2025-07-03 Concept Verslag openbare raadsvergadering
Tekst van het document
Motie 2: Betrouwbaar beleid vraagt een stevige reserve De heer Haerkens (VVD) benadrukt het belang van een stevige reserve voor betrouwbaar beleid. Hij wijst op de grote projecten die risico's met zich meebrengen en die vlot moeten kunnen worden uitgevoerd. Hij geeft aan dat de reserve noodzakelijk is om deze projecten
Verslag openbare raadsvergadering d.d. 3 juli 2025
pagina 14 van 30
doorgang te laten vinden en vraagt de raad te bepalen hoeveel nodig is om dit te waarborgen. Mevrouw Kuipers (Wijchen Lokaal) geeft aan dat haar fractie verdeeld is over de motie. Ze erkent het belang van grote projecten en de maatschappelijke waarde ervan, maar uit zorgen over de flexibiliteit van de reserve en de noodzaak steeds weer geld uit de reserve te halen voor deze projecten. De heer Peters Sengers (CDA) steunt de motie en benadrukt dat de reserve de financiering en uitvoering van bestaande grote projecten borgt. Hij wijst op de recente aanwending van de reserve voor het project Hart van Zuid en benadrukt de brede maatschappelijke opdracht die hiermee gepaard gaat. Mevrouw Muller (D66) vraagt hoe het CDA denkt de reserve aan te vullen, gezien de recente beslissing de OZB‑verhoging terug te draaien. De heer Peters Sengers antwoordt dat het college met een voorstel moet komen en dat de reserve mogelijk kan worden aangevuld vanuit de algemene reserve. De heer Merkus (PvdA) geeft aan tegen de motie te zijn. Hij benadrukt dat reserves voor grote projecten binnen de projectbegroting moeten worden gedekt en niet vooraf moeten worden aangevuld. Mevrouw Loermans (Kernachtig Wijchen) vraagt of de PvdA zich bewust is van de maatschappelijke impact van de projecten die door de reserve mogelijk worden gemaakt.
De heer Merkus antwoordt dat de PvdA liever ziet dat reserves worden aangewend voor puur maatschappelijke doelen en niet voor bouwprojecten. Mevrouw Loermans geeft aan dat met de bouwprojecten ook betaalbaar wonen wordt bereikt. De heer Merkus geeft aan dat onverwachte uitgaven in een risicoanalyse moeten worden meegenomen. De PvdA‑fractie is van mening dat een projectleider de raad om meer geld moet vragen als de kosten hoger zijn dan begroot. De heer Peters Sengers (CDA) vraagt of de heer Merkus op de hoogte is van het feit dat het college ook toestemming vraagt aan de raad als de reserve wordt aangesproken. De heer Merkus antwoordt dat hij daarvan niet op de hoogte was, maar hij blijft bij zijn standpunt. Mevrouw Muller (D66) geeft aan dat haar fractie de afwegingen over de reserves in november 2025 wil maken, zodat een integrale afweging mogelijk is. Mevrouw Loermans (Kernachtig Wijchen) vraagt hoe mevrouw Muller er tegenaan kijkt dat de motie vraagt om een voorstel bij de begroting zodat de integrale afweging mogelijk is. Mevrouw Muller benadrukt dat het niet wenselijk is nu voor elke post het college een opdracht te geven, maar dat dit in november moet worden bekeken. De D66‑fractie begrijpt de noodzaak maar de fractie stemt toch tegen deze motie.
De heer Oomen (GroenLinks) geeft aan dat zijn fractie in de eerste termijn niet overtuigd is geraakt van het antwoord van de wethouder dat de reserves echt nodig zijn. Hij benadrukt dat als deze reserves echt noodzakelijk waren, dit al in de Perspectiefnota had moeten staan en dat dit waarschijnlijk ook weer in de begroting terug te zien is. Hij benadrukt dat de keuze van de raad de OZB niet te verhogen betekent dat zijn fractie deze motie niet kan steunen, omdat er dan in november 2025 geen enkel middel meer is de nodige investeringen voor Wijchen voor te stellen. Daarom steunt GroenLinks deze motie niet. De heer Haerkens (VVD) vraagt aan de heer Oomen of hij ervan op de hoogte is dat het college bepaalt hoe groot de reserve is. Hij legt uit dat als er weinig geld is, er weinig in de reserve komt en als er veel geld is, er veel in kan komen. Hij benadrukt dat het college ook rekening kan houden met andere nodige investeringen. De heer Oomen bevestigt dat hij hiervan op de hoogte is, maar hij vermoedt dat het college geen reserve aanlegt voor slechts € 100, wat betekent dat het een substantieel bedrag is. Mevrouw Loermans (Kernachtig Wijchen) herhaalt dat de reserve zijn doel heeft bewezen en dat de onttrekkingen eruit zijn gedaan voor zeer belangrijke maatschappelijke projecten, zoals het Pro‑college.
Ze benadrukt het belang de reserve voor de komende periode op peil te houden en kijkt uit naar de uitwerking van het college. De heer Oomen (GroenLinks) vraagt mevrouw Loermans nogmaals uit te leggen waarom de reserves nodig zijn. Mevrouw Loermans antwoordt dat als ze in een glazen bol kon kijken, ze de reserves niet nodig heeft.
Verslag openbare raadsvergadering d.d. 3 juli 2025
pagina 15 van 30
Het college heeft geen feitelijke onjuistheden gehoord tijdens het debat. De indiener geeft aan dat de tekst van de motie gelijk blijft. De voorzitter brengt motie 2 ‘Betrouwbaar beleid vraagt een stevige reserve’ in stemming. Met 19 stemmen voor en 8 stemmen tegen wordt de motie aangenomen. Besluit: De raad stemt in met motie 2 ‘Betrouwbaar beleid vraagt een stevige reserve’ (zaaknummer 303763). Motie 3: 120% als ondergrens voor ondersteuning Mevrouw Hoogteijling (CDA) geeft aan dat het antwoord van de wethouder duidelijk was en dat dit in Q4 terugkomt, dus haar fractie wacht dit af. Mevrouw Kuipers (Wijchen Lokaal) benadrukt dat de motie een aanbeveling van het rekenkamerrapport is, maar dat de precieze omschrijving in punt 1 van de motie voor hen altijd de reden was niet mee te gaan. Ze benadrukt dat ze niet weten wat het gaat kosten en wat de consequenties zijn in de uitvoering. Wijchen Lokaal wil de oproep steunen inzicht te krijgen en een betere keuze te kunnen maken. Mevrouw Peters‑Vroom (VVD) geeft aan dat haar fractie niet meegaat met de motie omdat ze het rekenkamerrapport hebben gezien en de resultaten van het vervolgonderzoek aan het einde van het jaar afwachten. De heer Grobbe (Kernachtig Wijchen) bedankt de wethouder voor het antwoord en geeft aan dat zij de verdere voorstellen over armoedebeleid afwachten, maar wel de zorgen van de indieners delen.
Hij wijst erop dat alle gemeenten hiermee te maken hebben en verwijst naar een recent onderzoek van het Instituut voor Publieke Economie over eerlijker en eenvoudiger armoedebeleid. Hij hoopt dat de lokale partijen dit onderzoek gaan lezen en contact opnemen met hun landelijke partijgenoten. De fractie van Kernachtig Wijchen steunt de motie niet. De heer Tiemessen (GroenLinks) geeft aan dat een bekende hem vroeg waarom de ene toeslag of financiële regeling 110% en de andere 120% van het minimum inkomen is, en waarom bij de ene wel een bonnetje moet worden overlegd en bij de andere niet. Hij geeft aan dat hij de antwoorden niet wist en dat de hulpkaart met het overzicht van de financiële regelingen in Wijchen hierop ook geen antwoord geeft. Hij pleit voor een grens van 120% en niet meerdere grenzen, omdat dit eerlijker en duidelijker is voor alle groepen. Mevrouw Hoogteijling (CDA) vraagt waarom de heer Tiemessen niet wacht op het integrale voorstel van de wethouder om alle problemen binnen het armoedebeleid aan te pakken. De heer Tiemessen antwoordt dat hij verwacht dat zolang het armoedebeleid niet volledig wordt aangepast, de onduidelijkheid blijft en mensen bonnetjes moeten blijven inleveren. Hij heeft niet het idee dat dit wordt opgelost zolang het huidige systeem van armoedebeleid blijft bestaan.
De heer Lukkezen (D66) merkt op dat Kernachtig Wijchen hen huiswerk probeert te geven maar ondertussen zelf de verantwoordelijkheid afschuift op de oppositie. Hij roept op aan te sluiten bij een landelijke partij en deze motie te steunen. De heer Merkus (PvdA) geeft aan dat de wethouder met een onderzoek bezig is. Hij benadrukt dat ze in deze motie vragen dit te concretiseren op de ondergrens van 120%, waarmee ze een accent geven middels deze motie. Mevrouw Hoogteijling (CDA) vraagt hoe de heer Merkus denkt over maatwerk en of het niet beter is het onderzoek van de wethouder af te wachten. De heer Merkus benadrukt dat zijn fractie altijd voorstander is van maatwerk. Hij legt uit dat zij tijdens het onderzoek naar de grens van 120% willen kijken naar de financiële consequenties en de praktische uitvoerbaarheid. Hij geeft aan dat als blijkt dat er gevaarlijke consequenties zijn waardoor maatwerk niet meer mogelijk is, dit bij de behandeling van de programmabegroting duidelijk wordt. Hij benadrukt dat ze dan een uitgewerkt voorstel hebben. Mevrouw Hoogteijling vraagt een toelichting op de volgorde die de heer Merkus voorstelt. De heer Merkus legt uit dat
Verslag openbare raadsvergadering d.d. 3 juli 2025
pagina 16 van 30
de Perspectiefnota de kans biedt perspectief te geven aan wat de gemeente Wijchen in de komende jaren wil doen. Hij stelt voor de financiële consequenties en de praktische uitvoerbaarheid te onderzoeken en de resultaten hiervan bij de programmabegroting voor te leggen, zodat een weloverwogen besluit kan worden genomen. Het college heeft geen feitelijke onjuistheden gehoord tijdens het debat. De indiener geeft aan dat de tekst van de motie gelijk blijft. De voorzitter brengt motie 3 ‘120% als ondergrens voor ondersteuning’ in stemming. Met 9 stemmen voor en 18 stemmen tegen wordt de motie verworpen. Motie 4: Evenwichtiger OZB‑verdeling Mevrouw Muller (D66) geeft aan dat haar partij een evenwichtig OZB‑beleid ondersteunt, zoals ook in de Perspectiefnota is aangegeven. Ze benadrukt dat het college hiermee bezig is voor 2026 en dat er ruimte is dit verder te ontwikkelen. Ze wijst op de hogere OZB‑tarieven voor niet‑woningen in omliggende gemeenten zoals Beuningen en Nijmegen, en hoopt dat meer partijen deze motie steunen. De heer Peters Sengers (CDA) vraagt waarom mevrouw Muller de gemeenten Land van Cuijk en Oss niet meeneemt in de vergelijking. Mevrouw Muller antwoordt dat de oproep is naar een bredere omgeving te kijken en een redelijk tarief te bepalen.
De heer Peters Sengers vraagt of mevrouw Muller ervan op de hoogte is dat in deze 2 gemeenten de belastingen voor bedrijven op hetzelfde niveau zijn als in Wijchen. Mevrouw Muller erkent dat ze niet op de hoogte was van de belastingtarieven in de genoemde gemeenten, maar vindt het interessant te horen en benadrukt dat er speelruimte is. De heer Haerkens (VVD) vraagt of mevrouw Muller voor of tegen de motie is, aangezien de motie al een conclusie trekt terwijl het college nog een analyse moet uitvoeren. Mevrouw Muller antwoordt dat de oproep juist ruim is aan het college om hiermee aan de slag te gaan en de ruimte te bekijken, waarna het voorstel aan de raad wordt voorgelegd. Ze is voor de motie. De heer Haerkens vraagt verder of de motie niet al oproept tot een hogere OZB voor bedrijven en geen verhoging voor particulieren, waardoor de conclusie al in de motie zit. Mevrouw Muller legt uit dat het gaat om een evenwichtiger OZB‑beleid en dat het deels gaat om de ruimte op te zoeken om te harmoniseren, maar ook om de langere termijn. Ze benadrukt dat solide financieel beleid belangrijk is, vooral met het oog op het ravijnjaar, en dat het niet te verdedigen is alleen de lasten bij inwoners neer te leggen en niet eerlijk te verdelen bij bedrijven.
De heer Peters Sengers benadrukt dat mevrouw Muller de motie motiveert om de OZB voor particulieren niet te verhogen vanwege stijgende woonlasten en hoge inflatie, en vraagt of dit niet ook geldt voor bedrijven of woningeigenaren die niet zelf de bewoner zijn. Mevrouw Muller erkent dat bedrijven ook stijgende kosten hebben, zoals personeelsbeleid en energiekosten, en dat zij hun eigen uitdagingen hebben. Ze pleit voor een eerlijke verdeling van de lasten, omdat het volgens haar op dit moment scheef is. De heer Oomen (GroenLinks) bedankt de wethouder voor het antwoord en is blij dat het college het differentiëren van de OZB‑tarieven wil onderzoeken. Hij wijst erop dat Wijchen voor niet‑woningeigenaren laag in het tarief zit in vergelijking met omliggende gemeenten. Hij benadrukt dat Land van Cuijk niet vergelijkbaar is met Wijchen en blijft de motie steunen. De heer Haerkens (VVD) vraagt om verduidelijking over de termen die de heer Oomen eerder heeft gebruikt, zoals grootkapitaal en grootgrondbezitters. De heer Oomen verduidelijkt dat het gaat om de eigenaren van bedrijven in Bijsterhuizen, die over het algemeen goed verdienen dankzij de uitstekende infrastructuur in Wijchen. Hij benadrukt dat deze bedrijven profiteren van de voorzieningen zoals het station en dat het niet gaat om kleine ondernemers zoals de bakker op de hoek.
Mevrouw Loermans (Kernachtig Wijchen) verwijst naar de Perspectiefnota waarin staat dat het college onderzoek wil doen naar de verhouding tussen de OZB voor woningen en niet‑woningen. Ze onderstreept het belang van dit onderzoek voor een stabiel financieel beleid en geeft aan dat haar fractie de motie niet kan steunen omdat eerst goed onderzoek moet worden gedaan voordat conclusies worden getrokken. Mevrouw Muller (D66) vraagt waarom mevrouw Loermans ervoor kiest de scheve verdeling tussen bedrijven en gezinnen in stand te houden. Mevrouw Loermans antwoordt dat het belangrijk is eerst het onderzoek van het college
Verslag openbare raadsvergadering d.d. 3 juli 2025
pagina 17 van 30
af te wachten voordat conclusies worden getrokken. Mevrouw Muller vraag om een inhoudelijke reactie. Mevrouw Loermans blijft bij haar eerder gegeven reactie. De heer Merkus (PvdA) vraagt of mevrouw Loermans zich ervan bewust is dat de motie oproept nu uit te gaan van een verhoging van het OZB‑tarief voor niet‑woningen en dit bij de programmabegroting van 2026 weer voor te leggen. Mevrouw Loermans antwoordt dat zij de motie ziet als een richtinggevend voorstel en dat zij het onderzoek van het college wil afwachten. Mevrouw Muller vraagt waarom mevrouw Loermans wel een beslissing kan nemen over het reserveren van meer geld voor grote projecten, maar niet over de OZB‑verhoging. Mevrouw Loermans herhaalt dat zij eerst het onderzoek wil afwachten voordat een beslissing wordt genomen over de OZB‑verhoging. De heer Haerkens (VVD) geeft aan dat zijn fractie tegen de motie is omdat slechts een klein deel van het gemeentelijke budget naar bedrijven gaat. Hij wil Wijchen niet vergelijken met omliggende gemeenten, hun financiële positie is blijkbaar minder goed als zij een hogere OZB‑bijdrage nodig hebben. De heer Oomen (GroenLinks) vraagt of de heer Haerkens het niet eens is dat bedrijven profiteren van de investeringen in inwoners.
De heer Haerkens antwoordt dat bedrijven inderdaad profiteren, maar dat de gemeente ook profiteert van de bedrijven door werkgelegenheid en belastinginkomsten. De heer Merkus (PvdA) vraagt of de heer Haerkens het eens is met het standpunt van het college om te zoeken naar een betere balans. De heer Haerkens antwoordt dat hij het onderzoek toejuicht, maar dat de motie al een conclusie verbindt aan het onderzoek, wat volgens hem niet objectief is. De heer Oomen vraagt waarom bedrijven niet massaal van Nijmegen naar Wijchen verhuizen als de OZB zo'n groot probleem is. De heer Haerkens antwoordt dat er een tekort aan bedrijventerreinen is en dat bedrijven niet zomaar kunnen verhuizen. De heer Oomen merkt op dat de heer Haerkens in dat geval niets te vrezen heeft als Wijchen de OZB verhoogt. De heer Haerkens antwoordt dat deze oplossing lijkt op het misbruiken van een machtspositie en dat hij daarin niet wil meegaan. Hij uit zijn bezorgdheid over de onderwaardering van ondernemers, zowel kleine als grote, zoals bakkers, akkerbouwers en veehouders. Hij benadrukt dat deze ondernemers, die hard werken en bijdragen aan de werkgelegenheid, worden aangepakt. De heer Merkus geeft aan dat een ondernemer die een pand huurt dubbel kan worden geraakt als de OZB voor huurders en pandeigenaren omhoog gaat.
De heer Haerkens benadrukt dat de kosten voor de verhuurder uiteindelijk worden doorberekend aan de huurder, waardoor de ondernemer dubbel wordt belast. Mevrouw Kuipers (Wijchen Lokaal) reageert op een eerdere motie van de VVD om de OZB niet te verhogen in 2026 en 2027. Ze benadrukt dat, hoewel het college de raad vraagt naar aanpassingen te kijken, de verhouding tussen woningen en niet‑woningen door de motie wordt verstoord. Ze geeft aan dat het niet eerlijk voelt de niet‑woningengroep te verhogen, omdat dit de verdeling verandert en de niet‑woningengroep benadeelt. Daarom steunt haar fractie deze motie niet. De heer Peters Sengers (CDA) vindt de discussie boeiend vanwege de raakvlakken met andere thema's. Hij ziet geen aanleiding nu naar de verhoudingen tussen de OZB‑tarieven te kijken. Hij herinnert aan een eerdere discussie over een absurde verhoging bij de tegenbegroting in het najaar. Hij is van mening dat belastingen legitiem, doelmatig en rechtvaardig moeten zijn om draagvlak te krijgen. Hij pleit voor een zorgvuldig onderzoek en zorgvuldige analyse, en stelt voor de komende 2 jaar de tijd te nemen om dit te doen. Zijn fractie staat niet afwijzend tegenover differentiatie, maar wil hiervoor de tijd nemen. De heer Merkus (PvdA) constateert dat er geen unanieme overeenstemming is over de motie.
Hij benadrukt dat de motie is bedoeld om richting de begroting een betere balans in de OZB‑verhoudingen te creëren. Zijn fractie laat de motie daarom staan. De vergadering wordt kort geschorst. De voorzitter heropent de vergadering. De voorzitter brengt motie 4, ‘Evenwichtiger OZB‑verdeling’ in stemming.
Verslag openbare raadsvergadering d.d. 3 juli 2025
pagina 18 van 30
Met 6 stemmen voor en 21 stemmen tegen wordt de motie verworpen. Motie 6: Perspectief op structurele jongerenparticipatie De heer Kersten (Kernachtig Wijchen) onderschrijft de gedachte van de motie, maar steunt deze niet. Hij wijst op de bestaande werkgroep inwonersparticipatie en de initiatieven die al lopen om jongeren bij de politiek te betrekken, zoals de kinderraad en klassenbezoeken. Mevrouw Muller (D66) vraagt of de heer Kersten, gezien de beperkte tijd van de werkgroep inwonersparticipatie, alsnog wil overwegen voor de motie te stemmen. De heer Kersten antwoordt dat de werkgroep al volop bezig is met de praktijk en dat er geen nieuw kader voor jongerenparticipatie nodig is. De heer Merkus (PvdA) vraagt of de heer Kersten niet wil dat de uitkomsten van de huidige initiatieven worden meegenomen in een plan voor de toekomst. De heer Kersten geeft aan dat de gemeente al volop bezig is kinderen en jongeren bij de politiek te betrekken. De heer Derksen (CDA) sluit zich volledig aan bij Kernachtig Wijchen. Mevrouw Muller (D66) vraagt waarom het CDA, ondanks hun steun voor klassenbezoeken, niet voor de motie wil stemmen. De heer Derksen antwoordt dat de politiek niet moet worden betrokken bij zaken die in de werkgroep inwonersparticipatie thuishoren en dat duidelijke afspraken zijn gemaakt die moeten worden nageleefd.
Mevrouw Muller benadrukt dat het belangrijk is jongeren meer te betrekken bij de lokale democratie. Zij geeft aan dat het gaat om invloed hebben op je eigen omgeving en vraagt waarom niets gebeurt tot maart 2026 (als de lokale verkiezingen plaatsvinden), aangezien de inwonersparticipatiecommissie dit niet oppakt. De heer Derksen geeft aan dat het belangrijk is, maar dat de manier waarop het nu wordt voorgesteld niet correct is. Hij stelt voor het via het presidium naar de werkgroep inwonersparticipatie te brengen en er daar verder aan te werken. De heer Haerkens (VVD) uit zijn twijfels over het onderwerp. Hij vindt het sympathiek en begrijpt de doelstelling, maar vraagt zich af of er geen overlap is met wat al wordt gedaan. Hij vraagt om uitleg over wat dit initiatief toevoegt aan de huidige activiteiten. De heer Tiemessen (GroenLinks) benadrukt dat dit initiatief ruimte wil maken voor meer participatie door een moeilijke doelgroep en vraagt of de heer Haerkens het ermee eens is dat dergelijke pogingen moeten worden gewaagd. De heer Haerkens bevestigt dat hij het doel steunt, maar vraagt om overtuiging dat dit initiatief iets toevoegt zonder bestaande activiteiten te verstoren. De heer Tiemessen vraagt wat volgens de heer Haerkens dan wordt verstoord. De heer Haerkens geeft aan dat al initiatieven worden uitgevoerd om jongeren te betrekken bij de politiek. De heer D.
Herms (Wijchen Lokaal) merkt op dat de kinderraad bedoeld is voor een andere leeftijdscategorie en dat de werkgroep inwonersparticipatie al heeft besloten niet terug te komen op een eerder raadsbesluit. Hij vraagt of de heer Haerkens hiermee kan instemmen. De heer Haerkens besluit hierop niet inhoudelijk te reageren. De heer Tiemessen (GroenLinks) complimenteert de kinderraad en stelt voor ook jongeren structureel bij de lokale democratie te betrekken. Hij deelt zijn positieve ervaringen met simulaties van raadsvergaderingen door leerlingen en steunt het initiatief om meer jongeren te betrekken. De heer D. Herms (Wijchen Lokaal) complimenteert het voorstel van D66 en benadrukt het belang van jongerenparticipatie in de lokale politiek. Hij steunt het initiatief en vindt het positief dat de portefeuillehouder met jongeren in gesprek gaat. De heer Derksen (CDA) vraagt waarom het college een plan moet maken in plaats van de werkgroep inwonersparticipatie. De heer Herms reageert dat de raad eerder heeft besloten geen initiatieven te steunen waarna de werkgroep heeft stilgestaan, omdat de groep niet tegen een eerder raadsbesluit wil ingaan. De heer Merkus (PvdA) geeft aan dat hij het belangrijk is kinderen en jongeren mee te geven hoe democratie werkt, zeker in een tijd van polarisatie. Ook hij vond de bijeenkomsten met kinderen en jongeren leerzaam.
Hij wil de activiteiten graag door laten lopen en aanvullende activiteiten organiseren waar dat nodig is. De heer Derksen (CDA) vraagt waarom het college dit nu moet oppakken. Kan dit initiatief niet wachten tot de werkgroep inwonersparticipatie ermee aan de slag gaat of tot een nieuwe raad is geïnstalleerd. De heer Merkus antwoordt dat de
Verslag openbare raadsvergadering d.d. 3 juli 2025
pagina 19 van 30
kinderraad recent heeft plaatsgevonden en daarvan kan worden geleerd voor de toekomst en verwijst naar het antwoord van de heer Herms waarom de werkgroep inwonersparticipatie er nu niet mee aan de slag kan. Mevrouw Muller (D66) uit haar teleurstelling over het feit dat partijen zich verschuilen achter het argument dat een bepaald onderwerp in een andere commissie wordt behandeld. Zij benadrukt dat dit niet gebeurt, ondanks dat iedereen het eens lijkt te zijn over het belang van democratie en het betrekken van jongeren. Ze geeft aan dat er tegen een plan wordt gestemd dat juist deze doelen nastreeft en roept op tot het daadwerkelijk uitvoeren van wat men predikt. De heer Kersten (Kernachtig Wijchen) reageert door te benadrukken dat participatie vooral om actie gaat. Ze wijst op de huidige initiatieven zoals de kinderraad en klassenbezoeken, maar benadrukt dat deze motie vraagt een plan op te stellen, wat volgens hem een stap terug naar de theorie betekent. Mevrouw Muller bevestigt dat het inderdaad om actie gaat en wijst erop dat de kinderraad zich richt op kinderen tot 12 jaar, terwijl er voor oudere jongeren niets is. Ze roept op de motie te steunen als men voor actie is. De heer Kersten corrigeert een feitelijke onjuistheid door te benadrukken dat er wel degelijk iets wordt gedaan voor de doelgroep 12 tot 18 jaar, zoals klassenbezoeken georganiseerd door ProDemos.
Hij verwerpt de suggestie dat de gemeente niets voor deze doelgroep doet. Mevrouw Muller reageert door te benadrukken dat ProDemos slechts de locatie gebruikt en dat het niets te maken heeft met inspraak over Wijchen. Ze benadrukt dat de motie deze inspraak juist breder wil trekken naar alle Wijchense jongeren en roept op tot eerlijkheid over de intenties van de tegenstanders van de motie. Het college heeft geen feitelijke onjuistheden gehoord tijdens het debat. De indiener geeft aan dat de tekst van de motie gelijk blijft. De voorzitter brengt motie 6 ‘Perspectief op structurele jongerenparticipatie in stemming. Met 12 stemmen voor en 15 stemmen tegen wordt de motie verworpen. Motie 7: Maatschappelijke weerbaarheid Mevrouw Kuipers (Wijchen Lokaal) benadrukt het belang van de motie en wijst op de taak van de gemeente om inwoners te helpen en ondersteunen. Ze verwijst naar eerdere initiatieven zoals de schuilkelders, die geen steun kregen, en benadrukt dat de motie vraagt om meer dan alleen het in kaart brengen van locaties. De heer Burgers (PvdA) vraagt om verduidelijking over hoe de gemeente de inwoners helpt en ondersteunt. Mevrouw Kuipers legt uit dat de motie vraagt te onderzoeken hoe inwoners actief kunnen worden geïnformeerd en ondersteund. De heer Burgers vraagt nogmaals om concrete voorbeelden.
Mevrouw Kuipers geeft aan dat moet worden onderzocht hoe inwoners actief kunnen worden geholpen en ondersteund, waarbij mogelijk verschillen zijn in de ondersteuning per leeftijdscategorie. De heer Burgers (PvdA) uit zijn zorgen over de motie, met name over de mogelijke ongerustheid die het kan veroorzaken en de vraag of het wiel opnieuw wordt uitgevonden. Mevrouw Kuipers (Wijchen Lokaal) vraagt de heer Burgers of hij heeft meegekregen dat gemeenten iets moeten doen aan de weerbaarheid. De heer Burgers merkt op dat volgens de motie veel moet gebeuren. Hij geeft aan dat de PvdA nog niet is overtuigd van de zinvolheid en uitvoerbaarheid van de motie. De heer Lukkezen (D66) merkt op dat dit de eerste motie is waarbij samenwerking tussen coalitie en oppositie zichtbaar is en hoopt dat dit vaker gebeurt. Zijn fractie steunt de motie. De heer Tiemessen (GroenLinks) uit zijn zorgen over de onduidelijkheid van de motie en de verantwoordelijkheden. Hij wil niet het college voor de wielen lopen en vraagt eerst duidelijkheid over de verantwoordelijkheden voordat verdere stappen worden genomen. De heer Kersten (Kernachtig Wijchen) vraagt of de heer Tiemessen bekend is met de oproep van het Rijk een strategie van maatschappelijke weerbaarheid uit te werken. Hij vraagt specifiek of hij op de hoogte is van de noodzaak noodsteunpunten te plaatsen.
De heer Tiemessen bevestigt dat hij op de hoogte is van deze oproepen en benadrukt dat er nog veel onduidelijkheid is over de beschikbare middelen. Hij geeft aan dat hij goed geïnformeerd is. Mevrouw Kuipers
Verslag openbare raadsvergadering d.d. 3 juli 2025
pagina 20 van 30
(Wijchen Lokaal) vraagt waarom de heer Tiemessen de huidige motie als te veel beschouwt, terwijl eerdere discussies over schuilkelders werden afgedaan als bangmakerij. De heer Tiemessen antwoordt dat hij de motie onduidelijk en ongemakkelijk vindt, en hij wil het college niet belasten met taken waarvoor geen middelen beschikbaar zijn. De heer Kersten (Kernachtig Wijchen) benadrukt dat de oproep van het Rijk serieus moet worden genomen en dat er een balans moet worden gevonden om geen onnodige angst te zaaien. Hij wijst op het belang van voorbereid zijn en het onderhouden van nauw contact met andere gemeenten. Hij noemt de recente brief van de veiligheidsregio en de concrete deadline in de motie als belangrijke punten. De heer Tiemessen (GroenLinks) vraagt om verduidelijking over wat het vergroten van maatschappelijke weerbaarheid precies inhoudt. De heer Kersten legt uit dat het Rijk kaders heeft meegegeven, zoals het plaatsen van noodsteunpunten, en dat er middelen voor beschikbaar worden gesteld. Hij benadrukt dat de uitvoering aan het college is. De heer Tiemessen begrijpt niet waarom de burgemeester zegt dat er geen middelen zijn, terwijl de heer Kersten aangeeft dat er wel middelen beschikbaar zijn.
De heer Kersten verwijst naar een bericht van minister Van Weel over de reservering van geld voor noodsteunpunten en benadrukt dat de middelen in de uitwerking beschikbaar kunnen worden gesteld. De heer Tiemessen uit zijn twijfel over de stabiliteit van de toezeggingen vanuit Den Haag en vraagt of het verstandig is plannen te maken zonder duidelijke toezeggingen over de beschikbare middelen. De heer Kersten herhaalt dat de gemeente Wijchen bekend staat om het luisteren naar oproepen vanuit het Rijk en dat hij ervan uitgaat dat dit ook nu gebeurt. Mevrouw Peters‑Vroom (VVD) benadrukt het belang van nadenken over deze zaken in de huidige onzekere tijden en geeft aan dat haar fractie de motie steunt omdat deze oproept tot onderzoek. Ze benadrukt dat het belangrijk is eerst onderzoek te doen voordat onrust wordt gezaaid. Mevrouw Hoogteijling (CDA) spreekt over het ongemak dat de motie met zich meebrengt en de onverwachte situatie waarin ze zich bevinden. De heer Burgers (PvdA) vraagt om een concreet beeld van hoe een steunpunt eruitziet. Mevrouw Hoogteijling geeft aan dat het aan de ambtelijke organisatie is dit uit te werken. De heer Kersten (Kernachtig Wijchen) vraagt of mevrouw Hoogteijling het met hem eens is dat er kaders zijn meegegeven door het Rijk voor de inrichting van steunpunten bij langdurige stroomuitval of andere noodsituaties.
Hij noemt specifieke bedragen die zijn gereserveerd voor deze plannen. Mevrouw Hoogteijling bevestigt dat haar fractie de motie niet steunt als ze niet het besef had dat er kaders zijn meegegeven. Ze benadrukt het belang van nadenken over situaties zonder angsten aan te jagen. De heer Lukkezen (D66) vraagt mevrouw Hoogteijling om de raadsleden eraan te herinneren aan welke kant het knopje zit om voor te stemmen, wat door de voorzitter wordt afgewezen als beïnvloeding van stemmen. De voorzitter erkent dat zij de heer Albersnagel het voorzitterschap rondom deze motie had moeten geven, omdat het de portefeuille van de burgemeester raakt. Zij benadrukt dat er al wordt gewerkt aan het onderwerp, waarbij de verantwoordelijkheden op landelijk, regionaal, gemeentelijk en individueel niveau liggen. Ze meldt dat er geen structurele middelen zijn en dat de gemeente het moet doen met de huidige begroting. De indiener geeft aan dat ze niets meer wil wijzigen. De voorzitter brengt motie 7 ‘Maatschappelijke weerbaarheid’ in stemming. De PvdA vraagt om een stemverklaring en de heer Burgers benadrukt dat er geen budget is, wat eerder al is aangegeven. De initiatiefnemers van de motie beweren iets anders, waardoor de PvdA niet kan instemmen met de motie. Met 25 stemmen voor en 2 tegen wordt de motie aangenomen.
Besluit: De raad stemt in met motie 7 ‘Maatschappelijke weerbaarheid’ (zaaknummer 303763). Motie 8: Intensiveer de communicatie met de zorgprofessional De heer Grobbe (Kernachtig Wijchen) geeft aan dat de reactie van wethouder Schouten feitelijk
Verslag openbare raadsvergadering d.d. 3 juli 2025
pagina 21 van 30
en duidelijk was en dat er al veelvuldig contact is. Hij steunt de intenties van D66, maar niet de motie, omdat deze nu overbodig is. Mevrouw Kuipers (Wijchen Lokaal) heeft geen opmerkingen. De heer Tiemessen (GroenLinks) benadrukt het belang van goede communicatie met zorgverleners, maar vindt het niet nodig dit apart vast te leggen. Mevrouw Joosse‑de Visser (CDA) deelt de mening van D66 over het belang van de mening en deskundigheid van zorgprofessionals, maar vindt niet dat de samenwerking nu niet in orde is. Ze vraagt D66 om concrete aanwijzingen en wat zij hiermee hebben gedaan. De heer Burgers (PvdA) sluit zich aan bij het CDA en vindt het vervelend als twijfel wordt gezaaid over de samenwerking. Hij vindt de motie overbodig en kan zich er niet in vinden. De heer Haerkens (VVD) sluit zich aan bij de woorden van de PvdA en het CDA en vindt de motie overbodig, omdat er al goede communicatie is. De heer Lukkezen (D66) bevestigt dat er concrete aanwijzingen zijn en dat zij intensief contact hebben gehad met zorgprofessionals. Hij vraagt of de wethouder een toezegging kan doen. Mevrouw Joosse‑de Visser (CDA) vraagt hoe D66 de gemeente bij deze aanwijzingen heeft betrokken. De heer Lukkezen antwoordt dat het belangrijk is als gemeenteraad goed te worden geïnformeerd en dat deze informatie niet bij de hele gemeenteraad is gekomen.
De heer Lukkezen reageert op de vraag van het CDA over de toon van de motie en stelt voor elk woord te schrappen en alleen de oproepen te laten staan als dat het CDA geruststelt. Hij vermoedt dat de PvdA hier positiever over denkt. Mevrouw Kuipers (Wijchen Lokaal) vraagt of het noodzakelijk is de motie te behouden, of dat een vraag aan de wethouder of een schriftelijke vraag wellicht voldoende is. De heer Lukkezen antwoordt dat de gevallen ernstig genoeg waren om een motie te rechtvaardigen. Wethouder Schouten herinnert aan een eerdere toezegging over een informatieavond waar alle gewenste informatie kan worden verwerkt. De heer Lukkezen (D66) ziet dit als een toezegging en trekt de motie terug. De motie wordt niet in stemming gebracht. Motie 9: Wijchen Kunst onder spanning De heer Ten Buren (VVD) noemt het een mooi initiatief en vraagt naar de gevolgen voor het onderhoud, waarbij hij verwacht dat dit uit onderzoek blijkt. De heer Ten Buren geeft aan dat de VVD de motie steunt. De heer D. Herms (Wijchen Lokaal) noemt de motie sympathiek en een goed idee, maar merkt op dat zijn fractie graffiti niet zo mooi vindt en vraagt om de opties breed te houden. De heer Oomen (GroenLinks) noemt de motie leuk en ziet het als een manier om kleur aan Wijchen te geven. Hij verwijst naar de muurschilderingen van Emilia Capital en steunt de motie van harte.
Mevrouw Eijkemans (Kernachtig Wijchen) benadrukt dat de motie het straatbeeld verfraait en lokale kunstenaars en culturele instellingen steunt, en daarom mede is ingediend door Kernachtig Wijchen. De heer Burgers (PvdA) bevestigt de volledige steun van zijn partij. De heer Van Wanroij (CDA) ziet nieuwe evenementen ontstaan. Hij wijst op de voordelen zoals minder vandalisme en een mooier straatbeeld. Het college heeft geen feitelijke onjuistheden gehoord tijdens het debat. De indiener geeft aan dat de tekst van de motie gelijk blijft.
Verslag openbare raadsvergadering d.d. 3 juli 2025
pagina 22 van 30
De voorzitter brengt motie 9 ‘Wijchen Kunst onder spanning’ in stemming. Met 27 stemmen voor wordt de motie unaniem aangenomen. Besluit: De raad stemt in met motie 9 ‘Wijchen Kunst onder spanning’ (zaaknummer 303763). Motie 10: Tuinieren met de buurt De heer Verharen (Kernachtig Wijchen) spreekt zijn steun uit voor buurttuinen, maar benadrukt dat het initiatief bij de inwoners moet blijven liggen en dat gebiedscoördinatoren en leefbaarheidsgroepen ondersteuning kunnen bieden. De heer D. Herms (Wijchen Lokaal) vraagt of dit betekent dat Kernachtig Wijchen de motie steunt, waarop de heer Verharen antwoordt dat zijn fractie de motie niet nodig vindt. De heer Ten Buren (VVD) noemt het een mooi initiatief, maar wijst op de financiële consequenties en benadrukt dat het initiatief vanuit de inwoners moet komen. De heer D. Herms (Wijchen Lokaal) vraagt of de VVD op de hoogte is dat het huidige voorstel al uitgaat van initiatief door inwoners. De heer Ten Buren vraagt zich af of de motie iets toevoegt. De heer Van Wanroij (CDA) noemt het voorstel sympathiek, maar benadrukt dat het initiatief van onderop moet komen voor voldoende draagvlak en haalbaarheid. Hij verwijst naar het succesvolle initiatief bij de Jenaplanschool. De heer Burgers (PvdA) noemt het een mooi initiatief dat gestimuleerd moet worden binnen onderwijs en buurt, en benadrukt dat gemeentelijke steun belangrijk is.
De heer Lukkezen (D66) begrijpt dat andere partijen vinden dat het initiatief van inwoners moet komen, maar benadrukt dat inwoners moeten weten dat het kan en dat de drempel laag moet zijn. Hij ziet de motie als een oproep inwoners te informeren en te ondersteunen bij het opzetten van buurttuinen. De heer Verharen (Kernachtig Wijchen) vraagt naar de rol van de gebiedscoördinator volgens Kernachtig Wijchen is die geschikt om inwoners te informeren over mogelijkheden. De heer Lukkezen wijst erop dat de gebiedscoördinatoren eerder zijn uitgesteld en op dit moment ook nog niet zijn aangesteld. De heer Verharen merkt op dat de motie niet alleen gaat om het helpen maar ook om onderzoeken, rapporteren en ondersteunen. Hij vraagt wat de rol van de gemeente wordt volgens de heer Lukkezen. De heer Lukkezen vraagt om een concreet wijzigingsvoorstel van Kernachtig Wijchen en merkt op dat ze het waarschijnlijk eens zijn. De heer Tiemessen (GroenLinks) spreekt zijn enthousiasme uit over de motie die samen met Wijchen Lokaal is ingediend. Hij geeft aan dat Wijchen Lokaal groene vingers heeft gekregen en dat GroenLinks van tuinieren houdt, vooral samen met de buurt. Hij betreurt dat de coalitiepartijen eerder niet wilden meewerken aan een buurttuin in Wijchen‑West, maar ziet nu een kans dit goed te maken.
Hij wijst op de vele voordelen van een buurttuin, vooral in de buurt van appartementen, en is ervan overtuigd dat de buurt enthousiast is en initiatieven ontwikkelt. Hij ziet mogelijkheden voor samenwerking met leefbaarheidsgroepen of een mix met schooltuinen. De heer D. Herms (Wijchen Lokaal) benadrukt het succes van de buurttuin bij De Buizerd, waar kinderen na school hun plantjes verzorgen en ouders en ouderen meedoen. Hij wijst op de gezonde voeding, de verbinding en de geweldige sfeer die de buurttuin creëert. Hij vermeldt dat de initiatiefnemers van deze buurttuin al een kant‑en‑klaar stappenplan van 29 pagina's hebben, gemaakt door de Radboud Universiteit, dat alles bevat wat de gemeente nodig heeft om dit op meer plekken mogelijk te maken. Hij benadrukt dat de gemeente het initiatief niet hoeft te nemen, maar het alleen mogelijk moet maken en de initiatiefnemers bij de hand moet nemen. Hij vraagt concreet om inventariseren, onderzoeken en de raad informeren en ziet geen reden de motie niet te steunen. Het college heeft geen feitelijke onjuistheden gehoord tijdens het debat. De indiener geeft aan
Verslag openbare raadsvergadering d.d. 3 juli 2025
pagina 23 van 30
dat de tekst van de motie gelijk blijft. De voorzitter brengt motie 10 ‘Tuinieren met de buurt’ in stemming. Met 9 stemmen voor en 18 stemmen tegen wordt de motie verworpen. Motie 11: Een groener en gezonder Wijchen, ook voor leerlingen en leerkrachten De heer Van Wanroij (CDA) geeft aan dat ze in eerste instantie de reactie van de wethouder wilden afwachten, gezien de vele subsidies die er al zijn voor schoolpleinen. Hij erkent dat er al veel gebeurt, maar dat er nog een aantal schoolpleinen is dat een zetje in de rug verdient. Hij geeft aan dat het CDA de motie toch wil ondersteunen en mee indient, omdat elke school die vergroent er eentje meer is. De heer Ten Buren (VVD) geeft aan dat ook zij de motie steunen en het zien als een positief punt voor de klimaatadaptatie, vooral als het initiatief vanuit de scholen zelf komt. De heer Merkus (PvdA) geeft aan dat ook zijn fractie de motie van harte steunt. De heer Lukkezen (D66) merkt op dat het bijzonder is dat als coalitiepartijen een motie mee indienen, deze vaak wordt aangenomen. Hij geeft aan dat D66 de motie ook steunt. De heer Klinkhamer (Kernachtig Wijchen) benadrukt dat ze als constructieve coalitiepartij graag samenwerken met andere partijen om tot goede voorstellen te komen.
Hij vindt het voorstel voor groene speelpleinen een welkome aanvulling voor veel wijken en verwijst naar de term "groene speel‑, beweeg- en beleeftuin" die hun fractievoorzitter eerder noemde. Hij geeft aan dat Kernachtig Wijchen de motie graag mee indient. De heer D. Herms (Wijchen Lokaal) herhaalt dat Wijchen Lokaal groene vingers heeft gekregen en dat ze de motie graag mee indienen omdat ze het belangrijk vinden dat kinderen opgroeien in een groene en gezonde leefomgeving. Hij benadrukt dat een groen schoolplein niet alleen leuk is om in te spelen, maar ook bijdraagt aan biodiversiteit en gezondheid. De heer Tiemessen (GroenLinks) merkt op dat het deze week erg heet was, maar dat het een geluk bij een ongeluk was dat het de laatste schoolweek was. Hij had verwacht dat de meeste scholen al verder waren met de vergroening van hun schoolpleinen, maar ziet dat er nog veel te verbeteren valt. Hij benadrukt dat een groen schoolplein extra mogelijkheden biedt voor spel en beweging en dat het goed is het onderwerp weer onder de aandacht te brengen. Hij ziet het als een zetje in de rug voor alle betrokkenen. Het college heeft geen feitelijke onjuistheden gehoord tijdens het debat. De indiener geeft aan dat de tekst van de motie gelijk blijft. De voorzitter brengt motie 11 ‘Een groener en gezonder Wijchen, ook voor leerlingen en leerkrachten’ in stemming.
Met 27 stemmen voor wordt de motie unaniem aangenomen. Besluit: De raad stemt in met motie 11 ‘Een groener en gezonder Wijchen, ook voor leerlingen en leerkrachten’ (zaaknummer 303763). Motie 12: Maatschappelijke uitkering, de schaamte voorbij Mevrouw Eijkemans (Kernachtig Wijchen) geeft aan dat ze, net als de wethouder, de uitkomst van een lopende pilot wil afwachten en geen noodzaak zien een tweede pilot te starten. Daarom steunt haar fractie de motie niet. Mevrouw Peters‑Vroom (VVD) sluit zich hierbij aan en geeft aan dat het huidige onderzoek nog loopt en dat haar fractie eerst de resultaten wil afwachten voordat ze deze verder bespreken. Daarom is haar fractie tegen de motie.
Verslag openbare raadsvergadering d.d. 3 juli 2025
pagina 24 van 30
Mevrouw Kuipers (Wijchen Lokaal) noemt de motie mooi en nobel, maar heeft bezwaren tegen het volgen en selecteren van een doelgroep. Ze baseert hun standpunt op de uitleg van de wethouder en die bevestigt hun zorgen over geld en mankracht. Mevrouw Hoogteijling (CDA) sluit zich aan bij de vorige sprekers en benadrukt dat de wethouder heeft aangegeven dat de punten uit het rekenkamerrapport over armoede integraal worden opgepakt en dat er al een onderzoek loopt. Daarom vindt haar fractie het verstandig eerst dat onderzoek af te wachten. De heer Burgers (PvdA) benadrukt dat dit initiatief een redding kan betekenen voor een kleine, beperkte groep mensen en dat het buiten de lijntjes kleuren is. Hij vindt het belangrijk ambtenaren meer tools te geven om echt te helpen en steunt de motie. Mevrouw Muller (D66) geeft aan dat ze nog een paar vragen open hebben staan en vraagt of GroenLinks daarop kan ingaan in hun termijn. Ze verwijst naar het antwoord van de wethouder en het lopende onderzoek. De heer Tiemessen (GroenLinks) reageert op de vragen en opmerkingen van andere raadsleden over het pilotproject met de voedselbank. Hij legt uit dat armoede de bestaanszekerheid aan het wankelen brengt, stress veroorzaakt en een gebrek aan perspectief met zich meebrengt, waardoor het leven tot stilstand kan komen.
Hij benadrukt dat ongeveer 1100 gezinnen in Wijchen gebruikmaken van één of meerdere armoederegelingen, volgens informatie die hij de avond ervoor van de WDW heeft ontvangen. Hij benadrukt dat de motie is gebaseerd op de adviezen uit het rapport van de rekenkamer over armoede in Wijchen. Deze adviezen moeten leiden tot een nieuw en duurzaam armoedebeleid met structurele maatwerkoplossingen en perspectief op bestaanszekerheid. De heer Tiemessen verduidelijkt dat het voedselbankonderzoek slechts informatief is en gericht op de achtergronden van gezinnen die langdurig gebruikmaken van de voedselbank, en niet specifiek is gericht op het ontwikkelen van nieuw armoedebeleid en bestaanszekerheid. Hij vindt dat de motie daarom niet overbodig is. Hij benadrukt dat stabiliteit rondom bestaanszekerheid volgens een VNG‑publicatie 35% van de basis van een gezonde samenleving bepaalt. De motie roept op nader onderzoek te doen naar de mogelijkheid voor het organiseren en opstarten van een pilotproject voor duurzame verbetering van de huidige en toekomstige bestaanszekerheid van gezinnen in armoede. Mevrouw Hoogteijling (CDA) vraagt waarom de heer Tiemessen dit voorstel naar voren wil halen, terwijl in 2025 nog een integraal onderzoek naar de uitkomsten van het rekenkameronderzoek komt.
De heer Tiemessen antwoordt dat het geen kwestie is van naar voren halen, maar van het interpreteren van de adviezen uit het rekenkameronderzoek. Hij benadrukt dat het voedselbankonderzoek zich niet bezighoudt met specifieke beleidsveranderingen, maar onderzoekt waarom mensen langdurig gebruikmaken van de voedselbank. Mevrouw Hoogteijling vraagt vervolgens of de heer Tiemessen twee voorstellen indient om iets met armoede te doen, terwijl in 2025 nog een antwoord komt op het onderzoek van de rekenkamer. De heer Tiemessen legt uit dat hij slechts één voorstel doet voor een uitwerking van een onderzoek, wat tijd kost. Hij benadrukt dat er veel literatuur is die duidelijk maakt dat een andere benadering van armoedebeleid nodig is. Mevrouw Muller (D66) vraagt of het pilotproject iets anders is dan wat nu al bij de voedselbank loopt. De heer Tiemessen legt nogmaals uit dat het voedselbankonderzoek gaat over waarom bepaalde groepen zo lang gebruikmaken van de voedselbank, terwijl de motie zich richt op een bredere groep van 1100 gezinnen die gebruikmaken van voorzieningen. Mevrouw Hoogteijling vraagt of de heer Tiemessen de wethouder niet heeft gehoord. De heer Tiemessen bevestigt dat hij de wethouder heeft gehoord, maar een andere mening heeft.
Wethouder Van Dam corrigeert dat het project bij de voedselbank wel degelijk gericht is op het vergaren van kennis, die meegenomen wordt in het nieuwe armoedebeleid en de herziening daarvan. De indiener geeft aan de tekst niet aan te passen. De voorzitter brengt motie 12 ‘Maatschappelijke uitkering, de schaamte voorbij’ in stemming.
Verslag openbare raadsvergadering d.d. 3 juli 2025
pagina 25 van 30
Met 4 stemmen voor en 23 stemmen tegen wordt de motie verworpen. Motie 13: Onderzoek naar invoering van basisbanen in Wijchen Mevrouw Hoogteijling (CDA) geeft aan dat de PvdA deze motie meerdere keren met dezelfde tekst heeft ingediend en dat de motie in het verleden niet is aangenomen. Ze vraagt de PvdA wat eraan is gedaan de raad ervan te overtuigen met de motie in te stemmen. De heer L. Herms (Wijchen Lokaal) geeft aan dat hij nu overtuigd is. Hij roept de raad op te laten onderzoeken hoe deze groep mensen aan het werk kan worden gebracht. Mevrouw Peters‑Vroom (VVD) laat weten dat haar fractie de motie niet steunt. De heer Grobbe (Kernachtig Wijchen) merkt op dat deze motie drie keer eerder voorbij is gekomen en dat drie verschillende colleges ongeveer hetzelfde antwoord hebben gegeven. De heer Grobbe is van mening dat de PvdA doet alsof er geen beweging zit in de groep mensen die het betreft. De heer Burgers (PvdA) merkt op dat dit onderwerp inderdaad voor de derde keer op de agenda staat. Hij herinnert eraan dat de heer Grobbe in 2024 aangaf dat goede voorbeelden nodig waren uit steden waar het wel een succes is. Inmiddels zijn die voorbeelden er, zoals in Groningen, Tilburg, Heerlen en Nijmegen. Hij vraagt waarom de heer Grobbe nu toch nog tegen is. De heer Grobbe antwoordt dat hij zijn verhaal afmaakt en daarin vanzelf terugkomt op de vraag.
Hij geeft aan dat wethouder Van Dam uitstekende antwoorden heeft gegeven en dat zij tevreden zijn met de bestaande oplossingen via het werkbedrijf of andere regelingen. Hij benadrukt dat zij de motie niet steunen en verwijst naar eerdere argumentaties waarin hij voorbeelden besprak en bekritiseerde. Hij vindt dat het voorbeeld van Nijmegen geen succes is geworden en nodigt uit de opname terug te luisteren voor de volledige argumentatie. De heer Tiemessen (GroenLinks) spreekt zijn steun uit voor de basisbanen, die volgens hem kansen bieden om vaardigheden en kennis op te doen die nodig zijn om verder te komen. Mevrouw Muller (D66) geeft aan dat D66 Wijchen voorstander is van brede werkgelegenheid en dat zij voor de basisbaan stemmen. Ze hoopt echter dat dit onderwerp daarna niet meer terugkomt in november 2025. De heer Burgers (PvdA) is geïnspireerd door de cijfers uit de Perspectiefnota en schaamt zich voor het gebrek aan ambitie het aantal mensen langs de zijlijn te verminderen. De heer Grobbe (Kernachtig Wijchen) geeft aan dat de groep van 725 mensen niet constant dezelfde groep is en dat er beweging in zit. Hij vraagt of de heer Burgers erkent dat successen worden geboekt als het beleid wordt doorgezet. De heer Burgers antwoordt dat enorme successen worden geboekt door een strakke lijn op 725 te prognosticeren.
Hij benadrukt dat basisbanen mensen gelukkiger en weerbaarder maken en dat er veel kansen zijn om meer mensen mee te laten doen in de samenleving. Hij vindt het jammer dat in Wijchen op kleine schaal niet wordt ingezet de getallen naar beneden te krijgen. Mevrouw Muller (D66) vraagt wat voor de heer Burgers een reële daling van het aantal mensen langs de zijlijn is. De heer Burgers antwoordt dat ze moeten starten met basisbanen en kijken welke mensen uit de groep mogelijkheden hebben. Hij benadrukt dat het belangrijk is te beginnen met laaghangend fruit en successen te boeken. De heer L. Herms (Wijchen Lokaal) vindt dat de heer Burgers de wethouder tekortdoet. Hij benadrukt dat de wethouder goed werk heeft geleverd en dat hij haar blijft steunen. Mevrouw Peters‑Vroom (VVD) vraagt of de heer Burgers vindt dat niets wordt gedaan om mensen aan een baan te helpen. Ze vraagt of hij het werkbedrijf niet goed vindt en waar hij zijn kritiek vandaan haalt. De heer Burgers antwoordt dat het onzin is te zeggen dat niets wordt gedaan. Hij benadrukt dat de groep van 725 mensen zeer divers is en dat een flink aantal mensen niet meer aan betaald werk kan worden geholpen. Hij vindt het belangrijk te kijken naar de mogelijkheden bij een kleine groep en daarmee aan de slag te gaan.
Hij vindt het ambitieloos de huidige cijfers te presenteren terwijl er nog kansen zijn die naar beneden te brengen. Mevrouw Peters‑Vroom vraagt of de heer Burgers vindt dat de Wijchense VVD een stem op een niet‑coalitiestandpunt moet terugtrekken. De heer Burgers bedankt voor de stem bij een paar moties terug en benadrukt dat de tendens van de middag en avond een flinke ruk
Verslag openbare raadsvergadering d.d. 3 juli 2025
pagina 26 van 30
naar rechts laat zien in Wijchen. De heer Burgers benadrukt dat nauwelijks een sociaal gezicht zichtbaar is in de raad. Mevrouw Peters‑Vroom vraagt de heer Burgers naar zijn visie op het indienen van een nieuw voorstel en hoe hij denkt dat dit de raad kan overtuigen. De heer Burgers reageert dat hij graag voor de vierde keer met het voorstel voor basisbanen terugkomt, in de hoop dat het dan wel wordt geaccepteerd. Hij benadrukt dat hij niet opgeeft. Mevrouw Hoogteijling (CDA) vraagt de heer Burgers wat hij eraan heeft gedaan om met een ander voorstel te komen dat de raad wel kan overtuigen. De heer Burgers antwoordt dat hij in een vroeg stadium zijn motie heeft rondgestuurd en heeft gevraagd om feedback, maar dat hij van partijen zoals CDA, VVD en Kernachtig Wijchen geen reactie heeft ontvangen. Hij vindt het lastig een gesprek te voeren zonder enige respons. Mevrouw Hoogteijling voelt zich aangesproken en geeft aan dat de heer Burgers naar hen toe moet komen om tot een oplossing te komen, in plaats van steeds dezelfde motie in te dienen. De heer Burgers benadrukt dat hij verwacht dat er een reactie komt op zijn rondgestuurde motie, zodat een gesprek kan plaatsvinden.
De heer Grobbe geeft aan dat hij wel heeft gereageerd op de motie en uitleg heeft gegeven waarom zijn partij deze niet kan steunen, mede vanwege landelijk beleid en de vele initiatieven die al in Wijchen plaatsvinden. De heer Burgers vindt het jammer dat de discussie niet inhoudelijk over de basisbanen gaat, maar over de procedure. Hij benadrukt dat het belangrijk is serieus iets te doen voor een beperkte groep mensen die anders in de steek worden gelaten. Het college heeft geen feitelijke onjuistheden gehoord en de indiener geeft aan de tekst niet te willen wijzigen. De voorzitter brengt motie 13 ‘Onderzoek naar invoering basisbanen in Wijchen’ in stemming. Met 9 stemmen voor en 18 stemmen tegen wordt de motie verworpen. Motie 14: Make Wijchen Great Again! De heer Ten Buren (VVD) benadrukt het belang van goede bereikbaarheid en ontsluiting van Wijchen, zowel met de trein als met de auto. Hij geeft aan dat de gemeenteraad dit niet kan organiseren en dat zij daarom niet voor de motie stemmen. De heer Oomen (GroenLinks) vraagt de VVD of zij de wethouder willen motiveren dit toch te proberen. De heer Ten Buren antwoordt dat de wethouder al gemotiveerd is, maar dat het een onmogelijke opgave is. De heer Van Wanroij (CDA) waardeert het initiatief, maar geeft aan dat de NS hen niet serieus neemt na meerdere pogingen.
De heer Oomen (GroenLinks) vraagt of de heer Van Wanroij het spreekwoord ‘De aanhouder wint.’ kent en verwijst naar de eerdere opmerking van het CDA dat groei niet zonder mobiliteit kan. De heer Van Wanroij antwoordt dat het belangrijk is geloofwaardig te blijven en dat zij kansen zien bij het dubbele spoor richting Den Bosch. De heer Merkus (PvdA) spreekt zijn steun uit voor de motie en benadrukt dat het een goede manier is de drukte op het station in de spits op te lossen. Hij geeft aan dat het aanpassen van de dienstregelingen goedkoper en efficiënter is dan het aanleggen van een dubbelzijdig spoor. Hij roept de wethouder op toch het gesprek aan te gaan met de NS. De heer D. Herms (Wijchen Lokaal) benadrukt het belang van de motie en geeft aan dat, hoewel de wethouder heeft aangegeven dat het misschien niet veel uitmaakt, het toch belangrijk is het te proberen. Hij maakt een humoristische opmerking dat de wethouder niet met de NS‑trein naar zijn afspraak moet gaan, omdat hij anders te laat komt en er niets van terechtkomt. De heer Evers (Kernachtig Wijchen) verwijst naar eerdere schriftelijke vragen van zijn fractie over de kwartierdienst richting Den Bosch. Hij legt uit dat deze wens breed bekend is bij NS, de provincies, de Groene Metropoolregio (GMR) en gemeenten.
Hij merkt op dat, hoewel de dienstregeling voor de GMR al redelijk goed is bediend en het niet prominent in het regionale mobiliteitsprogramma staat, de wens voor een kwartierdienst richting Den Bosch wel nadrukkelijk aan de orde komt in de koersnota Bereikbaarheid Zuidflank Regio Nijmegen. De heer Oomen (GroenLinks) vraagt hoe de reactie van de heer Evers rijmt met de actie die Kernachtig Wijchen vorige maand heeft uitgezet. De heer Evers antwoordt dat de antwoorden
Verslag openbare raadsvergadering d.d. 3 juli 2025
pagina 27 van 30
die hij heeft gelezen niet aangeven dat het laag op de prioriteitenlijst staat en blijft bij zijn standpunt. De heer Merkus (PvdA) vraagt of een halfuursdienst misschien beter en haalbaarder is dan een kwartierdienst. De heer Evers laat deze technische vraag graag over aan het college en de NS. Mevrouw Muller (D66) vraagt of de heer Evers naast de antwoorden van het college ook een eigen mening heeft. De heer Evers geeft aan dat hij ervan overtuigd is dat er al genoeg aandacht aan is gegeven. Hij blijft bij zijn standpunt, mede door het antwoord van de wethouder. Mevrouw Muller vraagt of de heer Evers de aandacht voldoende vindt of dat hij echt wil dat de trein vier keer per uur stopt. De heer Evers benadrukt dat het hem niet om de aandacht gaat, maar dat genoeg wordt gedaan het te proberen te realiseren. Hij wijst op de lange adem die nodig is voor dergelijke projecten, zoals de treinovergang waar de NS het heeft laten afweten. Mevrouw Muller (D66) geeft aan dat de trein naar Nijmegen vier keer per uur gaat en dat dit in het verleden ook mogelijk was voor de trein richting Den Bosch. Zij denkt dat dit weer mogelijk is als men het wil proberen en heeft vertrouwen in wethouder Van Bronkhorst om het hoger op de agenda te krijgen. Ze wijst op de verwachte inwonersgroei van 40.000 naar 50.000 inwoners als extra argument om opnieuw om tafel te gaan.
De heer Oomen (GroenLinks) vraagt alleen maar dat het college met de NS gaat praten, wat hij niet als een onmogelijke taak ziet. Hij benadrukt dat de reizigersaantallen elk jaar met minimaal 4% stijgen en dat de trein nu al overvol zit, vooral tijdens de spits. Hij vindt het bijzonder dat er geen steun is voor zijn verzoek met de NS te praten. De voorzitter vraagt of het college feitelijk onjuiste zaken heeft gehoord en of de tekst nog moet worden gewijzigd. Dit blijkt niet het geval te zijn. De voorzitter brengt motie 14 ‘Make Wijchen Great Again!’ in stemming. Met 9 stemmen voor en 18 stemmen tegen wordt de motie verworpen. Motie 16: Verkeer Palkerplein De heer Evers (Kernachtig Wijchen) merkt op dat de wethouder heeft aangegeven dat er allerlei acties en onderzoeken lopen over dit plein en dat zijn fractie de motie daarom niet kan steunen. De heer Oomen (GroenLinks) bevestigt dat de wethouder heeft aangegeven dat er al onderzoek naar loopt en dat het een taak is van de provincie. Hij geeft aan het onderzoek af te wachten. De heer Lukkezen (D66) wijst erop dat een aantal ondernemers het lastig vindt op het Palkerplein te komen, maar dat het relatief goed gaat zodra ze erop zijn. Hij geeft aan dat zijn fractie de motie steunt. De heer Burgers (PvdA) herhaalt dat een onderzoek loopt en dat de motie daarom te snel komt. Hij geeft aan het onderzoek af te wachten.
De heer Peters Sengers (CDA) geeft aan dat hij de reacties van Kernachtig Wijchen en de heer Burgers volgt. Hij benadrukt dat er al een onderzoek loopt dat de hele A326 en het Palkerplein omvat. Hij heeft gesproken met ondernemers die problemen ondervinden bij het bereiken van de rotonde vanuit Wijchen Oost. Hij vindt het dubbelop nu weer een nieuw onderzoek te initiëren naar mogelijke verbeteringen en geeft aan dat dit niet nodig is. De heer Ten Buren (VVD) benadrukt dat het voorstel geen coalitievoorstel is. Hij verwijst naar de wethouder die aangaf dat het voorstel is verbonden aan de A50, waarvan de verbreding nog jaren kan duren. Hij geeft aan dat ondernemers die gebruik maken van het Palkerplein niet zo lang kunnen wachten. De heer L. Herms (Wijchen Lokaal) vraagt zich af hoe het mogelijk is dat op een van de grootste en meest moderne industrieterreinen van Gelderland slechts twee ontsluitingswegen zijn. Hij heeft gesproken met wethouder Van Bronkhorst en geeft aan dat al wordt gewerkt aan het
Verslag openbare raadsvergadering d.d. 3 juli 2025
pagina 28 van 30
managen van het doorgaande verkeer door middel van verkeerslichten en bypasses. Hij vindt dit een goed voorstel en kan hierachter staan. Het college geeft aan dat de fractie van de VVD zei dat het afhangt van de verbreding van de A50, maar dat het onderliggende wegennetwerk losstaat van de verbreding van de A50. Deze knelpunten staan wel op de agenda. De indiener geeft aan dat hij geen wijzigingen wil aanbrengen. De voorzitter brengt motie 16 ‘Verkeer Palkerplein’ in stemming. Met 8 stemmen voor en 19 stemmen tegen wordt de motie verworpen. Motie 17: Weg van de ivoren toren De heer Burgers (PvdA) geeft aan dat het idee is een informatieavond op locatie te organiseren, wat in het verleden al vaker is gedaan. Hij vindt het een goed voornemen en geeft aan dat soms vergeten wordt informatieavonden op locatie te organiseren. Hij benadrukt dat het belangrijk is de politiek bij de mensen te brengen en dat dit een mogelijkheid biedt. Mevrouw Janssen (Kernachtig Wijchen) vraagt de heer Burgers of hij de voorzitter van de werkgeverscommissie heeft gehoord over de aanslag op de capaciteit die dit voorstel betekent. De heer Burgers antwoordt dat het dictum is aangepast zich in te spannen en dat niet elke informatieavond op locatie hoeft te worden georganiseerd.
Hij benadrukt dat het belangrijk is een balans te vinden en dat sommige onderwerpen wel leven en daarom op locatie kunnen worden georganiseerd. De heer Derksen (CDA) geeft voorbeelden van informatieavonden die al op locatie worden georganiseerd, zoals Bergharen, Hart van Zuid en de brandweer. Hij geeft aan dat de motie suggereert dat dit niet gebeurt, terwijl het wel gebeurt. Hij benadrukt dat de griffie geen evenementenbureau is en dat goed op de inspanningen moet worden gelet. Hij ziet de motie als overbodig. Mevrouw Kuipers (Wijchen Lokaal) geeft aan dat de faciliteiten in het huis van de gemeente en het Kasteel goed zijn. Ze geeft aan dat al diverse informatieavonden in wijkcentra worden gehouden en noemt voorbeelden zoals Alverna. Ze vindt dat het goed is zoals het nu is. De heer Haerkens (VVD) geeft aan dat participatietrajecten en informatieavonden voor inwoners dicht bij de mensen zelf moeten worden gehouden, maar dat de vergaderingen van de raad daar niet geschikt voor zijn. Hij benadrukt dat inwoners vaak teleurgesteld naar huis gaan na een informatieavond als het eigenlijk een raadsvergadering is en dat dergelijke vergaderingen niet geschikt zijn voor participatie. Hij vindt het voorstel onpraktische symboolpolitiek en geeft aan dat raadsvergaderingen gewoon in het gemeentehuis moeten worden gehouden.