CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan - Toelichting en Regels

Raad openbaar Wijchen 2 februari 2023, gemeente wijchenBij agendapunt: 20667 beslisnota Bestemmingsplan Lambrasse26.994 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

22

De term bruto parkeerbehoefte wil zeggen dat er nog geen rekening is gehouden met aanwezigheidspercentages. Die geven aan op welk tijdstip (dagdeel) hoeveel procent van de parkeerplaatsen daadwerkelijk bezet is.

Hoofdstuk 5

47

Functie Restaurant Fastfoodrestaurant Fitnessstudio / sportschool Aanwezigheidspercentages Hotel Hotel Vergadercentrum / congreswerkdag overdag Restaurant / fastfood Totaal

kamers parkieernorm totaal 1.000 14 140 1.000 10 100 Werkdag Koop Zaterdag 53 Zondag 1.000 5,3 Ochtend Middag Avond Avond middag Avond middag 2.500 80 5,5 44 100% 1.000werkdag 75% 100% 100% 100% zondag75% werkdag koopavond zaterdag zaterdag 11 100% 110 middag middag avond 30% 6.500avond 40% 90% 95% 70% 100% middag40% 447 parkeerplaatsen

Restaurant Sport / Fitness Fastfoodrestaurant Congres / sportschool Fitnessstudio Hotel Vergadercentrum / congres Netto

42 30 15,9 44 110 242

30% 30% 30% 100% 100%

bvo in m2

40%

30% 40% 100% 50% 75% 100%

56 90% 126 95% 50% 100% 95% 40 90% 90 5% 90% 26,5 100% 100% 53 33 100% 44 100% 110 5% 5,5 5% 266 319

133 70% 98 90% 100% 95 70% 70 75% 100% 75% 47,7 53 44 100% 44 5,5 60% 66 325 331

100% 140 90% 100 100% 75%47,7 90% 100% 44 30% 33 365

40% 56 85% 40% 40 85% 0% 45,1 75% 33 0% 0 174

5.11 Toetsing Besluit m.e.r. / Vormvrije m.e.r.-beoordeling Gemeenten en provincies moeten ook bij kleine bouwprojecten beoordelen of een m.e.r.-beoordeling nodig is. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r.-procedure nodig is. Een m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te beoordelen of bij een project belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Wanneer uit de toets blijkt dat er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden moet er een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Met andere woorden dan is het opstellen van een MER nodig. Onderzocht is of er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. De aanmeldingsnotitie met vormvrije m.e.r.-beoordeling is opgenomen als separate bijlage. Geconcludeerd is dat er, rekening houdend met: 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; en 3. de kenmerken van het potentiële effect; sprake is van een wezenlijk ander schaalniveau en een activiteit die vele malen kleinschaliger is. Bij elk plan is sprake van invloed op het milieu, maar deze is niet zodanig dat normen worden overschreden.

De potentiële effecten van het plan, in relatie tot de kenmerken en de plaats van het plan, zijn dusdanig beperkt van aard en omvang dat dit geen belangrijk nadelige milieugevolgen tot gevolg heeft die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken.

Hoofdstuk 5

48

6.

JURIDISCHE PLANOPZET

6.1 Inleiding Het bestemmingsplan bestaat uit de juridisch bindende regels en verbeelding en gaat vergezeld van een toelichting. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. Op de verbeelding worden de bestemmingen weergegeven, met daarbij de harde randvoorwaarden. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende deel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen bindende werking; de toelichting maakt juridisch ook geen onderdeel uit van het bestemmingsplan, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. In dit bestemmingsplan is aangesloten bij de wettelijke eisen van de Wet ruimtelijke ordening en de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012.

6.2 Opbouw van de bestemmingsregeling 6.2.1 Inleidende regels In de begrippen worden omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de planregels en die tot verwarring leiden of meerdere uitleg vatbaar zijn. Om op een eenduidige manier afstanden en oppervlakten te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de plankaart geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. 6.2.2 Bestemmingen In dit hoofdstuk komen alle (enkel)bestemmingen aan de orde. Het betreft een indeling van bestemmingen in hoofdgroepen waarin de meest voorkomende functies kunnen worden ondergebracht. De indeling in hoofdgroepen maakt het raadplegen van een bestemmingsplan en het zoeken naar bepaalde functies eenvoudiger.

Hoofdstuk 6

49

Hieronder volgt per toegepaste enkelbestemmingsonderdeel een korte toelichting. Bestemmingsomschrijving De bestemmingsomschrijving bevat de omschrijving van de doeleinden die met de bestemming aan de grond worden toegekend. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies. De aard van de toegelaten inrichtingen van gronden (bouwwerken en werken, geen bouwwerken zijnde) vloeit dan voort uit de toegelaten functies. Tevens zijn daarbij bijbehorende functies zoals paden, groen en erven toegestaan. Bouwregels In de bouwregels wordt aangegeven welke bebouwingsmogelijkheden er op een perceel bestaan. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Nadere eisen Nadere eisen kunnen worden gesteld ten behoeve van bepaalde kwalitatief omschreven criteria, zoals woonsituatie, straat- en bebouwingsbeeld en verkeersveiligheid. De nadere eisen-regeling biedt de mogelijkheid om in concrete situaties in het kader van het verlenen van een omgevingsvergunning sturend op te treden. Specifieke gebruiksregels In de specifieke gebruiksregels is aangegeven wat in ieder geval als strijdig gebruik van gronden of bouwwerken binnen de bestemming wordt verstaan.

Afwijken van de gebruiksregels In deze bepaling is aangegeven wat de mogelijkheden voor het bevoegd gezag zijn om door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning van de specifieke gebruiksregels af te wijken. 6.2.3 Algemene regels Antidubbeltelregel Deze regel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels Er is een algemene regeling met betrekking tot ondergronds ruimtegebruik opgenomen, waarbij kelderruimten e.d. in één bouwlaag onder gebouwen direct mogelijk worden gemaakt. Daar waar bovengronds gebouwd mag worden zijn ook ondergrondse bouwwerken toegestaan, met dien verstande dat maximaal 4 meter beneden peil gebouwd mag worden. Algemene gebruiksregels In deze bepaling wordt geregeld wat in ieder geval als strijdig gebruik van gronden of bouwwerken wordt verstaan. Algemene afwijkingsregels In deze bepaling wordt het bevoegd gezag de bevoegdheid gegeven om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. Hierbij gaat het om afwijkingsbepalingen die gelden

Hoofdstuk 6

50

voor meerdere dan wel alle bestemmingen in het plan. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, worden aangegeven. Algemene wijzigingsregels In deze bepaling wordt aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om bestemmingen te wijzigen ten behoeve van kleine overschrijdingen van bestemmingsgrenzen. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn daarbij aangegeven. Overige regels In dit artikel is de strafbepaling opgenomen. 6.2.4 Overgangs- en slotregels Overgangsrecht In deze regels wordt vorm en inhoud gegeven aan het overgangsrecht voor bebouwing en gebruik. Slotregel Als laatste wordt de slotregeling opgenomen. Deze regeling bevat zowel de titel van het plan als de vaststellingsregeling.

6.3 Specifieke bestemmingsregels In deze paragraaf wordt specifiek ingegaan op de in het plan voorkomende bestemmingen, de bestemmingen Gemengd, Groen, Verkeer – Verblijfsgebied, Water en Wonen. Gemengd Gebruik Binnen deze bestemming zijn verschillende functies toegestaan. Zo zijn een congres- en vergadercentrum, horeca in categorie 1, 2 en/of 5 en leisure toegestaan. Voornoemde functies zijn in het plan enigszins beperkt door enerzijds het opnemen van een maximale massa van de gebouwen en anderzijds door direct aan een functie parkeernormen te koppelen. Ook is één landmark binnen de bestemming “Gemengd” toegestaan, hetzij in de vorm van een architectonisch accent op het gebouw, hetzij als solitair bouwwerk. Tevens zijn de bij de functies behorende voorzieningen, zoals wegen, paden, groenvoorzieningen en parkeervoorzieningen toegestaan. Bouwen Het bouwen van gebouwen is uitsluitend binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak toegestaan. Daarnaast geldt er een maximum bebouwingspercentage van 70 en mag de bouwhoogte niet meer bedragen dan 16 meter, met dien verstande dat hier bovenop nog een hoogte-element is toegestaan met een bouwhoogte van maximaal 10 meter. Er is een voorwaardelijke verplichting opgenomen met betrekking tot de verkeersontsluiting. Een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt slechts verleend, indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a.

Er dient bij de aanvraag een verkeersonderzoek te worden aangereikt waaruit volgt op welke wijze het verkeer op de Hernenseweg zich verdeelt bij het verlaten van het terrein met de bestemming 'Gemengd'.

Hoofdstuk 6

51

b. Op basis van het onder a genoemde verkeersonderzoek worden verkeers- en inrichtingsmaatregelen vastgelegd om te komen tot een goede en veilige afwikkeling van het verkeer op de Hernenseweg. c. Er wordt vastgelegd binnen welke termijn de onder b genoemde verkeers- en inrichtingsmaatregelen worden uitgevoerd. Groen Gebruik Binnen deze bestemming zijn onder andere groenvoorzieningen, bermen en beplantingen, perceelsontsluitingen, paden, voorzieningen van algemeen nut, waterpartijen en speelvoorzieningen toegestaan. Daarnaast is ter plaatse van de aanduiding ‘geluidscherm’ een geluidscherm en ter plaatse van de aanduiding ‘parkeergarage’ een ondergrondse parkeergarage toegestaan. Bouwen Op of in de als “Groen” bestemde gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut en ondergrondse parkeergarages worden gebouwd. Het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is binnen deze bestemming daarnaast ook toegestaan. Verkeer - Verblijfsgebied Gebruik De wegen, straten en paden met hoofdzakelijk een verblijfsfunctie zijn in het bestemmingsplan bestemd als “Verkeer – Verblijfsgebied”. Daarnaast zijn binnen deze bestemming onder andere parkeervoorzieningen, kunstwerken, voorzieningen van algemeen nut en groenvoorzieningen toegestaan. Bouwen Op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut worden gebouwd.

Het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is daarnaast ook toegestaan. Water Gebruik Onder andere de waterhuishoudkundige voorzieningen zoals watergangen en waterberging zijn bestemd als ‘Water’. Bouwen Het bouwen van gebouwen is binnen deze bestemming niet toegestaan. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een maximale bouwhoogte van 5 meter zijn wel toegestaan. Wonen Gebruik Binnen deze bestemming is wonen toegestaan en tevens, onder voorwaarden, de uitoefening van een beroep aan huis. Ook zijn de daarbij behorende voorzieningen, zoals tuinen, erven en parkeervoorzieningen toegestaan. Daarnaast zijn bepaalde functies, zoals een garagebox, een geluidscherm en een onderdoorgang specifiek op de verbeelding aangeduid. De type woningen die binnen het plan zijn toegestaan zijn eveneens op de verbeelding aangeduid.

Hoofdstuk 6

52

Bouwen Gebouwen mogen binnen de bestemming “Wonen” uitsluitend binnen het bouwvlak worden opgericht, waarbij de bouwhoogte geldt die op de verbeelding is opgenomen. Voor de specifiek aangeduide functies is vaak een specifieke regeling wat betreft bouwen opgenomen. Dubbelbestemming ‘Leiding – Gas’ In het plan is ten behoeve van een gasleiding de dubbelbestemming “Leiding – Gas” opgenomen. Naast deze dubbelbestemming hebben de betrokken gronden ook nog altijd een hoofdbestemming, bijvoorbeeld “Wonen” of “Gemengd”. De bepalingen van de hoofdbestemming en de dubbelbestemming zijn dan beide van toepassing. Bij strijd tussen deze bepalingen prevaleren de bepalingen van de dubbelbestemming. De reden hiervoor is dat de belangen van de dubbelbestemming zwaarder wegen dan die van de hoofdbestemming. Eveneens is binnen deze dubbelbestemming een aanlegvergunningenstelsel opgenomen voor het verrichten van werkzaamheden die van invloed kunnen zijn op de functie van de leiding. Dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterberging’ In het plan is de dubbelbestemming Waterstaat - Waterberging opgenomen. De voor 'Waterstaat Waterberging' aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar geldende bestemming(en), mede bestemd voor de waterbergende functie van het gebied en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder duikers.

Naast deze dubbelbestemming hebben de betrokken gronden ook nog altijd een hoofdbestemming, bijvoorbeeld “Groen”. De bepalingen van de hoofdbestemming en de dubbelbestemming zijn dan beide van toepassing. Bij strijd tussen deze bepalingen prevaleren de bepalingen van de dubbelbestemming. De reden hiervoor is dat de belangen van de dubbelbestemming zwaarder wegen dan die van de hoofdbestemming.

Hoofdstuk 6

53

7.

UITVOERBAARHEID

7.1 Economische uitvoerbaarheid Kostenverhaal De uitvoering van de in dit bestemmingsplan rechtstreeks mogelijk gemaakte ontwikkeling is in handen van één ontwikkelende partij. Met deze partij heeft de gemeente een anterieure overeenkomst gesloten. Daarmee is verzekerd dat alle projectgebonden kosten worden verhaald op de initiatiefnemer. Op grond van artikel 6.12, lid 2, sub a t/m c van de Wet ruimtelijke ordening behoeft voor dit bestemmingsplan geen exploitatieplan te worden vastgesteld. De gemeentelijke kosten zijn anderszins verzekerd, middels de anterieure overeenkomst tussen gemeente en initiatiefnemer. Financiële haalbaarheid De ontwikkelaar beschikt over voldoende middelen om het pand te kunnen realiseren. Wanneer de kosten en opbrengsten naast elkaar worden gelegd is er sprake van een positief saldo. Er zijn geen onvoorziene hoge kosten te verwachten. Ook is er geen sprake van onzekere financiële bijdragen van anderen. De financieel-economische haalbaarheid is hiermee in voldoende mate aangetoond.

7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid De procedures voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Daarnaast is er de gelegenheid om in het voortraject belanghebbenden te laten inspreken conform de gemeentelijke verordening. Pas daarna wordt de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan opgestart (artikel 3.8 Wro). Inspraak De Wro bevat geen procedurevoorschriften met betrekking tot de inspraak, en dit is in de Wro zelf niet verplicht gesteld. Dat neemt niet weg dat het de gemeente vrij staat toch inspraak te verlenen bijvoorbeeld op grond van de gemeentelijke inspraakverordening. In relatie daarmee bepaalt artikel 150 van de Gemeentewet onder meer dat in een gemeentelijke inspraakverordening moet worden geregeld op welke wijze bovenbedoelde personen en rechtspersonen hun mening kenbaar kunnen maken. Voor dit bestemmingsplan vindt geen inspraak plaats.

Overleg Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg voeren met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In 2012 is er al overleg geweest over dit plan en is dit overleg verwerkt in voorliggend ontwerp. Aan de provincie Gelderland is in 2017 het geactualiseerde plan voorgelegd. De provincie heeft aangegeven zich in het plan te kunnen vinden en heeft daarbij twee zaken aangestipt:

Hoofdstuk 7

54

De provincie gaat ervan uit dat voor plangebied 2 ook een gemengde bestemming geldt. Dit is niet het geval. De bestaande bestemmingen (agrarisch en wonen) worden gehandhaafd, allen het oprichten van een landmark wordt mogelijk gemaakt. Dit punt is achterhaald, nu plangebied 2 geen deel meer uitmaakt van het voorliggende plan. Tevens wordt geadviseerd om de landmark specifiek op de plankaart aan te duiden en andere functies hier uit te sluiten. Dit punt is aldus opgelost, dat er voor deze ontwikkeling een beeldkwaliteitsplan is opgesteld, waarin aanbevelingen worden gedaan ten aanzien van de locatie en het uiterlijk van de landmark. Bij het verlenen van de omgevingsvergunning zal hieraan getoetst worden. Hiermee wordt bevorderd dat de landmark zo goed mogelijk geplaatst en uitgevoerd zal worden.

Vaststellingsprocedure De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan zal plaatsvinden volgens de artikelen 3.7 t/m 3.9 van de Wet ruimtelijke ordening. Het bestemmingsplan wordt in dit kader ter visie gelegd gedurende een periode van zes weken. Gedurende deze periode kan eenieder zijn zienswijzen kenbaar maken tegen het plan. Het plan zal daarna, al dan niet gewijzigd, ter vaststelling worden aangeboden aan de gemeenteraad. Beroep Na vaststelling wordt het bestemmingsplan voor de tweede maal zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.

Hoofdstuk 7

55

REGELS

2

Inhoudsopgave

Regels

3

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

4

Artikel 1 Artikel 2

Begrippen Wijze van meten

4 10

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

11

Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9

Gemengd Groen Verkeer - Verblijfsgebied Water Wonen Leiding - Gas Waterstaat - Waterberging

11 13 14 15 16 18 20

Hoofdstuk 3

Algemene regels

22

Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13

Anti-dubbeltelbepaling Algemene bouwregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels

22 23 25 26

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

27

Artikel 14

Overgangsrecht

27

Bijlagen bij regels

29

Bijlage 1

30

2

Parkeernormen

Bestemmingsplan "Lambrasse" (vastgesteld)

Regels

Bestemmingsplan "Lambrasse" (vastgesteld)

3

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1

plan:

het bestemmingsplan 'Lambrasse' van de gemeente 'Wijchen'; 1.2

aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.3

aanduidingsgrens:

grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.4

aaneengebouwde woning:

een woning die onderdeel uitmaakt van minimaal drie aaneengebouwde woningen; 1.5

achtergevel:

een van de weg afgekeerde gevel van een hoofdgebouw, die gelegen is tegenover de voorgevel; 1.6

bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.7

bebouwingspercentage:

een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het bouwvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd; 1.8

bedrijf:

een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen; 1.9

bedrijf aan huis:

het door de bewoner van de woning bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, geheel of overwegend door handwerk, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijbehorende bouwwerken met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend, niet zijnde detailhandel, behoudens de beperkte verkoop van artikelen verband houdende met de activiteiten;

4

Bestemmingsplan "Lambrasse" (vastgesteld)

1.10

bedrijfsvloeroppervlakte:

de totale vloeroppervlakte van kantoren, bedrijven en dergelijke met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten, niet zijnde technische ruimten doch exclusief gemeenschappelijke trappenhuizen, containerruimten en andere algemene ruimten. 1.11

beperkte, onzelfstandige horeca activiteiten:

het qua aard en omvang beperkt verstrekken van dranken en etenswaren voor gebruik ter plaatse als ondergeschikte activiteit in direct verband met andere ter plaatse toegestane hoofdactiviteiten (niet zijnde horeca); 1.12

beroep aan huis:

het door de bewoner van de woning beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch, of hiermee gelijk te stellen gebieden, alsmede kappers, schoonheidssalonnen, hondertrimsalonnen en pedicures, die door hun beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijbehorende bouwwerken, met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend, niet zijnde detailhandel, behoudens de beperkte verkoop van artikelen verband houdende met de activiteiten; 1.13

bestaand:

t.a.v. bebouwing bebouwing zoals aanwezig op het tijdstip van de terinzagelegging van onderhavig ontwerpbestemmingsplan, dan wel de bebouwing die mag worden gebouwd krachtens een vóór het tijdstip van terinzagelegging aangevraagde vergunning; t.a.v. gebruik het gebruik van grond en opstallen zoals aanwezig op het tijdstip dat het plan rechtskracht heeft verkregen; 1.14

bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak; 1.15

bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0296.BpLambrasse-VG01 met de bijbehorende regels en bijlagen; 1.16

bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.17

bijbehorend bouwwerk:

uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak;

Bestemmingsplan "Lambrasse" (vastgesteld)

5

1.18

bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.19

bouwgrens:

de grens van een bouwvlak; 1.20

bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.21

bouwperceelsgrens:

de grens van een bouwperceel; 1.22

bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.23

bouwwerk:

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.24

detailhandel:

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.25

dienstverlening:

het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder een belwinkel en internetcafé; 1.26

dove gevel:

a. een bouwkundige constructie die een ruimte in een gebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen een dak, zonder te openen delen en met een in de Wet geluidhinder bedoelde karakteristieke geluidswering; b. een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte zoals bedoeld in de Wet geluidhinder; 1.27

gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

6

Bestemmingsplan "Lambrasse" (vastgesteld)

1.28

geluidscherm:

een bouwkundige constructie ter wering van geluid; 1.29

geluidsgevoelige functie:

een geluidsgevoelige functie als bedoeld in de Wet geluidhinder; 1.30

gestapelde woning:

boven dan wel beneden en/of naast elkaar gesitueerde woningen waarbij per woning een zelfstandige toegankelijkheid, al dan niet direct vanaf het voetgangersniveau, gewaarborgd is; 1.31

hoofdgebouw:

een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken; 1.32

hoogte-element:

een al dan niet functioneel element op een gebouw, wat ook een bouwlaag kan zijn, dat dient als architectonische versterking van het gebouw en als aandachtselement voor de omgeving. 1.33

horeca:

het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken, het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie en/of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf. horeca, categorie 1: een horecabedrijf, dat qua exploitatievorm aansluit bij winkelvoorzieningen en waar naast overwegend niet ter plaatse bereide kleinere etenswaren en in hoofdzaak alcoholvrije drank worden verstrekt. horeca, categorie 2: een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het verstrekken van maaltijden of etenswaren die ter plaatse genuttigd plegen te worden. Daaronder worden begrepen: cafetaria/snackbar, fastfood en broodjeszaken, lunchroom, konditorei, ijssalon/ijswinkel koffie en/of theeschenkerij, afhaalcentrum, eetwinkels, restaurant. horeca, categorie 3: een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het verstrekken van (alcoholische) dranken voor consumptie ter plaatse, alsmede het verstrekken van maaltijden of etenswaren die ter plaatse genuttigd plegen te worden, alsmede (in sommige gevallen) de gelegenheid biedt tot dansen. Daaronder worden begrepen: café, bar, grand-café, eetcafé, danscafé, pubs, juice- en healthbar.

horeca, categorie 4: een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het bieden van vermaak en ontspanning (niet zijnde een recreatieve voorziening) en/of het geven van gelegenheid tot de dansbeoefening, al dan niet met levende muziek en al dan niet met de verstrekking van dranken en kleine etenswaren. Daaronder worden begrepen: discotheek/dancing, nacht-café en een zalencentrum (met nachtvergunning).

Bestemmingsplan "Lambrasse" (vastgesteld)

7

horeca, categorie 5: een inrichting die geheel of in overwegende mate is gericht op het verstrekken van nachtverblijf. Daaronder worden begrepen: hotel, motel, pension en overige logiesverstrekkers; 1.34

kantoor:

het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen; 1.35

kunstwerken:

bouwwerken, geen gebouwen zijnde van weg- en waterbouwkundige aard, zoals bruggen, viaducten, duikers, keerwanden, beschoeiingen, kademuren en dergelijke; 1.36

leisure:

openbaar toegankelijke recreatieve voorzieningen, vrijetijdsvoorzieningen en -activiteiten, vooral bedoeld voor beoefening van activiteiten als vrijetijdsbesteding, met als ondergeschikte functie horeca. Een voorbeeld van leisure zijn onder meer sportvoorzieningen in de vorm van een fitness- en welnessruimte met daaraan ondergeschikt een fysiotherapeut; 1.37

maatschappelijke voorzieningen:

voorzieningen ten behoeve van openbaar bestuur, openbare dienstverlening, religie, verenigingsleven, onderwijs met bijbehorende sport- en gymnastieklokalen, (kinder)dagopvang, opvoeding, cultuur, lichamelijke en/of geestelijke volksgezondheid; 1.38

ondergeschikt bouwdeel:

een buiten de gevel of dakvlakken uitstekend ondergeschikt deel van een bouwwerk, zoals bijvoorbeeld een luifel, panoramalift, buitenbalkon, balustrade, dakkapel of andere architectonische elementen, met uitzondering van een uitgebouwd gedeelte van een gebouw dat dient ter uitbreiding van het oppervlak; 1.39

ondergronds bouwwerk:

een (gedeelte van) een bouwwerk, waarvan de bovenkant van de vloer is gelegen op ten minste 1,75 meter beneden peil; 1.40

multifunctioneel gebruik:

het gebruik van een gebouw voor meerdere functies; 1.41

peil:

de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld; 1.42

reclamemast:

een bouwwerk, geen gebouwen zijnde, specifiek bedoeld voor de uiting van bedrijfsmatige reclame, in het Beeldkwaliteitsplan aangeduid als 'landmark'.

8

Bestemmingsplan "Lambrasse" (vastgesteld)

1.43

seksinrichting:

de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub, of een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.44

uitkraging:

een uitbouw van het hoofdgebouw op een verdieping; 1.45

voorgevel:

een naar de openbare weg en/of fiets- en voetpad toegekeerde gevel van een hoofdgebouw; 1.46

voorgevellijn:

denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen; 1.47

voorzieningen van algemeen nut:

voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer; 1.48

waterhuishoudkundige voorzieningen:

waterhuishoudkundige voorzieningen zijn voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging en waterkwaliteit; 1.49

wet/wettelijke regelingen:

indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen c.q. verordeningen e.d., dienen deze regelingen te worden gelezen zoals deze luiden op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan, tenzij anders bepaald; 1.50

woning:

een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

Bestemmingsplan "Lambrasse" (vastgesteld)

9

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

de dakhelling:

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.2

de goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.3

de inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.4

de bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5

de oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.6

afstand tot de bouwperceelsgrens:

tussen de grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is; 2.7

ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk:

vanaf het bouwkundig peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend; 2.8

afstand tussen gebouwen:

de kortste afstand tussen buitenwerkse gevelvlakken van de gebouwen.

10

Bestemmingsplan "Lambrasse" (vastgesteld)

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels

Gemengd

3.1

Bestemmingsomschrijving

3.1.1

Algemeen

De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.

een congres- en vergadercentrum; horeca in categorie 1, categorie 2 en / of categorie 5; leisure; maximaal één reclamemast in het geval op het gebouw geen hoogte-element is geplaatst;

met de daarbij behorende: e. f. g. h. i.

onderdoorgangen; wegen en paden; groenvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; parkeervoorzieningen.

3.1.2

Nadere aanvulling

Voor de in 3.1.1 onder a tot en met d genoemde functies geldt dat deze functies uitsluitend zijn toegestaan, indien: a. de totale maximale bedrijfsvloeroppervlakte binnen de bestemming 'Gemengd' ten behoeve van de onder a tot en met c genoemde functies niet meer bedraagt dan 6.500 m²; b. is voorzien in het aantal benodigde parkeerplaatsen. Het benodigde aantal parkeerplaatsen dient te worden berekend overeenkomstig de in de bijlage bij deze regels opgenomen parkeerbalans. 3.2

Bouwregels

3.2.1

Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande dat ondergeschikte bouwdelen behorende tot het gebouw ook buiten het bouwvlak zijn toegestaan; b. het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangeduid; c. de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen 16 meter, met dien verstande dat bovenop deze maximale bouwhoogte een hoogte-element is toegestaan met een bouwhoogte van maximaal 10 meter. 3.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 5 meter; b. in afwijking van het bepaalde in sub a mag de bouwhoogte van de reclamemast niet meer bedragen dan 35 meter.

Bestemmingsplan "Lambrasse" (vastgesteld)

11

3.2.3

Voorwaardelijk verplichting nader verkeersonderzoek

Een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt slechts verleend, indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. er dient bij de aanvraag een verkeersonderzoek te worden aangereikt waaruit volgt op welke wijze het verkeer op de Hernenseweg zich verdeelt bij het verlaten van het terrein met de bestemming 'Gemengd'; b. op basis van het onder a genoemde verkeersonderzoek worden verkeers- en inrichtingsmaatregelen vastgelegd om te komen tot een goede en veilige afwikkeling van het verkeer op de Hernenseweg; c. er wordt vastgelegd binnen welke termijn de onder b genoemde verkeers- en inrichtingsmaatregelen worden uitgevoerd. 3.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing: a. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving; c. ter waarborging van de verkeersveiligheid; d. ter waarborging van de sociale veiligheid; e. ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding. 3.4

Specifieke gebruiksregels

3.4.1

Strijdig gebruik

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. geluidszoneringsplichtinge inrichtingen/bedrijven; b. bedrijven die vallen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi-bedrijven); c. seksinrichtingen; d. detailhandel; e. wonen; f. het gebruik van de gronden die zijn bestemd als 'Gemengd' overeenkomstig deze bestemming, is uitsluitend toegestaan onder de voorwaarde dat het aantal benodigde parkeerplaatsen conform bijlage 1 is verwezenlijkt en daarna in stand wordt gehouden. Indien het wijzigen van het gebruik van gronden en/of bouwwerken daartoe aanleiding geeft, moet het aantal aanwezige parkeerplaatsen hierop worden aangepast. 3.5

Wijzigingsbevoegdheid

3.5.1

Maatschappelijke voorzieningen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van het toestaan van maatschappelijke voorzieningen binnen de bestemming 'Gemengd', met dien verstande dat: a. voldaan wordt aan de regels als opgenomen in artikel 3.1.2; b. voldaan wordt aan de toets van de Ladder voor duurzame verstedelijking.

12

Bestemmingsplan "Lambrasse" (vastgesteld)

Artikel 4 4.1

Groen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k. l.

groenvoorzieningen; bermen en beplantingen; perceelsontsluitingen; paden; speelvoorzieningen; voorzieningen van algemeen nut; ter plaatse van de aanduiding 'geluidscherm', een geluidscherm; ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage', een ondergrondse parkeergarage; kunstwerken; overbruggingen ten behoeve van voet- en rijwielpaden; waterhuishoudkundige voorzieningen; waterlopen en waterpartijen.

4.2

Bouwregels

4.2.1

Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut en ondergrondse parkeergarages worden gebouwd; b. de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 3 meter; c. de oppervlakte van gebouwen boven maaiveld mag niet meer bedragen dan 25 m². 4.3

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 5 meter; b. in afwijking van het bepaalde in sub a mag de bouwhoogte van lichtmasten niet meer bedragen dan 12 meter; c. in afwijking van het bepaalde in sub a mag de bouwhoogte van een geluidscherm niet meer bedragen dan 10 meter. 4.4

Specifieke gebruiksregels

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.

Bestemmingsplan "Lambrasse" (vastgesteld)

13

Artikel 5 5.1

Verkeer - Verblijfsgebied

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k.

wegen, straten en paden met hoofdzakelijk een verblijfsfunctie; voet- en rijwielpaden; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen, waaronder bermen en beplanting; kunstwerken; voorzieningen van algemeen nut; straatmeubilair; muren; overbruggingen ten behoeve van voet- en rijwielpaden; waterhuishoudkundige voorzieningen; waterlopen en waterpartijen.

5.2

Bouwregels

5.2.1

Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut worden gebouwd; b. de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 3 meter; c. de oppervlakte van gebouwen boven maaiveld mag niet meer bedragen dan 25 m². 5.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 5 meter; b. in afwijking van het bepaalde in sub a mag de bouwhoogte van lichtmasten niet meer bedragen dan 12 meter; c. in afwijking van het bepaalde in sub a mag de bouwhoogte van muren niet meer bedragen dan 1 meter. 5.3

Specifieke gebruiksregels

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.

14

Bestemmingsplan "Lambrasse" (vastgesteld)

Artikel 6 6.1

Water

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. 6.2

waterberging; waterhuishouding; waterlopen en waterpartijen; groenvoorzieningen; infiltratievoorzieningen; overbruggingen ten behoeve van voet- en rijwielpaden. Bouwregels

Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende regels: a. op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 5 meter. 6.3

Specifieke gebruiksregels

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.

Bestemmingsplan "Lambrasse" (vastgesteld)

15

Artikel 7 7.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, al dan niet in combinatie met de uitoefening van een beroep aan huis in gebouwen, met dien verstande dat maximaal 40% van de vloeroppervlakte van de begane grond van gebouwen mag worden gebruikt ten behoeve van het beroep aan huis, met een maximum van 45 m²; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - garagebox', voor een garagebox; c. ter plaatse van de aanduiding 'geluidscherm', voor een geluidscherm met een dove gevel; d. ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang', voor een onderdoorgang; e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - balkonzone', voor een balkon; f. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - uitkraging', voor een uitkraging; met de daarbijbehorende: g. tuinen en erven; h. waterhuishoudkundige voorzieningen; i. parkeervoorzieningen. 7.2

Bouwregels

7.2.1

Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' zijn uitsluitend gestapelde woningen toegestaan; c. ter plaatse van de aanduiding 'aaneengebouwd' zijn uitsluitend aaneengebouwde woningen toegestaan; d. per bouwperceel is maximaal 1 woning toegestaan; splitsing van een bouwperceel ten behoeve van nieuwbouw van een tweede woning is niet toegestaan; e. de goothoogte van aaneengebouwde woningen mag aan de voorgevel niet meer bedragen dan 6 meter; de goothoogte van aaneengebouwde woningen aan de achtergevel is gelijk aan de op de verbeelding aangegegeven bouwhoogte; f. de bouwhoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven; g. de bouwhoogte van garageboxen mag niet meer bedragen dan 3 meter; h. de bouwhoogte van uitkragingen mag niet minder bedragen dan 3 meter en niet meer bedragen dan 12 meter, met dien verstande dat indien zich onder de uitkraging water bevindt de bouwhoogte niet minder mag bedragen dan 1,5 meter; i. ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang' kan een onderdoorgang worden gerealiseerd, met dien verstande dat de doorrijhoogte, gemeten vanaf de weg, niet minder bedraagt dan 5 meter; j.

balkons behorende bij gebouwen mogen uitsluitend gerealiseerd worden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - balkonzone'. 7.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter, met dien verstande dat de hoogte voor erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevellijn niet meer mag bedragen dan 1 meter; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 2,5 meter.

16

Bestemmingsplan "Lambrasse" (vastgesteld)

7.3

Specifieke gebruiksregels

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. b. c. d.

bewoning als afhankelijke woonruimte; kamerbewoning; horeca; detailhandel, behoudens de beperkte verkoop van artikelen verband houdende met een beroep aan huis als bedoeld in 7.1 sub a; e. seksinrichtingen. 7.4

Afwijken van de gebruiksregels

7.4.1

Bedrijf aan huis

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 7.1 voor de uitoefening van een bedrijf aan huis in een woning, met dien verstande dat: a. de woonfunctie als hoofdfunctie behouden blijft; b. bedoeld gebruik geen onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat mag opleveren en geen onevenredige afbreuk mag doen aan het woonkarakter van de wijk of buurt; dit betekent onder meer dat: 1. geen omgevingsvergunning wordt verleend voor het uitoefenen van bedrijvigheid, dat onder de werking van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit Milieubeheer (Stb. 1993, 50) valt, tenzij het desbetreffende gebruik door middel van het stellen van voorwaarden verantwoord is; 2. het gebruik naar aard met het woonkarakter van de omgeving in overeenstemming moet zijn; 3. het gebruik de woonfunctie dient te ondersteunen, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in het hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk uitvoert, tevens de gebruiker van het hoofdgebouw is; c. het niet betreft zodanig verkeersaantrekkende activiteiten die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimten; d. parkeren zoveel mogelijk op eigen terrein dient plaats te vinden; e.

geen detailhandel of groothandel plaatsvindt, uitgezonderd een beperkte verkoop in het klein in verband met bedrijfsmatige activiteiten in of bij de woning; f. maximaal 40% van het vloeroppervlak van een woning ten behoeve van een beroep en/of bedrijf aan huis in gebruik mag zijn, zulks met een absoluut maximum van 45 m²; g. er vanaf de openbare weg geen excessieve reclame-uitingen zichtbaar zijn; h. een seksinrichting niet is toegestaan.

Bestemmingsplan "Lambrasse" (vastgesteld)

17

Artikel 8 8.1

Leiding - Gas

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar geldende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van ondergrondse leidingen voor het transport van gas met een diameter van ten hoogste 48 inch en een druk van ten hoogste 66 bar met de daarbij behorende belemmeringenstrook. 8.2

Bouwregels

8.2.1

Voorrangsregeling

Indien strijd ontstaat tussen het belang van de bescherming van de leidingen als bedoeld in dit artikel en het bepaalde in de overige artikelen prevaleert de dubbelbestemming 'Leiding - Gas'. 8.2.2

Bouwen

In afwijking van het bepaalde bij de andere geldende bestemming(en) mogen op of in deze gronden uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van deze dubbelbestemming, met dien verstande dat een geluidscherm wel is toegestaan. 8.2.3

Gebouwen

Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 8.2.4

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 2,5 meter; b. in afwijking van het bepaalde in sub a mag de bouwhoogte van een geluidscherm niet meer bedragen dan 10 meter. 8.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 8.2 en toestaan dat in de andere bestemming gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd, mits: a. b. c. d.

geen aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de leiding; geen kwetsbare objecten worden toegelaten; de veiligheid van de leiding niet wordt geschaad; vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder.

8.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.4.1

Verbod

Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Leiding - Gas' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen van wegen, paden, banen en andere oppervlakteverhardingen; b. het veranderen van het huidige maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen, egaliseren, afgraven of ophogen; c. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen;

18

Bestemmingsplan "Lambrasse" (vastgesteld)

d. e. f. g.

het rooien van diepwortelende beplantingen en/of bomen; het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; diepploegen; het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de doeleindenomschrijving aangegeven, en daarmee verband houdende constructies; h. het aanleggen van watergangen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen. 8.4.2

Uitzonderingen

Het verbod als bedoeld in 8.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden: a. die betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; b. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; c. die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. 8.4.3

Toelaatbaarheid

De werken of werkzaamheden als bedoeld in 8.4.1 zijn slechts toelaatbaar, mits: a. b. c. d.

geen aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de leiding; geen kwetsbare objecten worden toegelaten; de veiligheid van de leiding niet wordt geschaad; vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder.

Bestemmingsplan "Lambrasse" (vastgesteld)

19

Artikel 9 9.1

Waterstaat - Waterberging

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waterstaat - Waterberging' aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar geldende bestemming(en), mede bestemd voor de waterbergende functie van het gebied en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder duikers. 9.2

Bouwregels

9.2.1

Voorrangsregeling

Indien strijd ontstaat tussen het belang van de bescherming van de leidingen als bedoeld in dit artikel en het bepaalde in de overige artikelen prevaleert de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterberging'. 9.2.2

Bouwen

In afwijking van het bepaalde bij de andere geldende bestemming(en) mogen op of in deze gronden uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van deze dubbelbestemming, met dien verstande dat een geluidscherm wel is toegestaan. 9.2.3

Gebouwen

Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 9.2.4

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 2,5 meter; b. in afwijking van het bepaalde in sub a mag de bouwhoogte van een geluidscherm niet meer bedragen dan 10 meter. 9.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 9.2 en toestaan dat in de andere bestemming gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd, mits: a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het functioneren van de waterbergende functie van de gronden; b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij het waterschap. 9.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.4.1

Verbod

Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waterstaat - Waterberging' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het ontgronden, afgraven, egaliseren en ophogen van gronden en/of het anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur; b. het dempen van waterpartijen en watergangen.

20

Bestemmingsplan "Lambrasse" (vastgesteld)

9.4.2

Uitzonderingen

Het verbod als bedoeld in 9.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden: a. die betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; b. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; c. die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. 9.4.3

Toelaatbaarheid

De werken of werkzaamheden als bedoeld in 9.4.1 zijn slechts toelaatbaar, mits: a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het functioneren van de waterbergende functie van de gronden; b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij het waterschap.

Bestemmingsplan "Lambrasse" (vastgesteld)

21

Hoofdstuk 3 Artikel 10

Algemene regels

Anti-dubbeltelbepaling

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

22

Bestemmingsplan "Lambrasse" (vastgesteld)

Artikel 11 11.1

Algemene bouwregels

Algemene bepaling m.b.t. ondergronds bouwen

11.1.1 Ondergrondse werken Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen. 11.1.2 Ondergrondse bouwwerken Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende regels: a. ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen de zone waar volgens de betreffende regels gebouwen en een ondergrondse parkeergarage zijn toegestaan; b. randvoorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding zijn buiten bouwvlakken toegestaan binnen de bestemmingen Groen, Verkeer - Verblijfsgebied en Water; c. de maximale bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 4 meter onder peil, met dien verstande dat een randvoorziening ten behoeve van de waterhuishouding tot maximaal 6 meter onder peil gebouwd mag worden; d. bij het berekenen van de blijkens de digitale verbeelding of deze regels geldende bebouwingspercentages, of van het in deze regels maximaal te bebouwen oppervlak, wordt de oppervlakte van ondergrondse gebouwen mede in aanmerking genomen.

11.1.3 Afwijken van ondergronds bouwen Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 11.1.2 sub c voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 10 meter onder peil onder de voorwaarden dat: a. de waterhuishouding niet wordt verstoord; b. geen afbreuk wordt gedaan aan archeologische waarden. 11.2

Ondergeschikte bouwdelen

Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, uitbouwen, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt. 11.3

Algemene bepaling over bestaande afstanden en andere maten

11.3.1 Maximale maatvoering Indien afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden.

Bestemmingsplan "Lambrasse" (vastgesteld)

23

11.3.2 Minimale maatvoering In die gevallen dat afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden.

24

Bestemmingsplan "Lambrasse" (vastgesteld)

Artikel 12 12.1

Algemene afwijkingsregels

Algemeen

Indien niet op grond van een andere bepaling kan worden afgeweken van deze regels kan het bevoegd gezag door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het volgende: a. het afwijken van de in de regels voorgeschreven maatvoering met ten hoogste 10%; b. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geeft; c. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat bouwgrenzen met ten hoogste 5 meter worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; d. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de hoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van zend-, ontvangen/of sirenemasten, wordt vergroot tot maximaal 40 meter, onder de volgende voorwaarden: 1. losse masten met hekwerken, gebouwtjes e.d. zijn alleen toegestaan: buiten de bebouwde kom en in landschappelijk minder gevoelige gebieden, langs grote verkeerswegen en dan bij voorkeur bij parkeerplaatsen, benzinestations, knooppunten, viaducten, bedrijventerreinen en horecagelegenheden; binnen de bebouwde kom op bedrijventerreinen en sportparken; 2.

installaties op of aan een gebouw zijn alleen toegestaan: op hoge gebouwen; bij voorkeur op een plat dak en zo ver mogelijk van een dakrand, met dien verstande dat bijzondere en waardevolle gebouwen in beginsel geheel dienen te worden ontzien, zonodig in overleg met de monumentencommissie; tegen gevels aan: wanneer de invloed van die installaties geen afbreuk doen aan de aanwezige kwaliteiten; met dien verstande dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken en dat de stedenbouwkundige waarde van de omgeving gewaarborgd blijft.

Bestemmingsplan "Lambrasse" (vastgesteld)

25

Artikel 13

Algemene wijzigingsregels

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van: a. overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 5 meter en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot; b. overschrijding van bestemmingsgrenzen en toestaan dat het beloop van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geeft. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 5 meter en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot; c. het aanpassen van opgenomen bepalingen in de voorafgaande artikelen, waarbij verwezen wordt naar bepalingen in wettelijke regelingen, indien deze wettelijke regelingen na het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan worden gewijzigd.

26

Bestemmingsplan "Lambrasse" (vastgesteld)

Hoofdstuk 4 Artikel 14 14.1

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. c. Sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 14.2

Overgangsrecht gebruik

a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde in sub a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 14.3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=f4e5801d-8d74-463b-8b2f-9c637e10cefe