Actualisatie Woonzorgvisie Wijchen 2025 - 2030 (4)
Tekst van het document
(Wijk)voorzieningen Om de zorg te ontlasten, zetten we in op preventie en ontmoeting. In de Woonzorgvisie Wijchen 2021-2025 werd hierbij een keten genoemd van relevante (wijk)voorzieningen: preventie – ontmoeting – inloop – dagbesteding – behandeling – deeltijdzorg. Stakeholders geven aan dat het aanbod aan deze (wijk)voorzieningen in de keten al heel breed is. Als voorbeeld werd genoemd het aanbod aan dagopvang voor mensen met dementie (Odensehuis, dorpshuis de Oase, wijkcentrum ’t Achterom). Ook benoemen stakeholders dat er veel wordt georganiseerd rondom preventie en ontmoeting. De gemeente organiseert ontmoetingen voor bewoners en vrijwilligers. Er zijn diverse wijkcentra en particuliere initiatieven om eenzaamheid tegen te gaan, met activiteiten voor ouderen en andere groepen.
26
Zij vragen zich wel af hoe effectief het huidige aanbod aan (wijk)voorzieningen is. De effectiviteit en toegevoegde waarde van sommige initiatieven is onvoldoende bekend.14 Er is behoefte aan het evalueren van de bestaande voorzieningen: wordt hier voldoende gebruik van gemaakt, kunnen bestaande voorzieningen worden versterkt of breder worden ingezet? Want nieuwe voorzieningen toevoegen terwijl er al veel aanbod is in de gemeente, is zonde. De huidige voorzieningen willen we zo goed als mogelijk benutten. Als voorbeeld werd genoemd dat de huidige dagopvang voor mensen met dementie (Oase en ’t Achterom) niet geschikt is voor mensen met zware / complexe (Wlz) problematiek; voor deze groep zijn er onvoldoende mogelijkheden. Het verbreden van de huidige dagopvang, zodat ook mensen met zware / complexe problematiek hier gebruik van kunnen maken, is een kans. In het uitvoeringsprogramma werken we uit hoe we de evaluatie van bestaande voorzieningen vorm gaan geven.
op de hoogte zijn, terwijl zij ook thuiskomen bij mensen met een psychische kwetsbaarheid. Richtingen voor de uitvoering • Evalueren van het huidige aanbod aan voorzieningen in de keten, om de huidige voorzieningen zo goed als mogelijk te benutten. Bijvoorbeeld door ze te versterken of in te zetten voor een breder publiek. • Actieve communicatie over (wijk)voorzieningen die er zijn en nieuwe initiatieven: – Richting inwoners – Tussen formele organisaties
Groen, toegankelijk en veilig Een goed ingerichte leefomgeving is groen, toegankelijk en veilig. Ouderen zijn kwetsbaar voor hitte; en groen – dat zorgt voor schaduw – helpt dat verminderen. De gemeente besteedt al aandacht aan hittestress door middel van een protocol dat ingaat voor kwetsbare mensen bij een hittegolf. Ondanks deze maatregelen voldoet de gemeente nog niet aan een door de GGD goedgekeurd lokaal hitteplan. Als gemeente streven we hiernaar, omdat het met het veranderende klimaat alleen maar warmer zal worden.
Actieve communicatie met betrekking tot “wat er al is” en “nieuwe initiatieven” is nodig. Dit gaat niet alleen over actieve communicatie richting inwoners, maar ook over communicatie tussen formele organisaties: formele organisaties blijken niet op de hoogte te zijn van elkaars initiatieven / aanbod. RIBW is bijvoorbeeld bezig met een inloopvoorziening. De thuiszorg gaf aan dat zij hier niet van
We streven ernaar de groenvoorzieningen optimaal te benutten om beweging van en ontmoeting tussen inwoners te stimuleren. Groen- en speelvoorzieningen spelen
Bron: Onderzoek naar seniorenvriendelijkheid van de gemeente Wijchen, door Vereniging Eigen Huis (2024). 14
27
bovendien ook een belangrijke rol als het gaat om ontmoeting tussen jong en oud in de openbare ruimte. Bij de ontwikkeling van nieuwe woningen in uitbreidingslocaties denken we aan de voorkant al na over het (fysiek) faciliteren van ontmoeting. Verder besteden we aandacht aan de veiligheid van kwetsbare mensen op verschillende manieren, zoals informeren over digitale oplichting.
Bij initiatieven als de Opstap bus is goede communicatie nodig richting inwoners, zodat zij weten wat er allemaal al georganiseerd wordt in de gemeente. Voor de groeiende groep mensen met dementie is het van belang dat er wordt ingezet op dementievriendelijk wonen15 en dat de openbare ruimte dementievriendelijker wordt ingericht. Denk hierbij aan looproutes of herkenningspunten. De gemeente gaat actief inzetten op het verbeteren van de toegankelijkheid voor mensen met dementie of een mobiliteitsbeperking.
Mensen met een mobiliteitsbeperking lopen vaak tegen problemen aan in hun woonomgeving. Het gaat hierbij om ouderen die slecht ter been zijn, maar ook om jongere inwoners met een rolstoel of rollator. De groep mensen met een mobiliteitsbeperking groeit de komende jaren sterk, terwijl de openbare ruimte hier niet altijd voldoende op is ingericht. Stoepen zijn bijvoorbeeld vaak niet breed genoeg of aan vervanging toe.9 In de in 2021 opgestelde inclusie agenda ‘Iedereen doet mee in Wijchen’ is aandacht voor toegankelijkheid; dit beleid zetten we voort. Wat betreft mobiliteit zijn er vooral zorgen voor het buitengebied: hier is weinig tot geen openbaar vervoer.9 Wel is er de OpStap bus; hier kunnen inwoners gebruik van maken wanneer het hun niet (meer) lukt om op eigen kracht te reizen. Dit vervoer verzorgen de vrijwilligers van Meervoormekaar.
15
28
Alzheimer Nederland: dementievriendelijk wonen
Speerpunten voor 2030 • Aanbod is toekomstbestendig doordat aanbieders dit organisatie- en domeinoverstijgend organiseren. • Samen met de huisartsen zoeken we naar een geschikte locatie om de druk op de huisartsenzorg te verlichten. Ook bij nieuwbouw anticiperen we op voldoende huisartsenzorg. • We waarderen en stimuleren (het ontstaan van) vrijwilligers en informele netwerken. • We evalueren het huidige aanbod aan (wijk)voorzieningen en communiceren actief over het huidige aanbod en nieuwe initiatieven. • We versterken bestaande groenvoorzieningen om ontmoeting en beweging te stimuleren en verbeteren de toegankelijkheid van gebieden.
Dementievriendelijk wonen (Alzheimer Nederland) Mensen met dementie zien als een berg op tegen het verpleeghuis en wonen het liefst in een passende woning met goede ondersteuning en zorg thuis. Langer thuis kan ik een dementievriendelijke woning. De woning heeft de volgende kenmerken: eigen plek, ontmoeten en activiteiten, samen of alleen wonen, in de eigen buurt, vrijheid en eigen regie, veiligheid en zorg. In een dementievriendelijke woning staan eigen regie en gezamenlijkheid en de veiligheid en ondersteuning centraal. Je kan hier wonen met of zonder verpleeghuisindicatie. Het is belangrijk dat de woning dicht in de buurt is van de plek waar iemand altijd heeft gewoond of dichtbij dierbaren. Dat bevordert het gevoel van veiligheid, vertrouwdheid en autonomie. Zo kunnen mensen met dementie in contact blijven met hun eigen sociale netwerk, kunnen mensen langer in hun nieuwe thuis blijven wonen en houden we de zorg beheersbaar. Om veilig en prettig thuis te wonen zijn er oplossingen en aanpassingen te bedenken, om te zorgen voor overzicht in huis en om prikkels te vermijden. Onderstaande link bevat een checklist voor oplossingen en aanpassingen. Dementie.nl: veilig en prettig thuis wonen met dementie
29
Bijlage 1: Landelijke, regionale en lokale context Verschillende landelijke, regionale en lokale beleidsrichtingen of documenten bieden handvatten en kaders om de lokale woonzorgvisie in de gemeente Wijchen invulling te geven. Dit wordt hieronder toegelicht. Nieuw rijksbeleid rondom wonen, welzijn en zorg De Rijksoverheid heeft in een aantal programma’s en wetsvoorstellen een nieuwe beleidskoers rondom wonen en zorg geformuleerd. In het Wetsvoorstel versterking regie op de volkshuisvesting, het programma Wonen, ondersteuning en zorg voor Ouderen (WOZO) van het ministerie van VWS en de Nationale woon- en bouwagenda met onder andere programma’s ‘Een thuis voor iedereen’ en ‘Wonen en zorg voor ouderen’ van het ministerie van BZK is er aandacht voor wonen met een zorg- of ondersteuningsvraag. Het Rijk verstevigt de regisserende rol van de overheid, zeker daar waar het gaat om woningbouw. Het uitgangspunt van deze beleidsstukken is de ontwikkeling naar het langer (of weer) zelfstandig wonen voor mensen met een zorgof ondersteuningsvraag. De woonzorgvisie 2025-2030 zet de koers voor het gemeentelijk beleid op het gebied van wonen, welzijn en zorg voor de komende jaren. Hiermee sorteren we alvast voor op het nieuwe rijksbeleid dat alle gemeenten verplicht om een volkshuisvestingsprogramma op te stellen waar aandacht is voor wonen en zorg.
Deze woonzorgvisie is in overeenstemming met het Wetsvoorstel Versterking Regie op de Volkshuisvesting en wordt vanaf de inwerkingtreding van deze wet opgenomen in het lokale volkshuisvestingsprogramma. Bij het formuleren van beleid gaat het niet alleen om de vraag welke woningtypen gewenst zijn, maar juist ook om de vraag aan welke randvoorwaarden voldaan moet worden om zelfstandig wonen mogelijk te maken voor mensen met een ondersteunings- of zorgvraag. Daarbij gaat het om zaken als passende zorg en ondersteuning, een goed voorzieningenniveau, een geschikte woonomgeving die uitnodigt tot ontmoeten en bewegen, et cetera. Kortom: hoe zorgen we ervoor dat mensen met een zorg- of ondersteuningsvraag in de gemeente Wijchen zo lang en prettig mogelijk zelfstandig kunnen wonen?
30
Daarbij maken we de kanttekening dat het rijks- en provinciale beleid veel veranderingen heeft doorgemaakt. Deze woonzorgvisie heeft een looptijd tot en met 2030. Het valt te verwachten dat er in deze periode nog wetswijzigingen worden doorgevoerd die invloed hebben op het woonzorgbeleid dat gemeente Wijchen kan, wil of moet voeren. Regioplan Integraal Zorgakkoord (IZA) Rijk van Nijmegen Het regioplan Rijk van Nijmegen is opgesteld door Regio Nijmegen Op Eén Lijn (NOEL; zorg- en welzijnsorganisaties in de bredere regio Rijk van Nijmegen), de gemeente Nijmegen (coördinerende gemeente) en VGZ Zorgkantoor. De gezamenlijke visie betreft: wij dragen bij aan ieders gezondheid door samen slim te werken aan sterkere zorg en welzijn. Dit plan bevat zes ‘aandachtspunten’ om de visie succesvol te realiseren. Versterking (eigen) regie bij inwoners: aandacht voor de menselijke maat en positieve gezondheid. Samenwerking tussen medisch en sociaal domein: samenwerking tussen formele partijen en zorgzame gemeenschappen ten behoeve van integrale aanpak. Verbinding buiten zorg en welzijn: verbreding richting onderwijs, woningcorporaties en werkgeversorganisaties. Krachtige gemeenschapsontwikkeling: samenredzaamheid, burgerinitiatieven op wijkniveau, ondersteuning van mantelzorg, kleinschalig wonen en voldoende ontmoetingsplekken in wijken en buurten.
Duidelijke en gezamenlijke taal: begrijpelijke taal richting inwoners om onderwerpen bespreekbaar te maken en gezamenlijke taal tussen verschillende domeinen om elkaar goed te kunnen begrijpen. Gedrags- en cultuurverandering: vereiste verandering ligt bij de hele samenleving. De zes aandachtspunten zijn uitgewerkt naar activiteiten waar regionaal verder aan gewerkt wordt. Deze activiteiten helpen bij de uitvoeringsagenda wonen-welzijn-zorg. De activiteiten hebben betrekking op de volgende onderwerpen: Preventie Ruimte creëren voor de opvang van de groeiende zorgvraag Regionale samenwerking optimaliseren om toegankelijkheid acute zorg te borgen Mentale gezondheid: zorgvraag reduceren met preventieve, integrale, wijk- en woongerichte aanpak Toekomstbestendige arbeidsmarkt zorg en welzijn Digitale transformatie
31
Plan van Aanpak Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) gemeente Wijchen Gemeenten, zorgverzekeraars en het Rijk werken samen aan een gezond en actief leven voor iedereen. In het GALA-akkoord staat hoe in 2040 een gezonde generatie opgroeit in een gezonde leefomgeving met een sterk sociaal netwerk. Het Plan van Aanpak Gezond en Actief leven Akkoord gemeente Wijchen is een lokale uitwerking van het GALA. In dit plan zijn zes leidende principes geformuleerd voor de samenwerking tussen lokale partners: We gaan uit van positieve gezondheid. We ondersteunen positief: inwoners, ondernemers en instellingen komen zelf met plannen en ideeën. De gemeente staat daar open voor en denkt mee. We luisteren naar inwoners en professionals om een brug te slaan tussen de systeemwereld en leefwereld van inwoners. We besteden aandacht aan kwetsbare momenten in de levensloop (tijdig signaleren). We zetten extra in op specifieke groepen om gezondheidsverschillen te verkleinen en kansengelijkheid te vergroten. Deze leidende principes zijn essentieel om de visie “In Wijchen kan iedereen in de samenleving meedoen” te realiseren. De visie is uitgewerkt in vijf hoofddoelstellingen: Onze jeugd groeit gezond en veilig op en krijgt gelijke ontwikkelkansen. Onze inwoners zorgen goed voor zichzelf en voor elkaar.
Onze inwoners zijn weerbaar en veerkrachtig: hun mentale gezondheid is zo dat zij om kunnen gaan met de uitdagingen in het leven. Onze inwoners worden vitaal oud en houden zo lang mogelijk de regie. De fysieke en sociale omgeving is aantrekkelijk en draagt bij aan gezond leven.
32
Bijlage 2: Afwegingskader nieuwe woonzorginitiatieven Aanleiding Huisvestingsinitiatieven voor wonen met zorg toetsen we aan de huidige en toekomstige behoefte. Dit is noodzakelijk om de initiatieven die bij de gemeente binnenkomen te beoordelen op wenselijkheid. De verwachting is dat de markt gaat anticiperen op de ontwikkelingen om langer thuis te wonen, wat resulteert in diverse woonzorg-aanvragen van zorgaanbieders, ontwikkelaars en/of particuliere initiatieven. Dit kan gaan om een verzoek om een bestaande woonvoorziening in te zetten als woonzorgaanbod, leegstaand vastgoed te transformeren naar een wonen/zorg-accommodatie of een vraag naar een geschikte nieuwe locatie voor een wonen/zorgaccommodatie. Soms betreft het transformatie van een locatie. Veelal past dit niet in het omgevingsplan. We kunnen het omgevingsplan dan wijzigen of een vergunning verlenen om af te wijken van het omgevingsplan. Hier zullen we als gemeente proactief op sturen en regie nemen. De gemeente Wijchen heeft behoefte aan objectieve, heldere en uitlegbare criteria om initiatieven die gericht zijn op het realiseren/ontwikkelen van woonzorginitiatieven te kunnen beoordelen. Dit afwegingskader is bedoeld om daarin te voorzien. Vanuit verschillende doelgroepen is behoefte aan extra woonzorgaanbod en zelfstandige woningen (zoals geclusterde woonconcepten).
Door middel van dit afwegingskader worden initiatieven niet alleen gespiegeld aan het omgevingsplan, maar ook aan de behoefte en aan de vraag in hoeverre zij bijdragen aan het verwezenlijken van deze opgaven. Vooraf maken we twee belangrijke opmerkingen bij (de toepassing van) dit afwegingskader: 1. Een zekere flexibiliteit in de toepassing is noodzakelijk, want de werkelijkheid is weerbarstig. Als een initiatief niet voldoet aan de basisprincipes, moet het mogelijk zijn om in gesprek te gaan om te kijken hoe een initiatief mogelijk wel kan gaan voldoen aan de basisprincipes. 2. Regionale afstemming is belangrijk met name voor initiatieven die doelgroepen betreffen die niet specifiek aan de gemeente Wijchen zijn gebonden en waarvoor regionale oplossingen gevonden moeten worden. Dit afwegingskader vervangt het eerder vastgestelde afwegingskader uit de Woonzorgvisie Wijchen 2021 – 2025 (pagina 17).
33
Toepassing van dit afwegingskader Doel Het afwegingskader fungeert als een beoordelingsinstrument van nieuwe initiatieven op het gebied van wonen met zorg en/of ondersteuning. Dit afwegingskader kan daarnaast gebruikt worden als handvat om beter het ambtelijk lokale of regionale gesprek te voeren in de verschillende fases van ontwikkeling van een woonzorginitiatief. Dit afwegingskader is bedoeld om, naast een kwantitatieve toets (voorziet het initiatief in een behoefte zoals die tot uiting komt in de woonzorganalyse en andere analyses) ook een kwalitatieve toets te kunnen uitvoeren. Het afwegingskader biedt hierbij een transparante werkwijze. Daardoor kunnen initiatiefnemers worden geïnformeerd over het resultaat van de beoordeling. Of – bij voorkeur – bij indiening van hun plan al rekening houden met deze gemeentelijke toets, zodat de aanvraag antwoord geeft op de vragen in het afwegingskader. De stappen en criteria in het hoofdstuk ‘toetsingscriteria’ worden gebruikt als handvat in de totstandkoming van het ambtelijk advies over de aanvraag of uitbreiding van een initiatief. Het ondersteunt de beoordelaar bij het onderbouwen en formuleren van het advies. Want de praktijk van het realiseren van woonzorg-initiatieven is te complex en niet te vangen in afvinklijstjes. Het afwegingskader heeft als doel om de juiste afwegingen te maken.
Het uiteindelijke doel is dat inwoners langer, veilig zelfstandig wonen. Het afwegingskader heeft geen wettelijke, juridische status met betrekking tot het traject rond de wet- en regelgeving voor omgevingsplannen, vergunning en handhaving, en in de omgevingswet. Voorwaarde Voorwaarde voor toepassing van het afwegingskader is het monitoren van de huisvestingsopgave voor de verschillende doelgroepen, zodat de toepassing van het kader mee-ontwikkelt met de resterende opgave op het gebied van huisvesting van mensen met een zorgvraag en dus actueel blijft.
34
Resultaat Op basis van dit afwegingskader wordt een ambtelijk advies over het initiatief opgesteld. De mogelijke eindresultaten na het doorlopen van het afwegingskader zijn: 1. Een positief advies; 2. Een positief advies onder voorwaarden; 3. Een negatief advies. Toetsingscriteria Stap 1: Toets aan kaders 1 A): Vanuit het Sociaal Domein wordt onder meer getoetst op de volgende kaders:
Geactualiseerde Woonzorgvisie Wijchen (2025) Visie Sociaal Domein/ Beleidsplan Wmo, Jeugd, Gezondheid, Sport en Cultuur 2025-2028
1 B): Vanuit het team ruimtelijke ontwikkeling en wonen wordt in ieder geval getoetst op de volgende kaders: Woonvisie Wijchen 2024 - 2028 Omgevingsvisie Wijchen (februari 2025) Omgevingsplan Wijchen (januari 2024) Regionaal Afsprakenkader Huisvesting Aandachtsgroepen 2024 Getoetst wordt of het initiatief aansluit bij de gemeentelijke uitgangspunten van het sociaal domein en op het gebied van wonen, welzijn en zorg. Resultaat van de toets Positief: Past het initiatief binnen de beleidskaders, dan wordt stap 2 getoetst. Negatief: Past het initiatief niet binnen de beleidskaders? Dan wordt negatief geadviseerd ten aanzien van het initiatief. Aan de indiener wordt aangegeven waarom negatief wordt geadviseerd. De indiener wordt de gelegenheid geboden een aangepast plan
35
in te dienen. Door middel van overleg met de initiatiefnemer wordt geprobeerd het initiatief om te buigen naar initiatief dat wel kan bijdragen aan de gemeentelijke behoeften. Stap 2: Behoeftetoets Met deze stap toetst de gemeente in hoeverre een initiatief bijdraagt aan de realisatie van de ambitie ‘voldoende en passend woonaanbod’. In welke mate draagt het initiatief bij aan de behoefte aan woonzorgwoningen/plekken in de gemeente? 2 A) Kwantitatieve behoefte Het betreft de toets op hoe het initiatief bijdraagt aan de kwantitatieve behoefte aan woningen voor een specifieke doelgroep op een specifieke plek, nu en in de toekomst. Waarom deze doelgroep? Waarom hier? Hoe ontwikkelt de kwantitatieve behoefte zich en hoe speelt dit initiatief hierop in? Kwantiteit algemeen: Hoeveel woningen of plekken worden gerealiseerd in dit plan? Kwantitatieve behoefte in gemeente: Is er binnen de gemeente een tekort aan woningen voor de doelgroep waar het initiatief zich op richt? Kwantitatieve behoefte in specifieke kern/ wijk: Is er in deze kern/wijk/cluster een groot verschil tussen vraag en aanbod voor deze doelgroep (en dus behoefte aan een dergelijk initiatief)? 2 B) Kwalitatieve behoefte Het betreft de toets op hoe het initiatief bijdraagt aan de kwalitatieve behoefte van zorgdoelgroepen in Wijchen.
Kwaliteit algemeen: Wat voor soort woningen worden er gerealiseerd in dit plan? (Intramurale plekken, geschikt maken bestaande woningen, geclusterde woonvormen, inclusieve woonleefconcepten e.d.). 2 C) Diversiteit Het betreft de toets op hoe het initiatief bijdraagt aan het vergroten van de diversiteit van het woningaanbod of inwoners in de gemeente en kernen. Biedt het initiatief iets wat er nog niet (of onvoldoende) is in Wijchen? (Denk aan variatie in prijsklasse, doelgroepen, woonconcept)
36
Biedt het initiatief iets wat er nog niet (of onvoldoende) is in deze kern(cluster)? (Denk aan variatie in prijsklasse, doelgroepen, woonconcept)
2 D) Urgentie doelgroep (aandachtsgroepen) Het betreft de toets op hoe het initiatief voorziet in het oplossen van een acuut probleem. Op welke doelgroep(en) richt het initiatief zich? Wat is de woonbehoefte van de aandachtsgroep? Is er binnen deze doelgroep sprake van een langdurig tekort aan aanbod? Valt de doelgroep onder de verplichte urgentiecategorieën in de huisvestingsverordening? 2 E) Urgentie realisatie Het betreft de toets op de snelheid waarmee het initiatief gerealiseerd kan worden. Kan dit plan snel gerealiseerd worden? Hierbij wordt meegenomen de vereiste procedure voor het omgevingsplan, de mate waarin het gebied voor boven- en ondergrondse infrastructuur nog ontsloten moet worden, etc Resultaat van de toets Positief: Past het initiatief binnen de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte aan woonvoorzieningen, dan wordt stap 3 getoetst. Negatief: Past het initiatief niet bij de behoeften die er binnen de gemeente zijn? Dan wordt negatief geadviseerd ten aanzien van het initiatief. Aan de indiener wordt aangegeven waarom het advies negatief is. De indiener wordt de gelegenheid geboden een aangepast plan in te dienen. Door middel van overleg met de initiatiefnemer wordt geprobeerd het initiatief om te buigen naar een initiatief dat wel kan bijdragen aan de gemeentelijke behoeften.
Stap 3: Kwalitatieve toets In deze stap wordt de vraag beantwoord in hoeverre het initiatief bijdraagt aan de doelen en ambities uit woonzorgvisie. Het gaat om de toetsing aan concrete criteria. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar de kwaliteit van de woningen. Maar ook naar de (nabijheid van) zorg, voorzieningen, de buitenruimte en de omgeving.
37
3 A) Welzijn / ontmoeten / zorg/ omzien naar elkaar/ draagkracht wijk Het betreft de toets op hoe het initiatief bijdraagt aan het bevorderen van ontmoeten en omzien naar elkaar: tussen de toekomstige bewoners onderling en met de (directe) omgeving. Bevordert het initiatief het ontmoeten en omzien naar elkaar van bewoners onderling? Bijvoorbeeld: o Is er een ontmoetingsruimte voor bewoners? o Nodigt het ontwerp van het gebouw en de omgeving uit tot ontmoeten en omzien naar elkaar? o Kiezen bewoners er bewust voor om te willen omzien naar elkaar op het moment dat ze er komen wonen (wederkerigheid)?
Bevordert het initiatief het ontmoeten en omzien naar elkaar tussen de bewoners en bewoners van de omliggende wijk? Bijvoorbeeld: o Worden bewoners uit de wijk actief benaderd om te participeren in activiteiten (als deelnemer of vrijwilliger)? o Wordt gedacht vanuit het principe van wederkerigheid met de wijk (iedere bewoner heeft iemand anders ook iets te geven)? o Is de eventuele ontmoetingsruimte ook bedoeld voor mensen uit de buurt? o Is de eventuele tuin openbaar toegankelijk of gesloten? o Wordt er dagbesteding en/of logeeropvang geboden voor mensen in de wijk? o Heeft het woonzorginitiatief een andere buurtfunctie? Of kunnen ruimten gezamenlijk gebruikt worden? o Is partij bereid om bij te dragen aan het verbeteren van inclusiviteit/ langer zelfstandig thuis wonen door deelname op vrijwillige basis aan een of meerdere Kerngroepen (o.a. Kerngroep Dementie, Kerngroep Inclusie)
3 B) Toegankelijkheid van de woningen Het betreft de toets op hoe de mate van toegankelijkheid van de woningen aansluit bij de behoeften van de doelgroep van het initiatief. Voldoet het ontwerp aan het basisniveau van toegankelijkheid, zodat het eventueel ook inzetbaar is voor andere doelgroepen? Voorstel is om hiervoor Woonkeur module 1 te hanteren.
38
Voldoet het ontwerp aan de toegankelijkheidsbehoefte van de doelgroep? Gebruik - afhankelijk van de doelgroep - de passende modules van Woonkeur (1-5). o Hiervoor wordt getoetst of is nagedacht over: Deurbreedte en drempelloosheid; Toegankelijkheid vanuit buiten; bewoner moet zonder treden binnen kunnen komen; Voldoende ruimte voor draaicirkel rollator/rolstoel; schuifdeur i.p.v. draaideur, ‘steunpunten’ in de algemene ruimte/gangen (looproute); Voldoende liften i.v.m. brandveiligheid; Berging groot genoeg voor scootmobiel (met oplaadmogelijkheid) / driewielfiets; Parkeergelegenheid in nabije omgeving (maximaal 100 meter); Ruimte om voor de deur bewoner af te zetten (in- en uitstapplek); Bestrating in directe omgeving (geen gladde tegels, geen grind etc.); Aanpasbaar bouwen vraagt ook: geen leidingen in muur in badkamer die weggehaald moet kunnen worden i.v.m. draaicirkel rolstoel, stevige muur i.v.m. later bevestigen beugels/douchestoel, etc.
3 C) Geschiktheid locatie en omgeving Het betreft de toets op in hoeverre de locatie en ligging passend is voor het huisvesten van de doelgroep van het initiatief. Ligging ten opzichte van voorzieningen: Wat is de afstand tot voorzieningen? o Beoordeel positief wanneer maatschappelijke en (para)medische voorzieningen zich binnen een afstand van 500 meter van de entree van het initiatief bevinden. o Een groter aantal voorzieningen binnen een afstand van 500 meter zorgt voor een positiever advies o Denk bij de toets aan voorzieningen aan: Ontmoetingsruimte (eventueel inpandig/ ook voor bewoners in de wijk) Supermarkt Huisarts Openbaar vervoer Paramedische voorzieningen (fysio, ergotherapeut) Apotheek
39
Kerk/ moskee Ligging in de omgeving: Past de omgeving van de locatie bij de doelgroep van het initiatief? o Het is positief wanneer de volgende omgevingskenmerken aanwezig zijn: De aanwezigheid / nabijheid van groen of een park; De omgeving nodigt uit om een ommetje te maken; Is de locatie geschikt voor de doelgroep, wanneer gekeken wordt naar de hoeveelheid ‘prikkels’ in de omgeving? Is de locatie geschikt voor de doelgroep, wanneer gekeken wordt naar de afstand tot de voor de doelgroep meest relevante voorzieningen? o Is er nagedacht over eventuele uitdagingen voor de wijk/buurt/kern door het huisvesten van deze doelgroep? Hoe gaat de initiatiefnemer hiermee om? o Is de locatie geschikt voor de doelgroep / geschikt te maken voor de doelgroep, wanneer gekeken wordt naar toegankelijkheid van de openbare ruimte? Zijn hier aanpassingen voor nodig? Bijvoorbeeld: oversteekplekken, instelling stoplichten, vluchtheuvels, hoogte stoepen, etc.
3 D) Organisatie van de zorg Het betreft de toets op hoe de organisatie van zorg en ondersteuning in het initiatief vorm krijgt. Past de zorg en ondersteuning bij de doelgroep van het initiatief? Mogelijke vragen zijn: o Is er een zorgpartij verbonden aan het initiatief en is deze regionaal of lokaal gecontracteerd (professionele zorg voor ADL16-zorg, begeleiding en medische zorg)? Heeft de zorgpartij een keurmerk? o Bij Wlz17zorg: zijn er afspraken met zorgkantoor? o Bij VPT18/MPT19/pgb20: is er een huisarts betrokken bij het initiatief? Is er nagedacht over de organisatie van zorg in de nachtelijke uren? o Wordt in het initiatief een verbinding gemaakt tussen formele en informele zorg (bijvoorbeeld t.b.v. ADL-zorg)? Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen, zoals traplopen of uit bed komen. Wet langdurige zorg. 18 Volledig Pakket Thuis. Verstrekkingsvorm Zorg in Natura: een totale verstrekking die thuis geleverd kan worden. 19 Modulair Pakket Thuis. Verstrekkingsvorm Zorg in Natura: een deelverstrekking die kan worden gecombineerd met het PGB. 20 Persoonsgebonden budget. Een verstrekkingsvorm in de Wet langdurige zorg en Wmo waarbij de cliënt of diens vertegenwoordiger het budget beheert. 16 17
40
o o
Ontvangt men zorg tijdelijk of permanent? Staat zorgpartij open voor samenwerking met andere Zorg/ Welzijns -partijen?
Bij de beoordeling van nieuwe woonzorginitiatieven toetsen wij op het waarborgen van kwaliteit, transparantie en maatschappelijke verantwoordelijkheid (o.a. Programma van eisen). Initiatieven worden getoetst op de volgende punten: o Kwaliteit van zorg o Financiële transparantie o Integriteit en betrouwbaarheid Initiatiefnemers moeten bereid zijn tot open communicatie met toezichthouders en meldingsplicht bij incidenten of kwaliteitsproblemen 3 E) Positieve gezondheid Het betreft de toets op of en op welke manier de bijdrage van het initiatief aan positieve gezondheid bijdraagt Wordt binnen het initiatief de positieve gezondheidsbenadering toegepast? o Wordt de eigen kracht van de bewoners, hun netwerk en informele zorg gestimuleerd? o Is in het ontwerp van het gebouw aandacht voor een ‘herstelgerichte omgeving21’? Op welke manier? o Is in het ontwerp van de buitenruimte aandacht voor een ‘herstelgerichte omgeving’? Op welke manier?
21
Een omgeving die gericht is op het stimuleren van meedoen en dagelijks functioneren
41
Bijlage 3: Aanbodinventarisatie In mei 2025 is er onderzoek gedaan naar het aantal intramurale en extramurale plekken in de gemeente Wijchen. Daarbij is ook gekeken voor welke doelgroepen deze plekken beschikbaar zijn. Als aanpak is de aanbodinventarisatie uit de woonzorgvisie 2021–2025 voorgelegd aan de betrokken zorgorganisaties. Waar nodig zijn de gegevens geactualiseerd. De resultaten zijn terug te vinden in de onderstaande tabel. Naast de cijfers zijn er ook kwalitatieve inzichten uit het onderzoek gekomen die hieronder toegelicht worden. Tabel 3: Aanbodinventarisatie zorgorganisaties gemeente Wijchen (2025)
Zorgorganisatie Dichterbij
Naam zorgvastgoed Veenhof
Kern Wijchen
Eigendom Dichterbij
Plekken 12 VG
Leurseweg
Leur
ZZG
12 VG
Zelfstandige studio’s
Wijchen
Talis
6 VG (VPT)
Woonvorm Diepvoorde
Wijchen
Talis
22 VG
VG/Ouderenzorg in La Verna
Wijchen
Talis
20 VG
Wijchen
Talis
5 VG
Wijchen
Talis
0
Wijchen
Talis
15 Ambulant
’s Heerenloo
Zelfstandige Woningen huissteden Inloopwoning Kraanvogelterrein Beschut wonen Kraanvogelterrein Woonvorm Hoefblad
Wijchen
Talis
18 VG
De Waalboog
La Verna
Alverna
Talis
40 SOM 30 PG
Driestroom
42
Doelgroep Jongvolwassenen (18-40), Verstandelijke beperking (VG) Jongvolwassenen (18-40), Verstandelijke beperking (VG) Jongvolwassenen (18-40), Verstandelijke beperking (VG) (Jong)volwassenen met een licht tot matige verstandelijke beperking (VG) Ouderen met een licht tot matige verstandelijke beperking (VG) Verstandelijke beperking (VG) Inloopwoning voor bewoners Kraanvogelterrein Verstandelijke beperking (VG) Gezinsvervangend, verstandelijke beperking (VG) Ouderen met somatiek en ouderen met dementie (PG)
De Meerenburgh Pluryn
Woonvorm De Meerenburgh
Leur
Meerenburgh
Heilige stoel 4829
Wijchen
Pluryn
RIBW
Sint Jozef Campuslaan
Wijchen Wijchen
ZZG ZZG
Shelterzorg
Gezinshuis de Parel
Balgoij
Shelterzorg
31 GGZ Inloop GGZ en dagbesteding 6 J/JVW
Gezinshuis Rustpunt
Balgoij
Shelterzorg
6 J/JVW
Logeerhuis Chananaja
Balgoij
Shelterzorg
0
Gezinshuis bij Floor
Wijchen
Floor
3 J/JVW
Gezinshuis Dior
Wijchen
Shelterzorg
6 J/JVW
Waalzorg
Leemweg
Wijchen
Particulier
26 VG
Wooninitiatief
WijSamen
Wijchen
Particulier
13 VG
ZZG Zorggroep
Meander
Wijchen
Talis
56 Ambulant
De Oogst
Wijchen
Talis
De Elst
Wijchen
Talis
23 SOM/PG (max tot 46 incl. Passerel) 22 PG
43
3 PG 4 SOM 27 LG
Ouderen met lichamelijke beperking en/of lichte dementie Volwassenen met Lichamelijke Beperking (LG) Psychiatrische aandoening (GGZ) Psychiatrische aandoening (GGZ) Gezinshuis jongeren LVG in leeftijd 8 tot 18 jaar Gezinshuis jongeren LVG in leeftijd 8 tot 18 jaar Gezinshuis jongeren LVG in leeftijd 8 tot 18 jaar Gezinshuis jongeren LVG in leeftijd 8 tot 18 jaar Gezinshuis jongeren LVG in leeftijd 8 tot 18 jaar Jongeren (16+) en jongvolwassenen met een verstandelijke beperking (VG) Kleinschalig ouderinitiatief voor jongeren met een verstandelijke of meervoudige beperking Ouderen met somatiek en beginnende PG Ouderen met dementie (PG) met WLZ ZZP indicatie Ouderen met dementie (PG) met WLZ ZZP indicatie
Passerel*
Wijchen
Talis
De Hagert
Leur
ZZG
De Weegbree
Wijchen
ZZG
23 SOM 18 PG 12 VG 59 PG
max.
Meerstaete
Wijchen
ZZG
28 PG (+2)
Ouderen en jongeren met somatiek en PG Dementie en VG zorgboerderij Ouderen met dementie (PG) met WLZ ZZP indicatie Dementie en 2 logeerplekken PG
Bron: Aanbodinventarisatie gemeente Wijchen (2025). * Meer gemengde bewoning door natuurlijke opbouw zorgwonen naar 23 in combinatie met Oogst. In totaal zijn het er 46 zijn Oogst en Passerel. Hier wonen ook een aantal jongeren met een Wlz zorgvraag somatiek.
Legenda: VG= Verstandelijk gehandicapt VPT = Volledig pakket thuis SOM = Somatische zorg PG = Psychogeriatrische zorg J/JVW = Jeugd/JeugdwelzijnsWezen GGZ = Geestelijke Gezondheidszorg
44
Conclusie opgave ouderenhuisvesting Uit de aanbodinventarisatie blijkt dat zorgorganisaties verwachten dat de vraag naar somatische zorg zal afnemen en die naar psychogeriatrische zorg juist zal toenemen.
Tabel 3: Opgave ouderenhuisvesting gemeente Wijchen (2022-2030)
Wanneer we de opgave aan nultreden, geclusterde en zorggeschikte woningen tot en met 2030 vergelijken met de plannen tot en met 2030, valt het volgende op: Plannen voor nultredenwoningen zijn in principe voldoende om aan de behoefte te voldoen. De plannen (538 woningen) zijn namelijk hoger dan de opgave (490 woningen). Aandachtspunt hierbij is ervoor zorgen dat deze woningen ook daadwerkelijk bij de juiste doelgroep – ouderen – terechtkomen. Bijvoorbeeld door middel van woningen voorzien van een seniorenlabel of woningen toewijzen aan ouderen. De plannen voor zorggeschikt wonen (135 woningen) zijn voldoende om de opgave (110 woningen) te realiseren. De plannen voor geclusterd wonen zijn onvoldoende. Wanneer we de plannen (78 woningen) aftrekken van de opgave (330 woningen, waarvan 215 nieuwbouw), blijft het volgende tekort aan geclusterde woningen over: Nieuwbouw: 137 woningen (215 minus 78). Bestaande woningvoorraad: 115 woningen.
Bron: Regionaal Afsprakenkader Huisvesting Aandachtsgroepen (2024). Aantallen zijn richtlijn voor de (nieuwbouw)opgave volgens woonbehoefteonderzoek GMR (2022) en ABF (2022).
Nultredenwoningen 490
Geclusterd wonen 330 (waarvan 215 nieuwbouw)
Zorggeschikt wonen 110
Tabel 4: Plannen ouderenwoningen tot en met 2030
Realisatie
Nultredenwoningen
Geclusterd wonen
T/m 2030 Vanaf 2031
538 243
78
Zorggeschikt wonen 135
Bron: Aanbodinventarisatie gemeente Wijchen (2025).
Samengevat zijn er voldoende plannen tot en met 2030 om zorggeschikte woningen te realiseren. Ook voor nultredenwoningen zijn er voldoende plannen vergeleken met de behoefte aan nultredenwoningen. Maar: nultredenwoningen komen niet automatisch bij ouderen terecht; deze woningen worden ook bewoond door huishoudens onder de 65 jaar. Om ervoor te zorgen dat er voldoende nultredenwoningen voor ouderen beschikbaar zijn, is aandacht nodig voor het labelen of toewijzen van nultredenwoningen. Voor geclusterd wonen ligt er een kwantitatieve opgave om meer plannen toe te voegen, want de plannen zijn ruim onvoldoende om in de behoefte te
45
voorzien. Ook kan gekeken worden naar kansen in de bestaande woningvoorraad om geclusterde woningen toe te voegen (bijvoorbeeld door het toevoegen van een ontmoetingsruimte aan een complex waar veel ouderen wonen). Conclusie opgave aandachtsgroepen Uit de aanbodinventarisatie blijkt dat er vooral een opgave ligt bij de doelgroep mensen met een (licht) verstandelijke beperking. Een aantal zorgaanbieders gericht op mensen met een (licht) verstandelijke beperking geeft aan dat zij wachtlijsten hebben. Op deze wachtlijsten staan Wijchenaren, dus het gaat om een lokale behoefte. Het advies zou zijn om een kleinschalige voorziening toe te voegen voor mensen met een (licht) verstandelijke beperking. En hierbij rekening te houden met de behoefte aan privacy: minder gedeelde voorzieningen en meer zelfstandige appartementen. De behoefte aan meer privacy geldt bovendien ook voor de andere aandachtsgroepen: zelfstandige appartementen met een gezamenlijke ruimte, waar 24-uurszorg mogelijk is.
46