Bijlage 1: Motivering TAM-omgevingsplan Eindsestraat 32
Tekst van het document
Deze gezondheidsrisico’s hangen samen met de uitstoot van fijn stof (PM10) , endotoxinen (celwandbestanddelen van bepaalde bacteriën) en geur door de veehouderij. Op basis van de huidige inzichten adviseert de GGD om het voorzorgsprincipe toe te passen en terughoudend te zijn met het plaatsen van nieuwe gevoelige bestemmingen op of binnen 250 meter van een veehouderij of in veedichte gebieden met meer dan 15 bedrijven binnen een straal van één kilometer. Ook op grotere afstand dan 250 meter kunnen gezondheidseffecten optreden door emissies van veehouderijen. Bij geitenhouderijen is er tot 2 km een verhoogd risico op longontsteking gevonden. De oorzaak van het verhoogde risico op longontsteking rond geitenbedrijven is vooralsnog onbekend en onderwerp van vervolgonderzoek. Voor geitenhouderijen wordt door de GGD terughoudendheid geadviseerd met vestiging of uitbreiding van geitenhouderijen binnen een afstand van 2 kilometer van gevoelige bestemmingen én terughoudendheid met het bouwen van gevoelige bestemmingen binnen 2 kilometer van een geitenhouderij. Daarbij wordt verwezen naar het algemeen “Gezondheidskundig advies veehouderijen en omwonenden”. De aanwezigheid van de geitenhouderij is gelet op voorgaande zeker een aandachtspunt, maar dan vooral voor potentiële nieuwe bewoners. Deze nieuwe bewoners dienen daarin zelf een weloverwogen keuze te maken.
Zij moeten zich ervan bewust zijn dat ze binnen 2 km van een geitenhouderij komen te wonen en daarmee een verhoogd risico lopen. Het wordt echter niet afgeraden om er te gaan wonen, nu de afstand tot de geitenhouderij circa 350 m bedraagt.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij - motivering
51
4.14.3 Spuitzone gewasbescherming Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet ter beoordeling of sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties ook rekening gehouden worden met eventuele spuitzones ten gevolge van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Er zijn echter geen wettelijke bepalingen inzake minimaal aan te houden afstanden tussen de gronden waarop gewassen worden geteeld en nabijgelegen gevoelige objecten. In het kader van het planvoornemen moet de aan te houden afstand tussen de gronden waarop de gewassen worden geteeld en nabijgelegen gevoelige objecten zodanig gekozen worden dat een aanvaardbaar leefklimaat ter plaatse aanwezig zal zijn. Teneinde in beeld te brengen of door de bouw van de twee nieuwe woningen aan de Eindsestraat gezondheidsrisico’s ontstaan ten gevolge van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is de notitie “Gezondheidsrisico blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen Eindsestraat 32 Balgoij” (Andromi Groep, 2024) opgesteld. In deze notitie wordt het volgende geconcludeerd: ✓ Gelet op het feit dat op de relevante agrarische gronden alleen rekening moet worden gehouden met neerwaarts gerichte gewasbehandelingen, kan op basis van extrapolatie van de uitspraken van de Afdeling worden uitgegaan van een voorzorgafstand van 12,5 meter.
Uitgaande van die afstand wordt concreet geadviseerd om langs de noordelijke grens van de nieuwe woonpercelen een afscherming te plaatsen op posities waar de onderlinge afstand tussen gewasperceel en woonperceel minder dan 12,5 meter bedraagt. ✓ Aan de zuidzijde wordt geadviseerd om de gronden, voor zover gelegen binnen 12,5 meter tot het agrarische perceel aan de overzijde van de weg, niet te gebruiken voor regulier menselijk gebruik. Concreet kan hier sprake zijn van een uitsluitend gebruik als siertuin, voor perceeltoegang en parkeren, niet voor speelvoorzieningen, terrassen, moestuin en dergelijke. Afscherming woonpercelen in verband met gewasbescherming (Adromi, 2024)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij - motivering
52
✓ Voor wat betreft de afscherming aan de noordzijde van de nieuwe woonpercelen wordt verder het volgende geadviseerd. Qua afscherming dient te worden gekozen voor een haag, aangezien een dichte schutting een te hoge dichtheid zal hebben en daarmee het risico insluit dat driftdruppels juist over zo’n dichte afscherming zouden worden heen gevoerd met de wind. Qua hoogte van de bedoelde haag aan de noordzijde dient te worden gekozen voor een overhoogte van 0,5 meter. Uitgaande van akkerbouw in de vorm van maïs kan worst case worden uitgegaan van een spuithoogte van maximaal 1,50 meter, zodat een afscherming 2 meter hoog zou moeten worden gemaakt. Aangezien akkerbouw als representatieve teelt kan worden aangehouden, behoeft geen rekening te worden gehouden met gewasbehandeling buiten het volbladseizoen. Er kan dus ook worden gekozen voor een bladverliezende haagsoort. Het is niet uitgesloten dat gewasbehandeling plaatsvindt voordat een dergelijke haag volledig in blad staat, maar eventuele spuithoogten zullen dan ook erg beperkt zijn omdat het behandelen gewas op dat moment ook nog laag zal zijn. ✓ Zoals aangegeven behoeft in de woningen zelf geen rekening te worden gehouden met blootstelling aan drift in de vorm van druppels. In principe zal wel sprake kunnen zijn van aerosolen en dampen.
Voor wat betreft de inlaat van eventuele luchtbehandelingsinstallaties kan om die reden worden gekozen voor een positie die zich zo hoog mogelijk en op zo groot mogelijke afstand van de agrarische gronden bevindt. ✓ Met voornoemde maatregelen kan uit voorzorg het risico op blootstelling aan drift worden geminimaliseerd en kan op de nieuwe woonpercelen een gezond woon- en leefklimaat worden geboden. De aanleg van de haag met benodigde hoogte en lengte is onderdeel van het landschappelijk inpassingsplan. Dit inpassingsplan is als bijlage aan de regels van dit TAMomgevingsplan gekoppeld, realisering daarvan is door middel van een voorwaardelijke verplichting in die regels verzekerd. De Notitie gezondheidsrisico blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen is als bijlage bij de motivering beschikbaar. 4.14.4 Magneetvelden bovengrondse hoogspanningslijnen In 2005 heeft de Staatssecretaris van VROM een beleidsadvies voor bovengrondse hoogspanninglijnen geformuleerd. Bij de vaststelling van ruimtelijke plannen wordt geadviseerd om zo veel als redelijkerwijs mogelijk is te vermijden dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen langdurig verblijven in het gebied rond bovengrondse hoogspanningslijnen waarbinnen het jaargemiddelde magneetveld hoger is dan 0,4 microtesla (de magneetveldzone).
Bovenstaande betekent dat er geen gevoelige functies (voor hoogspanninglijnen zijn dit woningen en scholen, crèches en kinderopvang) waar langdurig verbleven wordt (tenminste 14-18 uur per dag gedurende minimaal één jaar) opgericht mogen worden binnen de magneetveldzone van 0,4 microtesla. De magneetveldzone is de strook grond die zich aan beide zijden langs de hoogspanningslijn uitstrekt en waarbinnen het magneetveld gemiddeld over een jaar hoger dan
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij - motivering
53
0,4 microtesla is of in de toekomst kan worden. Het magneetveld rond een hoogspanningslijn is afhankelijk van een aantal eigenschappen van de lijn. Een belangrijke bepalende eigenschap is de capaciteit van de lijn. Deze wordt op zijn beurt weer bepaald door het spanningsniveau van de lijn en de stroomsterkte die door de lijn kan lopen. Ten zuiden van de kern Wijchen is de bovengrondse hoogspanningslijn DodewaardBoxmeer (380 kV) aanwezig. Rond deze hoogspanningslijn gelden een zakelijk rechtstrook en een indicatieve zone. De in het omgevingsplan Wijchen vastgelegde zakelijk rechtstrook bedraagt 35 m aan weerszijde van de hoogspanningslijn, dus een totale strook van 70 m. In principe moet deze strook worden vrijgehouden. Het projectgebied ligt op ruime afstand (circa 1,5 km) van de hoogspanningslijn. De zakelijk rechtstrook vormt geen beperking. De indicatieve magneetveldzone voor deze hoogspanningslijn is 105 m aan weerszijde van de lijn. Aangezien het projectgebied niet is gelegen binnen deze zone, zorgt de hoogspanningslijn niet voor belemmeringen. Conclusie De locatie is qua gezondheid geschikt voor de nieuwe functie met drie woningen in plaats van één agrarisch bedrijf met bedrijfswoning. Vanuit het aspect gezondheid is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan de locatie.
4.15 Mer(beoordelings)plicht Wettelijk kader Of een besluit over een project mer-(milieueffectrapportage)plichtig of mer-beoordelingsplichtig is, kan worden afgeleid uit bijlage V bij het Omgevingsbesluit (Ob), in samenhang met de artikelen 11.6 en 11.8 van het Ob. Bijlage V heeft als ingang (eerste kolom) de omschrijving van het project van de initiatiefnemer. In kolom 4 staan de besluiten genoemd waarvoor dan de mer-verplichtingen gelden. Het gaat dan om besluiten waarmee de toestemming voor het project wordt verleend. In dit geval is dat de wijziging omgevingsplan. Het betreft dan overigens altijd een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit (of een ontgrondingenactiviteit, wateractiviteit e.d.). Mer-beoordelingsplicht De beoogde ontwikkeling voorziet in de omzetting van een agrarische bedrijfswoning in een burgerwoning en de toevoeging van twee burgerwoningen. Daarbij worden de kassen van het voormalige agrarische bedrijf gesloopt. Gelet op de kenmerken van het project (zoals het karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit Bijlage V bij het Ob), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke negatieve milieueffecten optreden. Dit blijkt ook uit de beschrijvingen van de verschillende milieuaspecten zoals deze in de voorgaande paragrafen zijn opgenomen.
Conclusie Uit de mer-beoordeling is gebleken dat de gevolgen van het uitvoeren van de activiteit op de fysieke leefomgeving geen aanleiding geven tot het opstellen van een mer-rapportage en dat er sprake van een evenwichtige toedeling van functies.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij - motivering
54
5
JURIDISCHE BESTUURLIJKE ASPECTEN
5.1
Inleiding
De regels zijn conform de opzet van de gemeente Wijchen voor haar omgevingsplan als volgt opgebouwd: ✓ inleidende bepalingen; ✓ specifieke regels over functies; ✓ algemene regels over functies; ✓ regels ter bescherming van waarden en objecten; ✓ overgangsregels. De van toepassing zijnde regels zijn zoveel als mogelijk overgenomen van de bestemmingsregeling uit het bestemmingsplan “Buitengebied” en de herziening daarvan, zoals die zijn opgenomen in het omgevingsplan.
5.2
Juridische systematiek
De structuur van het TAM-omgevingsplan is zodanig dat de verbeelding de primaire informatie geeft over waar en hoe gebouwd mag worden. Bij het raadplegen van het plan dient dan ook eerst naar de verbeelding gekeken te worden. Vervolgens kan in de regels teruggelezen worden welk gebruik en welke bouwmogelijkheden zijn toegestaan. Op de verbeelding zijn aangegeven: ✓ de grens van het projectgebied; ✓ de bestemming van de in het projectgebied gelegen gronden: ‘Agrarisch met waarden - 1’ en ‘Wonen’; ✓ de dubbelbestemmingen ‘Leiding – Gas’, ‘Waarde – Archeologie 2’, ‘Waarde – Archeologie 3’ en ‘Waarde – Cultuurhistorisch waardevol gebied’; ✓ de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen – levensloopbestendige grondgebonden woning’; ✓ een bouwvlak ✓ de bouwaanduidingen ‘vrijstaand’ en ‘twee-aaneen’; ✓ de maatvoeringen ‘maximum aantal wooneenheden’ en ‘maximum volume’ (m3). Door middel van de aanduidingen wordt vastgelegd dat binnen het projectgebied één vrijstaande woning (de bestaande woning) en twee halfvrijstaande woningen zijn toegestaan.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij - motivering
55
5.3
Werkingsbereik/toepassingsbereik TAM -Omgevingsplan
Dit TAM-omgevingsplan (hierna: plan) wijzigt het omgevingsplan in die zin dat na hoofdstuk 22 van het omgevingsplan een hoofdstuk 22a wordt ingevoegd, bestaande uit de regels van dit plan. De hoofdstukken in de regels moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22a van het omgevingsplan Wijchen. Dit plan komt in het tijdelijke deel van het omgevingsplan. In de regels staat de verhouding tot de rest van het tijdelijke omgevingsplan (zie artikel 1.2 en 1.3).
5.4
Beschrijving per functie
Agrarisch met waarden – 1 De functie Agrarisch met waarden – 1 staat agrarisch gebruik van de gronden toe in combinatie met behoud, beheer en herstel van de aanwezige aardkundige, cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden. Daaraan ondergeschikt is het (mede)gebruik voor extensieve recreatie en het opwekken van duurzame energie toegestaan. Het oprichten van gebouwen is niet toegestaan, met uitzondering van schuilstallen (onder voorwaarden). Bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen in beperkte mate worden opgericht. Daarnaast zijn tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen toegestaan. Wonen - 1 De functie Wonen – 1 staat per locatievlak maximaal één woning toe, tenzij op de verbeelding een ander maximum aantal wooneenheden is aangeduid. Op de verbeelding zijn twee locatievlakken weergegeven. Eén voor de bestaande vrijstaande woning en één voor de nieuw te bouwen halfvrijstaande woningen. Aan dit laatste vlak is de aanduiding voor maximaal 2 wooneenheden toegevoegd. Behalve de functie wonen, zijn de functies aan huis verbonden beroep, opwekking van duurzame energie en waterhuishoudkundige doeleinden toegestaan. In de regels is vastgelegd dat de nieuwe woningen uitsluitend als halfvrijstaande woningen mogen worden gebouwd. De woningen mogen elke een inhoud van maximaal 450 m3 hebben en per woning mag maximaal 120 m² aan bijbehorende bouwwerken aanwezig zijn.
Door middel van omgevingsvergunningen kan van de opgenomen beoordelingsregels voor bouwactiviteiten afgeweken worden en kunnen aanvullende omgevingsplanactiviteiten als een bed & breakfast, minicamping, aan huis verbonden bedrijf en zorg-voor-elkaar-woning worden toegestaan. In de regels is ook een voorwaardelijke verplichting opgenomen, die bepaalt dat het gebruik voor 3 woningen alleen is toegestaan als binnen één jaar na ingebruikname van de woningen uitvoering is gegeven aan de beoogde landschappelijke inpassing. Het landschappelijk inpassingsplan is daartoe als bijlage bij de regels gevoegd.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij - motivering
56
5.5
Aanvragen omgevingsvergunning na gewijzigd omgevingsplan
Voor een aanlegactiviteit moet het aanvraagformulier behorende bij de activiteit [Werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid uitvoeren] gebruikt worden. Voor een bouwactiviteit op grond van dit TAM-omgevingsplan moet het aanvraagformulier behorende bij de activiteit [Bouwactiviteit (omgevingsplan)] gebruikt worden. Voor een andere vergunningplicht in dit TAM-omgevingsplan moet het aanvraagformulier behorende bij de activiteit [afwijken van regels in het omgevingsplan] gebruikt worden. De aanvraagformulieren zijn te vinden op de website “omgevingswet.overheid.nl”, onder het tabblad [Aanvragen].
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij - motivering
57
6
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
6.1 Kostenverhaal Publiekrechtelijk kostenverhaal vindt in het concrete geval plaats door middel van een kostenverhaalsbeschikking (artikel 13.18 Ow). Ook wel de beschikking bestuursrechtelijke geldschuld genoemd. Kostenverhaal geldt voor kostenverhaalplichtige activiteiten. Dat zijn: ✓ aangewezen bouwactiviteiten ✓ aangewezen activiteiten vanwege gebruikswijzigingen Het Omgevingsbesluit (Ob) bevat relevante regels over (verplicht) kostenverhaal (zie artikel 8.13, 8.14 en 8.15 Ob). Pas nadat is betaald, is het toegestaan de activiteiten uit te voeren (zie artikel 13.12 Ow). Eén van de bouwactiviteiten waarvoor kosten verhaald worden is de bouw van een of meer gebouwen met een woonfunctie. Door de gemeente wordt met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst gesloten, waarin het kostenverhaal is geregeld.
6.2 Nadeelcompensatie Indien een omgevingsvergunning is verleend, op grond waarvan schade wordt veroorzaakt, dan is artikel 4.5 Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. Naar verwachting zal in onderhavig geval geen sprake zijn van planschade. De impact van het projectgebied op de omgeving neemt af, doordat ter plaatse niet langer een agrarisch bedrijf gevestigd mag zijn, maar nog slecht 3 burgerwoningen. Mocht toch sprake zijn van nadeel, dan komt deze op basis van een te sluiten nadeelcompensatieovereenkomst voor rekening van de initiatiefnemer.
6.3 Conclusie Op basis van de motiveringen in de voorgaande paragrafen mag geconcludeerd worden dat het planvoornemen economisch haalbaar is en niet leidt tot extra kosten voor de gemeente Wijchen.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij - motivering
58
7
PARTICIPATIE
7.1
Participatie
In het kader van het planvoornemen heeft inwonersparticipatie plaatsgevonden. Omwonenden en andere belanghebbenden zijn daarmee bij de voorbereiding van het project betrokken. Door de betrokken omwonenden werd hierbij waardering voor het plan uitgesproken en zijn geen bezwaren naar voren gebracht.
7.2
Vooroverleg
De ontwerp wijziging van het omgevingsplan is voor vooroverleg voorgelegd aan de ketenpartners, zoals de provincie, het waterschap en de veiligheidsregio.
7.3 Zienswijze Het ontwerpbesluit tot wijziging van het omgevingsplan is conform de wettelijke vereisten ter inzage gelegd vanaf 29 oktober 2025 tot en met 11 december 2025. Tijdens deze periode zijn geen zienswijzen bij het plan binnengekomen. Het plan is ongewijzigd vastgesteld.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Eindsestraat 32 Balgoij - motivering