CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raad Informatiebijeenkomst openbaar Wijchen 1 april 2021, gemeente wijchen31.918 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

1 . 0

/

R E G I O N A L E

een later moment via een collectieve warmtevoorziening woningen worden verwarmd. Die overschotten passen op dat moment niet op het netwerk en zijn dus erg goedkoop. Er zijn diverse vormen van dag-, weeken seizoensopslag in ontwikkeling om dit mogelijk te maken. De kennis die nu in ontwikkeling is, zal in de vervolg RES’en een plek te krijgen.

4.3.6 Aansluiten vraag en aanbod Om de belasting op het netwerk te verkleinen, is het van belang om vraag en aanbod op elkaar aan te laten sluiten. Dit is zowel op lokaal als op regionaal niveau van belang. Bij lokale optimalisatie kan er gedacht worden aan het combineren van opwek met vraag. Op regionaal niveau is het vooral van belang om aan te sluiten op de bestaande energie-infrastructuur,

E N E R G I E S T R A T E G I E

/

R E S

R E G I O

A R N H E M

deze is vooral georiënteerd op de energievraag vanuit de gebouwde omgeving. Het is vanuit netefficiëntie wenselijk om de duurzame opwek in de buurt van de verdeelstations te plaatsen, dus in de gebouwde omgeving. In de praktijk is het zaak om de locatie van de opwek af te stemmen met de netbeheerder. Windparken en zonnevelden worden aangesloten op de beste plek in het netwerk. Dat is niet altijd direct in de omgeving van het project. De vermogens van windturbines en grote zonneparken passen bijvoorbeeld niet bij de energievraag van een kleinere kern. Hierdoor kan het voorkomen dat de opwek in een kleinere kern niet in eigen dorp of stad aangesloten wordt. Dit klinkt onwenselijk voor de duurzaamheidsambities in de eigen leefomgeving. Vanuit net­perspectief is het echter noodzakelijk. N I J M E G E N

/

M A A R T

2 0 2 1

4 3

4.3.7 Verhouding wind/zon In het verlengde van het aansluiten van vraag en aanbod is het ook van belang om de verhouding wind/ zon te optimaliseren. Een gezonde verhouding tussen zon en wind is van belang omdat zon en wind zelden gelijktijdig pieken. Indien zon en wind slim aangesloten worden kunnen zij met aanzienlijk minder investeringen en dus lagere maatschappelijke kosten, meer duurzame opwek genereren. Als zon en wind gecombineerd worden op eenzelfde aansluiting (cable pooling) dan is de efficiënte inrichting van het netwerk impliciet geregeld. De inpassing van zon op dak is nu gebaseerd op het potentieel van de daken, de bouwkundige geschiktheid en de inpassingsmogelijkheden op het net zijn nog niet onderzocht. Op basis van de netberekeningen werkt Liander aan praktische handreikingen voor het verbeteren van de afstemming tussen dakpotentieel en netinpassing.

R E S

1 . 0

/

R E G I O N A L E

Energiehub NEXTgarden

Energiehub InnoFase

Het warmtenet binnen het glastuinbouw­ gebied NEXTgarden bij Lingewaard wordt uitgebreid naar omliggende bedrijventerreinen en woningen. Duurzame warmtebronnen die hiervoor worden toegepast zijn Biogas van Groen Gas Gelderland (ongeveer 8 miljoen m3), een snoeihoutcentrale van tuinders (oplevering in voorjaar 2021) en grootschalige zon­thermie (besluitvorming verwacht in 2021). Ook wordt ter plaatse gewerkt aan de ont­wik­keling van Hoge Temparatuur Opslag als onderdeel van het Energy Storage Lab dat TNO in heel Nederland uitrolt.

Bedrijventerrein InnoFase rondom de AVR in Duiven is één van de drie genoemde kansrijke innovatieve energiehubs. InnoFase is onlangs uitgeroepen tot het duurzaamste bedrijventerrein van Nederland. De bedrijven op InnoFase richten zich op hergebruik van grond­stoffen en energie en hebben de ambitie om dit uit te bouwen. Vanuit de overheid en met medewerking van het bedrijfsleven is daarom het initiatief genomen om gezamenlijk onderzoek te doen naar koppelkansen voor waterstof, biogas, warmte en duurzame elektriciteit in de gehele keten van productie, conversie, opslag en afzet.

E N E R G I E S T R A T E G I E

/

R E S

R E G I O

A R N H E M

N I J M E G E N

/

M A A R T

2 0 2 1

4 4

R E S

1 . 0

/

R E G I O N A L E

E N E R G I E S T R A T E G I E

/

R E S

R E G I O

A R N H E M

N I J M E G E N

/

M A A R T

2 0 2 1

4 5

4.4 Toekomstperspectief elektriciteit, warmte en netwerk

Met de ontwikkeling van regionale zoekgebieden voor windturbines en zonnevelden en het benoemen van (boven)regionale warmteclusters spreekt uit deze RES 1.0 een duidelijke richting. Het vervolg is dat deze gebieden verder uitgewerkt gaan worden. We gaan zoeken naar exacte locaties voor windturbines en zonnevelden en maken afspraken over de benutting van de warmteclusters en de verdeling van die warmte. We zien twee belangrijke ontwikkelrichtingen voor het traject naar de RES 2.0:

4.4.2 Het gebied In het hoofdstuk ‘Integrale aanpak’ staat onze visie om de energietransitie zoveel mogelijk te koppelen aan andere opgaven in de regio. Binnen de RES 1.0 zijn diverse andere opgaven beschreven en waar mogelijk opgenomen. In de RES 2.0 start de grote uitdaging om de sectorale benadering om te buigen naar een gebiedsbenadering. Daarbij staat de ontwikkeling en versterking van een gebied centraal waarbinnen ruimte wordt gezocht voor windturbines, zonnevelden en regionale warmteoplossingen. De identiteit en mogelijkheden van het gebied zijn daarbij het uitgangspunt en niet de opgave van de energietransitie. We adviseren alle overheden in de regio om de RES 2.0 het startpunt te laten worden van deze integrale gebiedsprocessen. Betrek de inwoners en lokale stakeholders actief vanaf het eerste uur en stel aan de

voorkant samen spelregels op waar alle betrokkenen zich in kunnen vinden. Op die manier ontstaat er kwalitatief en kwantitatief profijt voor de woon- en leefomgeving. Als hulpmiddel bij het opstarten van gebiedsproces­ sen komen er vanuit de RES ‘gebiedspaspoorten’ beschikbaar waarin per zoekgebied alle RES-infor­matie is opgenomen. Deze paspoorten zijn bedoeld als levende documenten waarin nieuwe inzichten continu verwerkt worden. De bedoeling is om dit onder te brengen bij de Groene Metropoolregio en niet te beperken tot de RES alleen. In de pas­poor­ten wordt de koppeling met andere opgaven benoemd maar ook andere relevante aspecten van de ontwikkeling. De eerste opzet van deze gebiedspaspoorten wordt in de periode maart tot en met juli 2021 opgesteld en zal niet direct compleet zijn.

4.4.1 Het energiesysteem De ontwikkeling van zoekgebieden elektriciteit en warmteclusters richting concrete projecten zal gebeuren door vanuit het bredere energiesysteem te kijken. Een goede match van de uitvoeringsplanning van de duurzame projecten en die van Liander is daarbij essentieel. We zien nu al dat de onbalans op het elektriciteitsnetwerk en op een deel van het toekomstige warmtenetwerk, een grote uitdaging wordt. Opslag met behulp van diverse energiedragers (zoals accu’s, geothermie of waterstof) is nodig om deze onbalans op te lossen. Dit gaat alleen slagen als we de opslag volledig integreren met de vraag vanuit de verschillende sectoren. Daarom is het van belang om bij de uitwerking van de zoekgebieden en clusters nu al na te denken over toekomstige oplossingen van opslag, zodat de systemen niet als losse delen worden ontwikkeld terwijl ze elkaar hard nodig gaan hebben.

R E S

1 . 0

/

R E G I O N A L E

E N E R G I E S T R A T E G I E

/

R E S

R E G I O

A R N H E M

N I J M E G E N

/

M A A R T

2 0 2 1

4 6

5. DRAAGVLAK

5. DRAAGVLAK

Iedereen in Regio Arnhem Nijmegen krijgt met de RES te maken. Daarom Opleg­notitie

is het belangrijk dat alle partijen betrokken worden. Bestuurders, volks­ vertegenwoordigers en ambtenaren, maar zeker ook maatschappelijke en

Reactienota

natuur­organisaties, het bedrijfsleven, agra­riërs en landeigenaren, energie­ coöperaties, inwoners en specifiek jongeren. Het uitgangspunt uit de RES-Startnotitie ‘Van, voor en door de regio’ is op de volgende wijze doorvertaald in het proces.

5.1 Bestuurlijk draagvlak 5.1.1 Vastgesteld concept bod en wensen & bedenkingen

Voorlopig concept bod

Voor de RES 1.0 verschenen eerst het voor­lopig concept bod (juni 2020) en het concept bod (september 2020). In het najaar van 2020 hebben de gemeenten, waterschappen en de provincie de het concept bod met bijbehorende reactienota unaniem vastgesteld. De reactienota kwam als volgt tot stand. Voorafgaand aan het concept bod is op 5 juni 2020 het voorlopig concept bod aangeboden aan de diverse deelnemende

R E S

1 . 0

/

R E G I O N A L E

partijen binnen Regio Arnhem Nijmegen. De reacties zijn samengevat in een oplegnotitie. Deze oplegnotitie maakt onderdeel uit van het concept bod dat op 1 oktober 2020 is ingediend bij NPRES. In het proces naar het opstellen van de RES 1.0 is door de werkorganisatie – in overleg met betrokkenen – een reactienota opgesteld, daarin wordt antwoord gegeven op alle in de oplegnotitie geuite wensen en bedenkingen. De reactienota maakt onderdeel uit van deze RES 1.0 die wordt vastgesteld door de volksvertegenwoordigers.

5.1.2 Interactief samenspel Deze RES is van zestien gemeenten, drie waterschappen en de provincie Gelderland. In de werkorganisatie zijn medewerkers vanuit de betrokken partners gedetacheerd. Zij hebben als taak het proces te organiseren. De Regiegroep (een afvaardiging van de gemeenten, provincie, waterschappen en Liander) is opdrachtgever van de RES en legt besluiten voor aan alle betrokken bestuurders in het Portefeuillehouders overleg Duurzaamheid (PFO-D). De leden van het PFO-D keuren documenten goed om voor te leggen aan de volksvertegenwoordigers (de colleges, de gemeenteraden, Gedeputeerde Staten en de algemene besturen van de waterschappen) voor besluitvorming. Naast de samenwerkende overheidspartijen is een grote, diverse groep van 500 stakeholders intensief betrokken bij het opstellen van RES 1.0 via een intensief participatie- en communicatietraject.

E N E R G I E S T R A T E G I E

/

R E S

R E G I O

A R N H E M

5.1.3 Gezamenlijk regionaal proces Het opstellen van de RES is een gezamenlijk regionaal proces dat alle betrokken partijen met elkaar aangaan. In het najaar van 2019 is de Startnotitie RES Regio Arnhem Nijmegen door alle gemeenteraden, Provinciale Staten en de algemene besturen van de waterschappen vastgesteld. In deze startnotitie zijn de uitgangspunten en afspraken vastgelegd voor het gezamenlijke proces. Tevens zijn hierin afspraken gemaakt over de opgave, het proces, de op te leveren resultaten, de uitgangspunten en ‘spelregels’ die we hanteren en de planning en besluitvorming. In de paragraaf ‘Integraliteit in ons proces’, is goed te zien welke stappen zijn gezet op het gebied van bestuurlijke besluitvorming, vanaf de Startnotitie tot een bestuurlijk gedragen RES 1.0. Daarnaast hebben tijdens dit proces individuele maatwerkgesprekken op ambtelijk- en bestuurlijk niveau plaatsgevonden met alle gemeenten, waterschappen en de provincie. Bij het opstellen van de RES 1.0 hanteren we als uitgangspunt consensus. Mocht volledige consensus (unanimiteit) onverhoopt niet lukken, dan vraagt de regio de provincie – in lijn met de beginselen van het ‘Huis van Thorbecke’ – om het voortouw te nemen via het goede gesprek de partners in de regio alsnog te bewegen om samen tot een RES en een daarbij behorend definitief bod te komen.

Dit betekent dat de provincie haar rol richting haar partners zal pakken.

N I J M E G E N

/

M A A R T

2 0 2 1

4 8

5.1.4 Bestuurlijk proces vaststelling RES 1.0 De RES 1.0 is begin maart 2021 via het PFO Duurzaamheid aangeboden aan de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten, Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland en het dagelijks bestuur van de waterschappen met het verzoek deze ter besluitvorming voor te leggen aan de volksvertegenwoordigers. De volksvertegenwoordigers nemen uiterlijk 15 juni 2021 een besluit over de RES 1.0. Alle reacties hierop zullen worden verzameld en worden meegezonden bij het indienen van de RES 1.0 bij NPRES. Deze reacties worden verwerkt in het proces naar de RES 2.0.

5.1.5 Toekomstperspectief bestuurlijk draagvlak Nieuwe bestuurlijke samenwerking: Groene Metropool Regio De regio werkt aan een nieuwe versterkte samenwerking. 1 januari 2021 is een Gemeenschappelijke Regeling voor de nieuwe Groene Metropoolregio van kracht gegaan. Daarin werken 18 gemeenten samen; het draagvlak is groot. De visie van de regio en bijbehorende regionale investeringsagenda worden in 2021 uitgewerkt. De RES maakt daar onderdeel van uit, namelijk in de opgave Circulaire Regio. Samen met de provincie en The Economic Board wordt toegewerkt naar een bestuursakkoord waarin de afspraken en ambities worden vastgelegd. Op 7 april 2021 wordt hierover een besluit genomen. De gemeenteraden kiezen ieder voor zich aan welke opgave van de Groene Metropool zij deelnemen. Mochten gemeenteraden niet voor de opgave Circulaire Regio kiezen, dan zullen er additief afspraken gemaakt

R E S

1 . 0

/

R E G I O N A L E

moeten worden over regionale besluitvorming ten aanzien van de RES gemaakt aangezien de RES een Rijksopdracht is voor alle gemeenten. Solidariteit onderling De realisatie van de opgave is binnen de regio niet gelijkwaardig over de gemeenten verdeeld. Niet alle gemeenten hebben evenveel mogelijkheden voor grootschalige opwek. In het geval van een niet evenredige lastenverdeling als gevolg van de duurzame energieproductie in het kader van de RES, zoeken we naar mogelijkheden om de lusten en de lasten onderling te compenseren. In het traject naar de RES 1.0 is gestart met een eerste verkenningsronde langs gemeenten. De regiogemeenten zijn het erover eens dat er afspraken gemaakt moeten worden over de lusten- en lastenverdeling in de RES. Dit moet echter zorgvuldig gebeuren. De afgelopen maanden was daar niet voldoende tijd en ruimte voor. In het traject naar de RES 2.0 zet de regio het gesprek hierover voort. Daarbij kiest de regio een positieve insteek: hoe kunnen gemeenten elkaar helpen bij deze complexe opgave? Bijvoorbeeld door het beschikbaar stellen van capaciteit en/of kennis door de gemeenten Arnhem en Nijmegen voor gemeenten die qua capaciteit en/of expertise in de knel komen met de uitvoering van de RES. Ook is een (regionaal) omgevingsfonds een mogelijkheid.

De ongelijke verdeling van realisatie van plannen zal de komende jaren in de regio ook vanuit andere disciplines komen. De uitvoering van de verstedelijkingsstrategie zal straks, bijvoorbeeld ruimteclaims

E N E R G I E S T R A T E G I E

/

R E S

R E G I O

A R N H E M

brengen die van invloed zijn op het landschap en de natuur. Daarmee ontstaat een compleet integraal plaa tje van ruimteclaims en kan een meer complete afweging gemaakt worden welke gemeente op welke wijze het best geholpen kan worden. Wij vragen de Groene Metropoolregio om vanuit deze integrale benadering te werken om tot samenwerkings­afspraken te komen. Deze nadere uitwerking behelst naast de inhoudelijke verkenning tevens het maken van de afweging voor de wijze van besluitvorming via de GR van de Groene Metropool danwel via alle gemeenteraden afzonderlijk. Voorgaande leidt tot de volgende afspraak voor de toekomst:

6 De afspraken over solidariteit tussen gemeenten onderling en de verdere uitwerking hiervan worden, samen met de uitvoering van RES 1.0, overgedragen aan de (nieuwe) regionale samenwerking binnen de Groene Metropoolregio. De volledige lijst met afspraken staat in hoofdstuk ‘Ons bod’. Op nationaal niveau vindt er ook een verkenning plaats naar de verdeling van lusten en lasten. Deze kan goede voorbeelden en creatieve oplossingen opleveren die de regio kunnen helpen. Doorwerking RES in omgevingsbeleid en vergunningen De Handreiking RES en de Routeplanner RES gaan ervan uit dat de RES op enig moment wordt geborgd in het Omgevingswet-instrumentarium. Regio’s zijn

N I J M E G E N

/

M A A R T

2 0 2 1

4 9

Handreiking RES

RES en Omgevingswet

vrij om zelf keuzes te maken over de wijze van borging. Het proces en de besluitvorming van de RES is de eerste stap van de beleidsvoorbereiding. Dat moet daarom in ieder geval passen in de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Welke keuze maken we vanuit Regio Arnhem Nijmegen over de borging van keuze locaties en concrete projecten vanuit de RES 1.0 naar een RES 2.0? Deze keuze is bepalend voor de voorbereiding, de inhoudelijke vereisten (bijvoorbeeld op het gebied van participatie en inspraak) en het proces van totstandkoming van RES 2.0. Uiteindelijke doel

atelier stakeholderintermezzo

PFO duurzaamheid

is vergunningverlening voor de energieprojecten uiterlijk op 1 januari 2025 om realisatie voor 2030 mogelijk te maken. Daarom zal over deze keuze in de periode van RES 1.0 naar RES 2.0 door de deelnemende overheden een besluit genomen moeten worden. MER Een breed gedeeld uitgangspunt is dat de RES 1.0 een strategisch document is en formeel geen omgevingsrechtelijk besluit, zoals een regionale structuurvisie of een regionaal omgevingsprogramma dat wel zijn. De MER-verplichting is er bij de RES wettelijk gezien dus ook niet. Daarom heeft onderzoeksbureau Berenschot onderzocht of het noodzakelijk is om een strategie te bepalen over de inzet van MER voor RES 1.0 en RES 2.0. Berenschot heeft voor vier Gelderse RES-regio’s een voortoets uitgevoerd op de voorliggende concept-RES’en.

bestuurlijk intermezzo

•

Beleidsbeperkingen en landschap vormen een belangrijke basis onder het analyse- en ontwerpproces van het concept bod; Het concept bod heeft beperkt aandacht voor milieueffecten; Transparantie en navolgbaarheid is een belangrijk aandachtspunt en behoeft verbetering.

Aanbevelingen voor het vervolgproces:

klimaatberaad

Bepaal welke gebiedsafbakening het best werkt en hoe met regio-overstijgende effecten om te gaan.

In de RES 2.0 worden nadere afspraken gemaakt over borging in lokale omgevingsplannen of regionale omgevingsverordeningen en volgt daaruit de in te zetten strategie voor de m.e.r. Bovenstaande leidt tot de volgende afspraken voor de toekomst:

7 In het ontwikkeltraject RES 2.0 worden nadere afspraken gemaakt over borging van de RES. In een lokaal omgevingsplan of een regionale borging in de provinciale omgevingsverordening stellen we gezamenlijk een plan op om de MERaspecten nader in beeld te krijgen.

8 De vastgestelde RES 1.0 vormt voor alle •

•

regiegroep

•

• •

Bepaal een strategie over inzet MER-instrumentarium; Organiseer een transparant proces;

bestuurlijke partijen een van de uitgangspunten voor de nader uit te werken omgevingsvisies, de warmtevisies /TVW en de wijk- en omgevingsplannen. De energietransitie is complex en we moeten tempo (blijven) maken. Daarom accepteren we dat, doordat projecten en initiatieven soms vóórlopen op deze plannen of anders dan beoogd verlopen, gemeenten in de praktijk onderling verschillen in aanpak en tempo. De volledige lijst met afspraken staat in hoofdstuk ‘Ons bod’.

Stakeholders, bestuurders en ambtenaren kijken ombeurten naar de RES-opgaven.

R E S

1 . 0

/

R E G I O N A L E

E N E R G I E S T R A T E G I E

/

R E S

R E G I O

A R N H E M

N I J M E G E N

/

M A A R T

2 0 2 1

5 0

R E S

1 . 0

/

R E G I O N A L E

E N E R G I E S T R A T E G I E

/

R E S

R E G I O

A R N H E M

N I J M E G E N

/

M A A R T

2 0 2 1

5 1

5.2 Maatschappelijk draagvlak

5.2.2

5.2.1 Het participatieveld voor RES 1.0 en verder Deze paragraaf maakt helder wie voor wat, wanneer aan zet is op het gebied van de participatie over de energietransitie voor Regio Arnhem Nijmegen. Het maakt het speelveld inzichtelijk: wanneer en binnen welke kaders praten stakeholders en inwoners mee? Een helder speelveld zorgt voor vertrouwen in een zinvolle bijdrage aan het participatietraject. In samenwerking met de participatietafel, welke in de volgende paragraaf toegelicht wordt, is aan de hand van een omgevingsanalyse het speelveld voor participatie in de RES 1.0 in kaart gebracht. Dit speelveld geeft aan welke partijen betrokken zijn, in welke ‘Ring van invloed’ zij nu zitten en wat de ideale ring is voor een succesvol participatietraject. Zie afbeelding op pagina 53.

•

Inwoners gaan van ‘meeweten’ naar ‘meedenken’. Dit betekent dat ze richting RES 2.0 betrokken gaan worden met passende participatievormen zoals een burgerpanel, burgerberaad en op maat gemaakte gebiedsgerichte participatieprocessen. Verschillende partijen binnen de groep van 500 maatschappelijke organisaties en bedrijven hebben aangegeven actiever mee te willen werken aan het participatieproces binnen de RES. Ze verschuiven dus van adviseren naar meewerken. De Participatietafel is hiervoor de plek.

R E S

1 . 0

/

R E G I O N A L E

Meer over de partici­ patietafel

5.2.3 Lokale participatie met inwoners

Binnen dit speelveld is een aantal verschuivingen nodig ten opzichte van de manier waarop partijen tot nu toe betrokken waren. Dit wordt ook aangegeven door de pijlen in de illustratie: •

Participatietafel

Het betrekken van inwoners en maatschappe­lijke organisaties is complex. Daarom is een ‘Participatietafel’ opgezet. Deelnemers aan deze tafel zijn afkomstig van onder andere energiecoöperaties, initiatiefnemers, gemeenten en inwoner- natuur en landbouworganisaties. Ook Jong RES neemt deel. De participatietafel denkt mee en adviseert over participatie in de brede zin van het woord en deelt kennis en inzichten over belangen en motieven. De participatietafel zal zich ontwikkelen en blijft adviseren zolang nodig.

•

Jongeren gaan van meedenken naar meewerken. Jong RES is inmiddels als partner van de participatietafel aangeschoven. Via Jong RES wordt de stem, mening en houding van jongeren ingebracht, want deze is anders dan die van de brede groep inwoners van de regio. Jong RES denkt en werkt nu mee vanaf de eerste rij en praat mee in de regionale bijeenkomsten.

E N E R G I E S T R A T E G I E

/

R E S

R E G I O

A R N H E M

Participatie bij concrete gebieden en locaties vraagt om lokaal maatwerk. Elke gemeente pakt participatie op vanuit het eigen beleid en ‘spelregels’. De zoekgebieden in de RES 1.0 komen grotendeels voort uit een lokaal traject waar inwoners bij betrokken zijn geweest. In de meeste gemeenten waren inwoners ook betrokken bij de totstandkoming van het lokale beleid voor zon en wind. Gemeenten hebben hiervoor in de afgelopen jaren onder andere bijeenkomsten en burgerpanels georganiseerd om de mening van inwoners te horen. Dit is in lijn met het advies van de participatietafel naar aanleiding van het concept bod: borg participatie in lokaal beleid en biedt de mogelijkheid tot maatwerk.

N I J M E G E N

/

M A A R T

2 0 2 1

5 2

Voor­ beelden

RINGEN VAN INVLOED

R E S

1 . 0

/

R E G I O N A L E

E N E R G I E S T R A T E G I E

/

R E S

R E G I O

A R N H E M

N I J M E G E N

/

M A A R T

2 0 2 1

5 3

5.2.4 Regionale participatie met stakeholders en gemeenten

MAATSCHAPPELIJK DRAAGVLAK, SPEELVELD REGIONAAL/LOKAAL

Bij de ontwikkeling en het ruimtelijke ontwerptraject om tot de zoekgebieden voor zon en windprojecten te komen, heeft participatie een belangrijke rol gespeeld. Zoals beschreven zijn alle harde- en zachte restricties goed meegenomen en waren experts op gebied van ruimtelijke kwaliteit nauw betrokken. Tijdens de regionale ontwerpateliers sloten vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties, energiecoöperaties, bedrijven en gemeenten aan om als regio samen de inhoud van RES 1.0 vorm te geven. Stakeholderintermezzo’s zorgden voor geïnformeerde, aangehaakte partijen (inmiddels meer dan 500) en inspiratie om mee verder te gaan. De participatietafel vervulde haar rol door vanuit verschillende hoeken visies over participatie te delen. Ten slotte is ook dit document ter review voorgelegd aan verschillende partijen. Hun feedback is in de tekst verwerkt en in de digitale omgeving vindt u een aantal bespiegelingen van deze partijen op de RES 1.0. Op deze wijze blijft het stuk van, voor en door de regio! In het schema rechts staat een overzicht van de participatieactiviteiten op lokaal en regionaal niveau. Vanaf de Startnotitie voor RES tot aan het 1 juli 2021, het moment waarop de RES 1.0 bij het Rijk wordt ingediend.

5.2.5 Financiële participatie en minimaal 50% lokaal eigendom Toelichting participatie­ vormen

Gedurende het traject is er onderscheid gemaakt tussen procesparticipatie (het betrekken van inwoners en andere belanghebbenden bij het maken van plannen en creëren van urgentie voor de R E S

1 . 0

/

R E G I O N A L E

energietransitie) en projectparticipatie (het betrekken van inwoners en andere belanghebbenden bij energie­projecten). In het laatste geval spelen financiële participatie en het teruggeven van waarde aan de directe omgeving een belangrijke rol. In het klimaatakkoord is afgesproken dat voor windturbines en zonnevelden gestreefd wordt naar 50% medeeigenaarschap van inwoners. Dat onderstrepen we in Regio Arnhem Nijmegen.

E N E R G I E S T R A T E G I E

/

R E S

R E G I O

A R N H E M

VEELGESTELDE VRAGEN: > > >

Wie maken de RES? Wanneer kan ik nog meepraten? Wat heb ik aan die windmolens en zonnevelden? Krijg ik er ook iets voor terug?

N I J M E G E N

/

M A A R T

2 0 2 1

5 4

Visie op de RES 1.0 van de energiecoöperaties

In alle 16 gemeenten in de RES Regio Arnhem Nijmegen zijn energiecoöperaties actief. Hierin komen enthousiaste bewoners bijeen om samen zon- en/of windprojecten te ontwikkelen en realiseren. Voor zo’n 0,252 TWh opbrengst per jaar zijn er al projecten gerealiseerd of zitten die in de pijplijn. Voor 0,174 TWh zijn er ideeën in voorbereiding. Dit is bij elkaar een kwart van de 1,62 TWh ambitie van de RES.” Energiecoöperaties RES Regio Arnhem Nijmegen

Mede-eigenaarschap is een van de mogelijke uitkomsten van een zorgvuldig participatieproces met de omgeving. Financiële participatie, een omgevingsfonds en een omwonendenregeling zijn andere mogelijke vormen. In de participatiewaaier van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE) www.nvde.nl staan deze vormen verder toegelicht. Energiecoöperaties spelen een belangrijke rol in het realiseren van lokaal eigendom. In Regio Arnhem Nijmegen zijn coöperaties inmiddels goed voor de invulling van een kwart van de regionale energieambitie. Zij hebben hiermee uitgebreide ervaring die waardevol is voor de RES, nu en in de toekomst. Om dit lokaal eigendom mogelijk te maken is het nodig dat gemeenten zorgvuldig omgaan met het maken van afspraken met initiatiefnemers van zonnevelden en windparken. Hiervoor zijn meerdere instrumenten beschikbaar, waaronder het instrument ‘maatschappelijke tender’. Deze wordt op verschillende plekken al ingezet in de regio. Energie Samen werkt vanuit het GEA (ondersteund door NPRES en provincie) aan richtlijnen voor gemeenten voor het uitzetten van

R E S

1 . 0

/

R E G I O N A L E

zo’n tender. Deze manier van aanbesteden zorgt ervoor dat inwoners voldoende mee kunnen profiteren van de winst die gemaakt wordt. In de RES 1.0 spreken we af dat we investeren in gebiedscompensaties en gebiedsversterking (ruimtelijke afspraak 16). Samen met de Participatiecoalitie en energiecoöperaties helpt de RES-werkorganisatie gemeenten om dit, voor zover dit nog niet gebeurd is, goed in hun beleid vast te leggen en uit te voeren.

5.2.6 Jongeren & de RES In de RES nemen we beslissingen die van grote invloed zijn op de toekomst van jongeren in onze regio. Zij zullen het meeste merken van de veranderingen in het landschap en de leefomgevingen en tevens van de toekomstige maatschappelijke kosten die voornamelijk op die generatie worden verhaald. Andersom: ook als wij nu geen beslissingen nemen ten behoeve van de energietransitie, heeft dat grote impact op de wereld waarin zij straks leven. Daarom zijn zij een belangrijke stakeholder. Hun stem is cruciaal bij het ontwerpen en aanscherpen van de plannen en de uitvoering in de komende jaren. Jongeren zijn aangehaakt bij de RES via Jong RES. Jong RES is vertegenwoordigd aan de participatietafel en is

E N E R G I E S T R A T E G I E

/

R E S

R E G I O

A R N H E M

aanwezig bij stakeholderintermezzo’s. Richting RES 2.0 zal de stem van Jong RES goed gehoord blijven worden. Tevens zal jongerenparticipatie een grotere rol gaan spelen op zowel lokaal als regionaal niveau. Eind 2020 werd in samenwerking tussen NPRES en Jong RES de jongeren enquête over de houding en belangen van jongeren in Nederland en de regio gepresenteerd. Hieruit bleek dat de stem van jongeren overtuigend een positieve houding hebben tegenover het opwekken van meer duurzame energie. 93% van de jongeren uit Regio Arnhem Nijmegen vindt het positief dat er steeds meer duurzame energie wordt gebruikt in Nederland. Bijna 70% van de jongvolwassenen is dan ook (heel erg) geïnteresseerd in duurzame energie en 58% voelt zichzelf (deels) verantwoordelijk om mee te denken over toekomstig energieverbruik. Ook over de technieken, windturbines en zonnevelden, zijn ze positief gestemd: het aanleggen van zonnevelden én windturbines in de eigen woonplaats vindt ruim 70% een (heel erg) goed idee. Dit steekt hoog uit boven de resultaten van de enquête onder de brede bevolking van de regio. Daar vond 40% het (helemaal) geen probleem om windturbines in de buurt te hebben.

N I J M E G E N

/

M A A R T

2 0 2 1

5 5

INWONERS (18+) OVER DUURZAME ENERGIE 3% 1%

3%

heel belangrijk belangrijk

9%

5%

} 84%

helemaal geen probleem 13%

neutraal 41%

10%

geen probleem

} 40%

helemaal geen probleem geen probleem

15%

9%

neutraal

niet zo belangrijk 30%

17%

} 52%

neutraal

een beetje een probleem

helemaal niet belangrijk geen mening

4%

een beetje een probleem

14%

een groot probleem

een groot probleem

geen mening

geen mening 37% 21%

43%

Conclusies onderzoek brede bevolking

27%

84% van de inwoners van Regio Arnhem Nijmegen vindt

het belangrijk om duurzamer gebruik te maken van energie.

40%

52%

van de inwoners van Regio Arnhem Nijmegen heeft geen probleem met windmolens bij hun in de buurt.

van de inwoners van Regio Arnhem Nijmegen vindt een zonnepark aan de rand van de eigen woonwijk geen probleem

JONGEREN (12-30 JAAR) OVER DUURZAME ENERGIE Mening over duurzame energiebronnen in eigen woonplaats

93% van de jongeren vindt het positief dat er steeds meer duurzame energie wordt gebruikt in Nederland. In heel Nederland geldt dit voor 89%.

Conclusies jongerenonderzoek 72%

73%

95%

In Regio Arnhem Nijmegen vindt 55% van de jongeren het (heel erg) goed als er windmolens worden bijgeplaatst in hun woonplaats.

9%

Dit geldt voor 49% van de tieners en 59% van de

16%

1 . 0

/

R E G I O N A L E

E N E R G I E S T R A T E G I E

neutraal (helemaal) niet goed

10%

jongvolwassenen in de regio. R E S

(heel erg) goed

16%

Zonnepanelen op daken

/

R E S

R E G I O

A R N H E M

Zonnepaneelvelden

N I J M E G E N

/

weet niet

Windmolens

M A A R T

2 0 2 1

5 6

5.2.7 Betrekken van raadsleden Raadsleden zijn via meerdere wegen bij de RES betrokken. Heel direct via hun aanwezigheid in de stakeholderintermezzo’s en natuurlijk hun doorslaggevende rol in de besluitvorming. Tevens is er, om raadsleden goed aangehaakt te houden, regelmatig contact met de griffierskringen Noord en Zuid. Zo kunnen de griffiers input leveren voor bijvoorbeeld plannen, het scherp houden van de raden, welke behoeftes zij hebben en welke onderwerpen van belang zijn voor stakeholderintermezzo’s. Ook worden raadsleden voorzien van informatie via toelichtingen van vertegenwoordigers van de werkorganisatie tijdens raadsvergaderingen, webinars en nieuwsbrieven.

5.2.8 Toekomstperspectief participatie en maatschappelijk draagvlak In de RES 1.0 is de verhouding tussen zonne-energie en windenergie verbeterd en zijn er voorstellen voor verkenningsgebieden extra windturbines bijgekomen. Daarnaast liggen er regionale richtinggevende afspraken voor het ruimtelijk inpassen van hernieuwbare energie. Met name ruimtelijke afspraak 16 is voor participatie van belang: “Combineer ontwikkeling van windturbines en zonnevelden altijd met de ruimtelijke kwaliteit en samenhang van het totale gebied. Houd rekening met het gebruik door lokale partijen, stakeholders en inwoners.” Dit betekent dat participatie met inwoners de komende tijd nog belangrijker wordt.

R E S

1 . 0

/

R E G I O N A L E

Er moet samen goed afgesproken worden welke ruimte inwoners hebben om te participeren. Hoe eerder afspraken worden gemaakt, hoe beter het is voor het maatschappelijk draagvlak. Vanaf nu verschuift de focus van de zoekgebieden naar de locaties en projecten. Het wordt steeds concreter. Bij zoekgebieden hadden we het nog over gebieden waar projecten kunnen komen, vanaf nu gaat het steeds vaker over specifieke locaties waar projecten ontwikkeld gaan worden. Het is nu zaak om naast de direct omwonenden in de omgeving ook de zwijgende middengroep zich te laten uitspreken. Hier staan opnieuw de gemeenten aan de lat maar nu dus ook vanuit een bovenlokaal of regionaal perspectief. Bij de start van de volgende fase zal het gesprek gevoerd worden met de gemeenten binnen de regio. Het doel is om scherp te krijgen welke rol er vanuit de RES gespeeld gaat worden in de participatietrajecten rondom de projecten. Afhankelijk van de rol en de specifieke situatie zal vervolgens bekeken worden welke middelen het best ingezet kunnen worden bij het concreet vormgeven van het participatietraject. Zo zou het kunnen gebeuren dat de Factor-C methodiek met de ringen van invloed ook op projectniveau gaat worden ingezet. Of dat gekozen wordt om Swipocratie of een ander middel in te zetten.

Tevens zal nagedacht worden hoe waardevolle ervaring van elders (in de regio) meegenomen kan worden, zodat het wiel niet steeds opnieuw hoeft te worden uitgevonden.

E N E R G I E S T R A T E G I E

/

R E S

R E G I O

A R N H E M

N I J M E G E N

/

M A A R T

2 0 2 1

5 7

We maken voor participatie de volgende afspraken voor de toekomst:

23 We organiseren bijeenkomsten voor ambtenaren en volksvertegenwoordigers om kennis te blijven delen. We delen goede voorbeelden in onze regio.

19 Bij de RES 1.0 is helder wie waarvoor en wanneer aan zet is voor de participatie over de energietransitie in Regio Arnhem Nijmegen. We zorgen voor een transparant speelveld. Stakeholders en inwoners weten zo wanneer en binnen welke kaders ze mee kunnen praten.

20. We borgen met de participatiestrategie dat de energietransitie in Regio Arnhem Nijmegen zoveel mogelijk ten goede komt aan de inwoners van de regio. We streven naar minimaal 50% eigendom en zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. We houden ook zoveel mogelijk rekening met gezondheidsaspecten, wegen milieu-effecten zorgvuldig af en zorgen dat natuurwaarden zoveel mogelijk behouden blijven.

21 We delen en faciliteren informatie in

24 We zorgen ervoor dat iedereen in de regio (financieel en/of maatschappelijk) voordeel kan halen uit de plannen. Dat doen we bijvoorbeeld door gemeenten te helpen met het opzetten van maatschappelijke tenders.

25 Voor het einde van 2021 hebben alle gemeenten

Het is goed dat de ambitie van 50% lokaal eigenaarschap in de RES 1.0 is opgenomen. We vragen aandacht voor een geschikt model met de mogelijkheid voor jongeren om hieraan mee te doen.

een Transitievisie Warmte opgesteld. We onder­ zoeken de participatieaanpakken in deze visies en adviseren bestuurders over participatie in het warmtespoor.

Visie op RES 1.0 van Jong RES

Jong RES

26 Jongeren worden op lokaal en regionaal niveau betrokken bij het meedenken en uitvoeren van plannen.

27 We gaan de rol van de ‘participatietafel’ nog

relatie tot de energietransitie zo zorgvuldig mogelijk met stakeholders, ambtenaren, volksvertegenwoordigers en inwoners, zoals over de effecten op de gezondheid van geluid van windturbines, financiële voordelen voor inwoners, en behoud van biodiversiteit.

scherper invullen. Die kan dan nog meer in de rol groeien zoals in de doelstelling is omschreven.

28 Op weg naar de RES 2.0 streven we ernaar om het betrekken van raadsleden ook op regionaal niveau te organiseren.

22 Om gemeenten te ondersteunen voeren we (bovenlokale) duo-gesprekken over het verder uitwerken van gebiedsgerichte participatie en lokaal eigendom. Hierin denken we ook samen na over hoe de participatie voor jongeren ingericht kan worden.

R E S

1 . 0

/

R E G I O N A L E

De volledige lijst met afspraken staat in hoofdstuk ‘Ons bod’.

E N E R G I E S T R A T E G I E

/

R E S

R E G I O

A R N H E M

N I J M E G E N

/

M A A R T

2 0 2 1

5 8

R E S

1 . 0

/

R E G I O N A L E

E N E R G I E S T R A T E G I E

/

R E S

R E G I O

A R N H E M

N I J M E G E N

/

M A A R T

2 0 2 1

5 9

6. UITGELEIDE

Met de RES 1.0 ligt er een duidelijke koers voor de energie­ transitie in Regio Arnhem Nijmegen, als het gaat om grootschalige opwek van elektriciteit uit zon en wind, het gebruik van regionale warmtebronnen en het bij­ behorende participatietraject. Deze RES werd gemaakt in een intensief traject met stakeholders en bestuurders. Dat geeft vertrouwen in de stappen die hierna gaan volgen. De plannen worden voortdurend aangescherpt en we worden steeds concreter. Dat is nodig, want al in 2030 willen we de CO2-uitstoot met 55% hebben teruggebracht. Zoals telkens aangegeven: de RES is een doorlopend proces. Bij elke nieuwe versie nemen we inzichten en feedback mee. Reacties zijn altijd welkom via res@regioan.nl

Reacties

In de online omgeving vindt u diverse reacties op de eerdere versie van de RES en op deze RES 1.0.

Arnhem Nijmegen

1 Bijlage Reactienotitie Wensen en bedenkingen plus antwoorden

Reactienota bij RES 1.0: Wensen & bedenkingen + antwoorden

1

Reactienota behorende bij bod 1.0 RES Regio Arnhem Nijmegen dd. 3 maart 2021

Inhoudsopgave 1. Doel, aanleiding en proces.................................................................................................................................................................................. 4 1.1 Gezamenlijk regionaal proces ....................................................................................................................................................................... 4 1.2 Uitgangspunt consensus ............................................................................................................................................................................... 4 1.3 Aanleiding...................................................................................................................................................................................................... 4 1.4 Vervolg........................................................................................................................................................................................................... 4 1.5 Proces wensen en bedenkingen..................................................................................................................................................................... 5 2.

Reactie per thema.............................................................................................................................................................................................. 7 2.1 Elektriciteit .................................................................................................................................................................................................... 7 2.2 Warmte ........................................................................................................................................................................................................ 12 2.3 Participatie .................................................................................................................................................................................................. 15 2.4 Bestuurlijke besluitvorming ......................................................................................................................................................................... 18 2.5 Algemeen .................................................................................................................................................................................................... 21 3.

Ontvangen reacties .......................................................................................................................................................................................... 24 3.1 Gemeente Arnhem ....................................................................................................................................................................................... 24 3.2 Gemeente Berg en Dal .................................................................................................................................................................................. 24 3.3 Gemeente Beuningen ................................................................................................................................................................................... 25 3.4 Gemeente Doesburg ..................................................................................................................................................................................... 25 2

3.5 Gemeente Druten ........................................................................................................................................................................................ 26 3.6 Gemeente Duiven ........................................................................................................................................................................................ 26 3.7 Gemeente Heumen ....................................................................................................................................................................................... 27 3.8 Gemeente Lingewaard .................................................................................................................................................................................. 27 3.9 Gemeente Nijmegen ..................................................................................................................................................................................... 28 3.10 Gemeente Overbetuwe ...............................................................................................................................................................................

30 3.11 Gemeente Renkum ...................................................................................................................................................................................... 31 3.12 Gemeente Rheden ....................................................................................................................................................................................... 31 3.13 Gemeente Rozendaal ................................................................................................................................................................................... 32 3.14 Gemeente Westervoort ............................................................................................................................................................................... 32 3.15 Gemeente Wijchen ….................................................................. ................................................................................................................. 33 3.16 Gemeente Zevenaar .....................................................................................................................................................................................

34 3.17 Provincie Gelderland …................................................................................................................................................................................. 34

3

1. Doel, aanleiding en proces In maart 2020 is het conceptbod RES Regio Arnhem Nijmegen aangeboden aan de diverse deelnemende partijen binnen de RES Regio Arnhem Nijmegen. Dit concept bod is unaniem vastgesteld. Hierbij is afgesproken om de diverse reacties van onder meer de colleges, raden en stakeholders voor te leggen aan de leden van het PFO Duurzaamheid en onderdeel te laten zijn van het regionale bod in RES 1.0. De reacties zijn samengevat in de oplegnotitie van september 2020. Deze reactienota geeft de reactie weer van de Werkorganisatie Regio Arnhem Nijmegen op alle wensen en bedenkingen op het voorlopig concept bod RES Regio Arnhem Nijmegen, zoals in de oplegnotitie behorende bij het concept bod zijn gebundeld. 1.1 Gezamenlijk regionaal proces In de in 2019 vastgestelde startnotitie zijn de uitgangspunten en afspraken vastgelegd voor het gezamenlijke proces richting RES 1.0. Tevens zijn hierin afspraken gemaakt over de opgave, het proces, de op te leveren resultaten, de uitgangspunten en ‘spelregels’ die we hanteren, de planning en besluitvorming. In juni 2020 is ook het vervolg, het voorlopig concept bod, unaniem vastgesteld. Het RES 1.0 bod en deze reactienota samen vormen het bod waarover alle deelnemende overheden uiterlijk 15 juni 2021 een besluit nemen.

Deze oplegnotitie met het 1.0 bod worden uiterlijk 1 juli 2021 bij het NPRES ingediend als bod van de RES Regio Arnhem Nijmegen. 1.2 Uitgangspunt consensus Voor het besluitvormingstraject over het RES bod is in de startnotitie opgenomen dat we consensus als uitgangspunt hanteren. Wanneer een overheidspartner zich niet kan scharen achter het bod zal hiervan bij het aanbieden van het bod aan het Nationaal Programma RES aantekening worden gemaakt onder opgave van redenen. 1.3 Vervolg Bespreking en verwerken van de reacties die betrekking hebben op de vaststelling van het bod RES 1.0 zullen wederom in overleg met betrokkenen plaatsvinden in de vervolgfase naar het opstellen van de RES 2.0 die op 1 juli 2023 moet worden ingediend en voor die tijd moet worden vastgesteld door de gemeenteraden en Provinciale Staten en de algemene besturen van de waterschappen.

4

1.4 Proces wensen en bedenkingen In het proces van wensen en bedenkingen doorlopen we op weg naar RES 1.0 van de regio Arnhem Nijmegen een aantal stappen:

Stap 1. Ophalen van wensen en bedenkingen Deze fase is in de zomer van 2020 afgerond. Het in de gelegenheid stellen om wensen en bedenkingen mee te geven is een belangrijke stap in de route naar de RES 1.0. Het gaat hier met name om het definiëren van kaders en het inbrengen van lokale of regionale assets en aandachtspunten. Een overzicht van alle wensen en bedenkingen is als pdf te vinden op onze website www.regioan.nl/res-regionale-energiestrategie > documenten. Stap 2: Afwegen wensen en bedenkingen, lokaal of regionale actiehouders Afgesproken is dat de wensen en bedenkingen worden meegenomen in RES 1.0. Ze leiden tot acties, en afhankelijk van de inhoud kan hiervoor een actiehouder benoemd worden. Bijvoorbeeld de wens om iets aan de verhouding zon-wind te doen zal regionaal moeten worden opgepakt, maar gemeenten kunnen hier lokaal ook mee aan de slag binnen het uitwerken van de zoekgebieden. Stap 3. DUO-gesprekken en afstemming wensen en bedenkingen Gedurende de periode tot RES 1.0 vinden online duo-gesprekken plaats tussen vertegenwoordigers van de RES en ambtenaren/bestuurders van deelnemende gemeenten. Hierin worden o.a. de algemene wensen en bedenkingen van de regio en de specifieke wensen en bedenkingen van de gemeenten procesmatig besproken. 5

Stap 4: Beantwoording reacties, lokaal en regionaal Gemeenten dragen lokaal zorg voor beantwoording van de vragen richting de werkorganisatie. De werkorganisatie koppelt de regionale beantwoording terug naar de gemeenten. De werkorganisatie voert de regie op het beantwoorden van de reacties. Stap 5: het opstellen van een reactienota Met alle ontvangen informatie is begin 2021 deze reactienota opgesteld. Alle reacties van deelnemers, alternatieve plannen en visies, de wensen en bedenkingen van de gemeenteraden, Provinciale Staten en algemeen bestuur van het waterschap worden integraal tegen elkaar afgewogen. De reactienota maakt als bijlage onderdeel uit van de RES 1.0.

6

2. Samenvatting per thema In dit hoofdstuk leest u een korte samenvatting per thema en een reactie op de onderwerpen en wensen en bedenkingen die binnen elk thema naar voren zijn gekomen. Deze thema’s zijn: • Elektriciteit • Warmte • Participatie • Bestuurlijke besluitvorming • Algemeen en overig Per thema komen eerst de vaker genoemde reacties aan bod, gevolgd door de overige belangrijke aandachtspunten. Voor een snel overzicht leest u de inleiding met de reactie per thema.

2.1 Elektriciteit Ten aanzien van elektriciteit ontvingen we actualisaties van energieprojecten en vragen over energieprojecten binnen gemeentelijke zoeklocaties. Andere reacties hebben betrekking op de verhouding tussen zonne- en windprojecten. Vanuit agrarische stakeholders wordt aangegeven dat windturbines de voorkeur hebben boven zonnevelden, omdat agrarische werkzaamheden in de nabijheid van windturbines gewoon mogelijk blijven. Bij zonnevelden is dat niet het geval. Landschaps- en natuurorganisaties pleiten ervoor belangrijkste natuurgebieden en landschappen te ontzien in de zoektocht naar gebieden voor windturbines en/of zonnevelden. Op locaties waar zij wel mogelijkheden zien is de wens om het zoveel mogelijk te combineren met natuurontwikkeling en landschapsherstel. Een specifieke reactie betreft het type windturbine waarmee in het bod is gerekend. Het betreft hier de nieuwe generatie windturbines met meer vermogen (5,6 MW), een grotere omvang en een grotere tiphoogte (circa 240 meter). Hierdoor wordt door sommige stakeholders gevreesd dat de impact van deze windturbines niet goed wordt ingeschat. Wel meegenomen in RES (t.a.v. elektriciteit): Volgnummer 2.1.A

Onderwerp Wind op land

Reactie Windenergie op land is op dit moment een van de goedkoopste en meest efficiënte bronnen van duurzame energie en daarmee onmisbaar in de energietransitie. In het Klimaatakkoord is de landelijke doelstelling van 35 TWh grootschalige energieopwek op land geformuleerd, verdeeld over wind en zon. Onder grootschalig wordt hierbij verstaan een aansluitwaarde groter dan 15 kWp.

7

2.1.B

Wind op oppervlaktewater

2.1.C

Zon op oppervlaktewater

2.1.D 2.1.E

Zon op land Zon op dak

Ook in onze regio zijn diverse initiatieven voor de ontwikkeling van zonne- en windenergie op waterbergingen en oppervlaktewateren. Hierbij is het behoud of de versterking van de taakuitvoering voor het waterschap van belang, maar ook de ecologie, de biodiversiteit en de cultuur- en landschappelijke waarden. Het waterschap heeft expertise over de effecten op het gebied van waterkwaliteit en biodiversiteit van zon op water. Die kennis zal worden benut bij de verdere concretisering van zoekgebieden. De relatie tussen de energietransitie en het watersysteem vraagt echter om nadere uitwerking en onderzoek. Installaties met een aansluitwaarde boven 15 kWp tellen mee in de RES. Installaties met een aansluitwaarde boven 15 kWp tellen mee in de RES. Zon op dak heeft bij alle betrokkenen in het proces de voorkeur. Om zonnepanelen op daken mee te kunnen rekenen in het bod van de RES, moet er een aansluitwaarde minimaal 15 kWp worden gerealiseerd. Met de huidige stand der techniek komt dat neer op circa zestig zonnepanelen. Kleinschaligere projecten (particulier of kleine bedrijfsdaken) vallen buiten de RES. In de concept-RES is uitgegaan van 25 tot 50 procent benutting van het potentieel van zon op grootschalige daken. Het ophogen van deze ambitie lijkt eenvoudig, maar de ervaring leert dat dat niet zo is.

Er zijn meerdere knelpunten: • niet alle grootschalige daken hebben een geschikte dakconstructie, door installaties op daken (denk aan liftschacht, airconditioning, valbeveiliging) is het niet mogelijk om de daken 100 procent vol te leggen, • soms is er beperkte ‘ruimte’ op het energienet beschikbaar • er is een afhankelijkheid van de (investerings)bereidheid van de dakeigenaren*. Als bij de verdere uitwerking van de zoekgebieden blijkt dat de benutting van zon op dak verhoogd kan worden, dan zal dit worden opgenomen in de RES 2.0 en verder. *Het concept Besluit tot wijziging van het Besluit bouwwerken leefomgeving in verband met duurzaam gebruik van daken introduceert de bevoegdheid voor gemeenten om bij maatwerk te bepalen dat de daken van industriefuncties gebruikt worden voor de opwek van hernieuwbare energie of maatregelen ten behoeve van klimaatadaptatie, zoals groendaken. De verwachting is dat de gemeente, indien nodig en evenredig, gebruik zal maken van de nieuwe bevoegdheid om het duurzaam gebruiken van daken op industriegebouwen te stimuleren.

8

2.1.F

Waterkracht

De RES gaat wel over waterkracht. De waterkrachtcentrales die kansrijk zijn in Regio Arnhem Nijmegen tellen mee in het bod. Het gaat om een klein percentage.

Niet meegenomen in RES (t.a.v. elektriciteit): 2.1.G

Wind op zee

De RES gaat niet over wind op zee. Dat wil niet zeggen dat er geen plannen voor windparken op zee worden gemaakt. Het klimaatakkoord stelt als doel om 49 TWh op zee op te wekken. Ter vergelijking: voor de 30 RES’en samen is de ambitie 35 Twh wind en zon op land.

2.1.H

Kleinschalig windturbines

Kleinschalige windturbines komen voor op bijvoorbeeld agrarische grond en zijn vaak voor lokaal (eigen) gebruik. Deze tellen niet mee in de RES. Lokaal is altijd ruimte voor windturbines tot 25 meter hoogte volgens de ruimtelijke afspraken. Om kleine windturbines mogelijk te maken, heeft provincie Gelderland in haar Omgevingsverordening een aantal regels opgenomen. Deze regels maken het mogelijk één windturbine te realiseren op een agrarisch bouwperceel of op een bouwperceel van ten minste 1 hectare waar een stedelijke functie is toegestaan. Belangrijk daarbij is dat de windturbine zorgvuldig ruimtelijk wordt ingepast. Kleinschalige windturbines staan qua opbrengst niet in verhouding tot grote windturbines. Ter vergelijking: 1 turbine van 5,6 MW staat gelijk aan ongeveer 500 kleine windturbines.

2.1.i

Kernenergie

De RES gaat niet over kernenergie. Of we in Nederland een nieuwe kerncentrale willen bouwen is een vraag die op landelijk niveau wordt bediscussieerd en beantwoord, niet op het niveau van de regio. Ook kijken we in de RES alleen naar maatregelen die klaar kunnen zijn in 2030.

2.1.J

Industrie

De RES gaat ook niet over maatregelen die bedrijven en de industrie moeten nemen. Voor hen staan er in het Klimaatakkoord eigen doelstellingen en afspraken die lopen via de Klimaattafel Industrie.

2.1.K

Besparing

Energiebesparing geeft ook invulling aan het Klimaatakkoord, maar is niet de focus in RES 1.0.

9

Wensen en bedenkingen (t.a.v. elektriciteit) Volgnummer 2.1.L

Onderwerp Verhouding tussen zonne- en windprojecten

Wensen en bedenkingen De verhouding tussen de bijdrage van zonne- en windenergie aan de ambities van de RES Arnhem Nijmegen liggen zeer uit balans en op deze wijze niet passend in het streven naar laagst mogelijke maatschappelijke kosten. Dit punt wordt door diverse overheidsorganisaties en stakeholders benoemd. Die gemeenten zijn: • Beuningen • Lingewaard • Nijmegen • Renkum • Rheden • Wijchen Daarnaast ook aangegeven door: • Provincie Gelderland • Liander • Natuurorganisatie • Landbouworganisaties

Reactie of verwijzing Regionaal wordt gestreefd naar 50/50 balans, terwijl in het bod 1.0 sprake is van 89% zon versus 11% wind. Dit ligt nog steeds uit balans en is niet wenselijk om meerdere redenen. Op regionaal niveau voorziet het RES bod 1.0 in clustering van projecten in zoekgebieden om meer systeem efficiency te realiseren. Er zijn vier ruimtelijke ateliers georganiseerd om concreet aan de slag te gaan met de onbalans wind versus zon. Hierbij zijn ruimtelijke experts vanuit overheden en stakeholders betrokken. Er is gewerkt met twee clusters voor een verdieping: • Druten, Wijchen, Beuningen en Heumen • Duiven, Zevenaar, Rheden Doesburg. In deze ateliers is onderzocht: • welke zoekgebieden voor zon kunnen worden gecombineerd met windturbines • wat andere kansrijke gebieden zijn voor windturbines. Er zijn zes nieuwe gebieden geïnventariseerd en daarin is ruimte voor een stevige verhoging van het aandeel wind in de RES. Deze cluster ateliers gingen naast de wind/zon verhouding ook over ruimtelijke afspraken, die in de RES 1.0 zijn uitgewerkt. De bevindingen uit de twee clusters leidt tot regionale conclusies die we opnemen in de RES 1.0.

10

2.1.M

No-regret maatregelen

2.1.N

Capaciteit energienetwerk

2.1.O

Type windturbines in rekenmodel

2.1.P

Voorkeur wind boven zon

Verschillende gemeenten hebben wensen en bedenkingen met betrekking tot No-regret maatregelen die in hun gemeente van toepassing zijn De gemeenten Wijchen en Berg en Dal hebben bedenkingen geuit met betrekking tot de capaciteit van het energienetwerk. Berg en Dal geeft aan dat het elektriciteitsnet in onze regio nog niet is ingericht op grootschalig opwekken van duurzame energie en dat ook in haar de netwerkcapaciteit ontoereikend is. Wijchen geeft aan dat in het vervolgtraject goed rekening moet worden gehouden met elektrificatie (van vervoer en verwarming van gebouwen) en de impact daarvan op de energienetten.

Een specifieke reactie betreft het type windturbine waarmee in het voorlopig concept bod is gerekend. Het betreft hier de nieuwe generatie windturbines met meer vermogen, een grotere omvang en een grotere as- en tiphoogte. Hierdoor wordt door sommige stakeholders gevreesd dat de impact van deze windturbines niet goed wordt ingeschat. Agrarische stakeholders geven aan dat windturbines de voorkeur hebben boven zonnevelden, omdat agrarische werkzaamheden in de nabijheid van

De ‘no-regret’ maatregelen en de reactie van de werkorganisatie hierop zijn terug te vinden bij de betreffende gemeenten in hoofdstuk 3. Liander is zeer nauw betrokken bij de RES in onze regio en bij innovaties op het terrein van energietransitie. Door deze betrokkenheid borgen wij dat er aansluitcapaciteit is voor de projecten die op stapel staan. Liander heeft een analyse gemaakt van de (benodigde) systeem capaciteit en de impact die de RES heeft op het systeem en benodigde investeringen. Door in RES 2.0 de uitvoeringsplanning van de projecten vanuit de RES te matchen met de uitvoeringsplanning van verzwaringen aan het netwerk, blijft de realiseerbaarheid van de projecten op dit punt geborgd. Bij lokale initiatieven dient uiteraard rekening gehouden te worden met netwerkcapaciteit. Zie het RES bod 1.0 Hoofdstuk 2, paragraaf 2.4 Efficiënte uitbreiding elektriciteitsnetwerk De technische ontwikkelingen op het gebied van windturbines worden nauwlettend in de gaten gehouden binnen de RES. Bij berekeningen gaan we uit van de nu relevante generatie turbines. We hanteren turbines van 5,6 MW, met een algemene tiphoogte van ca. 240 meter. De specificaties kunnen ietwat afwijken, afhankelijk van de fabrikant. Wij onderzoeken de ruimtelijke impact en de invloed van locaties onderling in de Windplanner.

De voorkeur van agrarische stakeholders sluit aan bij het meer in balans brengen van de verhouding zon/wind. We passen een voorkeursvolgorde zon toe in de ruimtelijke afspraken van de RES (zie hoofdstuk 2, paragraaf 2.7.5 Ruimtelijke afspraken) 11

2.1.Q

Impact op natuur

windturbines gewoon mogelijk blijven. Bij zonnevelden is dat niet het geval. Landschaps- en natuurorganisaties uiten hun bezorgdheid over de impact van energieprojecten op natuurgebieden en het landschap. Provincie Gelderland ziet in het concept bod zoekgebied in, of in de invloedsfeer van Natura 2000 gebieden. De vraag is of zoekgebieden op deze wijze volledig realiseerbaar zijn.

Flora en fauna wetgeving ter bescherming van Natuurwaarden worden vanzelfsprekend gevolgd. De provincie kijkt in de totstandkoming van RES 1.0 en latere versies mee naar mogelijkheden en landschappelijke inpassing. In het bod 1.0 zijn in consensus ruimtelijke afspraken uitgewerkt. Buiten Natura2000 gebieden worden belangen en impact op omgeving zorgvuldig afgewogen. Naarmate projecten concreter worden, wordt er ook gezocht naar koppelkansen o.g.v. natuurontwikkeling om de directe omgeving ook waarde 'terug te geven'.

2.2 Warmte In de concept-RES is inzicht gegeven in de warmtevraag, het warmteaanbod en de reeds aanwezige warmte-infrastructuur binnen de regio. In de Regio Arnhem Nijmegen is een beperkt aantal regionale warmtebronnen aanwezig. In de RES 1.0 heeft een verdieping plaatsgevonden ten opzichte van de concept-RES. Voor warmte betekent dit dat in kaart is gebracht hoe de gemeentelijke Transitievisies Warmte (TVW’s) zich verhouden tot de in het concept RES opgenomen regionale structuur warmte (RSW). Zo ontstaat een beeld van zogenaamde warmteclusters, waarbinnen gemeenten in samenwerking gebruik willen maken van warmte vanuit een regionale warmtebron. Binnen deze warmteclusters is voor afstemming een structureel overleg opgestart met betrokken partijen. Daarnaast is een nadere verkenning gedaan naar de potentie van warmtebronnen als geothermie, aquathermie, biogas en waterstof. Ook worden nut en noodzaak verkend van gemeenten om samen te werken op het gebied van kennisdeling en expertise. Wel meegenomen in RES (t.a.v. warmte): Volgnummer 2.2.A

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=84a88920-ca07-41ac-92b2-c910383e3297