2025-11-06 Concept Verslag van de openbare raadsvergadering
Tekst van het document
Ze betreurt het dat er geen steun is voor andere armoederegelingen die mensen structureel kunnen helpen. De heer Haerkens (VVD) vraagt of zij het ermee eens is dat volgend kwartaal het juiste moment is om te bespreken wat de taken en verantwoordelijkheden hierin zijn als gemeente. Mevrouw Muller antwoordt dat haar fractie zeker uitkijkt naar het armoedebeleid, maar het bezwaar is gericht tegen de losse voorstellen op dit punt. De heer Burgers (PvdA) vraagt of hij het goed begrijpt dat zij vindt dat als er geen structureel extra geld voor de sociale minima wordt uitgegeven, dit incidenteel dan ook niet hoeft. Mevrouw Muller geeft aan dat haar fractie het hier uitvoerig over heeft gehad en dit een moeilijke kwestie is, maar uiteindelijk wel voor dit voorstel stemt. Ze benadrukt dat ze liever toch echt structurele maatregelen ziet. De heer Burgers (PvdA) steunt het amendement en benadrukt het belang van solidariteit. Hij prijst de steun die verenigingen zoals Stichting Vincentius van de raad ontvangen. Mevrouw Joosse‑de Visser (CDA) deelt een persoonlijke noot over haar jeugd, waarin ieder dubbeltje moest worden omgedraaid. Zij begrijpt dan ook dat mensen met een krappe beurs schrikken van de oproep om een noodpakket aan te schaffen.
Haar fractie is blij samen met Stichting Vincentius deze actie op poten te hebben gezet en dat het college deze actie ondersteunt en hoopt dat het amendement raadsbreed wordt aangenomen. Mevrouw Muller (D66) vraagt of het CDA ook steun geeft aan structurele maatregelen zoals de afschaffing van
Verslag openbare raadsvergadering d.d. 6 november 2025
pagina 14 van 28
de eigen bijdrage VVE of het ophogen van de kindregeling. Mevrouw Joosse-de Visser antwoordt dat het CDA dergelijke maatregelen serieus bekijkt en structurele middelen overweegt. De voorzitter vraagt het college of er onjuistheden zijn gehoord tijdens het debat; dit is niet het geval. Vervolgens vraagt de voorzitter aan mevrouw Joosse‑de Visser of zij naar aanleiding van het debat nog aanpassingen wenst; dit is niet het geval. De voorzitter brengt amendement 1, ’Noodpakket óók voor sociale minima (of inwoners in armoede)’, ter stemming. Niemand legt hierover een stemverklaring af. Met 24 stemmen voor en 3 tegen is het amendement aangenomen. Besluit: De raad stemt in met amendement 1, ‘Noodpakket óók voor sociale minima (of inwoners in armoede)’ (zaaknummer 319202). Motie 1: Compensatie voor komst hoogspanningsstation De heer Oomen (GroenLinks) geeft aan dat het college deze motie ondersteunt en dat het proces verder onder de verantwoordelijkheid van TenneT valt. Hij twijfelt echter of de motie op dit moment prematuur is, gezien het feit dat er volgende maand ook over het hoogspanningsstation wordt gesproken. Hij neigt naar het steunen van de motie, maar wil zich graag laten overtuigen door Kernachtig Wijchen. De heer Lukkezen (D66) sluit zich aan bij GroenLinks en geeft aan dat de motie beter in december 2025 kan worden besproken.
Hij is tegen de motie en hoopt dat deze dan opnieuw wordt ingediend voor een integrale bespreking. De heer Burgers (PvdA) sluit zich aan bij de vorige sprekers. De heer Peters Sengers (CDA) benadrukt de grote gevolgen van de aanleg van het hoogspanningsstation voor de leefomgeving. Hij roept op tot maximale inspanning van het college voor compensatie van alle kosten, inclusief de kosten voor het aantrekken van expertise die de gemeente moet helpen bij de keuzes die TenneT vraagt. Hij vraagt om zo snel mogelijk duidelijkheid en informatie voor de raad. De heer D. Herms (Wijchen Lokaal) noemt de motie sympathiek en steunt deze, gezien de zorgen over de impact van het hoogspanningsstation. Hij vraagt om snelle duidelijkheid. Mevrouw Peters‑Vroom (VVD) ondersteunt de oproep voor compensatie en hoopt dat dit de wethouder helpt in de gesprekken hierover. De heer Verharen (Kernachtig Wijchen) geeft een toelichting op de motie. Hij benadrukt de grote impact van het hoogspanningsstation op de leefomgeving, natuur en agrarische bestemming. Hij vraagt om snelle duidelijkheid over de compensatie, zowel financieel als voor verlies van agrarische grond en natuur. Hij vindt het vreemd dat er nog geen informatie is over mogelijke compensatie, gezien de plannen voor nieuwe hoogspanningsstations.
De heer Oomen (GroenLinks) vraagt zich af of het niet beter is de discussie over de compensatie voor het hoogspanningsstation uit te stellen tot december 2025, wanneer meer integraal kan worden gesproken. Hij vraagt of dat niet spoedig genoeg is. De heer Verharen geeft aan dat er nog niets over compensatie is ontvangen en dat mogelijk een gedragscode nodig is, zoals bij windenergie. Hij vindt het vreemd dat er geen compensatieduidelijkheid is gegeven en dient daarom een motie in. De heer Burgers (PvdA) geeft aan dat het onderzoek naar compensatie al van start is gegaan en dat punt 3 van de motie overbodig is. Hij vraagt of het niet beter is in december 2025 een goed doordachte discussie te voeren richting TenneT. Hij vindt de motie niet van toegevoegde waarde. De heer Verharen is het niet eens met de heer Burgers en benadrukt dat er duidelijkheid moet zijn over de compensatie en dat alle kosten die door Wijchen worden gemaakt, moeten worden vergoed. Hij vindt het vreemd dat er geen compensatieduidelijkheid is gegeven en dient daarom de motie in.
Verslag openbare raadsvergadering d.d. 6 november 2025
pagina 15 van 28
Het college heeft geen feitelijke onjuistheden gehoord tijdens het debat. De indiener geeft aan dat de tekst van de motie gelijk blijft. De voorzitter brengt motie 1 ‘Compensatie voor komst hoogspanningsstation’ in stemming. Met 25 stemmen voor en 2 stemmen tegen wordt de motie aangenomen. Besluit: De raad stemt in met motie 1 ‘Compensatie voor komst hoogspanningsstation’ (zaaknummer 319202). Motie 2: Leges bouw hoogspanningsstation inzetten De heer Burgers (PvdA) vraagt zich af wat het nut is van het labelen van leges op dit project, aangezien ze altijd kunnen worden ingezet waar nodig. Hij vraagt waarom het labelen van leges nu nodig is. De heer Lukkezen (D66) is niet overtuigd dat het nu moet en vindt december 2025 vroeg genoeg. De heer Oomen (GroenLinks) heeft dezelfde twijfels als de PvdA en vraagt zich af of het niet beter is om eerst uit te zoeken of de motie mag, voordat deze wordt aangenomen. De heer Verharen (Kernachtig Wijchen) benadrukt dat het belangrijk is zo snel mogelijk duidelijkheid te hebben over de leges en dat er goed moet worden gekeken naar wat er met die leges kan worden gedaan. De heer Burgers (PvdA) vraagt wat de meerwaarde is van het labelen van het geld. De heer Verharen antwoordt dat het geld moet worden gelabeld aan de omgeving waar het hoogspanningsstation komt.
De heer Burgers vraagt waarom het geld nu moet worden gelabeld, terwijl er nog geen duidelijkheid is over wat er precies op ons afkomt. De heer Verharen herhaalt zijn antwoord. De heer Lukkezen (D66) vraagt waarom de motie nu nodig is, aangezien de wethouder zijn huiswerk goed doet. De heer Verharen vindt dat de informatie snel op tafel moet komen. Mevrouw Peters‑Vroom (VVD) vindt het een goed en creatief idee om iets te doen met de gelden voor de kleine groep mensen die rondom het hoogspanningsstation komt te wonen. Ze benadrukt dat het college kritisch moet kijken naar waar het geld aan wordt uitgegeven. De heer D. Herms (Wijchen Lokaal) vindt de motie een goed idee en benadrukt dat het college serieus aan de slag moet gaan met het informeren en in kaart brengen van de situatie. De heer Peters Sengers (CDA) legt uit dat het niet de bedoeling is geld te labelen, maar dat er veel geld komt waarvoor de gemeente niet goed is voorbereid. Hij verwijst naar de begroting van 2026, waarin de legesverordening en de legestarieven zijn opgenomen. Hij wijst erop dat de aanvraag van een bouwvergunning voor het verdeelstation onder de rubriek omgevingsvisie valt en dat de legesmiddelen kostendekkend moeten zijn. Hij merkt op dat deze middelen momenteel slechts voor 63% kostendekkend zijn, wat betekent dat meer wordt betaald dan wat het oplevert.
Hij geeft aan dat er ruimte kan zijn voor verbetering en dat er beleid moet worden ontwikkeld dit te onderzoeken. De heer Burgers (PvdA) vraagt of de legesopbrengsten kunnen worden gelabeld voor de verbetering van de dienstverlening, zoals in de stukken staat. De heer Peters Sengers benadrukt dat de motie gericht is op het onderzoeken van de mogelijkheden en beperkingen binnen de kaders van de Omgevingswet en de Gemeentewet. Hij erkent dat niet alles mogelijk is en dat het ingewikkeld kan zijn bepaalde gebieden toe te delen. Hij vraagt het college te onderzoeken of de dienstverlening, zoals het behandelen van procedures en het afgeven van vergunningen, kan worden versneld en verbeterd, specifiek voor het gebied waar het verdeelstation komt. Hij benadrukt dat het belangrijk is tijdig voorbereid te zijn op de gebiedsvisie en de keuzes die kunnen worden gemaakt. De heer Oomen (GroenLinks) vraagt of het niet beter is het college eerst te laten onderzoeken voordat de motie wordt ingediend. De heer Peters Sengers antwoordt dat het fijn is op voorhand duidelijkheid te hebben, ook over de laatste 2 punten, en dat dit de reden is voor het indienen van de motie.
Verslag openbare raadsvergadering d.d. 6 november 2025
pagina 16 van 28
Wethouder Gerrits verduidelijkt dat legesopbrengsten alleen kunnen worden besteed aan de producten en categorieën waarvoor ze zijn bedoeld. Hij waarschuwt dat het gebiedsgewijs inzetten van leges wellicht niet mogelijk is. De indiener geeft aan dat de tekst van de motie gelijk blijft. De voorzitter brengt motie 2 ‘Leges bouw hoogspanningsstation inzetten’ in stemming. De heer Oomen (GroenLinks) legt een stemverklaring af, waarin hij aangeeft dat zijn fractie niet tegen de motie is, maar het te prematuur vindt nu te stemmen, gezien de onzekerheden. Met 22 stemmen voor en 5 stemmen tegen wordt de motie aangenomen. Besluit: De raad stemt in met motie 2 ‘Leges bouw hoogspanningsstation inzetten’ (zaaknummer 319202). Motie 4: Werken moet lonen De heer Van ‘t Schip (Wijchen Lokaal) benadrukt dat zijn partij volledig achter het principe staat dat werken moet lonen. Hij uit zijn teleurstelling dat de landelijke overheid dit nog niet goed heeft opgepakt en vraagt zich af wat er op gemeentelijk niveau kan worden gedaan om dit te bevorderen. Hij geeft aan dat zonder de juiste overheidsregelingen weinig kan worden gedaan, maar dat het belangrijk is dit onderwerp onder de aandacht te blijven brengen en te onderzoeken hoe het zo goed mogelijk kan worden ondersteund.
Hij roept de landelijke partijen op druk uit te oefenen op de landelijke overheid om regelgevingen in te voeren die werkenden met een laag inkomen belastingvoordelen en vrijstellingen bieden. Hij sluit af met de mededeling dat zijn partij de motie van harte ondersteunt. De heer Peters Sengers (CDA) spreekt over de kerntaken van de gemeente, waaronder de uitvoering van de participatiewet en het ondersteunen van mensen om weer aan het werk te gaan. Hij wijst erop dat ook mensen die een baan hebben en een inkomen onder of boven het sociaal minimum verdienen, met zorgen te maken kunnen krijgen. Hij benadrukt dat de bestaanszekerheid van deze werknemers onder druk kan komen te staan en dat de armoedeval kan bijdragen aan het stoppen met werken. Hij pleit voor een onderzoek naar regelingen die deze werknemers kunnen ondersteunen en bestaanszekerheid kunnen versterken. Hij geeft aan dat zijn partij de motie steunt. De heer Burgers (PvdA) spreekt zijn steun uit voor de motie en merkt op dat het belangrijk is ook mensen te helpen die op het minimum werken, zoals parttimemoeders en zelfstandigen zonder personeel. Hij prijst de VVD voor het erkennen van de groep werkenden die recht hebben op ondersteuning, en geeft aan dat de motie ook van zijn partij had kunnen komen.
Mevrouw Muller (D66) spreekt haar steun uit voor de motie en benadrukt het belang van het aanpakken van de armoedeval voor werkende armen. Ze wijst erop dat werkenden vaak niet meer in aanmerking komen voor toeslagen, wat kan leiden tot armoede. Ze pleit voor een breder beleid dat financiële zekerheid biedt en mensen helpt op lange termijn. Ze geeft aan dat haar partij de motie volledig steunt. De heer Tiemessen (GroenLinks) geeft aan dat de motie breed wordt ondersteund. Hij is het eens met het principe dat werken moet lonen en dat mensen erop vooruit moeten gaan als ze werken. Hij erkent dat de gemeentelijke invloed beperkt is, maar ziet het mede‑indienen van de motie als een manier om aandacht te vragen voor het onderwerp. Mevrouw Driessen (Kernachtig Wijchen) herinnert aan een eerdere motie ‘Perspectief voor iedereen’ die aandacht vroeg voor kwetsbare werkenden. Ze ziet de huidige motie als een aanvulling daarop. De heer Burgers (PvdA) vraagt of mevrouw Driessen naast een onderzoek voor het optimaal benutten van bestaande regelingen ook een onderzoek wil voor nieuwe regelingen. Mevrouw Driessen ontkent dat ze nieuwe regelingen wil en pleit voor een onderzoek naar maatregelen die werken echt lonend maken. Ze is benieuwd naar de resultaten van het onderzoek.
Verslag openbare raadsvergadering d.d. 6 november 2025
pagina 17 van 28
Mevrouw Peters‑Vroom (VVD) bedankt voor het brede draagvlak en verwacht dat de motie unaniem wordt aangenomen. Ze benadrukt dat de motie is geïnspireerd door mensen die hard werken maar toch onder het sociale minimum verdienen. Ze pleit voor tijdelijke ondersteuning van deze groep en vraagt zich af hoe ze deze mensen kunnen bereiken. Ze kijkt uit naar de resultaten van het onderzoek en hoe de gemeente verder kan gaan met de bevindingen. Het college heeft geen feitelijke onjuistheden gehoord tijdens het debat. De indiener geeft aan dat de tekst van de motie gelijk blijft. De voorzitter brengt motie 4 ‘Werken moet lonen’ in stemming. Met 27 stemmen voor wordt de motie unaniem aangenomen. Besluit: De raad stemt unaniem in met motie 4 ‘Werken moet lonen’ (zaaknummer 319202). Motie 5: Ook pluche voor ons publiek De heer Ten Buren (VVD) geeft aan dat het belangrijk is dat meer mensen aandacht hebben voor de raadsvergaderingen. De VVD‑fractie vindt het belangrijk dat een duurzame keuze wordt gemaakt, de stoelen moeten toekomstbestendig zijn en zijn gemaakt van duurzame materialen. De VVD‑fractie steunt het voorstel en hopen op een duurzame keuze. De heer Derksen (CDA) vraagt wat de heer Ten Buren vindt van de dekking van het voorstel, het lijkt een blanco cheque. De heer Ten Buren antwoordt dat in het voorstel staat dat de kosten aan de raad worden voorgelegd als deze te hoog worden.
De voorzitter merkt op dat verwarring is ontstaan over de juiste versie van de motie en vraagt de indiener daarop te reageren in zijn termijn. De heer Derksen (CDA) uit zijn twijfels over het voorstel met betrekking tot de stoelen. Hij merkt op dat, hoewel de stoelen economisch zijn afgeschreven, er geen technische problemen lijken te zijn, aangezien er geen gekraak hoorbaar is. Hij vraagt zich af hoe duurzaam het voorstel is en richt deze vraag aan GroenLinks. Hij vraagt of het noodzakelijk is alle stoelen te vervangen en of het misschien mogelijk is kussentjes te gebruiken. Hij geeft aan dat de kosten niet duidelijk zijn en dat zijn fractie nog in afweging is. Hij vraagt naar de motieven achter het voorstel. De heer Burgers (PvdA) vindt het een goed idee meer mensen bij de politiek te betrekken en geeft aan dat het belangrijk is dat zij comfortabel kunnen zitten. Hij steunt het voorstel en ziet het als een positief intermezzo in de discussie over de begroting van € 145 miljoen. De heer Lukkezen (D66) is het eens met de wethouder en de VVD dat meer publiek in de raadzaal is gewenst. Hij geeft aan dat zitcomfort niet de doorslaggevende factor is om mensen naar de raadzaal te trekken, maar dat participatie belangrijker is. Hij noemt de motie over inspiratiesessies als een manier om participatie te bevorderen.
Hij vindt de discussie over kussentjes overbodig en stelt voor praktische stoelen te gebruiken die makkelijk schoon te maken zijn. De heer L. Herms (Wijchen Lokaal) steunt het voorstel en merkt op dat het publiek zich vaak voelt alsof ze op een strafbankje zitten, wat het lage aantal aanwezigen in de raadzaal verklaart. Hij stelt voor de huidige stoelen te bekleden met comfortabele vulling en een chique afwerking. De heer Derksen (CDA) vraagt wat het verbeteren van de stoelen mag kosten. De heer Herms geeft aan dat het voorstel best wat mag kosten. De heer Lukkezen (D66) vraagt of de volgende stap een motie is over het zitcomfort op de bankjes in de buitenruimte. De heer Herms geeft aan dat hij deze vraag flauwekul vindt. De heer Oomen (GroenLinks) legt uit dat de stoelen aan het einde van hun afschrijvingstermijn zijn en dat het Kasteel ze sowieso al wilde vervangen. De heer Lukkezen (D66) vraagt of het gaat om een overbodige motie die voor GroenLinks goed uitkomt omdat de stoelen toch al werden vervangen. De heer Oomen reageert dat dit niet het geval is en hij geeft aan dat als de nieuwe stoelen duurder zijn dan het budget van het Kasteel, de raad dit kan afwegen bij de Perspectiefnota. Hij reageert op een vraag van het CDA over de duurzaamheid van het voorstel
Verslag openbare raadsvergadering d.d. 6 november 2025
pagina 18 van 28
en geeft aan dat de vervangingstermijn al aan de orde was. De heer Oomen stelt voor de stoelen die niet meer comfortabel zijn, niet zomaar weg te gooien, maar ze te hergebruiken door ze bijvoorbeeld naar de kringloop te brengen, bij het azc neer te zetten of ze te verkopen aan de CDA‑fractie. De heer Grobbe (Kernachtig Wijchen) benadrukt dat al langere tijd signalen zijn ontvangen over het beperkte zitcomfort van de stoelen, zowel van mensen op de publieke tribune als van leden van zijn eigen partij. Hij vertelt dat zijn fractie heeft besloten zelf kussentjes te kopen om het zitcomfort te verbeteren, hoewel er niet genoeg zijn. Hij biedt zijn excuses aan aan de publieke tribune en anderen die er eerder hebben gezeten, omdat het voorstel eerder had kunnen worden gedaan. Hij vraagt zich af of het voorstel populisme of arbobeleid is en concludeert dat het beide is. Hij omarmt de term populisme als een geuzenterm en legt uit dat een populist iemand is die de belangen van het gewone volk centraal stelt. De voorzitter vraagt de heer Grobbe bij de motie en de inhoud ervan te blijven en geen les uit een woordenboek te geven. De heer Grobbe legt uit dat er een panel van gebruikers wordt samengesteld om tot de beste oplossing te komen voor de nieuwe stoelen.
Hij benadrukt dat de huidige stoelen opnieuw worden gebruikt, bijvoorbeeld bij de WDW of in maatschappelijke instellingen, en dat circulariteit en duurzaamheid gewaarborgd zijn. Hij hoopt dat er voldoende middelen zijn en dat, dit indien nodig, bij de Perspectiefnota 2026 wordt afgewogen. Hij vraagt om steun voor de motie. Het college heeft geen feitelijke onjuistheden gehoord tijdens het debat. De indiener geeft aan dat de tekst van de motie gelijk blijft. De vergadering wordt kort geschorst. De voorzitter heropent de vergadering en brengt motie 5 ‘Ook pluche voor ons publiek’ in stemming. De heer Derksen (CDA) legt een stemverklaring af, waarin hij aangeeft dat de raad zuinig moest zijn in de afgelopen periode. In de toelichting op de motie wordt vooral gesproken over nieuw meubilair zonder te weten wat het gaat kosten. De CDA‑fractie vindt dat op dit moment niet passend. Met 20 stemmen voor en 7 stemmen tegen wordt de motie aangenomen. Besluit: De raad stemt in met motie 5 ‘Ook pluche voor ons publiek’ (zaaknummer 319202). Motie 6: Van regels naar vertrouwen in het armoedebeleid Mevrouw Hoogteijling (CDA) geeft aan dat ze kort kan zijn, omdat de wethouder heeft aangekondigd dat het armoedebeleid naar de raad komt. Ze wil graag over het idee van de PvdA praten, maar pas wanneer het armoedebeleid wordt besproken. De heer L.
Herms (Wijchen Lokaal) uit zijn bezorgdheid over het voorstel regels los te laten en ambtenaren meer vrije ruimte te geven. Hij geeft aan dat regels niet zijn bedoeld om mensen te pesten, maar om iedereen gelijk en eerlijk te behandelen. Hij benadrukt dat het vervangen van regels door vertrouwen en vrije ruimte voor ambtenaren kan leiden tot onzekerheid en het vertrouwen juist kan aantasten. Hij waarschuwt dat dit beleid minder controleerbaar en gevoeliger voor fraude kan maken. Hij onderstreept de plicht zorgvuldig om te gaan met het geld van de inwoners en dat dit juist met duidelijke regels moet gebeuren. Hij besluit dat Wijchen Lokaal de motie niet steunt. De heer Haerkens (VVD) verwijst naar het rekenkamerrapport over kinderarmoede van begin 2025 en merkt op dat de motie aansluit bij de oproep van het rapport consulenten meer maatwerk te laten leveren. Hij mist echter in de motie de expliciete vermelding dat deze flexibiliteit binnen wettelijke kaders moet blijven. Hij vraagt de indiener of het criterium binnen wettelijke kaders bewust is weggelaten. Hij wijst erop dat de motie overbodig is, aangezien er nog in 2025 een integraal plan armoede komt naar aanleiding van het rekenkamerrapport, waarin de punten van de motie worden meegenomen.
Verslag openbare raadsvergadering d.d. 6 november 2025
pagina 19 van 28
Mevrouw Driessen (Kernachtig Wijchen) deelt de intentie met vertrouwen te werken in het armoedebeleid en legt uit dat er nu al ruimte is voor maatwerk binnen de wettelijke kaders. Ze benadrukt dat consulenten betrokken professionals zijn die binnen deze kaders kunnen afwijken van de regels en samenwerken met het sociaal team of maatschappelijke partners indien nodig. Ze geeft aan dat de rekenkamer nergens expliciet aanbeveelt de regels te versoepelen en dat haar fractie de motie niet steunt. De heer Tiemessen (GroenLinks) prijst de brede definitie van armoede als een positieve benadering die meer recht doet aan individuele situaties en maatwerk bevordert. Hij geeft aan dat een onderzoek naar meer handelingsruimte voor medewerkers kan zorgen voor meer vertrouwen en duurzamere oplossingen. Hij verwijst naar de aanbeveling van het rekenkamerrapport ruimte te geven voor maatwerk en niet de regels als norm te hanteren. De heer Burgers (PvdA) uit zijn frustratie over de snelheid waarmee serieuze onderwerpen worden afgehandeld in vergelijking met minder belangrijke zaken. Hij benadrukt dat het rekenkamerrapport aangeeft dat mensen kunnen worden geholpen door op een andere manier naar armoede te kijken. Mevrouw Hoogteijling (CDA) vraagt waarom hij de motie nu indient en niet wacht op het armoedebeleid in december 2025.
De heer Burgers legt uit dat hij het belangrijk vindt dat dit punt in het integrale rapport wordt meegenomen als een belangrijk punt. Hij benadrukt dat het een cultuurverandering betreft in hoe naar armoede wordt gekeken. Mevrouw Hoogteijling vraagt wat de heer Burgers hoopt te bereiken met de motie. Hij legt uit dat het belangrijk is op meerdere momenten en in meerdere jaren over dit onderwerp te praten, omdat het een andere manier van kijken betreft die niet alleen om regels draait. Mevrouw Driessen (Kernachtig Wijchen) merkt op dat het onderzoek zo goed als klaar is en vraagt zich af hoe de oproep van de heer Burgers nog kan worden meegenomen in het plan dat in december 2025 wordt gepresenteerd. De heer Burgers hoopt dat de oproep van de motie nog in het integrale onderzoek kan worden meegenomen en dat het bewustzijn over een andere benadering van armoede wordt vergroot. Hij verwijst naar de recente discussie over hoogspanningsgelden, waarbij hij aangeeft dat er binnen een maand verder over wordt gesproken. Hij maakt een vergelijking met de huidige discussie en benadrukt dat het belangrijk is het onderwerp nu te bespreken. Mevrouw Hoogteijling vraagt of de heer Burgers het met haar eens is dat het essentieel is dat de wensen van de raad worden vastgelegd in het armoedebeleid.
De heer Burgers bevestigt dit en geeft aan dat unanieme steun van de raad de kans vergroot dat deze wensen in het beleid worden opgenomen. De heer Haerkens (VVD) vraagt de heer Burgers of hij zich ervan bewust is dat zijn motie overeenkomt met de aanbeveling van het rekenkamerrapport, en dat het college al bezig is met een plan op basis van die aanbeveling. Hij vraagt waarom de heer Burgers het rapport nu nog wil sturen terwijl er al aan wordt gewerkt. De heer Burgers antwoordt dat zijn motie verder gaat dan de aanbeveling van het rapport, en dat hij concrete maatregelen wil zien om de vrije beslisruimte te benutten. Hij benadrukt dat het onderwerp complex is en dat er meer discussie nodig is. Mevrouw Driessen vraagt de heer Burgers of hij in het rekenkamerrapport heeft gelezen dat consulenten van de gemeente maatwerk leveren en dat dit effectief is. De heer Burgers erkent dat consulenten goed werk verrichten, maar wijst erop dat de rekenkamer niet voor niets tot hun conclusie is gekomen. Hij benadrukt dat de motie het onderwerp breder maakt en hoopt dat dit vertrouwen en ondersteuning biedt aan meer mensen. De heer Haerkens vraagt de heer Burgers of hij vindt dat consulenten binnen de wet moeten blijven in hun vrijheid. De heer Burgers antwoordt dat consulenten binnen de wet moeten opereren, maar dat ze wel tools nodig hebben om de beleidsruimte effectief te benutten.
Hij benadrukt dat het tijd kost deze beleidsruimte goed te implementeren, maar dat het belangrijk is ermee te beginnen. De vergadering wordt kort geschorst. De voorzitter heropent de vergadering. Wethouder Van Dam legt uit dat in december 2025 geen nieuw armoedebeleid komt, maar een integraal plan dat voortbouwt op de adviezen van het rekenkamerrapport. Ze benadrukt dat het armoedebeleid in 2023 is vastgesteld. De heer Burgers (PvdA) geeft aan dat de argumenten tegen zijn motie door haar woorden zijn weggenomen. De heer Burgers geeft aan de tekst van de motie niet te willen wijzigen.
Verslag openbare raadsvergadering d.d. 6 november 2025
pagina 20 van 28
De voorzitter brengt motie 6 ‘Van regels naar vertrouwen in het armoedebeleid’ in stemming. Met 6 stemmen voor en 21 stemmen tegen wordt de motie verworpen. Motie 7: Versterk toezicht en beheer Wijchense berg De heer Peters Sengers (CDA) spreekt zijn waardering uit voor de inspanningen van GroenLinks voor een groen Wijchen, maar merkt op dat dit onderwerp al eerder is geadresseerd. Hij verwijst naar het bomenonderzoek dat wordt afgerond en de scenario's die de wethouder presenteert. Hij ziet geen acute aanleiding of urgentie om vooruit te lopen op de motie, omdat er volgens hem geen onaanvaardbare risico's zijn gebleken. De heer Tiemessen (GroenLinks) vraagt om een toelichting op het gebruik van het woord "onaanvaardbaar" door de heer Peters Sengers. De heer Peters Sengers verwijst naar de tekst van de motie. De heer Van ‘t Schip (Wijchen Lokaal) geeft aan dat zijn fractie de motie te vroeg vindt en wil wachten op het voorstel van de wethouder om de deklaag te herstellen en het gebruik te reguleren. De heer Ten Buren (VVD) deelt mee dat er volgens het college geen zorgen zijn en dat het rapport aangeeft dat het geen gevaar voor de mens oplevert. Als uit een onderzoek blijkt dat niet kan worden gewacht met het nemen van maatregelen, dan wordt de raad direct geïnformeerd en kan de raad beslissen over vervolgstappen.
De heer Evers (Kernachtig Wijchen) deelt de zorgen maar ziet dat het college het goed heeft opgepakt. Hij verwijst naar het Sweco‑onderzoek en de conclusies en adviezen die daaruit voortkomen. Omdat het plan van aanpak binnenkort aan de raad wordt gepresenteerd, steunt zijn fractie deze motie niet. De heer Lukkezen (D66) heeft gesproken met GroenLinks en begrijpt hun zorgen over kinderen die in aanraking kunnen komen met schadelijke afvalstoffen. Hij steunt de motie tenzij de wethouder garanties geeft dat er geen afval vrijkomt dat schade kan veroorzaken. De heer Merkus (PvdA) benadrukt het belang van het koesteren van natuur en gezondheid en steunt de motie op basis van de bevindingen van GroenLinks en het rapport. De heer Tiemessen (GroenLinks) beschrijft de problematiek rondom het dumpen van afval en de maatregelen die zijn genomen, zoals boetes en extra verlichting. Hij vraagt nu aandacht voor de situatie van de stortplaats bij Alverna. Hij uit zijn zorgen over de toestand van de deklaag van de stortplaats, waarbij hij opmerkt dat er steeds meer gaten ontstaan waardoor stortafval naar de oppervlakte komt. Hij beschrijft de diversiteit van het afval, variërend van huisraad tot chemisch afval, PFAS, zware metalen en asbest, en benadrukt dat destijds het concept van afvalscheiding niet bestond.
Hij wijst op de onbekendheid van de exacte locatie van het stortvuil en het risico dat regenwater gevaarlijke stoffen naar het grondwater kan meenemen. Hij roept op tot actie om toezicht en beheer te verbeteren, borden te plaatsen, gaten in de deklaag te dichten, milieuschade te verminderen en gezondheidsrisico's voor kinderen en omwonenden te voorkomen. De heer Evers (Kernachtig Wijchen) vraagt of de heer Tiemessen het met hem eens is dat het Sweco‑onderzoek van het college dezelfde oproep doet als hij. De heer Tiemessen is het hier niet mee eens en benadrukt dat zijn focus ligt op gezondheid en milieu, terwijl het onderzoek zich richt op gebruiksmogelijkheden. Hij wijst op het gevaar dat kinderen in de stortplaats graven en refereert aan eerdere egalisatie door de gemeente. De heer Peters Sengers (CDA) vraagt naar de uitvoerbaarheid van scenario's die nog niet bekend zijn en hoe technische vragen kunnen worden gesteld zonder de details te kennen. De heer Tiemessen antwoordt dat hij uitvoerig contact heeft gehad met beleidsambtenaren. De voorzitter wijst erop dat contacten met beleidsambtenaren niet relevant zijn en dat de discussie met de wethouder en het college moet plaatsvinden. De heer Tiemessen herhaalt zijn oproep voor actie en benadrukt de noodzaak van plannen voor toezicht en beheer, het plaatsen van borden, en het dichten van gaten in de deklaag.
Hij citeert uit een rapport over de deklaag van de Wijchense berg en wijst op de aanbeveling maatregelen te treffen contactmogelijkheden met het afval te verminderen en de deklaag duurzaam in stand te houden. Hij beschuldigt de
Verslag openbare raadsvergadering d.d. 6 november 2025
pagina 21 van 28
wethouder van wegkijken en benadrukt dat versterkt beheer de bewoners geruststelt. Wethouder Van Bronkhorst legt uit dat de deklaag hersteld wordt op basis van toekomstig gebruik. Hij vraagt de heer Tiemessen om de volledige context van het rapport te vermelden, inclusief de conclusie dat er geen directe risico's zijn. De indiener geeft aan dat de tekst van de motie gelijk blijft. De voorzitter brengt motie 7 ‘Versterk toezicht en beheer Wijchense berg’ in stemming. Met 6 stemmen voor en 21 stemmen tegen wordt de motie verworpen. Motie 8: Opheffen alcoholverbod De voorzitter geeft het voorzitterschap tijdelijk over aan de plaatsvervangend voorzitter de heer Albersnagel omdat het onderwerp de portefeuille van de burgemeester raakt. De heer Burgers (PvdA) geeft aan dat er geen probleem is met het alcoholverbod en dat er op een prima manier mee wordt omgegaan. Hij benadrukt dat handhaving altijd mogelijk is wanneer dat nodig is en beschouwt het voorstel van D66 als een oplossing voor een niet‑bestaand probleem. Hij besluit kort en krachtig dat hij tegen het voorstel is. Mevrouw Janssen (Kernachtig Wijchen) sluit zich aan bij de conclusie van de heer Burgers. Zij geeft aan dat haar fractie zich ook afvroeg welk probleem hiermee wordt opgelost. Ze geeft aan dat zowel zijzelf als hun brede achterban graag feest vieren in Wijchen en dat er nooit actief wordt gehandhaafd.
Ze meent dat de motie niets oplost en zelfs een extra probleem veroorzaakt, omdat handhaving moeilijker wordt. Ze pleit ervoor om de huidige situatie te behouden en feest te blijven vieren in Wijchen. De heer Derksen (CDA) ziet geen probleem en merkt op dat handhavers tijdens carnaval en oudjaarsavond andere prioriteiten hebben. Hij heeft nooit gehoord dat iemand door het alcoholverbod is belemmerd en kan de redenering van D66 niet volgen. Hij geeft aan dat zijn partij tegen de motie is. De heer Oomen (GroenLinks) heeft nooit gehoord dat het alcoholverbod tot problemen leidt en prijst de gedoogconstructie die in Wijchen bestaat. Hij besluit dat zijn partij de motie niet steunt. De heer L. Herms (Wijchen Lokaal) geeft aan dat hij niet wist dat er een openbaar alcoholgebruikverbod was. Hij beschrijft hoe mensen in het horecastraatje en tijdens buurtbarbecues en vieringen zoals de Vierdaagse alcohol op straat nuttigen zonder dat er gehandhaafd wordt. Hij vindt handhaving moeilijk met zoveel drinkers en stelt voor om de situatie te laten zoals die is. Mevrouw Peters‑Vroom (VVD) was, net als de heer L. Herms, niet op de hoogte van het verbod, maar heeft zich ingelezen. Ze vindt een verbod zwaar klinken, maar hecht veel belang aan een goed werkbare situatie voor handhavers.
Ze benadrukt dat handhaving moet kunnen optreden tegen personen die de openbare orde verstoren door alcoholgebruik. Ze steunt de regel die handhaving mogelijk maakt en besluit tegen de motie te stemmen, gesteund door de reactie van de burgemeester dat er geen klachten zijn. De heer Lukkezen (D66) geeft aan dat zijn partij liberaal is en alleen regels wil wanneer ze worden gehandhaafd. Hij vindt het vreemd dat er zo ruimhartig wordt omgegaan met de coulance die de raad geeft. Mevrouw Peters‑Vroom (VVD) vraagt hoe de heer Lukkezen aankijkt tegen de handhaafbaarheid voor handhavers zonder algeheel verbod. De heer Lukkezen antwoordt dat de motie niet stelt dat het helemaal niet moet kunnen, maar dat het moet worden toegepast op gebieden waar echt problemen zijn. Mevrouw Peters‑Vroom vraagt hoe de heer Lukkezen weet waar problemen gaan optreden. De heer Lukkezen antwoordt dat er in het verleden probleemgebieden waren, zoals de kasteeltuin, waar tijdelijk een verbod kan
Verslag openbare raadsvergadering d.d. 6 november 2025
pagina 22 van 28
worden geïntroduceerd. Mevrouw Janssen (Kernachtig Wijchen) vraagt hoe uitvoerbaar het is om op ieder incident nieuwe gebieden aan te wijzen, gezien de beperkte tijd van handhavers, en of er geld is voor extra handhavers. De heer Lukkezen verwijst naar deze maatregel die enkele jaren geleden werd ingevoerd, samen met een maatregel voor lachgas. Hij geeft aan dat er destijds geen probleem was en dat handhaving mogelijk was. Hij vraagt zich af waarom dit nu niet meer kan en merkt op dat er geen stroom aan boetes binnenkomt. Mevrouw Janssen vraagt waarom deze maatregel destijds is ingesteld en benadrukt dat het instrument nodig was om op te treden. Ze vraagt of de heer Lukkezen hiervan op de hoogte is. De heer Lukkezen biedt een handreiking aan de raad en erkent dat de situatie misschien te ver gaat, maar wijst op het belang van nuance. Hij geeft aan dat er een alcoholverbod is, maar dat er niet altijd wordt gehandhaafd, bijvoorbeeld bij een picknick met een wijntje. Mevrouw Peters‑Vroom vraagt de heer Lukkezen welk probleem hij met zijn voorstel oplost. Hij antwoordt dat het probleem is dat mensen die buiten een drankje drinken iets doen wat niet mag. Mevrouw Janssen vraagt waarom de heer Lukkezen niet naar de geest van de wet wil kijken, aangezien handhaving niet zwart‑wit is.
De heer Lukkezen wil de nuance delen en stelt voor het dictum aan te passen om het college te vragen deze nuance aan te brengen. De heer Derksen (CDA) vraagt of de heer Lukkezen het vertrouwen in de politieambtenaar of boa mist om nuance aan te brengen. De heer Lukkezen antwoordt dat het gaat om transparantie richting de inwoner, zodat deze erop kan vertrouwen dat hij wordt aangesproken als hij een biertje drinkt. De heer Derksen vraagt welke Wijchenaar de heer Lukkezen heeft benaderd en of het een lokaal probleem is. De heer Lukkezen bevestigt dat het een lokaal probleem is en dat het niet om een landelijke motie gaat. Het college heeft geen feitelijke onjuistheden gehoord tijdens het debat. De indiener geeft aan dat de tekst van de motie gelijk blijft. De voorzitter brengt motie 8 ‘Opheffen alcoholverbod’ in stemming. Mevrouw Janssen (Kernachtig Wijchen) legt een stemverklaring af en geeft aan dat het voorstel om het dictum aan te passen sympathiek klinkt, maar overbodig is omdat de nuance al wordt toegepast. Met 2 stemmen voor en 25 stemmen tegen wordt de motie verworpen. Het voorzitterschap wordt weer overgedragen aan de burgemeester. De vergadering wordt kort geschorst. Motie 9: Versterken van impact ondernemen en maatschappelijk verantwoord ondernemen in Wijchen De voorzitter heropent de vergadering.
Mevrouw Driessen (Kernachtig Wijchen) legt uit dat de motie 3 punten behandelt: waardering voor maatschappelijk betrokken ondernemers, coaching van startende ondernemers, en samenwerking met Start‑up Nijmegen. Ze geeft aan dat deze punten al worden uitgevoerd en dat de motie daarom niet wordt gesteund. De heer Tiemessen (GroenLinks) vraagt of er een specifieke award is voor ondernemers die impact maken. Mevrouw Driessen geeft aan dat er bij de Ondernemers Awards in 2024 een duurzaamheidsprijs is uitgereikt. Ze voegt toe dat de wethouder eerder twee voorbeelden noemde die niet specifiek in Wijchen waren, maar wel verbonden zijn aan Start‑up Nijmegen en aandacht hebben voor maatschappelijk verantwoord ondernemen (mvo). Mevrouw Muller (D66) vraagt mevrouw Driessen of zij in 2024 of de keer daarvoor aanwezig was bij een informatieavond op het Kasteel, waar verschillende zzp'ers en organisaties waren uitgenodigd met het idee dat er een start‑up in Wijchen zou komen. Ze merkt op dat er teleurstelling was omdat dit niet gerealiseerd is en vraagt of mevrouw Driessen bereid is het bedrag te verhogen om dit mogelijk te maken. Mevrouw Driessen antwoordt dat ze niet op de hoogte was van de situatie en dat ze € 5000 voldoende vindt voor het initiatief, zonder extra geld toe te willen kennen. Mevrouw Muller vraagt wanneer mevrouw Driessen wel bereid is extra geld toe te kennen.
Mevrouw Driessen antwoordt dat de huidige motie daar niet over gaat en dat ze opnieuw nadenkt zodra een andere motie wordt ingediend. De heer Tiemessen vraagt of mevrouw Driessen net als hij gelooft dat ervaren Wijchense ondernemers een verschil kunnen maken in de begeleiding van jonge startende ondernemers.
Verslag openbare raadsvergadering d.d. 6 november 2025
pagina 23 van 28
Mevrouw Driessen bevestigt dit en noemt de initiatieven die al bezig zijn met kennisdeling. De heer Ten Buren (VVD) benadrukt het belang van ondernemers en mvo, en noemt de Ondernemers Award en mvo Award als voorbeelden. Hij wijst erop dat een fractielid van de VVD de start‑up Award heeft ontvangen, wat een voorbeeld is van ondernemerschap met maatschappelijke waarde. Hij geeft aan dat GroenLinks erkent dat ondernemers een belangrijke rol spelen en hoopt dat ze hieraan denken bij het overwegen van het verhogen van ozb‑lasten. Hij geeft aan dat de VVD de moties niet steunt omdat er al voldoende initiatieven zijn. De heer L. Herms (Wijchen Lokaal) geeft aan dat mkb'ers geen behoefte hebben aan versterking, maar aan geld, en dat er in Wijchen instanties zijn die hulp kunnen bieden zonder tussenkomst van de raad. Hij noemt de motie volstrekt onnodig en geeft aan deze niet te steunen. De heer Peters Sengers (CDA) spreekt zijn waardering uit voor de betrokkenheid van Wijchense ondernemers en bedrijven, die samen met verenigingen en instellingen het maatschappelijke cement van de gemeente vormen. Hij vindt dat impact ondernemen en mvo onderdeel moet zijn van de normale bedrijfsvoering en dat de award moet gaan naar degenen die bovenaan scoren.
Hij geeft aan dat het opzetten van een coach‑ en mentornetwerk geen publieke taak is en dat het college moet faciliteren, maar niet organiseren. Hij merkt op dat ondernemen niet ophoudt bij de gemeentegrenzen en dat ondernemers kansen in de regio moeten grijpen. Hij geeft aan dat het budget slechts voldoende is voor één bijeenkomst en dat gebruik moet worden gemaakt van wat Nijmegen te bieden heeft. Hij vindt dat de motie 3 onderwerpen bevat die elkaar willen raken, maar dat als één punt niet kan worden gedeeld, de hele motie moet worden afgekeurd. Hij concludeert dat het CDA geen van de 3 punten kan delen. De heer Burgers (PvdA) spreekt zijn waardering uit voor de Impact Award die wordt uitgereikt tijdens het jaarlijkse ondernemersfestival. Hij benadrukt dat niet alleen de ondernemer, maar ook de werknemers trots kunnen zijn op hun bedrijf wanneer zij een award ontvangen. Hij ziet de toevoeging van een 6e prijs als een verrijking van het evenement en geeft aan dat iedereen hiervan gelukkig wordt. Mevrouw Driessen (Kernachtig Wijchen) vraagt de heer Burgers naar zijn mening over de andere 2 punten van de motie, namelijk het coachen van start‑ups door ondernemers en de samenwerking met Nijmegen. De heer Burgers reageert positief op het idee van ondernemers als coach‑mentor en ziet geen bezwaar in de samenwerking met Nijmegen, hoewel hij daar geen goed beeld bij heeft.
Mevrouw Muller (D66) deelt haar ervaringen van een ondernemersavond op het Kasteel. Mevrouw Driessen (Kernachtig Wijchen) merkt op dat die avond 2 jaar geleden plaatsvond en vraagt of er nog steeds behoefte aan is. Mevrouw Muller antwoordt dat er nog steeds behoefte is aan een start‑up in Wijchen. Ze wijst op vertragingen en roept op tot evaluatie van de huidige situatie. De heer Peters Sengers (CDA) vraagt naar de regionale samenwerking. Mevrouw Muller benadrukt dat lokale voorzieningen belangrijk zijn voor Wijchen, gezien de grootte van de gemeente. Ze uit haar bezwaren tegen het idee dat Wijchen afhankelijk moet zijn van Nijmegen voor ondernemersnetwerken. Mevrouw Driessen vraagt of € 5000 voldoende is om dezelfde faciliteiten te bieden zoals start‑up Nijmegen biedt. Mevrouw Muller reageert dat zij geen bedrag heeft genoemd, maar dat zij graag de huidige situatie wil evalueren en daarna een voorstel wil doen. Ze merkt op dat ondernemers met een eigen netwerk ver komen, maar ondernemers zonder groot eigen netwerk een extra zetje kunnen gebruiken. De heer Tiemessen (GroenLinks) spreekt over de kracht van lokale ondernemers en het belang van een lokaal netwerk voor kleine ondernemers. Hij pleit voor waardering van ervaren ondernemers met een lokale binding en roept op tot een ruimdenkende benadering die jonge ondernemers in Wijchen ondersteunt.
De heer Ten Buren (VVD) vraagt of een breder netwerk met Nijmegen geen voordeel biedt. De heer Tiemessen antwoordt dat lokale ondernemers hun eigen netwerk nodig hebben om te groeien. De heer Ten Buren merkt op dat sommige branches niet aanwezig zijn in Wijchen en vindt het juist goed dat er wordt samengewerkt met Nijmegen. De heer Tiemessen merkt op dat ondernemers niet met elkaar in contact kunnen komen als de
Verslag openbare raadsvergadering d.d. 6 november 2025
pagina 24 van 28
gemeente niets aanbiedt. Hij geeft aan dat een terugkerende Impact Award nog niet bestaat en dat dat volgens hem wel van belang is. Hij roept de raad op waardering te geven aan ondernemers met lokale binding. Het college heeft geen feitelijke onjuistheden gehoord tijdens het debat. De indiener geeft aan dat de tekst van de motie gelijk blijft. De voorzitter brengt motie 9 ‘Versterken impact ondernemen en maatschappelijk verantwoord ondernemen in Wijchen’ in stemming. Met 6 stemmen voor en 21 stemmen tegen wordt de motie verworpen. Motie 10: Elk bankje een prullenbak De heer Ten Buren (VVD) geeft aan dat zijn fractie een schone leefomgeving belangrijk vindt, maar dat het plaatsen van een prullenbak bij elk bankje te veel is. Hij wijst erop dat prullenbakken op strategische plekken staan en dat mensen zelf verantwoordelijk zijn voor het opruimen van hun afval. Hij benadrukt dat extra beheerkosten een rol spelen in hun besluitvorming en dat er in het nieuwe beleid aandacht moet zijn voor plaatsen met afvaloverlast. De VVD steunt de motie niet. De heer L. Herms (Wijchen Lokaal) vindt de motie sympathiek en besluit deze te steunen, omdat een opgeruimde omgeving belangrijk is. Mevrouw Hoogteijling (CDA) herinnert zich dat architect Ashok Bhalotra ooit sprak over het niet plaatsen van prullenbakken bij bankjes vanwege de overlast die ze veroorzaken, zoals stank en wespen.
Ze geeft aan dat prullenbakken niet leiden tot minder afval en dat ze alleen maar meer afval en overlast veroorzaken. Ze benadrukt dat het plaatsen van prullenbakken veel geld kost en dat dit geen goed idee is. De heer Lukkezen (D66) vraagt hoeveel meter er tussen een bankje en een prullenbak moet staan, waarop mevrouw Hoogteijling antwoordt dat dit 20 meter is. Ze verwijst naar landen als Zwitserland en Oostenrijk, waar geen prullenbakken zijn en mensen hun afval netjes mee naar huis nemen. Ze concludeert dat prullenbakken alleen maar meer afval en overlast veroorzaken en dat het veel geld kost. De heer Burgers (PvdA) beschouwt de motie als klein bier en vindt het bijna een belediging voor de fysieke leefomgeving. Hij geeft aan dat er belangrijkere zaken zijn om over na te denken, zoals armoedebeleid. De heer Kersten (Kernachtig Wijchen) heeft vertrouwen in de huidige inrichting van nieuwe gebieden en vindt dat inwoners via de BuitenBeter app hun behoefte aan prullenbakken kenbaar kunnen maken. Hij wijst op de kosten en het onderhoud van extra prullenbakken en steunt de motie niet. De heer Oomen (GroenLinks) deelt de bezwaren van voorgaande sprekers en wijst op de financiële kosten van het plaatsen en onderhouden van prullenbakken. Hij benadrukt dat mensen hun eigen afval moeten opruimen en steunt de motie niet.
De heer Lukkezen (D66) geeft aan dat de motie tot stand is gekomen in samenwerking met inwoners uit Wijchen Noord, die aangeven dat er te veel afval is en dat er meer prullenbakken nodig zijn. Hij vraagt om de motie als standaard te hanteren bij de herinrichting van de openbare ruimte. De heer Kersten (Kernachtig Wijchen) uit zijn tevredenheid over de betrokkenheid van de heer Lukkezen bij de afvalproblematiek, ondanks dat hij eerder tegen een motie van Kernachtig Wijchen stemde. Hij vraagt de heer Lukkezen om een inschatting van de kosten voor het plaatsen van nieuwe prullenbakken bij herinrichtingen. De heer Lukkezen geeft aan dat technische vragen niet nodig zijn bij moties, aangezien deze vooraf zijn gecontroleerd. De heer Kersten geeft aan dat het geen technische vraag maar een essentiële vraag is. De heer Lukkezen biedt aan samen te werken en een onderzoek te doen naar de kosten, mits deze binnen de perken blijven. De heer Kersten vraagt of het wellicht beter is te wachten op nieuw beleid van de wethouder. De heer Lukkezen uit zijn teleurstelling over de houding van Kernachtig Wijchen en vraagt om medewerking. De heer Oomen (GroenLinks) vraagt
Verslag openbare raadsvergadering d.d. 6 november 2025
pagina 25 van 28
de heer Lukkezen of hij bereid is de resultaten van een enquête in Wijchen Noord te delen met het college, zodat strategische plaatsing van prullenbakken kan worden overwogen. De heer Lukkezen stemt hiermee in, mits er steun is. Het college heeft geen feitelijke onjuistheden gehoord tijdens het debat. De indiener geeft aan dat de tekst van de motie gelijk blijft. De voorzitter brengt motie 10 ‘Elk bankje een prullenbak’ in stemming. Met 5 stemmen voor en 22 stemmen tegen wordt de motie verworpen. Motie 11: Inspiratiesessies De heer Oomen (GroenLinks) spreekt zijn steun uit voor de motie en stelt voor de werkgroep inwonersparticipatie te vragen hiermee te experimenteren. Hij benadrukt dat het een experiment is dat na 1 jaar wordt geëvalueerd. De voorzitter herinnert zich dat zij de portefeuillehouder is en vraagt de plaatsvervangend voorzitter, de heer Albersnagel, om het voorzitterschap over te nemen. De heer Kersten (Kernachtig Wijchen) spreekt zich uit tegen de motie, die volgens hem een situatie schetst waarin zijn fractie zich niet herkent. Hij legt uit dat er al volop inspraak en betrokkenheid van inwoners is en dat de gemeente hier veel aan doet. Hij verwijst naar de evaluatie uit Houten als mogelijk nuttig, maar blijft tegen de motie. De heer Lukkezen (D66) vraagt waarom Kernachtig Wijchen niet gewoon zegt dat het een goed idee is als het uit hun eigen koker komt.
De heer Kersten geeft aan dat hij de motie heeft gelezen en zojuist heeft uitgelegd waarom zijn fractie tegen is. De heer Haerkens (VVD) benadrukt dat de raad de ambitie moet hebben de kloof tussen de politiek en de inwoners zo klein mogelijk te houden. Hij ziet het voorgestelde idee als een sympathiek experiment, maar heeft enkele vragen. Hij vraagt zich af of het idee, dat afkomstig is uit Houten en bijna 4 jaar oud is, daar succesvol was. Hij heeft online gezocht en ontdekt dat er in 2022 avonden zijn georganiseerd, maar daarna lijkt het stil te zijn geworden. Hij vraagt de indieners of zij hebben onderzocht of het idee in Houten succesvol was en of er andere gemeenten zijn waar het wel heeft gewerkt. Hij roept hen op hem te overtuigen van de waarde van het voorstel. De heer D. Herms (Wijchen Lokaal) geeft aan dat zijn fractie moties puur op inhoud beoordeelt, maar dat D66 vaak bovenaan staat bij moties waar ze tegen zijn. Hij legt uit dat inwoners al meerdere mogelijkheden hebben om hun stem te laten horen, zoals via commissies, de raad zelf, raadsfracties, politieke partijen en soms ambtenaren. Hij vindt het belangrijk dat inwoners hun mening kunnen delen en invloed kunnen uitoefenen, maar ziet in het voorstel geen werkende oplossing en herkent ook niet het probleem dat een nieuwe oplossing vraagt. Daarom stemt zijn fractie tegen.
Mevrouw Hoogteijling (CDA) vraagt waarom de motie, die in 2022 bij de Perspectiefnota was ingediend en toen werd ingetrokken, nu weer wordt ingediend. Daarnaast vraagt ze of het niet de moeite waard is de evaluatie van de gemeente Houten af te wachten, die in oktober en november 2025 plaatsvindt. De heer Merkus (PvdA) geeft aan dat zijn fractie de motie wel kan steunen. Volgens hem biedt het een manier om te zien welke inwoners zich actiever willen inzetten voor de gemeente en of mensen goede ideeën hebben. Hij geeft aan dat als de vorm niet blijkt te werken, het bij de evaluatie altijd verder kan worden aangescherpt, zoals in de motie staat. De heer Lukkezen (D66) legt uit dat D66 wil dat mensen niet alleen op de publieke tribune kunnen kijken, maar ook iets kunnen brengen. Hij vertelt dat er in Houten 27 ideeën zijn ingediend. De heer Haerkens (VVD) merkt op dat de 27 ideeën in 2022 zijn ingediend en vraagt of daarna ook ideeën zijn ingediend. De heer Lukkezen geeft aan dat hij deze details niet kent.
Verslag openbare raadsvergadering d.d. 6 november 2025
pagina 26 van 28
Hij geeft aan dat de motie opnieuw wordt ingediend omdat de werkgroep inwonersparticipatie recent heeft besloten dat ze niet over deze motie gaan. Hij is blij dat de raad hierover gaat en daarom wordt de motie opnieuw ingediend. Hij vertelt dat er inspiratiesessies in Houten zijn en dat er nieuwe staan gepland, wat volgens hem een succes is. Mevrouw Hoogteijling (CDA) vraagt waarom de heer Lukkezen de evaluatie in Houten niet afwacht. De heer Lukkezen antwoordt dat gebleken is dat Houten ook de evaluatie niet afwacht maar nieuwe inspiratiesessies heeft gepland. Hij roept op om inwonersparticipatie echt op de kaart te zetten in plaats van tegen te werken. Het college heeft geen feitelijke onjuistheden gehoord tijdens het debat. De indiener geeft aan dat de tekst van de motie gelijk blijft. De voorzitter brengt motie 11 ‘Inspiratiesessies’ in stemming. De heer Haerkens (VVD) legt een stemverklaring af en uit zijn ontevredenheid over de beantwoording van zijn vraag en geeft aan dat zijn fractie tegen de motie stemt. Hij vindt het idee leuk, maar besluit de evaluatie af te wachten, zoals ook door het CDA wordt aangegeven. De voorzitter geeft het voorzitterschap terug aan de burgemeester. Met 6 stemmen voor en 21 stemmen tegen wordt de motie verworpen.
Motie 13: Cultuurfonds Wijchen verdient meer aandacht Mevrouw Muller (D66), de eerste indiener van de motie, wil deze motie wijzigen naar aanleiding van de beantwoording door de wethouder. De vergadering wordt kort geschorst om de wijziging in te dienen. De voorzitter heropent de vergadering. Mevrouw Muller (D66) legt uit dat de wijziging vooral betrekking heeft op het evaluatiemoment dat volgens de wethouder halverwege 2027 plaatsvindt, terwijl het beleid tot en met 2028 loopt. Mevrouw Muller stelt voor het evaluatiemoment naar voren te halen, omdat een groot deel van het budget al op is. Ze stelt voor dat de raad geïnformeerd wordt zodra er nog 10% van het totale budget in het fonds zit en op dat moment de evaluatie te houden, zodat een voorstel kan worden gedaan om het fonds opnieuw aan te vullen. De voorzitter vraagt of er behoefte is om het voorstel te laten bezinken of dat het debat kan starten. Wethouder Schouten geeft aan dat ze als wethouder van cultuur voor dit soort initiatieven is. Ze heeft geen bezwaar tegen het informeren van de raad als nog maar 10% van het budget over is, maar vindt dat er breed naar het beleid moet worden gekeken. De voorzitter vraagt of er fracties zijn die behoefte hebben om samen te overleggen, dat blijkt niet het geval te zijn.
De heer Tiemessen (GroenLinks) benadrukt het belang van het Cultuurfonds en geeft aan dat er goed gebruik van wordt gemaakt. Hij spreekt over de continuïteit als een grote zorg binnen de sector. Mevrouw Eijkemans (Kernachtig Wijchen) geeft aan dat meer aandacht voor cultuur belangrijk is, maar dat het Cultuurfonds nog geen jaar bestaat en het te vroeg is om conclusies te trekken. Ze benadrukt dat de gemeente cultuur kan faciliteren, maar dat de vonk uit de sector zelf moet komen. Kernachtig Wijchen steunt de motie niet. Mevrouw Muller (D66) vraagt mevrouw Eijkemans of het subsidiebeleid en het Cultuurfonds naast elkaar kunnen bestaan. Mevrouw Eijkemans reageert dat deze al naast elkaar bestaan. Mevrouw Muller bevestigt dat beide naast elkaar bestaan en roept op tot continuïteit, terwijl ze aangeeft dat mevrouw Eijkemans dat niet wil steunen. Mevrouw Eijkemans reageert dat ze een integrale afweging wil maken bij het overwegen van het subsidiebeleid. De heer Merkus (PvdA) geeft aan dat zijn fractie de wijziging steunt en zich aansluit bij de bijdrage van GroenLinks.
Verslag openbare raadsvergadering d.d. 6 november 2025
pagina 27 van 28
Mevrouw Joosse‑de Visser (CDA) wijst erop dat de motie benadrukt dat het zonde is als geld op de plank blijft liggen, terwijl wordt geschetst dat er te weinig in het fonds zit. Ze benadrukt dat het fonds is opgericht om middelen uit de coronatijd goed in te zetten, maar dat er nog veel andere culturele subsidies zijn. Ze geeft aan dat haar fractie de motie niet steunt. De heer D. Herms (Wijchen Lokaal) had een betoog voorbereid tegen de motie van D66, maar geeft aan dat het belangrijkste punt eruit is gehaald. Hij benadrukt dat moet worden gewacht totdat het potje leeg is voordat het wordt bijgevuld en dat zijn fractie een keuze maakt na verdere toelichting. De heer Ten Buren (VVD) sluit zich aan bij het CDA en uit zijn verbazing over de titel van de motie. Hij wijst erop dat er nog budget over is en dat het fonds prima onder de aandacht is. Mevrouw Muller (D66) erkent dat het idee op twee benen hinkt en dat sommige organisaties het Cultuurfonds nog niet kennen. Ze deelt zorgen om het breder onder de aandacht te brengen, maar is blij met de antwoorden van de wethouder. Ze hoopt dat de motie steun krijgt zodat het Cultuurfonds een continue factor kan blijven naast andere subsidies, zoals in andere gemeenten. Het college heeft geen feitelijke onjuistheden gehoord tijdens het debat. De voorzitter verduidelijkt dat de motie is gewijzigd en dat er nu 2 beslispunten zijn.
Mevrouw Muller (D66) vraagt om alleen bulletpoint 2 te behouden. De vergadering wordt kort geschorst. De voorzitter heropent de vergadering en de gewijzigde motie wordt getoond. De voorzitter brengt motie 13 ‘Cultuurfonds Wijchen verdient meer aandacht’ in stemming. De heer D. Herms (Wijchen Lokaal) legt een stemverklaring af en zegt dat zijn fractie verdeeld stemt. Mevrouw Joosse‑de Visser (CDA) benadrukt dat het belangrijk is het hele spectrum van gelden in de cultuursector te wegen en stemt tegen. Mevrouw Eijkemans (Kernachtig Wijchen) verwacht van het college dat ze bij de raad terugkomt als de gelden niet meer toereikend zijn. Met 7 stemmen voor en 20 stemmen tegen wordt de motie verworpen. De voorzitter brengt de beslisnota Programmabegroting 2026 Wijchen in stemming. Met 27 stemmen voor wordt de motie unaniem aangenomen. Besluit: De raad stemt unaniem in met de beslisnota Programmabegroting 2026 Wijchen (zaaknummer 319202). 11. Stemmingen Er zijn geen verzoeken gedaan door raadsleden voor het agenderen van stemstukken. 12. Sluiting De voorzitter dankt de raad voor het respectvolle en inhoudelijke debat en sluit de vergadering rond 22:45 uur.
Verslag openbare raadsvergadering d.d. 6 november 2025
pagina 28 van 28