2024-10-03 Concept Verslag commissievergadering Wijchen - def
Tekst van het document
CONCEPT Verslag
van de commissievergadering van de gemeente Wijchen gehouden op 3 oktober 2024 om 19.30 uur in het Kasteel te Wijchen
Voorzitter
Mevr. K.J.M. Jamin
CDA
Dhr. B.G.B. Derksen Dhr. J.G.F.M. Peters Sengers
D66 Wijchen
Dhr. M.J.H. Lukkezen
GroenLinks
Dhr. P.R. Oomen Dhr. H. Tiemessen
Kernachtig Wijchen
Mevr. J.M. Driessen-Slingerland Dhr. J.M.T. Evers
PvdA Wijchen
Dhr. T.T.M. Burgers Dhr. Y.J.T.M. Merkus
VVD
Mevr. A.M. van Dam Dhr. O. van der Gronden
Wijchen Lokaal
Mevr. R.H.J. Kuipers Dhr. P.P. Verbeeten
Raadsgriffier
Mevr. A.B. Berendsen
Wethouders
Dhr. A.A.A.M. van Bronkhorst Dhr. G.W.R. Gerrits Mevr. B.E.M. Schouten
Verslaglegging
Emma Handson B.V.
Insprekers
Dhr. J. Groot Dhr. H. Laro Dhr. J. Loeffen Dhr. R. Spruijtenburg
Publiek
XXX
1. Opening De voorzitter, mevrouw Jamin, opent de commissievergadering en heet alle aanwezigen welkom. Zij licht de aanwezigen toe dat politieke partijen tijdens een commissievergadering hun ideeën en visies uitwisselen over geagendeerde onderwerpen. Wanneer fracties ideeën hebben die afwijken van het voorstel dat het college aan de raad heeft voorgelegd, proberen deze fracties medestanders hiervoor te vinden bij andere fracties. De commissieleden hebben voorafgaand aan deze vergadering technische vragen kunnen stellen aan de betrokken ambtenaren en nu stellen zij hun politieke vragen aan elkaar en het college. De voorzitter benadrukt dat iedereen zich vrij moet voelen diens mening te geven. Zij wijst de aanwezigen daarom op het reglement van orde dat zegt dat de tribune zich niet inlaat met het debat aan deze tafel. Verslag commissievergadering d.d. 3 oktober 2024
pagina 1 van 17
De voorzitter deelt mee dat de agendacommissie de spreektijd als volgt heeft vastgesteld: - 3 minuten per fractie voor het vragenhalfuur; - 6 minuten per fractie voor de bespreekstukken; - 15 minuten voor het college, exclusief het vragenhalfuur. 2. Mededelingen Wethouder Gerrits deelt mee dat de opening van de nieuwe fietsenstalling in het centrum, in het plangebied Tussen Kasteel en Wijchens Meer (TKWM), plaatsvindt op 18 oktober 2024. De fietsenstalling is bedoeld mensen aan te moedigen met de fiets naar het centrum te komen. De wethouder geeft aan dat de stalling bemand zal zijn met servicemedewerkers en dat er een mindervalidentoilet, een babyverschoonplek, een fietspomp en een laadmogelijkheid voor e-bikes beschikbaar zullen zijn. Hij benadrukt dat dit een proef is waarmee de gemeente ervaring wil opdoen, zoals eerder is aangekondigd en op basis van het door de raad vrijgegeven budget. De stalling zal open zijn van een kwartier voor tot een kwartier na de openingstijden van de winkels in het centrum van Wijchen. De heer Burgers geeft aan dat hij hierover schriftelijke vragen heeft gesteld, maar dat hij deze naar aanleiding van het antwoord van de wethouder wil intrekken om verdere belasting van het ambtelijk apparaat te voorkomen.
De heer Verbeeten vraagt of rekening is gehouden met eventueel extra brandgevaar bij lithium-ion-accu’s die worden gebruikt in e-bikes en die bij brand moeilijk te blussen zijn. De voorzitter geeft aan dat dit een technische vraag is, die op een ander moment wordt beantwoord door een ambtenaar. 3. Vaststellen agenda De commissie stemt in met de voorgestelde agenda. 4. Vaststellen lijst besluiten, adviezen en toezeggingen De lijst besluiten, adviezen en toezeggingen wordt ongewijzigd vastgesteld. De vergadering wordt kort geschorst vanwege een probleem met de geluidsapparatuur. 5. Vragenhalfuur De heer Oomen citeert een artikel uit De Gelderlander over de vier sportclubs die mogelijk naar het Floor-terrein verhuizen: “De clubs hebben op 17 juni overleg gehad met de gemeente Wijchen, waarbij ook al een voorzichtige schets van het nieuwe sportpark is getoond. In diezelfde periode hebben alle clubs hun handtekening onder een intentieverklaring gezet. Uit verslagen van dat overleg, ingezien door De Gelderlander, blijkt dan ook dat alle vier de sportclubs bereid zijn mee te denken over het plan, maar er zijn ook twijfels.”. Hij vraagt of het klopt dat de raad nog niet beschikt over de in het artikel genoemde verslagen en vraagt het college of deze kunnen worden opgestuurd. Wethouder Gerrits antwoordt dat de gemeente geen verslagen ter inzage beschikbaar heeft gesteld.
Over dit onderwerp heeft de raad op 2 juli 2024 een openbaar besluit genomen, waarin staat omschreven dat van start wordt gegaan met het vervolgproces. Momenteel wordt een plan van aanpak opgesteld, waarbij de clubs komende weken zullen worden betrokken en waarover de raad zal worden geïnformeerd. De verslagen zijn volgens de wethouder normale uitvoerende verslagen, die vaker worden gemaakt bij overleggen. Hoewel deze niet geheim zijn, is het wel ongebruikelijk deze tussentijdse verslagen naar de raad te sturen. Indien de raad toch wenst deze in te zien, dan worden ze ter inzage bij de griffie gelegd. Deze verslagen betreffen vooral de uitvoering en de wethouder verwacht over enkele weken met een nota te komen met het plan van aanpak, de procesinformatie en dergelijke. Verslag commissievergadering d.d. 3 oktober 2024
pagina 2 van 17
De heer Oomen geeft aan dat de raad de wens heeft deze verslagen in te zien, omdat de media dat ook hebben gedaan. De heer Burgers geeft aan dat het Huis van de gemeente momenteel wordt geschilderd. De fietsbeugels aldaar zijn hierdoor tijdelijk niet beschikbaar. Vooral duurdere fietsen zijn niet verzekerd als ze niet met een slot worden vastgezet aan een beugel of iets dergelijks. Hij vraagt of het college ervoor kan zorgen dat er extra beugels komen of dat een deel beschikbaar blijft. Wethouder Van Bronkhorst antwoordt dat de schilders de bouwkeet en de dixi vandaag hebben verplaatst, waardoor de fietsbeugels weer beschikbaar zijn. 6. Mededelingen en vragen over verbonden partijen Er zijn geen mededelingen en vragen over verbonden partijen. 7. 7.1
Bespreekstukken 244650 Informatienota Evaluatie pilot ‘Licht waar nodig, donker waar mogelijk’ Inleiding De voorzitter licht het onderwerp toe. Tijdens de raadsvergadering van 22 juni 2023 is het beleids- en beheerplan openbare verlichting vastgesteld, waarna in het eerste kwartaal van 2024 een pilot heeft plaatsgevonden in de wijken Saltshof, Veenhof en Hof van Hagevoort. Het college heeft deze pilot geëvalueerd en informeert de raad via de voorliggende informatienota over de resultaten en vervolgstappen. Voordat de raads- en commissieleden hun vragen kunnen stellen, krijgen de vier insprekers het woord. Insprekers De heer Spruijtenburg is inwoner van Saltshof en geeft aan dat hij al bijna 35 jaar werkt in de openbare verlichting, momenteel bij de gemeente Ede. Hij geeft aan dat hij met veel vragen zit over de pilot die in zijn wijk is uitgevoerd. Volgens hem stonden aanvankelijk 40% van de lantaarnpalen in de wijk uit, ook op plekken zoals bochten en kruispunten, wat onveilige situaties creëerde voor voetgangers en fietsers. Hij vraagt waarom verzinkte lantaarnpalen, die nog 15 jaar mee konden, vervangen moesten worden door nieuwe aluminium exemplaren.
De heer Spruijtenburg geeft aan dat hij voorstander is van het gebruik van ledverlichting, het dimmen van verlichting en het gebruik van sensoren op specifieke locaties, maar dat hij tegen de huidige aanpak is, die volgens hem leidt tot donkere vlekken in de wijk en een slechte lichtverdeling. Hij benadrukt dat een goede lichtverdeling en lichtgelijkmatigheid essentieel zijn voor de verkeersveiligheid, vooral voor voetgangers en fietsers. Daarnaast vraagt hij zich af waarom er masten in het groen, alsook tussen en in de bomen worden gezet. Volgens de gemeente zou dit beter zijn voor de flora en fauna. De heer Spruijtenburg is tegen het verplaatsen van masten, want met een goedkopere louvre- of lamellenconstructie in het armatuur kan het ledlicht exact worden gestuurd. Hij past het in zijn werk al jaren toe en ecologen zijn er tevreden over. Hij ziet ook graag dat de gemeente lichtberekeningen maakt. Met een minder gecompliceerd plan zal volgens hem sprake zijn van meer draagvlak. De heer Derksen vraagt of de heer Spruijtenburg lid is van de Leefbaarheidsgroep Woezik en betrokken is geweest bij het alternatieve verlichtingsplan dat deze groep heeft ingediend. Als dit zo is, dan verneemt hij in het kort graag wat de voordelen van dit plan zijn. De heer Spruijtenburg bevestigt lid te zijn van de leefbaarheidsgroep.
Hij geeft aan dat de voordelen van het plan zijn dat het goedkoper is, sprake is van minder telemanagement, masten niet worden verplaatst en minder masten worden verwijderd. Op bepaalde plekken is weliswaar sprake van te veel masten, maar iets als 30% is te veel en zorgt voor een gatenkaas. Zelf ziet hij liever maximaal 8% en dat de lichtverdeling gelijkmatig blijft. Een of twee lux in plaats van drie, wat volgens hem de Verslag commissievergadering d.d. 3 oktober 2024
pagina 3 van 17
richtlijn is, kan met een goede lichtmatigheid zorgen voor een mooi stuk verlichting. De heer Derksen vraagt of voor het alternatieve verlichtingsplan van de leefbaarheidsgroep wel draagvlak is en zo ja, waaruit dit dan blijkt. De heer Spruijtenburg antwoordt dat mensen geen gatenkaasverlichting willen of van donkere naar lichte vlek willen fietsen. Voor auto’s is dit minder een probleem, maar te voet of per fiets willen mensen graag een gelijkmatige verdeling, zodat ze kunnen zien waar ze naartoe gaan. De heer Lukkezen vraagt of het mogelijk is dat de beschadigde relatie tussen de leefbaarheidsgroep en de gemeente nog kan worden hersteld en zo ja, hoe. Ook is hij benieuwd of de heer Spruijtenburg het idee heeft dat de gemeente meedenkt. De heer Spruijtenburg antwoordt dat de leefbaarheidsgroep al maandenlang meedenkt en hij hoopt dat de gemeente dit ook doet. Inmiddels zijn de contacten tussen de leefbaarheidsgroep en de gemeente weer opgestart. De heer Oomen vraagt of kan worden toegelicht op welke plekken een telemanagementsysteem wel beter tot zijn recht kan komen. De heer Spruijtenburg antwoordt dat hij dit systeem toepast in de gemeente Ede, maar alleen op specifieke locaties waar dat nuttig is, zoals op doorgaande wegen.
In woonwijken pleit hij ervoor dit niet te doen, omdat dit qua aanschafkosten duurder is dan een armatuur, maar ook vanwege de doorlopende kosten voor het benodigde dataverkeer van een telemanagementsysteem. Daarnaast kunnen bewoners zelf melding maken van defecte verlichting om betrokkenheid te behouden. Zij wonen immers vaak niet op doorgaande wegen. De heer Loeffen spreekt namens de Leefbaarheidsgroep Woezik. Hij geeft aan dat er veel is misgegaan bij de start van de verlichtingspilot, wat heeft geleid tot verharding in de communicatie tussen de gemeente en de bewoners. Hij betreurt dit en stelt dat de pilot eerst geëvalueerd had moeten worden, vervolgens besproken had moeten worden met bewoners, waarna er een definitief plan met heldere richtlijnen en kaders zou moeten worden gemaakt. Voor zijn gevoel doet de gemeente maar wat met de € 5 miljoen die staat voor deze pilot. De heer Loeffen benadrukt dat de bewoners recht hebben op duidelijkheid over hun (sociale) veiligheid en dat het huidige plan geen draagvlak heeft in de wijk. Hij maakt zich zorgen over het gebruik van het telemanagementsysteem en vraagt om meer transparantie rondom de keuzes die hierin worden gemaakt. Het alternatief plan, dat de leefbaarheidsgroep heeft ontwikkeld, zou volgens hem beter voldoen aan de beleidsdoelstellingen en zou bovendien goedkoper zijn.
De heer Lukkezen vraagt naar welke richtlijnen de leefbaarheidsgroep op zoek is. De heer Loeffen ziet graag richtlijnen waarin duidelijk wordt dat de bij de bewoners heersende zorgen omtrent de donkere plekken en de sociale veiligheid worden weggenomen. De gemeente heeft ervoor gekozen de landelijk erkende lichtrichtlijnen los te laten bij deze pilot en de heer Loeffen denkt ook wel dat minder licht mogelijk is, maar de lichtegaliteit is voor de rust en het veiligheidsgevoel van mensen wel van belang. De heer Lukkezen vraagt of het gevoel van de heer Loeffen met betrekking tot de € 5 miljoen is weggenomen als met name de donkere plekken worden opgelost. De heer Loeffen antwoordt dat de raad en commissie goed moeten nadenken over of de volledige € 5 miljoen nodig is voor de uitvoering. De heer Burgers vraagt hoe groot de kostenbesparing zou zijn als wordt gekozen voor het alternatieve plan. De heer Loeffen antwoordt dat dit moet worden uitgezocht en ziet graag dat de alternatieve voorstellen worden doorgerekend. De VVD heeft aangegeven deze wens mee te nemen. De heer Derksen vraagt of de pilot in de beleving van de heer Loeffen nu beter is ten opzichte van het begin ervan. De heer Loeffen vindt dat een aantal knelpunten is aangepast, maar dat de bewoners hieraan wel flink hebben moeten trekken. Toch zijn er nog aandachtspunten die niet zijn aangepakt.
Hij ziet daarom graag dat er berekeningen worden gemaakt, waarmee kan worden aangetoond dat sprake is van een goede Verslag commissievergadering d.d. 3 oktober 2024
pagina 4 van 17
uitvoering. Zoiets is voor bewoners acceptabel en hiervoor zet de leefbaarheidsgroep zich graag in. Mevrouw Van Dam vraagt wat de reacties van de bewoners zijn over de ervaringsstraten. De heer Loeffen antwoordt dat de feedback gemengd is: sommigen zijn positief over de nieuwe verlichting, maar anderen klagen over inconsistenties in de plaatsing van lichtmasten en de afstand tussen lampen. Dit draagt bij aan de onduidelijkheid. De heer Laro vergelijkt de huidige aanpak van het verlichtingsplan met een situatie waarbij de helft van de radiatoren in het gemeentehuis werd verwijderd zonder duidelijke onderbouwing. Hierdoor zaten ambtenaren in de kou en werden hun klachten afgedaan als persoonlijke beleving. Hij trekt een parallel met de straatverlichting, waarbij lantaarnpalen zijn verwijderd zonder vooraf objectieve metingen of berekeningen te maken. De bewoners ervaren het als te donker en voelen zich sociaal en in het verkeer onveilig. De heer Laro vindt dat de gemeente, door geen rekening te houden met objectieve richtlijnen, niet adequaat op de zorgplicht voor de veiligheid van haar bewoners reageert. Volgens hem is de huidige communicatie naar de bewoners ontoereikend geweest en heeft dit geleid tot wantrouwen richting de gemeente.
Hij roept de raad op stappen te ondernemen, zodat het vertrouwen wordt hersteld en de bewoners actief worden betrokken bij het opstellen van een nieuw verlichtingsplan. Dit zorgt voor meer draagvlak. De heer Derksen vraagt naar de rol en betrokkenheid van de heer Laro in de wijk waar hij woont. De heer Laro antwoordt in de wijk Saltshof te wonen en dat hij zich bij de leefbaarheidsgroep heeft aangesloten door zijn ervaringen, en feedback van andere bewoners. Wel staat hij hier als inwoner en namens zijn buren, niet namens een bepaalde groep. De heer Groot spreekt zijn bezorgdheid uit over de manier waarop de communicatie vanuit de wethouder en zijn team richting de wijkbewoners en de gemeenteraad is verlopen. Hij bekritiseert de onvolledige en soms misleidende informatie die door de gemeente wordt verstrekt en stipt daarbij drie punten aan. Hij merkt op dat de gemeente de netwerkstoring bij Hof van Hagevoort als hoofdreden voor de klachten aanvoert, terwijl hierover maar elf klachten zijn binnengekomen. Daarnaast haalt de heer Groot de relatie tussen verlichting en veiligheid aan, waarbij hij benadrukt dat goed verlichte straten bijdragen aan sociale veiligheid. Een politiekeurmerk stelt dat afwisseling van licht en donker de zichtbaarheid en herkenbaarheid vermindert.
Ook moeten mensen aan gedrag op afstand kunnen inschatten wat iemand aan het doen is en wat diens intenties zijn. Zijn derde punt betreft de ervaringsstraten. De drie die door de gemeente zijn gekozen (van de vier straten), zijn volgens hem niet representatief voor de wijk, omdat ze beter zijn verlicht dan andere straten. Hij stelt voor duidelijke evaluatiecriteria voor de ervaringsstraten op te stellen en bewonersbijeenkomsten te organiseren, zodat de gemeenschap direct wordt betrokken bij de beoordeling. Dit zorgt voor draagvlak en participatie. De heer Derksen vraagt of bewoners zelf extra verlichting hebben aangebracht vanwege het ervaren gebrek aan verlichting. De heer Groot bevestigt dit en legt uit dat bewoners buitenverlichting hebben geïnstalleerd om het tekort aan straatverlichting te compenseren, wat ten koste gaat van het energiebesparingsdoel van de gemeente. Hij stelt dat dit niet wenselijk is en dat de gemeente beter moet luisteren naar de bewoners. De voorzitter dankt de insprekers voor hun bijdrage. De vergadering wordt kort geschorst vanwege een probleem met de geluidsapparatuur.
Verslag commissievergadering d.d. 3 oktober 2024
pagina 5 van 17
Eerste termijn De heer Burgers dankt de inwoners van Woezik voor het veelvuldig delen van hun zorgen en meningen met de PvdA. Het is duidelijk dat bij hen veel bezwaren leven over dit verplichtingsplan. Zoals de gemeente al tijdens de informatiebijeenkomst van 19 september 2024 aangaf, is er veel misgegaan. Voor de gemeente was die avond een kans geweest om met de inwoners van Woezik een nieuwe start te maken. Helaas gingen de inwoners nog steeds teleurgesteld naar huis met het idee dat hun zorgen niet serieus waren genomen. Dit is schadelijk voor zowel dit project als de relatie tussen de gemeente en haar inwoners. Tijdens die bijeenkomst leek het daarnaast alsof het CDA, de VVD en Kernachtig Wijchen hun mening al klaar hadden, terwijl de PvdA het wel zo netjes vindt als de wethouder eerst de kans krijgt zijn oplossingen kenbaar te maken in de meningsvormende vergadering nu. Het is immers niet zomaar een pilot, want de resultaten kunnen mogelijk worden uitgerold naar de rest van Wijchen. De PvdA is daarom van mening dat de pilot eerst on hold moet worden gezet, zodat goed kan worden geanalyseerd wat fout is gegaan en het vertrouwen van de inwoners van Woezik kan worden hersteld. De PvdA vraagt het college daartoe in Q1 2025 te komen met een herstelplan, waarin de bewoners van Woezik wel serieus worden genomen.
De heer Burgers stelt de wethouder de volgende vragen: - Is de wethouder het met de PvdA eens dat momenteel sprake is van onvoldoende draagvlak voor het doorgaan van de pilot? - Hoeveel tijd denkt de wethouder nodig te hebben voor een dergelijk herstelplan? - Heeft de wethouder voldoende vertrouwen om met een herstelplan te komen? - Gaat de wethouder dit herstelplan opstellen met de inwoners van Woezik en wordt dit plan gedeeld met de raad? De heer Lukkezen geeft aan dat D66 nog steeds achter het beleidsplan staat, omdat het naadloos aansluit bij de ambitie van de gemeente duurzamer te worden en lichtvervuiling terug te dringen. Hoewel het beleid en de bijbehorende uitgangspunten op papier goed zijn, ziet D66 dat de uitvoering in de praktijk leidt tot onveilige situaties en dat de verlichting ’s avonds tekortschiet. Deze ervaring deelt de heer Lukkezen met de inwoners van Woezik. De raad moet naar deze signalen luisteren en ervoor zorgen dat de doelstellingen van duurzaamheid en energiebesparing niet ten koste gaan van de veiligheid van inwoners. Hierin moet een betere balans komen. Daarom wil D66 een motie indienen die het college oproept tot een grondige herbeoordeling van de verlichting op voetpaden, in nauwe samenwerking met de leefbaarheidsgroep en de inwoners, waarbij wordt ingezet op herstel van de communicatie en het vertrouwen.
Met deze aanpak is het mogelijk het beste van beide werelden te realiseren. D66 wil met deze motie dan ook niets afdoen aan het beleidsplan, maar constructief meedenken. De heer Peters Sengers geeft aan dat de pilot niet is geslaagd en dat de communicatie met de inwoners ernstig tekort is geschoten. Het CDA benadrukt dat de doelen van de pilot in lijn zijn met de beleidsdoelstellingen, maar dat de uitwerking onvoldoende is en dat de gemeente de zorgen van bewoners niet voldoende serieus heeft genomen. Het CDA stelt voor dat het college in overleg gaat met de leefbaarheidsgroep om tot een gedragen uitvoeringsplan te komen en overweegt hiertoe samen met andere partijen een motie in te dienen. Het CDA wil ook verder gaan dan dat en zal daarom tijdens de raadsvergadering een motie indienen voor het laten toetsen van het alternatieve plan van de Leefbaarheidsgroep Woezik. De heer Peters Sengers geeft aan dat het van belang is dat wordt geluisterd naar wijkbewoners en dat het alternatieve plan serieus moet worden genomen. Zo kan draagvlak worden gecreëerd en dit verlicht het dossier voor iedereen. De heer Oomen geeft aan dat GroenLinks het idee van vermindering van verlichting in de openbare ruimte, een doel dat volgens hem breed wordt gedragen, nog steeds steunt.
Hij citeert een studie van de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid uit Verslag commissievergadering d.d. 3 oktober 2024
pagina 6 van 17
2018 die bevestigt dat het aantal ongelukken met fatale afloop, zeker onder voetgangers en fietsers, significant toeneemt als er geen verlichting is. Toch is bij de pilot het licht uitgezet. De heer Oomen uit zijn bezorgdheid over de gebrekkige communicatie rond de pilot en merkt op dat, ondanks de vele signalen en vragen die raadsleden hebben gesteld, er weinig actie is ondernomen door het college. Hij dringt aan op reflectie door de wethouder over het proces van het afgelopen jaar en vraagt om verontschuldigingen aan de inwoners voor de tekortkomingen. Toch zijn de inwoners veerkrachtig en gekomen met een alternatief plan. Vanwege de goedkoper voorgestelde uitrol ziet hij graag dat dit plan zonder telemanagementsysteem wordt doorgerekend door het college, maar ook door een onafhankelijke externe verlichtingsdeskundige. Ook vraagt hij of de lichten weer volledig zullen worden ingeschakeld als de pilot wordt gestopt. De heer Oomen ziet graag dat een volgende pilot goed wordt gedaan, met goede communicatie, maatregelen en gelijkmatige verlichting. Vertrouwen komt immers te voet en gaat te paard, maar galopperen in het donker is extreem gevaarlijk. De heer Verbeeten geeft aan dat Wijchen Lokaal al langer kritisch is op het verlichtingsproject en is blij dat andere partijen ook het licht hebben gezien.
Het is een donkere bende in Woezik en dat zorgt voor een gevoel van onveiligheid bij bewoners. Dat gevoel is iets van bewoners, waarover de wethouder niet kan gaan. Daarnaast werd de leefbaarheidsgroep slecht betrokken en werd vanuit de gemeente slecht gecommuniceerd naar bewoners. Het moet niet de bedoeling zijn dat bewoners het idee hebben op een zijspoor te worden gezet en dat klankbordgroepen of buurtbijeenkomsten alleen maar fungeren als een spreekwoordelijke zendmast zonder dat iets met deze inspraak wordt gedaan. Dit zou jammer zijn, omdat deze inspraak plannen juist kan verrijken. De heer Verbeeten roept op tot meer empathie vanuit het college en benadrukt het belang van het serieus nemen van de input van inwoners, vooral bij grote projecten die direct hun leefomgeving beïnvloeden. Wijchen Lokaal komt daarom met een motie waarin de teleurstelling over de communicatie op dit dossier wordt uitgesproken, alsook met een initiatiefvoorstel dat het college opdraagt een visie voor Woezik te schrijven. De heer Evers van Kernachtig Wijchen bedankt de insprekers voor hun betrokkenheid en erkent dat er veel is misgegaan bij de uitrol van de pilot in Woezik. Hij benadrukt dat het beleid wel door de gemeenteraad is goedgekeurd, maar dat de uitvoering beter had gekund.
Hij stelt dat de kern van het probleem ligt in de weg naar de uitvoering toe en pleit voor betere communicatie en een meer coöperatieve benadering met de leefbaarheidsgroep. Kernachtig Wijchen komt daarom met een motie die oproept op korte termijn de beoogde ervaringsstraten te realiseren en gezamenlijk met de leefbaarheidsgroep en de bewoners te komen tot een afronding naar hun tevredenheid. Na de evaluatie van de pilot en de ervaringsstraten, alsook de vaststelling van een bijgesteld verlichtingsplan, kan een plan van aanpak voor de overige wijken en kernen worden gepresenteerd aan de raad, alvorens wordt gestart met de uitrol aldaar. Ook wordt opgeroepen een start te maken met de uitvoering van het amendement ‘Verbetering veiligheid fietsroutes tussen kernen’ en de raad daarover tussentijds te informeren. De heer Evers heeft vertrouwen in de wethouder dat hij samen met de leefbaarheidsgroep en de inwoners van Woezik tot een oplossing komt. Kernachtig Wijchen blijft het dossier dan ook volgen en gaat ervan uit dat de geleerde lessen leiden tot een goed draaiboek voor de verdere uitrol in andere kernen en wijken. Mevrouw Van Dam van de VVD benadrukt dat de veiligheid van inwoners centraal staat, zowel objectief als qua gevoel.
Ze spreekt positief over de pilot, omdat het als een leerproces kan worden beschouwd en vindt dat er belangrijke lessen uit zijn getrokken, vooral met betrekking tot het belang van communicatie. Ze stelt dat het informeren van bewoners over alle stappen cruciaal is en benadrukt dat dit continu en duidelijk moet gebeuren. Mevrouw Van Dam geeft aan dat de VVD schriftelijke vragen heeft ingediend om de haalbaarheid van het alternatieve plan van de leefbaarheidsgroep te onderzoeken. Verslag commissievergadering d.d. 3 oktober 2024
pagina 7 van 17
Ze vraagt de wethouder of de antwoorden op deze vragen voor de volgende raadsvergadering beschikbaar kunnen zijn. De VVD steunt het beleid vanwege de duurzaamheid en bescherming van de flora en fauna, maar wil ervoor zorgen dat alle lessen uit de pilot worden toegepast in de rest van Wijchen. Mevrouw Van Dam ziet dat bepaalde zaken in de uitrol toch ook goed zijn gegaan en is benieuwd naar de rest van de uitrol. De VVD dient de motie van Kernachtig Wijchen, om de veiligheid van fietsroutes te verbeteren, dan ook mede in, zodat niet alles on hold hoeft te worden gezet en al kan worden bijgedragen aan een beter gevoel van veiligheid. Wethouder Van Bronkhorst erkent het belang van goede communicatie, een thema dat door alle fracties werd genoemd. Hij biedt de inwoners van Woezik opnieuw zijn excuses aan voor het tekortschieten op dit vlak. De wethouder benadrukt dat er in de beginfase van de pilot onvoldoende is gereageerd op vragen en klachten van bewoners, wat heeft bijgedragen aan de onrust in de wijk. Hij geeft aan dat de gemeente stappen heeft ondernomen om dit te verbeteren, onder andere door specifieke aanpassingen in de verlichting rondom onder andere hondenuitlaatplaatsen, achterommetjes en verkeerspunten vanwege de veiligheid. Wethouder Van Bronkhorst geeft aan dat de ervaringsstraten volgende week, week 41 van 2024, gereed zijn.
Ook is er een uitnodiging uitgegaan om samen met de inwoners, de leefbaarheidsgroep, raadsleden en andere betrokkenen in week 41 een soort inloopavond te organiseren in de ervaringsstraten en de nieuwe verlichting daar te ervaren. Hij legt uit dat dit kan bijdragen aan een beter begrip van wat een ‘donkere vlek’ inhoudt en in hoeverre dit acceptabel is voor bewoners. Daarnaast benadrukt de wethouder dat, hoewel het beleidsplan is bedoeld voor heel Wijchen, de implementatie in Woezik en Saltshof, wijken uit de jaren ’90 met daardoor een hoge dichtheid van lichtmasten, mogelijk aanpassingen vraagt. Hij vraagt de raad en inwoners hiermee rekening te houden, want als in de pilot bijvoorbeeld wordt gezegd dat er geen enkele donkere vlek mag zijn in deze wijken, dan heeft dit bij de uiteindelijke uitrol ook gevolgen voor andere wijken in de gemeente. Ook zullen eventuele aanpassingen naar aanleiding van input niet op lantaarnpaalniveau zijn. Uit de input van inwoners moet namelijk wel een bepaalde rode draad worden gehaald waarnaar de gemeente kan handelen en waarmee een breed draagvlak kan worden gerealiseerd. Bij het ophalen van de input wordt niet alleen rekening gehouden met de verkeersveiligheid, maar ook met het veiligheidsgevoel van mensen, ook al is sociale veiligheid an sich een moeilijk meetbaar instrument.
Wethouder Van Bronkhorst legt over een herstelplan voor het vertrouwen uit dat de uitrol van de pilot nog loopt en dat de ervaringsstraten deel uitmaken van dit proces. Op basis van de ontvangen feedback zal de gemeente evalueren of een herstelplan nodig is. Hij geeft aan dat de gemeente heeft geleerd van het gebrek aan communicatie en dit in toekomstige projecten beter wil aanpakken. Met betrekking tot de vraag van GroenLinks over de samenwerking met de leefbaarheidsgroep bevestigt de wethouder dat de gesprekken met de groep weer zijn hervat en dat wordt gekeken hoe de plannen van het college en de leefbaarheidsgroep met elkaar kunnen worden gematcht. Naar aanleiding van de vraag van de VVD geeft de wethouder aan dat voor de beantwoording van de vragen een termijn van 30 dagen staat. Hij ziet echter de urgentie van deze vragen en zegt toe de beantwoording ervan met prioriteit te behandelen, zodat de vragen in ieder geval voor de raadsvergadering zijn beantwoord. De heer Lukkezen vraagt wat is geleerd van de gemaakte fouten en hoe deze in de toekomst worden voorkomen. Hij is het met de wethouder eens dat het voorkomen van alle donkere vlekken onmogelijk is, maar vraagt of de wethouder deze vlekken dan wel zoveel mogelijk wil voorkomen. Ook vraagt de heer Lukkezen of het klopt dat de wethouder intensiever gaat samenwerken met de leefbaarheidsgroep en de inwoners.
Verslag commissievergadering d.d. 3 oktober 2024
pagina 8 van 17
Wethouder Van Bronkhorst antwoordt dat iedereen tijdens de inloopavond de ervaringsstraten kan ervaren en daarover een oordeel kan vellen. Afhankelijk van wat met betrekking tot de donkere vlekken acceptabel wordt gevonden, wordt hiermee verdergegaan in de plannen. De wethouder geeft ook aan dat de leefbaarheidsgroep als een volwaardige gesprekspartner wordt gezien, waarbij hij herinnert aan eerdere gesprekken die niet altijd goed zijn verlopen. Het is dan ook van belang dat de gesprekken weer worden hervat. Met betrekking tot de gemaakte fouten geeft de wethouder aan dat er zal worden gewerkt met een plan van aanpak waarin communicatie een serieuze plek krijgt. De heer Oomen vraagt of het college bereid is het alternatieve plan van de leefbaarheidsgroep te laten onderzoeken door een externe deskundige. Daarnaast is het hem niet helemaal duidelijk of alle lichten nu wel of niet weer zijn aangezet. Wethouder Van Bronkhorst antwoordt dat hij zeker wil kijken of aan de voorkant een andere partij kan worden betrokken. Over het aanzetten van de verlichting geeft hij aan dat dit is gebeurd op basis van de reacties van inwoners, zoals bij hondenuitlaatplaatsen, achterommetjes en bepaalde verkeerssituaties. Op sommige plekken zal dit in week 41 nog gebeuren, maar in principe betreft het een deel van de verlichting dat nu weer is of wordt aangezet.
De heer Burgers hoort dat de pilot nu doorgaat, dat er nu geen herstelplan komt en dat het college probeert al gaande de plannen waar nodig bij te schaven. Hij vraagt of het niet verstandiger is dat de pilot nu eerst on hold wordt gezet en samen met de leefbaarheidsgroep en de inwoners tot een goed plan te komen dat wellicht financieel gunstiger uitpakt. Wethouder Van Bronkhorst antwoordt dat de ervaringsstraten, die snel gereed zijn, als basis dienen voor de input van inwoners en hoe het straks verdergaat in Woezik. Pas als daaruit blijkt dat het niet is zoals de inwoners het voor ogen hebben, gaat het college terug naar de tekentafel. Tweede termijn De heer Burgers geeft aan dat de PvdA ontevreden is over de richting die het project momenteel opgaat. Hij pleit niet voor het volledig stoppen van de pilot, maar voor een tijdelijke pauze om het project grondig te evalueren, vooral in termen van kosten, duurzaamheid, en communicatie met de bewoners. Hij benadrukt dat de verlichting in haar huidige vorm mogelijk leidt tot tegenreacties, zoals bewoners die hun eigen buitenverlichting installeren, wat de duurzaamheid ondermijnt. Hij ziet graag dat de mensen in kleine stappen worden meegenomen, bijvoorbeeld met een extern deskundige. De heer Lukkezen vraagt wat de heer Burgers precies bedoelt met het on hold zetten van de pilot.
De heer Burgers legt uit dat dit betekent dat het project tijdelijk wordt gestopt voor een grondige evaluatie, zonder onomkeerbare beslissingen te nemen. Hij heeft er begrip voor als de ervaringsstraten nog worden afgemaakt, maar daarna moet de tijd worden genomen na te denken over de beste manier om de inwoners te betrekken en de duurzaamheidsdoelen te halen. De heer Lukkezen vraagt daarop of de verlichting dan tijdens zo’n pauze moet blijven zoals nu het geval is met alle nadelen van dien. De heer Burgers vindt dat dan erg naar de uitvoering wordt gekeken, terwijl het moet gaan om de input van de inwoners. Mevrouw Van Dam vraagt wat het verschil is tussen de voorgestelde evaluatie, waarna een plan wordt gemaakt, en het on hold zetten van het project, waarna ook een plan wordt gemaakt. De heer Burgers antwoordt dat bij doorgaan het risico bestaat dat er onomkeerbare dingen worden gedaan. Zo zal een al nieuw geplaatste lantaarnpaal niet nog eens worden vervangen. Er moet goed worden gekeken of de goede dingen op het juiste moment worden gedaan en de bewoners hebben dit idee nu niet. Mevrouw Van Dam vraagt of de heer Burgers het ermee eens is dat beide benaderingen vergelijkbare doelen nastreven en dat er al een plan is om de evaluatie van de Verslag commissievergadering d.d. 3 oktober 2024
pagina 9 van 17
ervaringsstraten te betrekken in de verdere uitrol. De heer Burgers is het daarmee niet eens. Met het doorgaan van de pilot wordt in feite gezegd dat het goed gaat, terwijl dit niet het geval is. Hij houdt vast aan het standpunt dat er een duidelijk herstelplan nodig is voordat verdere stappen worden gezet. De heer Lukkezen geeft aan dat niet terug in de tijd kan worden gereisd en vraagt of de heer Burgers niet bang is dat met het tijdelijke stopzetten de echte problemen, zoals de donkere gaten, niet worden opgelost. De heer Burgers antwoordt dat iets on hold zetten niet hetzelfde is als iets stoppen. Op korte termijn moet de pilot dan ook weer verdergaan. De heer Lukkezen vraagt daarop of de PvdA dan uitstel van verbetering wil. De heer Burgers vindt dat uitstel nodig is, zodat de tijd kan worden genomen enkele zaken beter te kunnen doen. Hij had daarom graag van de wethouder gehoord hoeveel tijd hij nodig denkt te hebben voor een herstelplan. De heer Verbeeten vraagt of de PvdA zich ervan bewust is dat uitstel mogelijk tot afstel kan leiden. De heer Burgers antwoordt dat als de evaluatie aantoont dat het plan niet geschikt is, de conclusie dan ook moet zijn dat met het plan moet worden gestopt. Mevrouw Van Dam vraagt waarop de heer Burgers in zijn eerste termijn heeft gebaseerd dat de VVD al een mening zou hebben gevormd.
De heer Burgers antwoordt dat dit zijn indruk was, maar dat hij zich kan hebben vergist. De heer Peters Sengers vraagt waarom het de heer Burgers dwars zat dat het CDA al een conceptplan had gedeeld, dat alleen maar op papier is gezet. De heer Burgers vindt het jammer dat fracties al moties hebben klaarliggen, terwijl de wethouder nog niet de kans had gekregen tijdens deze commissievergadering zijn beleid op dit dossier te verdedigen. De heer Lukkezen heeft het idee dat de fracties het op grote lijnen met elkaar eens zijn, maar dat de communicatie tussen de betrokken partijen op dit dossier stroef verloopt. De wethouder probeert hier weliswaar stappen in te zetten, maar het is D66 nu onduidelijk of hiertoe moties nodig zijn. Aangezien dit dossier al lang voortsleept, kan de heer Lukkezen zich voorstellen dat wellicht moet worden ingezet op krachtigere middelen. In dat opzicht snapt hij waarom fracties nu wel al van tevoren moties hebben rondgestuurd, juist vanwege de levende zorgen die de fracties met elkaar delen. Van de motie die Kernachtig Wijchen heeft voorbereid, kent D66 de inhoud nog niet en hierover ontvangt de heer Lukkezen graag meer toelichting. De heer Burgers vraagt of de heer Lukkezen het met hem eens is dat andere fracties hun mening al klaar hebben, aangezien ze hun moties al hebben rondgestuurd.
De heer Lukkezen antwoordt dat veel is fout gegaan en hoewel hij deze acties van fracties daarom begrijpt, vindt hij het toch belangrijk dat iedereen nog steeds openstaat voor discussie. Qua communicatie is het niet soepel gegaan en daarom vindt hij het ook jammer dat de uitnodiging voor een bezoek aan de ervaringsstraten pas vandaag is verstuurd, terwijl vandaag ook de commissievergadering is. De heer Verbeeten vraagt waarom dan niet beter met het plan kan worden gestopt als de heer Lukkezen vindt dat veel is fout gegaan. De heer Lukkezen antwoordt dat het voorgestelde beleid goed is, en dat veel fracties dit ook vinden, maar dat de uitvoering beter moet. De heer Verbeeten vraagt daarop of het dan niet chiquer is als de uitvoering on hold wordt gezet. De heer Lukkezen antwoordt dat het on hold zetten niet de oplossing is, maar dat verbeteringen in de uitvoering wel nodig zijn. Hij stelt voor om het proces voort te zetten met een focus op het aanpakken van de huidige problemen in plaats van alles stil te leggen. De heer Burgers vraagt of een herstelplan dan niet kan leiden tot de gewenste verbeteringen. De heer Lukkezen vindt dat het toevoegen van allerlei termen de discussie over de verbeteringen niet ten goede komt.
De heer Verbeeten vraagt of de heer Lukkezen het met hem eens is dat de verbeteringen alleen kunnen plaatsvinden als daarvoor draagvlak is, terwijl dit nu niet het geval is. De heer Lukkezen vindt dat met iedereen hard moet worden gewerkt aan het vergroten van het draagvlak en dat de wethouder hierin het voortouw moet nemen. Hoewel hierin al eerste stappen zijn gezet, vraagt hij zich af of de wethouder middels een motie zou moeten worden verplicht tot het Verslag commissievergadering d.d. 3 oktober 2024
pagina 10 van 17
nemen van dat voortouw, waarbij samen met bewoners en de leefbaarheidsgroep wordt gewerkt aan een terugkeer van vertrouwen in de gemeente, maar ook op een praktische manier wordt gekeken naar het terugbrengen van de benodigde verlichting. Hij hoort graag hoe andere fracties hiernaar kijken. De heer Lukkezen hoopt daarnaast dat Wijchen Lokaal de bewering dat deze fractie de meest vergaande motie gaat steunen, wat praktischer insteekt en dat Wijchen Lokaal zelf een visie op Woezik schrijft. D66 denkt hierin graag mee en is benieuwd naar de reactie van Wijchen Lokaal hierop. De heer Peters Sengers geeft aan dat het CDA blij is met de breed gehoorde steun voor het beleidsplan. Op het niveau van het beleidsplan gaat het ook goed, daarover is iedereen het eens, maar de uitvoering kan beter. Dit gebeurt dan ook door middel van de ervaringsstraten. De heer Peters Sengers vraagt hoe lang deze nieuwe pilot met de ervaringsstraten loopt, zodat alle ervaringen op voldoende wijze kunnen worden opgehaald. Daarnaast moet de samenwerking met de leefbaarheidsgroep met ruim enthousiasme en medewerking van iedereen weer nieuw leven worden ingeblazen. Dit is voor het CDA van wezenlijk belang. Het alternatieve plan moet serieus worden genomen, want het sluit aan bij de beleidsuitgangspunten, zij het met een iets andere invulling zoals minder telemanagement, waardoor het goedkoper kan.
De heer Lukkezen geeft aan dat nu vooral wordt gefocust op Woezik en vraagt zich af hoe het alternatieve plan voor Woezik dan wordt uitgevoerd in de rest van de gemeente. De heer Peters Sengers geeft aan dat een pilot juist het middel is om zaken te testen, voordat deze opgedane ervaring breed wordt uitgerold. Aangezien de leefbaarheidsgroep veel werk heeft gestoken in het alternatieve plan, neemt hij dat serieus en ziet hij graag dat dit wordt doorgerekend. Geconstateerde problemen, zoals de donkere vlekken, moeten zoveel mogelijk worden opgelost, omdat dit uiteindelijk relevant is voor heel Wijchen. De heer Burgers vraagt of dan niet een pauze moet worden ingelast voor het goed kunnen meenemen van het plan van de leefbaarheidsgroep, voordat onomkeerbare stappen worden genomen. De heer Peters Sengers geeft aan dat het CDA liever in samenspraak met de inwoners en de leefbaarheidsgroep doorgaat om tot een gedragen resultaat te komen. De heer Burgers vraagt daarop of de heer Peters Sengers dan niet bang is dat iedereen in Woezik daardoor ongerust wordt en te zijner tijd vindt dat zaken nog steeds niet goed zijn doordacht. De heer Peters Sengers antwoordt dat als er zaken naar voren komen die verbetering behoeven, die dan worden aangepast, zodat draagvlak wordt verkregen.
De heer Verbeeten vindt dat de argumenten voor het doorgaan technisch zijn en dat daarbij onvoldoende rekening wordt gehouden met de gevoelens en ervaringen van mensen, omdat zij doorgaan juist niet zien zitten. Hij vraagt hoeveel kritiek het CDA verwacht als wordt gekozen voor het doorgaan van de pilot. De heer Peters Sengers antwoordt dat hij met doorgaan bedoelt dat zaken zo nodig worden bijgesteld en dat de leefbaarheidsgroep weer aan tafel komt door het doorrekenen van het alternatieve plan. De heer Lukkezen vraagt of de motie van het CDA en de motie van D66 over het verbeteren van de situatie elkaar snijden of toch allebei bestaansrecht hebben. De heer Peters Sengers antwoordt dat het CDA graag de problemen op dit dossier zo snel mogelijk oplost. Even niks doen of iets on hold zetten is daarbij geen optie. De heer Burgers vraagt of de heer Peters Sengers het met hem eens is dat on hold niet betekent dat er niks wordt gedaan, maar dat alle zaken even op een rij worden gezet. De heer Peters Sengers antwoordt dat on hold zetten in zijn beleving stilzetten is. Het CDA komt graag tot een ander uitvoeringsplan voor Woezik en heel Wijchen. De heer Oomen waardeert de excuses van de wethouder en diens bereidheid een externe deskundige in te schakelen die kijkt naar zowel het plan van het college als dat van de leefbaarheidsgroep.
GroenLinks ziet graag dat de conceptmotie van het CDA wordt
Verslag commissievergadering d.d. 3 oktober 2024
pagina 11 van 17
aangevuld met deze externe deskundige. Daardoor ontstaat een mooie oproep vanuit de raad die de wethouder bovendien steunt in het doorgaan met de pilot. Mevrouw Van Dam vraagt hoe de heer Oomen een externe deskundige wil financieren. De heer Oomen antwoordt dat dit kan worden betaald van de begrote ambtelijke voorbereidingskosten voor dit plan. De heer Oomen vervolgt dat ondertussen veel is gesproken over de communicatie, maar ook over het al dan niet on hold zetten van de pilot. Hij hoorde de wethouder zeggen dat een deel van de verlichting uit blijft, maar hem is niet duidelijk of dit vooraf met de wijkbewoners is overlegd. Als blijkt dat dit niet zo is, dan vindt GroenLinks dat de pilot on hold moet en goed met elkaar moet worden gekeken hoe de verdere uitrol het beste kan worden aangepakt. De heer Lukkezen vraagt wat GroenLinks in zo’n scenario dan in de tussentijd wil doen, omdat dan nog steeds sprake is van gevaarlijke situaties door donkere vlekken in Woezik. De heer Oomen wil graag dat goed is overlegd met de wijk, voordat het definitieve plan is uitgerold. Hij heeft nu nog niet de zekerheid dat de pilot goed is georganiseerd. Ondanks dat GroenLinks het een fantastisch plan vindt, is haastige spoed zelden goed, zeker in het donker.
De heer Verbeeten is van mening dat moet worden voorkomen dat bij de raadsvergadering veel verschillende moties worden ingediend die allemaal verschillende oplossingen voorstaan. Wijchen Lokaal vindt dat het on hold zetten belangrijk kan zijn, ongeacht de duur daarvan, zodat eerst kan worden bepaald wat er aan de hand is en kan worden voorkomen dat de verdere uitrol in heel Wijchen tot problemen leidt. Het is van belang dat het project door de samenleving wordt gedragen, want daar is nu geen sprake van. De heer Peters Sengers vraagt of Wijchen Lokaal de uitgangspunten van het beleidsplan steunt. De heer Verbeeten antwoordt dat dit absoluut niet meer het geval is, gezien de uitwerking die het beleidsplan heeft. Het gaat erom dat alle politieke besluiten op z’n minst een beetje worden gedragen. De heer Peters Sengers vraagt daarop of de heer Verbeeten het ermee eens is dat het hier het uitvoeringsplan betreft en niet het beleidsplan. De heer Verbeeten antwoordt dat de heer Peters Sengers zich richt op de technische kant, terwijl het bij hemzelf gaat om de emoties van de mensen in Woezik, en die zitten hoog. De heer Verbeeten vervolgt dat het goed is dat de wethouder excuses heeft aangeboden, omdat nu de daadwerkelijke vertaalslag moet worden gemaakt. Wijchen Lokaal wil zo min mogelijk donkere plekken zien en sluit zich daarom aan bij de visie van de heer Spruijtenburg.
Daarnaast had de heer Verbeeten graag gezien dat de wethouder had gezegd dat hij de oorspronkelijke doelstelling samen met de buurt en de leefbaarheidsgroep tegen het licht gaat houden. De heer Lukkezen vraagt wat Wijchen Lokaal zou doen als deze fractie het op dit dossier voor het zeggen had. De heer Verbeeten zou dan zijn teruggegaan naar de tekentafel waar met inbreng van de buurt tot een voorstel kan worden gekomen dat wel wordt gedragen. De heer Evers vraagt of zijn constatering klopt dat Wijchen Lokaal zich bij dit dossier milder heeft opgesteld ten opzichte van andere dossiers. De heer Verbeeten vindt dat Wijchen Lokaal niet de partij is die overal nee tegen zegt. Wijchen Lokaal wil dat er een oplossing komt die wordt gedragen door de Woezikenaren. De heer Lukkezen vraagt of het klopt dat Wijchen Lokaal een combinatie van de conceptmoties van het CDA en die van D66 wil zien, waardoor denken op zowel korte als lange termijn op dit dossier zou worden gecombineerd. De heer Verbeeten antwoordt dat dit niet klopt, omdat daarin de inwoners van Woezik nog te weinig aan het woord komen, terwijl daarop wel het accent moet worden gelegd.
De heer Lukkezen geeft daarop aan dat in de D66-motie wordt gezegd dat het college op korte termijn in gesprek moet gaan met de inwoners, terwijl de CDA-motie zegt dat aangedragen ideeën van de leefbaarheidsgroep moeten worden meegenomen met het oog op de lange termijn. Hij Verslag commissievergadering d.d. 3 oktober 2024
pagina 12 van 17
vraagt of de heer Verbeeten dit kan meenemen in zijn afweging. De heer Verbeeten antwoordt dit ten dele te kunnen, omdat dit college volgens hem te vaak niks heeft gedaan met de inbreng van inwoners bij de uitwerking. Daarover maakt hij zich zorgen. De heer Verbeeten gaat vervolgens in op de vragen van de heer Lukkezen in zijn tweede termijn. Het klopt dat de raad een initiatiefvoorstel kan schijven. Het is vervolgens aan het college daarmee aan de slag te gaan. Wat betreft het rigoureuze zoals aangegeven in zijn eigen eerste termijn, geeft de heer Verbeeten aan dat het voor Wijchen Lokaal van belang is dat ruimte wordt gevonden voor echte inspraak, waardoor het plan wel kan worden gedragen door de bewoners. De heer Peters Sengers vraagt of Wijchen Lokaal bereid is het voorstel van de leefbaarheidsgroep te toetsen aan het beleidsplan, omdat hiermee de leefbaarheidsgroep maximale inspraak wordt gegeven en weer terug aan tafel wordt gekregen. De heer Verbeeten antwoordt dat dit afhangt van wat in het definitieve voorstel staat. Als de bewoner van Woezik er het meest aan heeft, dan zal Wijchen Lokaal het ondersteunen. De heer Evers geeft aan dat Kernachtig Wijchen inderdaad op de zaken vooruitloopt door het alvast aankondigen van een motie. Zijn fractie heeft dit gedaan, omdat dit een heikel dossier is dat niet alleen zijn fractie nauw aan het hart ligt, maar ook andere fracties.
Daarbij is sprake van veel inhoudelijke gemene delers. De heer Verbeeten vraagt waarom Kernachtig Wijchen de eigen wethouder niet erop heeft gewezen dat iets binnen dit dossier niet goed zit, ondanks de vele binnengekomen signalen. Dat Kernachtig Wijchen nu met een motie komt, vindt hij wat laat. De heer Evers vindt dit een aanname van de heer Verbeeten, want Kernachtig Wijchen is wel degelijk met de wethouder in gesprek geweest om richting te geven aan dit dossier. Kernachtig Wijchen wil dan ook in gesprek blijven met de leefbaarheidsgroep en vindt het fijn te horen dat de wethouder deze opvatting deelt. Iedereen die is betrokken bij dit dossier heeft als doel het dossier weer vlot te trekken. Kernachtig Wijchen zal dan ook pas akkoord gaan met het verdergaan als dit dossier naar tevredenheid van inwoners en de leefbaarheidsgroep goed is afgerond. De heer Burgers vraagt wat wordt bedoeld met “goed is afgerond”. De heer Evers bedoelt hiermee dat de inwoners in Woezik in meerderheid tevreden zijn over de genomen maatregelen. De heer Verbeeten vraagt of de heer Evers hiermee schetst dat de pilot on hold of stop wordt gezet als blijkt dat een meerderheid van de inwoners geen sympathie heeft voor de pilot. De heer Evers antwoordt dat hij benieuwd is wat de uitkomsten zijn van de ervaringsstraten.
Deze uitkomsten zullen voor hem een beeld schetsen hoe de mensen erin zitten en of het dossier weer vlot kan worden getrokken, wat hij van harte hoopt. De heer Burgers geeft aan dat de raad naar aanleiding van de informatiebijeenkomst nog meer ongeruste en ontevreden e-mails en reacties heeft ontvangen van de Woezikenaren. Hij vraagt of de heer Evers het daardoor ermee eens is dat het vlot trekken meer tijd kost. De heer Evers antwoordt niet te weten hoeveel tijd hiervoor nodig is, maar dat wel wordt gewerkt richting een oplossing. Dat kan snel of langzaam gaan, maar is wel de richting die Kernachtig Wijchen op wil gaan. Mevrouw Van Dam vraagt of de heer Evers wil verduidelijken waartoe de voorgenomen motie van Kernachtig Wijchen oproept. De heer Evers legt uit dat de motie oproept tot het op korte termijn realiseren van de beoogde ervaringsstraten in samenspraak met de leefbaarheidsgroep en inwoners, zodat tot een bevredigende afronding kan worden gekomen. Na de evaluatie van de ervaringsstraten en de pilot, alsook de vaststelling van een bijgesteld verplichtingsplan met plan van aanpak wordt de raad hierover geïnformeerd, alvorens wordt begonnen met de uitrol van het verlichtingsplan in andere wijken en kernen. Daarnaast gaat de motie over de uitvoering van het amendement dat de veiligheid van de fietsroutes tussen kernen moet verbeteren.
Hierover moet de raad tussentijds worden geïnformeerd.
Verslag commissievergadering d.d. 3 oktober 2024
pagina 13 van 17
De heer Lukkezen geeft aan dat voor de ervaringsstraten iedereen al is uitgenodigd en dat het amendement al is aangenomen en dus al wordt uitgevoerd. Hij vraagt daarom wat de unieke punten van deze motie zijn. De heer Evers antwoordt dat de inwoners en de leefbaarheidsgroep met een tevreden gevoel moeten kunnen terugkijken op de ervaringsstraten, zodat die als model kunnen worden gebruikt voor de rest van de wijk en de verdere uitrol. De heer Burgers vraagt wat er gebeurt als de Woezikenaren niet met een tevreden gevoel terugkijken. De heer Evers vindt dat dit niet aan hem is, maar aan de wethouder. De heer Verbeeten vraagt of de stekker echt uit de pilot wordt getrokken als een duidelijke meerderheid van de Woezikenaren tegen het voorstel blijkt te zijn. De heer Evers geeft aan dat het hiernaar neigt als het signaal inderdaad dusdanig is dat het voorstel niet wordt gedragen. De heer Lukkezen geeft aan dat het niet automatisch betekent dat het beleid slecht is als de ervaringsstraten op een foute manier zijn ingericht, waardoor een meerderheid tegen is. Hij vraagt of de heer Evers het daarom niet ook slimmer vindt in de motie op te roepen tot samenwerking met de inwoners en de leefbaarheidsgroep, in plaats van allerlei voorwaarden op te nemen over deze straten.
De heer Evers antwoordt dat dit wel gewoon in de eerste bullet staat opgenomen, maar constateert dat dit nu nog niet duidelijk genoeg is omschreven voor de heer Lukkezen. Mevrouw Van Dam geeft aan veel metaforen te hebben gehoord voor hetzelfde. De Woezikenaren zijn niet geholpen met discussie over een of meerdere woorden, maar met actie. De VVD ziet daarom graag dat in gesprek met inwoners wordt gekeken hoe het beter kan en wat daarvoor nodig is. De heer Burgers vindt dat mevrouw Van Dam bijna een beeld schetst dat de andere fracties de situatie niet beter willen maken. Mevrouw Van Dam antwoordt dat ze deze woorden niet in de mond heeft genomen. De VVD is voor doen en ervoor dat gezamenlijk aan een oplossing wordt gewerkt. De heer Lukkezen stelt voor na deze vergadering samen te kijken naar een oplossing en een motie te schrijven waarin wordt opgeroepen de communicatie weer te herstellen en te werken aan een oplossing op de korte termijn. Mevrouw Van Dam is blij met deze handreiking, want dit is waar alle betrokkenen naar op zoek zijn. De heer Oomen vraagt of herstel van communicatie ook betekent dat het deel van de verlichting dat de wethouder nu nog wil uitlaten, straks wel weer aangaat. Mevrouw Van Dam vindt dit een besluit dat aan de wethouder is. Waar het de inwoners om gaat, is dat het gevoel van veiligheid terugkomt.
De heer Oomen vraagt daarop of mevrouw Van Dam het ermee eens is dat deze verlichting weer aan moet voor het versterken van het veiligheidsgevoel. Mevrouw Van Dam antwoordt dat dit een mogelijke conclusie is, die kan voortkomen uit de evaluatie en waarnaar dan moet worden gehandeld om het project tot een succes te maken. De VVD staat nog steeds achter de uitgangspunten van het beleidsplan, maar vindt ook dat de uitvoering te wensen overlaat. De heer Verbeeten vraagt of de VVD het lef heeft de stekker eruit te trekken als blijkt dat voor verdere voortzetting geen draagvlak onder de Woezikenaren blijkt te zijn. Mevrouw Van Dam vindt dit geen realistische vraag. Er ligt namelijk een beleid dat moet worden uitgevoerd, alleen kan die uitvoering beter. Daarom moet worden gekeken wat daarvoor nodig is. Het staat als een paal boven water dat hiertoe gesprekken moeten worden gevoerd met inwoners en met de leefbaarheidsgroep, zodat kan worden gewerkt aan het draagvlak. Desondanks is het ook van belang dat de pilot en de ervaringsstraten een eerlijke kans wordt gegeven, omdat ze in Woezik zelf ook zaken ziet die wel ten positieve veranderen. De voorzitter constateert dat het college geen feitelijke onjuistheden heeft gehoord. Het advies van de commissie is deze informatienota als bespreekstuk te agenderen voor de raadsvergadering van 17 oktober 2024. Verslag commissievergadering d.d.
3 oktober 2024
pagina 14 van 17
De vergadering wordt kort geschorst. 7.2 259427 Informatienota Global Goals Gemeente Inleiding De voorzitter licht het onderwerp toe. In deze informatienota doet het college een voorstel om de verbinding tussen het Strategisch Kompas en de Global Goals for Sustainable Development (SDG’s) verder te versterken. Het voorstel volgt de leidende principes van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) binnen het programma GlobalGoals4Gemeenten en sluit aan bij de koers van het Strategisch Kompas. Eerste termijn De heer Tiemessen beschouwt de voorgestelde stap als een logische en noodzakelijke vervolgstap in de duurzaamheidsagenda van de gemeente. GroenLinks onderstreept de waarde van de Global Goals en benadrukt dat deze doelstellingen in lijn liggen met het strategisch kompas van Wijchen. De SDG’s kunnen het strategisch kompas bijstellen of aanscherpen, maar ook worden gebruikt als duurzame ontwikkelingsdoelen door en voor de hele Wijchense samenleving. GroenLinks ziet graag dat de gemeente, samen met kerngroep Fairtrade Gemeente Wijchen, actief het gesprek met de samenleving aangaat en de inzichten en ontwikkelingen op het gebied van Global Goals monitort. GroenLinks vindt een structurele bijdrage van € 10.000 verantwoord en ziet de nota als een hamerstuk.
Mevrouw Driessen-Slingerland uit haar blijdschap over het feit dat Wijchen nu officieel een Global Goals-gemeente wordt, zoals voorgesteld in een eerder amendement. Ze prijst het college voor de heldere onderbouwing en de duidelijke koppeling tussen de Global Goals en de speerpunten uit het Strategisch Kompas. Kernachtig Wijchen vindt duurzaamheid op lokaal niveau van belang en stelt dat de gemeente niet achter kan blijven bij de wereldwijde trend om bij te dragen aan een betere wereld. Nu lijken de uitdagingen die de SDG’s aanpakken, zoals klimaatverandering, ongelijkheid en armoede, vaak groots en abstract, maar het is juist de kracht van deze doelen dat ze ook op lokaal niveau betekenisvol kunnen worden gemaakt. Mevrouw Driessen-Slingerland wijst daarom op het belang van het creëren van bewustwording, niet alleen onder inwoners, maar ook binnen de ambtelijke organisatie. Ze vraagt hoe de wethouder dit wil aanpakken, omdat ze dit nu nog mist in het voorstel. De heer Van der Gronden geeft aan dat de VVD het voorstel steunt om aan te sluiten bij de Global Goals. Refererend aan zijn eigen ervaringen met de Verenigde Naties, merkt hij op dat dergelijke internationale organisaties vaak bureaucratisch te werk gaan. Hij pleit voor een praktische benadering en werd hierin dan ook gerustgesteld in een gesprek met de ambtenaar.
De VVD hecht waarde aan het betrekken van lokale gemeenschappen en bedrijven, zodat iedereen wordt meegenomen, maar benadrukt dat het voorstel niet mag leiden tot een onnodige uitbreiding van ambtelijk personeel. Mevrouw Kuipers geeft aan dat de raad heeft ingestemd met het amendement om op termijn een Global Goals-gemeente te worden, wat aansluit bij de inhoud van het Strategisch Kompas. Toentertijd was nog onduidelijkheid over de kosten en wat de gemeente precies ging uitdragen. De voorliggende nota heeft de kosten beter inzichtelijk gemaakt en bij de begroting voor 2025 wordt dit een apart beslispunt. Ze vraagt de wethouder of het klopt dat er nu voldoende ambtelijke capaciteit is voor het op voorgestelde wijze uitdragen van de Global Goals. Daarnaast wil Wijchen Lokaal weten hoe invulling wordt gegeven aan dilemma’s betreffende middelen en capaciteit wanneer de doelen van de Global Goals en het Strategisch Kompas elkaar deels overlappen en deels niet. Verslag commissievergadering d.d. 3 oktober 2024
pagina 15 van 17
De heer Derksen geeft aan dat het CDA zich helemaal kan vinden in het voorstel. De heer Merkus toont zich positief over de informatienota en het feit dat Wijchen nu een stap zet richting een meer gelijkwaardige, duurzame en rechtvaardige samenleving. Het is goed dat de koppeling met het Strategisch Kompas toch wordt gemaakt. Daarbij komt er nog een extra budget voor activiteiten en om inwoners, bedrijven en organisaties te inspireren. Dit budget wordt verder integraal afgewogen bij de begroting. De PvdA vraagt de wethouder waarop de € 10.000 euro hiervoor is gebaseerd en of dit budget wellicht groter zou kunnen worden, maar ook of op een later moment kan worden geëvalueerd of een groter budget van meerwaarde kan zijn. De heer Lukkezen steunt het voorstel en benadrukt dat de kernwaarden van de Global Goals – duurzaamheid, gelijkheid en samenwerking – de thema’s zijn waarvoor D66 strijdt. Het is goed dat het college nu niet alleen de waarde van de Global Goals erkent, maar dit ook onderstreept door een jaarlijks budget te reserveren. Hiermee laat het college zien dat het de doelen echt wil verwezenlijken.
Omdat het college tijdens de commissievergadering van 14 september 2023 echter nog aangaf dat de Global Goals weinig meerwaarde zouden bieden, vanwege de toename van werkdruk en de extra inspanningen die het monitoren van de doelstellingen met zich mee zou brengen, is de heer Lukkezen benieuwd naar wat tot deze positieve omslag van het college heeft geleid. Dit zorgt er namelijk voor dat inwoners transparant mee kunnen worden genomen in de besluitvorming. Wethouder Schouten gaat als eerste in op de vraag van Kernachtig Wijchen. Ze antwoordt dat de gemeente voor het Strategisch Kompas ambassadeurs heeft. Zij worden nu ook ingezet voor het intern creëren van bewustwording en draagvlak. Op de vraag hoe het college tot een andere uitkomst is gekomen, antwoordt de wethouder dat het college er toentertijd ambivalent in stond en dat de spreekwoordelijke balans voor het college in eerste instantie uitviel naar een meer praktische benadering. Naar aanleiding van het gevoerde debat met de raad is deze balans naar een meer ideologische kant omgeslagen. Dit kost weliswaar wat personele inzet, maar door de koppeling met het Strategisch Kompas en het benutten van de kerngroep Fairtrade Gemeente Wijchen denkt het college dat de Global Goals met de voorgestelde middelen en de bestaande ambassadeurs kunnen worden gerealiseerd, waarbij de benadering nog steeds praktisch is ingestoken.