1. Heikampseweg 6 Alverna - Hoefweg 3 Batenburg_Toelichting
Tekst van het document
bestemmingsplan
Heikampseweg 6 Alverna - Hoefweg 3 Batenburg gemeente: Wijchen
Gemeente Wijchen Contactpersoon
Opdrachtgever Penvoerder
Datum: Maart 2022 Buro SRO
Heikampseweg 6 Alverna - Hoefweg 3 Batenburg COLOFON Gegevens over het plan: Plannaam: Identificatienummer: Status: Datum: Projectnummer Buro SRO:
Heikampseweg 6 Alverna - Hoefweg 3 Batenburg NL.IMRO.0296.BGBHeikampseweg6-VG01 Vastgesteld maart 2022 56.90.33
Gegevens projectbetrokkenen: Opdrachtgever:
R. van Woezik
Gegevens Buro SRO: Projectleider Buro SRO: Bezoekadres vestiging Arnhem: Telefoon: E-mail: Internet:
Dhr. E. Stevens Sweerts de Landasstraat 50, 6814 DG te Arnhem 026 – 35 23 125 arnhem@buro-sro.nl www.buro-sro.nl
Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 Hoofdstuk 5 5.1 5.2 Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3 6.4
2
3 Inleiding Aanleiding voor het bestemmingsplan Ligging plangebied Leeswijzer Het initiatief Huidige situatie Toekomstige situatie Duurzame stedenbouw Beleidskader Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid Uitvoerbaarheid Milieu Water Ecologie Verkeer Cultuurhistorie en archeologie Economische uitvoerbaarheid Juridische planbeschrijving Algemeen Wijze van bestemmen Procedure Algemeen Verslag vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro Verslag inspraak ex artikel 3.1.6 Bro Verslag zienswijzen
4 4 4 4 5 5 6 8 10 10 11 12 16 16 21 26 28 28 29 31 31 31 33 33 33 33 33
Heikampseweg 6 Alverna - Hoefweg 3 Batenburg
Toelichting
Heikampseweg 6 Alverna - Hoefweg 3 Batenburg
3
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding voor het bestemmingsplan
Aan de Heikampseweg (ongenummerd) aan de rand van Alverna bevindt zich een agrarisch perceel zonder bebouwing. De eigenaar is voornemens op dit perceel een vrijstaande woning te realiseren. Deze ontwikkeling wordt mogelijk door het slopen van de voormalige agrarische bebouwing op het perceel aan de Hoefweg 3 in Batenburg door middel van verevening. De woning aan de Hoefweg 3 blijft behouden. Deze ontwikkeling is strijdig met het geldende bestemmingsplan. Omdat het initiatief gewenst is en passend is op de locatie, wordt medewerking verleend aan deze ontwikkeling. In dit document wordt dit toegelicht en gemotiveerd waarom dat kan volgens de Wet ruimtelijke ordening (Wro).
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied bestaat uit twee locaties. Het perceel Heikampseweg (ongenummerd) bevindt zich aan de rand van het dorp Alverna en staat kadastraal bekend onder gemeente Wijchen, sectie C, nr. 2215. Het perceel waar de agrarische bebouwing gesloopt wordt ligt aan de Hoefweg 3 ten noorden van het dorp Batenburg. Bijgevoegde afbeelding toont globaal de ligging van het plangebied in de omgeving. Het perceel aan de Heikampseweg is aangegeven met een rode pijl en het perceel aan de Hoefweg met een blauwe pijl.
Ligging slooplocatie (blauwe pijl) en bouwlocatie (rode pijl)
1.3
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 bevat een beschrijving van de bestaande situatie en van het plan. Daarna wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op het relevante Rijks-, provinciale-, en gemeentelijke beleid. In hoofdstuk 4 wordt de haalbaarheid van het project getoetst op grond van het geldende beleid en (milieu)wetgeving. Ook wordt ingegaan op de economische haalbaarheid van het plan. Hoofdstuk 5 geeft een toelichting op de juridische opzet van het plan. Tot slot gaat hoofdstuk 6 in op de wijze hoe burgers en andere belanghebbenden betrokken zijn bij het plan (maatschappelijke uitvoerbaarheid). Hierin zijn de uitkomsten van inspraak, vooroverleg en zienswijzen opgenomen.
4
Heikampseweg 6 Alverna - Hoefweg 3 Batenburg
Hoofdstuk 2
Het initiatief
In dit hoofdstuk wordt het initiatief beschreven. Eerst wordt ingegaan op de bestaande situatie van het plangebied en de relatie met de omgeving. Daarna wordt ingezoomd op het beoogde initiatief.
2.1
Huidige situatie
Het perceel aan de Heikampseweg bevindt zich tussen de Heikampseweg 4 en 10 aan de rand van Alverna. De Heikampseweg en de omgeving van het perceel betreft een woongebied met uitsluitend woningen. Aan de oostzijde van het perceel bevinden zich agrarische gronden. Het perceel is momenteel in gebruik als weiland. Het perceel is omzoomd door houtwallen. Doordat er op deze plek geen bebouwing staat, in tegenstelling tot de andere percelen aan deze straat, vormt de locatie momenteel een opening in het bestaande lint. Op navolgende afbeelding is de huidige situatie weergegeven.
Luchtfoto van het plangebied aan de Heikampseweg in Alverna (bron: Google Maps)
Het perceel aan de Hoefweg bevindt zich in het buitengebied van Wijchen even ten noorden van Batenburg. Op het perceel staat een voormalig agrarisch bedrijf. De bedrijfswoning is al langere tijd in gebruik en bestemd als burgerwoning. De voormalige agrarische bedrijfsgebouwen omvatten circa 774 m² en 752 m² erfverharding/mestplaten en zijn al geruime tijd niet meer in gebruik als zodanig. De percelen in de omgeving betreffen voornamelijk voormalige agrarische bedrijven die eveneens omgevormd zijn tot woonpercelen afgewisseld met agrarische graslanden en enkele agrarische bedrijven. Op navolgende afbeelding is de huidige situatie weergegeven.
Heikampseweg 6 Alverna - Hoefweg 3 Batenburg
5
Luchtfoto van het plangebied aan de Hoefweg 3 bij Batenburg (bron: Google Maps)
2.2
Toekomstige situatie
Voorliggend initiatief maakt de bouw van een vrijstaande woning mogelijk. De nieuwbouw is een logische aanvulling op de bestaande bebouwing langs de Heikampseweg. Langs deze weg bevinden zich hoofdzakelijk grote percelen met individueel vormgegeven vrijstaande woningen. Door in voorliggend plangebied eveneens een vrijstaande woning te realiseren wordt aangesloten bij de bebouwing in de omgeving. Daarnaast blijft het doorzicht op het achterliggende open landschap behouden door de centrale plaatsing van de woning op het perceel en het realiseren van de garage/berging in de kelder waardoor het perceel vrij blijft van bebouwing. De bouwmassa van de nieuwe woning is zodanig dat deze in het straatbeeld wordt opgenomen. De architectonische uitwerking sluit ook aan op de woningen in de omgeving. De woningen langs de Heikampseweg hebben een dorpse uitstraling met bakstenen (deels gestucte) huizen met kappen die afwisselend bedekt zijn met dakpannen en riet. De nieuwe woning is voorzien van stucwerk en een rieten kap. De woning kent een vloeroppervlak van circa 110 m². Het perceel wordt voorzien van een inrit aan de zuidzijde waar tevens de benodigde parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Meer over het aspect parkeren in paragraaf 4.4. Tenslotte is het streven diverse duurzaamheidsmaatregelen toe te passen zoals Nul op de meter- woningen (NOM), meer hierover in paragraaf 2.3.
Het perceel aan de Heikampseweg is omzoomd door houtwallen. De bestaande houtwallen worden versterkt met mantelzoom vegetatie en de zijden die nog geen houtwal hebben zullen daarvan worden voorzien. In totaal worden er ca. 50 bomen geplant.
6
Heikampseweg 6 Alverna - Hoefweg 3 Batenburg
Navolgende afbeeldingen geeft de toekomstige situering op het perceel, het aanzicht van de woning, en een impressie van de woning.
Situering van de nieuwe woning op het perceel aan de Heikampseweg (Bron: Veekens Bouwkundig teken- en adviesburo)
Heikampseweg 6 Alverna - Hoefweg 3 Batenburg
7
Aanzichten en doorsnede nieuwe woning aan de Heikampseweg (Bron: Veekens Bouwkundig teken- en adviesburo)
Impressies nieuwe woning aan de Heikampseweg, v.l.n.r. vooraanzicht en achteraanzicht (Bron: Veekens Bouwkundig teken- en adviesburo)
Hoefweg 3 Op het perceel aan de Hoefweg 3 wordt circa 774 m² aan voormalige agrarische bedrijfsbebouwing (schuren) gesloopt en 752 m² aan erfverharding/mestplaten verwijderd. In de bijlage 1 van de Regels staat aangegeven welke schuren gesloopt gaan worden. De eigenaar van dit perceel stelt de bouwrechten uit de sloop van deze bebouwing ter beschikking van de initiatiefnemer om te komen tot verevening waarmee de nieuwe woning aan de Heikampseweg kan worden gerealiseerd. Om de sloop te garanderen, wordt een anterieure overeenkomst tussen de initiatiefnemer en de gemeente gesloten waarin is opgenomen dat de agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt moet zijn 1 jaar na vaststelling van voorliggend bestemmingsplan. Deze termijn is tevens opgenomen als voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels van voorliggend bestemmingsplan. De woning op dit perceel blijft behouden, waarbij de landschappelijke inpassing behouden en versterkt wordt. In bijlage 2 van de Regels is deze landschappelijke inpassing aangegeven en net als de sloop voorwaardelijk verplicht. De bestemming op de locatie is al wonen, de bouw van nieuwe bebouwing na sloop van de bestaande bebouwing is niet toegestaan conform het bestemmingsplan. De huidige bebouwing is aanwezig onder het overgangsrecht.
2.3
Duurzame stedenbouw
In een duurzame leefomgeving wordt bewust omgegaan met energie, klimaat, grondstoffen, ruimte, water en groen. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn een logisch moment om de verschillende aspecten van duurzame stedenbouw vanaf het begin in de planvorming mee te nemen.
8
Heikampseweg 6 Alverna - Hoefweg 3 Batenburg
Bouwbesluit Het Bouwbesluit stelt eisen aan energiezuinigheid van nieuwe woningen en utiliteitsgebouwen. De maat voor energiezuinigheid heet Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC). Voor woningen geldt sinds 2015 een Energie Prestatie Coëfficiënt van 0,4 op gebouwniveau. Vanaf 2020 wordt deze verlaagd richting een coëfficiënt dichter bij de nul. Vanaf 2020 moeten alle nieuwe gebouwen voldoen aan de BENG-eisen. Dit is rijksbeleid, waarbij BENG staat voor Bijna EnergieNeutrale Gebouwen. Kansen Bij de herinrichting van een perceel en bij nieuwbouw liggen kansen om duurzaamheid te verbeteren. Het energieneutraal maken van een gebouw kan beter bij de bouw dan achteraf. Nieuwbouw biedt de kans om meteen voor een duurzame wijze van verwarming te kiezen, maar ook andere duurzaamheidsaspecten zijn bij nieuwbouw relatief eenvoudig te realiseren, zoals het opwekken van duurzame energie. Het is van belang de kansen voor het opwekken van duurzame energie te benutten om de gestelde toename van duurzaam opgewerkte energie te behalen. Sinds 01-07-2018 moeten nieuwe woningen gasloos worden gebouwd. Daarnaast kan bij de inrichting van de buitenruimte rekening worden gehouden met water- en hittestress. Het aanplanten van groen is goed voor de klimaatbestendigheid, omdat het bijdraagt aan het verminderen van de hittestress en het verbeteren van het watervasthoudend vermogen van het gebied.
Planspecifiek Bij de realisatie van de woning aan de Heikampseweg wordt gebruik gemaakt van diverse duurzaamheidsmaatregelen. De woning wordt gebouwd door middel van de houtskelet bouwmethode. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van duurzaam en volledig recyclebaar basismateriaal (hout), waarmee de Co2 uitstoot tijdens het bouwproces wordt gereduceerd en de woning is voorzien van een hoge isolatiewaarde. Daarnaast worden gasloos gebouwd door het toepassen van een cv met luchtwarmtepomp toegepast, PV-zonnepanelen en een zonneboiler. Bij de isolatie van de woning wordt gekozen voor tripple beglazing, kozijnen en ramen met dubbele kierdichting en extra isolatie in de vloer, wanden en dak met een Rc van 6.0 m² KW. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen voorgenoemden maatregelen uitwerkt zijn, ook ten aanzien van natuurinclusief bouwen zullen dan praktisch ingevuld zijn.
Ter plaatse van de Hoefweg wordt uitsluitend de voormalige agrarische bebouwing gesloopt. Bij de sloop van de bebouwing worden de materialen zorgvuldig gescheiden en afgevoerd. Bouwmaterialen die in goede staat verkeren zullen hergebruikt worden bij andere bouwprojecten.
Heikampseweg 6 Alverna - Hoefweg 3 Batenburg
9
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Gebiedsgericht De SVIR benoemt een aantal aspecten van nationaal ruimtelijk belang. Het betreft de bescherming van de waterveiligheid aan de kust en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, de uitoefening van defensietaken, het Natuurnetwerk Nederland (voorheen de ecologische hoofdstructuur), de elektriciteitsvoorziening, de toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet en de veiligheid rond rijksvaarwegen. Voorts betreft het enkele specifieke gebieden zoals de mainportontwikkeling van Rotterdam en Schiphol. In het Barro heeft het Rijk voor deze onderwerpen regels opgesteld waarmee de SVIR juridisch verankerd is richting lagere overheden. Via het Besluit ruimtelijke ordening en het Besluit omgevingsrecht zijn deze regels aanvullend vastgelegd. In de SVIR worden, naast de onderwerpen van nationaal belang, accenten geplaatst op het gebied van bestuurlijke verantwoordelijkheden. Het beleid betekent een decentralisatie van rijkstaken en bevoegdheden. Het Rijk gaat zo min mogelijk op de stoel van provincies en gemeenten zitten en lagere overheden, burgers en bedrijven krijgen, zolang het nationaal belang niet in het geding is, de ruimte om oplossingen te creëren.
Ladder duurzame verstedelijking Een meer algemeen onderwerp uit de SVIR is 'duurzame verstedelijking'. Via de 'ladder voor duurzame verstedelijking' wordt een zorgvuldige afweging en besluitvorming geborgd bij ruimtelijke vraagstukken in stedelijk gebied. Het gebruik van deze ladder is opgenomen in het Bro (artikel 3.1.6 onder 2). De ladder richt zich op nieuwe stedelijke ontwikkelingen. In de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dient de behoefte aan die ontwikkeling te worden beschreven. Als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, moet bovendien gemotiveerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het Bro beschrijft wat een stedelijke ontwikkeling is: "een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." Onder 'bestaand stedelijk gebied' wordt het volgende verstaan: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur." Per 01 juli 2017 is de ladder voor duurzame verstedelijking herzien.
Bij de herziening zijn onder meer de drie afzonderlijke 'treden' van de ladder losgelaten en is het begrip 'actuele regionale behoefte' gewijzigd in 'behoefte'. Nieuw is dat de laddertoets bij flexibele plannen kan worden doorgeschoven naar het moment van vaststelling van een wijzigings- of uitwerkingsplan. Planspecifiek Gebiedsgericht Het plangebied ligt niet in een van de aangewezen gebieden van de SVIR en het Barro. Er zijn geen specifieke randvoorwaarden voor dit plan. Ladder duurzame verstedelijking Voorliggend initiatief omvat de sloop van voormalige agrarische bedrijfsbebouwing aan de Hoefweg 3 en de bouw van één nieuwe vrijstaande woning aan de Heikampseweg. Uit jurisprudentie blijkt dat er pas vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in artikel 3.1.6. Bro. Toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is niet nodig.
10
Heikampseweg 6 Alverna - Hoefweg 3 Batenburg
3.2
Provinciaal beleid
Algemeen In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (december 2018) staan de hoofdlijnen van het provinciale ruimtelijk beleid. Op 24 september 2014 is door Provinciale Staten van Gelderland de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. Deze is op 19 december 2018 geactualiseerd op basis van de nieuwe omgevingsvisie. De Omgevingsverordening is een uitwerking van de Omgevingsvisie en stelt regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Omgevingsvisie Gaaf Gelderland De provincie wil de focus leggen op een duurzaam, verbonden en een economisch krachtig Gelderland. Door daarin te investeren wil de provincie werken aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Om dat te bereiken wordt de focus gelegd op zeven ambities op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en woon- en leefomgeving.
Deze ambities worden hieronder kort samengevat: Een versnelde energietransitie, gericht op forse vergroting van het aandeel duurzame energie en passend bij de Gelderse kwaliteiten; Een op de toekomst toegerust beschermend klimaatbeleid; Een voortvarend en innovatief circulair beleid; Een stimulerend en beschermend beleid voor biodiversiteit; Efficiënte, duurzame en innovatieve bereikbaarheid, toegesneden op de veranderende vraag; Een duurzaam, dynamisch en toegankelijk economisch vestigingsklimaat, waar voor ondernemers en inwoners een sterke aantrekkingskracht vanuit gaat; Een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik De provincie en partners gaan nieuwe ontwikkelingen bezien in samenhang met de bestaande voorraad. Als leidend principe wordt de Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik gehanteerd. De juridische basis hiervoor is de ladder voor duurzame verstedelijking die het Rijk heeft vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Omgevingsverordening Gelderland De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal.
De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. Planspecifiek Artikel 2.2 van de omgevingsverordening stelt dat een bestemmingsplan alleen nieuwe woningen mogelijk kan maken indien deze passen in een vastgestelde regionale woonagenda. De huidige woonagenda voor Wijchen is de 'Woonagenda subregio Nijmegen en Omstreken 2017-2027'. Binnen deze woonagenda heeft de gemeente Wijchen de ruimte gekregen om 1.100 nieuwe woningen re realiseren. Hierbinnen is voldoende ruimte voor de extra woning in dit plan. Het plan past binnen deze woonagenda. Verder stellen de provinciale Omgevingsvisie en Omgevingsverordening geen specifieke eisen aan voorliggende locatie aan de Heikampseweg. Aan de Hoefweg vinden, behalve sloop van de voormalige bedrijfsgebouwen, geen ontwikkelingen plaats. Geconcludeerd wordt dat het initiatief past binnen het provinciale beleid.
Heikampseweg 6 Alverna - Hoefweg 3 Batenburg
11
3.2.1 Woonagenda subregio Nijmegen 2020-2030 Met de woonagenda leggen de samenwerkende gemeenten in de subregio Nijmegen (Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Nijmegen en Wijchen) een gezamenlijke koers vast om tegemoet te komen aan de wonen opgaven voor de jaren 2020-2030. Het centrale doel is het zorgen voor een blijvend goed woon- en leefklimaat voor alle huidge en toekomstige inwoners van de subregio, met voldoende woningen, kwantitatief en kwalitatief voor iedereen die dat nodig heeft. De kernkwaliteiten van de subregio Nijmegen bestaan uit, een diversiteit aan woonmilieus en woningtypen voor een diversiteit aan huishoudens in een groene omgeving met veel voorzieningen en met goede verbindingen met de rest van Nederland. De gemeenten proberen gezamenlijk de kracht van de subregio en de regio te versterken door verbeteringen te realiseren op de gebieden wonen en leefbaarheid, duurzaamheid, zorg en welzijn en werk, innovatie en onderwijs. De diversiteit aan woonmilieus is een van de sterke punten die wordt behouden en verder uitgebouwd. Deze woonagenda levert daaraan een bijdrage. Thema's van de woonagenda Voortbordurend op de thema's uit de vorige woonagenda, de Woondeal Regio Arnhem Nijmegen en de actualiteit pakken we in de Woonagenda subregio Nijmegen e.o. 2020-2030 de volgende thema's op: Verantwoord versnellen: programmeren en afstemmen.
Bestaande woningvoorraad en betaalbaarheid. Duurzaam en toekomstbestendig. Huisvesting specifieke doelgroepen. De woningbouwopgave voor Wijchen tot 2030 bedraagt 1.430 woningen.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1 Strategische visie en Structuurvisie Wijchen In maart 2007 is de Strategische Visie Wijchen 2025 vastgesteld. In deze visie wordt een doorkijk gegeven naar de gewenste ontwikkeling van de gemeente Wijchen tot het jaar 2025. De visie richt zich op een viertal leidende thema's, te weten: bedrijvig Wijchen, sociaal sterk, duurzaam groen en de Wijchense identiteit. Duurzaam en kwalitatief zijn ook sleutelwoorden voor de ontwikkeling van het buitengebied en de kleine kernen. De grote rijkdom aan natuur- en landschapswaarden vormt het uitgangspunt voor verdere ontwikkeling. Wijchen zet in op een beheerste groei van recreatie, verbrede landbouw, ontwikkeling van groene en blauwe diensten en vitale kernen. Er wordt een groene relatie tussen het stedelijk gebied met het buitengebied nagestreefd met zo weinig mogelijk barrières. De groen-blauwe relatie tussen de kern Wijchen en het omringende buitengebied wordt verbeterd teneinde groen en water tot in de kern te laten doorlopen. In de Strategische visie 2025 zijn de belangrijkste 'groene' ambities als volgt verwoord: 1. verdere ontwikkeling alleen met respect voor landschap, cultuurhistorie en natuur; 2. meer ruimte voor water; 3. duurzame inrichting; 4. nieuwe ontwikkelingen worden getoetst aan hun bijdrage aan het verhogen van de ruimtelijke kwaliteit.
De groene ambities zijn nader vorm gegeven in het gemeentelijke Groenstructuurplan kleine kernen (april 2004) en het Landschapsontwikkelingsplan (december 2006). Structuurvisie Wijchen De Structuurvisie Wijchen, die door de gemeenteraad op 9 juli 2009 is vastgesteld, betreft een doorvertaling van de strategische opgaven die zijn geformuleerd in de strategische visie Wijchen 2025. Uitgegaan wordt van een compacte groei en het benutten van de potenties van bestaand stedelijk gebied zonder daarbij de
12
Heikampseweg 6 Alverna - Hoefweg 3 Batenburg
bestaande kwaliteit aan te tasten, in combinatie met een vitaal platteland en sterke kleine kernen. De gemeente wil de komende 10 jaar onder meer: 1. herstel hydrologie kwelgebieden in Oost Wijchen; 2. ontwikkeling en versterking van de EVZ Heumen – Horssen; 3. aanleg van landschapselementen en (erf)beplantingen, die passen bij het gebied; 4. versterken van cultuurhistorische landschapselementen en patronen; 5. nieuwe woningen in het buitengebied alleen in geval van functieverandering of landgoederen in het kader van de Natuurschoonwet; 6. kleinschalige bedrijvigheid in het kader van verbreding van de landbouw in het buitengebied; 7. ruimte voor versterking en ontwikkeling agrarische sector; 8. behoud en versterking bestaande recreatie terreinen; 9. extensieve recreatie in het landelijk gebied door een goede en aantrekkelijke ontsluiting; 10. behoud en versterking van een goede woon- en leefomgeving. Voor het aspect wonen worden met name het gebruik van bestaande bebouwing voor woonfuncties en het toevoegen van nieuwe landelijke woonmilieus onderscheiden. Een bebouwing met een grote landschappelijke meerwaarde is van belang voor het handhaven van sociale verbanden in het landelijk gebied. Voor de eigen bevolking is er gebrek aan passende woonruimte. Noodgedwongen verhuizen starters naar de omliggende dorpen of de verder weg gelegen steden.
Hierdoor vergrijst de plattelandsbevolking, neemt de economische activiteit op het platteland af en gaat de leefbaarheid achteruit. Om deze ontwikkeling te keren worden meer woonfuncties toegestaan. Door deze ontwikkeling met ruimtelijk beleid te begeleiden is er geen sprake van aantasting van ruimtelijke kwaliteit, maar veeleer van behoud en versterking van kwaliteiten. Bij de vaststelling van een wijzigingsplan of projectbesluit dienen de uitgangspunten uit de structuurvisie in acht genomen te worden. Planspecifiek Op de kaart 'Wonen' uit de structuurvisie Wijchen ligt het plangebied aan de Heikampseweg op de grens van de gebieden 'concessie contour woonkern' en 'lintbebouwing'. Voor beide gebieden is geen specifiek beleid opgenomen. Voorliggend plan maakt één vrijstaande woning mogelijk op een locatie die momenteel nog als agrarisch is bestemd. Met het herbestemmen van het perceel naar een woonbestemming wordt aangesloten bij het aangrenzende woongebied. Daarnaast wordt voor voorliggend initiatief verouderde agrarische bebouwing aan de Hoefweg gesaneerd waardoor de hoeveelheid bebouwing in het buitengebied per saldo zal dalen (verevening). Daardoor zal door het initiatief langdurige leegstand en daarmee verloedering van het perceel aan de Hoefweg worden voorkomen.
Met voorliggend initiatief neemt de ruimtelijke kwaliteit op zowel de locatie aan de Heikampseweg als aan de Hoefweg toe door de sloop van de agrarische bebouwing en de bouw van een woning en herinrichting van het perceel aan de Heikampseweg. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling past binnen de Strategische visie en de Structuurvisie Wijchen. 3.3.2 Woonvisie Wijchen 2025 De Woonvisie Wijchen zet de koers van het gemeentelijk woonbeleid uit naar de toekomst. Hierin wordt omschreven waar moet worden bijgestuurd, afgeremd of versneld om de doelen van het woonbeleid te bereiken. De woonvisie heeft twee uitgangspunten: het thuisgevoel versterken en verder kijken dan de trends van nu. Om het woningaanbod in balans te krijgen wordt in de woonvisie gesproken over meer mogelijkheden voor starters, jonge gezinnen, (vitale) senioren en mensen met een zorgvraag. Het is de bedoeling dat starters en jonge gezinnen in de gemeente kunnen blijven of komen wonen. Dit kan onder andere door mogelijkheden te bieden voor splitsing van bestaande woningen, waardoor een koopwoning binnen het financiële bereik van starters kan komen. Daarnaast is het de bedoeling dat (vitale) senioren en mensen met een zorgvraag langer zelfstandig kunnen wonen.
Dit leidt tot een toenemende behoefte aan nieuwe woonvormen, zoals verschillende generaties onder één dak en het toevoegen van woningen in een vorm waarbij de eindgebruiker centraal staat.
Heikampseweg 6 Alverna - Hoefweg 3 Batenburg
13
Planspecifiek Voorliggend plan voorziet in de realisatie van één woning aan de rand van Alverna. De nieuw te realiseren woning zal bewoond worden door de initiatiefnemer. De woning zal geschikt zijn als eengezinswoning en zal daarnaast met enkele aanpassingen ook levensloopbestendig zijn. Het plan speelt hiermee direct in op een actuele behoefte binnen de gemeente. Het initiatief past hiermee binnen de Woonvisie. 3.3.3 Geldend bestemmingsplan Ter plaatse van beide locaties in het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Geconsolideerde versie Buitengebied en herziening 2014' van de gemeente Wijchen, vastgesteld op 23 februari 2015. Het perceel aan de Heikampseweg heeft de enkelbestemmingen 'Agrarisch met waarden - 1' en een klein strookje 'Wonen-1'. Daarnaast geldt voor het perceel de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2'. Onderstaand een gedeeltelijke uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan ter plaatse dit perceel. In het plangebied geldt tevens het "Parapluplan Cultuurhistorie Wijchen", vastgesteld op 3 mei 2017. Hier wordt nader op ingegaan in paragraaf 4.5 Cultuurhistorie en archeologie.
Uitsnede bestemmingsplan 'Geconsolideerde versie Buitengebied en herziening 2014', perceel Heikampseweg in rood (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
Binnen de bestemming 'Agrarisch met waarden - 1' is wonen niet toegestaan. Het bouwen van een nieuwe woning in het plangebied en het gebruiken van het perceel als zodanig is daarom strijdig met het geldende bestemmingsplan. Ter plaatse van het perceel aan de Hoefweg geldt de enkelbestemming 'Wonen-1'. Op dit perceel wordt enkel de agrarische bebouwing gesloopt. Voor de sloop hoeft het bestemmingsplan niet gewijzigd te worden en om deze reden maakt deze locatie geen onderdeel uit van de regels en verbeelding van voorliggend bestemmingsplan. Onderstaand een gedeeltelijke uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan ter plaatse dit perceel.
14
Heikampseweg 6 Alverna - Hoefweg 3 Batenburg
Uitsnede bestemmingsplan 'Geconsolideerde versie Buitengebied en herziening 2014', perceel Hoefweg 3 in rood (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
Heikampseweg 6 Alverna - Hoefweg 3 Batenburg
15
Hoofdstuk 4
Uitvoerbaarheid
De uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan moet als gevolg van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) aangetoond worden (artikel 3.1.6 van het Bro). Daaronder valt zowel de onderzoeksverplichting naar verschillende ruimtelijk relevante aspecten (geluid, bodem, etc.) als ook de economische uitvoerbaarheid van het plan.
4.1
Milieu
4.1.1 Bodem Op grond van de Wet Bodembescherming (Wbb) moet aangetoond worden dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het beoogde gebruik. De bodemkwaliteit kan namelijk van invloed zijn op de beoogde functie van het plangebied. Bij een functiewijziging zal in veel gevallen een specifiek bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd. Planspecifiek In het kader van voorliggende ontwikkeling is een bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het perceel aan de Heikampseweg. Het onderzoeksrapport is opgenomen in bijlage 1. De belangrijkste conclusie luidt dat er met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem géén belemmeringen zijn voor de bestemmingsplanherziening. In het grondwater zijn licht tot matig verhoogde concentraties met barium, zink, nikkel en cadmium aangetroffen. Aangenomen wordt dat de aangetoonde verhoogde concentraties geen risico’s vormen voor gebruik van de locatie voor wonen. Wel zal in het kader van de omgevingsvergunning voor de bouw van de woning de volgende zaken nog aangeleverd moeten worden: Een asbest-in-grond onderzoek conform de NEN5707 van de ondergrond ter hoogte van zowel de klinkeren puinverharding bij het schuurtje als de repac-verharding op het zuidwestelijke deel van het perceel.
Het toevoegen van het certificaat en de bijbehorende vrachtbonnen van de repac-verharding aan het bodemrapport of (indien deze niet meer aanwezig zijn) de repac-verharding onderzoeken op asbest middels een asbest-in-puin onderzoek conform de NEN589. Een asbest-in puin onderzoek conform de NEN5897 van de puinlaag onder de klinkerverharding als deze puin verharding t.b.v. de bouw niet van het terrein verwijderd wordt. Ter plaatse van het perceel aan de Hoefweg blijft de bestemming gehandhaafd en is de bestemming in overeenstemming met het huidige en toekomstige gebruik. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect bodem. 4.1.2 Lucht De mate van blootstelling aan luchtverontreiniging speelt een rol in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Met betrekking tot 'luchtkwaliteit' zijn twee aspecten van belang. Ten eerste of de luchtkwaliteit ter plaatse de nieuwe functie toelaat (de gevoeligheid van de bestemming) en ten tweede wat de bijdrage is van het plan aan die luchtkwaliteit. Luchtkwaliteit ter plaatse In de Wet milieubeheer zijn normen opgenomen voor de concentraties van een aantal stoffen in de buitenlucht ter bescherming van de mens. De twee belangrijkste stoffen zijn PM10 en PM2,5 (fijnstof) en NO2 (stikstofdioxide). Voor grenswaarde van PM10 en NOx bedraagt 40 µg/m3, van PM2,5 is dat 25 µg/m3 . Bijdrage aan luchtkwaliteit
16
Heikampseweg 6 Alverna - Hoefweg 3 Batenburg
In de Wet milieubeheer zijn de belangrijkste bepalingen over luchtkwaliteitseisen opgenomen. De Wet maakt een onderscheid tussen 'kleine' en 'grote' projecten. Kleine projecten dragen 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Een paar honderd grote projecten dragen juist wel 'in betekenende mate' bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het gaat hierbij vooral om bedrijventerreinen en infrastructuur (wegen). Wat het begrip 'in betekenende mate' precies inhoudt, staat in de algemene maatregel van bestuur "Niet in betekenende mate bijdragen" (Besluit NIBM). Op hoofdlijnen komt het erop neer dat 'grote' projecten die jaarlijks meer dan 3 procent bijdragen aan de jaargemiddelde norm voor fijn stof en stikstofdioxide (1,2 microgram per m3 ) een 'betekenend' negatief effect hebben op de luchtkwaliteit. 'Kleine' projecten die minder dan 3 procent bijdragen, kunnen doorgaan zonder toetsing. Dat betekent bijvoorbeeld dat lokale overheden een toevoeging van minder dan 1.500 huizen niet hoeven te toetsen aan de normen voor luchtkwaliteit, omdat een dergelijk project per definitie niet boven de 3%-norm komt. Planspecifiek Luchtkwaliteit ter plaatse van het initiatief Vanuit een goede ruimtelijke ordening is de huidige luchtkwaliteit ter plaatse getoetst met behulp van de NSL Monitoringstool (www.nsl-monitoring.nl).
Door de metingen ter plaatse te toetsen aan de grenswaarden is gekeken of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Uit metingen van het dichtstbijzijnde rekenpunt 15562648 (aan de Graafseweg ter hoogte van plangebied) zijn de volgende concentraties naar voren gekomen:
Gemeten totale concentratie jaargemiddelde 2018 (µg/m3 ) Grenswaarde concentratie (µg/m3)
NO2 (stikstofdioxide) 18,7 µg/m3
PM10 (fijnstof) 18,1 µg/m3
PM2,5 (fijnere fractie van fijnstof) 11,2 µg/m3
40 µg/m3
40 µg/m3
25 µg/m3
De gemeten concentraties stikstofdioxide en fijn stof liggen ruim onder de gestelde grenswaarden. Met betrekking tot de luchtkwaliteit zijn geen belemmeringen voor onderhavig initiatief. Bijdrage initiatief Voorliggend initiatief betreft de sloop van voormalige agrarische bebouwing aan de Hoefweg 3 en de realisatie van één woning aan de Heikampseweg 6 Alverna. Ten aanzien van de bijdrage aan luchtkwaliteit is het initiatief van geringe omvang ten opzichte van de benoemde grenswaarde (3%). Op basis van de te verwachten toename aan verkeersbewegingen ten gevolge van het project is te concluderen dat dit project 'niet in betekende mate' bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een nadere toetsing ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit kan daarom achterwege blijven. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect luchtkwaliteit. 4.1.3 Geluid De mate waarin het geluid het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). De kern van de wet is dat geluidsgevoelige objecten worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving. In de Wgh worden de volgende objecten beschermd: woningen; geluidgevoelige gebouwen, zoals scholen, ziekenhuizen, verzorgings- en verpleeghuizen, psychiatrische instellingen en kinderdagverblijven;
Heikampseweg 6 Alverna - Hoefweg 3 Batenburg
17
geluidsgevoelige terreinen (woonwagenstandplaatsen en bestemde ligplaatsen voor woonschepen). Het beschermen van deze geluidsgevoelige objecten gebeurt aan de hand van vastgestelde zoneringen. Binnen deze zones bepaalt het bevoegd gezag de te hanteren grenswaarden. Er geldt een voorkeursgrenswaarde en een bovengrens (hoger mag niet). De Wgh gaat verder onder meer ook in op geluidwerende voorzieningen. De belangrijkste bronnen van geluidhinder die bij een ruimtelijke ontwikkeling aan de orde kunnen zijn betreffen: industrielawaai, wegverkeerslawaai en spoorweglawaai. Planspecifiek Voorliggend plan voorziet in het toevoegen van één nieuw geluidgevoelige object (woning) aan de Heikampseweg. Voor de Heikampseweg geldt een maximum snelheid van 30 km/u. De Heikampseweg zelf kan omschreven worden als een smalle, rustige weg, welke voornamelijk wordt gebruikt door bestemmingsverkeer. Er is geen verwachting dat de intensiteit van deze weg dusdanig hoog is dat een goed woon- en leefklimaat niet gegarandeerd kan worden. De planlocatie ligt buiten de zone van de westelijk gelegen Graafseweg (rond dergelijke wegen dient binnen 200 meter van deze weg onderzoek te worden gedaan naar de invloed van wegverkeerlawaai) waarmee deze weg geen invloed heeft op het plan. De Groenewoudseweg en de overige omliggende wegen zijn geen gezoneerde wegen, dit betreffen allen 30 km/h wegen.
Wel bevindt het plan zich in de invloedssfeer van de Hoogbroekseweg. De afstand tussen de Hoogbroekseweg en het plangebied is 70 meter. Het betreft hier een 60 km/h weg met een geringe intensiteit. Aan de Hoogbroekseweg naast nr 31 is op 5 januari 2021 een omgevingsvergunning verleend ten behoeve van de bouw van een woning, deze woning is gesitueerd op ongeveer 15 meter uit de as van de weg. Uit het uitgevoerde onderzoek blijkt dat op die afstand een geluidsbelasting van 50 dB LDEN na aftrek optreedt. De planlocatie ligt op 70 meter van de betreffende weg. Het geluidsniveau neemt met 3 dB per verdubbeling van de afstand toe. Dat zou betekenen dat op 30 meter afstand een geluidsbelasting van 47 dB LDEN en op 60 meter 44LDEN te verwachten is, wordt op 70 meter ruimt voldaan aan de grenswaarde van 48 dB. Effecten van de Hoogbroekseweg op het plangebied zijn dan ook niet te verwachten. In de omgeving van de locatie liggen geen spoorwegen en/of industrieterreinen. Spoorweglawaai en/of industrielawaai kunnen daarmee op voorhand worden uitgesloten. Ter plaatse van het perceel aan de Hoefweg blijft de bestemming gehandhaafd en is de bestemming in overeenstemming met het gebruik. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect geluid.
4.1.4 Geur De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor milieuvergunningen als het gaat om geurhinder van veehouderijen met landbouwhuisdieren. De Wgv maakt onderscheid in dieren met en dieren zonder een vastgestelde geuremissiefactor. Voor de eerste soort wordt de geurbelasting bij geurgevoelige objecten berekend, voor de tweede gelden minimumafstanden tot dergelijke objecten (ook wel bekend onder de term 'vaste afstandsdieren'). De Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) bepaald in bijlage 1 voor welke dieren geuremissies zijn vastgelegd. Als het (beoogde) veehouderijbedrijf niet in deze regeling wordt genoemd betreft het vaste afstandsdieren. De Wet geurhinder en veehouderij kent een omgekeerde werking. Dat wil zeggen dat ook bij plannen die woningbouwlocaties mogelijk maken wordt getoetst aan de normen van de Wet geurhinder en veehouderij. Bij ruimtelijke ordeningsplannen moet worden beoordeeld of sprake is van een goed woon- en
18
Heikampseweg 6 Alverna - Hoefweg 3 Batenburg
verblijfklimaat. Planspecifiek In de omgeving van het plangebied aan de Heikampseweg zijn geen veehouderijen gelegen. Effecten vanuit geur kunnen daarmee op voorhand worden uitgesloten. Ter plaatse van het perceel aan de Hoefweg blijft de bestemming gehandhaafd en is de bestemming in overeenstemming met het gebruik en de omgeving. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect geur. 4.1.5 Milieuzonering Milieuzonering is het aanbrengen van een ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Doel is om bij het opstellen van een ruimtelijk plan een goed en veilig leefklimaat te waarborgen, maar tegelijkertijd ook aan bedrijven voldoende milieuruimte te bieden voor het uitoefenen van hun activiteiten. De mate waarin bedrijven invloed hebben op hun omgeving is afhankelijk van de aard van de bedrijvigheid en de afstand tot een gevoelige bestemming. Milieugevoelige bestemmingen zijn gebouwen en terreinen die naar hun aard bestemd zijn voor het verblijf van personen gedurende de dag of nacht of een gedeelte daarvan (bijvoorbeeld woningen). Daarnaast kunnen ook landelijke gebieden en/of andere landschappen belangrijk zijn bij een zonering tot andere, minder gevoelige, functies zoals bedrijven. Milieuzonering heeft betrekking op aspecten met een ruimtelijke dimensie, zoals geluid, geur, gevaar en stof.
De mate van belasting, en daarmee de gewenste aan te houden afstand, kan per aspect en per bedrijfstype en verschillen. In de publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is een lijst opgenomen met daarin de minimale richtafstanden tussen een gevoelige bestemming en bedrijven. Van deze richtafstanden kan worden afgeweken, mits wordt onderbouwd waarom de feitelijke milieuhinder als minder belastend wordt gezien. Het belang van milieuzonering wordt steeds groter aangezien functiemenging steeds vaker voorkomt. Hierbij is het motto: 'scheiden waar het moet, mengen waar het kan'. Planspecifiek Voorliggend plan voorziet in het ontwikkelen van een gevoelige object (één woning aan de Heikampseweg) in een woongebied. Het is daarom van belang te kijken naar het wederzijds effecten van dit plan en bedrijven uit de omgeving. Het meest dichtstbijzijnde bedrijf betreft een glastuinbouwbedrijf aan de Weideweg 12 gelegen op circa 240 m afstand. Dit type bedrijf kent op basis van de publicatie bedrijven en milieuzonering een milieucategorie 2, met een bijbehorende maximale richtastand van 30 m op basis van het aspect geluid. Gelet op de afstand tussen de planlocatie en de betreffende bedrijfslocatie kan hinder op voorhand worden uitgesloten. In de omgeving van het plangebied liggen geen andere bedrijfslocaties die een mogelijk milieueffect hebben.
Geconcludeerd kan worden dat binnen het plangebied er vanuit milieuzonering sprake is van een goed woon- en leefklimaat, nog dat omliggende bedrijven door dit plan worden gehinderd in hun bedrijfsvoering. Ter plaatse van het perceel aan de Hoefweg blijft de bestemming gehandhaafd en is er geen sprake van de toevoeging van een gevoelig object. Het initiatief is uitvoerbaar vanuit milieuzonering.
Heikampseweg 6 Alverna - Hoefweg 3 Batenburg
19
4.1.6 Externe veiligheid Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving die ontstaan door opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. Hierbij gaat het om risicovolle inrichtingen, transportroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen en buisleidingen. De verplichting om in een ruimtelijk plan in te gaan op deze risico's komt voort uit het 'Besluit externe veiligheid inrichtingen' (Bevi), het 'Besluit externe veiligheid transportroutes' (Bevt) en het 'Besluit externe veiligheid buisleidingen' (Bevb). Daarnaast zijn in het Activiteitenbesluit milieubeheer en het Vuurwerkbesluit veiligheidsafstanden genoemd die moeten worden aangehouden rond stationaire risicobronnen, niet zijnde een Bevi-inrichting. De wetgeving richt zich op het beschermen van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, en kinderopvang- en dagverblijven, en grote kantoorgebouwen (>1500 m²). Beperkt kwetsbaar zijn kleinere kantoren en winkels, horeca, parkeerterreinen en bedrijfsgebouwen waarin geen grote aantallen personen aanwezig zijn. Binnen het beoordelingskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico (PR) van 10-6 per jaar en het groepsrisico (GR).
Het plaatsgebonden risicobeleid bestaat uit harde afstandscontouren tussen risicobron en (beperkt) kwetsbaar object. Het wordt uitgedrukt in een contour van 10-6 per jaar (de kans dat per jaar 1 persoon overlijdt door een ongeluk met een gevaarlijke stof mag niet groter zijn dan 1 op een miljoen). Het groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Bij de berekening van het groepsrisico spelen mee de aard en hoeveelheid van de gevaarlijke stoffen en het aantal potentiële slachtoffers. Voor de beoordeling van een ruimtelijk plan moet worden vastgesteld of het plangebied is gelegen binnen de PR en/of de invloedsgebieden van het GR. Binnen de 10-6 -contour is het realiseren van kwetsbare objecten niet toegestaan. Planspecifiek Voorliggend plan voorziet in het toevoegen van één woning aan de Heikampseweg. Het is daarom van belang te kijken naar de mogelijke effecten vanuit externe veiligheid. Via de website risicokaart.nl kan voor de locatie worden vastgesteld of er in de directe omgeving inrichtingen, buisleidingen en / of belangrijke transportroutes aanwezig zijn die in het kader van de externe veiligheid van belang zijn. Bijgevoegd een screenshot van die website.
20
Heikampseweg 6 Alverna - Hoefweg 3 Batenburg
Uitsnede risicokaart (bron: risicokaart.nl)
Op voorgaande afbeelding is te zien binnen een straal van bijna 1,5 km rondom de planlocatie aan de Heikampseweg (blauwe cirkel) er geen risicovolle inrichtingen, buisleidingen en / of belangrijke transportroutes aanwezig zijn. De A73 ligt niet binnen de meest relevante zone voor het groepsrisico (de 200 meter zone) van deze weg. Vanuit externe veiligheid zijn er dan ook geen gevolgen voor dit plan. Ter plaatse van het perceel aan de Hoefweg is er geen sprake van de toevoeging van een gevoelig object. Het initiatief is uitvoerbaar vanuit het aspect externe veiligheid.
4.2
Water
Wettelijk kader Op basis van de wet op de ruimtelijke ordening (Wro) en Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de watertoets verplicht bij o.a. bestemmingsplannen, inpassingsplannen, projectbesluiten en omgevingsvergunningen afwijking bestemmingsplan. Voor overige plannen, zoals een structuurvisie, dient een watertoets te worden uitgevoerd op basis van het Nationaal Bestuursakkoord Water. Het Bro regelt de verplichte waterparagraaf in de plantoelichting (art 3.1.6 Bro) en het vooroverleg met de waterbeheerder (art 3.1.1 Bro). Watertoets De watertoets is bedoeld om ruimtelijke plannen en besluiten meer waterbestendig te maken, doordat waterbelangen van gemeente, waterschap en eventueel andere waterbeheerders vroegtijdig en expliciet worden meegewogen. In het ruimtelijk plan moet voldoende rekening zijn gehouden met de waterhuishouding en -voorzieningen. Waterparagraaf De waterparagraaf beschrijft de wijze waarop rekening is gehouden met de eventuele gevolgen van het ruimtelijk plan voor de waterhuishouding en vice versa. Onderdeel hiervan is een beschrijving van beleidsuitgangspunten en regelgeving, waterhuishoudkundige situatie en -opgaven, meest geschikte oplossingen (motiveren) en de ruimtelijke consequenties daarvan. Indien aan de orde is tevens het advies
Heikampseweg 6 Alverna - Hoefweg 3 Batenburg
21
van het waterschap in de waterparagraaf verwerkt. Het perceel aan de Heikampseweg is uitvoering beschouwd. Wanneer een onderdeel van toepassing is op het perceel aan de Hoefweg is deze locatie eveneens beschouwd. 1. Beschrijving watersysteem Geomorfologie en grondwatersysteem Het plangebied ligt aan de rand van de kern Alverna. Ter plaatse van de toekomstige woning ligt het plangebied ligt op een hoogte van circa 8,21 m +NAP volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). De bodem bestaat uit zand, met plaatselijk in de ondergrond leem. Op ongeveer 540 m ten zuidoosten van het plangebied bevindt zich een peilbuis (nr. B46A1667). Het maaiveld ligt ter plaatse van de peilbuis op 6,98 m +NAP. Volgens deze peilbuis heeft de grondwaterstand in de periode december 2010 t/m april 2012 niet lager gestaan dan 6,20 m +NAP en niet hoger dan 6,93 m +NAP. De gemiddelde grondwaterstand in deze peilbuis was 6,55 m +NAP. Voor het plangebied is de verwachting dat de grondwaterstanden niet of nauwelijks afwijken. Oppervlakte- en afvalwatersysteem Direct ten oosten van het perceel op een paar meter afstand van het plangebied loopt een A watergang, zoals blijkt uit de legger van het waterschap Rivierenland.
Deze watergang en bijbehorende beschermingszone vormen geen belemmering ten aanzien van het initiatief gezien de onderlinge afstand tot de te realiseren woning aan de westzijde van het perceel. Daarnaast is het dichtstbijzijnde HEN-water (Wijchense Ven) gelegen op 370 m en het dichtstbijzijnde SED-water (Balgoijsewetering) gelegen op 2,7 km. Het initiatief heeft gezien de afstand geen invloed op deze wateren. Het plangebied maakt onderdeel uit van het Peilbesluit Bloemers en Citters (2011). In het deelgebied waar het plan zich bevind (CIT00) wordt het peil niet beheerd. De nieuwe woning zal op het bestaande rioleringsnet worden aangesloten, hierop zal het afvalwater geloosd worden. Hemelwater wordt op eigen terrein opgevangen. Ecosysteem Op basis van de gegevens van de provincie Gelderland ligt het plangebied niet in het Gelders Natuur Netwerk of een groene ontwikkelingszone. Op basis van de website natura2000.nl ligt het plangebied niet in een Natura 2000-gebied. In het plangebied is geen natte natuur aanwezig. 2. Gemeentelijk beleid en waterschap Waterbeleid Het gemeentelijk waterbeleid is met name gericht op het voorkomen, beperken of tot een aanvaardbaar risico terugbrengen van wateroverlast en schade aan milieu en volksgezondheid. In de Strategische waternota Wijchen zijn de thema's en uitgangspunten voor duurzaam waterbeheer omschreven (zie ook punt 3).
Het Gemeentelijk rioleringsplan beschrijft de gemeentelijke zorgplicht voor rioolwater, hemelwater en grondwater. In het kader van de watertoets wordt een vertaalslag gemaakt naar de concrete plansituatie. Zorgplichten afvalwater en hemelwater De gemeente heeft voor zover doelmatig een zorgplicht voor de inzameling en transport van stedelijk afvalwater dat binnen de gemeente vrijkomt (zie Wmb art 10.33). Perceeleigenaren dienen hemelwater in eerste instantie op eigen terrein te verwerken of op oppervlaktewater te lozen. Als dit redelijkerwijs niet mogelijk is draagt de gemeente zorg voor de doelmatige inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater (Waterwet art 3.5). Waterschap De gemeente Wijchen valt binnen het beheersgebied van Waterschap Rivierenland. ‘Zonder vergunning van het waterschap is het niet toegestaan op het oppervlaktewater te lozen (Waterwet art 6.2) en ingrepen te
22
Heikampseweg 6 Alverna - Hoefweg 3 Batenburg
plegen in/nabij oppervlaktewater en waterkeringen (Keur Waterschap Rivierenland 2014). Daarnaast verzorgt het waterschap het beheer en onderhoud van het binnendijkse hoofdwatersysteem (A-watergangen) en draagt zorg voor het zuiveren van het afvalwater (Waterwet art. 3.4). 3. Beleidsuitgangspunten en consequenties voor het ruimtelijk plan Deze paragraaf beschrijft op welke wijze op de planlocatie rekening is gehouden met het watersysteem, gelet op de waterhuishoudkundige situatie, beleid en regelgeving. Als onderdeel hiervan een motivering van getroffen maatregelen om negatieve effecten op/van het watersysteem tot een minimum te beperken, inclusief de ruimtelijke consequenties daarvan. 3.1 Leefomgeving algemeen Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar integrale inpassing van het watersysteem in de leefomgeving en afstemming op de gebruiksfuncties in het gebied. De ruimtelijke ontwikkeling mag in beginsel geen nadelige gevolgen hebben voor de waterhuishouding en vice versa. De waterhuishoudkundige situatie moet in overeenstemming zijn met het beoogde grondgebruik. Water is mede-ordenend bij de ruimtelijke ontwikkeling (juiste functie op de juiste plaats), waarbij tevens rekening wordt gehouden met de ruimteclaim van waterhuishoudkundige voorzieningen.
Wateropgaven worden gekoppeld aan andere gebiedsopgaven, zoals voor openbaar groen, riolering, welzijn en energiewinning (zie ook Klimaatverandering). Gevolgen van/voor het plan Voorliggend initiatief heeft geen negatieve gevolgen voor de waterhuishouding of watergangen en oppervlakte water in de omgeving. Zo zal de verouderde agrarische bebouwing op het perceel aan de Hoefweg worden gesaneerd en neemt de hoeveelheid verharding ten aanzien van de huidige situatie sterk af. Daarnaast wordt de woning aan de Heikampseweg hydrologisch neutraal gebouwd en zal het hemelwater deels op eigen terrein worden opgevangen en deels worden afgevoerd naar de A watergang op de oostelijke grens die afvoert naar het natuurlijk filter nabij het Wijchense Ven. Onder punt 3.2 tot en met 3.5 is in meer detail weergegeven welke concrete invulling aan het aspect water is gegeven. 3.2 Kwaliteit en beleving Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar schoon water en waterbodems die voldoen aan gestelde eisen en het behoud van (natte) natuurwaarden en biodiversiteit. Verontreiniging van grond- en oppervlaktewater dient te worden voorkomen en de waterkwaliteit zo mogelijk verbeterd. Natuurlijke grondwater- en oppervlaktewaterstanden worden beschermd of hersteld. Schoon hemelwater mag rechtstreeks in bodem of op oppervlaktewater worden geloosd. Verontreiniging van hemelwater voorkomen, o.a.
door toepassing van niet-uitlogende materialen (Dubo-bepalingen) en door beperking van toepassing van lood, koper, zink en zacht pvc. Verontreinigd hemelwater mag alleen worden geloosd via een zuiverende voorziening. De kwaliteit van oppervlaktewater zo mogelijk verbeteren door aanleg van natuurvriendelijke oevers en verbetering van de doorstroming. Het beheer mag geen verstoring geven van waterkwaliteit en biodiversiteit. Ecologisch natte zones of natte natuurwaarden behouden of verder ontwikkelen door bijbehorende waterhuishoudkundige omstandigheden te beschermen of herstellen. De gemeente streeft naar versterking van de belevingswaarde van water en daarmee het waterbewustzijn. Hierbij worden water, waterhuishoudkundige elementen en cultuurhistorische structuren en landschapselementen herkenbaar verweven in de ruimtelijke inrichting en beleefbaar gemaakt. Waterstromen zichtbaar (bovengronds) afvoeren.
Heikampseweg 6 Alverna - Hoefweg 3 Batenburg
23
Gevolgen van/voor het plan Direct ten oosten van het perceel aan de Heikampseweg op een paar meter afstand van het plangebied loopt een A watergang. Deze watergang en bijbehorende beschermingszone vormen geen belemmering ten aanzien van het initiatief gezien de onderlinge afstand. Het plangebied ligt niet binnen een beschermingszone voor Ecologisch natte zones of natte natuur. Met betrekking tot het thema 'beleving van water' is er geen relatie met voorliggend initiatief. Het hemelwater dat in het gebied valt wordt deels op eigen terrein opgevangen en deels worden afgevoerd naar de A watergang op de oostelijke grens die afvoert naar het natuurlijk filter nabij het Wijchense Ven. Bij de bouw van de woning worden geen uitlogende materialen gebruikt. Afvalwater wordt met een nieuwe aansluiting op het bestaande rioolsysteem afgevoerd. De capaciteit van de riolering is voldoende om het afvalwater van de woningen te ontvangen. Mocht er een zwembad worden gerealiseerd, zal het zwembadwater niet via de openbare riolering worden afgevoerd. Ter plaatse van het perceel aan de Hoefweg wordt 774 m² aan agrarische bebouwing gesloopt en 752 m² aan erfverharding/mestplaten verwijderd waarmee het verhard oppervlak sterk afneemt. Hierdoor is er meer ruimte op dit perceel voor infiltratie van hemelwater in de bodem.
De mogelijkheden op het perceel aan de Heikampseweg voor infiltratie van hemelwater worden in punt 3.4 uitgewerkt. 3.3 Klimaatverandering Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar een klimaatbestendige en waterrobuuste leefomgeving. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dienen schadelijke effecten van klimaatverandering (wateroverlast en verdroging) voor het grondgebruik en vice versa te worden beperkt of teruggebracht tot een acceptabel niveau. Waterhuishoudkundige voorzieningen zijn energiezuinig en duurzaam. Komen tot een klimaatadaptieve ruimtelijke inrichting, o.a. voor wat betreft bebouwing, wegen, groen en water. Voorkomen dat water bij hevige neerslag in de bebouwing terecht komt of afstroomt buiten het plangebied. De hoeveelheid verhard oppervlak tot een minimum beperken. Groenstructuren klimaatrobuust aanleggen voor wat betreft areaal, type beplanting en waterbergend vermogen. Grondwateronttrekking beperken door hoogwaardige toepassing van drinkwater en het treffen van waterbesparende voorzieningen. Zo mogelijk hemelwater gebruiken voor laagwaardige toepassingen. Gevolgen van/voor het plan Door de sanering van 774 m² aan agrarische bebouwing en 752 m² aan erfverharding/mestplaten aan de Hoefweg is er sprake van een sterke afname van verharding binnen dit perceel van het plangebied. Het perceel aan de Heikampseweg is omzoomd door houtwallen.
De bestaande houtwallen worden versterkt met mantelzoom vegetatie en zijden die nog geen houtwal hebben zullen daarvan worden voorzien. In totaal worden er ca. 50 bomen geplant met bijbehorende mantelzoom. Het aanplanten van (het extra) groen is goed voor de klimaatbestendigheid, omdat het bijdraagt aan het verminderen van de hittestress en het verbeteren van het watervasthoudend vermogen van het gebied. Mede door de aanleg van nieuw groen kan bij zware regenval het regenwater in de bodem worden opgenomen. Indien de bodem verzadigd raakt kan overtollig regenwater afstromen naar de watergang ten oosten van het perceel. Hiermee wordt wateroverlast in de woning als gevolg van neerslag voorkomen. 3.4 Waterberging Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar het vasthouden van gebiedseigen water door benutting van de natuurlijke bergingscapaciteit van bodem en oppervlaktewater. Hemelwater afkomstig van verharde oppervlakken dient zoveel mogelijk te worden afgekoppeld van de riolering met de voorkeursvolgorde: 1) Benutting, 2) Bodeminfiltratie binnen het gebied, 3) Berging binnen het gebied, 4) Vertraagde afvoer naar oppervlaktewater buiten het plangebied en 5) Afvoer naar riool.
24
Heikampseweg 6 Alverna - Hoefweg 3 Batenburg
Wanneer hemelwater direct of indirect wordt geloosd op oppervlaktewater, moet dit volgens de Keur (Waterschap Rivierenland) worden gecompenseerd. De compensatieplicht houdt in dat de toename van verharding in het ruimtelijk plan moet worden gecompenseerd door aanleg van extra waterberging. Met een eenmalige uitzondering van 500 m2 (stedelijk gebied) en 1500 m2 (landelijk gebied) voor particulieren en kleine bedrijven. Infiltratie- en bergingsvoorzieningen, zoals bodempassages en open water, moeten voldoende capaciteit hebben om het hemelwater te kunnen verwerken. En zodanig ruimtelijk ingepast (ruimtebeslag, ligging) dat adequaat functioneren is gewaarborgd. Gevolgen van/voor het plan De bodem in het plangebied is voldoende doorlatend. Op het perceel aan de Hoefweg wordt 774 m² aan agrarische bebouwing en 752 m² aan erfverharding/mestplaten gesaneerd waardoor er sprake is van een sterke afname van verharding binnen het plangebied. Het perceel aan de Heikampseweg is geheel onverhard. Ten opzichte van de bestaande situatie neemt het verhard oppervlak binnen het plangebied aan de Heikampseweg toe met 259,5 m² (109,5 m² aan bebouwing en de gronden ten behoeve van de tuin wordt 150 m² verhard). Deze toename valt binnen de eenmalige uitzondering voor particulieren en kleine bedrijven van het waterschap Rivierenland in het landelijk gebied.
Conform het gemeentelijke uitgangspunt dient al het hemelwater echter op eigen terrein te worden verwerkt. Voor voorliggend plan is hierom indicatief een berekening gemaakt voor de waterberging. Zoals hierboven berekent wordt er uitgegaan van circa 259,5 m² totale hoeveelheid nieuwe verharding binnen het plangebied in de toekomstige situatie. Er is gerekend met 60 millimeter waterberging per m². Dit staat voor een bui die 1 keer per jaar valt. Dit komt neer op een benodigde bergingscapaciteit van 17,7 m³. Om deze benodigde capaciteit binnen het plangebied op te kunnen vangen worden maatregelen getroffen. Bij de uitwerking in de omgevingsvergunning zal aangegeven worden welke voorziening hiervoor ingezet wordt. Daarnaast is het mogelijk om bij de aanleg en inrichting van de tuin rekening te houden met de waterberging. Hemelwater dat valt op terrassen kan in de tuin infiltreren. Om dit te borgen is een voorwaardelijke verplichting in de regels opgenomen waarin is bepaald dat hydrologisch neutraal moet worden gebouwd. 3.5 Gezondheid en veiligheid Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar een veilig watersysteem. Inrichting en beheer van het watersysteem op de planlocatie dient te zijn gericht op het voorkomen of beperken van risico's voor de volksgezondheid en veiligheid.
Risico's van optrekkend vocht primair beperken door ter plaatse van bebouwing te voorzien in voldoende ontwateringsdiepte en drooglegging. Of, als dit niet mogelijk is, door het treffen van maatregelen (bv. kruipruimtevrij bouwen, waterdicht bouwen). Een permanente verandering (verlaging) van grondwaterstanden is daarbij niet toegestaan. Voorts in het plan rekening houden met eventuele gevolgen van bodemdaling als gevolg van grondwaterstandsdaling of –fluctuatie. Inrichting en beheer van oppervlaktewater in bebouwd gebied afstemmen op potentieel verdrinkingsgevaar (veilige oevers). Bij de ruimtelijke inrichting rekening houden met locaties waar waterkwaliteit een gezondheidsrisico kan vormen (zoals bij overstorten en stilstaand water). Gevolgen van/voor het plan Wateroverlast is als gevolg van het plan niet te verwachten. Voor de ontwateringsdiepte is de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) relevant. Om grondwateroverlast te voorkomen, moet de GHG meer dan 1,00 m onder het vloerpeil komen te liggen. In een worstcase scenario is er sprake van een hoogste grondwaterstand van 6,93 m +NAP (zie punt 1). Het vloerpeil van de woning zal daarom minimaal op 7,93 m +NAP gerealiseerd worden (in het ontwerp is de woning zodanig ontworpen dat de woning op 9,20 +NAP wordt