CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissievergadering Wijchen 8 december 2022, gemeente wijchen36.272 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

72

Bijlage 1

73

4

Landschappelijke inpassing

bestemmingsplan "Wezelsedijk ong. Wijchen" (vastgesteld)

bestemmingsplan Wezelsedijk ong. Wijchen

bestemmingsplan "Wezelsedijk ong. Wijchen" (vastgesteld)

5

bestemmingsplan Wezelsedijk ong. Wijchen

Toelichting

6

bestemmingsplan "Wezelsedijk ong. Wijchen" (vastgesteld)

bestemmingsplan Wezelsedijk ong. Wijchen

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De eigenaar van het perceel Wezelsedijk ong. te Wijchen (hierna: initiatiefnemer) is voornemens twee vrijstaande levensloopgeschikte nul-op-de-meter (NOM)-woningen te realiseren op ruime bouwpercelen in een weiland op de hoek van de Wezelsedijk en de Wezelseberg. Op 8 juni 2020 heeft het college besloten om hieraan in principe medewerking te verlenen op basis van het gemeentelijke beleid voor kleinschalige particuliere initiatieven (KPI). Ieder woningbouwplan tot maximaal 4 woningen valt in Wijchen automatisch onder deze KPI-regeling. In ruil voor deze twee woningen wordt het agrarische bedrijf aan de Molendijk 19 te Batenburg beëindigd. In lijn met het functieveranderingsbeleid voor voormalige agrarische bedrijfsbebouwing worden de te slopen vierkante meters voormalige bedrijfsbebouwing ingezet als compensatie om de bouw van beide woningen mogelijk te maken. De grondslag voor medewerking aan de twee nieuwe woningen wordt echter gevormd door het gemeentelijke beleid voor kleinschalige particuliere initiatieven en niet door het functieveranderingsbeleid. Het slopen van voormalige agrarische bebouwing vormt bovendien slechts één van de criteria waarop het plan voor beide nieuwe woningen in het kader van het KPI-beleid positief is beoordeeld. De functieverandering van het voormalige agrarische bedrijf is overigens niet in onderhavig bestemmingsplan opgenomen.

Hiervoor is een afzonderlijk bestemmingsplan vastgesteld. In een realisatieovereenkomst tussen de eigenaren en de gemeente zijn de afspraken voor beide locaties vastgelegd. Om de bouw van de twee vrijstaande woningen aan de Wezelsedijk ong. mogelijk te maken, moet een nieuw bestemmingsplan worden opgesteld. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Wijchen, ten noorden van de kern Wijchen, aan de oostzijde van de Wezelsedijk. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Wijchen, sectie L, nr. 44 (deels) en heeft een omvang van circa 3.650 m2. Navolgende afbeeldingen tonen globaal de ligging en begrenzing van het plangebied in de omgeving. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding:

Globale ligging plangebied (rode stip)

bestemmingsplan "Wezelsedijk ong. Wijchen" (vastgesteld)

7

bestemmingsplan Wezelsedijk ong. Wijchen

Globale begrenzing plangebied (rode omkadering)

1.3

Geldend bestemmingsplan

Voor het plangebied gelden de bestemmingsplannen 'Buitengebied Wijchen', vastgesteld op 31 januari 2013 en de herziening 'Buitengebied, herziening 2014', vastgesteld op 16 oktober 2014. Ter plaatste geldt de bestemming 'Agrarisch met waarden - 1' zonder bouwvlak. Verder is het plangebied voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2'. Aanvullend geldt voor het hele plangebied de dubbelbestemming 'Waarde – Cultuurhistorisch waardevol gebied' uit het bestemmingsplan 'Parapluplan Cultuurhistorie Wijchen', om de mogelijk aanwezige cultuurhistorische waarden te behouden, te beheren en te versterken.

8

bestemmingsplan "Wezelsedijk ong. Wijchen" (vastgesteld)

bestemmingsplan Wezelsedijk ong. Wijchen

Uitsnede geldend bestemmingsplan met globale aanduiding plangebied (rode omkadering). Inmiddels zijn ook het agrarische perceel (vaal lichtgroen) en het recreatieve perceel (fel lichtgroen) direct ten zuiden van het plangebied omgezet naar de bestemming 'Wonen'. De beoogde ontwikkeling voorziet in de bouw van twee vrijstaande woningen. Op grond van de huidige bestemming 'Agrarisch met waarden - 1' (zonder bouwvlak) mag niet worden gebouwd. Ook het gebruik van de gronden voor woondoeleinden is op grond van de huidige bestemming niet toegestaan. Om de beoogde ontwikkeling te realiseren moet een nieuw bestemmingsplan worden vastgesteld.

1.4

Leeswijzer

Het bestemmingsplan bestaat uit meerdere onderdelen: een verbeelding waarop de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven en regels waarin de bepalingen voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. De toelichting kan globaal opgedeeld worden in vier delen. Inleiding en beschrijving plangebied In hoofdstuk 1 zijn de aanleidingen en het kader voor de planherziening beschreven. Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie van het plangebied. Verantwoording Hoofdstukken 3 en 4 geven de achtergronden, toelichting en motivatie op de gemaakte keuzen weer die uiteindelijk hebben geleid tot de uitgewerkte planopzet. In dit planonderdeel worden onder meer het (beleids)kader en de milieuaspecten uiteengezet. Juridische planbeschrijving In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet beschreven. Doel is een nadere onderbouwing te geven wat met het plan wordt beoogd en hoe de instrumenten regels en verbeelding hierbij worden gehanteerd.

bestemmingsplan "Wezelsedijk ong. Wijchen" (vastgesteld)

9

bestemmingsplan Wezelsedijk ong. Wijchen

Uitvoerbaarheid Het laatste deel (hoofdstuk 6) gaat in op de financieel-economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.

10

bestemmingsplan "Wezelsedijk ong. Wijchen" (vastgesteld)

bestemmingsplan Wezelsedijk ong. Wijchen

Hoofdstuk 2 2.1

Beschrijving plangebied

Bestaande situatie

Het plangebied is een omheind weiland, toegankelijk via een poort aan de Wezelsedijk. Ter plaatse is geen bebouwing aanwezig. Het plangebied wordt omgeven door forse burgerwoonpercelen. Inmiddels is ook de voormalige recreatiewoning aan de Wezelsdijk 2, direct ten zuiden van het plangebied, omgezet naar een burgerwoning. De bebouwingsconcentratie kent een losse bebouwingsstructuur, zonder planmatige stedenbouwkundige ordening. Het landschap rondom het plangebied kenmerkt zich door elementen als heggen, struwelen en grote bomen, die tezamen groene landschapskamers vormen. Op navolgende afbeeldingen zijn impressies van het plangebied en de omliggende bebouwing in een groene omgeving weergegeven:

Impressie bestaande situatie plangebied

Impressie omliggende bebouwing met globale aanduiding plangebied (blauwe omkadering)

bestemmingsplan "Wezelsedijk ong. Wijchen" (vastgesteld)

11

bestemmingsplan Wezelsedijk ong. Wijchen

2.2

Toekomstige situatie

De initiatiefnemers zijn voornemens twee levensloopgeschikte vrijstaande woningen te realiseren op ruime percelen (circa 1.800 m²). De grondgebonden woningen bestaan maximaal uit anderhalve bouwlaag met kap en sluiten qua maat en schaal aan bij de standaard maatvoering voor burgerwoningen in het geldende bestemmingsplan (zie paragraaf 1.3) ter plaatse. De nieuwe vrijstaande woningen passen mede door het laten verspringen van de positie van de bouwvlakken aan de zijde van de Wezelsedijk stedenbouwkundig gezien prima binnen de lossere lintvormige bebouwingsstructuur, zonder planmatige stedenbouwkundige ordening, van de bestaande bebouwingsconcentratie van buurtschap 'De Wezelsche Berg'. De maat en schaal van de nieuwe woningen sluiten tevens aan bij de bestaande, in de meeste gevallen, grotere vrijstaande woningen aan de Wezelsedijk, Oud Woeziksestraat en Wezelseberg. De ontsluiting van de zuidelijke woonkavel vindt direct plaats vanaf de Wezelsedijk. De noordelijke woonkavel wordt, mede op verzoek van enkele omwonenden, niet ontsloten via de westelijk gelegen Wezelsedijk, maar via de Wezelseberg aan de noordzijde. De beoogde woningen vormen een aanvulling op de omliggende burgerwoningen en versterken de woonfunctie binnen de bestaande bebouwingsconcentratie van buurtschap 'De Wezelsche Berg'.

Het plan betreft een inbreidingslocatie omdat op de aangrenzende percelen, in (vrijwel) alle windrichtingen, al woonpercelen voorkomen. De ligging nabij de bebouwde kom van Wijchen (Woezik) is daarbij gunstig. Om de karakteristieke landelijke elementen in het buurtschap daarnaast te versterken, zijn beide woonpercelen met daarop de nieuwe woningen landschappelijk ingepast en via een voorwaardelijke verplichting in de regels verankerd (zie sublid 3.4.3). Op navolgende afbeelding is de toekomstige situatie, met daarin de woonpercelen met bijbehorende woningen en de landschappelijke inpassing in de omgeving weergegeven:

Voorbeeldverkaveling toekomstige situatie en landschappelijke inpassing

12

bestemmingsplan "Wezelsedijk ong. Wijchen" (vastgesteld)

bestemmingsplan Wezelsedijk ong. Wijchen

Beide kavels zullen worden omkaderd door hagen van gebiedseigen soorten, zoals beukenhagen. Daarnaast worden op beide percelen 5 à 8 bomen van gebiedseigen soorten geplant. De verdere invulling willen de initiatiefnemers in samenspraak met de gemeente, de omwonenden en de toekomstige eigenaren verder uitwerken.

bestemmingsplan "Wezelsedijk ong. Wijchen" (vastgesteld)

13

bestemmingsplan Wezelsedijk ong. Wijchen

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Nationaal beleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de opvolger van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), waarin het Rijk een lange termijn visie geeft op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt keuzes te maken. Bij de afweging van keuzes wordt bij voorkeur gekozen voor slimme combinaties van functies, wordt uitgegaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden en worden beslissingen niet uitgesteld of doorgeschoven. De nationale belangen en opgaven waarop het Rijk wil sturen en richting wil geven, komen samen in de volgende vier prioriteiten:  Ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie;  De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden;  Steden en regio's sterker en leefbaarder maken;  Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. Planspecifiek De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met de prioriteiten uit de NOVI. De NOVI vormt geen belemmering voor dit plan.

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) borgt een aantal van de nationale ruimtelijke belangen die deel uitmaken van het geldende nationale ruimtelijke beleid, zoals beschreven in de SVIR. In het Barro, ook wel bekend als de AMvB Ruimte, zijn 14 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in provinciaal beleid en gemeentelijke bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro voor de opgenomen onderwerpen regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden. Daarnaast kan zij aan de gemeente opdragen in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. Planspecifiek In het Barro worden geen specifieke uitspraken gedaan met betrekking tot het voorliggende plangebied.

3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

De in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geïntroduceerde 'ladder voor duurzame verstedelijking' is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet in de toelichting een onderbouwing opgenomen worden van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De ladder wordt in artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.'

14

bestemmingsplan "Wezelsedijk ong. Wijchen" (vastgesteld)

bestemmingsplan Wezelsedijk ong. Wijchen

In het kader van de duurzame ladder wordt ten aanzien van de definitie van bestaand stedelijk gebied de definitie uit het Bro gehanteerd: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.' Volgens de nota van toelichting bij het Bro moet worden bekeken of door het benutten van leegstaande verstedelijkingsruimte in bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien in de behoefte. Zoals ook volgt uit onder andere de uitspraak met het nummer 201303578/1/R4 kunnen, naar het oordeel van de Raad van State, planologische mogelijkheden waarvan nog geen gebruik is gemaakt, als leegstaande verstedelijkingsruimte worden aangemerkt. Een dergelijke locatie wordt gezien als onderdeel van het bestaand stedelijk gebied. Planspecifiek Op basis van jurisprudentie is bij een toevoeging van 11 woningen geen sprake van een stedelijke ontwikkeling (ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921). Voorliggend initiatief voorziet slechts in de realisatie van twee woningen. Zodoende is artikel 3.6.1, tweede lid Bro niet van toepassing. De ladder voor duurzame ontwikkeling hoeft niet doorlopen te worden.

3.1.4

Conclusie

In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding.

3.2

Provinciaal en regionaal beleid

3.2.1

Algemeen

Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening vastgesteld. In de Omgevingsvisie staan de hoofdlijnen van het beleid en in de Omgevingsverordening de regels en afspraken om de opgaven uit de Omgevingsvisie te realiseren. De Omgevingsvisie en -verordening zijn beide op 1 maart 2019 in werking getreden. De Omgevingsvisie en –verordening zijn dynamische instrumenten. Doordat wetten veranderen of door de komst van nieuwe initiatieven, kijkt de provincie twee keer per jaar of de plannen moeten worden aangepast.

3.2.2

Omgevingsvisie

De komende decennia komt er veel op Gelderland af: het energievraagstuk, klimaatverandering, uitputting van grondstoffen, kwetsbare biodiversiteit, digitalisering, internationalisering. Deze zaken vragen stevige antwoorden en oplossingen als investering in de toekomst. Met de schaarse ruimte en de vele uiteenlopende belangen en inzichten gaat dit niet vanzelf. De provincie zet in de Omgevingsvisie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal.  Gezond en veilig; dat is een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Dat is ook voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En dat is ook aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid.  Schoon en welvarend; dat is een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen. Maar dat is ook het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen, alsmede het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie.

Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang, zoals goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen en een mooie natuur. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende stedelijke en landelijke woonkwaliteiten. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied het vertrekpunt. De provincie geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen en het concentreren van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, kan er aan de randen van steden of dorpen uitgebreid worden.

bestemmingsplan "Wezelsedijk ong. Wijchen" (vastgesteld)

15

bestemmingsplan Wezelsedijk ong. Wijchen

De dynamiek op de woningmarkt is groot. Mensen worden ouder, wonen steeds langer alleen en zelfstandig, worden steeds meer energiebewust en zijn mobieler dan vroeger, waardoor ze ook meer en makkelijker verhuizen. Het grootste deel van de woningen die in 2050 in Gelderland nodig zijn, staat er al. Maar deze woningen zijn niet klaar voor de toekomst en moeten aangepast of vervangen worden. Voor de provincie staat een goede balans tussen de vraag en aanbod van woningen in verschillende prijscategorieën voorop, ook voor specifieke doelgroepen. De meeste woningen zijn verre van energieneutraal en klimaatbestendig. De provincie stimuleert innovaties op dit terrein, zoals het aardgasloos maken van bestaande woningen en het verduurzamen van woonwijken. Daarnaast is de provincie met haar partners in gesprek over hoe het vraagstuk van klimaatadaptatie en wonen slimmer aangepakt kan worden. Voldoende groene ruimte, koele plekken, opvang van water in het licht van de klimaatverandering is immers van belang, zeker met het oog op de gezondheid van de Gelderlanders. Planspecifiek De beoogde ontwikkeling sluit aan bij het uitgangspunt dat bebouwing zoveel mogelijk geconcentreerd wordt. De woningen worden gerealiseerd in een bebouwingsconcentratie aan de rand van de wijk Woezik in de kern Wijchen. Binnen de kern Wijchen is onvoldoende ruimte voor woningen van deze omvang.

Daarnaast betreft het levensloopgeschikte woningen. Hiermee wordt bijgedragen aan de provinciale ambitie om voor een ieder een passende woning te hebben. Ook wordt aan de provinciale duurzaamheidambities gedacht door Nul-Op-de-Meter woningen te realiseren. In paragraaf 4.12 van deze toelichting is beschreven welke duurzaamheidsmaatregelen in het voorliggende plangebied worden toegepast. Kortheidshalve wordt hiernaar verwezen.

3.2.3

Omgevingsverordening

De Omgevingsverordening vormt de juridische doorwerking in regels van het beleid uit de Omgevingsvisie. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Planspecifiek Ten aanzien van nieuwe woningen is in artikel 2.2 opgenomen dat een bestemmingsplan uitsluitend nieuwe woningen mogelijk maakt als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. Op basis van de regionale woonagenda 2020 - 2030 mogen er in de gemeente Wijchen 1.430 woningen worden gebouwd in de periode tot en met 2030, waarvan 70 % in de eerste vijf jaar moeten worden gerealiseerd (versnelling). In de provinciale 'Woningmarktmonitor' is voor de gemeente Wijchen een netto (harde) plancapaciteit van 466 woningen opgenomen.

De zachte plancapaciteit bedraagt 968 woningen, waardoor de totale netto plancapaciteit (hard en zacht) en de behoefte zoals opgenomen in de regionale woonagenda (1430 woningen) ongeveer gelijk zijn. Het overgrote deel van de plancapaciteit bestaat echter uit zachte plannen, waarvan een deel uiteindelijk niet gerealiseerd zal worden. In de regionale woonagenda is daarom aangegeven dat het wenselijk is om 130 % aan plancapaciteit te realiseren; voor in totaal circa 1.860 woningen tot 2030. Voorliggend initiatief voorziet in de realisatie van twee extra woningen binnen het contingent dat beschikbaar is voor 'Kleine woningbouwinitiatieven' en past daarmee binnen het provinciale beleidskader.

3.2.4

Conclusie

In het plangebied zijn geen provinciale belangen in het geding.

16

bestemmingsplan "Wezelsedijk ong. Wijchen" (vastgesteld)

bestemmingsplan Wezelsedijk ong. Wijchen

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Structuurvisie Wijchen

De gemeente Wijchen heeft één structuurvisie voor de hele gemeente opgesteld, welke op 29 mei 2009 is vastgesteld. De structuurvisie geeft een overzicht van de verwachte ontwikkelingen binnen de gemeente Wijchen voor de komende tien jaar. De gemeente gaat uit van een compacte groei en het benutten van de potenties van bestaand stedelijk gebied zonder daarbij de bestaande kwaliteit aan te tasten, in combinatie met een vitaal platteland en sterke kleine kernen. Het buitengebied is in principe niet de plek om (grote hoeveelheden) nieuwe woningen toe te voegen. Enkel indien er sprake is van een ruimtelijke kwaliteitsverbetering als gevolg van functieverandering van voormalige (agrarische) bedrijfsgebouwen of landgoedontwikkeling overeenkomstig de Natuurschoonwet bestaan er mogelijkheden voor woningbouw in het buitengebied. Die woningbouw moet dan wel aansluiten bij het landschap en de structuur van het buitengebied. Nieuwe woningen mogen de (agrarische) bedrijfsontwikkeling niet hinderen. Derhalve wordt terughoudend omgegaan met woningbouw in open grootschalige agrarische productiegebieden. In het kleinschalige rivierduinenlandschap en aansluitend aan de dorpsrandgebieden zijn meer mogelijkheden voor woningbouw of andere niet-agrarische functies zoals kleinschalige werkfuncties en recreatie.

Planspecifiek In de structuurvisie is bepaald dat het toevoegen van nieuwe woningen aan het buitengebied mogelijk is, indien sprake is van een ruimtelijke kwaliteitsverbetering. Voorliggend initiatief, waarin een combinatie wordt gemaakt tussen de sanering van een agrarisch bedrijf aan de Molendijk 19 in Batenburg en het versterken van een bebouwingsconcentratie, niet zijnde in een open grootschalig agrarisch productiegebied, voldoet hieraan. Ook omdat de woningen landschappelijk zijn ingepast, aansluitend bij het landschap en de structuur van het gebied. Bovendien wordt grotendeels aangesloten bij de rood-voor-roodregeling in het kader van het gemeentelijke functieveranderingsbeleid voor voormalige agrarische bedrijfslocaties (VAB) en wordt het buitengebied ontsteend. De grondslag voor medewerking wordt echter gevormd door het gemeentelijke beleid voor kleinschalige particuliere initiatieven (KPI).

3.3.2

Woonvisie 'Thuis in Wijchen'

De gemeente Wijchen heeft in haar woningbouwprogrammering ruimte gereserveerd voor kleinschalige initiatieven. Hieronder verstaan zij initiatieven met maximaal vier woningen. Om de woningvoorraad duurzaam en gevarieerd te houden wil de gemeente flexibel om kunnen gaan met nieuwe initiatieven. In de beoordeling van nieuwe aanvragen voor woningen zal de gemeente onder meer beoordelen of het initiatief meerwaarde heeft voor de leefbaarheid. Belangrijke relevante aandachtspunten daarbij zijn o.a.:  De (lokale) behoefte is leidend. Plannen moeten kwantitatief en kwalitatief aansluiten bij de behoefte.  Nieuwbouw moet bijdragen aan de identiteit van een wijk of dorp. Daarbij gaat het zowel om de ruimtelijke als de sociale kwaliteit.  Vervanging en verbetering van bestaande bebouwing, gaat vóór uitbreiding.  Waar mogelijk tenminste energieneutraal en gasloos en zo duurzaam mogelijk.  Een passende kwaliteit van wonen bieden, o.a. aan mensen met een zorgvraag. De gemeente Wijchen heeft de ambitie uitgesproken om de 'mismatch' tussen vraag en aanbod weg te nemen. In de woonvisie 'Thuis in Wijchen' wordt de wens uitgesproken om alle woningen zo goed mogelijk aan te laten sluiten bij de kwalitatieve eisen en wensen van bewoners. Het gaat daarbij niet alleen om de huidige bewoners van een woning, maar zeker ook de toekomstige bewoners.

De gemeente Wijchen streeft naar een duurzame en meer flexibele woningvoorraad, zodat geanticipeerd kan worden op huidige en toekomstige behoeften en woonwensen.

bestemmingsplan "Wezelsedijk ong. Wijchen" (vastgesteld)

17

bestemmingsplan Wezelsedijk ong. Wijchen

Mensen met een zorgvraag blijven langer thuiswonen. Dit leidt tot een toenemende behoefte aan een meer divers woningaanbod, met woonvormen die nu niet of onvoldoende beschikbaar zijn in Wijchen. Woonvormen waar bijvoorbeeld verschillende generaties onder één dak wonen of waar men dicht bij (zorg)voorzieningen woont. Woningen waarbij de eindgebruiker een centrale rol bij de ontwikkeling van de woning speelt en daarom een huis naar eigen wensen kan indelen. Planspecifiek De beoogde ontwikkeling betreft de bouw van twee vrijstaande levensloopgeschikte woningen in een bebouwingsconcentratie in de nabijheid van de bebouwde kom van de kern Wijchen (Woezik). De woningen zijn nog vrij indeelbaar en de eindgebruiker krijgt een belangrijke rol bij de ontwikkeling van de woning. Het inpassen van een traplift, extra badkamers, alle voorzieningen (slaapkamers en badkamers) zowel op de begane grond als op de verdieping of de hele woning gelijkvloers, behoren allemaal tot de mogelijkheden. Zodoende voorziet het voorliggende initiatief, aansluitend op de woonvisie, in een lokale behoefte aan passende huisvesting (met het oog op mantelzorg), in een lagere woningdichtheid, op relatief korte afstand van de door de beoogde doelgroep gewenste voorzieningen. Daarnaast worden de beoogde woningen, aansluitend op de gemeentelijke duurzaamheidsambities, volgens het Nul-Op-de-Meter concept gerealiseerd.

In paragraaf 4.12 van deze toelichting is beschreven welke duurzaamheidsmaatregelen in het voorliggende plangebied worden toegepast. Kortheidshalve wordt hiernaar verwezen. 3.3.3

Conclusie

In het plangebied zijn geen gemeentelijke belangen in het geding.

3.4

Conclusie

De beoogde ontwikkeling is passend binnen het beleid van de verschillende overheden.

18

bestemmingsplan "Wezelsedijk ong. Wijchen" (vastgesteld)

bestemmingsplan Wezelsedijk ong. Wijchen

Hoofdstuk 4

Milieu- en omgevingsaspecten

4.1

Verkeer en parkeren

4.1.1

Verkeer

Om inzicht te bieden in de mate van verkeerstoename als gevolg van de ontwikkeling, die met dit bestemmingsplan wordt gefaciliteerd, moet de verkeersaantrekkende werking worden bepaald. Daarvoor is gebruik gemaakt van de CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren'. Voor het berekenen van de verkeersgeneratie wordt uitgegaan van een gemiddelde weekdag. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de bouw van twee vrijstaande woningen. Op basis van de CROW-publicatie geldt voor een vrijstaande woning een maximale verkeersgeneratie van 8,6 motorvoertuigbewegingen, op een gemiddelde weekdag, uitgaande van een ligging in 'matig stedelijk' gebied, in het 'buitengebied'. Gelet op het voorgaande leidt de beoogde ontwikkeling tot 8,6 x 2 = 17,2 motorvoertuigbewegingen op een gemiddelde weekdag. Het plangebied wordt ontsloten via de Wezelsedijk en de Wezelseberg. Beide kavels krijgen een eigen inrit direct aan de Wezelsedijk (zuidelijk woonperceel) respectievelijk de Wezelseberg (noordelijk woonperceel). Aangezien het om een relatief beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen gaat en de Wezelsedijk en de Wezelseberg voldoende capaciteit heeft om deze toename op te vangen, leidt de beoogde ontwikkeling niet tot een onacceptabele verkeerstoename. Het aspect 'verkeer' vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.

4.1.2

Parkeren

Ter waarborging van voldoende parkeervoorzieningen hanteert de gemeente Wijchen de maximale parkeernormen uit CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren'. Dit is bepaald in het 'Parkeerbeleidsplan gemeente Wijchen', dat op 16 juni 2016 in werking is getreden en in 2020 op onderdelen is aangepast. In artikel 7.3 van de regels van onderhavig bestemmingsplan is een regeling ten aanzien van parkeren opgenomen. Daarin is bepaald dat bij het bouwen en het wijzigen van het bestaande gebruik moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid, waarbij de parkeernormen in CROW-publicatie 381 als uitgangspunt dienen. Voor vrijstaande woningen, in 'niet stedelijk' gebied, in het 'buitengebied', geldt een maximale parkeernorm van 2,8 parkeerplaatsen per woning. Parkeren moet geheel op eigen terrein worden opgelost. Dat betekent dat per kavel voorzien moet worden in tenminste drie parkeerplaatsen. Gelet op de ruime kavelmaat is er voldoende ruimte om de benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein aan te leggen. Het aspect 'parkeren' vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

bestemmingsplan "Wezelsedijk ong. Wijchen" (vastgesteld)

19

bestemmingsplan Wezelsedijk ong. Wijchen

4.2

Bodem

4.2.1

Regelgeving

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet in verband met de uitvoerbaarheid van een project rekening worden gehouden met de bodemgesteldheid. Bij functiewijzigingen moet worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat, indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig moet worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). De Wet bodembescherming heeft betrekking op landbodems; waterbodems vallen onder de Waterwet. Op grond van de Woningwet en de Bouwverordening moet voor elke individuele bouwlocatie aangetoond worden dat de bodem geschikt is voor de beoogde bebouwing, alvorens een omgevingsvergunning kan worden verleend. Bij het opstellen van een bestemmingsplan is de vraag of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het uitgangspunt hierbij is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Dit is het zogenaamde stand still-beginsel.

Het vaststellen van de bodemkwaliteit wordt bij het opstellen/herzien van een bestemmingsplan alleen van belang geacht voor de locaties waar ontwikkelingen gepland zijn (zoals functiewijzigingen, bouwen, graven/ophogen). Bij nieuwe ontwikkelingen moet bekeken worden of de bodemkwaliteit een belemmering op kan leveren voor de realisering hiervan. Bijna altijd is het mogelijk om bodem geschikt te maken voor het gewenste gebruik. Het is echter mogelijk dat een plan financieel onuitvoerbaar wordt, bijvoorbeeld omdat de kosten van de sanering te hoog zijn. Bij een wijziging van de bestemming of van de functie wordt een bodemonderzoek alleen noodzakelijk geacht, indien deze wijziging tevens een meer gevoelige vorm van bodemgebruik inhoudt.

4.2.2

Doorvertaling bestemmingsplan

Vanwege de functiewijziging van 'agrarisch' naar de milieugevoelige functie 'wonen' is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd in het plangebied. Het onderzoek is als bijlage 1 bij de toelichting gevoegd. Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "onverdacht, niet lijnvormig" (ONV). Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is. De bodem bestaat voornamelijk uit zwak siltig, matig fijn tot zeer grof zand. De bovengrond is bovendien zwak humeus. De ondergrond is plaatselijk zwak gleyhoudend en zwak tot matig grindig. In de ondergrond vanaf circa 2,6 m -mv is een vaste kleilaag aanwezig. Op het maaiveld is geen asbestverdacht of bodemvreemd materiaal aangetroffen. In het opgeboorde materiaal zijn zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen. Een paardenstal met mogelijke asbesthoudende golfplaten is aanwezig aan het oostelijke perceelsgrens. Uit de analyseresultaten blijkt dat in zowel de bovengrond als de ondergrond geen verontreinigingen zijn aangetoond. In het grondwater zijn geen verhoogde concentraties aan onderzochte parameters aangetoond. De vooraf gestelde hypothese, dat de onderzoekslocatie als 'onverdacht, niet lijnvormig' kan worden beschouwd wordt, op basis van de onderzoeksresultaten, bevestigd.

Er bestaan met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem dan ook géén belemmeringen voor de bestemmingsplanwijziging, het aanvragen van een omgevingsvergunning en herontwikkeling tot woonpercelen van de onderzoekslocatie.

20

bestemmingsplan "Wezelsedijk ong. Wijchen" (vastgesteld)

bestemmingsplan Wezelsedijk ong. Wijchen

Het bevoegd gezag onderschrijft na beoordeling van het bodemonderzoek de conclusie uit het onderzoek, met dien verstande dat als de paardenstal met asbesthoudende golfplaten is gesloopt de bovengrond aan de achterzijde van de stal ter hoogte van de druppelzone (de afwateringstrook op het maaiveld) conform NEN5707 onderzocht moet worden op de aanwezigheid van asbest(vezels). Het aspect 'bodem' vormt, mits er na sloop van de stal nog een aanvullend onderzoek plaatsvindt, geen belemmering voor uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.3

Geluid

4.3.1

Regelgeving

Wegverkeer Op basis van artikel 76 van de Wet geluidhinder (hierna: Wgh) moeten bij de vaststelling van een bestemmingsplan, wijzigingsplan of uitwerkingsplan als bedoeld in artikel 3.6 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) de waarden als bedoeld in artikel 82 t/m 85 van de Wgh in acht worden genomen, indien dat plan gelegen is in een zone rondom een weg als bedoeld in artikel 74 lid 1 Wgh en (het betreffende onderdeel van) dat plan mogelijkheden biedt voor:  de realisatie van woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en van geluidsgevoelige terreinen (functies zoals genoemd in artikel 1 Wgh en art 1.2 Bgh - het Besluit geluidhinder zoals gewijzigd op 4 april 2012);  de aanleg van een nieuwe weg en/ of een reconstructie van een bestaande weg;  functiewijzigingen van een niet-geluidsgevoelige functie in een geluidsgevoelige functie (bijvoorbeeld via afwijkings- of wijzigingsbevoegdheid). De onderzoekszone voor wegen zoals bedoeld in artikel 74 lid 1 Wgh is afhankelijk van de hoeveelheid rijbanen. Artikel 74 lid 2 Wgh regelt dat, indien de bovengenoemde ontwikkelingen zijn gelegen binnen een als 'woonerf' aangeduid gebied of in een zone nabij wegen waarvoor een maximum snelheidsregime van 30 km/u geldt, de betreffende waarden niet in acht hoeven te worden genomen.

Uit een akoestisch onderzoek moet blijken of, indien sprake is van een van de bovengenoemde ontwikkelingen binnen een zone als bedoeld in artikel 74 lid 1 Wgh, deze binnen de waarden valt zoals deze voor diverse typen ontwikkelingen is vastgelegd in de Wgh. De grenswaarde voor de toelaatbare etmaalwaarde van de equivalente geluidbelasting van wegen binnen zones langs wegen is voor woningen 48 dB. In bijzondere gevallen is een hogere waarde mogelijk. Burgemeester en Wethouders zijn binnen de grenzen van de gemeente en onder voorwaarden bevoegd tot het vaststellen van een hogere waarde voor de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting. Railverkeer Langs landelijke spoorwegen liggen referentiepunten, waarvoor is vastgelegd hoeveel geluid de spoorlijn mag produceren, zogenaamde geluidsproductieplafonds (GPP’s). De hoogte van de geluidsproductieplafonds is vastgelegd in het geluidsregister. De grootte van de zone van een spoorweg is afhankelijk van het geluidsproductieplafond en is vastgelegd in artikel 1.4a uit het Besluit geluidhinder (Bgh). De zone van een spoorweg ligt aan beide zijden van de spoorweg en wordt gemeten van de buitenste spoorstaaf. De wettelijke zone van een spoorweg is afhankelijk van de toegestane geluidsbelasting op het referentiepunt uit het geluidregister.

4.3.2

Doorvertaling bestemmingsplan

Akoestisch onderzoek naar railverkeerslawaai hoeft niet plaats te vinden, omdat het plangebied niet is gelegen binnen de geluidszone van een spoorlijn. Wel is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd, vanwege de ligging binnen de onderzoekszone van de A326 en enkele wegen in het buitengebied met een snelheidsregime van 50 km/u of meer. Dit onderzoek is als bijlage 2 bij de toelichting gevoegd. Voor het onderzoek in de bijlage is een actuelere memo opgenomen voor de variant met 2 woningen, zoals uiteindelijk in dit bestemmingsplan opgenomen.

bestemmingsplan "Wezelsedijk ong. Wijchen" (vastgesteld)

21

bestemmingsplan Wezelsedijk ong. Wijchen

Wet geluidhinder Uit de toets in het kader van de Wet geluidhinder blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet wordt overschreden door het wegverkeer op de Oud Woeziksestraat en het Kavelpad. Ten gevolge van de gezoneerde weg Wezelsedijk wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschreden met maximaal 5 dB. Ten gevolge van de gezoneerde weg A326 wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschreden met maximaal 1 dB. De maximale ontheffingswaarde van 53 dB in buitenstedelijk gebied wordt echter nergens overschreden. Daarom is het mogelijk om een beschikking hogere waarde aan te vragen bij de gemeente. Mede omdat maatregelen aan de bron- en overdrachtsmaatregelen op bezwaren van stedenbouwkundige en financiële aard stuiten. Cumulatie Ter bepaling van de gecumuleerde waarde is de totale geluidbelasting berekend van de zoneplichtige wegen Wezelsedijk en A326. Uit de berekening blijkt dat de geluidsbelasting op de westgevels van de twee woningen aan de westzijde van het plangebied hoger is dan 53 dB. Aanvullend onderzoek ter bepaling van de geluidwering van deze gevels is noodzakelijk. Goede ruimtelijke ordening In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de cumulatie bepaald inclusief alle gemodelleerde geluidbronnen. De maximale gecumuleerde waarde, welke voornamelijk wordt bepaald door de Wezelsedijk, bedraagt 58 dB.

Dit betekent dat er sprake is van de kwalificatie 'matig' en dat moet worden nagegaan of maatregelen mogelijk zijn. Aangezien maatregelen aan de bron en overdrachtsmaatregelen op bezwaren stuiten, moet de oplossing gezocht worden in geluidwerende maatregelen in de gevel en/of dak. Bij toepassing van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen is een binnenniveau van 33 dB gewaarborgd. Bovendien beschikt het bouwplan over een geluidluwe gevel/buitenruimte. Daarmee is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het aspect 'geluid' vormt na het verlenen van hogere waarden en na uitvoering van aanvullend onderzoek ter bepaling van de geluidwering van de betreffende gevels naar verwachting geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.4

Milieuzonering

4.4.1

Regelgeving

Wanneer ruimtelijke ontwikkelingen in de directe omgeving van inrichtingen en/of bedrijven worden gerealiseerd, zal een milieukundig onderzoek uit moeten wijzen in hoeverre er sprake is van mogelijke beperkingen ten gevolge van de aanwezige inrichtingen en of bedrijven. Maar ook andersom moet aandacht worden besteed aan de rechten van de aanwezige inrichtingen en/of bedrijven. Het is immers niet de bedoeling dat nieuwe ontwikkelingen de huidige bedrijfsvoering in de directe omgeving zullen beperken.

22

bestemmingsplan "Wezelsedijk ong. Wijchen" (vastgesteld)

bestemmingsplan Wezelsedijk ong. Wijchen

Voor het vaststellen van de genoemde minimale richtafstanden tussen inrichtingen en milieugevoelige functies worden in de regel de lijsten zoals deze zijn opgenomen in de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' gebruikt. Daarbij wordt o.a. gekeken naar de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar en zo nodig naar het risico op bodem- of luchtverontreiniging. Bedrijven zijn in de VNGhandreiking ingedeeld in categorieën met bijbehorende gewenste richtafstanden tot milieugevoelige functies. De categorieën geven de zwaarte van bedrijvigheid en mogelijke milieuhinder weer. De richtafstanden kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandstap worden verlaagd indien sprake is van omgevingstype gemengd gebied.

Tabel: richtafstanden VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' Voorgaande tabel geeft een overzicht van de richtafstanden voor verschillende bedrijfscategorieën ten opzichte van een woonwijk en gemengd gebied. Indien de richtafstand niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect in beginsel achterwege blijven: inpassing is dan mogelijk. Indien er sprake is van een kortere afstand dan de richtafstand, is aanvullend onderzoek noodzakelijk.

4.4.2

Doorvertaling bestemmingsplan

In de directe omgeving van het plangebied zijn geen niet-agrarische bedrijven of inrichtingen aanwezig, die een belemmering vormen voor de beoogde vrijstaande woningen. De ten zuiden van het plangebied gelegen bedrijven betreffen een hoveniersbedrijf aan de Oud Woeziksestraat 8 en een opslagbedrijf aan de Oud Woeziksestraat 4. Beide bedrijven vallen binnen milieucategorie 2 met een richtafstand van 30 m. Gezien de ligging op circa 75 m van het plangebied, worden deze bedrijven niet in hun bedrijfsvoering geschaad en ondervinden de beoogde woningen geen overlast van deze bedrijven. Het aspect 'milieuzonering' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.5

Luchtkwaliteit

4.5.1

Regelgeving

In het kader van een planologische procedure moet worden aangetoond dat voldaan wordt aan de wettelijke normen voor wat betreft luchtkwaliteit. Hierbij moet het effect op de luchtkwaliteit in de omgeving als gevolg van een nieuwe ontwikkeling, als ook de toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' in beeld worden gebracht. De Wet luchtkwaliteit van 15 november 2007 - inmiddels opgenomen in hoofdstuk 5, onder titel 5.2 van de Wet milieubeheer (hierna: Wm) - gaat in op luchtkwaliteitseisen. In Bijlage 2 van de Wm zijn wettelijke grenswaarden vastgelegd van onder andere de stoffen stikstofdioxide (NO 2), fijn stof (PM10), benzeen (C6H6), zwaveldioxide (SO2), lood (Pb) en koolmonoxide (CO). Projecten moeten worden beoordeeld op basis van de voormalige Wet luchtkwaliteit c.q. artikel 5.16 van de Wet milieubeheer. Luchtkwaliteitseisen vormen geen belemmering voor vergunningverlening als:  er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde;  een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt;  een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging;  een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat op 1 augustus 2009 in werking is getreden.

bestemmingsplan "Wezelsedijk ong. Wijchen" (vastgesteld)

23

bestemmingsplan Wezelsedijk ong. Wijchen

In artikel 2 van het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' is opgenomen dat een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de zogenaamde '3% grens' niet wordt overschreden. Na vaststelling van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) op 1 augustus 2009 is deze grens gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2. In artikel 4 van het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) en de bijlagen van de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' is voor bepaalde categorieën projecten met getalsmatige grenzen vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. 4.5.2

Doorvertaling bestemmingsplan

In de regeling NIBM is aangegeven dat een woningbouwlocatie met maximaal 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg is aan te merken als een ontwikkeling die niet in betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Voorliggend initiatief maakt de realisatie van maximaal twee woningen mogelijk en valt dus binnen de NIBM-regeling. Daarom is onderzoek op grond van de Wet luchtkwaliteit niet noodzakelijk. Goede ruimtelijke ordening (NSL-monitoringstool) In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de jaargemiddelde concentraties NO 2, PM10 en PM2,5 bepaald ter hoogte van het plangebied. Met de NSL-monitoringstool en de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten (GCN en GDN) zijn de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 langs de A326 bepaald. Daaruit blijkt dat de jaargemiddelde concentraties NO 2, PM10 en PM2,5 respectievelijk circa 15,5 µg/m3, 17,5 µg/m3 en 11,0 µg/m3 bedragen in 2020. Daarmee worden de jaargemiddelde grenswaarden van 40 µg/m3 (voor NO2 en PM10) en 25 µg/m3 (voor PM2,5) niet overschreden. Daarnaast is de trend dat in de toekomst de emissies en de achtergrondconcentraties van deze stoffen zullen dalen, waardoor geen overschrijdingen van de grenswaarden zijn te verwachten. Het aspect 'luchtkwaliteit' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.6

Geur

4.6.1

Regelgeving

Wet geurhinder en veehouderij De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) bevat het beoordelingskader voor geurhinder van veehouderijen die vergunningsplichtig zijn op basis van de Wet milieubeheer (Wm). Het beoordelingskader is als volgt:  voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld (in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv)) geldt een maximale geurbelasting) op een geurgevoelig object;  voor andere diercategorieën geldt een minimale afstand van de dierenverblijven ten opzichte van geurgevoelige objecten.

24

bestemmingsplan "Wezelsedijk ong. Wijchen" (vastgesteld)

bestemmingsplan Wezelsedijk ong. Wijchen

Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen concentratiegebieden (conform Reconstructiewet) en nietconcentratiegebieden en tussen situaties binnen de bebouwde kom en buiten de bebouwde kom. De wet beschrijft in artikel 3 de maximale norm voor geurbelasting van een veehouderij ten opzichte van een gevoelig object in vier situaties, zie onderstaande tabel.

Binnen bebouwde kom

Buiten bebouwde kom

Concentratiegebied

Niet-concentratiegebied

diercategorieën Rgv

maximaal 3 ouE/m³

maximaal 2 ouE/m³

andere diercategorieën

minimaal 100 m t.o.v. geurgevoelig object

minimaal 100 m t.o.v. geurgevoelig object

diercategorieën Rgv

maximaal 14 ouE/m³

maximaal 8 ouE/m³

andere diercategorieën

minimaal 50 m t.o.v. geurgevoelig object

minimaal 50 m t.o.v. geurgevoelig object

Geurnormen Wgv De Wgv biedt gemeenten de mogelijkheid om afwijkende geurnormen vast te stellen voor (delen van) het grondgebied. Op deze wijze kan de gemeente een geurhinderbeleid vaststellen dat is afgestemd op de plaatselijke situatie. De gemeente Wijchen heeft geen gemeentelijke geurverordening vastgesteld. De normen voor de geurbelasting op basis van de Wet geurhinder en veehouderij zijn daarom van toepassing. Regeling geurhinder en veehouderij In de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) is de wijze vastgelegd waarop:  de geurbelasting wordt bepaald;  de afstand tussen veehouderij en geurgevoelig object) wordt gemeten. Activiteitenbesluit Per 1 januari 2013 zijn agrarische activiteiten onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit gebracht. In het Activiteitenbesluit zijn voor alle agrarische activiteiten, waaronder akkerbouwbedrijven en veehouderijen, eisen opgenomen. Voor de veehouderijen is aangesloten bij de systematiek uit de Wgv, dat wil zeggen dat in bepaalde gevallen een maximaal toegestane geurbelastingen geldt (diercategorieën waarvoor een geuremissiefactor is vastgesteld, bijvoorbeeld varkens en pluimvee) en in andere gevallen vaste afstandseisen gelden (diercategorieën waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld, waaronder melkrundvee).

4.6.2

Doorvertaling bestemmingsplan

In de directe omgeving van het plangebied is geen sprake van (niet-)agrarische bedrijven met een geurcontour die (deels) over het plangebied gelegen is. De meest nabij gelegen veehouderij is gesitueerd aan de Oud Woeziksestraat 5 op circa 200 m ten westen van het plangebied. Dit betreft een kleine intensieve veehouderij met 46 vleeskalveren, 97 stuks vrouwelijk jongvee, 80 zoogkoeien en 20 legkippen. Iets verder van het plangebied ligt de veehouderij aan het Hazenpad 1, op circa 230 m van het plangebied. Dit betreft een heel kleinschalig bedrijf met 22 zoogkoeien. Aan de benodigde afstandsnormen voor beide veehouderijen wordt voldaan. Bovendien zijn tussen de omliggende (niet-) agrarische bedrijven en het plangebied reeds andere gevoelige woonbestemmingen gelegen, die maatgevend zijn voor de bedrijfsvoering van de betreffende (niet-)agrarische bedrijven. Het aspect 'geur' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.7

Externe veiligheid

4.7.1

Regelgeving

Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen als vuurwerk, lpg en munitie over weg, water en spoor en door buisleidingen. Het beleid rondom externe veiligheid is vastgelegd in circulaires, regelingen, AMvB's en wetten.

bestemmingsplan "Wezelsedijk ong. Wijchen" (vastgesteld)

25

bestemmingsplan Wezelsedijk ong. Wijchen

In Nederland worden twee maten gehanteerd voor externe veiligheidsrisico's, namelijk het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Bij het plaatsgebonden risico (PR) gaat het om de kans per jaar dat een denkbeeldig persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen als deze persoon zich onafgebroken en onbeschermd in de nabijheid van een risicovolle inrichting of transportas bevindt. Het plaatsgebonden risico wordt weergegeven als een contour rondom de risicovolle inrichting of de transportas. Het groepsrisico (GR) is de cumulatieve kans dat een (werkelijk) aanwezige groep van 10, 100 of 1.000 personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico moet verantwoord worden voor het gebied waarbinnen zich de gevolgen van een incident met gevaarlijke stoffen voordoen. Dit is de zogenaamde 1 %-letaliteitsgrens; de afstand vanaf een risicobedrijf waarop nog slechts 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving overlijdt bij een ongeval op het risicobedrijf (invloedsgebied). Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein, bijvoorbeeld rondom chemische fabrieken, LPG-tankstations en spoorwegemplacementen waar goederentreinen met gevaarlijke stoffen rangeren.

Het besluit is op 27 oktober 2004 in werking getreden. Op 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) in werking getreden. Daarin wordt geregeld hoe een gemeente moet omgaan met risico's langs relevante buisleidingen. De hogedruk gasleidingen van Gasunie zijn het meest relevant. Op 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transport (Bevt) in werking getreden. Het Bevt verhoogt de veiligheid van mensen die wonen of werken in de buurt van rijksinfrastructuur (auto-, spoor- en vaarwegen) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd.

4.7.2

Doorvertaling bestemmingsplan

In het plangebied is een quickscan externe veiligheid uitgevoerd. Het onderzoek is als bijlage 3 bij de toelichting gevoegd. Inrichtingen c.q. bedrijven Het plangebied ligt niet binnen een invloedsgebied van een risicovolle inrichting in de omgeving. Een verantwoordingsplicht is niet aan de orde. Transport over waterwegen Het plangebied bevindt zich niet binnen een invloedsgebied van een waterweg waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Een verantwoordingsplicht is niet aan de orde. Transport over wegen Het plangebied ligt op voldoende afstand van diverse rijks- en provinciale wegen, waardoor de PR 106 risicocontour het plasbrandaandachtsgebied geen invloed hebben op de planontwikkeling. Wel ligt het plangebied op korte afstand van de A326. Op basis van de vuistregel uit de HART is gebleken dat zowel in de huidige als toekomstige situatie de 10% van de oriëntatiewaarde niet wordt overschreden. Hierdoor vormt de hoogte van het groepsrisico geen aandachtspunt. Conform de 'Beleidsvisie externe veiligheid' van de gemeente Wijchen, vastgesteld op 20 april 2016, ligt het plangebied binnen zone 2 van deze weg en kan worden volstaan met een standaardverantwoording b. De zones van de overige wegen in de omgeving reiken niet tot aan het plangebied. Transport over het spoor Op circa 1.500 m ten zuiden van het plangebied is de spoorlijn Den Bosch - Nijmegen gelegen.

Op grond van de afstand vormen het plaatsgebonden risico en het plasbrandaandachtsgebied geen invloed op de planontwikkeling. Conform de 'Beleidsvisie externe veiligheid', ligt het plangebied binnen zone 3 van het spoor en kan worden volstaan met een standaardverantwoording a. Vervoer van gevaarlijke stoffen door een buisleiding Op een afstand van circa 90 m van het plangebied, zijn twee hogedruk aardgasleidingen aanwezig. Op navolgende afbeelding is de ligging van het plangebied ten opzichte van de buisleidingen weergegeven:

26

bestemmingsplan "Wezelsedijk ong. Wijchen" (vastgesteld)

bestemmingsplan Wezelsedijk ong. Wijchen

Uitsnede risicokaart met globale aanduiding plangebied (blauwe omkadering) In navolgende tabel zijn de relevante gegevens van deze buisleidingen samengevat: Buisleiding

Diameter

Druk

100% letaliteitsafstand

1% letaliteitsafstand

A-524

48 inch

66,2 bar

210 m

540 m

A-533

48 inch

66,2 bar

210 m

540 m

Tabel: relevante gegevens buisleiding Uit de bovenstaande tabel kan geconcludeerd worden dat het plan zowel binnen de 100% als de 1% letaliteitsafstand van beide buisleidingen is gelegen. De risico's als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen moeten kwantitatief worden bepaald door middel van een CAROLA-berekening. Het plangebied is gelegen binnen een zone 2 van de buisleidingen. De risico's moeten worden meegenomen in een verantwoording van het groepsrisico. Uit de berekening, met het rekenprogramma CAROLA, in bijlage 4, volgt dat de planrealisatie leidt tot een geringe rekenkundige toename van de hoogte van het groepsrisico van de buisleiding A-533deel-1. De planvorming heeft geen rekenkundige invloed op de hoogte van het groepsrisico van buisleiding A-524-deel-1. Het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen vormt derhalve geen belemmering voor de planrealisatie. Wel moeten de risico's als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen worden verantwoord. Verantwoordingsplicht Onderstaand zijn de benodigde verantwoordingen op hoofdlijnen opgenomen, de complete uitwerking is opgenomen in bijlage 5 van de toelichting. Transport over wegen - A326 Het plangebied en de geprojecteerde ontwikkeling bevinden zich binnen het invloedsgebied van de A326, een weg waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd.

Het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg en het daarmee gepaard gaande externe veiligheidsrisico over de weg is relatief laag (zie Beleidsvisie externe veiligheid Wijchen). De weg wordt gebruikt ter bevoorrading van langs de weg gelegen risicovolle inrichtingen. Groepsrisico Het groepsrisico van de weg ligt ruim onder de oriëntatiewaarde (zie Beleidsvisie externe veiligheid Wijchen). Omdat de ontwikkeling op meer dan 30 m van de weg ligt reikt het invloedsgebied van een plasbrand niet tot het plangebied. De invloed van de ontwikkeling op het groepsrisico zal dus nauwelijks tot niet significant zijn. Het lage groepsrisico zal door de geprojecteerde ontwikkeling niet of nauwelijks toenemen.

bestemmingsplan "Wezelsedijk ong. Wijchen" (vastgesteld)

27

bestemmingsplan Wezelsedijk ong. Wijchen

De mogelijkheid tot beperking van het groepsrisico door het beïnvloeden van de personendichtheid is van weinig invloed omdat het plangebied buiten het invloedsgebied van een plasbrand ligt. Daarnaast is de kans te overlijden als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen in deze gebieden kleiner dan 1/1.000.000. Gezien het beperkt risico van de weg zijn aanvullende veiligheidsmaatregelen niet realistisch. Bestrijdbaarheid Bestrijdbaarheid is de mate waarin een rampscenario door de brandweer te bestrijden is. De mate waarin uitvoering aan een aanvalsstrategie kan worden gegeven hangt af van de capaciteit van de brandweer (opkomsttijd en beschikbare blusmiddelen) en de bereikbaarheid van het incident. (opstelplaatsen). Ten aanzien van de bestrijdbaarheid wordt door de gemeente Wijchen in het kader van de bestemmingsplanprocedure advies ingewonnen bij de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid. Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is de mate waarin personen in staat zijn zichzelf (zonder hulp van buitenaf) in geval van een calamiteit in veiligheid te brengen. Het gewenste handelingsperspectief in geval van een calamiteit (schuilen en/of vluchten) is afhankelijk van het scenario. In geval van een plasbrand- of BLEVE-scenario is vluchten het gewenste handelingsperspectief, in geval van een toxisch scenario is schuilen het gewenste handelingsperspectief.

In geval van een calamiteit dient tijdig gewaarschuwd te worden. Dit gebeurt door het in werking stellen van NL-Alert en het Waarschuwing en Alarmering Systeem (WAS) als onderdeel van de algemene Rampenbestrijding. Het grondgebied van de gemeente Wijchen valt grotendeels binnen de dekking van de sirenepalen. Transport over het spoor - spoorlijn Den Bosch - Nijmegen Ontwikkeling groepsrisico Vanwege de grote afstand tot de risicobron zal een toename van personendichtheden niet significant doorwerken in de rekenkundige hoogte van het groepsrisico. De beschouwing van het groepsrisico en de verantwoording daarvan is om deze reden volledig kwalitatief uitgevoerd. Mogelijkheden tot beperking van het groepsrisico De mogelijkheid tot beperking van het groepsrisico door het beïnvloeden van de personendichtheid is op deze grote afstand tot de risicobron geen item. Zoals gesteld heeft op deze afstand een toe- of afname van personendichtheid geen invloed op het groepsrisico. Daarnaast is de kans te overlijden als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen is in deze gebieden vele malen kleiner dan 1/1.000.000. Veiligheidsmaatregelen aan de bron zijn daarom niet realistisch. De bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval Ook het bestrijdbaarheid vraagstuk speelt op deze afstand van de risicobron niet. Bestrijding vindt plaats bij de bron.

Mogelijkheden tot zelfredzaamheid In geval van een calamiteit moeten personen kunnen schuilen. De mate waarin deze bouwwerken afsluitbaar zijn tegen de indringing van toxisch gas en de tijdsduur dat deze bouwwerken worden blootgesteld zijn hierbij parameters. Nieuwe bouwwerken zijn goed geïsoleerd, waardoor ze een goede bescherming bieden tegen het binnendringen van het toxisch gas. Belangrijk is wel dat luchtbehandelingsinstallaties met één druk op de knop uit te schakelen zijn. Dit is echter niet af te dwingen in deze ruimtelijke procedure. Daarnaast dient in geval van een calamiteit tijdig gewaarschuwd te worden. Dit gebeurt door het in werking stellen van NL-Alert en het Waarschuwing en Alarmering Systeem (WAS) als onderdeel van de algemene Rampenbestrijding. Het grondgebied van de gemeente Wijchen valt grotendeels binnen de dekking van de sirenepalen. Transport door buisleidingen - A-524 en A-533 Het maatgevende ongevalsscenario voor een hogedruk aardgasleiding is een fakkelbrand, die na een beschadiging van een buisleiding ontstaat als gevolg van een ontsteking. Aanwezige en te verwachten dichtheid van personen In de huidige situatie is het plangebied onbebouwd. In de berekening is er van uitgegaan dat in de huidige situatie geen personen binnen het plangebied aanwezig zijn. In de toekomstige situatie

28

bestemmingsplan "Wezelsedijk ong. Wijchen" (vastgesteld)

bestemmingsplan Wezelsedijk ong. Wijchen

worden twee woningen gerealiseerd. Voor de populatie binnen het plangebied is uitgegaan van 2,4 personen per woning met een aanwezigheidspercentage van 50% in de dagperiode en 100% in de nachtperiode. Als gevolg van de planvorming neemt de populatie in de dagperiode toe met 2,4 personen en in de nachtperiode met 4,8 personen. Het groepsrisico Uit de berekening van de hoogte van het groepsrisico, zowel voor als na planrealisatie, blijkt dat de planrealisatie leidt tot een geringe rekenkundige toename (0,3%) van de hoogte van het groepsrisico van de buisleiding A-533-deel-1. De planvorming heeft geen rekenkundige invloed op de hoogte van het groepsrisico van buisleiding A-524-deel-1. Bestrijdbaarheid Voor de bestrijding van een calamiteit is de inrichting van het gebied van belang. Bij een dreigende breuk van een hogedruk aardgasleiding richt de brandweer zich op het veilig stellen van het effectgebied en het voorkomen van een ontsteking. Als uitstroming plaatsvindt, zal Gasunie de leiding inblokken. Afhankelijk van het systeem en de afstand tot de breuk kan het enkele uren duren voor de leiding is leeg gelopen. In geval van een directe ontsteking kunnen hulpdiensten door de enorme hittestraling de fakkel beperkt benaderen om gewonden te helpen. De fakkel zelf kan niet door de brandweer worden geblust. Er moet worden gewacht tot het ingeblokte leidingdeel leeg is gelopen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=60a594d7-566b-4999-801d-de5bbc0e3020