1. ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
3.8.1 Soortenbescherming en gebiedsbescherming
Voor het initiatief is in eerste instantie een quickscan flora en fauna uitgevoerd, zie bijlage 5. Het doel van een quickscan is om te onderzoeken of er vanuit de Wet natuurbescherming beperkingen zijn voor de voorgenomen werkzaamheden en ontwikkelingen op deze locatie. Voor wat betreft de flora worden gezien de groeiplaatsomstandigheden – tuininrichting en verharding – geen beschermde plantensoorten verwacht. In het bureauonderzoek en het veldonderzoek zijn deze ook niet aangetoond. Voor fauna is de planlocatie mogelijk wel geschikt voor voortplantings- en/of rustplaatsen van huismussen, steenmarters en vleermuizen. Tijdens de quickscan zijn deze niet aangetroffen, maar vervolgonderzoek moet nader aantonen of deze ook daadwerkelijk aanwezig zijn. Het plangebied ligt niet binnen het Gelders Natuurnetwerk of de Groene Ontwikkelingszone.
ligging van het plangebied (rood) tov het Gelders Natuurnetwerk (donkergroen) en de Groene Ontwikkelingszone (lichtgroen), bron: quickscan onderzoek flora en fauna
pagina 33
Naar aanleiding van de uitkomsten van de quickscan is aanvullend fauna onderzoek gedaan, zie bijlage 6. Dit onderzoek was gericht op het voorkomen op de planlocatie van huismussen, steenmarters en vleermuizen. In dit vervolgonderzoek zijn geen nestplaatsen van huismussen vastgesteld en ook geen voortplantings- of rustplaatsen van steenmarters. Wat betreft de vleermuizen zijn geen het gebouw in- of uitvliegende vleermuizen vastgesteld. Wel zijn enkele foeragerende vleermuizen en dwergvleermuizen met sociale roep geconstateerd. Het plangebied omvat geen foerageergebied of vliegroute die essentieel is voor de functionaliteit van een voortplantingsplaats of rustplaats. Het advies is om tijdens de werkzaamheden rekening te houden met mogelijke lichtverstoring door bouwlampen door het gebruik hiervan na zonsondergang te minimaliseren buiten de winterslaapperiode (november tot en met februari).
3.8.2 Gebiedsbescherming – stikstof
Het Programma Aanpak Stikstof (PAS) werd als basis gebruikt voor de onderbouwing van effecten van stikstofuitstoot op beschermde natuurgebieden als gevolg van nieuwe activiteiten. Op 29 mei 2019 is door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de uitspraak gedaan dat de PAS niet mag worden gebruikt als basis voor toestemming van activiteiten, uitspraken ECLI:NL:RVS:2019:1603 en ECLI:NL:RVS:2019:1604. Dit naar aanleiding van een oordeel van het Europese Hof van november 2018 dat de positieve gevolgen van maatregelen op vooraf moeten vaststaan. De PAS voldoet niet aan deze voorwaarde. Op grond van deze uitspraken dient in te worden gegaan op de effecten op relevante natuurgebieden als gevolg van de beoogde ontwikkeling. Vooruitlopend op nadere regelgeving dient te worden aangetoond dat er geen sprake is van stikstof effecten op beschermde natuurgebieden. Plan specifiek: Het meest nabije natura 2000-gebied is Rijntakken, op een afstand van ruim 8 kilometer hemelsbreed.
ligging plangebied ten opzichte van Natura 2000 gebied Rijntakken, bron: natura2000 ministerie LNV, www.Natura2000.nl/gebieden
pagina 34
In de bestaande situatie is sprake van een dubbel woonhuis. In de nieuwe situatie is het dubbele woonhuis geamoveerd en vervangen door een woongebouw met 13 wooneenheden. Voor de aanlegfase en de gebruiksfase van het woongebouw is een berekening gemaakt middels de Aerius calculator, zie bijlage 7.
emissiepunten aanlegfase: de bouwlocatie, het verkeer van bouwpersoneel + aan- en afvoer van materiaal
De uitkomst van de berekening is dat er geen depositieresultaten is boven 0,00 mol/ha/jaar. Dit betekent dat er als gevolg van dit project geen significante effecten optreden bij voor stikstof gevoelige habitattypes in het natura 2000-gebied Rijntakken. Andere natura 2000-gebieden liggen eerst op veel grotere afstand van het plangebied. pagina 35
3.9 Cultuurhistorie & archeologie 3.9.1
Cultuurhistorie
In de regels van het paraplu bestemmingsplan cultuurhistorie, vastgesteld op 3 mei 2017, is de locatie opgenomen als een cultuurhistorisch waardevol gebied. In de bijbehorende beschrijving is aangegeven dat in een gebied van hoge stedenbouwkundige waarde intieme geborgenheid, grote maat en stevige stedenbouwkundige dan wel landschappelijke structuur altijd ‘naast’ elkaar staan. De onderlegger van dit parapluplan is de beleidsnota van de gemeente ‘Samen in verscheidenheid’. Onderdeel hiervan is een cultuurhistorische beleidskaart en een cultuurhistorische waardenkaart. Op de beleidskaart is het plangebied opgenomen als ‘zone met beleidsmatige vertaling’, zie ook onderstaand fragment van deze beleidskaart. Er is geen sprake van een karakteristiek of beeldbepalend gebouw. Het plangebied heeft, zoals op de beleidswaardenkaart staat aangegeven, een middelmatige en hoge cultuurlandschappelijke waarde. Van deze kaart is hieronder een fragment opgenomen.
fragment cultuurhistorische beleidskaart gemeente Wijchen en legenda en aanduiding plangebied (rood)
In paragraaf 2.2 is eerder ingegaan op de cultuurhistorie en beeldkwaliteit van het gebied. De kwaliteiten van de omgeving zijn beschreven in deze voorgaande paragraaf.
Op de cultuurhistorische waardenkaart, zie onderstaand fragment, is de Kasteellaan beschreven als een weg ontstaan voor 1832, het is een historische locatie. De planlocatie ligt in een molenbiotoop, zie paragraaf 3.10 en een waardevol dorpsgezicht, zie paragraaf 2.2. In de omgeving zijn diverse gemeentelijke monumenten (het bestaande pand is niet aangemerkt als monument). pagina 36
De bomen langs de Kasteellaan zijn op deze waardenkaart aangemerkt als bomen met historische waarde.
uitsnede cultuurhistorische waardenkaart
3.9.2
Archeologie
Het plangebied ligt volgens de archeologische beleidskaart in een gebied met een hoge archeologische verwachting. Op de beleidskaart is aangegeven dat in de nabije omgeving diverse vindplaatsen zijn aangetroffen. Een hoge verwachting houdt in dat binnen de bebouwde kom archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 60 m2 waarbij aangetoond moet worden, door middel van een rapport, hoe het met de archeologische waarden in de ondergrond gesteld is.
pagina 37
uitsnede archeologische beleidskaart, het plangebied ligt onder de aanduiding ‘24289’
In het plangebied is een verkennend bureau- en booronderzoek gedaan naar archeologische waarden in de ondergrond, zie bijlage 8 (Hamaland Advies, nr. 192595, d.d. 1 september 2020). Bureau onderzoek In het bureauonderzoek is geconcludeerd dat voor de planlocatie in potentie een hoge trefkans is op archeologische resten uit de periode van het Neolithicum tot en met de Nieuwe Tijd. De planlocatie ligt op een rivierduin, in de buurt van water. Op de vroegst geraadpleegde kaarten was de planlocatie in de noordzijde al bebouwd. Deze bebouwing is gesloopt en ook weer nieuwe bebouwing op de plaats is neergezet, dit zal tot verstoring van archeologische waarden in de ondergrond hebben geleid, maar niet is bekend hoe groot de verstoring is. Op grond van de uitkomsten van het bureauonderzoek is een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Booronderzoek Uit de resultaten van het booronderzoek is gebleken dat sprake is van een oud overstoven rivierduin. Op het rivierduin is vanaf de Vroege en Volle Middeleeuwen door plaggenbemesting een dik plaggendek ontstaan, dat afgedekt wordt door een subrecente bouwvoor uit de Moderne Tijd. In het plaggendek is een groot aantal archeologische indicatoren aanwezig die duiden op menselijke bewoning. In ieder geval vanaf de Middeleeuwen. De oude overstoven cultuurlaag in de top van het rivierduin heeft een oude datering, mogelijk in de Romeinse Tijd.
pagina 38
overzicht van aangetroffen archeologische indicatoren in het verkennende booronderzoek, bron: rapport Hamaland.
Conclusie Vanuit het aspect cultuurhistorie bestaat geen belemmering voor het plan. Wat betreft archeologie dient voorafgaand aan de bouw vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuvenonderzoek te worden gedaan wanneer de bodemingrepen dieper reiken dan 35cm -mv. In afstemming met de beleidsadviseur archeologie van de gemeente wordt dit gedaan door archeologische begeleiding van de ondergrondse sloop. En proefsleuvenonderzoek ter plaatse van het uit te graven bouwvlak, indien nodig met doorstart naar een definitief onderzoek (= opgraving) van het bouwvlak. Dit onderzoek vindt plaats vóór de werkzaamheden van de nieuwbouw. Afhankelijk van de uitvoeringsplanning kan dit eventueel ook inéén gedaan worden: archeologische begeleiding van de sloop én van de uitgraving van het bouwvlak. Voorwaarde voor deze begeleiding is dat er voldoende tijd moet zijn voor het archeologische onderzoek tijdens de uitvoeringswerkzaamheden. Op grond daarvan heeft een proefsleuvenonderzoek de voorkeur. In het algemeen geldt dat de dubbelbestemming Waarde Archeologie gehandhaafd blijft, dit is met name relevant voor het overige deel van het terrein.
3.10 Molenbiotoop
De planlocatie ligt binnen de invloed sfeer van de molen aan de Bronckhorstlaan in Wijchen. In het vigerende bestemmingsplan is hiervoor een molenbiotoop als vrijwaringszone opgenomen. Volgens de regels van deze molenbiotoop is de maximale bouwhoogte van bouwwerken gelegen tussen 100 meter en 400 meter afstand van de molen te bepalen op grond van de concrete hemelsbrede afstand in meters, gedeeld door 50 en vermeerderd met 2,55m. Daarbij wordt het hoogte verschil tussen de bovenzijde van de molenbelt en de bouwlocatie hierop verdisconteerd. De bouwlocatie ligt op 250 meter afstand van de molen. De bovenzijde van de molenbelt ligt op ca. 18,5m +NAP, het maaiveld van de bouwlocatie is ca. 8,9m +NAP. Dat maakt een totale maximale bouwhoogte op grond van de molenbiotoop mogelijk van 17,1m, de berekening hiervan is: 250/50 + 2,5 + (18,5 – 8,9). Het bouwplan kent een maximale bouwhoogte van 10,4m en voldoet daarmee aan de regels voor de molenbiotoop.
pagina 39
hoogteprofiel tussen molen en planlocatie, bron: ahn viewer
3.11 Verkeer en parkeren Verkeer Als gevolg van het wijzigen van de locatie van een dubbel woonhuis naar een woongebouw met zorgfunctie voor 13 personen, zal het aantal verkeersbewegingen ter plekke van de Kasteellaan naar verwachting iets toenemen. Het verkeer betreft verzorgend personeel en bezoek voor de bewoners. De bewoners zelf rijden geen auto. De toename heeft geen zodanige omvang dat dit leidt tot overlast op de Kasteellaan. Toegang De inrit wordt van de westzijde van het perceel verplaatst naar de oostzijde, in afstemming met de omwonenden. Via de groenstrook wordt een toegang aangelegd naar de Kasteellaan. Deze toegang wordt aangelegd door de gemeente, op kosten van de initiatiefnemers. Ten behoeve van de bomen is booronderzoek naar de wortels van de bomen gedaan, zie ook paragraaf 2.2 hierboven. Op het achterterrein is voldoende ruimte beschikbaar voor het draaien van auto’s. Parkeren Het parkeren dient te voldoen aan het parkeerbeleidsplan van de gemeente Wijchen. Onderdeel van dit beleidsplan is dat het parkeren op eigen terrein wordt opgelost. Het perceel is zodanig groot dat hier op het achterterrein in kan worden voorzien. In bijlage 9 is een berekening van het aantal benodigde parkeerplaatsen toegevoegd aan deze toelichting.
Voor de berekening is de ligging van het plangebied bepaald matig stedelijk, centrum (bebouwde kom van Wijchen), op grond van het parkeerbeleid van de gemeente. Voor het bepalen van het aantal parkeerplaatsen is geen concrete norm beschikbaar voor een wonen met een zorgfunctie. De toekomstige bewoners – meervoudig gehandicapt – hebben geen eigen auto. Parkeren is nodig voor het verzorgend personeel en bezoek. Op grond hiervan is voor het
pagina 40
berekenen van de benodigde parkeerplaatsen aansluiting gezocht bij de normen voor een verpleeghuis. Uitgaande van een verpleeghuis functie is het totaal aantal benodigde parkeerplaatsen berekend op 9, waarvan de helft voor medewerkers en de helft voor bezoek. De berekening is in bijlage 9 toegevoegd. In de situatietekening zijn deze parkeerplaatsen aangegeven. Een aantal parkeerplaatsen wordt breed uitgevoerd, met een maat voor invalidenparkeren, dit gezien de bewoners. Op het perceel is voldoende ruimte beschikbaar voor deze parkeerplaatsen. Indien gewenst kunnen meer plaatsen worden aangelegd, maar de verwachting is dat deze 9 plaatsen volstaan.
pagina 41
Hoofdstuk 4
Uitvoerbaarheid
4.1 Economische uitvoerbaarheid Het perceel is eigendom van de initiatiefnemers, alle plankosten en de onderzoeken zijn voor rekening van de initiatiefnemers. De procedurele kosten komen voor rekening van de gemeente, deze zullen via de gemeentelijke legesverordening aan de initiatiefnemer worden doorberekend. Voor de gemeente zijn geen andere kosten verbonden aan dit plan, waardoor het vaststellen van een exploitatieplan niet noodzakelijk is. Indien sprake is van aanleg of wijziging aan openbare voorzieningen door of als gevolg van het plan dan worden deze verhaald op de initiatiefnemers. Dit geldt eveneens voor schade aan openbare voorzieningen door of als gevolg van het plan. Met de initiatiefnemer wordt een planschade overeenkomst gesloten waarin wordt verklaard dat de mogelijke planschade voor rekening van de initiatiefnemer komt. De economische uitvoerbaarheid is hiermee aangetoond.
4.2 Overleg en inspraak Door de initiatiefnemers zijn de omwonenden diverse malen geïnformeerd over het plan, zie bijlage 10 bij deze ruimtelijke onderbouwing. De initiatiefnemers hebben een presentatie van de eigen organisatie en van het initiatief gegeven. Naar aanleiding van dit overleg is het oorspronkelijke plan aangepast, aanvankelijk was het plan om het nieuwe pand op de westzijde van het perceel te plaatsen, op verzoek van omwonenden is dit gewijzigd naar de oostzijde. Op deze wijze komt het hoofdvolume op een wat grotere afstand ten opzichte van Kasteellaan 46 en de parkeerplaatsen op een wat grotere afstand van de woningen aan de Meidoornstraat. Voor het projectafwijkingsprocedure is de uitgebreide procedure van toepassing conform afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Onderdeel daarvan is dat het ontwerpbesluit gedurende 6 weken voor een ieder ter visie gelegd. Gedurende deze periode kan door een ieder een reactie worden ingediend.
pagina 42
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1
inrichtingstekening terrein Oosterhout Architecten, d.d. 23 oktober 2020
Bijlage 2
milieukundig bodemonderzoek Ortageo, 211333/R01, d.d. 18 september 2019 verkennend milieukundig bodemonderzoek
Bijlage 3
infiltratieonderzoek en -advies Ortageo, 213444/R01, d.d. 7 oktober 2020
Bijlage 4
watertoets Waterschap Rivierenland, d.d. 26 oktober 2020
Bijlage 5
quickscan flora en fauna Buiting Advies, 19024, d.d. maart 2020
Bijlage 6
aanvullend fauna onderzoek Buiting Advies, 19059, d.d. 22 oktober 2019
Bijlage 7
stikstofemissie berekening Memo stikstof depositie, Oosterhout Achitecten + adviseurs, d.d. 15 februari 2021 inclusief Aerius calculator berekeningen, d.d. 8 februari 2021 – gebruiksfase en d.d. 15 februari 2021 – aanlegfase
Bijlage 8
archeologisch onderzoek Hamaland Advies, 192595, d.d. 1 september 2020 verkennend bureau- en booronderzoek
Bijlage 9
parkeren
Berekening benodigd aantal parkeerplaatsen, d.d. 23 september 2020
Bijlage 10 overleg omwonenden verslag van gevoerd overleg met omwonenden, verslag d.d. 15 februari 2021
Bijlage 11 milieukundig bodemonderzoek – bodemadvies
Bodemadvies omgevingsdienst regio Nijmegen, W.Z20.109616.01, d.d. 10 december 2020, inzake milieukundige bodemonderzoek Ortageo, zie bijlage 2
pagina 43