Bestemmingsplan Huurlingsedam fase 3 - Bijlagenboek
Tekst van het document
N.v.t.
3.5 of 3.10 Grondgebonden zoogdieren
Mogelijk overtreding artikel
•
Soortgericht onderzoek naar bever
3.5 of 3.10
•
Soortgericht onderzoek naar das en actualisatie bestaand onderzoek inclusief compensatieplan
Vleermuizen
Geen overtreding artikel
Niet werken met uitstralende verlichting in de
3.5, mits maatregel
periode april tot en met december, in realisatie en gebruiksfase. Alternatief is amberkleurige (vleermuisvriendelijke) verlichting
Vogels
Mogelijk overtreding artikel
Start van de werkzaamheden buiten het
3.1
broedseizoen (dus niet in maart t/m augustus). Bij (start van) werken in broedperiode regelmatige broedvogelcontroles uitvoeren door ter zake kundige (ecoloog)
Vogels jaarrond beschermd
Mogelijk overtreding artikel
•
3.1
Amfibieën en reptielen
Mogelijk overtreding artikel 3.5 en 3.10
Vlinders, libellen en overige
Mogelijk overtreding artikel
ongewervelden
3.5
Soortgericht onderzoek nest op rand perceel Huurlingsedam 33
•
Soortgericht onderzoek naar steenuil
•
Soortgericht onderzoek naar kerkuil
•
Soortgericht onderzoek naar Alpenwatersalamander
Soortgericht onderzoek naar teunisbloempijlstaart
32/34
Kenmerk
R001-1278926VSX-V02-mfv-NL
5 Literatuur Provincie Gelderland, Wijziging omgevingsverordening vanwege vaststelling natuurparagraaf. PRB, publicatienr. 435 Provincie Gelderland, Wet natuurbescherming – 2017-006115. Ontwikkeling woonwijk Huurlingsedam Fase 2 aan de Huurlingsedam te Wijchen. 21 november 2017. Zaaknummer 2017006115 Das&Boom, Onderzoek naar de compensatiemaatregelen voor de Das in het gebied “Huurlingsedam fase IIa” (gemeente Wijchen). Beek-Ubbergen, juni 2016 Bos, F., M. Bosveld, D. Groenendijk, C. van Swaay, I. Wynhoff & de Vlinderstichting, 2006. De dagvlinders van Nederland. Verspreiding en bescherming (Lepidoptera: Hesperioidea, Papilionoidea). Nederlandse Fauna 7. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden. Dijkstra, K.B., Kalkman, V.J., Ketelaar, R., van der Wiede, M.J.T., 2002. De Nederlandse libellen (odonata). Nederlandse fauna 4. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden. Broekhuizen S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters, J.C. Buys, 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. KNNV Uitgeverij, Utrecht. Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft, 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden. Herder J.E., A.
van Diepenbeek & R.C.M. Creemers, 2013. Verspreidingsonderzoek reptielen en amfibieën 2013. Rapport 2013-010. Stichting RAVON, Nijmegen. BIJ12, 2017. Kennisdocument Kerkuil Tyto albo versie 1.0, juli 2017. BIJ12, 2017. Kennisdocument Steenuil Athene Noctua versie 1.0, juli 2017. van Dijk A.J. & Boele A. 2011. Handleiding SOVON Broedvogelonderzoek. SOVON Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging en Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, Vleermuisprotocol 2017. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, maart 2014. Soortenstandaard Bever Castor Fiber.
33/34
Kenmerk
R001-1278926VSX-V02-mfv-NL
Geraadpleegde internetwebsites: www.floron.nl www.libellennet.nl www.ravon.nl www.sovon.nl www.verspreidingsatlas.nl www.vleermuis.net www.vlindernet.nl www.zoogdiervereniging.nl
34/34
Bijlage 2 Nader ecologisch onderzoek, Bureau Waardenburg, 8 september 2021
Nader onderzoek Huurlingsedam fase 3 en 4 te Wijchen Toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming
J.H. van der Heide L. Anema
Nader onderzoek Huurlingsedam fase 3 en 4 te Wijchen Toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming
J.H. van der Heide L. Anema
Nader onderzoek Huurlingsedam fase 3 en 4 te Wijchen Toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming J.H. van der Heide, L. Anema Status uitgave: definitief Rapportnummer
21-144
Projectnummer:
21-0042
Datum uitgave:
8 september 2021
Foto omslag:
L. Anema / Bureau Waardenburg bv
Projectleider:
J.H. van der Heide
Tweede lezer:
G.J. Berg
Naam en adres opdrachtgever:
VOF Huurlingsedam Postbus 179 5347 KM Oss
Akkoord voor uitgave: Paraaf:
Ir G.H. Bonhof
Graag citeren als: van der Heide, JH. & L. Anema. 2021. Nader onderzoek Huurlingsedam fase 3 en 4 te Wijchen Rapportnr. 21-144. Bureau Waardenburg, Haren. Trefwoorden: nader onderzoek, bever, alpenwatersalamander, teunisbloempijlstaart Bureau Waardenburg bv is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Bureau Waardenburg bv. Opdrachtgever hierboven aangegeven vrijwaart Bureau Waardenburg bv voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. © Bureau Waardenburg bv / VOF Huurlingsedam Dit rapport is vervaardigd op verzoek van opdrachtgever en is zijn eigendom. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. druk, fotokopie, digitale kopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven en Bureau Waardenburg bv, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Lid van de branchevereniging Netwerk Groene Bureaus. Het kwaliteitsmanagementsysteem van Bureau Waardenburg bv is gecertificeerd door EIK Certificering overeenkomstig ISO 9001:2015. Bureau Waardenburg bv hanteert als algemene voorwaarden de DNR 2011, tenzij schriftelijk anders wordt overeengekomen.
Bureau Waardenburg, Varkensmarkt 9 4101 CK Culemborg, 0345 51 27 10, info@buwa.nl, www.buwa.nl
Nader onderzoek Huurlingsedam fase 3 en 4, Wijchen
2
Voorwoord In het kader van de Wet natuurbescherming heeft Bureau Waardenburg in opdracht van VOF Huurlingsedam in 2021 het plangebied geïnventariseerd op het voorkomen van bever, alpenwatersalamander en teunisbloempijlstaart en de effecten van de werkzaamheden op deze soorten bepaald. Dit naar aanleiding van de resultaten van de quickscan uit 2020 (Sanders, 2020). Aan de totstandkoming van dit rapport werkten mee: Lieuwe Anema Jan Erik van der Heide Gertrud Berg
Veldwerk, GIS Projectleiding, rapportage Kwaliteitscontrole
Veldonderzoek is altijd een momentopname. Bureau Waardenburg waarborgt dat het onderzoek is uitgevoerd door deskundige onderzoekers volgens de gangbare standaardmethoden. Het bureau is niet aansprakelijk voor waarnemingen van soorten door derden en waarnemingen die na afronding van de studie bekend worden gemaakt.
Nader onderzoek Huurlingsedam fase 3 en 4, Wijchen
3
Inhoud
1
2
3
4
5
6
7
Voorwoord
3
Samenvatting
5
Inleiding
6
1.1
Aanleiding en doel
6
1.2
Resultaat oriënterend onderzoek
7
1.3
Verantwoording
7
Plangebied en uit te voeren werkzaamheden
8
2.1
Beschrijving plangebied
8
2.2
Uit te voeren werkzaamheden
8
Aanpak inventarisatie
9
3.1
Methodiek bever
9
3.2
Methodiek alpenwatersalamander
9
3.3
Methodiek teunisbloempijlstaart
9
Betekenis plangebied voor beschermde soorten
10
4.1
Bever
10
4.2
Alpenwatersalamander
12
4.3
Teunisbloempijlstaart
12
Effecten van de ingreep op beschermde soorten
14
5.1
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn
14
5.2
Beschermingsregime andere soorten
14
Beoordeling Wet natuurbescherming en benodigde maatregelen
15
6.1
Conclusie resultaten onderzoek
15
6.2
Overtreding verbodsbepalingen
15
6.3
Aanvullende maatregelen
15
6.4
Ontheffingsaanvraag
16
Literatuur Bijlage I
17 Inrichtingsplan fase 3 en 4
18
Nader onderzoek Huurlingsedam fase 3 en 4, Wijchen
4
Samenvatting In het kader van de Wet natuurbescherming heeft Bureau Waardenburg in opdracht van VOF Huurlingsedam in 2021 het plangebied geïnventariseerd op het voorkomen van bever, alpenwatersalamander en teunisbloempijlstaart en de effecten van de werkzaamheden op deze soorten bepaald. Dit naar aanleiding van de resultaten van de quickscan uit 2020 (Sanders, 2020). Het plangebied wordt naar verwachting enkel gebruikt als foerageergebied voor bever. Deze functie blijft deels behouden en in de omgeving zijn voldoende alternatieven. Door de werkzaamheden zijn daarom geen negatieve effecten te verwachten op de bever. Tijdens het nader onderzoek zijn teunisbloempijlstaart en alpenwatersalamander niet aangetroffen en het plangebied heeft geen functie voor deze soorten. Er worden met betrekking tot de onderzochte soorten (bever, teunisbloempijlstaart en alpenwatersalamander) geen verbodsbepalingen overtreden. Naast dit nader onderzoek heeft ook een nader onderzoek plaatsgevonden naar de das. Voor steenuil en kerkuil is een notitie opgesteld voor de effecten op deze soorten. De aanwezigheid van deze soorten was al goed bekend, waardoor er geen nieuw nader onderzoek heeft plaatsgevonden. Voorafgaand aan de werkzaamheden is een ontheffing nodig van de Wet natuurbescherming voor de das (Stichting Das&Boom 2021).
Tevens is het daarbij verstandig om de notitie over de steenuilen en de kerkuil ook voor te leggen aan bevoegd gezag (Boudewijn, 2021). Voor andere soorten zijn effecten middels mitigerende maatregelen uit te sluiten en is er geen ontheffing benodigd. Dit betreffen broedvogels en vleermuizen (Sanders, 2020). De gegevens over de aanwezigheid van bovengenoemde zijn houdbaar tot drie jaar na afronding van het veldonderzoek. Indien de in dit rapport beschreven ingreep wijzigt dan wel wordt uitgevoerd na 2024 kan een actualisatie van het onderzoek nodig zijn. In de ontheffingsaanvraag worden compensatiemaatregelen opgenomen. Er moet doorgaans worden gecompenseerd voordat de huidige verblijfplaats verwijderd wordt. Hiervoor is het dassencompensatiegebied aangewezen om te compenseren voor de effecten op de das en om voldoende foerageergebied te behouden voor steenuil en kerkuil.
Nader onderzoek Huurlingsedam fase 3 en 4, Wijchen
5
1 Inleiding 1.1
Aanleiding en doel In het kader van de Wet natuurbescherming heeft Bureau Waardenburg in opdracht van VOF Huurlingsedam in 2021 het plangebied geïnventariseerd op het voorkomen van bever, alpenwatersalamander en teunisbloempijlstaart en de effecten van de werkzaamheden op deze soorten bepaald. Dit naar aanleiding van de resultaten van de quickscan uit 2020 (Sanders, 2020). VOF Huurlingsedam is al geruime tijd bezig om in het gebied tussen de Graafseweg en de Zuiderdreef te Wijchen in het gebied “Huurlingsedam” woningen te realiseren. Deze realisatie wordt in meerdere fases uitgevoerd. In 2021 wordt fase 2 afgesloten en wordt voor fase 3 en 4 een wijziging van het bestemmingsplan aangevraagd. Het nader onderzoek is uitgevoerd voor fase 3 en 4 .
De Wet natuurbescherming heeft als doel het behoud van de biodiversiteit en duurzaam gebruik van de bestanddelen daarvan. Sommige handelingen en ontwikkelingen kunnen de natuur, en daarmee de biodiversiteit, schaden en zijn daarom krachtens de wet verboden. Is dat het geval dan is er ontheffing nodig voor het overtreden van een verbodsbepaling. In specifieke gevallen geldt een vrijstellingsregeling. Als de schade betrekking heeft op een Natura 2000-gebied moet een vergunning worden aangevraagd1.
Tijdens het onderzoek is onderzocht of het plangebied een functie heeft voor bever, alpenwatersalamander en teunisbloempijlstaart. Deze soorten zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming (zie bijlage I voor wettelijk kader). Voor de in het plangebied vastgestelde soorten zijn de effecten van de werkzaamheden beoordeeld en is aangegeven of maatregelen nodig zijn om effecten te voorkomen of te beperken. In dit rapport zijn de uit te voeren werkzaamheden en de methodiek van de inventarisatie beschreven. De effecten van de werkzaamheden zijn bepaald en getoetst aan de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Daarbij wordt ingegaan op de volgende vragen: - Welke functie heeft het plangebied voor de genoemde soorten? - Welke effecten op deze soorten heeft de ingreep? - Kunnen de effecten een wezenlijke negatieve invloed op deze soorten hebben? - Welke verbodsbepalingen worden overtreden, is voor het werk een ontheffing nodig? - Welke maatregelen om schade aan beschermde soorten te voorkomen of beperken zijn noodzakelijk?
1
Zie voor de doelstelling en regels van de Wet natuurbescherming het wettelijk kader in Hoofdstuk 2.
Nader onderzoek Huurlingsedam fase 3 en 4, Wijchen
6
1.2
Resultaat oriënterend onderzoek De conclusie van de quickscan (Sanders, 2020) is dat er nader onderzoek dient plaats te vinden naar bever, das, steenuil, kerkuil, alpenwatersalamander en teunisbloempijlstaart. Tevens dient soortgericht onderzoek uit te wijzen of het nest aan de Huurlingsedam 33 in gebruik is door boomvalk, ransuil, een andere vogelsoort of niet in gebruik is. In het huidige onderzoek wordt nader onderzoek gedaan naar bever, alpenwatersalamander en teunisbloempijlstaart.
1.3
Verantwoording De toetsing is een effectbepaling en -beoordeling op basis van de huidige aanwezigheid van bever, alpenwatersalamander en teunisbloempijlstaart in het plangebied, de functie van het plangebied en de directe omgeving voor deze soorten en de voorgenomen ingreep. De toetsing is opgesteld op basis van het in 2021 uitgevoerde veldwerk, de huidige ter beschikking staande kennis en inschattingen van deskundigen. Veldbezoek Het veldwerk is uitgevoerd volgens de geldende soortprotocollen; het Soortinventarisatieprotocol netwerk groene bureaus (2017) en het kennisdocument bever (BIJ12, 2017). Voor teunisbloempijlstaart is geen protocol beschikbaar, maar voor deze soort zijn de aanwezige teunisbloemen onderzocht op het voorkomen van rupsen van deze soort in de geschikte periode. De in dit rapport gepresenteerde gegevens over beschermde soorten zijn houdbaar tot drie jaar na afronding van het veldonderzoek. Indien de in dit rapport beschreven ingreep wijzigt dan wel wordt uitgevoerd na 2023 kan een actualisatie van het onderzoek nodig zijn.
Medewerkers Het veldonderzoek is uitgevoerd door Lieuwe Anema van Bureau Waardenburg. Aansturing en rapportage heeft plaatsgevonden door Jan Erik van der Heide, projectleider bij Bureau Waardenburg. Deze onderzoekers zijn door opleiding, werkervaring en zelfstudie gekwalificeerd voor de door hun uitgevoerde werkzaamheden. Het project is uitgevoerd volgens het kwaliteitshandboek van Bureau Waardenburg. Bureau Waardenburg is gecertificeerd overeenkomstig ISO 9001:2015.
Nader onderzoek Huurlingsedam fase 3 en 4, Wijchen
7
2 Plangebied en uit te voeren werkzaamheden 2.1
Beschrijving plangebied Het plangebied (fase 3 en 4) bestaat uit twee deelgebieden (zie Figuur 2.1). Het oostelijke deel van het plangebied is in gebruik als agrarisch gebied, met daar doorheen enkele sloten. Alle percelen zijn in gebruik als akker. Het westelijke deel van het plangebied is ook in gebruik als akker en wordt omringd door sloten. Ook staat in Figuur 2.1 fase 2 weergegeven. Hier wordt sinds 2018 nieuwbouw gerealiseerd. Fase 2 zal in 2021 worden afgerond. In de directe omgeving zijn meerdere boerderijen met schuren en erven aanwezig.
Figuur 2.1
2.2
Overzicht van reeds afgeronde fasen van Huurlingsedam (fase 2a, 2b en 2c), de nog te realiseren fase 3 en 4 en het dassencompensatiegebied.
Uit te voeren werkzaamheden Informatie over de voorgenomen ingreep is aangeleverd door VOF Huurlingsedam. VOF Huurlingsedam is voornemens om in het plangebied woningen te realiseren. In bijlage I is een concept inrichtingsplan weergegeven. Er worden geen bomen gekapt, geen bebouwing gesloopt of gewijzigd. Wel zullen er diverse watergangen worden verandert. Dit kan verleggen zijn, plaatsen van een dam en deels dempen van watergangen. Tevens worden er nieuwe watergangen aangelegd, welke breder zijn en een natuurvriendelijke oever hebben aan één zijde. Nader onderzoek Huurlingsedam fase 3 en 4, Wijchen
8
3 Aanpak inventarisatie 3.1
Methodiek bever Het onderzoek naar het gebruik van het plangebied door bever is gebaseerd op het kennisdocument bever (Bij12, 2017). Alleen het westelijk deel van het plangebied is onderzocht, omdat enkel daar kans is op verstoring (Sanders, 2020). Het onderzochte gebied is in 2021 tweemaal bezocht in april en juni om te zoeken naar sporen van bever. Een overzicht van de bezoekdata is gegeven in Tabel 3.1. Tabel 3.1
3.2
Overzicht inventarisatiedata 2021.
Datum
Soort onderzoek
Methode
15 april 2021
Bever
Sporen zoeken
26 + 28 april 2021
Alpenwatersalamander
Schepnet en fuiken
22 + 24 mei 2021
Alpenwatersalamander
Schepnet en fuiken
11 juni 2021
Bever
Sporen zoeken
19 juli 2021
Teunisbloempijlstaart
Rupsen zoeken
2 augustus 2021
Teunisbloempijlstaart
Rupsen zoeken
Methodiek alpenwatersalamander Het onderzoek naar alpenwatersalamander is verricht volgens het Soortinventarisatieprotocol Netwerk Groene Bureaus (2017). Hiervoor zijn twee bezoeken verricht in april en mei, waarbij ook beide keren twee fuiken zijn geplaatst in de meest geschikte watergang en deze zijn na twee dagen weer gecontroleerd (Tabel 3.1). Naast het onderzoek met fuiken zijn alle watergangen in zowel het oostelijke als het westelijke deel van het plangebied op diverse locaties middels een schepnet bemonsterd om de aanwezigheid van alpenwatersalamander vast te kunnen stellen.
3.3
Methodiek teunisbloempijlstaart Voor het onderzoek naar teunisbloempijlstaart is geen protocol beschikbaar. Daarom zijn er twee gerichte bezoeken verricht aan het gehele plangebied (oostelijke en westelijke deel), waarbij de waardplanten, teunisbloem, kattenstaart, basterdwederik en wilgenroosje, zijn onderzocht op het voorkomen van rupsen. Deze bezoeken zijn uitgevoerd in de periode dat de rupsen van teunisbloempijlstaart goed herkenbaar aanwezig zijn. De periode dat de teunisbloempijlstaart als rups aanwezig is, is juni-september (Tabel 3.1) (vlinderstichting, 2021).
Nader onderzoek Huurlingsedam fase 3 en 4, Wijchen
9
4 Betekenis plangebied voor beschermde soorten In dit hoofdstuk is de betekenis van het plangebied voor beschermde soorten beschreven op basis van de resultaten van de inventarisaties. Naast de bij dit nader onderzoek onderzochte soorten is het plangebied ook van belang voor steenuil, kerkuil, das, vleermuizen en vogels. Daar wordt in deze rapportage niet op ingegaan. Voor meer informatie over deze soorten verwijzen we naar de volgende onderzoeken: • Steenuil / kerkuil: Boudewijn (2021) • Das: Stichting Das&Boom (2021) • Overige soorten: Sanders (2020) In Sanders (2020) wordt ook nog gesproken over een mogelijk jaarrond beschermde nestplaats in een boom aan de Huurlingsedam 33. Deze locatie was echter geen specifiek onderdeel van het onderzoek van Sanders (2020). Er is gericht onderzoek gedaan op de Huurlingsedam 33. Tijdens de quickscan en het nader onderzoek op deze locatie is er geen jaarrond beschermd nest vastgesteld (van der Heide en Anema 2020 & van der Heide 2021).
4.1
Bever Tijdens het nader onderzoek naar bever in 2021 zijn diverse knaagsporen aangetroffen in het bosgebied net ten zuiden van het westelijke deel van het plangebied (zie Figuur 4.1 en Figuur 4.2). Er zijn echter geen burchten of holen aangetroffen. Bij het veldbezoek was het vanwege de drassige omstandigheden niet mogelijk om overal te komen. Op basis van de waarnemingen in het veld is de verwachting dat de bever enkel gebruik maakt van het plangebied om te knagen aan de bomen en de takken meeneemt naar de grote plas ten westen van het plangebied, wat een bekende plek is van de bever (mondelinge mededeling Jordy Houkes). Ten tijde dat de akker in het plangebied rijpe gewassen bevat kan deze mogelijk in gebruik zijn als foerageergebied. In 2021 zijn er aardappelen verbouwd, deze worden niet gegeten door de bever.
Nader onderzoek Huurlingsedam fase 3 en 4, Wijchen
10
Figuur 4.1 Sporen van bevervraat in het bosje ten zuiden van het westelijke deel van het plangebied.
Figuur 4.2 kaart met de locatie waar de bevervraatsporen zijn aangetroffen.
Nader onderzoek Huurlingsedam fase 3 en 4, Wijchen
11
4.2
Alpenwatersalamander Tijdens het nader onderzoek naar alpenwatersalamander in 2021 is alpenwatersalamander niet vastgesteld in het plangebied. Wel is diverse keren kleine watersalamander vastgesteld middels de fuiken (5 man, 5 vrouw en 2 juveniel). Dit betekent dat de fuiken wel goed waren afgesteld en goed werkten. De sloten in het plangebied zaten tijdens het veldwerk behoorlijk dicht met vegetatie en met het scheppen zijn onder andere stekelbaars, verschillende libellen- en jufferlarven, waterpissebedden, poel- en posthoornslakken en kleine watersalamander aangetroffen. Op basis van het nader onderzoek kan met grote waarschijnlijkheid worden gesteld dat de alpenwatersalamander niet aanwezig is in het plangebied.
Figuur 4.3
4.3
Eén van de geplaatste fuiken in een watergang in het plangebied.
Teunisbloempijlstaart Tijdens geen enkel bezoek zijn rupsen van teunisbloempijlstaart aangetroffen. Alle waardplanten van deze soorten die aangetroffen zijn in het plangebied zijn onderzocht op beide onderzoeksdagen op het voorkomen van rupsen. Er zijn daarbij geen rupsen aangetroffen van teunisbloempijlstaart. Er waren weinig waardplanten (wilgenroosje, teunisbloem, bastaardwederik en kattenstaart) aanwezig in het plangebied (zie Figuur 4.4). Op basis van deze gerichte veldbezoeken wordt het voorkomen van teunisbloempijlstaart in het plangebied uitgesloten.
Nader onderzoek Huurlingsedam fase 3 en 4, Wijchen
12
Figuur 4.4
één van de watergangen in het plangebied waar gezocht is naar waardplanten van teunisbloempijlstaart en de rupsen van deze soort.
Nader onderzoek Huurlingsedam fase 3 en 4, Wijchen
13
5 Effecten van de ingreep op beschermde soorten Dit hoofdstuk beschrijft de effecten van de werkzaamheden op de onderzochte beschermde soorten. Uitgangspunt voor de effectbepaling is dat rust- en verblijfplaatsen die plekken zijn voor een soort die van essentieel belang zijn voor haar levenscyclus en een onmisbaar onderdeel zijn van het habitat 1 . Om effecten te voorkomen zal de functionaliteit van rust- en verblijfplaatsen gewaarborgd moeten zijn. Waar relevant is in Hoofdstuk 7 aangegeven welke maatregelen in dit kader van toepassing zijn.
5.1
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Bever Het plangebied heeft geen betekenis als verblijfplaats voor bever. Effecten van de voorgenomen werkzaamheden op verblijfplaatsen van bever zijn daarom uitgesloten. Door de voorgenomen nieuwbouw binnen het plangebied zal enig foerageergebied verloren gaan. Echter dit betreft voor de bever geen essentieel foerageergebied, aangezien er ook jaren zijn waarop er gewassen worden verbouwd die niet gegeten worden door bever. In 2021 zijn er aardappelen verbouwd; deze worden niet gegeten door bever en is het daarom ook niet geschikt als foerageergebied. In de directe omgeving is veel geschikt foerageergebied aanwezig, zoals de oevers van de watergangen, waar diverse kruiden en riet groeit en ook divers zachthout aanwezig is. Teunisbloempijlstaart Er is onderzoek gedaan naar het voorkomen van teunisbloempijlstaart. Deze is niet aangetroffen. Het plangebied heeft geen betekenis voor de teunisbloempijlstaart (zie 5.3) en effecten van de werkzaamheden op teunisbloempijlstaart zijn daarom uitgesloten.
5.2
Beschermingsregime andere soorten Alpenwatersalamander Er is onderzoek gedaan naar het voorkomen van alpenwatersalamander. Deze is niet aangetroffen. Het plangebied heeft geen betekenis voor de alpenwatersalamander (zie 5.2) en effecten van de werkzaamheden op alpenwatersalamander zijn daarom uitgesloten.
Guidance document on the strict protection of animal species of Community interest under the Habitats Directive 92/43/EEC. Final version, February 2007 1
Nader onderzoek Huurlingsedam fase 3 en 4, Wijchen
14
6 Beoordeling Wet natuurbescherming benodigde maatregelen
en
In dit hoofdstuk staat de toetsing aan de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming centraal alsmede de benodigde maatregelen om de functionaliteit van rust- en verblijfplaatsen te waarborgen.
6.1
Conclusie resultaten onderzoek Het plangebied wordt gebruikt als foerageergebied voor bever. Deze functie blijft deels behouden en in de omgeving zijn voldoende alternatieven. Door de werkzaamheden zijn daarom geen negatieve effecten te verwachten op de bever. Tijdens het nader onderzoek zijn teunisbloempijlstaart en alpenwatersalamander niet aangetroffen en het plangebied heeft geen functie voor deze soorten. Voor de functie van het plangebied op andere soorten wordt verwezen naar de quickscan (Sanders, 2020). Daarnaast is een notitie opgesteld over steenuilen en kerkuilen (Boudewijn, 2021) en is het dassenonderzoek in 2021 geactualiseerd (Stichting Das&Boom, 2021).
6.2
Overtreding verbodsbepalingen Er worden met betrekking tot de onderzochte soorten (bever, teunisbloempijlstaart en alpenwatersalamander) geen verbodsbepalingen overtreden.
6.3
Aanvullende maatregelen Omdat VOF Huurlingsedam het belang inziet van duurzaam en ecologisch verantwoord bouwen zal de VOF Huurlingsedam onderstaande aanvullende ecologische maatregelen en voorzieningen toepassen. Deze maatregelen zijn bovenwetttelijk en zijn geen maatregelen om verbodsbepalingen te voorkomen. De nieuwe woningen in fase 3 en 4 worden voorzien van nest- en verblijfskasten voor vleermuis en gierzwaluw. Tevens worden nieuwe watergangen en aan te passen bestaande watergangen in fase 3 en 4 voorzien van natuurvriendelijke oevers. Bij voorkeur zullen zoveel als mogelijk inheemse bomen, struiken en kruiden geplant of ingezaaid worden. Hiervan hebben inheemse insecten zoals vlinders het meeste profijt. Als extra maatregel zijn ook enkele waterpoelen in het dassencompensatiegebied opgenomen ter bevordering van de biodiversiteit in het plangebied. En als laatste extra maatregel zullen de twee eerder gerealiseerde kerkuil huisjes verbeterd worden door een extra invliegopening voor de kerkuil in de nok en door de huisjes ook geschikt te maken voor vleermuizen en huismussen.
Nader onderzoek Huurlingsedam fase 3 en 4, Wijchen
15
6.4
Ontheffingsaanvraag Voorafgaand aan de werkzaamheden is een ontheffing nodig van de Wet natuurbescherming voor de das (Stichting Das&Boom 2021). Tevens is het daarbij verstandig om de notitie over de steenuilen en de kerkuil ook voor te leggen aan bevoegd gezag (Boudewijn, 2021). Naar verwachting is voor die soorten geen ontheffing nodig. Voor andere soorten zijn effecten middels mitigerende maatregelen uit te sluiten en is er geen ontheffing benodigd. Dit betreffen broedvogels en vleermuizen (Sanders, 2020). In de ontheffingsaanvraag worden compensatiemaatregelen opgenomen. Er moet doorgaans worden gecompenseerd voordat de huidige verblijfplaats verwijderd wordt. Hiervoor is het dassencompensatiegebied aangewezen om te compenseren voor de effecten op de das en om voldoende foerageergebied te behouden voor steenuil en kerkuil.
Nader onderzoek Huurlingsedam fase 3 en 4, Wijchen
16
7 Literatuur Boudewijn, T.J., 2021. Notitie Inschatting effecten compensatiemaatregelen das van fase 3 en 4 op Huurlingsedam op het leefgebied van steenuil en kerkuil. Bureau Waardenburg, Culemborg. BIJ12, 2017. Kennisdocument beverr (castor fiber) www.bij12.nl, versie 1.0, juli 2017 Netwerk Groene Bureaus, 2017. Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming, versie juli 2017 Sanders V. 2020. Quickscan Huurlingsedam fase 3 en 4, Wijchen. Tauw, Deventer. Stichting Das&Boom 2021. Actualisatie dassenonderzoek Huurlingsedam fase III. Stichting Das&Boom, Beek-Ubbergen. Van der Heide, JH. en L. Anema. (2020) Notitie quickscan beschermde soorten Huurlingsedam 33, Wijchen. Bureau Waardenburg, Culemborg. Van der Heide (2021), Activiteitenplan steenuil en huismus, Huurlingsedam 33, Wijchen. Bureau Waardenburg, Culemborg. Vlinderstichting, 2021, https://www.vlinderstichting.nl/vlinders/overzicht-vlinders/detailsvlinder/teunisbloempijlstaart
Nader onderzoek Huurlingsedam fase 3 en 4, Wijchen
17
Bijlage I
Inrichtingsplan fase 3 en 4
Nader onderzoek Huurlingsedam fase 3 en 4, Wijchen
18
Bijlage 3 Actualisatie dassenonderzoek, Das & Boom, juni 2021
Actualisatie dassenonderzoek Huurlingsedam fase III
Verslag opgesteld door Stichting Das&Boom in opdracht van V.O.F Huurlingsedam Beek-Ubbergen, juni 2021
Foto voorpagina: Uitzicht op toekomstige woonwijk Huurlingsedam fase III, gezien vanaf de Graafseweg (N324). Op de achtergrond de recent gerealiseerde woningen van fase II 1
Inhoudsopgave 1. 2. 3. 4. 5.
Inleiding Beleidskader Gebiedsbeschrijving Werkwijze Resultaten 5.1 Grondgebruik 5.2 Dassenburchten 5.3 Dassensporen 5.4 Dassenslachtoffers 6. Compensatie maatregelen 6.1 Compensatie voor fase III
3 3 4 4 5 5 5 8 12 14 16
Bijlage 1: Aanbevolen plantmateriaal voor haag en houtwal Bijlage 2: Beheer grasland optimaal voor Das Bijlage 3: Nog te realiseren maatregelen compensatie das (A3)
21 22 23
2
1. Inleiding VOF Huurlingsedam is al geruime tijd bezig om in het gebied tussen de Graafseweg en de Zuiderdreef te Wijchen in het gebied “Huurlingsedam” woningen te realiseren. Deze realisatie wordt in meerdere fases uitgevoerd. In 2021 wordt fase II afgesloten en wordt voor fase III een wijziging van het bestemmingsplan aangevraagd. Om de waarde van dit gebied voor de das te bepalen is in 2016 door Stichting Das&Boom een rapport opgesteld (Onderzoek naar de compensatiemaatregelen voor de das in het gebied “Huurlingsedam fase IIa”, juni 2016). Aangezien een groot deel van het leefgebied van diverse dassenfamilies verloren zou gaan, werden in dat rapport voor zowel de impact van de werkzaamheden van fase IIa als die van fase IIb (inmiddels veranderd in fase III) compenserende maatregelen voorgesteld. Omdat dat rapport inmiddels 5 jaar oud is, is de projectontwikkelaar, VOF Huurlingsedam, verplicht om de gegevens te actualiseren. In onderliggend rapport wordt deze actualisatie beschreven en wordt aangegeven welke compenserende maatregelen al genomen zijn en welke nog genomen dienen te worden.
2. Beleidskader Juridische bescherming das: Op 1 januari 2017 is de Wet Natuurbescherming ingevoerd, waarbij zowel de das als zijn burcht beschermd zijn. Dassen mogen niet gevangen of gedood worden en de voortplantings- en rustplaatsen mogen niet beschadigd of vernietigd worden (art 3.10). Deze bescherming moet worden opgevat als een waarborg dat de ecologische functionaliteit van deze plaatsen gegarandeerd wordt (bron: Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, Ministerie van EZ dec. 2016) Bovendien geldt er een zorgplicht (art 1.11) die inhoudt dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor dassen, dergelijke handelingen achterwege laat dan wel noodzakelijke maatregelen treft. Sinds 1 januari 2017 zijn de provincies bevoegd gezag. Gedeputeerde Staten kunnen ontheffing verlenen van één of meer van de bovengenoemde verboden. Zo’n ontheffing wordt uitsluitend verleend indien is voldaan aan de volgende drie eisen: - er bestaat geen andere bevredigende oplossing; - er is sprake van een wettelijk belang; - er wordt geen afbreuk gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de (lokale) populatie.
3
3. Gebiedsbeschrijving Het plangebied “Huurlingsedam Fase III ( fase IIb in rapport Onderzoek naar de compensatiemaatregelen voor de das in het gebied “Huurlingsedam fase IIa”, D&B juni 2016) in de gemeente Wijchen bevindt zich in gebied globaal ingesloten door aan de zuidzijde de Huurlingsedam, aan de westzijde de Zuiderdreef, aan de noordzijde de Oosterweg en aan de oostzijde de N324 (zie afbeelding 1). Het plangebied is de laatste jaren vooral gebruikt als akker.
Afbeelding 1: Plangebied Huurlingsedam Fase III (bebouwing rode vlak, natuur licht groene vlak))
4. Werkwijze Op 13 en 14 april 2021 is het plangebied en het aangrenzende gebied bezocht. Tijdens deze veldinventarisaties is gekeken naar de aanwezigheid van dassenholen, graafsporen van dassen, snuitputjes, mestputjes, wissels, pootafdrukken en dassenharen. De aanwezige dassentunnels nabij het plangebied zijn onderzocht op het gebruik door das. Ook zijn de al aangebrachte compenserende maatregelen onderzocht op functionaliteit. Om het potentiële voedselgebied in kaart te brengen is het grondgebruik onderzocht. Om de omvang van het foerageergebied van de das naast de visuele aspecten te kunnen beoordelen is ook gebruik gemaakt van de database van Das&Boom wat betreft de verkeersslachtoffers onder dassen.
4
5. Resultaten 5.1 Grondgebruik Om de mate van compensatie te bepalen is het nodig om te onderzoeken hoeveel foerageergebied er verloren gaat en wat de kwaliteit daarvan is. Primair dassenfoerageergebied zijn graslanden waar de das het grootste deel van het jaar zijn hoofdvoedsel, regenwormen, kan bemachtigen. Secundair dassenfoerageergebied zijn de (maïs)akkers. Door het jaarlijkse ploegen van de bodem bevinden zich in akkers minder regenwormen dan in bemeste graslanden. Dassen maken vooral gebruik van de aanwezigheid van mais in de maanden augustus – november. Het plangebied bestond in de jaren tussen 2016 en 2021 vooral uit akkers waar afwisselend vooral mais, aardappelen en uien werden verbouwd. In 2016 bestond er nog een klein perceel met grasland maar dat perceel is inmiddels ook akker geworden. Ook de landbouwpercelen ten noorden van het plangebied bestaan voornamelijk uit akkers. Alleen tussen de Valendrieseweg en de Urnenveldweg zijn nog wat graslanden aanwezig (waaronder een hertenkamp). De bemeste graslanden zijn alleen te vinden ten oosten van de N324. Aan de westzijde van het plangebied bevindt zich het Oosterpark. De meeste graslanden in dit park zijn voor recreatief gebruik, waaronder een hondenlosloopgebied. In fase IIa is circa 8,3 hectare (maïs)akker en 0,7 hectare grasland definitief als foerageergebied voor de das verdwenen.
In fase III zal daar circa 15,8 hectare akker bij komen.
5.2 Dassenburchten Op afbeelding 2 zijn de aanwezige (en inmiddels vernietigde) dassenburchten binnen en direct buiten het plangebied aangegeven (de cijfers corresponderen met die van de onderstaande tekst). Binnen het plangebied: 1. In de noordoostelijke hoek van het plangebied bevindt zich in een wal van de firma Jansen Sierbestrating een dassenburcht (foto 1). Deze burcht is door Das&Boom voor het eerst gevonden tijdens de inventarisatie van juli 2012 maar bestond al gezien de toenmalige grootte van de dassenburcht waarschijnlijk al veel langer De burcht is ondanks de vernielingen in 2015 nog steeds bewoond maar er zijn nog maar twee open holen over. Eén daarvan is recentelijk door een das verder uitgegraven en bevindt zich aan de voet van de wal tegen de akker aan. (foto 2).
Foto 1 en 2: Overzicht dassenburcht in wal met in het midden het hol aan de onderzijde van de wal 5
2. Adviesbureau Tauw gaf in haar natuurtoets uit 2009 aan dat er zich een dassenburcht bevond op het oude kwekerijterrein wat onderdeel uitmaakte van het plangebied. Deze burcht was bij Das&Boom ook bekend. Hier werden regelmatig dassen geboren. In 2011 één jaar voor de eerste inventarisatie van Das&Boom is deze burcht illegaal vernietigd. Hiervan is melding gedaan bij de gemeente Wijchen. Nabij deze verdwenen burcht was nog één hol in beide inventarisaties aangetroffen waarbij in 2012 het hol nog belopen werd maar in 2014 niet (zie foto’s 3 en 4). Tijdens de inventarisatie in 2021 is geconstateerd dat het gehele grasland verdwenen is inclusief het dassenhol (foto 5). Dit is wederom in strijd met de Wet natuurbescherming.
Foto 3: Dassenhol juli 2012
Foto 4: Dassenhol juni 2014
Foto 5: Situatie april 2021.Genomen vanaf nieuw aangebrachte sloot. Hier bevond zich het grasland en het dassenhol.
6
Buiten het plangebied: 3. Een kleine kilometer ten noorden van de dassenburcht in de wal van Jansen Sierbestrating bevindt zich een bewoonde dassenburcht in een bos op het terrein van de GGZ. Deze burcht is sinds 2007 bekend bij Das&Boom en ook tijdens het veldbezoek in april 2021 waren er bewoningssporen op tenminste vier holen van de burcht. 4. Op circa 500 meter ten oosten van de burcht in de wal bevindt zich op het voormalige terrein van defensie de oudst bekende bewoonde dassenburcht van het gebied. Deze burcht is al sinds 1990 vrijwel ononderbroken bewoond geweest door dassen. Deze burcht aan de Boskant is ten opzichte van vorige inventarisaties flink uitgebreid. Op tenminste 11 van de in totaal circa 20 holen zijn bewoningssporen aangetroffen (foto 6).
Foto 6: impressie dassenburcht Boskant 5. Medio september 2014 werd door de gemeente Wijchen melding gemaakt van een dassenburcht ten westen van het plangebied naast de gemeentewerf in het Oosterpark. De holen van de burcht bevinden zich op diverse plaatsen in een houtwal tussen de gemeentewerf en een dode arm van de Maas. Doordat de gemeentewerf dicht was ten tijde van de veldbezoeken is de burcht niet bezocht maar volgens de Vereniging Natuur en Milieu Wijchen is de burcht nog goed bewoond.
Afbeelding 2: Locaties dassenburchten (locatie 2 is inmiddels vernietigd) 7
5.3 Dassensporen In het plangebied, zijn op diverse plaatsen langs de watergangen en hagen prenten en wissels (afbeelding 3, foto’s 7 en 8) van dassen gevonden. Het grootste deel van het plangebied is nu één grote akker geworden. De grond was te droog om duidelijke sporen van dassen waar te nemen. Nabij de tunnel onder de Oosterweg zijn naast een dassenwissel ook mestputten van dassen gevonden (foto 9).
Afbeelding 3: Onderzocht gebied tussen Oosterweg, N324, Huurlingsedan fase II en Zuiderdreef. Wit vierkant = dassenprent Bruine ruit = mestputje Oranje/gele lijn = dassenwissel Groene lijn = Compensatiehaag fase II Lichtblauwe lijn = Compensatietunnel fase II Rode lijn = Compensatie dassenraster fase II Roze lijn = loopplank compensatie fase II Blauwe lijn = dassentunnel Witte lijn = dassenraster
Foto 7: Dassenwissel tussen nieuwe haag en sloot
Foto 8: dassenprent in akker naast greppel
8
Foto 9: Wissel tunnel Oosterweg
Foto 10: mestputje nabij tunnel Oosterweg
Ook in het gebied ten noorden van het plangebied zijn tussen de Oosterweg en de burcht op het GGZ terrein sporen van dassen gevonden (afbeelding 4). Opmerkelijk is het groot aantal mestputten in de akker ten noorden van het bosje in eigendom van de R.K. kerk. Mogelijk markeren deze mestputjes de territoriumgrens van de dassen van het GGZ terrein en die van de wal bij Jansen.
Afbeelding 4: Onderzocht gebied tussen Oosterweg, N324, burcht GGZ en Waszinkweg. Witte cirkel = onderdoorgang Bruine ruit = mestputje Wit vierkant = dassenprent Groene lijn = Compensatiehaag fase II Oranje/gele lijn = dassenwissel Lichtblauwe lijn = Compensatietunnel fase II Rode lijn = Compensatie dassenraster fase II
9
Vanaf de tunnel onder de Meerdreef loopt een duidelijke wissel richting tunnel onder de Zuiderdreef (afbeelding 5, foto 11). Van daar lopen de dassen aan de noordzijde van de watergang richting het plangebied (foto 12). In de zone tussen raster/haag en watergang ter hoogte van de bebouwing van fase II zijn geen sporen van dassen aangetroffen (foto 13). De grond was door ook wel heel hard zodat prenten niet te zien waren, maar waarschijnlijk prefereren de dassen toch de rustige noordzijde van de watergang.
Afbeelding 5: Onderzocht gebied tussen Meerdreef en Huurlingsedam. Groene lijn = Compensatiehaag fase II Oranje/gele lijn = dassenwissel Lichtblauwe lijn = Compensatietunnel fase II Rode lijn = Compensatie dassenraster fase II Roze lijn = loopplank compensatie fase II
Foto 11: Wissel vanuit tunnel Meerdreef
Foto 12: Wissel noordzijde watergang 10
Foto 12: Verbindingszone/Bufferzone tussen wijk en watergang. Ten zuiden van het plangebied zijn ook sporen van dassen gevonden (afbeelding 6). De duiker onder de Huurinck wordt goed gebruikt. Vanuit die tunnel lopen de dassen door het bosje richting graslanden waarbij ze op diverse plaatsen de sloot oversteken.
Afbeelding 6: Onderzocht gebied ten zuiden van plangebied. Oranje/gele lijn = dassenwissel Blauwe lijn = dassentunnel Witte lijn = dassenraster Naast de tunnels onder de Meerdreef, Zuiderdreef, Oosterweg en de Huurinck worden ook de tunnels onder de Boskant en de Graafseweg goed gebruikt door Das.
11
5.4 Dassenslachtoffers Op afbeelding 7 en in tabel 1 is aangegeven waar de afgelopen jaren dassen het slachtoffer zijn geworden van het verkeer. De locaties van de slachtoffers geven een indicatie van het leefgebied van de dassen. Gezien het feit dat het plangebied vooral bestaat uit secundair foerageergebied (maïs) is het niet verwonderlijk dat ze de Oosterweg en de N324 (daar waar mogelijk) over moeten steken om bij hun eten te komen. De slachtoffers op de Zuiderdreef zijn hoogstwaarschijnlijk afkomstig van de burcht bij de gemeenteloods. Zij foerageren juist door gebrek aan voldoende voedsel in hun directe omgeving in het plangebied. Na de aanleg van de compensatietunnels onder de Meerdreef, Zuiderdreef en Oosterweg zijn op die wegen geen slachtoffers meer gevallen. Wel werd geconstateerd dat zowel de werkpoort in het dassenraster nabij de tunnel onder de Huurinck (compensatie fase I) als nabij de tunnel onder de Meerdreef (compensatie fase II) niet meer functioneel zijn.
X-coord
Y-coord
Vinddatum
Knelpunt
Locatie omschrijving
180,42
422,90
01-06-2001
BOSKANT
THV WESTELIJKE TUNNEL
180,41
422,90
26-06-2003
BOSKANT
THV WESTELIJKE TUNNEL
180,60
422,66
05-02-2005
BOSKANT
THV OOSTELIJKE TUNNEL
180,48
422,82
18-09-2014
BOSKANT
THV HUISNR 80
180,22
423,26
03-04-2002
N324
20 M TEN ZUIDEN VAN ROTONDE OOSTERWEG
180,06
422,66
04-04-2003
N324
TUSSEN HUURLINGSEDAM EN PARKEERPLAATS
179,72
422,26
18-10-2003
N324
THV HMP 7.8
180,18
422,96
12-06-2009
N324
THV HMP 6.970
179,94
422,54
25-02-2016
N324
THV HUISNR. 302
179,93
422,54
26-09-2016
N324
THV HMP 7.4
180,09
422,73
07-02-2017
N324
CA 100 M. TEN NOORDEN VAN ROTONDE HUURINCK
180,29
423,63
07-05-2019
N324
THV EINDE GELUIDSWAL HMP 6.24
179,58
423,54
07-09-2013
OOSTERWEG
NABIJ WASZINKWEG
179,60
423,54
14-08-2012
OOSTERWEG
THV WASZINKWEG
179,70
423,50
16-06-2007
OOSTERWEG
25 M TEN OOSTEN VAN BOERDERIJ
179,72
423,50
29-08-2007
OOSTERWEG
TUSSEN EIERBOER EN 1e STOPLICHT
179,26
423,60
04-07-2016
OOSTERWEG
50 A 60 M TEN OOSTEN VAN ST.JORISPAD
179,94
424,02
12-09-2011
URNENVELDWEG
IN WEI THV NR. 30
179,95
424,02
17-04-2013
URNENVELDWEG
THV NR.30
179,88
423,86
09-08-2003
VALENDRIESEWEG
NET TEN WESTEN VAN HERTENKAMP
180,14
423,82
15-03-2008
VALENDRIESEWEG
THV HUISNR. 264
179,14
423,48
23-11-2010
ZUIDERDREEF
70M TEN ZUIDEN VAN ROTONDE MEERDREEF
179,14
423,44
08-08-2012
ZUIDERDREEF
Tabel 1: Verkeersslachtoffers dassen 2000 – 2019 nabij plangebied
12
Afbeelding 7: Dassenslachtoffers verkeer 2000 – 2019 nabij plangebied
13
6. Compensatie maatregelen Door de aanleg van een woonwijk zijn compenserende maatregelen nodig als gevolg van het verlies aan foerageergebied en het vernietigen van een dassenburcht (nr.2 zie hoofdstuk 5.2) In de soortenstandaard Das wordt aangegeven dat er sprake is van aantasting van de functionaliteit van een voortplantingsplaats of van een vaste rust- of verblijfplaats als de burcht zelf of (essentiële delen van) het gebied rond de burcht vernietigd wordt, of als de kwaliteit ervan dusdanig verslechterd dat de verblijfplaats zijn functie niet meer kan vervullen In het laatste punt is het van belang om te onderzoeken of er na de ingreep nog voldoende foerageergebieden over blijven voor de dassen. In het geval van de Huurlingsedam fase III wordt een deel van het foerageergebied van zowel de dassen uit de wal van Jansen Sierbestrating als de dassen bij de gemeentewerf vernietigd en zijn ze volledig aangewezen op graslanden en akkers in de buurt van andere dassenfamilies (GGZ en Boskant). De dassen van de gemeentewerf raken vrijwel geïsoleerd door de geplande bebouwing en zijn afhankelijk van een smalle corridor tussen Oosterweg en woonwijk om naar hun foerageergebied te lopen. Het te vernietigen dassenleefgebied is dus zeker van essentiële waarde voor de betrokken dassenfamilies. Compensatie van dit verlies is dus ook rechtvaardig.
Hiervoor heeft het ministerie in de vorm van de soortenstandaard Das richtlijnen opgesteld A: Compensatie verlies van een burcht: Maatregelen die hiervoor genomen kunnen worden zijn het aanbieden van een alternatieve locatie in de vorm van een kunstburcht/terp. In 2011 is de burcht binnen het plangebied volledig vernietigd. Waarschijnlijk zijn de dassen die het hebben overleefd vertrokken naar de wal welke onderdeel maakt bam het bedrijf Jansen Sierbestrating aan de rand van het plangebied. In 2012 is de burcht in de wal door Das&Boom pas ontdekt. Onbekend is dus of de dassen die er nu wonen afstammen van de vernietigde burcht. Ergens tussen 2016 en 2021 is ook het laatste relict van de burcht aan de rand van het resterende grasland vernietigd, mogelijk bij de aanleg van de nieuwe noord-zuid watergang door het gebied. De dassenactiviteit op burcht in de wal bij Jansen sierbestrating is de laatste jaren ook afgenomen. Mogelijk door verstoringen van de agrariër of door de werkzaamheden van het bedrijf. Het aanbrengen van een kunstburcht in het nieuw aan te leggen natuurgebied als alternatieve locatie voor deze burcht en voor de vernietigde burcht is dus zinvol.
B: Compensatie verlies van essentieel leefgebied (foerageergebied): Maatregelen die hiervoor genomen kunnen worden zijn het compenseren van verlies van primair foerageergebied (vochtig grasland) met 120% door kwaliteitsverbetering van het leefgebied van de dassenfamilies door de aanleg van blijvende graslanden voorzien van lijnvormige beplantingen (hagen/houtwallen) en hoogstamboomgaarden en het compenseren van het verlies van secundair leefgebied (akkers) in oppervlakte met 50% in de vorm van primair dassenleefgebied. Andere maatregelen zijn het aanleggen van dassentunnels en –rasters. Vooral voor de dassenfamilie bij de gemeentewerf is door hun geïsoleerde ligging het van belang dat ze zonder gevaar geleid kunnen worden naar de foerageergebieden direct ten noorden van het plangebied en in de nieuw aan te leggen groenzone.
14
Als compensatie voor de aanleg van fase II zijn al de afgelopen jaren een aantal maatregelen genomen (zie afbeelding 8): - Aanleg dassentunnel inclusief geleidend raster onder de Meerdreef; - Aanleg dassentunnel inclusief geleidend raster onder de Zuiderdreef; - Aanleg dassentunnel inclusief geleidend raster onder de Oosterweg; - Aanleg verbindings-/bufferzone tussen watergang en woonwijk (fase II) door middel van aanleg hagen, dassenraster en loopplanken; - Aanleg haag langs dassenraster richting tunnel Oosterweg; - Aanleg haag vanaf burcht in de wal tot aan loopplank; - Aanleg drie hagen in gebied tussen Oosterweg en Valendrieseweg, te weten haag tussen tunnel Oosterweg en bosje R.K. kerk (is helaas in zijn geheel dood gegaan); haag langs weilanden manege in oostelijk deel van dit gebied en haag tussen bosje R.K. kerk en Valendrieseweg. De compensatie door middel van de aanleg van primair foerageergebied tussen woonwijk fase III en Graafseweg wordt meegenomen in de compensatie van fase III
Afbeelding 8: Reeds getroffen compensatiemaatregelen naar aanleiding van realisatie fase II. Legenda: Rode lijn = dassenraster Lichtblauwe lijn = dassentunnel Lichtgroene lijn = haag Roze lijn = loopplank
15
6.1. Compensatie voor fase III Een aantal compenserende maatregelen zijn al genomen bij de uitvoering van fase II. In Hoofdstuk 6.2 van het rapport “Onderzoek naar de compensatiemaatregelen voor de das in het gebied “Huurlingsedam” fase IIa, juni 2016” worden ook de compenserende maatregelen voor fase IIb (inmiddels veranderd in fase III) beschreven. Hieronder zullen deze compenserende maatregelen nogmaals worden besproken waarbij een aantal aanpassingen en toevoegingen worden geadviseerd. De nog aan te leggen compenserende maatregelen worden afgebeeld in afbeelding 9a (westelijk deel) en 9b (oostelijk deel). Het totale inrichtingsplan met al genomen en nog te nemen compensatiemaatregelen wordt afgebeeld in afbeelding 10. In bijlage 3 wordt op A3 grootte aangegeven welke maatregelen nog gerealiseerd moeten worden In Fase III gaat er circa 13,9 hectare akker en 1,9 hectare grasland verloren gaan. Dat grasland is inmiddels al omgeploegd en verworden tot een akker. Volgens de soortenstandaard zou er 9,2 hectare (13,9 x 50% + 1,9 x 120%) primair foerageergebied ter compensatie aangelegd dienen te worden. Bovendien is er ook al (illegaal) een dassenhol als laatste relict van de burcht die hier in 2011 is vernield vernietigd. De compensatie zal voornamelijk bestaan uit het optimaal inrichten van het deel van het plangebied wat niet bebouwd gaat worden tot een dassenleefgebied.
Echter is het ook belangrijk dat zowel vanuit het westen als vanuit het noorden verbindingszones worden aangelegd naar en vanaf dit dassenlandschap zodat uitwisseling tussen de diverse dassenfamilies mogelijk blijft.
Afbeelding 9a: Inrichtingsplan westelijk deel plangebied Lichtblauwe lijn = watergang Dunne lichtgroene lijn = al aangelegde haag (zonder overstaanders) Dikke lichtgroene lijn = aan te leggen haag(deels in bufferzone) Gele lijn = gewenste haag buiten plangebied Groene bol = aan te leggen fruit/notenboom(deels als overstaander in haag) Paarse lijn = aan te leggen loopplank Dikke rode lijn = aan te leggen dassenraster in bufferzone 16
Van belang blijft dat de compenserende maatregelen ruim voor de aanleg van de woonwijk al gerealiseerd is zodat het compensatiegebied functioneel is op het moment dat het oude foerageergebied verloren gaat. Ook dienen deze compensatiemaatregelen verankerd worden in een bestemmingsplan of in een andere bindend document zodat deze maatregelen ook duurzaam verankerd zijn 1. Verbeteren verbindingszone van burcht gemeentewerf Oosterpark naar burcht in wal enerzijds en naar tunnel Oosterweg anderzijds Inmiddels is een groot deel van deze verbindingszone (bufferzone) al aangelegd. De resterende verbindingszone (raster + haag) tussen nog aan te leggen woonwijk (fase III) en watergang (deels nog aan te leggen) dient nog aangebracht te worden (helemaal door tot de vrije kavels bij de Huurinck). Ook dient er een haag aangelegd te worden tussen deze bufferzone en de al gerealiseerde haag die loopt vanaf de dassenburcht in de wal naar het westen (tot aan het huisje aangelegd ter compensatie van vleermuizen/vogels). Tussen loopplank en de al aangebrachte haag langs het dassenraster wat naar de tunnel onder de Oosterweg loopt dient ook nog een haag aangebracht te worden. In eerste instantie leek dat niet nodig door de aanwezige bomen maar het gebied is toch vrij open.
De hagen buiten de bufferzone zijn 2 rijen dik met 4 planten per meter om zo snel mogelijk de dichtheid te bereiken waarbij ze functioneel zijn als geleiding en beschutting voor de das. In het vorige rapport van Das&Boom werd geadviseerd om de haag in de bufferzone 4 rijen dik aan te planten. Dit is in de al gerealiseerde bufferzone niet gedaan (2 rijen), maar gezien het verstorende karakter van de woonwijk op enkele meters is dit wel raadzaam omdat zo de functionaliteit van de bufferzone verhoogd wordt. Bij een haag van 4 rijen breed kan volstaan worden met 2 planten (vooral bes- en doorndragend) per meter (zie ook bijlage 1 voor plantenkeuze). De bufferzone tussen haag en watergang dient ingezaaid te worden met een mengsel van gras/klaver. Aangezien dassen blijkbaar toch de noordzijde van de watergang prefereren boven de aangelegde bufferzone tegen de woonwijk aan, wordt geadviseerd om ook de mogelijkheden te onderzoeken of ook aan de noordzijde van de watergang een haag kan worden aangelegd. Mogelijk is deze grond eigendom van de agrariër op wiens grond ook een haag is aangelegd rondom het dassenraster richting Oosterweg. Om de overgang van bufferzone naar het natuurgebied voor de das te vergemakkelijken dient nog een extra loopplank of stalen U-profiel balk aangebracht te worden over de bestaande watergang.
Indien noodzakelijk kan hierop een hekwerk worden geplaats, waar dieren wel maar mensen niet overheen kunnen (foto 13). Tenslotte dient de niet aangeslagen haag die een belangrijke verbinding vormt tussen tunnel oosterweg en het R.K. bosje opnieuw aangeplant te worden (foto 14).
17
Foto 13: loopplank voor kleine dieren.
Foto 14: ontbrekende haag ten noorden van Oosterweg.
2.Optimaliseren van de groenzone (natuurgebied das) tussen de nieuwe woonwijk en de N324 Omdat de volgens de soortenstandaard Das benodigde hectares niet gerealiseerd kunnen worden dient de aan te leggen groenzone die een kleine 7 ha groot is, volledig in het teken te staan van de das. Dit betekent dat menselijke activiteiten hier niet gewenst zijn. Het gebied mag geen uitloopgebied zijn voor de bewoners van de nieuwe woonwijk. Bruggetjes naar het gebied en wandelpaden in het gebied zijn ongewenst. Indien de groenzone toegankelijk wordt voor de bewoners van de nieuwe wijk (inclusief hun honden) zal de functionaliteit van dit compensatiegebied drastisch afnemen. De aanleg (en verlenging) van de bufferzone inclusief dassenraster tussen woonwijk en deels nog aan te leggen watergang is daarom ook van zeer groot belang. De nieuwe watergang dient bovendien zo breed te worden gemaakt dat daar niet overheen gesprongen kan worden. Het talud van deze watergang kan aan de zijde van het nieuwe natuurgebied geleidelijk omhoog lopen zodat daar een plas/dras situatie ontstaat met een hoge biodiversiteit. In de groenzone dienen deels langs bestaande greppels struweelhagen (twee rijen struiken, 4 op een meter) te worden aangeplant voor geleiding en voedsel voor de das waarbij om de circa 25 meter een overstaander (fruit/notenboom) aangebracht wordt (voor plantmateriaal zie bijlage 1).
Vooral in het noordwesten van de groenzone kunnen enkele poeltjes worden gegraven voor een verhoging van de biodiversiteit van het gebied. Ook dassen kunnen daar van profiteren. Het is van belang om de gehele groenzone in te zaaien met gras (gecombineerd met een klavermengsel). Ook het beheer van dit grasland is erg belangrijk. Omdat dassen hun stapelvoedsel (regenwormen) vinden in kort gehouden grasland is het van belang dat het grasland of jaarrond wordt beweid, of meerdere keren wordt gemaaid waarbij in het laatste geval het gras bemest moet worden met ruige stalmest om de regenwormpopulatie op peil te houden. Gras met een lengte van 5 cm is de ideale hoogte waarbij dassen de regenwormen goed kunnen bemachtigen. Hoe hoger het gras wordt des te minder de dassen de kans hebben om hun belangrijkste voedsel te vergaren. In bijlage 2 wordt aangegeven hoe het grasland beheert dient te worden zodat het een volwaardig foerageergebied wordt voor de das. Ter hoogte van de dassenburcht in de wal van Jansen Sierbestrating dient een boszone van circa 20 meter aangeplant te worden om de burcht meer te beschutten (zie ook afbeelding 9b). Zoals eerder aangegeven dient door het verlies van de burcht in het plangebied in combinatie met de verstorende activiteiten van het bedrijf Jansen Sierbestrating een alternatieve locatie voor de dassen aangeboden 18
te worden. Deze kunstburcht (gangenstelsel in terp met 4 kamers) kan in dit bosperceel aangebracht worden zodat de kunstburcht in de beschutting komt te liggen. Ten westen van de boszone dient een hoogstamboomgaard te worden aangelegd (met diverse fruitbomen die op verschillende tijden in het jaar rijp zijn) als extra voedselbron. Verder dienen in de groenzone her en der fruit/notenbomen worden geplant. Het bestaande dassenraster langs de N324 dient in noordelijke richting aan beide zijden van de weg tot aan de huizen te worden doorgetrokken om ongewenste oversteekacties van de dassen te voorkomen. De verwachting zal zijn dat de groenzone frequenter door dassen zal worden gebruikt dan in de huidige situatie het geval is. De kans op het oversteken van de N324 wordt daarmee ook verhoogd. Enig probleem bij het verlengen van het dassenraster aan de oostzijde van de N324 vormt de oprit naar de boerderij aldaar. Het aanbrengen van een tunnel onder deze weg in het verlengde van het raster zou dit probleem op kunnen lossen. Het raster dient hier aan beide zijden van de inrit enkele meters omgeslagen te worden. Het plaatsen van éénrichtingspoortjes in het raster nabij dit potentiële lek is een goede manier om dassen die onverhoopt aan de verkeerde kant van het raster geraken de mogelijkheid te bieden om het raster te passeren.
Indien de eigenaar van het perceel er mee instemt dat er een dassenproof poort op de inrit wordt aangelegd is een tunnel niet nodig.
Afbeelding 9b: Inrichtingsplan oostelijk deel plangebied Legenda: Lichtblauwe lijn = watergang Dunne lichtgroene lijn = al aangelegde haag (zonder overstaanders) Dikke lichtgroene lijn = aan te leggen haag(deels in bufferzone) Gele lijn = gewenste haag buiten plangebied Oranje lijn = aan te leggen dassenraster langs N324 Zwarte lijn = aan te leggen dassentunnel onder inrit Paarse lijn = aan te leggen loopplank Rode lijn = aan te leggen dassenraster in bufferzone Groene bol = aan te leggen fruit/notenboom(deels als overstaander in haag) Donkergroen vlak = aan te planten bos Oranje vlak = aan te leggen boomgaard Geel vlak = aan te leggen kunstburcht 19
Richting het noorden dient de haag parallel aan de N324 aangesloten te worden op het bosgebiedje direct ten noorden van de rotonde. Mogelijk kan hier nog wat ingeboet worden voor extra beschutting. De tunnel die vanuit dit bosje onder de Huurinck ligt wordt goed gebruikt door das. Maatregelen wat betreft het anders inrichten van het gebiedje ten zuiden van de Huurinck zoals in het vorige rapport van Das&Boom was aangegeven is niet meer noodzakelijk aangezien dassen hier blijkbaar toch goed gebruik van maken. Het bestaande raster langs de weg de Huurinck dient aan de noordzijde verlengd te worden tot aan de nieuwe inrit van het aan te leggen woonhuis. Aan de overzijde dient het raster te worden verlengd tot aan de ontsluitingsweg (Marskramer) van de wijk gebouwd in fase I.
Afbeelding10: Totale inrichtingsplan fase II en fase III Legenda: Dunne rode lijn =al aangelegd dassenraster Donkerblauwe lijn = al aangelegde dassentunnel Dunne lichtgroene lijn = al aangelegde haag Roze lijn = al aangelegde loopplank Witte lijn = bestaand dassenraster Blauwe lijn = bestaande dassentunnel Lichtblauwe lijn = watergang(deels nog te realiseren) Dikke lichtgroene lijn = aan te leggen haag Gele lijn = gewenste haag buiten plangebied Donkergroen vlak = aan te planten bos Oranje vlak = aan te leggen boomgaard Groene bol = aan te leggen fruit/notenboom(deels als overstaander in haag) Geel vlak = aan te leggen kunstburcht Paarse lijn = aan te leggen loopplank Dikke rode lijn = aan te leggen dassenraster in bufferzone Oranje lijn = aan te leggen dassenraster langs N324 Zwarte lijn = aan te leggen dassentunnel onder inrit
20
Bijlage 1: Te gebruiken plantmateriaal voor haag en houtwal Voor de aanleg van hagen, houtwallen en fruitbomen kan een keus worden gemaakt uit de onderstaande struiken en bomen. In de bufferzone dienen vooral doornige struiken te worden gebruikt. Haag: Lijsterbes Sorbus aucuparia Hazelaar Corylus avellana Meidoorn Crataegus monogyna Sleedoorn Prunus spinosa Hondsroos Rosa canina Beuk Fagus Sylvatica Mispel Mespilus germanica Inlandse vogelkers - Prunus padus Fruitbomen (hoogstam) Zoete kers Prunus avium Wilde appel Malus sylvestris Wilde peer Pyrus pyraster De fruitbomen kunnen ook als overstaander in een haag aangeplant worden Van belang is dat struiken en bomen worden gebruik die opgekweekt zijn uit zaden van autochtone herkomst. In een houtwal kunnen ook eiken (zomereik Quercus robur) aangeplant worden maar met een maximum van 10% van het totaal aantal planten. Om te zorgen dat de aangelegde hagen en houtwallen ook daadwerkelijk snel functioneel zijn voor de das (dichte begroeiing) dienen de planten dicht tegen elkaar aan geplant te worden: (struweel) hagen in bufferzone:in vier rijen, 4 stuks per meter in driehoeksverband. Rijen 0,5 meter uit elkaar (Struweel)hagen overig: in twee rijen, 4 stuks per meter in driehoeksverband. Rijen 0,5 meter uit elkaar Houtwal: 2 à 3 stuks per meter in driehoeksverband.
Aantal rijen afhankelijk van breedte wal De hagen en houtwallen kunnen zich ontwikkelen tot robuuste uitgegroeide struiken die dan besdragend zijn. Om de struiken vitaal te houden moeten de struiken om de 6-8 jaar bij de grond afgezet worden (10 – 15 cm boven maaiveld) zodat de stronk opnieuw uitgroeit. Dit moet gefaseerd plaatsvinden zodat geen kaalslag plaatsvind in het gebied.
Voorbeeld aan te leggen houtwal 21
Bijlage 2: Beheer grasland Om tot een optimaal functioneren van een grasland ten behoeve van de das te komen is een speciaal beheer van belang: