1. Heikampseweg 6 Alverna - Hoefweg 3 Batenburg_Toelichting
Tekst van het document
Heikampseweg 6 Alverna - Hoefweg 3 Batenburg
25
gerealiseerd). Voor de drooglegging dient het oppervlaktewaterpeil meer dan 1,30 m onder het vloerpeil te liggen. Het zomerpeil wordt in het plangebied niet beheerd, maar bedraagt in het nabijgelegen gebied MWO89B 6,30 m +NAP. Het vloerpeil van de woning zal daarom minimaal op 7,60 m +NAP gerealiseerd worden (de woning wordt met een vloerpeil van 9,20 +NAP gerealiseerd). Verder wordt rekening gehouden met de eis dat het laagstgelegen lozingstoestel 0,15 m. hoger ligt dat het straatpeil 8,60 m +NAP. Voor het losingstoestel in de kelder van de nieuwe woning wordt een rioolwaterpomp ingezet. Bij dit plan zijn verdrinkingsgevaar en gezondheidsrisico's vanwege een ligging nabij overstorten of stilstaand water niet aan de orde. 4. Overwegingen en conclusie Overwegingen Met dit plan wordt 774 m² aan voormalige agrarische bebouwing en 752 m² aan erfverharding/mestplaten aan de Hoefweg gesaneerd waardoor er sprake is van een sterke afname van verharding binnen dit perceel van het plangebied. Op het perceel aan de Heikampseweg wordt één woning gerealiseerd op een nu onverhard perceel. Hemelwater zal op het perceel zelf geborgen en/of geïnfiltreerd moeten worden, hiervoor is op het perceel voldoende ruimte aanwezig. In de aanvraag omgevingsvergunning zal dit inzichtelijk gemaakt moeten worden. Er word voldaan aan de ontwateringseisen en de noodzakelijke minimale drooglegging.
In de omgeving is verder geen (beschermd) oppervlaktewater aanwezig waar dit plan een negatief effect op heeft. Afvalwater afkomstig van de nieuwe woning wordt afgevoerd naar het riool. Het hemelwater wordt geborgd op eigen terrein. Voorliggend plan heeft daarmee geen negatieve effecten op de waterhuishouding in het plangebied. Conclusie Het plan is uitvoerbaar op het gebied van water. 5. Overleg met waterbeheerder Advies waterbeheerder Afhankelijk van de aard en locatie moet het ruimtelijk plan voor advies en/of vooroverleg worden voorgelegd aan de waterbeheerder. Veelal is de waterbeheerder het waterschap, maar kan ook Rijkswaterstaat, Provincie of Gemeente zijn. Het advies of resultaat van het vooroverleg dient te worden verwerkt in de waterparagraaf. Voor wat betreft het waterschapsbelang geldt voor alle ruimtelijke plannen dat bij aanvang van het planproces een digitale watertoets moet worden ingevuld door de initiatiefnemer (www.digitalewatertoets.nl) en/of vooroverleg met de gemeente. Het hieruit voortvloeiende advies moet, in geval van een relevant waterschapsbelang, worden uitgewerkt in de waterparagraaf. Gevolgen voor het plan Het waterschap Rivierenland is middels het uitvoeren van de watertoets op de hoogte gebracht van voorliggende ontwikkeling. De uitkomst van de toets is toegevoegd als bijlage 2.
De uitkomsten van deze toets en de adviezen van het waterschap zijn opgenomen in bovenstaande watertoets. Het waterschap heeft aangegeven positief te adviseren over het plan. Daarmee hoeft het plan in het kader van het wettelijk vooroverleg ook niet meer toegezonden te worden aan Waterschap Rivierenland. Gezien de geringe omvang van voorliggend project is niet gekozen voor een wateroverleg met de gemeentelijke waterbeheerder maar is een reactie verkregen op een voorontwerp bestemmingsplan. De inhoudelijke opmerkingen en aanvullingen ten aanzien van met name waterberging en afvoer van hemelwater zijn verwerkt in bovenstaande paragraaf.
4.3
Ecologie
Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met de natuurwaarden ter plaatse. De Wet natuurbescherming beschermt natuurgebieden, inheemse soorten en het bosopstanden in Nederland.
26
Heikampseweg 6 Alverna - Hoefweg 3 Batenburg
Gebiedsbescherming In de Wet natuurbescherming worden de zogenoemde Natura 2000-gebieden beschermd. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Volgens deze Europese richtlijnen moeten lidstaten specifieke diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving (habitat) beschermen om de biodiversiteit te behouden. Natura 2000-gebieden kennen een zogenaamde 'externe werking'. Dit betekent dat ontwikkelingen die buiten de begrenzing van de Natura 2000-gebieden gelegen zijn, ook getoetst moeten worden of er significant negatieve effecten optreden op het betreffende gebied. Soortenbescherming Een hoofdstuk in de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van de in het wild voorkomende inheemse planten en dieren: de soortenbescherming. De wet richt zich vooral op het in stand houden van populaties van soorten die bescherming behoeven. In de wet zijn algemene en specifieke verboden vastgelegd ten aanzien van beschermde dier- en plantensoorten. Bekeken moet worden in hoeverre ruimtelijke plannen negatieve gevolgen hebben op beschermde dier- en plantensoorten en of er compenserende of mitigerende maatregelen genomen moeten worden. De wet geeft de mogelijkheid aan provincies om voor een bepaald aantal soorten via een verordening een algemene vrijstelling op bepaalde verbodsbepalingen te geven.
Daarnaast geldt voor iedereen in Nederland altijd, dus ook los van het voorliggende beoogde ruimtelijke project, dat de zorgplicht nageleefd moet worden bij het verrichten van werkzaamheden. Voor menige soort geldt dat indien deze zorgplicht nagekomen wordt een bepaald beoogd project uitvoerbaar is. Planspecifiek Gebiedsbescherming De planlocaties maken geen deel uit van een Natura 2000 gebied of het Gelders Natuurnetwerk. Gezien de aard van de werkzaamheden en het toekomstig gebruik, en de afstand tot de omliggende Natura 2000 gebieden, is van een externe werking op de Natura 2000 gebieden geen sprake. Een Aerius berekening voor de stikstofdepositie op de Natura 2000 gebieden is voor dit initiatief niet nodig. Soortenbescherming Voorliggend initiatief betreft de sloop van voormalige agrarische bebouwing aan de Hoefweg 3 en de realisatie van één woning aan de Heikampseweg. Om te kunnen bepalen of de sloopwerkzaamheden aan de Hoefweg 3 negatieve effecten als gevolg hebben vanuit soortbescherming is een quickscan Flora en Fauna uitgevoerd. Het gehele onderzoek is toegevoegd als bijlage 3. De belangrijkste conclusie van het onderzoek is dat het projectgebied en de directe omgeving geen essentiële betekenis voor beschermde soorten. Daarnaast is er een quickscan Flora en Fauna uitgevoerd ter plaatse van het perceel aan de Heikampseweg.
Het gehele onderzoek is toegevoegd als bijlage 4. Ook op deze locatie is de belangrijkste conclusie dat het projectgebied en de directe omgeving geen essentiële betekenis voor beschermde soorten. Voor beide planlocaties geldt dat de percelen mogelijk geschikt leefgebied zijn voor algemene zoogdieren, foeragerende vleermuizen, amfibieën, insecten en broedvogels welke niet beschermd zijn (behoudens de Algemene zorgplicht) onder de Wet natuurbescherming. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de (mogelijke) aanwezigheid van foeragerende vleermuizen, rugstreeppadden en algemene broedvogels (in het kader van Algemene zorgplicht). Voor deze soorten dienen maatregelen te worden getroffen om effecten te voorkomen, zie hiervoor pagina 11 van de rapportage voor de Hoefweg 3 en pagina 13 van de rapportage voor de Heikampseweg. De uitvoerbaarheid van het initiatief voor ecologie is hiermee aangetoond.
Heikampseweg 6 Alverna - Hoefweg 3 Batenburg
27
4.4
Verkeer
Onderdeel van goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur. De gemeente Wijchen heeft een eigen 'Parkeerbeleidsplan gemeente Wijchen' uit 2016. Daarin is opgenomen dat de gemeente met betrekking tot de normen voor de verkeersaantrekkende werking en parkeren aansluit op de maximale normen van het CROW. Deze parkeercijfers dienen dan ook als basis in onderstaande motivatie. Met betrekking tot de typologie en ligging is uitgegaan van vrijstaande koopwoningen in een rest bebouwde kom locatie in een matig stedelijk gebied. De ontwikkeling aan de Heikampseweg brengt de volgende verkeersaantrekkende werking en parkeeropgave met zich mee: Verkeersaantrekkende werking De verkeersaantrekkende werking neemt door voorliggend plan beperkt toe, namelijk met maximaal 8,6 verkeersbewegingen per dag. De Heikampseweg en de andere verkeerswegen in de omgeving van het plangebied kunnen deze toename goed aan. Parkeren Voor de woning dienen volgens de norm 2,6 parkeerplaatsen aangelegd te worden. Binnen het plangebied is voldoende ruimte om hier aan te voldoen en er worden ter hoogte van de inrit 3 parkeerplaatsen ingepast. In de regels van dit plan is middels een voorwaardelijke verplichting opgenomen dat de woningen pas in gebruik mogen worden genomen als is voldaan aan de parkeernorm die van toepassing is op dit plan.
Ontsluiting Het perceel aan de Heikampseweg is reeds voorzien van een vergunde inrit op deze weg. Deze inrit blijft in de toekomstige situatie gehandhaafd. Ter plaatse van het perceel aan de Hoefweg blijft de huidige bestemming en het gebruik gehandhaafd waarmee er geen aanpassing is ten aanzien van verkeer. Geconcludeerd kan worden dat voorliggend initiatief uitvoerbaar is vanuit het aspect verkeer.
4.5
Cultuurhistorie en archeologie
In elk bestemmingsplan moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden wordt omgegaan. Denk aan aanwezige monumenten, historische gebieden, kenmerkende (straat)beelden en landschapselementen. Bij het maken van plannen kan ook (weer) rekening gehouden worden met al deze elementen die er vroeger wel waren maar nu niet meer. Een bijzonder onderdeel van cultuurhistorie is archeologie. Cultuurhistorie Het belang van cultuurhistorie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Het Besluit geeft aan dat “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” in het bestemmingsplan opgenomen moet worden. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Archeologie De bescherming van archeologische waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen is geregeld in de Erfgoedwet. De essentie van de wettelijke bescherming is dat archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem bewaard blijven. Bij ruimtelijke plannen geldt de verplichting om rekening te houden met bekende en te verwachten archeologische waarden. Indien ingrepen gepaard gaan met een verstoring van de bodem, kan het nodig zijn
28
Heikampseweg 6 Alverna - Hoefweg 3 Batenburg
om nader onderzoek te doen, zodat - waar nodig - de archeologische waarden veiliggesteld kunnen worden en/of het plan aangepast kan worden. De verantwoordelijkheid voor archeologische waarden ligt bij de gemeente. Op basis van artikel 5.10 van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Planspecifiek Cultuurhistorie In het parapluplan Cultuurhistorie van de gemeente Wijchen in het plangebied aangemerkt als cultuurhistorisch waardevol gebied. In de bijbehorende beschrijving is aangegeven dat in een gebied van hoge stedenbouwkundige waarde intieme geborgenheid, grote maat en stevige stedenbouwkundige dan wel landschappelijke structuur altijd 'naast' elkaar staat. Voorliggend plan betreft het slopen van voormalige agrarische bedrijfsbebouwing aan de Hoefweg 3 en de bouw van één woning aan de Heikampseweg. Hiermee neemt de hoeveelheid bebouwing aan de Hoefweg af en verbetert de ruimtelijke kwaliteit. De agrarische bebouwing heeft geen cultuurhistorische waarde. Door de situering van de nieuwe woning aan de Heikampseweg centraal op het perceel blijft het doorzicht naar het achtergelegen open gebied behouden. Daarnaast gaat de woning deel uitmaken van de bestaande lintbebouwing en vormt de woning een logische ontwikkeling in het lint.
Hiermee blijven de cultuurhistorische waarden van het gebied behouden. De dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorisch waardevol gebied' is onverminderd van toepassing in voorliggend bestemmingsplan. Archeologie Het perceel aan de Heikampseweg ligt binnen de dubbelbestemming 'Archeologie 2'. Deze aanduiding wijst op gronden met een hoge archeologische verwachting. Onderzoek is nodig bij nieuwe bouwwerkzaamheden groter dan 120 m² (en dieper dan 0,3). De ontwikkeling aan de Heikampseweg beslaat een kleiner gebied (109,5 m², zonder bijgebouwen) en er wordt enkel ter plaatse van de woning dieper dan 0,3 m gebouwd, waarmee het uitvoeren van een archeologisch onderzoek niet nodig is. Mocht bij de aanvraag omgevingsvergunning blijken dat er niet aan bovenstaande voorwaarden kan worden voldaan dient een archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Aan de Hoefweg wordt uitsluitend bebouwing gesloopt. Deze grond is reeds verstoort door de aanwezige fundering. Het uitvoeren van een archeologisch onderzoek is niet nodig. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect cultuurhistorie en archeologie.
4.6
Economische uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is; het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is; het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid,
Heikampseweg 6 Alverna - Hoefweg 3 Batenburg
29
onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. Planspecifiek De ontwikkelingskosten komen geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Hiertoe zal de gemeente voorafgaand aan de planologische procedure met de initiatiefnemer een exploitatieovereenkomst afsluiten. Voor de realisatie van het plan hoeft de gemeente geen investering te doen. De kosten die door de gemeente gemaakt worden voor het voeren van de planologische procedure zijn verrekend in de leges. Eventuele extra gemeentelijke kosten worden gedekt door de exploitatieovereenkomst. Tevens zal een overeenkomst betreffende planschade worden afgesloten. Deze kosten komen eveneens geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd kan worden dat het plan economisch uitvoerbaar is.
30
Heikampseweg 6 Alverna - Hoefweg 3 Batenburg
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planbeschrijving
Algemeen
Het bestemmingsplan is opgezet volgens de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan dit plan ten grondslag liggen. De toelichting is van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing. Daarnaast maken ook eventuele bijlagen onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan. Verbeelding De verbeelding is een digitale kaart, waarop bestemmingen en aanduidingen zijn weergegeven. Aanduidingen worden gebruikt om bepaalde zaken specifieker te regelen, bijvoorbeeld in de vorm van gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, functieaanduidingen etc. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart).
Daar waar een verschil is tussen de digitale en de analoge verbeelding, is de digitale versie leidend. Regels De planregels zijn standaard onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk I : Inleidende regels, deze bevatten de begrippen en wijze van meten; Hoofdstuk II: Bestemmingsregels, dit zijn de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. De regels bevatten een bestemmingsomschrijving en regels voor het bouwen en het gebruik. Hoofdstuk III: Algemene regels, dit zijn regels die gelden voor alle bestemmingen. Dit zijn onder meer (mogelijke) flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden. Hoofdstuk IV: Overgangs- en slotbepalingen.
5.2
Wijze van bestemmen
De regels van het voorliggend bestemmingsplan zijn gebaseerd op die van het bestemmingsplan 'Geconsolideerde versie Buitengebied en herziening 2014'. Voorliggend bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen: Wonen-1 Binnen deze bestemming is per bestemmingsvlak (het realiseren van) één woning toegestaan. In de regels zijn een drietal voorwaardelijke verplichtingen opgenomen. Ten eerste mag nieuwe woning pas in gebruik worden genomen als is voldaan aan het opnemen van voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein (voorwaardelijk verplicht). Ten tweede geldt voor de nieuwe woning aan de Heikampseweg dat dat het vloerpeil van de begane grond minstens 1 meter boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) dient te worden gerealiseerd (voorwaardelijk verplicht). En ten derde dient de agrarische bebouwing aan de Hoefweg 3 geheel gesloopt te zijn binnen 1 jaar na vaststelling voorliggend bestemmingsplan (voorwaardelijk verplicht). Waarde - Archeologie - 2 Deze dubbelbestemming ligt op het perceel aan de Heikampseweg, om de archeologische waarden in de bodem te beschermen.
Heikampseweg 6 Alverna - Hoefweg 3 Batenburg
31
Gebiedsaanduiding 'Milieuzone - Hydrologische beschermingszone' Ter plaatse van deze gronden dient de waterhuishoudkundige situatie en de voorkomende natuurwaarden te worden beschermd. Met dit hoofdstuk is voldaan aan artikel 3.1.3 van het Bro.
32
Heikampseweg 6 Alverna - Hoefweg 3 Batenburg
Hoofdstuk 6 6.1
Procedure
Algemeen
Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Dit is het vooroverleg, waarin het conceptplan wordt voorgelegd aan het waterschap en aan die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Voor wat kleinere plannen kan, in overleg, afgezien worden van dit overleg. Op basis van artikel 3.1.6 Bro dient verslag te worden gedaan van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken. Dit is de inspraak. Van (formele) inspraak kan, zeker bij wat kleinere plannen, worden afgezien. De gemeentelijke inspraakverordening is daarbij ook van belang. Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd te worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de Raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid voor belanghebbenden beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State.
Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld. Is er wel beroep ingesteld dan treedt het bestemmingsplan ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen. De procedure eindigt met het besluit van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
6.2
Verslag vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro
Het plan is in het kader van de Watertoets voorgelegd aan het Waterschap Rivierenland en de gemeente als waterbeheerder. De resultaten van dit vooroverleg zijn in paragraaf 4.2 benoemd en verwerkt. Omdat gebruik gemaakt wordt van een vastgestelde VAB regeling en provinciale belangen niet in het geding zijn is geen vooroverleg gevoerd met de provincie Gelderland.
6.3
Verslag inspraak ex artikel 3.1.6 Bro
Voor het plan wordt geen formele inzageprocedure gehouden. De omwonenden worden geïnformeerd over de voorgenomen ontwikkeling. Het plan gaat direct als ontwerp ter inzage.
6.4
Verslag zienswijzen
Het ontwerp bestemmingsplan heeft tot en met maandag 20 december 2021 gedurende een periode van zes weken voor eenieder ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn zijn er geen zienswijzen tegen het ontwerpplan ingediend.
Heikampseweg 6 Alverna - Hoefweg 3 Batenburg
33