Agendabundel
Tekst van het document
Onroerende zaakbelastingen De grondslag voor de onroerende zaakbelasting is de WOZ-waarde. De voorlopige tarieven voor 2024 zijn: Tabel 5: ontwikkeling van de tarieven OZB (inclusief correctie n.a.v. waardestijging)
Soort OZB Woning eigenaar Niet-woning eigenaar Niet-woning gebruiker Totaal
Tarief 2023 (% van de WOZwaarde) 0,0998% 0,2535% 0,1964%
Tarief 2024 (% van de WOZwaarde)* 0,1028% 0,2611% 0,2023%
Gewenste opbrengst 2024 (netto x € 1.000) 6.660 2.361 1.674 10.696
* Bij de berekening van de tarieven voor 2024 is nog geen rekening gehouden met de verwachte waardeontwikkeling van onroerende zaken (WOZ).
De basis voor de meerjarenraming van de OZB is het jaar 2023. De opbrengsten OZB worden jaarlijks gecorrigeerd voor de verwachte prijscompensatie. We gaan daarbij uit van de percentages uit de meicirculaire 2023. Daarnaast houden we rekening met een verwachte toename van het aantal woningen als gevolg van nieuwbouw en wordt bij de bepaling van de tarieven rekening gehouden met de waardeontwikkeling van de onroerende zaken (WOZ). Voor 2024 moeten we van Munitax nog de verwachte waardeontwikkeling aangeleverd krijgen. Zodra deze
Pagina | 71| Programmabegroting 2024
Paragraaf 2 Lokale heffingen
cijfers bekend zijn, zullen de tarieven worden herrekend en ter vaststelling aan de gemeenteraad, in de vergadering van december 2023, worden voorgelegd. In onderstaande tabel wordt het meerjarenperspectief weergegeven van de gewenste inkomsten OZB. Tabel 6: ontwikkeling van de opbrengsten OZB
x € 1.000
2024
2025
2026
2027
Totaal Begroting 2023 Mutatie Perspectiefnota 2023 Actuele begroting 2023
10.305 429 10.734
10.635 463 11.098
10.899 563 11.462
11.169 647 11.816
Berekening 2024: Basis (raming opbrengst 2023)
10.324
10.324
10.324
10.324
62
125
190
257
310
310 299
310 299 299
310 299 299 285
10.696
11.059
11.422
11.775
-38
-39
-40
-41
Nieuwbouw/woningtoename Index 2024 Index 2025 Index 2026 Index 2027 Totaal Begroting 2024 Mutatie t.o.v. begroting 2023
%/aantal
T/m 2027: 240 won. p/jr.
3,0% 2,8% 2,7% 2,5%
Reinigingsheffingen We streven ernaar dat onze inwoners hun afval kwalitatief en kwantitatief goed (blijven) scheiden om zoveel mogelijk grondstoffen terug te winnen. Het taakveld afval is altijd een dynamisch dossier. Wij hebben nog steeds het motto “de vervuiler betaalt” hoog in het vaandel en willen dit verder verankeren in de toekomst. Het diftar-systeem zetten we in 2024 voort, waarbij we de huidige grondslagen van de tarieven in stand houden. Dit betekent dat de systematiek van toerekenen van kosten naar vaste en variabele heffing gehandhaafd blijft, evenals het uitgangspunt van 100% kostendekkendheid. Waarbij de voor compensatie in aanmerking komende btw wordt meegerekend in het tarief conform artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. De middelen die gegenereerd worden uit de reinigingsheffingen zijn derhalve niet vrij aanwendbaar maar dienen ter dekking van kosten voor afvalinzameling en verwerking. Bij diftar bestaat de tariefstelling uit een variabel en een vast gedeelte. De hoogte van het variabele gedeelte wordt bepaald door het aantal aanbiedingen van de container voor restafval (of aantal inworpen in de verzamelcontainer) en de omvang van deze container.
Met het vaste tarief worden de algemene kosten van het taakveld afval, de kosten van de overige afvalstromen en de toe te rekenen kosten van andere taakvelden, zoals beschreven in deze paragraaf gedekt. Het variabele tarief wordt bepaald door de variabele kosten (inzameling en verwerking restafval) te delen door het te verwachten aantal aanbiedingen. Er bestaan hierbij drie mogelijkheden: 240 liter container, 140 liter container en 50 liter zak (ondergrondse verzamelcontainer). Naar verhouding is bij elk van de drie mogelijkheden het tarief gelijk. D.w.z. per aanbieding betaald iemand met een 240 liter minicontainer ca. 1,7 keer zoveel als iemand met een 140 liter minicontainer (240 liter/140 liter).
Pagina | 72| Programmabegroting 2024
Paragraaf 2 Lokale heffingen
Het positieve saldo uit de jaarrekening 2022 hebben we bij de perspectiefnota bestemd voor de campagne weet wat je achterlaat en de uitbreiding van de inzamelmiddelen voor incontinentie materiaal. Tabel 7: tariefstelling Reinigingsheffingen
Jaartal Vast tarief Variabel tarief Woonzorgcomplex
Minicontainer 240 liter 2023 2024 178 195 8,33 9,44
Minicontainer 140 liter 2023 2024 178 195 4,86 5,51
Afvalzak (50 liter) 2023 178 1,73 83,04
2024 195 1,96 94,08
Tabel 8: Grondslag tariefstelling (x€ 1000):
Begroot 2024
Taakveld 7.3 Afval: Directe kosten, inclusief (omslag)rente excl. BTW Taakveld 7.3 Afval: Directe inkomsten excl. BTW Bruto kosten taakveld(en) vóór inzet reserves
3.855
4.083
-755 3.101
-591 3.492
Taakveld 0.10 Mutaties reserves: Afdekking vanuit reserves
0
0
3.101
3.492
210
140
59
73
63
60
58
64
Netto kosten taakveld(en)
Begroot 2023
Toe te rekenen kosten: Taakveld 6.3 Inkomensregelingen: Kwijtschelding afvalstoffenheffing Taakveld 2.1 Verkeer en vervoer: Schoonhouden wegen 1/3 deel van de integrale kosten Taakveld 2.1 Verkeer en vervoer: Zwerfafval 1/3 deel van de integrale kosten Taakveld 0.4 Overhead: Overhead inclusief (omslag-)rente Toe te rekenen compensabele BTW op de directe kosten en opbrengsten Totale kosten
572
616
4.062
4.445
Opbrengst heffingen
4.062
4.445
Dekkingspercentage vóór inzet reserves Dekkingspercentage na inzet reserves
100% 100%
100% 100%
Rioolheffing Ons uitgangspunt bij het bepalen van het tarief is dat we een solide beleid voeren, waarin inkomsten en uitgaven op een lange termijn in balans zijn en waarin we doelmatig omgaan met de beschikbare middelen. Voor de rioolheffing geldt als uitgangspunt dat de opbrengst van de rioolheffing 100% van de kosten dekt. De hoogte van de heffing is gebaseerd op de kosten voortvloeiend uit en gerelateerd aan het beleidsplan Water en Riolering voor de periode 2023 -2027. Daarbij wordt, conform art. 228a derde lid Gemeentewet, in het tarief de voor compensatie in aanmerking komende btw meegerekend. Onze rioolheffing berekenen we als percentage over de WOZ-waarde. We maken hierbij onderscheid naar eigenaren en gebruikers, alsook naar woningen en nietwoningen. We hebben de middelen nodig om invulling te kunnen geven aan onze (verbrede)zorgplichten voor afvalwater, hemelwater, grondwater en oppervlaktewater zoals deze in het beleidsplan zijn opgenomen.
Pagina | 73| Programmabegroting 2024
Paragraaf 2 Lokale heffingen
Tabel 9: ontwikkeling van de tarieven rioolrecht
Soort Rioolheffing
Tarief 2023 Tarief 2024* (% van de (% van de WOZ-waarde) WOZ-waarde) 0,0360% 0,0361% 0,0146% 0,0172% 0,0948% 0,0952% 0,0362% 0,0427%
Woning eigenaar Woning gebruiker Niet-woning eigenaar Niet-woning gebruiker
* Bij de berekening van de tarieven voor 2024 is nog geen rekening gehouden met de verwachte waardeontwikkeling van onroerende zaken (WOZ). Zodra Munitax de waardeontwikkeling heeft verstrekt, zullen de tarieven worden herrekend en zullen deze aan de gemeenteraad, in zijn vergadering van december 2023, ter vaststelling worden voorgelegd. Tabel 10 Kosten en opbrengsten rioolheffing (bedragen x € 1.000)
Soort rioolheffing
Kostentoedeling 2024 *
Woning eigenaar Woning gebruiker Niet-woning eigenaar Niet-woning gebruiker Totaal kosten in de heffing te betrekken Dekkingsgraad
€ 2.316 € 1.080 € 831 € 361
51% 24% 18% 7%
Heffings-opbrengst 2024 (netto) € 2.316 51% € 1.080 24% € 831 18% € 361 7%
€ 4.588
€ 4.588 100%
* Inclusief toerekenbare btw-componenten en kwijtschelding.
De af te dekken kosten, inclusief toegerekende compensabele Btw, bedragen € 4.588k. De gewenste opbrengst zit, uitgaande van de berekende tarieven voor 2024, op hetzelfde bedrag, zodat de dekkingsgraad 100% is. Daarbij is ook rekening gehouden met een inschatting van oninbare heffingen en verminderingen, die ook binnen het tarief afgedekt mogen worden. Onder de eigenaarsheffingen dekken we de kosten van de initiële aanleg, vervanging en groot onderhoud. Met de gebruikersheffingen dekken we de overige kosten gerelateerd aan ons verbrede zorgplicht. Gemengde kosten worden naar rato toegerekend. Tabel 11: Grondslag tariefstelling x € 1000:
Taakveld 7.2 Riolering: Directe kosten, inclusief (omslag)rente excl. BTW Taakveld 7.2 Riolering: Directe inkomsten excl. BTW Taakveld 0.10 Mutaties reserves: Afdekking vanuit reserves Netto kosten taakveld(en) Toe te rekenen kosten: Taakveld 2.1 Verkeer en Vervoer: 1/3 deel kosten van schoonhouden wegen Taakveld 6.3 Inkomensregelingen: Kwijtschelding rioolheffing Taakveld 0.4 Overhead: Kosten inclusief (omslag-)rente Toe te rekenen BTW op de directe kosten en opbrengsten
Begroot 2024 3.773 -12 3.761
73 40 154 560
Totale kosten
4.588
Opbrengst heffingen
4.588
Dekkingspercentage
100%
Pagina | 74| Programmabegroting 2024
Paragraaf 2 Lokale heffingen
Hondenbelasting De opbrengsten uit het heffen van hondenbelasting worden als een algemeen dekkingsmiddel gezien en mogen dus vrijelijk worden besteed. In de gemeente Wijchen worden, net als in veel alle gemeenten, deze belastingopbrengsten ingezet ter voorkoming van hondenoverlast en strookt de heffing met het principe “de vervuiler betaald”. De hondenbelasting in Wijchen is kostendekkend. Met name door de plaatsing van afvalbakken voor de honden in Hernen, de hogere doorbelasting van de WDW voor onderhoud aan uitlaatplaatsen en de hogere doorbelasting van Munitax, zorgt ervoor dat de tarieven stijgen met 14,4%. Deze tarieven ontwikkelen zich als volgt: Tabel 12: ontwikkeling van de tarieven hondenbelasting
Aantal honden
2023 € 77,60 142,65 335,20
Eerste hond Tweede en volgende hond Kennel
2024 € 88,80 163,20 383,50
Hoewel de hoogte van de hondenbelasting in Wijchen niet wettelijk beperkt is door de gemaakte kosten, kiest Wijchen wel voor deze systematiek. Voor de bepaling van de hoogte van de hondenbelasting is de toerekening in tabel 13 toegelicht. De kosten die ten grondslag liggen aan de heffing zijn als volgt opgebouwd: Tabel 13: Grondslag tariefstelling x € 1000:
Begroot 2024 Taakveld 5.7 Openbaar groen en recreatie: Directe kosten Hup, inclusief (omslag)rente excl. BTW Taakveld 0.64 Belastingen overig: Directe kosten, inclusief (omslag)rente excl. BTW Taakveld 0.10 Mutaties reserves: Afdekking vanuit reserves Netto kosten taakveld(en)
229 74 0
Toe te rekenen kosten: Taakveld 0.4 Overhead: Overhead inclusief (omslag-)rente Toe te rekenen BTW op de kosten Totale kosten
64 24 391
Opbrengst heffingen
391
Dekkingspercentage
100%
Toeristenbelasting De toeristenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel. Heffing van de toeristenbelasting geschiedt op basis van aangifte. Conform de vastgestelde beslisnota in oktober 2021 zijn de tarieven voor toeristenbelasting extra verhoogd naar respectievelijk € 2,00 per overnachting en € 1,00 per overnachting op een vaste standplaats. Dit is onder voorbehoud van de afweging door de gemeenteraad bij de behandeling van deze begroting. We verlenen een vrijstelling voor overnachtingen van scouts die op een scoutingterrein overnachten. Het afgeronde tarief wordt in rekening gebracht, conform raadsbesluit. Als nieuw beleid stellen we voor het tarief voor overnachtingen bij festivals gelijk te stellen aan het standaard tarief van € 2,00, omdat we dit meer zien in het segment van hotels qua verblijfsduur en prijs dan een camping.
Pagina | 75| Programmabegroting 2024
Paragraaf 2 Lokale heffingen
Tabel 14: ontwikkeling van de tarieven toeristenbelasting
Tarief per overnachting Tarief per overnachting op vaste standplaats Tarief per overnachting op een festival
2023 afgerond € 1,50
2024 afgerond € 2,00
€ 0,75
€ 1,00
Nvt
€ 2,00
Reclamebelasting De reclamebelasting is een algemeen dekkingsmiddel. Een gebruiker van een pand binnen een door de Gemeenteraad vastgesteld gebied is deze belasting verschuldigd als hij een reclame-uiting op zijn pand voert. We heffen reclamebelasting voor een drietal zones. Dit zijn: Wijchen Centrum, Bedrijventerrein Wijchen-Oost en Bedrijventerrein Bijsterhuizen. Het tarief voor Wijchen Centrum is een percentage van de WOZ-waarde van het pand. Voor de overige zones is ook de WOZ-waarde van het pand als grondslag gekozen, maar zijn de tarieven gestaffeld. De tarieven voor 2024 zijn in eerste aanleg voorlopig en alleen nog maar gebaseerd op de ontvangen conceptbegrotingen 2024 van de stichtingen. Enerzijds komt dat omdat de ontwikkeling van de WOZ-waarden nog niet bekend zijn en anderzijds omdat we deze, zoals gebruikelijk, in overleg met de 3 stichtingen willen bepalen. Uiteindelijk is het aan de gemeenteraad om de tarieven bij de belastingverordeningen in december 2023 definitief vast te stellen. Tabel 15: ontwikkeling tarieven reclamebelasting Wijchen Centrum
2023 Minimum bedrag per WOZ-object Drempelbedrag WOZ-waarde Tarief per € 1.000 WOZ-waarde boven drempelbedrag Maximumbedrag per WOZ-object Gewenste opbrengst in €
€ 325,00 € 136.000 € 2,39 € 945,00 € 129.000
2024* € 336,00 € 136.000 € 2,47 € 978,00 € 127.000
Tabel 16: ontwikkeling tarieven Bedrijventerrein Bijsterhuizen
WOZ-waarde van: € 0,00 € 111.001 € 277.001 € 554.001 € 1.107.001 € 2.215.001 € 3.322.001 € 4.430.001 € 5.535.001 Meer dan € 11.074.000
Tot € 111.000 € 277.000 € 554.000 € 1.107.000 € 2.215.000 € 3.322.000 € 4.430.000 € 5.535.000 € 11.074.000 --------
2023
2024*
€ 100 € 200 € 325 € 730 € 1.015 € 1.215 € 1.625 € 2.030 € 2.840 € 3.245
€ 105 € 210 € 335 € 755 € 1.045 € 1.255 € 1.675 € 2.090 € 2.925 € 3.345
2023
2024*
€ 135 € 190 € 275 € 435 € 600 € 765 € 985 € 1.310 € 1.640 € 2.035
€ 135 € 190 € 275 € 435 € 600 € 765 € 985 € 1.310 € 1.640 € 2.035
Tabel 17: ontwikkeling tarieven bedrijventerrein Wijchen-Oost
WOZ-waarde van: € 0,00 € 107.001 € 214.001 € 319.001 € 532.001 € 799.001 € 1.064.001 € 1.596.001 € 2.130.001 Meer dan € 3.194.000
Tot € 107.000 € 214.000 € 319.000 € 532.000 € 799.000 € 1.064.000 € 1.596.000 € 2.130.000 € 3.194.000 --------
* Nog te bepalen in overleg met de betreffende stichtingen
Pagina | 76| Programmabegroting 2024
Paragraaf 2 Lokale heffingen
Marktgelden De tarieven zijn verhoogd met een prijsindex van 3%, Dit is hetzelfde percentage als die we in de kostenontwikkeling hebben opgenomen. Daarbij is rekening gehouden met de mate van kostendekkendheid van de marktgelden. Tabel 18: marktgelden
Marktgelden x € 1,Vaste standplaatsen per strekkende meter per kwartaal Vermeerdering luifel bij standplaats Vermeerdering auto/cabine Vermeerdering per marktdag voor promotiedoeleinden Dag- en standwerkersplaatsen per marktdag Elektriciteit per marktdag per aansluiting dag- en standwerkersplaats
2023 23,25 2,35 10,55 4,05 13,45 4,05
2024 23,95 2,40 10,85 4,15 13,85 4,15
Precariobelasting De precariobelasting wordt geheven van degene die, al dan niet met vergunning of na een melding, het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft of diens opvolger, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn. De tarieven verhogen we met een prijsindex van 3%. Dit is hetzelfde percentage als die we in de kostenontwikkeling hebben opgenomen.
Bedrijven Investerings-Zone (BIZ) Met ingang van 2021 heft de gemeente een belasting van een selectie van de gebruikers en/of eigenaren van de niet-woningen gelegen in de BI-zone (bijdrageplichtigen). De opbrengst gaat naar de Vereniging van Pandeigenaren Wijchen Centrum en is bestemd om deze vereniging meer financiële slagkracht te geven om te investeren in een aantrekkelijk centrum voor Wijchen. De verordening die ten grondslag ligt aan de heffing geldt voor 5 jaar en loopt vanaf 1 januari 2021 tot en met 31 december 2025. Het tarief ligt ook voor 5 jaar vast en bedraagt 0,19% van de WOZ waarde, met een minimum van € 270 en een maximum van € 540.
Leges In onderstaande tabel geven we per hoofdstuk van de legestabel de begrote kosten en opbrengsten weer. Hieruit blijkt dat er per titel geen overdekking bestaat op de leges. De personeelskosten maken onderdeel uit van de directe kosten en zijn op basis van ureninzet toegerekend aan de verschillende hoofdstukken. In het overzicht zijn naast de directe kosten op de verschillende onderdelen, de overheadkosten toegerekend op basis van een vaste opslag per fte. We streven naar 100% kostendekkend, maar zijn hierin beperkt door de gemaximeerde legestarieven vanuit het Rijk. Zie in de volgende tabel de mate van kostendekkendheid.
Tabel 19: Legestabel 2024 Paragraaf Paragraaf 1.1 Paragraaf 1.2 Paragraaf 1.3
Paragraaf 1.4 Paragraaf 1.5
Omschrijving Burgerlijke stand totaal Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart totaal
Directe kosten
Overhead kosten
Kosten totaal
€ 37.822
€ 12.481
€ 50.303
€ 51.800
103%
€ 390.505
€ 106.146
€ 496.651
€ 373.506
75%
Rijbewijzen totaal Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens totaal Bestuursstukken totaal
€ 124.108
€ 49.636
€ 173.744
€ 183.517
106%
€ 17.739
€ 9.960
€ 27.699
€ 470
2%
€-
€-
€-
€-
NVT
Pagina | 77| Programmabegroting 2024
Paragraaf 2 Lokale heffingen
Totaal opbrengsten
Kostendekking
Paragraaf 1.6 Paragraaf 1.7 Paragraaf 1.8 Paragraaf 1.9 Paragraaf 1.10 Paragraaf 2.1 Paragraaf 2.2 Paragraaf 2.3
Paragraaf 2.4 Paragraaf 2.5 Paragraaf 2.6 Paragraaf 2.7 Paragraaf 2.8
Vastgoedinformatie totaal Overige publiekszaken totaal Gemeentearchief totaal Bijzondere wetten totaal Diversen totaal Algemene bepalingen totaal Voorfase totaal Activiteiten met betrekking tot bouwwerken totaal Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed totaal Milieubelastende activiteiten totaal Lozingsactiviteiten totaal Aanlegactiviteiten totaal Overige activiteiten totaal
€-
€-
€-
€-
NVT
€ 8.501
€ 5.300
€ 13.800
€ 22.200
161%
€-
€-
€-
€-
NVT
€ 36.951
€ 2.479
€ 39.430
€ 38.111
97%
€-
€-
€-
€-
NVT
€-
€-
€-
€-
NVT
€ 59.743
€ 37.247
€ 96.991
€ 70.476
73%
€ 931.550
€ 560.154
€ 1.491.704
€ 1.059.871
71%
€-
€ -
€-
€-
NVT
€-
€-
€-
€-
NVT
€-
€-
€-
€-
NVT
€ 17.096
€ 10.659
€ 27.755
€ 22.258
80%
€ 7.525
€ 4.692
€ 12.217
€ 9.250
76%
€-
€-
€-
€-
NVT
€-
€-
€-
€-
NVT
€-
€-
€-
€-
NVT
Paragraaf 2.11
Maatwerkvoorschriften totaal Gelijkwaardigheid totaal Overige tarieven totaal
Paragraaf 2.12
Modaliteiten totaal
€ 59.656
€ 2.414
€ 62.070
€ 4.568
7%
Paragraaf 2.13
Vermindering totaal
€-
€-
€-
€-
NVT
Paragraaf 2.14
Teruggaaf totaal
Paragraaf 3.1
Horeca totaal
Paragraaf 3.2
Seksbedrijven totaal Winkeltijdenwet totaal Organiseren evenement of markt totaal
Paragraaf 2.9 Paragraaf 2.10
Paragraaf 3.3 Paragraaf 3.4 Paragraaf 3.5 Paragraaf 3.6 Paragraaf 3.7
Standplaatsen totaal Huisvestingswet 2014 totaal In dit hoofdstuk niet benoemd besluit totaal
Totaal
€-
€-
€-
€-
NVT
€ 3.328
€ 2.075
€ 5.404
€ 5.270
98%
€-
€-
€-
€-
NVT
€-
€-
€-
€-
NVT
€ 5.455
€ 3.401
€ 8.856
€ 8.637
98%
€ 2.219
€ 1.383
€ 3.602
€ 3.513
98%
€-
€-
€-
€-
NVT
€ 5.962
€ 865
€ 6.826
€ 6.196
91%
€ 1.708.161
€ 808.891
€ 2.517.052
€ 1.859.643
74%
Recapitulatie 1, 2 en 3 Totaal Kostendekking Hoofdstuk 1 Kostendekking Hoofdstuk 2 Kostendekking Hoofdstuk 3 Kostendekking totaal
Pagina | 78| Programmabegroting 2024
Directe kosten
Overhead
Baten
Kostendekking
€ 615.627
€ 186.001
€ 669.604
84%
€ 1.075.570
€ 615.166
€ 1.166.423
69%
€ 16.964
€ 7.724
€ 23.616
96%
€ 1.708.161
€ 808.891
€ 1.859.643
74%
Paragraaf 2 Lokale heffingen
Omgevingswet De bovenstaande legestabel 2024 heeft betrekking op de situatie met invoering van de Omgevingswet. Op dit moment (half september 2023) is bekend geworden dat de Wet kwaliteitsborging bouw deels wordt uitgesteld. De wet wordt in tweeën geknipt. Vanaf 1 januari 2024 treed het deel ‘nieuwbouw’ in werking en per 1 juli het deel ‘verbouw’. Overzicht van de geraamde inkomsten In de onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de begrote inkomsten gemeentelijke heffingen. Tabel 20: Overzicht geraamde netto inkomsten (x € 1.000)
Onroerende zaakbelastingen Toeristenbelasting Hondenbelasting Rioolheffing Leges bouwvergunningen Marktgelden Reinigingsheffing Precariobelasting Reclamebelasting Bedrijven Investerings Zone (BIZ) Totale opbrengst
2023 10.361 94 348 4.226 999 24 4.022 36 389 80 20.580
2024 10.696 215 391 4.588 1.017 24 4.445 36 410 80 21.901
2025 11.059 215 386 4.676 1.017 24 4.696 36 410 80 22.598
2026 11.422 215 397 4.708 1.018 24 4.992 36 410 80 23.302
2027 11.775 215 406 4.728 1.040 24 5.196 36 410 80 23.910
Lokale lastendruk Op basis van de voorgestelde tarieven kan een vergelijking worden gemaakt tussen de lokale lastendruk voor woningen in 2024 ten opzichte van 2023. De belastingsoorten OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing (meerpersoonshuishouden) zijn in dit overzicht meegenomen. Bij deze vergelijking wordt uitgegaan van onroerende zaken met een WOZ-waarde van respectievelijk € 250k, € 375k, € 500k en € 650k. De voorbeeldaanslagen 2024 zijn, in afwachting van de gegevens van Munitax, berekend op basis van een woningwaarde/prijspeil van 2023. Dit omdat de voorlopige tarieven voor 2024 daar ook nog op gebaseerd zijn. Voorbeeldaanslagen Hieronder treft u de voorbeeldaanslagen aan, waarbij we de totale woonlasten berekenen voor een meerpersoonshuishouden, uitgaande van de in de tabel genoemde WOZwaarden. Voor de afvaltarieven is rekening gehouden met gemiddeld 8 ledigingen per jaar. Tabel 21: Voorbeeldaanslagen
Aanslag gemeentelijke belastingen WOZ-waarde OZB – eigendom Rioolrecht eigendom Rioolrecht gebruik Afvalstoffenheffing meerpersoons Structurele lastendruk Aanslag gemeentelijke belastingen WOZ-waarde OZB – eigendom Rioolrecht eigendom Rioolrecht gebruik Afvalstoffenheffing meerpersoons Structurele lastendruk
Pagina | 79| Programmabegroting 2024
2023 250.000 249,50 90,00 36,50 244,64 620,64 2023 375.000 374,25 135,00 54,75 244,64 808,64
Aanslag gemeentelijke belastingen WOZ-waarde OZB – eigendom Rioolrecht eigendom Rioolrecht gebruik Afvalstoffenheffing meerpersoons Structurele lastendruk Aanslag gemeentelijke belastingen WOZ-waarde OZB – eigendom Rioolrecht eigendom Rioolrecht gebruik Afvalstoffenheffing meerpersoons Structurele lastendruk
Paragraaf 2 Lokale heffingen
2024 250.000 256,99 90,37 43,01 270,52 660,89 2024 375.000 385,48 135,55 64,51 270,52 856,06
Aanslag gemeentelijke belastingen WOZ-waarde OZB – eigendom Rioolrecht eigendom Rioolrecht gebruik Afvalstoffenheffing meerpersoons Structurele lastendruk Aanslag gemeentelijke belastingen WOZ-waarde OZB – eigendom Rioolrecht eigendom Rioolrecht gebruik Afvalstoffenheffing meerpersoons Structurele lastendruk
2023 500.000 499,00 180,00 73,00 244,64 996,64
2023 650.000 648,70 234,00 94,90 244,64 1.222,24
Aanslag gemeentelijke belastingen WOZ-waarde OZB – eigendom Rioolrecht eigendom Rioolrecht gebruik Afvalstoffenheffing meerpersoons Structurele lastendruk
2024 500.000 513,97 180,74 86,01 270,52 1.051,24
Aanslag gemeentelijke belastingen WOZ-waarde OZB – eigendom Rioolrecht eigendom Rioolrecht gebruik Afvalstoffenheffing meerpersoons Structurele lastendruk
2024 650.000 668,16 234,96 111,82 270,52 1.285,45
Woonlastenvergelijking De bruto woonlasten voor meerpersoons huishoudens met een eigen woning liggen landelijk gemiddeld op € 944 in 2023. Van alle gemeenten in Nederland staat Wijchen in 2023 op plaats 75 voor wat betreft de gemiddelde woonlasten per meerpersoonshuishouden (nummer 1 is de goedkoopste). Bij de berekening van de lokale lastendruk is rekening gehouden met de OZB, de rioolrechten en de afvalstoffenheffing. Het betreft de cijfers over 2023. De lastendruk van Wijchen voor 2024 stijgt ten opzichte van 2023. Naast de doorberekening van de inflatie is dit toe te schrijven aan de doorberekening van hogere kosten voor riool en afval aan de betreffende heffingen. Tabel 22: Vergelijking met een aantal omliggende gemeenten (2023)
Wijchen Beuningen Gemeentelijke woonlasten Eenpersoonshuishouden 2023 (2024) Meerpersoonshuishouden 2023 (2024) Rangnummer Meerpersoonshuishouden (nr. 1 heeft de laagste lasten)
Druten
Heumen Nijmegen
Nederland
827 (880) 863 (912)
883
799
888
1.040
Nb.
893
866
957
1.058
944
75
122
79
190
288
Bron: COELO atlas van de lokale lasten 2023
Kwijtscheldingsbeleid De kwijtschelding van gemeentelijke belastingen heeft, in het kader van het armoededebat, de afgelopen jaren ruim aandacht gekregen. Sinds 1 januari 1995 is het gemeenten en waterschappen toegestaan om een ruimer kwijtscheldingsbeleid te voeren dan in de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 is geregeld. Waar de rijksregeling uitgaat van een percentage van 90% van de bestaanskosten mogen gemeenten dit met ingang van 1 januari 1996 vaststellen op maximaal 95% en met ingang van 1 januari 1997 op maximaal 100%. De gemeente Wijchen hanteert deze maximale bijstandsnorm. In de gemeente Wijchen wordt in voorkomende gevallen alleen kwijtschelding verleend van aanslagen onroerende zaakbelasting, afvalstoffenheffing (vastrecht) en de gebruikersheffing rioolrechten. Steeds meer gemeenten maken gebruik van het Inlichtingenbureau om vast te stellen welke burgers in aanmerking komen voor kwijtschelding van gemeentebelastingen. Met
Pagina | 80| Programmabegroting 2024
Paragraaf 2 Lokale heffingen
de geautomatiseerde kwijtscheldingstoets ondersteunt het Inlichtingenbureau gemeenten en waterschappen bij het toetsen van zowel een eerste aanvraag voor kwijtschelding als bij ‘ambtshalve verlenging’ van kwijtschelding. Dit gebeurt aan de hand van een door gemeenten en waterschappen opgestelde beslisboom, met instemming van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Unie van Waterschappen (Unie). In 2011 is aan alle kwijtscheldingsgerechtigden binnen de deelnemende gemeente voor het belastingjaar 2011 een brief verstuurd. Hierin zijn zij verzocht toestemming te geven aan de gemeenschappelijke regeling om vanaf 2012 het recht op kwijtschelding automatisch te toetsen via het inlichtingenbureau. Met deze toets is eenvoudig vast te stellen of iemands inkomen en vermogen is veranderd ten opzichte van het voorgaande jaar. De burger hoeft dan dus niet zelf opnieuw kwijtschelding aan te vragen. Naast de vervolgaanvragen mogen sinds 2016 ook initiële aanvragen voor de toets worden aangeleverd. Dat bespaart de uitvoeringsinstantie én de aanvrager nog meer administratieve lasten. Tevens bevatten de rapportages van het inlichtingenbureau steeds meer extra detailinformatie wanneer er een belemmering voor kwijtschelding wordt gevonden. De burger hoeft hierdoor minder informatie aan te leveren, waardoor de dienstverlening verbetert.
Pagina | 81| Programmabegroting 2024
Paragraaf 2 Lokale heffingen
Paragraaf 3: Weerstandsvermogen
Inleiding In deze paragraaf besteden we aandacht aan het weerstandsvermogen van de gemeente Wijchen in relatie tot de risico’s die de gemeente loopt. De risico’s kunnen specifiek benoemd zijn, maar ook algemeen van aard zijn. Een financieel weerstandsvermogen is de buffer die we kunnen inzetten als financiële tegenvallers zich voordoen. Het weerstandsvermogen relateren we daarom aan de risico’s die niet anderszins zijn ondervangen. Het minimaal gewenste weerstandsvermogen is mede afhankelijk van de grootte van de gemeente, de te onderkennen financiële risico’s en het reserve- en voorzieningenbeleid. We geven als eerste een beeld van de financiële positie van Wijchen volgend uit de verplichte kengetallen, gevolgd door een samenvatting van ons weerstandsvermogen in relatie tot onze risico’s. Hiertoe is het van belang de risico’s van de gemeente Wijchen te onderkennen en deze (financieel) te wegen. Dit zetten we af tegen de omvang en ontwikkeling van de algemene reserve. Kengetallen Onderstaande kengetallen geven een beeld van de financiële positie van de gemeente Wijchen. Tabel 23: Kengetallen gemeente Wijchen
Kengetallen:
JR 2022
Begroot Begroot 2023 2024
Begroot 2025
Begroot 2026
Begroot 2027
netto schuldquote
-4%
10%
13%
31%
32%
32%
netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
-16%
-3%
2%
21%
22%
23%
solvabiliteitsratio
53%
55%
55%
47%
45%
44%
structurele exploitatieruimte
4%
2%
2%
3%
-2%
-1%
grondexploitatie
0%
-1%
0%
3%
0%
1%
belastingcapaciteit
104%
95%
95%
95%
95%
95%
In bovenstaande tabel houden we de categorisering aan, waarbij de arcering van groen als zijnde het minst risicovol, via oranje, tot rood wat de meest risicovolle situatie aanduidt. De nettoschuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De nettoschuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Voor Wijchen is dit relatief laag. Doordat we in het meerjarenperspectief rekening houden met aan te trekken leningen, stijgt dit wel enigszins, maar het blijft op een gezond niveau. Op het gebied van solvabiliteit scoort de gemeente Wijchen op de grens van “goed” (groen) en “matig” (oranje), wat op zichzelf niet alarmerend is en tevens nog te nuanceren valt. De solvabiliteit wordt berekend door het eigen vermogen te delen door het balanstotaal (eigen vermogen + vreemd vermogen). In ons balanstotaal is onder het vreemd vermogen een aanzienlijk deel opgenomen voor leningen, welke niet voor eigen financiering zijn aangetrokken, maar door zijn verleend aan derden als gevolg van voormalige gemeentelijke taken. Dit verlaagt en vertroebelt daarmee in feite het
Pagina | 82| Programmabegroting 2024
Paragraaf 3 Weerstandsvermogen
solvabiliteitspercentage. Doordat we ervoor gekozen hebben niet langer te sparen voor vervangingen wegen en verlichting en een aantal grote investeringen aan het voorbereiden zijn, neemt de leningportefeuille toe en daalt het solvabiliteitspercentage. De structurele exploitatieruimte is tot 2026 ruim positief. Vanaf 2026 presenteren we een negatief structureel begrotingssaldo vanwege het gat in de algemene uitkering. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Hoe groter dit getal, hoe hoger het risico. De grondexploitaties van Wijchen vertegenwoordigen een beperkte boekwaarde, daarmee is het risico beperkt. De lokale lasten in Wijchen stijgen me met de inflatie. Het landelijke gemiddelde is in 2022 behoorlijk gestegen. De systematiek is dat de jaarrekening 2022 wordt vergeleken met het landelijke gemiddelde van 2021. Daarom kleurt het kengetal belastingcapaciteit 2022 oranje. We schatten in dat we vanaf 2024 onder het landelijke gemiddelde blijven. Het weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de capaciteit die de gemeente heeft om tegenvallers op te vangen. Hierbij kan onderscheid gemaakt worden tussen structureel en incidenteel weerstandsvermogen.
Structureel weerstandsvermogen Met de structurele weerstandscapaciteit bedoelen we de middelen die permanent ingezet kunnen worden om tegenvallers in de lopende exploitatie op te vangen. Zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van de bestaande taken. Bij een toets op de artikel-12 procedure (preventief toezicht door provincie) wordt vooral hiernaar gekeken. Hiertoe is ons structureel meerjarensaldo van belang. Hiervoor verwijzen we naar meerjarenramingen in het onderdeel “financiële begroting”. Ook de belastingcapaciteit is onderdeel van het structureel weerstandsvermogen. Dat wil zeggen, het bedrag waarmee we de OZB zouden moeten verhogen voordat we in aanmerking komen voor de artikel12-status. Daarnaast is ook de structurele post onvoorzien genoemd. In Wijchen is deze € 250k, omdat ons beleid is om de tegenvallers binnen de bestaande middelen op te vangen. Omdat Wijchen een solide incidenteel weerstandsvermogen heeft, toetsen we in eerste instantie aan ons structurele meerjarenperspectief. Dat is tot 2026 ruim positief. Incidenteel weerstandsvermogen Het incidentele weerstandsvermogen is bedoeld het vermogen om calamiteiten en andere eenmalige tegenvallers op te kunnen vangen, zonder dat dit invloed heeft op de voortzetting van taken op het geldende niveau. Deze zijn dus sterk gerelateerd aan onze benoemde risico’s.
Uiteraard kunnen daar ook structurele elementen in zijn opgenomen. Het belangrijkste element van het incidenteel weerstandsvermogen is de algemene reserve. Ook stille reserves behoren hiertoe. Dit zijn bezittingen, die bij verkoop een waarde hebben, maar tegen een lagere waarde zijn gewaardeerd op onze balans. Bijvoorbeeld een pand dat meer waard is dan waarvoor het in de boeken staat. Het Wijchense beleid is, dat we ten aanzien van het incidentele weerstandsvermogen alleen kijken naar de algemene reserve. Deze moet voldoende zijn om de gewogen risico’s af te kunnen dekken, rekening houdend met een algemene ondergrens van € 46 per inwoner. De gewenste ondergrens van de algemene reserve stelt de gemeenteraad twee keer per jaar vast. Indien de algemene reserve lager is dan de gewenste ondergrens is een herstelplan noodzakelijk. Samenvatting en conclusie Zowel het structurele als het incidentele weerstandsvermogen in Wijchen zijn toereikend om de gewogen risico’s binnen het huidige meerjarenperspectief van 2024-2027 af te dekken.
Pagina | 83| Programmabegroting 2024
Paragraaf 3 Weerstandsvermogen
De minimumomvang van de algemene reserve bedraagt op basis van het aantal inwoners € 1,9 miljoen. Dit is bedoeld ter afdekking van algemene risico’s, die niet nader in deze paragraaf zijn gespecificeerd. De verderop in deze paragraaf beschreven risico’s leiden tot een totaal maximaal financieel risico van € 82 miljoen, na weging € 4,9 miljoen. Hiermee komen we op een af te dekken risicobedrag van € 6,8 miljoen. Met name de juridische claims maken een belangrijk deel uit van ons risicoprofiel. Gezien de beschreven risico’s blijft een substantieel weerstandsvermogen noodzakelijk. Op basis van de huidige meerjarenraming beoordelen we de hoogte van de stand van de algemene reserve als ruim toereikend. Reservepositie De reservepositie is de belangrijkste buffer voor het opvangen van risico’s die niet op andere wijzen zijn afgedekt, bijvoorbeeld door het afsluiten van een verzekering. In onderstaande tabel wordt inzicht gegeven in de ontwikkeling van de reserves per einde boekjaar volgens de door de gemeenteraad vastgestelde jaarrekeningen en/of begrotingen. Tabel 24: Bedragen x € 1.000
Algemene reserve Bestemmingsreserves
Rekening Begroting Begroting 2022 2023 2024 27.649 22.382 20.930 37.137 39.892 38.952
De algemene reserve is bedoeld voor het financieel afdekken van de risico’s. Daartoe stelt de raad de ondergrens van de algemene reserve vast. Een eventueel surplus kunnen we bijvoorbeeld inzetten voor het realiseren van grote projecten. De bestemmingsreserves zijn afgezonderde bedragen voor specifieke doelen. Een aantal reserves is bedoeld ter afdekking van structurele lasten. Een aantal is voor incidentele projecten. Zolang er voor deze projecten nog geen onomkeerbare besluiten zijn genomen, kan de raad deze reserves in principe nog anders inzetten. De raad dient zich daarbij wel te realiseren dat daarmee ook het betreffende project (geheel of gedeeltelijk) niet meer kan worden gerealiseerd. De gemeenteraad heeft bij het vaststellen van de jaarrekening 2022 de ondergrens van de algemene reserve vastgesteld op € 5.797k, waarvan € 1.846k als minimale omvang. De matrix waarop deze ondergrens is gebaseerd hebben we nu geactualiseerd en is opgenomen onder het hoofdstuk risicomanagement van deze paragraaf. De stijging van het risicoprofiel komt door een mogelijk CAO onderhandelingsresultaat en ontwikkeling jeugdzorgkosten. Tabel 25: Bedragen x € 1.000
Algemene reserve Ondergrens risicoprofiel
Rekening Begroting Begroting 2022 2023 2024 27.649 22.382 20.930 5.797 5.642 6.755
Risicomanagement Het risicomanagement in Wijchen onderkent diverse risico categorieën. Naast de financiële risico’s zijn dit bijvoorbeeld ook risico’s met betrekking tot de continuïteit van dienstverlening en bedrijfsvoering, juridische risico’s, politiek-bestuurlijke risico’s en omgevingsrisico’s. Dit kunnen interne en externe risico’s zijn. Niet op elk risico hebben we als gemeente Wijchen evenveel invloed. In de programmabegroting ligt de focus op de risico’s die we in financiële zin lopen.
Pagina | 84| Programmabegroting 2024
Paragraaf 3 Weerstandsvermogen
In deze begroting zijn de benoemde risico’s financieel vertaald en gewogen. Op basis van die weging is het bedrag bepaald dat als ondergrens van de algemene reserve moet gelden. Deze ondergrens wordt bij de vaststelling van een begroting en een jaarrekening opnieuw ter besluitvorming voorgelegd. De specifiek benoemde risico’s zijn hieronder benoemd. Een financiële samenvatting van de risico’s is opgenomen in de risicomatrix in bijlage 1. 3.1 Gemeenschappelijke regelingen
3.1.1 MGR Regio Rijk van Nijmegen De risico’s zijn in een bijlage bij de begroting van de MGR beschreven. De beschreven risico's hebben betrekking op: 1. wet- en regelgeving en politiek bestuurlijke risico’s; 2. maatschappelijke risico’s; 3. middelen, organisatie, medewerkers en efficiency. Voor de verdeling van het risico’s naar gemeenten, wordt de inbreng (middelen) gehanteerd.
Financieel risico:
Begroting 2024
Jaarrekening 2022
456.000
459.000
1
1
Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)
3.1.2 De Meerval BV Contractueel is vastgelegd dat de gemeente Wijchen de exploitatietekorten draagt. Deze zijn door allerhande fluctuaties moeilijk te begroten. Daarmee is er feitelijk sprake van een openeinderegeling.
Financieel risico:
Begroting 2024
Jaarrekening 2022
21.000
21.000
0,2
1
Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)
3.1.3 GGD De GGD heeft een algemene reserve om haar eigen risico’s te ondervangen. Voor het gedeelte van de risico's die de algemene reserve van de GGD overstijgen, nemen wij ons aandeel in onze risicoparagraaf op. Het bedrag is gebaseerd op inwoneraantal en op deze manier als gewogen risico één op één overgenomen vanuit de GGD begroting. Daarom is hier de wegingsfactor 1 toegekend.
Financieel risico:
Begroting 2024
Jaarrekening 2022
111.258
173.180
1
1
Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)
3.1.4 Werkorganisatie Druten Wijchen De huidige CAO voor gemeentepersoneel loopt eind 2023 af. Inmiddels hebben de bonden geuit in te willen zetten op een loonsverhoging tussen de 4 en 10%. Uiteraard moet daar nog over onderhandeld worden. In de begroting van de WDW is uitgegaan van een loonstijging van 4,2%. Omdat de onderhandelingen nog moeten worden opgestart en we daar niet op vooruit kunnen lopen, nemen we het maximale risico op (uitgaande van 10% loonsverhoging).
Financieel risico:
Begroting 2024
Jaarrekening 2022
1.352.000
0
0,50
-
Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)
Pagina | 85| Programmabegroting 2024
Paragraaf 3 Weerstandsvermogen
3.2 Gemeentebegroting Met hieronder beschreven risico’s is geen rekening gehouden in de bedragen die in de reguliere begroting zijn opgenomen.
3.2.1 Lopende Bouwgrondexploitaties Bij het opstellen van de MPG 2022 (Meerjaren Perspectief Grondexploitaties) is een nieuwe risicoanalyse gemaakt. Na het opstellen van de MPG is één risico toegevoegd i.v.m. het opstellen van een nieuwe grondexploitatie.
Financieel risico:
Begroting 2024
Jaarrekening 2022
3.400.000
3.400.000
0,13
0,13
Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)
3.2.2 Bouwgrondexploitaties in voorbereiding Onderstaande bouwgrondexploitaties zijn in voorbereiding. De kosten van deze voorbereidingskredieten worden meegenomen bij het vaststellen van een bouwgrondexploitatie. We nemen hier het risico op dat deze kosten niet verhaald kunnen worden binnen een positieve grondexploitatie, of dat de voorbereiding niet leidt tot het openen van een grondexploitatie in z’n geheel.
Wijchen West Hart van Zuid Kraanvogel Bijsterhuizen Graafseweg 615-617 CPO Steenuil, Wijksestraat en Rivierduin CPO Hoogbroek Alverna Onderzoek woningbouw Batenburg (tennisvelden) CPO Niftrik Financieel risico:
Begroting 2024
Jaarrekening 2022
850.000 450.000 200.000 150.000 60.000 30.000 30.000 35.000 50.000 1.855.000
850.000 450.000 150.000 150.000 60.000 30.000 0 0 50.000 1.740.000
0,25
0,25
Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)
3.2.3 Bouwleges We gaan in de begroting uit van ontvangsten in het kader van bouwleges. Structureel ramen we hiervoor € 825.000 aan opbrengsten. We nemen hier een risico van € 100k op, voor geval dat de begrote bedragen, bijvoorbeeld door uitstel van grote projecten, niet in z’n geheel ontvangen worden. Met de Wet KwaliteitsBorging (WKB) wordt een deel van de toezicht en controletaken van de gemeente overgebracht naar onafhankelijke marktpartijen. Initieel geldt dit enkel voor gebouwen en bouwwerken met een laag veiligheidsrisico. Dit zorgt voor een afname van leges inkomsten. Daarnaast komen nieuwe taken terug waarvoor geen leges geïnd mogen worden. Het risico wordt op jaarbasis ingeschat op € 150.000. Omdat de regeling naar verwachting wordt ingevoerd op 1 januari 2023, wordt hier 50% van dit bedrag opgenomen.
Financieel risico:
Begroting 2024
Jaarrekening 2022
250.000
250.000
0,5
0,5
Wegingsfactor: (tussen 0,00 en 1,00)
Pagina | 86| Programmabegroting 2024
Paragraaf 3 Weerstandsvermogen