56-013-1 toelichting vgbp woningen Torenstraat 4 Balgoij
Tekst van het document
Afstand ongeveer 500 m ongeveer 800 m ongeveer 1.060 m ongeveer 850 m ongeveer 770 m ongeveer 830 m
Met deze grote afstanden wordt ruimschoots voldaan aan de vereiste afstanden uit de Wet geurhinder en veehouderij (25 m afstand tot gevel woning en 50 m afstand tot emissiepunt). De genoemde veehouderijen worden door de realisatie van de woningen niet beperkt in hun ontwikkelingsmogelijkheden gezien de grote afstanden. Daarbij komt dat in alle gevallen nu al te beschermen geurgevoelige objecten (woonbestemmingen) op een kleinere afstand van de veehouderijen zijn gelegen. Deze woningen zijn eerder een beperkende factor voor uitbreiding van de betreffende bedrijven dan de nieuw op te richten woningen aan de Torenstraat. Conclusie De conclusie is dat de ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven niet beperkt worden en dat het woon- leefklimaat aanvaardbaar is. De Geurparagraaf met berekeningen en tabellen is als bijlage bij deze toelichting beschikbaar 5.1.5 Externe veiligheid Besluit externe veiligheid inrichtingen/buisleidingen/transportroutes en Regeling Basisnet Externe veiligheid betreft de beheersing van de risico's en richt zich op het gebruik, de opslag, de productie en het transport van gevaarlijke stoffen. De normen voor externe veiligheid worden uitgedrukt in plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico (GR).
Om de risico's bij een mogelijke calamiteit te beperken dient er bij nieuwbouw een fysieke afstand te worden gehouden tussen (beperkt) kwetsbare objecten en risicobronnen.
bestemmingsplan Torenstraat 4 Balgoij - toelichting
29
Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een risicobron bevindt, overlijdt door een ongeval met de risicobron. Het PR is daarmee de risicomaat om het beschermingsniveau voor de individuele burger uit te drukken. Het toetsingscriterium is in veel gevallen een PR van 10-6. PR wordt inzichtelijk gemaakt door vaste contouren rondom een risicobron. Het groepsrisico (GR) geeft aan wat de kans is op een ongeval met 10 of meer dodelijke slachtoffers in de omgeving van de beschouwde risicobron. Voor het GR geldt geen harde norm, maar een oriëntatiewaarde. De effecten van de ontwikkeling worden in een curve weergegeven en vergeleken met de curve van de oriëntatiewaarde. Bij overschrijding van de oriëntatiewaarde of een significante toename van het groepsrisico moet het bevoegd gezag het groepsrisico betrekken bij de vaststelling van het besluit. Voor deze groepsrisico verantwoording is de hoogte van het groepsrisico of de toename ervan onderdeel van de afweging. Daarnaast worden factoren meegenomen als mogelijkheden van de bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval en de zelfredzaamheid van personen. Daarvoor wordt door het bevoegd gezag advies gevraagd aan de brandweer.
De volgende aspecten spelen een rol ten aanzien van externe veiligheid bij ruimtelijke projecten: ✓ inrichtingen; ✓ vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen; ✓ transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en/of spoor. Voor inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het belangrijkste toetsingskader. Hierin zijn grenswaarden en oriënterende of richtwaarden opgenomen voor het PR en het GR. Voor buisleidingen is het Besluit externe veiligheid buisleidingen van belang (Bevb). Voor transport van gevaarlijke stoffen is met name de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (WVGS) relevant. Op basis van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) is het verplicht transportroutes waarlangs gevaarlijke stoffen worden vervoerd vast te leggen in een bestemmingsplan. In het Bevt en de Regeling Basisnet zijn de normen voor het transport van gevaarlijke stoffen vastgesteld. Het Basisnet is een landelijk aangewezen netwerk voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Binnen bepaalde grenzen wordt dit vervoer over weg, binnenwater en spoor gegarandeerd. Tot slot is er specifieke wetgeving voor de opslag van vuurwerk en munitie. Risicokaart Op de Risicokaart Gelderland zijn de risicovolle inrichtingen en transportassen weergegeven.
Uit deze kaart blijkt dat in de omgeving van het plangebied geen sprake is van de aanwezigheid van risicovolle inrichtingen of transportassen. De risicocontouren van op grotere afstand gelegen inrichtingen en transportassen reiken niet tot over het plangebied. De locatie is ook op ruime afstand van het PR-plafond water, samenhangend met het Basisnet, gelegen. Er is geen sprake van een onaanvaardbaar risico in het kader van de externe veiligheid.
bestemmingsplan Torenstraat 4 Balgoij - toelichting
30
Beleidsvisie Wijchen externe veiligheid Door de gemeente Wijchen is in 2016 de “Beleidsvisie Externe Veiligheid” vastgesteld. In deze beleidsvisie is onder meer vastgelegd op welke wijze het groepsrisico verantwoord moet worden. Daarbij geldt hoe dichter bij de risicobron en hoe kwetsbaarder het object, hoe zwaarder de verantwoordingsplicht wordt ingevuld. Op basis van de beleidsvisie is het plangebied gelegen binnen de ‘zonering provinciale en gemeentelijke wegen’ en de ‘zonering Maas’. Gelet op de aanwezige afstand tot wegen en Maas kan volstaan worden met navolgende ‘standaardverantwoording a’. Verantwoording groepsrisico a Inleiding Het plangebied en de geprojecteerde ontwikkeling bevindt zich op grote afstand van een risicobron. Om deze reden wordt conform de Beleidsvisie externe veiligheid een standaardverantwoording toegepast. Ontwikkeling groepsrisico Vanwege de grote afstand tot de risicobron zal een toename van personendichtheden niet significant doorwerken in de rekenkundige hoogte van het groepsrisico. De beschouwing van het groepsrisico en de verantwoording daarvan is om deze reden volledig kwalitatief uitgevoerd. Mogelijkheden tot beperking van het groepsrisico De mogelijkheid tot beperking van het groepsrisico door het beïnvloeden van de personendichtheid is op deze grote afstand tot de risicobron geen item.
Zoals gesteld heeft op deze afstand een toe- of afname van personendichtheid geen invloed op het groepsrisico. Daarnaast is de kans te overlijden als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen is in deze gebieden vele malen kleiner dan 1/1.000.000. Veiligheidsmaatregelen aan de bron zijn daarom niet realistisch.
Uitsnede risicokaart (bron: Risicokaart.nl)
bestemmingsplan Torenstraat 4 Balgoij - toelichting
31
De bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval Ook het bestrijdbaarheid vraagstuk speelt op deze afstand van de risicobron niet. Bestrijding vindt plaats bij de bron. Mogelijkheden tot zelfredzaamheid In geval van een calamiteit moeten personen kunnen schuilen. De mate waarin deze bouwwerken afsluitbaar zijn tegen de indringing van toxisch gas en de tijdsduur dat deze bouwwerken worden blootgesteld zijn hierbij parameters. Nieuwe bouwwerken zijn goed geïsoleerd, waardoor ze een goede bescherming bieden tegen het binnendringen van het toxisch gas. Belangrijk is wel dat luchtbehandelingsinstallaties met één druk op de knop uit te schakelen zijn. Dit is echter niet af te dwingen in deze ruimtelijke procedure. Daarnaast dient in geval van een calamiteit tijdig gewaarschuwd te worden. Dit gebeurt door het in werking stellen van NL-Alert en het Waarschuwing en Alarmering Systeem (WAS) als onderdeel van de algemene Rampenbestrijding. Het grondgebied van de gemeente Wijchen valt grotendeels binnen de dekking van de sirenepalen.
Deze verantwoording dient gelezen te worden in combinatie met de Beleidsvisie externe veiligheid Wijchen en de daarin gemaakte keuzes 5.1.6 Bedrijven en milieuzonering Milieuzonering draagt er zorg voor dat nieuwe bedrijven of inrichtingen een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen en dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven en/of inrichtingen gesitueerd worden. In de directe nabijheid van het plangebied zijn enkele bedrijven gevestigd. Voor deze bedrijven is geïnventariseerd in hoeverre sprake is van een zonering conform de handreiking ‘Bedrijven en zonering’ (VNG, 2009), die zich uitstrekt over het plangebied. Voor de in de directe omgeving aanwezige bedrijven mag worden uitgegaan van de navolgende indicatieve richtafstand ten opzichte van woningen in een ‘rustige woonomgeving’. Daarbij is ook de daadwerkelijk aanwezige afstand weergegeven. Rustige woonomgeving Bedrijf/inrichting Kerkgebouw, Boomsestraat 2 Dorpshuis, Boomsestraat 2-B Basisschool, Boomsestraat 4 Fruitteeltbedrijf, Torenstraat 2 Fruitteeltbedrijf, Korte Herreweg 6
Categorie 2
Richtafstand 30 m
Werkelijke afstand 115 m
2
30 m
210 m
2
30 m
185 m
2
30 m
35 m
2
30 m
220 m
De afstanden gelden tussen enerzijds de grens van de bestemming die de bedrijven toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van de betreffende woningen.
bestemmingsplan Torenstraat 4 Balgoij - toelichting
32
Het planvoornemen bevindt zich derhalve niet binnen de richtafstanden van de aanwezige bedrijven en zal daarvan geen hinder ondervinden. Andersom vormen de woningen uit het planvoornemen ook geen belemmering voor de omliggende bedrijfsactiviteiten. 5.1.7 Volksgezondheid Gezondheidsrisico’s zijn een optelsom van blootstelling, gevaar en impact. Bloottelling heeft betrekking op de hoeveelheid ziekteverwekker, die een persoon binnen moet krijgen om geïnfecteerd te raken of ziek te worden. Gevaren zijn er in diverse vormen, zoals biologisch (bijv. ziekteverwekkende bacteriën), chemisch (bijv. diergeneesmiddelen of bestrijdingsmiddelen) of fysisch (zoals elektriciteit of ter plaatse gewond raken). Impact staat voor de grootte van het effect dat veroorzaakt wordt. In en om de kern Balgoij hangen gezondheidsrisico’s met name samen met de aanwezigheid van veehouderijen. Voordat een omgevingsvergunning, activiteit milieu, verleend wordt, zijn veehouderijen getoetst aan diverse milieuaspecten, zoals ammoniakuitstoot, geur, fijnstof, aanwezigheid en gebruik van gevaarlijke stoffen, aanen afvoer van meststoffen, geluid, brandveiligheid, etc. Door diverse wetten is voorgeschreven wat de maximale grenswaarden zijn waaraan een veehouderij moet voldoen. Indien een veehouderij niet voldoet, zal een vergunning dus niet verleend worden.
Vooralsnog mag ervanuit worden gegaan dat de grenswaarden die in de wet zijn opgenomen de volksgezondheid in voldoende mate beschermen. Handreiking veehouderij en volksgezondheid De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (versie mei 2018) bevat een praktisch stappenplan om te beoordelen of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. De zeven stappen dienen allen te worden doorlopen en beantwoord om na te gaan of er knelpunten worden gevonden. Toetsing aan het stappenplan moet plaatsvinden, zodat kan worden bepaald of een advies van de GGD nodig is voor de beoogde ontwikkeling. Varkens-en pluimveehouderijen Op basis van het 'Endotoxine toetsingskader 1.0' kan worden beoordeeld of sprake is van een verhoogd volksgezondheidsrisico ten aanzien van varkenshouderijen en pluimveehouderijen. Het plangebied ligt buiten de richtafstanden die aangehouden moeten worden rondom de varkens- en pluimveehouderijen in de omgeving. Er is geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico. Geitenhouderijen Uit het VGO-2 en VGO-3 onderzoek is gebleken dat zich in een straal van circa 2 km rond geitenbedrijven een verhoogd aantal gevallen van longontsteking voordoet. Op circa 0,5 kilometer van het plangebied ligt een geitenhouderij. Er is sprake van een verhoogd risico voor de volksgezondheid.
bestemmingsplan Torenstraat 4 Balgoij - toelichting
33
Stappenplan 2.0: 1. Aan de hand van het endotoxine toetsingskader 1.0 is beoordeeld in hoeverre het planvoornemen voldoet aan de endotoxine ‘richt-afstand’ tussen een veehouderij en een gevoelige bestemming. Uit deze beoordeling blijkt dat de locatie Torenstraat 4 zich niet binnen de richtafstanden van varkens-/pluimveehouderijen in de omgeving bevindt. 2. Het planvoornemen voorziet in de bouw van 6 woningen op de locatie van een agrarisch bedrijf. Daarbij is geen sprake van een toename van de emissie voor geur en/of fijnstof en/of ammoniak, die kan leiden tot een negatief effect op de volksgezondheid. 3. a. Qua geur wordt aan de geldende wet- en regelgeving voldaan, waarbij er geen sprake is van een overbelaste situatie voor geur (voorgrond en achtergrond). De afstand tot veehouderijen met dieren zonder emissiefactor is groter dan 100 m (in een kern). b. De voor- en achtergrondbelasting is niet hoger dan de odour-unit waarden uit het onderzoek van Geelen et al. 4. a. Het planvoornemen betreft niet een veehouderij. Rondom het plangebied zijn in de directe omgeving geen veehouderijen gelegen. b. Niet van toepassing, zie onder 4a. 5. Er is geen sprake van de ontwikkeling van een nieuwe geitenhouderij, pluimveebedrijf of overige veehouderij. Het plangebied is wel gelegen binnen de straal van 2 km van een geitenhouderij (stap 5a).
Het plangebied is niet gelegen binnen een afstand van 1 km van een pluimveebedrijf (stap 5b) of binnen 250 meter van overige veehouderijen (stap 5c). 6. Er is geen sprake van mestbe- of verwerking als nevenactiviteit of als zelfstandige activiteit. 7. Bij omwonenden is geen sprake van ongerustheid over de volksgezondheid. Advisering door de GGD wordt gelet op het gestelde onder stap 5a geadviseerd. Door het bevoegd gezag is advies aangevraagd bij de GGD. Het bevoegd gezag neemt het advies van de GGD mee in haar overwegingen of medewerking kan worden verleend aan het planvoornemen en of zo nodig extra voorschriften moeten worden opgenomen. Advies GGD De GGD heeft op 25 januari 2021 geadviseerd over het planvoornemen. De GGD geeft aan dat uit onderzoek bij veehouderijen in Brabant en Noord-Limburg al was aangetoond dat omwonenden in de buurt van een geitenhouderij extra kans hebben op het krijgen van een longontsteking. En uit vervolgonderzoek 2019/2020 is gebleken dat deze problematiek ook in Gelderland speelt. De relatie is dus wel aangetoond, maar de specifieke oorzaak nog niet. Op basis van deze kennis en onzekerheid handhaaft de provincie Gelderland het moratorium op nieuwbouw en uitbreiding van geitenhouderijen.
bestemmingsplan Torenstraat 4 Balgoij - toelichting
34
Veehouderijen leiden tot gezondheidsrisico’s voor omwonenden. Deze gezondheidsrisico’s hangen samen met de uitstoot van fijn stof (PM10) , endotoxinen (celwandbestanddelen van bepaalde bacteriën) en geur door de veehouderij. Op basis van de huidige inzichten adviseert de GGD om het voorzorgsprincipe toe te passen en terughoudend te zijn met het plaatsen van nieuwe gevoelige bestemmingen op of binnen 250 meter van een veehouderij of in veedichte gebieden met meer dan 15 bedrijven binnen een straal van één kilometer. Ook op grotere afstand dan 250 meter kunnen gezondheidseffecten optreden door emissies van veehouderijen. Bij geitenhouderijen is er tot 2 km een verhoogd risico op longontsteking gevonden. De oorzaak van het verhoogde risico op longontsteking rond geitenbedrijven is vooralsnog onbekend en onderwerp van vervolgonderzoek. Voor geitenhouderijen wordt door de GGD terughoudendheid geadviseerd met vestiging of uitbreiding van geitenhouderijen binnen een afstand van 2 kilometer van gevoelige bestemmingen én terughoudendheid met het bouwen van gevoelige bestemmingen binnen 2 kilometer van een geitenhouderij. Daarbij wordt verwezen naar het algemeen “Gezondheidskundig advies veehouderijen en omwonenden”, dat als bijlage bij de toelichting beschikbaar is.
De aanwezigheid van de geitenhouderij is gelet op voorgaande zeker een aandachtspunt, maar dan vooral voor potentiële nieuwe bewoners. Deze nieuwe bewoners dienen daarin zelf een weloverwogen keuze te maken. Zij moeten zich ervan bewust zijn dat ze binnen 2 km van een geitenhouderij komen te wonen en daarmee een verhoogd risico lopen. Het wordt echter niet afgeraden om er te gaan wonen. 5.1.8 Spuitzone gewasbescherming Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet ter beoordeling of sprake is van een goede ruimtelijke ordening ook rekening gehouden worden met eventuele spuitzones ten behoeve van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Er zijn echter geen wettelijke bepalingen inzake minimaal aan te houden afstanden tussen de gronden waarop gewassen worden geteeld en nabijgelegen gevoelige objecten. In het kader van het planvoornemen moet de aan te houden afstand tussen de gronden waarop de gewassen worden geteeld en nabijgelegen gevoelige objecten zodanig gekozen worden dat een aanvaardbaar leefklimaat ter plaatse aanwezig zal zijn. Op basis van jurisprudentie wordt in de praktijk een spuitzone voor bebouwing aangehouden van 50 m, gemeten vanaf de bestemmingsgrens. Deze 50 m is in diverse uitspraken van de Raad van State als ‘in het algemeen niet onredelijk’ bevonden en geldt als een vaste richtafstand waar gemotiveerd van kan worden afgeweken.
Een kleinere afstand is mogelijk, mits deze goed onderbouwd wordt. De vaste richtafstand van 50 m is in de open teelt met name van belang voor boomkwekerijen en boomgaarden, omdat gewasbeschermingsmiddelen daarbij niet alleen neerwaarts worden gespoten (onkruidbestrijding), maar ook zij- en opwaarts (voorkomen en bestrijden schimmels en plaagdieren).
bestemmingsplan Torenstraat 4 Balgoij - toelichting
35
Het plangebied bevindt zich deels binnen de spuitzone gewasbescherming van de boomgaard in de hoek van Torenstraat en Herreweg. De spuitzone valt over de meest westelijke punt van het plangebied. Hier zijn geen woningen voorzien, maar loopt de dierenweide door tot aan de Torenstraat. Bij de situering van de nieuwe woningen is als volgt rekening gehouden met de spuitzone. Zoals aangegeven wordt de spuitzone van 50 m gemeten vanaf de bestemmingsgrens. Echter omdat de boomgaard hier is gelegen in de hoek van Herreweg en Torenstraat, nabij de kruising van beide wegen, is aannemelijk dat de fruitbomen niet tot op de bestemmingsgrens geplant gaan worden. Daarmee zou de verkeersveiligheid in het geding komen. Daarnaast zou de bereikbaarheid van de fruitbomen in het gedrang komen als deze pal tegen de op de bestemmingsgrens aanwezige afrastering worden geplant. Daarbij betreffen de fruitbomen appelbomen. Appelbomen zijn een langdurig gewas; de appelbomen blijven vaak tientallen jaren staan. Dit overziende is de aanname gerechtvaardigd dat de fruitbomen niet dichter bij het plangebied geplaatst zullen worden en dat voor het bepalen van de spuitzone uit mag worden gegaan van de huidige positie van de fruitbomen. De nieuwe woningen zijn op circa 3 m buiten de aldus bepaalde spuitzone gesitueerd.
Overigens zouden de woningen daarmee ook maar 2 m binnen de spuitzone zijn gelegen, als deze uitgezet wordt vanaf de bestemmingsgrens. Die overschrijding zou daarmee eigenlijk ook al verwaarloosbaar en acceptabel zijn.
Situering meest westelijke woningen buiten spuitcirkel door toepassen feitelijke spuitcirkel (groen, vanaf dichtstbijzijnde fruitboom) in plaats van theoretische spuitcirkel (blauw, vanaf grens fruitperceel)
bestemmingsplan Torenstraat 4 Balgoij - toelichting
36
5.1.9 Mer(beoordelings)plicht Besluit milieueffectrapportage Ingevolge het Besluit m.e.r. moet worden getoetst of een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling voorziet in, of een kader vormt voor, activiteiten die (mogelijk) belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu. Hiervoor zijn in de bijlage bij het Besluit m.e.r. lijsten opgenomen waarin activiteiten zijn aangewezen die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu (lijst C) of ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben (lijst D). In de lijsten zijn (indicatieve) drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit een omvang heeft die onder de drempelwaarden ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de EEG-richtlijn milieubeoordeling te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten. Pas als dat het geval is, is de activiteit niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. Deze motivering moet zijn gebaseerd op een toets die qua inhoud (dat wil zeggen: op basis van dezelfde criteria) aansluit bij m.e.r.-beoordeling, de diepgang kan echter anders zijn en er zijn geen vormvereisten. Vormvrije m.e.r.-beoordeling Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de omzetting van een perceel voor een agrarisch bedrijf met bedrijfswoning in een perceel met zes burgerwoningen.
Gelet op de kenmerken van het project (zoals het karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r.), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke negatieve milieueffecten optreden. Dit blijkt ook uit de beschrijvingen van de verschillende milieuaspecten zoals deze in de voorgaande paragrafen zijn opgenomen. Voor het planvoornemen is dan ook geen m.e.r.-procedure of m.e.r.-beoordelingsprocedure noodzakelijk conform het Besluit m.e.r..
5.1.10 Hoogspanningslijnen Beleidskader In 2005 heeft de Staatssecretaris van VROM een beleidsadvies voor bovengrondse hoogspanninglijnen geformuleerd. Bij de vaststelling van bestemmingsplannen wordt geadviseerd om zo veel als redelijkerwijs mogelijk is te vermijden dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen langdurig verblijven in het gebied rond bovengrondse hoogspanningslijnen waarbinnen het jaargemiddelde magneetveld hoger is dan 0,4 microtesla (de magneetveldzone). Bovenstaande betekent dat er geen gevoelige bestemmingen (voor hoogspanninglijnen zijn dit woningen en scholen, crèches en kinderopvang) waar langdurig verbleven wordt (tenminste 14-18 uur per dag gedurende minimaal één jaar) opgericht mogen worden binnen de magneetveldzone van 0,4 microtesla.
bestemmingsplan Torenstraat 4 Balgoij - toelichting
37
De magneetveldzone is de strook grond die zich aan beide zijden langs de hoogspanningslijn uitstrekt en waarbinnen het magneetveld gemiddeld over een jaar hoger dan 0,4 microtesla is of in de toekomst kan worden. Het magneetveld rond een hoogspanningslijn is afhankelijk van een aantal eigenschappen van de lijn. Een belangrijke bepalende eigenschap is de capaciteit van de lijn. Deze wordt op zijn beurt weer bepaald door het spanningsniveau van de lijn en de stroomsterkte die door de lijn kan lopen. Hoogspanningslijn Ten noorden van de Drutenseweg is de bovengrondse hoogspanningslijn Dodewaard-Boxmeer (380 kV) aanwezig. Rond deze hoogspanningslijn gelden een zakelijk rechtstrook en een indicatieve zone. De in het bestemmingsplan Buitengebied Wijchen vastgelegde zakelijk rechtstrook bedraagt 35 m aan weerszijde van de hoogspanningslijn, dus een totale strook van 70 m. In principe moet deze strook worden vrijgehouden. Het plangebied ligt op ruime afstand (meer dan 1 km) van de hoogspanningslijn. De zakelijk rechtstrook vormt geen beperking. De indicatieve magneetveldzone voor deze hoogspanningslijn is 105 m aan weerszijde van de lijn. Aangezien het plangebied niet is gelegen binnen deze zone, zorgt de hoogspanningslijn niet voor belemmeringen.
5.1.11 Conclusie Op basis van de onderbouwingen in de voorgaande paragrafen mag geconcludeerd worden dat vanuit milieuaspecten geen belemmeringen bestaan tegen het planvoornemen. Ook is het niet noodzakelijk voorwaarden aan de voorziene ontwikkeling te verbinden.
bestemmingsplan Torenstraat 4 Balgoij - toelichting
38
5.2
Fysieke aspecten
5.2.1 Water Watertoets Water vormt een steeds belangrijker aspect bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Belangrijke thema's zijn: het vasthouden in plaats van direct afvoeren van hemelwater, het hergebruik van water, het zuinig omgaan met drinkwater en het beperken van de onttrekking van grondwater. Het is dan ook verplicht om in de toelichting bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling te verantwoorden op welke wijze rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Dit is bepaald in artikel 3.1.6, eerste lid, sub b van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Deze verantwoording wordt ook wel de watertoets genoemd. De watertoets vraagt niet alleen een beschrijving van de waterhuishoudkundige situatie en de invloed die de voorgestane ruimtelijke ontwikkelingen hebben, maar ook een vroegtijdig overleg met waterbeheerders. Waterparagraaf Het planvoornemen betreft de herontwikkeling van een voormalige agrarische bedrijfslocatie. Daarbij wordt de agrarische bebouwing en verharding gesloopt. Daarvoor in de plaats worden 6 halfvrijstaande burgerwoningen gebouwd. Achter en naast de woningen is de aanleg van een dierenweide met wadi voorzien. De dierenweide en wadi worden landschappelijk ingepast. Voor het planvoornemen is een afzonderlijke “Waterparagraaf woningen Torenstraat 4 Balgoij” opgesteld.
Daarin wordt onder meer geconcludeerd dat met de voorgenomen ontwikkeling het aantal vierkante meters verhard oppervlak afneemt. Het realiseren van watercompensatie is daardoor niet aan de orde. Het plangebied raakt geen ruimtelijk begrensde waterbelangen van het waterschap. Gezien de terreinhoogte en grondwaterstanden wordt voldaan aan de ontwateringseisen. Hemelwater wordt op eigen terrein bewerkt en niet afgevoerd naar riolering en/of opper-vlaktewatersysteem, waardoor de noodzaak voor compenserende waterberging komt te vervallen. Het plangebied kan voor wat betreft het afvalwater op de bestaande openbare drukriolering van de Torenstraat worden aangesloten. Hiervoor wordt het bestaande pompgemaal Torenstraat 4 verdiept. Verdere aanpassingen van de drukriolering (pompgemaal en persleiding) zijn niet nodig. Het plan heeft daardoor geen nadelige gevolgen voor de waterhuishouding en omgekeerd. Het planvoornemen is op 23 september via de digitale watertoets aangemeld. Dit heeft geresulteerd in toezending van een ‘uitgangspuntennotitie normale procedure’ door Waterschap Rivierenland. Deze notitie is gebruikt bij het opstellen van de waterparagraaf. De waterparagraaf en het digitale wateradvies zijn als bijlage bij de toelichting beschikbaar.
bestemmingsplan Torenstraat 4 Balgoij - toelichting
39
5.2.2 Flora en fauna Wet natuurbescherming Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Daarmee is de integratie van de Natuurbeschermingswet (Nbw), de Flora- en faunawet (Ffw) en de Boswet een feit. In de Wnb is zowel de gebiedsbescherming als de soortenbescherming geregeld. Bij gebiedsbescherming gaat het om aangewezen natuurgebieden en bij soortenbescherming gaat het om de bescherming van vogels en andere diersoorten en planten. Gebiedsbescherming In het kader van de gebiedsbescherming moet getoetst worden in hoeverre het planvoornemen significante effecten heeft op natuurgebieden in de omgeving. In ieder geval moet daarbij gekeken worden naar de effecten op het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Natura 2000-gebieden. Het plangebied of de directe omgeving daarvan maakt geen deel uit van het NNN of Natura 2000-gebieden. De dichtstbij gelegen onderdelen van het NNN liggen op circa 300 m of meer ten oosten van het plangebied. Het dichtstbij gelegen Natura 2000-gebied, de Rijntakken, is gelegen op een afstand van ca. 11 km of meer.
Omdat het planvoornemen daarnaast ook niet voorziet in het opstarten van activiteiten, die een grotere impact kunnen hebben op natuurgebieden in de wijdere omgeving (een agrarisch bedrijf met bedrijfswoning wordt vervangen door zes burgerwoningen), mag aangenomen worden dat het planvoornemen geen nadelige gevolgen heeft voor de gebiedsbescherming. Stikstofdepositie Voor veel projecten geldt een vergunningsplicht (gebiedsbescherming Natura 2000) of een uitgebreidere motivatieplicht om aan te tonen dat een project geen effect heeft op Natura 2000 gebieden. Een omgevingsvergunning kan alleen verleend worden als er aangetoond is dat van de bijbehorende stikstofemissie geen effect te verwachten valt op Natura 2000 gebieden. De depositie van stikstof in het natuurgebied mag niet boven de 0,00 mol N/ha/jaar uitkomen. Het planvoornemen betreft de vervanging van een agrarisch bedrijf met bedrijfswoning door zes burgerwoningen. Door de Rijksoverheid is de “Handreiking woningbouw en AERIUS” uitgegeven. In deze handreiking is een overzicht van de ‘Indicatieve depositie (mol/ha/jaar) als functie van de afstand tussen de woningen en het natuurgebied’ opgenomen. Uit dit overzicht blijkt onder meer dat de indicatieve depositie van 50 woningen op een afstand van 10 km tot het natuurgebied 0,00 mol/ha/jaar bedraagt.
Daar vanuit gaande kan worden gesteld dat ook de depositie van 6 woningen op een afstand van 11 km tot het natuurgebied niet meer dan 0,00 mol/ha/jaar bedraagt.
bestemmingsplan Torenstraat 4 Balgoij - toelichting
40
Soortenbescherming In verband met de uitvoerbaarheid van ruimtelijke ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met soortenbescherming en dan met name de aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied. Er mogen geen mogelijkheden worden geboden voor ruimtelijke ontwikkelingen waarvan op voorhand redelijkerwijs kan worden ingezien dat in het kader van de Wnb geen ontheffing zal worden verleend. Quickscan flora en fauna Teneinde informatie te verkrijgen over de aanwezigheid van beschermde flora en fauna is de “QuickScan flora en fauna Torenstraat 4, Balgoij” (BNL advies, 2020) uitgevoerd. De quickscan leidt tot de volgende conclusies en aanbevelingen: 1 Vogels met jaarrond beschermde nesten Het plangebied is geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met jaarrond beschermde nesten, namelijk de huismus. Naderonderzoek naar het voorkomen/ gebied gebruiksfuncties van deze soorten wordt nodig geacht. Nader onderzoek naar boombewonende soorten welke volgens de vogelrichtlijn beschermd dienen te worden wordt niet nodig geacht door het ontbreken van een geschikt habitat. 2 Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) Het plangebied is potentieel geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met niet jaarrond beschermde nesten, waaronder boerenzwaluw, spreeuw, koolmees, pimpelmees en zwarte roodstaart.
Vogels met niet jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) zijn vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan en die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Deze zijn buiten het broedseizoen niet beschermd. Categorie 5-soorten zijn wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In dezen zijn er geen ecologische omstandigheden waardoor categorie 5 soorten in het plangebied jaarrond beschermd dienen te zijn. Het betreft een lokaal en regionaal algemene vogels. In de directe omgeving zijn voldoende geschikte structuren die als alternatief gebruikt kunnen worden. Tijdelijke schadelijke effecten op Categorie 5 soorten vogels door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart – 15 augustus). Werken binnen het broedseizoen is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt is voorafgaand aan de werkzaamheden een controle door een deskundig ecoloog.
bestemmingsplan Torenstraat 4 Balgoij - toelichting
41
3 Algemene broedvogels Het plangebied is potentieel geschikt voor algemene broedvogels om te broeden. Zij kunnen nestelen in de bomen en struiken welke aanwezig zijn binnen het plangebied. Schadelijke effecten op algemene broedvogels door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart – 15 augustus). Werken binnen het broedseizoen is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt is voorafgaand aan de werkzaamheden een controle door een deskundig ecoloog noodzakelijk. 4 Vleermuizen De voorgenomen ontwikkelingen kunnen niet leiden tot een negatief effect op vleermuizen. Hierdoor kunnen de verbodsbepalingen Art 3.5 lid 2 en 4 (zie Tabel 1) van de Wnb niet worden overtreden. Aanvullend onderzoek wordt niet nodig geacht. Indien vleermuizen tijdens sloop werkzaamheden aangetroffen worden en een overtreding van een verbodsbepaling niet kan worden voorkomen, dient eerst door een deskundige/ ecoloog onderzocht te worden om welke soorten vleermuizen het gaat en zal een ontheffing of vergunning nodig zijn om de werkzaamheden voort te kunnen zetten.
5 Overige habitatrichtlijnsoorten Voor overige habitatrichtlijnsoorten is het plangebied (redelijkerwijs) ongeschikt door het ontbreken van geschikte habitat. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk. 6 Nationaal beschermde soorten In het plangebied zijn geen nationaal beschermde soorten aanwezig, waarvoor géén provinciale vrijstelling geldt. Het plangebied is potentieel geschikt voor Nationaal beschermde soorten waarvoor in de provincie Gelderland een vrijstelling geldt als egel, konijn en (spits)muizen. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijk effect op egel en (spits)muizen zoveel mogelijk dient te worden voorkomen. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden. 7 Conclusie Op basis van bovenstaande informatie welke uit de quickscan flora en fauna naar voren is gekomen, dient er een aanvullend flora- of faunaonderzoek uit gevoerd te worden naar de aanwezigheid van huismussen voor de sloop/ verwijderen van de stallen, loods, schuur en woonhuis. Tijdens werkzaamheden blijft te allen tijde de zorgplicht van kracht en bij een veranderende situatie dient te allen tijde een ecoloog ingeschakeld te worden.
bestemmingsplan Torenstraat 4 Balgoij - toelichting
42
Voor het aanvullend onderzoek naar huismussen moeten twee gerichte veldbezoeken uitgevoerd worden, binnen de periode van 1 april tot en met 15 mei, met een tussentijd van 10 dagen. Daarbij moet worden gekeken naar eventuele nestlocaties en de functionele leefomgeving (slaapplaats, foerageerplaats, schuilplaatsen, etc.). Afhankelijk van de uitkomsten van dit onderzoek kan worden bepaald of er een ontheffing Wnb aangevraagd moet worden en/of dat alternatieve (mitigerende) maatregelen toegepast moeten worden voor tot sloop overgegaan kan worden. De Quickscan flora en fauna is als bijlage bij de toelichting beschikbaar. 5.2.3 Cultuurhistorisch erfgoed Wettelijk kader De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. Zo ook navolgende bepaling omtrent de archeologische monumentenzorgen cultuurhistorische waarden.
De gemeenteraad houdt bij de vaststelling van een bestemmingsplan of een beheersverordening als bedoeld in artikel 3.1, onderscheidenlijk artikel 3.38, van de Wet ruimtelijke ordening en bij de bestemming van de in het plan begrepen grond, rekening met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. Conform het bepaalde in artikel 3.1.6 Bro moet bij ruimtelijke ontwikkelingen ook rekening worden gehouden met de aanwezige cultuurhistorische waarden. Cultuurhistorie In het cultuurhistorische beleid van de provincie Gelderland ‘Belvoir’ is Gelderland ingedeeld in tien Belvoirgebieden. Ieder gebied heeft zijn eigen regionale cultuurhistorische identiteiten. De dragers van deze identiteiten zijn de DNA structuren. De kaart ‘Het Gelders DNA’ geeft voor de verschillende Belvoirgebieden de cultuurhistorische identiteitsdragers weer. De provincie zet zich in om dit DNA te behouden, versterken en te ontwikkelen. Balgoij en omgeving is onderdeel van het Belvoirgebied Rivierengebied. De identiteit van dit gebied wordt bepaald door ‘strijd en leven met het water’. Op de kaart ‘Het Gelderse DNA’ is in de directe omgeving van het plangebied enkel de aanduiding ‘Bestaande Kade’ van toepassing. Deze kade volgt het tracé van de Herreweg, via de Torenstraat naar de Boomsestraat. Het planvoornemen ligt niet direct aan het tracé van de kade en doet daaraan geen afbreuk.
Verdere cultuurhistorische waarden zijn binnen het plangebied of de directe omgeving daarvan niet aanwezig.
bestemmingsplan Torenstraat 4 Balgoij - toelichting
43
Archeologie Uitgangspunt van de wet- en regelgeving aangaande archeologie is dat archeologische waarden in situ (ter plekke) bewaard moeten blijven. Er dient te worden nagestreefd de waarden op de locatie te behouden. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld bij bouwplannen, dan moeten de waarden worden opgegraven en ex situ (elders) worden bewaard. Op de Archeologische beleidskaart voor de gemeente Wijchen is de omgeving van het plangebied aangeduid als gebied met een ‘middelmatige archeologische verwachting’. Archeologisch onderzoek is verplicht bij ingrepen met een oppervlakte groter dan 1000 m². Langs de zuidelijke rand van het plangebied is bovendien een archeologische vindplaats aanwezig. Rond deze vindplaats is een aandachtszone van 50 m aanwezig, die deels over het plangebied ligt. In het buitengebied is in deze zone archeologisch onderzoek bij ingrepen altijd verplicht. De aanwezigheid van verwachtingsgebied en aandachtszone is ook vastgelegd in het geldende bestemmingsplan. Dit betreft de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 1’ (aandachtszone) en ‘3’ (verwachtingsgebied). De locatie van de geplande woningen ligt in de zone met middelhoge archeologische verwachting. Hiervoor geldt dat er bij ontwikkelingen met een oppervlakte kleiner dan 1000 m2 en dieper dan 30 cm onder maaiveld geen archeologisch onderzoek nodig is.
Dat is hier het geval, want de woningen veroorzaken samen (inclusief de bijbehorende infrastructuur) minder dan 1000 m2 verstoring van de bodem. Voor de bouw van deze woningen is dan ook geen archeologisch onderzoek nodig. De archeologische dubbelbestemming moet wel worden gehandhaafd voor het hele plangebied (zowel Waarde - Archeologie 1 als 3). De oppervlakte van de te slopen agrarische bebouwing is wel groter dan 1000 m2. De bedrijfswoning en de veldschuur op het zuidwestelijke deel van het perceel liggen bovendien binnen de aandachtszone van een archeologische vindplaats. Voor de sloop geldt daarmee wel een archeologische verplichting, in de vorm van archeologische begeleiding. Door de sloop echter zo minimaal mogelijk uit te voeren, zodat er zo min mogelijk schade wordt toegebracht buiten de eerdere verstoring door de bouw ervan, kan van archeologische begeleiding bij de sloop worden afgezien. Een te prefereren alternatief is uitsluitend bovengrondse sloop, maar ondergrondse sloop, die zo weinig mogelijk ongeroerde grond raakt is zoals gezegd ook mogelijk. De wijze van slopen moet wel worden vastgelegd zodat tijdens de sloop hierop kan worden getoetst. Voorafgaand aan de daadwerkelijke sloop, zal de wijze van slopen worden vastgelegd. Over bovenstaande heeft reeds afstemming plaatsgevonden met de beleidsadviseur archeologie van de Werkorganisatie Druten Wijchen.
Door de beleidsadviseur kan hiermee worden ingestemd.
bestemmingsplan Torenstraat 4 Balgoij - toelichting
44
5.2.4 Verkeer en parkeren Na realisering van het planvoornemen is binnen het plangebied enkel de woonfunctie relevant voor verkeer en parkeren. De omvorming van een agrarisch bedrijf met bedrijfswoning naar 6 burgerwoningen heeft gevolgen voor de verkeersgeneratie. Voor de huidige functie (agrarisch bedrijf) geeft de CROW-publicatie “Toekomstbestendig parkeren” geen cijfers voor de verkeersgeneratie. Afgeleid van de wel bekende cijfers is de aanname gerechtvaardigd dat de verkeersgeneratie van het agrarisch bedrijf met bedrijfswoning circa 20 motorvoertuigbewegingen/weekdagetmaal bedraagt. Na realisatie van het planvoornemen (waarbij 6 burgerwoning resteren in plaats van een agrarisch bedrijf) bedraagt de verkeersgeneratie circa 50 (6 x 8,2) motorvoertuigbewegingen/weekdagetmaal. De verkeersgeneratie neemt derhalve toe. Daar staat tegenover dat de hoeveelheid landbouw- en vrachtverkeer afneemt, doordat daarvan voor de locatie Torenstraat 4 geen sprake meer van zal zijn. De toename in verkeersgeneratie vormt geen probleem voor de verkeersafwikkeling op de Torenstraat. De gemeentelijke parkeernorm voor woningen is gekoppeld aan de CROW-publicatie “Toekomstbestendig parkeren”. Dit betekent voor halfvrijstaande woningen in Balgoij (‘rest bebouwde kom’ in ‘weinig stedelijk gebied’) een parkeernorm van 2,6 parkeerplaatsen per woning.
Conform die parkeernorm moeten in totaal 6 x 2,6 = 15,6 parkeerplaatsen aangelegd worden op eigen terrein. Per woning betekent dit dat 3 parkeerplaatsen op eigen terrein moeten worden gerealiseerd. Daartoe is op de nieuwe kavels voldoende ruimte aanwezig. 5.2.5 Conclusie Op basis van de onderbouwingen in de voorgaande paragrafen mag geconcludeerd worden dat fysieke aspecten geen belemmeringen opleggen aan het planvoornemen. Ook is het niet noodzakelijk voorwaarden aan de voorziene ontwikkeling te verbinden. Wel is mogelijk een ontheffing Wnb of het treffen van mitigerende maatregelen noodzakelijk bij de sloop van de bestaande bebouwing.
Situering inritten en parkeerplaatsen bij nieuw te realiseren woningen
bestemmingsplan Torenstraat 4 Balgoij - toelichting
45
5.3
Economische aspecten
5.3.1 Kostenverhaal Door de gemeente Wijchen wordt met de initiatiefnemer een realisatieovereenkomst afgesloten. In deze overeenkomst (Wro, afdeling 6.4) worden onder meer afspraken gemaakt over de wijze van realiseren van het plan, het verhalen van door de gemeente te maken kosten en afwenteling van planschade. Daarnaast worden voor het herzien van het bestemmingsplan legeskosten in rekening gebracht.
De kosten van de daadwerkelijke uitvoering van het planvoornemen worden door de initiatiefnemer gedragen. Voor de gemeente Wijchen zijn aan het planvoornemen verder geen kosten verbonden. 5.3.2 Planschade Op grond van artikel 6.1 Wro kennen Burgemeester en wethouders degene die in de vorm van een inkomensderving of een vermindering van de waarde van een onroerende zaak schade lijdt of zal lijden ten gevolge van onder meer een wijziging van het bestemmingsplan, op aanvraag een tegemoetkoming in die schade toe. Daarbij geldt dat het moet gaan om schade die redelijkerwijs niet voor rekening van de aanvrager behoort te blijven en die niet reeds voldoende anderszins is verzekerd. Naar verwachting zal in onderhavig geval geen sprake zijn van planschade. De fysieke situatie wijzigt beperkt, waarbij sprake zal zijn van een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Verouderde bebouwing wordt vervangen door nieuwe, op meer gangbare afstand van de weg gesitueerde bebouwing. Mocht toch sprake zijn van planschade, dan komt deze op basis van een te sluiten planschadeovereenkomst voor rekening van de initiatiefnemer. 5.3.3 Conclusie Op basis van de motiveringen in de voorgaande paragrafen mag geconcludeerd worden dat het planvoornemen economisch haalbaar is en niet leidt tot extra kosten voor de gemeente Wijchen.
5.4
Handhaafbaarheid
5.4.1 Regeling in bestemmingsplan Buitengebied Wijchen De bestemmingsregeling van onderhavig plan is afgestemd op de bestemmingsregeling uit het geldende bestemmingsplan “Buitengebied Wijchen”. Bij het opstellen van de regels voor dit bestemmingsplan “Buitengebied Wijchen” is reeds de nodige aandacht besteed aan de handhaafbaarheid daarvan. Door voor het plangebied aan te sluiten bij deze regels, wordt de handhaafbaarheid van de regeling voldoende gewaarborgd. 5.4.2 Conclusie Op basis van voorgaande mag geconcludeerd worden dat de handhaafbaarheid van de toekomstige situatie binnen het plangebied afdoende gewaarborgd is.
bestemmingsplan Torenstraat 4 Balgoij - toelichting
46
6
JURIDISCHE VERANTWOORDING
6.1
Algemeen
Op basis van de Wet ruimtelijke ordening, bepaalt een drietal zaken de opzet en inrichting van de planregels, te weten: ✓ de digitale raadpleegbaarheid; ✓ de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012); ✓ de Woningwet. De structuur van het plan is zodanig dat de verbeelding de primaire informatie geeft over waar en hoe gebouwd mag worden. Bij het raadplegen van het bestemmingsplan dient dan ook eerst naar de verbeelding gekeken te worden. Vervolgens kan in de regels teruggelezen worden welk gebruik en welke bouwmogelijkheden zijn toegestaan.
6.2
Toelichting op de verbeelding
Op de verbeelding zijn aangegeven: ✓ de grens van het plangebied; ✓ de bestemmingen van de in het plangebied gelegen gronden: ‘Agrarisch met waarden’ en ‘Wonen’; ✓ de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 1’ en ‘Waarde – Archeologie 3’; ✓ de aanduiding ‘bouwvlak’; ✓ de maatvoeringen ‘maximum aantal wooneenheden’ en ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)’. Door middel van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ wordt vastgelegd dat binnen het bouwvlak maximaal zes woningen zijn toegestaan.
6.3
Toelichting op de regels
De regels zijn conform de SVBP 2012 als volgt opgebouwd: ✓ inleidende regels; ✓ bestemmingsregels; ✓ algemene regels; ✓ overgangs- en slotregels. De van toepassing zijnde regels zijn zoveel als mogelijk overgenomen van de bestemmingsregeling uit het bestemmingsplan “Buitengebied Wijchen” en de herziening daarvan.
bestemmingsplan Torenstraat 4 Balgoij - toelichting
47
7
PROCEDURE
7.1
Vooroverleg
Artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bepaalt dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, waar nodig, overleg plegen met andere betrokken overheden en overheidsdiensten, zoals naburige gemeenten, het waterschap, en de diensten van het Rijk en de provincie. De bedoeling van dit vooroverleg is voornamelijk om de opstellers van het plan tijdig de mogelijkheid te geven het plan desgewenst aan opmerkingen van andere overheden aan te passen. Het concept ontwerpbestemmingsplan is in het kader van de watertoets digitaal ter beoordeling aan het waterschap Rivierenland aangeboden. Het waterschap geeft aan dat de normale procedure moet worden doorlopen.
7.2
De te volgen procedure
Het bestemmingsplan doorloopt de volgende procedure. Ontwerp: publicatie en terinzagelegging overeenkomstig afdeling 3.4 Awb en Wro. Een ieder kan gedurende deze terinzagelegging een zienswijze indienen bij de gemeenteraad Vaststelling: vaststelling door de Raad mogelijkheid reactieve aanwijzing publicatie en terinzagelegging vastgesteld bestemmingsplan gedurende de beroepstermijn Inwerkingtreding: na afloop van de beroepstermijn (tenzij binnen de beroepstermijn een verzoek om voorlopige voorziening wordt gedaan) Beroep: beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
bestemmingsplan Torenstraat 4 Balgoij - toelichting
48
7.3
Zienswijzen en ambtshalve wijzigingen
Het ontwerpbestemmingsplan Torenstraat 4 Balgoij heeft vanaf 18 maart tot en met 28 april 2021 6 weken ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn zijn over het plan geen zienswijzen ingediend bij de gemeenteraad. Gedurende de termijn van terinzagelegging is wel geconstateerd dat de noordoostelijke plangrens niet overeen kwam met de daar gelegen kadastrale grens. Een smalle strook van het plangebied lag over het aangrenzende perceel. Omdat dit perceel geen eigendom is van de initiatiefnemer en derhalve geen onderdeel uitmaakt van het plangebied is de noordoostelijke plangrens aangepast. De betreffende plangrens valt daardoor exact samen met de onderliggende kadastrale perceelgrens. Deze aanpassing van de verbeelding is als ambtshalve wijziging bij de vaststelling van het bestemmingsplan ingebracht. Derhalve is sprake van een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan.
bestemmingsplan Torenstraat 4 Balgoij - toelichting