8 - Gemeentearchief Paragraaf 1.9 - Bijzondere wetten Paragraaf 1.10 - Diversen Totaal hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2 - Omgevingswet Paragraaf 2.1 - Algemene bepalingen Paragraaf 2.2 - Voorfase Paragraaf 2.3 - Activiteiten met betrekking tot bouwwerken Paragraaf 2.4 - Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed Paragraaf 2.5 - Milieubelastende activiteiten

58.476

Paragraaf 2.6 - Lozingsactiviteiten

Paragraaf 2.10 - Gelijkwaardigheid Paragraaf 2.11 - Overige tarieven Paragraaf 2.12 - Modaliteiten

41.000

Paragraaf 2.13 - Vermindering Paragraaf 2.14 - Teruggaaf Totaal hoofdstuk 2

99.476 1.004.647

Hoofdstuk 3 - Europese dienstenrichtlijn Paragraaf 3.1 - Horeca

1.623

1.267

2.697

93%

321

238

326

58%

25.052

19.891

32.768

73%

990

786

1.282

72%

1.740

1.382

2.215

71%

29.726

23.564

39.288

74%

418.052 1.391.618 1.204.111 2.362.452

78 %

Paragraaf 3.2 - Seksbedrijven Paragraaf 3.3 - Winkeltijdenwet Paragraaf 3.4 - Organiseren evenement of markt Paragraaf 3.5 - Standplaatsen Paragraaf 3.6 - Huisvestingswet 2014 [en Wet goed verhuurderschap] Paragraaf 3.7 - In dit hoofdstuk niet benoemd besluit Totaal hoofdstuk 3 Totaal

Pagina | 79| Programmabegroting 2025

Paragraaf 2 Lokale heffingen

Recapitulatie Hoofdstuk

Directe kosten

Loonkosten Overhead

Kosten Opbrengst dekkendheid

Kostendekking Hoofdstuk 1

318.576

357.245

290.518

836.334

87%

Kostendekking Hoofdstuk 2

99.476

1.004.647

890.029

1.486.830

75%

29.726

23.564

39.288

74%

1.391.618 1.204.111 2.362.452

78%

Kostendekking Hoofdstuk 3 Kostendekking totale tarieventabel

418.052

Overzicht van de geraamde inkomsten In de onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de begrote inkomsten gemeentelijke heffingen. Tabel 20: Overzicht geraamde netto inkomsten (x € 1.000)

Onroerende zaakbelastingen Toeristenbelasting Hondenbelasting Rioolheffing Leges bouwvergunningen Marktgelden Reinigingsheffing Precariobelasting Reclamebelasting Bedrijven Investerings Zone (BIZ) Totale opbrengst

2024 10.993 214 383 4.680 1.860 19 4.307 42 392 80 22.970

2025 12.322 215 401 4.676 1.372 24 4.571 36 411 80 24.108

2026 13.661 215 413 4.710 1.235 24 4.751 36 411 80 25.536

2027 14.114 215 424 4.784 1.257 24 4.975 36 411 80 26.320

2028 14.567 215 436 4.861 1.040 24 5.203 36 411 80 26.873

Lokale lastendruk Op basis van de voorgestelde tarieven kan een vergelijking worden gemaakt tussen de lokale lastendruk voor woningen in 2025 ten opzichte van 2024. De belastingsoorten OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing (meerpersoonshuishouden) zijn in dit overzicht meegenomen. Bij deze vergelijking wordt uitgegaan van onroerende zaken met een WOZ-waarde van respectievelijk € 275k, € 425k, € 550k en € 700k. De voorbeeldaanslagen 2025 zijn, in afwachting van de gegevens van Munitax, berekend op basis van een woningwaarde van 2024. Dit omdat de voorlopige tarieven voor 2025 daar ook nog op gebaseerd zijn. Voorbeeldaanslagen Hieronder treft u de voorbeeldaanslagen aan, waarbij we de totale woonlasten berekenen voor een meerpersoonshuishouden, uitgaande van de in de tabel genoemde WOZwaarden. Voor de afvaltarieven is rekening gehouden met gemiddeld 7 ledigingen per jaar. Tabel 21: Voorbeeldaanslagen

Aanslag gemeentelijke belastingen WOZ-waarde OZB – eigendom Rioolrecht eigendom Rioolrecht gebruik Afvalstoffenheffing meerpersoons Lastendruk 2024 Aanslag gemeentelijke belastingen WOZ-waarde OZB – eigendom Rioolrecht eigendom

Pagina | 80| Programmabegroting 2025

2024 275.000 273,35 95,43 45,38 254,08 668,24 2024 425.000 422,45 147,48

Aanslag gemeentelijke belastingen WOZ-waarde OZB – eigendom Rioolrecht eigendom Rioolrecht gebruik Afvalstoffenheffing meerpersoons Lastendruk 2025 Aanslag gemeentelijke belastingen WOZ-waarde OZB – eigendom Rioolrecht eigendom

Paragraaf 2 Lokale heffingen

2025 275.000 303,88 94,33 45,38 268,23 711,81 2025 425.000 469,63 145,78

Aanslag gemeentelijke belastingen Rioolrecht gebruik Afvalstoffenheffing meerpersoons Lastendruk 2024 Aanslag gemeentelijke belastingen WOZ-waarde OZB – eigendom Rioolrecht eigendom Rioolrecht gebruik Afvalstoffenheffing meerpersoons Lastendruk 2024 Aanslag gemeentelijke belastingen WOZ-waarde OZB – eigendom Rioolrecht eigendom Rioolrecht gebruik Afvalstoffenheffing meerpersoons Lastendruk 2024

2024 70,13 254,08 894,14 2024 550.000 546,70 190,85 90,75 254,08 1.082,38 2024 700.000 695,80 242,90 115,50 254,08 1.308,28

Aanslag gemeentelijke belastingen Rioolrecht gebruik Afvalstoffenheffing meerpersoons Lastendruk 2025

2025 70,13 268,23 953,76

Aanslag gemeentelijke belastingen WOZ-waarde OZB – eigendom Rioolrecht eigendom Rioolrecht gebruik Afvalstoffenheffing meerpersoons Lastendruk 2025

2025 550.000 607,75 188,65 90,75 268,23 1.155,38

Aanslag gemeentelijke belastingen WOZ-waarde OZB – eigendom Rioolrecht eigendom Rioolrecht gebruik Afvalstoffenheffing meerpersoons Lastendruk 2025

2025 700.000 773,50 240,10 115,50 268,23 1.397,33

Woonlastenvergelijking De bruto woonlasten voor meerpersoons huishoudens liggen landelijk gemiddeld op € 994 in 2024. Van alle gemeenten in Nederland staat Wijchen in 2024 op plaats 62 voor wat betreft de gemiddelde woonlasten per meerpersoonshuishouden (nummer 1 is de goedkoopste). Bij de berekening van de lokale lastendruk is rekening gehouden met de OZB, de rioolrechten en de afvalstoffenheffing. Het betreft de cijfers over 2024. De lastendruk van Wijchen voor 2025 stijgt ten opzichte van 2024 met ca. 6,7%. Naast de doorberekening van de inflatie is dit in hoofdzaak toe te schrijven aan de extra verhoging van de OZB. Tabel 22: Vergelijking met een aantal omliggende gemeenten (2024)

Wijchen Beuningen

Druten

Heumen Nijmegen

Nederland

Gemeentelijke woonlasten Eenpersoonshuishouden 2024

857

943

854

895

1.099

Nb.

Meerpersoonshuishouden 2024

885

952

922

964

1.115

994

Rangnummer Meerpersoonshuishouden (nr. 1 heeft de laagste lasten)

62

131

91

149

282

Bron: COELO atlas van de lokale lasten 2024

Kwijtscheldingsbeleid De kwijtschelding van gemeentelijke belastingen heeft, in het kader van het armoededebat, de afgelopen jaren ruim aandacht gekregen. Sinds 1 januari 1995 is het gemeenten en waterschappen toegestaan om een ruimer kwijtscheldingsbeleid te voeren dan in de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 is geregeld. Waar de rijksregeling uitgaat van een percentage van 90% van de bestaanskosten mogen gemeenten dit met ingang van 1 januari 1996 vaststellen op maximaal 95% en met ingang van 1 januari 1997 op maximaal 100%. De gemeente Wijchen hanteert deze maximale bijstandsnorm sinds 1998. In de gemeente Wijchen wordt in voorkomende gevallen alleen

Pagina | 81| Programmabegroting 2025

Paragraaf 2 Lokale heffingen

kwijtschelding verleend van aanslagen onroerende zaakbelasting afvalstoffenheffing (vastrecht) en de gebruikersheffing rioolrechten. Steeds meer gemeenten maken gebruik van het Inlichtingenbureau om vast te stellen welke burgers in aanmerking komen voor kwijtschelding van gemeentebelastingen. Met de geautomatiseerde kwijtscheldingstoets ondersteunt het Inlichtingenbureau gemeenten en waterschappen bij het toetsen van zowel een eerste aanvraag voor kwijtschelding als bij ‘ambtshalve verlenging’ van kwijtschelding. Dit gebeurt aan de hand van een door gemeenten en waterschappen opgestelde beslisboom, met instemming van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Unie van Waterschappen (Unie). In 2011 is aan alle kwijtscheldingsgerechtigden binnen de deelnemende gemeente voor het belastingjaar 2011 een brief verstuurd. Hierin zijn zij verzocht toestemming te geven aan de gemeenschappelijke regeling om vanaf 2012 het recht op kwijtschelding automatisch te toetsen via het inlichtingenbureau. Met deze toets is eenvoudig vast te stellen of iemands inkomen en vermogen is veranderd ten opzichte van het voorgaande jaar. De burger hoeft dan dus niet zelf opnieuw kwijtschelding aan te vragen. Naast de vervolgaanvragen mogen sinds 2016 ook initiële aanvragen voor de toets worden aangeleverd. Dat bespaart de uitvoeringsinstantie én de aanvrager nog meer administratieve lasten.

Tevens bevatten de rapportages van het inlichtingenbureau steeds meer extra detailinformatie wanneer er een belemmering voor kwijtschelding wordt gevonden. De burger hoeft hierdoor minder informatie aan te leveren, waardoor de dienstverlening verbetert.

Pagina | 82| Programmabegroting 2025

Paragraaf 2 Lokale heffingen

Paragraaf 3: Weerstandsvermogen

Inleiding In deze paragraaf besteden we aandacht aan het weerstandsvermogen van de gemeente Wijchen in relatie tot de risico’s die de gemeente loopt. De risico’s kunnen specifiek benoemd zijn, maar ook algemeen van aard zijn. Een financieel weerstandsvermogen is de buffer die we kunnen inzetten als financiële tegenvallers zich voordoen. Het weerstandsvermogen relateren we daarom aan de risico’s die niet anderszins zijn ondervangen. Het minimaal gewenste weerstandsvermogen is mede afhankelijk van de grootte van de gemeente, de te onderkennen financiële risico’s en het reserve- en voorzieningenbeleid. We geven als eerste een beeld van de financiële positie van Wijchen volgend uit de verplichte kengetallen, gevolgd door een samenvatting van ons weerstandsvermogen in relatie tot onze risico’s. Hiertoe is het van belang de risico’s van de gemeente Wijchen te onderkennen en deze (financieel) te wegen. Dit zetten we af tegen de omvang en ontwikkeling van de algemene reserve. Kengetallen Onderstaande kengetallen geven een beeld van de financiële positie van de gemeente Wijchen. Tabel 23: Kengetallen gemeente Wijchen

Kengetallen:

JR 2023

Begroot Begroot 2024 2025

Begroot 2026

Begroot 2027

Begroot 2028

netto schuldquote

-9%

-3%

23%

29%

42%

41%

netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

-20%

-14%

12%

19%

32%

32%

solvabiliteitsratio

54%

64%

50%

46%

39%

39%

structurele exploitatieruimte

4%

3%

0%

-2%

-2%

-1%

grondexploitatie

0%

-3%

-3%

-4%

-4%

-3%

belastingcapaciteit

95%

89%

89%

89%

89%

89%

In bovenstaande tabel houden we de categorisering aan, waarbij de arcering van groen als zijnde het minst risicovol, via oranje, tot rood wat de meest risicovolle situatie aanduidt. De nettoschuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De nettoschuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Voor Wijchen is dit relatief laag. Doordat we in het meerjarenperspectief rekening houden met aan te trekken leningen, stijgt dit wel enigszins, maar het blijft op een gezond niveau. Op het gebied van solvabiliteit scoort de gemeente Wijchen op de grens van “goed” (groen) en “matig” (oranje), wat op zichzelf niet alarmerend is en tevens nog te nuanceren valt. De solvabiliteit wordt berekend door het eigen vermogen te delen door het balanstotaal (eigen vermogen + vreemd vermogen). In ons balanstotaal is onder het vreemd vermogen een aanzienlijk deel opgenomen voor leningen, welke niet voor eigen financiering zijn aangetrokken, maar door zijn verleend aan derden als gevolg van voormalige gemeentelijke taken en bouw AZC. Dit verlaagt en vertroebelt daarmee in feite het solvabiliteitspercentage. Doordat we ervoor gekozen hebben niet langer te

Pagina | 83| Programmabegroting 2025

Paragraaf 3 Weerstandsvermogen

sparen voor vervangingen wegen en verlichting en een aantal grote investeringen aan het voorbereiden zijn, neemt de leningportefeuille toe en daalt het solvabiliteitspercentage. De structurele exploitatieruimte is tot 2026 positief. Vanaf 2026 presenteren we een negatief structureel begrotingssaldo vanwege het gat in de algemene uitkering. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Hoe groter dit getal, hoe hoger het risico. De grondexploitaties van Wijchen vertegenwoordigen een beperkte boekwaarde, daarmee is het risico beperkt. De lokale lasten in Wijchen stijgen mee met de inflatie. Het landelijke gemiddelde is in 2023 behoorlijk gestegen. De systematiek is dat de lasten 2024 worden vergeleken met het landelijke gemiddelde. Met de voorgestelde stijgingen van OZB verwachten we richting het gemiddelde te gaan bewegen. Omdat we niet kunnen anticiperen op besluitvorming bij andere gemeenten, kunnen we daar meerjarig geen cijfer aan verbinden. Het weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de capaciteit die de gemeente heeft om tegenvallers op te vangen. Hierbij kan onderscheid gemaakt worden tussen structureel en incidenteel weerstandsvermogen.

Structureel weerstandsvermogen Met de structurele weerstandscapaciteit bedoelen we de middelen die permanent ingezet kunnen worden om tegenvallers in de lopende exploitatie op te vangen. Zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van de bestaande taken. Bij een toets op de artikel-12 procedure (preventief toezicht door provincie) wordt vooral hiernaar gekeken. Hiertoe is ons structureel meerjarensaldo van belang. Hiervoor verwijzen we naar meerjarenramingen in het onderdeel “financiële begroting”. Ook de belastingcapaciteit is onderdeel van het structureel weerstandsvermogen. Dat wil zeggen, het bedrag waarmee we de OZB zouden moeten verhogen voordat we in aanmerking komen voor de artikel12-status. Omdat Wijchen een solide incidenteel weerstandsvermogen heeft, toetsen we in eerste instantie aan ons structurele meerjarenperspectief. Dat is tot 2026 positief. Incidenteel weerstandsvermogen Het incidentele weerstandsvermogen is bedoeld het vermogen om calamiteiten en andere eenmalige tegenvallers op te kunnen vangen, zonder dat dit invloed heeft op de voortzetting van taken op het geldende niveau. Deze zijn dus sterk gerelateerd aan onze benoemde risico’s. Het belangrijkste element van het incidenteel weerstandsvermogen is de algemene reserve. Ook stille reserves behoren hiertoe.

Dit zijn bezittingen, die bij verkoop een waarde hebben, maar tegen een lagere waarde zijn gewaardeerd op onze balans. Bijvoorbeeld een pand dat meer waard is dan waarvoor het in de boeken staat. Het Wijchense beleid is, dat we ten aanzien van het incidentele weerstandsvermogen alleen kijken naar de algemene reserve. Deze moet voldoende zijn om de gewogen risico’s af te kunnen dekken, rekening houdend met een algemene ondergrens van € 48 per inwoner. De gewenste ondergrens van de algemene reserve stelt de gemeenteraad twee keer per jaar vast. Indien de algemene reserve lager is dan de gewenste ondergrens is een herstelplan noodzakelijk. Samenvatting en conclusie Het weerstandsvermogen in Wijchen is toereikend om de gewogen risico’s binnen het huidige meerjarenperspectief van 2025-2028 af te dekken. De verderop in deze paragraaf beschreven risico’s leiden tot een totaal maximaal

Pagina | 84| Programmabegroting 2025

Paragraaf 3 Weerstandsvermogen

financieel risico van € 89 miljoen, na weging € 9,2 miljoen. Daarnaast nemen we ter afdekking van algemene risico’s, die niet nader in deze paragraaf zijn gespecificeerd, een bedrag op van € 2 miljoen. Hiermee komen we op een af te dekken risicobedrag van € 11,2 miljoen. Gezien de beschreven risico’s blijft een substantieel weerstandsvermogen noodzakelijk. Op basis van de huidige meerjarenraming beoordelen we de hoogte van de stand van de algemene reserve als ruim toereikend. Reservepositie De reservepositie is de belangrijkste buffer voor het opvangen van risico’s die niet op andere wijzen zijn afgedekt, bijvoorbeeld door het afsluiten van een verzekering. In onderstaande tabel wordt inzicht gegeven in de ontwikkeling van de reserves per einde boekjaar volgens de door de gemeenteraad vastgestelde jaarrekeningen en/of begrotingen. Tabel 24: Bedragen x € 1.000

Algemene reserve Bestemmingsreserves

Rekening Begroting Begroting 2023 2024 2025 21.922 20.930 21.941 47.325 38.952 41.763

De algemene reserve is bedoeld voor het financieel afdekken van de risico’s. Daartoe stelt de raad de ondergrens van de algemene reserve vast. Een eventueel surplus kunnen we bijvoorbeeld inzetten voor het realiseren van grote projecten. De bestemmingsreserves zijn afgezonderde bedragen voor specifieke doelen. Een aantal reserves is bedoeld ter afdekking van structurele lasten. Een aantal is voor incidentele projecten. Zolang er voor deze projecten nog geen onomkeerbare besluiten zijn genomen, kan de raad deze reserves in principe nog anders inzetten. De raad dient zich daarbij wel te realiseren dat daarmee ook het betreffende project (geheel of gedeeltelijk) niet meer kan worden gerealiseerd. De gemeenteraad heeft bij het vaststellen van de jaarrekening 2023 de ondergrens van de algemene reserve vastgesteld op € 10.687k, waarvan € 1.931k als minimale omvang. De matrix waarop deze ondergrens is gebaseerd hebben we nu geactualiseerd en is opgenomen onder het hoofdstuk risicomanagement van deze paragraaf. De stijging van het risicoprofiel komt door hogere risico’s op het sociaal domein en juridische claims. Tabel 25: Bedragen x € 1.000

Algemene reserve Ondergrens risicoprofiel

Rekening Begroting Begroting 2023 2024 2025 21.922 20.930 21.941 10.687 6.755 11.229

Risicomanagement Het risicomanagement in Wijchen onderkent diverse risico categorieën. Naast de financiële risico’s zijn dit bijvoorbeeld ook risico’s met betrekking tot de continuïteit van dienstverlening en bedrijfsvoering, juridische risico’s, politiek-bestuurlijke risico’s en omgevingsrisico’s. Dit kunnen interne en externe risico’s zijn. Niet op elk risico hebben we als gemeente Wijchen evenveel invloed. In de programmabegroting ligt de focus op de risico’s die we in financiële zin lopen. In deze begroting zijn de benoemde risico’s financieel vertaald en gewogen. Op basis van die weging is het bedrag bepaald dat als ondergrens van de algemene reserve moet gelden. Deze ondergrens wordt bij de vaststelling van een begroting en een jaarrekening

Pagina | 85| Programmabegroting 2025

Paragraaf 3 Weerstandsvermogen

opnieuw ter besluitvorming voorgelegd. De specifiek benoemde risico’s zijn hieronder benoemd. Een financiële samenvatting van de risico’s is opgenomen in de risicomatrix in bijlage 1. 3.1 Gemeenschappelijke regelingen •

3.1.1 MGR Regio Rijk van Nijmegen De risico’s zijn in een bijlage bij de begroting van de MGR beschreven. De beschreven risico's hebben betrekking op: 1. wet- en regelgeving en politiek bestuurlijke risico’s; 2. maatschappelijke risico’s; 3. middelen, organisatie, medewerkers en efficiency. Voor de verdeling van het risico’s naar gemeenten, wordt het aantal inwoners gehanteerd.

Financieel risico:

Begroting 2025

Jaarrekening 2023

737.000

459.000

1,0

1,0

Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)

•

3.1.2 De Meerval BV Contractueel is vastgelegd dat de gemeente Wijchen de exploitatietekorten draagt. Deze zijn door allerhande fluctuaties moeilijk te begroten. Daarmee is er feitelijk sprake van een openeinderegeling.

Financieel risico:

Begroting 2025

Jaarrekening 2023

21.000

21.000

0,2

0,2

Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)

•

3.1.3 GGD De GGD heeft een algemene reserve om haar eigen risico’s te ondervangen. Voor het gedeelte van de risico's die de algemene reserve van de GGD overstijgen, nemen wij ons aandeel in onze risicoparagraaf op. Het bedrag is gebaseerd op inwoneraantal en op deze manier als gewogen risico één op één overgenomen vanuit de GGD begroting. Daarom is hier de wegingsfactor 1 toegekend.

Financieel risico:

Begroting 2025

Jaarrekening 2023

116.218

53.304

1,0

1,0

Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)

•

3.1.4 Werkorganisatie Druten Wijchen De huidige CAO voor gemeentepersoneel loopt eind 2024 af. Uiteraard moet daar nog over onderhandeld worden. In de begroting van de WDW is uitgegaan van een loonstijging van 5,8%. Omdat de onderhandelingen nog moeten worden opgestart en we daar niet op vooruit kunnen lopen, nemen we een risico op (uitgaande van 10% loonsverhoging).

Financieel risico:

Begroting 2025

Jaarrekening 2023

1.260.000

1.680.000

0,10

0,10

Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)

Pagina | 86| Programmabegroting 2025

Paragraaf 3 Weerstandsvermogen

3.2 Gemeentebegroting Met hieronder beschreven risico’s is geen rekening gehouden in de bedragen die in de reguliere begroting zijn opgenomen. •

3.2.1 Lopende Bouwgrondexploitaties Bij het opstellen van de MPG 2022 (Meerjaren Perspectief Grondexploitaties) is een nieuwe risicoanalyse gemaakt. Na het opstellen van de MPG is één risico toegevoegd i.v.m. het opstellen van een nieuwe grondexploitatie.

Financieel risico:

Begroting 2025

Jaarrekening 2023

17.500.000

17.500.000

0,34

0,32

Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)

•

3.2.2 Bouwgrondexploitaties in voorbereiding Onderstaande bouwgrondexploitaties zijn in voorbereiding. De kosten van deze voorbereidingskredieten worden meegenomen bij het vaststellen van een bouwgrondexploitatie. We nemen hier het risico op dat deze kosten niet verhaald kunnen worden binnen een positieve grondexploitatie, of dat de voorbereiding niet leidt tot het openen van een grondexploitatie in z’n geheel.

Hart van Zuid Bijsterhuizen Graafseweg 615-617 CPO Hoogbroek Alverna Onderzoek woningbouw Batenburg (tennisvelden) CPO Niftrik Financieel risico:

Begroting 2025

Jaarrekening 2023

940.000 300.000 60.000 30.000 50.000 50.000 1.430.000

940.000 300.000 60.000 30.000 35.000 50.000 1.415.000

0,25

0,25

Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)

•

3.2.3 Bouwleges We gaan in de begroting uit van ontvangsten in het kader van bouwleges. Structureel ramen we hiervoor ruim € 1 miljoen aan opbrengsten. We nemen hier een risico op, voor geval dat de begrote bedragen, bijvoorbeeld door uitstel van grote projecten, niet in z’n geheel ontvangen worden.

Financieel risico:

Begroting 2025

Jaarrekening 2023

200.000

200.000

0,50

0,50

Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)

•

3.2.4 Gemeentelijk vastgoed algemeen De gemeente beheert circa 68.000 m² gemeentelijk vastgoed. Dit vastgoed bestaat uit diverse elementen, zoals gebouwen voor sociaal culturele activiteiten, commercieel vastgoed en dienstgebouwen. Het risico op onvoorziene gebreken aan ons vastgoed schatten we in op € 200k. Een inspectierapport heeft aangetoond dat bij het kasteel de situatie stabiel is. Het risico bestond met name voor de poort (2013) en de toren (2016). Voor beide geldt dat gezien de vervolgmetingen, verdere monitoring noodzakelijk is alvorens over te gaan tot voorstellen.

Pagina | 87| Programmabegroting 2025

Paragraaf 3 Weerstandsvermogen

Financieel risico gemeentelijk vastgoed:

Begroting 2025

Jaarrekening 2023

200.000

200.000

0,5

0,5

50.000

50.000

0,10

0,10

Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00) Financieel risico kasteelpoort: Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)

•

3.2.5 Algemene Uitkering De uitkering uit het gemeentefonds wordt op basis van de circulaires doorgerekend. Het beeld van de verwachte uitkering kan sterk fluctueren. We houden rekening met een mogelijke onderuitputting op de rijksbegroting, wat direct gevolg heeft op de hoogte van de algemene uitkering voor gemeenten. Dit risico nemen we hier op.

Financieel risico:

Begroting 2025

Jaarrekening 2023

250.000

250.000

0,25

0,25

Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)

•

3.2.6 Sociaal domein Jeugd / WMO De Jeugd / WMO bevatten voor een groot deel openeinderegelingen, waarbij de gemeente verplicht is zorg te leveren. Het risico blijft bestaan dat de zorgvraag hoger blijkt dan aangenomen in de begroting. We schatten het risico in op 5% van de omvang.

Financieel risico:

Begroting 2025

Jaarrekening 2023

1.450.000

850.000

0,25

0,25

Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)

3.3 Claims van derden Dit betreft nog niet afgeronde claims van derden. Hierbij is een inschatting gemaakt van de uitkomsten van de individuele claims. •

3.3.1 juridische procedures Overige juridische procedures; zoals (bouw-) leges, belastingzaken- en aansprakelijkstellingen. Voor de verzekerde aansprakelijkheidsstellingen is financiële dekking in onze begroting. Voor overige aansprakelijkheidsstellingen en andere bezwaar- en beroepszaken is het risico bepaald op basis van individuele beoordeling van de posten. Om reden van vertrouwelijkheid en om onze positie in de procedures te beschermen, nemen wij hier alleen de totaaluitkomst op.

Financieel risico:

Begroting 2025

Jaarrekening 2023

1.339.500

1.339.500

0,10

0,10

Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)

•

3.3.2 Fiscaliteit Binnen de gemeente hebben we aandacht voor de fiscale beheersing, waarbij we binnen de belastingwetgeving opereren en bij grote opgaven fiscaal advies inwinnen en afstemming zoeken met de belastingdienst. In brede zin is de gemeente aansprakelijk voor fouten in loonbelastingopgaves, Btw aangiften, opgave Btw compensatiefonds, de VpB en de WKR.

Pagina | 88| Programmabegroting 2025

Paragraaf 3 Weerstandsvermogen

Financieel risico:

Begroting 2025

Jaarrekening 2023

1.000.000

1.000.000

0,10

0,10

Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)

3.4 Milieu Hieronder zijn de onderwerpen opgenomen waarop de gemeente aansprakelijk gesteld kan worden, of verplicht kan worden maatregelen te treffen, maar waarbij op dit moment nog geen concrete aansprakelijkstellingen zijn ontvangen. •

3.4.1 Claims van derden waarbij de gemeente op grond van haar handelen aansprakelijk wordt gesteld (stortlocaties en verontreinigingen) Risico’s ten aanzien van milieuaspecten in het kader van bodemverontreiniging. In Wijchen zijn nog een aantal voormalige stortlocaties aanwezig. De bekendste hiervan is de locatie aan de Heumenseweg 80 (voormalig stort Alverna). Voor de overige (stort)locaties zijn de risico's in het geheel niet gedekt, maar zijn de risico’s niet bijzonder groot. Daarnaast komen er vrijwel elk jaar wel enkele verontreinigingen aan het licht waarvan geen veroorzaker bekend is. De gemeente kan (indien deze verontreiniging op openbaarterrein wordt aangetroffen) hiervoor verantwoordelijk worden gesteld.

Financieel risico:

Begroting 2025

Jaarrekening 2023

200.000

200.000

0,10

0,10

Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)

•

3.4.2 Bestaande en nieuwe risico’s i.h.k.v. het Besluit Luchtkwaliteit en Externe Veiligheid. Woningen die liggen of komen te liggen in de overschrijding van de normen voor luchtkwaliteit, of gelegen zijn in risicocirkels van bedrijven vallend onder het Besluit Externe Veiligheid, kennen mogelijk een lagere waarde voor de OZB. Voorts kan deze wetgeving voor vertraging/afstel van bouwprojecten zorgen. Dit leidt dan tot lagere OZB-opbrengsten. Dit risico achten wij ongewijzigd.

Financieel risico:

Begroting 2025

Jaarrekening 2023

300.000

300.000

0,10

0,10

Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)

•

3.4.3 Aanpak saneringswoningen Sinds 2012 zijn de beheerders van de Rijksinfrastructuur verantwoordelijk voor het saneren van woningen die te veel geluidsoverlast ondervinden van spoor en de autosnelwegen A50, A73 en A326. Zij zijn daarmee verantwoordelijk voor het plaatsen van schermen of het treffen van geluidwerende voorzieningen aan deze woning. De gemeente is verantwoordelijk voor de projectmatige sanering van woningen langs gemeentelijke en provinciale wegen die bij het Rijk zijn aangemeld (A- en B-lijst). De kosten van deze saneringen zijn in principe voor het Rijk.

Financieel risico:

Begroting 2025

Jaarrekening 2023

100.000

100.000

0,10

0,10

Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)

Pagina | 89| Programmabegroting 2025

Paragraaf 3 Weerstandsvermogen

•

3.4.4 Milieu bodemverontreiniging Hoewel al een groot deel van de Wijchense bodem in kaart is gebracht, blijft er altijd een risico aanwezig dat ergens bodemverontreiniging wordt aangetroffen die niet voorzien was.

Financieel risico:

Begroting 2025

Jaarrekening 2023

100.000

100.000

0,10

0,10

Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)

3.5 Uitgeleende gelden en garantstellingen De hier opgenomen onderwerpen houden verband met het niet kunnen aflossen van leningen, waarbij Wijchen het risico draagt. •

3.5.1 Verstrekte hypotheken aan ambtenaren Als onderdeel van het pakket arbeidsvoorwaarden zijn tot 1 januari 2009 hypotheken verstrekt aan medewerkers. Jaarljiks neemt het risico af met vanwege de aflossingen op deze leningen.

Financieel risico:

Begroting 2025

Jaarrekening 2023

503.000

1.492.000

0,10

0,10

Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)

•

3.5.2 Garanties geldleningen aan woningbouwcorporaties De gemeente staat garant voor tijdige betaling van rente en aflossing van leningen van woningbouwcorporaties afgesloten in het kader van de Woningwet. Met ingang van 1995 zijn deze risico's overgenomen door de Stichting Waarborgfonds. Deze stichting is de eerste risicodrager. De gemeente treedt uitsluitend op als achtervanger. Wijchen is tot op heden nog niet op een garantstelling aangesproken. Tot op heden zijn alle risico’s binnen het waarborgfonds opgevangen.

Financieel risico:

Begroting 2025

Jaarrekening 2023

58.765.000

58.765.000

0,01

0,01

Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00) .

•

3.5.3 Garanties aan derden voor door hen afgesloten leningen. Voor een aantal maatschappelijke instellingen staat de gemeente (al dan niet samen met andere instanties) garant voor relatief hoge bedragen aan aangegane geldleningen. Het risico neemt af vanwege aflossingen op de leningen.

Financieel risico sport

Begroting 2025

Jaarrekening 2023

800.000

870.000

0,10

0,10

Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)

3.6 Overig •

3.6.1 crisis algemeen. Vanaf het ontstaan van de coronapandemie zijn gemeenten geconfronteerd met de financiële effecten hiervan. Meerkosten voor de bedrijfsvoering, handhaving, sluitingen van sportzalen, theater en het zwembad zijn voorbeelden hiervan. Er zijn ook minderkosten op het gebied van het niet doorgaan van evenementen. In 2020 en 2021 heeft het Rijk gemeenten gecompenseerd, waarmee er voor de gemeente

Pagina | 90| Programmabegroting 2025

Paragraaf 3 Weerstandsvermogen

Wijchen geen financieel nadeel is ontstaan. Inmiddels kunnen we spreken van het nieuwe normaal, waarbij we niet meer verwachten dat beperkingen worden opgelegd. We verlagen het risico, maar laten wel een bedrag staan in z’n algemeenheid voor mogelijk crisis.

Totaal

Begroting 2025

Jaarrekening 2023

1.000.000

1.000.000

0,10

0,10

Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)

•

•

3.6.2 Vluchtelingen Oekraïne De praktijk leert dat we als gemeente geen risico lopen op de opvang van Oekraïners. In het geval een nieuwe crisis ontstaat, dan valt dat onder 3.6.1 Begroting 2025

Jaarrekening 2023

Financieel risico:

0

500.000

Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)

0

0,10

3.6.3 Databeveiliging De verdergaande digitale vastlegging van gegevens vraagt om alert te zijn op de risico’s die automatisering met zich meebrengt. Op basis van het vastgestelde Informatieveiligheidsbeleid werken we verder aan de realisatie van alle te nemen stappen. Daarnaast streven we ernaar te voldoen aan de AVG. We nemen hier het risico op voor schendingen van de privacy, datalekken of cyberincidenten en de mogelijke claims daardoor.

Financieel risico:

Begroting 2025

Jaarrekening 2023

250.000

250.000

0,25

0,25

Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)

Pagina | 91| Programmabegroting 2025

Paragraaf 3 Weerstandsvermogen

Paragraaf 4: Onderhoud kapitaalgoederen Met het onderhoud van kapitaalgoederen is een substantieel deel van onze begroting gemoeid. Deze paragraaf geeft meer inzicht in omvang en besteding. Tabel 26: Beheerplannen

1 2 3 4 5 6 7

Beheerplan

Looptijd

Wegen Openbare verlichting (OVL) Civiele kunstwerken (bruggen/duikers) Groen Riolering Watergangen/Baggeren/Beschoeiingen Gebouwen

2023-2027 2024-2030 2023-2027 2023-2027 2023-2027 2021-2040 2023-2043

Onderdeel van programma 2 2 2 5 7 5 div.

De onderdelen 1 tot en met 6 uit bovenstaande tabel vormen de kapitaalgoederen in de openbare ruimte en vertegenwoordigen een structureel budget van ruim € 9,1 miljoen. Integraal beheer openbare Ruimte (IBor) Afspraken over het beheer van de openbare ruimte zijn vastgelegd in de onlangs vastgestelde nota IBor 2023 t/m 2027. In onderstaande tabel staan per discipline de beheerniveaus weergegeven voor de zichtbare openbare ruimte. Tabel 27: Beheerniveaus Openbare Ruimte

Discipline

Bomen Groen Gazon Grasbermen Verharding Meubilair Reiniging Onkruid op verhard Riolering en Water Kunstwerken

Winkel gebied

Bedrijven terrein

Buitengebied en kerkdorpen

Woon Gebied

C B B B B B B B B B

C C C C C C C B C C

C C C C C C C B C C

C B B C C B B B B B

Hoofd structuur

C C C C B B C B C C

Onderstaand een korte beschrijving wat er verstaan wordt onder een bepaald kwaliteitsniveau. A+= Intensief: netjes, visitekaartje, perfecte uitstraling, veilig en veel gebruiksgemak A = Aandacht: netjes, hoge beeldkwaliteit, functioneel B = Normaal: netjes, functioneel, veilig en voldoende gebruiksgemak C = Extensief: functionaliteit staat voorop, instandhouding, waarborging veiligheid en afscherming * Met de vaststelling van het IBor-plan 2023-2027 is afgesproken dat met machinale groenonderhoud m.u.v. de zone winkelgebied op niveau C en het handmatige groenonderhoud op niveau B onderhouden wordt.

Het machinaal onderhoudsbestek (groen, onkruid, vegen) is in 2022 opnieuw aanbesteed voor een periode van 3 jaar. Het bestek loopt van 2023 tot en met 2025. Het contract met de huidige firma voor het onderhoud van de openbare verlichting (ovl) is een jaar verlengd. Deze wordt in 2024 nog een jaar verlengd. In 2025 wordt dit onderhoudsbestek opnieuw aanbesteed. Met de ambtelijke fusie zijn de beheerpakketten van Druten en Wijchen geharmoniseerd. Op dit moment loopt de invoering van het

Pagina | 92| Programmabegroting 2025

Paragraaf 4 Onderhoud kapitaalgoederen

nieuwe beheersysteem ten einde. Ook wordt er verder uitvoering gegeven aan harmonisering, procesafspraken BGT-BOR en het objectenhandboek. Hiermee wordt een start gemaakt voor een organisatie brede aanpak voor het op peil houden van de areaalgegevens. Beleidsindicatoren Indicator

Werkelijk 2023

Begroot 2024

Begroot 2025

7.149 483 48% 3%

Nvt 7.000 500 45% 3%

Nvt 7.149 483 48% 3%

Klanttevredenheidsonderzoek Aantal klachten Aantal burgerparticipatiecontracten Afhandeling meldingen buiten normtijd Aantal ontevreden melders

Financiële aspecten /Uitvoeringsprogramma Voor het opstellen en de afstemming van de verschillende civiel- en cultuurtechnische projecten hanteren we een integrale planning, genaamd jaarlijks uitvoeringsprogramma (JUP). In deze planning zijn benodigde (integrale) vervanging en werkzaamheden voor groot onderhoud van en aan wegen, riolering, kunstwerken, openbare verlichting, bomen en groen opgenomen. Voorgaande jaren werd het uitvoeringsprogramma door het college vastgesteld. Vanaf 2025 vindt u dit JUP integraal aan het einde van deze paragraaf. Voor de diverse disciplines zijn structurele onderhoudsbudgetten beschikbaar, die de gewenste beheerniveaus garanderen. Om de kosten gelijkmatig in de tijd te spreiden zijn egalisatiereserves gevormd. De onderscheiden posten binnen de openbare ruimte worden hieronder toegelicht. De afzonderlijke onderdelen nader belicht 1- Wegen Areaal /Kengetallen Asfaltverharding 1.359.770 Geluidsreducerend asfalt 58.932 Elementenverharding beton 999.049 Elementenverharding gebakken 397.751 Betonverhardingen 16.490 Halfverharde paden 32.599 Totaal 2.864.591

m2 m2 m2 m2 m2 m2 m2

Beleidskader Het doel van de totale onderhoudsstrategie is om verhardingen in een redelijke tot goede onderhoudstoestand te brengen en te houden, dusdanig dat geen enkele verharding in een onderhoudstoestand ‘onvoldoende’ verkeert of komt te verkeren. Hiermee wordt tevens voorkomen dat weggebruikers onveilige situaties tegenkomen. Het is de taak van de wegbeheerder om de veiligheid van de wegen te bewaken, zodat de kans op ongelukken geminimaliseerd wordt. Een goede staat van het wegennet is immers van belang voor zowel de duurzaamheid als voor de veiligheid. Tweejaarlijks wordt de onderhoudstoestand van de verhardingen in kaart gebracht door middel van een Globale Visuele Inspectie, conform de wegbeheersystematiek van het C.R.O.W. Dit betekent dat alle wegvakonderdelen van asfalt, elementen en beton worden beoordeeld op ernst en omvang van alle schadebeelden. Op basis van de inspectiegegevens wordt de kwaliteit van het Wegenareaal ingedeeld conform de C.R.O.W.

Pagina | 93| Programmabegroting 2025

Paragraaf 4 Onderhoud kapitaalgoederen

Zowel de levensduur als de uitkomsten van de bovengenoemde inspecties zijn de input voor het jaarlijks op te stellen Uitvoeringsprogramma. Financiële aspecten Investeringen in wegen betreffen maatschappelijk nut en worden geactiveerd en afgeschreven in 68 jaar voor wegen met riolering en in 90 jaar voor wegen zonder riolering. Voor beheer en onderhoud bestaan genormeerde budgetten in de begroting. Het budget met de noemer projecten wordt gereserveerd als dekking voor het uitvoeringsprogramma voor wegvervanging. Daarnaast hebben we een egalisatiereserve gekoppeld aan de normbudgetten voor het onderhoud van wegen en civiele kunstwerken welke een egaliserend karakter heeft over de jaren. Achterstallig onderhoud wegen Tweejaarlijks worden de wegen geïnspecteerd. De laatste inspectie dateert uit 2022. Hieruit zijn geen verrassingen gekomen. We verwachten de komende jaren veel asfaltlagen te moeten vervangen, vooral in de buitengebieden. In 2024 staat een nieuwe inspectie gepland. 2- Openbare Verlichting Areaal /Kengetallen Aantal lichtmasten ≥ 8m Aantal lichtmasten < 8m Overige voorzieningen Aantal armaturen Waarvan % Led

1.795 8.780 50 10.608 30

Stk Stk Stk Stk %

Beleidskader Een nieuw beleidsplan OVL is vastgesteld in juni 2023. Het uitgangspunt is ‘Donker waar mogelijk, licht waar nodig.’ In het beleidsplan staan de speerpunten genoemd waarbij met de inrichting en het onderhoud van de openbare verlichting rekening gehouden dient te worden. Het accent ligt op duurzaamheid en energiebesparende maatregelen. Het ingezette beleid ten aanzien van het toepassen van LED verlichting en dynamisch dimmen waar mogelijk, wordt gecontinueerd en uitgebreid. Daarnaast wordt in samenspraak met inwoners en bedrijven geïnventariseerd of het aantal lichtpunten verminderd kan worden. Financiële aspecten Voor beheer en onderhoud bestaan genormeerde budgetten. Investeringen betreffen maatschappelijk nut en worden geactiveerd en afgeschreven. Daarnaast is er een egalisatiereserve voor het onderhoud van de openbare verlichting. Op deze manier borgen wij de instandhouding van de OVL op de lange termijn. In het IBor-plan hanteren we als afschrijvingstermijn voor masten 45 jaar en voor armaturen 25 jaar. Voor het nieuwe beleids- en beheerplan zijn benodigde middelen beschikbaar gesteld. Achterstallig onderhoud Er is achterstand op diverse onderhoudsmaatregelen en vervangingen. Met het nieuwe beleidsplan is ook een beheerplan gemaakt, waarmee achterstallig onderhoud op den duur zal worden weggewerkt.

3- Civiele kunstwerken Areaal /Kengetallen Brug (hout) Brug vast = Viaduct Geluidswerende constructies Tunnel (auto) Tunnel (fietser-voetganger) Faunarasters

Pagina | 94| Programmabegroting 2025

42 15 6 1 4 37

St St St St St St

Paragraaf 4 Onderhoud kapitaalgoederen

Kademuur (staal) Walbescherming (=Beschoeiing) Hek Steigers Muur metselwerk Strekdam (visplek De Meer)

17 18 2 5 61 10

St St St St St St

Beleidskader Afgelopen jaren is het onderhoud aan de kunstwerken conform het vastgestelde kwaliteitsplan (Ibor) uitgevoerd. Dit is het gevolg van de inspecties en keuringen die wij doen. Grootschalige vervangingen nemen wij mee in het JUP. Voor 2025 gaan we het fietsbruggetje op de Boskantse Broekstraat (richting Nederasselt) vervangen. In 2024 wordt het fietspad er naartoe vervangen. Ook de vangrails die wij hebben is aan vervangen toe. Daarom vervangen wij alle vangrails die we hebben in 2025. Het gaat dan om de locaties: Hernenseweg, Randweg Noord en Zuiderdreef. Financiële aspecten Investeringen in civiele kunstwerken betreffen maatschappelijk nut en worden geactiveerd en afgeschreven. Voor beheer en onderhoud bestaan genormeerde budgetten in de begroting. Hieraan gekoppeld hebben we de egalisatiereserve voor onderhoud van wegen en civiele kunstwerken welke een egaliserend karakter heeft over de jaren. Achterstallig onderhoud Geen 4- Groen Areaal /Kengetallen Bomen Bosplantsoen Bos Bos en natuur Sierplantsoen Hagen Gazon Ruw Gras & Bermen

32.411 562.100 40.524 525.189 185.060 27.327 1.255.514 1.328.265

St m2 m2 m2 m2 m2 m2 m2

Beleidskader Voor onderhoud en vervanging van openbaar groen zijn het beleidsplan Natuur en biodiversiteit (2021) samen met de groenstructuurplannen Kleine Kernen (2004) en Wijchen (2008) de leidraad voor renovaties van het openbaar groen. De voorbereidende werkzaamheden voor het ecologisch beheer en onderhoud conform het vastgestelde Ecologisch groenbeheerplan zijn van start gegaan in 2024. Verzoeken voor grondverkoop of –verhuur en ontwikkelingsplannen worden ook beoordeeld aan de hand van deze plannen. Groen en beplantingen Gebieden waar ecologisch groenbeheer wordt toegepast, gaan we uitbreiden. Zoals het Oosterpark, de hoofdwegen en het buitengebied. Ook gebieden binnen de bebouwde kom gaan onderdeel worden van het ecologisch groenbeheer. Burgerparticipatie Indien mogelijk dan wel wenselijk worden inwoners betrokken bij de ontwikkeling van renovatieplannen en het dagelijks onderhoud van de openbare ruimte. Er zijn vrijwilligers die meehelpen in het groen en bij het opruimen van zwerfafval.

Pagina | 95| Programmabegroting 2025

Paragraaf 4 Onderhoud kapitaalgoederen

Bomenonderhoud Voor het dagelijks beheer van de bomen zijn in het IBOR randvoorwaarden gesteld. Het vastgesteld beeldkwaliteitsniveau bepaalt de mate van renovaties en keuzes van inrichtingen van het openbaar groen. Gewerkt gaat worden aan een integraal boombeheerplan met daarin inzichtelijk het dagelijks onderhoud en benodigde vervangingen voor de komende jaren. Financiële aspecten Voor beheer en onderhoud bestaan genormeerde budgetten in de begroting. Het budget met de noemer renovatie groen wordt gereserveerd als dekking voor het uitvoeringsprogramma. Hieraan gekoppeld hebben we de egalisatiereserve Groenbeheer die een egaliserend karakter heeft over de jaren. 5- Riolering Areaal /Kengetallen Lengte vrijvervalriolering Lengte persleiding Lengte drukriolering Lengte vacuümriolering Aantal Putten Aantal gemalen Aantal pompputten Aantal IBA’s Aantal wadi’s Aantal randvoorzieningen

229,5 16,8 89 9 6.054 40 517 14 31 11

Km Km Km Km Stk Stk Stk Stk Stk Stk

Beleidskader Beleidsplan water en riolering. Eind 2022 is het nieuwe Beleidsplan water en riolering (Bwr) voor de periode 20232027 vastgesteld. Het Bwr is een beleidsplan waarin is aangegeven op welke wijze de gemeente invulling geeft aan haar wettelijke taken op het gebied van afvalwater, hemelwater en grondwater en hoe zij dit bekostigt. Het nieuwe Bwr is samen met de gemeenten Beuningen, Druten, Heumen, Nijmegen en West Maas & Waal opgesteld. Doel van de samenwerking was door middel van harmonisering van beleid te komen tot minder kostenstijging, meer kwaliteit en minder kwetsbaarheid in de (afval)waterketen. Deze harmonisering betekent nadrukkelijk niet dat de deelnemende gemeenten hun bevoegdheden hebben verloren. Integendeel, iedere gemeente is verantwoordelijk gebleven voor het eigen beleid en heeft het nieuwe Bwr afzonderlijk vastgesteld. Het nieuwe Bwr bevat een gemeenschappelijk deel (op hoofdlijnen geharmoniseerd beleid) en een individueel deel (specifieke uitwerking van beleid naar maatregelen). Rioolbeheerplan Aan de basis van het Beleidsplan water en riolering staat het Rioolbeheerplan (RBP) voor de periode 2023-2027. Het RBP is een operationeel plan dat inzicht geeft in de omvang van het te beheren (verbrede) rioleringsareaal en de maatregelen voor de (duurzame) instandhouding hiervan.

Het RBP dient mede als input voor de financiële onderbouwing van het nieuwe Beleidsplan water en riolering. Financiële aspecten De kosten verbonden aan de riolering dekken we middels de rioolheffing af. Initiële investeringen worden als economisch nut geactiveerd. De vervangingsinvesteringen worden ten laste van de voorzieningen gebracht. Voor beheer en onderhoud bestaan genormeerde budgetten in de begroting. Daarnaast zijn er twee voorzieningen ten behoeve van de vervangingsinvesteringen. Jaarlijks wordt er, conform het beleidsplan water en riolering, toegevoegd aan de

Pagina | 96| Programmabegroting 2025

Paragraaf 4 Onderhoud kapitaalgoederen

voorzieningen om ook op lange termijn de vervangingen te borgen. Daarnaast bestond er nog een egaliserende reserve om behaalde efficiency resultaten terug te kunnen geven aan de burger in de heffing of extra voorzieningen. Deze reserve is conform BBV en Bwr in 2022 omgezet naar een egaliserende voorziening. Achterstallig onderhoud Aan de hand van rioolinspecties geven we input aan het meerjaren uitvoeringsprogramma (MUP) en jaarlijks uitvoeringsprogramma (JUP). De afgelopen 10 jaar zijn alle riolen in Wijchen geïnspecteerd en vervangingen conform uitgevoerd. Begin 2024 is een nieuw reinigings- en inspectieplan voor de riolering opgesteld. 6- Watergangen Areaal /Kengetallen Lengte B-Watergangen Lengte C-Watergangen Oevers vijvers, plassen, etc Ontv.plicht A-watergangen

13 83 6 36

Km Km Km Km

Beleidskader Het Baggerplan 2021-2040 vormt het beleidskader voor het beheer en onderhoud van het oppervlaktewater in eigendom van de gemeente. Waterschap Rivierenland is de waterbeheerder voor het grondgebied van de gemeente Wijchen. De gemeente en het waterschap streven naar een watersysteem met een goede waterkwaliteit. Daarnaast is het van belang dat neerslag en kwel kan worden opgevangen (geborgen) en afgevoerd. Regelgeving omtrent explosieven en archeologie vragen om standaard uitgebreidere en meer onderzoeken. Hierdoor nemen de onderzoeks- en voorbereidingskosten toe. De gemeente Wijchen is opgedeeld in vier afwateringseenheden:  Het peilgebied Quarles van Ufford: ten noorden van de Nieuwe Wetering en ten oosten van de A50. Het gebied watert in noordwestelijke richting af en omvat de kern Bergharen.  Het peilgebied Bloemers: ten zuiden van de Nieuwe Wetering en omvat het noordelijke deel van kern Wijchen en de kernen Hernen, Leur en Batenburg. Het gebied watert in westelijke richting af op de Maas via de Nieuwe Wetering naar het gemaal Bloemers bij Appeltern.  Het peilgebied Citters I: omvat het zuidelijk deel van kern Wijchen en de kern Niftrik. Het gebied watert af op de Maas via de Niftrikse Wetering naar het gemaal Citters I.  Het peilgebied Citters II: ten zuiden Citters I, grenzend aan de Maas en omvat kern Balgoij.

Het gebied watert af op de Maas via de Balgoijse Wetering naar het uitwateringsgemaal Citters II in de Loonse Waard. Als eigenaar van B- en C-wateren heeft de gemeente het beleid te willen baggeren binnen het onderhoudsprofiel. Het watersysteem wordt hiermee op orde gehouden en voldoet aan de legger van het waterschap. Het onderhoud van de waterpartijen en watergangen is opgenomen in het baggerplan, dat is vastgesteld in het voorjaar 2022. Daarin is planmatig aangegeven op welk moment aan een waterpartij onderhoud gepleegd moet worden. Aan de hand van detailinspecties wordt input gegeven aan het meerjaren uitvoeringsprogramma (MUP) en jaarlijks uitvoeringsprogramma (JUP). Financiële Aspecten Vanuit het taakveld Riolering wordt een voorziening gevormd voor het Baggeren van Waterpartijen en beschoeiingen. De dotatie is gebaseerd op de gepresenteerde

Pagina | 97| Programmabegroting 2025

Paragraaf 4 Onderhoud kapitaalgoederen

kosten uit het Baggerplan. Voor de C-watergangen is de keuze gemaakt om eerst een nader onderzoek in te stellen naar de benodigde maatregelen. Dit onderzoek heeft in 2023 plaats gevonden. Hieruit is gebleken dat er geen planmatig onderhoud nodig is voor de C –watergangen en er hoeft enkel incidenteel onderhoud plaats te vinden. Achterstallig onderhoud Er is momenteel geen sprake van achterstallig onderhoud. Wel is er onduidelijkheid over het Wijchens Meer. Het Wijchens Meer is gedeeltelijk een A-watergang waarover de gemeente een ontvangstplicht heeft voor het bij baggeren vrijkomende slip. De kosten daarvan komen voor rekening van de gemeente. Het grootste deel van het Wijchens meer is C-watergang met een dikke sliblaag. Het gaat hier om grote hoeveelheden slib waarvan de verwerkingskosten zijn meegenomen in het nieuwe baggerplan. De kosten verbonden aan de daadwerkelijke baggerwerkzaamheden worden meegenomen in de begroting 2025. 7- Gebouwen Areaal /Kengetallen Gebouwen bedrijfsvoering Wijkcentra/MFA’s Sportzalen/sporthallen Woningen Monumenten Kunstwerken Overige

3 14 7 3 3 51 16

Stk Stk Stk Stk Stk Stk Stk

Mutaties In de toekomst worden de volgende gebouwen afgestoten in verband met nieuwbouw of ontwikkelingen: Veenhof 1712 Omstreeks 2025 Andere ontwikkelingen: In verband met de recente schikking in de zaak Floor zullen hier in de toekomst wellicht ook mutaties uit voortvloeien. Beleidskader Het huidige beleid is dat het gemeentelijk vastgoed op conditieniveau 3 wordt onderhouden. Onze monumenten houden we in onderhoudsconditie 2. Dit is gebaseerd op de NEN 2767. Het onderhoudsplan voor de komende 20 jaar wordt jaarlijks geactualiseerd door onze adviseurs conform de NEN2767 methodiek. In 2024 heeft een herijking plaats gevonden van het onderhoudsfonds door een externe adviseur. De prijsindexering voor het nieuwe plan is aangevraagd via de perspectiefnota. Verduurzaming Het vastgoed van gemeenten valt onder de doelen uit het Klimaatakkoord voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving. De vereiste CO2-reductie voor ons gemeentelijk vastgoed bedraagt 49% in 2030 en 95% in 2050. Voor gemeenten betekent de opgave van verduurzaming van het maatschappelijk vastgoed dat zij als gebouweigenaar een routekaart opstellen met daarin de eigen aanpak van de verduurzaming van de vastgoedportefeuille tot 2050. We verwachten de routekaart in Q4 2024 aan de gemeenteraad te kunnen voorleggen inclusief de financiële impact daarvan.

Vooruitlopend daarop wordt het Mozaïek in 2025 al voor een groot deel verduurzaamd.

Pagina | 98| Programmabegroting 2025

Paragraaf 4 Onderhoud kapitaalgoederen

Financiële aspecten Investeringen in nieuwe gebouwen worden geactiveerd en lineair afgeschreven in 40 jaar, verbouw in 20 jaar. Kapitaallasten van vervangingsinvesteringen worden in de meerjarenraming opgenomen. Vervangingen van installaties worden uit de onderhoudsreserve gedekt. Voor beheer en onderhoud bestaan genormeerde budgetten in de begroting. De dotaties in de reserve onderhoud volstaan als dekking voor de lange termijnplanning. De reserve heeft hiermee een egaliserend karakter over de jaren. Achterstallig onderhoud In verband met de voorgenomen nieuwbouw van MFA Westwijzer wordt aan het huidige gebouw alleen noodzakelijk onderhoud uitgevoerd. Voor Zwembad de Meerval wordt een plan gemaakt voor het onderhoud dat nog noodzakelijkerwijs moet worden uitgevoerd in de komende jaren, grote uitgaven worden hierbij zorgvuldig afgewogen. Voor de overige gebouwen geldt dat er geen sprake is van achterstallig onderhoud bij het gemeentelijke vastgoed.

Pagina | 99| Programmabegroting 2025

Paragraaf 4 Onderhoud kapitaalgoederen

Paragraaf 5: Financiering Begripsbepaling Het doel van deze paragraaf is om de raad te informeren over het treasurybeleid en de beheersing van financiële risico’s. De treasuryfunctie ondersteunt de uitvoering van de programma’s. Treasury is het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Meer concreet gaat het om financiering van het beleid tegen zo gunstig mogelijke voorwaarden. Inleiding Vanaf 2001 is de Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido) van kracht. Het doel van deze wet is onder andere om op een verantwoorde, prudente en professionele wijze de inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie (financieringsactiviteiten) van de gemeente middels een statuut te regelen. Gelijktijdig met het aanbieden van de begroting 2017 heeft de raad het huidige financieringssstatuut vastgesteld. Daarin staan onze eigen regels inzake de algemene doelstellingen en de te hanteren richtlijnen en limieten, alsmede de administratieve organisatie van de financieringsfunctie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=de213cc3-8cec-4f29-8322-f0e27fa2e686