B05 - Ruimtelijke onderbouwing Groenestraat
Tekst van het document
Belin Projectontwikkeling BV Ruimtelijke Onderbouwing Artikel 19, lid 2 WRO Woningbouwlocatie Groenestraat te Wijchen
Postbus 68 5260 AB Vught Taalstraat 36 Vught www.bro.nl
telefoon 073 658 90 40
Documentatiepagina
fax 073 656 16 65 e-mail: vught@bro.nl
Opdrachtgever(s):
Belin projectontwikkeling BV
Titel rapport:
Ruimtelijke Onderbouwing, artikel 19, lid 2WRO, Woningbouwlocatie Groenestraat te Wijchen
Rapporttype:
Definitief
Rapportnummer:
211X00365.024578_1_2
Datum:
27 januari 2006
Contactpersoon
De heer M. van Thiel
opdrachtgever(s): Projectteam BRO:
Martijn Rauwers, Lonneke Michielsen
Trefwoorden:
--
Beknopte inhoud:
Ruimtelijke onderbouwing voor de woningbouwlocatie Groenestraat te Wijchen
Inhoudsopgave
pagina
1. INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Leeswijzer
3 3 3
2. INTEGRAAL GEBIEDSPROFIEL 2.1 Inleiding 2.2 Ligging projectgebied 2.3 Beschrijving huidige situatie en omgeving 2.4 Vigerend bestemmingsplan
5 5 5 7 7
3. INTEGRAAL PROJECTPROFIEL 3.1 Inleiding 3.2 Stedenbouwkundig concept 3.3 Verkeerskundige aspecten
11 11 11 15
4. MOTIVERING 4.1 Inleiding 4.2 Beleidsafstemming 4.3 Programmatisch, ruimtelijke en mobiliteitsaspecten 4.4 Milieuaspecten 4.5 Archeologische en cultuurhistorische waarden 4.6 Economische uitvoerbaarheid
17 17 17 19 22 28 29
5. CONCLUSIE
31
Inhoudsopgave
1
Wijchen
Ligging plangebied
2
1.
INLEIDING
1.1 Aanleiding Belin Projectonwikkeling B.V. heeft een verzoek ingediend om een ruimtelijke onderbouwing op stellen ten behoeve van ‘Plan Groenestraat’ te Wijchen. Middels dit plan wordt de ontwikkeling van circa 210 woningen en een commerciële horecabebouwing mogelijk gemaakt. De gewenste ontwikkeling is niet mogelijk volgens het vigerende bestemmingsplan. Het initiatief kan gerealiseerd worden met behulp artikel 19, lid 2 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO). Het projectgebied ligt binnen het stedelijk gebied van het streekplan ‘Gelderland’, en het gebied valt binnen de KAN-contourlijn voor woningbouwgebied. Met het voldoen aan de algemene voorwaarden uit de vrijstellingslijst ex artikel 19, lid 2 WRO behorend bij de brief van Gedeputeerde Staten van Gelderland op 15 november 2005 is het college van burgemeester en wethouders bevoegd toepassing te geven aan deze procedure. Om vrijstelling te kunnen verlenen dient het project voorzien te zijn van een goede ruimtelijke onderbouwing. Voorliggende notitie vormt deze ruimtelijke onderbouwing.
1.2 Leeswijzer Allereerst wordt ingegaan op het gebiedsprofiel van de locatie, waarbij onder andere de regeling uit het vigerende bestemmingsplan behandeld wordt. Daarna wordt het project toegelicht en het hierop volgende –meest omvangrijke– hoofdstuk, omvat een motivering van het project, waarbij onder andere beleidsmatige, milieuhygienische ruimtelijke en economische aspecten aan de orde komen. Afgesloten wordt met een integrale conclusie.
Hoofdstuk 1
3
4
Hoofdstuk 1
2.
INTEGRAAL GEBIEDSPROFIEL
2.1 Inleiding Dit hoofdstuk omvat een beschrijving van de huidige situatie van het projectgebied en de directe omgeving. Allereerst is het projectgebied afgebakend. Vervolgens is gekeken naar de stedenbouwkundige, landschappelijke en infrastructurele aspecten in en rondom het projectgebied.
2.2 Ligging projectgebied Het projectgebied ligt in een gebied, gelegen tegen de wijk Kraaijenberg, van de kern Wijchen. Het projectgebied is gelegen tussen de Groenestraat resp. Hernenseweg, de A326 en de oprit vanaf de Hernenseweg naar Nijmegen toe alsmede de Randweg Noord. Het projectgebied omvat circa 4,5 ha. Het totale plan omvat de percelen Wijchen, sectie L, nummers 472, 473, 747, 489 en 490.
Luchtfoto plangebied
Hoofdstuk 2
5
Foto-impressie projectgebied
6
Hoofdstuk 2
2.3 Beschrijving huidige situatie en omgeving De gronden van het projectgebied zijn momenteel in gebruik als agrarisch weiland. Langs het terrein aan de kant van de Groenestraat en dwars door het terrein heen lopen twee hogedruk aardgas transportleidingen van de Gasunie, elk met een doorsnede van ca. 125 centimeter. In de directe omgeving van het projectgebied bevinden zich verder nog enkele boerderijen en woningen (wijk Kraaijenberg).
2.4 Vigerend bestemmingsplan Het projectgebied is gelegen binnen het bestemmingsplan “Buitengebied gemeente Wijchen”. In dit bestemmingsplan liggen op de gronden van het projectgebied de bestemming ‘Agrarisch gebied’ en de dubbelbestemming ‘Leidingen’. Bovendien is binnen de bestemming ‘Agrarisch gebied’ een aanduiding ‘landschapselementen’ opgenomen. Momenteel zijn binnen de bestemming ‘agrarisch gebied’ geen agrarische bouwpercelen aanwezig.
Uitsnede vigerend bestemmingsplan ‘Buitengebied gemeente Wijchen’
Hoofdstuk 2
7
Agrarisch gebied 1 De als zodanig op de kaart aangegeven gronden zijn bestemd voor: • agrarisch grondgebruik en agrarische bedrijfsuitoefening: • behoud, herstel en versterking van cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden; • behoud en versterking van recreatief medegebruik. een en ander met bijbehorende voorzieningen en met in acht name van de hieronder opgenomen nadere detaillering van de doeleinden. 2
Als bijbehorende voorzieningen worden tevens de volgende voorzieningen bedoeld: • geluidswerende voorzieningen; • verkeersvoorzieningen in de vorm van ontsluitingen en paden.
3
De als “landschapselementen” aangeduide kwetsbare houtopstanden ter plaatse dienen te worden gehandhaafd. De bescherming is voorts gericht op behoud en ontwikkeling van ecologische waarden met name met betrekking tot kwelafhankelijke slootkantvegetaties en met betrekking tot biotopen voor bos- en struweelvogels, moerasvogels, vlinders, amfibieën en dassen.
4
Het hele gebied mag worden gebruikt ten behoeve van extensief recreatief medegebruik. Ter ondersteuning van het recreatief medegebruik worden beperkte recreatieve voorzieningen toegestaan in het gehele gebied zoals banken, picknicktafels, bewegwijzering e.d.
5
Op de tot ‘agrarisch gebied’ bestemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van doeleinden omschreven zoals hierboven.
6
Op de gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde zoals afrasteringen ten behoeve van het agrarisch grondgebruik worden opgericht met een maximale bebouwingshoogte van 2 meter. Ten behoeve van het recreatief medegebruik is het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan zoals banken, bewegwijzering, picknicktafels e.d. met een maximale bebouwingshoogte van 2 meter.
9
Het is verboden de in dit artikel bedoelde gronden te gebruiken in strijd met de bestemming. In ieder geval geldt als strijdig met de bestemming gebruik van gronden voor het opslaan, storten en bergen van materialen en producten, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.
8
Hoofdstuk 2
Leidingen 1 De als zodanig op kaart aangegeven gronden zijn ter plaatse van de aanduiding ‘gasleiding’ alsmede 5 meter weerszijden van de op de kaart aangegeven leiding mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van een gasleiding. Op als leidingen aangegeven gronden mogen uitsluitend worden opgericht andere bouwwerken ten behoeve van de doeleinden omschreven onder 1. Afwijking t.o.v. het vigerende bestemmingsplan Functioneel Binnen de huidige bestemming zijn woningen en horecagelegenheden niet toegestaan. In de beoogde ontwikkeling wordt de agrarische functie vervangen door een woonfunctie en horecafunctie. Ruimtelijk Binnen de huidige bestemming zijn gebouwen niet toegestaan. In de nieuwe situatie worden circa 200 woningen en commerciële horecagelegenheden ontwikkeld.
Hoofdstuk 2
9
Stedenbouwkundige schets, BRO (Kees van Ham), maart 2005 (projectnr. 209x00018)
De vier deelgebieden zoals genoemd in het integraal projectprofiel
10
Hoofdstuk 2
3.
INTEGRAAL PROJECTPROFIEL
3.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt aan de hand van een stedenbouwkundig concept een korte omschrijving gegeven voor ‘Plan Groenestraat’. Daarna zal ook ingegaan worden op de verkeerskundige aspecten van het plan.
3.2 Stedenbouwkundig concept Allereerst wordt het gehele gebied kort beschreven. Het stedenbouwkundige concept wordt in belangrijke mate bepaald door de wisselwerking van een bijzondere locatie met specifieke woonvormen. Het totale plan is te verdelen in vier deelgebieden, deze worden na het algemene deel kort verder toegelicht. Algemeen Een terrein dat vrijwel geheel door infrastructuur wordt omsloten, tussen de bestaande bebouwde kom en de noordelijke snelweg langs Wijchen, vraagt om een bijzondere woonvorm met een eigen identiteit. In het plan wordt gebruik gemaakt van het WEGA-woonconcept, welke ontwikkeld is door Starterswoning BV. De Wegawoningen worden rug-aan-rug geplaatst, waardoor de woningen met de achtergevels tegen elkaar komen te staan. Een Wegawoning heeft dus geen achtertuin. De gesloten (en geluidsdichte) achtergevels van de woningen maken een zeer doelmatig gebruik van de binnenruimte mogelijk, waardoor een veel groter leefoppervlak ontstaat dan bij traditionele woningen. De meeste verkeersruimten bevinden zich achter in de woning. Bij het ontwerpen van de woningen is uitgegaan van een zo laag mogelijk grondgebruik in combinatie met een compacte woning. De compacte (rug aan rug) oriëntatie van het Wega-woonconcept leent zich uitstekend voor een scherm-variant, met een dichte kant op het noorden langs de snelweg, en een open zijde aan de zuidkant.
Alleen op die manier is een duurzame afscherming van geluid en stof gegarandeerd, door middel van een lijnvormig bebouwingsconcept dat het gehele plangebied als het ware omarmt (Lambrasse). Door dit lint te combineren met een waaier van oost-west georiënteerde compacte Wega-blokken, is gezocht naar één herkenbaar concept, met een aansprekend beeld vanaf de toeleidende hoofdwegen. Op deze manier kan de gasleiding, die dwars door het plan loopt goed worden ingepast.
Hoofdstuk 3
11
Gegeven de ruimtelijk-functionele beperkingen van deze locatie, is het essentieel dat de inrichting van de openbare ruimte extra aandacht krijgt. Aan de westflank van het plan is tussen het lint en de waaier een groene binnenruimte gecreëerd van voldoende maat, terwijl aan de zuidwestkant een brede groenzone met waterpartijen het plan completeert. In het verlengde van die groenstructuur is alleen in de westelijke punt van het terrein ruimte voor (snel)weg georiënteerde bedrijfsmatige bebouwing met horecafunctie. Gedacht wordt aan een hotel en/of zakencentrum al dan niet in combinatie met een fastfood keten. Op een centraal punt in het plan, in de zichtlijnen van de randweg, is het de bedoeling om in de vorm van een “terp (de Molenberg)” (met een knipoog naar de fraaie molen in het centrum van Wijchen) een bijzonder vormgegeven appartementengebouw te situeren, dat analoog aan de schermwoningen, een dove- (gesloten) en een open zuidzijde heeft. Overigens is het spelen met reliëf een van de kenmerkende uitgangspunten voor de inrichting van het openbaar gebied vanaf de wat dieper gelegen water-partijen tot en met de Molenberg. We zien dit landschappelijk ook in samenhang met de oplopende taluds van de infrastructuur aan de westkant van het plan.
Hoewel het plangebied verschillende typen woningen bevat is er bewust voor gekozen om voor het bebouwingsbeeld architectonisch gezien één duidelijk samenhangend concept te laten zijn. Met als richtbeeld een “veste”, scherp afgetekend ten opzichte van de omgeving en met ruimte voor accenten zoals de Donjons aan de westkant maar wel zodanig dat het totaalbeeld voorrang krijgt. Het is de bedoeling om niet alleen qua ontsluiting maar ook qua ruimtelijk beeld goed aan te sluiten bij de bestaande woonwijk Kraaijenberg. Dat betekent dat ter plaatse van de randweg gezocht is naar een parkachtige uitstraling ter weerszijden van de weg zodat het beeld van een weg door de bebouwde kom van Wijchen in plaats van erlangs (zoals in de huidige situatie) voorop staat. Vier deelgebieden Het inrichtingsplan voor het projectgebied kent een verdeling in vier deelgebieden: 1. het centrale woongebied met een centrum van goedkope starterswoningen en een scherm van wat duurdere starterswoningen en appartementen; 2. de noordoostelijke uitloper eveneens met schermwoningen en een afsluitende donjon; 3. het centrale woongebouw met woningen gericht op alleenstaanden; 4. commercieel gebied met horecafuncties. Algemeen geldt dat er veel water en groen aanwezig moet zijn.
12
Hoofdstuk 3
Ad 1. het centrale woongebied met een centrum van goedkope starterswoningen en een scherm van wat duurdere starterswoningen en appartementen (Starterswoning BV te Wijchen). In het centrale woongebied worden conceptmatige starterswoningen ontwikkeld in de vorm van Wegawoningen en Donjons. Het Wega-concept kent verschillende types, in dit plan worden de basis- en de schermwoningen gebruikt. Een rij schermwoningen wordt gesitueerd parallel aan de A326, waardoor deze meteen als geluidsbarrière en fijnstofscherm dient voor het achterliggende gebied. De schermwoningen bestaan uit blokken van 10 woningen, waarvan drie in vier lagen en de overige zeven in drie lagen. De blokken worden van elkaar gescheiden door een garage met daarop een zes meter hoog transparant geluidsscherm. Dit lint begint in deelplan 1 en zet zich ritmisch voort in deelplan 2. Aan de westzijde maakt het lint van schermwoningen een noord-zuid georiënteerde omhaal. Het lint wordt afgerond met donjons. Hierin komen acht of negen appartementen van ongeveer 80 tot 120 m2 groot. Tussen de Donjons zijn de schermwoningen in vier lagen uitgevoerd. In totaal zijn er 44 schermwoningen, waarvan 29 in een drie-laagse en 15 in een vierlaagse uitvoering. Het binnengebied zal gevuld worden met vijf groepen Wega-basiswoningen in blokken variërend van 2x8 tot 2x11 woningen.
De naar de Groenestraat georiënteerde kopgevels worden uitgevoerd met een uitkragende glazen uitbouw waardoor enerzijds deze kopwoningen optimaal kunnen profiteren van invallend zonlicht, terwijl anderzijds daardoor de architectuur een aantrekkelijk geheel vormt. Van de 76 basiswoningen worden er 36 uitgevoerd als standaard drie-laags woningen, 32 als vier-laags woningen en 8 als bijzondere kopgevelwoningen. Ad 2. de oostelijke uitloper eveneens met schermwoningen en een afsluitende donjon. Dit gebied is een voortzetting van het Wega-scherm (deelgebied 1) langs de A326, bestaande uit een viertal blokken van Wega-schermwoningen met een afsluitende donjon. Daarin bevinden zich een achttal appartementen. Ad 3. Het centrale woongebouw met woningen gericht op alleenstaanden. Op het punt waar zichtlijnen elkaar kruisen is ruimte voor een aandachttrekkende ontwikkeling. Gedacht wordt aan een soort terp; Molenberg, met daarop bebouwing. In de Molenberg is ruimte voor een parkeergarage. Het gebouw heeft een ellipsvormige uitstraling. Aan de noordkant ligt een groot vijf verdiepingen hoog trappenhuis dat vanwege de doorstoming van lucht aan de onder- en de bovenzijde open is en voor het overige fungeert als een soort geluidsscherm, waarachter zich de
Hoofdstuk 3
13
woonvertrekken bevinden. Per laag zijn 5 op het zuiden gerichte kleine appartementen voor alleenstaanden aanwezig. De oppervlakten variëren van 60 tot 75 m2. Ad 4. Commercieel gebied. In de westelijke punt wordt bedrijfsmatige bebouwing met horecafunctie gerealiseerd. Gedacht kan worden aan bijvoorbeeld een fastfood-keten, een hotel/zalencentrum, maar ook aan een gezondheids en/of fitnesscentrum of een kantorencomplex. Een bedrijfswoning is eveneens toegestaan. Als randvoorwaarden gelden: • de massa moet in verhouding staan met de grootte van het gebied; • er moet voldoende parkeercapaciteit aanwezig zijn (parkeernorm: 8 parkeerplaatsen per 100 m2 bebouwing); • de eventuele bedrijfswoning mag ten hoogste een oppervlakte van 150 m2 kennen. De commerciële voorziening wordt ontsloten via een eigen toegang vanaf de Hernenseweg. Water en groen Van de beschikbare 4,5 hectare wordt, inclusief het omringende groen, ongeveer 0,6 hectare toebedeeld aan de bedrijfsbebouwing, zodat circa 3,9 hectare voor de woningbouw beschikbaar is. Daarvan wordt circa 1,5 ha toebedeeld aan de woningen zodat er 2,4 ha overblijft voor wegen, openbaar parkeren, gemeenschappelijke voorzieningen en vooral groen- en watervoorzieningen. De openbare groenvoorzieningen zijn bedoeld als compensatie van de afwezigheid van eigen achtertuinen.
In het gebied zal ter plaatse van de doorkruising van de gasleiding een beschut gebied gecreëerd worden in een amfitheaterachtige vorm, waar bijvoorbeeld kindervoorzieningen kunnen worden aangebracht. Tevens is er een gemeenschappelijke tuin gecreëerd. Openbare ruimte De inrichting van het terrein is vooral een inpassing van het programma in het bestaande landschap. Er wordt gezocht naar duurzame oplossingen voor bijvoorbeeld de al aanwezige bomen in het projectgebied. Slechts vier bomen zullen verplaatst worden. Er is gekozen voor een terrein met lichte hoogteverschillen. Thema van de openbare ruimte zijn de heuvels die een “spoor” door het plan trekken. Op deze manier kunnen veel parkeerplaatsen ongemerkt en overdekt in het gebied worden opgenomen. De heuvels zijn gemiddeld 1 tot 1,5 meter hoog.
14
Hoofdstuk 3
Voor de inrichting van het terrein zijn de volgende uitgangspunten aangehouden: • gebruik van een beperkt aantal soorten duurzame materialen en duurzame soorten groen; • de afvoer van water in de openbare ruimte zoveel mogelijk tastbaar maken. Dit betekent afkoppeling van hemelwater vanaf de daken van de woningen en straten. Dit wordt via goten afgevoerd naar de groenzone; • in het projectgebied is een grondwatervijver aanwezig; • de wijk heeft geen duidelijk gemarkeerde straten maar is een woonerf. Parkeerplaatsen zijn niet als zodanig in de openbare ruimte opgenomen. Wel zijn er logische plekken in het bestrate gebied te vinden die zich lenen voor parkeerplaatsen.
3.3 Verkeerskundige aspecten Ontsluiting Algemeen Naast de woonontsluiting wordt op één punt, volledig losgekoppeld van de woonbuurt zelf, ruimte gemaakt voor de aansluiting voor de voorzieningen in de westpunt van het plangebied. Het is mogelijk om centraal tussen de beide bestaande aansluitingen vanaf de snelweg naar de randweg een aansluitpunt in te passen. Zowel langs de randweg als ter plaatse van de westelijke aansluiting op de snelweg is sprake van vrijliggende fietspaden die ook al door de vorm van het plangebied nauw aansluiten op de nieuwe functies. Wat betreft de voetpaden zijn de groene routes in en door het plangebied van belang als ook de verbinding met Kraaijenberg. Ontsluiting woningen Vanaf de Randweg Noord zal een aansluiting voor de woonwijk worden gerealiseerd, vergelijkbaar met de bestaande aansluiting Randweg Noord – Kavelpad. Kenmerkend voor het Wega-concept (schermvariant of rug aan rug), is de begane grondlaag voor entree, berging en garage. Binnen de waaier wordt daarmee uitgegaan van een inrichtingsconcept dat per woning een tweetal parkeerplaatsen op het maaiveld mogelijk maakt.
Mede gelet op het feit dat het plangebied voor de auto in feite als één grote cul de sac functioneert en dus verkeersluw kan worden vormgegeven, wordt er van uit gegaan dat de ruimte tussen de blokken in beginsel als één geheel wordt vormgegeven en de bovengenoemde norm kan worden ingepast. De westflank van het plangebied is zo ingericht dat een vrachtauto centraal door het gebied een lus kan rijden, waaraan ook de verzamelplekken voor huisafval zijn gesitueerd.
Hoofdstuk 3
15
Ontsluiting commerciële voorziening De commerciële voorziening wordt ontsloten vanaf een aparte T-aansluiting op de Hernenseweg. Deze aansluiting moet volledig los gezien worden van de ontsluiting van het aangrenzende woongebied. De bedoeling is dat in de westelijke punt ruimte gemaakt wordt voor een commercieel programma (ca. 2.500 m²) dat maximaal plaats biedt aan 200 parkeerplaatsen, die op een landschappelijk aantrekkelijke manier moet worden afgeschermd van de groene zoom rond het woongebied. We gaan er daar bij vanuit dat het parkeerterrein op de begane grond onder het gebouw doorloopt zodat het in ieder geval een deel van het complex ook op het niveau van omliggende infrastructuur is georiënteerd. Parkeren Voor alle Wega-woningen zijn twee parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd. Tussen de blokken van 10 woningen wordt als overgang een garage gesitueerd (in totaal 6), met daarop een aansluitend scherm zodat een doorlopend geheel ontstaat. Voor de noordelijke donjon zijn 6 parkeerplaatsen gerealiseerd in een afgesloten garage op de begane grond, bij de zuidelijke donjon wordt deze ruimte ingenomen door een woning en een berging. De oostelijke donjon voorziet in in vijf parkeerplaatsen op de onderste laag. Ter plaatse van de donjons zijn openbare parkeerplaatsen gerealiseerd.
Voor het centrale woongebouw geldt een nagenoeg ondergronds gesitueerde parkeerkelder welke ruimte biedt voor 25 voertuigen (elke woning één parkeerplaats). In de openbare ruimte nabij de entree is nog ruimte voor acht parkeerplaatsen. Tevens is in het gehele gebied ruimte om te parkeren in het openbaar gebied. Dit zijn ongemarkeerde parkeerplaatsen.
16
Hoofdstuk 3
4.
MOTIVERING
4.1 Inleiding In dit hoofdstuk zijn de criteria op een rij gezet die gebruikt worden voor de ruimtelijke onderbouwing en afweging. De te hanteren criteria zijn samen te vatten tot de volgende hoofdthema’s: • beleidsafstemming; • ruimtelijke, programmatische en mobiliteitsaspecten; • milieuhygiënische aspecten; • financieel-economische haalbaarheid.
4.2 Beleidsafstemming Rijk In de Nota Ruimte wordt het nationaal ruimtelijk beleid vastgelegd tot 2020, waarbij de periode 2020-2030 geldt als doorkijk naar de lange termijn. Hoofddoel van het nationaal ruimtelijk beleid is ruimte te scheppen voor de verschillende ruimtevragende functies op het beperkte oppervlak dat in Nederland beschikbaar is. Meer specifiek richt het kabinet zich hierbij op vier doelen: • versterking van de internationale concurrentiepositie van Nederland; • bevordering van krachtige steden en vitaal platteland; • borging en ontwikkeling van belangrijke (inter)nationale ruimtelijke waarden; • borging van de veiligheid. Het rijk heeft zes nationale stedelijke netwerken en dertien grotendeels binnen deze netwerken gelegen economische kerngebieden aangewezen. Een deel van elk nationaal stedelijk netwerk is eveneens economisch kerngebied. De gemeente Wijchen valt in een nationaal stedelijk netwerk welke eveneens grotendeels een economisch kerngebied is: Knooppunt Anrhem-Nijmegen (KAN). Het KAN is centraal gelegen tussen de Randstad Holland en het Duitse Rijn/Roergebied. Binnen een brede economische structuur zijn in dit gebied met name de industrie en daaraan gelieerde logistiek relatief sterk vertegenwoordigd.
Het wordt gekenmerkt door een brede economische structuur, gebaseerd op kernkwaliteiten als: een groot aanbod aan internationale vervoersmodaliteiten (weg, spoor, water en de nabijheid van het Duitse vliegveld Niederrhein), aanwezigheid van kenniscentra met een breed scala aan onderwijs- en culturele voorzieningen en een gevarieerd aanbod aan woon-, werk- en landschappelijke milieus.
Hoofdstuk 4
17
Beleidsdoelen voor nationale stedelijke netwerken zijn: • ontwikkeling van nationale stedelijke netwerken en stedelijke centra; • verstedelijking van de economische kerngebieden; • verbetering van de bereikbaarheid; • verbetering van de leefbaarheid en sociaal-economische positie van steden; • bereikbare en toegankelijke recreatievoorzieningen in en rond de steden; • afstemming van verstedelijking en economie met de waterhuishouding; • waarborging van milieukwaliteit en veiligheid. Ondanks het streven naar bundeling van verstedelijking, is het uitgangspunt dat in iedere gemeente voldoende ruimte wordt geboden om te voorzien in de natuurlijke bevolkingsaanwas. Dat geldt ook voor meer landelijke gebieden, waar vooral starters en ouderen moeite hebben om aan een geschikte woning te komen, waardoor de sociale samenhang onder druk komt te staan. Het initiatief zorgt voor aanzienlijke aanvulling van het huidige woningenbestand, waarmee ruimte wordt geboden om te kunnen voorzien in de natuurlijke bevolkingsaanwas. Daarnaast wordt er in dit concept specifiek aandacht geschonken aan starterswoningen en woningen voor de kleine huishoudens. Provincie Recentelijk heeft de provincie Gelderland het nieuwe streekplan vastgesteld. Dit plan beschrijft het beleid dat de provincie voert voor de komende 10 jaar tot 2015.
Met het provinciaal ruimtelijk beleid wil de provincie bijdragen aan verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Het Gelders kwalitatief woonbeleid richt zich zowel op bestaand bebouwd gebied (herstructurering, transformatie) als op nieuw stedelijk gebied (uitbreiding). De hoofddoelstelling van het Gelders ruimtelijk beleid voor de periode 2005-2015 is om de ruimtebehoefte zorgvuldig in regionaal verband te accommoderen en te bevorderen dat publieke (rijk, provincie, gemeenten, waterschappen) en private partijen de benodigde ruimte vinden, op een wijze die meervoudig ruimtegebruik stimuleert, duurzaam is en de regionale verscheidenheid versterkt, gebruik makend van de aanwezige identiteiten en ruimtelijke kenmerken. De provincie wil voorzien in voldoende ruimtelijke reservering voor de behoefte aan stedelijke functies (wonen, werken, winkels, sportvelden en –accommodaties, sociaal-culturele voorzieningen, scholen, kerken, e.d.). Stedelijke uitbreidingen binnen de provincie moeten aansluiten bij de ruimtelijke structuur/kenmerken van de regio. Tevens zal bij de locatiekeuze en planuitwerking van de stedelijke uitbreiding voldaan moeten worden aan basiskwaliteitseisen van bodem (waaronder archeologie), water, geluid, luchtkwaliteit en externe veiligheid. Deze elementen dienen expliciet te worden betrokken bij een integrale afweging t.b.v. planontwikkeling.
18
Hoofdstuk 4
Het project is bij het Knooppunt Arnhem Nijmegen (KAN) aangemeld (en als zodanig geaccepteerd) als een plan waarop de regeling “versnelling woningbouw” van toepassing is. Dit impliceert dat het KAN en de provincie Gelderland zich zullen inspannen dat zo snel mogelijk met de realisatie kan worden gestart. Het projectgebied ligt aan de rand van het stedelijk gebied, binnen het nationaal stedelijke netwerk KAN. Volgens het ‘voorontwerp Regionaal Plan KAN’ zouden er in het KAN 55.000 woningen bijgebouwd moeten worden voor onder andere de natuurlijk bevolkingsaanwas. Hiervoor worden KAN contourlijnen vastgesteld waarbinnen de woningbouw moet plaatsvinden. Het projectgebied valt binnen deze contourlijn De bestaande woonvoorraad krijgt met de komst van circa 210 woningen een aanzienlijke impuls. Gemeente Gemeentelijk Volkshuisvestingsbeleid Op 15 juli 2004 heeft de Wijchense Raad ingestemd met de KAN-Concessie. Dit betekent dat de gemeente Wijchen zich conformeert aan de afspraken die in deze concessie zijn opgenomen, onder andere wat betreft de woningdifferentiatie. Wijchen zal in een periode van 5 jaar 50 % van haar woningbouw in het betaalbaar segment moeten realiseren. Dit kan zowel sociale huur als sociale koop zijn. Op dit moment is nog een aantal plannen in voorbereiding waarin (overwegend) dure woningen worden gerealiseerd.
Mede ter compensatie van deze plannen wordt het project Groenstraat ontwikkeld, dat volledig binnen het betaalbare segment valt. Strategische visie Wijchen Eind 2003 is de Strategische Visie 2025 gepresenteerd. Deze visie zal op 23 februari 2006 door de gemeenteraad worden vastgesteld. In deze visie is een toekomstrichting voor Wijchen aangegeven. Er is bewust gekozen voor concentratie van de bouwopgave om de kern Wijchen, met daarbij Wijchen-west als belangrijkste locatie. De ontwikkeling van het plan Groenestraat sluit hierop aan.
4.3 Programmatisch, ruimtelijke en mobiliteitsaspecten Welstand Het plan is op verschillende momenten voorgelegd aan de Geldersche Welstandscommissie. De welstandscommissie is in onderdelen steeds akkoord gegaan. Op 20 oktober 2005 is de nieuwe versie van het centrale woongebouw, de totaliteit van alle eerder goedgekeurde onderdelen alsmede de nieuwe situatieschets en de materialisering integraal in welstand besproken. Op 16 november 2005 is de laatste fase van het centrale woongebouw ter goedkeuring voorgelegd en op 11 januari 2006 is tenslotte de wijziging van de oostelijke uitloper van een gebied met vrije sector wo-
Hoofdstuk 4
19
ningen naar een scherm van Wegawoningen aan de orde gesteld en akkoord bevonden. De Geldersche Welstandcommissie kan derhalve volledig met het plan en de uitwerking daarvan instemmen. Woningbouwprogramma Hieronder wordt het woningbouwprogramma weergegeven zoals gepland is in de stedenbouwkundige opzet. Deelplan
Aantal
Centraal
woonge-
25
Soort woning Appartementen voor alleenstaanden
bouw (3) Wegawoningen (1/2)
Donjons (1/2)
68
Wegabasiswoningen voor starters
8
Uitgebouwde Wegawoningen voor starters
84
Wega schermwoningen voor starters
25
Appartementen voor starters, doorstromers en een- of tweepersoonshuishoudens
(de tussen haakjes genoemde getallen slaan op de deelgebieden, welke omschreven zijn in het hoofdstuk ‘integraal projectprofiel))
Door dit woningbouwprogramma wordt er een breed aanbod gedaan aan doelgroepen als starters en alleenstaanden. Dit zijn groepen die in een traditionele gezinsmarkt weinig aan bod komen. Alle woningen worden aangeboden in de goedkope sector. Het plan voldoet dus ruimschoots aan de prijsafspraken met het Knooppunt Arnhem Nijmegen, die slechts een percentage van 50% sociale woningen in binnenstedelijke gebieden vereisen. Parkeren Woning
Aantal pp per woning op
Totaal eigen terrein
eigen terrein of garage Wega basiswoning (76 stuks)
2,5
190
Wega schermwoning (44 stuks)
2,5
110
Donjons west (17 stuks)
0,6
6
Centraal woongebouw (25 stuks)
1,0
25
Wega schermwoningen deelplan 2 (40 stuks)
2,5
100
Donjons deelplan 2 (8 stuks)
0,75
6
Totaal (210 stuks)
443
In totaal worden 210 woningen met daarbij 443 parkeerplaatsen op eigen terrein of in een bijbehorende parkeergarage en/of –kelder gerealiseerd. Er geldt in dit geval een gemiddelde van 2.0 parkeerplaatsen per woning. Daarnaast worden nog circa 70 parkeerplaatsen in de openbare ruimte geboden. Circa 20 parkeerplaatsen bevin-
20
Hoofdstuk 4
den zich in de nabijheid van de westelijke donjons, ruim 20 parkeerplaatsen bevinden zich in het middengebied, in de nabijheid van de Wega-basiswoningen. Ongeveer 10 parkeerplaatsen bevinden zich bij het centrale woongebouw en er is ruimte voor circa 20 parkeerplaatsen opgenomen in het oostelijk deel van het plangebied. Tevens zijn er 6 losse privé garages met elk 1 parkeerplaats in de aanbieding. Uit het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat er ruim voldoende parkeerplaatsen aanwezig zijn. Voor wat betreft het commerciële horecagebied geldt een parkeernorm van 8 parkeerplaatsen per 100 m2. Ontsluiting De geplande ontsluiting zowel in het plangebied als van het plangebied op de bestaande infrastructuur is voldoende om de nieuwe woningen te ontsluiten. Ook is er rekening gehouden met het eventuele vrachtverkeer voor bijvoorbeeld het huisafval. Duurzaam Bouwen toepassingen (DUBO) In het complex worden de volgende DUBO-normen toegepast: Planmatig • Grote prijsdifferentiatie en een breed woningaanbod. • Bevordering doorstroming in onderhavige wijk. • Aantrekkelijke buitenruimte voor buurt. • Zeer geringe parkeerdruk. • Ontwikkeling zeer geluidsgevoelige locatie. Bodem • Afkoppeling hemelwaterafvoeren; infiltratie regenwater in de bodem; • Ecologisch milieu in plangebied. Recycling • Toepassing betonpuin-granulaat in in-situ gestort beton. • Recyclebare pvcd- en pe leidingen.
• Rookgasgips in lichte scheidingswanden. • VL-TK isolatie in zwevende dekvloeren. Installaties • Kort leidingverloop van warmtebron naar tappunten. • Waterbesparende douchekoppen.
Hoofdstuk 4
21
Materialen • Kalkzandsteen wanden voor de hoofdconstructie. • In appartementen: zwevende anhydrietdekvloeren. • In appartementsgebouwen: onderhoudsvrije aluminium daken. • Hout aan gevelelementen kunststof of vv FSC keurmerk. • Watergedragen verfsystemen. • HR++ beglazing. Geluidsisolatie • In Wegawoningen: ankerloze spouwmuren; niet doorlopende vloeren. • In appartementen: zwevende dekvloeren. Het definitieve pakket Dubomaatregelen wordt nog ten tijde van de realisering van het project met de gemeente vastgesteld.
4.4 Milieuaspecten Flora en Fauna Op 23 augustus 2005 is door BRO een verkennend onderzoek1 uitgevoerd naar het (mogelijk) voorkomen van beschermde planten en dieren in en rond het plangebied Lambrasse (Groenestraat) in de kern Wijchen. Dit rapport is een separate bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing, hieronder worden enkel de conclusies weergegeven. Beschermde soorten • Bij het ruimtelijk plan hoeft geen rekening gehouden te worden met vaatplanten. • Bij het ruimtelijk plan hoeft geen rekening gehouden te worden met zoogdieren. • Bij het ruimtelijk plan moet rekening gehouden worden met broedvogels. • Bij het ruimtelijk plan hoeft geen rekening gehouden te worden met amfibieën, reptielen en vissen. • Bij het ruimtelijk plan hoeft geen rekening gehouden te worden met libellen, dagvlinders en overige ongewervelde dieren. Te verwachten effecten Ter bescherming van de aanwezige broedvogels dienen de volgende maatregelen in acht te worden genomen: • werkzaamheden dienen buiten het broedseizoen plaats te vinden; • voor aanvang van het broedseizoen dienen mogelijke broedplaatsen ongeschikt gemaakt te worden. 1
Quick-scan Flora en Fauna, locatie Groenestraat te Wijchen, BRO, november 2005 (rapportnr. 210x00028.026162_1)
22
Hoofdstuk 4
Ontheffing en zorgplicht Artikel 2 van de Flora- en faunawet schrijft voor dat iedereen de algemene zorgplicht voor de in wild levende planten en dieren in acht moet nemen. Dit houdt in dat handelingen die niet noodzakelijk verband houden met het beoogde doel, maar nadelig zijn voor de flora en fauna achterwege moeten blijven. De Flora- en faunawet die zich richt op soortenbescherming kent geen compensatieplicht. Op grond van artikel 2 (die de algemene zorgplicht regelt) moet schade aan soorten zoveel mogelijk worden voorkomen of beperkt. Bodem en grondwater In het kader van de artikel 19, lid 2 WRO procedure vormt de bodemkwaliteit bij ontwikkelingen van ruimtelijke functies een belangrijke afweging. Een bodemonderzoek is noodzakelijk. Op d.d. 17 augustus 2005 heeft een verkennend bodemonderzoek2 plaatsgevonden. Hieruit is gebleken dat het terrein geschikt is om te worden bebouwd zonder dat saneringsmaatregelen behoeven te worden getroffen. De aangetroffen verhoogde gehaltes aan nikkel en zink in de ondergrond en in het grondwater vormen geen belemmering voor de realisering. De vrijkomende grond uit de ondergrond kan niet zonder meer hergebruikt worden. Indien in de toekomst grond van de locatie wordt afgevoerd dient een praktijkkeuring conform het bouwstoffenbesluit te worden uitgevoerd.
Door bureau Geoconsult is een honderdtal sonderingen in het terrein gemaakt, waaruit gebleken is dat de ondergrond onder de geplande bebouwing een zodanige samenstelling heeft dat er ter plaatse geheid dient te worden. De opbouw van de bodem is kleiachtig. Het grondwater ligt op een diepte van circa 1,5 tot 2 meter onder het maaiveld zodat, voor zover de parkeerkelders gebouwd worden, dit kan geschieden zonder dat bronbemaling behoeft te worden toegepast. Verder zijn er uit dit onderzoek geen bijzonderheden gebleken. Bedrijfshinder Bij de planontwikkeling dient rekening gehouden te worden met milieuzoneringen van bestaande en toekomstige bedrijven. Op basis van de brochure “Bedrijven en milieuzonering3” wordt bepaald welke gewenste afstanden er aangehouden dienen te worden. Er zijn in de omgeving geen bestaande en toekomstige bedrijven waar rekening mee gehouden hoeft te worden op basis van eerder genoemde brochure. Externe veiligheid Er zijn uiteenlopende risico’s waaraan men in de dagelijkse leefomgeving bloot kan staan. Het betreft hierbij onder meer risico’s van gevaarlijke stoffen in bedrijven en bij transport van deze stoffen. Deze risico’s zijn gebonden aan een bepaalde plaats.
2
3
Verkennend bodemonderzoek Nieuwbouwproject Lambrasse aan de Groenestraat te Wijchen, Cauberg-huygen, 17 augustus 2005 (rapportnr. 2004.3116-1). Bedrijven en Milieuzonering, Uitgave VNG, Den Haag, 2001.
Hoofdstuk 4
23
Voor het transport zijn dat de wegen, het spoor, de waterwegen en de buisleidingen. Vooral bij nieuwe woningbouwontwikkelingen dient rekening gehouden te worden met eventueel aanwezige externe risco’s die de veiligheid negatief kunnen beïnvloeden. Ingenieursbureau Oranjewoud heeft onderzoek4 uitgevoerd naar de externe veiligheid voor het plangebied. Hieronder worden enkel de conclusies verwoord, de gehele rapportage geldt als separate bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing. Het onderzoek van Ingenieursbureau Oranjewoud heeft tevens als basis gediend voor de projectgroep Externe Veiligheid. Het eindverslag van de projectgroep is als bijlage ingevoegd in onderhavige ruimtelijke onderbouwing. Inrichtingen Volgens de Risicokaart Externe Veiligheid zijn er in de omgeving van het projectgebied geen risicoveroorzakende bedrijven en/of aanwezig die in het kader van de externe veiligheid extra aandacht behoeven. Transportroutes Rijksweg A326 ligt langs de noordzijde van het projectgebied. De risicoatlas voor het wegverkeer geeft géén vervoer aan van gevaarlijke stoffen over deze weg. Ook vanuit andere routes (A50-A73) is geen sprake van belemmeringen. De afstand van de Spoorlijn Nijmegen- Den Bosch is zodanig ver van de betreffende locatie gelegen dat, ook al zou deze spoorlijn gebruikt worden voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, dat geen invloed op deze locatie zou hebben.
Echter, deze spoorlijn wordt niet gebruikt voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Transportleidingen Door het plangebied loopt een tracé met hogedruk aardgasleidingen. Dit betreft totaal twee hogedruk transportleidingen (HTL leidingen), met elk een diameter van 123 cm. De gemiddelde diepte van de ligging van de leidingen is 1.75 meter. De werkdruk is 66 bar. De wetgeving op het terrein van aardgasleidingen is in beweging. Er geldt een oude ministeriele regeling (de circulaire van het Ministerie VROM 'Zonering langs hogedruk aardgas-transportleidingen' van 26 november 1984) en een nieuwe (nog niet gepubliceerde) maar al wel door de beheerder van de gasleidingen, de Gasunie toegepaste nieuwe regeling. Enerzijds is de nieuwe regeling strenger, maar anderzijds ook genuanceerder. Bij brief d.d. 13 januari 2005, nr. TOGO 05.B.0145 heeft de Gasunie medegedeeld (op basis van de in ontwerp zijnde regeling 2006) dat vanuit een oogpunt van het plaatsgebonden risico er geen bezwaar tegen is om woningen te bouwen tot op een 4
Beschouwing Externe veiligheid Nieuwbouwplan Wijchen, Oranjewoud, januari 2006 (projectnr. 2172-152308)
24
Hoofdstuk 4
afstand van 5 meter ten opzichte van de gasleiding. Deze conclusie kan vooral getrokken worden omdat de aardgasleidingen vrij diep liggen en behoorlijk dikwandig zijn. De risicocontouren van de hogedruk gasbuisleidingen dienen te worden opgenomen in het bestemmingsplan. Door Ingenieursbureau Oranjewoud is een onderzoek5 uitgevoerd (waaraan opnieuw door de Gasunie gemaakte berekeningen ten grondslag liggen) waaruit geconcludeerd kan worden dat: • het plaatsgebonden risico voldoet aan de norm 10-6; • dat het groepsrisico als gevolg van het bouwplan toeneemt tot ongeveer de oriëntatiewaarde. De geplande bebouwing blijft daarmee binnen de redelijke risicogrenzen, onder de verplichting aan het bevoegd gezag om invulling te geven aan de verantwoordingsplicht. Daaraan wordt voldaan door vooraf en tijdens de bouw een werkgroep van deskundigen en belanghebbenden goede werkafspraken te laten uitwerken, welke moeten voorkomen dat er tijdens de bouw calamiteiten ontstaan, terwijl er voorts een aantal maatregelen worden genomen (in detail uit te werken door deze werkgroep) waardoor de veiligheidsmaatregelen ook voor de toekomst verankerd worden. De leidingbeheerder, de Gasunie, heeft bij brief6 aangegeven met de conclusies van het rapport van Ingenieursbureau Oranjewoud in te kunnen stemmen.
Daardoor wordt voldaan aan het criterium van artikel 5, sub 4 punt 3 van de genoemde circulaire 1984 en is er (bij instemming door uw college) overeenstemming tussen belanghebbenden, in casu de grondeigenaar Belin BV, de leidingbeheerde de Gasunie en de Gemeente Wijchen. De Regionale brandweer advies heeft uitgebracht over deze ruimtelijke ontwikkeling. Het door de Regionale brandweer opgestelde advies heeft betrekking op een ongevalscenario waarvan de kans dat het voor komt uiterst klein is.De door de Regionale brandweer voorgestelde maatregelen aan de bron en ter beperking van de effecten worden opgevolgd. Nagegaan moet worden in hoeverre opschaling voor de rampenbestrijding voor de Regionale Brandweer noodzakelijk is. In technisch-juridische zin bestaan er vanuit een oogpunt van externe veiligheid geen beletselen in de weg om de ontwikkeling van deze woonwijk door te zetten. Geluid In de Wet geluidhinder (Wgh) is vastgesteld dat bij vaststelling van een bestemmingsplan akoestisch onderzoek dient te worden verricht, indien in het plangebied
5
6
Externe Veiligheid Groenestraat te Wijchen, Ingenieursbureau Oranjewoud, revisie 06, januari 2006 (rapportnr. 2172-152308) brief Gasunie: d.d. 9 januari 2006. Kenmerk: TOGO 06.B.0161
Hoofdstuk 4
25
geluidgevoelige functies (zoals woningen) zijn voorzien binnen de invloedssfeer van (weg)verkeerslawaai. Dit geldt voor alle straten en wegen, met uitzondering van: • wegen die in een als ‘woonerf’ aangeduid gebied liggen; • wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km/uur geldt; • wegen waarvoor op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveaukaart vaststaat dat de geluidsbelasting op 10 m vanuit de as van de meest nabijgelegen rijstrook 50 dB(A) of minder bedraagt. De geluidsbelasting op (opengaande delen van) de gevels niet meer mag bedragen dan 50 dB(A), en binnen de woning mag niet meer geluidsbelasting optreden dan 35 dB(A). Bij gebruik van dove gevels zijn geen geluidsbeperkende maatregelen noodzakelijk. De norm van 50 dB(A) kan middels een provinciale Procedure voor Hogere Grenswaarden verhoogd worden naar maximaal 55 dB(A). Rijksweg A326 De A326 heeft een hoge geluidsbelasting. De alle aan de snelweg gelegen woningen worden ook uitgevoerd met een dove gevel, hetzij een dichte gevel zonder ramen en deuren, hetzij met een extra ruimte die een geluidsbuffer vormt tussen gebruiksgebied en buitengebied (bv bij de uitbouwen van de schermwoningen). Doordat er incidenteel, door weerkaatsing op andere woningen en/of door geluidslekken tussen woningen door, sprake kan zijn van een verhoogde geluidsbelasting wordt een Hogere Grenswaarde van 55 dB(A) aangevraagd.
De woningen op het binnenterrein wordt zodanig afgeschermd door de omliggende woningen dat de geluidsbelasting voldoet aan de norm van 50 dB(A) en zeker voldoet aan de Hogere Grenswaarde van 55 dB(A). Hernsenseweg en Randweg Noord De woningen die binnen de geluidscontouren liggen van de Hernenseweg en de Randweg Noord voldoen aan de geluidsnormen. Ook hiervoor geldt dat er voor de incidenteel verhoogde geluidsbelasting een Hogere Grenswaarde aangevraagd wordt. Conclusie Het gehele plangebied voldoet aan de geluidsnormen mits er voor enkele delen een ontheffing voor Hogere Grenswaarden aangevraagd wordt. De voorwaarden die gelden voor het aanvragen van deze ontheffing zijn: • het projectgebied dient binnen de bebouwde kom te liggen van de gemeente; • de geprojecteerde ontwikkeling dient een akoestische afschermende functie te vervullen voor andere woningen. Momenteel ligt het projectgebied net buiten de bebouwde kom. Het gemeentebestuur is wel voornemens de grens van bebouwde kom te verplaatsen en de nieuwe woonwijk daarin op te nemen.
26
Hoofdstuk 4
Het is aangetoond dat door de beoogde ontwikkelingen de geluidsoverlast in de aangrenzende wijk Kraaijenberg teruggebracht wordt van 59 - 66 dB(A) tot 47 – 60 dB(A). Dit betekent een afname van 2 tot 12 dB(A). De aanvraag voor de Hogere Grenswaarden dient afgegeven te zijn voordat de vrijstelling verleend wordt. Watertoets Door Cauberg-Huygen is in het kader van project Groenestraat een watertoets7 opgesteld, hierbij wordt ingegaan op: 1. beschrijving waterrelevant beleid; 2. kenmerken van het watersysteem; 3. kansen en beperkingen voorgenomen ontwikkeling. Deze watertoets is in nauw overleg met het waterschap opgesteld en geldt als separate bijlage bij onderhavige ruimtelijke onderbouwing. Luchtkwaliteit Met het van kracht worden van het Besluit Luchtkwaliteit (2001) moet in ruimtelijke plannen worden getoetst of wordt voldaan aan de in het Besluit vastgelegde grenswaarden. Inmiddels is het Besluit Luchtkwaliteit herzien en wordt in het kader van deze onderbouwing getoetst of wordt voldaan aan de grenswaarden zoals deze voortvloeien uit het Besluit Luchtkwaliteit 20058 en de bijbehorende regelingen. Cauberg-Huygen heeft op 13 oktober 2005 een luchtkwaliteitsonderzoek9 uitgevoerd. Deze rapportage dient als separate bijlage bij onderhavige ruimtelijke onderbouwing. Hieronder worden enkel de conclusies verwoord.
Het onderzoek van Cauberg-Huygen heeft tevens als basis gediend voor de projectgroep Luchtkwaliteit. Het eindverslag van de projectgroep is als bijlage ingevoegd in onderhavige ruimtelijke onderbouwing. •
•
7
8 9
Met uitzondering van de grenswaarde voor het aantal overschrijdingen van de daggemiddelde waarden van 50 ug/m3 worden alle grenswaarden uit het Besluit Luchtkwaliteit gerespecteerd. Niet voldoet het gebied aan de normen voor jaargemiddelden van fijnstof althans niet aan de zijde van de snelweg A326. Aan de noordzijde van de aaneengesloten bebouwing en nabij de Randweg Noord wordt de zogenaamde daggrenswaarde van 35 dagen per jaar overschreden. Op andere locaties binnen het plangebied –daar waar mensen normaliter kunnen verblijven – bedraagt het aantal overschrijdingsdagen 35 of minder.
Waterparagraaf Project Groenestraat Wijchen, Cauberg-Huygen, 19 oktober 2005, (rapportnr. 2004.3116-1). Besluit Luchtkwaliteit 2005, in werking getreden op 5 augustus 2005 Luchtkwaliteitsonderzoek nieuwbouwproject “Groenestraat” te Wijchen, Cauberg-Huygen, 28 december 2005 (rapportnr. 2004.3116-5)
Hoofdstuk 4
27
•
Realisatie van het plan leidt – door het afschermende effect van de aangesloten bebouwing en ondanks de extra verkeersbewegingen – per saldo tot een verlaging van de concentraties schadelijk stoffen en dus tot een verbetering van de luchtkwaliteit. De goede luchtkwaliteit ten zuiden van de aaneengesloten bebouwing en de verbetering van de luchtkwaliteit in Kraaijenberg is van groot maatschappelijk belang. In overeenstemming met het gestelde in artikel 7, derde lid, aanhef en onder a, van het Besluit Luchtkwaliteit 2005 vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmering voor de realisatie van onderhavig project.
4.5 Archeologische en cultuurhistorische waarden Op de archeologische monumentenkaart (AMK) zijn in het plangebied geen archeologische vindplaatsen aangegeven die bescherming genieten middels de Monumentenwet 1988 of waarvoor bescherming in voorbereiding is. Nabij het plangebied bevindt zich geen terrein van archeologische waarde. Op de indicatieve kaart archeologische waarden (IKAW, 2e generatie) is de kans op het aantreffen van archeologische resten aangegeven. Het plangebied heeft op deze kaart een hoge indicatieve verwachtingswaarde. Om deze verwachtingen te vertalen naar archeologische waarde, moet inzicht worden verkregen in de gaafheid (mate van intactheid) van de bodem. Waar het bodemarchief nog niet is aangetast (door bijvoorbeeld eerdere ontgrondingen of bebouwing), hebben ingrepen in een dergelijk gebied een kans op het aantreffen van archeologische vondsten. Indien een ruimtelijke ingreep wordt voorgesteld die het bodemarchief kan aantasten, dient nader onderzoek plaats te vinden dan wel archeologische begeleiding.
AMK en IKAW waarde-kaarten
28
Hoofdstuk 4
De verstoring van het bodemarchief in het plangebied is tot op heden gering. In augustus 2005 heeft Bureau Archeologie van de gemeente Nijmegen onderzoek gedaan. Op basis daarvan is een zeer uitvoerig Programma van Eisen opgesteld (welke als separate bijlage geldt bij onderhavige ruimtelijke onderbouwing). Uit het onderzoek blijkt dat de locatie ligt in een oeverzone van het voormalige Wijchense Maasje. Het is niet uitgesloten dat het oostelijke deel van het terrein zelfs in de meandergordel van deze rivier heeft gelegen. Gebieden waar oeverafzettingen en stroomruggen voorkomen zijn in het verleden vaak geschikt geweest voor bewoning. Vooral op de stroomruggen ging men zich vaak vestigen vanwege de hogere en daardoor drogere ligging. Uit een eerder booronderzoek van een terrein ten zuiden van de locatie is vastgesteld dat net ten zuiden van de Groenestraat vanaf 1 meter onder maaiveld zich oever- en mogelijke beddingafzettingen van het Wijchense Maasje bevinden, waarin de reële kans bestaat dat daar bewoningssporen aanwezig zijn, vanaf het Neolithicum tot en met de Middeleeuwen. Om te onderzoeken of er sprake is van een archeologisch belangrijke locatie zullen er twee proefsleuven van 5x30 meter van noord naar zuid aan de west- en oostkant van de bouwlocatie gegraven worden. Op basis daarvan kan beoordeeld worden of verder onderzoek nodig is.
Voordat een uiteindelijke bouwvergunning verleend kan worden dienen de resultaten van het proefsleuvenonderzoek bekend te zijn.
4.6 Economische uitvoerbaarheid Behoudens de kosten voor ambtelijke voorbereiding en begeleiding van het planproces zijn er geen kosten voor de gemeente in exploitatieve sfeer. De projectontwikkelaar draagt zorg voor de kosten die een gevolg zijn van het plan: a. alle onderzoeken om tot planontwikkeling te kunnen komen; b. alle kosten die te maken hebben met de noodzakelijke procedures; c. alle infrastructurele werken in het terrein; d. de kosten van ambtelijke ondersteuning; e. de kosten van bouw- en woonrijp maken van het plangebied; f. eventuele voorzieningen die noodzakelijk zijn in aanpalende wijken (bv de wijk Kraaijenberg); g. eventuele planschade-uitkeringen ex artikel 49a WRO. Omdat het een particulier initiatief betreft en alle kosten gedragen worden door de ontwikkelaar, blijft de beoordeling van de financiële haalbaarheid buiten de invloed van de Gemeente Wijchen.
Hoofdstuk 4
29
30
Hoofdstuk 4
5.
CONCLUSIE
De beoogde ontwikkeling betreft circa 210 woningen en commerciële horecagelegenheden met bedrijfswoning. Het totale plan is opgesplitst in vier delen: 1. het centrale woongebied met een centrum van goedkope starterwoningen en een scherm van wat duurdere starterswoningen en appartementen; 2. de oostelijke uitloper eveneens met schermwoningen en een afsluitende donjon; 3. het centrale woongebouw met woningen gericht op alleenstaanden; 4. commercieel gebied. Deze ontwikkeling past niet binnen het vigerende bestemmingsplan. De huidige bestemming ‘agrarisch gebied’ laat geen woningbouw toe. Middels een artikel 19, lid 2 WRO procedure wordt deze ontwikkeling mogelijk gemaakt mits daar geen aantoonbare bezwaren tegen zijn. De beoogde ontwikkeling leidt niet tot aantasting van de waarden van het gebied zelf en/ of van waarden die in de directe omgeving aanwezig zijn. De luchtkwaliteit en de geluidsbelasting op de wijk Kraaijenberg wordt zelfs verbeterd door de realisatie van onderhavige ontwikkelingen. In het algemeen kan gesteld worden dat de voorgestane ontwikkeling in het projectgebied in relatie tot de omgeving ruimtelijk, functioneel, financieel-economisch en milieuhygiënisch verantwoord is.
Hoofdstuk 5
31
32
Hoofdstuk 5
Bijlage
Bijlage 1 Eindrapport projectgroep Externe Veiligheid
PROJECT GROENESTRAAT WIJCHEN
EINDVERSLAG VAN DE PROJECTGROEP EXTERNE VEILIGHEID INCLUSIEF VERANTWOORDING GROEPSRISICO
Laatstelijk gewijzigd: 13 januari 2005
1
1. INLEIDING Tezamen met de Gemeente Wijchen is door Belin Projectontwikkeling BV aan de westkant van Wijchen een project voor de bouw van 210 starterswoningen ontwikkeld. Dit project is vooral gericht op en draagt ook in belangrijke mate bij aan de oplossing van de woningbehoefte van een grote groep starters en alleenstaanden, omdat de woningen een koopsom hebben van tussen de € 105.000,- en € 172.000,- v.o.n., terwijl de gemiddelde prijs op ca. € 150.000,-- ligt. Voor een beschrijving van het project zij verwezen naar de afzonderlijke projectbeschrijving.
Overzichtsillustratie gebied Groenestraat
Om een definitief standpunt in te nemen of aan de realisering van deze ontwikkeling medewerking kan worden gegeven is door de Gemeente Wijchen de Stuurgroep Groenestraat ingesteld, welke daarover een advies aan het college voorbereidt. Per deelgebied formeert de stuurgroep een projectgroep, welke verslag uitbrengt aan de stuurgroep en/of het college van B en W. Ook voor het onderzoek naar de externe veiligheid en de daaromtrent in de ruimtelijke onderbouwing op te nemen paragraaf, is een projectgroep in het leven geroepen, waarin zitting hebben: namens de Gemeente Wijchen: Leo Arets (RO), Henk Derks en Tryfon Roelofs (Milieu) namens de ontwikkelaars: Gabrie van Lin en Gerard Janssen (Belin) adviseurs: Francie Vanweert (Cauberg Huijgen) en Jeroen Eskens (Bureau Oranjewoud) rapporteur/projectbureau: Mark van Thiel terwijl bij het onderzoek betrokken zijn Jo Kemper en Jeroen Zanting van de NV Nederlandse Gasunie.
2
Het onderstaande is het eindverslag van de projectgroep dat dient als verantwoordingsverslag op basis waarvan het bevoegd gezag een beslissing kan nemen en dat kan worden verwerkt in de ruimtelijke onderbouwing;
2. LIGGINGSASPECTEN VAN HET PROJECT Het plan, groot ongeveer 4,5 ha. is gesitueerd ten noordwesten van Wijchen (ook ten noord westen van de wijk Kraaijenberg) in het gebied tussen de snelweg de A326, de afrit daarvan, de Hernenseweg en de Randweg Noord. Dit gebied ligt (aanvankelijk gedeeltelijk maar sedert juni 2005) geheel binnen het stedelijk gebied van Wijchen volgens het onlangs vastgestelde Streekplan Midden Gelderland en valt (eveneens aanvankelijk gedeeltelijk, maar thans geheel) ook binnen de KAN contouren woningbouw. Door het gebied lopen twee hoofdtransportleidingen voor aardgas.
3. XTERNE VEILIGHEID IN HET ALGEMEEN Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving voortvloeiend uit de aanwezigheid van inrichtingen of voorzieningen. Het betreft risico’s bij het gebruik, de opslag in bedrijven en het vervoer van gevaarlijke stoffen als vuurwerk, LPG en munitie over weg, water en spoor en door buisleidingen. Bij het beoordelen van de externe veiligheid wordt gekeken naar twee elementen en wel het plaatsgebonden (individuele) risico en het groepsrisico (de kans dat door een ongeval meer dan 10 mensen komen te overlijden). 3.1.
Het plaatsgebonden risico (PR)
Het PR is de kans dat een denkbeeldige persoon op een bepaalde plaats dodelijk getroffen wordt door een ongeval met gevaarlijke stoffen of de luchtvaart. Dit risico mag nergens groter zijn dan één op de miljoen. Dit betekent dat er als gevolg van een ongeval slechts één persoon per miljoen mensen, per jaar mag overlijden. 3.2.
Het groepsrisico (GR)
Het groepsrisico is de kans op een ongeval met veel dodelijke slachtoffers. Hierbij wordt gekeken naar de werkelijk aanwezige bevolking en de verspreiding van die bevolking rond een gevaarlijk bedrijf of situatie. Bepaald wordt hoe groot de kans is op één, tien of meer slachtoffers tegelijk onder die bevolking. Het groepsrisico is afhankelijk van de omvang van het ongeval. Een ongeval met 100 doden leidt tot meer ontwrichting, leed en emoties, dan een ongeval met tien dodelijke slachtoffers. Voor een ongeval met 100 doden ligt het geaccepteerde risico dan ook een factor honderd lager dan voor een ramp met tien doden. De kans op ongevallen met 100 of meer doden is daardoor kleiner.
3
3.3.
Aan welke zaken moet bij externe veiligheid gedacht worden?
Bij externe veiligheid moet gedacht worden aan de volgende activiteiten: Bedrijven (bijv. een vuurwerkfabriek of munitieopslagplaats) LPG-tankstations Spoorwegemplacementen Luchthavens Transport over spoor Buisleidingen Transport over de weg Voor elk onderdeel kan bepaald worden of er voor een bouwlocatie een risico is, welk risico dat is en of dat risico valt binnen de geaccepteerde beleidsnormen van een maximaal risico van 1 : 1.000.000 (10-6).
4. EXTERNE VEILIGHEID IN HET PLAN GROENESTRAAT 4.1.
Bedrijven
In de Gemeente Wijchen zijn een aantal bedrijven gevestigd die een risico voor de externe veiligheid kunnen opleveren, zoals LPG tankstations en bedrijven met opslag van gevaarlijke stoffen. In de omgeving van de locatie Groenestraat is geen sprake van bedrijven of gelijksoortige zaken die op het gebied van externe veiligheid invloed uitoefenen. 4.2.
Transport van gevaarlijke stoffen over het spoor NijmegenDen Bosch
De Spoorlijn Nijmegen-Den Bosch is zodanig ver van de betreffende locatie gelegen dat, ook al zou deze spoorlijn gebruikt worden voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, het plaatsgebonden risico niet relevant is en de bijdrage op het groepsrisico nagenoeg nihil. Echter, deze spoorlijn wordt na het gereedkomen van de Betuwelijn niet structureel benut voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, maar bijvoorbeeld alleen tijdens calamiteiten op andere spoorwegen. 4.3.
Transport van gevaarlijke stoffen over de A326
In Nederland bestaat een door het AVIV opgestelde risicoatlas waarin zorgvuldig onderzocht wordt welke wegen een veiligheidsrisico vormen. Geconcludeerd kan worden dat als een weg niet op deze risicoatlas is vermeld deze ook geen gevaar vormt. Op zich is dat ook logisch want de A326 begint weliswaar als dubbelbaans snelweg maar gaat al snel behoren
4
tot het stedelijk netwerk van de Gemeente Nijmegen en vormt dan ook geen doorgaande verbinding. Door Cauberg Huijgen is voorts onderzocht of er vanuit andere verkeerswegen (A50-A73) wellicht belemmeringen tot op deze bouwlocatie zouden reiken, hetgeen niet het geval is.
4.4.
Het veiligheidsrisico i.v.m. de aanwezigheid van twee aardgas hogedrukleidingen
Dwars door het ontwikkelingsgebied lopen echter wel een tweetal aardgas hogedrukleidingen met een diameter van ca. 123 cm. Beoordeeld moet worden of de aanwezigheid van deze leidingen een onverantwoord risico voor de veiligheid van de bewoners vormen. 4.5.
Wat zijn bij buisleidingen de gevaren?
Wanneer zo’n hoofdtransportleiding eenmaal is aangelegd dan is er in principe weinig gevaar van te duchten. Weliswaar gaat het gas onder een druk van 66 bar door de buis, maar vanwege het gebruik van stalen buizen (met een wanddikte van 16 mm) en de stabiele ondergrond zijn er in Nederland geen (grote) ongevallen met gasbuisleidingen gesignaleerd. In Nederland zijn er wel (kleine) incidenten voorgevallen, echter altijd een gevolg van onvoorzichtig uitgevoerde werkzaamheden vlakbij de gasbuis. Alle werkzaamheden nabij een gasleiding moeten dan ook altijd uitgevoerd worden onder aanwezigheid van de Gasunie. Het grootste gevaar is dat zonder behoorlijke informatie de bovengrond van een gasleiding bewerkt wordt waarbij de gasleiding beschadigd wordt. De bekende grote gasexplosie in 2004 in België werd veroorzaakt, omdat een graafmachine (zonder toestemming en overleg) grondwerk boven de buis had uitgevoerd en daarbij behoorlijke beschadigingen had aangebracht. Toen enkele weken daarna de druk in de leiding verhoogd werd barstte de buis open. Pas bij reparatie is er een explosie ontstaan die 15 doden heeft gekost (reparateurs, 5 brandweermannen en omstanders). 4.6.
Van toepassing zijnde regelgeving
De regelgeving ten aanzien van hoge druk aardgastransport-leidingen bevindt zich thans in een overgangsfase. Formeel is de Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen van augustus 2004 en de circulaire van het Ministerie VROM 'Zonering langs hogedruk aardgastransportleidingen' van 26 november 1984 van toepassing. Naar verwachting (in 2006; eerder verwachtte men al in 2005) wordt deze regeling vervangen door een nieuwe circulaire. Ook voor het tot dusver gehanteerde, en aan de circulaire van 1984 gerelateerde berekeningsprogramma IPORBM, is in concept een nieuw programma ontwikkeld. Dit programma is echter nog niet algemeen vrijgegeven en is alleen beschikbaar bij het RIVM en de Gasunie.