Agendabundel
Tekst van het document
Besluit (Aangenomen) De gemeenteraad besluit: l. De ingekomen zienswijzen te beantwoorden aan de hand van de zienswijzennota.
eg ~G,nr<~.,
, Wijchen
'>
2. Het bestemmingsplan 'De Passerot 18 in Wijchen' gewijzigd vast te stellen. Dit plan bestaat uit de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0296.BPdepasserotl 8-VG0l met de bijhorende bestanden en bijlagen, waarbij gebruik is gemaakt van een ondergrond bestaande uit de BGT en BRK d.d. 21 januari 2019. 3. Geen exploitatieplan vast te stellen. 4. Het document 'Beeldkwaliteitsplan De Passerot' (bijlage l bij de toelichting van het bestemmingsplan) vast te stellen als beeldkwaliteitsplan zoals bedoeld in de Nota Ruimtelijke Kwaliteit. 5. Gedeputeerde Staten van Gelderland te verzoeken om de gewijzigde vaststelling eerder bekend te mogen maken dan na de in artikel 3.8, lid 4 Wro voorgeschreven termijn.
Voorzitte
Griffier
4%ere,>
=
1 Bijlage 3 - Vastgesteld BP De Passerot 18 in Wijchen
I I
I
I
I l
Bestemmingsplan Toelichting De Passerot 18 te Wijchen (007-596) Gemeente Wijchen
vormgeving van stad en land
PUD2EROYEN Pouderoyen Compagnons
BESTEMMINGSPLAN Toelichting De Passerot 18 te Wijchen (007-596) Gemeente Wijchen
Inhoud
: Toelichting
Projectnummer
: 007-596
Profitmanagernummer
: P182726.002
Opdrachtgever
: Talis Woondiensten
Opsteller
: de heer ir. L.A.W. van Berkel
Status
• vastgesteld
Datum
: 28 augustus 2020
PDEROYEN Pouderoyen Compagnons vormgeving van stad en land is een handelsnaam van Pouderoyen BV St. Stevenskerkhof 2 6511 VZ NIJMEGEN tel: 024-32245 79 fax: 024-3241240 e-mail: info@pouderoyen.nl www.pouderoyen.n IBAN NL29 RABO 0154 8198 75 KVK 14 06 66 14 BTW NL 8104.81.996 01
Pouderoyen Compagnons
INHOUD
1. 1.1. 1.2. 1.3. 1.4. 1.5.
PQupEROYEN
BLZ
INLEIDING
1
Aanleiding en doelstelling Pl.an gebied Vigerend bestemmingsplan Beleidskeuze en afstemming met de omgeving Leeswijzer
1 1 2 2 4
2.
PLANGEBIED EN PLANVOORNEMEN
5
2.1. 2.2. 2.3. 2.4.
Voorafgaand proces Ruimtelijke structuur Voornemen Afwijking vigerend bestemmingsplan
5 5 7 8
3.
BELEIDSKADERS
9
3.1.
Rijksbeleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Bro; ladder voor duurzame verstedelijking 3.2. Provinciaal beleid 3.3. Gemeentelijk beleid Strategische Visie Wijchen 2025 Structuurvisie Wijchen Nota Ruimtelijke Kwaliteit. Woonvisie Wijchen 2015 Thuis in Wijchen 3.4. Conclusie
9 9 9 9 10 13 13 13 14 14 15
4.
16
MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN
4.1.
Archeologie en cultuurhistorie Archeologie Cultuurhistorie 4.2. Leidingen 4.3. Milieu Bedrijven en milieuzonering Bodem Externe veiligheid Geluid wegverkeer Geur Luchtkwaliteit 4.4. Natuur 4.5. Parkeren 4.6. Waterhuishouding
,
16 16 18 19 19 19 20 21 26 28 29 30 31 33
Pouderoyen Compagnons
PQupEROYEN
5.
ECONOMISCHE EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID
40
5.1. 5.2.
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke aanvaardbaarheid Zienswijzen
40 40 40
6.
JURIDISCHE REGELING
41
6.1. 6.2.
Algemene plansystematiek De bestemmingen
BIJLAGE(N) bij toelichting Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10
Beeldkwaliteitplan De Passerot Archeologisch onderzoek Bodemonderzoek Quickscan externe veiligheid Berekening buisleidingen externe veiligheid Verantwoording groepsrisico externe veiligheid Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Quickscan Natuurwetgeving Watertoets Beoordeling bodemonderzoek door ODRN
41 41
Pouderoyen Compagnons
Pouderoyen Compagnons
1.
INLEIDING
1.1.
Aanleiding en doelstelling
PQupEROYEN
De aanleiding voor het opstellen van onderhavig bestemmingsplan is het voornemen van Talis om op deze voormalige intensieve veehouderijlocatie een viertal vrijstaande woningen te realiseren en de tuin van de woning aan de Passerot 16 te verruimen. Aan De Passerot 18 te Wijchen is een voormalige agrarisch bedrijfslocatie gesaneerd. De eigenaar van het terrein - tevens initiatiefnemer Talis - is voornemens hier vier vrijstaande woningen op te richten. Dit naar aanleiding van de afstemming die heeft plaatsgevonden tussen Talis en de gemeente. De locatie is eerder aangekocht en gesaneerd, met een grotere gebiedsontwikkeling in het vooruitzicht. Nu dit niet langer actueel is, is een verantwoorde herinvulling van de locatie noodzakelijk. Op verzoek van de gemeente heeft Talis een visie laten uitwerken, voor het besproken programma van 4 woningen, op een wijze die aansluit bij de bestaande stedenbouwkundige en landschappelijke karakteristieken van de locatie. De visie is tot stand gekomen op basis van een keuze van een voorkeursmodel uit een voorafgaande modellenstudie. Hierover heeft eind 2018, begin 2019 afstemming plaatsgevonden met de omwonenden. De daarin besproken wensen en ideeën zijn, voor zover dat voor Talis mogelijk is, verwerkt in voorliggend bestemmingsplan.
Om de ontwikkeling van de woningen en de verruiming van de tuin bij nummer 16 mogelijk te maken, is het onderhavige bestemmingsplan opgesteld.
1.2.
Plangebied
De planlocatie ligt aan De Passerot, een weg in de dorpsrand van Wijchen. In de omgeving van de planlocatie staan oudere boerderijen gecombineerd met jongere bebouwing. Door de 'verkleuring' van dit stukje landelijk gebied naar karnrandzone, is in de omgeving een verhoogde bebouwingsdichtheid ontstaan. (Voormalige) boerderijen staan op ruime erven, de recentere woningen hebben soms kleine percelen. Het gebied is voor het overige kleinschalig en heeft een gemengd karakter, dat wordt bepaald door het agrarische en hobbymatige gebruik en de vele weiden, bospercelen, groensingels etc. De Passerot is een kleine enclave die wordt omsloten door de rijksweg A326 aan de noord- en westzijde, de belangrijkste invalswegen van Wijchen Randweg Noord (zuidzijde) en het Kavelpad (oostzijde). De kadastrale percelen waar voorliggend bestemmingsplan op is gericht, zijn de percelen 2240 en 2241. De omvang van deze 2 percelen bij elkaar bedraagt 7991 m2. De planlocatie bevat tevens het perceel De Passerot 16 (aan de westzijde) en het plangebied grenst aan nummer 22 (aan de oostzijde). In het kader van voorliggend plan wordt een deel van de gronden verkocht aan de bewoners van Passerot 16. Het bestemmingsplan bevat een regeling voor bijgebouwen bij deze woning, zodat voor de bestaande woning met tuin en de toe te voegen gronden ook de woonbestemming gaat gelden.
Pouderoyen Compagnons
1.3.
Pay/pER8OYEN
Vigerend bestemmingsplan
De planlocatie maakt deel uit van diverse bestemmingsplannen. Het plan Buitengebied Wijchen (vastgesteld 31-01-2013) en het daaropvolgende facetplan Buitengebied herziening 2014 (vastgesteld 16-10-2014) zijn beide onherroepelijk en zijn samengevoegd tot het Geconsolideerde versie Buitengebied en herziening 2014 (23-022015). Daarin is de planlocatie bestemd als woonlocatie (bestemming wonen-1) en agrarisch gebruik. Tevens zijn archeologische dubbelbestemmingen (1 en 2) opgenomen waarmee mogelijk aanwezige archeologische resten zijn beschermd.
a
Fragment verbeelding geconsolideerd bestemmingsplan buitengebied. Tevens geldt voor het gehele plangebied het Parapluplan Cultuurhistorie Wijchen, vastgesteld op 03-05-2017. De cultuurhistorisch waardevolle gebieden die in dit plan zijn bestemd, betreffen de gebieden die zijn opgenomen in de Cultuurhistorische waarderingskaart, zoals deze is opgenomen in de bijlage bij dit parapluplan, en zijn aangeduid als cultuurlandschappelijke waardering zeer hoog, hoog en middelhoog. De waardering van deze gebieden is gebaseerd op de beleidsnota 'Samen in verscheidenheid' en in Bijlage 2 bij de regels nader beschreven. Zowel archeologie als cultuurhistorie komen in deze plantoelichting nader aan bod.
1.4.
Beleidskeuze en afstemming met de omgeving
Op dinsdag 13 november 2018 hebben de gemeente Wijchen en woningcorporatie Talis, tijdens een informatieavond aan de omwonenden het plan toegelicht voor de locatie De Passerot 18. Nadien, op dinsdag 11 december 2018, heeft er een gesprek plaats gevonden tussen de wethouder Geert Gerrits en een vertegenwoordiging van de omwonenden. Tijdens deze bijeenkomst heeft de wethouder een toelichting gegeven en is toegelicht dat Talis contact zal zoeken met de omwonenden om het gesprek aan te gaan over hoe de 4 woningen het best kunnen worden ingepast. Daarop heeft op dinsdag 15 januari 2019 het gesprek met de omwonenden een vervolg gekregen om te horen welke ideeën en wensen de omwonenden hebben met betrekking tot de invulling van de locatie met vier vrijstaande woningen.
2
Pouderoyen Compagnons
PaupEROYEN
Tijdens deze bijeenkomst zijn er geen wezenlijk nieuwe of afwijkende ideeën en wensen geuit met betrekking tot de invulling van de locatie Passerot 18 door de omwonenden. Wat de omwonenden wel naar voren wilden brengen is, dat er eerst door de gemeente Wijchen onderbouwd moet worden waarom er vier woningen op deze locatie mogen komen, zoals ook besloten is door het college, om in principe medewerking te verlenen aan het plan van Talis om de ontwikkeling van vier woningen op deze locatie mogelijk te maken en in afstemming met de direct omwonenden, aan de hand van de visie van Talis, het plan verder uit te werken. In dat kader zijn onderstaande aspecten nog nader toegelicht. Motivatie 4 vrijstaande woningen Het dossier "Passerot 18" ligt al sinds 2004 bij zowel gemeente als Talis op de plank. De gemeente heeft de toenmalige konijnenfokkerij op deze locatie uitgekocht in verband met geuroverlast in de directe omgeving en het perceel doorverkocht aan Talis om daar als gezamenlijke intentie sociale woningbouw te realiseren. Deze plannen hebben nooit doorgang gevonden. Talis kan de grond niet inzetten voor een maatschappelijke functie (bijvoorbeeld sociale woningbouw) en wil de grond dus verkopen. Daarom heeft Talis opnieuw naar de locatie gekeken en het onderhavige plan voor dit gebied opgesteld. Het perceel is bijna 8000 m2 groot en gaat ruimte bieden aan vier woningen.
Deze woningen worden in een erfachtige opzet gerealiseerd. De erfachtige opzet bestaat uit een "hoofdgebouw" in de bocht, met daaromheen een drietal "bijgebouwen", die gezamenlijk het erf vormen. Aangezien de huidige locatie Passerot 18 er op dit moment erg verpauperd uitziet met de verlaten stallen waar gedeeltelijk sloop van agrarisch bebouwing heeft plaatsgevonden, is er nog steeds sprake van functieveranderingsbeleid. De fundering van de stallen is immers nog niet (geheel) verwijderd. Het functieveranderingsbeleid (De nota functieverandering buitengebied) is deels verankerd in het bestemmingsplan Buitengebied. Bij de bestemming "agrarisch" is door de raad een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het college om, met in acht neming van het VAB beleid, de bestemming te wijzigen van "agrarisch" naar "wonen". Naast de bebouwing wordt dan ook de bestemming gesaneerd. Doelstelling van het VAB beleid is immers het stimuleren van de sloop van in ongebruik geraakte voormalige agrarische opstallen. Dit is hier aan de orde. Op grond van artikel 3.1.2 'Sloop en vervangende nieuwbouw' van de Notitie functieverandering buitengebied is functieverandering naar wonen mogelijk door sloop van alle voormalige bedrijfsgebouwen en herbouw van een woongebouw.
Uitgangspunt hierbij is dat één woongebouw of maximaal twee woongebouwen met meerdere wooneenheden wordt gerealiseerd ter grootte van maximaal 50% van de gesloopte agrarische bebouwing. Op de locatie Passerot 18 is ruim 2.500 m2 aan voormalige agrarische bebouwing gesloopt. Voor de locatie Passerot 18 houdt dit in dat 1.250 m2 (2.500 m2 x 50%) in twee woongebouwen met meerdere wooneenheden mag worden teruggebouwd. Uitgaande van c.a. 100 m2/wooneenheid kunnen er 12 wooneenheden in twee gebouwen worden teruggebouwd. Vervolgens kan op grond van dit artikel in plaats van één of twee woongebouwen één of twee vrijstaande woningen worden gebouwd. Het is mogelijk om bij sloop van minimaal 750 m? bedrijfsbebouwing één vrijstaande woning te realiseren in plaats van een woongebouw.
Pouderoyen Compagnons
Paup2EROYEN
Indien 1.500 m2 of meer aan bedrijfsbebouwing wordt gesloopt, kunnen ter plaatse twee vrijstaande woningen worden gerealiseerd. Op grond van deze regeling en gelet op de sloopopgave van Passerot 18 zijn er dus twee mogelijkheden voor vervangende nieuwbouw. Enerzijds de nieuwbouw van twee woongebouwen met 12 wooneenheden of anderzijds de nieuwbouw van vrijstaande woningen. De sloopopgave (2.500 m2) van Passerot 18 is meer dan ruim voldoende en ook legitiem voor de bouw van drie vrijstaande woningen. Daarnaast mag de bestaande bedrijfswoning herbouwd worden. De nu gekozen opzet past stedenbouwkundig prima in de structuur van het gebied. Een verdere afschaling van het programma (minder woningen of een programma in de vorm van twee woongebouwen met meerdere wooneenheden) doet geen recht aan de aard en omvang van het plangebied (bijna 8000 m2). De direct omwonenden zijn reeds langer kritisch ten opzichte van de ontwikkelingen in de buurt. Uit gesprekken in 2009 en 2010 tussen de gemeente Wijchen en de buurt is geen consensus naar voren gekomen over een mogelijke ontwikkeling die op draagvlak zou kunnen rekenen. Recent hebben enkele omwonenden hun zorgen geuit over toename van de gebruiksdruk in het gebied als gevolg van mogelijke woningbouw.
Derhalve is in voorliggend bestemmingsplan toegelicht welke effecten verwacht mogen worden die voor de omgeving relevant zijn, zoals een verkeerstoename, een goede parkeeroplossing, veilige ontsluiting etc. Tegelijkertijd zijn er andere omwonenden die een kleinschalige ontwikkeling in de vorm van een beperkt aantal woningen als prima passend beschouwen en zien als een ruimtelijke kwaliteitsverbetering, zolang het maar geen opmaat is voor verdergaande verstedelijking in het gebied.
1.5.
Leeswijzer
In voorliggende toelichting wordt na dit inleidende hoofdstuk in hoofdstuk 2 het plangebied en het planvoornemen beschreven. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleid van de verschillende overheden dat van toepassing is. In hoofdstuk 4 wordt de haalbaarheid van het plan getoetst aan de hand van milieu- en omgevingsaspecten. Ten slotte komen in het vijfde en zesde hoofdstuk de juridische vertaling in de regels en de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan de orde.
4
P9upE,OYEN Puderoyen Compagnons
2.
PLANGEBIED EN PLANVOORNEMEN
2.1.
Voorafgaand proces
Op het perceel aan de Passerot 18 was vroeger een konijnenfokkerij gevestigd. Dat bcdrijf veroorzaakte veel overlast waardoor de gemeente zich in 2004 genoodzaakt zag het perceel te kopen en het bedrijf op te heffen. Dit mede om het gebied als woningbouwlocatie te kunnen ontwikkelingen aangezien de Passerot in de KAN woningbouwconcessie was aangewezen als woningbouwlocatie. Na aankoop door de gemeente is het perceel doorverkocht aan Talis, met als gezamenlijke intentie om hier woningbouw te realiseren. In 2009 heeft de gemeenteraad aangegeven open te staan voor een herontwikkeling in de vorm van maximaal 4 grondgebonden woningen en het college opdracht gegeven om met de belanghebbenden in overleg te gaan om draagvlak voor deze plannen te creëren (beslisnota Passerot 09RZ295). Het nu voorliggende plan voorziet vanuit stedenbouwkundig oogpunt in een passende invulling. Op ambtelijk niveau zijn er al diverse gesprekken met Talis gevoerd. Na een grofmazige opzet is het plan van Talis uitgewerkt in onderhavig plan. Het perceel is bijna 8000 m2 groot en gaat ruimte bieden aan vier woningen. Deze woningen worden in een erfachtige opzet gerealiseerd. De erfachtige opzet bestaat uit een "hoofdgebouw" in de bocht, met daaromheen een drietal "bijgebouwen", die gezamenlijk het erf vormen. Een deel van het perceel zal op verzoek van de buren (Passerot 16) aan hen verkocht worden.
Het nu voorliggende plan wordt door Talis ruimtelijk en exploitatie-technisch als haalbaar beschouwd.
2.2.
Ruimtelijke structuur
De planlocatie bevindt zich in het landelijk gebied; het kernrandgebied van Wijchen. Aan de oost en zuidzijden hiervan liggen sportvelden en woonbuurten van Wijchen. De woonbuurten om de planlocatie heen zijn Achterlo, Noord en Woezik. De buurten Achterlo en Noord kennen een duidelijk planmatig ontworpen stempelstructuur. Deze buurten zijn dan ook wel wat ouder dan de buurt Woezik waar nabij het plangebied een bebouwingslint is gerealiseerd naar de wijk, met modernere woningen. Aan de grenzen van deze buurten liggen de hoofdwegen; de ruimtelijke structuurdragers op kernniveau. Deze wegen scheiden de buurten en de planlocatie van elkaar. Door de sterk zon erende werking van de hoofdwegen is het ruimtelijk beeld rond het plangebied De Passerot en de bebouwde gebieden aan de overzijde van de hoofdwegen sterk afwijkend en heeft de planlocatie en haar omgeving een meer groen beeld behouden. Doordat het gebied rond De Passerot vrij kleinschalig is en direct grenst aan woongebieden, heeft het de karakteristieken aangenomen van een kernrandgebied. Daarin komen kleine agrarische percelen, bospercelen, andere groenelementen en bebouwde erven gemengd voor. Tussen de oudere (voormalige) agrarische bedrijfserven komen ook meer recente woonpercelen voor. Het gebied is onderdeel van een landschappelijke zone waarin oudere rivierduincomplexen voorkomen.
Als gevolg daarvan is ook rond De Passerot nog her en der een glooiing of hoogteverschil in het landschap aanwezig. De planlocatie is geheel vlak gelegen en is in het verleden bij de aanleg van de voormalige boerderij geheel geëgaliseerd.
Pouderoyen Compagnons
PoupEOYEN
Luchtfoto situatie 2005 (voor sanering van de veehouderij) Het plangebied bestaat momenteel uit allerlei restanten van het voormalige agrarische bedrijf, waaronder de fundamenten van de voormalige bedrijfsbebouwing en verhardingsplaten. Doordat de locatie de afgelopen jaren slechts beperkt is onderhouden, maakt het momenteel een verwilderde indruk. Er is spontaan beplanting gaan groeien en 3 volwassen tamme-kastanjebomen zijn bij de sanering van het agrarische bedrijf blijven staan. Er is geen boomeffectanalyse gedaan op de gezondheid van de bomen en de bomen hebben ook geen monumentaal karakter (ze zijn nog relatief jong), maar 2 van de drie bomen blijven behouden, evenals de singelaanplant aan de westzijde. De te vervallen boom is al laag bij de grond breed vertakt en zal op termijn uitscheuren onder eigen gewicht. Deze wordt dan ook niet behouden. Aan de wegzijde is het perceel open. Vroeger stond hier een hoge struikhaag. Deze is verwijderd bij de sanering van de bebouwing. Aan de overige perceelsranden staan deels nog hagen, als afscherming naar aangrenzende tuinen. Tevens staan aan de perceelsrand met De Passerot 22 op de grens hogere struiken en bomen.
6
Pouderoyen Compagnons
2.3.
Pu/DE«oYE
Voornemen
Op de 2 kadastrale percelen 2240 en 2241 worden vier vrijstaande woningen opgericht. De woningen worden individueel en als samenhangend cluster ingepast in de bestaande karakteristieken van het gebied (de planlocatie en de directe omgeving). Vanwege de afstemming op do omgeving wordt rekening gehouden met de 2 aangrenzende burgerwoningen De Passerot 16 (waar een deel van de gronden aan worden toegevoegd) en 22. Gezien de relatief geringe omvang van het woonperceel van De Passerot 16 wordt aan de zijkant en achterzijde van dat woonperceel grond toegevoegd aan de tuin, zo is tussen de bewoners en Talis overeengekomen.
Stedenbouwkundig plan In dit plan wordt een nieuw boerenerf gecreëerd, waarbij primair de woningen een ruimtelijke relatie met elkaar aangaan, zoals dat ook op een boerenerf aanwezig is. Het Op het erf is een cluster van 4 woningen aanwezig. De meest naar de weg geschoven woning is het hoofdhuis, de overige 3 woningen zijn qua vormgeving en presentatie meer bescheiden en richten zich vooral naar elkaar. De woningen zijn gericht op een gezamenlijk erf met een collectieve erftoegangsweg. Naast De Passerot 16 is de hoofdwoning - een grotere woonboerderij - voorzien die zich zowel naar de weg als naar de naastgelegen erftoegang richt. Naast De Passerot 22 is één van de drie ondergeschikte woningen voorzien, met daar achter, op het erf de andere woningen. De hoofdwoning tegenover de Passerot 15 wordt georiënteerd op De Passerot en op de aangrenzende erftoegang. De woning heeft daarmee feitelijk 2 voorgevels en richt zich naar het omliggende landschap. Het bijbehorende erfgedeelte bij deze woning (de tuin) is ruim en maakt het mogelijk dat op eigen terrein een landschappelijk element zoals een boomgaard kan worden toegepast, die eventueel een privaat tuingedeelte aan het zicht onttrekt. In de inrichtingstekening is daarvoor een suggestie aangegeven.
7
Pouderoyen Compagnons
Po,pEOYEN
De andere 3 woningen worden georiënteerd op het gezamenlijke erf. Deze woningen vormen samen een "erfje". Van belang is dan ook dat de woningen worden vormgegeven als een samenhangende eenheid; van één familie. De vormgeving en architectuur kan daarbij verwantschap hebben met agrarische bebouwing en verwijzen naar de woonboerderij, de schuur en andere agrarische bouwvolumes. Het bij de woningen behorende beeldkwaliteitplan is verder toegelicht in bijlage 1 bij deze toelichting (beeldkwaliteitsplan De Passerot, Pouderoyen Compagnons, februari 2020). Tuinen en erven Omdat voor de beeldvorming het primaat ligt bij een gezamenlijk erf, is het wenselijk om bij de verdere plan uitwerking aandacht te hebben voor een dergelijke uitstraling. Midden in de planlocatie wordt een gezamenlijk erf voorzien, dat ruimtelijk de verschillende woningen op het erf bindt tot samenhangende eenheid. Deze gezamenlijke gebruiksruimte geeft aansluiting naar de individuele erven en vormt een informeel ingerichte ruimte, waar auto's kunnen draaien en bezoekers kunnen parkeren. Door te kiezen voor een eenduidige haag aan de buitenzijde van de locatie en ook een gezamenlijke en gelijke toepassing van eventuele erfverharding, wordt het samenhangende beeld van het Boerenerf bevestigd.
Daaraan onderschikt is er ruimte voor een individuele tuininrichting bij iedere woning, die bij voorkeur verwantschap heeft met de meer klassieke boerentuinen. Ontsluiting en parkeren De hoofdwoning is door middel van een eigen oprit ontsloten aan De Passerot. De overige drie woningen zullen door middel van een oprit aan een gezamenlijk erf met de erftoegangsweg worden ontsloten aan De Passerot. De woningen beschikken over minimaal 2 parkeerplaatsen op eigen terrein, bij voorkeur op een ruimtelijk ondergeschikte plek op het erf (naast of achter de woningen). Daarnaast is op het gezamenlijke erf informeel gelegenheid voor bezoekersparkeren op daartoe geschikte open ruimte. Het is vanwege het erfkarakter niet wenselijk deze ruimte in te delen met parkeervakken en rijbanen. Landschappelijke inpassing In dit plan is het erf als geheel een in het landschap passend cluster dat geen aanvullende inpassing vraagt. De open en landschappelijke inrichting voegt zich als vanzelfsprekend in het gebied en de hiërarchie van woonboerderij als hoofdmoment en ruimtelijk daaraan gelieerde bijgebouwen (de overige woningen) vormt een leesbaar concept. De toevoeging van landelijke hagen, een kleine weide of gaard versterkt het landschappelijke beeld.
2.4.
Afwijking vigerend bestemmingsplan
Omdat op de planlocatie slechts één burgerwoning is bestemd en het merendeel van de gronden een agrarische perceelsbestemming heeft, kan het plan voor de 4 woningen en uitbreiding van het perceel bij nummer 16 binnen het bestemmingsplan niet gerealiseerd worden. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken dient het bestemmingsplan te worden herzien, waarbij conform de standaarden in het buitengebied van Wijchen aan de nieuwe woonpercelen gelijke rechten worden toegekend als aan bestaande woningen in het buitengebied, in dit geval specifiek bestemd als 'Wonen-1'.
8
Pouderoyen Compagnons
3.
BELEIDSKADERS
3.1.
Rijksbeleid
Pa,BE8OYEN
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVI R) is op 13 maart 2012 vastgesteld en in werking getreden. In deze visie schetst het Rijk de ambities tot 2040 en de doelen, belangen en opgaven tot 2028. Daarmee moet Nederland concurrerend, bereikbaar en veilig worden. Het rijk kiest voor een selectieve inzet van rijksbeleid op 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Afspraken over verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk over aan de provincies en gemeenten. Gemeenten krijgen ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei en voor het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen. Bij het beheren en ontwikkelen van natuur krijgen boeren en particulieren in het landelijk gebied een grotere rol. Onderhavige ontwikkeling is niet gelegen in of nabij een gebied waarin het rijk een nationaal belang heeft aangewezen, derhalve heeft de SVIR geen consequenties voor voorliggend plan.
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel bekend als de AMvB Ruimte, zijn 13 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen met het oog op een goede ruimtelijke ordening. Het Barro is op 30 december 2011 deels in werking getreden en met enkele onderwerpen aangevuld per 1 oktober 2012. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Dit betreft onder meer het Nationale Natuurnetwerk (voorheen de Ecologische Hoofdstructuur) en Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Onderhavige ontwikkeling is niet gelegen in of nabij een gebied waarin het Rijk een ander nationaal belang heeft aangewezen. Derhalve heeft het Barro geen consequenties voor voorliggend plan.
Bro; ladder voor duurzame verstedelijking Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is per juli 2017 op onderdelen gewijzigd. In artikel 3.1.6 van het Bro is de 'motivering duurzame verstedelijking' opgenomen. Deze ladder stelt eisen aan de onderbouwing in bestemmingsplannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken. De motivering duurzame verstedelijking richt zich op substantiële veranderingen en bouwplannen, die qua aard en omvang zodanig zijn, dat voor mogelijke leegstand elders gevreesd zou kunnen worden. Het doel is om overbodige bouwplannen (kantoren, woningen) te voorkomen en hergebruik te stimuleren.
Pouderoyen Compagnons
PaupEROYEN
Per 1 juli 2017 zijn een aantal wijzigingen op de eerdere ladder van kracht geworden. Op basis van deze gewijzigde tekst geldt in het geval dat het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dat de toelichting een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient de toelichting, aanvullend op de beschrijving van de behoefte tevens een motivering te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Daarbij kunnen de beschikbaarheid en geschiktheid van de ontwikkelingsmogelijkheden in bestaand stedelijk gebied een rol spelen. Conform jurisprudentie kan worden gesteld dat er met de toevoeging van drie wooneenheden (twee reeds bestemde woningen en toe te voegen 3 woonbestemmingen) geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Dit op basis van de uitspraak van de Raad van State (16 september 2015, 20150129711IR4) dat bij een toevoeging van 11 woningen geen sprake is van stedelijke ontwikkeling. Een nadere toetsing aan de motivering duurzame verstedelijking is derhalve niet noodzakelijk.
3.2.
Provinciaal beleid
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Op 19 december 2018 hebben de Provinciale Staten de nieuwe omgevingsvisie van de provincie Gelderland vastgesteld. De omgevingsvisie is op 1 maart 2019 in werking getreden. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is een structuurplan van de provincie Gelderland, met als doel een gaaf Gelderland te behouden en te ontwikkelen voor de toekomst. Daarbij staat een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. In de omgevingsvisie is een zevental ambities opgenomen. Deze omvatten, in grote lijnen, de volgende onderwerpen: • • • • • • •
Energietransitie: van fossiel naar duurzaam Klimaatadaptatie: omgaan met veranderend weer Circulaire economie: sluiten van kringlopen Biodiversiteit: werken met de natuur Bereikbaarheid: duurzaam verbonden Vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam
De provincie Gelderland geeft invulling aan voorgenoemde ambities door de zogenoemde 'DOE-principes': •
• •
Doen: Er wordt breed gekeken en consequent gewerkt vanuit het perspectief van duurzaam én verbonden én economisch krachtig. Waar nodig worden regels en kaders gesteld; Laten: zaken die niet aansluiten op de omgevingsvisie worden niet gestimuleerd; Zelf: het goede voorbeeld wordt zelf gegeven, de nodige verantwoordelijkheid wordt genomen, en er is voldoende doorzettingsvermogen;
10
Pouderoyen Compagnons
•
PaupER8OYEN -
Samen: er wordt met open vizier gewerkt en gebouwd aan gezamenlijke agenda's met partners, en er worden kansen voor innovatie en kennisdeling gestimuleerd.
Ruimtelijk beleid Het provinciaal belang is gelegen in het vergroten van de ruimtelijke kwaliteit. De klimaatbestendigheid wordt vergroot, de mogelijkheden om zonne- en windenergie op te wekken zijn in kaart gebracht en de natuur- en landschappelijke kwaliteit blijft behouden. De provincie zet zich in voor vitale steden en dorpen en voor een duurzame verstedelijking, gericht op versterking van de stedelijke netwerken, gecombineerd met aandacht voor de vitaliteit van kleine kernen en dorpen. De kwalitatieve regionale opgave voor wonen is van provinciaal belang, net als het belang dat bij locaties met een bovenlokaal ontwikkelpotentieel die potenties benut worden. Het beleid voorziet in provinciale kaders voor het terugdringen van leegstand en overcapaciteit in gemeentelijke plannen en voor zorgvuldige locatie-afwegingen op regionaal niveau, waarbij de ladder voor duurzame verstedelijking wordt ingezet. Voor wonen en werken geldt een regionale aanpak die gericht is op een gezonde en veilige woonomgeving, waarin mensen zich met elkaar verbonden voelen en die goed bereikbaar is en goede voorzieningen heeft. Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik De provincie verwacht van gemeenten dat zij bij grotere initiatieven nagaan of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling die afgewogen moet worden.
Als de nieuwe situatie qua omvang (aantallen woningen of oppervlaktes) of qua effecten (milieuhinder, verkeersaantrekkende werking e.d.) dusdanig is dat de aard van het betreffende buitengebied qua karakter verandert, is er sprake van een grootschalige ontwikkeling. In die gevallen is een afweging op grond van de Gelderse Ladder voor duurzaam ruimtegebruik aan de orde en dient de behoefte voor de ontwikkeling aangetoond te worden. Er is hier geen sprake van een grootschalige ontwikkeling, hetgeen betekent dat er geen nadere toetsing aan de Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik noodzakelijk is. Natuur- en landschapsbeleid De planlocatie is niet gelegen binnen het 'Gelderse natuurnetwerk', de 'Groene Ontwikkelingszone', een 'weidevogelgebied' of een 'rustgebied voor winterganzen' (zie onderstaande uitsnede).
11
Pouderoyen Compagnons
PO,pEROYEN
\ N847 Woze
l Gelsrsatoreter« Noord
Groene ntkkelingszone
2Rustgebieden .or sinterganzen V [[Ieders»se Uitsnede Omgevingsvisie Gaaf Gelderland themakaart Natuur- en landschapsbeleid
Omgevingsverordening Gelderland De Omgevingsverordening Gelderland is vastgesteld door Provinciale Staten op 24 september 2014 en in werking getreden op 18 oktober 2014. De Omgevingsverordening is voor het laatst geactualiseerd op 19 december 2018 en (ook) op 1 maart 2019 in werking getreden. Voorliggende ontwikkeling zal moeten voldoen aan de regels in de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening richt zich op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en bodem. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. In het plangebied bevinden zich geen natuurwaarden (niet gelegen binnen het Gelderse natuurnetwerk) of landschapswaarden (niet gelegen binnen een nationaal landschap of provinciaal waardevol open gebied), waarvoor een provinciale planologische bescherming is opgenomen. De woningbouw (toevoeging van 3 woningen naast de 2 reeds bestemde woontitels) dient te passen binnen de in regionaal verband vastgelegde woningbouwafspraken (zie daarvoor het gemeentelijk beleid). Hieraan wordt voldaan. De juridische regeling van onderhavig bestemmingsplan leidt niet tot strijdigheid met de provinciale beleidsuitgangspunten.
12
Pauderoyen Compagnons
3.3.
PO,EROYEN
Gemeentelijk beleid
Strategische Visie Wijchen 2025 In de Strategische Visie Wijchen, die in 2007 is vastgesteld, is voor de gemeente een instrument waarmee vorm en inhoud wordt gegeven aan de verdere ontwikkeling van Wijchen in de komende jaren. De belangrijkste ambities voor 2025 zijn: • • • • • •
verantwoorde en geleidelijke groei van de Wijchense bevolking met behoud van het eigen karakter van Wijchen; gedifferentieerd woningaanbod voor alle lagen in de bevolking: met specifieke aandacht voor starters en ouderen; verhogen kwaliteit en diversiteit woonmilieus; verhogen leefbaarheid: aantrekkelijke, groene en veilige woonomgeving; een compleet voorzieningenaanbod: op winkel- en sociaalmaatschappelijk gebied voor alle Wijchenaren; behoud en verbetering leefbaarheid kleine kernen.
Dit bestemmingsplan maakt een ontwikkeling mogelijk van 3 extra woningen op een VAS-locatie in de kernrandzone van Wijchen. Het voornemen verbetert de leefbaarheid; een verbetering die reeds is ingezet bij de keuze het agrarische bedrijf ter plaatse te beëindigen. Het voornemen past hiermee binnen de Strategische Visie Wijchen 2025.
Structuurvisie Wijchen Op 29 mei 2009 is de Structuurvisie Wijchen 2009 vastgesteld. In deze visie wordt een doorkijk gegeven naar de gewenste ontwikkeling van Wijchen. In deze structuurvisie worden de aspecten bodem en water, natuur, landschap, cultuurhistorie en archeologie, wonen, bedrijvigheid, landbouw, recreatie, verkeer en milieu behandeld. Deze structuurvisie geeft een overzicht van de verwachte ontwikkelingen binnen de gemeente Wijchen voor een periode van tien jaar. De gemeente gaat uit van een compacte groei en het benutten van potenties van bestaand stedelijk gebied zonder daarbij de bestaande kwaliteit aan te tasten, in combinatie met een vitaal platteland en sterke kleine kernen. De planlocatie maakt deel uit van de zone 'gemengde functies buitengebied'. Binnen deze gebieden is - zoals in de gebiedstypering is opgesloten - de mogelijkheid om tot functiemenging te komen. Daarbij is de transformatie van voormalige agrarische bedrijfslocaties naar wonen een prima invulling om verpaupering te voorkomen en nieuwe dynamiek te geven aan het gebied.
13
Pouderoyen Compagnons
POUEOYEN
Legenda
D ···--. ~ D ·-···-· ..... []+aw »·
[] nee +] «---
::: . .,.__,.._,, ... - ... __.,,. ,..~·-
["J .-,-.~,,,..,,,.,.,..,1,u"""'....,_.,t.,..,-,,,-1,n1...,(.-L·..,.
]te-anw«ov-
l-« D ·-•·-•·· ]--re [] -e r· « n ou «
Kaart Structuurvisie Wijchen
Dit bestemmingsplan geeft een maatwerkinvulling binnen het gebied waar functiemenging wordt voorgestaan. Aangesloten wordt bij de karakteristieken van het gebied en de kernrandzone. Het initiatief past daarmee binnen de Structuurvisie Wijchen. Nota Ruimtelijke Kwaliteit Met de ontwikkeling van het plan wordt rekening gehouden met de Nota Ruimtelijke Kwaliteit. Volgens deze nota heeft het gebied Passerot 18 het 'toetsingsniveau: Bijzonder'. Gezien de cultuurhistorisch waarde van het gebied, de oude verkavelingen en de beeldbepalende gebouwen is dit gebied aangemerkt als gebied met bijzondere welstandstoets. Op grond hiervan is door de initiatiefnemer een beeldkwaliteitsplan (BKP) opgesteld voor de herontwikkeling van Passerot 18. Het BKP brengt de ruimtelijke kwaliteit van het gebied in beeld. Het laat zien dat architectuur, stedenbouw en cultuurhistorie belangrijke aspecten van onze leefomgeving zijn en hoe we hier in dit gebied mee om willen gaan. Verder wordt het BKP gebruikt om te bepalen of een bouwplan voldoet aan redelijke eisen van welstand. Uiteraard wordt het BKP verankerd in de gemeentelijke Welstandsnota (Nota Ruimtelijke Kwaliteit). Het BKP maakt deel uit van het ontwerp-bestemmingsplan (bijlage 1 bij deze toelichting).
Woonvisie Wijchen 2015 Thuis in Wijchen In de woonvisie 'Thuis in Wijchen' is vastgelegd hoe Wijchenaren willen wonen in hun wijk of dorp, zodat men zich thuis voelt. Dit is vertaald naar de woningvoorraad en de leefomgeving van Wijchen in de toekomst.
14
Pouderoyen Compagnons
FaupEROYEN
De visie is samen met inwoners, ondernemers en andere betrokkenen ontstaan en gebaseerd op wat zij verstaan onder goed wonen in de gemeente Wijchen, namelijk het thuisgevoel. De Woonvisie geeft aan dat het behouden en versterken van de diversiteit, herkenbaarheid en eigenheid (oftewel de identiteit) binnen een wijk belangrijk is. De voorgestelde bebouwing sluit aan bij de aanwezige bebouwing in de omgeving en kan bovendien een impuls aan de leefbaarheid in dit gebied geven. De invulling van onderhavige locatie, met naast de reeds bestemde twee vrijstaande woningen nog een drietal in de omgeving passende vrijstaande woningen, sluit aan bij het (beperkte) segment van landelijk wonen; de meest geëigende invulling van deze VAS-locatie. De gemeente ziet dan ook reeds langer af van plannen uit het verleden om hier projectmatig het woongebied van Wijchen uit te breiden. De grootte van de woningen leent zich ervoor om levensloopbestendige woningen te realiseren, waarmee ook aan de kwalitatieve opgave -zoals omschreven in de Woonvisie- invulling kan worden gegeven.
3.4.
Conclusie
Het voornemen past binnen het beleid van de verschillende overheidslagen.
15
Pouderoyen Compagnons
4.
PQUEROYEN
MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN
4.1. Archeologie en cultuurhistorie Archeologie In Europees verband is als wettelijk toetsingskader het zogenaamde 'Verdrag van Malta' tot stand gekomen. Uitgangspunt van dit verdrag is het archeologisch erfgoed zo veel mogelijk te behouden. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Sinds 1 september 2007 is de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) in werking getreden. Deze wet is de Nederlandse uitwerking van het Verdrag van Malta uit 1992. De Wamz is in zijn geheel opgenomen in de Monumentenwet 1988 (Mw art. 38 t/m 60). In de Wamz is vastgelegd dat Rijk, provincies en gemeenten in ruimtelijke plannen rekening houden met het aspect 'archeologie'. De wet beoogt het archeologische erfgoed in hoofdzaak in situ te beschermen. Om de bescherming op gemeentelijk niveau te borgen heeft de gemeente Wijchen een beleidsadvieskaart opgesteld. Deze kaart is de onderlegger voor het gemeentelijk archeologisch beleid en vormt het toetsingsinstrument voor archeologie bij ruimtelijke ontwikkelingen, bouwplannen en andere bodemverstoringen. Uit de gemeentelijke beleidsadvieskaart blijkt dat het grootste deel van het plangebied een hogere archeologische verwachting kent.
Er geldt dan ook een verplichting voor archeologisch onderzoek. Dit onderzoek is uitgevoerd door Bureau voor Archeologie (zie bijlage 2 bij de toelichting, Rapport 764, De Passerot, Wijchen, gemeente Wijchen: een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase). Het onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijnen van de KNA, protocollen 4002 en 4003. In het kader van het onderzoek zijn kaarten, databases en literatuur geraadpleegd om te komen tot een gespecificeerde archeologische verwachting van het gebied. Het plangebied ligt op een rivierduin dat is gevormd aan het einde van de laatste IJstijd, of aan het begin van het Holoceen. Het booronderzoek bevestigt dat het natuurlijke bodemmateriaal bestaat uit rivierduinafzettingen. De top van het bodemprofiel bestaat uit een humeus zandpakket van 60 tot 110 cm dik met een donkere of zwarte kleur en antropogene bijmengingen. In het opgebaarde materiaal zijn fragmenten aardewerk aangetroffen die vermoedelijk deels prehistorisch en deels middeleeuws zijn. Deze fragmenten wijzen erop dat in de ondergrond resten van een huisplaats of nederzetting aanwezig kunnen zijn. De bovenste humeuze laag bevat op verschillende plaatsen fragmenten baksteen en daarnaast glas en kalkmortel.
Het glas en de baksteenfragmenten wijzen in ieder geval op verstoringen, die mogelijk samenhangen met 20e eeuwse bouw- en sloopwerkzaamheden.
16
Pouderoyen Compagnons
PO,pEROYEN
In het centrale en oostelijke deel van het plangebied ligt onder de eerste bodem nog een humeuze laag waarvan de top ligt tussen 145 cm-mv (boorprofiel 4) en 120 cm-mv (boorprofiel 7). Dit wordt geïnterpreteerd als een begraven bodem. Bureau voor Archeologie adviseert grondwerkzaamheden dieper dan 60 cm onder het huidige maaiveld te vermijden in die plandelen waar niet eerder bebouwing stond. Dit betekent dat ter plaatse van twee bouwvlakken het huidige maaiveld moet worden opgehoogd om schade aan archeologische resten te vermijden. Als dat niet mogelijk is, adviseert Bureau voor Archeologie een proefsleuvenonderzoek op deze locaties uit te laten voeren. Indien kelders bij de nieuwbouw zijn voorzien, wordt aanbevolen ook een derde nieuwbouwvlak op te hogen of nader te laten onderzoeken aangezien sprake kan zijn van begraven bodems onder de huidige vloerplaat. De gemeente Wijchen als bevoegd gezag neemt dit advies over. Op het noordwestelijke en het centraal oostelijke perceel, percelen A en C op het kaartje (fig. 28 in het archeologisch rapport, zoals ook hieronder aangegeven), is vervolgonderzoek nodig bij graafwerkzaamheden dieper dan 60 cm onder het huidige maaiveld voor de bouw van de woningen en hiervoor benodigde infrastructuur, eventuele bijgebouwen en andere substantiële bodemverstorende zaken als bijvoorbeeld een zwembad.
4 N
n 0 0 0
4 M
n
I t 0
N ~
.,
I; ..
l
t ....
177960
178000
78040
Onderzoeksvoorstel (afb 28 uit het archeologisch onderzoek)
17
Pouderoyen Compagnons
Pay2ER8OYEN
In geval van de aanleg van een kelder is ook op het noordoostelijke perceel (perceel B op het kaartje) vervolgonderzoek nodig. Om versnippering van archeologische informatie te voorkomen moet het vervolgonderzoek in één keer alle te onderzoeken percelen binnen dit plangebied omvatten en niet per perceel afzonderlijk worden uitgevoerd. Dat betekent dat het vervolgonderzoek in een vroeg stadium, vóór de fase van het aanvragen van de omgevingsvergunningen, moet worden gedaan. Dit onderzoek is met grote zorgvuldigheid uitgevoerd. Het is echter nooit uit te sluiten dat bij de graafwerkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen op plaatsen en dieptes waar die niet worden verwacht. Eventuele archeologische resten is men verplicht te melden bij de Minister van OCW in overeenstemming met de Erfgoedwet uit 2015. In dit geval wordt aangeraden om contact op te nemen met de gemeente Wijchen. Gelet op vorenstaande geldt dat het aspect archeologie geen belemmering vormt voor onderhavig plan. Vooralsnog zijn de archeologische dubbelbestemmingen uit het vigerende bestemmingsplan overgenomen in voorliggend plan. Evenwel kan, onder voornoemde voorwaarden in het archeologisch onderzoek, de bouwactiviteit worden toegestaan. De voorwaarden en beperkingen gelden voor de bouwvlakken en voor de aan te leggen infrastructuur (kabels/leidingen, etc.).
Cultuurhistorie Per 1 januari 2012 is de Modernisering Monumentenzorg in werking getreden. Als gevolg van de MoKo is het Bro (artikel 3.6.1, lid 2) gewijzigd. In een bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten, rekening is gehouden. Ook de facetten historische bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. In het 'Parapluplan Cultuurhistorie Wijchen' (vastgesteld, 3 mei 2017) is voor de onderhavige locatie de dubbelbestemming 'Waarde -- Cultuurhistorisch waardevol gebied' opgenomen. Hierin is geregeld dat de aangewezen gronden mede zijn bestemd voor het behoud, beheer en versterking van de cultuurhistorische waarden. Vroeger was Passerot, naast Woezikrot en Dorpsrot, een van de kernen van Wijchen, maar het grootste deel is al opgeslokt door de uitbreiding van Wijchen in Achterlo en Noord. Het is nu een mooi, groen, eiland. Ondanks eerdere plannen, heeft in deze omgeving geen grootschalige woningbouw plaatsgevonden.
In de Nota Ruimtelijke Kwaliteit van de gemeente is over De Passerot het volgende opgenomen: In de rand van Wijchen Noord, tussen Randweg Noord en de rijksweg A326 ligt een driehoekig open landelijk gebied met een gebogen lint waaraan enkele historische boerderijensembles zijn gelegen. Het gebied bestaat uit zeer oude cultuurgronden die nog steeds voor een groot deel als agrarische grond worden gebruikt. Het gebied is al 7000 jaar bewoond.
18
Pouderoyen Compagnons
FaupER8OYEN
Gezien de cultuurhistorische waarde van het gebied, de oude verkavelingen en de beeldbepalende gebouwen is dit gebied aangemerkt als gebied met bijzondere welstandstoets. Momenteel zijn in deze omgeving nog enkele waardevolle oude boerderijen aanwezig. Het agrarische karakter is nog altijd herkenbaar en in evenwicht met de toegevoegde woonbebouwing. Het inmiddels grotendeels gesaneerde agrarische erf binnen onderhavige locatie vormde een duidelijke dissonant in de landschappelijke en historische omgeving. Vandaar dat de verwijdering van de bebouwing en vervanging door in schaal en omvang minder omvangrijke bouw van enkele woningen voor de cultuurhistorische signatuur van het gebied een gunstige ontwikkeling is. De woningbouw is als een samenhangend erf ontworpen, geïnspireerd op de clusters van bebouwing op boerenerven, zoals die in het landelijk gebied veelvuldig voorkomen. De transformatie van agrarische bedrijfslocatie naar woonlocatie gaat gepaard met respect voor de cultuurhistorische waarden en belangen in de omgeving. Gelet op vorenstaande geldt dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt voor onderhavig plan.
4.2.
Leidingen
Door het plangebied lopen geen boven- en/of ondergrondse leidingen die een planologische bescherming kennen. Er is op dat gebied derhalve geen sprake van bijbehorende (planologische) beschermingszones en/of belangen van derden op dit punt. Het aspect leidingen vormt geen belemmering voor het plan.
4.3.
Milieu
Bedrijven en milieuzonering Vanuit het aspect 'goede ruimtelijke ordening' dient voldoende ruimtelijke scheiding te zijn tussen hinderveroorzakende (o.a. bedrijven) en hindergevoelige functies (waaronder woningen). Hiervoor worden de afstanden uit de VNG publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' als maatgevend beschouwd. Bovenstaande moet op twee manieren getoetst worden. Enerzijds wordt er gekeken of het perceel zelf veroorzaker is van hinder en anderzijds wordt bekeken of het perceel kwetsbaar is voor hinder. Mogelijke hinder als gevolg van de ontwikkeling De realisatie van 4 woningen, waarvan er 1 bestemd is en 3 worden toegevoegd en de verruiming van het woonperceel bij De Passerot 16 in oostelijke en zuidelijke richting, zal geen directe milieuhinder veroorzaken naar de omgeving. De realisatie is het gevolg van een beëindiging van een intensieve veehouderij, wat per saldo een gunstig milieueffect heeft naar de gemengde omgeving en naar de natuurwaarden in de omgeving.
19
Pouderoyen Compagnons
PaupEROYEN
Het indirecte effect als gevolg van verkeer van en naar de woningen is dusdanig gering dat dit niet leidt tot onevenredige of onaanvaardbare belasting op de omgeving. Ook wordt de agrarische bedrijfsvoering van het nabijgelegen agrarische bedrijf aan de Passerot niet belemmerd door de realisatie van de 4 woningen. Dit omdat de bestaande woning aan de Passerot 16 dichterbij het bedrijf ligt dan de toe te voegen 4 woningen en deze bestaande woning daardoor dus reeds een maatgevende belemmering vormt voor de agrarische bedrijfsvoering. De uitbreiding van de tuin bij De Passerot 16 is niet richting het bedrijf gesitueerd, waardoor de afstand tot hindergevoelige functies niet zal wijzigen. Bij de paragraaf over het aspect geur is dit nader toegelicht. Mogelijke hinder vanuit de omgeving op de ontwikkeling Binnen de onderhavige ontwikkeling is sprake van de oprichting van 4 nieuwe woningen, waarvan er 1 reeds bestemd is. Wonen is een hindergevoelige functie. In de directe nabije omgeving van het plangebied liggen geen hinderveroorzakende bedrijven. De direct omliggende functies betreffen bestaande woonfuncties. Daarmee zijn er geen bedrijven die de oprichting van de woningen belemmeren. De verschillende omliggende functies kennen richtafstanden volgens de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering'.
Bedrijven of functies binnen de bebouwde kom van Wijchen vormen geen belemmering omdat deze reeds te midden van woningen zijn gelegen en daardoor een beperkt omgevingseffect hebben. Noordelijk van de planlocatie (noordelijk van de rijksweg) is een hovenier bestemd, met een kortste afstand tot het plangebied van meer dan 250 meter. Ook deze afstand is ruim voldoende om een goed woon- en leefklimaat te kunnen garanderen. Het agrarische bedrijf aan de Passerot is een niet intensieve bedrijfsvorm met rundvee. Bij dierensoorten waarvoor een vaste afstand geldt (zoals rundvee), is dan volgens de Wet geurhinder en veehouderij (en het Activiteitenbesluit) 50 meter tot het bouwvlak bij situaties buiten de bebouwde kom voldoende. Het plangebied ligt buiten de contour van de geldende norm, zodat sprake is van een goed woon- en verblijfklimaat. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen verdere belemmering voor onderhavig plan.
Bodem Indien sprake is van een planologische functiewijziging, dient te worden bezien of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse geschikt is voor het voorgenomen gebruik. Door Sweco is een "Verkennend bodem- en asbestonderzoek" (projectnummer: 362762, referentienummer: SWNL0229795, gedateerd 27 juli 2018) uitgevoerd voor de locatie De Passerot 18 te Wijchen. Hieruit bleek dat op onderdelen vervolgonderzoek noodzakelijk is. Dit is tevens verricht. Het "Nader bodemonderzoek asbest naar de omvang van de verontreiniging en aanvullend bodemonderzoek naar zink" (bijlage 3 bij de toelichting, projectnummer: 362762, referentienummer: SWNL0232811, gedateerd 16-10-2018) bevat de volgende gebundelde conclusies voor de planlocatie.
20
Pouderoyen Compagnons
PQupEROYEN
Op de locatie is sprake van een sterke verontreiniging met asbest. Verdeeld over het terrein zijn hotspots (B01, B02, F01 en G01) aanwezig met een gecombineerde oppervlakte van circa 70 m2 waar de grond sterk verontreinigd is met asbest. De verontreiniging is aanwezig tot 0,5 m -mv. De verontreiniging valt onder de Wet bodembescherming. Uit de risicobeoordeling blijkt dat sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging met locatiespecifieke risico's. Bij grondroerende werkzaamheden dient instemming van het bevoegd gezag verkregen te worden (BUS-procedure) en dient gewerkt te worden volgens de veiligheidsklasse 'Zwart niet-vluchtig' en 'Grijs' (zie voor de ligging bijlage 2 van het aanvullend onderzoek), zoals omschreven in de CROW 400. Voorafgaand aan de werkzaamheden, dient een veiligheidsplan te worden opgesteld en goedgekeurd door een Hogere Veiligheidskundige. De uitvoering dient te worden verricht onder milieukundige begeleiding door een BRL7000 erkende aannemer. Omdat voor zink geen sprake is van een ernstig geval, is de gemeente bevoegd gezag en kan worden volstaan met het indienen van een Plan van Aanpak (PvA) bij de gemeente/omgevingsdienst. De uitvoering dient te worden verricht onder milieukundige begeleiding door een BRL7000 erkende aannemer.
Aanbevolen wordt om een BUS-melding op te stellen voor de sanering van de asbestverontreiniging en deze samen met een PvA voor de zink verontreiniging gelijktijdig in te dienen bij provincie Gelderland en Omgevingsdienst Regio Nijmegen. De beoordeling van het nadere bodemonderzoek van 16-10-2018 door de omgevingsdienst is bijgevoegd als bijlage 10 bij de toelichting. Geconcludeerd kan worden dat het aspect bodem geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan, maar dat wel, voorafgaand aan het opleveren van de bouwkavels, een sanering zal dienen plaats te vinden conform de daarvoor geldende wet- en regelgeving.
Externe veiligheid Externe veiligheid heeft betrekking op locaties waar een ongeval met gevaarlijke stoffen kan plaatsvinden, waardoor personen die geen directe relatie hebben tot de risicovolle activiteit zouden kunnen komen te overlijden. Bij een ruimtelijke besluit voor het toelaten van (beperkt) kwetsbare objecten moet worden getoetst aan risiconormen en veiligheidsafstanden. Dit is met name relevant op korte afstand van risicobronnen. Indien een (beperkt) kwetsbaar object wordt toegelaten binnen het invloedsgebied van een belangrijke risicobron, moet ook het groepsrisico worden verantwoord. Bovendien is het van belang om af te wegen in hoeverre nieuwe risicobronnen binnen een plangebied worden toegestaan. Voor de beoordeling van een ruimtelijk plan moet voor externe veiligheid worden vastgesteld of het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van specifieke risicovolle inrichtingen, relevante transportroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen of relevante buisleidingen.
21
PQgDEROYEN Pouderoyen Compagnons
Toetsingskaders zijn het "Besluit externe veiligheid inrichtingen" (Bevi), het "Besluit externe veiligheid transportroutes" (Bevt) en het "Besluit externe veiligheid buisleidingen" (Bevb). Daarnaast zijn in het Vuurwerkbesluit en het Activiteitenbesluit milieubeheer veiligheidsafstanden genoemd die rond stationaire risicobronnen, niet zijnde een Beviinrichting, moeten worden aangehouden. Door Windmill is het aspect externe veiligheid nader onderzocht (zie bijlage 4 bij de toelichting, Quickscan externe veiligheid, Rapportnummer: 20191010-POU007-RAPEXT-QS 1.0). Hieruit blijkt dat voor het aspect 'Transport over de weg en het spoor' een (beperkte) verantwoording van het groepsrisico dient plaats te vinden. Tevens dient de invloed van twee buisleidingen irt het plan op de hoogte van het groepsrisico kwantitatief inzichtelijk te worden gemaakt met behulp van het rekenprogramma Carola. Tevens dienen de risico's als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen meegenomen te worden in een verantwoording van het groepsrisico. Berekeningen Door Windmill Milieu en Management is vervolgens een inventarisatie uitgevoerd van de externe veiligheidsrisico's van het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen (zie bijlage 5 bij de toelichting). Het plangebied ligt binnen de 1%-letaliteitsafstand van twee buisleidingen.
Onderzocht is of de buisleidingen een belemmering vormen voor de planontwikkeling. Tevens is bepaald welke effecten de plannen hebben op de hoogte van het groepsrisico van de betreffende buisleidingen. De berekening heeft overeenkomstig de voorschriften plaatsgevonden met het rekenprogramma CAROLA. Zowel de huidige als de toekomstige situatie is berekend. Uit de berekening volgt dat ter hoogte van het plangebied geen plaatsgebonden 1 o-6-risicocontour van de buisleidingen A-524-deel-1 en A-533-deel-1 wordt berekend. Het plangebied ligt wel binnen de 1% letaliteitsafstand voor externe veiligheid van deze buisleidingen, zodat de invloed van het plan op de hoogte van het groepsrisico voor deze buisleiding is bepaald. Voor de buisleidingen geldt dat de oriëntatiewaarde van de hoogte van het groepsrisico zowel vóór als ná planrealisatie niet wordt overschreden. Uit de berekening van de hoogte van het groepsrisico zowel vóór als ná planrealisatie blijkt dat de plan realisatie niet leidt tot een rekenkundige toename van de hoogte van het groepsrisico voor deze buisleiding. Het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen vormt derhalve geen belemmering voor de planrealisatie.
In artikel 12 lid 3 van het Besluit externe veiligheid buisleidingen juncto artikel 8 van de Regeling externe veiligheid buisleidingen is opgenomen wanneer sprake is van het verantwoorden van het groepsrisico. In onderhavige situatie is sprake van een beperkte verantwoordingsplicht. Voor een verantwoording van het groepsrisico moet door het bevoegd gezag advies worden gevraagd bij de regionale brandweerNeiligheidsregio.
22
Pouderoyen Compagnons
PO,DEROYEN
Verantwoording groepsrisico Ten behoeve van de verantwoording toename groepsrisico is een notitie uitgewerkt door Windmill (zie bijlage 6 bij de toelichting). In deze notitie zijn elementen aangedragen inzake de verantwoording van het groepsrisico. Aspecten in de verantwoording die bij alle risicobronnen van toepassing zijn, zijn zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchten. Binnen het plangebied worden geen functies voorzien die specifiek bedoeld zijn voor minder zelfredzame personen. Dit betekent dat het uitgangspunt is dat personen zich bij een eventuele dreigende situatie zelfstandig in veiligheid kunnen brengen. De mogelijkheden voor ontvluchting van het gebied, de ontvluchting van gebouwen en de schuilmogelijkheden in gebouwen worden bij de onderscheidenlijke risicobronnen beschouwd aangezien deze afhankelijk zijn van het ongevalsscenario. In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat de zelfredzaamheid kan worden verbeterd door maatregelen zoals een waarschuwings- en alarmeringssysteem en risicocommunicatie (hoe te handelen bij een incident, gebaseerd op het eerder genoemde scenario). In geval van een calamiteit is het van levensbelang dat de aanwezigen tijdig gewaarschuwd worden. De beheersbaarheid en bestrijdbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten.
De brandweer moet in staat zijn om haar taken goed uit te kunnen voeren om daarmee verdere escalatie van een incident te voorkomen. Zie verderop in deze paragraaf waarin de projectspecifieke zaken zijn toegelicht. Als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de A73, A326 en het spoor ligt de planlocatie binnen het invloedsgebied van toxische vloeistoffen (spoor en A326), toxische gassen (A73) en brandbare gassen (A326). Binnen het plangebied dient derhalve rekening te worden gehouden met de volgende aspecten. Het beste advies bij het vrijkomen van een toxische wolk als gevolg van een incident op de weg is schuilen, mits ramen, deuren en ventilatie kunnen worden gesloten. Om personen goed te kunnen beschermen tegen de effecten van een giftige gaswolk dienen ramen en deuren dan ook goed gesloten te kunnen worden. Aanwezige luchtbehandelingsinstallaties moeten met één handeling zijn uit te schakelen. Het plan voorziet in de nieuwbouw van woningen. Aan nieuwe woningen worden hoge eisen gesteld aan kierdichtheid. Indien desalniettemin bij een toxische wolk wordt besloten het gebied te ontruimen, is het van belang dat personen haaks op de wolk kunnen vluchten. Hiervoor is het nodig dat er haaks op elkaar staande vluchtwegen beschikbaar zijn, die van de bron af gericht zijn.
De bestaande wegen rond het plangebied zijn geschikt om haaks op een wolk vanaf de A73, de A326 of het spoor te kunnen vluchten. Binnen het invloedsgebied van een BLEVE-scenario is vluchten het uitgangspunt, waarbij gerealiseerd dient te worden dat indien daadwerkelijk een BLEVE dreigt, de vluchttijd bijzonder kort is. In geval van een calamiteit is een vroegtijdige alarmering van levensbelang om ervoor te zorgen dat de aanwezigen veilig kunnen vluchten. De mogelijkheden om op eigen kracht te kunnen vluchten nemen toe door (nood)uitgangen en vluchtroutes zoveel mogelijk loodrecht van de weg af te richten. Op die manier worden vluchtende personen afgeschermd door de bebouwing zelf.