CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

250902 Routekaart duurzame warmte Wijchen

Raad openbaar Wijchen 30 oktober 2025, gemeente wijchenBij agendapunt: 314296 beslisnota Routekaart Duurzame Warmte Wijchen10.805 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

1

Inhoudsopgave

Inhoudsopgave .....................................................................................................2 1.

Inleiding ....................................................................................................3

2.

Zeven leidende principes ..............................................................................4 2.1

We werken stapsgewijs en bieden iedereen een handelingsperspectief .............................................4

2.2

We werken nauw samen met inwoners, bedrijven en maartschappelijke partners ............................5

2.3

We zetten in op een haalbare, betaalbare, duurzame en betrouwbare warmteoplossing ..................6

2.4

We leren al doende en reageren flexibel op wat nodig is ....................................................................9

2.5

We vullen een regierol in passend bij de situatie .................................................................................9

2.6

We kijken naast techniek en financiën ook naar sociale en ruimtelijke zaken .....................................9

2.7

We zetten in op verschillende energiebronnen..................................................................................10

3.

Het maken van een Warmteprogramma ........................................................11 3.1

Inleiding ..............................................................................................................................................11

3.2

Vijf fasen .............................................................................................................................................11

3.3

Globale planning van het warmteprogramma ....................................................................................14

4.

5.

De gefaseerde ontwikkeling van een warmtenet.............................................15 4.1

Het ontwikkelproces van een warmtenet...........................................................................................15

4.2

Waar staan we nu? .............................................................................................................................16

4.3

Aanvullend onderzoek: regionale bronnenstrategie ..........................................................................16

4.4

Volgende stap: voortgangsbesluit voor ontwikkelfase .......................................................................17

4.5

Conditioneel Investeringsbesluit ........................................................................................................19

4.6

Contractenfase en realisatiefase ........................................................................................................19 Routekaart in één oogopslag .......................................................................20

Bijlage 1: Wat moet er in het Warmteprogramma? De juridische context ....................21 Bijlage 2: definitie van betaalbaarheid ....................................................................23 Bijlage 3: Van Warmteprogramma via uitvoeringsplan naar Omgevingsplan ................26 Bijlage 4: Mogelijke inhoudsopgave van het Warmteprogramma ................................29

2

1. Inleiding Door het gebruik van fossiele brandstoffen zoals aardgas warmt onze planeet op. In onze gemeente is aardgas nog de meest gebruikte manier van verwarmen en koken. Afstappen van het gebruik van aardgas noemen we de warmtetransitie. De warmtetransitie wordt uitgevoerd via een gefaseerde en gebiedsgerichte aanpak waarin de gemeente de regie voert. Dat is een geleidelijk en langjarig proces, met de ambitie om in 2050 aardgasvrij te zijn. De overheid is al een tijd bezig om samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties stappen te nemen om aardgasvrij te worden. Er wordt al flink geïsoleerd en energie bespaard. In toenemende mate worden warmtepompen geïnstalleerd en warmtenetten ontwikkeld. In de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) is opgenomen dat gemeenten uiterlijk 31 december 2026 een Warmteprogramma hebben opgesteld. Het Warmteprogramma wordt daarmee een wettelijke verplichting onder het regime van de Omgevingswet. Samen met inwoners, ondernemers en partners als woningcorporaties, maatschappelijke organisaties, netbeheerders, andere overheden en belanghebbenden stellen we de komende tijd het Warmteprogramma op. Hierin staan voorstellen voor duurzame, aardgasvrije alternatieven voor verwarmen en koken. Als het Warmteprogramma klaar is zal het college van B&W dit vaststellen.

De gemeenteraad wordt vanuit haar kaderstellende rol gevraagd aan het begin van het proces de leidende principes vast te stellen. Parallel aan de totstandkoming van het Warmteprogramma voert de gemeente Wijchen in samenwerking met woningcorporatie Talis, het Gelders Warmte Infra Bedrijf (GWIB) en ARN b.v. een onderzoek uit naar de haalbaarheid van een warmtenet in Wijchen. Beide processen zijn nauw met elkaar verweven en vragen om het doorlopen van een helder proces. Daarvoor is deze routekaart bedoeld. In het eerste deel van de routekaart worden de leidende principes en uitgangspunten voor het Warmteprogramma omschreven. Hierin zijn ook de voorwaarden ten aanzien van de ontwikkeling van een warmtenet geborgd. In het tweede deel van de routekaart schetsen we het stappenplan met tijdspad inclusief informatie- en beslismomenten voor zowel de totstandkoming van het Warmteprogramma (hoofdstuk 3) als de ontwikkeling van het beoogde warmtenet (hoofdstuk 4). Tenslotte geven we in hoofdstuk 5 een visuele uitwerking van het de routekaart in 1 oogopslag.

3

2. Zeven leidende principes In dit hoofdstuk gaan we in op de leidende principes voor de warmtetransitie in Wijchen. De leidende principes geven richting en houvast bij het maken van het Warmteprogramma en zijn ook bepalend bij de verdere ontwikkeling van het mogelijke warmtenet. We bouwen daarbij voort op de uitgangspunten uit het Warmteplan Wijchen en de TransitieVisie Warmte: • Ga aan de slag met energiebesparing en isolatie; • Samen kennis delen om de warmtetransitie te laten slagen; • Haalbaar en betaalbaar voor iedereen; • Beschikbaar, betrouwbaar en duurzaam richting de Ook de leidende principes uit de Lokale toekomst. EnergieStrategie (LES) nemen we mee Deze uitgangspunten staan nog steeds aan de basis van ons warmtebeleid. Maar de tijd staat niet stil en inhoudelijke ontwikkelingen maken het van belang om het warmtebeleid te herijken. Zo zijn we de afgelopen jaren geconfronteerd met netcongestie, zijn er meer financiële middelen beschikbaar gekomen om uitvoering te geven aan de gemeentelijke regierol in de warmtetransitie, hebben we meer inzicht gekregen in mogelijke warmtebronnen en de haalbaarheid van warmtenetten. Daarnaast zijn met de totstandkoming van de LES concrete doelen bepaald voor de energietransitie in Wijchen. Een herijking van de kaders en uitgangspunten ten aanzien van het warmtebeleid is daarom wenselijk.

als het gaat om de warmtetransitie. Zo zijn er de principes voor samenwerking: • We nodigen inwoners uit mee te doen • We werken samen waar het kan • We moedigen lokale initiatieven aan En er zijn principes geformuleerd voor een duurzaam en toekomstbestendig energiesysteem: • We besparen zo veel mogelijk energie • We benutten opgewekte energie zo veel mogelijk lokaal • We zetten in op verschillende energiebronnen • We nemen energievoorziening mee in de ruimtelijke ordening en andersom • We werken integraal

Dit heeft geleid tot 7 leidende principes voor de transitie naar duurzame warmte in Wijchen. Ze gaan over de manier hoe we in Wijchen werken aan de warmtetransitie. En ze geven richting aan de te maken keuzes mbt het Warmteprogramma en het warmtenet. De leidende principes zijn allemaal even belangrijk en worden onderstaand in willekeurige volgorde toegelicht. 1. We werken stapsgewijs en bieden iedereen een handelingsperspectief; 2. We werken samen met inwoners, bedrijven en maartschappelijke partners; 3. We zetten in op een haalbare, betaalbare, duurzame en betrouwbare warmteoplossing; 4. We leren al doende en reageren flexibel op wat nodig is; 5. We vullen een regierol in passend bij de situatie; 6. We kijken naast techniek en financiën ook naar sociale en ruimtelijke zaken; 7. We zetten in op verschillende energiebronnen. 2.1 We werken stapsgewijs en bieden iedereen een handelingsperspectief Het in één keer aardgasloos maken van bestaande woonwijken is niet mogelijk. Daarom werken we gebiedsgericht en stapsgewijs. • Door middel van de Wijkaanpak Isolatie ondersteunen we alle inwoners bij het isoleren en andere vormen van energiebesparing. Inwoners hebben de ruimte om of in één keer van het gas af te gaan, of stap-voor-stap toe te werken naar het doel. Dit doen we door middel van de Wijkaanpak Isolatie.

• We nemen de regie in gebieden waar haalbare en betaalbare oplossingen mogelijk zijn om aardgasvrij te worden. Dat zijn de gebieden waar we kansen zien voor warmtenetten. • We zetten ons in om duidelijkheid te geven aan inwoners, ondernemers en partners of er vóór 2035 een warmtenet gaat komen. Zo kunnen de inwoners, ondernemers en partners daarmee rekening houden, wanneer zij op een gegeven moment voor de keuze staan voor een nieuwe warmteoplossing. 4

•

• • •

Inwoners hebben behoefte aan duidelijkheid om te weten wat er mogelijk is, wat dat betekent voor hen en wat ze zelf kunnen doen. Daarom informeren we onze inwoners en ondernemers zo concreet mogelijk over wat zij in hun situatie het beste kunnen doen. Als de voorkeursoplossing een warmtenet is, geven we mensen het advies te overwegen geen warmtepomp aan te schaffen, maar te wachten tot er duidelijkheid komt over het warmtenet. In wijken waar netcongestie van grote invloed is, krijgen inwoners het advies om te wachten met de overstap naar een elektrische warmtepomp We hebben in de uitwerking oog voor de diversiteit in de gemeente. We geven waar mogelijk duidelijkheid op maat voor verschillende groepen inwoners en bedrijven. Oog houden voor de mate waarin iedereen mee kan doen, ook bijvoorbeeld voor inwoners met een minder grote beurs en ouderen, is belangrijk. Ook voor huurders hebben we aandacht. Veel maatregelen zijn gericht op woningeigenaren, maar het is ook belangrijk om huurders mee te nemen in de warmtetransitie.

2.2 We werken nauw samen met inwoners, bedrijven en maartschappelijke partners De gemeente is in het klimaatakkoord aangewezen als regisseur van de warmtetransitie. Regie vraagt om stevig partnerschap. We zijn voor het succes van de warmtetransitie afhankelijk van onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners. We willen intensief met alle betrokkenen samenwerken. Algemeen • Alle betrokkenen hebben een verantwoordelijkheid om stappen te zetten. Als gemeente gaan we hen hierin faciliteren, coördineren en soms mee investeren. We geven het goede voorbeeld. • Gebouweigenaren krijgen de ruimte om zelf voor een aardgasvrije oplossing te zorgen. Maar wel binnen de kaders van een uitvoeringsplan voor hun gebied en de landelijke regelgeving. • We wachten niet te lang met het ontwikkelen van collectieve oplossingen, omdat de kans van slagen kleiner kan worden als veel inwoners al de stap naar een warmtepomp hebben gemaakt; • Bij collectieve oplossingen gaan we uit van een integrale benadering. Op projectniveau en in buurten gaan we de verbinding zoeken tussen de warmtetransitie en andere opgaven. Bijvoorbeeld de woningbouwopgave, het verbeteren van de leefomgeving in de buurt of armoedebestrijding. Inwoners en bedrijven • We helpen en stimuleren individuele inwoners en bedrijven met kennis, advies en subsidies.

• Waar mogelijk gaan we met initiatieven van inwoners en partijen zoals woningcorporaties of energiecoöperaties in een gebied aan de slag met een uitvoeringsplan. • We ondersteunen kansrijke bewonersinitiatieven. • In gebieden/wijken met een warmtenet als voorkeursoplossing informeren we bewoners vroeg in het proces over het proces. Heldere informatie en participatie is van groot belang en draagt bij aan draagvlak onder bewoners. Regionale partners • Gemeenten in de regio hebben te maken met vergelijkbare opgaven en vraagstukken. We sluiten aan bij regionale werkgroepen en maken gebruik van de kennis en middelen binnen de Groene Metropool Regio en de provincie. • Met gemeente Nijmegen en gemeente Beuningen werken we ambtelijk en bestuurlijk nauw samen rond de ontwikkeling van warmtenetten met de ARN als bron. We kijken daarbij naar bijvoorbeeld tarieven, alternatieve bronnen en mogelijk een bovenlokaal warmtebedrijf.

5

2.3 We zetten in op een haalbare, betaalbare, duurzame en betrouwbare warmteoplossing Dit is makkelijker gezegd dan gedaan, want betaalbaar en duurzaam zijn twee begrippen die zich lastig laten kwantificeren. De kern van dit principe is dat het perspectief van de inwoner voorop moet staan. Het ontwikkelen van een warmtenet is geen doel op zich, maar is een middel om de eindgebruiker een betaalbaar en duurzaam alternatief voor aardgas te bieden. Dit vraagt om realistische plannen, die aantoonbaar maken dat er sprake is van betaalbaarheid en duurzaamheid. Gedegen en zorgvuldig gaat voor snelheid. Hieronder gaan we in op de verschillende begrippen: Betaalbaar Betaalbaarheid staat voorop. Daarom doen we alles wat we kunnen om de warmtetransitie in onze gemeente zo betaalbaar mogelijk te maken voor alle partijen. Zo maken we gebruik van beschikbare subsidies en Rijksgelden. En we optimaliseren projecten, zoals inzet op voldoende aansluitingen bij warmtenetten. Een warmtenet wordt vaak betaalbaarder als er veel mensen op aansluiten. We zetten ons daarom in om inwoners en bedrijven te enthousiasmeren om mee te doen. • De warmtetransitie moet voor zowel onze inwoners en ondernemers, de maatschappij als de gemeente betaalbaar zijn. • Daarbij hoort een eerlijke verdeling van lusten en lasten, voor woningeigenaar, overheid, bedrijfsleven en samenleving als geheel.

We houden bij de keuze voor een aardgasvrije oplossing voor een gebied altijd rekening Nationale kosten met de nationale kosten (zie kader: nationale kosten) Met de nationale kosten bedoelen en de kosten voor eindgebruikers. we de totale financiële kosten in • Voordat we een definitieve oplossing voor een gebied Nederland van alle maatregelen die kiezen, zorgen we ervoor dat de financiële gevolgen nodig zijn om ergens een strategie voor minstens één alternatief duidelijk zijn voor uit te voeren, bijvoorbeeld in een inwoners en gebouweigenaren. In geval van een buurt. Zonder rekening te houden met wie die kosten betaalt en warmtenet als voorkeursoplosssing maken we inclusief de baten van inzichtelijk wat de kosten zijn voor het installeren van energiebesparing. Belastingen, een warmtepomp. We laten dit doorrekenen en ons heffingen en subsidies tellen niet adviseren door een onafhankelijke partij. Dit is een mee. Deze worden immers belangrijk onderdeel van de verdere plannen. overgedragen van de ene partij in • We sluiten aan bij landelijke instructieregels om de samenleving naar de andere en betaalbaarheid te definiëren. Het onderzoek hiertoe is hebben geen invloed op de kosten nog gaande. In bijlage 2 wordt een overzicht voor de samenleving als geheel. geschetst van de verschillende interpretaties van De nationale kosten worden uitgedrukt in euro per ton CO2.

Dit betaalbaarheid. geeft inzicht in hoe ze zich

verhouden tot de kosten van Haalbaar oplossingen die meer of minder • Met haalbaarheid bedoelen we dat het technisch, uitstootreductie teweegbrengen en ruimtelijk en praktisch uitvoerbaar moet zijn. tot de kosten van andere plannen. • We gaan aan de slag met oplossingen die zich al (bron: Handreiking hebben bewezen en duurzaam zijn. Daarbij houden we warmteprogramma NPLW) wel een open oog en mind voor technische innovaties en toekomstige ontwikkelingen. • Door goede samenwerking met onze partners kunnen we werk met werk maken en kansen aangrijpen wanneer deze zich voordoen. • Uitvoerbaar betekent dat het technisch mogelijk is. Ook hiervoor werken we structureel samen met inwoners, ondernemers en partners. We beoordelen bijvoorbeeld of een warmtenet in de wijk/straat past of dat een elektriciteitsnet in een buurt niet te zwaar belast wordt. • Per gebied maken we een uitvoeringsplan. Als gemeente pakken we daar de regierol. In het uitvoeringsplan geven we de technische, financiële en juridische uitwerking van de aardgasvrije oplossing. En ook de planning met datum waarop de aardgaslevering stopt. Daarbij zetten we wettelijke instrumenten in.

6

Duurzaam De gebouwde omgeving mag vanaf 2050 geen CO2-uitstoot meer hebben. Daarom zetten we in op schone energie zonder CO2-uitstoot. • Ons doel is om zoveel mogelijk CO2–uitstoot te verminderen door de warmtevraag te verlagen en te kiezen voor duurzame warmtebronnen. Waar nodig kiezen we voor een tussenoplossing op weg naar een duurzame eindoplossing. • We stimuleren eigenaren en huurders van woningen, utiliteiten en bedrijven om de warmtevraag van gebouwen zo veel mogelijk te verlagen. Dit doen we door middel van de lokale, wijkgerichte isolatie-aanpak. • We maken in eerste instantie gebruik van warmtebronnen en infrastructuren die er al zijn, zoals de ARN en het Wijchens Meer. Dit doen we zo efficiënt mogelijk. Tegelijkertijd doen we onderzoek naar alternatieven om op lange termijn duurzaamheid en leveringszekerheid te kunnen garanderen. • De hybride warmtepomp zien we als een tussenoplossing. Mensen kunnen deze nu al aanschaffen om het aardgasverbruik te verminderen. Alleen bij gebouwen waar geen andere optie mogelijk is (zoals oude gebouwen en monumenten die moeilijk te isoleren zijn) kan de hybride warmtepomp de eindoplossing zijn. Hiervoor moet er op termijn wel voldoende groen gas beschikbaar zijn. Betrouwbaar Betrouwbaarheid is van groot belang bij de te kiezen warmte-oplossing.

We weten dat dit voor bewoners, met name in het geval van warmtenetten, één van de zorgpunten is. • Bij de ontwikkeling van een warmtenet sluiten we aan bij de Wcw en richten we een publiek warmtenet op, samen met het Gelders Warmte Infra Bedrijf (GWIB). Op deze manier borgen we dat tarieven transparant zijn en bewoners weten waar ze aan toe zijn. Publiek eigendom geeft ons de mogelijkheid om meer te sturen op beschikbare, betrouwbare en duurzame warmte voor iedereen. • Bij betrouwbaar hoort ook de leveringszekerheid van warmte. Het warmtenet moet zodanig zijn ontworpen dat levering gegarandeerd is. Dit betekent dat er een backup-systeem is voor het geval er een storing optreedt bij de bron. En dat de bron toekomstbestendig is, of dat er een alternatieve bron (op termijn) beschikbaar is. Wet en regelgeving in ontwikkeling Met het Warmteprogramma willen we voorbereid zijn op de mogelijkheden die de in ontwikkeling zijnde wetgeving gaat bieden. Dit zijn de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) en de Wet collectieve warmte (Wcw). Op 23 april 2024 is de Wgiw aangenomen door de Tweede Kamer. Op 10 december 2024 stemde de Eerste Kamer ermee in. De Wgiw is pas definitief na publicatie in de Staatscourant. De Tweede Kamer heeft op 3 juli 2025 ingestemd met het wetsvoorstel voor de Wcw.

Nu de Tweede Kamer het wetsvoorstel heeft aangenomen, volgt de behandeling in de Eerste Kamer. De wetten zullen naar verwachting op 1 januari 2026 inwerkingtreden. Met de inwerkingtreding van deze wetten wordt het beleids- en sturingskader ten aanzien van de warmtetransitie steviger. Gemeenten hebben dan instrumenten om handen en voeten te geven aan hun regierol. Ten aanzien van de ontwikkeling van warmtenetten verandert de marktordening. Bovendien beogen de nieuwe wetten de ontwikkeling van warmtenetten goedkoper en makkelijker te maken, waarmee bewoners meer zekerheid en duidelijkheid krijgen als ze kiezen voor de aansluiting op een warmtenet. In ons beleid en in de uitvoering handelen wij alvast in de geest van deze nieuwe wetten en bijbehorende (deels nog in ontwikkeling zijnde) besluiten. We maken keuzes die erop voorsorteren, wetende dat op detailniveau nog verdere invulling zal komen. Dit zorgt ervoor dat we tijdig de juiste instrumenten kunnen inzetten, zoals de aanwijsbevoegdheid om gebieden aardgasvrij te maken. Door deze wetten nu al als uitgangspunt te nemen, zorgen we ervoor dat de Wijchense koers in lijn is met de landelijke en dat wat we doen juridisch klopt.

7

Aanwijsbevoegdheid voor gemeenten (Bron: NPWL.nl) Met de aanwijsbevoegdheid kunnen gemeenten vanuit hun regierol gebieden aanwijzen die binnen een bepaalde termijn aardgasvrij moeten worden en overgaan op een duurzame warmtevoorziening. Met het inzetten van deze bevoegdheid worden grote maatschappelijke kosten voorkomen die gepaard gaan met de instandhouding van slechts 1 of meerdere gasaansluitingen in een wijk of buurt. Juridische grondslag De juridische grondslag voor de aanwijsbevoegdheid is neergelegd in het wetsvoorstel van de Wgiw. De Wgiw biedt de kaders voor het inzetten van de aanwijsbevoegdheid. De eerste stap in het planproces het warmteprogramma. Gemeenten worden verplicht om het warmteprogramma uiterlijk 31 december 2026 vast te stellen en deze elke 5 jaar te actualiseren. Via regels in het omgevingsplan bepaalt de gemeente uiteindelijk wanneer en hoe de wijk van het aardgas afgaat en welk duurzaam alternatief voor aardgas wordt gekozen. Daarmee ontstaat de juridische bevoegdheid om de levering van gas te beëindigen. Hiermee krijgen inwoners, bedrijven, maatschappelijke instellingen, verhuurders en netbeheerders duidelijkheid over het tijdspad. Waarborgen aanwijsbevoegdheid De grondslagen in de Wgiw worden verder uitgewerkt in lagere uitvoeringsregelgeving: het Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Bgiw).

Het Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Bgiw) is een concept algemene maatregel van bestuur (AMvB). Het Bgiw werkt de aanwijsbevoegdheid verder uit door onder andere waarborgen te stellen waaraan gemeenten moeten voldoen voordat ze de aanwijsbevoegdheid kunnen inzetten. Voor het inzetten van de aanwijsbevoegdheid gelden een aantal juridische en niet-juridische waarborgen. Zo moet je als gemeente: - rekening houden met de haalbaarheid en betaalbaarheid van de aanpak voor bewoners en gebouweigenaren; - aantonen hoe je burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen hebt betrokken bij de voorbereiding van de wijziging van het omgevingsplan (participatie) en rekening hebt gehouden met het doenvermogen van bewoners in de wijk; - zorgen voor een redelijke termijn tussen het aanwijzen van een gebied en het daadwerkelijk overgaan op de duurzame warmtebron. De richtlijn hiervoor is 8 jaar. De termijn wordt opgenomen in het omgevingsplan; - rekening houden met de mogelijkheid dat een gebouweigenaar een eigen aardgasvrij, duurzaam alternatief kan kiezen. Gebouweigenaren zijn immers niet verplicht om de voorkeursoptie van de gemeente te volgen. Het zelfstandig gekozen alternatief moet wel net zo duurzaam zijn als de oplossing waarmee de gemeente komt. Deze keuzevrijheid heet de opt-out.

8

2.4 We leren al doende en reageren flexibel op wat nodig is De warmtetransitie is complex en voor ons allemaal nieuw. Naast nieuwe technieken zijn er nieuwe werkwijzen, samenwerkingsvormen en kaders nodig. Waar mogelijk borduren we voort op ervaringen van anderen en op kennis die al ontwikkeld is, zowel landelijk en van de Proeftuinen Aardgasvrij Wijken (PAW), alsook bij andere gemeenten in de regio en bij kennispartijen. • We hebben geleerd dat de warmtetransitie een lokale transitie is. In veel gevallen is maatwerk, persoonlijk contact en lokale binding nodig om resultaat te boeken. Hierbij houden we in ons achterhoofd dat in een transitie veel tegelijkertijd verandert, wat veel onzekerheid met zich meebrengt. We weten ook dat het vooral een maatschappelijke opgave is, meer dan een technisch-financiële. • De warmtetransitie is een langjarig proces dat een grote impact heeft op de leefomgeving. In het Warmteprogramma stippelen we een lange termijn koers uit, met als horizon tien jaar. Een periode waarin veel kan veranderen. We zullen derhalve tussentijds bijsturen en adaptief reageren als ontwikkelingen daarom vragen. • Dit wordt het eerste Warmteprogramma in Wijchen, maar beleid en wet- en regelgeving zijn nog in ontwikkeling. Niet alleen gemeentelijk beleid, maar vooral ook landelijk beleid.

Dat betekent dat we steeds vooruitkijken en alvast rekening houden met wat komen gaat (zie kader: wet- en regelgeving in ontwikkeling). 2.5 We vullen een regierol in passend bij de situatie Als gemeente hebben we de regierol in de warmtetransitie, zoals is afgesproken in het Klimaatakkoord. We zijn voor het merendeel van de uitvoering echter afhankelijk van andere partijen zoals netbeheerders, inwoners en bedrijven die zelfstandig beslissingen kunnen nemen. • Als regisseur voelen we ons ervoor verantwoordelijk dat de optelsom van die beslissingen klopt. Daarvoor treden we op als procesregisseur. Dit houdt in dat we verbindingen leggen tussen partijen, intensief samenwerken, co-creëren met stakeholders of participeren in ontwikkelingen van anderen. • Waar nodig treden we ook sturend op en stellen we het resultaat voorop. Mocht het zover komen dat een warmtenet daadwerkelijk wordt gerealiseerd dan zullen we een sturende rol innemen in het lokaal warmtebedrijf dat met GWIB wordt opgericht. • In alle gevallen geldt dat we doelgericht aan de slag gaan, sturen op effectiviteit en het behalen van meetbare resultaten. We geven richting, stellen heldere kaders en randvoorwaarden en nemen verantwoordelijkheid. Het inzetten van de aanwijsbevoegdheid (zie kader: aanwijsbevoegdheid voor gemeenten) draagt hieraan bij en biedt duidelijkheid aan bewoners en ondernemers.

2.6 We kijken naast techniek en financiën ook naar sociale en ruimtelijke zaken In het Warmteprogramma maken we afwegingen om te komen tot een voorkeur voor de warmte-oplossing per gebied, inclusief de fasering. Dit doen we in twee stappen: • De eerste stap is een technische-economische data-analyse die per wijk inzicht geeft in de nationale kosten en de kosten voor de eindgebruiker van de verschillende warmteoplossingen. Zo’n analyse, die uitgaat van data over het type woningen of gebouwen per gebied, bouwjaren en gebouwdichtheid, toont per gebied welke techniek met de huidige kennis de laagste nationale kosten (zie kader) heeft en de laagste kosten voor de eindgebruiker heeft. • Er zijn meer aspecten dan kosten die meewegen bij het maken van keuzes. Daarom maken we een “lokale analyse” en kijken we ook naar criteria zoals sociale en ruimtelijke factoren, draagvlak in de wijk en de aanwezigheid van huurwoningen van een woningcorporatie die als startmotor in de wijk wil dienen. Op basis van beide inzichten komen we tot een voorkeursoplossing en bijbehorend tijdspad per gebied.

9

2.7 We zetten in op verschillende energiebronnen De voorkeur gaat uit naar warmteoplossingen die passen in een toekomstig energiesysteem, waarbij de impact op eindgebruikers en andere opgaven inzichtelijk is gemaakt en in verhouding is. • Met het oog op netbewust ontwikkelen, houden we rekening met de impact van de warmtetransitie op het energienetwerk. • Alle gebouwen verwarmen met warmtepompen is niet haalbaar, maar alle gebouwen verwarmen via een warmtenet evenmin. Daarom kiezen we voor een voorkeursoplossing per gebied. We voeren vervolgens regie op het realiseren van die voorkeursoplossing. • Wij zien warmtenetten als een belangrijk onderdeel van het toekomstige energiesysteem, die ervoor kunnen zorgen dat de electriciteitsvraag minder groot wordt en daarmee netcongestie verlagend werkt.

Nationaal Plan Energiesysteem: Inzet op forse opschaling van gebruik van lokale warmtebronnen Het Nationaal Plan Energiesysteem is de kabinetsvisie voor het energiesysteem tot 2050. In dit plan geeft het kabinet aan hoe we kunnen bouwen, besparen, verdelen en verbinden voor een duurzaam en rechtvaardig energiesysteem - nu en in de toekomst. Het kabinet kiest ervoor om collectieve warmtenetten op te schalen en hierbij zoveel mogelijk gebruik te maken van lokale duurzame warmtebronnen. Voor huidige warmtenetten worden fossiele bronnen vervangen door duurzame bronnen. In Nederland is een aanzienlijk potentieel aan duurzame lokale warmtebronnen beschikbaar om te gebruiken voor de verwarming van de gebouwde omgeving en glastuinbouw zoals geothermie, restwarmte en aquathermie. Door deze bronnen slim te gebruiken, kan de inzet van andere energiedragers (groen gas, waterstof, elektriciteit) en de druk op het energiesysteem en de ruimte worden verlaagd. Lokale warmtebronnen zorgen verder voor een grotere Nederlandse autonomie en stabielere energieprijzen. Snelle duidelijkheid is nodig over waar wel en waar geen collectieve warmtenetten voorzien zijn om te voorkomen dat individuele duurzame warmte-oplossingen de levensvatbaarheid van de collectieve oplossing in een gebied met potentie voor collectieve duurzame warmte ondermijnt.

Naast de opschaling van warmtenetten zijn individuele volledig elektrische en hybride warmtepompen in combinatie met duurzaam gas een belangrijke optie voor verduurzaming. (Bron: Nationaal Plan Energiesysteem)

10

3. Het maken van een Warmteprogramma 3.1 Inleiding Het Warmteprogramma is een verplicht programma onder de Omgevingswet. Het geeft een strategisch inzicht hoe we het energiesysteem op het gebied van warmte op de lange termijn (tot 2035) willen vormgeven, hoe we daartoe komen en onder welke randvoorwaarden. Het Warmteprogramma biedt een overzicht voor de gehele gemeente welke warmteoplossing per gebied het meest waarschijnlijk is en wanneer de warmte-oplossing gerealiseerd wordt. Hiermee ontstaat voor alle inwoners duidelijkheid door een stip op de horizon en daarmee handelingsperspectief. Doel is om te komen tot een handelingsperspectief voor inwoners op wijk/buurtniveau voor de komende 10 jaar, als het gaat om een duurzaam alternatief voor aardgas. Dit perspectief wordt op een kaart uitgewerkt, de zogenaamde Warmtetransitiekaart. 3.2 Vijf fasen Voor het opstellen van het Warmteprogramma sluiten we aan bij het ondersteuningsaanbod van het Nationaal Programma Lokale Warmte (NPLW). We maken gebruik van de ‘Handreiking warmteprogramma’ van het NLPW. Het onderstaande schema geeft de vijf fasen weer waarin het warmteprogramma tot stand komt.

Fase 1: de verkenning Het proces begint met een verkenningsfase. Het doel van deze fase is om voor alle betrokkenen duidelijk te maken hoe het proces verloopt en wat er nodig is om het warmteprogramma succesvol op te stellen. In deze fase gaan we: 1. Terugkijken: wat zouden we doen vanuit de vorige transitievisie warmte (en warmteplan) en wat is er gebeurd in de afgelopen 3 jaar? 2. Het speelveld in kaart brengen door informatie te verzamelen of te actualiseren. 3. Inzicht krijgen in de ambities en (globale) plannen van de gemeentelijke partners/stakeholders. Vooralsnog zijn dat de woningcorporaties, de netbeheerder Alliander, energiecoöperatie ECL, waterschap Rivierenland, ZLTO, bedrijvenverenigingen en bewonersinitiatieven. 4. Een participatiestrategie ontwikkelen voor de volgende fases. 5. Een plan van aanpak maken voor het warmteprogramma waarin we het volgende uiteenzetten: • Wat is de ambitie en het doel van het warmteprogramma. • Hoe het warmteprogramma past binnen het gehele planproces. • Wat de globale stappen zijn voor het opstellen. • Wie erbij betrokken zijn of worden. 11

Fase 2: de voorbereiding In deze fase wordt er gewerkt aan de uitwerking van het plan van aanpak in een projectplan voor gemeente en alle partners. Doel van deze fase is enerzijds het ontwikkelen van een praktisch, samenhangend plan voor de volgende fases. Met daarin een beschrijving van rollen, taken en verantwoordelijkheden. Praktische werkafspraken met de betrokken partijen horen hier ook bij. Anderzijds willen we de eigen organisatie op orde hebben. In de vorige fase hebben we in kaart gebracht hoeveel menskracht er beschikbaar is voor het opstellen van het warmteprogramma en de fase daarna. In deze fase gaan we de organisatie en een intern team gereed maken om het programma te ontwikkelen. Fase 3: uitwerken naar een concept-warmteprogramma Op basis van het projectplan en de gemaakte afspraken met de stakeholders gaan we het warmteprogramma opstellen. Deze fase is de meest tijdrovende omdat we de eerder geselecteerde warmteoplossingen en -strategieën verder onderzoeken en toetsen. We gaan concrete doelen in woningaantallen bepalen en een voorkeursoplossing en impact op infrastructuur. Hiervoor gaan we de uitkomsten van de regionale bronnenstrategie gebruiken. Ook maken we een eerste fasering van de warmtetransitie.

Welke wijken gaan vóór 2035 van het aardgas af? Wat gebeurt er in die tijd met de andere wijken? Naast deze onderzoeken gaan we in gesprek met partners en vertegenwoordigers van bewoners en ondernemers om inhoud op te halen voor het warmteprogramma. Een warmteprogramma is meestal plan-mer-beoordelingsplichtig. We voeren eerst deze beoordeling uit op basis van de voorgenomen keuzes in het concept-warmteprogramma. Als blijkt dat een plan-mer noodzakelijk is dan zullen we het proces daarvoor al in deze fase te starten. We hopen dan gebruik te kunnen maken van een landelijke MER, die momenteel in ontwikkeling is. We ronden deze fase af met een concept-warmteprogramma. Dit programma is inhoudelijk bijna volledig uitgewerkt en voldoet aan de leidende principes. Fase 4: toetsen en verfijnen concept-warmteprogramma In deze fase leggen we het voorlopige warmteprogramma voor aan de gemeenteraad, stakeholders en de lokale gemeenschap. Als we een plan-mer uitvoeren, loopt deze deels gelijktijdig en kan deze de gesprekken over de plannen voeden. Het toetsen van het programma heeft drie doelen: 1. Door middel van een wensen en bedenkingen procedure met de gemeenteraad toetsen of het warmteprogramma in lijn is met de leidende principes. 2. Draagvlak verkrijgen voor de gemaakte keuzes en voorgestelde strategieën. 3.

Het concept-warmteprogramma aanscherpen en afstemmen op de specifieke behoeften en wensen van de gemeente. Door transparantie te bieden over de gemaakte afwegingen en beslissingen binnen het vastgestelde kader, maken we de keuzeprocessen helder en navolgbaar. Deze evaluatiefase biedt inzicht in de daadwerkelijke steun voor de voorgestelde acties binnen de gemeenschap. In deze fase gaan we ook de uitvoeringsorganisatie samen met onze partners inrichten en afspraken vastleggen over rollen en taken.

12

Fase 5: vaststellen warmteprogramma In deze laatste fase besluit het College van burgemeester en wethouders over het warmteprogramma. Het betreft een zorgvuldige belangenafweging die de wettelijke procedure volgt. Doel van deze fase is een vastgesteld warmteprogramma, dat de basis vormt voor het warmtebeleid van Wijchen in de komende 10 jaar. De besluitvorming over het warmteprogramma dient verplicht de uitgebreide voorbereidingsprocedure (ook wel de uniforme openbare voorbereidingsprocedure) uit de Algemene wet bestuursrecht te volgen: 1. Kennisgeving ontwerp-warmteprogramma. De gemeente geeft vóór de terinzagelegging kennis van het ontwerp-warmteprogramma. Als de gemeente ook een plan-mer heeft opgesteld, dan kan de gemeente dit stuk als onderdeel van het ontwerp warmteprogramma of als apart stuk ter kennisgeven. Beide worden tegelijkertijd ter kennisgeving gepubliceerd in het gemeenteblad. 2. Terinzagelegging ontwerp-warmteprogramma. De gemeente legt het ontwerpwarmteprogramma en de eventuele plan-mer zes weken ter inzage. Als er tijdens de periode van terinzagelegging nieuwe relevante stukken of gegevens zijn, dan moet de gemeente deze stukken ook ter inzage leggen. 3. Indienen zienswijzen. Gedurende de termijn van de terinzagelegging kan iedereen zienswijzen inbrengen. Dit kan schriftelijk of mondeling. De gemeente maakt een verslag van mondeling ingebrachte zienswijzen.

De gemeente behandelt de zienswijzen en bepaalt of het ontwerpwarmteprogramma aangepast moet worden. De gemeente reageert op de zienswijzen in een nota van antwoord. 4. Besluit vaststelling warmteprogramma. Het college van burgemeester en wethouders geldt als bevoegd gezag om dit besluit vast te stellen. 5. Bekendmaking besluit. De gemeente maakt het besluit tot vaststelling van het warmteprogramma bekend door het te publiceren in het gemeenteblad. Vaak publiceert de gemeente tegelijk de nota van antwoord over de ingebrachte zienswijzen. 6. Inwerkingtreding besluit. Het besluit tot vaststelling van het warmteprogramma treedt de dag na bekendmaking in werking. Vanwege het zelfbindende karakter staat er (in principe) geen beroep bij de bestuursrechter open.

Tot slot wordt het proces formeel afgesloten met de bekendmaking van het vastgestelde warmteprogramma middels publicatie in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) (is verplicht). Daarnaast kunnen we voor de duidelijkheid richting bewoners, ondernemers en belanghebbenden een publiekssamenvatting beschikbaar stellen op een logische plek voor specifieke doelgroepen. Uitvoering via uitvoeringsplannen Het warmteprogramma is de eerste stap in de gebiedsgerichte aanpak van de warmtetransitie. De kern van de gebiedsgerichte aanpak is dat gemeenten samen met partners identificeren welke gebieden kansen bieden voor verwarming zonder (of met minder aardgas) en vervolgens een plan ontwikkelen en dit uitvoeren. Het identificeren van geschikte gebieden gebeurt in het warmteprogramma. Het plan voor het gebied kan de vorm krijgen van een uitvoeringsplan. Het uitvoeringsplan concretiseert dus de plannen uit het warmteprogramma voor een specifiek gebied. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar bijlage 3.

13

3.3 Globale planning van het warmteprogramma Het voorgaande resulteert in een volgende globale planning:

Q4 2025

Q1 2026

1.Verkenning

2.Voorbereiding

3.Uitwerken programma

3a. Plan mer

- Gesprekken met stakeholders - Evaluatie TransitieVisie Warmte

- Opstellen participatie-strategie en projectplan - Leidende principes vastgesteld door raad

- Verdiepend onderzoek (bronnenstrategie) - Organiseren samenwering - Actualiseren verouderde informatie

- Beoordeling merplicht

- Opstellen conceptwarmteprogramma

- Uitvraag meronderzoek - Opstellen NRD

4.Toetsen en verfijnen programma

5.Vaststellen programma

Gemeenteraadsverkiezingen Q2 2026

Q3 2026

Q4 2026

- Vaststellen NRD in college - Onderzoek planmer

- Wensen en bedenkingen gemeenteraad - Toetsing bij stakeholders

- plan-mer gereed

- Verwerken resultaten plan mer - Toets wettelijke vereisten - Verfijnen concept Warmteprogramma - Ontwerp Warmteprogramma gereed

- Bekendmaking ontwerp-warmteprogramma en plan mer

- Inzagelegging en indienen zienswijzen - Nota van antwoord en mogelijke aanpassing ontwerpprogramma - Besluit college van B&W - Publicatie in DSO - Bekendmaking besluit

14

4. De gefaseerde ontwikkeling van een warmtenet Sinds een aantal jaren onderzoekt gemeenten Wijchen of warmtenetten een kansrijke oplossing zijn om woningen aardgasvrij te maken. In eerste instantie richtte de vraag zich op nieuwbouw-ontwikkelingen en is onderzocht of de woningen in het plangebied van TKWM aangesloten konden worden op een warmtenet dat gebruik maakt van warmte uit het Wijchens Meer. Daarna volgde een onderzoek naar een warmtenet op basis van warmte uit de Vormerse Plas voor de nieuwbouw van Wijchen-west. Om technische en organisatorische redenen is voor beide ontwikkelingen afgezien van de keuze voor een warmtenet. In lijn met de verkenningswijken die benoemd zijn in de Transitie Visie Warmte, is vervolgens de focus verplaatst naar de bestaande gebouwde omgeving. We begonnen met een verkenning naar de mogelijkheid van een warmtenet dat gebruik maakt van aquathermie uit het Wijchens Meer voor een aantal buurten in Wijchen-zuid. Woningcorporatie Talis was hierbij nauw betrokken. De conclusie is dat dit technisch, onder beperkte voorwaarden, mogelijk is en dat de kosten hoog zijn. Met andere woorden, het zou kunnen, maar het is duur en vraagt technische uitdagingen. Omwille van deze onzekerheden is besloten de focus te verleggen naar de haalbaarheid van een warmtenet op basis van warmte van de ARN.

Samen met gemeente Beuningen en gemeente Heumen is in 2023 een verkennend onderzoek uitgevoerd om te onderzoeken of een warmtenet dat gebruik maakt van de warmte van de ARN voor Wijchen een kansrijke oplossing is. Op basis hiervan heeft het college van B&W in april 2024 besloten om een verdiepend haalbaarheidsonderzoek te laten uitvoeren. De gemeente werkt hierbij nauw samen met Talis, ARN b.v. en GWIB. In september 2024 is een intentieovereenkomst getekend en gezamenlijk vormen de bestuurders van deze 4 partijen de stuurgroep. Dit onderzoek is in een afrondende fase. Met het stappenplan dat we in dit hoofdstuk presenteren, beogen we de fasering en besluitvormingsmomenten in relatie tot de ontwikkeling van een warmtenet, helder uiteen te zetten. Daarin is nadrukkelijk aandacht voor de rol van college en raad. 4.1 Het ontwikkelproces van een warmtenet De ontwikkeling van een warmtenet kent een aantal fasen, zoals geschetst in onderstaande afbeelding. Wat een warmtenet typeert is de trechtervorm, die symbool staat voor het gefaseerde proces, waarbij stapsgewijs steeds meer zekerheid (groene lijn) ontstaat en risico’s (rode lijn) worden gemitigeerd.

Zomer ‘25

Rode lijn = risico’s Groene lijn = zekerheden

LOI – Letter of Intent (Intentieovereen komst) SO Schetsontwerp SOK – Samenwerkingsovereenkomst VO - Voorlopig Ontwerp Financial Close investeringsbesl uit DO - Definitief Ontwerp

15

Tussentijdse besluitvorming vindt parallel aan de deze fasen plaats, waarbij het uiteindelijke investeringsbesluit pas plaatsvindt op het moment dat er vergaande zekerheid is, naar verwachting eind 26. Alle go / no-go momenten daaraan voorafgaand zijn tussentijdse voortgangsbesluiten. Als wordt voldaan aan de voorwaarden en de leidende principes, kan een positief besluit worden genomen. Is dit niet het geval, maar bestaat wel een kans dat alsnog kan worden voldaan aan bepaalde voorwaarden, kan het besluit worden aangehouden. Als niet kan worden voldaan aan de voorwaarden dan kan het college een negatief besluit nemen. 4.2 Waar staan we nu? Wat betreft het warmtenet in Wijchen bevinden we ons in de zomer van 2025 in de afronding van de LOI&SO fase, ook wel verkenningsfase genoemd. In deze fase wordt aan de hand van een Intentieovereenkomst een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd. Hiervoor is een ontwerp op hoofdlijnen (schetsontwerp) gemaakt van het beoogde warmtenet. De kosten van dit schetsontwerp zijn op basis van kengetallen bepaald en er wordt een Businesscase (BuCa) gemaakt. Deze Businesscase geeft inzicht in het verwachte rendement van het beoogde warmtenet en beantwoordt daarmee de vraag of het warmtenet haalbaar is. Met andere woorden: of het warmtenet een betaalbare warmte-oplossing is voor inwoners van Wijchen.

Gezamenlijk met de projectpartners zijn de uitgangspunten voor de businesscase bepaald. Dan gaat het onder andere om het technisch concept, energietarieven, de warmtevraag van de gebouwen die aan gaan sluiten, de Bijdrage Aansluitkosten, de aansluitgraad en beschikbare subsidies. Dit leidt tot een basisscenario, waarin alle kosten verwerkt zijn op basis van de gezamenlijk vastgestelde uitgangspunten. Door middel van modellering kan vervolgens bepaald worden waar nog kansen (optimalisaties) en risico’s zitten. Dit wordt vastgelegd in de eindrapportage en ter besluitvorming voorgelegd aan de stuurgroep. De stuurgroep zal positief besluiten als zij voldoende vertrouwen heeft dat de businesscase tot een betaalbaar warmtenet zal leiden. Met daarbij de aantekening dat in de volgende fase nog een groot aantal zaken verfijnd dient te worden. Oorspronkelijk was het plan om begin juli de eindrapportage van de haalbaarheidsstudie vast te stellen in de stuurgroep en deze vervolgens ter besluitvorming aan te bieden aan de individuele samenwerkingspartners, met de vraag om gezamenlijk een vervolg te geven aan de verdere uitwerking van het warmtenet. De stuurgroep is op 2 juli bijeengekomen en heeft op basis van de tussenrapportage geconcludeerd dat het warmtenet een grote kans is om noordelijk Wijchen aardgasvrij te maken en dat er al veel stappen zijn gezet.

Tegelijk ziet men dat de businesscase ingewikkeld is en veel afhankelijkheden kent. Uitgangspunt is dat zorgvuldigheid boven snelheid gaat. De stuurgroep heeft dan ook besloten de tussenrapportage ter kennis aan te nemen en aanvullend een aantal zaken verder te laten uitwerken. Tevens is afgesproken een second opinion te laten doen door een onafhankelijke partij, alvorens een tussentijds voortgangsbesluit te nemen. In de rapportage ‘Tussenbalans richting een businesscase voor een warmtenet in Wijchen’ wordt dit nader toegelicht. 4.3 Aanvullend onderzoek: regionale bronnenstrategie Naast een uitgewerkte en goed onderbouwde businesscase is het tevens noodzakelijk om beter inzicht te krijgen in de inzetbaarheid van alternatieve bronnen. Want we moeten er van uit gaan dat de ARN op termijn veel minder afval mag of kan verbranden.1 Daarom Toekomstbestendigheid levering warmte door ARN (Sweco, 24-5-2023) via bestuurlijke informatie Nijmegen: https://nijmegen.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document/2c1f7a6a-3013-48a1-953706f51241aa6d?documentId=e1d77a71-6121-4937-a41a-42f527da4da4&agendaItemId=72b0e8e4-db1f-49d2a891-122f700569f6 1

16

wordt in het derde kwartaal van 2025, parallel aan de afronding van de haalbaarheidsstudie, een bronnenstrategie opgesteld. De bronnenstrategie geeft inzicht in potentiële warmtebronnen op de korte, middellange en lange termijn. De bronnenstrategie onderbouwt de keuze voor het inzetten van een warmtebron voor een bepaald gebied. Daarvoor is inzicht nodig in mogelijke bronnen, inzicht in de eigenschappen van de wijken/buurten en de afstand van de bron tot de mogelijke afzetgebieden. Aangezien veel bronnen bovenlokaal zijn (denk aan de ARN), wordt de bronnenstrategie op regionaal niveau uitgevoerd. De GMR heeft daarom opdracht verstrekt om samen met alle gemeenten binnen GMR-verband een regionale bronnenstrategie op te laten stellen. De GMR neemt de kosten voor haar rekening die gedekt worden uit regionale SPUK gelden voor de warmtetransitie. Gemeente Wijchen werkt hierbij nauw samen met gemeente Beuningen en Nijmegen, vanwege de beoogde gezamenlijke bron (ARN B.V.). Gemeente Nijmegen heeft al een eigen bronnenstrategie opgesteld. De conclusie daarvan luidt dat er in potentie voldoende (nog te ontwikkelen) bronnen zijn om op termijn de warmte van de ARN te vervangen. De gegevens die de gemeente Nijmegen heeft verzameld worden aangevuld met onze lokale gegevens die aan de hand van diverse onderzoeken zijn verzameld en vormen de basis voor de regionale bronnenstrategie.

Er is de laatste jaren immers veel informatie verzameld ten aanzien van diverse bestaande bronnen binnen de gemeente Wijchen. Denk daarbij aan het onderzoek naar inzet van warmte uit het Wijchens Meer, de Vormerse Plas en een verkenning naar warmte uit de Maas. Aanvullend op deze bestaande bronnen zal ook de potentie van nog te ontwikkelen bronnen inzichtelijk gemaakt worden zoals bijvoorbeeld geothermie, zonthermie en de mogelijkheid van collectieve warmtepompen. De bronnenstrategie dient tevens als input voor het warmteprogramma en vormt dus voor beide trajecten (warmtenet en warmteprogramma) een belangrijke schakel. Bij onvoldoende duidelijkheid en zekerheid over de oorspronkelijke bron (ARN) en de alternatieve bronnen (voorkomend uit de bronnenstrategie) zal het college zich bezinnen op de voortgang, omdat dan niet voldaan is aan een van de belangrijkste voorwaarden. 4.4 Volgende stap: voortgangsbesluit voor ontwikkelfase Wanneer zowel de haalbaarheidsstudie als de bronnenstrategie zijn afgerond, kan de stuurgroep een voortgangsbesluit nemen. Als zij besluit om het project een vervolg te geven, wordt dit besluit voorgelegd aan de individuele partners. Indien alle partners instemmen, start de volgende fase: de ontwikkelfase. De gezamenlijke partners gaan dan over tot het sluiten van een SamenwerkingsOvereenkomst (SOK). Het aangaan van een SOK is een collegebevoegdheid.

De SOK vormt de basis voor de verdere samenwerking en ontwikkeling van het warmtenet. Een van de basisafspraken in de SOK zal zijn dat het te realiseren warmtenet in Wijchen technisch, organisatorisch, financieel, juridisch en maatschappelijk haalbaar moet zijn. Als voldaan wordt aan de gezamenlijk vastgestelde uitgangspunten met betrekking tot haalbaarheid en betaalbaarheid, kan besloten worden over realisatie. In lijn met de leidende principes voor het Warmteprogramma zijn de volgende voorwaarden voor het warmtenet geformuleerd: • De aansluitkosten en warmtetarieven moeten voor alle samenwerkende partijen aanvaardbaar zijn; • De financiering van het project wordt door alle partijen gedragen en is haalbaar.

17

• • •

Er is sprake is van een duurzaam systeem op de lange termijn. In het geval van de warmte van de ARN geldt dat er zicht moet zijn op een alternatieve duurzame bron. De inpassing van het netwerk doet geen afbreuk aan de inrichting van de bestaande openbare ruimte; De oprichting van het warmtebedrijf verloopt succesvol verloopt;

Indien tussentijds bij de voortgangsbesluiten aan deze voorwaarden wordt voldaan, loopt het proces door. De rolverdeling, de planning tot en met realisatie en de werkzaamheden worden beschreven in een Projectplan, dat als bijlage wordt toegevoegd aan de SOK. Ook de voorlopige lijst met aan te sluiten gebouwen maakt deel uit van de SOK. Er staan afspraken in over kosten en financiering. De SOK bevat daarnaast onder andere de regels over het aangaan en de beëindiging van de samenwerking. Na het tekenen van de SOK start de ontwikkelfase. In deze fase zal het schetsontwerp verder uitgewerkt worden tot een Voorlopig Ontwerp en zal de Businesscase bijgesteld worden op basis van de nieuwe inzichten. Gedurende de ontwikkelfase wordt het project tot in detail is voorbereid. Het gaat hierbij om: • Het uitwerken van het schetsontwerp naar een Voorlopig Ontwerp waarbij gedetailleerd in kaart gebracht wordt hoe de warmte gewonnen wordt, hoe de warmte opgewekt wordt, waar het warmtenet komt te liggen en de daarbij behorende investeringsbegrotingen. • Het verder in kaart brengen van de technische maatregelen op gebouwniveau en het financiële plaatje voor de verschillende typen afnemers voor het aansluiten op het warmtenet. Zo wordt duidelijk of er een betaalbaar aanbod is voor alle partijen. • Het oprichten van een Lokaal Warmtebedrijf door de gemeente en het GWIB.

Het warmtebedrijf gaat de investering in het warmtenet doen, het net aanleggen en dit net exploiteren. Het GWIB zal 50-95% van de investering voor haar rekening nemen, de gemeente neemt de overige 5-50%. Het aandeel dat de gemeente wil nemen, Mogelijke subsidies voor warmtenetten (bron: NPLW.nl)

Warmtenetten Investeringssubsidie (WIS) De Warmtenetten Investeringssubsidie (WIS) is er voor ondernemers om het aanleggen van een warmtenetten mogelijk te maken voor bestaande woningen. De WIS is specifiek voor ondernemers die snel kunnen starten met de aanleg van een warmtenet en dus al ver zijn met hun plannen. Voor wie: (warmte)bedrijven Doel: Subsidie om te investeren in een efficiënt warmtenet om al bestaande woningen en gebouwen van het aardgas te halen. Bijdragen en budget: totaal budget € 200 miljoen. De maximale hoogte van de subsidie is 30% van de investeringskosten. Verduurzamingssubsidie voor woningeigenaren: Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) Deze regeling heeft als doel het stimuleren van energiebesparende technieken en (isolatie)maatregelen. Voor wie: Particulieren en woningbouwcorporaties Doel: Subsidie voor een (hybride) warmtepomp, zonneboiler, aansluiting op een warmtenet, elektrische kookvoorziening en isolatiemaatregelen Bijdragen en budget: Voor de aansluiting op een warmtenet geldt een vast bedrag van € 3.325 (aansluiting gerealiseerd voor 1 januari 2024) of € 3.775 (aansluiting gerealiseerd op of na 1 januari 2024). SAH (Stimuleringsregeling Aardgasvrije Huurwoningen) De SAH ondersteunt het aansluiten van huurwoningen op warmtenetten.

De regeling is er voor verhuurders (woco’s, institutionele beleggers, zakelijk en particuliere verhuurders) en gemengde vve’s. Voor wie: Verhuurders, Verenigingen van eigenaren Doel: Aansluiting op warmtenet Bijdragen en budget: Er is voorgenomen om het subsidiebedrag voor inpandige kosten te verhogen, van € 1.200 naar € 2.200 per woning. Daarnaast wordt er een extra subsidiemogelijkheid van € 2.000 per woning voorgesteld, met als doel de vastrechtkosten voor (sociale) huurders te verlagen. Deze wijzigingen zijn nog onder voorbehoud van publicatie in de Staatscourant.

18

• •

wordt gedurende deze fase bepaald. Vooralsnog is het uitgangspunt dat deze middelen via een lening kunnen worden aangetrokken, waarmee de kapitaalslasten zullen drukken op de begroting. Daar staan (op termijn) inkomsten vanuit het warmtebedrijf tegenover. Ten aanzien van de oprichting van het warmtebedrijf, dient het college de gemeenteraad middels een wensen en bedenkingen procedure te betrekken bij dit besluit. Het verder uitwerken en aanvragen van subsidies om de kosten van het warmtenet te dekken (zie kader voor mogelijke subsidies). Communicatie en participatie met en voor inwoners en belanghebbenden verder vormgeven.

4.5 Conditioneel Investeringsbesluit Als gedurende de ontwikkelfase alles volgens plan verloopt, aan de voorwaarden is voldaan en de samenwerkende partners gezamenlijk vaststellen dat de herijkte Businesscase leidt tot een haalbaar project (lees: een duurzaam en betaalbaar warmteoplossing voor bewoners van Wijchen), volgt het volgende voorgangsbesluit: het conditionele investeringsbesluit. Met dit besluit stemmen partijen in met de ontwikkeling van het warmtenet, mits aan helder geformuleerde voorwaarden wordt voldaan. Deze voorwaarden zullen onder andere zijn: • voldoende bereidheid onder huurders en particulieren om aan te sluiten; • de toekenning van subsidies; • een succesvolle aanbesteding. Het conditionele investeringsbesluit is een mandaat van de gemeenteraad. De gemeenteraad beslist dus of het warmtenet er komt, mits voldaan wordt aan de voorwaarden die vooraf zijn bepaald. De inwerkingtreding van de nieuwe wetgeving heeft veel invloed op de totstandkoming van warmtenetten. Er zal door de nieuwe wetgeving meer zekerheid komen ten aanzien van tarieven en de verwachting is dat er een waarborgfonds komt, wat de risico’s voor het Het uitvoeringsplan warmtebedrijf verkleind.

Daarnaast zal de keuze voor het Een uitvoeringsplan is een plan om de gebouwde omgeving in een wel of niet inzetten van de aanwijsbevoegdheid van gebied aardgasvrij te maken, of als invloed zijn op de aansluitbereidheid van inwoners. Hoe dit tussenstap aardgasvrij-ready. De zijn uitwerking vindt, zal in de komende periode duidelijk gemeente heeft hierbij de regie, worden. 4.6 Contractenfase en realisatiefase Nadat het laatste positief besluit is genomen en de voorwaarden ingevuld zijn, start de contractenfase. In de contractenfase zullen inwoners actief benaderd worden met een definitief aanbod voor aansluiting op het warmtenet. In deze fase zal de woningcorporatie instemming ophalen bij haar huurders. Ook zal in deze fase de aanbesteding voor de realisatie plaatsvinden. Als de uitkomsten van deze onderdelen tot een positief resultaat leiden en aan de voorwaarden wordt voldaan, is het definitief investeringsbesluit op zijn vroegst medio 2027 aan de orde. Als alles snel en positief verloopt, start de realisatiefase op zijn vroegst in 2028. Verdere detaillering van deze fase moet nog uitgewerkt worden.

maar een uitvoeringsplan maakt de gemeente altijd samen met partners. Met als resultaat gedragen en afgestemde besluitvorming. Er zijn veel verschillende soorten uitvoeringsplannen - sterk afhankelijk van het gebied, de warmtetechniek en de samenwerkingsvorm. Voor het warmtenet in Wijchen beogen we een uitvoeringsplan op te stellen. In welke vorm en waar in het proces dit gebeurt, dient nog bepaald te worden. In bijlage 3 staat meer toegelicht over het uitvoeringsplan.

19

5. Routekaart in één oogopslag Leidende principes: 1. We werken stapsgewijs en bieden iedereen een handelingsperspectief 2. We werken samen met inwoners, bedrijven en maartschappelijke partners 3. Het belangrijkste doel is een haalbare, betaalbare, duurzame en betrouwbare warmteoplossing; 4. We leren al doende en reageren flexibel op wat nodig is 5. We vullen een regierol in passend bij de situatie 6. Een lokale analyse is naast een technisch-economische analyse bepalend 7. We zetten in op verschillende energiebronnen

20

Bijlage 1: Wat moet er in het Warmteprogramma? De juridische context (bron: nplw.nl) In het Warmteprogramma staan de plannen voor het verduurzamen en aardgasvrij maken van gebieden in Wijchen voor de komende tien jaar. Niet alleen de plannen en werkzaamheden vanuit de gemeente, maar ook van andere partners waarmee we samenwerken, zoals bewonersinitiatieven, netbeheerders en bedrijven. Het Warmteprogramma laat zien in welke gebieden partijen de komende jaren aan de slag gaan en wat daar op hoofdlijn de aanpak is voor het alternatief voor aardgas en de planning. Dit Warmteprogramma is een verplicht programma onder de Omgevingswet en geeft duidelijkheid omtrent de warmtetransitie voor alle betrokkenen (denk aan professionele partners, bewoners, ondernemers en andere gebouweigenaren). Het is ook de basis voor een gebiedsgerichte aanpak van de warmtetransitie. Op dit moment ligt er landelijk een wet die het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving kan versnellen. Deze wet heet de ‘Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw)’. De Wgiw geeft gemeenten bevoegdheden om meer regie te nemen in de warmtetransitie. Zo kunnen gemeente zodra de Wgiw in werking treedt (verwacht begin 2026) de datum vaststellen waarop de levering van aardgas in een gebied stopt. Dit noemen we de ‘aanwijsbevoegdheid’.

In figuur 1 hieronder zijn de stappen naar aardgasvrij beschreven, vanuit het juridische kader. Uiterlijk 31 december 2026 moet elke gemeente het eerste Warmteprogramma vaststellen.

21

Dit moet minimaal in een Warmteprogramma staan: ➢ Een planning tot 2035 die aangeeft met welke gebieden de gemeente aan de slag gaat met de warmtetransitie. Dit kan zowel gaan over verduurzamen (isoleren) als de overstap naar een duurzaam alternatief voor aardgas. Alleen voor de in de planning aangegeven gebieden kan de aanwijsbevoegdheid worden ingezet. Staat een gebied niet in die planning, dan geeft dat zekerheid dat de komende 10 jaar nog aardgas beschikbaar is. Deze planning vertalen we in de Warmtetransitiekaart. Deze laat zien in welke gebieden, wanneer, partijen aan de slag gaan (of al zijn) met bijvoorbeeld het opstellen van warmteplannen, en in welke gebieden een einddatum voor de levering van aardgas wordt voorzien. In dat geval maken we gebruik van nieuwe bevoegdheden vanuit de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw), namelijk de aanwijsbevoegdheid. ➢ De duurzame alternatieven voor aardgas per gebied die de gemeente overweegt, met daarbij een voorkeursoptie. Dit wordt bepaald op basis van de laagste maatschappelijke kosten, kosten voor de eindgebruiker en de beschikbaarheid van de warmtebron. De uiteindelijk keuze voor het alternatief wordt gemaakt in een uitvoeringsplan (in Zwolle Warmteplan genoemd) en is pas juridisch bindend voor inwoners, ondernemers en anderen bij het wijzigen van het Omgevingsplan.

Wanneer wordt gekozen voor een andere optie dan het alternatief met de laagste totale kosten voor de maatschappij, moet dit expliciet worden gemotiveerd. ➢ Het aantal gebouwen dat in de periode tot en met 2035 naar verwachting zal worden geïsoleerd, van het aardgas afgaat en de verwachte warmtebehoefte. Bij elke herijking is terugkijken op de doelen en vooruitkijken vereist. Dit vraagt van de gemeente data(verzameling), analyse en monitoring. ➢ Een planMER (milieueffectrapportage). Dit is vereist nu het Warmteprogramma een wettelijk voorgeschreven plan is onder de Omgevingswet en het kader vormt voor onder meer de aanleg van buisleidingen voor warm water en diepboringen voor geothermie. Dit zijn mer- (beoordelingsplichtige) activiteiten. Een milieueffectrapportage (mer) brengt de milieueffecten hiervan in beeld. ➢ Een verplichting onder het Warmteprogramma is dat de voortgang van de warmtetransitie wordt gemonitord en we elke vijf jaar de balans opmaken. Na (maximaal) vijf jaar herijken we het Warmteprogramma en laten dan zien welke resultaten er bereikt zijn en wat we als stad de jaren erna willen bereiken. In het Warmteprogramma waar we de komende jaren verder onderzoek naar doen en wat het handelingsperspectief is voor gebouweigenaren in alle gebieden, ook als deze niet op de Warmtetransitiekaart staan (en er dus pas na 2035 warmteplannen worden opgesteld).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=c553be2a-9b35-4d9e-b6a1-90ef165f16c3