130339 De Lymen_Toelichting
Tekst van het document
De Lymen
bestemmingsplan De Lymen
Inhoudsopgave
Toelichting
2
3
bestemmingsplan De Lymen
Toelichting
bestemmingsplan De Lymen
3
De Lymen Ontwerp-Bestemmingsplan - toelichting
Natuurmomenten 4 december 2023
Project Opdrachtgever
Document Status Datum Referentie
Projectcode Projectleider Projectdirecteur
Auteur(s) Gecontroleerd door Goedgekeurd door
De Lymen Natuurmomenten
Ontwerp-Bestemmingsplan - toelichting Definitief 4 december 2023 130339/23-019.386
130339 N.C. van der Zijden MSc A.M. Springer-Rouwette MSc
M.A. Broere BSc, S. de Bruin MSc Mr. A.R. van Driel, J. Hassing N.C. van der Zijden MSc
Paraaf
Adres
Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. | Deventer Daalsesingel 51c Postbus 24087 3502 MB Utrecht +31 (0)30 765 19 00 www.witteveenbos.com KvK 38020751
Het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos is gecertificeerd op basis van ISO 9001. © Witteveen+Bos Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toest emming van Witteveen+Bos noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Witteveen+Bos aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Witteveen+Bos geleverde document.
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Ligging plangebied
7
1.3
Vigerende bestemmingsplan
8
1.3.1 1.3.2
9 10
Bestemmingsplan ‘Buitengebied Wijchen’ en ‘Buitengebied herziening 2014’ Bestemmingsplan ‘Parapluplan cultuurhistorie Wijchen’
1.4
Leeswijzer
11
2
BESCHRIJVING PLANGEBIED
12
2.1
Huidige situatie
12
2.2
Toekomstige situatie
14
3
BELEIDSKADER
16
3.1
Rijksbeleid
16
3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4 3.1.5 3.1.6 3.1.7
16 17 17 18 18 18 19
3.2
3.3
3.4
Omgevingswet Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Beleidsregels grote rivieren Kaderrichtlijn Water Nationaal Water Programma Nationaal Bestuursakkoord Water
Provinciaal beleid
19
3.2.1 3.2.2 3.2.3
19 20 20
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Omgevingsverordening Gelderland Regionaal waterprogramma 2021-2027
Regionaal beleid
21
3.3.1 3.3.2
21 21
Interprovinciale structuurvisie Meanderende Maas Waterbeheerprogramma 2022-2027 waterschap Rivierenland
Gemeentelijk beleid
22
3.4.1
22
Structuurvisie Wijchen
4
MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN
23
4.1
M.e.r.-beoordelingsplicht
24
4.1.1 4.2
4.3
4.5
4.6
25
4.2.1 4.2.2 4.2.3
25 25 26
4.8
4.11
4.12
Toetsingskader Resultaten Conclusie
26 26 26 26
4.4.1 4.4.2 4.4.3
27 27 28
Toetsingskader Resultaten Conclusie
Externe veiligheid
28
4.5.1 4.5.2 4.5.3
29 29 30
Toetsingskader Resultaten Conclusie
Natuur
30 Toetsingskader Resultaten Conclusie
30 32 34
Rivierkunde
34
4.7.1 4.7.2 4.7.3
35 35 36
Toetsingskader Resultaten Conclusie
Water
37 Toetsingskader Resultaten Conclusie
Bodem 4.9.1 4.9.2 4.9.3
4.10
26
Luchtkwaliteit
4.8.1 4.8.2 4.8.3 4.9
Toetsingskader Resultaten Conclusie
Geluid
4.6.1 4.6.2 4.6.3 4.7
24
Verkeer en parkeren
4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.4
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
37 38 41 41
Toetsingskader Resultaten Conclusie
41 41 41
Archeologie
41
4.10.1 4.10.2 4.10.3
42 42 43
Toetsingskader Resultaten Conclusie
Cultuurhistorie
43
4.11.1 4.11.2 4.11.3
43 44 44
Toetsingskader Resultaten Conclusie
Landschap
44
4.12.1 4.12.2 4.12.3
44 45 45
Toetsingskader Resultaten Conclusie
4.13
4.14
4.15
4.16
Ontplofbare oorlogsresten
45
4.13.1 4.13.2 4.13.3
45 45 45
Toetsingskader Resultaten Conclusie
Bedrijven en milieuzonering
45
4.14.1 4.14.2 4.14.3
46 46 46
Toetsingskader Resultaten Conclusie
Gezondheid
46
4.15.1
46
Conclusie
Duurzaamheid
47
4.16.1
47
Conclusie
5
JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING
48
5.1
Algemeen
48
5.1.1 5.1.2 5.1.3
48 48 49
Wat is een bestemmingsplan? Over bestemmen en aanduiden Hoofdstukopbouw van regels
5.2
Dit bestemmingsplan
49
5.3
Toelichting op de regels
49
5.3.1 5.3.2 5.3.3 5.3.4
50 50 52 52
Inleidende regels Bestemmingsregels Algemene regels Overgangs- en slotregels
6
UITVOERBAARHEID
53
6.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
53
6.2
Economische uitvoerbaarheid
53
6.2.1 6.2.2
53 53
Financiering en grondverwerving Beheer en onderhoud
6.3
Handhaafbaarheid
53
7
PROCEDURE
55
7.1
Inleiding
55
7.2
Ontwerpfase
55
7.2.1 7.2.2
55 55
Vooroverleg Verdere procedure
Laatste pagina
55
Bijlage(n)
Aantal pagina's
I
Afkortingenlijst
1
II
M.e.r.-beoordelingsnotitie
22
III
Quickscan beschermde natuur
26
IV
Milieuhygiënisch vooronderzoek, waterbodemonderzoek, geofysisch onderzoek
931
V
Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek
124
VI
Briefrapportage ontplofbare oorlogsresten
3
VII
Programma van Eisen archeologische begeleiding
38
VIII
Stikstofdepositieonderzoek
31
IX
Rivierkundig onderzoek
61
1 INLEIDING 1.1
Aanleiding
Aan de Gelderse zijde van de Maas, tussen de kernen Batenburg en Appeltern, ligt uiterwaard De Lymen. Dit is een uiterwaard van 65 ha. In De Lymen liggen 4 opgaven: - de invulling van Kaderrichtlijn Water (KRW)-maatregelen voor de Maas in samenwerking met Rijkswaterstaat; - de realisatie van het Gelders Natuurnetwerk (GNN), in de vorm van rivier- en moerasnatuur; - de realisatie van waterstandsdaling op de Maas als onderdeel van de afspraken binnen project Meanderende Maas; - de realisatie van een toegankelijk natuurgebied met struinnatuur. Vereniging Natuurmonumenten en Rijkswaterstaat zijn beiden eigenaar van delen van uiterwaard De Lymen en treden ook gezamenlijk op als initiatiefnemer voor het voorgenomen initiatief. Het voornemen is om hier invulling te geven aan de KRW, door het aanleggen van 2 hoogwatergeulen. Het realiseren van hoogwatergeulen in deze uiterwaard is als maatregel opgenomen in het KRW-programma. Daarnaast draagt dit project bij aan andere doelen. De uiterwaard is door de provincie Gelderland opgenomen in het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Daarom wil de provincie Gelderland hier rivier- en moerasnatuur realiseren. Tevens versterkt de realisatie van hoogwatergeulen de natuurwaarden in uiterwaard De Lymen. Dit sluit aan bij de visie ‘MeerMaas’, welke is opgesteld door Vereniging Natuurmonumenten en waarin een Maas met natuuruiterwaarden centraal staat.
De realisatie van 2 hoogwatergeulen bij Batenburg draagt bovendien bij aan de winterveiligheid van de rivier. Door de verruiming van het winterbed van de Maas wordt waterstandsdaling van de Maas gerealiseerd. De realisatie van 2 hoogwatergeulen en een natuurgebied in de uiterwaard De Lymen is niet inpasbaar binnen de vigerende bestemmingsplannen ‘Buitengebied Wijchen’ en ‘Buitengebied herziening 2014’. Daarom stelt de gemeente Wijchen een nieuw bestemmingsplan vast.
1.2
Ligging plangebied
De volledige projectlocatie van uiterwaard De Lymen, waar Natuurmomenten en Rijkswaterstaat hoogwatergeulen realiseren, ligt aan de Gelderse zijde van de Maas, tussen de kernen Batenburg en Appeltern. Zie afbeelding 1.1.
7 | 55
Witteveen+Bos| 130339/23-019.386 | Definitief
Afbeelding 1.1 Projectlocatie uiterwaard De Lymen
De projectlocatie ligt deels binnen de gemeente Wijchen en deels binnen de aangrenzende gemeente West Maas en Waal. De voorgenomen ontwikkeling past ter plaatse van het grondgebied van de gemeente West Maas en Waal binnen het daar vigerende bestemmingsplan. Ter plaatse van het grondgebied van de gemeente Wijchen past de voorgenomen ontwikkeling niet binnen het vigerende bestemmingsplan. Daarom stelt de gemeente Wijchen voor dit deel van de uiterwaard een nieuw bestemmingsplan vast. Het plangebied waar voorliggend bestemmingsplan betrekking op heeft, is weergegeven op afbeelding 1.2.
Afbeelding 1.2 Plangebied uiterwaard De Lymen
1.3
Vigerende bestemmingsplan
Ter plaatse van het plangebied gelden de bestemmingsplannen ‘Buitengebied Wijchen’, ‘Buitengebied herziening 2014’ en ‘Parapluplan cultuurhistorie Wijchen’.
8 | 55
Witteveen+Bos| 130339/23-019.386 | Definitief
1.3.1
Bestemmingsplan ‘Buitengebied Wijchen’ en ‘Buitengebied herziening 2014’
Het bestemmingsplan ‘Buitengebied Wijchen’ is vastgesteld door de gemeenteraad van Wijchen op 31 januari 2013. Het bestemmingsplan ‘Buitengebied herziening 2014’ is een gedeeltelijke herziening van het eerstgenoemde plan en is vastgesteld door de gemeenteraad van Wijchen op 16 oktober 2014. Het plangebied valt in zijn geheel binnen deze 2 bestemmingsplannen. De 2 bestemmingsplannen zijn samengevoegd in het geconsolideerde bestemmingsplan ‘Buitengebied en herziening 2014’. Binnen het plangebied gelden de volgende bestemmingen en functieaanduidingen: - enkelbestemming Natuur - 2; - enkelbestemming Agrarisch met waarden - 3; - dubbelbestemming Waarde - Archeologie 2; - dubbelbestemming Waarde - Archeologie 3; - dubbelbestemming Waterstaat - Stroomvoerend rivierbed; - dubbelbestemming Waterstaat - Waterkering; - dubbelbestemming Waarde - Waardevolle boom. Afbeelding 1.3 geeft een uitsnede van de verbeelding van het geconsolideerde bestemmingsplan ‘Buitengebied en herziening 2014’ weer. Het plangebied is weergegeven met een rode contour. Enkelbestemming Natuur - 2 Binnen de geldende enkelbestemming ‘Natuur - 2’ zijn gronden onder andere bestemd voor het behoud, beheer, herstel en ontwikkeling van de cultuurhistorische, landschappelijke, aardkundige en natuurwaarden en voor water en waterhuishoudkundige doeleinden.
Artikel 15.3.1 van de bestemmingsregels bepaalt dat het afgraven, verlagen, egaliseren of ophogen van de bodem ter plaatse van gronden met de bestemming Natuur - 2 in ieder geval strijdig gebruik betreft. Omdat deze activiteit binnen de werkzaamheden valt voor de realisatie van de voorgenomen ontwikkeling is de ontwikkeling in strijd met deze geldende enkelbestemming. Enkelbestemming Agrarisch met waarden - 3 Binnen de enkelbestemming agrarisch met waarden zijn gronden bestemd voor onder andere bedrijfsmatig dan wel hobbymatig agrarisch grondgebruik en de uitoefening van het agrarisch bedrijf. Bovendien zijn de aangewezen gronden bestemd voor water en waterhuishoudkundige doeleinden en extensief recreatief medegebruik. De realisatie van hoogwatergeulen en een natuurgebied is daarmee overeenkomstig met deze geldende enkelbestemming. Dubbelbestemming Waarde - Archeologie 2 Binnen de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 2 zijn gronden, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor behoud en bescherming van waardevolle verwachte archeologische informatie in de bodem. Het gaat hierbij om gebieden met een hoge archeologische verwachting. Slechts aan een beperkt deel van het plangebied is deze dubbelbestemming toegewezen.
Voor het uitvoeren van grondwerkzaamheden, het herprofileren van waterlopen en het verlagen van de waterstand op deze gronden is een omgevingsvergunning noodzakelijk. Mogelijk dient een archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden om de archeologische waarden in het gebied vast te stellen. Dit wordt in paragraaf 4.12 nader toegelicht. Dubbelbestemming Waarde - Archeologie 3 Binnen de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 3 zijn gronden, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor behoud en bescherming van waardevolle verwachte archeologische informatie in de bodem. Het gaat hierbij om gebieden met een middelhoge archeologische verwachting. Slechts aan een beperkt deel van het plangebied is deze dubbelbestemming toegewezen. Voor het uitvoeren van grondwerkzaamheden, het herprofileren van waterlopen en het verlagen van de waterstand op deze gronden is een omgevingsvergunning noodzakelijk. Mogelijk dient een archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden om de archeologische waarden in het gebied vast te stellen. Dit wordt in paragraaf 4.12 nader toegelicht.
9 | 55
Witteveen+Bos| 130339/23-019.386 | Definitief
Dubbelbestemming Waterstaat - Stroomvoerend rivierbed Binnen de dubbelbestemming ‘Waterstaat - Stroomvoerend rivierbed’ zijn gronden, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de afvoer van rivierwater uit de Maas. De voorgenomen ontwikkeling, de aanleg van 2 hoogwatergeulen, voorziet in de afvoer van rivierwater uit de Maas. De voorgenomen ontwikkeling is daarom overeenkomstig met de toegestane activiteiten vanuit deze dubbelbestemming. Dubbelbestemming Waterstaat - Waterkering Binnen de dubbelbestemming ‘Waterstaat - Waterkering’ zijn gronden, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg, instandhouding en/of bescherming van de waterkering alsmede voor de instandhouding en versterking van de landschappelijke en cultuurhistorische waarde van de dijk. Het uitvoeren van onder andere graafwerkzaamheden is vergunningplichtig binnen deze enkelbestemming. Slechts een deel van het plangebied valt binnen deze dubbelbestemming. Binnen dit gebied worden geen graafwerkzaamheden uitgevoerd. Dubbelbestemming Waarde - Waardevolle boom Binnen de dubbelbestemming ‘Waarde - Waardevolle boom’ zijn gronden, behalve voor de daar voorkomende bestemming (en), mede bestemd voor de instandhouding van de waardevolle bomen. Slechts een deel van het plangebied valt binnen deze dubbelbestemming.
Het is verboden om werkzaamheden uit te voeren die deze bomen aantasten. De werkzaamheden binnen de voorgenomen ontwikkeling tasten de waardevolle bomenstructuur niet aan en zijn daarmee inpasbaar binnen deze dubbelbestemming.
Afbeelding 1.3 Uitsnede geconsolideerd bestemmingsplan ‘Buitengebied en herziening 2014’, het plangebied is aangegeven met de rode contour
1.3.2
Bestemmingsplan ‘Parapluplan cultuurhistorie Wijchen’
Het bestemmingsplan ‘Parapluplan cultuurhistorie Wijchen’ is vastgesteld door de gemeenteraad van Wijchen op 3 mei 2017. Het plangebied valt in zijn geheel binnen dit bestemmingsplan. Binnen het plangebied gelden de volgende bestemmingen en functieaanduidingen: - dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorisch waardevol gebied. Afbeelding 1.4 geeft een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan ‘Parapluplan cultuurhistorie Wijchen’ weer. Het plangebied is weergegeven met een rode contour.
10 | 55
Witteveen+Bos| 130339/23-019.386 | Definitief
Dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorisch waardevol terrein Binnen de dubbelbestemming ‘Waarde - Cultuurhistorisch waardevol terrein’ zijn gronden, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, beheer en versterking van de cultuurhistorische waarden. Conform dit bestemmingsplan is voor werkzaamheden die bestaan uit het afgraven, vergraven, ophogen en egaliseren van de bodem een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werkzaamheden benodigd.
Afbeelding 1.4 Uitsnede bestemmingsplan ‘Cultuurhistorie Wijchen’, het plangebied is aangegeven met de rode contour
1.4
Leeswijzer
De toelichting bij voorliggend bestemmingsplan bestaat uit 7 hoofdstukken. Na dit eerste inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van het plangebied. In hoofdstuk 3 wordt het beleidskader beschreven dat van toepassing is op het plangebied. Hoofdstuk 4 onderbouwt de effecten van de voorgenomen ontwikkeling op de omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 worden de planregels nader toegelicht. Vervolgens worden in hoofdstuk 6 en 7 de uitvoerbaarheid respectievelijk de bestemmingsplanprocedure beschreven.
11 | 55
Witteveen+Bos| 130339/23-019.386 | Definitief
2 BESCHRIJVING PLANGEBIED In dit hoofdstuk wordt het plangebied beschreven. Allereerst wordt ingegaan op de huidige situatie en vervolgens op de beoogde situatie.
2.1
Huidige situatie
Uiterwaard De Lymen ligt aan de Gelderse zijde van de Maas tussen de kernen Batenburg en Appeltern. Het plangebied ligt in de gemeente Wijchen en in het beheergebied van waterschap Rivierenland. Aan de noordzijde van het plangebied ligt de Maasdijk. In de huidige situatie wordt de grond van de uiterwaard gebruikt voor agrarische doeleinden. Afbeelding 2.1 geeft een luchtfoto van het plangebied weer. Afbeeldingen 2.2 en 2.3 geven de kadastrale percelen weer waarbinnen het plangebied is gelegen. Het plangebied is op de afbeeldingen weergegeven met een rode contour.
Afbeelding 2.1 Luchtfoto plangebied
12 | 55
Witteveen+Bos| 130339/23-019.386 | Definitief
Tabel 2.1 Overzicht kadastrale percelen Kadastrale gemeente
Gemeentecode
Sectie
Nummer
Perceeloppervlakte (m2)
Batenburg
BTB00
E
523
21.520
Batenburg
BTB00
E
632
7.130
Batenburg
BTB00
E
522
19.145
Batenburg
BTB00
E
546
43.550
Batenburg
BTB00
E
633
8.560
Batenburg
BTB00
E
521
9.275
Batenburg
BTB00
E
520
54.765
Batenburg
BTB00
E
74
14.180
Batenburg
BTB00
E
75
6.350
Batenburg
BTB00
E
76
6.350
Batenburg
BTB00
E
519
56.450
Batenburg
BTB00
E
518
50.375
Batenburg
BTB00
E
634
7.320
Batenburg
BTB00
E
507
190.565
Batenburg
BTB00
E
82
41.790
Batenburg
BTB00
E
657
66.040
Batenburg
BTB00
E
87
4.690
Afbeelding 2.2 Overzicht kadastrale percelen noordzijde
13 | 55
Witteveen+Bos| 130339/23-019.386 | Definitief
Afbeelding 2.3 Overzicht kadastrale percelen zuidzijde
2.2
Toekomstige situatie
Vereniging Natuurmonumenten en Rijkswaterstaat zijn voornemens om in de uiterwaard 2 hoogwatergeulen van de Maas te realiseren. Door een aantal inrichtingsmaatregelen wordt het gebied omgevormd tot natuur met het landschapstype rivier- en moeraslandschap (N01.03). Dit landschapstype bestaat uit een aantal beheertypen, zoals rivier, zoete plas, moeras, droog schraalland en overstromingsgrasland, ruigteveld, rivier en beekbegeleidend bos. Het ontwerp bestaat uit een stelsel van ondiepe, laag dynamische geulen met slikkige, deels rietbegroeide oevers in de hele uiterwaard. De droge delen verruigen en met name op de hogere delen komt ooibos tot ontwikkeling. Naast de geulen worden ook een aantal bestaande laagtes uitgediept en een aantal nieuwe, ondiepe poelen gegraven. De ondiepe poelen zijn niet permanent watervoerend, maar worden gevoed door regenwater dat in droge perioden langzaam zal uitzakken (Natuurmonumenten, Bureau Drift, H+N+S, 2022). Het gebied wordt vrij toegankelijk en met name in de eerste jaren worden een aantal doorgaande wandelroutes uitgemaaid. Het definitief ontwerp voor de toekomstige situatie van het plangebied is weergegeven in afbeelding 2.4.
14 | 55
Witteveen+Bos| 130339/23-019.386 | Definitief
Afbeelding 2.4 Definitief ontwerp De Lymen
15 | 55
Witteveen+Bos| 130339/23-019.386 | Definitief
3 BELEIDSKADER In dit hoofdstuk wordt voor onderhavig plan relevante ruimtelijk beleid beschreven. Aangegeven wordt wat de relatie is tussen het plan en het beleid en getoetst wordt of het plan in overeenstemming is met het geldende beleid.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Omgevingswet
Naar verwachting treedt de Omgevingswet (voortaan: Ow) op 1 januari 2024 in werking. De Ow betreft een wet die een verregaande vereenvoudiging van het stelsel van wetgeving voor de ontwikkeling en het beheer van de leefomgeving (omgevingsrecht) beoogt, door tientallen op dit moment vigerende wetten en honderden regels te bundelen in 1 nieuwe wet. De Ow betekent een aanzienlijke inhoudelijke reductie van regels op het terrein van water, lucht, bodem, natuur, infrastructuur, gebouwen en cultureel erfgoed. Het overgangsrecht in de Invoeringswet Omgevingswet (voortaan: IOw) en het Invoeringsbesluit Omgevingswet regelt de verhouding tussen nieuwe en bestaande regelgeving. Paragraaf 11.2 van de IOw bevat het overgangsrecht voor de kerninstrumenten van de Ow: de Omgevingsvisie, programma’s, het omgevingsplan, de omgevingsverordening en waterschapsverordening, algemene rijksregels, de omgevingsvergunning, het projectbesluit en instructieregels. De uitwerking van het overgangsrecht kan overigens nog wijzigen in aanloop richting inwerkingtreding. Relatie met voorliggend bestemmingsplan Op het moment van inwerkingtreding van de Ow, gaat dit bestemmingsplan op in het omgevingsplan van de gemeente Wijchen. Bij inwerkingtreding van de Ow heeft namelijk iedere gemeente van rechtswege één omgevingsplan (artikel 22.1 Ow).
Het overgangsrecht, beschreven in IOw, regelt dat de gemeente vanaf de inwerkingtreding in ieder geval een omgevingsplan heeft dat gevuld is met (1) de regels die van rijksniveau naar gemeenteniveau gaan en (2) de bestaande ruimtelijke plannen en een aantal verordeningen (artikel 1.1, onderdeel JI IOw). Deze 2 onderdelen vormen samen het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Bestaande ruimtelijke plannen en verordeningen worden dus onderdeel van het omgevingsplan. Het gaat om de volgende plannen en verordeningen: - bestemmingsplannen (Wet ruimtelijke ordening, Crisis- en herstelwet); - wijzigingsplannen (Wet ruimtelijke ordening); - uitwerkingsplannen (Wet ruimtelijke ordening); - beheersverordeningen (Wet ruimtelijke ordening); - inpassingsplannen (Wet ruimtelijke ordening, Crisis- en herstelwet); - exploitatieplannen (Wet ruimtelijke ordening); - voorbereidingsbesluiten inclusief tracébesluiten die als voorbereidingsbesluit gelden (Wet ruimtelijke ordening); - archeologieverordeningen (Monumentenwet 1988); - geurverordening (Wet geurhinder en veehouderij); - verordeningen afvoer regen- en grondwater (Wet milieubeheer). Procedure
16 | 55
Witteveen+Bos| 130339/23-019.386 | Definitief
Het huidige recht op grond van de Wro is van toepassing op procedures die voor de inwerkingtreding van de Ow zijn gestart. Op dit bestemmingsplan is derhalve de Ow niet van toepassing, omdat de officiële procedure van dit bestemmingsplan gestart is voor de inwerkingtreding van de Ow.
3.1.2
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Op 11 september 2020 is de Nationale omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met ambities. Daarnaast beschrijft de NOVI nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. Waar de opgaven vragen om een geïntegreerde benadering, komen deze samen in 4 prioriteiten: 1 ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2 een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel; 3 sterke en gezonde steden en regio’s; 4 een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Relatie met voorliggend bestemmingsplan Voorliggend bestemmingsplan draagt bij aan de toekomstbestendigheid en verbetering van de waterveiligheid van de rivier, en daarmee aan de eerste prioriteit van de NOVI. Bovendien geeft dit bestemmingsplan uitvoering aan het belang van een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied, welke wordt beschreven in het NOVI.
Het NOVI stelt biodiversiteit, het vinden van een balans tussen de ontwikkeling van natuur en landbouw en het creëren van een prettige omgeving om te wonen, werken en recreëren als doelen. In de uiterwaard De Lymen realiseren Rijkswaterstaat en Vereniging Natuurmonumenten een natuurgebied waarin ruimte is voor de natuur en recreatie. Voorliggend bestemmingsplan in daarom in lijn met de Nationale Omgevingsvisie.
3.1.3
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening bevestigt in juridische zin de kaderstellende uitspraken uit de NOVI ten aanzien van de daarin genoemde nationale belangen. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan de versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en de vermindering van bestuurlijke drukte. Het Barro stelt regels op basis van veertien nationale belangen: 1 Rijksvaarwegen; 2 project Mainportontwikkeling Rotterdam; 3 kustfundament; 4 grote rivieren; 5 Waddenzee en waddengebied; 6 defensie; 7 hoofdwegen en landelijke spoorwegen; 8 elektriciteitsvoorziening; 9 buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen; 10 Natuurwetwerk Nederland; 11 primaire waterkeringen buiten het kustfundament; 12 IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); 13 erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde; 14 ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Voor het plangebied zijn de regels voor grote rivieren en de regels voor Natuurnetwerk Nederland (in de provincie Gelderland aangeduid als GNN) relevant. De regels voor grote rivieren bestaan uit regels waar een
17 | 55
Witteveen+Bos| 130339/23-019.386 | Definitief
bestemmingsplan dat betrekking heeft op het stroomvoerend deel van het rivierbed aan moet voldoen. Hierin wordt bepaald dat wijzigingen ten opzichte van het daaraan voorafgaande bestemmingsplan alleen toegestaan zijn wanneer een of meer van de bepaalde activiteiten mogelijk worden gemaakt. Een van de activiteiten die in de regels wordt benoemd is het verwezenlijken, verbeteren of beheren van een natuurterrein. Dit is de activiteit wat door voorliggend bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt. Het bestemmingsplan is daarmee in overeenstemming met de regels voor grote rivieren in het Barro. De regels voor Natuurnetwerk Nederland in het Barro bestaan uit voorschriften voor regels in de provinciale verordeningen die het Natuurnetwerk Nederland beschermen. Het Barro bepaalt dat in een provinciale verordening moet worden opgenomen dat een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een gebied behorende tot het Natuurnetwerk Nederland geen activiteiten mogelijk mag maken die per saldo leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden of tot een significante verminderen van de oppervlakte van die gebieden leidt. In voorliggend bestemmingsplan zijn de gevolgen voor het Natuurnetwerk Nederland juist positief. Het bestemmingsplan is daarmee in overeenstemming met de regels voor het Natuurnetwerk Nederland in het Barro.
Relatie met voorliggend bestemmingsplan Bij het opstellen van bestemmingsplannen dient rekening te worden gehouden met de bepalingen van het Barro. Voor voorliggende bestemmingsplan zijn de regels voor grote rivieren en Natuurnetwerk Nederland relevant. Voorliggend bestemmingsplan is overeenkomstig met de regels voor grote rivieren en Natuurnetwerk Nederland. Voorliggend bestemmingsplan in daarom in lijn met het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening.
3.1.4
Beleidsregels grote rivieren
De beleidsregels grote rivieren, welke berusten op artikel 6.12 van het Waterbesluit, bevatten regels voor activiteiten en ruimtelijke ontwikkelingen in het rivierbed van grote rivieren, met als doel om de beschikbare afvoer- en bergingscapaciteit van het rivierbed te behouden, om op die manier voldoende ruimte te creëren voor de rivier. De beleidsregels gelden ook voor het rivierbed van de Maas. De beleidsregels kennen regels voor het rivierbed met een bergend regime en rivierbed met een stroomvoerend regime. Relatie met voorliggend bestemmingsplan Het rivierbed en de uiterwaard binnen het plangebied kent een ‘stroomvoerend’ regime. Conform artikel 5 lid f van de beleidsregels grote rivieren is het realiseren of verbeteren van natuur in het gedeelte van het rivierbed waarop het stroomvoerend regime van toepassing is, toegestaan. Voorliggend bestemmingsplan is daarom in lijn met de beleidsregels grote rivieren.
3.1.5
Kaderrichtlijn Water
De kaderrichtlijn Water (hierna: KRW) is een Europese richtlijn die in 2000 van kracht is geworden en als doel heeft om de kwaliteit van oppervlakte- en grondwater in Europa te waarborgen. De Rijksoverheid vertaalt de KRW in verschillende beleidsuitgangspunten, kaders en instrumenten. Een van deze kaders is het KRW-programma voor de Maas. In het KRW-programma van de Maas is de aanleg van hoogwatergeulen in uiterwaard De Lymen opgenomen als maatregel. Relatie met voorliggend bestemmingsplan In de KRW is een KRW-programma voor de Maas als maatregel opgenomen. Het realiseren van hoogwatergeulen in uiterwaard De Lymen is onderdeel van dit programma. Dit bestemmingsplan geeft daarmee gedeeltelijk uitvoering aan de KRW.
3.1.6
Nationaal Water Programma
18 | 55
Witteveen+Bos| 130339/23-019.386 | Definitief
Het Nationaal Water Programma (NWP) geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. Het Rijk werkt met het NPW aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Het NWP beschrijft op hoofdlijnen het nationale waterbeleid en het beheer van de rijkswateren en rijksvaarwegen. Voor het waterbeleid is het NWP een uitwerking van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Het Rijk formuleert 3 hoofdambities voor het NWP: - een veilige en klimaatbestendige delta; - een concurrerende, duurzame en circulaire delta; - een schone en gezonde delta met hoogwaardige natuur. Binnen de hoofdambitie ‘een schone en gezonde delta met hoogwaardige natuur’ neemt het Rijk onder andere maatregelen voor een natuurlijkere inrichting van de grote wateren om de doelen van de KRW te bereiken. Relatie met voorliggend bestemmingsplan Voorliggend bestemmingsplan maakt het mogelijk om in uiterwaard De Lymen maatregelen te treffen die bijdragen aan de KRW-doelstellingen. Het behalen van de KRW-doelstellingen is in het NWP een centrale opgave. Voorliggend bestemmingsplan is daarmee overeenkomstig met het Nationaal Water Programma.
3.1.7
Nationaal Bestuursakkoord Water
Met het National Bestuursakkoord Water (NBW) leggen het Rijk, het Interprovinciaal Overleg, de Unie van Waterschappen en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten vast op welke wijze, met welke middelen en langs welk tijdspad zij gezamenlijk de grote wateropgave voor Nederland in de eenentwintigste eeuw willen aanpakken. Het akkoord benadrukt de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het op orde krijgen en houden van het totale watersysteem. Het NBW geeft aan welke instrumenten ingezet worden om de opgaven te realiseren, welke taken en verantwoordelijkheden iedere partij daarbij heeft en hoe partijen elkaar in staat willen stellen hun taken uit te voeren. In het NBW worden stappen afgesproken om tot maatregelen te komen die een aantoonbaar effect hebben op het bereiken van KRW-doelen. Relatie met voorliggend plan De initiatiefnemers van de ontwikkeling, welke voorliggend bestemmingsplan mogelijk maakt, zijn Rijkswaterstaat en Vereniging Natuurmonumenten. Rijkswaterstaat is, als onderdeel van het Rijk, aangesloten bij het NBW. De realisatie van hoogwatergeulen en een natuurgebied in uiterwaard draagt direct bij aan het behalen van de KRW-doelstellingen. Voorliggend bestemmingsplan is daarmee in overeenstemming met het Nationaal Bestuursakkoord Water.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland
De Provinciale Staten van Gelderland hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (hierna: de Omgevingsvisie) vastgesteld. Deze is in werking getreden op 1 maart 2019. Het doel van de Omgevingsvisie is: een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland, vanuit het verleden én met oog op de toekomst. De provincie is als middenbestuur een belangrijke schakel bij het bereiken van deze doelstellingen en wil op een aantal manieren waarde toevoegen: - met een brede blik kijken naar de inrichting en kwaliteit van de Gelderse leefomgeving; - stimuleren van ontwikkelingen enerzijds en beschermen van waarden anderzijds; - focussen op duurzaamheid, onderlinge verbondenheid en een economisch krachtig Gelderland. De provincie heeft 7 ambities opgesteld om de focus verder te verdiepen. De 7 ambities zien op de volgende thema’s: energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en de woon- en leefomgeving. Per ambitie is de provinciale aanpak beschreven.
19 | 55
Witteveen+Bos| 130339/23-019.386 | Definitief
Relatie met voorliggend bestemmingsplan De ontwikkeling in voorliggend bestemmingsplan past binnen de ambitie biodiversiteit en klimaatadaptatie uit de Omgevingsvisie. Binnen de ambitie biodiversiteit staat het beschermen en versterken van het Gelders Natuurnetwerk voorop. Binnen de ambitie klimaatadaptatie stelt de provincie als doel om in 2050 optimaal beschermd te zijn te kunnen meebewegen met het veranderd klimaat. De ontwikkeling die voorliggend bestemmingsplan mogelijk maakt draagt direct bij aan deze ambities. Bovendien stimuleert de provincie in de Omgevingsvisie extensieve vormen van recreatie en toerisme wanneer deze verenigd worden met de natuur- en landschapsdoelstellingen. Voorliggend bestemmingsplan geeft invulling aan het versterken van de Gelderse natuur, klimaatadaptatie en maakt tegelijkertijd extensief toerisme mogelijk. Het bestemmingsplan is daarmee in overeenstemming met de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland.
3.2.2
Omgevingsverordening Gelderland
De Provinciale Staten van Gelderland hebben op 24 september 2014 de Omgevingsverordening Gelderland (hierna: Omgevingsverordening) vastgesteld. Hierna zijn een aantal aanpassingen en actualisatieplannen doorgevoerd, waarna in januari 2023 een geconsolideerde versie is gepubliceerd. De Omgevingsverordening bevat regels voor de leefomgeving welke betrekking kunnen hebben op het gehele provinciale grondgebied of op delen daarvan en bevat gebiedsgerichte thema’s. Bestemmingsplannen moeten afgestemd zijn op de in de Omgevingsverordening opgenomen regels. De regels in de Omgevingsverordening zijn gebaseerd op de provinciale Omgevingsvisie en hebben de status van algemeen verbindende voorschriften. Relatie met voorliggend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied gelden vanuit de Omgevingsverordening de volgende gebiedsaanduidingen, en daarbij horende regels: glastuinbouwbedrijf buiten een glastuinbouwontwikkelingsgebied, Gelders Natuurnetwerk, verbodsgebied varend ontgassen. De gebiedsaanduidingen glastuinbouwbedrijf buiten een glastuinbouwontwikkelingsgebied en verbodsgebied varend ontgassen hebben geen invloed op de voorgenomen tijdelijke ontwikkeling. Binnen de gebiedsaanduiding Gelders natuurnetwerk wordt een nieuw bestemmingsplan alleen toegelaten als die geen nadelige gevolgen kan hebben voor de kernkwaliteiten, het oppervlakte of de samenhang van het gebied.
De ontwikkeling die voorliggend bestemmingsplan mogelijk maakt heeft positieve gevolgen voor het gebied behorende tot het Gelders Natuurnetwerk. Dit wordt in paragraaf 4.6 nader toegelicht. De Omgevingsverordening Gelderland is in lijn met voorliggend bestemmingsplan.
3.2.3
Regionaal waterprogramma 2021-2027
Op 15 december 2021 hebben de Provinciale Staten van Gelderland het Regionaal waterprogramma 2021-2027 vastgesteld. In het Regionaal waterprogramma beschrijft de provincie Gelderland de opgaven en ambities met betrekking tot water. Bovendien beschrijft de provincie concrete maatregelen die gaan bijdragen aan de ambities uit de Gelderse Omgevingsvisie op het gebied van water. Door middel van het Regionaal waterprogramma werkt de provincie onder andere toe naar het behalen van de doelstellingen van de KRW. Relatie met voorliggend bestemmingsplan De ontwikkeling die voorliggend bestemmingsplan mogelijk maakt draagt direct bij aan de doelstelling van de KRW en past daarmee binnen het Regionaal waterprogramma 2021-2017.
20 | 55
Witteveen+Bos| 130339/23-019.386 | Definitief
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Interprovinciale structuurvisie Meanderende Maas
De interprovinciale structuurvisie Meanderende Maas (hierna: interprovinciale structuurvisie) is op 1 juli 2020 vastgesteld door de Provinciale Staten van Gelderland. De interprovinciale structuurvisie is een samenwerking tussen waterschap Aa en Maas als trekker, de provincies Noord-Brabant en Gelderland, de gemeenten Oss, West Maas en Waal en Wijchen, het waterschap Rivierenland, de Vereniging Natuurmonumenten, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Rijkswaterstaat. Het doel van de interprovinciale structuurvisie is het verbeteren van het huidige waterbeheer om, in het licht van de stijgende zeespiegel en de bijbehorende stijgende kans op hoogwater in grote rivieren, de veiligheid van de inwoners van Nederland te kunnen garanderen. De interprovinciale structuurvisie kent 2 inhoudelijke onderdelen: een concreet pakket aan maatregelen die vóór 2028 gerealiseerd moeten worden, en een toekomstbeeld dat doorkijkt naar 2050. Aan het samenhangend maatregelenpakket voor 2028 is invulling gegeven aan de hand van 8 thema’s: 1 veilige en herkenbare dijken; 2 winterbedmaatregelen; 3 invulling van natuur- en kwaliteitswaarden; 4 het realiseren van routestructuren, entrees en culturele hotspots; 5 het versterken van gezichten van de Maas; 6 herstel bakenbomen; 7 toegang Burgemeester Delenkanaal; 8 duurzaamheid.
Het toekomstbeeld voor 2050 is uitgewerkt aan de hand van 8 doelen, welke ieder bestaan uit een aantal opgaven. De 8 doelen voor het toekomstperspectief zijn als volgt: 1 dijken veilig maken; 2 rivierverruiming; 3 ruimtelijke kwaliteit versterkten en beleefbaar maken; 4 natuur behouden en versterken; 5 vrijetijdseconomie versterken; 6 woonklimaat en de vitaliteit van de kernen verbeteren; 7 ondernemerschap stimuleren; 8 duurzaamheid bevorderen. De ontwikkeling die voorliggend bestemmingsplan mogelijk maakt draagt direct bij aan de doelen ruimtelijke kwaliteit versterken en beleefbaar maken en natuur behouden en versterken. Relatie met voorliggend bestemmingsplan In het pakket van concrete maatregelen zijn, voor het deelgebied waarin De Lymen gesitueerd is (Dieden & Demen), winterbedmaatregelen opgenomen. De inhoud van de wintermaatregelen in dit deel van de projectlocatie van de Meanderende Maas is geheel conform de plannen die Vereniging Natuurmonumenten heeft voor dit plangebied. Deze plannen van Vereniging Natuurmonumenten bestaan onder andere uit het transformeren van uiterwaard De Lymen naar een natuurgebied met hoogwatergeulen. Bovendien draagt de realisatie van hoogwatergeulen en een natuurgebied direct bij aan meerdere doelen uit het toekomstbeeld voor 2050.
Daarmee is de ontwikkeling die voorliggend bestemmingsplan mogelijk maakt geheel overeenkomstig met de Interprovinciale structuurvisie Meanderende Maas.
3.3.2
Waterbeheerprogramma 2022-2027 waterschap Rivierenland
Het waterbeheerprogramma 2022-2027 ‘Versterken. Verbinden. Vergroenen.’ is op 26 november 2021 vastgesteld door het Algemeen Bestuur van waterschap Rivierenland. Het waterbeheerprogramma (hierna:
21 | 55
Witteveen+Bos| 130339/23-019.386 | Definitief
WBP) bestaat uit 7 inhoudelijke thema’s waarvoor door het waterschap doelen, invoeringsstrategieën en maatregelen zijn gedefinieerd. Deze 7 thema’s zijn als volgt: 1 beschermen voor overstromingen; 2 water eerlijk verdelen; 3 voorbereiden op extreem weer; 4 werken aan schoon water; 5 bijdragen aan een fijne leefomgeving voor mens en natuur; 6 toewerken naar klimaat- en energieneutraliteit; 7 toewerken naar circulariteit. Relatie met voorgenomen ontwikkeling Binnen het thema ‘beschermen tegen overstromingen’ spreekt het waterschap onder andere de ambitie uit dat rivierdijken in 2050 landschapselementen zijn die ruimte bieden aan natuur, recreatie en energieopwekking. Bovendien neemt de kans op een waterstand die leidt tot overstroming af als gevolg van de waterstandsdaling door de hoogwatergeulen. Binnen het thema ‘bijdragen aan een fijne leefomgeving voor mens en natuur’ streeft het waterschap naar het vergroten van de biodiversiteit, het verbeteren van de natuurwaarden en het verbeteren van de mogelijkheden voor recreatie, natuur en beleving van het water binnen het beheergebied van het waterschap. De ontwikkeling die voorliggend bestemmingsplan mogelijk maakt draagt direct bij aan deze ambities die in het WBP worden genoemd. Dit bestemmingsplan is dan ook conform het WBP van waterschap Rivierlanden.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Structuurvisie Wijchen
De structuurvisie Wijchen is op 2 juni 2009 vastgesteld door de gemeenteraad van Wijchen. De structuurvisie is een doorvertaling van de 8 strategische opgaven die zijn geformuleerd in de strategische visie Wijchen 2025, zoals in 2007 is vastgesteld. De gemeente gaat uit van een compacte groei en het benutten van de potenties van bestaand stedelijk gebied zonder daarbij de bestaande kwaliteit aan te tasten, in combinatie met een vitaal platteland en sterke kleine kernen. De gemeente wil ondermeer: - herstellen van hydrologie kwelgebieden in Oost-Wijchen; - ontwikkeling en versterking van de ecologische verbindingszone Heumen - Horssen; - aanleg van landschapselementen en (erf)beplanting, die passen bij het gebied; - versterken van cultuurhistorische landschapselementen en patronen; - nieuwe woningen in het buitengebied alleen in geval van functieverandering of landgoederen in het kader van de Natuurschoonwet; - kleinschalige bedrijvigheid in het kader van verbreding van de landbouw in het buitengebied; - ruimte voor versterking en ontwikkeling van de agrarische sector; - behoud en versterking van bestaande recreatieterreinen; - extensieve recreatie in het landelijk gebied door een goede en aantrekkelijke ontsluiting; - behoud en versterking van een goed woon- en leefomgeving.
Relatie met voorliggend bestemmingsplan De ontwikkeling die voorliggend bestemmingsplan mogelijk maakt draagt bij aan het versterken van natuurgebieden en bijbehorende extensieve recreatie in Wijchen en behelst de realisatie van landschapselementen die passen bij het gebied. De ontwikkeling voorziet in het transformeren van agrarische gronden naar een natuurgebied. Dit is strijdig met de wens voor ruimte voor versterking en ontwikkeling van de agrarische sector. Echter draagt de ontwikkeling in grote mate bij aan andere doelstelling, zowel op gemeentelijk als op gemeente-overstijgend niveau. Voorliggend bestemmingsplan is daarom in overeenstemming met de gemeentelijke Structuurvisie.
22 | 55
Witteveen+Bos| 130339/23-019.386 | Definitief
4 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN In het kader van gemeentelijke besluitvorming dient bij een bestemmingsplan door middel van een integrale ruimtelijke benadering nadrukkelijk rekening te worden gehouden met de consequenties van het plan voor de omgeving en omwonenden. Het bevoegd gezag is namelijk verantwoordelijk voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Dit gebeurt in het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening’. Het beginsel van een goede ruimtelijke ordening is van toepassing voor alle ruimtelijke ontwikkelingen. De effecten op de leefomgeving worden in dit hoofdstuk door de bespreking van diverse omgevingsaspecten in beeld gebracht en afgewogen, en hiermee wordt de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan aangetoond. Een aantal milieu-en omgevingsaspecten zijn, door de aard van de ontwikkeling, niet relevant voor dit bestemmingsplan. Deze milieu- en omgevingsaspecten, welke zijn opgesomd in tabel 4.1, zijn daarom buiten beschouwen gelaten in dit bestemmingsplan.
Tabel 4.1 Opsomming niet-relevante milieueffecten Effect
Reden niet relevant
trillingen en laagfrequent geluid
richtlijnen betreffende trillingen en laagfrequent geluid zijn van toepassing op nieuwbouw. Binnen voorliggend bestemmingsplan is bebouwing/nieuwbouw niet toegestaan
geur
bij ruimtelijke planvorming moet het aspect geur beoordeeld worden wanneer een geurgevoelige functie mogelijk wordt gemaakt of een geurbron mogelijk wordt gemaakt of gewijzigd. Dit bestemmingsplan voorziet niet in één van deze activiteiten
elektromagnetische zones
er zijn binnen of nabij het plangebied geen hoogspanningsverbindingen die hinder kunnen opleveren
kabels en leidingen
er zijn geen planologisch relevante kabels of leidingen binnen het plangebied
lichthinder, bezonning en reflectie
het bestemmingsplan staat geen functies toe die lichthinder veroorzaken of hiervan hinder ondervinden
slagschaduw
er bevinden zich in of in de directe nabijheid van het plangebied geen windmolens die slagschaduw kunnen veroorzaken
wind
het bestemmingsplan maakt geen bebouwing mogelijk die mogelijk windhinder of windgevaar ondervinden
sociale veiligheid
het bestemmingsplan maakt geen functies mogelijk waar mensen wonen of voor langere tijd verblijven. Bovendien is het natuurgebied geen onderdeel van een doorgaande route en zullen mensen dus niet onvrijwillig (in het donker) in het gebied verblijven
23 | 55
Witteveen+Bos| 130339/23-019.386 | Definitief
4.1
M.e.r.-beoordelingsplicht
4.1.1
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Ingevolge artikel 7.2 Wet milieubeheer zijn in het Besluit milieueffectrapportage activiteiten aangewezen die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu, of ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. Activiteiten die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu zijn opgenomen in bijlage C van het Besluit milieueffectrapportage. Activiteiten waarvoor een beoordeling van het bevoegd gezag nodig is, zijn opgenomen in bijlage D. Voor elk besluit dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen in bijlage D en onder de genoemde drempelwaarden vallen, moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Voor activiteiten die boven die drempelwaarde vallen is een reguliere m.e.r.-beoordeling verplicht. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is het gevolg van de uitspraak van het Europese hof over de manier waarop de EU-richtlijn in de Nederlandse regelgeving was geïmplementeerd. De essentie van die uitspraak is dat altijd een m.e.r. noodzakelijk is als belangrijke nadelige milieugevolgen niet kunnen worden uitgesloten. De drempelwaarden in het Besluit m.e.r.
(kolom 2 ‘gevallen’ in de D-lijst) zijn gebaseerd op algemene kenmerken van een activiteit en een globale aanname dat bij gevallen onder de drempelwaarde geen belangrijke nadelige milieugevolgen zullen optreden. Dat hoeft echter niet altijd het geval te zijn. In bepaalde gevallen kan een activiteit met een kleinere omvang wel degelijk belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is daarom bedoeld als waarborg dat in dergelijke gevallen de m.e.r.(-beoordelingsplicht) niet over het hoofd wordt gezien. Het ten onrechte niet doorlopen van een m.e.r. doet immers geen recht aan de bedoeling van een m.e.r. en is een risico in de procedure. In dit bestemmingsplan is sprake van activiteiten die binnen de categorieën ontgronding (C16.1) en realiseren waterstandsdaling (D3.2) vallen, welke volgens het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-(beoordelings)plichtig zijn. C16.1 - Ontgronden Het besluit ten aanzien van ontgronding is een ontgrondingsvergunning. Het bijbehorende plan is een kaderstellend bestemmingsplan. Gezien voorliggend bestemmingsplan niet kaderstellend is, is er voor de categorie ontgrondingen (C16.1) geen m.e.r.-(beoordelings)plicht.
D3.2 - Realiseren waterstandsdaling Voor het realiseren van waterstandstandsdaling moet een m.e.r.-procedure worden doorlopen waarbij categorie D3.2 (‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van werken inzake kanalisering of ter beperking van overstromingen, met inbegrip van primaire waterkeringen en rivierdijken’) van toepassing is. De moederbesluiten voor deze activiteit zijn het bestemmingsplan en het Projectplan Waterwet. Er geldt voor deze categorie geen drempelwaarde, aangezien de kolom ‘gevallen’ leeg is. Daarom is de voorgenomen ontwikkeling in uiterwaard De Lymen m.e.r.-beoordelingsplichtig. Het bevoegde gezag bepaalt op basis van de m.e.r.-beoordelingsnotitie of er sprake is van aanzienlijke milieueffecten waarvoor het doorlopen van de procedure voor milieueffectrapportage noodzakelijk is. Het bevoegd gezag voor de m.e.r.-beoordeling is de gemeente Wijchen. Uit de m.e.r.-beoordeling (zie bijlage II) blijkt dat op basis van de kenmerken van het project, de plaats van het project en de potentiële effecten van het project er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu worden verwacht. Ook aard, plaats, potentiële effecten en cumulatieve effecten in samenhang beschouwd zijn er geen belangrijke nadelige effecten te verwachten. Hierdoor is het doorlopen van een procedure voor milieueffectrapportage niet noodzakelijk.
24 | 55
Witteveen+Bos| 130339/23-019.386 | Definitief
Tabel 4.2 Uitsnede bijlage D Besluit milieueffectrapportage Activiteiten
Plannen
Besluiten
D3.2
de aanleg, wijziging of uitbreiding van werken inzake kanalisering of ter beperking van overstromingen, met inbegrip van primaire waterkeringen en rivierdijken
de structuurvisie, bedoeld in de artikelen 2.1, 2.2 en 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening, en de plannen, en bedoeld in de artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet en het plan, bedoeld in de artikelen 4.1 en 4.4 van de Waterwet
de goedkeuring van de gedeputeerde staten van het projectplan, bedoeld in artikel 5.7, eerste lid, van de Waterwet of, bij het ontbreken daarvan, het projectplan, bedoeld in 5.4, eerste lid, van die wet, of, indien artikel 5.4 , zesde lid, van die wet van toepassing is, de vaststelling van het tracé op grond van de Tracéwet of de Spoedwet wegverbreding door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat of het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet
4.2
Verkeer en parkeren
Door de voorgenomen ontwikkeling kunnen wijzigingen optreden in het verkeerspatroon. In deze paragraaf worden de effecten van de ontwikkeling op de verkeersgeneratie en het parkeren besproken. Eerst komt aan bod wat het effect van de ontwikkeling is op de verkeersgeneratie en ontsluiting van het plangebied. Daarna worden de parkeerbehoefte- en capaciteit behandeld.
4.2.1
Toetsingskader
Ten aanzien van het aspect verkeer en parkeren bestaat geen wettelijk voorgeschreven toetsingskader voor bestemmingsplannen.
4.2.2
Resultaten
Het gehele gebied wordt vrij toegankelijk voor voetgangers. Er worden een aantal doorgaande wandelroutes uitgemaaid. Mogelijk wordt op een steunberm aan de buitenkant van de dijk een fietspad voorzien. De realisatie van de steunberm is onderdeel van het voornemen van Natuurmonumenten, het fietspad niet. Het fietspad is in de planregels wel mogelijk gemaakt. Overig verkeer is niet toegestaan in het natuurgebied. Ontsluiting van het plangebied De ontsluiting van het plangebied vindt plaats via de Maasdijk. Via de Maasdijk is de N329, en daarmee de N322 en vervolgens de A50 eenvoudig te bereiken. De ontwikkeling heeft een beperkt verkeersaantrekkende werking, omdat alleen recreatief medegebruik wordt gefaciliteerd voor het natuurgebied. De verkeerstoename zal zeer minimaal zijn, ook omdat het gebied hoofdzakelijk door recreanten vanuit de directe omgeving wordt gebruikt. Daarnaast is sprake van incidentele verkeerswegingen voor het beheer van het natuurgebied. De ontsluitingswegen kunnen het eventuele extra verkeer dat gegeneerd wordt verwerken zonder dat sprake is van belemmering van de doorstroming. Parkeren De parkeerbehoefte van bezoekers van het natuurgebied zal buiten het plangebied worden opgevangen. Bezoekers van het natuurgebied parkeren in het gebied ten oosten van de kern Batenburg (parkeerplekken ‘Boombeelden’), waar voldaan kan worden aan de parkeerbehoefte.
25 | 55
Witteveen+Bos| 130339/23-019.386 | Definitief
4.2.3
Conclusie
De ontwikkeling die voorliggend bestemmingsplan mogelijk maakt heeft een beperkte verkeersaantrekkende werking. Rond het plangebied wordt voldaan aan de parkeerbehoefte van bezoekers. Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van voorliggende bestemmingsplan.
4.3
Geluid
Bij het opstellen van een bestemmingsplan dient het aspect geluid beoordeeld te worden. Bij het aspect geluid gaat het om het ruimtelijke mogelijk maken van een geluidsbron (zoals wijzigingen aan een weg, spoorweg of industrie) enerzijds en aan bestemmingen die een zekere mate van rust nodig hebben (zoals woningen, scholen of ziekenhuizen) anderzijds. Ruimtelijke plannen moeten voldoen aan de wet- en regelgeving die is opgenomen in de Wet geluidhinder (Wgh), de Wet milieubeheer (Wm) en onderliggende besluiten en regelingen.
4.3.1
Toetsingskader
Conform de Wet geluidhinder hoeft er in het kader van een gewijzigde situatie buiten een geluidzone geen formele toetsing plaats te vinden aan de Wet geluidhinder omdat voorliggend bestemmingsplan niet voorziet in het mogelijk maken van of wijzigen van een (spoor)weg of de oprichting van geluidsgevoelige objecten. Wel moet getoetst worden of het voornemen voldoet aan een goede ruimtelijke ordening.
4.3.2
Resultaten
Er zijn geen effecten van de hoogwatergeulen en het natuurgebied op de omgeving in het kader van geluid. Tijdens de realisatiefase kan er enige geluidsoverlast ontstaan voor de omgeving. Deze overlast is van zeer tijdelijke aard. In de gebruiksfase is er sprake van zeer beperkte verkeersaantrekkende werking door recreatief gebruik van het natuurgebied. Dit zorgt voor een beperkte toename in verkeersgeluid in de omgeving van het plangebied. In de huidige situatie worden de landbouwgronden in het gebied bewerkt met landbouwmachines. In de toekomstige situatie worden grazers ingezet voor het beheer van het gebied, in combinatie met beperkte maaiwerkzaamheden. Dit zorgt in de toekomstige situatie voor een reductie van geluid in het plangebied.
4.3.3
Conclusie
Voor het aspect geluid is formele toetsing aan de Wgh niet aan de orde. Er vinden in de gebruiksfase geen wijzigingen plaats die een negatieve invloed hebben op de omgeving wat betreft geluid. Er is sprake van goede ruimtelijke ordening. Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van voorliggende bestemmingsplan.
4.4
Luchtkwaliteit
In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. In de Wet milieubeheer (verder: Wm) zijn eisen opgenomen waaraan de luchtkwaliteit in de buitenlucht moet voldoen. Hierbij is onderscheid gemaakt in grenswaarden waaraan nu moet worden voldaan en grenswaarden waaraan in de toekomst moet worden voldaan. De meest kritieke stoffen zijn stikstofdioxide en fijnstof. Voor andere in de Wm genoemde stoffen wordt in Nederland, behoudens bijzondere situaties, overal voldaan aan de vereisten.
26 | 55
Witteveen+Bos| 130339/23-019.386 | Definitief
4.4.1
Toetsingskader
Op grond van artikel 5.16 Wm stelt de gemeenteraad alleen een bestemmingsplan vast wanneer aannemelijk is gemaakt dat: - het bestemmingsplan niet leidt tot het overschrijden van de in de wet genoemde grenswaarden, of; - de luchtkwaliteit als gevolg van het vergunde plan per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft, of bij een beperkte toename, door een met de ontwikkeling samenhangende maatregel of effect, per saldo verbetert, of; - het bestemmingsplan niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van een stof waarvoor in de wet grenswaarden zijn opgenomen, of; - de ontwikkeling is opgenomen of past in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit. De Wm geeft grenswaarden voor de concentraties van onder andere stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10 en PM25). Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient getoetst te worden of de ontwikkeling zorgt voor overschrijding van de grenswaarden. Deze grenswaarden liggen voor zowel NO2 als PM10 op een jaargemiddelde van 40 microgram/m3.
4.4.2
Resultaten
De gemiddelde achtergrondconcentraties op en rondom de locatie gedurende 2020 zijn weergegeven op afbeelding 4.1 en afbeelding 4.2. Op de afbeeldingen is de ligging van het plangebied globaal aangeduid met een rode contour. De achtergrondconcentraties voor NO2 liggen tussen de 10 en 12 microgram per m3 en voor PM10 tussen de 15 en 16 microgram per m3. Voor NO2 en PM10 is 40 microgram per m3 als jaargemiddelde de wettelijke grenswaarde. Dit betekent dat de achtergrondconcentraties ver onder de wettelijke grenswaarde liggen. In de gebruikfase van voorgenomen ontwikkeling is er sprake van een beperkte verkeersaantrekkende werking (zie paragraaf 4.2) en worden er geen activiteiten mogelijk gemaakt die leiden tot een toename van uitstoot van NO2 en PM10. De achtergrondconcentraties blijven ruim beneden de grenswaarden. Tijdens de realisatiefase kan sprake zijn van een verslechterde luchtkwaliteit door het gebruik van machines. Deze situatie is echter beperkt en van een zeer tijdelijke aard.
Afbeelding 4.1 Achtergrondconcentraties NO2 (bron: Atlas Leefomgeving)
27 | 55
Witteveen+Bos| 130339/23-019.386 | Definitief
Afbeelding 4.2 Achtergrondconcentratie PM10 (bron: Atlas Leefomgeving)
4.4.3
Conclusie
De huidige achtergrondconcentraties voor NO2 en PM10 liggen ruim onder de wettelijke grenswaarde van 40 microgram per m3. De situatie tijdens de gebruiksfase overschrijdt de in de Wet milieubeheer vastgelegde grenswaarden niet. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van voorliggende bestemmingsplan.
4.5
Externe veiligheid
Het transport, de opslag en productie van gevaarlijke stoffen brengen risico’s met zich mee door de mogelijkheid dat bij een ongeval gevaarlijke stoffen vrij kunnen komen. De discipline externe veiligheid houdt zich bezig met het beheersen van de hieraan verbonden risico’s voor mensen die zich in de nabijheid van gevaarlijke stoffen bevinden. Daarnaast horen bij externe veiligheid de risico’s volgend uit het in werking hebben van windturbines en luchthavens. Het Nederlandse externe veiligheidsbeleid is gericht op de bescherming van individuen die zich bevinden in beperkt kwetsbare en kwetsbare objecten1. In het kader van het vaststellen van nieuwe ruimtelijke plannen zoals een bestemmingsplan moet worden getoetst of het realiseren van het plan een onacceptabel extern veiligheidsrisico oplevert. Bij de toetsing moet gekeken worden naar 2 soorten risico’s: plaatsgebonden risico en groepsrisico. In deze paragraaf wordt eerst het toetsingskader beschreven met de daarbij behorende definities van het plaatsgebonden en groepsrisico. Daarna komen de risicobronnen die zich in het gebied bevinden aan de orde en is getoetst aan de geldende wet- en regelgeving.
1
In artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen is de definitie opgenomen van kwetsbare objecten en beperkt kwetsbare objecten.
28 | 55
Witteveen+Bos| 130339/23-019.386 | Definitief
4.5.1
Toetsingskader
Externe veiligheid betreft de beheersing van de risico's en gaat om het gebruik, de opslag, de productie en het transport van gevaarlijke stoffen. De gevaarlijke stoffen kennen 2 verschillende bronnen: - stationaire bronnen, zoals een fabriek of een LPG-vulpunt; - mobiele bronnen, zoals transport van gevaarlijke stoffen over (vaar)wegen en door leidingen. Bij externe veiligheid wordt een onderscheid gemaakt tussen het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico is de kans dat een persoon, die zich gedurende een jaar onafgebroken en onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen deze kans 10 -6 (1 op 1.000.000) bedraagt. Binnen deze contour mogen in ieder geval geen kwetsbare objecten (onder andere scholen, gebouwen waar zich veel mensen bevinden en gebouwen waar zich minder zelfredzame personen kunnen bevinden) aanwezig zijn of geprojecteerd worden. Het groepsrisico is de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt vanwege een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico.
4.5.2
Resultaten
Op de uitsnede uit de risicokaart1 op afbeelding 4.3 is de Maascorridor als risicobron in de buurt van het planvoornemen te onderscheiden.
Afbeelding 4.3 Uitsnede signaleringskaart (d.d. 30 maart 2023), rode contour geeft plangebied weer
1 Bron: www.nl.ev-signaleringskaart.nl.
29 | 55
Witteveen+Bos| 130339/23-019.386 | Definitief
Tabel 4.3 Gegevens risicobron Nummer
Eigenaar/beheerder
Risicobron
1
Rijkswaterstaat
Basisnet water (Maascorridor)
Afstand tot plangebied (m) 0
Plaatsgebonden risico Zoals op afbeelding 4.3 te zien is, ligt de projectlocatie niet binnen een plaatsgebonden risicocontour van omliggende risicobronnen. De plaatsgebonden risico van de Maascorridor, onderdeel van het Basisnet Water, ligt maximaal op de oeverlijn. Het plaatsgebonden risico vormt daarom geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Groepsrisico De ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt leidt niet tot een stijging van de personendichtheid binnen het invloedsgebied van het groepsrisico. Het groepsrisico vormt geen belemmering voor voorliggende bestemmingsplan.
4.5.3
Conclusie
Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van voorliggende bestemmingsplan.
4.6
Natuur
In de volgende paragrafen wordt ingegaan op de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het ontwerp vanuit het oogpunt van natuur.