Agendabundel
Tekst van het document
Pagina | 70| Programmabegroting 2023 Paragraaf 2 Lokale heffingen
van deze container. Met het vaste tarief worden de algemene kosten van het taakveld afval, de kosten van de overige afvalstromen en de toe te rekenen kosten van andere taakvelden, zoals beschreven in deze paragraaf gedekt. Het variabele tarief wordt bepaald door de variabele kosten (inzameling en verwerking restafval) te delen door het te verwachten aantal aanbiedingen. Er bestaan hierbij drie mogelijkheden: 240 liter container, 140 liter container en 50 liter zak (ondergrondse verzamelcontainer). Naar verhouding is bij elk van de drie mogelijkheden het tarief gelijk. D.w.z. per aanbieding betaald iemand met een 240 liter minicontainer ca. 1,7 keer zoveel als iemand met een 140 liter minicontainer (240 liter/140 liter). Het positieve saldo uit de jaarrekening 2021 storten we in de voorziening afvalinfrastructuur zodat deze voorziening weer voldoende draagkracht heeft om alle inzamelmiddelen te vervangen als dat nodig is. Tabel 7: tariefstelling Reinigingsheffingen 2022 i.r.t. 2021
Jaartal Vast tarief Variabel tarief Woonzorgcomplex
Minicontainer 240 liter 2022 2023 173 178 7,94 8,67
Minicontainer 140 liter 2022 2023 173 178 4,63 5,06
Afvalzak (50 liter) 2022 173 1,65 79,20
2023 178 1,80 86,40
Tabel 8: Grondslag tariefstelling (x€ 1000):
Begroot 2023
Taakveld 7.3 Afval: Directe kosten, inclusief (omslag)rente excl. BTW Taakveld 7.3 Afval: Directe inkomsten excl. BTW Bruto kosten taakveld(en) vóór inzet reserves
3.791
3.883
-551 3.240
-755 3.129
Taakveld 0.10 Mutaties reserves: Afdekking vanuit reserves
0
0
3.240
3.129
210
210
53
59
53
63
61
58
Netto kosten taakveld(en) Toe te rekenen kosten: Taakveld 6.3 Inkomensregelingen: Kwijtschelding afvalstoffenheffing Taakveld 2.1 Verkeer en vervoer: Schoonhouden wegen 1/3 deel van de integrale kosten Taakveld 2.1 Verkeer en vervoer: Zwerfafval 1/3 deel van de integrale kosten Taakveld 0.4 Overhead: Overhead inclusief (omslag-)rente Toe te rekenen compensabele BTW op de directe kosten en opbrengsten Totale kosten
613
578
4.229
4.096
Opbrengst heffingen
4.229
4.096
100,0% 100,0%
100,0% 100,0%
Dekkingspercentage vóór inzet reserves Dekkingspercentage na inzet reserves
Begroot 2022
Rioolheffing Ons uitgangspunt bij het bepalen van het tarief is dat we een solide beleid voeren, waarin inkomsten en uitgaven op een lange termijn in balans zijn en waarin we doelmatig omgaan met de beschikbare middelen.
Pagina | 71| Programmabegroting 2023 Paragraaf 2 Lokale heffingen
Voor de rioolheffing geldt als uitgangspunt dat de opbrengst van de rioolheffing 100% van de kosten dekt. De hoogte van de heffing is gebaseerd op de kosten voortvloeiend uit en gerelateerd aan het beleidsplan Water en Riolering voor de periode 2023 -2027. Daarbij wordt, conform art. 228a derde lid Gemeentewet, in het tarief de voor compensatie in aanmerking komende btw meegerekend. Onze rioolheffing berekenen we als percentage over de WOZ-waarde. We maken hierbij onderscheid naar eigenaren en gebruikers, alsook naar woningen en nietwoningen. We hebben de middelen nodig om invulling te kunnen geven aan onze (verbrede)zorgplichten voor afvalwater, hemelwater, grondwater en oppervlaktewater zoals deze in het beleidsplan zijn opgenomen. De VNG heeft een nieuwe ‘Modelverordening Riool- en waterzorgheffing’ geïntroduceerd. Onder “Ontwikkelingen 2023” aan het begin van deze paragraaf hebben we aangegeven hier in 2023 op terug te komen. Tabel 9: ontwikkeling van de tarieven rioolrecht
Soort Rioolheffing
Woning eigenaar Woning gebruiker Niet-woning eigenaar Niet-woning gebruiker
Tarief 2022 Tarief 2023* (% van de (% van de WOZ-waarde) WOZ-waarde) 0,0373% 0,0359% 0,0193% 0,0145% 0,0884% 0,0956% 0,0430% 0,0363%
* Bij de berekening van de tarieven voor 2023 is rekening gehouden met de voorlopige verwachte waardeontwikkeling van onroerende zaken (WOZ). Zodra Munitax de definitieve waardeontwikkeling heeft verstrekt, zullen de tarieven worden herrekend en zullen deze aan de gemeenteraad, in zijn vergadering van december 2022, ter vaststelling worden voorgelegd. Tabel 10 Kosten en opbrengsten rioolheffing (bedragen x € 1.000)
Soort rioolheffing Woning eigenaar Woning gebruiker Niet-woning eigenaar Niet-woning gebruiker Totaal kosten in de heffing te betrekken Dekkingsgraad
Kostentoedeling 2023 * € 2.289 € 907 € 788 € 275
54% 21% 18% 6%
Heffings-opbrengst 2023 (netto) € 2.289 54% € 907 21% € 788 19% € 275 6%
€ 4.259
€ 4.259 100%
* Inclusief toerekenbare btw-componenten en kwijtschelding.
De af te dekken kosten, inclusief toegerekende compensabele Btw, bedragen € 4.259k. De gewenste opbrengst zit, uitgaande van de berekende tarieven voor 2023, op hetzelfde bedrag, zodat de dekkingsgraad 100% is. Daarbij is ook rekening gehouden met een inschatting van oninbare heffingen en verminderingen, die ook binnen het tarief afgedekt mogen worden. Onder de eigenaarsheffingen dekken we de kosten van de initiële aanleg, vervanging en groot onderhoud. Met de gebruikersheffingen dekken we de overige kosten gerelateerd aan ons verbrede zorgplicht. Gemengde kosten worden naar rato toegerekend. Tabel 11: Grondslag tariefstelling x € 1000:
Taakveld 7.2 Riolering: Directe kosten, inclusief (omslag)rente excl. BTW Taakveld 7.2 Riolering: Directe inkomsten excl. BTW Taakveld 0.10 Mutaties reserves: Afdekking vanuit reserves Netto kosten taakveld(en)
Pagina | 72| Programmabegroting 2023 Paragraaf 2 Lokale heffingen
Begroot 2023 4.098 -593 -26 3.479
Toe te rekenen kosten: Taakveld 2.1 Verkeer en Vervoer: 1/3 deel kosten van schoonhouden wegen Taakveld 6.3 Inkomensregelingen: Kwijtschelding rioolheffing Taakveld 0.4 Overhead: Kosten inclusief (omslag-)rente Toe te rekenen BTW op de directe kosten en opbrengsten
59 40 135 546
Totale kosten
4.259
Opbrengst heffingen
4.259
Dekkingspercentage
100%
Hondenbelasting De opbrengsten uit het heffen van hondenbelasting worden als een algemeen dekkingsmiddel gezien en mogen dus vrijelijk worden besteed. In de gemeente Wijchen worden, net als in veel alle gemeenten, deze belastingopbrengsten ingezet ter voorkoming van hondenoverlast en strookt de heffing met het principe “de vervuiler betaald”. De hondenbelasting in Wijchen is kostendekkend. Met name door een toename van het aantal honden, dit laatste op basis van de gegevens van Munitax, dalen de tarieven met 1,3% en ontwikkelen deze zich als volgt: Tabel 12: ontwikkeling van de tarieven hondenbelasting
Aantal honden Eerste hond Tweede en volgende hond Kennel
2022 € 78,65 144,60 339,80
2023 € 77,60 142,65 335,20
Hoewel de hoogte van de hondenbelasting in Wijchen niet wettelijk beperkt is door de gemaakte kosten, kiest Wijchen wel voor deze systematiek. Voor de bepaling van de hoogte van de hondenbelasting is de toerekening in tabel 13 toegelicht. De kosten die ten grondslag liggen aan de heffing zijn als volgt opgebouwd: Tabel 13: Grondslag tariefstelling x € 1000:
Begroot 2023 Taakveld 5.7 Openbaar groen en recreatie: Directe kosten Hup, inclusief (omslag)rente excl. BTW Taakveld 0.64 Belastingen overig: Directe kosten, inclusief (omslag)rente excl. BTW Taakveld 0.10 Mutaties reserves: Afdekking vanuit reserves Netto kosten taakveld(en)
207 62 0
Toe te rekenen kosten: Taakveld 0.4 Overhead: Overhead inclusief (omslag-)rente Toe te rekenen BTW op de kosten Totale kosten
63 20 352
Opbrengst heffingen
352
Dekkingspercentage
100%
Toeristenbelasting De toeristenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel. Heffing van de toeristenbelasting geschiedt op basis van aangifte. Voor 2023 zijn, conform de door de gemeenteraad in oktober 2021 vastgestelde Beslisnota Toeristenbelasting, de tarieven voor 2023 gelijk gehouden aan die van 2022. Daarnaast is, eveneens
Pagina | 73| Programmabegroting 2023 Paragraaf 2 Lokale heffingen
conform de beslisnota, in het financiële meerjarenperspectief vanaf 2024 voorlopig rekening gehouden met een extra verhoging van deze tarieven naar respectievelijk € 2,00 per overnachting en € 1,00 per overnachting op een vaste standplaats. Dit onder voorbehoud van een afweging daarvan door de gemeenteraad bij de behandeling van de begroting 2024 te zijner tijd. We verlenen een vrijstelling voor overnachtingen van scouts die op een scoutingterrein overnachten. Het afgeronde tarief wordt in rekening gebracht, conform raadsbesluit. Tabel 14: ontwikkeling van de tarieven toeristenbelasting
Tarief per overnachting Tarief per overnachting op vaste standplaats
2022 afgerond € 1,50
2023 afgerond € 1,50
€ 0,75
€ 0,75
Reclamebelasting De reclamebelasting is een algemeen dekkingsmiddel. Een gebruiker van een pand binnen een door de Gemeenteraad vastgesteld gebied is deze belasting verschuldigd als hij een reclame-uiting op zijn pand voert. In 2023 heffen we reclamebelasting voor een drietal zones. Dit zijn: Wijchen Centrum, Bedrijventerrein Wijchen-Oost en Bedrijventerrein Bijsterhuizen. Het tarief voor Wijchen Centrum is een percentage van de WOZ-waarde van het pand. Voor de overige zones is ook de WOZ-waarde van het pand als grondslag gekozen, maar zijn de tarieven gestaffeld. De tarieven voor 2023 zijn in eerste aanleg voorlopig en alleen nog maar gebaseerd op de ontvangen conceptbegrotingen 2023 van de stichtingen. Enerzijds komt dat omdat de ontwikkeling van de WOZ-waarden nog niet bekend zijn en anderzijds omdat we deze, zoals gebruikelijk, in overleg met de 3 stichtingen willen bepalen. Uiteindelijk is het aan de gemeenteraad om de tarieven bij de belastingverordeningen in december 2022 definitief vast te stellen. Tabel 15: ontwikkeling tarieven reclamebelasting Wijchen Centrum
2022 Minimum bedrag per WOZ-object Drempelbedrag WOZ-waarde Tarief per € 1.000 WOZ-waarde boven drempelbedrag Maximumbedrag per WOZ-object Gewenste opbrengst in €
€ 325,00 € 136.000 € 2,39 € 945,00 € 128.000
2023* € 325,00 € 136.000 € 2,39 € 945,00 € 127.000
Tabel 16: ontwikkeling tarieven Bedrijventerrein Bijsterhuizen
WOZ-waarde van: € 0,00 € 109.001 € 272.001 € 544.001 € 1.088.001 € 2.177.001 € 3.265.001 € 4.354.001 € 5.440.001 Meer dan € 10.884.000
Tot € 109.000 € 272.000 € 544.000 € 1.088.000 € 2.177.000 € 3.265.000 € 4.354.000 € 5.440.000 € 10.884.000 --------
Pagina | 74| Programmabegroting 2023 Paragraaf 2 Lokale heffingen
2022
2023*
€ 100 € 200 € 325 € 730 € 1.015 € 1.215 € 1.625 € 2.030 € 2.840 € 3.245
€ 105 € 210 € 335 € 755 € 1.045 € 1.255 € 1.675 € 2.090 € 2.925 € 3.345
Tabel 17: ontwikkeling tarieven bedrijventerrein Wijchen-Oost
WOZ-waarde van: € 0,00 € 105.001 € 210.001 € 314.001 € 523.001 € 785.001 € 1.046.001 € 1.569.001 € 2.093.001 Meer dan € 3.139.000
Tot € 105.000 € 210.000 € 314.000 € 523.000 € 785.000 € 1.046.000 € 1.569.000 € 2.093.000 € 3.139.000 --------
2022
2023*
€ 135 € 190 € 270 € 435 € 600 € 760 € 980 € 1.305 € 1.635 € 2.025
€ 135 € 190 € 270 € 435 € 600 € 760 € 980 € 1.305 € 1.635 € 2.025
* Nog te bepalen in overleg met de betreffende stichtingen
Marktgelden De tarieven zijn verhoogd met een prijsindex van 3%, Dit is hetzelfde percentage als die we in de kostenontwikkeling hebben opgenomen. Daarbij is rekening gehouden met de mate van kostendekkendheid van de marktgelden. Tabel 18: marktgelden
Marktgelden x € 1,Vaste standplaatsen per strekkende meter per kwartaal Vermeerdering luifel bij standplaats Vermeerdering auto/cabine Vermeerdering per marktdag voor promotiedoeleinden Dag- en standwerkersplaatsen per marktdag Elektriciteit per marktdag per aansluiting dag- en standwerkersplaats
2022 22,60 2,30 10,25 3,95 13,10 3,95
2023 23,25 2,35 10,55 4,05 13,45 4,05
Precariobelasting De precariobelasting wordt geheven van degene die, al dan niet met vergunning of na een melding, het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft of diens opvolger, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn. De tarieven verhogen we met een prijsindex van 3%. Dit is hetzelfde percentage als die we in de kostenontwikkeling hebben opgenomen.
Bedrijven Investerings-Zone (BIZ) Met ingang van 2021 heft de gemeente een belasting van een selectie van de gebruikers en/of eigenaren van de niet-woningen gelegen in de BI-zone (bijdrageplichtigen). De opbrengst gaat naar de Vereniging van Pandeigenaren Wijchen Centrum en is bestemd om deze vereniging meer financiële slagkracht te geven om te investeren in een aantrekkelijk centrum voor Wijchen. De verordening die ten grondslag ligt aan de heffing geldt voor 5 jaar en loopt vanaf 1 januari 2021 tot en met 31 december 2025. Het tarief ligt ook voor 5 jaar vast en bedraagt 0,19% van de WOZ waarde, met een minimum van € 270 en een maximum van € 540.
Leges In onderstaande tabel geven we per hoofdstuk van de legestabel de begrote kosten en opbrengsten weer. Hieruit blijkt dat er per titel geen overdekking bestaat op de leges. De personeelskosten maken onderdeel uit van de directe kosten en zijn op basis van ureninzet toegerekend aan de verschillende hoofdstukken. In het overzicht zijn naast de directe kosten op de verschillende onderdelen, de overheadkosten toegerekend op basis van een vaste opslag per fte. We streven naar 100% kostendekkend, maar zijn hierin beperkt door de gemaximeerde legestarieven vanuit het Rijk. Zie in de volgende tabel de mate van kostendekkendheid.
Pagina | 75| Programmabegroting 2023 Paragraaf 2 Lokale heffingen
Tabel 19: Legestabel 2023 Titel 1 Algemene dienstverlening
directe kosten
overhead
baten
Kosten dekking
hoofdstuk
1
Burgerlijke stand
€ 30.847
€ 11.205
€ 74.000
176,0%
hoofdstuk
2
Reisdocumenten en Ned. ID kaart
€ 115.466
€ 44.592
€ 123.506
77,2%
hoofdstuk
3
€ 129.747
€69.572
€ 183.517
92,1%
hoofdstuk
4
Rijbewijzen Verstrekkingen uit de Basis Registratie Personen
€ 4.912
€ 2.508
€0
0,0%
hoofdstuk
5
Verstrekkingen uit het kiezersregister
€0
€0
€0
Nvt
hoofdstuk
6
Vervallen
€0
€0
€0
Nvt
hoofdstuk
7
Bestuursstukken
€0
€0
€0
Nvt
hoofdstuk
8
Vastgoedinformatie
hoofdstuk
9
Overige publiekszaken
hoofdstuk
10
hoofdstuk
11
hoofdstuk hoofdstuk
€0
€0
€0
€ 6.084
€ 30.760
€ 25.846
Gemeentearchief
€0
€0
€0
nvt
Huisvestingswet
€0
€0
€0
nvt
12
Vervallen
€0
€0
€0
nvt
13
Leegstandswet
€0
€0
€0
nvt
hoofdstuk
14
Gemeentegarantie
€0
€0
€0
nvt
hoofdstuk
15
Marktstandplaatsen
€0
€0
€0
nvt
hoofdstuk
16
Vervallen
€0
€0
€0
nvt
hoofdstuk
17
Kansspelen
€ 765
€ 618
€ 843
60,9%
hoofdstuk
18
Telecommunicatie
€ 33.355
€ 26.939
€ 12.565
20,8%
hoofdstuk
19
Verkeer en vervoer
€ 31.485
€ 6.849
€ 8.431
22,0%
hoofdstuk
20
Diversen
€0
€0
€0
Kostendekking Titel 1
€ 352.551
€ 193.143
€ 428.707
78,5%
Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning
directe kosten
overhead
baten
Kosten dekking
hoofdstuk
1
hoofdstuk hoofdstuk
Nvt 70,2%
nvt
€0
€0
€0
2
Begripsomschrijvingen Vooroverleg/beoordelen conceptaanvraag
nvt
€ 127.207
€ 102.738
€ 191.084
81,3%
3
Omgevingsvergunning
€ 637.458
€ 455.642
€ 717.826
65,7%
hoofdstuk
4
Verhoging
€0
€0
€0
nvt
hoofdstuk
5
Teruggaaf
€0
€0
€0
nvt
hoofdstuk
6
€0
€0
€0
nvt
hoofdstuk
7
€0
€0
€0
nvt
hoofdstuk
8
Intrekking omgevingsvergunning Wijziging omgevingsvergunning agv wijziging project Bestemmingswijzigingen zonder activiteiten
€0
€0
€0
nvt
hoofdstuk
9
Sloopmelding
€0
€0
€0
nvt
hoofdstuk
10
Niet genoemde beschikking
€0
€0
€0
nvt
Kostendekking Titel 2
€ 764.666
€ 558.380
€ 908.910
68,7%
Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn
directe kosten
overhead
baten
Kosten dekking
hoofdstuk
1
Horeca
€ 2.666
€ 2.153
€ 1.642
34,1%
hoofdstuk
2
Organiseren evenementen of markten
€ 22.662
€ 18.303
€ 13.916
34,0%
hoofdstuk
3
Prostitutiebedrijven
€0
€0
€0
nvt
hoofdstuk
4
Splitsingsvergunning woonruimten
€0
€0
€0
nvt
hoofdstuk
5
Vergunning verblijfsruimte
€0
€0
€0
nvt
hoofdstuk
6
Winkeltijdenwet
€ 57
€ 46
€ 29
27,8%
hoofdstuk
7
Kinderopvang
Kostendekking Titel 3 Kostendekking totale tarieventabel
€ 4.361
€0
€ 4.000
91,7%
€ 29.746
€ 20.502
€ 19.587
39,0%
€ 772.024 €1.357.203
70,7%
€1.147.072
Pagina | 76| Programmabegroting 2023 Paragraaf 2 Lokale heffingen
Recapitulatie Titel 1, 2 en 3 directe kosten
Totaal Kostendekking Titel 1
overhead
baten
Kosten dekking
Kostendekking Titel 3
€ 352.661 € 193.143 € 428.707 € 764.666 € 558.380 € 908.910 € 29.746 € 20.502 € 19.587
78,5% 68,7% 39,0%
Kostendekking totale tarieventabel
€1.147.072
70,7%
Kostendekking Titel 2
€ 772.024 € 1357.203
Omgevingswet De bovenstaande legestabel 2023 heeft nog betrekking op de situatie zonder invoering van de Omgevingswet. Op dit moment (half september 2022) is er nog onvoldoende duidelijkheid of de wet per 1 januari 2023 wel of niet wordt ingevoerd. Op 1 november 2022 neemt de Eerste Kamer hierover een beslissing. We zijn wel al volop bezig met de voorbereidingen voor het geval de invoering van de Omgevingswet doorgaat. Bij het doorgaan van de invoering leggen we in december 2022, bij de vaststelling van de legesen belastingverordeningen 2023, de gewijzigde tabel aan u voor. Overzicht van de geraamde inkomsten In de onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de begrote inkomsten gemeentelijke heffingen. Tabel 20: Overzicht geraamde netto inkomsten (x € 1.000)
Onroerende zaakbelastingen Toeristenbelasting Hondenbelasting Rioolheffing Leges bouwvergunningen Marktgelden Reinigingsheffing Precariobelasting Reclamebelasting Bedrijven Investerings Zone (BIZ) Totale opbrengst
2022 9.631 94 348 4.236 1.200 24 4.229 20 416 80 20.278
2023 9.984 94 353 4.259 801 24 4.096 24 389 80 20.103
2024 10.305 125 361 4.327 801 24 4.264 24 389 80 20.700
2025 10.635 125 374 4.386 801 24 4.371 24 389 80 21.208
2026 10.899 125 385 4.518 801 24 4.490 24 389 80 21.735
Lokale lastendruk Op basis van de voorgestelde tarieven kan een vergelijking worden gemaakt tussen de lokale lastendruk voor woningen in 2023 ten opzichte van 2022. De belastingsoorten OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing (meerpersoonshuishouden) zijn in dit overzicht meegenomen. Bij deze vergelijking wordt uitgegaan van onroerende zaken met een WOZ-waarde van respectievelijk € 225k, € 350k, € 475k, en € 600k (prijspeil 2022). De voorbeeldaanslagen 2023 zijn berekend op basis van een woningwaarde van 2022, gecorrigeerd voor de door Munitax voorlopig berekende waardestijging (woningen + 12,3%; niet-woningen +0%). Hierdoor zijn de gevolgen voor de Wijchense huishoudens beter vergelijkbaar. Voorbeeldaanslagen Hieronder treft u de voorbeeldaanslagen aan, waarbij we de totale woonlasten berekenen voor een meerpersoonshuishouden, uitgaande van de in de tabel genoemde WOZwaarden. Voor de afvaltarieven is rekening gehouden met gemiddeld 8 ledigingen per jaar.
Pagina | 77| Programmabegroting 2023 Paragraaf 2 Lokale heffingen
Tabel 21: Voorbeeldaanslagen
Aanslag gemeentelijke belastingen WOZ-waarde OZB – eigendom Rioolrecht eigendom Rioolrecht gebruik Afvalstoffenheffing meerpersoons Structurele lastendruk 2022
Aanslag gemeentelijke belastingen WOZ-waarde OZB – eigendom Rioolrecht eigendom Rioolrecht gebruik Afvalstoffenheffing meerpersoons Structurele lastendruk 2022
Aanslag gemeentelijke belastingen WOZ-waarde OZB – eigendom Rioolrecht eigendom Rioolrecht gebruik Afvalstoffenheffing meerpersoons Structurele lastendruk 2022
Aanslag gemeentelijke belastingen WOZ-waarde OZB – eigendom Rioolrecht eigendom Rioolrecht gebruik Afvalstoffenheffing meerpersoons Structurele lastendruk 2022
2022 225.000 241,65 83,93 43,43 236,52 605,53
2022 350.000 375,90 130,55 67,55 236,52 810,52
2022 475.000 510,15 177,18 91,68 236,52 1.015,53
2022 600.000 644,40 223,80 115,80 236,52 1.220,52
Aanslag gemeentelijke belastingen WOZ-waarde OZB – eigendom Rioolrecht eigendom Rioolrecht gebruik Afvalstoffenheffing meerpersoons Structurele lastendruk 2023 Aanslag gemeentelijke belastingen WOZ-waarde OZB – eigendom Rioolrecht eigendom Rioolrecht gebruik Afvalstoffenheffing meerpersoons Structurele lastendruk 2023 Aanslag gemeentelijke belastingen WOZ-waarde OZB – eigendom Rioolrecht eigendom Rioolrecht gebruik Afvalstoffenheffing meerpersoons Structurele lastendruk 2023 Aanslag gemeentelijke belastingen WOZ-waarde OZB – eigendom Rioolrecht eigendom Rioolrecht gebruik Afvalstoffenheffing meerpersoons Structurele lastendruk 2023
Pagina | 78| Programmabegroting 2023 Paragraaf 2 Lokale heffingen
2023 252.700 248,91 90,72 36,64 239,99 616,26
2023 393.100 387,20 141,12 57,00 239,99 825,31
2023 533.400 525,40 191,49 77,34 239,99 1.034,22
2023 673.800 663,69 241,89 97,70 239,99 1.243,27
Woonlastenvergelijking De bruto woonlasten voor meerpersoons huishoudens liggen landelijk gemiddeld op € 904 in 2022. Eenpersoonshuishoudens zijn gemiddeld € 84 goedkoper uit dan meerpersoonshuishoudens. Van alle gemeenten in Nederland staat Wijchen in 2022 op plaats 87 voor wat betreft de gemiddelde woonlasten per meerpersoonshuishouden (nummer 1 is de goedkoopste). Bij de berekening van de lokale lastendruk is rekening gehouden met de OZB, de rioolrechten en de afvalstoffenheffing. Het betreft de cijfers over 2022. Voor 2023 blijft de lastendruk van Wijchen ten opzichte van 2022, behoudens de doorberekening van de inflatie, nagenoeg gelijk. Tabel 22: Vergelijking met een aantal omliggende gemeenten (2022)
Wijchen Beuningen Gemeentelijke woonlasten Eenpersoonshuishouden 2022 (2023) Meerpersoonshuishouden 2022 (2023) Rangnummer Meerpersoonshuishouden (nr. 1 heeft de laagste lasten)
Druten
Heumen Nijmegen
Nederland
806 828 842 865
892
768
880
992
Nb.
903
832
948
1.011
904
87
162
80
220
283
Bron: COELO atlas van de lokale lasten 2022
Kwijtscheldingsbeleid De kwijtschelding van gemeentelijke belastingen heeft, in het kader van het armoededebat, de afgelopen jaren ruim aandacht gekregen. Sinds 1 januari 1995 is het gemeenten en waterschappen toegestaan om een ruimer kwijtscheldingsbeleid te voeren dan in de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 is geregeld. Waar de rijksregeling uitgaat van een percentage van 90% van de bestaanskosten mogen gemeenten dit met ingang van 1 januari 1996 vaststellen op maximaal 95% en met ingang van 1 januari 1997 op maximaal 100%. De gemeente Wijchen hanteert deze maximale bijstandsnorm sinds 1998. In de gemeente Wijchen wordt in voorkomende gevallen alleen kwijtschelding verleend van aanslagen onroerende zaakbelasting afvalstoffenheffing (vastrecht) en de gebruikersheffing rioolrechten. Steeds meer gemeenten maken gebruik van het Inlichtingenbureau om vast te stellen welke burgers in aanmerking komen voor kwijtschelding van gemeentebelastingen. Met de geautomatiseerde kwijtscheldingstoets ondersteunt het Inlichtingenbureau gemeenten en waterschappen bij het toetsen van zowel een eerste aanvraag voor kwijtschelding als bij ‘ambtshalve verlenging’ van kwijtschelding. Dit gebeurt aan de hand van een door gemeenten en waterschappen opgestelde beslisboom, met instemming van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Unie van Waterschappen (Unie).
In 2011 is aan alle kwijtscheldingsgerechtigden binnen de deelnemende gemeente voor het belastingjaar 2011 een brief verstuurd. Hierin zijn zij verzocht toestemming te geven aan de gemeenschappelijke regeling om vanaf 2012 het recht op kwijtschelding automatisch te toetsen via het inlichtingenbureau. Met deze toets is eenvoudig vast te stellen of iemands inkomen en vermogen is veranderd ten opzichte van het voorgaande jaar. De burger hoeft dan dus niet zelf opnieuw kwijtschelding aan te vragen. Naast de vervolgaanvragen mogen sinds 2016 ook initiële aanvragen voor de toets worden aangeleverd. Dat bespaart de uitvoeringsinstantie én de aanvrager nog meer administratieve lasten. Tevens bevatten de rapportages van het inlichtingenbureau steeds meer extra detailinformatie wanneer er een belemmering voor kwijtschelding wordt gevonden. De burger hoeft hierdoor minder informatie aan te leveren, waardoor de dienstverlening verbetert.
Pagina | 79| Programmabegroting 2023 Paragraaf 2 Lokale heffingen
Paragraaf 3: Weerstandsvermogen
Inleiding In deze paragraaf besteden we aandacht aan het weerstandsvermogen van de gemeente Wijchen in relatie tot de risico’s die de gemeente loopt. De risico’s kunnen specifiek benoemd zijn, maar ook algemeen van aard zijn. Een financieel weerstandsvermogen is de buffer die we kunnen inzetten als financiële tegenvallers zich voordoen. Het weerstandsvermogen relateren we daarom aan de risico’s die niet anderszins zijn ondervangen. Het minimaal gewenste weerstandsvermogen is mede afhankelijk van de grootte van de gemeente, de te onderkennen financiële risico’s en het reserve- en voorzieningenbeleid. We geven als eerste een beeld van de financiële positie van Wijchen volgend uit de verplichte kengetallen, gevolgd door een samenvatting van ons weerstandsvermogen in relatie tot onze risico’s. Hiertoe is het van belang de risico’s van de gemeente Wijchen te onderkennen en deze (financieel) te wegen. Dit zetten we af tegen de omvang en ontwikkeling van de algemene reserve. Kengetallen Onderstaande kengetallen geven een beeld van de financiële positie van de gemeente Wijchen. Tabel 23: Kengetallen gemeente Wijchen
Begroot 2022
Begroot 2023
Begroot 2024
Begroot 2025
Begroot 2026
4%
13%
14%
25%
23%
24%
netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
-10%
0%
2%
14%
12%
14%
solvabiliteitsratio
53%
50%
51%
47%
50%
49%
structurele exploitatieruimte
4%
4%
2%
4%
5%
-1%
grondexploitatie
-2%
-2%
0%
1%
3%
3%
belastingcapaciteit
98%
93%
96%
96%
96%
96%
Kengetallen: netto schuldquote
JR 2021
In bovenstaande tabel houden we de categorisering aan, waarbij de arcering van groen als zijnde het minst risicovol, via oranje, tot rood wat de meest risicovolle situatie aanduidt. De nettoschuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De nettoschuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Voor Wijchen is dit relatief laag. Doordat we in het meerjarenperspectief rekening houden met aan te trekken leningen, stijgt dit wel enigszins, maar het blijft op een gezond niveau. Op het gebied van solvabiliteit scoort de gemeente Wijchen op de grens van “goed” (groen) en “matig” (oranje), wat op zichzelf niet alarmerend is en tevens nog te nuanceren valt. De solvabiliteit wordt berekend door het eigen vermogen te delen door het balanstotaal (eigen vermogen + vreemd vermogen). In ons balanstotaal is onder het vreemd vermogen een aanzienlijk deel opgenomen voor leningen, welke niet voor eigen financiering zijn aangetrokken, maar door zijn verleend aan derden als gevolg van voormalige gemeentelijke taken. Dit verlaagt en vertroebelt daarmee in feite het solvabiliteitspercentage. Doordat we ervoor gekozen hebben niet langer te sparen voor
Pagina | 80| Programmabegroting 2023
Paragraaf 3 Weerstandsvermogen
vervangingen wegen en verlichting en een aantal grote investeringen aan het voorbereiden zijn, neemt de leningportefeuille toe en daalt het solvabiliteitspercentage. De structurele exploitatieruimte is tot 2026 ruim positief. Vanwege het incidentele karakter van de eenmalige uitkering van het gemeentefonds in 2026, presenteren we in dat jaar een negatief structureel begrotingssaldo. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Hoe groter dit getal, hoe hoger het risico. De grondexploitaties van Wijchen vertegenwoordigen een beperkte boekwaarde, daarmee is het risico beperkt. De lokale lasten in Wijchen blijven nagenoeg gelijk, maar het landelijke gemiddelde is in 2022 behoorlijk gestegen. Daarom kleurt dit kengetal vanaf 2022 weer groen. We schatten in dat we onder het landelijke gemiddelde blijven. Het weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de capaciteit die de gemeente heeft om tegenvallers op te vangen. Hierbij kan onderscheid gemaakt worden tussen structureel en incidenteel weerstandsvermogen. Structureel weerstandsvermogen Met de structurele weerstandscapaciteit bedoelen we de middelen die permanent ingezet kunnen worden om tegenvallers in de lopende exploitatie op te vangen. Zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van de bestaande taken.
Bij een toets op de artikel-12 procedure (preventief toezicht door provincie) wordt vooral hiernaar gekeken. Hiertoe is ons structureel meerjarensaldo van belang. Hiervoor verwijzen we naar meerjarenramingen in het onderdeel “financiële begroting”. Ook de belastingcapaciteit is onderdeel van het structureel weerstandsvermogen. Dat wil zeggen, het bedrag waarmee we de OZB zouden moeten verhogen voordat we in aanmerking komen voor de artikel12-status. Daarnaast is ook de structurele post onvoorzien genoemd. In Wijchen is deze € 250k, omdat ons beleid is om de tegenvallers binnen de bestaande middelen op te vangen. Omdat Wijchen een solide incidenteel weerstandsvermogen heeft, toetsen we in eerste instantie aan ons structurele meerjarenperspectief. Dat is tot 2026 ruim positief. Incidenteel weerstandsvermogen Het incidentele weerstandsvermogen is bedoeld het vermogen om calamiteiten en andere eenmalige tegenvallers op te kunnen vangen, zonder dat dit invloed heeft op de voortzetting van taken op het geldende niveau. Deze zijn dus sterk gerelateerd aan onze benoemde risico’s. Uiteraard kunnen daar ook structurele elementen in zijn opgenomen. Het belangrijkste element van het incidenteel weerstandsvermogen is de algemene reserve. Ook stille reserves behoren hiertoe.
Dit zijn bezittingen, die bij verkoop een waarde hebben, maar tegen een lagere waarde zijn gewaardeerd op onze balans. Bijvoorbeeld een pand dat meer waard is dan waarvoor het in de boeken staat. Het Wijchense beleid is, dat we ten aanzien van het incidentele weerstandsvermogen alleen kijken naar de algemene reserve. Deze moet voldoende zijn om de gewogen risico’s af te kunnen dekken, rekening houdend met een algemene ondergrens van € 43 per inwoner. De gewenste ondergrens van de algemene reserve stelt de gemeenteraad twee keer per jaar vast. Indien de algemene reserve lager is dan de gewenste ondergrens is een herstelplan noodzakelijk. Samenvatting en conclusie Zowel het structurele als het incidentele weerstandsvermogen in Wijchen zijn toereikend om de gewogen risico’s binnen het huidige meerjarenperspectief van 2023-2026 af te dekken. De minimumomvang van de algemene reserve bedraagt op basis van inwoners € 1,9 miljoen. Dit is bedoeld ter afdekking van algemene risico’s, die niet nader in deze
Pagina | 81| Programmabegroting 2023
Paragraaf 3 Weerstandsvermogen
paragraaf zijn gespecificeerd. De in paragraaf 4 beschreven risico’s leiden tot een totaal maximaal financieel risico van € 78 miljoen, na weging € 3,9 miljoen. Hiermee komen we op een af te dekken risicobedrag van € 5,8 miljoen. De financiële impact van de beschreven risico’s ten opzichte van de laatste update, de jaarrekening 2021, is een behoorlijke afname van de gewenste ondergrens, vanwege de ontwikkeling van een langlopend juridisch geschil. Daarvan nemen we de gevolgen in de jaarrekening 2022. Met name de juridische claims maken een belangrijk deel uit van ons risicoprofiel. Gezien de beschreven risico’s blijft een substantieel weerstandsvermogen noodzakelijk. Op basis van de huidige meerjarenraming beoordelen we de hoogte van de stand van de algemene reserve als toereikend. Reservepositie De reservepositie is de belangrijkste buffer voor het opvangen van risico’s die niet op andere wijzen zijn afgedekt, bijvoorbeeld door het afsluiten van een verzekering. In onderstaande tabel wordt inzicht gegeven in de ontwikkeling van de reserves per einde boekjaar volgens de door de gemeenteraad vastgestelde jaarrekeningen en/of begrotingen. Tabel 24: Bedragen x € 1.000
Algemene reserve Bestemmingsreserves
Rekening Begroting Begroting 2021 2022 2023 21.810 16.803 21.703 36.822 29.231 31.732
De algemene reserve is bedoeld voor het financieel afdekken van de risico’s. Daartoe stelt de raad de ondergrens van de algemene reserve vast. Een eventueel surplus kunnen we bijvoorbeeld inzetten voor het realiseren van grote projecten. De bestemmingsreserves zijn afgezonderde bedragen voor specifieke doelen. Een aantal reserves is bedoeld ter afdekking van structurele lasten. Een aantal is voor incidentele projecten. Zolang er voor deze projecten nog geen onomkeerbare besluiten zijn genomen, kan de raad deze reserves in principe nog anders inzetten. De raad dient zich daarbij wel te realiseren dat daarmee ook het betreffende project (geheel of gedeeltelijk) niet meer kan worden gerealiseerd. De gemeenteraad heeft bij het vaststellen van de jaarrekening 2021 de ondergrens van de algemene reserve vastgesteld op € 12.589k, waarvan € 1.760k als minimale omvang. De matrix waarop deze ondergrens is gebaseerd hebben we nu geactualiseerd en is opgenomen onder het hoofdstuk risicomanagement van deze paragraaf. De daling van het risicoprofiel komt door het verloop van een juridisch geschil. Tabel 25: Bedragen x € 1.000
Algemene reserve Ondergrens risicoprofiel
Rekening Begroting Begroting 2021 2022 2023 21.810 16.803 21.703 36.822 12.432 5.758
Risicomanagement Het risicomanagement in Wijchen onderkent diverse risico categorieën. Naast de financiële risico’s zijn dit bijvoorbeeld ook risico’s met betrekking tot de continuïteit van dienstverlening en bedrijfsvoering, juridische risico’s, politiek-bestuurlijke risico’s en omgevingsrisico’s. Dit kunnen interne en externe risico’s zijn. Niet op elk risico hebben we als gemeente Wijchen evenveel invloed. In de programmabegroting ligt de focus op de risico’s die we in financiële zin lopen.
Pagina | 82| Programmabegroting 2023
Paragraaf 3 Weerstandsvermogen
In deze begroting zijn de benoemde risico’s financieel vertaald en gewogen. Op basis van die weging is het bedrag bepaald dat als ondergrens van de algemene reserve moet gelden. Deze ondergrens wordt bij de vaststelling van een begroting en een jaarrekening opnieuw ter besluitvorming voorgelegd. De risicomatrix is als bijlage opgenomen. De specifiek benoemde risico’s zijn hieronder benoemd. Een financiële samenvatting van de risico’s is opgenomen in de risicomatrix in bijlage 1. 4.1 Gemeenschappelijke regelingen
4.1.1 MGR Regio Rijk van Nijmegen De risico’s zijn in een bijlage bij de begroting van de MGR beschreven. De beschreven risico's hebben betrekking op: 1. wet- en regelgeving en politiek bestuurlijke risico’s; 2. maatschappelijke risico’s; 3. middelen, organisatie, medewerkers en efficiency. Voor de verdeling van het risico’s naar gemeenten, wordt de inbreng (middelen) gehanteerd. De MGR kiest er voor geen weerstandsvermogen aan te houden maar mogelijk een kostenegalisatiereserve per gemeente te vormen. Dit betekent dat de risico’s worden opgenomen in de begroting en jaarrekening van de deelnemende gemeenten. In de begroting 2023 (bijlage 11, pagina 93) van de MGR is het maximale risico voor de deelnemende gemeenten opgenomen.
Financieel risico:
Begroting 2023
Jaarrekening 2021
358.000
343.000
1
1
Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)
4.1.2 De Meerval BV Contractueel is vastgelegd dat de gemeente Wijchen de exploitatietekorten draagt. Deze zijn door allerhande fluctuaties moeilijk te begroten. Daarmee is er feitelijk sprake van een openeinderegeling.
Financieel risico:
Begroting 2023
Jaarrekening 2021
21.000
21.000
0,2
1
Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)
4.1.3 GGD De GGD heeft een algemene reserve om haar eigen risico’s te ondervangen. Voor het gedeelte van de risico's die de algemene reserve van de GGD overstijgen, nemen wij ons aandeel in onze risicoparagraaf op. Het bedrag is gebaseerd op inwoneraantal en op deze manier als gewogen risico één op één overgenomen vanuit de GGD begroting. Daarom is hier de wegingsfactor 1 toegekend.
Financieel risico:
Begroting 2023
Jaarrekening 2021
183.084
149.565
1
1
Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)
4.2 Gemeentebegroting Met hieronder beschreven risico’s is geen rekening gehouden in de bedragen die in de reguliere begroting zijn opgenomen.
Pagina | 83| Programmabegroting 2023
Paragraaf 3 Weerstandsvermogen
4.2.1 Lopende Bouwgrondexploitaties Bij het opstellen van de MPG 2022 (Meerjaren Perspectief Grondexploitaties) is een nieuwe risicoanalyse gemaakt. Na het opstellen van de MPG is één risico toegevoegd i.v.m. het opstellen van een nieuwe grondexploitatie.
Financieel risico:
Begroting 2023
Jaarrekening 2021
3.780.000
3.780.000
0,14
0,14
Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)
4.2.2 Bouwgrondexploitaties in voorbereiding Onderstaande bouwgrondexploitaties zijn in voorbereiding. De kosten van deze voorbereidingskredieten worden meegenomen bij het vaststellen van een bouwgrondexploitatie. We nemen hier het risico op dat deze kosten niet verhaald kunnen worden binnen een positieve grondexploitatie, of dat de voorbereiding niet leidt tot het openen van een grondexploitatie in z’n geheel. Begroting 2023 Wijchen West Hart van Zuid Kraanvogel Bijsterhuizen Graafseweg 615-617 CPO Steenuil, Wijksestraat en Rivierduin CPO Niftrik Financieel risico:
850.000 450.000 150.000 150.000 60.000 30.000 50.000 1.740.000
Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)
Jaarrekening 2021
0,25
4.2.3 Bouwleges We gaan in de begroting uit van ontvangsten in het kader van bouwleges, structureel ramen we hiervoor € 825.000 aan opbrengsten. We nemen hier een risico van € 100k op, voor geval de begrote bedragen bijvoorbeeld door uitstel van grote projecten niet in z’n geheel ontvangen worden. Met de Wet KwaliteitsBorging (WKB) wordt een deel van de toezicht en controletaken van de gemeente overgebracht naar onafhankelijke marktpartijen. Initieel geldt dit enkel voor gebouwen en bouwwerken met een laag veiligheidsrisico. Dit zorgt voor een afname van leges inkomsten. Daarnaast komen nieuwe taken terug waarvoor geen leges voor geïnd mogen worden. Het risico wordt op jaarbasis ingeschat op € 150.000, omdat de regeling naar verwachting wordt ingevoerd op 1 januari 2023 wordt hier 50% van dit bedrag opgenomen.
Financieel risico:
Begroting 2023
Jaarrekening 2021
250.000
175.000
0,5
0,5
Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)
4.2.4 Gemeentelijk vastgoed algemeen De gemeente beheert circa 68.000 m² gemeentelijk vastgoed. Dit vastgoed bestaat uit diverse elementen zoals gebouwen voor sociaal culturele activiteiten, commercieel vastgoed en dienstgebouwen. Het risico op onvoorziene gebreken aan ons vastgoed schatten we in op € 200k. Een inspectierapport heeft aangetoond dat bij het kasteel de situatie stabiel is. Het risico bestond met name voor de poort (2013) en de toren (2016). Voor beide geldt
Pagina | 84| Programmabegroting 2023
Paragraaf 3 Weerstandsvermogen
dat gezien de vervolgmetingen, verdere monitoring noodzakelijk is alvorens over te gaan tot voorstellen. De kasteeltoren is meegenomen in de renovatie van het kasteel en is derhalve niet meer opgenomen als risico.
Financieel risico gemeentelijk vastgoed:
Begroting 2023
Jaarrekening 2021
200.000
200.000
0,5
0,5
50.000
50.000
0,1
0,1
Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00) Financieel risico kasteelpoort: Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)
4.2.5 Algemene Uitkering De uitkering uit het gemeentefonds wordt op basis van de circulaires doorgerekend. Het beeld van de verwachte uitkering kan sterk fluctueren. We houden rekening met een mogelijke onderuitputting op de rijksbegroting, wat direct gevolg heeft op de hoogte van de algemene uitkering voor gemeenten. Dit risico nemen we hier op.
Financieel risico:
Begroting 2023
Jaarrekening 2021
250.000
250.000
0,5
0,5
Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)
4.2.6 Sociaal domein Jeugd / WMO De Jeugd / WMO bevatten voor een groot deel openeinderegelingen, waarbij de gemeente verplicht is zorg te leveren. Het risico blijft bestaan dat de zorgvraag hoger blijkt dan aangenomen in de begroting. We schatten het risico in op 5% van de omvang 2d’s, rekening houdend met de egalisatiereserve 2d’s.
Financieel risico:
Begroting 2023
Jaarrekening 2021
464.000
750.000
0,25
0,25
Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)
4.3 Claims van derden Dit betreft nog niet afgeronde claims van derden. Hierbij is een inschatting gemaakt van de uitkomsten van de individuele claims.
4.3.1 Overige juridische procedures Overige juridische procedures; zoals (bouw-) leges, belastingzaken- en aansprakelijkstellingen. Voor de verzekerde aansprakelijkheidsstellingen is financiële dekking in onze begroting. Voor overige aansprakelijkheidsstellingen en andere bezwaar- en beroepszaken is het risico bepaald op basis van individuele beoordeling van de posten. Om reden van vertrouwelijkheid en om onze positie in de procedures te beschermen, nemen wij hier alleen de totaaluitkomst op.
Financieel risico:
Begroting 2023
Jaarrekening 2021
1.200.000
7.500.000
0,25
0,98
Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)
4.4 Milieu Hieronder zijn de onderwerpen opgenomen, waarop de gemeente aansprakelijk
Pagina | 85| Programmabegroting 2023
Paragraaf 3 Weerstandsvermogen
gesteld kan worden of verplicht kan worden maatregelen te treffen, maar waarbij op dit moment nog geen concrete aansprakelijkstellingen zijn ontvangen.
4.4.1 Claims van derden waarbij de gemeente op grond van haar handelen aansprakelijk wordt gesteld (stortlocaties en verontreinigingen) Risico’s ten aanzien van milieuaspecten in het kader van bodemverontreiniging. In Wijchen zijn nog een aantal voormalige stortlocaties aanwezig. De bekendste hiervan is de locatie aan de Heumenseweg 80 (voormalig stort Alverna). Voor de overige (stort)locaties zijn de risico's in het geheel niet gedekt, maar zijn de risico’s niet bijzonder groot. Daarnaast komen er vrijwel elk jaar wel enkele verontreinigingen aan het licht waarvan geen veroorzaker bekend is. De gemeente kan (indien deze verontreiniging op openbaarterrein wordt aangetroffen) hiervoor verantwoordelijk worden gesteld.
Financieel risico:
Begroting 2023
Jaarrekening 2021
200.000
200.000
0,1
0,1
Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)
4.4.2 Bestaande en nieuwe risico’s i.h.k. van het Besluit Luchtkwaliteit en Externe Veiligheid. Woningen die liggen of komen te liggen in de overschrijding van de normen voor luchtkwaliteit of gelegen zijn in risicocirkels van bedrijven vallend onder het Besluit Externe Veiligheid kennen mogelijk een lagere waarde voor de OZB. Voorts kan deze wetgeving voor vertraging/afstel van bouwprojecten zorgen. Dit leidt dan tot lagere OZB-opbrengsten. Dit risico achten wij ongewijzigd.
Financieel risico:
Begroting 2023
Jaarrekening 2021
300.000
300.000
0,1
0,1
Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)
4.4.3 Aanpak saneringswoningen Sinds 2012 zijn de beheerders van de Rijksinfrastructuur verantwoordelijk voor het saneren van woningen die te veel geluidsoverlast ondervinden van spoor en de autosnelwegen A50, A73 en A326. Zij zijn daarmee verantwoordelijk voor het plaatsen van schermen of het treffen van geluidwerende voorzieningen aan deze woning. De gemeente is verantwoordelijk voor de projectmatige sanering van woningen langs gemeentelijke en provinciale wegen die bij het Rijk zijn aangemeld (A- en B-lijst). De kosten van deze saneringen zijn in principe voor het Rijk.
Financieel risico:
Begroting 2023
Jaarrekening 2021
100.000
100.000
0,1
0,1
Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)
4.4.4 Milieu bodemverontreiniging Hoewel al een groot deel van de Wijchense bodem in kaart is gebracht, blijft er altijd een risico aanwezig dat ergens bodemverontreiniging wordt aangetroffen die niet voorzien was.
Financieel risico:
Pagina | 86| Programmabegroting 2023
Begroting 2022
Jaarrekening 2021
100.000
100.000
Paragraaf 3 Weerstandsvermogen
Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)
0,1
0,1
4.5 Uitgeleende gelden en garantstellingen De hier opgenomen onderwerpen houden verband met het niet kunnen aflossen van leningen, waarbij Wijchen het risico draagt.
4.5.1 Verstrekte hypotheken aan ambtenaren Als onderdeel van het pakket arbeidsvoorwaarden zijn tot 1 januari 2009 hypotheken verstrekt aan medewerkers. We merken dat steeds meer hypotheken vervroegd worden afgelost.
Financieel risico:
Begroting 2023
Jaarrekening 2021
1.289.000
1.789.000
0,1
0,1
Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)
4.5.2 Garanties geldleningen aan woningbouwcorporaties De gemeente staat garant voor tijdige betaling van rente en aflossing van leningen van woningbouwcorporaties afgesloten in het kader van de Woningwet. Met ingang van 1995 zijn deze risico's overgenomen door de Stichting Waarborgfonds. Deze stichting is de eerste risicodrager. De gemeente treedt uitsluitend op als achtervanger. Wijchen is tot op heden nog niet op een garantstelling aangesproken. Tot op heden zijn alle risico’s binnen het waarborgfonds opgevangen.
Financieel risico:
Begroting 2023
Jaarrekening 2021
64.589.000
64.589.000
0,01
0,01
Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00) .
4.5.3 Garanties aan derden voor door hen afgesloten leningen. Voor een aantal maatschappelijke instellingen staat de gemeente (al dan niet samen met andere instanties) garant voor relatief hoge bedragen aan aangegane geldleningen. Er zijn een aantal nieuwe garantstellingen aan sportverenigingen afgegeven.
Financieel risico sport
Begroting 2023
Jaarrekening 2021
974.000
974.000
0,1
0,1
Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)
4.6 Overig
4.6.1 Wijziging legger door het Waterschap De legger is in het 3e kwartaal van 2016 vastgesteld. Door introductie van een ruimtereservering voor toekomstige dijkverbetering en een zogenaamde bouwgrens waarbinnen geen nieuwbouw is toegestaan, kan planschade ontstaan doordat beperkingen aan eigendommen worden opgelegd. In 2018 en in het eerste halfjaar 2019 zijn geen planschadegevallen voorgekomen. Waterschap Rivierenland heeft in 2017 op verzoek van de gemeente Wijchen de kasteelgracht Wijchen van de legger C-wateren verwijderd. Daarmee zijn ook de verplichtingen (Keur) komen te vervallen die zijn verbonden aan de status van C-
Pagina | 87| Programmabegroting 2023
Paragraaf 3 Weerstandsvermogen
wateren. De kasteelgracht staat niet in verbinding met enig ander oppervlaktewater en wordt kunstmatig op peil gehouden. In de huidige situatie vervult de kasteelgracht de functie als cultuurhistorisch en landschappelijk water en als opvang voor neerslag afkomstig van het kasteel en een gedeelte van de spoorstraat.
Begroting 2023
Jaarrekening 2021
Financieel risico:
0
100.000
Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)
0
0,5
4.6.2 crisis (COVID-19, Oekraïne) Vanaf het ontstaan van de corona pandemie zijn gemeenten geconfronteerd met de financiële effecten hiervan. Meerkosten voor de bedrijfsvoering, handhaving, sluitingen van sportzalen, theater en het zwembad zijn voorbeelden hiervan. Er zijn ook minderkosten op het gebied van het niet doorgaan van evenementen. In 2020 en 2021 heeft het Rijk gemeenten gecompenseerd, waarmee er voor de gemeente Wijchen vooralsnog geen financieel nadeel is ontstaan. Ook de vluchtelingenstroom vanuit Oekraïne leidt tot meerkosten bij de gemeenten, waar de overheid financiering tegenover stelt. We nemen in dit kader een risico op voor een aantal onderwerpen, waarvan we weten dat het tot meerkosten leidt. Daarbij gaan we er in dat geval vanuit dat er geen compensatie van het Rijk meer tegenover staat. Begroting 2023
Jaarrekening 2021
Sluiting zwembad
300.000
300.000
Extra kosten bedrijfsvoering, waaronder handhaving
100.000
100.000
Meerkosten sociaal domein
300.000
300.000
Cultuur
100.000
100.000
Afval
100.000
100.000
Toename (bijzondere) bijstandsuitkeringen
100.000
100.000
Huisvesting vluchtelingen (Oekraïne)
500.000
0
1.250.000
1.000.000
0,5
0,5
Totaal corona Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)
4.6.3 Databeveiliging De verdergaande digitale vastlegging van gegevens vraagt om alert te zijn op de risico’s die automatisering met zich meebrengt. Op basis van het vastgestelde Informatieveiligheidsbeleid werken we in 2022 en 2023 verder aan de realisatie van alle te nemen stappen. Daarnaast streven we er naar te voldoen aan de AVG. We nemen hier het risico op voor schendingen van de privacy, datalekken of cyberincidenten en de mogelijke claims daardoor.
Financieel risico:
Begroting 2023
Jaarrekening 2021
250.000
0
0,25
0
Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)
Pagina | 88| Programmabegroting 2023
Paragraaf 3 Weerstandsvermogen
Paragraaf 4: Onderhoud kapitaalgoederen Met het onderhoud van kapitaalgoederen is een substantieel deel van onze begroting gemoeid. Deze paragraaf geeft meer inzicht in omvang en besteding. Tabel 26: Beheerplannen
1 2 3 4 5 6 7
Beheerplan
Looptijd
Wegen Openbare verlichting (OVL) Civiele kunstwerken (bruggen/duikers) Groen Riolering Watergangen/Baggeren/Beschoeiingen Gebouwen
2023-2027 2023-2027 2023-2027 2023-2027 2023-2027 2021-2040 2023-2043
Onderdeel van programma 2 2 2 5 7 5 div.
De onderdelen 1 tot en met 6 uit bovenstaande tabel vormen de kapitaalgoederen in de openbare ruimte en vertegenwoordigen een structureel budget van circa € 9 miljoen. Integraal beheer openbare Ruimte (IBor) Afspraken over het beheer van de openbare ruimte zijn vastgelegd in de onlangs vastgestelde nota IBor 2023 t/m 2027. In onderstaande tabel staan per discipline de beheerniveaus weergegeven voor de zichtbare openbare ruimte. Tabel 27: Beheerniveaus Openbare Ruimte
Discipline
Bomen Groen Gazon Grasbermen Verharding Meubilair Reiniging Onkruid op verhard Riolering en Water Kunstwerken
Winkel gebied
Bedrijven terrein
Buitengebied en kerkdorpen
Woon gebied
C B B B B B B B B B
C C C C C C C B C C
C C C C C C C B C C
C B B C C B B B B B
Hoofd structuur
C C C C B B C B C C
Onderstaand een korte beschrijving wat er verstaan wordt onder een bepaald kwaliteitsniveau. A+= Intensief: netjes, visitekaartje, perfecte uitstraling, veilig en veel gebruiksgemak A = Aandacht: netjes, hoge beeldkwaliteit, functioneel B = Normaal: netjes, functioneel, veilig en voldoende gebruiksgemak C = Extensief: functionaliteit staat voorop, instandhouding, waarborging veiligheid en afscherming * Met de vaststelling van het IBor-plan 2018-2022 is afgesproken dat met machinale groenonderhoud m.u.v. de zone winkelgebied op niveau C en het handmatige groenonderhoud op niveau B onderhouden wordt.
Het machinaal onderhoudsbestek (groen, onkruid, vegen) wordt in 2022 opnieuw aanbesteed voor 3 jaar en loopt van 2023 tot en met 2025. Het contract met de firma van Gelder voor het onderhoud van de openbare verlichting (ovl) eindigt per 1 juli 2023 en dient begin 2023 dus te worden aanbesteed. Daarnaast wordt in 2023 het beleidsplan ovl geactualiseerd.
Pagina | 89| Programmabegroting 2023
Paragraaf 4 Onderhoud kapitaalgoederen
Met de ambtelijke fusie zijn de beheerpakketten van Druten en Wijchen geharmoniseerd. In 2023 wordt verder uitvoering gegeven aan harmonisering, procesafspraken BGT-BOR en het objectenhandboek. Hiermee wordt een start gemaakt voor een organisatie brede aanpak voor het op peil houden van de areaalgegevens. Beleidsindicatoren Indicator
Werkelijk 2021
Begroot 2022
Begroot 2023
7,0 6.786 319 48% 3%
7,0 6.786 319 40% 3%
6,8 7.000 330 30% 3%
Klanttevredenheidsonderzoek Aantal klachten Aantal burgerparticipatiecontracten Afhandeling meldingen buiten normtijd Aantal ontevreden melders
Financiële aspecten /Uitvoeringsprogramma Voor het opstellen en de afstemming van de verschillende civiel- en cultuurtechnische projecten hanteren we een integrale planning genaamd jaarlijks uitvoeringsprogramma (JUP). In deze planning zijn benodigde (integrale) vervanging en werkzaamheden voor groot onderhoud van en aan wegen, riolering, kunstwerken, openbare verlichting, bomen en groen opgenomen. Het uitvoeringsprogramma wordt jaarlijks door het college vastgesteld. Daarbij presenteren we eveneens een doorkijk van de eerste 4 jaren parallel aan de begrotingsperiode. Voor de diverse disciplines zijn structurele jaarbudgetten beschikbaar, die de gewenste beheerniveaus garanderen. Om de kosten gelijkmatig in de tijd te spreiden zijn voorzieningen en reserves gevormd. De onderscheiden posten binnen de openbare ruimte worden hieronder toegelicht. De afzonderlijke onderdelen nader belicht 1- Wegen Areaal /Kengetallen Asfaltverharding Geluidsreducerend asfalt Elementenverharding beton Elementenverharding gebakken Betonverhardingen Verharde bermen Halfverharde paden
1.375.056 48.244 985.282 359.296 16.708 61.640 44.940
m2 m2 m2 m2 m2 m2 m2
Totaal
2.891.166
Are
Beleidskader Het doel van de totale onderhoudsstrategie is om verhardingen in een redelijke tot goede onderhoudstoestand te brengen en te houden, dusdanig dat geen enkele verharding in een onderhoudstoestand ‘onvoldoende’ verkeert of komt te verkeren. Hiermee wordt tevens voorkomen dat weggebruikers onveilige situaties tegenkomen. Het is de taak van de wegbeheerder om de veiligheid van de wegen te bewaken, zodat de kans op ongelukken geminimaliseerd wordt. Een goede staat van het wegennet is immers van belang voor zowel de duurzaamheid als voor de veiligheid. Tweejaarlijks wordt de onderhoudstoestand van de verhardingen in kaart gebracht door middel van een Globale Visuele Inspectie conform de wegbeheersystematiek van het C.R.O.W. Dit betekent dat alle wegvakonderdelen van asfalt, elementen en beton worden beoordeeld op ernst en omvang van alle schadebeelden. Op basis van de inspectiegegevens wordt de kwaliteit van het Wegenareaal ingedeeld conform de C.R.O.W.
Pagina | 90| Programmabegroting 2023
Paragraaf 4 Onderhoud kapitaalgoederen
Zowel de levensduur als de uitkomsten van de bovengenoemde inspecties zijn de input voor het jaarlijks op te stellen Uitvoeringsprogramma. Financiële aspecten Investeringen in wegen betreffen maatschappelijk nut en worden geactiveerd en afgeschreven in gemiddeld 68 jaar. Voor beheer en onderhoud bestaan genormeerde budgetten in de begroting. Het budget met de noemer projecten wordt gereserveerd als dekking voor het uitvoeringsprogramma. Hieraan gekoppeld hebben we de egalisatiereserve wegen en civiele kunstwerken welke een egaliserend karakter heeft over de jaren. Achterstallig onderhoud wegen Tweejaarlijks worden de wegen geïnspecteerd. De laatste inspectie dateert uit 2019 (asfaltverharding). In 2022 vindt de nieuwe inspectieronde plaats en is duidelijk wat de actuele onderhoudstoestand van de wegen is. De verwachting is dat er weinig achterstallig onderhoud is. 2- Openbare Verlichting Areaal /Kengetallen Aantal lichtmasten ≥ 8m Aantal lichtmasten < 8m Overige voorzieningen Aantal armaturen Waarvan % Led
1.795 8.763 50 10.608 18
Stk Stk Stk Stk %
Beleidskader In het beleidsplan staan de speerpunten genoemd waarbij met de inrichting en het onderhoud van de openbare verlichting rekening gehouden dient te worden. Het accent ligt op duurzaamheid en energiebesparende maatregelen. Het ingezette beleid ten aanzien van het toepassen van LED verlichting en dynamisch dimmen waar mogelijk, worden gecontinueerd en uitgebreid. Tevens passen we meer statisch dimmen toe. Evenals voor groen, grijs, reiniging en kunstwerken is ook voor de verlichting een beheerplan opgesteld. Dit is gebaseerd op onze Wijchense beeldkwaliteitsystematiek. Uitgangspunt is dat we LED verlichting toepassen, tenzij dat technisch niet mogelijk is. Nieuwe armaturen voorzien we van een dimmer als dit effectief bijdraagt aan onze doelstellingen (minimaliseren CO2 emissie en lichtvervuiling). We komen in 2023 met een nieuw beleid-beheerplan waarbij rekening wordt gehouden met de nieuwe ontwikkelingen. Financiële aspecten Voor beheer en onderhoud bestaan genormeerde budgetten. Investeringen betreffen maatschappelijk nut en worden geactiveerd en afgeschreven. Daarnaast is er een egalisatiereserve voor het groot onderhoud en de vervanging van de openbare verlichting. Op deze manier borgen wij de instandhouding van de OVL op de lange termijn. In het beheerplan OVL hanteren we als afschrijvingstermijn voor masten 45 jaar en voor armaturen 25 jaar.
Achterstallig onderhoud Er is achterstand in remplace, schilderen en herstickeren van de masten. Ook bij het vervangen van armaturen ≥ 25 jaar en masten is er een achterstand. In 2023 willen we een groot deel van deze achterstanden wegwerken.
Pagina | 91| Programmabegroting 2023
Paragraaf 4 Onderhoud kapitaalgoederen