Agendabundel
Tekst van het document
Bundel - Raad openbaar Wijchen van 13 juni 2024 1 2 3 3.a
3.b
3.c
3.d
3.e
3.f
3.g
Opening Vaststellen agenda 2024-06-13_Raad openbaar Wijchen_Agenda Hamerstukken De stukken onder dit agendapunt zijn hamerstukken. Op hamerstukken kunt u niet inspreken. 141027 beslisnota Verlenen toestemming aan college om gewijzigde regeling GR MARN vast te stellen Dossier 5839 voorblad 141027 beslisnota Verlenen toestemming aan college om gewijzigde regeling GR MARN vast te stellen bijlage 1 - Wijzigingsbesluit GR MARN gemeente Wijchen bijlage 2 - Geconsolideerde regeling GR MARN 145833 Beslisnota Vaststellen gemeenschappelijke regeling Instituut Bijzonder Onderzoek (IBO) Dossier 5811 voorblad 145833 Beslisnota Vaststellen gemeenschappelijke regeling Instituut Bijzonder Onderzoek (IBO) Bijlage 1: Vaststellingsbesluit gemeenschappelijke regeling Instituut Bijzonder Onderzoek.
1069751_2 bijlage 2: Beslisnota college 1069751_1 149374 Beslisnota Toestemming wijzigen gemeenschappelijke regeling Gemeenschappelijk Belastingkantoor Beuningen (Munitax) Dossier 5809 voorblad Bijlage 1 Geconsolideerde tekst GR Munitax Bijlage 2 Wijzigingsbesluit GR Munitax 2024 Wijchen 149374 Beslisnota Toestemming wijzigen gemeenschappelijke regeling Gemeenschappelijk Belastingkantoor Beuningen (Munitax) 238209 Beslisnota Toestemming wijzigingsbesluit gemeenschappelijke regeling financiële grondslag stichting RBT KAN Dossier 5828 voorblad Bijlage_concept wijzigingsbesluit RBT KAN Bijlage_huidige regeling RBT KAN 238209 Beslisnota Toestemming wijzigingsbesluit gemeenschappelijke regeling financiële grondslag stichting RBT KAN 238916 beslisnota Toestemming wijzigingsbesluit Centrumregeling beschermd wonen en maatschappelijke opvang regio Nijmegen en Rivierenland Dossier 5858 voorblad Bijlage 1: Concept wijzigingsbesluit CR BW MO_1 Bijlage 2: Geconsolideerde regeling CR BW MO_1 238916 beslisnota Toestemming wijzigingsbesluit Centrumregeling beschermd wonen en maatschappelijke opvang regio Nijmegen en Rivierenland 145818 beslisnota Toestemming wijzigingsbesluit Modulaire Gemeenschappelijke Regeling Rijk van Nijmegen Dossier 5819 voorblad 145818 beslisnota Toestemming wijzigingsbesluit Modulaire Gemeenschappelijke Regeling Rijk van Nijmegen Bijlage 1: wijzigingsbesluit MGR
Bijlage 2: geconsolideerde versie MGR Bijlage 3: memo informatie en advies gemeenschappelijke adviescommissie 180424 238815 Beslisnota Toestemming wijzigingsbesluit gemeenschappelijke regeling Regio Arnhem-Nijmegen (Groene Metropool) Dossier 5840 voorblad Bijlage 1 Aanbiedingsbrief wijziging GR vanwege herziening Wgr Bijlage 2 Zienswijzerapport Bijlage 3 WAS WORDT Wijziging Regeling na zienswijze Bijlage 4 Geconsolideerde Ontwerp Gemeenschappelijke regeling GMR Bijlage 5 voorstel college Wijzigingsbesluit GR GMR
3.h
3.i
3.j
3.k
3.l
3.m
3.n
238815 Beslisnota Toestemming wijzigingsbesluit gemeenschappelijke regeling Regio Arnhem-Nijmegen (Groene Metropool) 237891 beslisnota Toestemming wijzigingsbesluit gemeenschappelijke regeling GGD Gelderland-Zuid Dossier 5822 voorblad 237891 beslisnota Toestemming wijzigingsbesluit gemeenschappelijke regeling GGD Gelderland-Zuid Bijlage 1 concept wijzigingsbesluit GGD Wijchen bijlage 2 Geconsolideerde regeling GGD 146722 beslisnota Toestemming wijziging gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN) Dossier 5847 voorblad 146722 beslisnota Toestemming wijziging gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN) Bijlage 1- Wijzigingsbesluit gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Regio Nijmegen. Bijlage 2- Geconsolideerde versie van de gemeenschappelijke regeling.
149379 Beslisnota Toestemming wijziging gemeenschappelijke regeling Werkorganisatie Druten Wijchen Dossier 5805 voorblad Wijzigingsbesluit WDW 2024 Wijchen 149379 Beslisnota Toestemming wijziging gemeenschappelijke regeling Werkorganisatie Druten Wijchen 238017 beslisnota wijzigingsbesluit VRGZ Dossier 5824 voorblad 238017 beslisnota wijzigingsbesluit VRGZ Bijlage 1 concept wijzigingsbesluit VRGZ 242577 beslisnota Zienswijze jaarstukken ODRN 2023, begrotingswijziging I 2024 & begroting 2025, inclusief meerjarenraming 2026-2028 Dossier 5916 voorblad 242577 beslisnota Zienswijze jaarstukken ODRN 2023, begrotingswijziging I 2024 & begroting 2025, inclusief meerjarenraming 2026-2028 Bijlage 1 - zienswijze ODRN Bijlage 2 - Adviesrapport - ODRN - Jaarstukken 2023 en Begroting 2025 - Definitief Bijlage 3- Aanbiedingsbrief financiele stukken ODRN Bijlage 4 - Bijlage ODRN Infographic jaarstukken 2023 Bijlage 5 - Brief reactie zienswijzen Kadernota 2024 2025 Bijlage 6 - ODRN Jaarstukken 2023 Bijlage 7- Concept Accountantsverslag 2023 Bijlage 8 - ODRN Concept-wijziging I begroting 2024 Bijlage 9 - ODRN Concept begroting 2025 239744 Beslisnota Voorlopige jaarrekening 2023, ontwerpbegroting 2025 van de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid Dossier 5896 voorblad 239744 Beslisnota Voorlopige jaarrekening 2023, ontwerpbegroting 2025 van de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid Bijlage 1: Voorlopige
zienswijze Wijchen VRGZ Bijlage 2: Adviesrapport jaarstukken 2023 en begroting 2025 VRGZ def pdf (dd 25 april 2024) Bijlage 3: Jaarstukken 2023 VRGZ v1.0 Bijlage 4: Begroting 2025 VRGZ v1.0 Bijlage 5: Aanbieding raden begroting en jaarrekening VRGZ zienswijze Bijlage 6: Controleverklaring van de onafhankelijke accountant 232358 Beslisnota Zienswijze concept jaarrekening 2023 en Ontwerpbegroting 2025 WDW Dossier 5899 voorblad 232358 Beslisnota Zienswijze concept jaarrekening 2023 en Ontwerpbegroting 2025 WDW Bijlage 2. Ontwerpbegroting 2025 Werkorganisatie Druten Wijchen Bijlage 3. Conceptjaarrekening incl. controleverklaring 2023 Bijlage 4. Zienswijze Wijchen JR23 en Begroting25 WDW
3.o
3.p
3.q
4 5
Bijlage 5. Accountantsverslag 2023 232913 Beslisnota Ontwerpbegroting BVO DRAN 2025-2028 Dossier 5906 voorblad 232913 Beslisnota Ontwerpbegroting BVO DRAN 2025-2028 Bijlage 1- Aanbiedingsbrief Ontwerp MJPB 2025-2028 incl. gewijzigde begroting 2024 (4) Bijlage 2- Ontwerp MJPB 2025-2028 incl. gewijzigde begroting 2024 versie bestuur 7 maart 2024 Bijlage 3- Kaderbrief 2025 BVO DRAN Bijlage 4- Voorlopige Jaarstukken 2023 CONCEPT Bijlage 5- Zienswijze BVO DRAN (1) 235945 Beslisnota Zienswijze op GGD jaarrekening 2023, begrotingswijziging 2024 en begroting 2025 Dossier 5918 voorblad 235945 Beslisnota Zienswijze op GGD jaarrekening 2023, begrotingswijziging 2024 en begroting 2025 bijlage 1 Zienswijze op GGD jaarrekening 2023, begrotingswijziging 2024 en begroting 2025 bijlage 2 brief raden nadere toelichting op conceptjaarrekening 2023 en conceptbegroting 2025 GGD bijlage 3 Jaarrekening GGD GZ 2023 bijlage 4 brief raden concept jaarrekening GGD bijlage 5 brief raden concept begroting GGD bijlage 6 Programmabegroting 2025 GGD bijlage 7 Adviesrapport jaarstukken 2023 en begroting 2025 GGD bijlage 8 Jaarverslag GGD GZ 2023 - bestuursversie 237713 Beslisnota Zienswijze ontwerpjaarrekening 2023, de ontwerpbegroting 2025 en bijstelling begroting 2024 MGR Rijk van Nijmegen Dossier 5914 voorblad 237713 Beslisnota Zienswijze ontwerpjaarrekening 2023, de ontwerpbegroting 2025 en bijstelling
begroting 2024 MGR Rijk van Nijmegen Bijlage 1 brief zienswijze MGR RvN - ontwerpjaarrekening 2023 MGR RvN - ontwerpbegroting 2025 evj en bijstelling 2024 Adviesrapport jaarstukken 2023 en begroting 2025 MGR definitief pdf (25-04-2024) Stemmingen Sluiting
Agenda Raad openbaar Wijchen Subtitel
extra raadsvergadering - zienswijzen Gr-en
Datum
13-06-2024
Tijd
20:00 - 21:00
Locatie
Wijchen, Kasteel
Voorzitter
R. Helmer
Toelichting
Dames en heren leden van de gemeenteraad, Hierbij nodig ik u uit tot het bijwonen van de openbare raadsvergadering van donderdag 13 juni 2024, aanvang 20.00 uur. Wij ontmoeten elkaar in de Emiliazaal (raadszaal) van het Kasteel. Wijchen, 25 april 2024 De voorzitter, R. Helmer-Englebert Inspreken U kunt inspreken op de bespreekstukken die op de agenda staan van de raadsvergadering. Aanmelden kan door een mail te sturen naar griffie@wijchen.nl met de vermelding van uw naam, telefoonnummer en het agendapunt waarop u wil inspreken. Aanmelden kan tot uiterlijk 12.00 uur op de dag van de raadsvergadering. Wat gebeurt er als een vergadering of bijeenkomst van de raad verstoord wordt? De voorzitter van de vergadering/bijeenkomst zorgt voor de handhaving van de orde. Wanneer de vergadering/bijeenkomst wordt verstoord, zal de voorzitter de vergadering/bijeenkomst schorsen en de verstoorders aanspreken op hun gedrag. Bij verdere verstoring zal de voorzitter deze personen uit de vergaderruimte verwijderen. Bij weigering om de ruimte te verlaten, wordt handhaving en/of politie ingeschakeld. Wanneer de vergadering/bijeenkomst ernstig wordt verstoord, wordt er aangifte gedaan door de voorzitter. Het optreden van de voorzitter van de raad is geregeld in de Gemeentewet (artikel 26).
Het optreden van de voorzitters van de commissievergadering en de bijeenkomsten is geregeld in het reglement van orde van de raad van Wijchen (artikel 55 en 67). De straffen die de verstoorders riskeren staan in het Wetboek van Strafrecht (artikelen 144 en 139.1).
1
Opening
2
Vaststellen agenda
3
Hamerstukken De stukken onder dit agendapunt zijn hamerstukken. Op hamerstukken kunt u niet inspreken.
3.a
141027 beslisnota Verlenen toestemming aan college om gewijzigde regeling GR MARN vast te stellen
3.b
145833 Beslisnota Vaststellen gemeenschappelijke regeling Instituut Bijzonder Onderzoek (IBO)
3.c
149374 Beslisnota Toestemming wijzigen gemeenschappelijke regeling Gemeenschappelijk Belastingkantoor Beuningen (Munitax)
3.d
238209 Beslisnota Toestemming wijzigingsbesluit gemeenschappelijke regeling financiële grondslag stichting RBT KAN
3.e
238916 beslisnota Toestemming wijzigingsbesluit Centrumregeling beschermd wonen en maatschappelijke opvang regio Nijmegen en Rivierenland
3.f
145818 beslisnota Toestemming wijzigingsbesluit Modulaire Gemeenschappelijke Regeling Rijk van Nijmegen
3.g
238815 Beslisnota Toestemming wijzigingsbesluit gemeenschappelijke regeling Regio Arnhem-Nijmegen (Groene Metropool)
3.h
237891 beslisnota Toestemming wijzigingsbesluit gemeenschappelijke regeling GGD Gelderland-Zuid
Pagina 2
3.i
146722 beslisnota Toestemming wijziging gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN)
3.j
149379 Beslisnota Toestemming wijziging gemeenschappelijke regeling Werkorganisatie Druten Wijchen
3.k
238017 beslisnota wijzigingsbesluit VRGZ
3.l
242577 beslisnota Zienswijze jaarstukken ODRN 2023, begrotingswijziging I 2024 & begroting 2025, inclusief meerjarenraming 2026-2028
3.o
239744 Beslisnota Voorlopige jaarrekening 2023, ontwerpbegroting 2025 van de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid
3.p
232358 Beslisnota Zienswijze concept jaarrekening 2023 en Ontwerpbegroting 2025 WDW
3.q
232913 Beslisnota Ontwerpbegroting BVO DRAN 2025-2028
3.r
235945 Beslisnota Zienswijze op GGD jaarrekening 2023, begrotingswijziging 2024 en begroting 2025
3.s
237713 Beslisnota Zienswijze ontwerpjaarrekening 2023, de ontwerpbegroting 2025 en bijstelling begroting 2024 MGR Rijk van Nijmegen
4
Bespreekstukken De stukken onder dit agendapunt zijn bespreekstukken. Op bespreekstukken kunt u inspreken. Wilt u inspreken? Neem dan contact op met de griffie van de gemeente Wijchen. De griffie is bereikbaar via het e-mail adres griffie@wijchen.nl en via telefoonnummer 088 432 72 03.
5
Stemmingen
6
Sluiting
Pagina 3
Raad openbaar Wijchen Dossiernummer
5839
Extern Zaak ID
Z/23/141027
Vertrouwelijk
Nee
Vergaderdatum
13 juni 2024
Agendapunt
3.a
Titel
141027 beslisnota Verlenen toestemming aan college om gewijzigde regeling GR MARN vast te stellen
Organisatieonderdeel
domein Fysieke leefomgeving - team Milieu
Eigenaar
Veen, van der, Leen
Soort nota
Beslisnota
Programma/Paragraaf
§8 Verbonden partijen
Portefeuillehouder(s) Wijchen
Bronkhorst, T. (Twan) van
Telefoonnummer steller
06 46824044
E-mail adres steller
l.van.der.veen@drutenwijchen.nl
Bijlagen 141027 beslisnota Verlenen toestemming aan college om gewijzigde regeling GR MARN vast te stellen bijlage 1 - Wijzigingsbesluit GR MARN gemeente Wijchen bijlage 2 - Geconsolideerde regeling GR MARN Geagendeerd
Vergaderdatum
College BenW openbaar Wijchen
23 april 2024
Stukken Agendacommissie Wijchen
26 april 2024
Raad openbaar Wijchen
13 juni 2024
Toelichting Met ingang van 1 juli 2022 is de Wet gemeenschappelijke regelingen gewijzigd (Wgr). Voor 1 juli 2024 moet de tekst van de gemeenschappelijke regelingen aangepast aan de wijzigingen uit de Wgr. Dit is ook van toepassing op de regeling Milieusamenwerking en Afvalverwerking (MARN). De gemeenteraad heeft op 1 februari 2024 besloten om geen zienswijze in te brengen op het ontwerp wijzigingsbesluit MARN. Het besluit is nu definitief. Het college kan deze vaststellen als de raad hiervoor toestemming heeft gegeven. Omdat het een zogenaamde gemengde regeling betreft, waarin het naast collegebevoegdheden, ook over raadsbevoegdheden gaat, dient ook de raad de gewijzigde MARN vast te stellen.
Voorgesteld besluit Voorgesteld besluit De gemeenteraad besluit: 1. toestemming te geven aan het college om de Gemeenschappelijke Regeling MARN te wijzigen, conform bijgevoegd wijzigingsbesluit. 2. de Gemeenschappelijke Regeling MARN te wijzigen, conform bijgevoegd wijzigingsbesluit. Besluit (Aangenomen) Voorgesteld besluit De gemeenteraad besluit: 1. toestemming te geven aan het college om de Gemeenschappelijke Regeling MARN te wijzigen, conform bijgevoegd wijzigingsbesluit. 2. de Gemeenschappelijke Regeling MARN te wijzigen, conform bijgevoegd wijzigingsbesluit.
Openbaar
Zaaknummer: Z/23/141027
Beslisnota voor de Gemeenteraad Onderwerp: Verlenen toestemming aan college om gewijzigde regeling GR MARN vast te stellen Datum: 17 april 2024 Voorgesteld besluit De gemeenteraad besluit: 1. toestemming te geven aan het college om de Gemeenschappelijke Regeling MARN te wijzigen, conform bijgevoegd wijzigingsbesluit. 2. de Gemeenschappelijke Regeling MARN te wijzigen, conform bijgevoegd wijzigingsbesluit.
Aanleiding Met ingang van 1 juli 2022 is de Wet gemeenschappelijke regelingen (verder Wgr) gewijzigd. Het voornaamste doel van de wijzigingen is het verbeteren van de democratische legitimiteit van gemeenschappelijke regelingen. Dit geschiedt via een versterking van de kaderstellende en controlerende taken van de raden. Voor 1 juli 2024 moet de tekst van de gemeenschappelijke regelingen aangepast aan de wijzigingen uit de Wgr. Dit is ook van toepassing op de gemeenschappelijke regeling Milieusamenwerking en Afvalverwerking (MARN). Het ontwerpbesluit tot wijziging van regeling MARN is aan alle deelnemende gemeenteraden voor zienswijze voorgelegd. Uw raad heeft op 1 februari 2024 besloten om geen zienswijze naar voren te brengen. Ook andere gemeenten hebben geen zienswijzen ingebracht. Het college is bevoegd om het bijgevoegde wijzigingsbesluit vast te stellen. Voordat het college dit kan doen, moet het op grond van artikel 1 lid 4 Wgr, eerst toestemming worden gevraagd aan de raad. Uit de wet volgt dat de raad deze toestemming alleen mag onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Omdat het een zogenaamde gemengde regeling betreft, waarin het naast collegebevoegdheden, ook over raadsbevoegdheden gaat, dient ook de raad de gewijzigde MARN vast te stellen. Eerdere besluiten Datum
Korte omschrijving eerder genomen besluit (vermeld zo mogelijk het zaaknummer/documentnummer)
01-02-2024
Besluit gemeenteraad op het ontwerp wijzigingsbesluit van gemeenschappelijke regeling MARN om geen zienswijze naar voren te brengen (Z/23/141027)
Pagina 1 van 2
Openbaar
Zaaknummer: Z/23/141027
Gewenst resultaat College heeft toestemming van de raad om de regeling MARN te wijzigen conform bijgevoegd wijzigingsbesluit. Gemeenteraad heeft ingestemd in met voorgestelde wijzigingen van de gemeenschappelijke regeling MARN. Argumenten 1. Er is door de gemeenteraad van Wijchen geen zienswijze ingebracht over de voorgestelde wijzigingen regeling GR MARN. Ook niet door andere gemeenteraden. Het definitieve besluit is gelijk aan het ontwerpbesluit Tegenargumenten en risico’s Geen Financiële gevolgen Niet van toepassing V
Communicatie Niet van toepassing Uitvoering of Vervolgstappen Nadat de raad toestemming aan het college heeft gegeven, zal het college de gemeenschappelijke regeling, conform bijgevoegd wijzigingsbesluit, vaststellen. Nadat alle colleges zijn overgegaan tot vaststelling van het besluit tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling, volgt een bekendmaking hiervan. De gemeente Nijmegen zorgt voor de bekendmaking. Na bekendmaking treedt de regeling in werking. Geheimhouding: Niet van toepassing. Voorstel 1. toestemming te geven aan het college om de Gemeenschappelijke Regeling MARN te wijzigen, conform bijgevoegd wijzigingsbesluit. 2. de Gemeenschappelijke Regeling MARN te wijzigen, conform bijgevoegd wijzigingsbesluit. Advies
Pagina 2 van 2
Besluit tot wijziging van de
gemeenschappelijke regeling Milieusamenwerking en
afvalverwerking regio Nijmegen. De Raden en de Colleges van Burgemeester en Wethouders van de gemeenten Beuningen, Berg en Dal, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Nijmegen en Wijchen. overwegende dat -
de Wet gemeenschappelijke regelingen per 1 juli 2022 is gewijzigd;
de gemeenschappelijke regelingen vóór 1 juli 2024 aan deze wet moeten zijn aangepast;
gezien het daartoe strekkende verzoek van het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling milieusamenwerking en afvalverwerking regio Nijmegen;
gelet op het bepaalde in artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen en de verkregen zienswijzen en toestemming van de gemeenteraad van de gemeenten
Beuningen, Berg en Dal, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Nijmegen en Wijchen; BESLUITEN vast te stellen de navolgende wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Milieusamenwerking en afvalverwerking regio Nijmegen.
De gemeenschappelijke regeling Milieusamenwerking en afvalverwerking regio Nijmegen wordt als volgt gewijzigd.
A.
Het kopje: Op grond van artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen zijn Raden, de Colleges van Burgemeester en Wethouders en de Burgemeesters bevoegd een gemeenschappelijke regeling te treffen ter behartiging van een of meer bepaalde belangen van die gemeenten wordt gewijzigd in: “Op grond van artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen zijn Raden en de Colleges van Burgemeester en Wethouders bevoegd een gemeenschappelijke regeling te treffen ter behartiging van een of meer bepaalde belangen van die gemeenten”. Het woordje “en de Burgemeesters” wordt verwijderd.
1/7
ARTIKEL I B. Aan de begripsomschrijvingen:
Gedeputeerde Staten: het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland wordt achter het woord provincie Gelderland toegevoegd ; en Limburg •
Gedeputeerde Staten: het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland; en Limburg
C. Artikel 12: Voorzitter wordt gewijzigd, als volgt:
Aan artikel 12, lid 2 wordt het woord “door dat college” vervangen door het Dagelijks Bestuur. Bij afwezigheid van de voorzitter wordt hij vervangen door een lid van het dagelijks bestuur, door het Dagelijks Bestuur aan te wijzen.
D. Artikel 14: Commissies van advies en vakberaden wordt gewijzigd. Artikel 14 lid 1 wordt de woorden “ dagelijks bestuur en de voorzitter” verwijderd.
E. Aan artikel 17 Algemeen Bestuur en Dagelijks Bestuur ten opzichte van de raden, wordt een derde lid toegevoegd, luidende:
‘De vergaderstukken van het algemeen bestuur evenals de notulen en de besluiten van het algemeen bestuur worden openbaar gemaakt op de website van de gemeenschappelijke
regeling MARN. Behoudens niet-openbare stukken als bedoeld in artikel 5.1 en 5.2 in de Wet open overheid’. F. Artikel 23 Begrotingsprocedure wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:
1. 2. 3. 4. 5.
6.
Het dagelijks bestuur zendt jaarlijks vóór 30 april een ontwerpbegroting van het openbaar lichaam voor het komende jaar, vergezeld van een behoorlijke toelichting, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten Het dagelijks bestuur houdt bij het opstellen van de ontwerpbegroting rekening met de door de deelnemende gemeenten opgestelde begrotingsrichtlijnen. De ontwerpbegroting wordt door de deelnemende gemeenten voor eenieder ter inzage gelegd en algemeen verkrijgbaar gesteld. De raden kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting, door het algemeen bestuur, schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het vierde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. Het dagelijks bestuur voegt de zienswijze, voorzien van zijn reactie, toe aan de ontwerpbegroting 2/7
zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. De vaststelling van de begroting door het algemeen bestuur geschiedt niet eerder dan 12 weken nadat deze aan de raden van de deelnemers is verzonden in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient. 8. Terstond na de vaststelling van de begroting zendt het algemeen bestuur de begroting aan de gemeenteraden, die ter zake bij het college van Gedeputeerde Staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 9. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 september aan het college van Gedeputeerde Staten van Gelderland. 10. Dit artikel is, met uitzondering van de daarin genoemde data, van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting. 7.
G. Artikel 25 Jaarrekening wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:
1.
2.
3. 4. 5. 6.
Het dagelijks bestuur biedt de concept jaarrekening over het afgelopen jaar, onder toevoeging van een verslag van het onderzoek naar de deugdelijkheid van de rekening, ingesteld door de overeenkomstig artikel 212 van de Gemeentewet aangewezen deskundigen, en hetgeen het dagelijks bestuur te zijner verantwoording dienstig acht, met alle bijbehorende bescheiden jaarlijks vóór 30 april aan de deelnemende gemeenten. De raden kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de concept jaarrekening naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt deze zienswijzen, voorzien van zijn reactie, toe aan de concept jaarrekening zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. De vaststelling van de jaarrekening door het algemeen bestuur geschiedt niet eerder dan 8 weken nadat deze aan de raden van de deelnemers is verzonden. Terstond na de vaststelling van de jaarrekening zendt het algemeen bestuur de jaarrekening aan de gemeenteraden, die ter zake bij het college van Gedeputeerde Staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. Het dagelijks bestuur zendt de vastgestelde jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli aan het college van Gedeputeerde Staten van Gelderland en Limburg. Vaststelling van de rekening strekt het dagelijks bestuur tot decharge, behoudens later in rechte gebleken valsheid in geschrifte of andere onrechtmatigheden.
H. Artikel 28 Garantstelling lid 3 wordt gewijzigd. Achter het woord “bevolkingscijfers” wordt de toevoeging “per 1 januari van het jaar” toegevoegd.
I. Na Artikel 28 wordt “Hoofdstuk 11: Evaluatie” toegevoegd. Het kopje: “Artikel 29 Archief” wordt vervangen door “Artikel 29: Evaluatie” Artikel 29 wordt vervangen en komt als volgt te luiden:
“Ten aanzien van de evaluatie van de gemeenschappelijke regeling geldt dat: a. Elke deelnemende gemeente een verzoek tot evaluatie kan indienen b. Het algemeen bestuur bij meerderheid een besluit neemt over dit verzoek c. Het algemeen bestuur de evaluatie-onderzoeksopdracht vaststelt’
3/7
J. Aan artikel 30 Toetreding en uittreding wordt vervangen door Artikel 30: Archief. Aan Artikel 30: Archief wordt een vijfde lid toegevoegd, luidende:
‘Vanaf 1 januari 2022 voert de GR MARN uitsluitend een digitaal archief’’ K. Artikel 30 wordt gewijzigd en vervangen door Artikel 31 en komt als volgt te luiden:
Artikel 31: Toetreding en uittreding 1. Het bestuur van een gemeente, dat wenst toe te treden of uit te treden richt het verzoek ter zake aan het algemeen bestuur. 2. Het algemeen bestuur zendt het verzoek als bedoeld in het eerste lid binnen drie maanden door aan de besturen van de deelnemende gemeenten, onder overlegging van zijn advies omtrent de toetreding respectievelijk uittreding en de eventueel daaraan te verbinden voorwaarden. 3. Toetreding respectievelijk uittreding vindt plaats indien de besturen van de meerderheid van de deelnemende gemeenten daarmee instemmen. 4. Aan de toetreding respectievelijk uittreding kunnen bij de in het tweede lid bedoelde adviezen kaders worden verbonden die worden uitgewerkt in een toe- of uittredingsregeling en worden vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met betreffende gemeente. a. de opzegtermijn voor uitreding bedraagt minimaal 1 jaar. De uittreding vindt plaats met ingang van 1 januari. b. de opzegtermijn start op het moment dat de vaststellingsovereenkomst is afgesloten. c. de hoogte van de uittredingssom wordt vastgesteld door het algemeen bestuur waarvoor een 2/3 meerderheid van het aantal uitgebrachte stemmen nodig is. Bij uittreden worden in elk geval onderstaande zaken vastgelegd: d.
de uittredingskosten zijn de kosten die te maken hebben met (de afbouw van) de overcapaciteit die kan ontstaan in de personele en de materiële sfeer. Basis voor de uittredingskostenberekening zijn de gemiddelde realisatiecijfers (afbouw bedrijfsvoeringorganisatie, aangegane verplichtingen) van de drie jaren voorafgaand aan het jaar waarin het voornemen tot uittreden kenbaar wordt gemaakt. De kosten die niet direct aan de uittredende partij kunnen worden toegerekend, worden berekend door totalen per kostensoort naar rato te berekenen. Middelen die onderdeel uitmaken van een (algemene) reserve, worden naar rato in mindering gebracht op de te betalen uittredingskosten. Voor het bepalen van de kostenverdeelsleutel wordt aangesloten bij de kostenverdeelsleutel uit de begroting (art. 24.1). e. de hoogte van uittredingssom wordt bepaald op de kosten die het samenwerkingsverband moet maken om de werkzaamheden uit te kunnen blijven voeren voor de deelnemende gemeenten zonder de uittredende gemeente. Tot een maximumbedrag van vijf jaar de inbreng van de uittredende gemeente in het jaar dat het besluit tot uittreding werd genomen. f. de financiële consequenties worden op verzoek van het dagelijks bestuur door een onafhankelijke deskundige in beeld gebracht. Dit advies wordt bij het bepalen van de hoogte van de uittredingskosten betrokken. g.
Over de schade die ARN lijdt als gevolg van de uittreding worden door de uittredende partij, de MARN en ARN afspraken gemaakt. Op verzoek van het dagelijks bestuur kan hierbij een onafhankelijke deskundige betrokken worden h. het algemeen bestuur stelt een uittredingsregeling vast waarin bovenstaande kaders verder worden uitgewerkt. i. het algemeen bestuur stelt een toetredingsregeling vast. 5. De uitgewerkte toe- of uittredingsregeling wordt vastgesteld in het algemeen bestuur. Voorafgaand aan de vaststelling wordt een zienswijze aan de raden van de deelnemende gemeenten gevraagd 6. De toetreding respectievelijk uittreding gaat in op 1 januari van het jaar, volgende op het jaar waarin is voldaan aan de vereisten genoemd in artikel 9 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 7. Binnen deze periode wordt de gemeenschappelijke regeling gewijzigd door alle deelnemende bestuursorganen. Een regeling kan worden gewijzigd met een meerderheid van ten minste 2/3 van het aantal uitgebrachte stemmen.
4/7
L. Het kopje “Artikel 31 Wijziging en opheffing “wordt vervangen door Artikel 32 Wijziging en opheffing. Artikel 31 lid 3 wordt gewijzigd in artikel 32 lid 3 en komt als volgt te luiden:
“Voor zover bij de wijziging wettelijke bevoegdheden van het College van Burgemeester en Wethouders zijn betrokken, dient daartoe ook te worden besloten door ten minste twee derde van het aantal Colleges van Burgemeester en Wethouders van de deelnemende gemeenten”. M. Artikel 33 Liquidatie lid 4 liquidatie wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:
“Het liquidatieplan geeft regels voor de wijze waarop de deelnemende gemeenten, voor
zover het saldo ontoereikend is, zorgdragen voor de nakoming van de verplichtingen van het openbaar lichaam naar rato conform artikel 24.1”.
Artikel II Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na die, waarop het op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt.
Wijchen ………….. 2024 Het college van burgemeester en wethouders van Wijchen
J.M. Hendrix
R.D. Helmer - Englebert
gemeentesecretaris
burgemeester
5/7
TOELICHTING OP HET WIJZIGINGSBESLUIT Artikelsgewijze toelichting A.
In het verleden werden drie bestuursorganen aangewezen om een gemeenschappelijke regeling te treffen. Burgemeesters worden uit deze opsomming verwijderd aangezien deze regeling niet gaat over zelfstandige bevoegdheid van de Burgemeester als bestuursorgaan. B.
De gemeente Mook en Middelaar liggen in een andere Provincie. De stukken van gemeente Mook en Middelaar dienen bij het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg aangeboden. In de oude regeling werd alleen het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland genoemd. C.
Ingevolgde de wet gemeenschappelijke regeling (Wgr) wordt de voorzitter van het AB door het AB uit zijn midden aangewezen. Om die reden moet de aanwijzing door het Dagelijks Bestuur gebeuren. D.
Het dagelijks bestuur en de voorzitter moeten verwijderd worden. Ingevolge artikel 24 van de Wgr is alleen het AB bevoegd om adviescommissies in te stellen. E. In de gemeenschappelijke regelingen moet worden opgenomen op welke wijze door het bestuur van de gemeenschappelijke regelingen actieve informatie wordt verschaft aan de raden.
De stukken van het bestuur zijn openbaar. Met de Wet open overheid en de aanpassing van de Wet
gemeenschappelijke regelingen wordt nog meer transparantie gevraagd van de gemeenschappelijke regeling. Dit is nu verankerd in artikel 17 lid 3. F. De begrotingsprocedure wordt altijd al met de deelnemers afgestemd en daardoor loopt deze ook
altijd binnen de termijnen. De Wet gemeenschappelijke regelingen vraagt inmiddels andere termijnen dan voorheen en die termijnen zijn met artikel 18 ook verankerd in de gemeenschappelijke regeling. Daarnaast wordt het dagelijks bestuur verplicht om te reageren op ingediende zienswijzen op de ontwerpbegroting. G. Voor de jaarrekeningsprocedure geldt hetzelfde als de begrotingsprocedure. De GR MARN handelt in
samenwerking met de deelnemers altijd binnen de afgesproken termijnen. De Wet gemeenschappelijke regelingen vraagt voor de jaarrekeningsprocedure andere termijnen en die zijn met artikel 25 verankerd in de gemeenschappelijke regeling. H. Betreft verduidelijking van de bepaling. I.
6/7
De Wet gemeenschappelijke regelingen vraagt om aan te geven of er een evaluatie van de regeling
plaatsvindt en met welke frequentie. Dat is nu opgenomen in artikel 27 van de gemeenschappelijke
regeling. Ook is bepaald dat de regeling voor onbepaalde tijd wordt vastgesteld. (Dit was ook altijd al het uitgangspunt) J. Het archiefwet is aangescherpt middels artikel 30 lid 5. K. De uittredingsprocedure was altijd al omschreven maar is niet voldoende duidelijk in het kader van de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen. Daarom is deze nu aangepast, wat tot meer duidelijkheid over de uittreding van een van de deelnemers leidt. L. In de gemeenschappelijke regelingen moet worden opgenomen of en zo ja, voor welke besluiten en
een voorafgaande zienswijze van de raden, wordt gevraagd. Daarnaast wordt een wijziging voorgesteld omdat de regeling een gemengde regeling betreft hoeft enige wijziging niet door de Burgemeesters te worden bekrachtigd. M. Betreft verduidelijking van de bepaling met verwijzing naar de uittredingsbepalingen.
7/7
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING MILIEUSAMENWERKING EN AFVALVERWERKING REGIO NIJMEGEN Op grond van artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen zijn Raden en de Colleges van Burgemeester en Wethouders bevoegd een gemeenschappelijke regeling te treffen ter behartiging van een of meer bepaalde belangen van die gemeenten. Onder het treffen van een regeling wordt mede verstaan het wijzigen van, het toetreden tot en het uittreden uit een regeling. De Raden, de Colleges van Burgemeester en Wethouders en de Burgemeesters van de gemeenten Beuningen, Berg en Dal, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Nijmegen en Wijchen, ieder voor zover zij bevoegd zijn; overwegende dat het gewenst is de gemeenschappelijke regeling Milieusamenwerking en Afvalverwerking Regio Nijmegen te wijzigen gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen, de gemeentewet en de Wet Milieubeheer, BESLUITEN:
Hoofdstuk 1: Algemene Bepalingen Artikel 1: Begripsomschrijvingen Deze gemeenschappelijke regeling verstaat onder: •
de regeling: deze gemeenschappelijke regeling
•
het openbaar lichaam: het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2 van de regeling;
•
een deelnemende gemeente: een aan deze regeling deelnemende gemeente;
•
Gedeputeerde Staten: het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland; en Limburg
•
de verwerkingsinrichting: de inrichting voor de verwerking van afvalstoffen van ARN B.V.;
•
afvalstoffen: de afvalstoffen die vallen onder werking van hoofdstuk 10 van de Wet milieubeheer;
•
de wet: de wet gemeenschappelijke regelingen;
•
de A.R.N. B.V.: de, bij akte van 25 oktober 1985, opgerichte besloten vennootschap of haar rechtsopvolger, welke de verwerkingsinrichting exploiteert.
Artikel 2: Openbaar Lichaam Er is een openbaar lichaam, genaamd Milieusamenwerking en Afvalverwerking Regio Nijmegen, afgekort MARN. Het openbaar lichaam is rechtspersoon en is gevestigd te Nijmegen. Artikel 3: Bestuursorganen Het openbaar lichaam kent, onverminderd de mogelijkheid tot het instellen van commissies als bedoeld in hoofdstuk 6 van deze regeling, de volgende bestuursorganen: a. b. c.
het algemeen bestuur; het dagelijks bestuur; de voorzitter.
Hoofdstuk 2: Belangen, taken en bevoegdheden Artikel 4: Belangen De gemeenschappelijke regeling wordt getroffen ter ondersteuning van de behartiging van de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten ter bescherming van het milieu, waaronder in ieder geval begrepen een doelmatige en milieu hygiënisch verantwoorde verwijdering van afvalstoffen. Artikel 5: Taken en bevoegdheden Ter verwezenlijking van de van de in artikel 4 genoemde belangen komen het openbaar lichaam de volgende taken en bevoegdheden toe: 1. Afvalverwerking: a. Het deelnemen in het aandelenkapitaal van ARN B.V. of haar rechtsopvolger. b. Het in overleg met de gemeenten regelen van de aanvoer van de afvalstoffen, voor zover dit uit een oogpunt van doeltreffende bedrijfsvoering van de verwerkingsinrichting noodzakelijk is. c. Elk van de gemeenten verbindt zich om: i.
ii. iii.
d.
de door of vanwege die gemeente ingezamelde afvalstoffen aan de verwerkingsinrichting aan te bieden van welke verplichting door het Algemeen Bestuur ontheffing kan worden verleend; de wijze van inzamelen af te stemmen op de wijze van verwerken van de verwerkingsinrichting; voor veranderingen in het inzamelsysteem, tijdig vooraf toestemming te vragen aan het Dagelijks Bestuur waaraan de voorwaarde kan worden verbonden dat de uit die veranderingen voortvloeiende nadelige gevolgen aan het openbaar lichaam of aan de ARN B.V. worden vergoed.
het openbaar lichaam sluit met de ARN B.V. een vuilverwerkingsovereenkomst, regelende de aanbiedingsplicht van de deelnemende gemeenten van de door of vanwege hen opgehaalde afvalstoffen, de acceptatieplicht van de aangeboden afvalstoffen door de verwerkingsinrichting en het in rekening brengen van de verwerkingskosten door ARN B.V. aan de deelnemende gemeenten.
2. Beleid Het afstemmen en/of het opzetten van gezamenlijk beleid op afval en milieuterrein.
Hoofdstuk 3: Het Algemeen Bestuur Artikel 6: Samenstelling 1. 2. 3.
4.
De raden van de deelnemende gemeenten wijzen een lid aan tot lid van het Algemeen Bestuur. Een lid van het Algemeen Bestuur kan niet tevens zijn medewerker in dienst van of op grond van een dienstverleningsovereenkomst als bedoeld in artikel 21 werkzaam voor het samenwerkingsverband De leden van het Algemeen Bestuur hebben, onverminderd het bepaalde in artikel 18, derde lid, zitting gedurende de zittingsduur van de gemeenteraad. Indien zij in de nieuwe periode opnieuw burgemeester zijn dan wel benoemd als wethouder, kunnen zij terstond opnieuw aangewezen worden. Het lidmaatschap eindigt van rechtswege zodra het lid geen lid meer van de deelnemer is die hem heeft aangewezen.
5.
6. 7.
De leden van het Algemeen Bestuur die tussentijds ontslag nemen, stellen de voorzitter van het Algemeen Bestuur, alsmede de Raad die hen heeft aangewezen, hiervan op de hoogte. Het ontslag gaat in zodra onherroepelijk in hun opvolging is voorzien. Elk lid van het Algemeen Bestuur heeft een plaatsvervanger. Het bepaalde in het eerste tot en met het vijfde lid is van overeenkomstige toepassing op de plaatsvervanger.
Artikel 7 Bevoegdheden 1. Het algemeen bestuur stelt de begroting en de jaarrekening vast. 2. Het algemeen bestuur besluit tot deelname in organisaties als bedoeld in artikel 31a van de Wet. 3. Het algemeen bestuur kan bevoegdheden overdragen aan het dagelijks bestuur tenzij de aard van de bevoegdheid zich hiertegen verzet maar in ieder geval met uitzondering van de bevoegdheid tot het vaststellen van de begroting, de wijzigingen daarvan, de jaarrekening als ook over deelname in organisaties als bedoeld in lid 2. 4. Het algemeen bestuur kan instructies geven voor de werkwijze van het Dagelijks Bestuur. 5. Het algemeen bestuur beslist over alle andere aangelegenheden waarvoor de bevoegdheid niet op grond van de Wet of deze regeling aan het dagelijks bestuur of aan de voorzitter toekomt. Artikel 8 Werkwijze en besloten vergaderingen 1. Het algemeen bestuur vergadert ten minste tweemaal per jaar en voorts zo dikwijls de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig oordeelt, of tenminste een vijfde van het aantal zittende leden van het algemeen bestuur daarom verzoekt. 2. De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar. 3. Elk lid van het Algemeen Bestuur heeft 2 stemmen, met uitzondering van het lid namens de gemeente Nijmegen dat 6 stemmen heeft. 4.
Tot het sluiten van de deuren en het vergaderen in beslotenheid kan worden overgegaan met inachtneming van het bepaalde in artikel 22 van de wet en artikel 23 van de Gemeentewet en artikel 5.1 van de Wet open overheid. 5. In een besloten vergadering van het Algemeen Bestuur wordt geen besluit genomen over: a. de begroting, de wijzigingen daarvan en de rekening; b. het doen van een uitgaaf, voordat de begroting of de begrotingswijziging, waarbij deze uitgaaf is geraamd, is goedgekeurd; c. het liquidatieplan. Hoofdstuk 4 Het Dagelijks Bestuur Artikel 9 Samenstelling 1. Het dagelijks bestuur bestaat uit vier leden, de voorzitter inbegrepen door en uit het algemeen bestuur aan te wijzen. 2. Zij treden, onverminderd het bepaalde in artikel 16, vierde lid van deze regeling, af op de dag van aftreden van de leden van het algemeen bestuur. Zij kunnen, indien zij opnieuw zijn aangewezen tot lid van het algemeen bestuur, terstond opnieuw worden benoemd. 3. Degene, die ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn, houdt tevens op lid van het dagelijks bestuur te zijn. 4. Voor zover deze regeling niet anders bepaalt, kan het dagelijks bestuur zijn werkzaamheden verdelen over zijn leden. Het dagelijks bestuur deelt zijn besluiten terzake mee aan het algemeen bestuur. Artikel 10 Bevoegdheden 1.
Het dagelijks bestuur is belast met en bevoegd tot het voeren van het dagelijks bestuur, waaronder in ieder geval wordt verstaan: a. Het voorbereiden van al hetgeen aan het Algemeen Bestuur ter beraadslaging en besluitvorming wordt voorgelegd b. Het uitvoeren van de besluiten van het algemeen bestuur c. Het voorstaan van de belangen van de regeling en het openbaar lichaam bij andere overheden, instellingen en diensten waarmee, of personen met wie contact met het dagelijks bestuur van belang is; d. Het beheer van passiva en activa van het openbaar lichaam;
e.
2. 3. 4. 5.
Het nemen van alle conservatoire maatregelen, zowel in als buiten rechte, en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming van verjaring en verlies van recht en eigendom;
Het dagelijks bestuur benoemt, schorst en ontslaat het personeel. Onder benoeming van personeel wordt tevens verstaan de tewerkstelling op grond van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht. Het dagelijks bestuur stelt een regeling vast omtrent de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam, alsmede de rechtspositieregelingen. Het dagelijks bestuur is bevoegd tot het aangaan van privaatrechtelijke overeenkomsten met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 31a van de Wet. Het dagelijks bestuur is bevoegd tot het voeren van rechtsgedingen namens de regeling.
Artikel 11 Werkwijze 1. Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt, of een van de andere leden van het dagelijks bestuur dat schriftelijk, onder opgave van de te behandelen onderwerpen verzoekt, in welk laatste geval de vergadering binnen twee weken plaatsvindt. 2. Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde vast voor zijn vergaderingen. 3. In de vergadering van het dagelijks bestuur kan slechts worden beraadslaagd en besloten als tenminste de helft van de leden aanwezig is. 4. Indien het vereiste aantal leden niet aanwezig is, schrijft de voorzitter een nieuwe vergadering uit waarop het tweede lid niet van toepassing is. Tussen de twee vergaderingen zit minimaal een werkdag. 5. In een vergadering als bedoeld in het derde lid kan alleen worden beraadslaagd en besloten over andere aangelegenheden dan die waarvoor de oorspronkelijke vergadering was belegd indien meer dan de helft van de leden aanwezig is. 6. De vergaderingen van het dagelijks bestuur zijn niet openbaar. 7. Over personen wordt schriftelijk, over zaken mondeling gestemd. Ieder aanwezig lid brengt één stem uit. Indien de stemmen staken, is de stem van de voorzitter doorslaggevend.
Hoofdstuk 5 De voorzitter Artikel 12 Voorzitter 1. De voorzitter wordt door het algemeen bestuur uit zijn midden aangewezen. 2. Bij afwezigheid van de voorzitter wordt hij vervangen door een lid van het dagelijks bestuur, door het Dagelijks Bestuur aan te wijzen. 3. De voorzitter kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan het algemeen bestuur. Het ontslag gaat in zodra in opvolging is voorzien. 4. Als tussentijds de functie van de voorzitter vacant wordt, wijst het algemeen bestuur in zijn eerstvolgende vergadering of ten spoedigste daarna de nieuwe voorzitter aan. Artikel 13 Bevoegdheden 1. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. 2. De voorzitter ondertekent de stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan. 3. De voorzitter vertegenwoordigt het openbaar lichaam in en buiten rechte. Hij kan de vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aan te wijzen gemachtigde.
Hoofdstuk 6 De commissies Artikel 14: Commissies van advies en vakberaden 1. het algemeen bestuurkan commissies van advies instellen, dat met inachtneming van artikel 24 van de wet. 2. Het dagelijks bestuur kan een of meer vakberaden instellen, die met inachtneming van artikel 24 van de wet het dagelijks bestuur van advies dienen over een nader aan te geven deelterrein. Artikel 15: Bestuurscommissies
1. 2. 3.
Het algemeen bestuur kan commissies instellen met het oog op de behartiging van bepaalde belangen. Het algemeen bestuur gaat niet over tot het instellen van een commissie als bedoeld in het eerste lid dan na verkregen verklaring van geen bezwaar van de raden van elk van de deelnemende gemeenten Het algemeen bestuur regelt met inachtneming van artikel 25 van de wet hun bevoegdheden en samenstelling.
Hoofdstuk 7 Inlichtingen, verantwoording, ontslag Intern Artikel 16: Dagelijks bestuur en voorzitter ten opzichte van algemeen bestuur 1. De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur. 2. Zij geven ongevraagd aan het algemeen bestuur alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het dagelijks bestuur te voeren en gevoerde bestuur nodig is. 3. Zij geven - tezamen dan wel afzonderlijk - aan het algemeen bestuur, wanneer dit bestuur of een of meer leden daarvan hierom verzoekt, alle gevraagde inlichtingen. 4. Een lid van het dagelijks bestuur kan door het algemeen bestuur worden ontslagen, indien dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. In dit geval zijn de artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. 5. Het bepaalde in het eerste tot en met het vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de voorzitter voor het door hem gevoerde bestuur. Extern Artikel 17: Algemeen bestuur en dagelijks bestuur ten opzichte van de raden 1. Het algemeen en dagelijks Bestuur geven aan de raden van de deelnemende gemeenten ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het Dagelijks en algemeen bestuur gevoerde en te voeren beleid, nodig is. 2.
Het algemeen en dagelijks bestuur verstrekken aan de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die door een of meer leden van die raden worden verlangd. Deze informatie wordt tevens aan de raden van de overige deelnemende gemeenten toegezonden. 3. De vergaderstukken van het algemeen bestuur evenals de notulen en de besluiten van het algemeen bestuur worden openbaar gemaakt op de website van de gemeenschappelijke regeling MARN. Behoudens niet-openbare stukken als bedoeld in artikel 5.1 en 5.2 in de Wet open overheid. Artikel 18 Leden ten opzichte van de raden 1. Een lid of een plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur verschaft de raad die dit lid heeft aangewezen met inachtneming van artikel 16 van de wet alle inlichtingen, die door die raad of door een of meer leden van die raad worden verlangd en wel op de in het reglement van orde voor de vergaderingen van die raad aangegeven wijze. 2. Een lid of plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur is de raad die dit lid heeft aangewezen met inachtneming van artikel 16 van de wet verantwoording verschuldigd voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid en wel op de in het reglement van orde voor de vergaderingen van die raad aangegeven wijze. 3.
Een lid of een plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur kan door de raad die hem heeft aangewezen, worden ontslagen, indien dit lid het vertrouwen van die raad niet meer bezit.
Hoofdstuk 8 Reglement van Orde Artikel 19 Reglement van orde Algemeen Bestuur 1. Het algemeen bestuur stelt met inachtneming van de artikelen 22 en 23 van de wet voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een reglement van orde vast. 2. In het reglement van orde worden onder meer regels gegeven omtrent: a. het horen van belanghebbenden ten aanzien van door het algemeen bestuur te nemen besluiten;
b.
de wijze van het verstrekken van inlichtingen en het afleggen van verantwoording als bedoeld in de artikelen 17 en 18.
Artikel 20 Het dagelijks bestuur kan een reglement van orde voor zijn vergaderingen vaststellen, dat aan het algemeen bestuur wordt overlegd.
Hoofdstuk 9: Ambtelijk apparaat Artikel 21 Secretaris en overig personeel 1. Het openbaar lichaam kan personeel aanstellen, aan het hoofd waarvan de secretaris staat. 2. Voor zover het dagelijks bestuur daarin niet op andere wijze heeft voorzien, zijn op het personeel van overeenkomstige toepassing de bezoldigingsregelingen en andere algemene voorschriften en bepalingen van de gemeente Nijmegen. 3. Het dagelijks bestuur benoemt een ambtelijk secretaris. 4. De taken en bevoegdheden van de secretaris worden door het dagelijks bestuur vastgesteld. 5. Alle stukken uitgaande van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur worden door de secretaris mede ondertekend. 6. De overige ambtenaren, alsmede het personeel werkzaam op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, worden benoemd door het dagelijks bestuur.
Hoofdstuk 10: Financiële bepalingen Artikel 22 Organisatie en controle 1. Het algemeen bestuur stelt bij verordening regels vast met betrekking tot de organisatie van de administratie en het beheer van vermogenswaarden. Op deze regels is artikel 212 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. 2. Het algemeen bestuur stelt bij verordening regels vast met betrekking tot de controle op de administratie en het beheer zoals bedoeld in het eerste lid. Op deze regels is artikel 213 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. Artikel 23 Begrotingsprocedure 1. Het dagelijks bestuur zendt jaarlijks vóór 30 april een ontwerpbegroting van het openbaar lichaam voor het komende jaar, vergezeld van een behoorlijke toelichting, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten 2. Het dagelijks bestuur houdt bij het opstellen van de ontwerpbegroting rekening met de door de deelnemende gemeenten opgestelde begrotingsrichtlijnen. 3. De ontwerpbegroting wordt door de deelnemende gemeenten voor eenieder ter inzage gelegd en algemeen verkrijgbaar gesteld. 4. De raden kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. 5.
Het dagelijks bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting, door het algemeen bestuur, schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het vierde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. 6. Het dagelijks bestuur voegt de zienswijze, voorzien van zijn reactie, toe aan de ontwerpbegroting zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 7. De vaststelling van de begroting door het algemeen bestuur geschiedt niet eerder dan 12 weken nadat deze aan de raden van de deelnemers is verzonden in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient. 8. Terstond na de vaststelling van de begroting zendt het algemeen bestuur de begroting aan de gemeenteraden, die ter zake bij het college van Gedeputeerde Staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 9. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 september aan het college van Gedeputeerde Staten van Gelderland. 10. Dit artikel is, met uitzondering van de daarin genoemde data, van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting.
Artikel 24: Bijdragen van de gemeenten 1. Indien de begroting een nadelig saldo heeft, kan in de begroting worden aangegeven, welke bijdrage elke gemeente verschuldigd is voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft. Als verdeelsleutel wordt gehanteerd het aantal inwoners volgens de door het Centraal bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers per 1 januari van het jaar, voorafgaande aan dat waarvoor de bijdrage is verschuldigd. 2. Voor berekening van deze bijdrage wordt rekening gehouden met bijdragen van het Rijk en van anderen. 3. De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot jaarlijks voor 16 januari en 16 juli telkens de helft van de verschuldigde bijdrage. Artikel 25: Jaarrekening 1. Het dagelijks bestuur biedt de concept jaarrekening over het afgelopen jaar, onder toevoeging van een verslag van het onderzoek naar de deugdelijkheid van de rekening, ingesteld door de overeenkomstig artikel 212 van de Gemeentewet aangewezen deskundigen, en hetgeen het dagelijks bestuur te zijner verantwoording dienstig acht, met alle bijbehorende bescheiden jaarlijks vóór 30 april aan aan de deelnemende gemeenten. 2. De raden kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de concept jaarrekening naar voren brengen.
Het dagelijks bestuur voegt deze zienswijzen, voorzien van zijn reactie, toe aan de concept jaarrekening zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 3. De vaststelling van de jaarrekening door het algemeen bestuur geschiedt niet eerder dan 8 weken nadat deze aan de raden van de deelnemers is verzonden. 4. Terstond na de vaststelling van de jaarrekening zendt het algemeen bestuur de jaarrekening aan de gemeenteraden, die ter zake bij het college van Gedeputeerde Staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 5. Het dagelijks bestuur zendt de vastgestelde jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli aan het college van Gedeputeerde Staten van Gelderland en Limburg. 6. Vaststelling van de rekening strekt het dagelijks bestuur tot decharge, behoudens later in rechte gebleken valsheid in geschrifte of andere onrechtmatigheden. Artikel 26 Verdeling batig resp. nadelig saldo 1. Het dagelijks bestuur doet een voorstel tot verdeling van een batig exploitatiesaldo aan het algemeen bestuur en de deelnemende gemeenten toekomen tegelijkertijd met het verzenden van de jaarrekening. 2. Indien besloten wordt een batig saldo geheel of deels onder de deelnemende gemeenten te verdelen geschiedt dit op basis van het inwonertal op basis van door het CBS ter beschikking gestelde inwonertallen. 3.
Het algemeen bestuur beslist dat een nadelig saldo van de jaarrekening: a. Eerst geheel of gedeeltelijk ten laste van bestaande reserves wordt gebracht b. Bij ontoereikende reserves over de termijn waarbinnen het tekort door het openbaar lichaam moet worden inverdiend en vervolgens c. Voor welk deel het nadelig saldo ten laste van de deelnemers wordt gebracht die naar rato van het inwonertal daarin bijdragen. Artikel 27 : Vereveningsfonds 1. De gemeenten zijn verplicht om bij te dragen in een fonds, strekkende tot het doen van uitkeringen aan de deelnemende gemeenten voor de kosten van transport van de afvalstoffen naar de verwerkingsinrichting. Het algemeen bestuur bepaalt welke parameters in de regeling worden meegenomen. 2. Het algemeen bestuur bepaalt elk jaar hoe groot de in het eerste lid bedoelde bijdrage per gemeente zal zijn. 3. De uitkeringen uit het fonds worden jaarlijks door het algemeen bestuur vastgesteld op basis van een te bepalen vergoedingsbedrag. 4. De betaling van de in het eerste en derde lid bedoelde bijdragen en uitkeringen vindt plaats in de maand februari na afloop van het jaar, waarop deze betrekking hebben.
Artikel 28 Garantstelling 1. De gemeenten zijn gezamenlijk garant voor de juiste betaling van rente, aflossing, boeten en kosten van de door het openbaar lichaam gesloten en af te sluiten langlopende en kasgeldleningen en in rekening courant opgenomen en op te nemen gelden, en voor de door het openbaar lichaam verstrekte garanties. 2. Elke deelnemende gemeente is hierbij verbonden naar verhouding van haar inwonertal. 3. Voor de vaststelling van het inwonertal wordt als verdeelsleutel gehanteerd het aantal inwoners volgens de door het Centraal bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers per 1 januari van het jaar, voorafgaande aan dat waarvoor de bijdrage is verschuldigd. 4. Alle deelnemende gemeenten, ook die welke op het moment van het ontstaan van de betalings- of garantieverplichtingen nog niet aan de gemeenschappelijke regeling deelnamen, staan naar rato van hun inwonertal garant voor de voldoening van betalingsverplichtingen en voor door het openbaar lichaam verstrekte garanties op het moment dat daarop door de betrokken rechthebbende aanspraak wordt gemaakt.
Hoofdstuk 11 Evaluatie Artikel 29 Evaluatie Ten aanzien van de evaluatie van de gemeenschappelijke regeling geldt dat: a. Elke deelnemende gemeente een verzoek tot evaluatie kan indienen b. Het algemeen bestuur bij meerderheid een besluit neemt over dit verzoek. c. Het algemeen bestuur de evaluatie-onderzoeksopdracht vaststelt
Hoofdstuk 12: Het archief Artikel 30: Archief 1. Het Dagelijks Bestuur is belast met de zorg op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden van het openbaar lichaam. 2. Het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de MARN is opgedragen aan de gemeentearchivaris van de gemeente Nijmegen. 3. Het Algemeen Bestuur kan een regeling treffen met betrekking tot de zorg en het beheer volgens het eerste lid van dit artikel. Deze regeling wordt aan Gedeputeerde Staten meegedeeld. 4. Voor de bewaring van de op grond van artikel 12 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden wijst het Algemeen Bestuur een archiefbewaarplaats aan. 5. Vanaf 1 januari 2022 voert de GR MARN uitsluitend een digitaal archief.
Hoofdstuk 13: Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing Artikel 31: Toetreding en uittreding 1. Het bestuur van een gemeente, dat wenst toe te treden of uit te treden richt het verzoek ter zake aan het algemeen bestuur. 2. Het algemeen bestuur zendt het verzoek als bedoeld in het eerste lid binnen drie maanden door aan de besturen van de deelnemende gemeenten, onder overlegging van zijn advies omtrent de toetreding respectievelijk uittreding en de eventueel daaraan te verbinden voorwaarden. 3. Toetreding respectievelijk uittreding vindt plaats indien de besturen van de meerderheid van de deelnemende gemeenten daarmee instemmen. 4. Aan de toetreding respectievelijk uittreding kunnen bij de in het tweede lid bedoelde adviezen kaders worden verbonden die worden uitgewerkt in een toe- of uittredingsregeling en worden vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met betreffende gemeente. Bij uittreden worden in elk geval onderstaande zaken vastgelegd: a. de opzegtermijn voor uitreding bedraagt minimaal 1 jaar. De uittreding vindt plaats met ingang van 1 januari. b. de opzegtermijn start op het moment dat de vaststellingsovereenkomst is afgesloten. c. de hoogte van de uittredingssom wordt vastgesteld door het algemeen bestuur waarvoor een 2/3 meerderheid van het aantal uitgebrachte stemmen nodig is.
d.
5. 6. 7.
de uittredingskosten zijn de kosten die te maken hebben met (de afbouw van) de overcapaciteit die kan ontstaan in de personele en de materiële sfeer. Basis voor de uittredingskostenberekening zijn de gemiddelde realisatiecijfers (afbouw bedrijfsvoeringsorganisatie, aangegane verplichtingen) van de drie jaren voorafgaand aan het jaar waarin het voornemen tot uittreden kenbaar wordt gemaakt. De kosten die niet direct aan de uittredende partij kunnen worden toegerekend, worden berekend door totalen per kostensoort naar rato te berekenen. Middelen die onderdeel uitmaken van een (algemene) reserve, worden naar rato in mindering gebracht op de te betalen uittredingskosten. Voor het bepalen van de kostenverdeelsleutel wordt aangesloten bij de kostenverdeelsleutel uit de begroting (art. 24.1). e. de hoogte van uittredingssom wordt bepaald op de kosten die het samenwerkingsverband moet maken om de werkzaamheden uit te kunnen blijven voeren voor de deelnemende gemeenten zonder de uittredende gemeente. Tot een maximumbedrag van vijf jaar de inbreng van de uittredende gemeente in het jaar dat het besluit tot uittreding werd genomen. f. de financiële consequenties worden op verzoek van het dagelijks bestuur door een onafhankelijke deskundige in beeld gebracht. Dit advies wordt bij het bepalen van de hoogte van de uittredingskosten betrokken. g.
Over de schade die ARN lijdt als gevolg van de uittreding worden door de uittredende partij, de MARN en ARN afspraken gemaakt. Op verzoek van het dagelijks bestuur kan hierbij een onafhankelijke deskundige betrokken worden h. het algemeen bestuur stelt een uittredingsregeling vast waarin bovenstaande kaders verder worden uitgewerkt. i. het algemeen bestuur stelt een toetredingsregeling vast. De uitgewerkte toe- of uittredingsregeling wordt vastgesteld in het algemeen bestuur. Voorafgaand aan de vaststelling wordt een zienswijze aan de raden van de deelnemende gemeenten gevraagd De toetreding respectievelijk uittreding gaat in op 1 januari van het jaar, volgende op het jaar waarin is voldaan aan de vereisten genoemd in artikel 9 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Binnen deze periode wordt de gemeenschappelijke regeling gewijzigd door alle deelnemende bestuursorganen. Een regeling kan worden gewijzigd met een meerderheid van ten minste 2/3 van het aantal uitgebrachte stemmen.
Artikel 32: Wijziging en opheffing 1. De regeling kan worden gewijzigd of opgeheven bij daartoe strekkend besluit van de besturen van ten minste twee derde van het aantal deelnemende gemeenten. 2. Indien het algemeen bestuur wijziging of opheffing van de regeling wenselijk acht, doet het dagelijks bestuur het daartoe strekkende voorstel van het algemeen bestuur toekomen aan de besturen van de deelnemende gemeenten. 3. Voor zover bij de wijziging wettelijke bevoegdheden van het College van Burgemeester en Wethouders zijn betrokken, dient daartoe ook te worden besloten door ten minste twee derde van het aantal Colleges van Burgemeester en Wethouders van de deelnemende gemeenten. Artikel 33: Liquidatie 1. Ingeval van opheffing van de regeling, besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt daarvoor de nodige regelen. Hierbij kan van de bepalingen van de regeling worden afgeweken. 2. Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, de raden van de deelnemende gemeenten gehoord door middel van een zienswijze hierop, vastgesteld. 3. Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die de beëindiging voor het personeel, bedoeld in hoofdstuk 9, heeft. 4. Het liquidatieplan geeft regels voor de wijze waarop de deelnemende gemeenten, voor zover het saldo ontoereikend is, zorgdragen voor de nakoming van de verplichtingen van het openbaar lichaam naar rato conform artikel 24.1. 5.