CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raad Informatiebijeenkomst openbaar Wijchen 1 april 2021, gemeente wijchen31.918 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Onderwerp Omgevingswarmte (warmte uit ondergrond, warmte uit water)

Reactie In de Gelderse Warmteatlas is het potentieel aan omgevingswarmte opgenomen, zowel warmte uit de ondergrond als warmte uit water (geothermie en aquathermie). De volgende warmtebronnen uit de omgeving zijn in de atlas opgenomen: Ondiepe bodemenergiesystemen, (ondiepe) geothermie en TEO/TEA-bronnen (waterzuiveringsinstallaties zijn echter opgenomen in de atlas onder de restwarmtebronnen). 12

2.2.B

Restwarmte bedrijven

Op dit moment lopen nog diverse onderzoeken naar de haalbaarheid om deze potentie van omgevingswarmte ook daadwerkelijk te kunnen benutten. Een deel van de onderzoeksresultaten komt beschikbaar na het eerste kwartaal van 2021, en zal daarom nader verwerkt worden (kwantitatief) in de RES 2.0. In de Gelderse Warmteatlas zijn alle bekende restwarmtebronnen binnen de regio opgenomen (industrie, datacentra, condenswarmte, RWZI/AWZI en rioolgemalen). Kansrijke regionale clusters ten aanzien van warmte zijn: • Rond de AVR in Duiven • Rond de ARN in Weurt Daarnaast zijn kansrijke clusters geïdentificeerd gelegen op de grens of in de nabijheid van de regio: • Rond de papierfabriek in Renkum • Rond de papierfabrieken van Eerbeek/Loenen (regio Cleantech) • Rond de RWZI van Olburgen (regio Achterhoek) • Rond de biocentrale in Cuijck (regio NoordOost Brabant)

2.2.C

Warmte uit biomassa

2.2.D

Biogas /groen gas

Zie het RES bod 1.0, hoofdstuk 4, par 4.2.5 Kansrijke regionale warmteclusters In de Gelderse Warmteatlas is het potentieel aan warmte uit biomassa meegenomen: het aanbod laagwaardige verbrandbare en vergistbare biomassa. Het gaat hierbij enkel om het jaarlijkse (groei)overschot binnen de regio. In de Gelderse Warmteatlas is het potentieel aan warmte uit vergistbare biomassa meegenomen.

Niet meegenomen in RES (t.a.v. warmte): Volgnummer 2.2.E

Onderwerp Waterstof en groengas

Reactie Duurzame gassen als waterstof en groengas hebben een belangrijke rol in het energiesysteem omdat ze goed opgeslagen kunnen worden, over lange afstand getransporteerd kunnen worden en een hoge energiedichtheid hebben. Ze zijn echter schaars.

13

Waterstof is geen energiebron, maar enkel een energiedrager. De productie van groene waterstof telt niet mee in de opgave voor 35 TWh grootschalige opwek (zon/wind) van de RES. Groene waterstof (elektrolyse vanuit hernieuwbare energiebronnen) kan een belangrijke rol spelen in de energietransitie, maar de productie ervan is nog duur en het aanbod zeer beperkt. Onderzoek naar en productie van (groene) waterstof maakt geen deel uit van de RES 1.0. In de RES 2.0 zullen wij de kansen voor de regio Arnhem Nijmegen verder in beeld brengen. Groengas is biogas dat opgewerkt is tot aardgaskwaliteit en kan worden ingevoed op het openbare gasnet. Voor alle sectoren die nu gebruikmaken van aardgas is groengas een aantrekkelijk alternatief. Echter, de potentiële groengasproductie in de regio, maar ook de (inter)nationale potentie, blijft ver onder de huidige aardgasvraag.

Wensen en bedenkingen (t.a.v. warmte) Een aantal partijen spreekt de wens uit om in het proces naar de RES 1.0 en ook daarna onderzoek te blijven doen naar alternatieve warmtebronnen om te kunnen voldoen aan de warmtevraag en daarbij de vraagstukken ‘warmtebesparing' en ‘warmteopslag' mee te nemen. De benodigde structurele afstemming tussen betrokken partijen op regionale schaal wordt daarbij als randvoorwaardelijk gezien. Daarnaast wordt aandacht gevraagd voor samenhang in de sporen warmte en elektriciteit (systeem efficiëntie) en daarbij een afgewogen inzet van warmte en/of elektriciteit. Volgnummer 2.2.F

Onderwerp Biomassa

Wensen en bedenkingen In enkele reacties wijzen gemeenten op eerdere afspraken om in de RES 1.0 niet in te zetten op houtige biomassa. • De gemeente Renkum geeft aan dat zij wil vasthouden aan de binnen de RES-regio Arnhem Nijmegen gemaakte afspraak om niet op houtige biomassa in te zetten. • Gemeente Wijchen vindt dat afvalverbrandingscentrales, biomassacentrales en papierfabrieken geen structurele warmtebronnen zijn naar de toekomst toe en zij geeft aan

Reactie of verwijzing In de RES 1.0 wordt gekeken naar duurzaam opgewekte zonne- of windenergie en het efficiënt gebruik maken van regionale warmtebronnen binnen een regionale warmte structuur. Houtige biomassa maakt hier nauwelijks tot geen onderdeel van uit, alleen voor de bepaling van het warmteaanbod is het aandeel van biomassa meegenomen. De Provincie houdt deze (tijdelijke) optie open, met name om in te zetten als overbruggingsperiode tot nieuwe innovaties en voor nuttige toepassingen.

14

2.2.G

Bovenregionale warmtebronnen

dat er in Wijchen geen plaats is voor een biomassacentrale. Enkele reacties van gemeenten verwijzen naar de mogelijkheid om gebruik te maken van bovenregionale warmtebronnen. • De gemeente Berg en Dal geeft aan dat het concept bod nog geen uitspraken doet over de verdeling van bovenregionale warmtebronnen. • De gemeente Renkum geeft specifiek aan dat nadere afstemming over de verdeling van de bovenregionale warmtebron Parenco nodig is (met regio Foodvalley).

Warmtebronnen houden zich niet aan gemeente- of regiogrenzen. Daarom vindt op provinciaal en landelijk niveau afstemming plaats over hoe om te gaan met bovenregionale warmtebronnen. Voor alle bij 2.2.B beschreven bovenregionale warmtebronnen is het gesprek opgestart tussen de regio’s om te komen tot nadere afspraken rond het warmteverdelingsvraagstuk. Zie ook RES bod 1.0, hoofdstuk 4, paragraaf 4.2.5 Bovenregionale warmteclusters

2.3 Participatie Vanuit de partijen komen veel reacties die pleiten voor een zorgvuldig participatieproces dat zorgt voor maatschappelijk draagvlak. Er ligt ook een zeer duidelijke wens om in te zetten op het betrekken van inwoners (zo breed mogelijk en permanente betrokkenheid) en specifiek voor het aanspreken van jongeren. 50% Lokaal eigendom wordt gezien als een goede manier om draagvlak op te bouwen, onder andere omdat de omwonenden dan ook financieel profiteren van de energietransitie. Diverse partijen benadrukken dat energiecoöperaties gesprekspartner moeten zijn. Ten slotte is er een wens dat de raden tijdig worden meegenomen in het proces naar de RES 1.0. Het hoofdstuk ‘Draagvlak’ in het RES bod 1.0 maakt helder wie voor wat, wanneer aan zet is op het gebied van de participatie over de energietransitie voor Regio Arnhem Nijmegen. Het maakt het speelveld inzichtelijk: wanneer en binnen welke kaders praten stakeholders en inwoners mee? Een helder speelveld zorgt voor vertrouwen in een zinvolle bijdrage aan het participatietraject. Er moet samen goed afgesproken worden welke ruimte inwoners hebben om te participeren. Hoe eerder afspraken worden gemaakt, hoe beter het is voor het maatschappelijk draagvlak. Bij de start van de volgende fase zal het gesprek gevoerd worden met de gemeenten binnen de regio.

Het doel is om scherp te krijgen welke rol er vanuit de RES gespeeld gaat worden in de participatietrajecten rondom de projecten. Afhankelijk van de rol en de specifieke situatie zal vervolgens bekeken worden welke middelen het best ingezet kunnen worden bij het concreet vormgeven van het participatietraject.

15

Wensen en bedenkingen (t.a.v. participatie): Volgnummer 2.3.A

2.3.B

Onderwerp Participatieproces

Lokaal eigendom

Wensen en bedenkingen Vanuit de provincie en de gemeenten Doesburg, Lingewaard, Nijmegen, Overbetuwe en Wijchen zijn reacties gekomen die pleiten voor een zorgvuldig participatieproces dat zorgt voor maatschappelijk draagvlak. Er ligt ook een zeer duidelijke wens om in te zetten op het betrekken van inwoners; zo breed mogelijk, permanent en met speciale aandacht voor jongeren.

50% Lokaal eigendom wordt gezien als een goede manier om draagvlak op te bouwen, onder andere omdat de omwonenden dan ook financieel profiteren van de energietransitie. De gemeenten Nijmegen en Overbetuwe willen graag dat de betrokken gemeentes zich conformeren aan deze afspraak uit het Klimaatakkoord.

Reactie of verwijzing In de RES 1.0 is een hoofdstuk gewijd aan draagvlak (hoofdstuk 5). In hoofdstuk 2, paragraaf 2.7.6 Participatie afspraken zijn 10 onderlinge afspraken omtrent participatie opgesteld. De RES zorgt voor bovengemeentelijke participatie van gemeenteraden, belangenorganisaties, jongerenvertegenwoordiging en andere stakeholders. Het betrekken van lokale stakeholders is een taak van gemeenten, waarbij de RES graag meedenkt en waar mogelijk ondersteunt. Vanaf maart 2021 worden speciale duo-gesprekken gevoerd met gemeenten over participatie. De Participatietafel is een voorbeeld van het actief betrekken van partijen bij de RES. JongRES is aangeschoven bij deze participatietafel. Samen met JongRES gaan we via de inzet van Swipocratie jongeren en bredere groepen van inwoners betrekken bij de RES. We onderzoeken de inzet van diverse middelen om inwoners actiever en meer gebiedsgericht te betrekken, zoals bijvoorbeeld burgerpanels, burgerberaad, right to challenge en serious gaming. Lokaal eigendom is een kansrijk perspectief richting de RES 2.0. Voor het verzilveren van de kansen die in RES 1.0 naar voren zijn gekomen dienen gebiedsprocessen te worden gestart, waarin samen met de omgeving, betrokken gemeenten en eventueel ontwikkelaars van duurzame opweklocaties, de concrete planvorming richting realisatie gestart wordt.

Bij de uitwerking van toekomstige projecten binnen de zoekgebieden 16

hanteren we de in bod 1.0 nader uitgewerkte ruimtelijke afspraken over o.a: - draagvlak - koppelkansen - het niet-in-de-wielen rijden van lopende trajecten/volgtijdelijkheid versus PIP - laten terugvloeien van lusten naar de omgeving en mogelijkheden voor financiële participatie vanuit de omgeving. - omgaan met grondposities en grondspeculatie.

2.3.C

Taskforce energie coöperaties

De gemeenten Nijmegen en Overbetuwe benadrukken dat energiecoöperaties gesprekspartner moeten zijn en zijn voor de oprichting van een taskforce energiecoöperaties.

Veel gemeenten hebben het streven va 50% lokaal eigendom al opgenomen in lokaal beleid, andere zijn hier mee bezig of willen dit in de nabije toekomst opnemen. Zie ook RES bod 1.0, paragraaf 5.2.6 Financiële participatie en lokaal eigendom Energie coöperaties worden zowel door overheden als netbeheerders gezien als een belangrijke schakel tussen duurzaamheidambities en de bewoners. Veel duurzame projecten faalden in het verleden doordat het draagvlak bij bewoners ontbrak, door de samenwerking met lokaal eigendom en in energiecoöperaties wordt dit voorkomen. Het Gelders Energieakkoord heeft in 2017 een verkenning uitgevoerd naar Gelders Energiedienstenbedrijf. Mogelijk kan deze verkenning een basis zijn voor een taskforce Energie coöperaties als een coördinerend orgaan dat zorgt voor een goede opzet en start en ondersteunt bij een succesvolle uitvoering van energie coöperaties.

17

2.4 Bestuurlijke besluitvorming Vanuit enkele gemeenten zijn reacties ontvangen dat de kaarten met zoekgebieden zoals opgenomen in het voorlopig concept bod onjuist waren en niet in overeenstemming met het lokale beleid. Voor het vergaren van alle juiste en actuele informatie op gebied van beleid en projecten in de individuele gemeenten binnen de regio is bij het bod 1.0 het systeem NINOX gebruikt. Lokale input is hierin de bron van data, waardoor het kaartmateriaal nu goed aansluit. Een aantal raadsleden heeft gevraagd om inzicht te krijgen in alle reacties, wensen en bedenkingen die door alle partijen werden ingediend bij het concept bod en op welke wijze deze reacties verwerkt gaan worden in de RES 1.0. Alle reacties, wensen en bedenkingen zijn gebundeld in de oplegnotitie behorende bij concept bod RES Regio Arnhem Nijmegen. De reactienota die u nu leest is het vervolg op deze oplegnotitie. Het tijdig betrekken van raadsleden is bepleit om te zorgen voor democratische legitimiteit. Raadsleden worden door de RES op diverse manieren geïnformeerd en betrokken bij het RES proces en uitkomsten, met name via online bijeenkomsten. Ook is met de griffierskringen afgestemd wat lokaal en regionaal de juiste procesafspraken zijn om de raden juist en tijdig te blijven informeren in de aanloop naar de RES 1.0, zodat alle raden uiterlijk 1 juli 2021 een besluit kunnen nemen.

Vragen over de integraliteit van regionale opgaven zijn al ingehaald door de actualiteit. Per 1 januari 2021 is de Groene Metropoolregio ArnhemNijmegen van start gegaan. Een samenwerking tussen 18 gemeenten in de regio Arnhem-Nijmegen op basis van een vastgestelde visie en aan de hand van 5 grote opgaven: • • • • •

Groene groeiregio (waaronder Woonopgave) Verbonden regio Circulaire regio (waaronder de RES) Ontspannen regio Verbonden regio (waaronder Mobiliteit)

Door de regionale opgaven in één vorm van samenwerken te organiseren, wordt met name de integraliteit en verbinding verbeterd.

18

Wensen en bedenkingen t.a.v. bestuurlijke besluitvorming Volgnummer 2.4.A

Onderwerp Democratische legitimiteit

Wensen en bedenkingen Het tijdig betrekken van raadsleden is door de gemeenten Lingewaard, Nijmegen, Overbetuwe en Wijchen bepleit om te zorgen voor democratische legitimiteit in aanloop naar RES 1.0 in juli 2021.

Reactie of verwijzing De Werkorganisatie RES Arnhem Nijmegen onderschrijft de wens om raadsleden tijdig te betrekken. Hierin is zowel een rol weggelegd voor de RES als voor lokale bestuurders. Raadsleden worden door de RES op diverse manieren geïnformeerd en betrokken bij het RES proces en uitkomsten. Het stakeholdersoverleg is met name voor raadsleden de plek om betrokken te zijn bij het proces naar RES 1.0. Hier worden raadsleden en andere stakeholders gelijktijdig geïnformeerd over de voortgang en kunnen zij meepraten over onderwerpen die op dat moment spelen. In de periode van concept bod naar RES 1.0 zijn op 4 momenten stakeholders overleggen geweest: Op 15 oktober, 16 december, 17 januari en 10 maart. Tijdens deze online bijeenkomsten waren telkens 100 tot 130 bezoekers, waaronder vele raadsleden. Iedere bestuurder in de RES werkt in een eigen omgeving met de daarbij behorende gevoeligheden en structuren. Het is dan ook aan de bestuurder (wethouder, gedeputeerde, heemraad) om te bepalen op welke wijze de RES wordt besproken in de Raad, Provinciale Staten of Algemeen Bestuur en om te bepalen hoe en wanneer inwoners worden betrokken.

Met de voorzitters van de griffierskringen heeft afstemming plaatsgevonden wat lokaal en regionaal de juiste procesafspraken zijn om de raden juist en tijdig te blijven informeren in de aanloop naar de RES 1.0, zodat alle raden uiterlijk 1 juli 2021 een besluit kunnen nemen.

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=84a88920-ca07-41ac-92b2-c910383e3297