Agendabundel
Tekst van het document
Gebied 6 Bij de ontwikkeling van gebied 6 moet rekening gehouden worden met de belastbaarheid van het gebied. De aanwezige infrastructuur veroorzaakt in de huidige situatie reeds belasting. Door deze belasting staat de leefbaarheid in het gebied onder druk. Investeren in leefbaarheid met een omgevingsfonds dat zich hierop richt, en het tegengaan van overlast door windmolens of zonnevelden kan hier een rol in spelen. Daarnaast liggen de beschermde stadsgezichten van Ravenstein en Batenburg binnen 1,8 km van deze locatie. Onderzoek naar zichtlijnen die van belang zijn voor deze cultuurhistorische waarden kan ondersteunen in het vormgeven van een opstelling die deze stadsgezichten minimaal aantast. 5.1.3 Onderzoek naar actuele zwaar belastende ruimtelijke ontwikkelingen Bij het bepalen van de definitieve gebiedskeuze worden zwaar belastende ruimtelijke ontwikkelingen meegewogen. Zo is de gemeenteraad geïnformeerd over de plannen die TenneT heeft voor een hoogspanningsstation van circa 26 hectare in de gemeente Wijchen. Hoewel we weten dat TenneT zoekt in de buurt van de reeds aanwezige hoogspanningsleiding vanaf de A50 verder naar het westen, is de plek waar het hoogspanningsstation komt niet bekend. Omdat de komst van het hoogspanningsstation ruimtelijk impact heeft, moet het meegenomen worden in het traject voor het bepalen van zoekgebieden voor wind- en zonne-energie.
We hopen eind 2024 meer duidelijkheid te krijgen over de definitieve locatie van het hoogspanningsstation en de gevolgen hiervan op de zoekgebieden. Overigens beschouwt de gemeente Wijchen de komst van het hoogspanningsstation als een Wijchense bijdrage aan een stabieler elektriciteitsnet en daarmee aan de energietransitie. De gemeente Wijchen is in gesprek met betrokken provincies, Tennet, EZK en de RES regio op welke manier dit hoogspanningsstation verder gewaardeerd kan worden. Wij zien het hoogspanningsstation en windenergie als 2 Gemeente Wijchen, 2020. Beleidsplan natuur en biodiversiteit; Gemeente Wijchen, 2004.
Ecologische verbindingszone Heumen-Horssen - werk in uitvoering! Pagina 18 | Visie op wind- en zonne-energie gemeente Wijchen: Op weg naar 2035
communicerende vaten die beiden voor de gemeente Wijchen en de regio meewegen in de energiedoelstellingen voor de langere termijn. 5.2 Proces/tijdlijn van de visie Gezien de lange looptijd van grootschalige duurzame opwekprojecten heeft deze beleidsvisie een looptijd tot 2035. In 2030 herijken wij deze visie met als doel om de koers voor de periode 2035-2045 te bepalen. Het een en ander laten wij zien in de onderstaande tijdlijn:
Gezien de lange looptijd van grootschalige duurzame opwektrajecten heeft deze beleidsvisie heeft een looptijd tot 2035. In 2030 herijken wij deze visie met als doel om de koers voor de periode 2035-2045 te bepalen. 5.3 Proces voor nieuwe initiatieven Alle nieuwe (en daarmee bedoelen we nog niet formeel ingediende initiatieven) windinitiatieven binnen de kansrijke zoekgebieden houden we aan en verwijzen we naar de uit te schrijven tender. Windinitiatieven buiten de zoekgebieden wijzen we af met verwijzing naar deze visie. Voor zonne-initiatieven geldt dat het ontwikkelaars vrij is een principeverzoek in te dienen. Een dergelijk initiatief moet passen in deze visie en wordt onder meer beoordeeld op basis van de nieuwe zonneladder, zoals omschreven in dit document. Omdat we op korte termijn meer balans in de opwek van wind en zon proberen te krijgen, moet ieder nieuw initiatief aantonen meerwaarde te vervullen voor de omgeving ondanks impact op het elektriciteitsnet. Hierbij kan gedacht worden aan congestie verzachtende oplossingen (waarbij juist ruimte op het elektriciteitsnet vrij komt) zoals een combinatie met batterij opslag of aan levering voor direct gebruik door bedrijven of bewoners. Als het zonne-initiatief onderdeel uitmaakt van een windinitiatief verwijzen we naar de uit te schrijven tender, zie de eerste alinea van deze paragraaf.
Pagina 19 | Visie op wind- en zonne-energie gemeente Wijchen: Op weg naar 2035
Gedragscode Acceptatie & Participatie Windenergie op Land Oktober 2020
Gedragscode Acceptatie & Participatie Windenergie op Land (Oktober 2020)
Gedragscode Acceptatie & Participatie Windenergie op Land Utrecht, oktober 2020 Nederlandse WindEnergie Associatie (NWEA) Stichting De Natuur en Milieufederaties Stichting Natuur & Milieu Greenpeace Nederland Vereniging Milieudefensie Energie Samen Nederlandse Vereniging Omwonenden Windturbines (NLVOW) Foto voorpagina: Lagerwey
2
Gedragscode Acceptatie & Participatie Windenergie op Land (Oktober 2020)
De gedragscode tot nu toe Elk ruimtelijk project in Nederland heeft te maken met belanghebbenden; van direct omwonenden tot de lokale natuurverenigingen, van de gemeente tot de landeigenaar. Dat geldt ook voor windprojecten op land. Al sinds de ontwikkeling van de eerste windparken is participatie en acceptatie een belangrijke stap in het proces. In het Energieakkoord uit 2013, dat mede door de NWEA en diverse milieuorganisaties is onderschreven, wordt de wenselijkheid van een aanpak voor het behouden en vergroten van acceptatie beschreven. De eerste versie van de Gedragscode is in juni 2014 opgesteld door de NWEA, Natuur & Milieu, Greenpeace en De Natuur en Milieufederaties. Daarnaast zijn de ministeries van Economische Zaken en Infrastructuur & Milieu, het Interprovinciaal Overleg (IPO), de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), de NLVOW en andere maatschappelijke groeperingen geconsulteerd. In oktober 2015 hebben Milieudefensie en Ode Decentraal (inmiddels Energie Samen) de Gedragscode ook ondertekend. De Gedragscode is volgens afspraak na een jaar gezamenlijk geëvalueerd en op basis van de aanbevelingen aangepast. In 2020 is de Gedragscode naar aanleiding van de Green Deal Participatie1 en de afspraken uit het Klimaatakkoord opnieuw herzien en aangepast en tevens ondertekend door de NLVOW.
Doel Gedragscode Om de doelen van het Klimaatakkoord van Parijs te behalen en de opwarming van de aarde te beperken maken we in Nederland een omslag naar een duurzame energievoorziening. Dit doel is onder meer uitgangspunt van het Energieakkoord voor Duurzame Groei (september 2013)2 dat onder coördinatie van de Sociaal Economische Raad (SER) tot stand is gekomen. Onderdeel daarvan is de afspraak om 6.000 megawatt (MW) wind op land te realiseren in 2020. In het Klimaatakkoord uit 2019 is vastgelegd dat windenergie een substantieel onderdeel uitmaakt van de doelstelling van 35 Terawattuur (TWh) hernieuwbare energie op land in 20303. De grote opgave voor grootschalige hernieuwbare energieproductie, waaronder windenergie, gaat gepaard met merkbare en zichtbare veranderingen in het landschap. Die kunnen tot zorgen leiden in de omgeving van de projecten en ook breder in de samenleving. Voor het nakomen van de energie- en klimaatdoelstellingen, en dus de realisatie van projecten, is het belangrijk dat de omgeving op de juiste wijze wordt betrokken. Als naar belanghebbenden tijdig is geluisterd, zij inbreng hebben kunnen geven in het proces, en in het project rekening is gehouden met hun belangen en de door hen ervaren gevolgen, dan zal de omgeving de komst van het project makkelijker accepteren.
Met deze Gedragscode werken de ondertekenaars aan een structurele inbreng van belangen en betrokkenheid van alle belanghebbenden. Als windprojecten conform de uitgangspunten van deze Gedragscode worden opgepakt kan dit leiden tot acceptatie. De Gedragscode committeert de NWEA-leden aan een aantal basisprincipes van het betrekken van de omgeving voor structurele acceptatie en participatie. Samengevat beschrijft de Gedragscode hoe de initiatiefnemer de omgeving betrekt bij een windproject. Daarnaast beschrijft de Gedragscode hoe de ondertekenende natuur- en milieuorganisaties, Energie Samen en de NLVOW helpen om de omgeving rondom windprojecten te betrekken. Ondertekenaars van de Gedragscode hebben verschillende achtergronden en kijken ook verschillend aan tegen windenergie. Dit betekent dat zij niet per se positief hoeven te zijn over elk windproject omdat dit afhangt van de achtergrond van de ondertekenaars en/of het project. De ondertekenaars vinden elkaar in het belang van een goed en zorgvuldig proces en zijn daarop aanspreekbaar. Elk windenergieproject is anders: wat betreft omvang, wie het bevoegd gezag is, wat de kenmerken van het gebied zijn etc. Ook de initiatiefnemer én de omgeving (omwonenden, agrariërs, bedrijven, natuur- en landschapsgroepen, energiecoöperaties etc.) zijn nergens hetzelfde. Dat betekent dat elk project voor windenergie maatwerk is.
Het doel bij alle projecten is dat de omgeving volwaardig kan meepraten over het project en alle belangen serieus worden meegewogen. Door de diverse (en soms tegenstrijdige) belangen is het, net als bij elk ander ruimtelijk project, helaas nooit mogelijk iedereen 100% tevreden te stellen. Het gaat om een optimaal evenwicht tussen alle belangen en de wil om samen tot oplossingen te komen. Door te werken aan een sfeer van onderling vertrouwen kan kennis worden gedeeld, kunnen verschillen worden overbrugd of geaccepteerd en kunnen afspraken over proces- en financiële participatie worden gemaakt. 1 2 3
https://www.greendeals.nl/green-deals/participatie-van-de-omgeving-bij-duurzame-energieprojecten https://www.rijksoverheid.nl/documenten/convenanten/2013/09/06/energieakkoord-voor-duurzame-groei https://www.klimaatakkoord.nl/documenten/publicaties/2019/06/28/klimaatakkoord 3
Gedragscode Acceptatie & Participatie Windenergie op Land (Oktober 2020)
Gezamenlijke opdracht De ondertekenende partijen zetten zich gezamenlijk in om alle belanghebbenden zo goed mogelijk te betrekken bij de totstandkoming van een windproject op basis van gelijkwaardigheid. Bij het tot stand komen van windprojecten spelen overheden een zeer belangrijke rol. Zij zijn verantwoordelijk voor de planologische procedure en het daarbij betrekken van de omgeving. Alleen als alle partijen deze gezamenlijke verantwoordelijkheid nemen en goed samenwerken kan het proces van een windproject op een goede manier worden ingevuld. De ondertekenaars roepen daarom gemeenten, provincies en de rijksoverheid op om initiatiefnemers voor projecten te vragen om aan de hand van deze Gedragscode aan de slag te gaan maar ook om goed naar hun eigen rol, verantwoordelijkheid en mogelijkheden te kijken en om op reguliere basis nauw samen te werken met zowel initiatiefnemers als met alle andere belanghebbenden.
4
Gedragscode Acceptatie & Participatie Windenergie op Land (Oktober 2020)
Definities en begrippen Omgeving
De fysieke omgeving van een windproject, dan wel de ‘omgevingsbelangen’ c.q. de belanghebbenden rondom een specifiek windproject. De precieze omvang van de omgeving is moeilijk vast te stellen, maar voor omwonenden wordt als vuistregel uitgegaan van de door de Raad van State gehanteerde norm van tien maal de tiphoogte4. Voor natuurbelangen kan de impact op soorten verder reiken.
Omgevingsplan
Het omgevingsplan bevat alle regels over de fysieke leefomgeving die de gemeente stelt binnen haar grondgebied. Per gemeente is er één omgevingsplan.5
Omwonende
Diegene die in zijn woon- en leefomgeving een gevolg ondervindt van de komst van het windpark. Wie als omwonenden worden aangemerkt is maatwerk per project. Een specifieke groep is de direct omwonenden, zij die geluid en/of slagschaduw kunnen ervaren.
Belanghebbende
Diegene die in de omgeving van een (potentieel) windproject woont en/of organisaties die in de omgeving van een (potentieel) windproject een ander rechtstreeks aantoonbaar belang hebben.
Acceptatie
Er is sprake van acceptatie als de belanghebbenden in de omgeving van het windproject op relatief korte termijn na realisatie geen grote verstorende beleving ervaren van het windproject en tevreden zijn over het gevoerde proces en de gemaakte afspraken waaronder financiële participatie. Dit betekent niet dat belanghebbenden positief over het windproject hoeven te zijn. Vanwege de complexiteit van lokale initiatieven en (de emoties van) betrokken belanghebbenden is een generieke ondergrens van acceptatie niet vast te stellen.
Initiatiefnemer
Een partij (of samenwerking van partijen) die het initiatief heeft genomen – al dan niet op uitnodiging van het bevoegd gezag – om een windproject te ontwikkelen.
Participatie
Het betrekken van en op basis van gelijkwaardigheid in overleg gaan met belanghebbenden over de locatiekeuze, ontwikkeling, bouw en exploitatie van een windproject.
Financiële participatie Investeren in en/of voordeel ervaren van de opbrengsten van een initiatief of project. Participatieplan
Het plan waarin voor de verschillende projectfasen (locatiekeuze, ontwikkeling, bouw en exploitatie) wordt vastgelegd wie op welke wijze belanghebbend is en op welke wijze deze verschillende partijen worden betrokken bij het project.
Bovenwettelijk
Alle maatregelen/ bijdragen etc die niet volgen uit wettelijke bepalingen, maar overeen zijn gekomen tussen initiatiefnemers en overheden en/of de omgeving. De ervaring van de waarde van deze maatregelen kan verschillen. Achterliggende idee is dat deze maatregelen worden genomen om participatie en acceptatie te bevorderen.
4 5
https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RVS:2018:616 https://aandeslagmetdeomgevingswet.nl/regelgeving/instrumenten/omgevingsplan/ 5
Gedragscode Acceptatie & Participatie Windenergie op Land (Oktober 2020)
1. Toepassing van de code 1.1 Projecten waarop Gedragscode van toepassing is
De Gedragscode is niet alleen de richtlijn waaraan ondertekenaars zich dienen te houden, het is ook een weergave van de huidige praktijk waarin initiatiefnemers de uitgangspunten elke keer proberen toe te passen en waar mogelijk de toepassing proberen te verbeteren. Voor alle lopende windprojecten geldt dat waar reeds bindende afspraken inzake acceptatie en participatie zijn gemaakt met het bevoegd gezag en/of de omgeving geen eerder gemaakte stappen opnieuw hoeven te worden doorlopen op basis van de Gedragscode. Wel wordt gestreefd naar het zo goed mogelijk toepassen van (de intentie van) de Gedragscode in de nog uit te voeren processtappen.
1.2 Moment dat de Gedragscode voor een specifiek project van toepassing is
Uitgangspunt is dat de omgeving zo vroeg mogelijk geïnformeerd en actief betrokken wordt. Een project kan op zeer verschillende manieren tot stand komen maar in beginsel zijn er twee werkwijzen te onderscheiden: 1. Het bevoegd gezag heeft zelf een gebied aangewezen waarin een windproject mag worden ontwikkeld. Het is de taak van die overheid om bij de bepaling van dat gebied de omgeving te informeren c.q. mee te nemen in dat besluit. Wanneer een initiatiefnemer het besluit neemt om op dit aangewezen gebied een windproject te ontwikkelen, dan zorgt deze initiatiefnemer dat de omgeving zo snel mogelijk geïnformeerd en betrokken wordt. 2. De initiatiefnemer(s) wil(len) een windproject ontwikkelen in een gebied dat nog niet is aangewezen door het bevoegd gezag. Dit biedt kansen om e.e.a. in te richten naar de maatstaven van de gebiedsgerichte aanpak (zie III.2). De initiatiefnemer neemt dan eerst contact op met de overheid, als die overheid de mogelijkheid wil bekijken of er een project gerealiseerd kan worden dan moet de initiatiefnemer in overleg met die overheid, zo snel mogelijk de omgeving betrekken. Hierbij heeft het sterk de voorkeur dat de overheid samen met de initiatiefnemer op basis van gelijkwaardigheid zorgdraagt voor goede procesparticipatie waarbij gebruik wordt gemaakt van elkaars kennis, kunde en netwerk. De Gedragscode geldt voor de ondertekenaars.
Overheden hebben deze code niet ondertekend. In de beleidsfase is het bevoegd gezag leidend. Deze beleidsfase start bijvoorbeeld met lokale of regionale duurzame energieambities, de nationale en provinciale wind-op-land ambities en/of de regionale energiestrategieën (RES). De ondertekenaars van de Gedragscode roepen het betreffende bevoegd gezag dan ook op om vanaf het begin in overleg te treden met de omgeving en werk te maken van procesparticipatie. Dat kan situaties voorkomen waarin een locatie voor een windproject al grotendeels door de overheid is bepaald voordat een initiatiefnemer in beeld komt of de omgeving betrokken is. De initiatiefnemer heeft dan weinig ruimte meer om in overleg met de omgeving de planvorming nog eventueel aan te passen6.
1.3 Vervanging/ opschaling oude turbines
Indien een windproject wordt vervangen door een nieuw windproject (repowering) is sprake van een ontwikkeltraject van een initiatiefnemer. Dit geldt als een nieuw project waarop de Gedragscode dus van toepassing is.
6
Dit punt is goed beschreven in de Handleiding Participatieplan Windenergie op Land (2015): http://handleidingparticipatieplan.nl 6
Gedragscode Acceptatie & Participatie Windenergie op Land (Oktober 2020)
2. Communicatie 2.1 Belang communicatie
Een goede en vooral open communicatie met betrokkenen in de omgeving is tijdens alle fases van de planvorming van wezenlijk belang. Initiatiefnemer(s), overheden, natuur- en milieuorganisaties en de NLVOW hebben daarin elk hun rol en lokale belang.
2.2 Algemene informatie
Algemene informatie over windenergie wordt via de rijksoverheid, NWEA, Energie Samen, de NLVOW en de natuuren milieuorganisaties beschikbaar gesteld. Te denken valt aan (onderzoeks)informatie en opgedane ervaring over geluid, slagschaduw, gezondheid, woningwaarde, windturbine-technologie, landschap en natuur. Deze informatie wordt door de initiatiefnemers en bevoegd gezag gebruikt om de omwonenden te informeren.
2.3 Beleidscommunicatie
Het bevoegd gezag is primair verantwoordelijk voor de communicatie over haar duurzame energiebeleid, de verantwoording over de plaats en rol van windenergie in dat beleid (nut en noodzaak) en de uitleg en de verantwoording voor de locatiekeuze voor windenergie. Desgevraagd ondersteunen de natuur- en milieuorganisaties en de initiatiefnemer(s) in de dialoog bij projecten de communicatie over nut en noodzaak van de energietransitie.
2.4 Procescommunicatie
Het bevoegd gezag is primair verantwoordelijk voor de communicatie rondom de ruimtelijke procedures. Deze communicatie gebeurt in samenspraak met de initiatiefnemer. Dit wordt bij voorkeur vastgelegd in het participatieplan.
2.5 Projectcommunicatie
De initiatiefnemer(s) zijn primair verantwoordelijk voor de communicatie rondom het project. Initiatiefnemers communiceren proactief met belanghebbenden over de voortgang van het project, beslismomenten en gemaakte keuzes. Wat betreft de nut en noodzaak van de energietransitie en het grotere maatschappelijke belang van het project, werken partijen samen om dit voor het voetlicht te brengen. Waar mogelijk leveren natuur- en milieuorganisaties een bijdrage aan deze communicatie. Initiatiefnemers informeren het bevoegd gezag als het gaat om optimale invulling van hun doelstellingen ten aanzien van windenergie en leveren informatie over het windproject en windenergie in het algemeen ten behoeve van de procescommunicatie.
7
Gedragscode Acceptatie & Participatie Windenergie op Land (Oktober 2020)
3. Procesparticipatie 3.1 Participatieplan
Uitgangspunten participatieplan In een zo vroeg mogelijk stadium en uiterlijk voorafgaand aan het ruimtelijke ordeningsproces wordt door de initiatiefnemers of het bevoegd gezag een participatieplan7 opgesteld. In beide gevallen is er sprake van wederzijdse afstemming én accordering door de betrokken overheid. Hierbij kan gebruik gemaakt worden van de participatiewaaier die is opgenomen in het Klimaatakkoord8 en het Kader voor het vormgeven van participatie bij duurzame energieprojecten die als onderdeel van de Green Deal Participatie van de omgeving bij duurzame energieprojecten is opgesteld9. Afspraken gemaakt in het participatieplan zullen onvoorwaardelijk worden overgenomen indien – op welk moment dan ook – het eigendom van het windproject wordt overgedragen aan een andere partij dan degene die het participatieplan heeft ondertekend. Inbreng omgeving bij opstellen participatieplan Het participatieplan heeft tot doel om afspraken over het proces vast te leggen. Uitgangspunt is dat alle belanghebbenden op gelijkwaardige wijze meewerken aan het opstellen hiervan. De gesprekken met en tussen hen leveren informatie op voor keuzes ten aanzien van participatieniveau, betrokkenheid en financiële participatie. De omvang en inhoud van het participatieplan is afhankelijk van het project en de uitkomsten van de gesprekken met de omwonenden en andere belanghebbenden.
3.2 Gebiedsgerichte aanpak
Om een windproject te kunnen ontwikkelen is een geschikte locatie een absolute voorwaarde. Regelmatig ontstaan lastige situaties omdat grondeigenaren er belang bij hebben dat een windproject op hun grond wordt ontwikkeld. Dit kan tot conflicten leiden en verkleint de mogelijkheid om een windproject, in overleg met de omgeving, op de beste manier in te passen. Initiatiefnemers binnen het plangebied van een windproject dienen zoveel mogelijk samen te werken en alle grondeigenaren actief te betrekken. Dit kan bijvoorbeeld door middel van gesocialiseerde grondcontracten. Uitgangspunt is dat iedereen in een plangebied kan meedoen ongeacht de uiteindelijke locatie. De ondertekenaars roepen de overheden op om met hun beleid bij te dragen aan bovenstaande uitgangspunten. In sommige situaties worden windprojecten relatief dicht in de buurt van elkaar ontwikkeld. Dit kan leiden tot belangentegenstellingen. De intentie is om in het geval van lokaal of regionaal conflicterende projecten in samenhang naar oplossingen te zoeken.
3.3 Innovatie
Regelmatig worden er nieuwe technieken ontwikkeld waarmee negatieve effecten voor de omgeving kunnen worden verminderd. Initiatiefnemers van nieuwe én bestaande projecten streven ernaar om in overleg met de omgeving en het bevoegd gezag deze verbeteringen waar mogelijk toe te passen. Daarbij wordt zowel rekening gehouden met de vermindering van negatieve effecten als de kosten.
3.4 Natuur en landschap
Windprojecten moeten voldoen aan de Wet natuurbescherming10. Doel is negatieve effecten van een windproject op natuurgebieden en effecten op de gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten, met name vogels en vleermuizen, zoveel mogelijk te voorkomen. Op het moment van ondertekening van de gewijzigde Gedragscode is er een proces gaande omtrent windenergie en natuur: de Natuurinclusieve energietransitie. Uitgangspunt in dit proces is dat de windsector haar verantwoordelijkheid neemt door speciale aandacht te besteden aan die vogel- en vleermuissoorten waarvan de staat van instandhouding in het geding is én waar de windsector een substantieel effect op heeft. NWEA en de Natuur en Milieufederaties zijn deelnemer aan dit proces. Afspraken die uit dit proces volgen worden vanzelfsprekend nageleefd.
Om de invloed van windenergie zo klein mogelijk te houden wordt bij windprojecten gestreefd naar zuinig en 7 Zie ook: http://www.handleidingparticipatieplan.nl 8 https://www.klimaatakkoord.nl/documenten/publicaties/2019/11/18/participatiewaaier 9 https://www.greendeals.nl/sites/default/files/2019-11/GD%20221%20Participatie%20kaders.pdf 10 https://www.windenergie.nl/beleid-en-regels/wetgeving 8
Gedragscode Acceptatie & Participatie Windenergie op Land (Oktober 2020)
meervoudig ruimtegebruik. Voorbeeld is het combineren van wind- en zonneprojecten. Verder wordt zo goed mogelijk aangesloten bij de gebiedsspecifieke landschappelijke kwaliteit. Voor het vaststellen en vertalen daarvan kan een RVO-handreiking worden benut11. Daarnaast wordt waar redelijkerwijs mogelijk waarde toegevoegd aan natuur en landschap door goede inpassing en extra natuurelementen te creëren (bijvoorbeeld met gewassen, wandelroutes, groene stroken, insectenparken, watergangen), inclusief een goed beheerplan. Hierbij kan een recente checklist worden benut als belangrijke inspiratiebron12. De financiering van deze elementen valt, voor zover het buiten de voorschriften uit de vergunning valt, in beginsel onder de richtlijnen voor financiële participatie (paragraaf 4).
3.5 Procesparticipatie
De initiatiefnemer is – veelal volgend op door de overheid gezette stappen in het ruimtelijke ordeningsproces – verantwoordelijk voor het betrekken van de omgeving in het hele projectproces (ontwikkeling, bouw en exploitatie). De ondertekenaars van deze gedragscode committeren zich aan het aangaan van een dialoog met de omgeving en leggen de onderdelen van deze dialoog vast in een participatieplan. In het participatieplan wordt concreet beschreven hoe deze procesparticipatie vorm krijgt. Het participatieplan behandelt in ieder geval de volgende punten: • Reguliere afstemming en overleg met (direct) omwonenden, buurtverenigingen en dorpsraden, energiecoöperaties, natuur- en landschapsorganisaties; bijvoorbeeld door het (mede-)opzetten van een klankbord- of adviesgroep van belanghebbenden13; • Het organiseren en faciliteren van discussie- en informatiebijeenkomsten met en voor de omgeving; • Duidelijke communicatie over op welke momenten de omgeving betrokken wordt en met welke frequentie. De initiatiefnemer geeft in overleg met de vergunningverlenende overheid - in het participatieplan én gedurende het proces - steeds duidelijk aan welke mogelijkheden er (nog) zijn voor aanpassingen in de planvorming; • Het inrichten van een goed en transparant systeem voor het behandelen van vragen en klachten, zowel tijdens de bouw als tijdens de exploitatie.
Voor een aantal van bovenstaande acties geldt dat dit in overleg met bevoegd gezag tot stand moet komen. Daarnaast kan het voorkomen dat een gebied aan één of meerdere zaken geen behoefte heeft. Er is al veel ervaring opgedaan en opgetekend met name door de ondertekende partijen van deze gedragscode. Deze ervaring over opzet van het proces en het betrekken van belanghebbenden gebruiken we zoveel mogelijk. De formele ruimtelijke procedure is onderdeel van dit projectproces14. Het bevoegd gezag is hier primair verantwoordelijk voor (zie ook 3.2). De initiatiefnemer dient parallel aan deze ruimtelijke procedure het participatieplan ter kennisname in bij het bevoegd gezag en speelt een actieve rol bij het verstrekken van informatie over het proces en over belangrijke inspraak- en beslismomenten. De omgeving van een (toekomstig) windproject heeft in de praktijk vaak minder expertise over de ontwikkeling van windparken dan de initiatiefnemers. Dit kan het lastig maken om op een gelijkwaardige wijze met elkaar in overleg te gaan. Er zijn verschillende mogelijkheden om te zorgen voor meer balans. Zo is het mogelijk dat de omgeving indien gewenst kan worden ondersteund door deskundigen die door haar gekozen zijn en/of dat het proces wordt begeleid door een onafhankelijke voorzitter. De verantwoordelijkheid om dat te organiseren ligt bij de overheid.
De ondertekenaars vragen de overheid om dit in overleg met alle partijen mogelijk te maken. Tijdens de dialoog met de omgeving gaat het zowel om het inventariseren van (mogelijke) wensen met de intentie om hier in overleg aan tegemoet te komen (zoals o.a. over het vast te stellen voorkeursalternatief), als het benutten van kennis en het bespreekbaar maken van vragen (over bijvoorbeeld zicht, geluid, slagschaduw en ecologische effecten). Ook andere (mogelijk financiële) gevolgen voor (direct) omwonenden worden besproken en geïnventariseerd; uitgangspunt daarbij zijn de wettelijke regelingen en daarin genoemde vormen van compensatie zoals planschade15. Bij de definitieve vergunningsaanvraag rapporteert de initiatiefnemer aan de belanghebbenden en het bevoegd gezag over de vraag hoe de procedure is verlopen en wat met de geïnventariseerde wensen mogelijk was en gedaan is. 11 12 13 14 15
https://www.rvo.nl/sites/default/files/2013/09/Handreiking%20waardering%20Landschappelijke%20Effecten%20Windenergie_0.pdf https://www.windopland.info/wp-content/uploads/2018/03/NM-Checklist-Wind-op-Land-online.pdf [1] https://nlvow.nl/actueel/publicaties-nlvow https://www.windenergie.nl/beleid-en-regels/wetgeving [2] https://www.rvo.nl/subsidie-en-financieringswijzer/planschade-rijksenergieprojecten 9
Gedragscode Acceptatie & Participatie Windenergie op Land (Oktober 2020)
4. Financiële participatie Voor versterking van acceptatie en participatie stellen initiatiefnemers een bovenwettelijk bedrag beschikbaar. Voor de besteding wordt mede uitgegaan van de uitkomsten van een dialoog met de omgeving, zoals die ook zijn vertaald in een participatieplan. Elke windproject is maatwerk en de financiële bijdrage kan per project verschillen. Als indicatie van de financiële ruimte voor deze bijdrage wordt een richtbedrag van 0,40 tot 0,50 euro/MWh aangehouden. Initiatiefnemers in de windsector hebben verschillende vormen van financiële participatie ontwikkeld. Een overzicht van de verschillende voorbeelden is opgenomen in de participatiewaaier16. De initiatiefnemer bepaalt samen met de omgeving welke vormen van participatie het meest geschikt zijn voor een specifiek project. Uitgangspunt is om direct omwonenden meer te laten meeprofiteren dan mensen die verder weg wonen. Afspraken over het bovenwettelijk bedrag staan los van de manier waarop het eigendom van het project is geregeld. In beginsel geldt deze bijdrage voor de gehele looptijd van de exploitatie. In bepaalde gevallen, zoals het aflopen van subsidies, kan deze bijdrage in overleg met de omgeving worden herzien.
4.1 Lokaal Eigendom
In het Klimaatakkoord is de volgende afspraak opgenomen: “Om de projecten voor de bouw en exploitatie van hernieuwbaar op land in de energietransitie te laten slagen, gaan in gebieden met mogelijkheden en ambities voor hernieuwbare opwekking, de omgeving en marktpartijen gelijkwaardig samenwerken in de ontwikkeling, bouw en exploitatie. Dit vertaalt zich in een evenwichtige eigendomsverdeling in een gebied waarbij gestreefd wordt naar 50% eigendom van de productie van de lokale omgeving (burgers en bedrijven). Het streven naar de eigendomsverhouding is een algemeen streven voor 2030. Er is lokaal ruimte om hier vanwege lokale projectgerelateerde redenen van af te wijken.”17 Doel van deze afspraak is het bevorderen van acceptatie. Initiatiefnemer(s) spannen zich in om alle partijen die mogelijk lokaal eigendom willen op gelijkwaardige manier te betrekken. Uitgangspunt is dat iedereen die lokaal mede-eigenaar wil worden, hiertoe ook de mogelijkheid krijgt. Dit gebeurt op basis van gelijkwaardigheid, inclusief risico’s, tijdsinvestering en opbrengsten. Lokaal eigendom is een vorm van financiële participatie en opgenomen in de participatiewaaier. Tegelijk staat het streven naar 50% lokaal eigendom los van de afspraak om ook andere belanghebbenden in de omgeving via een vorm van financiële participatie te betrekken.18
16 17 18
https://www.klimaatakkoord.nl/documenten/publicaties/2019/11/18/participatiewaaier https://www.klimaatakkoord.nl/documenten/publicaties/2019/06/28/klimaatakkoord (p.219) Zie ook de door alle partijen opgestelde Q&A: http://www.nvde.nl/wp-content/uploads/2020/04/20200430-QenA-participatie-def.pdf 10
Gedragscode Acceptatie & Participatie Windenergie op Land (Oktober 2020)
5. Rol en verantwoordelijkheid ondertekenaars NWEA • • •
Brengt de Gedragscode onder de aandacht van haar leden en verspreidt goede voorbeelden Treedt in overleg met de andere ondertekenaars en andere spelers met als doel de Gedragscode zo breed mogelijk geaccepteerd en geïmplementeerd te krijgen Ziet toe op naleving van de Gedragscode en spreekt zo nodig leden aan
Natuur- en milieuorganisaties • • •
Brengen de Gedragscode onder de aandacht - in het algemeen en binnen hun betrokkenheid bij projecten - en verspreiden goede voorbeelden Ondersteunen hun leden, partners en achterban en werken met hen samen om, in samenwerking met andere initiatiefnemers, invulling te geven aan de participatie in en acceptatie van windprojecten Komen hierbij concreet op voor de belangen van duurzame energieopwekking, natuur en landschap, leefomgeving en mede-eigenaarschap
Energie Samen • •
Brengt de Gedragscode onder de aandacht bij haar leden (energiecoöperaties) en geeft uitleg hoe zij hier concreet invulling aan kunnen geven Ondersteunt haar leden om in samenwerking met andere initiatiefnemers invulling te geven aan de participatie in en acceptatie van windprojecten met name in de vorm van mede-eigenaarschap
NLVOW • • • • •
Brengt door middel van het medeondertekenen van de Gedragscode de belangen van de omwonenden in het proces in met het doel deze te beschermen en te borgen Brengt de Gedragscode onder de aandacht bij haar achterban en verspreidt goede voorbeelden Treedt in overleg met de andere ondertekenaars en andere spelers met als doel de Gedragscode zo breed mogelijk geaccepteerd en geïmplementeerd te krijgen Ondersteunt omwonenden van (toekomstige) windprojecten zodat zij zo goed mogelijk hun belangen kunnen inbrengen en behartigen Stimuleert en ondersteunt de direct omwonenden om als belanghebbende op een constructieve manier te participeren in het proces
11
Gedragscode Acceptatie & Participatie Windenergie op Land (Oktober 2020)
6. Naleving Indien een belanghebbende van een windproject meent dat de Gedragscode niet correct wordt nageleefd dan kan een melding worden gemaakt of een klacht worden ingediend: 1. Een belanghebbende dient een klacht over het niet-naleven van de code in bij het betreffende lid (één van de betreffende leden) van NWEA. 2. Het betreffende lid krijgt de mogelijkheid om op deze melding of klacht te reageren en samen met de indiener een oplossing te vinden. 3. Indien de melding of klacht door het betreffende lid volgens de indiener niet naar tevredenheid wordt afgehandeld kan hij/zij de klacht doorzetten naar één van de ondertekenaars van deze Gedragscode. 4. Indien de ondertekenaars gezamenlijk tot de conclusie komen dat de gedragscode op één of meerdere punten niet is nageleefd dient klacht in behandeling genomen te worden en treedt de directie van NWEA in overleg met de indiener en het betreffende lid met als doel de klacht af te handelen middels bemiddeling. 5. Indien bemiddeling onverhoopt onsuccesvol blijkt dan kan een klacht doorgezet worden naar een onafhankelijke klachtencommissie, die wordt samengesteld door alle ondertekenaars van de Gedragscode. 6. Indien de klacht gegrond wordt verklaard door de onafhankelijke klachtencommissie besluit het Bestuur van NWEA over een eventuele sanctie.
De uitkomst inclusief onderbouwing van de behandeling van de klacht wordt in overleg tussen de NWEA en de andere ondertekenaars gepubliceerd op de website van NWEA en de andere ondertekenaars.
12
Gedragscode Acceptatie & Participatie Windenergie op Land (Oktober 2020)
7. Overige punten 7.1 Maatwerk
Elk windproject is uniek. Locatie, initiatiefnemers, betrokkenen in de omgeving en omstandigheden verschillen per project. Per project wordt bekeken hoe en op welke wijze de belangen van de omgeving van een windproject het best geborgd kunnen worden.
7.2 Voorkoming stapeling
De verschillende financiële bijdragen/participatievormen die de initiatiefnemer levert aan de omgeving worden integraal in ogenschouw genomen om stapeling van deze bijdragen te beperken, zoals ook in het Energieakkoord staat verwoord. Deze Gedragscode beschrijft de bovenwettelijke financiële bijdragen/participatievormen in zijn totaliteit en vervalt (op onderdelen) als overheden zelf aanvullende, bovenwettelijke participatie- of compensatieeisen stellen zoals extra verplichte bijdragen aan landschapsfondsen of door de overheid verplichte vormen van financiële participatie. De ondertekenaars hebben een voorkeur voor varianten die zijn overeengekomen tussen initiatiefnemer en omgeving en/of varianten die de relatie tussen project en de omgeving bevestigen.
7.3 Goede voorbeelden
Voorbeelden van participatietrajecten, -processen en -vormen die aangedragen worden door initiatiefnemers van windparken worden door de ondertekenaars verzameld en gepubliceerd op https://www.klimaatakkoord.nl/ participatie/handreiking-participatie-duurzame-energie.
13
Gedragscode Acceptatie & Participatie Windenergie op Land (Oktober 2020)
Ondertekening Utrecht, xx oktober 2020
NWEA Hans Timmers, Voorzitter
Stichting De Natuur- en Milieufederaties Annie van de Pas, Netwerkdirecteur
Stichting Natuur & Milieu Marjolein Demmers, Directeur
Greenpeace Nederland Joris Thijssen, Directeur
Vereniging Milieudefensie Donald Pols, Directeur
Energie Samen Siward Zomer, Coöperatief directeur
Nederlandse Vereniging Omwonenden Windturbines Rob Rietveld 14
Visie op wind- en zonneenergie gemeente Wijchen: Op weg naar 2035 Multicriteria-analyse
Gemeente Wijchen 18 juni 2024
Project Opdrachtgever
Document Status Datum Referentie
Projectcode Projectleider Projectdirecteur
Auteur(s) Gecontroleerd door Goedgekeurd door
Visie op wind- en zonne-energie gemeente Wijchen: Op weg naar 2035 Gemeente Wijchen
Multicriteria-analyse Definitief 02 18 juni 2024 141191/24-008.924
141191 M.F.B. van der Werf MSc K.A. Haans MSc
L.F. de Visser-Bleijenberg MSc M.F.B. van der Werf MSc M.F.B. van der Werf MSc
Paraaf
Adres
Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. Leeuwenbrug 8 Postbus 233 7400 AE Deventer +31 (0)570 69 79 11 www.witteveenbos.com KvK 38020751
Het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos is gecertificeerd op basis van ISO 9001. © Witteveen+Bos Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Witteveen+Bos noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Witteveen+Bos aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Witteveen+Bos geleverde document.
INHOUDSOPGAVE
1
INTRODUCTIE
5
1.1
Aanleiding en doel
5
1.2
Proces
5
2
KADER GEMEENTELIJK BELEID
7
2.1
Duurzame energie
7
2.2
Cultuurhistorie
9
2.3
Landschap en natuur
9
2.4
Gebruik door Defensie
9
2.5
Autonome ontwikkelingen
10
3
RESULTATEN RAADPLEGING
12
3.1
Raadpleging bewoners
12
3.2
Raadpleging bedrijven, ondernemers en professionele stakeholders
13
4
MILIEUKAART WIJCHEN
14
4.1
Aanpassingen aan milieukaart vanuit regionaal plan-MER
14
4.2
Milieukaarten gemeente Wijchen
16
5
MULTICRITERIA-ANALYSE
18
5.1
Werkwijze MCA
18
5.2
Stap 1: onderzochte gebieden
19
5.3
Stap 2 en 3: gebruikte criteria en manier van beoordelen
22
5.4
Stap 4: beoordeling per gebied
25
6
CONCLUSIE
27
Laatste pagina
27
Bijlage(n) I
Scoretabellen MCA
Aantal pagina's 1
1 INTRODUCTIE 1.1
Aanleiding en doel
De energietransitie is in volle gang. Om de doelen van het Klimaatakkoord te halen heeft Nederland met Europa afgesproken om in 2030 minimaal 55 % minder broeikasgassen uit te stoten. Dit wordt onder andere bereikt met energiebesparing, zonnepanelen en windmolens. Het laaghangende fruit is voor een groot deel geplukt waardoor de verduurzaming van de energievoorziening steeds uitdagender wordt. Daar komt bij dat het elektriciteitsnet vol raakt wat het aansluiten van extra zonnepanelen bemoeilijkt. Dit wordt ook gemerkt in Wijchen. De duurzame energieopwekking bestaat nu nog voor het overgrote deel uit zonne-energie op daken en zonnepark Kampbroek. Daarnaast zijn er plannen voor zonnepark Bankhoef en Windpark Bijsterhuizen. Zonne-energie zorgt echter voor een grote piek in het elektriciteitsnet midden op de dag als de zon schijnt, waardoor het net snel vol zit. Wijchen heeft nu samen met de andere gemeenten in de regio het verzoek gekregen van de RES-regio om te kijken of de verhouding tussen zonne-energie en windenergie verbeterd kan worden. Daarom onderzoekt Wijchen de mogelijkheden voor duurzame energie in de gemeente in de gebieden die als mogelijk geschikt uit een regionaal plan-MER onderzoek zijn gekomen.
Vanwege een inpassingsplan voor het windpark A50, in een van die mogelijk geschikte gebieden, waarover de provincie bevoegd gezag is en op moet reageren, is de urgentie groot. Wijchen heeft tot de zomer om met beleid te komen, daarna zal de provincie gaan beslissen over het inpassingsverzoek. Wijchen wil de regie zelf in handen houden en daarom een visie opstellen. Deze visie, met de naam ‘Visie op wind- en zonne-energie gemeente Wijchen: Op weg naar 2035’, beschrijft waar wind- en zonne-energie passend is, aan welke voorwaarden initiatiefnemers van grootschalige zonne- en windenergieprojecten moeten voldoen en welke rol de gemeente neemt bij wind- en zonneparken. Het voorliggende rapport is een bijlage bij deze visie. In dit rapport worden gebieden die vanuit milieu geschikt zijn voor wind- en zonne-energie met elkaar vergeleken. Deze vergelijking is gedaan met een multicriteria-analyse (MCA). Dit is een manier om objectief gebieden te onderzoeken en te wegen aan de hand van criteria. De uitkomst van deze MCA is een gewogen beoordeling van verschillende gebieden voor windenergie en zonne-energie.
1.2
Proces
In de afgelopen maanden is uitgezocht wat inwoners en belanghebbende organisaties belangrijk vinden (stap 1 van afbeelding 1.1). De gemeenteraad heeft op basis van deze raadpleging besloten welke criteria als input voor de MCA gebruikt worden (stap 2). In dit document leest u de aanpak en resultaten van de MCA. Dit is input voor de visie. In afbeelding 1.1 is het proces richting de visie visueel weergegeven.
5 | 27
Witteveen+Bos | 141191/24-008.924 | Definitief 02
Afbeelding 1.1 Overzicht van de processtappen
6 | 27
Witteveen+Bos | 141191/24-008.924 | Definitief 02
2 KADER GEMEENTELIJK BELEID Allereerst is binnen de gemeentelijke werkorganisatie onderzocht welke voorwaarden de huidige beleids- en visiestukken van de gemeente al stellen aan wind- en zonne-energie. Deze vormen een belangrijk kader voor de ontwikkeling van wind- en zonne-energie in de gemeente.
2.1
Duurzame energie
Lokale Energiestrategie (LES) De Lokale Energiestrategie (LES) Wijchen is een update van het Energieplan Samen duurzaam naar Wijchen uit 2018. Deze update was nodig vanwege nieuwe nationale en internationale doelen (herziening Klimaatwet, Europese Green Deal) en problemen rondom netcongestie. Wijchen volgt het landelijke doel van 55 % CO2reductie in 2030 ten opzichte van het niveau in 1990, en CO 2-neutraal in 2050. De LES dient als een routekaart om deze doelen te bereiken. Het beschrijft een gemeente-specifiek verhaal en beschrijft hoe de gemeente om zal gaan met ontwikkelingen die op haar afkomen. Hierbij wordt inzicht geboden in de huidige situatie, de mogelijke routes en een voorkeursroute om de CO2-doelstellingen te behalen. Uit de analyse van de huidige situatie blijkt dat Wijchen nog niet veel CO 2-reductie heeft bereikt ten opzichte van het niveau in 1990. De huidige afspraken en ontwikkelingen zijn niet genoeg om de doelen voor 2030 en 2050 te behalen. Om die doelen te behalen is duurzame energie nodig. Het gat tussen de huidige afspraken en energieneutraliteit in 2050 in Wijchen is naar schatting 1.185 TJ per jaar. Dit gat kan de gemeente dichten met de opwek van zonne-energie en windenergie. De gemeente kan de problemen op het gebied van netcongestie verminderen door in te zetten op een goede combinatie van zonne- en windenergie.
De gemeente sluit voor haar toekomstige duurzame energieplannen aan bij landelijk beleid, waaronder de landelijke normen voor geluid en veiligheid. Deze normen zijn onderbouwd met wetenschappelijk onderzoek en beschermen de leefomgeving tegen ongewenste effecten. Daarnaast vindt de gemeente het belangrijk om milieu volwaardig mee te nemen in haar visie. Hiervoor gebruikt de gemeente het onafhankelijke regionale plan-MER dat namens de Groene Metropoolregio (GMR) Arnhem-Nijmegen in 2023 is uitgevoerd in het kader van de RES. Gedragscode windenergie In de afgelopen periode is de Gedragscode Windenergie Wijchen geëvalueerd. In deze evaluatie is gesproken over het opnemen van de belangrijkste pijlers uit de gedragscode als onderdeel van de Visie op wind- en zonne-energie gemeente Wijchen: Op weg naar 2035. Daarnaast wordt benoemd dat duurzame energie opgenomen moet worden in het participatiebeleid van de gemeente en dat de landelijke gedragscode voor windenergie mogelijk passend is. Specifiek voor de beleidsvisie duurzame opwekking wordt vanuit de evaluatie geadviseerd: - neem regels op voor participatie.
Denk hierbij aan: · het opnemen van duidelijke kaders over bijvoorbeeld een doelstelling; · het meenemen van een zo breed mogelijke groep inwoners; · streef naar acceptatie waarbij bewoners het belang van duurzame energie zien en dit af kunnen wegen tegen de effecten; · de omarming van de gedragscode door omwonenden; - beschrijf de rol die de gemeente wil vervullen in duurzame energieprojecten:
7 | 27
Witteveen+Bos | 141191/24-008.924 | Definitief 02
·
-
-
-
voorkom grondspeculatie met bijvoorbeeld de Wet Voorkeursrecht of gesocialiseerde grondvergoeding; · ontwikkel zelf parken of voer een maatschappelijke tender uit; · denk na over hoe communicatie vormgegeven moet worden; beschrijf de gewenste samenwerking met de provincie in de visie: · beschrijf de gewenste rolverdeling tussen gemeente en provincie; · denk na hoe omgegaan wordt met het maatwerk dat de concept landelijke AMvB mogelijk maakt; · denk na over hoe de gemeente om wil gaan met de provinciale windladder; beschrijf de inspanningsverplichting rondom financiële participatie: · wie kan er participeren? · welke maatschappelijke doelen kunnen bereikt worden? · in welke mate kan men participeren? borg de belangen van natuur en landschap, kijk hierbij naar wat landelijke organisaties zoals de Natuur en Milieufederatie en NedZero adviseren.
Zonnevisie In 2020 hebben gemeenten Wijchen en Druten een Beleidsvisie voor zonne-energie opgesteld. In deze visie wordt beschreven welke gebieden onder welke voorwaarden in aanmerking kunnen komen voor zonnepanelen of een zonneveld. Hierin is het grondgebied van de gemeente in vijf klassen verdeeld: 1 gebouwgebonden zonnepanelen op daken en gevels mag; 2 grond- of watergebonden zonnepanelen binnen stedelijk gebied mag, hiervoor is beperkte landschappelijke inpassing nodig; 3 grond- of watergebonden zonnepanelen nabij bestaand stedelijk gebied mag niet, behalve als er door bewoners initiatief wordt genomen. Dit bewijst dat het geaccepteerd wordt door de nabije omgeving; 4 grond- of watergebonden zonnepanelen in het buitengebied mag, behalve als ze niet passen bij de schaal en de maat van het landschapstype of afbreuk doen aan omgevingskenmerken; 5 grond- of watergebonden zonnepanelen nabij de rivierduinen mag niet, behalve als er specifieke omstandigheden zijn. Binnen de klassen is ruimte voor maatwerk. Landelijke aanscherping zonneladder In december 2023 hebben het Rijk, Interprovinciaal Overleg, Vereniging van Nederlandse Gemeenten, Unie van Waterschappen en Netbeheer Nederland besloten dat zonne-energie in landbouwgebied lager in de voorkeursvolgorde komt te staan.
De overheden hebben in het bestuursakkoord afgesproken te gaan sturen langs de volgende vier treden voor de opwek van zonne-energie zoals al opgenomen in de NOVI voorkeursvolgorde zon: Trede 1: Zonnepanelen op daken en gevels Trede 2: Onbenutte terreinen in bebouwd gebied Trede 3: Onbenutte terreinen in landelijk gebied Trede 4: Landbouw- en natuurgronden De afspraak is gemaakt om daarbij trede 1 tot en met 3 van de zonne-ladder te stimuleren en zo slim mogelijk te combineren met ruimtelijke en maatschappelijke opgaven. Het nakomen van de RES-afspraken blijft daarbij het uitgangspunt. Er zijn uitzonderingen mogelijk voor zonne-energie op landbouwgrond (trede 4): a) de slimme combinatie van een zonnepark met een agrarische functie (agri-PV), b) gronden in transitie of die minder geschikt zijn voor landbouwgrond, en c) als het een oplossing biedt voor netcongestie dan wel bijdraagt aan efficiënter gebruik van het elektriciteitsnetwerk. Provincie Gelderland werkt aan het vastleggen van deze regels in haar Omgevingsverordening. Dit heeft ook consequenties voor de zonnevisie van gemeenten Wijchen en Druten: de voorwaarden voor klasse 4 van de zonnevisie zijn aangescherpt.
8 | 27
Witteveen+Bos | 141191/24-008.924 | Definitief 02
2.2
Cultuurhistorie
‘Samen in verscheidenheid’ is de beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten. Het doel van de nota is het versterken van de positie van cultuurhistorie binnen ruimtelijke ordening, toeristisch-recreatief beleid en erfgoededucatie. Een groot deel van de gemeente Wijchen is aangewezen als cultuurhistorisch waardevol. Voor een ruimtelijke ontwikkeling is het verplicht om onderzoek te doen naar de cultuurhistorische waarden van een gebied, en hoe de ontwikkeling deze beïnvloed. Deze onderzoeken worden beoordeeld door ambtenaren en experts.
2.3
Landschap en natuur
Beleidsplan Natuur en Biodiversiteit gemeente Wijchen (2020) In 2020 heeft de gemeente Wijchen een Beleidsplan Natuur en Biodiversiteit laten opstellen. In het plan wordt beschreven hoe de gemeente om wil gaan met dit thema, wat de gemeente wil bereiken, waarom de gemeente zich hiervoor inzet en hoe dat vormgegeven gaat worden. Het beleidsplan stelt vijf speerpunten op. Deze zijn: 1 transitie naar ecologisch beheer; 2 biodiversiteit als integraal duurzaamheidsthema; 3 natuurlijke bestrijding overlastgevende soorten; 4 versterken groenblauw netwerk; 5 stimuleren van initiatieven en samenwerking. Vooral speerpunt 2 is relevant voor het ontwikkelen van wind- en zonne-energie. Er liggen namelijk kansen in het combineren van biodiversiteit en zonne-energie, als er bij de aanleg van een zonnepark rekening wordt gehouden met doorlating van licht en regenwater en ecologisch beheer van het terrein. In de gemeentelijke zonnevisie is opgenomen dat landschappelijke inpassing verplicht is en dat door het aanleggen van natuur- en landschapselementen een ecologische meerwaarde verkregen moet worden. Landschapsontwikkelingsplan Beuningen, Druten en Wijchen (2006) In samenwerking met gemeenten Druten en Beuningen heeft de gemeente Wijchen onderzoek gedaan naar belangrijke karakteristieken van het landschap.
Hierin is onderzocht hoe het huidige landschap in elkaar zit, en waar het landschap nog versterkt moet worden. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de rivierduinen, oude oeverwallen, het kommenlandschap en de uiterwaarden. In de landschapsvisie die op basis van dit onderzoek is opgesteld zijn landschappelijke randvoorwaarden opgenomen voor de ontwikkeling van windmolens: - windenergie is belangrijk, maar heeft ook veel invloed op het landschap; - windmolens moeten bijdragen aan de landschapsstructuur en identiteit van het landschapstype. Uitgangspunt hierbij is dat windmolens niet passen in kleinschalige landschappen; - met het plaatsen van windmolens ontstaat er een nieuwe laag in het landschap. Als deze laag aansluit bij belangrijke richtingen in het gebied is dit het minst verstorend en vormt ze van veraf een markante lijn. Windmolens in een rij van west naar oost kunnen in dit rivierengebied de lengterichting van het landschap benadrukken. Dit is het meest geschikt in het grootschalige kommenlandschap; - de locatiekeuze moet ook regionaal passen; - met een beeldkwaliteitsstudie moeten ruimtelijke effecten worden onderzocht.
2.4
Gebruik door Defensie
Defensie heeft twee gebieden binnen de gemeente die gebruikt worden door Defensie. In deze gebieden moet getoetst worden of een plan niet belemmerend werkt voor het gebruik.
9 | 27
Witteveen+Bos | 141191/24-008.924 | Definitief 02
Laagvliegroute VO In het westen van de gemeente loopt een laagvliegroute voor training. Deze laagvliegroute wordt zo’n 20 uur per jaar gebruikt. Deze route is uitgezet aan de hand van punten met een buffer eromheen. Laagvlieggebied GLV9 Dit laagvlieggebied, eveneens aan de westkant van de gemeente, wordt gebruikt door Defensie om te oefenen met laagvliegen. Defensie verwacht dat het aantal helikopterbewegingen in de laagvlieggebieden structureel toeneemt en heeft daarom de behoefte dat de juridisch-planologische status van deze gebieden beter geborgd is. In het onderzoeksvoorstel voor het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie benoemt Defensie concreet dat Laagvlieggebied Maas-Waal qua omvang een geschikt gebied is voor laagvliegen, mits er niet een groot deel afvalt door onder andere windmolens. Dit wil Defensie bereiken door een strenger juridischplanologisch regime voor ruimtelijke ontwikkelingen. In het regionale plan-MER is beschreven dat de hoogtebeperkingen in de wet nog niet zo duidelijk zijn geformuleerd dat er verwacht wordt dat er een nee, tenzij principe van toepassing is. Het nieuwe milieuonderzoek van Defensie en de aanwijzing van Defensie als nationaal belang maakt dat in de visie uitgegaan wordt van een nee, tenzij principe voor het laagvlieggebied. Over de laagvliegroute VO wordt in het onderzoeksvoorstel niet gesproken.
Dit gebied blijft in de ja, mits categorie vallen.
Afbeelding 2.1 Overzichtskaart van het laagvlieggebied GLV9 Maas en Waal en laagvliegvliegroute VO
2.5
Autonome ontwikkelingen
Sinds 2020 werkt de gemeente aan plannen voor de uitbreiding van bedrijventerrein Bijsterhuizen. Eind 2023 is een concept ontwerp-omgevingsplan opgesteld, waar nader onderzoek naar gedaan wordt. Rond dit bedrijventerrein wordt gewerkt aan Windpark Bijsterhuizen met drie windmolens. Het bestemmingsplan voor dit Windpark wordt naar verwachting eind 2024 door de gemeenteraad vastgesteld.
10 | 27
Witteveen+Bos | 141191/24-008.924 | Definitief 02
Daarnaast bouwt gemeente Wijchen ook 3.000 woningen. Dit gebeurt grootschalig met de plannen Huurlingsedam, Tussen Kasteel en Wijchens Meer, Wijchen West, Kraanvogel, Kerkenweide en Balgoij-West. Deze ontwikkelingen worden gezien als autonome ontwikkeling en de gebieden worden niet meer onderzocht als mogelijk geschikt gebied voor wind- of zonne-energie.
11 | 27
Witteveen+Bos | 141191/24-008.924 | Definitief 02
3 RESULTATEN RAADPLEGING Uitgangspunt voor de raadpleging van bewoners, bedrijven en overige stakeholders is amendement 1, horende bij de openbare raadsvergadering van 1 februari 2024. Hiermee is opdracht gegeven om naar criteria te zoeken voor ten minste zeven thema’s: goede ruimtelijke ordening (onder de Omgevingswet wordt dit een evenwichtige toedeling van functies aan locaties genoemd), toekomstvastheid, leefomgeving, belastbaarheid van het gebied voor omwonenden, natuur, landschappelijke inpassing en financiële participatie van direct aanwonenden. Deze thema’s zijn voorgelegd aan bewoners, bedrijven en professionele stakeholders. Een interpretatie van de thema’s en een verslag van de raadpleging is opgenomen in bijlage I van de Notitie Besluitvorming criteriasets en weging.
3.1
Raadpleging bewoners
Tijdens twee bewonersavonden en met een vragenlijst is aan bewoners gevraagd wat zij belangrijk vinden bij het ontwikkelen van grootschalige zonne- en windenergie. De belangrijkste uitkomsten worden in deze paragraaf kort opgesomd. Uitkomsten bewonersavonden - bewoners spreken uit bezorgd te zijn over de impact die windmolens hebben op hun gezondheid en de leefomgeving. Effecten van geluid en slagschaduw worden benoemd; - bewoners spreken uit bezorgd te zijn om de impact die windmolens hebben op het landschap en de natuur. Vanwege de kwetsbare status van de natuur in Nederland adviseren ze om natuurgebieden vooraf uit te sluiten. Ze vragen verder om het landschap goed mee te nemen. Er zijn veel beschermde landschapselementen aanwezig zoals de Eendenkooi en stads- en dorpsgezichten. Daarnaast heeft het landschap recreatieve waarde; - efficiënt gebruik van ruimte is belangrijk voor bewoners. Energieopwekking moet bij voorkeur in de buurt van snelwegen en industrie. Wel vinden bewoners dat de opeenstapeling van overlast in overweging genomen moet worden; - bewoners willen zo vroeg mogelijk geïnformeerd worden over een initiatief, en betrokken worden bij de behandeling van een initiatief.
Uitkomsten vragenlijst - 79 % van de vragenlijstinvullers ziet mogelijkheden voor windenergie in de gemeente Wijchen; - 73 % van de vragenlijstinvullers ziet mogelijkheden voor zonne-energie; - bewoners zijn blij dat de gemeente voorwaarden onderzoekt, en roepen op om bij een project te kijken naar draagvlak in de omgeving; - 66 % van de vragenlijstinvullers geeft de voorkeur aan één project op één plek, zodat de overlast ook op één plaats blijft; - 66 % van de vragenlijstinvullers geeft de voorkeur aan een plek waar al veel geluid is, zoals bij industrie of wegen; - 56 % van de vragenlijstinvullers vindt wind- of zonne-energie het beste passen in het landschap bij snelwegen; - 57 % van de vragenlijstinvullers vindt wind- of zonne-energie het beste passen bij industrie; - 53 % van de vragenlijstinvullers vindt dat het geld dat verdiend wordt met de windmolens, moet worden uitgegeven aan de leefbaarheid in de gemeente;
12 | 27
Witteveen+Bos | 141191/24-008.924 | Definitief 02
-
58 % en 61 % van de vragenlijstinvullers vindt het belangrijkst dat er afstand gehouden wordt tot woningen, en dat overlast wordt tegengegaan, maar geven tegelijkertijd aan dat natuur en landschap niet vergeten moet worden.
3.2
Raadpleging bedrijven, ondernemers en professionele stakeholders
Bedrijven, ondernemers en professionele stakeholders1 is gevraagd wat zij belangrijk vinden bij een plan voor duurzame energie. In bijlage I is hier een volledig verslag van te vinden. Belangenorganisaties voor natuur en landschap zijn actief benaderd, maar hebben tot op heden nog geen input geleverd. De komende periode wordt geprobeerd nog wel input op te halen. De meest aangedragen punten zijn: - de problemen op het elektriciteitsnet zijn belemmerend voor de werkzaamheden en ambities van bedrijven en ondernemers. Het is lastig voor een bedrijf uit te breiden, omdat een netaansluiting niet altijd mogelijk is. Daarnaast is het niet altijd mogelijk om energie van zonnepanelen terug te leveren waardoor investeringen niet uitkunnen; - bedrijven, ondernemers en professionele stakeholders hebben interesse in lokale afname. Dit is de aanleg van een elektriciteitskabel direct naar een bedrijf dat veel energie gebruikt; - grootverbruikers van energie belasten het elektriciteitsnet. Lokale afname door grootverbruikers zorgt ervoor dat capaciteit voor afname vrijkomt. Dit creëert mogelijk ruimte op het elektriciteitsnet voor woningbouw; - bedrijven en ondernemers roepen op om te reflecteren op de Gedragscode.
In het verleden werkte dit erg vertragend; - bedrijven roepen op om de landelijke normen te hanteren; - de koppeling van zon en wind wordt gezien als belangrijk; - professionele stakeholders onderschrijven het belang van alternatieve oplossingen voor een netaansluiting. Door netcongestie is een ‘gewone’ netaansluiting niet altijd mogelijk; - bedrijven, ondernemers en professionele stakeholders vinden draagvlak essentieel. Met financiële participatie kan mogelijk draagvlak vergroot worden. Bedrijven en ondernemers zien mogelijkheid om te investeren. Daarnaast kan draagvlak gecreëerd worden met voorwaarden over afstanden tot woningen en regels rondom slagschaduw en verlichting; - zonnevelden zijn lastig aansluitbaar, en gebruiken ruimte inefficiënt.
1
Met de professionele stakeholders worden ZLTO, Liander, Windunie, Energie Samen bedoeld.
13 | 27
Witteveen+Bos | 141191/24-008.924 | Definitief 02
4 MILIEUKAART WIJCHEN Startpunt van het onderzoek naar geschiktheid van gebieden is de uitkomst van het onafhankelijke planMER voor de RES-regio GMR Arnhem-Nijmegen. In dit milieuonderzoek is onderzocht welke gebieden ‘niet geschikt’, ‘minder geschikt’ en ‘geschikt’ zijn voor wind- en zonne-energie.
4.1
Aanpassingen aan milieukaart vanuit regionaal plan-MER
Tijdens de bewonersavonden en in gesprekken met de ambtelijke organisatie zijn verschillende criteria naar voren gekomen die kunnen worden gebruikt om het in 2023 uitgevoerde regionale plan-MER aan te vullen met Wijchense milieu-informatie. Daarnaast heeft de Commissie mer advies op het regionale plan-MER uitgebracht en aangegeven dat de effecten van wind en zon op het landschap en natuur in de regio nog onvoldoende gedetailleerd zijn onderzocht (Commissie mer, 2023. Kenmerk: 3679). De ingebrachte informatie uit de raadpleging is gebruikt om de regionale milieukaart aan te vullen met Wijchense informatie. De beoordeling van gebieden op deze kaart is samengevat in de termen ‘geschikt’, ‘minder geschikt’, en ‘niet geschikt’. De betekenis van deze termen is in tabel 4.1 uitgelegd.