1. ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing Kasteellaan 48 + 50 Wijchen
IMRO-idn: datum:
NL.IMRO.0296.CTRKasteellaan48-OWOV 15 februari 2021
Inhoud Hoofdstuk 1
Inleiding ....................................................................................................................... 5
1.1
Aanleiding en doel ................................................................................................................... 5
1.2
Het initiatief............................................................................................................................. 5
1.3
Locatie ..................................................................................................................................... 6
1.4
Geldend bestemmingsplan...................................................................................................... 7
1.5
Leeswijzer ................................................................................................................................ 8
Hoofdstuk 2
Gebiedsvisie................................................................................................................. 9
2.1
Bouwgeschiedenis en ruimtelijke structuur, bestaande situatie ............................................ 9
2.2
Toekomstige situatie ............................................................................................................. 11
Hoofdstuk 3
Milieu- en omgevingsaspecten.................................................................................. 17
3.1
Algemeen............................................................................................................................... 17
3.2
Bedrijven en milieuzonering.................................................................................................. 17
3.3
Bodem ................................................................................................................................... 18
3.4
Geluid .................................................................................................................................... 20
3.4.1 Wegverkeerslawaai ............................................................................................................. 20 3.4.2 Geluid omgeving .................................................................................................................. 21 3.5
Luchtkwaliteit ........................................................................................................................ 22
3.6
Externe veiligheid .................................................................................................................. 24
3.7
Waterparagraaf ..................................................................................................................... 27
3.8
Ecologie ................................................................................................................................. 33
3.8.1
Soortenbescherming en gebiedsbescherming .............................................................. 33
3.8.2
Gebiedsbescherming – stikstof ..................................................................................... 34
3.9
Cultuurhistorie & archeologie ............................................................................................... 36
3.9.1
Cultuurhistorie............................................................................................................... 36
3.9.2
Archeologie.................................................................................................................... 37
3.10
Molenbiotoop .................................................................................................................... 39
3.11
Verkeer en parkeren.............................................................................................................. 40
Hoofdstuk 4
Uitvoerbaarheid ........................................................................................................ 42
4.1 Economische uitvoerbaarheid..................................................................................................... 42 4.2 Overleg en inspraak ..................................................................................................................... 42
pagina 2
Bijlagen bij de toelichting ...................................................................................................................... 43 Bijlage 1
inrichtingstekening terrein ............................................................................................ 43
Bijlage 2
milieukundig bodemonderzoek..................................................................................... 43
Bijlage 3
infiltratieonderzoek en -advies ..................................................................................... 43
Bijlage 4
watertoets ..................................................................................................................... 43
Bijlage 5
quickscan flora en fauna................................................................................................ 43
Bijlage 6
aanvullend fauna onderzoek ......................................................................................... 43
Bijlage 7
stikstofemissie berekening ............................................................................................ 43
Bijlage 8
archeologisch onderzoek............................................................................................... 43
Bijlage 9
parkeren ........................................................................................................................ 43
Bijlage 10
overleg omwonenden ................................................................................................... 43
Bijlage 11
milieukundig bodemonderzoek – bodemadvies ........................................................... 43
pagina 3
Overzichtskaart
Globale ligging van de locatie, bron: PDOK – publieke dienstverlening op kaart
pagina 4
Hoofdstuk 1
Inleiding
1.1 Aanleiding en doel Aan de Kasteellaan 48 en 50 in Wijchen ligt een dubbelwoonhuis. Het doel is om op deze locatie een kleinschalige woonvoorziening te realiseren voor bewoners met een verstandelijke en/of meervoudige beperking. Ten behoeve van de ontwikkeling zijn diverse voorbereidende besprekingen geweest en is het plan voor vooroverleg ingediend geweest, hiervan is namens het College van Burgemeester en Wethouders op 5 juni 2020 de uitslag van de beoordeling verstrekt. Het plan is in strijd met het bestemmingsplan ‘Centrum Wijchen 2013’. Om deze ontwikkeling planologisch mogelijk te maken, dient voor het plangebied een zgn. projectafwijkingsbesluit procedure te worden doorlopen. Onderdeel van een projectafwijkingsbesluit is een ruimtelijke onderbouwing, als aangegeven in Wabo artikel 2.12, lid 1 onder a3. Het projectafwijkingsbesluit maakt het mogelijk dat hier een woongebouw mogelijk wordt gemaakt met 13 woon/zorgeenheden. Daarnaast wordt afgeweken van het bouwvlak als opgenomen in het bestemmingsplan. De bestemming blijft wonen, dit wordt niet gewijzigd. De zorgfunctie is ten behoeve van de eigen bewoners van de locatie.
1.2 Het initiatief De aanleiding van het plan is een kleinschalig ouderinitiatief voor een gezamenlijke huisvesting van hun kinderen met een verstandelijke en/of meervoudige beperking. De kinderen zijn jong volwassenen. De betrokkenheid tussen ouders en de jongeren is groot, de ouders willen een regie-rol op zich nemen voor huisvesting en dagbesteding van de jongeren.
De locatie Kasteellaan 48 + 50 nabij het centrum van Wijchen is voor dit initiatief zeer geschikt:
Het ligt nabij het centrum van Wijchen. Een aantal van de jongeren zijn werkzaam in een horeca voorziening met de missie om mensen met een beperking of afstand tot de arbeidsmarkt een mogelijkheid te bieden op arbeid. Het centrum is eenvoudig, lopend, bereikbaar vanaf Kasteellaan 48 + 50. De nabijheid van het centrum van Wijchen biedt mogelijkheden om de jongeren ook op andere wijzen in hun vrije tijd te participeren in de maatschappij. Het is een groot perceel. Er is ruimte op het achterterrein voor een gebouw voor opslag en dagbesteding van jongeren die niet extern kunnen participeren. Daarnaast is het terrein voldoende groot voor ruime parkeermogelijkheden en toegang tot het perceel.
pagina 5
1.3 Locatie De locatie ligt nabij het centrum van Wijchen aan de zuidzijde van de Kasteellaan. Het centrum met het winkelgebied start ca. 150m westelijk van de locatie. Het kasteel van Wijchen ligt op ca. 200 meter afstand aan de noordkant van de Kasteellaan. Aan de zuidkant van de Kasteellaan bestaat de bebouwing met name uit woningen, dit met uitzondering van direct oostelijk aansluitende perceel, dit is een kantoorgebouw.
luchtfoto omgeving met globale aanduiding van de locatie, bron: pdok
zicht vanaf de locatie richting centrum, het westen
zicht vanaf de locatie richting het oosten
De omliggende bebouwing zijn veel vrijstaande woningen. Op 50 meter afstand is aan de Dokter Franssenstraat ca. 10 jaar geleden een stedelijke ontwikkeling gedaan met een appartementengebouw en geschakelde rijwoningen. Aan de overzijde van de Kasteellaan is meer sprake van menging van vrijstaande woningen en centrumfuncties als winkels en ook het gemeentehuis van Wijchen bevindt zich daar. De locatie omvat de adressen Kasteellaan 48 en 50, het betreft een dubbel woonhuis, het kadastrale perceel is WCN00 – I – 331 met een oppervlakte van 2.125m2. Het is een langgerekt perceel met een breedte van ca. 22,5m aan de straatzijde en een lengte van ca. 100m.
pagina 6
het bestaande dubbele woonhuis Kasteellaan 48 en 50
1.4 Geldend bestemmingsplan Voor deze locatie is het geldende bestemmingsplan het plan Centrum Wijchen 2013, vastgesteld op 26 maart 2015. In dit plan is voor de locatie opgenomen de bestemming wonen, de dubbelbestemming archeologie 2 over het noordelijke deel van het terrein, de dubbelbestemming archeologie 1 over het zuidelijke deel van het terrein en de dubbelbestemming beschermd dorpsgezicht. Ook ligt het in de molenbiotoop.
Verbeelding bestemmingsplan Centrum Wijchen 2013 met aanduiding van de locatie en de legenda, bron: ruimtelijkeplannen.nl
pagina 7
Daarnaast is voor het hele grondgebied van de gemeente Wijchen het parapluplan Cultuurhistorie Wijchen vastgesteld op 3 mei 2017. Voor het plangebied geldt de dubbelbestemming cultuurhistorisch waardevol gebied.
verbeelding parapluplan Cultuurhistorie Wijchen, bron: ruimtelijkeplannen.nl
1.5 Leeswijzer Deze ruimtelijke onderbouwing is als volgt opgebouwd:
In hoofdstuk 2 wordt de gebiedsvisie beschreven. Eerst komt de ruimtelijke structuur van de huidige situatie aan de orde en daarna de ruimtelijke en functionele beschrijving van de nieuwe ontwikkelingen. In hoofdstuk 3 is het ruimtelijk relevante beleidskader van de verschillende overheidslagen weergegeven voor zover dat op het plangebied van toepassing is. In hoofdstuk 4 komen de uitkomsten van de onderzoeken met betrekking tot milieu- en omgevingsaspecten als bodem en archeologie. In hoofdstuk 5 tenslotte komen de economische uitvoerbaarheid en het gevoerde overleg aan de orde.
pagina 8
Hoofdstuk 2
Gebiedsvisie
2.1 Bouwgeschiedenis en ruimtelijke structuur, bestaande situatie Historie Het zandgrondgebied waarop Wijchen ligt is een zeer oude vestigingsplaats, prehistorische en Romeinse vondsten getuigen daarvan. Na 300 na Chr. ontbreken bewoningssporen vrijwel geheel. In de Karolingische tijd duiken deze weer op; mogelijk profiteerde men nog van open water ‘Het Wijchens Maasje’. Het dorp ontwikkelt zich als marktdorp te midden van verspreide ‘kampen’ in het bosgebied. Het kadastraal minuutplan van 1820 geeft de situatie rond het kasteel goed weer. Het huidige Wijchen is reeds goed herkenbaar. Tot begin van de 20e eeuw verandert er niet zoveel, behoudens wat verdichting en vervanging van oudere gebouwen door nieuwe. Omstreeks 1900 was Wijchen nog grotendeels onbebouwd. Verschillende routes liepen vanuit de kern naar de hoger gelegen rivierduin, de Valendries. De Oosterweg en de Kasteellaan waren straatwegen waarnaast lintbebouwing aanwezig was. Aan andere routes bevond zich incidenteel bebouwing. De Kasteellaan is één van de belangrijkste in- en uitvalswegen van Wijchen. Tot 1940 was dit de Zandlaan. Pas in 1940 heeft men, bij wijze van statussymbool, besloten deze weg de Kasteellaan te noemen. Tot in de vorige eeuw was Wijchen voor de wijde omtrek de plaats voor veehandel. Op de markt werden met name paarden verhandeld.
De paarden werden op de Kasteellaan aangelijnd en naar de markt gebracht.
kadastrale kaart 1875 bron: topotijdreis – kadaster
topografische kaart 1900
topografische kaart 1925
topografische kaart 1950
topografische kaart 1975
topografische kaart 2000
pagina 9
Ruimtelijke structuur De bestaande bebouwing in de omgeving van het plangebied is van verschillende soorten en typen bebouwing. Het betreft voor een belangrijk deel vrijstaande bebouwing in een lintstructuur. De bebouwing is wisselend met kop- of langsgevels gericht op de Kasteellaan. De bestaande bebouwing in het lint is met name woningbouw en beperkt kleinschalige bedrijvigheid. Enkele overheids- en bedrijfsgebouwen komen voor, voornamelijk aan de noordkant van de Kasteellaan. Dit betreft met name ontwikkelingen uit de tachtiger en negentiger jaren. De lintbebouwing langs de Kasteellaan markeert de loop van een historisch belangrijke route. Woningen aan de Kasteellaan zijn in verschillende tijdsperioden gebouwd. Het lint heeft zich met name in de 20e eeuw doorontwikkeld. Enkele karakteristieke historische boerderijen wisselen af met statige herenhuizen. De open ruimte daartussen is in de tweede helft van de 20e eeuw aangevuld met woningbouw. De brede groenstrook aan de zuidzijde van de Kasteellaan verraadt de originele breedte van het profiel. Met name ter hoogte van het plangebied is dit profiel visueel dominant door de monumentale lindebomen.
Kasteellaan met groenstrook, lindebomen en statige huizen
Bestaande situatie plangebied Het plangebied is Kasteellaan 48 en 50, dit betreft 1 perceel met een dubbel woonhuis. Het is een langgerekt erf. Aan de Kasteellaan staat een woonhuis met een aanbouw en diversen bijgebouwen. Het achtererf is onbebouwd. De woning is gebouwd omstreeks het begin van de 20e eeuw. Het betreft een woning met een voor en achterhuis, naar de typologie van een T-boerderij. Het voorhuis is opgebouwd uit twee bouwlagen met een kap. Het achterhuis is opgebouwd uit één bouwlaag met kap. De nokhoogtes zijn gelijk. De voorgevel ligt haaks op de weg en is symmetrisch van opzet. In de 2e Wereldoorlog heeft het pand pagina 10
veel schade opgelopen, de gehele bovenverdieping was vernietigd. In de gevels is het verschil in gevelstenen duidelijk zichtbaar tussen de beneden- en bovenverdieping. In de jaren 50 is het pand gesplitst en is het achterhuis gewijzigd naar een woning. Met name de zijgevels zijn daarbij fors gewijzigd.
Het bestaande dubbele woonhuis Kasteellaan 48 en 50
De bestaande woning met opstallen wordt gesloopt. De woning heeft geen monumentale of cultuur historische waarde. De bouwkundige staat van het geheel is matig.
2.2 Toekomstige situatie Het ruimtelijke beleid voor de locatie, stedenbouw en welstand De locatie maakt onderdeel uit van het beschermde dorpsgezicht van het centrum van Wijchen, dit is een gemeentelijk beschermd dorpsgezicht. 1. In de Toelichting beschermd dorpsgezicht Wijchen, Gelders Genootschap, december 2009, is onder andere het volgende opgenomen: ‘De Kasteellaan vormt de hoofdas van de oostelijke dorpsaanleg en is van belang als toegangsweg naar het centrum. Het meest karakteristieke deel is gelegen tussen de Mr. Van Coothlaan in het westen en de Ringlaan in het oosten. Kenmerkend is het rechte beloop, het brede, asymetrische profiel en de beplanting met monumentale bomen. Samen met de deels ook monumentale bebouwing geven de Kasteellaan de nodige allure. De bomen aan de zuidzijde (linden en kastanjes) staan in een brede grasstrook, die zich uitstrekt over de volledige lengte van dit deel van de Kasteellaan. De bomen aan de noordzijde (acacia’s) staan in een smalle strook tussen de rijbaan en het trottoir, in het westelijke deel onderbroken door parkeerplaatsen. (…) Aan de zuidzijde staat de meeste bebouwing van allure die nog wordt versterkt door het in zuidelijke richting enigszins oplopende terrein. Oude bomen op de erven versterken hier en daar het groene karakter. Aan het
pagina 11
westelijke deel staan enkele monumentale voorhuizen van panden met een veelal agrarische oorsprong, waarvan Kasteellaan 46 op de gemeentelijke monumentenlijst is geplaatst.’
2. In het document ‘ambitie ruimtelijke kwaliteit tussen Kasteel en Wijchens Meer’ van het Gelders Genootschap, d.d. september 2019, wordt ondermeer aangegeven: ‘Ambities stedenbouwkundige structuur: voortbouwen op en verrijken van de historische hoofdstructuur; De Kasteellaan en de Oosterweg begeleiden met betekenisvolle bebouwing en een hoogwaardige inrichting, die de continuïteit van deze structuren beleefbaar houdt en versterkt. Kernkwaliteiten, ‘Kasteelbiotoop’: Kern daarvan zijn het Kasteel, het kasteelpark met de grachten en de molen. Hiermee verbonden is de Kasteellaan, een brede, langgerekte openbare ruimte, die van oudsher wordt gebruikt voor markten en kermis. De Kasteellaan wordt begeleid met bomenrijen, oude boerderijen en villa’s en modernere architectuur. Ook de archeologische structuur van de Kleine Elst als voeding van de grachten kan bij de kasteelbiotoop worden gerekend. Ambities, ‘Kasteelbiotoop’: Respecteren en versterken van de identiteit van de kasteelbiotoop De inrichting en het bebouwingsbeeld van de Kasteellaan ter hoogte van het kasteel: - ondersteunt de samenhang me het kasteelpark en het kasteel; - ondersteunt ook de samenhang met het deel van de Kasteellaan ten oosten van de Meester van Coothlaan; eventuele nieuwbouw voegt zich in het bebouwingsbeeld langs de zuidzijde van de Kasteellaan qua rooilijn, ritmiek, schaal en bebouwingshoogte (max.
3-4 bouwlagen) - komende over de nieuwe route TKWM is het kasteel goed zichtbaar - het historische gegeven van de Kleine Elst kan in de beleving terugkomen.’
3. Op grond van de Nota ruimtelijke kwaliteit van de gemeente Wijchen van 18 maart 2015 geldt voor Wijchen Kasteellaan west het toetsingsniveau – bijzonder en als themagebied ‘historische dorpsgebieden en linten’: De Kasteellaan is van oudsher een belangrijke route richting het centrum van Wijchen. Het westelijk deel van de laan heeft een statig breed asymmetrisch laanprofiel (aan de westkant) met daaraan statige gebouwen. De noordzijde is iets bescheidener voor wat betreft maat en schaal dan de bebouwing aan de zuidzijde. Aan de noordzijde staat de bebouwing dicht op de weg, soms met ondiepe voortuinen. De zuidzijde wordt juist gekenmerkt door een ruimere opzet met grote groene tuinen rondom. De bebouwing heeft langs de gehele laan een zeer individueel karakter en een typische statige architectuur van begin van de vorige eeuw. Deze statige entree van het centrum van Wijchen wordt door de stedenbouwkundige opzet en bijzondere architectonische kwaliteit van de statige gebouwen aangemerkt als onderdeel van het gemeentelijk beschermd dorpsgezicht van het centrum van Wijchen.
Als toetsingscriteria gelden onder andere: Omgeving: onderscheid vóórkant en achterkant Maat/schaal: variatie zoals in het straatbeeld Vorm/oriëntatie: straatgerichte gevels van hoofdgebouwen met een passende dakvorm, samenhang gebouwen op de kavel Stijl/architectuur/detail: nieuwbouw van hoofdgebouwen en bijbehorende bebouwing in eigen stijl met inachtneming van de bestaande kenmerken Materiaal/kleur: materiaalgebruik alle bouwwerken in overeenstemming met de landelijke omgeving of dorpse straat. Kleurstelling: gedekt/traditioneel, materiaalgebruik is overwegend traditioneel: baksteen, natuursteen, hout, keramische pannen, riet.
pagina 12
impressie van de voorgevel
Het bouwplan Het plan betreft het vervangen van de bestaande twee-onder-een-kapper door een woongebouw. De Kasteellaan is een fraaie groene laan met een grote diversiteit aan bouwstijlen en functies. De bestaande gebouwen stralen veelal allure uit en stammen uit verschillende tijd- en daarmee stijlperioden. Het nieuwe woongebouw voegt zich in deze traditie. Het bestaat uit een meer eigentijds, statig kloek voorhuis en een lager achterhuis. Het gebouw refereert hiermee enerzijds aan het bestaande, Tmodel huis. Daarnaast krijgt het een meer klassieke hoofdopzet die goed aansluit bij de bebouwing in dit deel van de Kasteellaan. Samen met een passende erfafscheiding, die zal uit een groene haag of een laag muurtje met hierop een zwart metalen hekwerk, een groene voortuin en hoogstaand materiaalgebruik voor gevels en dak (handvorm baksteen en gesmoorde keramische dakpannen) wordt er een woon(droom)gebouw, passend in de traditie van de Kasteellaan gerealiseerd. Bij de uitwerking is rekening gehouden met het door het Gelders Genootschap opgestelde notitie en toelichting gedateerd december 2009. Het plan bouwt voort op de historische hoofdstructuur. De architectuur en bouwmassa sluit aan op de identiteit van de zogenaamde “kasteelbiotoop”. Nieuwbouw aan de zuidzijde van de Kasteellaan moet zich qua rooilijn, ritmiek, schaal en bebouwingshoogte (maximaal 3 á 4 bouwlagen.
voegen in het bebouwingsbeeld. De voorgevel van de nieuwbouw wordt geplaatst in de rooilijn van de bestaande woningen. Een heldere eenduidige ritmiek van de gevelopeningen en een bebouwingshoogte van 3 lagen (2 lagen met een kap) zorgen ervoor dat het plan hieraan voldoet. De Nota ruimtelijke kwaliteit van de gemeente Wijchen van 18 maart 2015 geeft aan dat voor het westelijk deel van de Kasteellaan het toetsingsniveau – bijzonder en als themagebied “historische dorpsgebieden en linten”. Aan de criteria wordt voldaan. Er komt weer een diepe voortuin, maat en schaal is anders dan de direct aangrenzende bebouwing. De vorm en de oriëntatie sluiten aan bij de toetsingscriteria. Zo is er bijvoorbeeld een duidelijk pagina 13
onderscheid tussen voor- en achterkant. Ook de kleur en materialisatie voldoen, door de toepassing van traditionele materialen als baksteen en keramische dakpannen, aan de gestelde toetsingscriteria. In de ontwerpfase is meermalen overleg geweest met zowel de dorpsbouwmeester als de monumentencommissie. Deze hebben erop toegezien dat het bouwplan op een goede en zorgvuldige wijze is vormgegeven en aan de criteria van de Nota Ruimtelijke Kwaliteit voldoet.
impressie van het straatbeeld in oostelijke richting
Aanvankelijk was het plan om het hoofdvolume aan de westzijde van het perceel te positioneren en de inrit naar het perceel aan de oostzijde. In afstemming met de omliggende bewoners, Kasteellaan en Meidoornstraat, is het bouwvolume verplaatst naar de oostzijde en de inrit naar westzijde. Op deze wijze wordt wat betreft het gebouw een wat grotere afstand tot Kasteellaan 46 gecreëerd. Inrichting van het terrein
inrichtingsplan voor het terrein, zie ook bijlage 1
pagina 14
Gezien het karakter van de Kasteellaan en het beschermde dorpsgezicht, is een inrichtingsplan opgesteld, met name ten behoeve van de inrichting van de voortuin. In bijlage 1 bij deze ruimtelijke onderbouwing is dit inrichtingsplan opgenomen. De inrichting van het perceel wordt passend in het straatbeeld van de Kasteellaan uitgevoerd en passend bij het karakter van het beschermde dorpsgezicht van de Kasteellaan. Op de perceelsgrens langs het voetpad wordt een laag hekwerk geplaatst en de voortuin wordt groen uitgevoerd met hagen, gras en vaste planten. De voortuin zal ook worden gebruikt voor het plaatsen van infiltratiekratten voor hemelwater, dit is ondergronds en niet zichtbaar. Het achterterrein wordt voor een groot deel verhard. De bewoners zijn meervoudig gehandicapt met een beperkte fysieke mobiliteit. Een goed toegankelijk terrein is van belang, de wijze van verharding van het achterterrein wordt na afloop van de bouw nader bezien. De benodigde parkeerplaatsen worden voorzien van open grasbetonstenen, als onderdeel van de infiltratie van hemelwater in de ondergrond en daarnaast geeft deze verharding een groener aanzicht dan bijv. klinkers. Aan de zuidkant van het perceel komt een bijgebouw, deels voor opslag van materiaal, deels te gebruiken door de bewoners voor dagbesteding.
Verkeer, toegangsinrit en parkeren De inrit ligt in de huidige situatie aan de oostzijde van het perceel. In de nieuwe situatie komt deze aan de westzijde te liggen. Ten behoeve van de toegankelijkheid wordt een nieuwe inrit aangelegd op de openbare groenstructuur. Om te bezien of dit mogelijk is voor de wortelstructuren van de lindenbomen aan weerszijden, is onderzoek gedaan naar de wortels van deze bomen.
foto’s van de sleuven voor het boomwortelonderzoek
Gebleken is dat er geen grote wortels in de bovengrond aanwezig zijn. Hierdoor kan ter plekke een inrit aangelegd worden. Met deze nieuwe inrit wordt het perceel goed toegankelijk voor autoverkeer. Rechtstreeks vanaf de Kasteellaan. Een dergelijke ontsluiting is gebruikelijk voor de pagina 15
panden aan de zuidzijde van de Kasteellaan. Het voetpad tussen de voortuinen en de openbare groenstructuur zorgt voor een veilig wandelpad voor de toekomstige bewoners naar het centrum van Wijchen. Het parkeren wordt op eigen terrein gedaan, hiervoor is voldoende ruimte aanwezig. In de paragraaf verkeer en parkeren van het hoofdstuk Milieu- en omgevingsaspecten wordt hier nader op ingegaan. Afwijking van het bestemmingsplan, regels en verbeelding Het nieuwe volume wordt in hoofdzaak binnen het bouwvlak op de verbeelding gebouwd. Aan de westzijde valt ca. 50m2 buiten het bouwvlak.
projectie van het bouwplan op de verbeelding. Aan de westzijde is de overschrijding van het bouwvlak zichtbaar.
In de regels is opgenomen dat het bestaande aantal woningen op het bouwperceel niet mag worden vergroot. In de bestaande situatie is sprake van een twee-onder-een kap woning, 2 zelfstandige woningen. In de nieuwe situatie wordt een woongebouw gerealiseerd met 13 woon/zorgeenheden. Voor de maatvoering is in het bestemmingsplan opgenomen dat bestaande goot- en bouwhoogte als maximum geldt. In de bestaande situatie ligt de goot op 5m hoogte en de nok op 7m. In het nieuwe bouwplan is voor de goothoogte uitgegaan van 6m en een bouwhoogte van 10m. Aan de oostzijde wordt het achterste deel op ca. 80 cm van de perceelsgrens gebouwd, in de regels is hiervoor een minimum afstand opgenomen van 3 meter, tenzij dit noodzakelijk is voor de bouw in de bouwwijze twee-aaneen of aaneengebouwd. In het bouwplan betreft dit een eenlaagse bebouwing, waarbij rekening is gehouden met de brandveiligheid en brandoverslag ten opzichte van het buurperceel.
pagina 16
Hoofdstuk 3
Milieu- en omgevingsaspecten
3.1 Algemeen Diverse wetten en beleidsregels schrijven voor dat er nader onderzoek gedaan moet worden naar de effecten van een voorgestelde ruimtelijke ingreep. In dit hoofdstuk worden de resultaten van de diverse onderzoeken weergegeven.
3.2 Bedrijven en milieuzonering Indien door middel van een plan nieuwe, milieuhindergevoelige functies mogelijk worden gemaakt, dient te worden aangetoond dat deze niet worden gerealiseerd binnen de hinderzone van omliggende bedrijven. Anderzijds mogen milieuhindergevoelige functies in de directe omgeving van het plangebied niet negatief worden beïnvloed door de ontwikkelingen die met een plan mogelijk worden gemaakt. Wat betreft de aanbevolen afstanden tussen bedrijvigheid en gevoelige functies is de publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ uit 2009 van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG richtlijn) geraadpleegd. Bedrijfstypes zijn hierin opgenomen op basis van de standaardbedrijfsindeling van het CBS. In de richtlijn worden richtafstanden voor zowel het omgevingstype ‘gemengd gebied’ als ‘rustige woonwijk’ aanbevolen. Gemengde gebieden betreffen gebieden die langs hoofdinfrastructuur liggen en/of gebieden met matige tot sterke functiemenging. In een rustige woonwijk en buitengebied komen vrijwel geen andere functies voor. De richtafstanden gelden voor een gemiddeld nieuw bedrijf en gaan uit van het gebiedstype ‘rustig woongebied’. Voor gemengde gebieden kunnen de richtafstanden worden verminderd.
De afstand wordt gemeten vanaf het op de verbeelding aangeduide bestemmingsvlak voor een bedrijfsmatige activiteit tot aan het bouwvlak voor woningen of andere kwetsbare objecten. Het plan behelst het mogelijk maken van 13 woon/zorgeenheden in een woongebouw op de locatie Kasteellaan 48 en 50. De hoofdbestemming wonen blijft ongewijzigd. Er is geen sprake van een toevoeging van een milieugevoelige functie wonen. Bedrijven in de omgeving De locatie ligt nabij het centrum van Wijchen. In het kader van de theoretische beoordeling is te zien dat in de nabije omgeving van de bouwlocatie diverse andere functies dan wonen mogelijk zijn op grond van het bestemmingsplan en ook aanwezig zijn. Dit zijn met name centrumfuncties, in het bestemmingsplan als gemengd aangeduid. Naast wonen valt onder gemengd dienstverlening, kantoren, detailhandel en horeca categorie 1 en 2, dat is logies, maaltijden, dranken als in een café, restaurant, hotel en pension. Op grond van de VNG richtlijn is de maximale milieucontour voor deze centrumfuncties 10 meter. Vanwege het omgevingstype ‘gemengd gebied’ kan de richtafstand worden verminderd naar 0 meter. Eerst op grotere afstand bevinden zich andere bedrijven in de omgeving. Dat is hemelsbreed op ca. 140m westelijk aan de Kasteellaan een nutsvoorziening gebouw, ca. 250m afstand Bronckhorstlaan 11 de molen en daarna op ca.
400m afstand Kasteellaan 77 een autogarage bedrijf. Het bouwplan valt niet binnen de milieucontouren van deze bedrijfslocaties.
pagina 17
Dit betekent dat het bestaande en het nieuwe woongebouw ruimschoots buiten de theoretische beïnvloedingszone van bestaande bedrijven is gelegen.
kaartje met afstanden van het plangebied tot bestaande bedrijfslocaties, bron: ruimtelijkeplannnen.nl
Conclusie Het bouwplan voegt geen nieuwe milieugevoelige functie toe aan de locatie, en heeft daarmee geen invloed op de milieucontour van bestaande bedrijven. De vergroting van het woongebouw naar 13 wooneenheden heeft hierop ook geen invloed. Bedrijvigheid bevindt zich op geruime afstand van de locatie. Bestaande bedrijven worden niet nadelig beïnvloed door de planontwikkeling.
3.3 Bodem Voor de ontwikkeling is een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd (Ortageo, 211333/R01, d.d. 18 september 2019), zie bijlage 2. Op grond van bureau onderzoek is de locatie vooraf gekenmerkt als ‘verdacht’ voor een grond- en/of grondwaterverontreiniging met zware metalen en/of PAK, op grond van het vooronderzoek werd verwacht dat sprake is geweest van een diffuse bodembelasting gedurende de lange periode dat op de locatie bewoning en/of bedrijvigheid heeft plaatsgevonden. Daarnaast was bekend dat oostelijk van de woning sprake is geweest van een bovengrondse oliedrum (voormalige energievoorziening woonhuis).
pagina 18
boorpunten kaart van het milieukundige bodemonderzoek, bron: rapport Ortageo, zie bijlage 2
Resultaten In bovengrond wordt ter plaatse van een voormalig stookplaatsje voor zink en lood de tussenwaarde in geringe mate overschreden. Er zijn geen overschrijdingen van de interventiewaarden aangetoond. In de overige grond(meng) monsters zijn geen overschrijdingen van de tussenwaarde aangetoond. Er is geen aanleiding voor het uitvoeren van nader onderzoek of sanerende maatregelen.
pagina 19
Westelijk van de bestaande woning ligt een klein terras. In de matig puinhoudende bovengrond onder dit terras is geen asbest aangetoond. In de bovengrond van de overige boringen zijn geen noemenswaardige puinresten waargenomen. De uitvoering van een nader onderzoek naar asbest in de grond wordt niet noodzakelijk geacht. Wanneer grond van de locatie vrijkomt, dan moet er rekening mee worden gehouden dat deze niet zonder meer elders toepasbaar is. Dit moet worden gemeld ia het ‘meldpunt bodemkwaliteit’. Op grond van kostenefficiëntie is het advies om vrijkomende grond zoveel mogelijk op de locatie zelf te hergebruiken. In onderstaande tabel zijn de resultaten van het bodemonderzoek samengevat weergegeven.
samenvatting toetsingsresultaten, bron: rapport Ortageo, zie bijlage 2
Conclusie De aangetoonde milieuhygiënische bodemkwaliteit levert geen belemmeringen op voor de voorgenomen bouwactiviteiten. Na de sloop van de bestaande bebouwing dient aanvullend bodemonderzoek te worden uitgevoerd, waarbij de bovengrond conform NEN 5740 onderzocht moet worden en (indien zintuiglijke waarnemingen in de onderzochte bovengrond daartoe aanleiding geven) een asbest-in-grond onderzoek (conform NEN 5707) verricht moet worden. Door de odrn is in opdracht van de gemeente Wijchen het onderzoek beoordeeld, zie bijlage 11.
3.4 Geluid 3.4.1 Wegverkeerslawaai
Wonen is een geluidsgevoelige functie ingevolge de Wet geluidhinder. In de Wet geluidhinder (Wgh, art. 74 lid 1) is bepaald dat elke weg van rechtswege een zone heeft, dit is het akoestisch aandachtsgebied. Indien de zone van de weg een overlap kent met het plangebied, is een akoestisch onderzoek noodzakelijk indien de bouw van geluidgevoelige bebouwing pagina 20
als een woonhuis mogelijk wordt gemaakt. De breedte van de zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de status van de weg, buiten of binnen de bebouwde kom. Uitzondering hierop zijn wegen waarvoor een 30km zone geldt en wegen die als woonerf zijn aangeduid. De planlocatie ligt binnen de bebouwde kom en binnen een 30km zone. Het bestaande dubbele woonhuis wordt gesloopt en een nieuw woongebouw wordt op nagenoeg dezelfde locatie gebouwd. De voorgevel komt op vergelijkbare afstand van de weg – de Kasteellaan. De Kasteellaan is een aanloopstraat naar het centrum van Wijchen, ruim 200 meter in westelijke richting wijzigt deze weg in een voetgangerslocatie. Bezoekend verkeer dient dan te parkeren. De verkeersintensiteit ter hoogte van de planlocatie bedroeg in 2018 ca. 4.200 motorvoertuigen per etmaal, met een prognose naar 4.300 per etmaal in 2030. Van dit verkeer is ca. 6% vrachtverkeer. Deze aantallen zijn niet zodanig dat sprake is van een overbelasting voor de omgeving. Op de regionale verkeers- en milieukaart heeft het wegvlak een groene kleur.
motorvoertuigen jaar 2018 (links) en prognose 2030 (rechts), regionale verkeers- en milieukaart, bron: gemeente Wijchen
De Kasteellaan is ter hoogte van de planlocatie voorzien van een wegdek met asfalt. Asfalt geeft een lager niveau van wegverkeerslawaai dan klinkerbestrating. De afstand tussen de Kasteellaan en de voorgevel is zeer ruim met ca. 25 meter door de tussenliggende bomenrij en het voetgangerspad. Het bestaande woonhuis is niet van recente datum. De nieuwbouw moet voldoen aan hoge energieprestatie-eisen. Deze energie-eisen hebben als neveneffect dat nieuwe woningen aanzienlijk meer geluiddicht zijn dan bestaande woningen van niet recente datum. Conclusie Bij het voorgenomen bouwplan is geen sprake van toevoeging van nieuwe geluidgevoelige bebouwing. De nieuwbouw komt op de locatie van het huidige dubbele woonhuis.
3.4.2 Geluid omgeving
Op de locatie is in de huidige situatie een dubbel woonhuis aanwezig. Dit wordt gewijzigd naar een woonvoorziening voor 13 volwassenen. Geluidsbronnen zijn aanwezige personen en auto’s. -
Personen: het betreft een woonvoorziening voor 13 volwassenen, meervoudig gehandicapt. Het betreft volwassenen, geen kinderen. Het stemgeluid van deze groep is vergelijkbaar met geluid van andere volwassenen en leidt niet tot overlast voor de omgeving. Deze groep is zowel qua pagina 21
-
samenstelling als qua gebruik van het perceel niet vergelijkbaar met bijvoorbeeld een kinderopvang of school, waar sprake is van reguliere speeltijd en een speelplein. Auto’s: het parkeerbeleid van de gemeente Wijchen is gebaseerd op gegevens van het CROW, op dit beleid zijn de parkeerplaatsen berekend, zie paragraaf 3.11 hieronder. Het CROW geeft voor een verpleeg- en verzorgingshuis geen gegevens voor verkeersgeneratie. Voor de functie aanleunwoning/serviceflat wordt dit wel gedaan, dit zijn zelfstandige woningen met beperkte zorgfaciliteiten. De verkeersgeneratie voor een serviceflat wordt door CROW aangegeven op 2,0 tot 2,7 per woning per etmaal. Voor 13 wooneenheden zou dat dan 26 tot 35 per dag zijn, een dergelijk aantal leidt niet tot overlast voor de omgeving.
Het achterterrein is in de huidige situatie omgeven met een hoge muur. Aan de westzijde – op de scheiding met Kasteellaan 48 en Lindenstraat – is deze 2,5 tot 3 meter hoog. Deze muur blijft gehandhaafd. Deze muur beperkt de overdracht van geluid van de planlocatie naar de omgeving en van de omgeving naar de planlocatie. Conclusie Het voorgenomen bouwplan leidt niet tot geluidsoverlast voor de omgeving.
3.5 Luchtkwaliteit Algemeen Op 15 november 2007 is een nieuw wettelijk stelsel voor luchtkwaliteitseisen van kracht geworden. Dit is opgenomen in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2, Wm). Artikel 5.16 Wm (eerste lid) geeft aan hoe en onder welke voorwaarden bestuursorganen bepaalde bevoegdheden kunnen uitoefenen in relatie tot luchtkwaliteitseisen. Als aannemelijk is dat aan één of een combinatie van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid: a. er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; b. een project leidt - al dan niet per saldo - niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; c. een project draagt ‘niet in betekenende mate’ bij aan de concentratie van een stof; d. een project is genoemd of past binnen het NSL of binnen een regionaal programma van maatregelen. Onderdeel c. is uitgewerkt in het Besluit en Regeling “niet in betekenende mate bijdragen” (NIBM). Voor woningbouwlocaties is als NIBM-grens aangegeven dat locaties kleiner of gelijk aan minder dan 1.500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg niet in betekenende mate bijdragen. Planspecifiek: Dit plan voldoet blijft ruim onder de norm NIBM en draagt op grond daarvan niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging.
Nadere toetsing is volgens de Regeling NIBM niet noodzakelijk. Gevoelige bestemmingen Met het Besluit gevoelige bestemmingen wordt de vestiging van zogeheten ‘gevoelige bestemmingen’ in de nabijheid van provinciale- en rijkswegen beperkt. Het Besluit is gericht op bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijnstof en stikstofdioxide, in het bijzonder kinderen, ouderen en zieken. Indien een project betrekking heeft op een gevoelige bestemming en geheel of gedeeltelijk is gelegen binnen een afstand van 300 meter van een rijksweg of 50 meter van een provinciale weg, dan mag het totaal aantal mensen dat hoort bij een gevoelige bestemming niet toenemen als pagina 22
overschrijding van de grenswaarden voor fijnstof en stikstofdioxide. De volgende gebouwen met bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming: scholen kinderdagverblijven verzorgings-, verpleeg- en bejaardenhuizen. Het gaat hierbij niet om bestemmingen in de meest enge zin van het woord, maar om alle vergelijkbare functies, ongeacht de exacte aanduiding ervan in bestemmingsplannen en andere besluiten. Planspecifiek: In dit plan is sprake van nieuwbouw van een woongebouw met een zorgfunctie. In de ruime zin van het woord kan het worden geschaard onder een gevoelige bestemming. De locatie bevindt zich op ca. 1,6km hemelsbreed van de rijksweg A326, op ca. 2km hemelsbreed van de provinciale weg N848, de Drutenseweg, en ca. 1,7km hemelsbreed van de provinciale weg N324, de Graafseweg. De locatie ligt ruimschoots buiten de bovengenoemde afstanden tot provinciale- en rijkswegen voor gevoelige bestemmingen. Locatie specifiek De huidige luchtkwaliteit ter plekke is getoetst met behulp van de NSL Monitoringstool. Door de metingen te toetsen aan de grenswaarden is gekeken of sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Het meest nabije meetpunt ligt aan de Oosterweg, op ca. 550m ten zuiden van de locatie. Van dit punt is via de NSL Monitoringstool metingen beschikbaar en getoetst aan de grenswaarden.
gemeten totale concentratie jaargemiddelde 2020 Oosterweg grenswaarde concentratie
NO2 stikstof dioxide 16,5 µg/m3
PM10 fijnstof 18,1 µg/m3
40 µg/m3 40 µg/m3 De gemeten concentraties liggen ruim onder de gestelde grenswaarden. Met betrekking tot de luchtkwaliteit ter plaatse zijn geen belemmeringen voor het initiatief.
pagina 23
plangebied op kaart nsl-monitoring
3.6 Externe veiligheid Onder externe veiligheid wordt verstaan het beheersen van risico’s die voortvloeien uit de opslag, productie, het gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. Voor (de omgeving van) de meeste risicovolle bedrijven is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van belang. In artikel 1 van het Bevi is bepaald wat kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten zijn. In het besluit zijn ook het plaatsgebonden risico en het groepsrisico gedefinieerd. In de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) zijn veiligheidsafstanden opgenomen tot risicobronnen. Aanvullend zijn in het Vuurwerkbesluit en het Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer (Barim) veiligheidsafstanden genoemd die rond minder risicovolle inrichtingen moeten worden aangehouden. Daarnaast is voor de omgeving van transportassen de Wet Basisnet en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Btev) recentelijk inwerking getreden. Voor buisleidingen is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van toepassing. In het Bevb is opgenomen, dat wanneer een nieuwe ontwikkeling in het invloedsgebied plaatsvindt (door middel van onder andere een bestemmingsplanwijziging) onderzocht dient worden of de ontwikkeling binnen het plaatsgebonden risico van 10-6/jr komt te liggen en dat het groepsrisico bepaald dient te worden. Kwetsbare objecten mogen niet binnen de PR 10-6 contour liggen.
De contour van 10-6 voor het plaatsgebonden risico betekent de afbakening van een gebied waarbinnen een risico groter is dan 1 op 1 miljoen waarbij een denkbeeldige persoon die permanent op de betreffende plek aanwezig is, dodelijk verongelukt door een ongeluk. Het groepsrisico geeft de kans aan dat in één keer een groep mensen die zich in de omgeving van een risicosituatie bevindt, dodelijk door een ongeval wordt getroffen. Groepsrisico legt een relatie tussen pagina 24
de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Bij groepsrisico is het dan ook niet een contour die bepalend is, maar het aantal mensen dat zich gedurende een bepaalde periode binnen de effectafstand van een risicovolle activiteit ophoudt.
Uitsnede risicokaart plangebied + omgeving (bron: risicokaart.nl, geraadpleegd d.d. 22 oktober 2020)
Op bovenstaande kaart zijn de risicovolle inrichtingen in een ruime straal rond de bouwlocatie aangegeven. Op 750 meter ten zuidoosten is op het hockeyveld een bovengrondse propaantank aanwezig met een inhoud van 5.000 liter. Noordoostelijk op 750 meter is aan de Vijverlaan een meet- en regelstation van de Gasunie als eindpunt van een aardgasbuisleiding met een maximale druk van 40 bar. En op meer dan 1km ten oosten is een vulpunt van een ondergrondse LPG tank. Deze meest nabije risicovolle inrichtingen liggen op een zeer ruime afstand van de planlocatie, evenals de risicocontouren na deze inrichtingen. Beleidsvisie Wijchen externe veiligheid Door de gemeente Wijchen is een beleidsvisie Externe Veiligheid vastgesteld, de visie is gedateerd 20 april 2016. Het plangebied en de geprojecteerde ontwikkeling bevindt zich op grote afstand van een risicobron. Om deze reden wordt conform de Beleidsvisie externe veiligheid een standaardverantwoording toegepast. Ontwikkeling groepsrisico Vanwege de grote afstand tot de risicobron zal een toename van personendichtheden niet significant doorwerken in de rekenkundige hoogte van het groepsrisico. De beschouwing van het groepsrisico en de verantwoording daarvan is om deze reden volledig kwalitatief uitgevoerd.
Mogelijkheden tot beperking van het groepsrisico De mogelijkheid tot beperking van het groepsrisico door het beïnvloeden van de personendichtheid is op deze grote afstand tot de risicobron geen item. Zoals gesteld heeft op deze afstand een toe- of afname van personendichtheid geen invloed op het groepsrisico. Daarnaast is de kans te overlijden pagina 25
als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen is in deze gebieden vele malen kleiner dan 1/1.000.000. Veiligheidsmaatregelen aan de bron zijn daarom niet realistisch. De bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval Ook het bestrijdbaarheid vraagstuk speelt op deze afstand van de risicobron niet. Bestrijding vindt plaats bij de bron. Mogelijkheden tot zelfredzaamheid In geval van een calamiteit moeten personen kunnen schuilen. De mate waarin deze bouwwerken afsluitbaar zijn tegen de indringing van toxisch gas en de tijdsduur dat deze bouwwerken worden blootgesteld zijn hierbij parameters. Nieuwe bouwwerken zijn goed geïsoleerd, waardoor ze een goede bescherming bieden tegen het binnendringen van het toxisch gas. Belangrijk is wel dat luchtbehandelingsinstallaties met één druk op de knop uit te schakelen zijn. Dit is echter niet af te dwingen in deze ruimtelijke procedure. Daarnaast dient in geval van een calamiteit tijdig gewaarschuwd te worden. Dit gebeurt door het in werking stellen van NL-Alert en het Waarschuwing en Alarmering Systeem (WAS) als onderdeel van de algemene Rampenbestrijding. Het grondgebied van de gemeente Wijchen valt grotendeels binnen de dekking van de sirenepalen. Deze verantwoording dient gelezen te worden in combinatie met de Beleidsvisie externe veiligheid Wijchen en de daarin gemaakte keuzes.
Conclusie Het aspect externe veiligheid is geen belemmering voor het initiatief.
pagina 26
3.7 Waterparagraaf Op basis van de wet op de ruimtelijke ordening (Wro) en het besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de watertoets verplicht bij o.a. bestemmingsplannen, inpassingsplannen, projectbesluiten, buitenplanse omgevingsvergunningen, buitentoepassingverklaringen van beheersverordeningen en ontheffingen voor een bestemmingsplan. Voor overige plannen dient een watertoets te worden uitgevoerd op basis van het nationaal bestuursakkoord water (2003 en 2008). De watertoets is bedoeld om ruimtelijke plannen meer waterbestendig te maken, waarbij wateraspecten vroegtijdig en expliciet worden meegenomen in ruimtelijke plannen en bij locatiekeuzen. Het Bro regelt de verplichte waterparagraaf in de toelichting bij genoemde ruimtelijke plannen en het overleg met de waterbeheerder (wateradvies). De waterparagraaf beschrijft de wijze waarop rekening wordt gehouden met eventuele gevolgen van het ruimtelijk plan voor de waterhuishouding. De waterparagraaf geeft een beschrijving van beleidsuitgangspunten, waterhuishoudkundige situatie en wateropgaven in het plangebied, (motivatie van) meest geschikte oplossingen en ruimtelijke consequenties daarvan. Indien aan de orde is tevens het advies van het waterschap in de waterparagraaf verwerkt.
Huidig watersysteem Geomorfologie, grondwatersysteem, bodemopbouw en geohydrologie Het planlocatie ligt in de bebouwde kom, met aansluitende bebouwing. Het plangebied kent nauwelijks hoogteverschil, aan de straatzijde ligt het maaiveld op ca. 8,7m + NAP. Dit loopt iets af tot ca. 8,6m +NAP op het achterterrein.
kaart AHN, actueel hoogtebestand Nederland
pagina 27
Er is wel een behoorlijk niveau verschil met de straat de Kasteellaan, deze ligt op ca. 7,9m +NAP, dit hoogteverschil verloopt via de groenstrook tussen het perceel en de straat. Ten behoeve van het bepalen van de infiltratiecapaciteit van de ondergrond is een infiltratie onderzoek gedaan, zie bijlage 3. De ondergrond is tot een diepte van 4m -mv onderzocht. Het hoofdbestanddeel van deze grondlaag is zand, met als nadere aanduiding matig fijn, zwak siltig. Op ca. 2m -mv is een matig roesthoudende grondlaag aangetroffen, op grond hiervan wordt de ghg (gemiddeld hoogste grondwaterstand) ingeschat op ca. 2m -mv. De stromingsrichting van het eerste watervoerende pakket is regionaal noordelijk/noordoostelijk. De locatie ligt niet in het intrekgebied van een grondwaterwinning of grondwaterbeschermingsgebied. (bron: milieukundig bodemonderzoek, zie bijlage 2 en infiltratie onderzoek, zie bijlage 3)
De regionale bodem opbouw na de bovenste laag van ca. 20cm wisselende (cultuur-) grond, is globaal ca. 2 meter midden en fijn zand, daarna een laag van ca. 6 meter van midden tot grof zand, gevolgd door een laag van ruim 3 meter kleiig zand en tot een diepte tot ca. 12m -NAP midden en grof zand. Waterhuishoudkundig systeem Inrichting en beheer van het waterhuishoudkundig systeem op de locatie dient te zijn gericht op het voorkomen van wateroverlast voor wegen en bebouwing en voorkomen van schade aan volksgezondheid, door bijvoorbeeld vochtige kruipruimten, stilstaand water en onveilige oevers. De gemiddeld hoogste grondwaterstand dient minstens 1,0 meter onder het vloerpeil te staan, om in het kader van geldende ontwateringsnormen de functie woning toe te kunnen kennen. De A-, B- en C-watergangen in de omgeving maken deel uit van het peilgebied Citters, peilvak CIT008, voor dit peilvak is geen peilbesluit genomen. Op grond van de grondboringen – zie hierboven, is een ghg geconstateerd van ca. 6,7m +NAP. Om over voldoende drooglegging te beschikken, moet het aanlegpeil van het nieuwe woongebouw (vloerpeil begane grond) minimaal op 7,7m +NAP komen te liggen. Gelet op het maaiveld niveau van het perceel, ca.
8,6m +NAP, het beoogde bouwpeil van 0.1m boven maaiveld, wordt aan de minimale drooglegging voldaan (in het bouwplan is geen ondergrondse ruimte voorzien – met uitzondering van een kruipruimte.) Oppervlaktewater en afvalwatersysteem In het plangebied en ruime omgeving zijn geen waterlopen aanwezig. De meest nabije watergang is het Wijchens Meer op ca. 500 meter afstand, dit is een A-watergang. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van de ecologische hoofdstructuur respectievelijk het Gelderse natuurnetwerk en is niet gelegen in een hydrologische beschermingszone voor natte natuur. De huidige bebouwing op het plangebied is voor wat betreft de vuilwater en hemelwater afvoer aangesloten op het openbare riool stelsel onder de Kasteellaan. Beleidskader De gemeente Wijchen heeft samen met Waterschap Rivierenland een strategische waternota opgesteld, gevolgd door een uitvoeringsplan. In deze nota is een gezamenlijk visie opgeschreven over pagina 28
het water in de gemeente Wijchen. Het omvat thema’s en uitgangspunten voor een meer duurzaam waterbeheer binnen de gemeente Wijchen. Tevens beschikt de gemeente over een Gemeentelijk Rioleringsplan, het Verbreed GRP 2018 – 2022, vastgesteld 21 december 2017. Vanuit het gemeentelijke rioleringsplan zijn drie zorgplichten relevant voor het plangebied. Dit betreft de zorgplicht voor het hemelwater, de zorgplicht voor afvalwater en de zorgplicht voor het grondwater. Zorgplicht hemelwater (Waterwet art. 3.5): voor het hemelwater streeft de gemeente naar het vasthouden van gebiedseigen water door benutting van de natuurlijke bergingscapaciteit van bodem en oppervlaktewater. Transport van schoon hemelwater via de riolering moet worden vermeden. Infiltratie in de bodem op eigen terrein heeft de voorkeur, gevolgd door een vertraagde afvoer naar en berging in oppervlaktewater. Zorgplicht afvalwater (Wet milieubeheer art. 10.33): het huidige woonhuis is op het riool aangesloten. De nieuwe woning wordt voor het afvalwater eveneens op het riool aangesloten, daarbij wordt het hemelwater niet aangesloten. Hemelwater wordt op het terrein geïnfiltreerd voor de nieuwe woning. Toepassing bouwstoffen: verontreiniging van oppervlakte- en grondwater moet worden voorkomen door toepassing van niet-uitlogende materialen. Zorgplicht grondwater (Waterwet art.
3.6): de zorgplicht van de gemeente betreft het in openbaar gemeentelijke gebied treffen van maatregelen om structurele nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegevens bestemming zoveel mogelijk te voorkomen. Op grond van het Verbreed GRP zijn perceeleigenaren zelf verantwoordelijk voor het treffen van maatregelen op het eigen terrein om de nadelige gevolgen van de grondwaterstand tegen te gaan. Hij is ook verantwoordelijk voor de bouwkundige staat van de eigen woning en de waterhuishoudkundige voorzieningen op het eigen terrein. Het plangebied ligt binnen het waterschap Rivierenland. De algemene randvoorwaarden van het waterschap zijn van toepassing. De inhoudelijke uitgangspunten die het waterschap hanteert bij de watertoets zijn gebaseerd op de wettelijke taken die het waterschap heeft en het beleid van het waterschap voor de wijze waarop die taken zijn ingevuld. Het relevante beleid van het waterschap Rivierenland is vastgelegd in het Waterbeheerplan 2010-2015 en Beleidsregels Keur Waterschap Rivierenland 2009. Voor onderhavig plan is de digitale watertoets gedaan, zie bijlage 4 bij deze toelichting. Deze digitale watertoets is ontwikkeld door een aantal waterschappen, waaronder waterschap Rivierenland, en wordt gebruikt als hulpmiddel voor de toetsing van het plan aan het voorkeursbeleid van het waterschap.
In de paragraaf ‘toekomstige situatie’ wordt de doorlopen digitale watertoets nader beschreven. nader beschreven.
pagina 29
kaart watertoets, bron: www.dewatertoets.nl
De watertoets is bedoeld om ruimtelijke plannen meer waterbestendig te maken, waarbij alle waterhuishoudkundige belangen van zowel het waterschap als de gemeente vroegtijdig en expliciet worden meegenomen in ruimtelijke plannen en bij locatiekeuzen. De watertoets voor dit plan heeft plaatsgevonden via de Digitale Watertoets (www.dewatertoets.nl). Het voornemen betreft de sloop van de bestaande bebouwing en nieuwbouw van een nieuw woongebouw. De planlocatie heeft een oppervlakte van 2.125m2. De bestaande bebouwing heeft een oppervlakte van 270m2, dit is het dubbele woonhuis en bijgebouwen, de erfverharding in de bestaande situatie is ca. 200m2. De nieuwe bebouwing krijgt een oppervlakte van ca. 635m2, bestaande uit het hoofdgebouw van 527m2 en bijgebouw 108m2. De erfverharding in de nieuwe situatie wordt maximaal ca. 950m2, mogelijk wordt dit deels gras in plaats van erfverharding. Gezien de doelgroep, meervoudig gehandicapte jongvolwassenen, is het van belang dat het achterterrein zodanig wordt ingericht dat het voor hen goed bereikbaar en bruikbaar is. In de uitvoeringsfase wordt nader bezien of gewerkt kan worden met halfverhardingen en deels grasoppervlakte in plaats van niet doorlatende verhardingen. De parkeerplaatsen worden uitgevoerd in grasbetonsteen. Er is een infiltratie onderzoek gedaan, zie bijlage 3 bij deze toelichting.
Het doel van dit onderzoek was het bepalen van de bodemopbouw en de doorlatendheid van de bodem, zodat kan worden beoordeeld of de bodem geschikt is om hemelwater te infiltreren. Een infiltratievoorziening wordt gerealiseerd in de voortuin, de doorlatendheid van deze ondergrond is bepaald door boringen, geconstateerd is een k-waarde van 1,5 – 2,0. Omdat in de uitvoering nader wordt bepaald in hoeverre het achterterrein wordt verhard, is voor de berekening van de benodigde infiltratiecapaciteit uitgegaan van een maximale verharding, zie onderstaande tekening.
pagina 30
mogelijke verharding van het terrein tbv bepaling infiltratiecapaciteit
Bij deze maximale verharding dient een infiltratiecapaciteit van 50m3 te worden aangelegd. Infiltratiekratten met afmeting van 0,8m h x 6m b x 8,4m l zijn hier voldoende voor. Dan is sprake van 11,5m2 effectief infiltrerend oppervlak, dus afvoer van 127m3/dag (5,29 m3/uur) en een effectieve inhoud van 40,3m3. Op de situatietekening bij de bouwaanvraag is de infiltratievoorziening in de voortuin aangegeven. Beleidsuitgangspunten en consequenties voor het ruimtelijk plan Met voorliggende plan worden de bestaande woningen gesloopt en een nieuw woongebouw gebouwd. De bestaande erfverharding wordt verwijderd en nieuwe erfverharding wordt aangebracht. Er is sprake van een significante toename van de bebouwing en verharding. Wateroverlast en volksgezondheid Inrichting en beheer van het waterhuishoudkundige systeem op de locatie dient te zijn gericht op het voorkomen van wateroverlast voor wegen en bebouwing en voorkomen van schade aan volksgezondheid door bijvoorbeeld vochtige kruipruimten, stilstaand water en onveilige oevers. Zoals vermeld bedraagt de GHG ca. 2m onder maaiveld. Er kan worden geconcludeerd dat de grondwaterstand ter plaatse van de nieuwbouw voldoet, het maaiveld hoeft niet worden verhoogd. Afkoppeling en waterberging De gemeente streeft naar het vasthouden van gebiedseigen water door benutting van de natuurlijke bergingscapaciteit van bodem en oppervlaktewater.
Transport van schoon hemelwater via de riolering moet worden vermeden. Terreineigenaren zijn volgens de Waterwet artikel 3.5 verplicht het hemelwater dat op het eigen terrein valt ter plaatse te verwerken. Voor nieuwe woningen geldt dat het hemelwater vanaf de daken niet aangekoppeld mag worden en moet worden geïnfiltreerd op eigen terrein.
pagina 31
Er wordt geen hemelwater via het riool of via het oppervlakte water afgevoerd, ook mag het niet over het oppervlak naar naburige percelen worden afgevoerd, het water moet ter plekke worden geïnfiltreerd. In de omgevingsvergunning aanvragen voor de nieuwe woningen zal dit bouwkundig nader worden uitgewerkt, en wordt daarmee onderdeel van de te verlenen vergunning. Het plan omvat de sloop van de huidige bebouwing, een dubbel woonhuis + bijgebouwen. Daarnaast wordt de bestaande erfverharding verwijderd. Een nieuw woongebouw met zorgfunctie wordt gebouwd, met een bijgebouw. Per saldo neemt de verharding toe na voltooiing van het plan, hiervoor is een infiltratie onderzoek gedaan, de benodigde infiltratiecapaciteit wordt in de voortuin aangebracht. Afvalwater De 2 huidige woningen in het plangebied zijn aangesloten op de openbare riolering in de Kasteellaan. Het nieuwe woongebouw wordt hier eveneens op aangesloten. De bestaande riolering beschikt over voldoende capaciteit om het afvalwater van het nieuwe woongebouw te ontvangen. De kosten van de aansluitingen zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Waterkwaliteit De gemeente streeft naar een goede waterkwaliteit, die voldoet aan gestelde eisen. Van belang is dat zo min mogelijk vervuilende stoffen worden toegevoegd aan grond- en oppervlaktewatersysteem.
Alleen schoon hemelwater wordt direct afgevoerd naar bodem of oppervlaktewater. Er zijn geen bijzondere maatregelen genomen om vervuiling van het oppervlaktewater te voorkomen. Overeenkomstig de eis worden in principe geen uitlogende materialen toegepast. Natte natuurwaarden De gemeente streeft naar behoud van natuurwaarden en biodiversiteit. Natuurlijke grondwaterstanden worden behouden; de (natte) natuurwaarden sluiten hierop aan. Bouwplan en toekomstige beheer van de planlocatie geven geen verstoring van de vereiste (grond)waterkwaliteit en -kwantiteit. Onderdeel van het plan is dat het hemelwater ter plaatse wordt geïnfiltreerd. Drinkwaterbesparing Drinkwaterverspilling dient te worden voorkomen. Gebruik van hoogwaardig drinkwater dient zoveel mogelijk te worden beperkt tot hoogwaardige toepassingen. Zo mogelijk wordt hemelwater gebruikt voor laagwaardige toepassingen. Bij de uitwerking van het bouwplan wordt beoordeeld in hoeverre drinkwater besparende voorzieningen toegepast kunnen worden. Beleving De gemeente streeft naar versterking van de belevingswaarde van water. Cultuurhistorisch waardevolle watergebonden elementen zijn herkenbaar in het landschap aanwezig. Water en watergebonden elementen worden zo mogelijk gevisualiseerd. De planlocatie omvat geen cultuurhistorisch waardevol water.
Conclusie Uit het oogpunt van het aspect water leidt het plan tot meer verharding, hiervoor wordt
pagina 32
infiltratiecapaciteit in het plangebied opgenomen. De ruimtelijke functies en het watersysteem zijn voldoende op elkaar afgestemd.
3.8 Ecologie In Nederland is de bescherming van natuurwaarden per 1 januari 2017 in de nieuwe Wet natuurbescherming geregeld. In deze wet zijn drie wetten verenigd, de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. Activiteiten die mogelijk negatieve gevolgen kunnen hebben voor de natuurwaarden mogen niet plaats vinden zonder vergunning. Verder is iedereen verplicht zorgvuldig om te gaan met natuurgebieden, de zogenaamde zorgplicht. De Wet natuurbescherming beschermt een groot aantal in het wild levende planten- en diersoorten, ook buiten beschermde natuurgebieden. Op grond van de wet is het verboden beschermde planten te vernielen of te beschadigen, beschermde dieren te verstoren, verwonden of te doden. Daarnaast is het verboden rust- en verblijfplaatsen van beschermde diersoorten te beschadigen, weg te nemen of te vernielen. Ontheffing van deze regels is onder voorwaarde mogelijk. Naast de wettelijke verbodsbepalingen is er altijd sprake van een algemene zorgplicht. Iedereen dient voldoende zorg in acht te nemen voor dieren, planten en hun leefomgeving. Dit houdt onder andere in dat handelingen worden nagelaten die negatieve gevolgen hebben voor soorten of dat maatregelen worden getroffen om negatieve gevolgen te voorkomen.